Maand: april 2016

Grave Miasma – Endless pilgrimage

Het zijn bands zoals het Engelse Grave Miasma (oorspronkelijk als Goat Molestör opererend) die er nog in slagen om mijn oude death metal hart sneller te doen kloppen. Dat ik weinig kan met die hedendaagse techneuten bands zal de trouwe lezer van deze blog ondertussen wel al in het snuitje hebben. “Dood”, “duisternis”, “occultisme” en “old school” zijn de termen die ik link aan uitstekende death metal. Wat dat betreft zitten de vier Britten en ik alvast op dezelfde lijn. Naar aloude traditie zijn er heel wat Febreze-machientjes nodig om de stinkende en rottende wasem, die de vijf songs tellende nieuwe EP “Endless pilgrimage” verspreidt, uit je gordijnen te krijgen. Hun interesse in archaïsche rituelen en het ceremonieel prijzen van de dood komt tot uiting in de sitarklanken van het mysterieus getitelde “Yama transforms to the afterlife” waarin hindoeïstische doodrituelen bezongen worden (de Canvas meerwaardezoeker die meer van dit soort rituelen wil weten, raad ik aan het Slovaakse Death Karma eens uit te checken). Ook de andere songs worden ter meerdere eer en glorie van Shiva op de luisteraar afgevuurd. De grafdelvende muzikanten spelen de ziel uit hun in-staat-van-ontbinding-wezende lijf. De ene moment razende knokenvermorzelende en vleesverhakkende herrie producerend (“Glorification of the impure“), de andere moment traag via de onderbuik je ingewanden overhoop halend (“Utterance of the foulest spirit“) en daartussen nog schedelsplijtende solo’s op je afvurend. Grave Miasma is het ideale orkestje om een begrafenissfeertje in de kortste keren om te zetten in een mensonterende orgie. En hoewel de sound iets bijgeschaafd is ten opzichte van de misselijkmakende (positief bedoeld in dit geval) langspeler “Odori sepulcrorum“, staat dit nog steeds mijlenver verwijderd van Disney death metal. Met drieëndertig minuten speeltijd, krijg je met deze EP trouwens absoluut waar voor je geld! Het op bijna negen minuten afklokkende triomfantelijk opbouwende”Full moon dawn” alleen al is de moeite om deze EP aan te schaffen. Voer voor Incantation death worshippers.

JOKKE: 89/100

Grave Miasma – Endless pilgrimage (Sepulchral Voice Records/Profound Lore 2016)
1. Yama transforms to the afterlife
2. Utterance of the foulest spirit
3. Purgative circumvolution
4. Glorification of the impure
5. Full moon dawn

Lord Mantis – NTW

Het feit dat Lord Mantis aan de line-up van Roadburn 2015 werd toegevoegd was voor mij de hoofdreden om voor het eerst naar het vierdaagse festival af te zakken. Het was dan ook serieus balen toen ik vernam dat de band uit Chicago enkele weken voor hun overtocht naar het Oude Continent het bericht de wereld instuurde dat hun op til staande tour werd geannuleerd wegens interne problemen (geweldige shows van Subrosa, Thou, Tombs en Enslaved zorgden ervoor dat het toch nog een geweldige ervaring werd). Frontman en bassist Charlie Fell bleek met een knoert van een drank- en drugsverslaving te kampen waardoor hij onhandelbaar werd en de overige bandleden niet langer met hem door één deur konden. Op sociale media werd wat met modder over-en-weer gegooid (ze spelen sludge voor iets!) en al gauw communiceerden overgebleven leden Bill Bumgardner (drummer en oprichter van de band, tevens deel uitmakend van Indian) en gitarist Andrew Markuszewski (Avichi, ex-Nachtmystium) dat de line-up verder gecompleteerd werd met vocalist Dylan O’Toole (Indian en in het verleden ook reeds meewerkend aan enkele Lord Mantis songs), bassist Will Lindsay (Indian, ex-Nachtmystium, ex-Wolves In The Throne Room) en tweede gitarist Scott A. Shellhamer. Met driekwart van de line-up van Indian die nu deel uitmaakte van Lord Mantis, was het ook meteen game over voor die eerste. Ondertussen zijn Scott en Will ook alweer van het toneel verdwenen waarbij die laatste vervangen werd door bassiste Alletta Ergun. Van position switches gesproken! En tikkende tijdbom Charlie Fell? Die verkaste naar het licht-geniale Cobalt waar ondertussen ook een knoert van een plaat mee uitgebracht werd. Lord Mantis wou zo snel mogelijk bewijzen dat de nieuwe line-up beter dan ooit was door de studio in te duiken voor de opnames van een EP en qua statement kan “NTW“, die in eigen beheer op het New Density label van Andrew uitkomt,  absoluut tellen! De energie en punch van de vier tracks ligt eerder in het verlengde van “Pervertor” uit 2012 in plaats van verder te bouwen op het met industrial invloeden doorspekte “Deathmask” uit 2014, voor ondergetekende beide tot de beste (blackened) sludge platen allertijden behorend. In opener “SIG safer” ligt het tempo een pak hoger dan wat we van de band gewend zijn en sijpelen de black metal invloeden nog duidelijker door. De bijtende en blaffende vocalen van Dylan die onuitputtelijk “safer safer safer safer!” proclameren, belichamen als het ware de dood die de luisteraar op de hielen zit. Wat een binnenkomer! Op de titeltrack krijgen we ronkende en dreigende sludge zoals we van Lord Mantis gewend zijn en eerlijk is eerlijk: eigenlijk is het verschil in stemgeluid tussen Dylan en Charlie amper te horen, waarmee beide heren bewijzen tot de absolute top qua sludge brakers te behoren. Wel verslapt de aandacht een beetje naar het einde van de zeven minuten durende song. “Semblances” lijkt iets luchtiger qua karakter, maar zal bij de ongeoefende luisteraar waarschijnlijk toch zwaar op de maag liggen. Zoals we van Bill gewend zijn, lijkt hij zijn drumvellen weer eerder met boomknotsen te geselen dan met drumstokjes. Wat kan die man toch rake klappen uitdelen! Ook in “Final division” laat de band horen wat een haatdragende mensenhatende bende te zijn.”NTW” laat een band horen die zijn zaakjes nu eindelijk en hopelijk op orde heeft (de andere leden hebben immers ook met enkele demonen af te rekenen). Of misschien is het maar beter zo, want niet-getormenteerde zielen zie ik niet in staat om platen uit te brengen die aan Lord Mantis kunnen tippen.

JOKKE: 88/100

Lord Mantis – NTW (New Density 2016)
1. SIG safer
2. Nice teeth whore
3. Semblances
4. Final division

Yellow Eyes – Sick with bloom

Sick with bloom“, de derde langspeler van het New Yorkse Yellow Eyes werd eind vorig jaar op de mensheid losgelaten, maar verscheen enkele dagen geleden pas voor het eerst op mijn radar. Deze Amerikanen kan je best als een bedrijvige band bestempelen, want met zes releases (waarvan de helft langspelers) op drie jaar tijd, hou je er een heus werktempo op na. Voor de release van de nieuwe plaat verkaste de band van Sibir Records naar het toonaangevende Gilead Media (voor de vinylrelease althans; de tape verschijnt nog wel bij hun vorige broodheer, wat een groot woord is voor dit type underground band). Nu moet ik toegeven dat Yellow Eyes niet bovenaan mijn favoriete USBM-bands staat, destemeer door de soms chaotisch hyperkinetische manier van riffs schrijven. Hoewel ze hun stijl niet drastisch door de mangel gehaald hebben en de riffs nog in beperkte mate een enerverend karakter hebben, doet “Sick with bloom” mijn hart met momenten wel sneller slaan. Op de drumkruk werd een (tijdelijke?) position-switch doorgevoerd waardoor Michael Rekevics de drumstokken nu hanteert. Nagenoeg elke band waarbij deze man zijn ziel uit zijn lijf mept, staat bij mij hoog aangeschreven (Fell Voices, Vilkacis, Vanum, Ash Borer, Vorde, …), hoewel zijn bassdrums hier wat aan de doffe kant zijn. De zes tracks staan bol van wervelende meestal up-tempo – rustpuntjes worden de luisteraar amper gegund – black metal die baadt in een sombere en weemoedige atmosfeer en op tijd-en-stond opgefleurd wordt met de nodige natuurelementen. U wilt een luistertip? Dan ga ik voor het verstikkende en bleke “Fallen snag“. Volgende week zondag staat de band op de planken  in de Antwerpse Kavka. Dat gaat wat geven!

JOKKE: 80/100

Yellow Eyes – Sick with bloom (Gilead Media 2016)
1. Sick with bloom
2. Streaming from the undergrowth
3. What filters through the copper stain
4. Mangrove, the preserver
5. Fallen snag
6. Ice in the spring

 

Woman Is the Earth – Torch of our final night

Als ik je zeg dat Woman Is The Earth een Amerikaanse band is die black metal speelt, zou je kwartje moeten vallen over het subgenre-vakje waar het trio in thuis hoort. Juist ja, atmosferische black metal die vele raakvlakken vertoont met hun Cascadian scene-genoten, hoewel de band afkomstig is uit de centraler gelegen staat South Dakota. Hokjesdenken is dan misschien wat narrow-minded maar ik moet jullie natuurlijk een idee geven over hoe een bepaalde band klinkt. Woman Is The Earth liet op de vorige drie langspelers (hoewel ik de laatste met 24 minuten speeltijd eerder als een EP beschouw) horen een goede en betrouwbare middenmotor te zijn in het dichtbeboste woud aan Wolves In The Throne Room-volgelingen/kopieerders. Op het nagelnieuwe “Torch of our final night” wordt de horizon nog wat meer verruimd met enkele uit het post-rock genre geplukte gitaarriffs. Hierdoor heeft de band meer weg van het Zuid-Afrikaanse Wildernessking (of andersom) dan van ons wolvenduo. De vijf pakkende nummers (intro tellen we niet mee) met een gemiddelde speelduur van zeven minuten weten absoluut te overtuigen. Passages met meeslepende gitaarmelodieën wisselen af met stukken waar de keyboards meer de aandacht willen opeisen, maar telkenmale met de bedoeling de luisteraar bij het nekvel te grijpen en mee te voeren naar majestueuze natuurlandschappen. Die eindpassage in “Brother of black smoke” is hier een mooi voorbeeld van. “Broken hands” is de iets mindere song op de plaat, terwijl het navolgende “Sorrow and the floods” dan weer meer impact heeft op mijn gemoedstoestand met subtiele (post-rock) gitaarleads die armhaarerecties opwekken en die je ook op een plaat van Agalloch zou kunnen terugvinden. De titelsong start opnieuw wat venijniger om al snel plaats te geven aan cleane gitaarpartijen, die we van een band als Fen gewend zijn, om naar het einde toe de kaart van de post-rock grandeur te trekken. Ook het cool getitelde, grotendeels instrumentale, “Lungcrusher” is eigenlijk één grootse post-rock apotheose waarin wijdse gitaarmelodieën en akoestische gitaren hand-in-hand een boswandeling maken. Op productioneel vlak werden grote stappen voorwaarts gezet. Daar waar het vorige werk wat rauwer klonk met een productie in de stijl van Weakling, is de sound nu misschien iets toegankelijker (wat wel bij de melodieuzere ingeslagen weg past), zonder dat de ruwe randjes er echter afgevijld zijn. Liefhebbers van de eerder aangehaald bands weten wat hun te doen staat.

JOKKE: 82/100

Woman Is The Earth – Torch of our final night (Init Records 2016)
1. Triumph of the sun
2. Brother of black smoke
3. Broken hands
4. Sorrow and the floods
5. Torch of our final night
6. Lungcrusher

Bossk – Audio noir

Bossk,… Het doet ons steeds denken aan het haast gelijknamige merk voor boormachines, maar de Engelse band heeft zijn naam ontleent aan een karakter uit Star Wars. Eentje waarvan we nog nooit hebben gehoord om eerlijk te zijn. Haast idem voor de band Bossk, maar zelfs zonder een rits aan albums en uitgebreide tours heeft de band zich toch een opmerkelijke status bezorgd. Sinds 2005 hebben ze een resem mini’s en een split uitgebracht. Bossk stak ook enkele jaren onder de grond om gereïncarneerd te worden in 2012. Dit jaar zag hun allereerste full album “Audio noir” het levenslicht. En jongens, wat een knaller! Deathwish Inc. had dat ook door. En er zijn nog meer parallellen, daar Bossk’s bassist Tom manager is van Converge. Bon. De muziek. Die is goed. Uitstekend zelfs. “Audio noir” is een multigelaagd werkje geworden bestaande uit een bonte mengelmoes van stoner doom (zoals “Heliopause“) en post-rock/metal (zoals “Relancer“). Zie het gerust als een of andere mix tussen The Ocean, Godspeed You! Black Emperor en Cult of Luna. Opgepast: grootspraak! “Audio noir” laat zelfs een Cult of Luna ongeïnspireerd klinken. Het hele schijfje staat bol van de verrassingen (gaande van vreemde delays, tribal drumming, agressieve screams tot dromerige gitaarriedels) zodat de schijf in één ruk uitgeluisterd kan worden. Het poppy psychedelisch startende “Kobe” eindigt in een georchestreerde chaos om nadien weer een andere emotie tevoorschijn te toveren. Alle tracks vloeien ook mooi in elkaar over en nergens valt een leegte. Gelaagde synths werken alles uit tot in de details en ondanks dit veelvoud aan prikkels klinkt “Audio noir” nergens vreemd, vervelend avantgarde of té fel out of the box. Wel durven we stellen dat Bossk apart klinkt en een erg ruim publiek kan en zal aanspreken. Wij zijn overtuigd en we twijfelen er niet aan dat de rest van de wereld snel zal volgen. Voorlopig dé plaat van het jaar.

Flp: 94/100

Bossk – Audio noir (Deathwish Inc. 2016)
1. The reverie
2. Heliopause
3. Relancer
4. Kobe
5. Atom smasher
6. Nadir
7. The reverie II

Sun Worship – Pale dawn

In 2014 zorgde de passage van het Duitse Sun Worship in de Antwerpse Music City voor het beste concert van dat jaar. Samen met Ascension en Secrets Of The Moon, moeten deze Berliners zowat het beste zijn dat onze Oosterburen op black metal gebied de afgelopen jaren geproduceerd hebben. Daar waar de eerste de orthodoxe invulling van het genre nastreeft en de tweede de banden met black metal op het laatste album vaarwel gezegd lijkt te hebben, kiest Sun Wors-hipster voor de atmosferische Cascadian aanpak met lang uitgesponnen songs waarin het tempo veelal verschroeiend hoog ligt en zonder beroep te doen op de nodige toeters of bellen. Ook een ambient-track blijft ditmaal achterwege. Wie wel pap lust van met ambient en drone doorspekte black metal, raad ik aan de recent verschenen compilatietape met Ancst, Tooth Decay en Voydn op te snorren, want hier laat Sun Worship zich van een andere kant zien. Van de Europese bands die de Cascadian stijl spelen, is Sun Worship ongetwijfeld de topper! Opener “Pale dawn” herbergt de voor hen kenmerkende riffs die precies in een iets ander jasje in het verleden ook al eens gebruikt werden. De naar Noorwegen knipogende razernij in “Lichtenberg figures” klinkt nog net iets bezetener dan wat we van het trio gewend zijn en hakt diep in op je tere zieltje. Topschijf! Ook op de twee andere tracks laat Sun Worship horen dat ze weten hoe een pakkende black metal song in mekaar dient te zitten qua opbouw. In de afsluiter zorgen cleane gesproken stukken voor een onderscheidend karakter tegenover de andere songs, want als er één puntje van kritiek moet zijn, is het dat de songs tamelijk hard op mekaar lijken, voornamelijk doordat het tempo van de blastbeat bijna voortdurend door dendert, wat natuurlijk wel de nodige trance opwekt en het geheel een kosmisch karakter oplevert, wat in direct verband staat met de thematiek van de plaat, namelijk de fatale schoonheid van de kosmos. Chapeau trouwens voor de ongepolijste en dynamische mastering, iets wat je tegenwoordig nog maar zelden tegenkomt. Laat je hipsterbaard bijtrimmen, zet die hippe bril recht op de neus en rep je met je ecologische totebag naar de dichtstbijzijnde onafhankelijke platenzaak om deze nieuwe aan te schaffen want op “Pale dawn” doet Sun Worship het nog net iets beter dan op de sterke voorganger “Elder giants“.

JOKKE: 84/100

Sun Worship – Pale dawn (Golden Antenna Records 2016)
1. Pale dawn
2. Lichtenberg figures
3. Naiad
4. Perihelion

Naðra – Form

Wie de IJslandse black metal scene een beetje volgt weet ongetwijfeld dat Naðra een band is die bestaat uit de voltallige line-up van Misþyrming, aangevoerd door de frontman van Mannveira. Met de release van hun knappe debuut “Allir vegir til glötunar” nog vers in het geheugen, trakteren de jonge veulens ons al vrij snel op twee nieuwe songs, die netjes elk in een kant van de 7″ EP “Form” gegraveerd zijn. Tijdens Roadburn heb ik meermaals de opmerking horen voorbij komen dat ook niet-blekkies hun gading vinden in de muzikale expressie van Misþyrming. Bij Naðra zal dat minder het geval zijn vermoed ik, daar deze band toch dichter tegen de klassieke doorsnee black aanleunt, op een erg hoog niveau uitgevoerd, dat wel! Spijtig genoeg heb ik hun performance op Roadburn gemist (maar heb er een verrassend goede set van Yodok III voor in de plaats gekregen, dat terzijde), maar gelukkig passeerden enkele van hun beste songs ook in de lange set van Úlfsmessa, waarbij een collectief van maar liefst elf muzikanten een dwarsdoorsnede bracht van het werk van Misþyrming, Grafir, Naðra, NYIþ, Hraunbúi en Naðra. Dat de jongens van woordspelletjes houden, moge duidelijk wezen. De tracklist van hun debuut bestond uit de songs  “Fjallið“, “Sál“, “Falið“, “Sár” en “Fallið” en ook nu wordt er geopteerd voor songtitels die grammaticaal gezien weinig lijken te verschillen, namelijk “Forn” (“antiek”) en “Fórn” (“offer”) terwijl de titel van de EP “Form” is. In de eerste track wordt gegoocheld met verschillende tempo’s en typisch voor de band passeert er een melodieuze solo de revue, die hier gelukkig niet op het valse af klinkt! De cleane zang bijdrage van Eiríkur Hauksson (Grafir) aan het einde van de song is wennen en niet altijd even toonvast en de heavy metal solo die volgt klinkt wederom een tikkeltje vals – ik zou nog moeten gaan denken dat ze het erom doen. Geef me dan het tweede nummer maar waar de Mannveira frontman eventjes de epische toer opgaat – wat beter uit de verf komt – en waarin het tempo over de hele lijn wat sneller is met een heerlijke black metal tremolo riff naar het einde toe. Spijtig van de valse noten in de eerste song, want voor de rest is dit een top EP’tje!
JOKKE: 81/100

Naðra – Form (Vánagandr/Goatowarex 2016)
1. Forn
2. Fórn

Mortichnia – Heir to scoria and ash

Knap als een debuut van een voorheen onbekende band op een eveneens onbekend label je weet te overtuigen. Bij deze is de clue van de review meteen verklapt! Het uit Dublin afkomstige kwintet Mortichnia brengt via Apocalyptic Witchcraft Recordings (o.a.Zatokrev en Caïna) met “Heir to scoria and ash” een plaat uit die liefhebbers van het ter ziele gegane Altar Of Plagues zeker moet kunnen bekoren. Het feit dat het album geproduceerd, gemixt en gemastered werd door diens mastermind James Kelly, versterkt de vette knipoog naar Altar Of Plagues nog meer. Goed om vast te stellen dat Kelly nog steeds interesse heeft in het heavy gebeuren naast zijn elektronisch soloproject Wife. Mortichnia als een klakkeloze kopie van Altar Of Plagues afdoen, zou de heren echter onrecht aandoen. Dat ze post-black metal als basis nemen, waarbij het er net iets minder uitgesponnen atmosferisch aan toe gaat dan bij de Cascadian scene, valt niet te ontkennen. Deze fond wordt echter op smaak gebracht met beklemmende doom metal en wanhopige screams, die refereren aan Ash Borer, en met momenten gaat het er behoorlijk progressief aan toe. Het is vooral de licht industriële sound (ietwat kil klinkende drums) van de interessante mix aan stijlen die een link met de zwanenzang van Altar Of Plagues oproept. Zo wisselen beklijvende atmosferische passages af met laag gestemde grommende doom/death riffs (die wel wat weghebben van Bölzer) en ondersteunende dubbele basdrums. De riffs wringen zich met momenten uit hun strak omlijnd keurslijf om de nodige dissonanten op de gitaarfrets en -snaren op te zoeken.Thematisch gezien handelt dit werkje over de veroordeling van de menselijke zwakheid en het ontwaken van een onweerlegbare spijt.De vier monsterlijke songs en intermezzo halen inspiratie uit een misantropisch instinct en verhalen over een verwekt verdriet, ondersteund door catharsische visioenen van vergankelijkheid. Opgewekte jongens dus! Dit is een debuut dat kan tellen en Mortichnia is er dus weeral eentje om in het oog te blijven houden. Oordeelt u hieronder zelf maar!
JOKKE: 81/100

Mortichnia – Heir to scoria and ash (Apocalyptic Witchcraft Recordings 2016)
1. Searing impulse
2. Carrion proclamation
3. The waning
4. A furious withering
5. Heir

Svartidauði – Hideous silhouettes of lynched gods

De invloed van Svartidauði op de IJslandse black metal scene is van onnoemelijk belang geweest. In het kielzog van de release van hun debuut “Flesh cathedral” (uit 2012 alweer) sproten de IJslandse black metal legioenen als warmwatergeisers uit de bevroren ondergrond van het tot de verbeelding sprekende eiland. Vooral snoepje van de week Misþyrming profiteert van de buzz die Svartidauði heeft weten te creëren (hoewel de kwaliteit van hun “Söngvar elds og óreiðu” plaat natuurlijk niet te ontkennen valt). Sinds het eerder vermelde debuut werden we enkel nog getrakteerd op de “The synthesis of whore and beast” EP uit 2014. In plaats van ons eindelijk eens een nieuwe langspeler te gunnen, laat het kwartet opnieuw een 7 inch EP op ons los waarop zowel een oud als een “nieuw” nummer te vinden zijn. Op kant A prijkt een gepimpte versie van het nummer “Deathtrip” dat reeds in 2010 gereleased werd op een split met het Chileense Perdition. In een kortere en gebaldere song dan het materiaal op “Flesh cathedral” weerspiegelt deze track de ervaringen en visie van zanger/bassist Sturla Vidar op de gewelddadige riots die IJsland in 2010 troffen naar aanleiding van de financiële crisis. “Hellish visions” schittert op kant B en kwam tot stand na een bevreemdende mushroom trip van de kale frontman. En hoewel ook reeds in 2010 opgenomen, is die tot nog toe steeds stof blijven vergaren in hun archief. Beide songs kan je in retrospectief zicht als goede voorlopers beschouwen van de vier parels die op hun debuut prijken, waarbij de song op kant B het beter doet dan die op de A-kant en ook qua sound en sfeer dichter bij het materiaal op “Flesh cathedral” aanleunt. Het niveau van die plaat wordt niet gehaald en ook moet gezegd worden dat de EP uit 2014 hier net iets beter ontvangen werd. Desalniettemin is dit een leuk hebbedingetje voor de Svartidauði fanbase en toornen iets mindere Svartidauði songs nog steeds torenhoog boven de grijze zwarte massa uit.
JOKKE: 80/100

Svartidauði – Hideous silhouettes of lynched gods (Terratur Possessions 2016)
1. Deathtrip
2. Hellish visions