Maand: februari 2018

Monads – Een spiegel van mijn verleden

Eind 2017 was er na een jarenlange stilte plots nieuw werk van onze landgenoten van Monads. Ik was de band eerlijk gezegd al lang uit het oog verloren en mijn interesse in de doom scene is de laatste jaren ook fors achteruit gegaan. Toch besloot ik hun nieuwe langspeler “IVIIV” te checken en dat heb ik me niet beklaagd want Monads komt hier sterk voor de dag. Ik besloot bandbrein Hans te contacteren voor een (zoals dat hoort bij doom) lang interview. (JOKKE)

Monads(c) I breathe needles

Dag Hans! “IVIIV” is er eindelijk na een periode van zes jaar. Ik veronderstel dat je wel in extase was toen je de afgewerkte CD voor het eerst in je handen kon houden?
Ik weet niet of je het als “extase” kan beschrijven, maar een gevoel van voldoening was er zeker wel. Ik ben enorm fier om het fysieke exemplaar in mijn handen te kunnen houden, en enorm gemotiveerd om dit aan mensen te tonen.

Is een plaat uitbrengen vlak voor het einde van het jaar geen ongelukkige periode? De kans bestaat immers dat deze ondergesneeuwd raakt tussen de vele eindejaarslijstjes en zo minder aandacht krijgt van magazines en blogs. Zou zonde zijn na al het bloed, zweet en tranen dat in de plaat gekropen is.
Misschien wel, en die gedachte is bij mij ook gepasseerd. Echter, na jaren releases uitbrengen met verschillende bands heb ik geleerd dat het perfecte moment er nu eenmaal niet altijd is. Ik wilde niet meer wachten tot in 2018, en Aesthetic Death ook niet. Verder vond ik de release op de winterzonnewende een perfecte afsluitende symboliek: een einde en een nieuw begin. Het is wel een feit dat de hele maand december tegenwoordig enkel nog maar “eindejaarslijstjes” is. Mij zou het logischer lijken dat in januari te doen, of op z’n minst pas de laatste dagen van december.

Op de binnenkant van de CD motiveer je dat het schrijfproces van jullie debuut langspeler geen sinecure was en dat het album het resultaat is van een heel tumultueuze periode zowel op persoonlijk als op muzikaal vlak. Men zegt wel eens dat een muzikant een zekere mate van tristesse nodig heeft om goede songs en platen te kunnen schrijven. Dat lijkt me al helemaal op doom metal van toepassing te zijn aangezien de teksten heel wat “emotioneler” zijn vergeleken met andere metal sub-genres zoals death metal of grindcore. Vermits je als schrijver je ziel in je teksten en muziek legt, lijkt het me een pak moeilijker om een doom metal plaat te schrijven als je als een zorgeloos, huppelend konijn door het leven gaat. Geldt dat voor jou ook?
Dat is zeker zo. Wat je beschrijft in de vraag is 100% correct; stemmingen (en een algemene levensvisie) bepalen ook je artistieke kant. Muziek was (en is) voor mij altijd een manier om dingen van me ‘af te schrijven’. Noem het een vorm van zelftherapie. Anderzijds zorg je er ook voor dat er in die tekst of in die nummers herinneringen staan die zullen terugkomen. Door het nummer te schrijven, op te nemen, te beluisteren, te mixen, opnieuw te beluisteren, te masteren, live te spelen en noem maar op, haal je de wonde telkens weer open. Dit is voor mij iets typisch aan Monads. Het is een spiegel van mijn verleden die ik bovenhaal telkens er aan Monads gewerkt wordt. Dit bouwt een zekere discipline op, want je leert om je eigen emoties op een tweede plaats te zetten t.o.v. je muziek en artistieke uitlaat.

Als ik tussen de lijnen van je statement op het album lees, zou het me niet verbazen dat dit je laatste Monads plaat is. Het schrijfproces leek enorm veel van je te vragen waardoor je nu helemaal leeg bent. Of zie ik dit verkeerd en heb je ondertussen al de nodige inspiratie voor een volgende plaat?
Het is niet onze laatste plaat, maar ik snap hoe je dat kan ervaren. Samen met de full hebben we ook een (iets meer experimentele) EP opgenomen. Die zou ook nog op Aesthetic Death uitkomen, maar ik kan je nog niet met zekerheid vertellen wanneer. Nieuwe opnames staan ook in de planning, wanneer de tijd juist is.

Recent heb ik een ervaring gehad met een band die best wel eens een cursus “omgaan met kritiek” zou kunnen gebruiken, hoewel mijn opmerkingen eigenlijk positief onderbouwd waren. Zelf was ik lovend over “IVIIV” en ook de andere recensies die ik zag passeren waren positief. Hoe ga jij om met eventuele negatieve kritiek die er op je albums of optredens komt?
Tja, slechte reviews zullen er altijd zijn. Meer nog: hoe groter een band of release wordt, hoe meer slechte reviews er komen. Meer mensen komen er mee in aanraking, dus zullen er ook meer mensen zijn die het maar niks vinden en daar dan over willen schrijven. Dit zou een klein kind moeten snappen. Ik heb echter ook wel wat ergernissen als het gaat over reviewers. Zo zijn er die er een sport van maken enkel slechte reviews te schrijven. Als je van een band iets tegenkomt en dat echt niet goed vindt, waarom dan energie steken in hun releases? Een ander probleem is dat er tegenwoordig geen “gewone” reviews meer zijn. Het is ofwel enorm goed ofwel enorm slecht. Die stigmatisatie is banaal en idioot, en draagt niks bij aan een scene. Het beste (of slechtste?) voorbeeld hiervan zijn de reviews op Metal Archives. De grootste metal-database die er is, en ik heb er in mijn leven al vele uren op gespendeerd, maar de reviews (en percentages) zijn nagenoeg waardeloos.

Als ik jullie album aan een vriend zou willen aanraden, zou ik het hebben over “de nieuwe van Monads” want ik zou niet weten hoe ik de titel dien uit te spreken. Deze leest immers als een onbestaand Romeins cijfer. Wat is de betekenis ervan en is er een dieper liggend thema achter de songs?
Het is inderdaad een onbestaand Romeins nummer. De uitleg staat in de liner notes, hoewel dit redelijk subtiel is.

Wat is de relatie met de albumhoes?
De albumhoes is een rechtstreekse verwijzing naar het nummer “Within the circle of seraphs” van de demo. Dit nummer eindigt met de woorden die ook op ons eerste bandshirt te lezen waren: “We are but sad milestones on the road to the bliss of oblivion, but we can become the seraphs one step before the end.” De figuur op de cover representeert het ego dat die ene stap voor het einde aangaat. Een lijdensweg die enkel bewust kan worden aangegaan om het ego achter te laten en zichzelf te verheffen boven het aardse, het menselijke.

Monads 2

Billy Bayou (Glorior Belli) tekende de cover. Hoe zijn jullie met hem in contact gekomen? Ik heb nog niet dikwijls artwork van zijn hand zien passeren eerlijk gezegd.
Hij is bekend bij onze zanger en die kwam met het idee deze (digitale) tekening te gebruiken. Ik denk dat hij het eerder als een hobby doet maar het gekozen werk leek perfect te passen.

De bandnaam Monads kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Wikipedia spreekt over een term die uit de filosofische, wiskundige, biologische en muzikale wereld kan komen. Welke betekenis heeft Monads voor jou?
De betekenis komt inderdaad vanuit de filosofie. Een “monad” kan gezien worden als de ultieme “eenheid”. Het eerste, het kleinste, het enige, allesomvattend. Ik ga natuurlijk niet ontkennen dat de inspiratie hiervan kwam van ‘The monad of creation” van Mournful Congregation, maar vanaf het begin van de band is de hele betekenis een eigen leven gaan leiden.

In 2011 debuteerden jullie met de veelbelovende demo “Intellectus iudicat veritatem”. Heeft deze in eigen beheer uitgebrachte release veel deuren voor jullie geopend?
Toch wel. We hadden de vele positieve reacties eigenlijk helemaal niet geanticipeerd, en na onze eerste optredens bleven er aanbiedingen binnen komen. Nu ik de vele reviews van “IVIIV” lees zie ik ook meer en meer dat onze demo nog steeds in het geheugen van velen geprint staat. Ik ben blij dat de muziek die ik maak / wij maken zo veel kan betekenen voor mensen. Nu nog zorgen voor een LP-versie van beide releases.

In 2012 bracht het Italiaanse label Ordo MCM de demo op CD uit. Zijn er plannen om deze opnieuw (of op vinyl) uit te brengen nu jullie bij het grotere Aesthetic Death getekend hebben?
Zoals ik al vermeldde bij de vorige vraag: het is inderdaad de bedoeling om zowel de demo als de full op vinyl uit te brengen. Het nadeel van onze muziek is dat beide releases een dubbel-LP zouden nodig hebben, en daar zijn labels over ’t algemeen minder happig op. Het is en blijft doom en dat is voor een select publiek, en dan is een dubbele plaat een risico. Het meest pijnlijke is dat we voor de demo al een deal hadden, hij werd zelfs door het label aangekondigd! Helaas vond het label communicatie een minder belangrijke zaak en kwam het er nooit van. Dit label is Baneful Genesis Records en kwam na twee jaar stilte af met een boodschap in de stijl van “Ik dacht dat jullie door mijn stilte wel zouden snappen dat ik het niet meer wil doen.” Vermijden, die gast!

Tegenwoordig poepen veel bands om de haverklap nieuwe releases uit of doen ze elk half jaar ons land aan voor optredens om zo steeds in the picture te blijven. Heb je geen schrik dat de mensen die jullie demo goed vonden jullie na zes jaar niet uit het oog verloren zijn? Ikzelf dacht eerlijk gezegd dat Monads niet meer bestond.
Ja, dat is inderdaad wel het geval, er waren meer mensen verbaasd. Tegelijkertijd zijn er veel “fans” van toen die nu helemaal niet meer geïnteresseerd zijn in doom of de underground in het algemeen, en die komen dan niet eens te weten dat je nog bezig bent. Mij maakt het eigenlijk weinig uit. Ik maak in de eerste plaats muziek voor mezelf, en dat mensen ernaar luisteren en dat goed vinden, is altijd mooi meegenomen. Begrijp me niet verkeerd: een release waar niemand iets aan vindt zou een teleurstelling zijn, maar tegelijkertijd ook een wijze les. Ik hou deze twee regels altijd aan voor mezelf: Niet alles opnemen wat je schrijft, en niet alles uitbrengen wat je opneemt. Dat is de enige manier om een kwaliteitscontrole op te leggen aan jezelf.

Zelf volg ik de doom metal scene al een tijdje niet meer op de voet. Waarschijnlijk door de overvloed aan releases en bands die er zijn in black metal, het genre dat me het meest nauw aan het hart ligt. Zijn er recente releases uit het doom-genre die je me absoluut kan aanraden?
Ik moet toegeven dat ik ook meer thuis ben in de black metal-scene, en ik ben best koppig als het over doom gaat. Wat de meeste doomsters goed vinden, doet me weinig. Niet omdat ik een hipster/hater wil zijn, maar smaken verschillen nu eenmaal. Ik denk dat dit ook de reden is waarom Monads meer in de smaak valt bij een black metal-publiek. Toch, er zijn nog wat recente dingen die ik de moeite vond om op te pikken:
Mirror reaper” (en de voorgaande releases!) van Bell Witch, “Esoteric emotions: The death of ignorance (re-release van de demo van Esoteric die schitterend klinkt en er nog beter uitziet), “Inertia of dissonance” van Funeral Mourning, “Horizonless” van Loss, “Endeligt” van Nortt, “Heartless” van Pallbearer en “V – Oceans” van Slow. Ik vergeet vast en zeker vele dingen op te noemen, en als het niet recent moet zijn, kan ik altijd een hele lijst samenstellen met “ondergewaardeerde underground-schatten die iedereen moet beluisteren”.

Zonder te willen veralgemenen is de doorsnee metal liefhebber meestal op een “ander” niveau met muziek bezig vergeleken met de wegwerp pop-cultuur. Binnen het metalen wereldje is doom wel één van de minst toegankelijke genres door de vaak ellenlange speelduur van songs en platen en het soms tergend trage tempo. Dit in contrast met onze moderne maatschappij waar alles snel vooruit moet gaan en er nog amper tijd genomen wordt om zaken te dieper te doorgronden. Doom-platen beluisteren zou eigenlijk een onderdeel moeten zijn van onthaastingscursussen. Heb jij de interesse in doom de laatste jaren zien toe- of afnemen?
Aan de ene kant wel. Ik vind dat er minder underground bands opkomen die echt goeie doom kunnen/durven maken. Aan de andere kant valt het niet te ontkennen dat labels zoals Profound Lore de juweeltjes lijken op te stapelen: Pallbearer, Bell Witch en Loss; allemaal op hetzelfde label en allemaal relatief “grote” releases, zeker Pallbearer en Bell Witch. En dan is er natuurlijk ook Lycus, die hun tweede album op Relapse mochten presenteren. Met andere woorden: ik kan er niet goed aan uit. Aan de ene kant is het alsof er veel minder vraag naar en interesse voor doom is, maar aan de andere kant lijken er enkele bands te zijn die echt een verschil kunnen maken.

Soms heb ik het gevoel dat lange nummers schrijven in het doom genre een doel an sich is. Ik ken weinig bands die een doom plaat met nummers van pakweg vier à vijf minuten schrijven. “Less is more” lijkt in de doom-wereld niet van toepassing te zijn en er zijn niet veel bands die erin slagen om songs van meer dan tien minuten de hele rit boeiend te houden. Is dat voor jou ook geen uitdaging als schrijver? Op één nummer na, klokken jullie songs namelijk ook allemaal boven de tien minuten af.
Voor mij maakt de songlengte helemaal niet uit, en dat zou ook niet mogen. Ik schrijf wat ik voel, en de nummers krijgen vorm naar dat gevoel. Als ik dingen ging forceren om een nummer korter of langer te maken, dan zou dat een beetje zelfbedrog zijn. Als ik mijn gevoel in Monads niet kan volgen, is heel de essentie verloren gegaan. Geloof me, als ik dat had willen doen, had ik ervoor gezorgd dat onze nieuwe langspeler op één LP zou passen.

Vergeleken met de demo zijn de invloeden uit post-rock nu een pak minder aanwezig en sijpelen er meer elementen uit black metal in de muziek van Monads. Zijn de invloeden voor Monads de afgelopen zes jaar gewijzigd of komt dit door het feit dat enkele van de leden er ook nog black metal bands op na houden?
Ik denk dat de post-rockinvloeden erin slopen omdat drie van de vijf nummers op de demo uit jamsessies zijn ontstaan, in het prille begin van de band. Begrijp me niet verkeerd, ik sta nog steeds 100% achter deze nummers en ik vind die delen ook echt passen. Of er meer invloeden uit black metal zijn op de nieuwe, dat weet ik niet, maar ik begrijp het wel. Alle leden komen uit een black metal-achtergrond en dat sijpelt binnen zonder dat je het weet. Bovendien is het nieuwe album (op het einde van “To a bloodstained shore” na) volledig gecomponeerd en geproduceerd, en niet opgebouwd uit verschillende stukken die goed klonken op een repetitie, zoals wel het geval bij “Intellectus iudicat veritatem“.

Wat vind je zelf het grootste verschil vergeleken met de demo?
Het geluid. Waar de demo meer “rauw” was, hebben we veel tijd gestoken in het verzorgen van elk detail van het geluid. Elk instrument is hoorbaar zonder de luisteraar te verstikken. Elk klein detail heeft zijn plaats in de mix. Van de meeste reviews kon ik lezen dat dit opviel en dat dit in smaak viel, dus ik hoop dat we in ons opzet geslaagd zijn.

Monads 4(c) Apophis Photography

De muziek van “IVIIV” werd reeds in 2015 in Frankrijk opgenomen terwijl de zang een half jaar later in de Brusselse Blackout Studio vereeuwigd werd. Sta je nog steeds 100% achter de songs of zijn er zaken die je ondertussen anders had willen aanpakken of zaken waarover je minder tevreden bent?
Ik sta 100% achter de nummers. In al die jaren heb ik zo veel fases doorgemaakt waar ik óf supertevreden was met de nummers, of ze helemaal wou dumpen, en alles in het spectrum daartussen. Met meer dan twee jaar tussen muziek opnemen en uiteindelijke release, heb ik het album ook enorm veel keren beluisterd en geëvalueerd. Mixes zijn verschillende keren gewijzigd, er zijn zaken toegevoegd en verwijderd. Dus, ik kan besluiten dat het (gelukkig) al die jaren waard was, want ik ben écht tevreden over het eindresultaat.

In mijn opinie is een song een levend iets dat niet dient om steeds klakkeloos nagespeeld te worden. Zeker binnen doom vind ik dat er veel ruimte is voor improvisatie om bepaalde riffs of fills steeds anders in te vullen. Zijn er bij Monads verschillen tussen de live-uitvoering en de versie op de plaat of proberen jullie live de albumversie steeds zo goed als mogelijk te benaderen?
De basis ligt er, en we spelen in principe de nummers zoals ze zijn. Als je echter nummers verschillende keren live speelt, gaan sommige dingen een eigen leven leiden. Het nummer “Your wounds were my temple” speelden we al live voor “IVIIV” was opgenomen, dus in dat nummer zijn zeker zaken veranderd die ook op de uiteindelijke opname terecht gekomen zijn. In een nummer als “Broken gates to nowhere” van de demo is het ook mogelijk (en bijna onvermijdelijk) om er wat improvisatie te laten insluipen. Het hangt allemaal af van het moment, het bewuste optreden, de voorbereiding en de sfeer in de venue.

Enkele jaren geleden had ik jou eens gecontacteerd om samen met mijn toenmalige band Grown Below een optreden te doen. Je zei me toen dat dat niet evident was doordat jullie zanger in Zweden woont. Is die situatie ondertussen veranderd? Zijn er plannen om “IVIIV” live te promoten?
Onze zanger woont nog steeds in Zweden, terwijl de Belgische leden een beetje overal zitten. Een extra vliegtuigticket maakt een live-optreden natuurlijk iets kostelijker, maar dat is nooit een groot probleem geweest. We hebben niet bewust een live-promotie voor het album gepland, maar we staan altijd open voor aanbiedingen om te spelen. Zoals in het verleden hebben we niet de bedoeling om elke maand in een andere venue te spelen, we houden het liever wat specialer en unieker. We zien dus wel wat er komt. Als dat niets is, ook goed. We werken nog wel aan een optreden in de UK met Esoteric, georganiseerd door Aesthetic Death.

Jullie hebben wel een mini-tour met het Zweedse Hypothermia op jullie palmares staan. Ondertussen maak je ook al enkele jaren deel uit van die band. Wat is jouw rol binnen Hypothermia en wat kunnen we dit jaar nog van deze band verwachten?
Ik zit ondertussen inderdaad al bijna vijf jaar bij Hypothermia, en ook daarvoor was ik al nauw betrokken bij de werking van de band. Mijn rol is gitarist, en ik run samen met Kim Carlsson (de main man in de band) ook onze distributie. Voor full-lengths zitten we bij Agonia Records maar voor alle andere releases (inclusief back-catalogue) zijn we zelf verantwoordelijk. We voorzien zelf alle CD/LP/CS-releases en verzorgen onze eigen merch, die we online en op optredens verkopen.
In de zomer van 2017 hebben we een grote studiosessie gehouden waar we tussen de drie en vier uur materiaal hebben opgenomen, waaronder twee albums en enkele splits en EP’s. Die zullen geleidelijk aan het licht der dag zien, maar ik kan nog niet zeggen wanneer. Verder hebben we nog enkele gigs in Europa en proberen we nogmaals een (mini-)tour in Mexico op te zetten, nadat die vorige keer een beetje in’t honderd was gelopen.

Bedankt voor het interview!
Bedankt voor de interessante vragen!

 

Mortuus Umbra – Omnipraesent

Israël is een land dat we heden ten dage overal in het nieuws zien verschijnen, maar van waar amper muzikale nieuwigheden lijken te komen (of het moet het afgrijselijke Orphaned Land zijn). Deze week komt daar echter verandering in middels “Omnipraesent”, de tweede EP van het orthodoxe black metalcollectief Mortuus Umbra. Samen met voorganger “Catechism” heeft de band nu een goed halfuur muziek op haar naam staan: de nieuwe telg biedt ons ongeveer 10 minuten kwalitatieve black metal, terwijl de eerste worp ons het dubbele voorschotelde. De ietwat beperkte speelduur van beide EP’s neemt echter niet weg dat er steeds kwaliteit te bespeuren valt. “Omnipraesent” bestaat uit twee songs, waarvan “Void I – Transmutation of the void” sterke paralellen met het IJslandse Sinmara vertoont. Het gaat hier voornamelijk om een traag, slepend werk dat hier en daar door iets meer mid-tempostukken wordt doorbroken, maar gevaarlijk wordt het nergens écht. Wel is er sprake van inventief drumgeroffel en diepe vocalen die meer ‘roepend’ overkomen dan dat er effectief gegrunt wordt (wat me dan weer doet denken aan het Duitse Dysangelium). Nummer twee, “Void II – Burning fire of ecstasy”, moet het meer hebben van sound die in dezelfde laan ligt als (het eveneens IJslandse) Carpe Noctem. Hier trekt Mortuus Umbra voor het eerst alle registers open en ligt het tempo een pak hoger, doorweven van dissonante leadlijntjes en zelfs enkele bezwerende koorzangen. Al bij al is “Void II – Burning fire of ecstasy” veel gevarieerder dan de soms wat eentonige track die eraan voorafging, en houden die laatste vier minuten de aandacht veel steviger in haar greep. Alsof de paralellen in sound met de IJslandse grootmeesters nog niet genoeg waren, wordt de vinylversie van dit kleinood verzorgd door Oration, het label van Stephen Lockhart (Rebirth of Nefast). Ondanks de weinig inventieve sound biedt “Omnipraesent” ons een leuk tussendoortje in afwachting van de full length die er hopelijk zit aan te komen.

CAS: 80/100

Mortuus Umbra – Omnipraesent (independent)
1. Void I – Transmutation of the void
2. Void II – Burning fire of extacy

Mahr – Antelux

Gelijktijdig met het zesde hoofdstuk in de Arkthinn saga verschijnt ook het eerste werk van Mahr waarachter onder andere één of meerdere leden van Arkthinn schuil gaan. Beide bands maken samen met het geweldige Voidsphere deel uit van het ПРАВА КОЛЛЕКТИВ ofte Prava Kollektiv. Als vanzelfsprekend komt de cassette uit via Fallen Empire Records, broodheer van dienst voor alle drie de acts. Wat meteen opvalt als de eerste tonen van “Apostasy” uit mijn boxen knallen is dat we een verstikkend geluid te verwerken krijgen waarbij beklemmende gitaarriffs, ratelende computerdrums, esoterische keyboardlagen en ijselijke/wanhopige dierlijke screams het mooi weer maken, al is dat laatste natuurlijk niet zo’n passend woordgebruik in geval van deze gitzwarte duisternis. Enige structuur die als houvast kan dienen bij het afzakken in deze vormloze afgrond is ver te bespeuren. Gelijkenissen met de eerder aangehaalde bands kunnen min of meer opgemerkt worden (de bombastische grandeur en het kosmische van Arkthinn en het dissonante en onnavolgbare van Voidsphere), maar ook met het geniale Skáphe kan er qua verstikkende maalstroom een parallel getrokken worden. Iets meer afwisseling had welgekomen geweest maar voor de rest is dit een ideale soundtrack voor de nachtelijke uurtjes…verwacht alleen nadien niet vredig als een roos in te slapen want deze angstaanjagende tonen kruipen diep onder je vel en creëren een onbehaaglijk gevoel dat je amper loslaat.

JOKKE: 80/100

Mahr – Antelux (Fallen Empire Records 2018)
1. Apostasy
2. Noctaeon
3. Onirism
4. Hypnophobia

Taphos – Demo MMXVI & 7″ EP MMXVII

Something is rotten in the state of Denmark…en het heet Taphos! Deze Deense youngsters hebben het hart vol van klassieke death metal zoals het hoort. Dankzij Blood Harvest kunnen we genieten van de eerste vier tracks tellende demo uit 2016 en de vorig jaar verschenen EP, waarop twee songs prijken, en die voor het gemak nu samen gebundeld worden. We trappen af met het oudste materiaal dat behoorlijk goed klinkt voor een demo en waarbij de drumtriggers gelukkig diep begraven blijven. Net zoals bij oude Obituary trakteert Taphos ons op gitaarleads op momenten waar je ze het minst verwacht, waardoor ze zich in je brein spiesen en dat bevalt me wel. Het doodsmetaal in deze vier demotracks klinkt duister, rauw, furieus, dynamisch en heeft een thrashy invalshoek. Het is tevens moeilijk te bepalen of het totaalgeluid nu eerder naar de Amerikaanse of Scandinavische school neigt, wat als een pluspunt mag beschouwd worden. Het EP-materiaal is luider gemastered, klinkt zwaarder dan de oudere nummers en is een tikkeltje meer episch van opzet, maar voor de rest liggen deze twee songs in het verlengde van de demo: old school death metal met de nodige gitaarsolo’s, headbangriffs en sappige doodsrochels. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan het debuut. Dat wordt toch eentje om in de gaten te houden.

JOKKE: 80/100

Taphos – Demo MMXVI & 7″ EP MMXVII (Blood Harvest 2018)
1. Venus’ death
2. Upon withered wings
3. Perpetual void
4. Venomous tempest
5. Sensory depravation
6. Purging pyres

Grave Spirit – Beast unburdened by flesh

Een half jaar na haar oprichting dook het Amerikaanse Grave Spirit in de zomer van 2017 de studio reeds in om twee nummers in te blikken die recent verschenen op een eerste seven inch. Iron Bonehead trok het trio (twee derde van Draghkar aangevuld met de zanger/bassist van Death Fortress) aan en gelijk hebben ze. “Absorbing essence from underneath” laat aan de basis primitieve, angstaanjagende black metal horen – waarbij sommige riffs echter wel vrij hard gejat lijken van het Nargaroth nummer “Seven tears are flowing to the river” – aangevuld met griezelige old school death metal klanken. De titeltrack start aanvankelijk slepender maar al snel slaat ook in deze song de vlam in de pan. Grave Spirit klinkt vrij DIY, wat absoluut zijn charmes heeft, en houdt het vrij basic en to the point. Het seven inch formaat lijkt dan ook voor releases als deze uitgevonden te zijn. Grave Spirit bevat absoluut potentieel en is een aanrader voor wie bijvoorbeeld ook van hun labelmaten Possession houdt.

JOKKE: 78/100

Grave Spirit – Beast unburdened by flesh (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Absorbing essence from underneath
2. Beast unburdened by flesh

Hemelbestormer – Puurheid, grootsheid en kracht

Nog even geduld en we kunnen genieten van de tweede langspeler “A ring of blue light” van onze landgenoten Hemelbestormer. Het kwartet heeft haar eigen spot in de platgereden post-metal/doom-scene gevonden en vaart stug haar eigen koers doorheen een stormachtige zee van traag beukende basgolven, donderende drumaanslagen en catharsische gitaarexplosies. In de aanloop van de releaseshow trok in aan de mouw van snarenplukkers Filip en Jo. (JOKKE)

Hemelbestormer-1 (1)

Hey mannen! Klaar voor de release van “A ring of blue light”? Wat mogen we zoal verwachten op de releaseshow die 16 maart doorgaat in jeugdhuis Plan B in Munsterbilzen?
Jo: Op de releaseshow zal de support gedaan worden door The Eye of Time. De avond zal uiteraard in het teken staan van de nieuwe plaat. Doch zullen er ook een aantal oudere nummers de revue passeren. De avond zal vooral een weergave zijn van waar HMBSM voor staat op dit moment.

Was “A ring of blue light” een gemakkelijke plaat om te schrijven? Ze is er op de kop twee jaar na “Aether”, wat me vrij snel lijkt rekening houdend met het feit dat jullie toch ook best wel wat shows hebben gespeeld?
Filip: Na ons debuut hebben we verder gewerkt aan een live set waaruit de tracks op “Aether” voortgevloeid zijn. Eenmaal die set erin zat, kon gewerkt worden aan de opvolger. Wellicht zijn de eerste ideeën ontsproten nog voor “Aether” ingeblikt en uitgebracht was. Twee jaar is ook echt het minimum aan tijd dat nodig is tussen twee albums. Ik verwacht dat het nu niet zo een vaart zal lopen. Het is ook belangrijk om stil te staan bij je eigen werk, alles rustig te laten bezinken en durven te genieten van het hele gebeuren, zonder daarom te rushen naar een volgende output.

Hoe ontstaat een Hemelbestormer song? Wordt deze thuis geschreven en uitgekiend of ontstaat deze organisch tijdens het jammen? Schrijven jullie heel het jaar door aan songs of wijden jullie een bepaalde periode enkel toe aan het songschrijfproces?
Filip: Op creatief vlak verloopt het schrijven van muziek steevast op dezelfde manier. Thuis maak ik pre-producties die tot in de nopjes uitgewerkt zijn: inclusief drumbeats en samples. Op repetities worden deze tracks ingestudeerd en slechts sporadisch wordt er wat aangepast of veranderd. Het is een erg dictatoriale manier van musiceren, maar het werkt. De muziek van HMBSM bevat vele lagen en niet altijd voor de hand liggende akkoordenschema’s. Tijdens spontane jamsessies herval je snel in de alom vertegenwoordigde toonladders en kan je ook niet massa’s gitaarlagen op elkaar stapelen. Maar op mijn eentje lukt het veel makkelijker om aan de juiste sfeer te werken.

Voor het eerst vind ik jullie op plaat even sterk uit de hoek komen als live. Beschouwen jullie Hemelbestormer eerder als een studio- of als een live band?
Jo: HMBSM is zeker een live band. We halen dan ook het meeste voldoening uit het live brengen van onze nummers. Enkel op die manier kunnen we de toeschouwer de totale beleving bieden van een HMBSM show. Hierbij bieden de live visuals zeker en vast een meerwaarde. Een HMBSM show is eerder een beleving ondergaan.

Jullie spelen instrumentale muziek. Op basis waarvan kennen jullie een titel toe aan een song of plaat?
Filip: Eens alle muziek uitgewerkt is, proberen we een titel te koppelen aan de sfeer die het nummer en in feite het hele pakket oproept.

Het concept achter “Aether” werd verduidelijkt via het statement “We are the air that Gods breathe, we are Aether, we are Hemelbestormer!”. Hebben jullie voor de nieuwe plaat ook een leuze ter verduidelijking?
Filip: Neen. Maar net zoals voor “Aether” is er een speciaal ontworpen sigil die de lading van het album dekt. Daar HMBSM een instrumentale band is, proberen we toch een soort van coherent geheel te vertellen met behulp van het juiste artwork, de juiste symbolen en passende titels. “A ring of blue light” verwijst naar Hoag’s Object, een mysterieus universum (te midden het sterrenbeeld slangendrager) waarvan de 8 miljard blauwe sterren opgesteld staan in een cirkel (en niet in een typische spiraalvorm). Op het internet vind je hierover erg veel technische uitleg, voor wie geïnteresseerd is. De link naar de naam Hemelbestormer is ook snel gelegd.

Binnen post-metal of instrumentale stevige muziek vormen de vier oerelementen water, vuur, aarde en lucht een veelgebruikte inspiratiebron. De titels van beide langspelers lijken me vrij duidelijk aan het element lucht gelinkt te zijn terwijl jullie adembenemende artwork – steevast van de hand van bassist Kevin Hensels – steeds overduidelijk naar de aarde verwijst. Bergen of rotsen lijken immers steeds centraal te staan in het artwork. Welke emoties linken jullie aan een mooi of woest berglandschap?
Filip: Zowel “Portal (to the universe)“, “Aether” als “A ring of blue light” verwijzen in eerste instantie naar het de hemel – zijnde lucht. Vanaf de aarde kijken we naar boven, naar de ruimte en daarom is die ook steeds zichtbaar in ons artwork. Lichtvervuilde steden belemmeren enkel maar het zicht. Een berg staat voor puurheid, grootsheid en kracht. Enkel in de natuur voel je je echt leven, vrij van alle dagelijkse beslommeringen. Daar kan je wel de rust vinden om na te denken over de oneindigheid van het universum. Daar vindt je geest de vrijheid en onthaasting wat zo moeilijk lukt in het hectische westerse leven.

Hemelbestormer-Cover

Een hemelbestormer is een idealist of iemand met revolutionaire ideeën. Hoewel het een enorm cool klinkende bandnaam is, zou ik de naam toch eerder linken aan een band die héél progressief, vooruitstrevend of experimenteel klinkt. Hemelbestormer speelt echter op safe met de gekende elementen uit post-metal, sludge en doom, een genre dat mijns inziens toch al enkele jaren over haar hoogtepunt heen is. Wat vinden jullie de meerwaarde of unieke inbreng van Hemelbestormer in de scene?
Filip: Alle vier zijn we fervente muziekfans, steeds zoekende naar nieuwe ontdekkingen. Regelmatig vragen we ons af welke bands zich eigenlijk in hetzelfde straatje als HMBSM bevinden. Kan jij er enkele opnoemen? HMBSM speelt geen pure post-rock, geen pure doom en geen sludge, maar eerder een mengelmoes van bovenstaande genres zijnde extra duister verpakt. Misschien past een beschrijving als “post-doom met een heldere black metal blauwdruk”. Of dat een meerwaarde of unieke inbreng is, laat ik aan anderen over om uit te maken. Zelf voelen we alvast dat we niet in typische hokjes gestopt worden en om die reden wel geapprecieerd worden.

Binnen het genre heb je bands zoals Cult Of Luna die voortdurend met inventief drumwerk experimenteren of een band als Rosetta die alles tot aan het gaatje volpropt. Jullie gaan eerder voor een simpele, doch effectieve recht-door-zee benadering die me echter wel de nodige beperkingen lijkt op te leggen. Hoeveel platen denk je nog op deze manier te kunnen schrijven?
Jo: Daar waar “Aether” een eerder steriel karakter had, klinkt “A ring of blue light” eerder organisch. Ons laatste album heeft meer lagen die na elke luisterbeurt duidelijker zullen worden. Elk nieuw album zal dus een nieuw karakter hebben binnen het “genre” waar we ons in bevinden. Iedere nieuwe plaat zal HMBSM laten zien op het punt waar we ons dan bevinden.

Zullen jullie altijd voor de zangloze formule blijven gaan of sluit je niet uit dat er op een bepaald moment ook met vocalen geëxperimenteerd zal worden? Bands als Caspian, Long Distance Calling of Russian Circles hebben ondertussen ook enkele songs met zang opgenomen.
Jo: We hebben er reeds mee gespeeld om vocalen toe te voegen aan één van onze nummers. Al hebben we het hier dan eerder over een kleine passage in een track. Tot op heden kwam het er nog niet van.

Als instrumentale post-metal band zijn jullie live dikwijls in het gezelschap van meer black metal gerichte bands te situeren. Heb je een verklaring voor het feit dat jullie muziek ook door blekkies gesmaakt wordt?
Jo: Enerzijds omdat er black metal elementen terug te vinden zijn in onze songs en anderzijds omdat een aantal leden in HMBSM een black metal verleden hebben. Blijkbaar valt de mix van verschillende muzikale invloeden in de smaak bij dit publiek.

Van in het begin was Hemelbestormer een band die de blik vooral op het buitenland richtte. Ondertussen hebben jullie dan ook al heel wat coole buitenlandse gigs gespeeld. Welke springt er tot hiertoe uit? En wat staat er nog op jullie bucket list?
Filip: HMBSM kiest resoluut voor kwaliteit. Als je te vaak in Vlaanderen speelt, wordt het al snel kwantiteit. En dat terwijl er zoveel te beleven valt over de grenzen. De vier leden van de band zijn geen jonge gasten meer en hebben vroeger haast overal in eigen land gespeeld. Deze houding heeft ons inderdaad op heel wat knappe events gebracht, zoals Roadburn, Desertfest, Dunk!Fest, ArcTanGent, … De vreemdste setting was misschien het ter ziele gegane Funkenflug in de Oostenrijkse Alpen; een uniek festival in een unieke omgeving. Maar voor mij persoonlijk was het oost Duitse Void Fest een hoogtepunt. We sloten een tot de nok gevulde tentstage af. De organisatie had een projectiescherm voorzien in de vorm van een dodecahedron en het publiek was samen met ons helemaal mee in trance. Nadien ben ik even gaan zitten om het laten te bezinken. Wat een sfeer! Graag zouden we eens met massale projecties spelen op een zeer groot festival. Maar het is geen must. We voelen ons evenzeer thuis op kleine events waar we haast tussen het publiek staan. In plaats van over de toekomst te dromen, staan we liever stil bij het heden die we ten volle proberen te ervaren.

Merken jullie een verschil tussen het Belgische publiek en de ontvangst in het buitenland?
Filip: Goh, vaak hoor je dat Belgische bands het gevoel hebben dat ze in het buitenland meer geapprecieerd worden. Voor ons lijkt het echter dat zowel hier als elders mensen waardering hebben voor datgene wij brengen.

Jullie hebben al samengewerkt met Consouling Sounds en Debemur Morti en voor “A ring of blue light” gingen jullie in zee met het gerespecteerde Ván Records. Hoe zijn jullie met hen in contact gekomen en voor hoeveel platen werd er een deal getekend?
Filip: Vlak na onze Consouling periode waren DMP en Ván Records de enige labels die we aangeschreven hadden voor “Aether“. Toen we Sven (Ván Records) spraken op Metal Méan voelde hij er nog niet veel voor om een verse band in ons genre uit te brengen. DMP daarentegen, was onmiddellijk verkocht. Na de release van “Aether” moesten we echter uitkijken naar een nieuwe broodheer en na een mailtje naar Sven was de deal beklonken. Tijdens de zomer van 2016 hebben we afgesproken en nu, bijna 2 jaren later, komt de plaat eraan. We zijn alvast erg te spreken om samen te werken met een label dat op dezelfde golflengte zit en helemaal mee gaat in ons verhaal én op de koop toe nog eens vlak bij ons in de buurt gehuisvestigd is.

Gaat er opnieuw een tape versie van de plaat verschijnen via Tartarus records?
Filip: Tartarus heeft ons debuut “Portals” uitgebracht op tape en “Aether” is verschenen via het Duitse Urtod Void. Laatstgenoemde heeft alvast interesse om “A ring of blue light” uit te brengen op cassette, maar momenteel is dat nog niet aan de orde.

Als ik me niet vergis staat er ook nog een split-release via Sick ManGetting Sick Records op de planning?
Filip: Enkele jaren geleden werden we gecontacteerd door het Engelse Sound Devastation Records om een 7″ split uit te brengen met het Duitse BLCKWVS. Vlak na onze show op Dunk!Fest werkte ik een ietwat meer post-rockgeoriënteerd nummer uit van exact zeven minuten. Jo Quail heeft er prachtige stukken cello bijgeschreven en alles werd professioneel ingeblikt in de Hearse Studio. In feite was alles gereed, tot het artwork toe, tot plots de eigenaar van het label gezondheidsproblemen kreeg en alles noodgedwongen afgezegd werd. SMGS Records bood destijds een uitweg, maar krabbelde om financiële redenen terug, waardoor “Laniakea” nooit van onze harde schijf is geraakt. Wie weet kan het nummer in de toekomst op een of andere manier wel verschijnen.