Maand: januari 2016

A Thousand Sufferings – Burden

Tijdens de maandelijkse petanque-bijeenkomst besloten enkele oudgedienden uit de Belgische black metalscène, waarvan VEX en Verloren al even Maarten gepijpt hebben, hun instrumenten onder het stof te halen om een aardig potje herrie te maken. Alhoewel je niet dadelijk wat aardigs mag verwachten van een band die zichzelf A Thousand Sufferings doopt. Een jaartje geleden wist drummer Timo me te vertellen dat zijn herrezen muzikale activiteiten heil zouden zoeken in het doom en sludge genre. Maar bloed gaat waar het niet kruipen kan en dus speelt A Thousand Sufferings toch eerder een smerige vorm van trage black metal. Of noem het die desbetreffende doominvloeden als je wilt. Na een lange intro vangt “Red is redemption (Bloodletting)” aan met een overheersende trage, maar ook meer “swingende” Satyricon vibe (vanaf halverwege het nummer), maar in plaats van anaal gebleekt en gewaxt klinkt het hier met veel haar op, keel rochelend en ronduit vuil. Waarvoor dank! Smeerpoes PJ mag hiervoor extra in de bloemetjes gezet worden, want zijn fel keelgeschreeuw klinkt pijnlijn, gaat door merg en been en doet me soms wat denken aan drugged Willy ten tijde Hell Militia. Nummer twee, “Black is burden (Lamentation)“, lokt nog zo een eerder vreemde vergelijking op. Het middenstuk deed me namelijk onmiddellijk denken aan “The gate of Nanna” van Beherit. Googlen maar jonkies! Maar A Thousand Sufferings mag zeker niet van plagiaat beschuldigd worden, daar het betreffende stukje gewoonweg beter en tevens sfeervoller wordt ingezet. Afsluiter “A thousand sufferings – Blue is… (Remembering treasures)” is de traagste van de drie lange en uitgesponnen songs, maar vervalt voor geen moment in een My Saaing Bride-moment. Ongeacht of A Thousand Sufferings al dan niet orgineel is, hoor je dit soort smerige trage black metal niet zo vaak. Het wordt met veel overtuiging gebracht en het Russische Satanath Records had het onmiddellijk in de gaten. De helft van het volgende album zou alvast geschreven zijn en daar kan ik alleen maar vol verroeste smart op wachten. Een goede start, heren!

Flp: 79/100

A Thousand Sufferings – Burden (Satanath Records 2016)
1. Once in a blue moon
2. Red is redemption (Bloodletting)
3. Black is burden (Lamentation)
4. A thousand sufferings – Blue Is… (Remembering treasures)

http://athousandsufferings.bandcamp.com

Lothorian – Beyond the astral mind

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad alvorens het debuut “Beyond the astral mind” van het Limburgse Lothorian op de mensheid kon losgelaten worden. Hun tweede EP “Welldweller” werd enkele jaren geleden goed ontvangen in de underground en werd uiteindelijk door Acid Cosmonaut Records op CD geperst. Er volgden talrijke optredens in binnen- en buitenland en vervolgens trok de van-een-kwartet-naar-een-trio-gereduceerde band naar Italië voor de opnames van het debuut. En dan begon de miserie (voor de details verwijs ik jullie door naar het weldra te verschijnen interview) waardoor na een lang(e) proces(sie van Echternach) het debuut uiteindelijk in eigen beheer wordt uitgebracht. En daar zijn we blij voor want het zou zonde zijn als deze brok muziek enkel op één of andere harde schijf zou zijn blijven staan. De zompige maar kolkende cocktail van stoner, doom en sludge van “Witchcunt” klinkt meteen vertrouwd in de oren, maar ook een beetje op veilig gespeeld, waardoor ik dit niet de ideale opener vind. “Blackhand” klinkt met zijn Your Highness-achtige schwung meteen een pak swingender en drummer Jurgen voorziet deze song tevens van vocalen. De Limburgers springen overigens spaarzaam om met zang en weten op de juiste moment hun keel open te trekken. Het is immers niet veel bands gegeven om een volledige plaat lang instrumentaal te blijven boeien. Het dreigende en cool bekkende “As the void absorbs all light” combineert donderende drums met dreunende riffs en trekt naar het einde toe een black metal spurtje. Misschien dat het daardoor mijn favoriet van de plaat is? Het vuile “Eternal smoke cloaks the night” is een ander hoogtepunt en zou niet misstaan op de laatste Tombs-plaat. Wat weet gitarist Thomas toch bere-riffs uit zijn gitaar te toveren om nekspiergymnastiek op te doen. “March of time” weet daarna te verrassen met zijn bezwerend psychedelisch gitaarriedeltje en ingetogen sjamanistische percussie. Tijdens “Forbanned” denk ik even naar Amenra’s nieuwste “Mass”-telg te zitten luisteren, maar al gauw maakt het trio het spannender dan wat voornoemde op hun laatste album liet horen. “Solitude” weet niet over de hele lijn te overtuigen waardoor de aandacht verslapt maar naar het einde toe roept de versnelling ons terug bij de les. Wanneer de melodische leadsolo in “Soothsayer” opduikt, moet ik aan het Nederlandse Herder denken, opnieuw een mooi compliment. Lothorian heeft met “Beyond the astral mind” een debuut uitgebracht om trots op te zijn. Het lijkt echter alsof de toekomst van de band aan een zijden draadje hangt… “Fingers crossed” dat ze doozetten.

JOKKE: 82/100

Lothorian – Beyond the astral mind (Eigen beheer 2016)
1. Witchcunt
2. Blackhand
3. As the void absorbs all light
4. Eternal smoke cloaks the night
5. March of time
6. Forbanned
7. Solitude
8. Soothsayer
9. Dance of death

Primeval Mass – To empyrean thrones

In de categorie “onbekend maakt onbemind” vinden we deze maand het Griekse Primeval Mass terug. De naam deed hier niet meteen een belletje rinkelen, maar links en rechts hoorde ik positief hoorngeschal. “To empyrean thrones” blijkt na een resem splits en demo’s reeds album nummer drie te zijn en verschijnt op het voor mij eveneens onbekende Katoptron IX Records, een obscuur Grieks underground label. Met Primeval Mass hebben ze wel een klepper in handen want “To empyrean thrones” is namelijk een dijk van een plaat. Onvoorstelbaar eigenlijk dat dit het werk is van slechts één man, genaamd Orth. Vorige releases waren het resultaat van groepswerk, maar nu werd de klus enkel door hem geklaard. Absoluut geen luie Griek dus! “To empyrean thrones” staat voor vijftig minuten vurige Griekse black/thrash razernij. Gord het zwaard, leder en die luchtgitaar maar al om want doorheen de plaat waart meer dan eens een serieuze Absu vibe! Het maniakale opgefokte drumwerk en de speed/thrash metal tsunami zijn hier debet aan. De vlammende riffs aan het begin van “For astral triumphs” en “Their eyes of the abyss”zetten de boel in lichterlaaie en duwen die gebalde vuist ostentatief de lucht in. Of het nu in drie minuten (“Hour of the stellarnaut”), twaalf minuten (“The mansions of night”) of alles daartussenin is, maakt niet veel uit. Het meer epische, slepende en instrumentale “Behind the watching shadows” vormt een welgekomen rustpunt dat mijn hartslag toelaat even terug tot onder 180 te zakken want sinds de eerste noten van “In fiery ascent” schoot die het rooie in. Daarna is het terug hakken en klieven tot op het bot. No mercy!  Hoewel de snelste stukken misschien iets te inwisselbaar zijn, blijft de plaat de volle vijftig minuten boeien. Als Orth beslist om toch eens live te gaan spelen, zou ons eigenste Witch Trail de perfecte opwarmer zijn voor deze heerlijke brok geweld. Ontdekking van de maand!

JOKKE: 83/100

Primeval Mass – To empyrean thrones (Katoptron IX Records 2016)
1. In fiery ascent
2. For astral triumphs
3. Their eyes of the abyss
4. Behind the watching shadows
5. With the emblem of the blackwinged
6. The grand ordeal
7. Hour of the stellarnaut
8. The mansions of night

Witch Trail – Nithera

De jonge wolven van het Antwerpse Witch Trail wisten me live reeds twee maal van mijn sokken te blazen met hun aanstekelijke en opzwepende mix van black metal en thrash. Als je hun debuut “Nithera” vergelijkt met de eerder verschenen digitale singles en EP’s merk je wel dat het thrash element iets naar de achtergrond verdwenen is. Waar de band op het ouder materiaal wel wat weg had van een Aura Noir, neigt de balans nu wat meer door naar de black metal kant, hoewel nog steeds op smaak gebracht met talrijke uitstapjes naar andere genres zoals classic rock of speed metal (de chugga chugga riffs in “The light spells doom”), stoner/sludge (dé riff van de plaat horen we terug op “Night”) en deathrock. Post-black noemen ze het zelf, hoewel ik bij deze term eerder aan bands als Altar Of Plagues of Deafheaven moet denken. Ook ligt het tempo héél af en toe wat lager dan in het verleden, hoewel het trio op haar best is wanneer ze beuken en swingen als een tiet (wat het merendeel van de speeltijd het geval is). Binnen de nummers wordt duchtig geëxperimenteerd met verschillende ritmes en tempo’s (“Altered state” switcht de snelste beats die we op de plaat te horen krijgen af met eerder Amenra-style sludgeriffs en hoemparitmes) en vellenmepper Laurens laat zich dan ook volledig gaan met inventief en effectief drumspel. Tevens wisselt hij het vocale gegeven af met gitarist Jeffrey, wat voor extra dynamiek zorgt. Ook bassist Hendrik laten we niet onvermeld, want zijn duidelijk-in-de-mix-aanwezige bas vormt het perfecte bindmiddel. Chapeau trouwens voor de organische en dynamische sound want er zijn veel platen van grotere bands die een pak slechter klinken. Je hoort tevens een gebeten en bezeten band aan het werk want het spelplezier spat van dit plaatje af. Hoewel “Nithera” aftrapt met een intro genaamd “Hiding”, hoeft Witch Trail zich allerminst te verstoppen of te schamen voor dit debuut. Behalve de korte speelduur (net geen half uur) heb ik hier weinig of niets op aan te merken.  Met “Nithera” op zak moet het deze jongens absoluut lukken een platenfirma te kunnen strikken!

JOKKE: 81/100

Witch Trail – Nithera (Eigen beheer 2015)
1. Hiding
2. Orlok
3. The light spells doom
4. Nithera
5. Night
6. Altered state

Nordjevel – Nordjevel

Volle gas vooruit is de enige optie die de jongens van Nordjevel kennen. Niet moeilijk als je een snelheidsmonster als Fredrik Widigs (Marduk) in de gelederen hebt om de drumkruk te bemannen. Hoewel de andere jongens een Noors paspoort op zak hebben, draagt hun black metal een overduidelijke Zweedse stempel. De blasts en striemende tremolo riffs van gitarist Nord worden tegen lichtsnelheid op je afgevuurd en scheuren je trommelvliezen uiteen. De restjes die dan nog overblijven worden door de bijtende screams van Doedsadmiral verpulverd. Er speelt blijkbaar ook een bassist mee op de plaat, maar de bastonen van DezeptiCunt (ex-Ragnarok) geraken met moeite doorheen de krachtige maar overgecompresseerde sound. Daar waar Marduk de kunst in de vingers heeft om snelheidsmonsters af te wisselen met beukende mid-tempo krakers, musiceert Nordjevel een stuk rechtlijniger. Afzonderlijk beluisterd zijn de songs bovengemiddeld goed en er wordt strakker gemusiceerd dan de van botox doordrongen smoel van Donatella Versace, maar als plaat in het geheel is er te weinig afwisseling om de boel vijfenveertig minuten lang spannend te houden. Pas wanneer je de tijd neemt om de plaat aandachtig te beluisteren, herken je binnen de verwoestende maalstroom herkenningspunten en kapstokken om je aan vast te houden. Zo bevat het met momenten razende “Denne tidløse krigsdom” ook wel iets melodieuzere passages terwijl “Blood horns” wat thrashier van aard is. De geoefende luisteraar hoort op “Djevelen i nord” en “Norges sorte himmel” Nagash (Troll, The Kovenant) nog een woordje meescreamen en Archaon (1349) voorziet die laatste track tevens van enkele pakkende gitaarsolo’s. Deze meer epische tien minuten durende song wijkt ondermeer door het gebruik van piano en gitaarleads behoorlijk af van de rest van de plaat en gaat meer de Noorse toer op. en De gelimiteerde versie bevat nog een niets toevoegende cover van Slayer’s “Raining blood”. Nordjevel biedt op het eerste gehoor misschien weinig toegevoegde waarde ten opzichte van de Dark Funerals en Setherials van deze wereld, maar wie kickt op snelle en professioneel gespeelde black metal, heeft hier wel een vette kluif aan. Ik vind dit debuut trouwens met gemak de laatste paar releases van Dark Funeral overtreffen.

JOKKE: 79/100

Nordjevel – Nordjevel (Osmose productions 2016)
1. The shadows of morbid hunger
2. Sing for devastation
3. Djevelen i nord
4. The funeral smell
5. Denne tidløse krigsdom
6. Blood horns
7. Det ror og ror
8. Når noen andre dør…
9. Norges sorte himmel

Drawn Into Descent – Drawn into descent

Het druilerige winterweer dat zich aan de andere kant van mijn al-lang-niet-meer-gewassen ramen voltrekt, wordt binnenshuis versterkt wanneer de intro van het gelijknamige debuut van Drawn Into Descent door de woonkamer knalt. Deze inleiding, bestaande uit een cleane gitaarpartij die zich doorheen donderwolken klieft, zou je verwachten op één of ander melancholisch doom metal album. Nu zitten er wel wat doomy invloeden in de muziek van deze Mechelaars, vermits hier allesbehalve snelheidsrecords verbroken worden, maar de screams doen het totaalplaatje toch eerder richting black metal opschuiven. Echter voor een keer eens niet de hondsdolle satanische variant, maar eerder de atmosferische en dromerige mid-tempo sub-stroming die aangevoerd wordt door een Alcest of Lantlos. Soms met een licht-suïcidaal/depressief sfeertje à la Forgotten Tomb of een Noors aandoende versnelling (“The realm of unbecoming”). Bij het schrijven van de muziek kijkt het kwartet niet op een minuutje meer of minder, want sommige songs flirten met de tien minuten grens. Hierdoor ademen de nummers en krijgen ze volop de kans zich te ontpoppen tot een meeslepend en pakkend geheel, waarbij de gitaarleads (al dan niet met een postrock invalshoek) een prominente rol opeisen in het kippenvel verschijningsproces. De rockende riffs aan het einde van “Gallows” creëren een heuse Agalloch vibe ten tijde van hun meesterwerk “Ashes against the grain”. Het organische warme geluid van de productie draagt bij aan de sfeerschepping en maakt het optimaal genieten met het beklijvende “Pariah” als hoogtepunt van de plaat. Puik debuut!

JOKKE: 80/100

Drawn Into Descent – Drawn into descent (Immortal Frost Productions 2015)
1. Prelude
2. Elude
3. Solitude
4. The realm of unbecoming
5. Pariah
6. Gallows

Naðra – Allir vegir til glötunar

De beste frieten komen uit België, de beste olijfolie uit Italië en de beste black metal lijkt de laatste tijd uit IJsland te komen. Misþyrming was ongetwijfeld de sensatie van 2015 en ook binnen Naðra spelen deze vier jonkies een belangrijke rol. De band werd oorspronkelijk opgericht door gitarist Tómas Ísdal (Carpe Noctem, Misþyrming en O) en schreeuwlelijk Örlygur Sigurðarson (Mannveira, O, ex-Abacination, ex-Dysthymia) waarna ze de demo “Eitur” opnamen die meteen een vulkaanafdruk in het black metal landschap naliet. Daar de band ook live potten wou gaan breken (ze staan onder andere op Roadburn) werd de line-up verder aangevuld met gitarist Dagur Gonzales (Misþyrming-mastermind, O, Martröð en het lichtjes fantastische Skáphe), bassist Gústaf Evensen (Misþyrming, Urhrak) en drumbeer Helgi Rafn Hróðmarsson (Misþyrming, Carpe Noctem). Wie de algebra doet, ziet al snel dat Naðra = Misþyrming + andere zanger. Het bestaansrecht van Naðra wordt echter meer dan gerechtvaardigd want, behalve in de heropgenomen demosong “Fjallið”, klinkt de band allesbehalve als een doorslagje van onze favoriete IJslanders. Deze openingssong wordt gekenmerkt door een op-het-randje-van-het-vals-zijnde gitaarsolo die meteen van wal steekt en hierdoor wat met het licht chaotische karakter van Misþyrming lijkt te flirten. In “Sál” en het veertien minuten durende “Falið” wordt het tempo teruggeschroefd en wordt de licht melodische black metal meermaals ondersteund door een subtiele nevellaag aan heroïsche cleane zang. De geest van de oude Noorse goden waart dan ook voortdurend rond in deze meer epische songs. De klassieke intro van “Sár” zet je welgeteld twaalf seconden op het verkeerde been, want meteen daarna gaat het er terug wat heftiger aan toe en perst frontman Örlygur Sigurðarson heel wat verschillende keelklanken uit zijn strot. Een sample waar ik geen jota van versta maakt een einde aan deze knappe song. Ook in hekkensluiter “Fallið” verkeert de band in topconditie want akoestische passages en heroïek gaan hand-in-hand met verpulverende black metal en een lange slepende gitaarsolo die de finale inluidt. In net geen veertig minuten worden vijf paden bewandeld die je de complete vernieling inleiden (weet je ook meteen waar de IJslandse titel voor staat). Ze flikken het weer daar in IJsland! Lees ik bovendien eerder deze week dat geen enkele jongere daar in God lijkt te geloven. Mijn verhuisdozen staan gereed.

JOKKE: 89/100

Naðra – Allir vegir til glötunar (Vánagandr / Fallen Empire / Signal Rex 2016)
1. Fjallið
2. Sál
3. Falið
4. Sár
5. Fallið

Abbath – Abbath

Niets is eeuwigdurend. Lemmy is niet meer en ook Immortal bleek geen eeuwig leven beschoren te zijn. Nu ja, toen Abbath vorig jaar het nieuws naar buiten bracht dat hij Immortal had verlaten, was dat niet alleen een schok voor de (black) metalgemeenschap, maar leek hiermee het doek ook definitief over deze black metal pioniersband gevallen te zijn. Er bleek een serieuze zwartgeverfde haar in de boter te zitten tussen spitsbroeders Abbath en Demonaz Doom Occulta, en het vuil thermisch ondergoed werd buiten gehangen. De eerste werd verweten met een knoert van een alcohol- en drugsprobleem te kampen te hebben. Abbath was het op zijn beurt beu te moeten wachten op Demonaz en Horgh die volgens hem liever op hun luie krent zaten dan een nieuwe album te schrijven en bovendien achter zijn rug een claim hadden gelegd op de bandnaam. Zo lieten de achterblijvers na het vertrek van hun frontman dan ook weten de Noorse fjorden verder te zullen afvaren onder de Immortal vlag. Of dat gerechtvaardigd is, zullen we uitmaken wanneer hun nieuwe album verschijnt. Je kan er immers niet om heen dat Abbath véél meer dan alleen het gecorpsepainte gezicht van Immortal was. Dat een band echter niet altijd staat of valt met wie er achter de microfoon staat, bewezen eerder collega’s Mayhem, Marduk en Gorgoroth ook al. Ondertussen heeft het gelijknamige debuut van Abbath al een hele resem rondjes gedraaid en kan gerust besloten worden dat we blij zijn dat de boomlange Noor terug aan het front is. Hoewel zijn iconische zwart/wit geverfde smoelwerk op de cover van de plaat prijkt, weigert hij alsnog over een soloproject te spreken. Abbath liet zich omringen door bassist King ov Hell, die absoluut geen zittend gat heeft en ook in het verleden reeds deel uitmaakte van I, het soloproject van Abbath. Kanttekening is wel dat King, behalve met Gorgoroth en Sagh, nooit verder dan één album is geraakt met vele van zijn bands/projecten (getuige God Seed, Ov Hell en Jotunspor), dus benieuwd hoe lang het nu zal duren. Op de drumkruk hebben reeds enkele wissels plaatsgevonden. De jonge drumgod Baard Kolstad hield het al na een paar live shows voor bekeken en haalde het grote drugsgebruik (tja) binnen de band als reden aan. Daarna werd de Ier Kevin Foley (Benighted) aangetrokken om onder het pseudoniem Creature, en verscholen achter een masker, de plaat in te trommelen. Vlak voor de op til staande tournee met Behemoth vertrok deze echter ook met de noorderzon en werd zijn positie ingenomen door de Amerikaan Gabe Seeber. U volgt nog? Fijn! Laten we na deze lange intro maar snel overgaan tot de orde van de dag en dat is natuurlijk de veertig minuten muziek die Abbath op ons loslaat. “To war!” trapt het plaatje op een beukende en groovende metalmanier op gang en pas wanneer de uit-de-duizenden herkenbare raspende strot van Abbath invalt krijgt het geheel een extremer (black) kantje. Over het algemeen kan je zeggen dat deze plaat het dichtst aanleunt bij “Damned in black”, de Immortal-plaat uit 2000. De Bathory epiek die de laatste Immortal langspeler “All shall fall” kenmerkte, duikt nog wel op in de midtempo songs “Oceans of wounds”, “Root of the mountain” en “Winter bane“, een nummer dat met zeven minuten speeltijd tevens het langste van de plaat is, maar verder wordt het gaspedaal als vanouds terug regelmatig ingeduwd waardoor “Ashes of the damned” (met subtiel hoorngeschal) en het woest hakkende “Fenrir hunts“ vertrouwd in de oren klinken en de ‘grim and frostbitten’ tijden van “Battles in the north” ook even terug doen herleven. De woorden ‘Count the dead’ van de gelijknamige song worden in het begin precies door de reeds eerder aangehaalde en betreurde Lemmy in hoogsteigen persoon geroepen. Deze afwisselende song is misschien wel de beste van het album. “Abbath” klinkt heel herkenbaar (misschien dat in sommige songs net iets té veel oude riffs herkauwd werden), maar stelt allesbehalve teleur en ik ben dan ook heel benieuwd welke trukendoos Demonaz en Horgh zullen opentrekken om deze plaat op zijn minst te evenaren.

JOKKE: 88/100

Abbath – Abbath (Season of Mist 2016)
1. To war!
2. Winter bane
3. Ashes of the damned
4. Ocean of wounds
5. Count the dead
6. Fenrir hunts
7. Root of the mountain
8. Eternal

Volahn / Shataan / Arizmenda / Kallathon – Desert dances and serpent sermons

De blakkies onder ons kennen ongetwijfeld Les Légions Noires, het mysterieuze Franse black metal collectief dat ondermeer Vlad Tepes, Belkètre en Mütiilation voortbracht. Welnu, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, friemelt een soortgelijke commune zich als een serpent doorheen de Amerikaanse woestijnondergrond, met thuisbasis in Zuid-Californië. We hebben het hier over de Black Twilight Circle, opgericht door Eduardo “Volahn” Ramirez, en bekend om de maalstroom aan gelimiteerde cassettereleases die via het Crepusculo Negro label uitgebracht worden. De vele bands of eenmansprojecten die deel uitmaken van dit roemruchte collectief worden gekenmerkt door een eigenwijze kijk op het genre en vertonen tekenen van incestueus gedrag vermits er vele overlappingen qua line-up zijn. In 2013 werd een compilatie uitgebracht (tongbreker “Tliltic tlapoyauak”) waarop maar liefst zestien BTC-gerelateerde bands schitterden. Vorig jaar kwam er onder de noemer “Desert dances and serpent sermons” opnieuw een noemenswaardige verzamelaar uit, zij het ditmaal echter beperkt tot vier bands, die elk een vrij lange track brengen. De bekendste exploten zijn Volahn en Arizmenda, die beiden in 2014 een fantastische langspeler uitbrachten, respectievelijk getiteld “Aq’Ab’Al” en “Stillbirth in the temple of venus”. Volahn trekt de split op gang met zwoel klinkende Americana en spaghetti-Western gitaarklanken (even denk je aan de soundtrack van “True Blood”) alvorens de boel in overdrive getrokken wordt en overschakelt naar pittige black metal, waarbinnen regelmatig bluesy riffs passeren. ’s Mans interesse in zijn Indiaanse/Mexicaanse erfgoed en cultuur komen duidelijk naar voor in zijn frisse aanpak van het atmosferische black metal genre. Ook Shataan maakt volop gebruik van Indiaanse melodieën, instrumenten en percussieritmes om hun prog-black af te kruiden. De (niet altijd toonvaste) cleane zang, fluit(!) en het mondmuziekske zorgen ervoor dat dit de meest exotische bijdrage op de split oplevert. Daarna wordt de stemming een pak grimmiger wanneer Arizmenda aan de beurt is. Hun USBM leunt dicht aan tegen een Predatory Light behalve wanneer het tempo serieus de dieperik ingaat en we doomy black in onze maag gespietst krijgen. Kallathon trekt dan weer eerder de pagan/black kaart. Hun bijdrage komt traag op gang maar wordt na een minuut of vier de moeite. Wie niet vies is van een snuifje experiment, raad ik aan deze split op te snorren. Iron Bonehead en The Ajna Offensive sloegen immers de handen in elkaar om een mooi afgewerkte vinylversie van deze release te brengen.

JOKKE: 85/100

Volahn / Shataan / Arizmenda / Kallathon – Desert dances and serpent sermons (Crepusculo Negro 2015 – Iron Bonehead/The Ajna Offensive 2016)
1. Volahn – Chamalcan
2. Shataan – Caminando del destino/Desert smoke/Wells run dry
3. Arizmenda – Ropeburn mutilation on the outskirts of life
4. Kallathon – Falling into the horizon, burning into the black twilight

OnderGronds – Kleinere tourende bands de kans geven om in Antwerpen te spelen

De Antwerpse underground scene is springlevend. Dat bewijzen niet alleen de tientallen getalenteerde metal bands (in de ruimste betekenis van het genre) die in en rond het Antwerpse actief zijn, maar ook de vele concerten die er in de stad aan de Schelde aan de lopende band georganiseerd worden. Eén van de belangrijkste (nieuwe) spelers in het opzetten van underground gigs is vzw OnderGronds. Tijd om Jan Cassiers (één van de oprichters en voltijds toffe peer) eens een paar vragen voor te schotelen. (JOKKE)

ondergronds

Dag Jan! Hoewel jullie nog niet zo’n lange staat van dienst hebben met OnderGronds, loopt het precies wel hard. Zo hebben jullie het afgelopen jaar maar liefst 32 shows met Ondergronds op poten gezet. Wat is volgens jou de verklaring dat jullie op relatief korte tijd een vrij groot netwerk hebben kunnen uitbreiden?
Dat ligt volgens mij vooral aan de collaboraties tussen de zalen waar we mee kunnen samenwerken. Zonder het enthousiasme van hen zou het een pak moeilijker zijn. Ook ligt het wel aan de rolverdeling binnen OnderGronds: ieder doet zijn ding waar hij het beste in is en wat hij het liefste doet. Er staat geen druk op de ketel om iets verplicht te doen en dat houdt het ook leuk. En eens je begint met groepen booken gaat de naam wel snel rond in het wereldje…

Ondertussen zijn jullie met een zevental medewerkers die de bezigheden van OnderGronds er naast hun professionele activiteiten, gezinnen en bands nog bijnemen. Hoeveel tijd spendeer je gemiddeld per dag aan OnderGronds en wat zijn jullie ambities?
Ikzelf hou me er toch wel een uurtje per dag mee bezig om zaken op te zoeken en na te kijken of er leuke en goede shows in de aanbieding zijn. Op de dag van de show ben ik vanaf 16h00 bezig om de bands te ontvangen, etc… Daarom ben ik zeer blij dat anderen de soms wel minder leuke werkjes doen, zoals verslagen typen, de boekhouding en de financiën en zo. Ik denk dat “het plezant houden” de belangrijkste ambitie bij OnderGronds is. Ieder van ons doet zoveel hij wil en kan opbrengen. Natuurlijk zou het megagraaf zijn om een eigen zaal te hebben maar dat zal bij een droom blijven vrees ik (Ik had al een zaal maar die werd reeds voor de opening door de buren onmogelijk gemaakt). En als ik echt mag dromen zie ik mij een festival organiseren in de drie zalen van Trix. Maar dat is echt een droom denk ik! 😀

Sinds enkele jaren had je in Antwerpen natuurlijk al de vele Rodeoshows die in de ondergrondse muziektempel Music City georganiseerd werden. De sterkte van deze kleine gigs is dat er telkens vier, vaak vrij uiteenlopende, bands samen op een affiche gesmeten werden en dat deze avonden ideaal waren om nieuwe orkestjes te leren kennen. Vanwaar dan het plan om met OnderGronds ook shows te booken die dikwijls op dezelfde crime scene doorgaan?
Het is inderdaad door die befaamde Rodeoshows dat het bij mij extra is beginnen kriebelen. Als er een Rodeo is probeer ik er altijd bij te zijn, hun relevantie voor muziek is zeer hoogstaand, dus zeker niet te missen als booker. Ze blijven de pareltjes maar opvissen. Het verschil dat wij misschien maken met OnderGronds is dat we toch wel andere genres booken. Bij ons vind je meestal het nog zwaardere werk. Wat niet wil zeggen dat we de zachtere genres weren, maar we organiseren meestal een avond rond één genre of gevoel, terwijl je op een Rodeo verrast kunt worden door de volgende groep. Naar ons kom je denk ik omdat je de muziek kent of iets nieuws in dat specifiek  genre wil ontdekken.

Met OnderGronds focussen jullie meer op black metal, een stroming die veel minder aan bod kwam op de Rodeoshows, en wat ik persoonlijk alleen maar toejuich. Binnen deze scene hebben jullie al vrij grote namen kunnen strikken zoals Svartidauði, Ascension en Hetroertzen. Wie deze acts in het verleden aan het werk wou zien, moest meestal naar Magasin 4 in Brussel afzakken, waarbij A Thousand Lost Civilizations de organisatie op zich nam. Trots dat jullie erin geslaagd zijn om deze shows te kunnen booken?
Zeer zeker! Het was een hele opgave om een tourbus geparkeerd te krijgen in Antwerpen. Maar door de hulp van Peter Daems (Het Bos) hebben we hierdoor heel wat bijgeleerd. Bij zo’n tour komt er toch meer kijken dan ik in het begin had gedacht!

Je hoort meermaals dat bands die voor de eerste keer in Music City spelen eerst zoiets hebben van “waar zijn we nu in godsnaam terecht gekomen?” maar achteraf toegeven dat het dikwijls de tofste shows van de tour waren. Zijn er al bands geweest die weigerden om er op te treden?
Bij ons heeft er nog niemand geweigerd om te spelen maar het heeft inderdaad niet veel gescheeld. De desbetreffende band had dan nog eens een half uur minder tijd om te spelen door pech op de weg, maar achteraf kwamen ze zeggen dat het de beste show was van de tour. We hebben al wel gehad dat de booker op voorhand zij dat ze niet in Music City willen spelen omdat het te klein is,… Dan ga je ze zien in Magasin 4 en staan ze te spelen voor 40 man! Verder hebben we één show moeten cancelen omdat ze niet wilden samenwerken met iemand die een Burzum t-shirt draagt. Al een geluk hadden we die show nog niet aangekondigd! Bovendien werd heel die tour gecanceld omdat ze niet genoeg datums ingevuld kregen

Voor de iets grotere shows verkassen jullie van Music City meestal naar Het Bos, de opvolger van het beruchte Scheldapen. Hoe is deze samenwerking tot stand gekomen?
Ik denk door wederzijds respect voor wat beide doen. Dat is juist het leuke aan Het Bos: ze doen geen zaalverhuur maar ze gaan mee een samenwerking aan. Ook doen we wel eens shows in Jh Babylon in West-malle, ook een leuke locatie met enthousiaste leden.

Onder het concept “A Gathering of Souls” laten jullie ook shows in openlucht doorgaan in de bossen van Zoersel, wat steevast tot een fantastische ervaring leidt (ik kan erover meespreken). Zijn jullie van plan om hier nog een vervolg aan te breien?
Die plannen zijn er zeker maar omdat ik verhuisd ben van Zoersel naar Antwerpen is het wat moeilijker geworden om de juiste contacten te vinden en te onderhouden. En er is altijd de vraag of het al dan niet gaat regenen want dan loopt het wel in het honderd. Maar er gaat er zeker nog één komen!!

Het organiseren van underground shows kan natuurlijk alleen maar toegejuicht worden, hoewel het aanbod met momenten echt wel enorm is en er regelmatig twee, drie of vier opeenvolgende dagen in mijn persoonlijke concertagenda aangestipt zijn. Geen schrik voor een overkill aan shows? Bovendien is het budget van de concertganger ook beperkt. Een euro kan immers slechts éénmaal gespendeerd worden.
Die overkill is er zeker en die is zeker voelbaar in de drukke maanden. Toch ben ik van mening dat je (zeker de kleine) toerende groepen de kans moet kunnen geven om in Antwerpen te spelen. Dikwijls heeft dit dan te maken met vraag en aanbod en zijn groepen al content dat ze een deftige slaapplaats en naftgeld krijgen.

In het Antwerpse heb je naast Ondergronds en Antwerp Music City ook nog Trix, Kavka, de Eglantier in Berchem, Nootuitgang in Edegem en ga zo maar door. Het komt meermaals voor dat er op korte afstand twee shows op dezelfde datum gepland staan zoals in maart het geval is. Terwijl jullie een show met Isvind en Sarkom organiseren, strijken in Kavka Der Weg Einer Freiheit, The Great Old Ones en Harakiri For The Sky neer. Ik kan mij inbeelden dat vele extreme metal liefhebbers beide shows wel willen bezoeken. Niet alleen spijtig voor de muziekfan, maar ook voor de bands want dit vertaalt zich in lagere bezoekersaantallen.
Dit euvel is opgelost! Ik had de rest van de tour gecheckt en in Holland was er hetzelfde probleem. Daar speelt Isvind op 20 km afstand van Secrets Of The Moon. Dus daar hebben we gewoon de datums kunnen wisselen. Dus nu kan je op vrijdag 11 maart naar Isvind in Het Bos en op zondag naar Kavka voor Der Weg Einer Freiheit. En voor de rest is het natuurlijk goed kijken in alle agenda’s om zo weinig mogelijk overlappingen te hebben. Want hier geldt inderdaad nog de wet van de sterkste. Als Heartbreaktunes of Rocklive iets organiseren op eenzelfde datum heb je gewoon pech… en die kijken niet naar andere evenementen.

1929724_1026049794119676_1873294344274502731_n

Wat inkomprijzen betreft hanteren jullie regelmatig het principe van vrije donatie van de aanwezigen in “den hoed”. Hiermee lijken jullie een gulden middenweg gevonden te hebben tussen gratis shows (wat dikwijls (onterecht) laat uitschijnen dat de kwaliteit van de bands ondermaats is) en hoge ticketprijzen, wat dan misschien weer in een lage opkomst resulteert. Werkt jullie aanpak?
We zijn al een tijdje afgestapt van “den hoed” omdat groepen toch graag een gegarandeerde fee willen. Voor Rodeo werkt dit perfect maar voor ons zou het toch soms nadelig zijn om groepen te kunnen strikken. En in principe, wat is nu vijf of zeven euro om een hele avond zoet te zijn?

Met jullie show met Urfaust, Alkerdeel, Lugubrum en A Thousand Sufferings konden jullie voor de eerste maal het bordje “uitverkocht” aan de deur hangen. En dat terwijl een beetje verderop Obituary, Napalm Death en Carcass voor een uitverkochte Trix speelden. Tevreden over hoe die avond verlopen is?
Ik denk persoonlijk dat het niet beter kon zijn, buiten het feit dat ik van Urfaust niks meer weet door die gevaarlijke Bostripel. En inderdaad ongelofelijk  graaf dat beide shows uitverkocht waren. Mijn collega Jo Versmissen had het idee opgevat om de affiche van Eeklo enkele jaren geleden nog eens op poten te zetten, dat was een schot in de roos!!

Op welke show ben je het meest trots dat je hem hebt kunnen verwezenlijken? En welke was de grootste nachtmerrie?
De beste show was A Gathering of Souls III met Grimmsons, Ashtoreth en Grown Below. Daar zat alles perfect!! Ook tijdens Night of Desecration in het Kievitsnest met Hessian, Opium Lord, Terzij de Horde, Wiegedood en Drawn Into Descent zat alles perfect! De show met Abysmal Grief en Saturnine, die last minute cancelden door autopech, was dan weer een hel. Toch nog alle moeite gedaan om vervanging te zoeken: twee dagen ervoor nog een grindcore band erbij gezet om ze uit de nood te helpen, vervanging gevonden en dan komt die grindcore band nog niet opdagen ook! Ach ja, dat hoort er bij hé.

Welke band(s) prijken er bovenaan je verlanglijstje om eens in Antwerpen te laten spelen?
Hmmm, dat is een moeilijke. Er zijn er zoveel…Neem anders Slaugmaur, dan ben ik van het gezaag af van den Aldo. Grootste flater ooit 😉

Tenslotte weet ik dat jij en je partner Kristel regelmatig bands bij jullie thuis over de vloer krijgen om te overnachten. Dat moet ongetwijfeld al sappige anekdotes opgeleverd hebben. Feel free to share one with us!
What happened in den herberg, stays in den herberg!” 🙂 Maar 95% van de tijd gaan de bands meteen slapen omdat ze doodmoe zijn van onderweg te zijn.