Maand: mei 2018

Acherontas – Faustian ethos

Wandelend occult tattoo-kleurboek Acherontas V. Priest heeft duidelijk geen zittend gat want elk jaar schotelt de Griek ons met zijn Acherontas wel een nieuw album voor. Drie jaar geleden werd met “Ma-IoN (Formulas of reptilian unification)” een trilogie gestart. Hoewel elk Acherontas-album bovengemiddeld goed is, haalden de veelvuldige ambient-intermezzo’s de vaart uit die plaat. Op opvolger “Amarta अमर्त (Formulas of reptilian unification part II)” werden deze niet-metalen klanken echter zo goed als compleet verbannen. Acherontas V. Priest kan zich middels Shibalba blijkbaar voldoende in rituele dark ambient uitleven. Ook op dit laatste deel, dat “Faustian ethos” getiteld werd, trekt de band de lijn van zijn voorganger door. Het songmateriaal dateert dan ook uit de schrijfperiode van “Amarta” maar de nummers werden voor een aparte release opzij gehouden aangezien de thematiek verschilt van de eerste twee delen. “Ma-Ion” en “Amarta” stonden in het teken van respectievelijk de Thelema-filosofie en de Rig-Veda, de oudste van de vier godsdienstige hindoegeschriften die bekendstaan als de Veda’s. De nieuwe plaat handelt over Westerse kunst, filosofie en religie, zwarte magie en de Left Hand Path-ideologie, een invalshoek die ook reeds op de “Chtonic libations” samenwerking met het Zweedse Nåstrond verkend werd. Gek genoeg verschijnt dit derde deel wel niet meer via World Terror Committee maar luidt het de terugkeer in naar het Poolse Agonia Records. De voornaamste line-up wissel die in tussentijd heeft plaatsgevonden is die op de drumkruk waarbij de Italiaanse interimdrummer Gionata Potenti zijn plaats afstond aan de Engelsman Dothur aka Tom Vallely die we kennen van onder andere Lychgate en het fantastische Macabre Omen. En gitarist Indra (Naer Mataron) die op de voorganger nog als gast te horen was, is als vast lid toegetreden tot de coven wat maakt dat er nu naast de bandleider en oudgediende Saevus H. drie snarenplukkers actief zijn. En dat werpt zijn verboden vruchten af, want het gitaarspel op “Faustian ethos” is om duimen en vingers bij af te likken. Zo bevat opener “The fall of the first pillar” pakkende gitaarmelodieën en gevarieerde zang en zit er ook wel wat Nightbringer in vervat. De harmonieën in “Sorcery and the apeiron” dragen eerder een sinister gevoel uit vooral wanneer het tempo drastisch terugzakt aan het einde van het nummer. Met de dynamiek is alles in orde want naast het snellere werk zijn songs als “Aeonic alchemy (Act I)” en de bezwerende, in de moedertaal gezongen titeltrack en “Decline of the west (O Ιερεας και ο Ταφος)” uit tragere tempo’s opgebouwd wat een melancholisch sfeertje creëert. De productie die in handen was van George Emmanuel (Rotting Christ, Old Man’s Child) is een pak beter dan op de voorganger: iets minder ruw en meer kracht en helderheid. Verder geen overdaad aan magische hocus pocus, maar acht straightforward nummers waar de occulte geest subtiel doorheen waait en doen terugdenken aan “Vamachara“, samen met de nieuweling de beste Acherontas platen.

JOKKE: 87/100

Acherontas – Faustian ethos(Agonia Records 2018)
1. Τhe fall of the first pillar
2. Sorcery and the apeiron
3. Aeonic alchemy (Act I)
4. Faustian ethos
5. The old tree and the wise man
6. The alchemists of the radiant sepulchre (Act II)
7. Decline of the west (O Ιερεας και ο Ταφος)
8. Vita nuova

Uada – Cult of a dying sun

Het kan verkeren. Na jarenlang aan te modderen met het middelmatige Ceremonial Castings, besluit Jake Superchi er in 2014 het bijltje bij neer te gooien en Uada op te richten. Vanuit het niets katapulteerde deze nieuwe act zich met debuut “Devoid of light“, en diens gemakkelijke verteerbare melodieuze black gecombineerd met een van het Poolse Mgła gepikt imago, naar een internationaal publiek. De hamvraag is natuurlijk of dit een lucky shot was of dat Uada een blijvertje is. Daar waar “Devoid of light” met een dik halfuur speeltijd eerder een teaser was, krijgen we nu met “Cult of a dying sun” en haar vijfenvijftig minuten een bovengemiddeld lange plaat voorgeschoteld waarop Uada kan bewijzen geen eendagsvlieg te zijn. Het nieuwe werk borduurt alvast lekker verder op de voorganger en dan meer specifiek op diens geweldige afsluiter “Black autumn, white spring“. We krijgen met andere woorden goed in het gehoor liggende meloblack met epische toets te horen waarbij Dissection meermaals als referentie opduikt (check die tweede single “Snakes & vultures“), maar ook de meer traditionele invloed van een Judas Priest is hoorbaar, ondermeer in de titeltrack die verder ook wel héél erg hard aan Mgła doet denken. Jake perst een gevarieerd scala aan vocalen (rauw, hees, woest, hoge screams, grunts) uit zijn stembanden waarbij hij meermaals aan een huilende wolf doet denken. Wanneer zijn stem de diepte in gaat, ligt het timbre me wel minder. Halverwege de plaat vormt “The wanderer” een instrumentaal rustpunt waarin akoestische gitaren en rituele gezangen de sfeermakers zijn. Nadien volgen nog drie lange epische nummers waarbij vooral “Sphere (Imprisonment)” er bovenuit springt omdat de gitaartandem Jake Superchi/James Sloan zich hier kan uitleven in mooie solo’s en melodieuze gitaarharmonieën. De baspartijen van nieuwkomer Edward Halpin eisen hun plaats in de mix op en qua sound, die iets properder en transparanter is vergeleken met de voorganger, ligt enkel de makke en platte snaredrum mij minder goed. Wel châpeau voor drummer Brent Boutte die slechts kortelings voor de opnames de band vervoegde om de aan de kant gezette Trevor Matthews (Pillorian) te vervangen. Ondertussen heeft Brent Uada echter ook verlaten en treffen we Josiah Babcock (evenals Halpin ook actief in Sjukdom) op de drumkruk aan. Benieuwd hoe lang deze line-up het gaat volhouden tijdens de lange weg richting stardom? Criticasters zullen het anonieme imago van de band – ook ik heb het ondertussen wel gehad met de nageaapte zwarte-kap-over-het-hoofd presentatie van menig black metal band – perfect weten te rijmen met een gebrek aan eigen identiteit, maar wat Jake en zijn kornuiten laten horen doen ze wel goed (en professioneel). En ze krijgen extra punten voor het artwork, opnieuw van de hand van onze landgenoot Kris Verwimp, en vormgeving van de platen die piekfijn tot in de kleinste details uitgewerkt zijn. Benieuwd of het derde en laatste deel van de trilogie ook via het sympathieke Eisenwald zal uitkomen of dat de band in tussentijd door een groot label zal ingelijfd worden. Uada heeft immers alles in huis om het te maken, maar ik vrees dat de band de komende jaren wel verder richting mainstream festival-black zal opschuiven. Moest dit pessimistisch scenario zich voordoen hebben we natuurlijk wel nog twee uitstekende platen om op terug te vallen.

JOKKE: 84/100

Uada – Cult of a dying sun (Eisenwald 2018)
1. The purging fire
2. Snakes & vultures
3. Cult of a dying sun
4. The wanderer
5. Blood sand ash
6. Sphere (Imprisonment)
7. Mirrors

Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics

Toen ik als ukkie van 11 jaar de mysterieuze wereld van black metal ontdekte, was mijn blik vooral op het hoge noorden gericht. Ik vond het toen nogal een ridicuul idee dat deze duistere muziek ook in mediterrane landen zou worden gespeeld. Ik heb me met andere woorden nooit echt ondergedompeld in de oervaders van bv. de Griekse scene zijnde Rotting Christ, Necromantia, Varathorn, Kawir en Zemial. Stom natuurlijk. In de latere, meer occulte exploten van deze scene (Acherontas, Acrimonious, Serpent Noir, Thy Darkened Shade, …) ben ik beter thuis. Embrace Of Thorns heeft met haar mix van black, death en bestial war metal echter nooit in een bepaald hokje gepast. De band is sinds 1999 actief, na een jaartje eerder onder de naam Requiem geopereerd te hebben. Sinds de naamsverandering was de band vrij consistent qua muzikale output. Nu heeft het iets langer dan normaal geduurd, maar vier jaar na “Darkness impenetrable” valt het nieuwe “Scorn aesthetics” nu toch op de deurmat. Er is bitter weinig veranderd in het receptuur van de band want hun black metal wordt nog steeds met een zeer fikse scheut death metal en een snuifje war metal op smaak gebracht. Zo hoor je in opener “The wanderer and his shadow” ongetwijfeld de invloed van Morbid Angel doorschemeren. De vocalen klinken dan ook wat dieper en de sound wat zwaarder (hoor die bas maar eens ronken) dan de doorsnee black metal band. Melodieuze partijen en mid-tempo nummers (bijvoorbeeld “Reducto ad absurdum” dat een Deströyer 666-achtige solo bevat) worden afgewisseld met beukende dubbele basritmes (“Mutter aller Leiden” of de titeltrack) of opzwepend snel geschut. “In our image, after our likeness” is met haar negen minuten speeltijd en ingebouwde spoken word-samples de langste en meest epische track van het album. Met de dynamiek zit het alvast helemaal snor. Volgens de heren is het feit dat ze de voorbije twintig jaar voor velen noch vis noch vlees waren, de verklaring voor het feit dat de band nog vrij diep in de underground verscholen zit. Hoewel Embrace Of Thorns nog nooit zo goed geklonken heeft en er best een paar knallers op “Scorn aesthetics” prijken (“Stoking the fire of resentment” en de opener), kan ik me in deze redenering slechts deels vinden. Een grotere oorzaak voor hun onbekendheid is het songmateriaal dat niet genoeg blijft plakken en te weinig beklijft. Het niveau van de aangehaalde referentiebands (voeg hier gerust ook oude Celtic Frost, Dissection en Incantation aan toe) wordt dan ook nergens geëvenaard.  De songschrijvers Herald of Demonic Pestilence en Archfiend DevilPig zullen dus nog een tandje moeten bijsteken als ze echt potten willen breken.

JOKKE: 72/100

Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics (Iron Bonehead Productions 2018)
1. The wanderer and his shadow
2. Mutter aller Leiden
3. Reducto ad absurdum
4. Stoking the fire of resentment
5. Scorn aesthetics
6. In our image, after our likeness
7. Wolf uncaged _ Prometheus unbound

Encircling Sea – Hearken

De Aussies van Encircling Sea volg ik al sinds hun debuut “I” uit 2009. Met “Hearken” zijn ze na een stilte van vijf jaar terug boven water gekomen en daar ben ik héél blij mee. Ten opzichte van voorganger “A forgotten land” is er in de post-black van het trio nu minder ruimte voor lange, uitgesponnen passages of folky akoestische intermezzo’s en ligt de nadruk meer op de heavy elementen, hoewel groots klinkende en uitwaaiende gitaarclimaxen nog steeds aanwezig zijn. Dat vertaalt zich ook in de speelduur van de nummers want hoewel deze nog steeds op een gemiddelde van tien minuten afklokken is dat naar Encircling Sea begrippen relatief kort (ze draaiden in het verleden hun hand niet om voor twintig à veertig minuten durende composities). Zelden klonk de band zo agressief of recht-voor-de-raap als in het voortstuwende “Everoak” of “Elderfire“, een song waarbij er naast de nodige blastbeats een flinke portie sludge in de riffs verwerkt zit. In hekkensluiter “Kinsoil” zorgen vrouwelijke zang (die verzorgd werd door Ramanee King, de vrouw van frontman Robert Allen) en ingetogen gitaargetokkel voor een intieme atmosferische toets, hoewel nadien ook terug alle registers opengetrokken worden. In de imposante sound die Encircling Sea neerzet zit zowel de drukte van de geïndustrialiseerde beschaving als de primitieve schoonheid van de natuur vervat. Dit doet de band door elementen van sludge, black, doom en post-metal te blenden tot een krachtig, zij het niet zo origineel meer, geheel (hallo Cult Of Luna in opener “Bloodstone“). Maar zolang dit pakkende songs oplevert, maal ik daar niet om. “Hearken” is dan ook een héél fijne plaat geworden waarbij er aandacht besteed wordt aan de mislukkingen en triomfen van onze voorouders en de spirituele groei van de mensheid zoals blijkt in “Kinsoil“: “Our roots reach across generations / Through blood and spirit/ The connections flow / … Our hearts are in these forests / These rivers, these stones / And all throughout these valleys / Rejoice in the Truth of home”. Liefhebbers van Cult Of Luna, Downfall Of Gaia en Fall Of Efrafa zullen dit wel kunnen smaken. Hopelijk krijgen we de band ook eens in onze contreien te zien.

JOKKE: 85/100

Encircling Sea – Hearken (EPV Recordings 2018)
1. Bloodstone
2. Elderfire
3. Everoak
4. Sunhelm
5. Kinsoil

Délétère – De horae leprae

Van de veertiende tot de negentiende eeuw werd Europa veelvuldig geteisterd door de pest. De ziekte die veroorzaakt wordt door de yersinia pestis bacterie nam verscheidene keren zelfs een pandemisch karakter aan. Zo stierf naar schatting één derde van de Europese bevolking tussen 1347 en 1351 aan de gevolgen van de Zwarte Dood. Deze vuile ziekte heeft doorheen de geschiedenis vele kunstenaars geïnspireerd (denk maar aan Gustave Doré of Theodor Kittelsen) en meer recent was dit smerig verschijnsel natuurlijk ook de ideale voedingsbodem voor menig black metal band. Het Canadese Délétère is één van die acts die inspiratie haalt uit de Zwarte Dood getuige hun “Les heures de la peste” album uit 2015 en de “Per aspera ad pestilentiam” EP van vorig jaar. Op het kakelverse “De horae leprae” is dat – u raade het al – niet anders. Ook menig aan deze epidemie gelinkt ongedierte zoals wormen en duizendpoten (zelfs in het bandlogo is er één terug te vinden) komen in het meer dan één uur durende lugubere verhaal aan bod. Wat meteen opvalt wanneer opener “Teredinis lepra” uit de boxen schalt is de uitstekende productie die in schril contrast staat met de vele lo-fi bands in het genre en de grimmige demo’s van de band zelf. Wat ook meteen duidelijk wordt, is dat het Oekraïense Drudkh hoog aangeschreven staat bij het duo Atheos (gitaar en bas) en Thorleïf (zang, drums en keyboards) want die typische Oost-Europese melancholie en dat inherente triomfantelijk gevoel zitten ook diepgeworteld in de muziek van Délétère. Keyboard- en orgeltoetsen zorgen volcontinu voor extra episch gevoel, hoewel de gitaarriffs ook reeds een vette portie melodie en atmosfeer creëren. In een nummer als “Barathra I” wordt het echter al snel iets te dansbaar en daar heb ik de pest aan jongens. Dikwijls lopen lagere en hogere ‘suicidal’ screams synchroon samen en op tijd en stond passeren er cleane gezangen met een een sacraal randje. De krachtige ritmesectie legt het tempo doorgaans hoog maar minpunt is dat er niet zo bijzonder veel afwisseling tussen de nummers onderling is, en een uur daardoor lang duurt. Na enkele luisterbeurten springen het van een catchy melodielijn voorziene “Sagina caedendis” en het met cleane zangkoren opgesmukte “Ichthus os tremoris” er wel bovenuit. Als je puur venijn, vitriool en agressie zoekt in je black metal, laat Délétère je deels op je honger zitten. Is melodieuze black met glorieuze insteek echter je ding, dan zal je je hier absoluut geen pestbuil aan vallen.

JOKKE: 79/100

Délétère – De horae leprae (Sepulchral Productions 2018)
1. Cantus I – Teredinis lepra
2. Cantus II – Sagina caedendis
3. Cantus III – Ichthus os tremoris
4. Cantus IV – Inopia et morbo
5. Cantus V – Figura dysphila
6. Cantus VI – Barathra I
7. Cantus VII – Barathra II
8. Cantus VIII – Atrum lilium
9. Cantus IX – Oratio magna

Ekstrophë – Compilation

De beste “split-compilatie sinds de vierdelige split met Abigor, Mortuus, Thy Darkened Shade en Nightbringer die vorig jaar via World Terror Committee verscheen, staat ongetwijfeld op naam van deze “Ekstrophë” waarbij zes bands op hun eigen manier hun muzikale interpretatie weergeven op het losmaken van de ziel, geest en het bewustzijn (hier verwijst de aan het oud-Grieks ontleende titel van de compilatie ook naar). De mastering van de plaat was in handen van TT (Abigor) en de zes nummers worden onderling verbonden via ambient-interludes waar Black Majesty and the Temple of Erythran Current voor optekende. Aftrapper van dienst is het Finse Devouring Star dat qua tempo deels verder borduurt op de doom/death insteek van het vorig jaar verschenen “Antihedron“, hoewel er ook wel een versnelling in “Mors invicta” ingebouwd is. Dit nummer, dat een kwaadaardig sfeertje uitstraalt, weet ons echter meer te overtuigen. We kijken dus al uit naar de split met Caecus die later op het jaar zou moeten verschijnen. Na deze goede opener is het de beurt aan het Zweedse Flagellant dat dringend werk moet maken van een opvolger voor het sterke, maar reeds uit 2013 daterende, “Maledictum“. “Great illuminating void awareness” bevalt mij met haar dissonante tonen, repetitief getokkelde gitaarnoten en zwartgallig sfeertje in elk geval. Meer van dat en snel graag! Arfsynd is het eenmansproject van Erik Gärdefors die we ook kennen van o.a. Grift. Het snellere tempo en de schellere sound in combinatie met de hese screams van Erik (die waarschijnlijk niet iedereen zullen bekoren) doen de balans voor het eerst volledig richting black metal doorslaan. We krijgen nog een iele solo te horen alvorens het tempo naar het einde toe zakt en de sfeer somberder wordt wanneer de vervormde vocalen ook een meer proclamerende toon aannemen. De zwartmetalen klanken krijgen middels de bijdrage van het Nederlandse Ibex Angel Order een meer occult karakter. Het snelle en opzwepende “Abrasax rises to be crowned” ligt in het verlengde van het uitstekende debuut “I“, maar de drumsound klinkt me iets te plastiekerig. Het Noorse Dødsengel palmt met het meer dan tien minuten durende “Arcane slumber” het grootste deel van de compilatie in. Hoewel “Interequinox” me niet echt kon bekoren, doet het duo dat nu op een macabere en hallucinerende manier wel. De gevarieerde vocalen, subtiele keyboards, afwisselende tempo’s, ambient-intermezzo’s en repetitieve riffs zijn hier allemaal debet aan. In elk geval de meest experimentele band op deze compilatie. Chalice Of Blood neemt als laatste de honneurs waar en passeerde met haar meest recente EP “Helig helig helig” ook reeds aan ons kritisch oor. Ten opzichte van Dødsengel gaat het hier veel meer rechtlijnig en old school aan toe. Chalice Of Blood klinkt grimmig en ijzig maar ook vertrouwd in de oren. De ambientklanken van Black Majesty and the Temple of Erythran Current krijgen het laatste woord. Drie van de zes bands (Arfsynd, Ibex Angel Order en Chalice Of Blood) werkten in het verleden samen met Daemon Worship Productions, maar nadat het label op mysterieuze wijze van de aardkloot verdween (hoewel er recent precies terug een nieuw teken van leven leek te zijn), hebben ze via deze weg (dank aan Terratur Possessions) toch nieuwe eerste tekenen van leven (of dood) kunnen laten horen. Interessant verzamelwerkje waarbij Cold Poison voor elke bijdrage ook bijpassend artwork aanleverde.

Jokke: 82/100 (Devouring Star: 82/100 – Flagellant: 85/100 – Arfsynd: 75/100 – Ibex Angel Order: 79/100 – Dødsengel: 86/100 – Chalice Of Blood: 84/100)

Ekstrophë – Compilation (Terratur Possessions 2018)
1. Devouring Star – Mors invicta
2. Flagellant – Great illuminating void awareness
3. Arfsynd – Flesh of God
4. Ibex Angel Order – Abrasax rises to be crowned
5. Dødsengel – Arcane slumber
6. Chalice Of Blood – Shimmering

De GDPR duivel

Ave

In het kader van de nieuwe General Data Protection Regulation (GDPR) willen we u meedelen dat Addergebroed geen misbruik maakt van uw e-mailadres indien u dit aan ons bezorgt/bezorgd heeft om op de hoogte te blijven van nieuwe berichten op uw geliefkoosde blog.
Wanneer u melding krijgt van een nieuwe post, bevat die e-mail steeds de mogelijkheid om u uit te schrijven. Als u onze kritische mening niet meer wenst te ontvangen, kan u dit tevens melden door op dit mailtje te antwoorden. Wij verwijderen uw e-mailadres dan uit onze database.

Addergebroed

pagan-symbols-1