Month: oktober 2015

The Fifth Alliance – Death poems

Onze Noorderburen komen momenteel bijzonder sterk uit de hoek op het gebied van black metal. Dat er echter ook andere orkestjes rondlopen bewijst The Fifth Alliance, een kwintet uit Breda dat actief is in sludge en post-metal. Nu is muziek verre van een wedstrijdje “om ter beste” omdat het natuurlijk een subjectief gegeven is, maar zonder blikken of blozen durf ik te beweren dat wij Belgen in deze niche toch sterker uit de hoek komen. Denk maar aan de vele Church of Ra-exploten en alle andere sterke bands die niet tot dit collectief behoren. Het verbaast me dan ook niet dat het Gentse Consouling Sounds, dat natuurlijk sterk verweven is met Amenra en consoorten, zijn schouders onder de release van het nieuwe album van The Fifth Alliance zet. Het is een bandnaam die ik al regelmatig heb zien passeren, maar het is pas met dit tweede volwaardige album dat de heren en dame me voor het eerst ter ore komen. Vier tracks en een kleine veertig minuten speeltijd hebben ze om me te proberen overtuigen. “Your abyss” trapt ingetogen af waarbij frontvrouw Silvia Berger haar ingetogen zang over de tokkelende gitaren drapeert. Al snel loopt het echter mis wanneer ze haar screams uit haar handtas tovert. Deze weten immers niet de hele plaat te overtuigen, vooral omdat ze nogal “hardcore” van uitvoering zijn en daar hou ik helemaal niet van. Begrijp me niet verkeerd, ik heb niets tegen vrouwelijke screams (Caro van Oathbraker is bijvoorbeeld een uitstekende frontvrouw en zangeres) maar hier neigen de vocalen eerder naar een Candace Kucsulain van Walls Of Jericho, waardoor het geheel onder de noemer postcore te categoriseren valt. Ik zie dan ook voortdurend moshende jongeren voor mijn ogen als Silvia haar schurende strot opentrekt, en dat is iets wat ik niet meteen met deze stijl van muziek associeer. Op muzikaal vlak wordt er goed gemusiceerd en ook het geluid van de plaat is top notch. Alleen hebben we dit allemaal reeds tientallen keren beter en pakkender gehoord bij Light Bearer, Musth (RIP), Amenra en ga zo maar door. Zo zijn de harde stukken vrij voorspelbaar en weten de kalmere passages me niet bij mijn nekvel te grijpen. De enige passage die me bij blijft is de finale van “Dissension” die wel overtuigend over komt. Wie deze scene al heel wat jaren volgt, zal niet van zijn of haar sokken geblazen worden van deze release. Wie net om de hoek komt piepen en ook hardcore kan smaken, zal wel plezier beleven aan dit plaatje.

JOKKE: 70/100

The Fifth Alliance – Death poems (Consouling Sounds 2015)
1. Your abyss
2. Fall of taira
3. Death poems
4. Dissension

Mono/The Ocean – Transcendental

The Ocean op tour met Mono. Dat moet gevierd worden. Dat moet gevierd worden met en hoera en met een split release! Heer Staps, Neptunus van dienst, staat tevens aan het roer van Pelagic Records en is aldus ook broodheer van de verre familie van Stereo. Een link tussen sushi en braadworst kan misschien wat gefronste wenkbrauwen toegeworpen krijgen, maar de gelijkenissen zijn treffend, aldus Staps. Beide bands bestaan al langer dan 15 jaren en planten hun muzikaal zaad in alle vochtige contreien op onze zandbol. Beide bands zijn verliefd op dubbelaars en hebben beiden een cineastische aanpak in het uiten van hun creaties. De twee tracks voorgeschoteld op “Transcendental” zijn exclusief uitgebracht om hun Europese tour te spijzen. The Ocean wist mij enkel te bekoren met “Aeolian” en “Precambrian“. Daarna deed de prog klinkende zang de band de das om. Voor mij toch. The Ocean kon me sindsdien niet meer boeien. Zo, het is eruit. “The quiet observer” weet me echter wel te overtuigen door zijn introvert karakter. De band postte een stukje van hun repetitie online en het nummer week erg af van het meer bekende (beuk-)werk. “The quiet observer” is dan ook een volledig rustig nummer met cleane zang die eerder chill dan proggy klinkt. Kortom, The Ocean weet zeker te overtuigen met deze track. De Japanse goden van Mono stellen nooit teleur. Ze zijn de keizers van de post-rock en ook live knalt deze band erop los. Wat een energie! Toch is ook “Death in reverse” een eerder rustig nummer dan niet zo afwijkend is van het gekende Mono oeuvre. U weet wel, sfeervol en intiem inzetten en opbouw na opbouw na opbouw werken naar een climax. Mono doet het voortreffelijk en “Death in reverse” kan naadloos aansluiten bij “The last dawn/Rays of darkness“. Extra punten voor de sfeervolle outro. “Transcendental” is een leuk EP’tje van twee bands die keihard werken en altijd kwaliteit op de plank brengen, of je nu fan bent of niet.

Flp: 82/100

Mono/The Ocean – Transcendental EP (Pelagic Records 2015)
1. Mono – Death in reverse
2. The Ocean – The quiet observer

Hades Almighty – Pyre era, black!

Na veertien jaar radiostilte heeft het duo Jørn Inge Tunsberg en Remi Andersen hun drakkar terug van stal gehaald om een nieuwe plundertocht in te zetten. Onder de noemer Hades stonden ze middels hun EP “Alone walkyng” uit 1993(!) en de twee daaropvolgende platen (“…Again shall be” uit 1994 en “The dawn of the dying sun” uit 1997) samen met kompanen Enslaved, Helheim, Windir en Kampfar aan de wieg van de hele pagan/viking beweging binnen de Noorse black metal scene. In 1998 dient noodgedwongen de suffix Almighty aan de bandnaam toegevoegd te worden en wordt lichtjes van koers gewijzigd op de twee daaropvolgende platen. Weg zijn de viking/pagan invloeden om in plaats daarvan een progressievere en meer futuristische richting uit te gaan. Weg interesse! Iedereen had de band ondertussen waarschijnlijk opgegeven tot er nu plots een nieuwe EP komt aanspoelen in afwachting van een nieuwe langspeler die in 2016 het licht zal zien. Middels het toevoegen van nieuwbakken frontman Ask Ty (die we ook kennen als slagwerker bij Kampfar en Krakow) werd het schip terug zeevaardig gemaakt en na hun passage op Aurora Infernalis aanschouwd te hebben, mag ik zeggen dat deze zich met verve van zijn taak kwijt. De aanstekelijke epische melodie van de titeltrack zet meteen de fik erin (zoals Jørn ook met de  Åsane kerk deed in 1992) zonder dat we hier met van die hoempapa jolige metal te maken hebben. Denk dus eerder aan met heidense dramatiek doordrenkte epische black die (gelukkig terug) in het straatje ligt van de reeds eerder aangehaalde bands. “Funeral storm” is een dreigende midtempo stamper met melodische solo’s maar het epische hoogtepunt ligt overduidelijk in het negen minuten durende “Bound” waarin Ask Ty meermaals als de kleine broer van Alan Nemtheanga van Primordial klinkt (terwijl Jørn, met zijn lange blonde manen die vanonder zijn zwart potske komen gluren, een tweelingbroer van Tom G. Warrior zou kunnen zijn). Duidelijk dat de nieuwe frontman een serieus potje kan zingen. De afsluitende folky gitaarmelodie is er één om dagen mee in je hoofd te blijven rondlopen. Meer van dat op het komende album graag!

JOKKE: 82/100

Hades Almighty – Pyre era, black! (Dark Essence Records 2015)
1. Pyre era, black!
2. Funeral storm
3. Bound

http://metalhammer.teamrock.com/features/2015-10-16/viking-metal-pioneers-hades-almighty-return-from-the-wilderness

Creeping – Revenant

Als een doorwinterde boer, ploeg ik op tijd en stond doorheen de ondergrond van mijn patattenveld en stoot ik daarbij, zoals mijn collega’s uit de westhoek, regelmatig op explosief materiaal, zoals nu het geval is met Creeping. De band uit Nieuw-Zeeland was een voor mij tot nog toe nobele onbekende, maar blijkt eerder reeds een EP, een split met Glorior Belli en twee full albums uitgebracht te hebben. “Revenant”, langspeler nummer drie betreft dus de eerste kennismaking met dit trio. Middels vijf songs krijgen we een half uur lang, smerige en beklemmende doomy black metal met occulte death metal inslag in onze maag gespietst, een variant van de zwartgeblakerde plaag die je helaas pindakaas niet zo vaak tegen komt. Hoewel het gaspedaal wel al eens ingedrukt wordt (“Scythes over my grave”) heeft deze band geen intentie om geflitst te worden aan adembenemende snelheden. “Cold soil” neigt zo zelfs naar vuile sludge. Het ietwat simplistische, maar hypnotiserende en effectieve riffwerk van “Drear” creëert een gevoel van onbehagen dat nog meer versterkt wordt door de in reverb gedompelde black/death grunts. Bands als (een trage) Malthusian, Primitive Man, Forn of Emptiness komen aardig in de buurt van deze obscure kiwi grafdelvers. Leuk plaatje en een aangename kennismaking!

JOKKE: 79/100

Creeping – Revenant (Daemon Worship Productions/Iron Bonehead Productions 2015)

1. Death knell offering
2. Scythes over my grave
3. Cold soil
4. Drear
5. Revenant

Lubbert Das – Deluge

Welke bacterie er in de kaasbollen bij onze Noorderburen zit weet ik niet, maar dat de black metal scene daar momenteel overactief is, is nog een understatement. De band met het hoogste underground gehalte is hoogstwaarschijnlijk dit Lubbert Das, een trio uit Nijmegen waarvan de bassist ook bij Galg de snaren misbruikt. De bandnaam is ontleend aan het schilderij “De keisnijding” van de Zuid-Nederlandse schilder Jheronimus Bosch, waarop een keisnijder te zien is. Deze verzonnen kwakzalver buitte de domheid uit van de eveneens verzonnen sukkel Lubbert Das, door hem wijs te maken dat hij van zijn domheid kon genezen door een kei uit zijn hoofd te halen (of in dit geval een bloem) wat symbool staat voor genezing van waanzin of dwaasheid. Interessant! Met “deluge” hebben ze nu een tweede demo uitgepoept na “Keye” uit 2013, opnieuw enkel op cassette als fysieke muziekdrager. De twee songs klokken netjes op vijfentwintig minuten af en weten beter te overtuigen dan de eerste demo. Hoewel nog steeds een charmant undergound karakter bezittend, zijn de nieuwe songs minder primitief, beter uitgewerkt en pakkender. Vooral door de langere speelduur krijgt de old school black metal de tijd om zijn weg te zoeken doorheen de atmosfeer. Hoewel de sound een tikkeltje dof klinkt, past dit natuurlijk wel bij de sfeer die de band wil oproepen en vervalt de herrie niet in hersenloos geruis. Wanneer de band de zaken iets atmosferischer aanpakt in “Forlorn ages” komt de cascadian scene om de hoek piepen (denk aan een Ash Borer). Veelbelovend en eentje om in ’t oog te houden. Wie niet over een cassettedeck beschikt, kan de demo downloaden via hun bandcamp: https://lubbertdas.bandcamp.com/

JOKKE: 77/100

Lubbert Das – Deluge (Haeresis Noviomagi 2015)

1. Stone, God’s blood
2. Forlorn ages

Caspian – Dust and disquiet

Postrock is een genre waarin reeds alles min of meer gezegd en gedaan is. “Gezegd” is natuurlijk niet het juiste woord aangezien het gros van de in deze scene opererende bands het puur instrumentaal houdt. De neofieten zijn afspiegelingen van de oude goden (TWDY, EITS, ITTCT, GY!BE, – laten we eens lekker cryptisch doen, Jakob en natuurlijk dit Caspian) en de oudjes hebben hun meesterwerk reeds allemaal stuk voor stuk afgeleverd. Jakob kwam eerder dit jaar met “Sines” net niet in de buurt om “Solace” te overtreffen. Nu is het de beurt aan Caspian die net album nummer vier “Dust and disquiet” hebben losgelaten. Het had trouwens niet veel gescheeld of deze plaat had er niet meer gekomen want tijdens de tour naar aanleiding van de release van “Waking season” uit 2012 kreeg de band de plotse dood van bassist Chris Friedrich te verwerken. Na een periode van rouw besloten de overgebleven leden echter dat de handdoek in de ring gooien niet de juiste keuze zou zijn. En daar ben ik blij voor. De sporen van deze tragedie zijn duidelijk hoor- en voelbaar op “Dust and disquiet”, onder andere in het bloedmooie, naar Sigur Ros neigende, “Sad heart of mine”. Als vanouds wordt er met een hard/stil-dynamiek gespeeld die de polariteit tussen donker en licht, leven en dood, rust en levendigheid exploreert. Middels hoorns en een strijkkwartet kabbelt de plaat ingetogen je huiskamer binnen. In plaats van meteen naar climaxen toe te werken, houdt ook het licht symfonische en met subtiele country gitaren aangezwollen “Rioseco” het kalmpjes aan. Rustgevend maar daarom niet minder mooi en pakkend. Caspian zou natuurlijk Caspian niet zijn als er toch niet een paar epische kippenvelkrakers op de plaat zouden staan. “Arcs of command” en “Dust and disquiet“ zijn de redenen waarom je dit album moet aanschaffen. In “Echo and abyss” horen we onverwacht zang en neigt de song daardoor naar een meer standaard rock gebeuren. Van mij had dit niet gehoeven. Bij een band als Long Distance Calling ging het ook alleen maar bergaf nadat er een zanger om de hoek kwam piepen. Omwille van hun rijke, gelayerde en expansieve sound worden lyrics (meestal) niet nodig geacht, maar wie zich in het Caspian universum laat onderdompelen hoort natuurlijk wel dat de band muzikale verhalen te vertellen heeft. “We’re wide awake now” is het statement dat de band in de akoestische ballade “Run dry” naar de wereld maakt. Hier is de emotionele zang wel degelijk een meerwaarde. Het intense, met percussie en subtiele elektronica opgeschmükte, Darkfield” doet zijn naam alle eer aan en heeft een eigenaardig buitenaards sfeertje over zich heen hangen. “Aeternum vale” gooit het met zijn klassieke gitaren opnieuw over een andere boeg en vormt een bruggetje naar de reeds eerder vermelde titeltrack, die de plaat op gepaste wijze afsluit. Caspian is een band die door heeft dat ook zij af en toe andere oorden dienen te verkennen en dat buiten de lijntjes kleuren nodig is om het postrock gebeuren interessant te houden. Met “Dust and disquiet” zijn ze er met grote onderscheiding in geslaagd!

JOKKE: 86/100

Caspian – Dust and disquiet (Big Scary Monsters 2015)
1. Separation No. 2
2. Rioseco
3. Arcs of command
4. Echo and abyss
5. Run dry
6. Equal night
7. Sad heart of mine
8. Darkfield
9. Aeternum vale
10. Dust and disquiet

Eïs – Bannstein

In een Oostenrijkse bespreking van “Bannstein” komt de Eïs’ vijfde langspeler er niet ongeschonden uit. In een verder uiterst correct schrijfsel worden de heren ervan beschuldigd weeral hetzelfde liedje te brengen. Laat het nu net dát zijn wat voor fronsende wenkbrauwen zorgt. Voor het eerst in al die jaren wijkt Eïs met mondjesmaat af van het gekende recept. Let op, niemand dient angstvallig in foetushouding tegen de grond te gaan, want de vrienden van Merkel spelen niet ineens funky jazz vermengd met Afrikaanse tribal. Uitgesponnen melodieën gesprokkeld van ijskoude Scandinavisch klinkende black metalakkoorden vormen wie immer de basis van “Bannstein“. De lange nummers zijn erg doordacht, variëren erg in tempo en zijn tevens erg zorgvuldig opgebouwd. Nog steeds doet Eïs me denken aan een meer black metalversie van Helrunar. Wellicht zit de typische productie van Studio E er voor wat tussen, evenals passages gesproken in het Duits. De openingsdeuntjes van “Ein letztes Menetekel” bevestigen dit uitstekend. Op de nieuweling staan klaarblijkelijk geen instant hits zoals “Helike” of “Mann aus Stein“, maar het is onmiddellijk duidelijk dat “Bannstein” wat meer tijd nodig heeft. Deze keer ligt er een beetje minder nadruk op het gitaarwerk en zorgen alle arrangementen voor sfeer. Het totaalplaatje is ietsje belangrijker geworden. De keyboards krijgen daarom ook een belangrijkere rol toebedeeld. Zo doet een niet mis klinkend “Im noktuarium” denken aan het oudere werk van Dimmu Borgir of Arcturus – mede door de sfeervolle keyboards die het nummer inkleden. “Fern von jarichs Gärten” zou zelf veel van zijn charmes verliezen, moesten de fantastische blazers wegvallen. Daar waar op een “Wetterkreuz” de nadruk lag op intense nummers, wordt nu ook het trage (en mid-tempo) werk niet geschuwd, wat impliceert dat er meer variatie ten gehore wordt gebracht. Kortom, ondanks het hoge easy listening gehalte, werkt “Bannstein” niet onmiddellijk euforische feromonen op – wat voordien wel het geval was. Je merkt wel direct dat het een klasseschijf is en enkele luisterbeurten verder volgt de onvermijdelijke bevestiging. Eïs stelt nooit teleur.

Flp: 90/100

Eïs – Bannstein (Lupus Lounge 2015)
1. Ein letztes Menetekel
2. Im Noktuarium
3. Über den Bannstein
4. Fern van jarichs Gärten
5. Im Schoez der welken Blätter

Fluisteraars – Fluisteren versta je alleen als je goed luistert

Op relatief korte tijd wisten drie Nederlandse black metal albums me keihard bij mijn ballen te grijpen. Na Kjeld (“Skym”) en Wederganger (“Halfvergaan ontwaakt”) reeds aan een kruisverhoor onderworpen te hebben, mag ook Fluisteraars niet ontbreken.  (JOKKE)

Fluisteraars

Ave Fluisteraars! Hoewel ik het underground gebeuren op vast voet volg, slagen enkele bands er toch in om aan mijn alziend oog en alhorend oor te ontsnappen, alsook jullie debuutplaat “Dromers”. Vandaar dat “Luwte” mijn eerste kennismaking is met jullie. Zeg eens, wat voor spannends is er allemaal gebeurd tussen de release van jullie debuut en de nieuwe zilverling?
Gegroet Jokke! Toen “Dromers” uit kwam waren we al bezig met de opnames voor “Luwte“. Er werd flink aan de weg getimmerd en ondertussen konden wij alle lovende kritiek over “Dromers” van harte ontvangen. Inmiddels zijn we al weer aan de slag met nieuw materiaal, waarvan we nu nog even niets verklappen.

Hoewel je bij de naam “Fluisteraars” eerder muziek in het akoestische of ambient straatje zou verwachten, spelen jullie wel degelijk een ferme brok black metal. Vanwaar de keuze voor deze intrigerende bandnaam? Omdat ik in jullie muziek heel wat Oost-Europese melancholie type Drudkh terug hoor, vroeg ik me af jullie misschien inspiratie hebben gehaald bij het boek “Fluisteraars – Leven onder Stalin” van Orlando Figes. Dit werk gaat over het leven van Russen, Oekraïners en vele andere volkeren in het Sovjetrijk in de periode van 1917 tot 1953, waarvan het leven in een sfeer van angst verliep.
Fluisteraars was twee jaar voordat dat boek uit kwam al opgericht en heeft dus niets te maken met dit boek. Onze bandnaam komt voort uit onze motivatie om lokale verhalen uit het verleden te ‘fluisteren’ in onze muziek. Fluisteren versta je alleen als je goed luistert. In de eerste plaats maken wij, zoals je zegt ‘een ferme brok black metal’, maar als je goed luistert hoor je meer dan alleen dat.

Met die invloeden van Drudkh en in mindere mate Agalloch vind ik dat jullie een eigen niche hebben gecreëerd in de Nederlandse black metal scene, want er lopen niet veel bands in de Lage Landen rond, die dit soort atmosferische melancholieke black metal spelen. Ook bands als Urfaust, Nihill, Kjeld, Wederganger of Terzij de Horde hebben hun eigen geluid. Is de Nederlandse underground black metal scene aan een heropleving bezig nadat brute death metal bands enkele jaren geleden regeerden?
De huidige scene is de eerste die wij actief mee maken als muzikant. We zijn vrij jong en kunnen daarom deze tijd niet vergelijken met de Nederlandse scene van vroeger. Wat we wel kunnen zeggen is dat jong en oud op dit moment fuseren tot een nieuwe stroming van Nederlandse Black. We zijn bevriend geraakt met de leden van Wederganger en Mondvolland. Onze netwerken zijn samen gekomen. Wij kregen kennis van Kjeld, Laster en Urfaust , waarop zij weer kennis kregen van Galg en Lubbertdas. Iedereen support elkaar en komt naar elkaars show toe. Dit zorgt voor een hechte kring die je best als een opleving zou kunnen beschouwen.

Beide platen zijn verschenen op het Eisenwald label en dat verbaast me in jullie geval niet als ik de andere bands op hun rooster zie (o.a. Agalloch, Alda, Drudkh en Fen). Dit zijn allemaal artiesten waarvan ik wel een bepaalde invloed in jullie geluid terug vind. Hoe zijn jullie bij het label terechtgekomen en zijn jullie tevreden over de samenwerking? Welke bands uit de Eisenwald stal kan je nog aanbevelen?
Het Franse label Cold Void Emanations heeft onze eerste twee demo’s op cassette uitgebracht. Hij heeft Eisenwald benaderd om samen “Dromers” uit te brengen. De eigenaar van Eisenwald brengt alleen muziek waar hij zelf achter staat en dat bevordert onze samenwerking. Het is geweldig om met zo een oprecht persoon in zee te gaan in plaats van met een label dat je gouden bergen belooft en je smerige contractjes aanbiedt. Aurvandil, Stilla, Armagedda, Lik, Lönndom, Whirling, allemaal de moeite waard om te checken!

Door te kiezen om in het Nederlands te schrijven en zingen, zijn de teksten voor Belgen en Nederlanders natuurlijk veel gemakkelijker te verstaan, terwijl anderstalige teksten toch dikwijls een pak abstracter of moeilijker te doorgronden zijn. Vanwaar de keuze om in jullie moedertaal aan de slag te gaan?
In je eigen taal heb je een veel groter vocabulair en kan je dus nauwkeuriger vertelllen wat je écht bedoelt.

De vinylversie van jullie debuut is onderweg en de nieuwe heb ik digitaal beluisterd, waardoor ik nog geen teksten heb kunnen lezen. Hechten jullie veel belang aan de lyrics of beschouw je deze eerder als een noodzakelijk kwaad? Waar haal je inspiratie vandaan en hoe komt zo’n tekst tot stand?
We buigen er met ons drieën over. We leveren allemaal een deel aan en maken het passend op zo’n manier dat we alle drie tevreden zijn. Luwte is ons meest persoonlijke album tot nu toe en de teksten zijn daarom heel belangrijk.

Een reden waarom ik misschien nog niet van jullie band had gehoord, is het feit dat ik noch op jullie Facebookpagina noch op het wereldwijde net, flyers van Fluisteraars shows ben tegengekomen. Podiumvrees of zijn jullie eerder een studioband?
Er is zeker geen sprake van podiumvrees. Elk lid heeft met verschillende bands vaak genoeg op het podium gestaan. Wij zijn een studioband en hebben geen optredens op de planning staan.

Jullie artwork is zowel sober, grauw, duister, mysterieus als abstract. Werken jullie steeds met dezelfde visueel artiest samen? Op de hoes van “Luwte” prijken twee schimmen, maar met de band opereren jullie als trio. Dit vraagt om een extra woordje uitleg.
We doen alles zelf. Schrijven, opnemen, mixen en dus ook het artwork maken. Zanger Bob Mollema is echter de man met het penseel en kan onze ideeën haarfijn uitwerken op papier. De schimmen op de hoes staan niet voor individuele bandleden maar voor ‘’de roerloze gestaltes’’ die alles in het niets omvatten.

Wat staat er in de nabije toekomst nog op jullie planning?
In oktober komt “Luwte” uit op vinyl, daar zitten wij natuurlijk vurig op te wachten! Daarna komt er nog meer moois maar dat is nog even wachten.

The Black Heart Rebellion – People when you see the smoke, do not think it is fields they’re burning

Na debuutplaat “Monologue” uit 2008 was het duidelijk dat het strakke keurslijf van de toen opkomende screamo/post hardcore scene geen ademruimte meer bood voor het Gentse The Black Heart Rebellion. Ze maakten een (bescheiden) opmars in het kielzog van Amenra maar in plaats van keurig binnen de lijntjes te blijven kleuren zoals hun leermeesters, gingen ze op zoek naar een eigen smoelwerk. Dit resulteerde in de “Har nevo” plaat die drie jaar later het levenslicht zag. Als ik deze release in retrospectief plaats, moet ik nu besluiten dat ik ze destijds te weinig groeikans gegund heb. Het leek me toen een ietwat krampachtige poging om vernieuwend uit de hoek te komen. Té ver gezocht, té hipsterig, té grote vernieuwingsdrang. We zijn opnieuw twee jaar verder en ik moet zeggen dat ik door de nieuwe plaat, die me erg goed bevalt, ook “Har nevo” opnieuw een kans heb gegund. And it makes sense now. Alle nieuwe stijlelementen die op de voorganger met eerste kinderpasjes geëxploreerd werden, worden nu verder uitgediept en beter uitgewerkt. De cleane zang van Pieter Uyttenhove klinkt misschien beheerster maar overtuigender dan ooit en de symbiose met de bezwerende muziek is een feit. In “Near to fire for bricks” (kiekeboebelen!) en “Violent love” duetteert hij prachtig met de ingetogen zalvende vrouwelijke vocalen van Annelies Van Dinter (Echo Beatty). Verder zorgt ook Stef Heeren (Kiss The Anus Of A Black Cat) voor een vocale bijdrage. Ook het percussietalent van Tim Bryon mag in de kijker geplaatst worden. Daar waar hij bij Hessian als een bezetene zijn drumkit afrost, zorgt hij bij TBHR middels tribal drums en allerhande percussie-instrumenten en bellen voor een pulserende beat (een hihat komt er nog amper aan te pas) en de plaat zwelt van de Oosterse melodieën. Ongetwijfeld heeft het veelvuldig touren in het land van de rijzende zon voor nieuwe impulsen en inspiratie gezorgd. Zo horen we onder andere een bouzouki en een Indisch harmonium terug. Geen alledaags instrumentarium voor een rock band. Ten opzichte van de voorganger hebben de opzwepende vocalen, distorted guitaren en crashende cymbalen nu plaats gemaakt voor een beklijvende ambient en drone flow met cinematografisch effect. De uitgezette krijtlijnen van afgewerkte songs zijn nu veeleer flou waardoor de plaat als één luistertrip ervaren wordt. Hoewel de experimenteerdrang op “Om benza satto hung” je even uit je trip haalt en beelden van duistere indianenrituelen oproept. “People when you see the smoke, do not think it is fields they’re burning” is voer voor Om, Hexvessel, Chelsea Wolfe en Grails adepten en perfect luistervoer voor de nachtelijke uurtjes.

JOKKE: 86/100

The Black Heart Rebellion – People when you see the smoke, do not think it is fields they’re burning (9000 Records/Consouling Sounds 2015)
1. Body breakers
2. Flower bone ornaments
3. Om benza satto hung
4. Bow and silk arrow
5. Near to fire for bricks
6. Dorsem
7. Rust
8. Violent love

Herfst – Een meticuleuse dissectie

Ons eigen Herfst gaat al even mee. Zopas hebben ze “The deathcult pt. 2: Towards haunted shores” op ons losgelaten en hierdoor profileert de band zich uiterst ambitieus en professioneel. Zelf was ik positief verrast door het schijfje en wilde daarom gitaarmeester Bram Van Cauter de keutels uit zijn neus peuteren. Mij is het immers een raadsel waarom deze vijf heren zo weinig aandacht krijgen. Hierover en nog veel meer! (Flp)

11257792_10153303880696224_3335040050045396241_n

De nieuweling heet “The deathcult pt. 2: Towards haunted shores“. Drie jaren geleden werd deel 1 uitgebracht. Leg het verband eens uit tussen beide platen.
Beide EP’s vormen een tweeluik waarin het concept van The Deathcult meticuleus gedissecteerd wordt. Het concept is erg complex en diepgelaagd en moeilijk uit te leggen… Kortweg hebben we elementen uit de klassieke goth horrorliteratuur (met name Decamerone, de zgn Hellfire Clubs en Lovecraft) vermengd met heresie, occultisme, body horror en de donkere ijskoude zee en haar vele obscure geheimen. Alle nummers van beide EP’s vormen een kortverhaal dat binnen het grotere geheel en raamwerk van het concept past. Op EP I worden onze protagonisten voorgesteld, op deel II wordt het verhaal meer uitgespit en verandert het in een whodunnit revenge tale met elementen uit het occultisme en haïtiaanse voodoo cultuur. Klinkt erg weird nu ik het zo nalees 😉

Is er muzikaal ook een verband en hoe is de band geëvolueerd in die tijd?
Er is een immèns verschil in aanpak tussen beide EP’s, me dunkt. Deel een was wat bombastischer, met een voorname rol voor de orchestratie. Een beetje meer barok en pompeus. EP II klinkt heel wat donkerder, meer abstract. Deze evolutie is natuurlijk ontstaan net zoals al onze platen. Ik voelde dat het tijd was resoluut te kiezen voor een meer uitgepuurd maar ergens ook eerlijker, directer en meer organisch geluid. Wederom met een voorname rol voor onze zevensnarige gitaren. Het voelde natuurlijk om onze macabere onderwerpen te vergezellen van een meer ‘ongemakkelijk’ geluid. We schuwen dissonantie niet langer. De drums zijn ook een pak bruter met veel snelle blaast en ritmewisselingen. We hebben de meer tongue in cheek aanpak laten varen en gaan volop voor een meer introspectieve stijl. Zonder evenwel de dynamiek te verliezen. Het is een redelijk interessante mix geworden tussen naargeestige schimmigheid en melancholie vind ikzelf.

Destijds waren wij beiden Gothenburg fanaten. Kan je het genre nog smaken en zie je het nog als grote inspiratiebron voor Herfst?
Ik leg nog geregeld platen op met die typische Zweedse sound. Ik denk dan eerder aan niet al te vrolijke varianten zoals Dawn, Unanimated, At The Gates, Necrophobic, Eucharist en consoorten. Ik koester nog steeds enkele meer melodische klassiekers met In Flames’ “The jester race” op kop. Dat waren formatieve albums waar ik als gitarist veel heb opgestoken op het vlak van melodie, harmonie en sfeer. Harmonisch mineur! Die heerlijke mix tussen melodie en harmonie verwaterde echter snel en van al die copycats kan ik niet echt genieten. Niks tipt aan de magie van begin/midden jaren negentig. Oud worden, I guess… Ik luister de laatste tijd erg veel naar bands zoals Ascension, Deathspell Omega, Dodecahedron, Svartidaudi en consorten maar om ze een inspiratiebron te noemen… Er zal ergens wel latent wat doorschemeren denk ik… Maar ik luister evenzeer en veel naar niet metal zoals Joy Division, Grave Pleasures, Beastmilk, Year of No Light, new retro wave en aanverwante maar da’s niet bepaald een Herfst invloed te noemen. Ik schrijf gewoon wat in me opkomt, vanuit het hart.

Gemixt en gemasterd door Dan Swanö. De beste man heeft voortreffelijk werk geleverd, maar jullie lijken haast alleen met zijn naam uit te pakken (op flyers en ander promotiemateriaal). Hoe zit het met de opnames dan?
De opnames waren een hels proces geplaagd door wat ik de ‘Herfst vloek’ noem… Ik heb zelf alle gitaren geschreven & opgenomen in januari 2015. Thuis, op m’n imac. Die overigens plots dienst weigerde. Ik moet alle gitaren wel 4-5 keer heringedeeld hebben… Een ware martelgang. Ik heb zwarte sneeuw gezien. Nu, al deze tegenslag zorgde er wel voor dat het materiaal nog meer rijpte. Ik hoorde in m’n hoofd allerlei extra melodieën die ik uiteindelijk mee opgenomen heb en voor de veellagige klanktextuur van de EP hebben gezorgd. Een geluk bij een hele resem ongelukken, zeg maar. Voor de nerds: ik heb de DI’s samen met de door m’n Kemper Profiling Amplifier gestuurde monitoring opgenomen. Bass alsook via DI thuis. Gezien het reampen niet klonk zoals ik wou hebben we uiteindelijk de DI’s door m’n ENGL stack gejaagd in de TRIX studios onder het bekwame oor van engineer extraordinaire Frank Rotthier. Uiteraard kon ook dit niet zonder tegenslag: m’n versterker liet het afweten TIJDENS de eerste sessie. Urenlang hebben we gezocht naar het probleem, het bleek uiteindelijk een slecht contact op de printplaat van mijn versterker te zijn. We hebben alles geloof ik 3 keer moeten reampen. Uiteindelijk hebben we dankzij Frank’s feeling voor de tonal sweet spot, goeie preamps en microfoons zo’n warme en organische sound verkregen. De drums zijn in één of twee takes zonder editing op tape geknald. Steve behoort voor mij tot de absolute top in België. Op een bepaald moment was alles zo’n epische, immense clusterfuck geworden dat het een mirakel mag heten dat hij er uiteindelijk gekomen is en dat alle stukken van deze complexe puzzel wonderwel in elkaar passen. Frank was als een reddende engel voor ons: eerlijk, behulpzaam en inventief. Thanks, dude!

Op Facebook liet je wat teleurgesteld ontvallen dat van de meer dan 100 reviewaanvragen slechts enkelen de moeite deden om ook nog maar te luisteren naar jullie muziek. Je zei er bloed, zweet en tranen in gestoken te hebben. Was het dan zo een zware bevalling?
Zoals reeds vermeld liep alles wat mis kon lopen ook mis. Technische problemen, ongeïnteresseerde leden, line up problemen… We zijn allemaal echter trots op het eindresultaat en hebben ongelooflijk goede feedback ontvangen (scores van 100% en zelfs een positieve review in Addergebroed, haha). Maar de oogst is mager enkele maanden na de release… We hebben honderden promomails verstuurd en muziekjournalisten lijken ons wederom te mijden als de pest. Ergens zijn we het gewoon genegeerd te worden maar we maken muziek vanuit het diepst van onze tenen en na verloop van tijd begin je vragen te stellen waarom je er nog zoveel moeite in steekt, gezien de geringe respons…

Trouwens, hoe hoog acht jij het belang van reviews en interviews?
Reviews en interviews zijn erg belangrijk. Tussen alle bands en labels die simpelweg betàlen voor interviews en features (…) en de vele overschatte hyped bands zijn er een hele resem die het ook verdienen gehoord te worden. We krijgen best wel wat facebook respons waar we zeer blij mee zijn maar het heeft toch vaak een hoog ‘preken voor eigen kerk’ gehalte. Wij willen graag in het buitenland spelen. Hoe kan dit als je stelselmatig genegeerd wordt in de internationale pers?

Leg eens uit waarom Herfst geen label heeft?
You tell me 😉

Los van een uitstekende thuisreputatie, hebben jullie in 15 jaren tijd nooit echt internationaal furore hebben gemaakt. Aan de kwaliteit kan het toch niet liggen.
Ik denk dat het gebrek aan labelsupport hier voor iets tussen zit. Het meest interessante grote label ter wereld had interesse en een cool Italiaans label had interesse, maar beide deals zijn wegens diverse redenen afgesprongen. Al deze ijdele hoop en stelselmatige ontgoochelingen zorgen ervoor dat we redelijk sceptisch geworden zijn. We hebben tweemaal op Metaldays gestaan met veel bijval en gingen ook op het fantastische Burning Sea in Kroatië spelen. Mààr – hoe kan het ook anders- dat festival werd enkele weken voor het plaats zou vinden afgelast. Dat heeft toch diepe bressen geslagen. We hebben er wèl een fantastisch toffe & rock ’n roll tour in Tsjechië op zitten en enkele fijne losse gigs in Duitsland en Nederland achter de rug. Het ligt aan een combinatie van factoren denk ik: tegenslag, onze DIY aanpak, het povere muzikale klimaat, België als kleine onbetekenende vlek op de wereldkaart, geen hype etc.

Ligt het misschien aan de productiviteit? Slechts 1 full en 2 mini’s (ik tel de demo’s niet meer) in 15 jaren tijd. Dat is toch echt weinig, niet? Juist. We hebben op 15 jaar tijd inderdaad slechts 5 releases uitgebracht.
We zijn inderdaad niet de meest productieve band. We hebben onze eigen manier van schrijven ontwikkeld doorheen de jaren en vrijblijvend jammen op repetities valt daar niet onder. De nummers zijn vaak vrij complex. Een sound die we doorheen de tijd zijn gaan verdiepen. Inspiratie is niet iets wat je kan forceren noch in een keurslijf gieten. Ik ben Nick Cave niet die van 9-5 aan zijn bureau zit te schrijven. Ik schrijf volgens mijn gemoed en sommige ideeën dienen te rijpen eer ze vatbaar en tastbaar zijn. Onze muziek is erg persoonlijk en valt niet te forceren. Meestal schrijf ik ’s nachts en op mijn meer sombere momenten. Die zijn – gelukkig maar – niet schaars, hehe. Verder zijn we allemaal aan het werk. Dit soort muziek kan je niet tussen de soep en patatten schrijven denk ik.

Waarom brengen jullie eigenlijk EP’s uit? Smijt er wat nummer bij en je hebt een full. Of zit er één of andere doordachte reden achter?
We hebben enkele jaren geleden beslist The Deathcult als tweeluik uit te brengen. Zo bleven we in the picture en konden we de kosten en promotie spreiden. Ik vrees dat mensen onze EP’s een beetje verkeerd inschatten. Beiden zijn op zich vaak langer dan een doorsnee full length. Kijk bvb naar een Moonsorrow: fantastische band, lange uitgesponnen songs. Kan je een cd van 35 minuten nog een EP noemen? Het is simpelweg een andere manier van schrijven. En laten we eerlijk zijn: niet veel mensen kopen nog full lengths. Het is simpelweg financiële zelfmoord om elk jaar met een full length op de proppen te komen. We weigeren concessies te doen qua productie en artwork en brengen liever een meer gering aantal platen uit die evenwel tot in de puntjes verzorgd zijn. We zijn het onszelf en de fans verplicht steeds kwaliteit af te leveren.

Wat anders; je bent van Ibanez overgeschakeld naar Skervesen. Een beest van een gitaar! Maar, erg custom. Wellicht heb je hem niet kunnen testen voor aankoop. Een grote gok. Tevreden?
Ik ben sinds vorig jaar inderdaad de trotse bezitter van een Skervesen Raptor 7 custom. Het is een pracht van een gitaar geworden! Terugkijkend had ik enkele zaken wel een beetje anders aangepakt. Zo is het geen neck thru geworden en is ze erg zwaar, een beetje alsof je met een Louis XIV kast rond je nek speelt. Sommigen kunnen dit misschien positief vinden (sturdy, tone en sustain), maar na meer dan een decennium een vederlichte Universe te hebben gebruikt is het toch wennen… Wat me wel opvalt is hoezeer ze aanvoelt als een moeilijk maar krachtig werktuig: het is een wild beest dat je moet leren temmen. De klank is dankzij het hout, de bouwkwaliteit en de Bareknuckle pickups monsterachtig. M’n Ibanez voelt aan als goedkoop plastic als ik ze nog eens omgord. We zijn volop aan het babbelen over een nieuw custom model met neck through en een lichtere houtsoort, we zien wel wat er uit de bus komt. Het zijn enorm toffe gasten (Maciek op kop) en droomgitaren voor als je de moeite wil nemen een ander type gitaren dan plastic aanvoelende metal machines te leren kennen en temmen.

Over gitaristen gesproken; ik vraag me af, wat is van oudgediende ex-gitarist Peter geworden? Samen met jou werd Herfst opgestart en later speelde hij ondermeer nog in Aborted en Emeth. Tegenwoordig lijkt hij van de aardkloot verdwenen. Enig idee?
We hebben geen contact meer maar Peter is nu erg goed bezig bij Diesel en dit op internationaal niveau (als ik het goed heb).

Eentje om af te sluiten: wat zouden jullie nog graag verwezenlijkt zien in het kielzog van de nieuweling?
Graag spelen we weer wat meer shows en dit in de juiste omstandigheden. De sfeer, sound en vibe moet goed zitten. De line up is inmiddels weer compleet en hongerig. Verder zijn er plannen om begin volgend jaar weer in Duitsland en Nederland op de planken te staan. Hopelijk komt er binnenkort weer meer uit de bus. Verder willen we jou bedanken voor de confronterende doch eerlijke vragen (mijn excuses voor de lange replieken en sluimerende verbittering) en hopen dat alle lezers ons uitchecken op http://www.herfstofficial.com en onze facebook pagina.