Maand: januari 2018

Eigenlicht – Self-annihilating consciousness

Wie bij de bandnaam Eigenlicht aan een Belgische of Nederlandse band denkt, komt bedrogen uit. De bakermat van Eigenlicht valt immers aan de overkant van de Grote Plas te situeren, meer bepaald in de donkere, overweldigende en mysterieuze bossen van Olympia, Washington. Deze geografische oorsprong, in combinatie met de achtergrond van de leden in bands als Fauna, Skagos en Sadhaka geeft dan ook meteen aan in welke hoek we de black metal van deze dames en heren moeten situeren: atmosferische USBM. Aan debuut langspeler “Self-annihiliating consciousness” ging drie jaar geleden de EP “Sacral regicide” vooraf en het moet gezegd worden dat er sindsdien de nodige vooruitgang werd geboekt. De composities klokken nog steeds boven de elf minuten af maar klinken overtuigender en pakkender en de verschillende gemoedstoestanden die in de lang uitdijende songs geëxploreerd worden, lopen vloeiender in mekaar over. De grote stappen die op productioneel vlak gezet werden, zijn hier eveneens debet aan. Zoals de titel suggereert schuilt er een diepere gedachtegang achter “Self-annihilation consciousness“, namelijk de exploratie van kennis en zelfontplooiing. Zelfreflectie en meditatie worden opgewekt via de tweestrijd tussen enerzijds etherische klanken die vaak een meditatief karakter hebben en anderzijds majestueuze en atmosferische black metal partijen die door de nodige synth-onderstroom meer body krijgen. In het indrukwekkende epos “Hagia Sophia” creëren orgelklanken zelfs een sacraal aandoende sfeer. Af en toe passeert er ook een fluit, maar laat je daar vooral niet door afschrikken. En hoewel met haar zalven-en-slaan aanpak het warm water zeker niet opnieuw uitgevonden wordt, weet Eigenlicht toch best een eigen smoelwerk te creëren met haar experimentele kijk op USBM. Op vocaal vlak valt er heel wat te beleven, want afhankelijk van de emotie die in de muziek vertaald wordt, horen we grunts, screams of cleane vocalen, maar enkel indien de muziek erom vraagt. En of het nu via beklijvende black metal uitbarstingen, meer doom-getinte passages of de epische proporties aannemende en klassiek getinte start van “Deifugal force” is, Eigenlicht weet steeds de gevoelige snaar te raken. Interessante plaat voor de avontuurlijke black metal liefhebber.

JOKKE: 81/100

Eigenlicht – Self-annihilating consciousness (Gilead Media/I, Voidhanger Records 2018)
1. There lies already the shadow of annihilation
2. Hagia Sophia
3. Labrys
4. Deifugal force
5. Berserker

Panphage – Jord

Na drie full lengths en een achttal demo’s houdt Fjällbrandt het na 13 jaar voor bekeken. Dertien, want hoewel ons teergeliefde Metal-Archives ons vertelt dat Panphage in 2017 gestopt is komt de allerlaatste langspeler “Jord” pas anno 2018 om het hoekje piepen. Ondanks vroeger artwork dat bol staat van de AK-47’s, de promoshots met bivakmutsen en enkele booklets waarin het enige lid van Panphage zijn verachting voor de hedendaagse black metalscene uitdrukt (en die algemeen gezien op het eerste zicht dus vooral aan een zoveelste war black metalproject doen denken), blijkt zijn muziek na al die jaren nog steeds een eigenzinnige, en vooral bijzonder catchy intensiteit te bezitten. Nummers als “A haugi” en “Skall & skallv” van de “Ursvöl” EP zorgden ervoor dat ik Panphage leerde appreciëren, en krakers als “Landrensningen” lieten me verliefd worden op de melodieuze Zweedse black metal die de einselgänger uitbrengt. Mysterieus genie Fjällbrandt wist te vertellen dat hij met Panphage alles heeft verwezenlijkt wat hij wilde bereiken, en dat “Jord” zijn zwanenzang zou zijn. Na een vrij uitgebreide discografie kan ik me hierin vinden: er zijn maar zoveel verdomd aanstekelijke riffs die een mens kan schrijven. Zijn finale uitgave bevat opnieuw, niks nieuws onder de zon, een bijna ridicuul aantal melodieën die enkele dagen na de eerste luisterbeurt opnieuw in je hoofd opduiken, zoals meteen duidelijk wordt in opener “Odalmarkerna”. Één van de meest opvallende kenmerken van het album (en het project tout court) komen vanzelfsprekend ook aan bod: de vocals verschillen amper van het eerder gepresenteerde materiaal (op een veel betere productie na), maar zijn met veel precisie bovenop de opzwepende gitaarlijnen geplaatst. Hoewel “Jord” amper een jaar na voorganger “Drengskapr” verscheen is hier geen sprake van een recyclage van materiaal. De nummers en bijbehorende riffs zijn iets repetitiever maar missen hun effect niet, en op zich ademt Panphage bij momenten nog steeds een vrij punky sfeer uit, zowel qua compositie als qua mix. Niks ‘afgelekt’, maar toch cleaner dan de demo’s die de man uitbracht. Wat me echter tegenvalt is de manier waarop de nummers in elkaar overlopen: deze komen over alsof een DJ op een middelbare schoolfuif twee nummers aan elkaar probeert te mixen, maar dit pas voor de eerste keer probeert. Fade-outs kan ik in bepaalde mate waarderen, maar op “Jord” laten de overgangen te wensen over. Gelukkig weet Fjällbrandt ons opnieuw een kleine veertig minuten te boeien omwille van zijn inventieve – durf ik zeggen unieke? – gitaarspel en dito vocals, waarbij de verschillende vocale lagen perfect tot hun recht komen en zelfs voor enkele meekweelmomenten zorgen – voor zij die de Zweedse taal machtig zijn. Voor fans van Panphage is “Jord” een interessante meerwaarde en geslaagde afsluiter van het eennmansproject, maar voor zij die het concept net leren kennen raad ik toch vooral “Drengskapr”, “Storm” of “Ursvöl” aan.

CAS: 83/100

Panphage – Jord (Nordvis Produktion 2018)
1. Odalmarkerna
2. Måtte dessa bygder brinna
3. Ygg (En visa om julen)
4. Skadinawjo
5. Den tyste åsen
6. Som man sår får man skörda
7. Osådda skall åkrarna växa (Outro)

Horna/Pure – Split

We zijn nog geen maand ver in het nieuwe jaar of de Finse beeldenstormers Horna zijn al aan hun tweede release toe. Na de “Kuolleiden kuu” EP is het nu tijd voor een brok duivelse muziek die het gevolg is van een bloedpact gesloten met het Zwitserse Pure, het (solo-)project van Ormenos die ingewijden zullen kennen van een resem topacts waarvan Borgne, Manii en Oculus de bekendste zijn. Maar alvorens deze muzikale duizendpoot zijn kunnen mag laten horen, krijgen we vier zweepslagen van Horna te verwerken. Het is het eerste werk waarop LRH op drums te horen is, nadat hij de band in 2016 vervoegde. Dat heeft lang geduurd als je weet dat deze vellenmepper de broer is van zanger Spellgoth die toch al sinds 2009 dood en verderf zaait bij Finlands meest productieve black metal band. Hoewel voorganger Vainaja ook best kon drummen, klinken de beats en tempo’s swingender en soepeler dan ooit tevoren en stelt het Horna in staat om middels opener “Nielkää tuhkaa!” en het snelle “Kielletyn tulen kantaja” met het beste werk in lange tijd over de brug te komen. En wat blijft dat Fins toch een mooie, maar onnavolgbare taal! Er wacht Ormenos een zware taak om de Finnen te evenaren en hoewel hij een begenadigd multi-instrumentalist is, heeft hij zich voor deze release toch laten bijstaan door Thorns (Darvaza en nog ontelbaar veel acts) op drums en Beast op bass. Pure klinkt scheller, snijdender en meer bezeten, vooral door de lading effecten die de screams nóg maniakeler uit de boxen doen schetteren. De band laat twee snelle en twee mid-tempo songs horen die, ondanks het verschil in beats, beide een serieuze impact hebben. Goed spul van enerzijds veteranen die op hun best klinken en anderzijds een band waarvan ik het oudere werk dringend ook eens moet opsnorren.

JOKKE: : 82/100 (Horna: 83/100 – Pure: 81/100)

Horna/Pure – Split (World Terror Committee 2018)
1. Horna – Nielkää tuhkaa!
2. Horna – Kaaos
3. Horna – Kielletyn tulen kantaja
4. Horna – Kohti myrskyjen vuosia
5. Pure – Astral vanity
6. Pure – Imara
7. Pure – The black depths
8. Pure – Disclosure of knowledge

 

Evilfeast – Elegies of the stellar wind

De Pool GrimSpirit – ofte Jakub Grzywacz voor de vrienden – doet het met zijn Evilfeast al sinds 1998 op zijn eentje. Met “Elegies of the stellar wind” bracht hij afgelopen december zijn vijfde langspeler uit die (zoals we van hem gewend zijn) garant staat voor meer dan een uur durende grimmige black die echter veelvuldig door de nodige toeters en bellen wordt ingekleurd. “The second baptism… shores in fire and ice” begint met een bombastische intro zoals we die nog zelden horen dezer dagen. Bal-Sagoth duikt meteen als referentiekader op hoewel de black die na de inleiding volgt (gelukkig) een pak grauwer klinkt dan wat we van de Engelsen gewend zijn. De synths zwellen bij momenten nog wel stevig aan en gevaarlijk klinkt het allemaal niet (think “First spell“-era Gehenna). Filmisch is de muziek des te meer. En hoewel de keyboards soms cheesy of gedateerd klinken, weet GrimSpirit toch ook enkele keren de gevoelige snaar te raken met zijn cinematografische aanpak. In de lang uitgesponnen nummers, die meermaals boven de tien minuten afklokken, zit bakken melodie, dramatiek, gesproken passages, koorzang en epiek verweven om het boeltje interessant te houden voor de luisteraar. In de lange afsluiter “Inclinata resurgit… rebirth of my noble dark kingdom” nemen cleane vocalen de leiding wat maakt dat Evilfeast nog een pak minder “evil” klinkt dan dat de bandnaam laat uitschijnen. De écht straffe melodieuze black metal bands staan op het kruispunt waar de onderliggende schoonheid van het genre kruist met het rauwe en mysterieuze ervan. Evilfeast zit te veel op het enkelrichtingsbaanvak van romantische melodie waardoor het wat braafjes klinkt. Als onthaasting tussen al het dissonante black metal geweld dat op ons afkomt, is dit album een welgekomen verademing, hoewel ik niet denk dat de naald van mijn platenspeler nog dikwijls in de groeven van “Elegies of the stellar wind” zal afdalen.

JOKKE: 71/100

Evilfeast – Elegies of the stellar wind (Eisenwald Tonschmiede 2017)
1. The second baptism… shores in fire and ice
2. Winter descent’s eve… I become the journey
3. Lunar Rites… beholding the towers of Barad-Dur
4. From the northern Wallachian forest… tyranny returns
5. Archaic magic… a cenotaph below the cursed moon
6. Inclinata resurgit… rebirth of my noble dark kingdom

Void Eater – I

Soms doe je alles beter zelf. Dat moet ook Kristian Valbo aka RKV gedacht hebben. Bij uiteenlopende bands als Obliteration (death metal), Spectral Haze (psychedelische stoner/doom) en Black Magic (heavy/speed metal) bespeelt hij de potten en pannen en op het podium klust hij ook bij voor onder andere Aura Noir en Furze. Om zijn liefde voor bodemloze en ondoorgrondelijke black en death metal vorm te geven, richtte de Noor Void Eater op waarbij hij de zang en het volledig instrumentarium op zich nam. Dat resulteert op “I” in twee korte instrumentaaltjes en twee langere nummers waar echo’s van Grave Miasma en Negative Plane doorheen waaien. Geen afgelikte, modern klinkende en gepimpte toestanden hier, maar rauwe, eerlijke death metal die – zwart van hart – dood en verderf uitwasemt. Het gaat er bij momenten best technisch aan toe en de songs en structuren klinken progressief en daardoor weinig voorspelbaar, maar toch hangt er een zekere spontaneïteit over deze demo. De riffs klinken bij momenten opgejaagd en zenuwachtig, hebben dan weer een punky feel in zich, maar creëren even goed een psychedelisch sfeertje of hakken je ondersteund door staccato drumwerk tot mootjes. In twintig minuten weet Kristian ons warm te maken voor meer. Fijne kennismaking!

JOKKE: 79/100

Void Eater – I (Eigen beheer 2017)
1. Hollow
2. Glyph
3. Mephitic
4. Abyss

Horna – Kuolleiden kuu

Wie de discografie van het Finse Horna van buiten kent, is een échte diehard. Deze bende hellehonden onder leiding van Shatraug bestookt de mensheid sinds haar oprichting in 1993 onophoudelijk met releases in welk vorm dan ook. Op deze “Kuolleiden kuu” EP krijgen we vier songs voorgeschoteld die achter de hand gehouden werden tijdens de opnames van de laatste langspeler “Hengen tulet” uit 2015. “Tähdet tähdet” klinkt als een degelijke mid-tempo Horna song, maar blijkt een cover te zijn van de Finse rockzanger Rauli Badding Somerjoki. De originele versie ben ik voor de gein maar eens gaan opzoeken en al snel blijkt dat van het oorspronkelijke swingende karakter van de song geen hol meer overblijft eens het door de Horna-mangel gehaald wordt. Zoals we van deze Finnen gewend zijn, klinkt hun black gortdroog en is er geen ruimte voor frivole fratsen en of het nu mid-tempo rockt, punky thrasht of blastend knalt maakt niet veel uit. Horna doet, wars van alle trends, simpelweg waar het goed in is, maar tot de absolute toppers behoren, doen ze na vijfentwintig jaar nog steeds niet. Natuurlijk wel eeuwig respect voor de stugge houding en de bakken doorzettingsvermogen.

JOKKE: 75/100

Horna – Kuolleiden kuu (World Terror Committee 2018)
1. Uskonpauhu
2. Kuolleiden kuu
3. Tähdet tähdet
4. Viattomien silmin

Over The Voids – Over the voids…

In het black metal wereldje lopen meer nostalgische figuren rond die een ode willen brengen aan de gloriedagen van jaren negentig black metal dan dat er visionairs tussen zitten. Zo ook de Pool Michał Stępień, beter bekend als The Fall van Medico Peste en vroeger actief in Mord’A’Stigmata, die zijn liefde voor de ijskoude duisternis van Darkthrone’s “Transylvanian hunger” en de dromerige landschappen van Ulver’s “Bergtatt” als aanleiding zag voor het oprichten van zijn nieuwe geesteskindje Over The Voids. De catchy melodieën van de twin gitaren staan centraal in de vier lange songs die op zijn solodebuut prijken en creëren een melancholische mood naar vervlogen tijden. Serene cleane vocalen en akoestische gitaren geven extra cachet aan de traditionele en grimmige black, die echter klinkt als een klok. Geen stofzuiger- of keldersound hier! Door de transparante, moderne maar niet té afgestofte productie van M (Mgła) horen we dat The Fall goed overweg kan met (bas)gitaren en drums en ook als zanger staat hij best zijn mannetje. Hoewel Michał meestal screams uit zijn strot perst, hanteert hij ook sporadisch een cleane zangstem zoals in “Never again will they hunger“, een song die gaat over het positief omarmen van de eigen sterfelijkheid. In “Ghosts lay eggs” schudt de Pool de ene na de andere ijskoude tremolo-riff uit zijn mouw en perst hij een hoog tempo uit zijn drumkit. Subtiele invloeden van Mgła vinden hun weg naar zijn riffs, wat kan verklaard worden doordat hij als live-bassist bij deze machtige band bijklust. Erg vinden we dat niet. Wat wel soms een valkuil vormt, is het té lang uitmelken van een bepaalde melodie of riff zoals in de dertien minuten durende opener “Battle of heaven“. Voor de rest valt op dit debuut niet veel aan te merken. Origineel klinkt het in de verste verte niet, maar ik vind “Over the voids…” toch erg genietbaar.

JOKKE: 78/100

Over The Voids – Over the voids… (Nordvis Produktion 2017)
1. Battle of heaven
2. Ghosts lay eggs
3. Prophet of the winter
4. Never again will they hunger