Month: november 2015

Abigail Williams – The accuser

Ken Sorceron, oprichter en bezieler van het Amerikaanse Abigail Williams heeft me hier serieus bij mijn pietje. Daar waar ik dacht dat zijn band eerder in de symfonische black metal hoek of zelfs het metalcore straatje zat, is daar op het nieuwe “The accuser” niet veel van te merken, gelukkig maar! Oorspronkelijk was de band gesitueerd in Phoenix (Arizona), maar momenteel is Olympia (Washington) de uitvalsbasis. En dat heeft zo zijn invloed op het geluid dat nu sterke paralellen vertoont met streekgenoten Wolves In The Throne Room en dus vrij rauwe en primitieve, doch atmosferische black metal omvat. Maar er is veel meer aan de hand. Eigenlijk biedt “The accuser” een dwarsdoorsnede van de huidige USBM-scene: ruw blastwerk met striemende riffs à la Fell Voices (“Path of broken glass”), creepy noisy en psychedelisch materiaal dat aan Twilight refereert (“The cold lines”), met lichte New Wave invloeden doordrenkte Krieg worship (“Nuumite”), beklemmende en verstikkende duisternis in het straatje van Nightbringer (“Of the outer darkness” en “Godhead”), meer catchy naar Nachtmystium neigend materiaal inclusief melodieuze solo (“Will, wish and desire”) en snerpende schuursponsvocalen die herinneren aan George Clarke (Deafheaven). Deze invloeden worden voor de hand liggend als je ziet welke strijdkrachten de heer Sorceron rond zich verzameld heeft om deze plaat in te blikken: Jeff Wilson (o.a. Wolvhammer), Charlie Fell (ex-Nachtmystium, ex-Lord Mantis), Will Lindsay (Indian, Lord Mantis, ex-Wolves In The Throne Room), Neil Jameson (Krieg, Twilight). Need I say more? Wees echter op je hoede met het ouder materiaal van deze band, want dat is toch wel beduidend minder. “The accuser” is echter een schot in de roos bij ondergetekende!

JOKKE: 85/100

Abigail Williams – The accuser (Candlelight Records 2015)
1. Path of broken glass
2. The cold lines
3. Of the outer darkness
4. Will, wish and desire
5. Godhead
6. Forever kingdom of dirt
7. Lost communion
8. Nuumite

Kampfar – Profan

Het Noorse Kampfar heeft ondertussen twintig jaar op de teller staan, wat wil zeggen dat ze midden jaren negentig reeds actief waren in de toen florerende Noorse black metal scene. Tel er gerust nog een jaar of vier bij als je voorloper Mock ook nog meetelt. De langspelers die voor de millenniumwisseling uitkwamen (“Mellom skogledde aaser” en “Fra underverdenen”) behoren tot het Noors collectief black metalgeheugen, hoewel de band nooit een grote doorbraak heeft gekend zoals vele landgenoten. Het feit dat het tot 2004 geduurd heeft alvorens de band ging touren, is hier wellicht debet aan. Met de song “Norse” hadden ze nochtans een bescheiden underground hit. Noem het hun “Mother north” als je wil. Na het verschijnen van “Fra underverdenen” werd Kampfar zeven jaar in de frigo gestopt totdat er in 2006 nieuw leven ingeblazen werd. Sindsdien werden nog vijf volwaardige albums uitgebracht, inclusief het nieuwe “Profan”. De albums van Kampfar 2.0 zijn aan mij voorbij gegaan, maar de nieuwe zilverling heb ik toch maar even opgepikt. Reden is dat Dolk en company me met hun old school live set op Aurora Infernalis van mijn sokken hebben geblazen. De ochtend erna vertrouwde de frontman me aan de ontbijttafel in het hotel toe dat de nieuwe plaat de spirit van de begindagen terug zou doen herleven. Benieuwd dus! Na een eerste luisterbeurt wordt meteen duidelijk dat het absoluut geen grootspraak bleek wat de sympathieke bleke Noor uitkraamde. Zeven songs lang druipt de Noorse koude furie van de opzwepende licht melodische black af. Het folkrandje van de begindagen is wat naar de achtergrond verdwenen, maar de cleane vocalen of vikingkoorzang in een song als “Icon” doen toch heimwee krijgen naar de good ol’ days. “Daimon” valt positief op door de duistere didgeridoo klanken en slepende zang. Midtempo of volle gas, in beide gevallen knalt Kampfar erop los. Op een rockende stamper als “Skavank” zie je een hele meute fans gewoon compleet uit hun dak gaan als dit live gespeeld zou worden tijdens de nakende tour met Gorgoroth en Gehenna. De afsluitende oorworm “Tornekratt” blijft naslepen en doet je keer op keer die playknop opnieuw indrukken. Na het vertrek van bloedbroeder en snarenplukker Thomas in 2011 heeft Dolk met Ole Hartvigsen (o.a. Mistur) een gedegen opvolger gevonden en ook Jon Bakker (bassist) en Ask (drummer en tevens frontman van het herrezen Hades) kwijten zich erg gedegen van hun taak. Daar waar veel collega’s in de loop der jaren het roer omgegooid hebben, blijft Kampfar naarstig trouw aan hun basisgeluid en leveren in die stijl dan nog eens een knaller van een plaat af. Noorse Nostalgie!
JOKKE: 88/100

Kampfar – Profan (Indie Recordings 2015)
1. Gloria ablaze
2. Profanum
3. Icons
4. Skavank
5. Daimon
6. Pole in the ground
7. Tornekratt

Monolithe – Epsilon aurigae

Een monoliet is een rots die door competentieverschillen van gesteente uitsteekt boven of uit zijn omgeving“, aldus het grote www. De grootste vind je in Australië, maar de zwaarste staat al jaren rock solid in Frankrijk. Parijs meer bepaald. Monolithe heeft al 4 langspelers op zijn teller staan en bezieler Sylvain Bégot is deze zomer op autistenkamp geweest, want voor het eerst krijgt het album een naam en niet doodleuk een Romeins cijfer. Ook heeft de luilak voor het eerst ooit eens de moeite gedaan om meer dan 1 nummer op te nemen. “Epsilon aurigae” heet de worp en bevat 3 nummers die elk mooi klokken op het kwartier. Zowaar, het lijkt de bedoeling! Voor de leken: Monolithe speelt geen toegankelijke dansmuziek, maar felle (bij wijlen funeral) doom met een atmosferische laag synths. Hoewel de meeste stukken vlotjes doorheen de gehoorgang weerkaatsen, blijft steeds een ongemakkelijk gevoel op de loer liggen. De gitaarpartijen bevatten vaak melodie, maar een dreunende ondertoon zorgt voor veel onbehagen. Opener “Synoecist” doet me dadelijk wat denken aan Esoteric en driekwart het nummer tovert een rasechte terminatorbeat een kleine glimlach op het gelaat. Veel vreugde valt er echter niet te beleven want het instrumentaaltje “TMA-0” ontneemt wederom alles wat leuk is. Afsluiter “Everlasting sentry” laat een blijvende indruk na door de dark ambient soundscapes die het nummer sieren. Voordien, van “I” tot “IV” durfde de verveling wel eens toe te slaan, maar op “Epsilon aurigae” staat Monolithe veel sterker in zijn schoenen. Ook de erg gepolijste productie wist in het verleden wel eens wat sfeer te verdoezelen, maar ook daarin lijkt een betere balans gevonden te zijn. Het is nog steeds erg clean allemaal, maar vloeit mooi samen met de synths. Na al die jaren maakt Monolithe een mooie progressie. Daarvan getuigt ook het absoluut verbazingwekkende artwork. In de beginjaren was het op dat vlak huilen met de pet op. “Epsilon aurigae” is een mooi, maar benauwd album geworden waarin elke doomfanaat zijn aftrek zal vinden.

Flp: 81/100

Monolithe – Epsilon aurigae (Debemur Morti 2015)
1. Synoecist
2. TMA-0
3. Everlasting sentry

 

With the Dead – With the Dead

…dus, ene Jus en Liz maakten onlangs herrie met ontdekker en tevens voormalig platenbaas Lee en ex-drummer Mark. Voeg daarbij nog een andere prominent ex-lid van Electric Wizard en je hebt de ideale wraakband. Uiteraard is het flauwe rioolroddel, maar toch is het onmiskenbaar gelinkt aan het past opgerichte With the Dead. De zes nummers op het debuut knallen de band onmiddellijk hemelshoog. Oude rotten zoals meneer Lee “Cathedral” Dorian heeft zelf aan de wieg van de doom metal gestaan en heeft geen lesjes meer nodig. Zijn venijnige stem past perfect bij de doom die With the Dead speelt. En over dat laatste kunnen we eigenlijk best wel kort zijn. With the Dead klinkt (vooral) zoals Electric Wizard, wat op zijn beurt dan weer de mosterd heeft gehaald bij de absolute grootmeester van de doom: Black Sabbath. Bij tijd en stond hoor je haast exact dezelfde arrangementen als bij Wizard. Zoals “The cross” en “Time to die” een tweelingbroermoment hebben. Maar het is hen vergeven. Meer nog: als iemand een dikke vette fuzz over een monstersound mag leggen, is het With the Dead toegestaan. Hulde trouwens voor de fantastisch knappe cover. Zelden straalt een foto van een band zoveel uit als hier. “Funeral skies black mist – Nuclear abyss“. Heerlijk. …en Tommi zag dat het goed was.

Flp: 88/100

With the Dead – With the Dead (Rise Above Records 2015)
1. Crown of burning stars
2. The cross
3. Nephthys
4. Living with the dead
5. I am your virus
6. Screams from my own grave

 

CHVE – Rasa

Muziek raakt ons, inspireert, ontroert, troost, verbindt, rakelt vervlogen herinneringen op en nog zo veel meer. Ze wordt niet voor niets de taal van het hart genoemd. In Hindoestaanse muziek worden tien verschillende rasa’s of gemoedstoestanden gehanteerd: erotisch, komisch, droevig, woede, glorie, angstig, afkeer, verwondering, rust en vroomheid. Artiesten waarbij muziek niet recht uit hart en ziel komt, vallen bij ondergetekende tamelijk snel door de mand. Ik voel wanneer muziek gemeend “echt” is zoals bij CHVE, die zijn debuut dan ook toepasselijk “Rasa” doopte. Achter deze lettertekens gaat Colin H. Van Eeckhout schuil ofte schreeuwlelijk frontman bij het Belgisch sludge instituut Amenra. Dat er binnen de Church Ov Ra onnoemelijk veel collaboraties zijn is alom geweten en door velen wordt elke scheet die uit het CoR-kamp ontsnapt ook meteen op een piëdestal geplaatst, wat niet altijd terecht is naar mijn bescheiden mening. Naast de samenwerkingsprojecten bewandelen sommige notoire leden ook het pad van de einzelganger. Mathieu Vandekerckhove uit zich via Syndrome als medium; Colin doet het onder zijn initialen. Een tijdje geleden bracht deze enigmatische man reeds een split 7 inch single uit met Nate Hall, waarop het nummer “She never left” prijkte. Deze folky singer/songwriter track lag in het verlengde van de akoestische nummers die we ondertussen ook van hoofdband Amenra gewend zijn. Op debuut “Rasa” bewandelt Colin echter een ander pad, namelijk een donkere afdaling doorheen ’s mans psyche, herinneringen en littekens op zijn ziel, die vorm gegeven wordt middels lange ambient soundscapes waarop pulserende drones een zalvende beat creëren. Veel tools heeft deze geluidskunstenaar niet nodig om de luisteraar compleet in zijn half uur durende transcendentale tocht mee te betrekken: een draailier en zijn typische breekbare stem volstaan ruimschoots. Het repetitieve tranceverwekkende karakter van “Rasa” voelt met momenten als een meditatie aan, vooral wanneer halverwege de drones hun opwachting maken en de vocalen een sjamaanachtig karakter krijgen. Deze muziek kruipt diep onder je vel tot in de kern van je ziel en doet je balanceren op een slappe koord tussen hoop, verdriet en tranen. Wie net als ik recent een relatiebreuk achter de rug heeft, zal tot tranen toe bewogen worden door deze introspectieve brok emoties. Ideaal luistervoer voor eenzame lange koude winteravonden waarbij het aanvoelt alsof Colin een hoopgevende hand op je schouder legt. De productie was in handen van Dehn Sora (Treha Sektori, Sembler Deah). Liefhebbers van deze bands of gelijkgestemde zielen Ashtoreth, Monnik, Wolf Pause of Stratosphere kunnen blind tot aanschaf overgaan. Eigenlijk is er maar één minpunt aan dit debuut en dat is dat ze maar een half uurtje duurt.

JOKKE: 89/100

CHVE – Rasa (Consouling Sounds 2015)
1. Rasa

Dynfari – Vegferð tímans

Binnen de immens interessante IJslandse black metal scene is Dynfari min of meer een vreemde eend in de bijt. Ze spelen immers niet de meest woeste vorm van black metal, maar eerder een heel atmosferische en bijwijlen beklijvende naar doom metal neigende variant. Bassist Andri Björn Birgisson en gitarist Hjálmar Gylfason maken tevens deel uit van het fantastische Auðn en die eerste klust samen met frontman Jóhann Örn ook nog bij in de live bezetting van het Roemeense Negură Bunget. Met “Vegferð tímans” brengen ze reeds hun derde langspeler uit. Ik leerde het kwartet kennen met hun gelijknamig debuut uit 2011 dat reeds beloftevol klonk. Opvolger “Sem skugginn” is onder de radar gepasseerd en het zou doodzonde zijn als dat met dit derde album ook gebeurd zou zijn. “Vegferð tímans” betekent zoveel als “De reis van de Tijd” en handelt over de onvermijdelijke ondergang van de mens als een ooit levende en ademende materie die oplost in de grote leegte waar hij één wordt met het oneindig universum en de sterren. Deze interessante thematiek werd door Metaztasis (Watain, Behemoth, Blut Aus Nord) prachtig gevisualiseerd en door de band middels pakkende atmosferische black metal op muziek gezet. Akoestische gitaren, strijkinstrumenten, verhalende zang en zangkoren bezorgen de nummers extra cachet. Melancholie is het codewoord en wie wil kan de band min of meer tussen genregenoten als Woods Of Desolation, Shining, Forgotten Tomb of Nyktalgia plaatsen, zonder het suïcidale aspect wel te verstaan. Ook het dromerige van een Alcest of de pakkende melodie van oude Katatonia klinken niet zo gek als vergelijksmateriaal. Het epische “Hafsjór” is hier een mooi voorbeeld van. Het pronkstuk van deze langspeler is echter het monumentale “Vegferð”, waarvan de drie delen samen meer dan een half uur overspannen en waarin alle registers opengetrokken worden: kloeke cleane mannenzang, frêle vrouwelijke vocalen, ijskoude screams, subtiel gefluister, felle black metal, heroïsche epiek, ingetogen akoestisch gitaargetokkel, gitaarsolo’s, … Al deze stijlelementen vloeien naadloos in mekaar over zonder dat het een hannekesnest wordt. Het tweede deel heeft zelfs amper met metal te maken, maar is eerder dromerige shoegaze na een intieme aanloop te kennen. Omwille van het lage tempo in het hardere einde doemt de doommetal van het Duitse Ahab hier ook als vergelijk op. Heel knappe prestatie die Dynfari hier neerzet. Voor wie het niet voortdurend moet rammen en blazen, zal aan “Vegferð tímans” een vette kluif hebben.

JOKKE: 84/100

Dynfari – Vegferð tímans (Code 666 Records – 2015)
1. Ljósið
2. Óreiða
3. Sandkorn (í stundaglasi tímans)
4. Hafsjór
5. Fall hinna XCII og 2^57.885.161 – 1 sálna
6. Vegferð I – Ab terra
7. Vegferð II – Ad astra
8. Vegferð III – Myrkrið

Déluge – Æther

Op gebied van blackened postcore/post-black metal lopen er met Celeste en Regarde Les Hommes Tomber bij onze zuiderburen enkele sterke internationale spelers rond. Het uit Metz afkomstige gezelschap Déluge kan zonder blikken of blozen aan dit rijtje toegevoegd worden. Met “Æther” zijn ze, na een demo, toe aan een volwaardig debuut en het is vrij straf wat deze jonge band nu reeds in de vingers heeft en in een klein uurtje laat horen. Wat bij opener “Avalanche” meteen opvalt is de moderne harde maar transparante sound die uit de boxen knalt. De sterk gecompresseerde sound mist hierdoor wel wat dynamiek en zorgt ervoor dat de zondvloed aan machinaal klinkende blasts en niet aflatende stroom aan screams en riffs wel wat eentonig kan worden bij een plaat met zulke lange speelduur. Door het hoge black metal gehalte mag je het Duitse Downfall Of Gaia en Australische Hope Drone ook gerust als referenties neerschrijven. De postcore invloeden zitten hem vooral in de vocale aanpak van brulboei Maxime. Dat zijn vier kompanen hun instrumenten goed onder de knie hebben moge duidelijk zijn. In tracks als “Appât”, “Houle” en “Naufrage” zegeviert bodemloze agressie hoewel subtiele vrouwenzang, cleane gitaren en samples met natuurfenomeengeluiden zoals gedonder, regen en een stormachtige zee sporadisch voor wat fijngevoeliger tegengewicht zorgen. “Mélas | Khōlé” bevat een gastbijdrage van Alcest’s Neige en hoewel deze song best wel wat atmosferische passages bevat, zou het mij niet eens opvallen als ik het niet zou weten. Het instrumentale negen minuten durende “Klarträumer” vormt met een pianopassage het welgekomen rustpunt hoewel deze song naar het einde toe toch ook weer uitmondt in een maalstroom aan geselende gitaren en het betere blastwerk. Het knappe artwork van Valnoir (Metastazis) verdient een extra vermelding en schreeuwt om een vinyluitgave. De té lange speelduur en té moderne productie zijn kleine kritiekpunten maar voor de rest is dit een knap debuut waar de heren best trots op mogen zijn.

JOKKE: 80/100

Déluge – Æther (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2015)
1. Avalanche
2. Appât
3. Mélas | Khōlé
4. Naufrage
5. Houle
6. Klarträumer
7. Vide
8. Hypoxie
9. Bruine

Grafir – Úr ofboði óværunnar

Bij de bekendmaking van het (terecht) gehypte Misþyrming als artist in residence voor de 2016 editie van Roadburn, schoot mijn gelukshormoon in overdrive. Zij zullen drie verschillende performances neerzetten, waarvan één onder de noemer Úlfsmessa, een episch black metal ritueel dat een samenwerking is tussen leden van diverse IJslandse acts zoals Misþyrming, Naðra, NYIÞ en Grafir. Daar waar de eerste twee voor een frisse kijk op black metal anno 2015 zorgen, opereert NYIÞ eerder in gitzwarte drone en ambient/folk sferen en tapt Grafir uit een nog ander vaatje. De drie songs op “Úr ofboði óværunnar” laten een vuile en smerige mix van post-punk en black metal op de luisteraar los. Zoals te verwachten levert dit niet het meest strakke samenspel op, maar explosief is het wel. De eerste twee songs bevatten het hoogste punkgehalte en in een minuutje of twee is dan ook alles gezegd en gedaan. De cleane vocalen van frontman Benedikt springen het meest in het oog: voor de ene zullen ze een struikelblok vormen terwijl de open minded liefhebber hier wel plezier aan zal beleven. In het midtempo “Hraunbúi” komt de afwisseling van cleane zang en black metal screams/growls het best tot zijn recht en is eerder van een black ’n roll aanpak sprake. Benieuwd wat dit live gaat geven en welke factor het zwaarst doorweegt in een langere setlist: de punkattitude of de zwartmetalen groove.

JOKKE: 72/100

Grafir – Úr ofboði óværunnar (Eigen beheer 2015)
1. Vinur, þú skelfur
2. Skriða
3. Hraunbúi

Gevurah – Dialogue of broken stars

Twee jaar geleden was ik danig onder de indruk van de Necheshirion EP van het Canadese Gevurah die door Profound Lore uitgebracht werd. Hun nieuwe demo verschijnt nu echter als 7” EP op Graceless Recordings. Het eerste deel van de titeltrack gaat op hetzelfde elan van de voorganger verder, namelijk een intrigerende mix van orthodoxe black metal en occulte death metal. Geen hol origineel dezer dagen, maar wel erg strak en overtuigend gebracht. In het tweede deel laat het duo zich echter van een andere kant zien, want alle metalen ingrediënten zijn hier achterwege gelaten en duisternis heerst middels een waas van ambient, drones en klokkengeluid. Deze move had ik niet zien aankomen van deze twee beeldenstormers. Benieuwd of deze aanpak in de toekomst zijn weg nog meer gaat vinden in het bandgeluid.

JOKKE: 80/100

Gevurah – Dialogue of broken stars (Graceless Recordings 2015)
1. Dialogue of broken stars A
2. Dialogue of broken stars B

https://gevurah.bandcamp.com/album/dialogue-of-broken-stars

Awe – Providentia

Wie op zoek is naar een snelle hap is bij het Griekse Awe aan het verkeerde adres. Hun eerste langspeler “Providentia” is immers een heus driegangenmenu dat voor sommigen waarschijnlijk zwaar op de maag zal liggen. De drie mastodonten van nummers klokken tezamen boven de vijftig minuten af en behandelen een conceptuele ideologie van een niet aflatende gewelddadige revolutie van de mens in het zicht van een absurd en zinloos bestaan in het universum. Dit alles wordt prachtig vormgegeven door de Griekse illustrator Konstantinos Psichas (Viral Graphics). “Actus primus” kan als voorgerecht al meteen tellen. Tergend traag en hypnotiserend bouwt deze kolos van twintig minuten langzaam op waarbij men vanuit ondergrondse doomregionen naarboven kruipt om na een zestal minuten met een orthodoxe black metal eruptie uit te pakken. Deathspell Omega duikt meteen als referentiekader op, zowel qua muzikale benadering (hoewel iets minder chaotisch) als qua vocale aanpak. Als opwarmer (die wel een tikkeltje te langdradig is) weet deze track je maag uit te rekken om het daaropvolgende machtige “Actus secundus”, waarop het tempo een pak hoger ligt, te kunnen verteren. Dissonante gitaarriedels, geselende drums, eigenzinnige bastonen en talloze tempowissels (die wel wat weg hebben van een Satyricon ten tijde van “Rebel extravaganza”) worden in je maag gesplitst en zullen bij heel wat luisteraars een misselijk gevoel opwekken. “Actus purus” is een behoorlijk toetje om duimen en vingers bij af te likken. Heerlijk opzwepende tempo’s, af en toe naar black ’n roll neigend, maar voor de rest full spead ahead  met vette knipoog naar Watain. Ik kan me inbeelden dat sommigen onder u een gaviscon of twee zullen nodig hebben om hun brandend maagzuur te verhelpen, maar ondergetekende heeft hier enorm van gesmuld. Om te weten wie er achter de maskers van dit Awe schuilgaat zullen we een telefoontje naar Anonymous moeten plegen, hoewel ik een sterk vermoeden heb dat er een uitwisselingsprogramma is met leden van Vacantfield en End waar eerder dit jaar een split met werd uitgebracht. Feit is dat de band niet het stereotiepe Griekse black metal geluid weet te herkauwen, maar best een eigen draai geeft aan hun enigmatische mix van black, doom en death metal. Af en toe weet het Indonesische Pulverised Records nog eens een kanjer te strikken. Vorig jaar deden ze dat met het Zweedse Nidsang en dit jaar met Awe.

JOKKE: 88/100

Awe – Providentia (Pulverised Records 2015)
1. Actus primus
2. Actus secundus
3. Actus purus