Maand: februari 2016

Wildernessking – Mystical future

Of black metal hip(ster) is in Afrika weet ek nie. Zwartmetaal en die swart kontinent: as jy dit so bekyk sou dit ’n match moet wees, maar in werklikheid is ’n swart medemens wat black metal speel eerder die uitsondering as die reël. Wildernessking moet so wat die mees bekende band uit Suid-Afrika (en Afrika tout court) wees. Dit uit Kaapstad afkomstige viertal is met “Mystical future” aan haar tweede langspeler gekom, maar het sedert debuut “The writing of gods in the sand” uit 2012 nie stilgezeten, want in hierdie tydperk verskyn ook nog twee EP’s en twee splits. Nou kan jy twee voorbehoude maak by my intro. Ten eerste het die band wel deeglik Afrika as basis, maar hul huidkleurtje leun tog redelik naby aan die ons aan, dus die stelling uit die intro van hierdie review word weer eens bevestig. Ten tweede leun hul black metal eerder na die soort “bomenknuffelaars black” waar duivelsverering en okkultisme ver soek is waardeur die scene puriste Wildernessking nie as black metal sal katalogisering. Wat doen dit daar eintlik almal toe? Ek het Wildernessking steeds ’n goeie middenmotor gevind qua atmosferiese black metal band, maar op “Mystical future” tree hulle nog ’n trappie hoër na die top, hoewel dit eintlik vyf songs betref wat geskryf is tussen januarie 2012 en september 2013 en in 2014 verewig is . Wat my so hou aan hierdie plaat is die (h) eerlike organiese sound waardeur jy byna na ’n live plaat lyk te luister, ’n verademing tussen die vele hedendaagse kliniese en overgecompresseerde produksies. Hierdeur kom Wildernessking in die vaarwater van Fen, wat daar ’n soortgelyke benadering op nahouden en waarmee daar ook op musikale vlak die nodige parallelle getrek kan word. Hoewel die musiek nie van die hardste in haar soort is, word dit geneutraliseer deur die rou (maar ietwat eentonige) vocalen. Dit spanningsveld doen gereeld aan Deafheaven dink, hoewel hierdie laaste die versneller wel ’n pak meer induwen. Ek betrap my gereeld op die meefluiten van die pakkende melodieë wat byvoorbeeld in ’n songs soos “I will go to your tomb” geëtaleerd word. “To transcend” is die ruspunt op die plaat waarin die postrock invloede bo kom dryf sonder in clichés te verval, hoewel hierdie song tog nie volledig weet te oortuig. Gee my dan maar “With arms like wands” waar die melodieuse lei oortyd maak maar gedrapeer word oor ’n rou black metal fond. Die uitgezette lyne van die beginriff van “If you leave” is héél dank verskuldig aan “Earth: As a womb” van Altar Of Plagues maar word daarna gekleur deur die vroulike bezwerende koor van Alexandra Morte totdat die screams van frontman / baskitaarspeler Keenan Nathan Oakes terug die aandag opeis en daar ’n epiese eindspurt genre ou Alcest ontplooi word wat ongeveer elke haartje op my katedraal van ’n liggaam doen rechtkomen. Mooi en pragtige plaat.

JOKKE: 82/100

Wildernessking – Mystical future (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2016/Sick Man Getting Sick Records 2016)
1. White horses
2. I will go to your tomb
3. To transcend
4. White arms like wands
5. If you leave

Primeval Mass – Wilskrachtige individuen vinden steeds een waardige manier om te overleven

Het Griekse Primeval Mass blies me vorige maand van mijn dikke geitenwollen sokken met een album waarop razende black metal en opgefokte thrash en speed metal hand-in-hand gaan. Vermits deze band onontgonnen terrein was voor ondergetekende besloot ik bezieler Orth, naast tzatziki en fetakaas, maar eens wat vragen voor te schotelen. (JOKKE)
Primeval Mass.jpg

Hail Orth! Hoewel ik de extreme metal undergroundscene met grote interesse volg, moet ik schoorvoetend bekennen dat ik nog nooit van Primeval Mass gehoord had. Ik leerde je band kennen via een link die de Australische black/death band Awe op haar Facebookpagina postte. Ik vermoed dat je band bij het gros van de Belgische metalheads niet meteen een belletje zal doen rinkelen. Daarom had ik graag geweten waarom je indertijd Primeval Mass in het leven hebt geroepen?
Gegroet en bedankt voor dit interview! Het was mijn persoonlijke drang naar muzikale en tekstuele expressie en het creëren van iets unieks dat heeft geleid tot de oprichting van Primeval Mass. Toen de visie van wat Primeval Mass zou moeten zijn, vorm had gekregen en het essentiële technische niveau bereikt werd, werden de eerste demo’s gereleaset.

Op een vrij onbekend label zitten (Katoptron IX Records), is waarschijnlijk één van de redenen waarom Primeval Mass niet zo gekend is (tenminste in België). Ben je tevreden over het label?
Ik werk zelf voor het label, dus ja. Vooraleer ik besloot mijn muziek enkel via Katoptron IX uit te brengen en te verdelen, heb ik samengewerkt met andere underground black metal labels, en hoewel ik tamelijk tevreden was met het werk dat zij verrichtten, is de respons significant toegenomen bij de laatste twee albums en dan vooral bij “To empyrean thrones”. Geen idee eigenlijk waarom primeval Mass niet gekend is bij jullie. Feit is wel dat we onze releases nooit over-gepromoot hebben en het aantal mensen dat naar onze muziek luistert was nooit een doel op zich.

To empyrean thrones” is, naast een reeks demo’s en splits, reeds jullie derde langspeler. In tegenstelling tot de vorige albums, die het resultaat waren van groepswerk, werd de nieuwe plaat volledig door jou geschreven en ingespeeld. Wat heeft tot deze beslissing geleid? En in welk opzicht onderscheidt de nieuwe plaat zich van het oudere werk? Technisch gezien was enkel de eerste helft van ons debuut (wat eigenlijk de eerste demo is) een bandresultaat, vermits dat het enige Primeval Mass album is waarop een volledige permanente line-up te horen is. Ik had een erg specifieke visie voor “To empyrean thrones” die volledige controle vroeg over de arrangementen en uitvoering, waardoor ik besloot alles zelf te doen. Eigenlijk is dit reeds sinds dag één het geval aangezien ik alle muziek componeerde en exacte aanwijzingen gaf aan de andere leden, zowel de sessiemuzikanten als permanent bandleden. Behalve de workload is er dus geen al te grote wijziging qua modus operandi op het nieuwe album.
Wat betreft de verschillen tussen het huidige werk en de oude albums kan ik zeggen dat de kern van onze sound steeds intact gebleven is, maar dat er bij elk Primeval Mass album verbeteringen kwamen en evolutionaire stappen vooruit gezet werden. Tenslotte zie ik geen reden om een plaat uit te brengen als er in vergelijking met de voorgaande geen relatief hoorbaar verschil is. Tussen ons debuut “As solemn maelstrom…” en “Blood breathing idols” werden minder voor de hand liggende elementen een duidelijker en onverbreekbaar geheel van onze muziek, waardoor er meer ruimte ontstond voor experiment, zonder in te boeten aan agressiviteit. Dit was de eerste grote stap. Op “To empyrean thrones”diepte ik de zaken die werkten verder uit en verbeterde ik de dingen die aan verbetering toe waren. De heavy metal en thrash invloeden zijn nu nóg duidelijker aanwezig en klinken donkerder en tegelijkertijd bracht ik, op het eerste zicht tegenstrijdige, nieuwe elementen aan zoals op “Behind the watching shadows”. Ik ben nog steeds 100% tevreden over beide vorige albums maar “To empyrean thrones” is qua technische context veruit de beste opname en uitvoering die ik ooit gedaan heb met tegelijkertijd het meest agressieve, solide en atmosferische resultaat.

Ik moet zeggen dat ik erg onder de indruk was toen ik vernam dat het album het resultaat was van het werk van slechts één man. Het niveau van je muzikaal vakmanschap (zowel gitaar, bass, drum en zang) is erg hoog. Op welke leeftijd ben je begonnen met muziek spelen en wat triggerde je om muzikant te worden?
Dank je. Ik begon op de leeftijd van dertien jaar en was dan reeds één à twee jaar into metal. Zoals eerder gezegd was de voornaamste reden mijn verlangen iets unieks te creëren, geïnspireerd door mijn favoriete bands.

We hebben hier duidelijk met een multi-instrumentalist van doen, maar beschouw je jezelf eerder als een gitarist of drummer? Welk instrument beheers je het best?
De gitaar is mijn belangrijkste instrument, het eerste dat ik begon te spelen en nog steeds het meest geschikte om te componeren. Ik ben ook nieuwe instrumenten aan het leren die nieuwe deuren openen op gebied van songwriting, ongeacht het feit of ze op toekomstig werk gebruikt zullen worden.

Impliceert het feit dat je alles alleen doet dat het onmogelijk is voor Primeval Mass om liveshows te spelen? Of kan je beroep doen op sessiemuzikanten om je live uit de nood te helpen?
Onmogelijk niet, maar in elk geval is live spelen geen prioriteit, laat staan een concreet plan. Ik zou tevens nooit een live show willen geven met een band die meer sessiemuzikanten dan vaste leden telt. Het is echter mogelijk dat er nieuwe bandleden bijkomen in 2016, waardoor de zaken op dit gebied wel eens zouden kunnen veranderen.

Waarvoor staat de albumtitel To empyrean thrones” en is er een link met het uitmuntende cover artwork?
Zoals bij elke Primeval Mass release is de betekenis opnieuw multi-layered waarbij terugkerende thema’s zoals transcendentie in verschillende contexten behandeld worden. Ik ga hier niet vasthouden aan de keuze voor het woord “empyrean” en de correlatie met Chaos, maar zal een kleine analyse geven, bekeken vanuit een lichtjes ander standpunt: “To” markeert de constante beweging om Jezelf voortdurend voorbij de illusionaire barrières van de materiële wereld (“empyrean”) te pushen, altijd voorbij de beperkende attributen die het Ego met zich meebrengt, op weg naar triomf (“thrones”) en onsterfelijkheid. Om het Innerlijke Vuur  (= pyr) te verlichten, te doen groeien en te ondersteunen naar een levend eindeloos Zelf. “To empyrean thrones” kan ook vertaald worden als “towards the ultimate enthronements” en aangezien Vrije Wil grenzeloos en onoverwinnelijk is, zijn dit de dingen die nog geen voortdurend doel zijn geworden. Laten we er niet verder op ingaan om de luisteraar zo de vrijheid te geven dieper op de teksten in te gaan en de geheimen van het fantastische artwork van Karmazid te ontdekken.

Ik hou echt van de ruwe en energieke thrash/speed metal vibe die in jouw black metal vervat zit en me meermaals doet denken aan het geweldige Absu. Het onderscheidt jou ook van het merendeel van de andere welgekende Griekse black metal bands. Heb je veel contact met je collega’s of ben je eerder een Einzelgänger binnen de Griekse scene?
Sommige van mijn vrienden spelen inderdaad in andere black metal bands, hoewel dit niets te maken heeft met vriendschap – we zijn vrienden die elk hun band hebben, niet omgekeerd. Ik beschouw mezelf niet als deel van een Griekse of andere scene, daar deze term dezer dagen geen betekenis meer heeft zoals twintig à vijfentwintig jaar geleden en ik het land van oorsprong niet als een criterium gebruik om mijn favoriete bands te categoriseren.

Je bent ook actief in de black metal band Eschaton, waar ik nooit van gehoord heb. Wat is het grootste verschil tussen beide bands?
De muziek van Eschaton bevat duidelijke invloeden van jaren ’90 Noorse en Griekse black metal en het is absoluut ons doel niet om een eigen identiteit verder te ontwikkelen. Op “Unshaken” (het enige album dat ik schreef en waarop ik te horen ben nadat ik hen in 2011 vervoegde) bracht ik een meer melodische aanpak, maar dat is absoluut het verste dat ik daarin wil gaan. We gaan nu eerder terug naar een ruwere sound.

Griekenland heeft het hard te verduren gehad tijdens de economische crisis. Heeft dit enig effect gehad op jou als muzikant en als burger zijnde? Is er verbetering merkbaar of is het nog steeds een strijd om te overleven voor de meeste Grieken?
Dit is van geen groot belang voor mij als burger en nog minder als muzikant, zeker gezien het feit hoe hard de crisis voor sommige mensen is geweest. De situatie is duidelijk nog niet aan de beterhand maar de wilskrachtige individuen vinden steeds een waardige manier om te overleven.

“Amongst the ruins of cosmos…to amaranthine empyrean thrones”!

Lothorian – Uiteindelijk draait het allemaal om de muziek

Liefhebbers van het betere sludge-, stoner- en doom-beukwerk hebben ongetwijfeld het Limburgse Lothorian ooit ergens ten velde van jetje zien geven ter promotie van hun demo EP “Weldweller”. Nadien werd hard aan de eerste langspeler “Beyond the astral mind” gesleuteld, die nu eindelijk na een erg onzekere en duistere periode op de mensheid losgelaten wordt. En het is een debuut geworden om trots op te zijn! Hoog tijd om deze sympathieke landgenoten eens aan het woord te laten op Addergebroed. (JOKKE)

Lothorian.jpg

Hey mannen! Ik wil het met jullie natuurlijk hebben over jullie fantastische debuut, maar eerst zou ik enkele jaren terug in de tijd willen gaan. In 2013 brachten jullie de EP “Welldweller” uit, die best positief ontvangen werd door de scene. Daarna speelden jullie je vooral middels energieke en strakke live shows in de kijker van de heavy meerwaardezoeker. Hoe kijken jullie zelf terug op de release van deze EP?
Hey Johan! Lothorian is onze eerste echte band waar we meer mee deden dan alleen wat samen spelen. Toen we met Lothorian begonnen in de zomer van 2011, speelden we zo goed als elke dag en hadden we in drie maanden tijd onze EP geschreven en zijn toen de studio ingetrokken. Alles ging heel snel maar Robin Carlo van Safehaven Recordings heeft ons hierbij mooi geholpen. Voor ons was alles nieuw en spannend en we hebben veel bijgeleerd tijdens de opnames en zijn zeer tevreden over het resultaat. Het heeft een jaar geduurd vooraleer de EP uiteindelijk gereleased werd en in die tijd hebben we vooral veel gerepeteerd en live gespeeld. We waren met drie maar al snel kwam de idee er een tweede gitarist bij te nemen want natuurlijk doet dat veel aan het geluid en de mogelijkheden vergroten enorm. Onder de nieuwe bezetting hebben we nieuwe nummers geschreven en live gespeeld. Zo is Thomas Berger er ook bijgekomen, om als extra zang mee te doen maar uiteindelijk nam Berger de zang voor zich alleen. We hebben veel veranderingen doorstaan en zijn tot de conclusie gekomen dat het gewoon het beste werkt onder de eerste line-up, met z’n drie.

Ik heb jullie enkele keren live aan het werk waarbij drummer Jurgen sporadisch de vocalen voor zich nam, afgewisseld met backing vocals van gitarist Thomas Francot. Soms hadden jullie echter ook een zanger mee (Thomas Berger). Met hem als frontman klonken jullie plots een pak meer als een Amenra, daar hij zich van typische screams bediende, in plaats van de met echo doordrongen vocalen die eerder gangbaar zijn in het doom/stoner-wereldje. Het was mij ook niet altijd even duidelijk of jullie met hem ook nummers van “Welldweller” brachten. Verlicht mij!
Welldweller” hebben we gemaakt toen we net begonnen met Lothorian, met ons drie (Jeroen, Thomas en Jurgen). Sinds er leden zijn beginnen bijkomen hebben we een volledig nieuwe set gemaakt om het zo muzikaal gescheiden te houden. “Welldweller” hebben we dus ook enkel met ons drie live gespeeld, tevens dezelfde line-up die we nu hebben. Er zijn enkele nummers die we samen met Thomas Berger hebben gemaakt die wel op onze nieuwe plaat staan (zoals “Forbanned“) en die we nog steeds live spelen, maar waar Jurgen een geheel nieuwe zanglijn op heeft gezet.

Jullie maakten op een bepaald ogenblik ook deel uit van de Staalhard-compilatie waar onder andere ook Black Swarm, Your Highness, Toxic Shock, Cheap Drugs en VVovnds aan meewerkten. Hoe zijn de organisatoren van dit project bij jullie terecht gekomen en heeft jullie deelname aan deze verzamelaar hierdoor andere deuren geopend?
Geen idee hoe ze toen bij ons zijn terecht gekomen. Misschien omdat onze EP toen nog niet zo heel lang uit was en we in die periode veel live speelden? “Staalhard” vonden wij een héél cool concept, niet alleen omdat dit allemaal enorm goede bands zijn die samen op een LP werden gezet, maar ook omdat dit voor ons één van de coolste live shows was die we ooit hebben gespeeld als band. Dit hele concept was ook héél goed geregeld en bedacht.

Jullie trokken ook de hort op met het Italiaanse Caronte met optredens in zowel binnen- als buitenland. Leuke tijd beleefd neem ik aan?
Dat was een te gekke periode met super chille en coole kerels. De shows die we samen hebben gespeeld konden perfect het begin zijn van een lange vriendschap maar dat is helaas de mist ingegaan. Maar dat zijn oude koeien, die laten we in de gracht.

Uiteindelijk zijn jullie in de Realsound Studio in Parma beland voor de opnames van “Beyond the astral mind”. Hoe zijn jullie daar terecht gekomen en hoe is het opnameproces verlopen?
Zij hebben ons gecontacteerd via mail, hier was dan ook het label aan verbonden. Wij waren hier direct vrij enthousiast over aangezien wij dit ook meteen als een vakantie zagen. De studio zelf was te gek, de producers zelf ook, en de omgeving waar de studio lag was adembenemend, enorm veel natuur. Het opnameproces verliep sneller dan we op voorhand hadden gedacht. Zo hadden we veel tijd over waardoor er meer aandacht is gegaan naar de mix en de master van het album .

Voor de release van “Welldweller” kregen jullie steun van Acid Cosmonaut Records. De nieuwe plaat verschijnt echter in eigen beheer. Tijdens jullie recente show met Briqueville lieten jullie uitschijnen dat het niet veel had gescheeld of de plaat was er nooit gekomen. Vertel eens waar het allemaal mis liep?
De plaat ging er sowieso komen maar uiteindelijk niet meer onder de hoede van het label. We hadden er moeite mee dat we er een paar jaar aan vast zaten en zelf niet met de nummers konden doen wat we willen. We zijn uiteindelijk na een lange stilte met het label tot een overeenkomst gekomen en hebben het contract kunnen verbreken. Het is ook veel fijner om alles zelf te releasen, we bereiken er alleen niet zoveel mensen mee als dat het label zou bereiken maar dat maakt ons niks uit.

Voorlopig is “Beyond the astral mind” enkel te beluisteren via jullie Bandcamp pagina en zie ik nergens info over een fysieke release? Geen plannen op dit vlak? Het zou immers zonde zijn als ik (en menig liefhebber met mij) jullie album niet in de platenkast zou kunnen bijzetten.
Wij zouden natuurlijk niets liever willen dan het album uit te brengen op plaat! Maar voorlopig hebben we daar nog niet echt werk van gemaakt omdat wij het album gewoon online wilden hebben staan, zodat mensen het kunnen beluisteren. De bedoeling is nu ook om het album als free download online te zetten, zodat geïnteresseerden het toch digitaal kunnen hebben, eventueel helemaal gratis. Er is niets zo vervelend als je eigen album, dat je bijna een jaar geleden hebt opgenomen en waar je veel tijd en geld hebt ingestoken, op je pc te hebben staan maar dat je niet naar de buitenwereld mag sturen omdat je vast zit aan een contract. Daarom hebben we nu ook bewust gekozen om het album in eigen beheer als free download online te zetten. Want uiteindelijk draait het allemaal om de muziek.

Wat vinden jullie zelf het grootste verschil tussen “Beyond the astral mind” en “Welldweller”?
Goh. Er zit over heel de lijn een groot verschil tussen de nummers. Toen we met Lothorian begonnen hebben we de nummers van “Welldweller” vrij snel gemaakt en opgenomen. Sindsdien hebben we veel line-up wijzigingen gehad, meningsverschillen, verschillende invloeden, … waardoor de muziek ook veranderd en geëvolueerd is. Wij hebben nu ook zelf gemerkt dat het met ons drie het beste werkt. Wij zitten qua muzikaal denken op dezelfde golflengte. Tenslotte verandert er op vier jaar tijd veel tussen twee albums; je evolueert ook in het spelen zelf.

Gitarist Thomas bewijst zowel in Lothorian als in Mantis dat hij niet veel moeite heeft om de ene na de andere killer riff uit zijn mouw te schudden. Welke plannen zijn er nog met Mantis?
Haha, met Mantis zijn er verschillende plannen in de toekomst. Als eerste brengen we, in samen werking met een kunstenaar en fotograaf, begin maart onze eerste EP uit via een nieuw label in Gent genaamd “Wervel”. Verder hebben we al redelijk wat shows op de planning staan voor 2016 en gaan we dit jaar nog iets nieuws opnemen en hopelijk ook uitbrengen.

Wat mogen we nog van Lothorian verwachten in de nabije toekomst?
Dat zal de tijd uitwijzen. We gaan blijven spelen en eens diep bezinnen, maar live shows laten we voorlopig achterwege.

 

Witch Trail – Onvoorspelbare wendingen

De Belgische metal-kweekvijver bruist momenteel van het talent en vele bands moeten niet onderdoen voor de buitenlandse concurrentie. Dat er héél veel spannende dingen gebeuren in de vaderlandse underground bewezen we met Addergebroed de afgelopen weken door onder andere Cult Of Erinyes, Drawn Into Descent, Lothorian, A Thousand Sufferings en Witch Trail aan bod te laten komen. Die laatste vier bands kregen elk grote onderscheiding en dat telkens reeds voor een debuutplaat! Aan het woord is Witch Trail die aan een heksenjacht doorheen stad en platteland bezig zijn. (JOKKE)

Witch Trail

Gegroet! Jullie geweldige debuut “Nithera” vormde mijn eerste kennismaking met Witch Trail. Groot was mijn verbazing echter toen ik een blik op jullie discografie wierp en zag dat jullie old skool style reeds een hele resem demo’s, splits, EP’s en digitale singles op jullie palmares hebben staan. Hoe verhouden deze releases zich onderling tot elkaar en wat is het grootste verschil met “Nithera”?
Jef: Jow! De vorige releases waren twee EP’s (“The witch’s trail” en “Call from the grave”) in een andere stijl: meer metalpunk en black/thrash. We waren altijd al geïnteresseerd in genres buiten dat, zoals black metal en death metal, maar dat verwerkten we toen niet in onze muziek. Op een gegeven moment waren we meer geneigd dat wel te doen omdat we voelden dat er iets tekort kwam, en omdat metalpunk na een tijd gewoon wat saai werd om te spelen, dus begonnen we meer doom en black metal erin te steken, met als eerste worp “Night”, dat op onze cd “Nithera” staat.
Laurens: De vorige releases waren een pak simpeler, meer straight-forward metalpunk. Onze interesses begonnen na verloop van tijd te veranderen. Onze huidige bassist heeft ons getoond dat er na de jaren tachtig ook platen gemaakt zijn, zoals het debuutalbum van The Vengaboys. We luisterden altijd al graag naar andere dingen, maar met Hendrik zijn die invloeden ook doorgedrongen in de muziek.
Hendrik: Ik zat ten tijde van de EP’s nog niet in de band, dus ik kan oprecht zeggen dat ze ongelofelijk brak zijn. Maar als je weet wat voor een ijdeltuiten Laurens en Jeffrey zijn, verbaast het mij niet dat ze het zelf nog goed vinden ook! Toen ik erbij kwam voor de opnames van “Nithera” was de sound wel al aan het veranderen, maar ik denk dat ik dan de nagel in de doodskist heb geklopt.

Met welke reden hebben jullie Witch Trail in 2012 in het leven geroepen en hoe zagen de eerste levensjaren van de band eruit?
Jef: Ik was eens met onze vorige bassist Roel op een feestje waar strontzatte Laurens kwam binnen gewaaid, die we niet kenden. Hij begon te lallen dat hij in een band speelde en gitarist was, maar een drum thuis had staan. Een paar weken later hebben we eens gejamd, bleek dat daar niets van aan was, maar we zijn toch maar blijven lawaai maken.
Laurens: Jeffrey en Roel hadden een drummer nodig, ik kon niet drummen. Raad eens wie ze als drummer namen? We wilden alle drie graag een band beginnen, maar konden geen drummer vinden, dus heb ik die taak op mij genomen. De eerste optredens waren kut, maar gaandeweg zijn we beter geworden.
Hendrik: Ik ging vroeger wel al eens mee om te gaan kijken, veel plezier gehad. De derde show, in Amsterdam, was ook heel tof, maar voor de muziek moest je niet meegaan natuurlijk.

Jullie stijl laat zich omschrijven als black metal met een dodelijke injectie thrash en speed, hoewel die laatste iets gematigder tot uiting komt op “Nithera”. Deze invloeden dateren uit de jaren tachtig toen jullie überhaupt nog niet geboren waren. Vanwaar jullie interesse in deze muziekstijl en hoe zijn jullie met metal in aanraking gekomen?
Jef: Mijn pa raadde mij vroeger dikwijls Motörhead, AC/DC, Iron Maiden, … aan, aangezien hij hier vroeger grote fan van was. Gaandeweg raakte ik meer geïnteresseerd in metal, en nu ben ik het die tien jaar later hem Lugubrum en consoorten aanraadt. Pa komt ook naar bijna elke show kijken, ’t is die met zijn lang grijs haar en volle baard. Naast metal luister ik ook nog andere dingen zoals post punk of carnavalmuziek.
Laurens: Mag ik een hulplijn bellen?
Hendrik: Ik denk dat het echt begonnen is met een Black Sabbath CD uit een doos op zolder en dan verder gegroeid is, alhoewel ik via een nonkel daarvoor nog The Sisters of Mercy leerde kennen en The Cure. Maar dat leek toen ver te staan van mij en mijn leeftijdsgenoten dus dat heb ik dan later pas een beetje leren plaatsen. Thrash en meer typische metalstijlen uit mijn/onze tienerjaren hebben wel een invloed op de muziek of onze speelstijl gehad maar staan sinds “Nithera” vorig jaar en al zeker bij het nieuwe materiaal, op de achtergrond ver achter de invloed van sludge of post-metal bijvoorbeeld.

Op jullie Facebookpagina omschrijven jullie jezelf als post-black metal. Nu denk ik bij deze term eerder aan bands als Altar Of Plagues, Deafheaven of Downfall Of Gaia. Vanwaar deze keuze om het beestje zo te omschrijven?
Jef: De benaming komt eerder van het feit dat er wel meerdere “post”-genres in onze muziek zitten, waaronder post-metal, post-punk (zeker in recentere nummers, minder op de plaat), post-black metal, …
Laurens: We noemen het post-black metal omdat we niet persé black metal willen spelen. We spelen gewoon wat in ons opkomt, en daar moet een genre op geplakt worden.
Hendrik: Uiteindelijk is het ook maar een benaming, veel maakt het in principe niet uit.

Waarvoor staat de titel van jullie plaat en welke thema’s worden er zoal behandeld?
Jef: Thematisch worden er een beetje de klassieke thema’s behandeld, om het een naam te geven: melancholie en duisternis. “The light spells doom” is gebaseerd op een verhaal van Lovecraft, “Orlok” op de film “Nosferatu: The vampyre” uit 1979. De titel is een verbastering van het woord “nether”.
Hendrik: Ik heb geen idee. Iets duister en/of onnozel ongetwijfeld.

Sommige van jullie songs hebben onvoorspelbare wendingen wat het zaakje boeiend houdt. In jullie live set komt ook een song voorbij met een hoog new wave/deathrock gehalte. Deze song hoor ik niet terug op jullie debuut. Betreft het hier een nagelnieuw nummer?
Laurens: Ja, we zijn druk bezig met een volgende release. De nieuwe nummers spelen we al live. In het nieuwe materiaal zitten veel deathrock/new wave invloeden gemixt met black, doom en sludge metal. De onvoorspelbare wendingen in onze nummers zijn een beetje onze gimmick aan het worden. We schrijven tegenwoordig nummers heel impulsief zonder enig vooropgesteld doel, met het gevolg dat structuur vaak ver te zoeken is.
Hendrik: Als een nummer onvoorspelbaar is, en dan bedoel ik wat er muzikaal wel interessant is zonder te willen voldoen aan grenzen die je op voorhand trekt, is het meestal ook een beter nummer in mijn ogen. We proberen het wel in een samenhangend geheel te gieten en soms gaan riffs wel eens natuurlijk over in iets anders tijdens het jammen en dat eindigt dan wel in een nummer. Maar op “Verse-Chorus-Verse-Chorus-Bridge-Solo-Chorus” ga je ons niet veel betrappen. We hebben drie nieuwe nummers op dit moment sinds het album.

Voor de opnames van “Nithera” trokken jullie naar de RPM Studio en de mix en mastering was in handen van Viktor Walschaerts (Celestial Event Studio). Tevreden over het opnameproces? De plaat klinkt in elk geval ruw maar erg goed en ligt niet gek ver weg van jullie dynamische live sound.
Laurens: De opnames waren nogal stuntelig, we hebben alles moeten opnemen in één dag wilden we toekomen met ons budget, maar we zijn tevreden met het resultaat. Georgios (Nuclear Devastation) heeft gezorgd voor de opnames in RPM Studio, en Viktor (Bones) heeft ons enorm geholpen door de tracks op korte tijd af te krijgen.
Jef: We zijn van ongeveer twee uur ’s middags tot drie uur ’s nachts bezig geweest in die studio. Echt een slopend proces. Natuurlijk waren we zo onnozel geweest om de vocals ook nog erbij te lappen, in plaats van die gewoon de volgende dag te doen, waardoor we na afloop zowat gereed waren voor een houten kist in de grond.
Hendrik: Ik ben de dag erop mijn kist zelfs niet uitgekomen. Onze volgende opname doen we in een hotel in Sint-Maarten in de Caraïben, op minstens twee weken.

Viktor kennen we als vellengeselaar bij het eveneens geweldige Bones. Jullie drummer Laurens heeft deze band recent ook vervoegd op de positie van basgitaar, een instrument dat hij in het verleden ook reeds ter hand nam bij Hämmerhead. Beschouwt hij zich in de eerste plaats als drummer of als bassist?
Laurens: Bassen en drummen zijn slechts bijzaken, het liefste bespeel ik de stampofoon.
Hendrik: Ik denk dat wij hem vooral ten eerste als primaat beschouwen, dan als stampofonist, en ten derde als cafeïneverslaafde.

In black metal kringen lijkt imago heel belangrijk. Hoewel ik absoluut vind dat dat bijdraagt aan de sfeerschepping tijdens live concerten gaat het bij sommige orthodoxe bands wel soms de kitcherige/carnavaleske kant op. Jullie pakken het subtieler aan middels stijlvolle kleding en een grote kandelaar. Doordacht of lopen jullie zo in het dagelijkse leven ook rond?
Laurens: Ik kleed me dagelijks met kwaliteitsvolle H&M © kleren. Om er net zo stijlvol uit te zien als Witch Trail, rep je je naar de dichtstbijzijnde H&M © winkel voor de nieuwe wintercollectie! Twee broeken kopen = één gratis! Aanbieding geldig tot 27/2/16.
Jef: Die kleren zaten bij mijn toelatingsbrief voor het Sint Lucas Kunstonderwijs, Gent. Als ik ze niet droeg, vloog ik eruit. De kandelaar hebben we op de kop getikt in Tubel Squat Gent in ruil voor een show, in plaats van naftgeld kregen we dat ding mee, haha. Goeie deal!
Hendrik: Op die show had ik de enige shirt aan die nog niet vuil was (ze was blijkbaar toch al vuil) zonder voze print en een broek die niet teveel afzakt bij het opstellen en afbreken van het gerief. Ik denk dat we blij mogen zijn dat er toch iets van sfeer wordt ervaren.

Nithera” verschijnt in eigen beheer maar de kwaliteit is zo goed dat het me zou verbazen als jullie hier geen deal met zouden kunnen verzilveren. Nog niet benaderd door een interessant label?
Laurens: We zijn eens benaderd geweest door een NSBM label, maar daar willen we ons niet mee associëren. Voor de rest hebben we jammer genoeg geen aanbiedingen gekregen.
Hendrik: “Nithera” moest geperst zijn zodat we ermee op de geplande tour konden vertrekken. En het is vrij makkelijk en vooral weinig bullshit om het zelf te doen, dus we hebben toen niet actief gezocht naar een label. Voor de volgende release gaan we eventueel wel een label zoeken. Dat van die NMBS deal wist ik zelfs niet, hah.

Wat heeft de nabije toekomst nog in petto voor jullie?
Laurens: De nabije toekomst.
Jef: Hopelijk een pizza als ik subiet wat geld bijeen kan scharten.
Hendrik: Hopelijk veel shows, een nieuwe release en andere excuses om wakker te worden met een kater maar toch het gevoel te hebben dat je iets nuttig gedaan hebt.

Urgehal – Aeons in sodom

Ik denk niet dat het een goed idee zou zijn om een “featuring” stickertje op de voorkant van “Aeons in sodom” te kleven, want van het hoesontwerp zou niet veel meer overblijven. De navolgende bespreking van het nieuwe album (en tevens zwanenzang) van het Noorse Urgehal is er immers één met een serieuze waslijst qua namedropping. Oprichter en bezieler Trondr Nefas (o.a. ook Beastcraft en Angst Skvadron) kwam in 2012 onverwacht te overlijden (natuurlijke doodsoorzaak voor een keer) in volle voorbereiding van de nieuwe plaat. Nadat het rouwproces gevorderd was, vervolgde compaan Enzifer het schrijfproces totdat er voldoende materiaal was om een laatste eerbetoon te brengen aan de overleden frontman. De Noor is postuum als sologitarist te horen op deze schijf maar om de songs vocaal in te vullen (en indien nodig van teksten te voorzien), konden Enzifer en drummer Uruz beroep doen op de crème de la crème van de Noorse black metal scene. Meteen een teken dat Trondr Nefas een respectabel muzikant was die op veel erkenning kon rekenen van zijn collega’s (vergiet niet dat Urgehal reeds in 1992 opgericht werd!). Het album is bij deze ideaal om een quizavondje “True Norwegian Black Metal” te organiseren waarbij je de naam van de schreeuwlelijkerd achter de microfoon mag raden. Nocturno Culto mag de spits afbijten op “The iron children”, dat mede door de openingsriff zo wel héél veel weg heeft van Darkthrone’s “In the shadow of the horns”. M. Sorgar (Endezzma) en Sorath Northgrove (Vulture Lord, ex-Beastcraft) mogen dan misschien wel de minder klinkende namen in het rijtje zijn, toch kwijten zij zich ook meer dan verdienstelijk van hun taak om hun gevallen makker te eren. “The sulphur black haze”, waarop Taake’s omstreden frontman Hoest de honeurs waarneemt, pingpongt tussen razende Noorse black en eerder doomy slepende passages. Mannevond (Koldbrann, NettleCarrier, ex-Ragnarok) laat zich gaan op het aanstekelijke “Lord of horns” dat rockt van hier tot in het walhalla. Enfant terrible Niklas Kvarforth (Shining) laat zijn veelzijdige doodsreutels zegevieren op het midtempo “Norwegian blood and crystal lakes”. Nattefrost en Nag (Tsjuder) bezitten een uit de duizenden herkenbare strot en fleuren respectievelijk “Endetid” (zou perfect een Carpathian Forest-nummer kunnen zijn) en hekkensluiter “Woe” op.  Alsof dat nog niet genoeg is, wordt de koffietafel afgesloten met twee toetjes in de vorm van Sepultura’s “Funeral rites” waarop Bay en Rock Cortez van Sadistic Intent opdraven en “Twisted mass of burnt decay”, een Autopsy cover die door R.M. van Angst Skvadron geherinterpreteerd wordt. Met Trondr Nefas achter de microfoon had deze plaat even goed geweest, maar nu vormen de guests natuurlijk een leuke meerwaarde voor “Aeons in sodom”, die niet alleen de zwarte analen zal ingaan als de laatste maar tevens ook de beste Urgehal plaat.

JOKKE: 85/100

Urgehal Aeons in sodom (Season Of Mist 2016)
1. Dødsrite
2. The iron children
3. Blood of the legion
4. The Sulphur black haze
5. Lord of horns
6. Norwegian blood and crystal lakes
7. They daemon incarnate
8. Endetid
9. Psychedelic evil
10. Woe
11. Funeral rites (Sepultura cover)
12. Twisted mass of burnt decay (Autopsy cover)

Oranssi Pazuzu – Värähtelijä

Aan bedwelmende substanties doe ik niet mee. Als ik een geestverruimende trip wil, leg ik wel een plaat van het geniale Finse Oranssi Pazuzu op. Het in 2013 verschenen “Valonielu” was een psiechedelisch meesterwerkje, waarvan ik aannam dat het vrij moeilijk zou worden om nog te overtreffen. Of het nagelnieuwe “Värähtelijä” in haar opzet geslaagd is, is zelfs na een vijftal luisterbeurten nog onmogelijk te zeggen, maar dat het een nek-aan-nek race is geworden en dat de plaat iets heviger is dan haar voorganger, is overduidelijk. Als ik Google Translate mag geloven betekent de titel zoveel als “vibrator”. Niet zo’n gekke keuze voor een plaat die je meermaals in vervoering brengt, je lusten stimuleert en de (o)orgasmes aaneenrijgt. Oranssi Pazuzu heeft absoluut een eigen smoelwerk waarin black metal met alle fluorescerende kleuren uit de psychedelica gemengd worden tot één geestverruimende spacecake. Deze lekkernij, van net geen zeventig minuten, is in zeven plakken versneden met een dikte van vijf tot ruim zeventien minuten. “Saturaatio” is meteen een binnenkomer van jewelste waarin heel uiteenlopende hoeken van het psychedelisch universum verkend worden. naargeestige black à la het Amerikaanse Twilight, oosterse mantra’s, bedwelmende paddo stoner, dronende doom en mysterieuze synth-waves versmelten met elkaar als wasbollen in een lavalamp. “Lahja” is ritueler en repetitiever van aard en kruipt onder je huid met een joekel van een oorwurm. De titeltrack staat garant voor een trance verwekkende trip vol krautrock, jaren zeventig psychedelica en oosters aandoende meditatiemuziek waarin de basloopjes van Ontto een prominente rol opeisen. Het korte maar krachtige “Hypnotisoitu viharukous” heeft zijn naam absoluut niet gestolen, want dit hypnotiserende woedegebed doet je hersenpan uiteenspatten met bombastisch toetsenwerk dat aan Emperor refereert. Het monumentale “Vasemman käden hierarkia” teert eerder op hallucinogene stoner-rock doorspekt met een krankzinnigheid aan gelaagde en verwrongen noise-effecten. Halverwege deze song gaat de storm liggen en begint het kwintet onder aanvoering van bandleider Jun-His (verder ook deel uitmakend van Grave Pleasures) aan een instrumentale kosmische reis doorheen prachtige sterrenstelsels die eindigt in beukende drones en ausgeflipte stoner/doom. Als Enslaved geen “Frost” had gemaakt maar de lijn van “Vikingligr veldi” verder had doorgedreven en de psychedelica verder had uitgediept, zouden ze klinken zoals dit Oranssi Pazuzu. In “Havuluu” gaat de repetitieve ronkende en zoemende bas de strijd aan met tegendraads drumwerk van ritme-Meister Korjak alvorens in blasts uit te monden waardoor de waanzin van ons eigenste Alkerdeel ten tonele verschijnt. Met momenten blijft hun plaat precies hangen, wat de trance alleen maar versterkt en wat doet denken aan het machtige “Occult rock” van Aluk Todolo. De rustigere afsluiter grijpt eerder terug naar jaren zeventig psychedelische rock, opgesmukt met percussie en subliminale beats. Trip van het jaar en weldra in Het Bos en op Roadburn (het festival bij uitstek dat voor een band als Oranssi Pazuzu lijkt uitgevonden te zijn) te aanschouwen!

JOKKE: 94/100

Oranssi Pazuzu Värähtelijä (Svart Records 2016)
1. Saturaatio
2. Lahja
3. Värähtelijä
4. Hypnotisoitu viharukous
5. Vasemman käden hierarkia
6. Havuluu
7. Valveavaruus

Grey Heaven Fall – Black wisdom

Black wisdom” van het Russische Grey Heaven Fall werd me door een illuster heerschap aanbevolen als extreem goed spul. Na de eerste luisterbeurt ging ik meteen overstag voor de donkere homogene mix van black en death metal. De diepe zang van zanger/gitarist Arsagor doet meteen Deathspell Omega ten tonele verschijnen en ook het experimentele karakter van de muziek, dikwijls doodrongen van dissonantie, versterkt deze vergelijking. En hoewel de songs zich, op het intermezzo “Sanctuary of cut tongues” na, manifesteren tussen zeven en twaalf minuten, lijkt het gebodene toch iets gestroomlijnder te zijn dan de jazzy-aandoende chaotische uitspanningen waarin DSO kan verzanden. Noem het DSO-light als je wil, hoewel het er bij momenten toch ook best wel complex aan toe gaat (met extra pluimen in de reet van drummer Pavel die het avontuurlijke riffwerk aan mekaar timmert, zij het al blastend of eerder technisch/progressief zonder in gekunstelde hoogstandjes en “kijk wat ik kan mama”-taferelen uit te monden). Het songmateriaal klinkt erg donker en spannend en weet vijftig minuten lang te inspireren en intrigeren. Hoewel de songtitels in het Engels zijn, geven de Russische teksten het geheel een exotische Oosterse vibe mee (en om de één of andere reden lijken er hierdoor wat Behemoth-invloeden door te sluimeren). In de grijze hemel die dit trio muzikaal neerzet, doen sporadische melodische leadsolo’s de horizon oplichten, zoals het geval is in “Spirit of oppression”. Dit is misschien wel de meest experimentele track van de plaat, want blastbeats gaan vloeiend over in funeral doom traagheid en dark jazz escapades, maar nergens klinken de overgangen geforceerd of té doordacht. Na dit hoogtepunt klinkt “To the doomed sons of earth” een pak conventioneler en rechtlijniger, maar daarom niet minder goed. “Tranquility of the possessed” wringt zich daarna weer in allerlei bochten om de geijkte en platgewalste paden meermaals te verlaten. Met “That nail in a heart” sluit het album met de meest epische track af. Halverwege deze mastodont horen we een erg gevoelige gitaarsolo, die met momenten aan de soundtrack van een licht-erotische jaren ’80 film doet denken (zakdoek bij de hand), om uiteindelijk met een atmosferische noot te eindigen. Voeg aan het muzikale vakmanschap op “Black wisdom” nog een perfecte productie en abstract, origineel en intrigerend artwork toe en ik kan niet minder doen dan zeggen dat dit een absolute must have is voor fans van experimentele extreme muziek, DSO in het bijzonder. Aan “Black wisdom” ga ik nog vele uren luisterplezier beleven, want de gelaagdheid van de muziek geeft elke luisterbeurt weer enkele van haar geheimen prijs. Meteen het oudere werk ook maar eens opgesnord, maar na het aanhoren van het openingsnummer van hun gelijknamige debuut uit 2011, heb ik maar snel “Black wisdom” terug door de boxen laten knallen. Op hun oudere releases klinkt de band immers meer als zo’n cheesy melodische Zweedse death metal band met toetsen…bweurgh! Goed dat ze die keyboardspeler eruit geflikkerd hebben en hun zwarte wijsheid hebben aangeboord om de blaffeturen omlaag te trekken en de boel te verduisteren.

JOKKE: 89/100

Grey Heaven Fall – Black wisdom (Aesthetics of devastation 2015)
1. The lord is blisfull in grief
2. Spirit of oppression
3. To the doomed sons of earth
4. Sanctuary of cut tongues
5. Tranquility of the possessed
6. That nail in a heart