Maand: maart 2018

Altar Of Perversion – Intra naos

Bij Addergebroed schrijven we een recensie pas na meerdere luisterbeurten zodat we de plaat in kwestie voldoende hebben kunnen absorberen. Als er dan een band – zoals in dit geval Altar Of Perversion – een plaat uitbrengt die op bijna twee uur afklokt, is het een heuse puzzelopdracht om voldoende tijd in de hectische agenda te vinden om heel het zaakje aandachtig te beluisteren. Zeventien jaar na het niet mis te verstane debuut “From dead temples (Towards the ast’ral path)” verschijnt eindelijk de langverwachte opvolger (in tussentijd verschenen wel nog een split met Mordaehoth en een EP). Het feit dat het enigmatische The Ajna Offensive en Norma Evangelium Diaboli hun schouders onder het nieuwe werkstuk “Intra naos” zetten, maakt dat de verwachtingen alvast hooggespannen zijn. Qua thematiek maakt de plaat een reis doorheen de wereld van Pan-Europees satanisme zoals dat gedefinieerd wordt door “The order of nine angles“. Een interessant weetje is bovendien dat het album werd opgenomen op 432 hertz, een audiofrequentie waarvan de vermeende krachten lange tijd voer voor discussie zijn geweest in de muziekscene (voor wie meer wil weten, kan hier klikken). Met zo’n lange speelduur valt er gelukkig heel wat te beleven in het Altar Of Perversion universum. De muziek varieert voortdurend van tempo en atmosfeer, hoewel er niet echt buiten de lijntjes van het black metal genre gekleurd wordt. Een constante doorheen het album zijn de dissonante riffs en de treurende gitaarleads; opener “Adgnosco veteris vestigia flammae” staat er al bol van. Wanneer de Italianen Calus (zang en saren) en Laran (drums) mid-tempo musiceren, komt een Satyricon vanachter de hoek piepen, maar dan wel een pak beter dan wat we de laatste tien jaar van hen gewend zijn. Het sterkste vind ik het duo echter als er volle gas wordt gegaan zoals in “Behind stellar angles II“, dat met haar dertien minuten speelduur het “kortste” nummer is dat er op de plaat te vinden is. De andere songs flirten, op “She weaves abyssal riddles and Eorthean gates” na, met de twintig minuten grens en bevatten elk de nodige knappe momenten, hoewel natuurlijk niet elke riff die er gedurende twee uur passeert memorabel kan zijn. Altar of Perversion hanteert regelmatig een aanpak waarbij traag gitaarspel over snel drumwerk gedrapeerd wordt, wat een intens spanningsveld creëert. “Cosmic thule, inner temple” is hier een mooi voorbeeld van. Op zich is het héél gewaagd om in deze vluchtige tijden met zo’n lang opus over de brug te komen aangezien de gemiddelde aandachtsspanne van onze medemens die van een goudvis benadert. En ook voor de labels is het een dure affaire en risky business geworden om een dubbelalbum of trippel vinyl te releasen, hoewel The Ajna Offensive en Norma Evangelium Diaboli zich hier waarschijnlijk niet veel van aantrekken. De lange speelduur van de plaat maakt dat we hier niet met triviaal massa-entertainment te maken hebben, maar dat “Intra naos” enkel die meerwaardezoekers zal kunnen bekoren die nog tijd weten maken om op een diepere manier naar muziek te luisteren. Ik reken mezelf hierbij hoewel ik moet toegeven dat de plaat telkens in zijn geheel consumeren toch wel wat te veel van het goede gevraagd is. Desalniettemin hulde voor Altar Of Perversion!

JOKKE: 84/100

Altar Of Perversion – Intra naos (The Ajna Offensive/Norma Evangelium Diaboli 2018)
1. Adgnosco veteris vestigia flammae
2. She weaves abyssal riddles and Eorthean gates
3. Behind stellar angles II
4. Cosmic thule, inner temple
5. Subcosmos archetypes
6. Through flickering stars, they seep

 

 

Djevelkult – Når avgrunnen åpnes

De naam Djevelkult klinkt Noors en des duivels…en valt dus perfect te rijmen met black metal. Dit door Dødsherre Xarim in 2009 opgerichte duivelseskader draagt blasfemie hoog in het vaandel en verblijde vriend en vijand in 2014 met haar debuut “I djevelens tegn“. Na deze plaat hield drummer Ond het voor bekeken en ging de band verder met sessiedrumster Trish Kolsvart (Elände, Gestalte, Urarv en nog een resem bands). In 2014 en 2015 dook Xarim samen met gitarist Beleth en bassist Skabb de Gravkors Studios in om de funderingen van de opvolger vast te leggen. De opnames werden echter stilgelegd ten voordele van concerten en een tour met IXXI. Midden 2016 keerde Ond terug naar het oude nest en kon het album in de loop van 2017 verder afgewerkt worden in de Kirkebrann Studios waar de drums en zang voor het nageslacht vastgelegd werden. “Når avgrunnen åpnes” (of “As the abyss opens” in het Engels) was zo eindelijk een feit. De immens getalenteerde José Gabriel Alegría (o.a. Inferno, Whoredom Rife) voorzag de plaat van uitmuntend artwork en Kark (Dødsengel) stond in voor de mastering van het zaakje. Zodra Djevelkult haar ijskoude riffwerk middels opener “Atomic holocaust” uit de boxen laat knallen, weten we al dat het goed zit en duikt de naam Tsjuder als referentie op. “Condemned into eternal void” is bij aanvang eerder mid-tempo van insteek waarbij de groezelige sound van de gitaarmelodie een depressief sfeertje over de song drapeert. Nadien gaat het tempo de hoogte in en klieven de ijzige, maar iets te monotone screams de riffs met gemak in twee want echt memorabel klinken deze niet. De op-en-top Noors klinkende meloblack van de titeltrack zet het boeltje terug in lichterlaaie en in het daaropvolgende “En ny tid” levert gitarist Kleven (Liktjern, ex-Gravkors) een bijdrage en geeft hij het nummer middels zijn gitaarleads een Windir-vibe mee. “Døpt i helvetesild” neigt opnieuw heel hard naar Tsjuder terwijl “An evil unheard of” eerder thrashy van aard is met hakkend drumwerk van Invisius (Blodhemn), die de song tevens van een tekst voorzag en het boeltje ook inscreamde (en dat eigenlijk beter doet dan Xarim). Bij een titel als “Apocalypse (Hellspawn)” hoort geen liefelijk deuntje, maar desondanks haar felle aard is deze song ook eerder middelmatig, hoewel de solo van Ånneland aan het einde wel nog positief opvalt. Met “Vredeskvad“, waarvoor Draug van Kirkebrann de zang en tekst op zich nam, komt er echter een sterk einde aan een plaat die liefhebbers van pure Noorse black wel zal kunnen bekoren maar net wat tekortschiet om over de hele lijn te bekoren. En hierbij is het ook spijtig dat de twee gastzangers een betere prestatie neerzetten dan de bezieler van de band.

JOKKE: 77/100

Djevelkult – Når avgrunnen åpnes (Saturnal Records 2018)
1. Atomic holocaust
2. Condemned into eternal void
3. Når avgrunnen åpnes
4. En ny tid
5. Døpt i helvetesild
6. An evil unheard of
7. Apocalypse (Hellspawn)
8. Vredeskvad

 

The Negative Bias/Golden Dawn – Split

De Oostenrijkse black metal scene heeft me eigenlijk nooit wat gedaan. Er zijn slechts enkele Abigor-platen waar ik wat mee kan aanvangen en ook de rest van de scene is/was me doorgaans te bombastisch. Oostenrijk had destijds haar “Austrian Black Metal Syndicate” waar de bands Pervertum, Trifixion, Pazuzu, Knechte des Schreckens, Vuzem (de voorganger van Hollenthon) en Golden Dawn deel van uitmaakten. Deze laatste band werd reeds in 1992 opgericht door Stefan Traunmüller (Wallachia en Rauhnåcht) en bracht met “The art of dreaming” in 1996 een degelijke plaat uit, maar het latere werk vond ik tenenkrommend slecht. Op deze split met landgenoten The Negative Bias levert Golden Dawn het nummer “Lunar Serpent” aan dat al uit 2010 dateert maar geremixt werd voor deze release en gelukkig een terugkeer naar de dagen van het debuut laat horen waarbij atmosfeer primeert over bombast en complexiteit. Doorheen de elf minuten durende compositie loopt een Burzum-achtig keyboard melodietje, dat op de vier minuten grens eventjes solo gaat en dan een newbeat-achtige richting uitgaat. Het gefrons van de eerste luisterbeurt maakte de keren nadien plaats voor verlangen naar dit catchy kantelpunt in de song. Naar het einde toe nemen melodieuze black metal elementen terug de overhand. Best genietbaar! The Negative Bias zag pas in 2016 het levenslicht en werd opgericht door I.F.S. (ex-Alastor) waarbij hij de hulp kreeg van de eerder aangehaalde Stefan Traunmüller. De band bracht eind vorig jaar haar debuut “Lamentation of the chaos omega” uit en reikt voor deze split één song aan die eveneens boven de elf minuten aftikt. “Temple of cruel empathy” trapt dreigend en groots af en laat symfonische black metal horen die modernistisch in plaats van nostalgisch klinkt. The Negative Bias klinkt middels de nodige blastbeats extremer dan Golden Dawn, incorporeert cleane zangkoren in haar muziek evenals (helaas pindakaas) metalcore-achtige breaks en riffs. Tevens komt het geheel wat te veel als knip-en-plakwerk over wat de flow niet ten goede komt. Golden Dawn scoort dus als de betere van de twee. Wel nog even meegeven dat beide songs voorzien zijn van een zéér moderne sound waardoor deze split voor de liefhebbers van underground-spul hoogstwaarschijnlijk té gelikt is. Voor mij is dit in de regel ook te modern en mist de sound karakter, maar ik amuseerde me toch lekker met “Lunar serpent“.

JOKKE: 76/100 (The Negative Bias: 70/100 – Golden Dawn: 82/100)

The Negative Bias/Golden Dawn – Split (Séance Records 2018)
1. Temple of cruel empathy
2. Lunar serpent

Afsky – Sorg

Met Serpents Lair en Solbrud kreeg de Deense black metalscene er de laatste jaren twee sterke spelers bij. Aan dit rijtje mag ook Afsky – niet te verwarren met het Zweedse Avsky – toegevoegd worden. Afsky is het geesteskind van Ole Pedersen Luk, de zanger/gitarist van Solbrud die hier in sé solo opereert, hoewel hij nu ook de nodige sessiemuzikanten rond zich heeft verzameld om de nummers van zijn eerste langspeler “Sorg” ook live te vertolken. De muziek van Afsky valt in de kern te herleiden tot klassieke second wave black metal met de nodige melancholische en depressieve invalshoek, zonder al te droeftoeterig over te komen. De melodieën die we horen weten gevoelens van verdriet, verlies, verlangen en emotionele pijn perfect te verwoorden. Zo horen we bijvoorbeeld aan het einde van het nummer “Skær” een jammerende en treurende solo gitaarpartij haar ding doen. Ole hanteert bovendien een eb-en-vloed-aanpak waarbij het er in de crescendo momenten toch behoorlijk hard en stevig aan toe gaat. In het negen minuten durende “Sorte vand” waart ontegensprekelijk de geest van Wolves In The Throne Room rond want met haar pakkende, door subtiele keyboards ondersteunde, riffs, hese screams en blastbeats had deze song best op “Two hunters” kunnen prijken. Het nummer eindigt met een akoestische passage en naarmate de plaat vordert, sluipen er steeds meer folk invloeden in de songs (in de intro van het heftige “Vættekongen” horen we exotische folkinstrumenten) wat uiteindelijk uitmondt in het knappe, met violen opgesmukte “Oh måneløse nat” waarin Myrkur nog enkele lijntjes komt meezingen (Ole vertolkte ook akoestische gitaar op diens “Mareridt” album). “Stjernerne slukkes” is met haar tien minuten, de langste song van de plaat en vertelt haar verhaal op dynamische wijze. Het nummer bouwt gestaag op totdat het trage doom-tempo uitmondt in een black metal catharsis waarbij de rasperige vocalen je bij de strot grijpen en de melodieën je niet onberoerd laten. Het bijpassende artwork en de krachtige, maar niet te gelikte productie maken van “Sorg” een all-round geslaagd album.

JOKKE: 85/100

Afsky – Sorg (Vendetta Records 2018)
1. Jeg bærer deres lig
2. Skær
3. Sorte vand
4. Stjernerne slukkes
5. Vættekongen
6. Glemsomhedens elv
7. Oh måneløse nat

Antlers – Beneath.below.behold

Recent kwamen op Addergebroed de nieuwe platen van Evil Warriors en I I aan bod. De Duitsers Alastor en Exesor maken lawaai in beide bands en alsof dat nog niet genoeg is, brengen ze met Antlers – waarin we ook de ingeweken Spanjaarden Natxo (Vidargängr) en Pablo terugvinden – ook nieuw werk uit. Met haar debuutplaat “A gaze into the abyss” wist Antlers ons destijds te overtuigen van haar kunnen. En na de band live aan het werk te hebben gezien, waren we nog meer onder de indruk. Antlers’ black metal klonk live immers potiger dan op plaat en was van meer ballen voorzien. “Theom” zet het nagelnieuwe “beneath.below.behold” in gang en is met haar elf minuten speeltijd meteen de langste en meest epische song die op de plaat prijkt. In het riffwerk dat de gitaristen laten horen, merken we meermaals de aanwezigheid van Oost-Europese melancholie à la Drudkh op. Zelfs als we naar het kleurrijke artwork staren, voelen we mee met de band. De leegte die liefde en verlies kunnen achterlaten, wordt dan ook perfect vertaald naar de introspectieve atmosferische black metal van Antlers die bovendien voldoende ademt en waarin de basgitaar zeker haar plaats heeft weten opeisen. “Heal” is heftiger en klinkt door de meerstemmige samenzang ook strijdvaardiger zonder al te veel richting pagan metal af te glijden. “Metempsychosis” neigt qua gevoel en ritme naar Primordial en bevat opnieuw beklijvende serene meerstemmige gezangen en mooie gitaarharmonieën. In het snelle “Off with their tongues” laat Antlers haar tanden het meest zien en bijt de band woest van zich af. Tussen de metalen klanken door vormen het akoestische en met violen opgesmukte “Nengures“, het op piano ingespeelde “Drowned in a well” en hekkensluiter “Lug’s waters” de nodige intieme bezinningsmomenten. Antlers weet met haar tweede langspeler opnieuw een overtuigend werkje af te leveren dat door de bocht genomen iets meer pagan invloeden laat horen, maar gelukkig ook nog voldoende heftige black metal passages bevat.

JOKKE: 83/100

Antlers – Beneath.below.behold (Totenmusik/Ván Records 2018)
1. Theom
2. Heal
3. Nengures
4. Beyond the golden light
5. Metempsychosis
6. Drowned in a well
7. Off with their tongues
8. The tide
9. Lug´s waters

Nahtrunar – Mysterium tremendum

Voor velen leek 2015 het jaar van Mgła te zijn, dat toen het gevierde “Exercises in futility” uitbracht. Echter hoorden we dat jaar nog albums die ervoor zorgden dat het haar in onze nek overeind stond vanaf de eerste noot. Één daarvan was “Symbolismus”, van de hand van een onbekende, maar verre van onbeminde Oostenrijker. Het album kwam uit het niets maar blies vriend en vijand omver met ijskoude black metal die eigenlijk enkel uit het Noorwegen van de jaren negentig afkomstig kon zijn. Nahtrunar was echter niet enkel in staat om de traditie in ere te houden, maar ook om de luisteraar een staaltje enorm meeslepend gitaarwerk voor te schotelen waarin je werd meegezogen en waarbij de vocals je meteen terug katapulteerden naar the good old days. Na  opvolger “Existenz” komt nu uit het niets “Mysterium tremendum” op ons afgevuurd, naar goede gewoonte zonder promotie en met een simpele upload op Bandcamp. Alvorens we naar de laatste worp overgaan dient gezegd te worden dat Nahtrunar met “Existenz” wat aan het gekende “second album syndrome” leed: een tweede langspeler amper een jaar na de eerste uitbrengen zorgt er wel vaker voor dat de kwaliteit van een minder niveau is. Benieuwd dus wat “Mysterium tremendums” ons biedt: een album dat niet de meest originele titel kreeg toegekend (denk maar aan het oeuvre van bands als Fides Inversa en Medico Peste). Nahtrunar biedt ons exact dezelfde formule als waarmee de band begon: no-nonsense black metal met meeslepende, vaak repetitieve riffs, waarbij de nummers traditioneel gescheiden worden door akoestische passages. IJskoud, doch ingenieus gitaarspel wordt steeds begeleid door drumwerk dat niet steeds origineel, maar telkens doeltreffend en precies is. Qua geluid blijft de beste man teren op wat hij met “Symbolismus” uitbracht. Nahtrunar blijft trouw aan de basisprincipes die deze stijl van black metal in acht moet nemen: een zuivere maar ongelikte productie gecombineerd met melodieuze tremolo picked riffs en een vorm van primitivisme waar elke ninteties-liefhebber zijn vingers bij af zou moeten likken. Maar… Er is steeds een maar, en in dit geval ligt die helaas voor de hand: Nahtrunar lijdt niet enkel aan een second, maar ook aan een third album syndrome. Misschien werd “Mysterium tremendum” te snel geschreven of wie weet zit het feit dat dit album niet meer door Altare Productions wordt uitgebracht er voor iets tussen. Nahtrunar brengt een album dat geen centimeter afwijkt van de gekende formule, maar weet amper nog sfeer te creëren. In vergelijking met het magistrale “Symbolismus” klinken de riffs minder creatief, en lijkt het volledige album wat geforceerd aan te doen. Nahtrunar zegent ons opnieuw met een degelijke prestatie, zoals het dat steeds heeft gedaan, maar mijn focus blijft vastgespijkerd op het debuut dat elke collectie waardig is en telkens opnieuw een magische sfeer weet te scheppen, zonder aan beide opvolgers nog veel aandacht te besteden.

CAS: 78/100

Nahtrunar – Mysterium tremendans (independent, 2018)
1. Mysterium tremendum
2. Dar Verstummen der götter
3. Instrumental I
4. Hagalaz, das kalte kreuz
5. Wilder flug
6. Instrumental II
7. Im flehen aschener zungen