Month: oktober 2016

Djevel – Norske ritualer

In het rijtje legendarische Noorse black metal drummers zie je steevast illustere figuren als Hellhammer, Frost of Trym opduiken, maar er dwaalt nog een fenomenale ezelsvellenmepper in de Noorse bossen rond die eveneens al heel wat dienstjaren op de teller heeft staan, maar dikwijls over het hoofd gezien wordt. Ik heb het hier over Per Husebø (aka Dirge Rep) die deel uitmaakt(e) van enkele zwartmetalen topacts zoals Gehenna, Enslaved, Orcustus, NettleCarrier, Gorgoroth, Aura Noir, Neetzach, … Sinds 2012 vind je hem ook op de drumkruk bij Djevel, het geesteskind van oprichter/songschrijver/zanger/gitarist Trond Ciekals (NettleCarrier, ex-Ljå, ex-Neetzach). Verder maken ook bassist Mannevond (o.a. Koldbrann, NettleCarrier, ex-Urgehal, ex-Vidsyn) en zanger Erlend Hjelvik (Kvelertak) deel uit van deze formatie, die gerust het predikaat “supergroep” als patch opgespeld mag krijgen, hoewel de bandleden daar waarschijnlijk allerminst ook maar één seconde van wakker liggen. “Crafting Black Metal with decades of experience” is een soort van kwaliteitsgarantie die eigenlijk op het album zou mogen prijken. Middels drie puike platen (“Dødssanger” uit 2011, “Besatt av maane og natt” uit 2013 en “Saa raa og kald” uit 2015) onder de arm en het weldra te verschijnen nagelnieuwe “Norske ritualer” houdt het kwartet er bovendien een ijverig werktempo op na. De traditionele oer-Noorse black metal van de nieuwe langspeler ligt zoals te verwachten in het verlengde van de vorige platen, maar alles is nog net dat tikkeltje beter nu. De stalagtieten druipen van de striemende, ijzige tremolo picking riffs, de drums gaan er als een door-hondsdolle-en-op-hol-geslagen-huskies-voortgetrokken-slede op sneltempo van door en de raspende strot van Erlend wordt afgewisseld met cleane zangpartijen en koorzang van Trond (“Med tornespiger var han haengt“). De ruwe, krachtige productie zit deze stijl als gegoten en de songs variëren van kort, maar krachtig en snoeihard (“Med christi legeme og blod under hoeiere fod“) tot langer uitgerekte, licht epische nummers (opener “Vi slagter den foerste og den andre, den triedje lar vi gaa mot nord“, “Doedskraft og tri nagler” waarop Hoest (Taake) de vocalen voor zijn rekening neemt en afsluiter “Afgrunds engle“). In “Til mitt kjaere norge” wordt de akoestische gitaar van stal gehaald om even op te warmen aan deze Noorse kampvuursong, maar al snel daarna worden we opnieuw bedolven onder een ijzige gletsjer aan black metal geweld die nóg kouder aanvoelt dan de ijsklompvoeten die mijn lief ’s nachts tegen mij aan legt. Dit is hoe échte Noorse black metal moet klinken jongens en meisjes!

JOKKE: 88/100

Djevel – Norske ritualer (Aftermath Music 2016)
1. Vi slagter den foerste og den andre, den triedje lar vi gaa mot nord
2. Jeg maner eder alle!!
3. Doedskraft og tri nagler
4. Med christi legeme og blod under hoeiere fod
5. Til mitt kjaere norge
6. Med tornespiger var han haengt
7. Maatte vetter rase som aldrig foer
8. Afgrunds engle

Fluisteraars – Gelderland

De black metal scene lijkt soms wel wat op “Vlaanderen Vakantieland” waarin menig band de geschiedenis en legenden van de eigen heimat looft en bezingt. We denken dan natuurlijk meteen aan Scandinavië, maar ook dichter bij huis lopen er meerdere ambassadeurs rond die hun eigen streek promoten. Het Nederlandse trio Fluisteraars is hier een mooi voorbeeld van en brengt met haar nieuwe 7″ EP “Gelderland” een muzikale ode aan de gelijknamige provincie. Fluisteraars bracht op haar twee langspelers “Dromers” uit 2014 en “Luwte” uit 2015 – en één van de verrassingen van vorig jaar – black metal van het lang uitgesponnen en atmosferische soort. Op een 7 inch single is echter geen plaats voor nummers van tien minuten of langer met als resultaat twee songs die sneller en een tikkeltje rauwer klinken en meer teruggrijpen naar de sound uit de demoperiode van de band (“Beringheim” uit 2009 en “’t Hondslog” uit 2010). Toch is er ook in hun kortere nummers plaats voor de nodige dynamiek en breaks. Zowel “Zijsselt” als “Stuk” schieten snel uit de startblokken om de agressie halverwege te laten voor wat het is en rustigere wateren te bevaren. Hierbij moet ik wel toegeven dat de eerste song voor mij onaf klinkt en nogal abrupt ten einde komt. Ik had dit nummer zich graag nog verder zien onplooien. Een kanttekening die op het tweede nummer, waarin naar het einde toe akoestische gitaren opduiken, niet van toepassing is. Als de band gas terug neemt, schiet zoals steeds de folklore sound van Drudkh als referentiekader op. Ook op fysiek vlak zijn er sporen van Gelderland in deze release geslopen. Zo werd het papier waarop het artwork, afkomstig van de hand van zanger Bob Mollema, gezeefdrukt werd, zelf gemaakt in een oude papiermolen die sinds 1622 operatief is, met behulp van graan en tarwe uit de eigen streek. Altijd bewonderenswaardig als een band zo veel werk maakt van een release. Handgenummerd en op 300 exemplaren uitgebracht. Niet te lang twijfelen dus!

JOKKE: 78/100

Fluisteraars – Gelderland (Eisenwald 2016)
1. Zijsselt
2. Stuk

Teloch – Thus darkness spake

Tijdens een door-Youtube-filmpjes-snuisterende-avond stootte ik op het Finse Teloch waarbij ik vooral aangetrokken werd door de schedel op de hoes van hun tweede album “Thus darkness spake“. De band, bestaande uit enkele leden van Blood Red Fog en Saturnian Mist, was mij onbekend, maar klonk verleidelijk in de oren. Het zeven jaar oude debuut “Morbid prayer” ook maar eens opgesnord en tegenover deze plaat wordt duidelijk dat er een shift heeft plaats gevonden waarbij de ijzige Noorse sound vol tremolo picking ingeruild werd voor een meer klassieke melodieuze Finse invalshoek vol donkere romantiek. Het mid-tempo “Obliteration” is hier een mooi voorbeeld van, waarbij de basgitaar een prominente rol toebedeeld krigt en de commanderende vocalen van zanger Odium regelmatig balanceren op het randje tussen screams en cleane zang. Ook het oudere werk van het razend populaire Mgła werd voor sommige nummers zoals “Ablution” als blauwdruk genomen, maar de Polen spelen toch nog wel een paar divisies hoger. “Towards perdition” wisselt dan weer blastbeats af met een rock-getinte black ’n roll groove. Het snelle, opzwepende en zeven minuten durende “Ascending thrones and stars” is één van de betere nummers en heeft halverwege een meer slepend karakter waarbij akoestische gitaren opduiken. De titeltrack valt dan weer op door de diepe narratieve vocalen. Ook voor donkere ambient is er plaats zoals we halverwege de lange afsluiter  “Hymni tulelle” opmerken. Ondanks deze verschillende afwisselende stijlelementen slaat de verveling na enkele luisterbeurten toe vermits het aan écht noemenswaardige memorabele melodieën ontbreekt. “Thus darkness spake” is een album dat de voorbije weken af en toe rondjes heeft gedraaid en ik wel kon smaken, maar daarna waarschijnlijk de vergetelheid in geraakt om binnen een paar jaar nog eens afgestofd te worden.

JOKKE: 70/100

Teloch – Thus darkness spake (Saturnal Records 2016)
1. Currents
2. Obliteration
3. Ablution
4. Towards perdition
5. Ascending thrones and stars
6. Thus darkness spake
7. Stirring fire
8. Hymni tulelle

Verwoed – In onvrede met het aardse bestaan

Met een luide knal plaatste het uit Utrecht afkomstige Verwoed zich met haar recente debuut “Bodemloos” op de Nederlandse black metal kaart. Eind september werd deze EP voor de eerste keer live voorgesteld in zaal Db’s in Utrecht, wat een lust voor oren, ogen en andere lichaamsdelen was. Ik klopte bij Verwoed mastermind Erik B. aan de deur om te polsen hoe hij op zijn live debuut terug blikte. (JOKKE)
verwoed

Gegroet Erik! Ik was danig onder de indruk van je debuut “Bodemloos” en hoopte dat je zou instemmen met een interview. Ik wou echter wachten tot jullie live doop achter de rug was om te zien of de plaat ook live waargemaakt kon worden. Volmondig “ja!” dus (de afwezigen kunnen de show hier herbekijken: http://www.cvltnation.com/premiere-verwoed-debut-performance-full-set/). Ben je tevreden over hoe de eerste show verlopen is? Met ook Turia en Wederganger op de affiche kregen de aanwezigen een mooie dwarsdoorsnede van Nederlandse black metal anno 2016 te verteren. Hoewel het bordje “uitverkocht” aan de deur hing, had ik de indruk dat er toch nog gerust wel wat volk bij kon.
Heel tevreden. Om de nummers die je alleen geschreven en opgenomen hebt, gespeeld te horen worden door een volledige band was, vooral tijdens de eerste repetitie, heel vreemd en voelde wat onwennig aan. Dit veranderde echter al vrij snel in een euforisch gevoel.

Bodemloos” werd volledig door jou ingespeeld. Om de plaat naar het podium te vertalen moest je natuurlijk andere muzikanten optrommelen. Wie heeft je zoal uit de brand geholpen en zullen zij altijd van de partij zijn voor live shows? Treden ze als volwaardig lid toe tot de band of blijft Verwoed jouw soloproject als het op het schrijven van muziek aankomt?
Michael (The Secret), JB, Jeroen (beiden Herder) en Joris (o.a. Leaves Eyes) vervullen de rollen bij live optredens. Ik schrijf nog steeds alle muziek, maar zal bij de volgende opnames gebruik maken van Joris op drums. Mijn drumkunsten zijn dusdanig beperkt, dat het me soms belemmert in het schrijfproces. Met iemand als Joris achter de kit, zijn er geen beperkingen meer in wat wel en niet kan.

Voor de live show koos je om de rol van zanger op jou te nemen, hoewel je ook de positie van gitarist, bassist of drummer had kunnen innemen. Was het van meet af aan duidelijk dat je de microfoon ter hand wou nemen? Had je niet liever (ook) als gitarist op het podium gestaan, vermits jij alle muziek geschreven hebt of valt zingen en gitaar spelen niet te combineren?
Het idee om dit live te gaan doen speelde al langer in mijn hoofd en het instinctieve gevoel dat ik zou gaan zingen was daarbij altijd al aanwezig. Hier van afwijken zou niet juist zijn.

De hoge kwaliteit van het muzikaal gebodene maakt duidelijk dat je een getalenteerd muzikant en multi-instrumentalist bent. In welke rol (zanger, gitarist, drums) voel je je het meest comfortabel en welk instrument beheers je het beste naar jouw mening?
In het geval van Verwoed, zou ik zeggen gitaar.

Ik heb me laten vertellen dat jij afkomstig bent uit de punk en hardcore scene. Tevens ben je ook actief in stoner/doom band Uur (het voormalige Dresden/Leningrad). Vanwaar de intentie om black metal te gaan maken? Uit sommige hoeken waait soms wel al eens negatieve kritiek op hardcore kids die plots black metal gaan spelen.
Ik werd niet op een dag wakker met de intentie om black metal te gaan maken. Het is, op een voor mij vooralsnog onverklaarbare manier, zo gegroeid. Wanneer je leeft met een zodanige ‘onvrede’ met het (aardse) bestaan, is het denk ik onvermijdelijk dat je persoon op een bepaald punt in het leven de wegen kruist met black metal. Kortzichtige kritiek van bekrompen zogenaamde puristen op ‘hardcore kids die black metal maken’, leg ik naast me neer. Als je zulke aardse gedachten toelaat in zoiets ongrijpbaars en wetteloos als black metal, begrijp je het volgens mij niet helemaal.

Je eerste stappen in black metal werden echter niet gezet onder de naam Verwoed. Je opereerde eerst als Woudloper waarmee een EP en een single uitgebracht werden. Waarom heb je na deze releases een punt achter Woudloper gezet om onder de naam Verwoed verder te gaan?
Voordat er überhaupt één noot was opgenomen, bestond de naam Woudloper al. Al snel kreeg ik het gevoel dat deze naam de lading van de muziek allesbehalve dekte, vandaar de verandering naar Verwoed.

De term “verwoed” kan allerhande betekenissen hebben: boos, bezeten, enthousiast, fervent, fel, geestdriftig, heftig, hevig, hartstochtelijk, laaiend, naarstig, rabiaat, razend, vroed, vurig, woedend, … Welke van deze termen is het meest op jou van toepassing als individu?
Verwoed in de breedste zin van de betekenis van het woord. Het is een prachtig woord met een dusdanig diverse lading waarvan elke betekenis mij en de muziek dekt.

De black metal die op “Bodemloos” te horen is, bevat uiteenlopende invalshoeken gaande van orthodoxe elementen over psychedelische uitgerekte stukken en dreigende drone/ambient. Enig idee of één van deze elementen op een volgende release nog verder uitgediept gaan worden of gaat de sound van Verwoed steeds een amalgaam van verschillende stijlelementen blijven?
Ik heb geen idee. Ik schrijf niet met de intentie om een bepaald nummer of stukje te schrijven; ik laat het me overkomen en als het gevoel juist is, gebruik ik het.

Ik heb de indruk dat de recensies van “Bodemloos” unaniem positief zijn. Had je dit enigszins verwacht en hoe ga je om met eventuele negatieve kritiek?
Ik verwacht helemaal niks. De demo werd bijvoorbeeld niet opgenomen met de intentie om deze ooit uit te brengen, maar Joost (Terzij de Horde) heeft me net dat zetje gegeven dat ik nodig had om het toch te doen. De recensies zijn inderdaad lovend; iets wat ik absoluut niet had verwacht of überhaupt mee bezig was/ben.

Zowel de muziek, als de songtitels en het knappe hoesontwerp van Joost (Terzij De Horde) schijnen een nihilistisch, hallucinogeen en paranoïde gevoel uit. Worstel je in het dagelijks leven met jezelf en de wereld rondom ons? Hoe zie jij de toekomst voor de mensheid tegemoet?
De mensheid is verdoemd. Dat weten we allemaal. We zijn als mens zo dusdanig ver van onze instinctieve driften en natuurlijke gevoelens verwijderd, dat we geen idee meer (kunnen) hebben wat het daadwerkelijke nut is van onze tijd hier op aarde. In plaats daarvan storten we ons op kunstmatig geluk in de vorm van materiële voldoening. De worstelingen die ik hiermee ervoer, heb ik, mede dankzij bepaalde ervaringen en inzichten die ik heb opgedaan tijdens een aantal trips, de kop weten in te drukken.

Is er een dieperliggend thema dat de drie songs op “Bodemloos” verbindt?
De Dood.

Voor de release van “Bodemloos” werk je samen met het vrij nieuwe Argento Records. Hoe ben je met hen in contact gekomen en hoe verloopt de samenwerking?
Ik ben via JB in contact gekomen met Michael van Argento (tevens live gitarist). Juist omdat hij nog niet veel had uitgebracht, was ik enthousiast om het op zijn label uit te brengen. Op die manier kun je samen met je label iets moois opbouwen, in plaats van ‘nóg een band op dat label met meer dan 100 bands op het rooster’ te zijn. Michael en Clio zijn voor de volle 100% toegewijd aan wat ze doen en dit doen ze met de grootste passie, dus ik ben erg blij dat zij dit wilden doen.

Wat mogen we in de toekomst nog van Verwoed verwachten?
Momenteel werk ik aan een full length, wat vooralsnog voorspoediger gaat dan verwacht. Daarnaast blijft het niet bij die ene show in dB’s.

Behexen – The poisonous path

De aandachtige lezer heeft waarschijnlijk reeds opgemerkt dat ik fan ben van alle orkestjes waar de heer Luctus (spilfiguur in de Nidrosian scene) bij betrokken is of was: One Tail One Head, Darvaza, Dark Sonority, Mare, Celestial Bloodshed, Ritual Death, Aptorian Demon, Dødsengel, Kaosritual en Black Majesty. Wat jullie misschien niet weten is dat deze Noor sinds 2009 ook als gitarist actief is bij het Finse Behexen, zij het onder het pseudoniem Kraath. Samen met Azaghal, Horna en Sargeist behoren deze Finnen tot een constante van de Finse black metal scene en met “The poisonous path” verscheen eerder dit jaar een vijfde langspeler. Naast Kraath bestond de line-up van Behexen op deze plaat uit oudgedienden Hoath Torog (vocals), Horns (drums) en Shatraug (gitarist). Die laatste is ondertussen echter met de noorderzon vertrokken, terwijl hij in zijn band Sargeist dan weer grote kuis gehouden heeft en Hoath Torog en Horns aan de deur heeft gezet. Hoewel de drie heerschappen over een blinkende kale knikker beschikken, zit er dus precies een serieuze haar in de boter. Soit, het oude werk van deze duivelaanbidders mocht er best wezen, maar wat Behexen op “The poisonous path” laat horen, is een absolute topprestatie. Een klein uur (!) lang is het genieten geblazen van dynamische, energieke black metal waarbij de tremolo-picking riffs, melodieuze bridges, hakkende breaksblastend drumwerk en in reverb gedrenkte vocalen rond je oren vliegen. Wat opvalt zijn de laaggestemde gitaren, waardoor het riffwerk eerder de boomstamzagende Zweedse death metal tour opgaat (in de chaotische ramstukken van “Chalice of the abyssal water” denk ik zelfs regelmatig aan hun grinding landgenoten van Rotten Sound). Wanneer Behexen de rockende tour opgaat, komt het Deense Horned Almighty dan weer vanachter de hoek piepen. Grof gezegd kan het album in twee stukken opgedeeld worden, waarbij de eerste helft van het album vooral focust op snelheid en agressie (echter zonder koppig aan één stuk door te razen), alvorens in het tweede deel een meer epische kant van hun met corpsepaint bekladde smoel te laten zien met het in het Fins gezongen “Rakkaudesta saatanaan” als episch hoogtepunt. Centraal op het album staat met “Umbra luciferi” een absolute kraker waarbij dynamiek en duivelse schoonheid hand-in-hand gaan. Ook “Luminous darkness” is een knaller, zij het één die zich op doomtempo voortbeweegt en waarbij talloze samples en een sinistere, maar pakkende melodie je in een wurggreep nemen. Moeilijk om hier iets negatief over te zeggen. Behexen staat dan ook tot aan haar knieën in een rottende berg menselijke botten van de slachtoffers die ze met deze prachtplaat heeft gemaakt.

JOKKE: 90/100

Behexen – The poisonous path (Debemur Morti Productions 2016)
1. The poisonous path
2. Wand of shadows
3. Cave of the dark dreams
4. Sword of promethean fire
5. Umbra luciferi
6. Luminous darkness
7. Chalice of the abyssal water
8. Pentagram of the black earth
9. Gallows of inversion
10. Rakkaudesta saatanaan

Qrixkuor – Three devils dance

Bij een spelletje Scrabble zou het leggen van het woord “qrixkuor” een hoge score opleveren. Toegegeven, je zal Google erbij moeten halen om het woord te verduidelijken aan je medespelers want de kans is groot dat ze denken dat je hen in het ootje probeert te nemen met één of ander verzonnen woord. “Qrixkuor” is echter de naam van een vogel, ontleend aan een boek van de Engelse magiër, occultist, schrijver en dichter Kenneth Grant, leerling van Aleister Crowley en stichter van de “Typhonian Ordo Templi Orientis“. Ideale naam ook voor een occulte death metalband, moeten de individuen R., M., A. en S. in 2011 gedacht hebben. En alzo geschiedde! Er werden twee demo’s uitgebracht, maar het is met de nieuwe EP “Three devils dance” dat het Engelse kwartet pas echt potten zal breken. Hoewel er slechts drie songs op de tracklist prijken, klokt het zaakje wel op achtendertig minuten af. Geen hapklare brok luistermuziek om tijdens de afwas te beluisteren dus! Integendeel: hier moet je even voor gaan zitten want deze woeste draaikolk van dissonante, multi-gelaagde gitaarriffs, drukke drumroffels, intergalactische solo’s en diepe growls vormt een moeilijk verteerbaar geheel. Voor de doorsnee popmuziek liefhebber staat de muzikale output van Qrixkuor synoniem voor teringherrie, maar fans van Irkallian Oracle of Antediluvian die over een getraind paar oren beschikken zullen in dit sonisch surrealisme en in-reverb-gedrenkte chaos opmerken dat het viertal wel weet wat de voor- en achterkant van hun instrument is. Zowel gitarist/componist S., als bassist R. en drummer M. zijn academisch geschoolde muzikanten en S. voegt daar ook nog een master in het componeren van muziek voor films en televisie aan toe. Vandaar het cinematografisch karakter van de muziek waarbij de structuur en spanningsopbouw veel weg hebben van een film soundtrack – wel geen romantische komedie in dit geval. Doorheen de maalstroom aan onpeilbare en ondoorgrondelijke death metal zitten interludes verweven die geschapen werden middels Tibetaanse bekkens, gongs, drums, menselijke en dierlijke beenderen, stemmen en natuurlijke geluiden. Kortom: van dit plaatje is werk gemaakt. Eindelijk eens een vette release in mijn platenkast onder de letter “Q”!

JOKKE: 83/100

Qrixkuor – Three devils dance (Invictus Productions 2016)
1. Serpent’s mirror
2. Crypt of illusions bane
3. The divine architect

Ritual Death – Ritual death

In het interview met Whoredom Rife konden jullie lezen dat dit duo niet wakker ligt van het al-dan-niet behoren tot de zogenaamde Nidrosian black metal scene. Toch lopen er in Trondheim andere individuen rond die wel al eens meer bij mekaar op theevisite lijken te gaan. Zo hebben frontman/gitarist Luctus, drummer Nosophoros en organist (!) H. Tvedt in de vorm van Dark Sonority, Celestial Bloodshed, Mare, Kaosritual en Black Majesty meerdere gemene delers waarbij ze in het verleden actief betrokken waren. Een tijdje geleden besloten deze drie heerschappen om nog een nieuwe band in het leven te roepen getiteld Ritual Death. Hofleverancier des Nidrosiaanse metalklanken Terratur Possessions lijfde de band als vanzelfsprekend in en een eerste gelijknamige EP werd op de mensheid losgelaten. Met vijf songs in zestien minuten, wordt het zaakje tamelijk beknopt gehouden. De muziek klinkt dan ook to the point, primitief, agressief en rauw. Een blik op de songtitels doet tevens vermoeden dat het er minder poëtisch en filosofisch aan toe gaat dan bij de meer orthodoxe collega’s. De unique selling proposition – om er maar eens een marketingterm tegenaan te gooien – van Ritual Death bestaat uit de combinatie van haar rauwe oerkracht en de orgelklanken die het zaakje van een spooky sacraal kantje voorzien met “Ceremonial crypt desecration” en het kort maar krachtige “Satanic omen“als hoogtepunten. Het staccato drumwerk in het auditief terreurachtige “Daimonic” en enkele andere songs creëert bovendien een heuse old-school Bathory vibe. Toffe EP!

JOKKE: 78/100

Ritual Death – Ritual death (Terratur Possessions 2016)
1. Goat. Altar. Sacrifice
2. Ceremonial crypt desecration
3. Satanic omen
4. Charnel aura
5. Daimonic

Ortega – Op zoek naar de heilige staat van bewustzijn

Het uit Groningen afkomstige Ortega heeft met de nieuwe langspeler “Sacred states” een plaat uitgebracht waarmee ze haar status als beste post-metal/sludge/ doom-band van de Lage Landen consolideert. Hoewel ik het kwartet reeds sinds het debuut uit 2010 volg en ze reeds vijf releases op hun palmares hebben, maakt de band nu pas haar debuut op Addergebroed. Tijd om Richard Postma (zanger/gitarist) aan het woord te laten. (JOKKE)

ortega-2(c) Niels Verwijk

Hallo Richard! We staan aan de vooravond van de release van jullie tweede album “Sacred states”. Drukke tijden neem ik aan?
Absoluut. We zijn druk bezig met de laatste voorbereidingen voor de release, die iets minder dan twee weken weg is. Ik ben dan ook erg blij dat we ditmaal in goed gezelschap zijn van André (Narshardaa) en Mike en Nele van Team Consouling Sounds.

Jullie hebben er zes jaar over gedaan om met een volwaardige tweede langspeler op de proppen te komen. De tussentijd werd echter opgevuld met enkele uitstekende EP’s, respectievelijk “A flame never rises on its own”, “The serpent stirs” en “Crows”. Waarom heeft het zo lang geduurd om een nieuwe full te schrijven?
Als band willen we blijven ontwikkelen. Na ons debuut “1634″ merkten we dat we als band andere dingen wilden uitproberen. Individueel had elk lid zijn ideeën over de band qua stijl en sound. We hebben elkaar daarin zodanig vrijgelaten dat elk lid leiding mocht nemen in het schrijven van een nummer. Volgens deze methode hebben we “A flame never rises on its own” en “The serpent stirs” geschreven. Tijdens dit proces hebben we, zoals ik dat graag zie, onze sound weten te distilleren naar wat het nu is. In een band kan het soms moeilijk zijn om écht als een groep te werken als het om het schrijfproces gaat. Het is dan ook absoluut niet zonder slag of stoot gegaan. Maar zoals je ziet, zijn we nog steeds allemaal bij elkaar, dus hebben we het ergens toch enigszins goed aangepakt, haha. “Sacred states” was eigenlijk weer een stap verder denken. We wilden ons meer op de intensiteit van de luisterervaring richten. In de praktijk hebben we dit album vrij snel geschreven, maar hebben we dit zelf enorm uitgesteld. Waarom? Life. We worden allemaal ouder en de tijd samen als band wordt daarmee ook steeds meer beperkt. Initieel zouden we een jaar na het uitbrengen van de demo “Crows” de studio induiken om “Sacred states” op te nemen. Dit heeft uiteindelijk een jaar langer geduurd. Het valt dus allemaal wel mee.

Dikwijls brengen bands EP’s uit omdat de songs in kwestie afwijkend zijn van de rest van het songmateriaal of omdat ze niet binnen een bepaald concept passen. Op de tracklist van “Sacred states” merkten we echter dat de monumentale “Crows” song die jullie reeds in 2014 uitbrachten opnieuw werd opgepikt voor deze plaat. Vanwaar deze keuze?
Crows” werd uitgebracht als demo voor “Sacred states” tijdens Roadburn in 2014. Het nummer werd uitgebracht als voorproefje op het toen nog niet geschreven “Sacred states“. We wilden laten horen waar we toen stonden en welke richting we op gingen als band.

Jullie bandnaam werd ontleend aan Kapitein Ortega – die de oudere lezers misschien nog wel kennen van “De snorkels” televisieserie uit de jaren ’80 – en qua thematiek grepen jullie op oudere releases regelmatig terug naar nautische onderwerpen. Vanwaar deze fascinatie voor het maritieme? Het lijkt een thema dat bijzonder populair is bij post-metal bands want er zijn legio voorbeelden van bandnamen, platentitels en songs die op één of andere manier verwijzen naar de zee of de oceaan.
Het begon inderdaad als een knipoog naar “De snorkels“, haha. Ik heb een behoorlijke fascinatie voor Edgar Allen Poe en Lovecraft, en heb me dan ook flink laten beïnvloeden door “De reisverhalen” van Arthur Gordon Pym en verschillende korte verhalen uit de Cthulhu mythos bij het schrijfproces van “1634”. Na “A flame never rises on its own” wilden we het nautische aspect een beetje loslaten en een andere richting opgaan. Zo zijn we tekstueel meer inwaards gegaan, met “The serpent stirs” als eindresultaat.

Op “Sacred states” lijken jullie af te stappen van deze thematiek. Is er een rode leidraad doorheen de nieuwe plaat en hoe verhoudt ze zich tegenover het oudere werk?
Het verhaal van “Sacred states” gaat over een sjamaan die de heilige staat van bewustzijn probeert te bereiken. In vijf stukken ondergaat de sjamaan een zielenreis, op zoek naar de allerhoogste vorm van waarneming.

Met de zombie-indiaan die de hoes van “Sacred states” siert, hebben jullie in elk geval een erg gewaagde genre-vreemde hoes afgeleverd. Evenals de cover van “The serpent stirs”, lijkt ook deze een ontwerp te zijn voor van die in-javel-afgebleekte-shirts die begin jaren negentig erg populair waren en waarop allerhande tribals, wolven en indianenmotieven prijkten. Wat is de link tussen de visuele zijde van de plaat en de thematiek?
“Gewaagd” zou ik niet zeggen. “Anders”; dat wel. “Vreemd” kan ik mee leven. Die zombie-indiaan is een totem voor een sjamaan, geïnspireerd op ceremoniële hoofdtooien van Papoea’s. Sinds “The serpent stirs” heb ik mij ondermeer verdiept in bepaalde aspecten van Zuid-Amerikaanse esoterie en folklore. Dit heeft zicht geuit naar wat “Sacred states” nu is.
sacred-states-avatar
Op de plaat zijn enkele gastbijdragen te horen van Maurice De Jong (Gnaw Their Tongues) en  Ethan Lee McCarthy, frontman van Primitive Man. De bijdrages van beide heren vormen een leuke meerwaarde voor het album. Hoe zijn jullie met hen in contact gekomen? Vooral de extra (subtiele) elektronica is een interessante toevoeging aan jullie sound.
Ethan en Maurice zijn goede vrienden van de band waar ik eerder mee heb mogen samen werken. We hebben in het verleden vaak het podium mogen delen. Ik ben al jaren fan van wat zij doen en heb ze daarom gevraagd een bijdrage te leveren. Met de sfeer die wij wilden neerzetten op “Sacred states” vonden wij het een behoorlijk goede toevoeging door hen een rol te geven op dit album. Wij zijn heel erg tevreden met het eindresultaat.

Ortega staat bekend als een post-metal band die echter ook de nodige invloeden uit sludge, doom en noise in haar sound verwerkt. Links en rechts hoor je kritiek dat post-metal een genre is dat sinds enkele jaren op haar retour is: alles is al gedaan en de beste platen zijn reeds uitgebracht. Hoe kijk jij hier tegenaan?
Ik weet niet of we echt wel post-metal maken. Geen van ons is eigenlijk echt met dat genre bezig als we schrijven. Ik wil niet zeggen dat we het genre negeren of hebben overstegen op welke manier dan ook, maar in mijn ervaring stellen wij de puristen van elk afzonderlijk genoemde genre, zij het doom, sludge, post-whatever etc. meestal teleur. Wij maken wat we mooi vinden en dat gaat vaak twee kanten op: mensen vinden het wat of ze kunnen er niks mee.

Met “Crows” en “The serpent stirs” hebben jullie enkele songs die vlotjes de kaap van het kwartier overschrijden. Maakt dat het niet lastig om een setlist in mekaar te boxen voor shows met beperkte speelduur?
Nope.

Sacred states” zal in drie verschillende fysieke formaten verschijnen en dit via drie verschillende labels. Het Belgische Consouling Sounds verzorgt de CD-versie, jouw eigen cassettelabel Tartarus Records staat in voor de tape-release en de vinyl wordt geperst via Narshardaa Records. De eerste twee labels zijn genoegzaam bekend voor wie het reilen en zeilen in de scene wat volgt. Narshardaa Records is echter een voornamelijk punk-label en lijkt een ietwat vreemde keuze te zijn voor een post-metal/sludge band. Hoe is de samenwerking met dit label tot stand gekomen en denk je niet dat het beter voor de band zou zijn om op een label te zitten dat meer gespecialiseerd is in het genre?
André van Narshardaa heeft talloze post-rock/metal-releases op zijn naam staan. We zijn naar hem toegestapt ten tijde van “The serpent stirs” omdat we graag met een DIY-label wilde samenwerken. Narshardaa heeft ons eigenlijk altijd alle vrijheid gegeven. Daarom was het voor ons vrij duidelijk wederom met elkaar samen te werken voor “Sacred states“. In de eerste twee weken na de start van de pre-order is bijna de helft van de totale persing verkocht. Ik denk dat we het met Narshardaa en Consouling Sounds vele malen beter hebben getroffen dan als vrij onbekende band op een groter label die door een publicist de wereld in wordt gegooid.

Iedereen die jou een beetje kent, weet dat je een fervent muziekverzamelaar bent, voornamelijk dan vinyl en cassette. Welke omvang heeft je verzameling ondertussen en wat is de voor jou meest dierbare plaat die je bezit?
Ik heb werkelijk geen idee hoeveel ik nu bezit. Veel. Héél veel. Mijn meest dierbare plaat? Dat wisselt erg vaak. Op dit moment heb ik mijn liefde voor Ministry weer herontdekt. Althans: de jaren ’90 Ministry. Ik draai bijna dagelijks het live abum “Sphinctour” weer. De live versie van “The fall” die daarop staat is magistraal. Iedereen die dit leest moet hem even opzoeken en luisteren. Een fantastisch document van de tijd waar zij als band gepaard met hun verschillende drugsverslavingen stonden. Tranendal.

link: https://www.youtube.com/watch?v=YbWt3SYrFs8&list=PLDE5A4CB2E80977EB&index=12

De discussie tussen welke drager (CD of vinyl) superieur is qua geluidskwaliteit lijkt een never ending discussion te zijn. Wat is jouw mening in deze materie?
Dit is wat ik erover kwijt wil: elke band heeft een geluid dat op een bepaald medium het beste past en/of klinkt voor de volledige luisterervaring. Dát, en iedereen heeft naar mijn mening zijn of haar eigen rituelen hoe zij hun muziek willen afspelen en ervaren. Einde.

Terug naar Ortega en de nieuwe plaat nu. Wat staat er allemaal op de planning qua promotie voor “Sacred states”? Wat hopen jullie met deze plaat te bereiken?
Good times.

Kosmokrator – Vernietigen om te kunnen herschapen

Vorig jaar was daar uit het niets plots Kosmokrator die zich met hun demo “To the svmmit” in één klap op de map van de vaderlandse death metal scene plaatsten. Onze landgenoten werden opgepikt door het geweldige Vàn Records en nu is er met “First step towards supremacy” een nieuwe EP die hen in staat stelt ook internationaal potten te breken. Danig onder de indruk van het nieuwe werk besloot ik de band eens van onder hun steen te halen. (JOKKE)

kosmokrator

Heil Kosmokrator! Er is nog niet veel geweten over jullie band en de identiteit van de individuen (en iets zegt me dat jullie ook niet te veel licht in de anonieme duisternis willen laten schijnen). Wat vormde de aanleiding om Kosmokrator in het leven te roepen en welke ambities hebben jullie met de band?
Hi, het is inderdaad zo dat we willen dat de muziek en de band als collectief primeren op de individuen achter Kosmokrator. Maar het is ook niet zo dat we er alles aan zullen doen om onze identiteiten geheim te houden. Kosmokrator is ontstaan als gevolg van een nood aan creatieve expressie bij verschillende bandleden. De band werd opgericht met het idee om death metal te maken zoals wijzelf die graag horen. Na de demo begonnen we meer te experimenteren.

Hoe is jullie demo “To the svmmit” tot stand gekomen? Ik heb begrepen dat jullie deze zelf op cassette hebben uitgebracht, maar dat hij al snel ook tot bij Ván Records is geraakt die het kleinood ook op cd en vinyl hebben uitgebracht. Jullie sprongen wel een gat in de lucht toen dit uitstekende label interesse toonde, neem ik aan?
Dat deden we inderdaad! “To the svmmit” is opgenomen, gemixt en gemastered in eigen beheer ongeveer een jaar na het ontstaan van de band. Na deze zelf op tape uitgebracht te hebben, verstuurden we hem naar verschillende labels, echter niet met het oog op een heruitgave en werden we gecontacteerd door onder andere Ván Records. Hun aanbod konden en wouden we absoluut niet afslaan.

Opvolger “First step towards supremacy” verschijnt opnieuw via Vàn Records. Tevreden over de samenwerking en de inspanningen die ze doen om Kosmokrator op de kaart te zetten? Voor hoeveel albums werd er een deal getekend?
Absoluut, Ván Records is een meer dan 100% toegewijd label met veel ervaring. Niets dan lof voor hen! We hebben de indruk dan Ván Records een label is waar je nooit weg wilt. Er werd geen deal getekend, we zien wel hoe het verder gaat.

Kosmokrator is een uit het Grieks ontleend woord dat “heerser van de wereld” of ook wel “de duivel en zijn demonen” betekent. Jullie beide releases bevatten samples en verwijzingen naar het occulte en eschatologie. Tegenwoordig wordt er te pas en te onpas met allerhande occulte symboliek gejongleerd en sommige bands gaan zó ver dat het een gimmick wordt die nog amper serieus te nemen is. Wat betekent occultisme voor jullie en in welke mate bepaalt het occulte jullie dagelijkse leven?
CM: Ik kan hier enkel voor mezelf spreken omdat de band uit vijf zeer verschillende individuen bestaat. Niemand van ons volgt echt een bepaald pad of stroming, ook is Kosmokrator absoluut geen religieuze band. Er heerst wel een algemene fascinatie voor occultisme, dood, mystiek, eschatologie… maar ik aanbid geen goden, voer geen rituelen uit,… Occultisme heeft voor mij een eerder filosofische plaats in een nihilistische, maar rationele levensopvatting. Het heeft, zoals nog vele andere interesses, een invloed op mijn denkwijze en acties en draagt bij tot mijn zelfontplooiing.

Ik heb Kosmokrator spijtig genoeg nog niet live weten te aanschouwen. Hoe vertalen jullie het mystieke en occulte naar het podium? Bij vele bands (Cult Of Fire, LVTHN, …) heeft het soms meer weg van een toneeltje of circusopvoering. De scheidingslijn tussen oprechte mystiek en duisterheid en clowneske toestanden is erg dun, vooral op het podium dan.
We houden het graag relatief eenvoudig, ingetogen en niet te theatraal. We maken gebruik van weinig licht, wat podiumaankleding en treden onherkenbaar op (om diezelfde reden die ik aangaf bij je eerste vraag). We willen graag dat de muziek, het visuele en de sfeer één geheel vormen zonder dat het ene de aandacht van het andere te veel afleidt. Alles staat in functie van het geheel.

De titels van beide releases kunnen geïnterpreteerd worden als het feit dat jullie je superieur voelen tegenover iets of iemand. Grootheidswaanzin of zie ik dat verkeerd?
Het gaat hem er niet om dat we ons superieur voelen ten opzichte van iets of iemand, het is eerder een doel om dingen te overstijgen en de weg er naartoe.

Zelf schreef ik in mijn review echter ook dat jullie met de nieuwe EP met gemak de Belgische death metal troon inpalmen. Wat vinden jullie van onze vaderlandse scene op gebied van extreme metal?
Dank voor de lovende woorden! Om heel eerlijk te zijn hebben we niet erg veel affiniteit met de Belgische metal scene. De laatste tijd zijn er wel opnieuw enkele zeer goede releases verschenen (Alkerdeel, Lugubrum, LVTHN, Perverted Ceremony, Saqra’s Cult…), maar er is momenteel zo’n immens aanbod aan goede muziek (nationaal en internationaal) dat het moeilijk is om alles op de voet te volgen.

Wat stelt het vrij abstracte artwork voor en wie was er verantwoordelijk voor het ontwerp hiervan?
Het artwork is een schilderij van de hand van de zeer getalenteerde Lieselot Van Vaerenbergh, een vriendin van de band, dat ze samen met ons speciaal voor deze release heeft ontworpen. Het artwork beeldt letterlijk de metaforische pilaren van het geloof uit die aan het wegkwijnen zijn, de ondergang van een dogmatische moraal, de overgave aan een alles verterende leegte. In de voorgrond kijkt Lucifer, de opponent, toe. Eén van de stappen in het overstijgen waar ik het eerder over had, het vernietigen om te kunnen herschapen.

kosmokrator-cover

Bands zoals jullie maar ook andere bestiale occulte death metal collega’s zoals Grave Miasma, Irkallian Oracle of Abyssal zorgen ervoor dat ik terug met de regelmaat van de klok naar death metal luister. Zelf heb ik het niet zo begrepen op al die technische moderne death metal bands waarbij techniek over gevoel primeert. Bij welke bands hebben jullie de mosterd vandaan gehaald en zijn er nog underground pareltjes die je ons kan aanbevelen?
Bij ons is het inderdaad ook zo dat gevoel primeert op techniek. Grave miasma , Teitanblood, Katharsis… waren zeker een groot deel van de inspiratie, maar de lijst is nog veel langer en uitgebreider dan dat, gaande van klassieke tot elektronische muziek…

Tussen jullie twee releases is een duidelijke progressie hoorbaar. Ten eerste is er vooruitgang geboekt op vlak van productie. Zijn jullie van studio gewijzigd? Hoewel de sound transparanter en minder zompig is, is deze gelukkig nog verre van over gepolijst. Alleen klinken de drums nu misschien iets te dunnetjes, hoewel alle snare-aanslagen wel duidelijk hoorbaar zijn in de blast-stukken. Tevreden over de sound van de EP of zijn er zaken die je achteraf gezien toch liever anders had gezien?
Onze demo hebben we volledig zelf opgenomen in onze repetitieruimte met de beperkte middelen die we toen hadden. Voor de opname van de EP zijn we naar Blackout Studio getrokken, en de mastering gebeurde door Temple of Disharmony. Het “verstikkende sfeertje” zoals je beschrijft in de review is iets dat we absoluut wouden behouden, gepolijst zal het nooit worden, alle intensiteit en ook het ‘live’ gevoel gaan zo verloren. Het is een tijdsfragment en gedane zaken nemen geen keer, we zijn zeer tevreden met het resultaat

Ten tweede maken jullie nu regelmatig gebruik van cleane uithalen die de dynamiek ten goede komen (ook Bölzer lijkt voor deze aanpak te gaan op hun nieuwe plaat). Ontspruiten deze cleane vocalen uit dezelfde strot als de death metal growls?
Dat is inderdaad één en dezelfde strot, het is een element dat zorgt voor meer variëteit, kracht en intensiteit.

Wat zien jullie zelf als het grootste verschil tussen beide releases?
Voor ons is “First step towards supremacy” de logische opvolger van onze demo. De nummers zijn intenser en de nadruk ligt nog meer op de algehele sfeer. Waar “To the svmmit” eerder straight forward was, is de nieuwe EP gevarieerder. Het grootste verschil zijn de nummers zelf die toch wel wat meer inhouden dan die op de demo, dat waren de eerste die geschreven werden als band. Iedereen vind naargelang we verder muziek maken meer zijn draai in het schrijfproces en dat zou zich moeten uiten in deze EP.

Wat heeft de toekomst nog in petto voor Kosmokrator? Zijn er plannen om de release van “First step towards supremacy” live te promoten en wanneer kunnen we de “second step” verwachten?
We hebben reeds een aantal optredens gedaan (Anderlecht, Gent, Oberhausen…), momenteel zijn er nog geen concrete toekomstplannen. We gaan verder zoals we dat altijd doen en er zullen nog meer optredens volgen.  De volgende stap komt er zeker ook, maar zelf hebben we nog geen idee wanneer dit zal zijn.

Tortorum – Rotten.dead.forgotten

Tortorum is een Pools/Noors/Engelse-samenwerking met het natte Noorse Bergen als uitvalsbasis. Met twee uitstekende albums op haar conto (“Extinctionist” uit 2012 en “Katabasis” uit 2014) zou deze black metal band geen onbekende meer mogen zijn voor liefhebbers van zwartmetaal genre Watain. Bandoprichter Skyggen (o.a. Dead To This World) besloot om, na het vriendschappelijk vertrek van Dirge Rep (ex-Gehenna, Djevel, Orcustus en nog zo veel meer goede bands), zelf de drumstokken ter hand te nemen in de studio en middels post-natale toevoeging van gitarist Andreas Fosse Salbu opereert de band voortaan als een kwartet in plaats van trio. Met het niets verbloemende “Rotten.dead.forgotten” (zowel qua titel als qua hoes) slaat Tortorum de pagina van overwegend snelle orthodoxe black metal om ten voordele van een eerder mid-tempo rechttoe-rechtaan benadering van het genre. Gezien het overaanbod qua orthodoxe bands, maal ik niet om deze keuze. Het klinkt nu terug allemaal wat Noorser en ook dat juich ik toe! Bassist/frontman Barghest (Spearhead) krijst de longen uit zijn lijf terwijl gitaristentandem Skyggen en Specter (Aeternus, ex-Gravdal) frostbitten riffs uit hun instrument persen. “Lucifer victrix” klinkt met zijn zagende riffs en bottensplijtende zang opvallend vuil en donker. Echter kruipt het bloed met momenten toch nog waar het niet gaan kan waardoor in “Life is the enemy” en “Black mantra mysteries” het gaspedaal als vanouds diep ingedrukt wordt.Hoewel het nieuwe kunstje dat Tortorum met deze EP laat horen natuurlijk ook al menigmaal werd uitgevoerd gaan deze dertig minuten er wel in als zoete koek.

JOKKE: 80/100

Tortorum – Rotten.dead.forgotten (World Terror Committee 2016)
1. Iao al
2. All suns black
3. Night of the witch
4. Life is the enemy
5. Lucifer victrix
6. Black mantra mysteries