Month: februari 2016

Witch Trail – Onvoorspelbare wendingen

De Belgische metal-kweekvijver bruist momenteel van het talent en vele bands moeten niet onderdoen voor de buitenlandse concurrentie. Dat er héél veel spannende dingen gebeuren in de vaderlandse underground bewezen we met Addergebroed de afgelopen weken door onder andere Cult Of Erinyes, Drawn Into Descent, Lothorian, A Thousand Sufferings en Witch Trail aan bod te laten komen. Die laatste vier bands kregen elk grote onderscheiding en dat telkens reeds voor een debuutplaat! Aan het woord is Witch Trail die aan een heksenjacht doorheen stad en platteland bezig zijn. (JOKKE)

Witch Trail

Gegroet! Jullie geweldige debuut “Nithera” vormde mijn eerste kennismaking met Witch Trail. Groot was mijn verbazing echter toen ik een blik op jullie discografie wierp en zag dat jullie old skool style reeds een hele resem demo’s, splits, EP’s en digitale singles op jullie palmares hebben staan. Hoe verhouden deze releases zich onderling tot elkaar en wat is het grootste verschil met “Nithera”?
Jef: Jow! De vorige releases waren twee EP’s (“The witch’s trail” en “Call from the grave”) in een andere stijl: meer metalpunk en black/thrash. We waren altijd al geïnteresseerd in genres buiten dat, zoals black metal en death metal, maar dat verwerkten we toen niet in onze muziek. Op een gegeven moment waren we meer geneigd dat wel te doen omdat we voelden dat er iets tekort kwam, en omdat metalpunk na een tijd gewoon wat saai werd om te spelen, dus begonnen we meer doom en black metal erin te steken, met als eerste worp “Night”, dat op onze cd “Nithera” staat.
Laurens: De vorige releases waren een pak simpeler, meer straight-forward metalpunk. Onze interesses begonnen na verloop van tijd te veranderen. Onze huidige bassist heeft ons getoond dat er na de jaren tachtig ook platen gemaakt zijn, zoals het debuutalbum van The Vengaboys. We luisterden altijd al graag naar andere dingen, maar met Hendrik zijn die invloeden ook doorgedrongen in de muziek.
Hendrik: Ik zat ten tijde van de EP’s nog niet in de band, dus ik kan oprecht zeggen dat ze ongelofelijk brak zijn. Maar als je weet wat voor een ijdeltuiten Laurens en Jeffrey zijn, verbaast het mij niet dat ze het zelf nog goed vinden ook! Toen ik erbij kwam voor de opnames van “Nithera” was de sound wel al aan het veranderen, maar ik denk dat ik dan de nagel in de doodskist heb geklopt.

Met welke reden hebben jullie Witch Trail in 2012 in het leven geroepen en hoe zagen de eerste levensjaren van de band eruit?
Jef: Ik was eens met onze vorige bassist Roel op een feestje waar strontzatte Laurens kwam binnen gewaaid, die we niet kenden. Hij begon te lallen dat hij in een band speelde en gitarist was, maar een drum thuis had staan. Een paar weken later hebben we eens gejamd, bleek dat daar niets van aan was, maar we zijn toch maar blijven lawaai maken.
Laurens: Jeffrey en Roel hadden een drummer nodig, ik kon niet drummen. Raad eens wie ze als drummer namen? We wilden alle drie graag een band beginnen, maar konden geen drummer vinden, dus heb ik die taak op mij genomen. De eerste optredens waren kut, maar gaandeweg zijn we beter geworden.
Hendrik: Ik ging vroeger wel al eens mee om te gaan kijken, veel plezier gehad. De derde show, in Amsterdam, was ook heel tof, maar voor de muziek moest je niet meegaan natuurlijk.

Jullie stijl laat zich omschrijven als black metal met een dodelijke injectie thrash en speed, hoewel die laatste iets gematigder tot uiting komt op “Nithera”. Deze invloeden dateren uit de jaren tachtig toen jullie überhaupt nog niet geboren waren. Vanwaar jullie interesse in deze muziekstijl en hoe zijn jullie met metal in aanraking gekomen?
Jef: Mijn pa raadde mij vroeger dikwijls Motörhead, AC/DC, Iron Maiden, … aan, aangezien hij hier vroeger grote fan van was. Gaandeweg raakte ik meer geïnteresseerd in metal, en nu ben ik het die tien jaar later hem Lugubrum en consoorten aanraadt. Pa komt ook naar bijna elke show kijken, ’t is die met zijn lang grijs haar en volle baard. Naast metal luister ik ook nog andere dingen zoals post punk of carnavalmuziek.
Laurens: Mag ik een hulplijn bellen?
Hendrik: Ik denk dat het echt begonnen is met een Black Sabbath CD uit een doos op zolder en dan verder gegroeid is, alhoewel ik via een nonkel daarvoor nog The Sisters of Mercy leerde kennen en The Cure. Maar dat leek toen ver te staan van mij en mijn leeftijdsgenoten dus dat heb ik dan later pas een beetje leren plaatsen. Thrash en meer typische metalstijlen uit mijn/onze tienerjaren hebben wel een invloed op de muziek of onze speelstijl gehad maar staan sinds “Nithera” vorig jaar en al zeker bij het nieuwe materiaal, op de achtergrond ver achter de invloed van sludge of post-metal bijvoorbeeld.

Op jullie Facebookpagina omschrijven jullie jezelf als post-black metal. Nu denk ik bij deze term eerder aan bands als Altar Of Plagues, Deafheaven of Downfall Of Gaia. Vanwaar deze keuze om het beestje zo te omschrijven?
Jef: De benaming komt eerder van het feit dat er wel meerdere “post”-genres in onze muziek zitten, waaronder post-metal, post-punk (zeker in recentere nummers, minder op de plaat), post-black metal, …
Laurens: We noemen het post-black metal omdat we niet persé black metal willen spelen. We spelen gewoon wat in ons opkomt, en daar moet een genre op geplakt worden.
Hendrik: Uiteindelijk is het ook maar een benaming, veel maakt het in principe niet uit.

Waarvoor staat de titel van jullie plaat en welke thema’s worden er zoal behandeld?
Jef: Thematisch worden er een beetje de klassieke thema’s behandeld, om het een naam te geven: melancholie en duisternis. “The light spells doom” is gebaseerd op een verhaal van Lovecraft, “Orlok” op de film “Nosferatu: The vampyre” uit 1979. De titel is een verbastering van het woord “nether”.
Hendrik: Ik heb geen idee. Iets duister en/of onnozel ongetwijfeld.

Sommige van jullie songs hebben onvoorspelbare wendingen wat het zaakje boeiend houdt. In jullie live set komt ook een song voorbij met een hoog new wave/deathrock gehalte. Deze song hoor ik niet terug op jullie debuut. Betreft het hier een nagelnieuw nummer?
Laurens: Ja, we zijn druk bezig met een volgende release. De nieuwe nummers spelen we al live. In het nieuwe materiaal zitten veel deathrock/new wave invloeden gemixt met black, doom en sludge metal. De onvoorspelbare wendingen in onze nummers zijn een beetje onze gimmick aan het worden. We schrijven tegenwoordig nummers heel impulsief zonder enig vooropgesteld doel, met het gevolg dat structuur vaak ver te zoeken is.
Hendrik: Als een nummer onvoorspelbaar is, en dan bedoel ik wat er muzikaal wel interessant is zonder te willen voldoen aan grenzen die je op voorhand trekt, is het meestal ook een beter nummer in mijn ogen. We proberen het wel in een samenhangend geheel te gieten en soms gaan riffs wel eens natuurlijk over in iets anders tijdens het jammen en dat eindigt dan wel in een nummer. Maar op “Verse-Chorus-Verse-Chorus-Bridge-Solo-Chorus” ga je ons niet veel betrappen. We hebben drie nieuwe nummers op dit moment sinds het album.

Voor de opnames van “Nithera” trokken jullie naar de RPM Studio en de mix en mastering was in handen van Viktor Walschaerts (Celestial Event Studio). Tevreden over het opnameproces? De plaat klinkt in elk geval ruw maar erg goed en ligt niet gek ver weg van jullie dynamische live sound.
Laurens: De opnames waren nogal stuntelig, we hebben alles moeten opnemen in één dag wilden we toekomen met ons budget, maar we zijn tevreden met het resultaat. Georgios (Nuclear Devastation) heeft gezorgd voor de opnames in RPM Studio, en Viktor (Bones) heeft ons enorm geholpen door de tracks op korte tijd af te krijgen.
Jef: We zijn van ongeveer twee uur ’s middags tot drie uur ’s nachts bezig geweest in die studio. Echt een slopend proces. Natuurlijk waren we zo onnozel geweest om de vocals ook nog erbij te lappen, in plaats van die gewoon de volgende dag te doen, waardoor we na afloop zowat gereed waren voor een houten kist in de grond.
Hendrik: Ik ben de dag erop mijn kist zelfs niet uitgekomen. Onze volgende opname doen we in een hotel in Sint-Maarten in de Caraïben, op minstens twee weken.

Viktor kennen we als vellengeselaar bij het eveneens geweldige Bones. Jullie drummer Laurens heeft deze band recent ook vervoegd op de positie van basgitaar, een instrument dat hij in het verleden ook reeds ter hand nam bij Hämmerhead. Beschouwt hij zich in de eerste plaats als drummer of als bassist?
Laurens: Bassen en drummen zijn slechts bijzaken, het liefste bespeel ik de stampofoon.
Hendrik: Ik denk dat wij hem vooral ten eerste als primaat beschouwen, dan als stampofonist, en ten derde als cafeïneverslaafde.

In black metal kringen lijkt imago heel belangrijk. Hoewel ik absoluut vind dat dat bijdraagt aan de sfeerschepping tijdens live concerten gaat het bij sommige orthodoxe bands wel soms de kitcherige/carnavaleske kant op. Jullie pakken het subtieler aan middels stijlvolle kleding en een grote kandelaar. Doordacht of lopen jullie zo in het dagelijkse leven ook rond?
Laurens: Ik kleed me dagelijks met kwaliteitsvolle H&M © kleren. Om er net zo stijlvol uit te zien als Witch Trail, rep je je naar de dichtstbijzijnde H&M © winkel voor de nieuwe wintercollectie! Twee broeken kopen = één gratis! Aanbieding geldig tot 27/2/16.
Jef: Die kleren zaten bij mijn toelatingsbrief voor het Sint Lucas Kunstonderwijs, Gent. Als ik ze niet droeg, vloog ik eruit. De kandelaar hebben we op de kop getikt in Tubel Squat Gent in ruil voor een show, in plaats van naftgeld kregen we dat ding mee, haha. Goeie deal!
Hendrik: Op die show had ik de enige shirt aan die nog niet vuil was (ze was blijkbaar toch al vuil) zonder voze print en een broek die niet teveel afzakt bij het opstellen en afbreken van het gerief. Ik denk dat we blij mogen zijn dat er toch iets van sfeer wordt ervaren.

Nithera” verschijnt in eigen beheer maar de kwaliteit is zo goed dat het me zou verbazen als jullie hier geen deal met zouden kunnen verzilveren. Nog niet benaderd door een interessant label?
Laurens: We zijn eens benaderd geweest door een NSBM label, maar daar willen we ons niet mee associëren. Voor de rest hebben we jammer genoeg geen aanbiedingen gekregen.
Hendrik: “Nithera” moest geperst zijn zodat we ermee op de geplande tour konden vertrekken. En het is vrij makkelijk en vooral weinig bullshit om het zelf te doen, dus we hebben toen niet actief gezocht naar een label. Voor de volgende release gaan we eventueel wel een label zoeken. Dat van die NMBS deal wist ik zelfs niet, hah.

Wat heeft de nabije toekomst nog in petto voor jullie?
Laurens: De nabije toekomst.
Jef: Hopelijk een pizza als ik subiet wat geld bijeen kan scharten.
Hendrik: Hopelijk veel shows, een nieuwe release en andere excuses om wakker te worden met een kater maar toch het gevoel te hebben dat je iets nuttig gedaan hebt.

Urgehal – Aeons in sodom

Ik denk niet dat het een goed idee zou zijn om een “featuring” stickertje op de voorkant van “Aeons in sodom” te kleven, want van het hoesontwerp zou niet veel meer overblijven. De navolgende bespreking van het nieuwe album (en tevens zwanenzang) van het Noorse Urgehal is er immers één met een serieuze waslijst qua namedropping. Oprichter en bezieler Trondr Nefas (o.a. ook Beastcraft en Angst Skvadron) kwam in 2012 onverwacht te overlijden (natuurlijke doodsoorzaak voor een keer) in volle voorbereiding van de nieuwe plaat. Nadat het rouwproces gevorderd was, vervolgde compaan Enzifer het schrijfproces totdat er voldoende materiaal was om een laatste eerbetoon te brengen aan de overleden frontman. De Noor is postuum als sologitarist te horen op deze schijf maar om de songs vocaal in te vullen (en indien nodig van teksten te voorzien), konden Enzifer en drummer Uruz beroep doen op de crème de la crème van de Noorse black metal scene. Meteen een teken dat Trondr Nefas een respectabel muzikant was die op veel erkenning kon rekenen van zijn collega’s (vergiet niet dat Urgehal reeds in 1992 opgericht werd!). Het album is bij deze ideaal om een quizavondje “True Norwegian Black Metal” te organiseren waarbij je de naam van de schreeuwlelijkerd achter de microfoon mag raden. Nocturno Culto mag de spits afbijten op “The iron children”, dat mede door de openingsriff zo wel héél veel weg heeft van Darkthrone’s “In the shadow of the horns”. M. Sorgar (Endezzma) en Sorath Northgrove (Vulture Lord, ex-Beastcraft) mogen dan misschien wel de minder klinkende namen in het rijtje zijn, toch kwijten zij zich ook meer dan verdienstelijk van hun taak om hun gevallen makker te eren. “The sulphur black haze”, waarop Taake’s omstreden frontman Hoest de honeurs waarneemt, pingpongt tussen razende Noorse black en eerder doomy slepende passages. Mannevond (Koldbrann, NettleCarrier, ex-Ragnarok) laat zich gaan op het aanstekelijke “Lord of horns” dat rockt van hier tot in het walhalla. Enfant terrible Niklas Kvarforth (Shining) laat zijn veelzijdige doodsreutels zegevieren op het midtempo “Norwegian blood and crystal lakes”. Nattefrost en Nag (Tsjuder) bezitten een uit de duizenden herkenbare strot en fleuren respectievelijk “Endetid” (zou perfect een Carpathian Forest-nummer kunnen zijn) en hekkensluiter “Woe” op.  Alsof dat nog niet genoeg is, wordt de koffietafel afgesloten met twee toetjes in de vorm van Sepultura’s “Funeral rites” waarop Bay en Rock Cortez van Sadistic Intent opdraven en “Twisted mass of burnt decay”, een Autopsy cover die door R.M. van Angst Skvadron geherinterpreteerd wordt. Met Trondr Nefas achter de microfoon had deze plaat even goed geweest, maar nu vormen de guests natuurlijk een leuke meerwaarde voor “Aeons in sodom”, die niet alleen de zwarte analen zal ingaan als de laatste maar tevens ook de beste Urgehal plaat.

JOKKE: 85/100

Urgehal Aeons in sodom (Season Of Mist 2016)
1. Dødsrite
2. The iron children
3. Blood of the legion
4. The Sulphur black haze
5. Lord of horns
6. Norwegian blood and crystal lakes
7. They daemon incarnate
8. Endetid
9. Psychedelic evil
10. Woe
11. Funeral rites (Sepultura cover)
12. Twisted mass of burnt decay (Autopsy cover)

Oranssi Pazuzu – Värähtelijä

Aan bedwelmende substanties doe ik niet mee. Als ik een geestverruimende trip wil, leg ik wel een plaat van het geniale Finse Oranssi Pazuzu op. Het in 2013 verschenen “Valonielu” was een psiechedelisch meesterwerkje, waarvan ik aannam dat het vrij moeilijk zou worden om nog te overtreffen. Of het nagelnieuwe “Värähtelijä” in haar opzet geslaagd is, is zelfs na een vijftal luisterbeurten nog onmogelijk te zeggen, maar dat het een nek-aan-nek race is geworden en dat de plaat iets heviger is dan haar voorganger, is overduidelijk. Als ik Google Translate mag geloven betekent de titel zoveel als “vibrator”. Niet zo’n gekke keuze voor een plaat die je meermaals in vervoering brengt, je lusten stimuleert en de (o)orgasmes aaneenrijgt. Oranssi Pazuzu heeft absoluut een eigen smoelwerk waarin black metal met alle fluorescerende kleuren uit de psychedelica gemengd worden tot één geestverruimende spacecake. Deze lekkernij, van net geen zeventig minuten, is in zeven plakken versneden met een dikte van vijf tot ruim zeventien minuten. “Saturaatio” is meteen een binnenkomer van jewelste waarin heel uiteenlopende hoeken van het psychedelisch universum verkend worden. naargeestige black à la het Amerikaanse Twilight, oosterse mantra’s, bedwelmende paddo stoner, dronende doom en mysterieuze synth-waves versmelten met elkaar als wasbollen in een lavalamp. “Lahja” is ritueler en repetitiever van aard en kruipt onder je huid met een joekel van een oorwurm. De titeltrack staat garant voor een trance verwekkende trip vol krautrock, jaren zeventig psychedelica en oosters aandoende meditatiemuziek waarin de basloopjes van Ontto een prominente rol opeisen. Het korte maar krachtige “Hypnotisoitu viharukous” heeft zijn naam absoluut niet gestolen, want dit hypnotiserende woedegebed doet je hersenpan uiteenspatten met bombastisch toetsenwerk dat aan Emperor refereert. Het monumentale “Vasemman käden hierarkia” teert eerder op hallucinogene stoner-rock doorspekt met een krankzinnigheid aan gelaagde en verwrongen noise-effecten. Halverwege deze song gaat de storm liggen en begint het kwintet onder aanvoering van bandleider Jun-His (verder ook deel uitmakend van Grave Pleasures) aan een instrumentale kosmische reis doorheen prachtige sterrenstelsels die eindigt in beukende drones en ausgeflipte stoner/doom. Als Enslaved geen “Frost” had gemaakt maar de lijn van “Vikingligr veldi” verder had doorgedreven en de psychedelica verder had uitgediept, zouden ze klinken zoals dit Oranssi Pazuzu. In “Havuluu” gaat de repetitieve ronkende en zoemende bas de strijd aan met tegendraads drumwerk van ritme-Meister Korjak alvorens in blasts uit te monden waardoor de waanzin van ons eigenste Alkerdeel ten tonele verschijnt. Met momenten blijft hun plaat precies hangen, wat de trance alleen maar versterkt en wat doet denken aan het machtige “Occult rock” van Aluk Todolo. De rustigere afsluiter grijpt eerder terug naar jaren zeventig psychedelische rock, opgesmukt met percussie en subliminale beats. Trip van het jaar en weldra in Het Bos en op Roadburn (het festival bij uitstek dat voor een band als Oranssi Pazuzu lijkt uitgevonden te zijn) te aanschouwen!

JOKKE: 94/100

Oranssi Pazuzu Värähtelijä (Svart Records 2016)
1. Saturaatio
2. Lahja
3. Värähtelijä
4. Hypnotisoitu viharukous
5. Vasemman käden hierarkia
6. Havuluu
7. Valveavaruus

Grey Heaven Fall – Black wisdom

Black wisdom” van het Russische Grey Heaven Fall werd me door een illuster heerschap aanbevolen als extreem goed spul. Na de eerste luisterbeurt ging ik meteen overstag voor de donkere homogene mix van black en death metal. De diepe zang van zanger/gitarist Arsagor doet meteen Deathspell Omega ten tonele verschijnen en ook het experimentele karakter van de muziek, dikwijls doodrongen van dissonantie, versterkt deze vergelijking. En hoewel de songs zich, op het intermezzo “Sanctuary of cut tongues” na, manifesteren tussen zeven en twaalf minuten, lijkt het gebodene toch iets gestroomlijnder te zijn dan de jazzy-aandoende chaotische uitspanningen waarin DSO kan verzanden. Noem het DSO-light als je wil, hoewel het er bij momenten toch ook best wel complex aan toe gaat (met extra pluimen in de reet van drummer Pavel die het avontuurlijke riffwerk aan mekaar timmert, zij het al blastend of eerder technisch/progressief zonder in gekunstelde hoogstandjes en “kijk wat ik kan mama”-taferelen uit te monden). Het songmateriaal klinkt erg donker en spannend en weet vijftig minuten lang te inspireren en intrigeren. Hoewel de songtitels in het Engels zijn, geven de Russische teksten het geheel een exotische Oosterse vibe mee (en om de één of andere reden lijken er hierdoor wat Behemoth-invloeden door te sluimeren). In de grijze hemel die dit trio muzikaal neerzet, doen sporadische melodische leadsolo’s de horizon oplichten, zoals het geval is in “Spirit of oppression”. Dit is misschien wel de meest experimentele track van de plaat, want blastbeats gaan vloeiend over in funeral doom traagheid en dark jazz escapades, maar nergens klinken de overgangen geforceerd of té doordacht. Na dit hoogtepunt klinkt “To the doomed sons of earth” een pak conventioneler en rechtlijniger, maar daarom niet minder goed. “Tranquility of the possessed” wringt zich daarna weer in allerlei bochten om de geijkte en platgewalste paden meermaals te verlaten. Met “That nail in a heart” sluit het album met de meest epische track af. Halverwege deze mastodont horen we een erg gevoelige gitaarsolo, die met momenten aan de soundtrack van een licht-erotische jaren ’80 film doet denken (zakdoek bij de hand), om uiteindelijk met een atmosferische noot te eindigen. Voeg aan het muzikale vakmanschap op “Black wisdom” nog een perfecte productie en abstract, origineel en intrigerend artwork toe en ik kan niet minder doen dan zeggen dat dit een absolute must have is voor fans van experimentele extreme muziek, DSO in het bijzonder. Aan “Black wisdom” ga ik nog vele uren luisterplezier beleven, want de gelaagdheid van de muziek geeft elke luisterbeurt weer enkele van haar geheimen prijs. Meteen het oudere werk ook maar eens opgesnord, maar na het aanhoren van het openingsnummer van hun gelijknamige debuut uit 2011, heb ik maar snel “Black wisdom” terug door de boxen laten knallen. Op hun oudere releases klinkt de band immers meer als zo’n cheesy melodische Zweedse death metal band met toetsen…bweurgh! Goed dat ze die keyboardspeler eruit geflikkerd hebben en hun zwarte wijsheid hebben aangeboord om de blaffeturen omlaag te trekken en de boel te verduisteren.

JOKKE: 89/100

Grey Heaven Fall – Black wisdom (Aesthetics of devastation 2015)
1. The lord is blisfull in grief
2. Spirit of oppression
3. To the doomed sons of earth
4. Sanctuary of cut tongues
5. Tranquility of the possessed
6. That nail in a heart