Maand: juni 2018

Craft – White noise and black metal

Het Zweedse Craft neemt sinds het fantastische “Fuck the universe” uit 2005 haar tijd als het op het uitbrengen van platen aankomt (kwaliteit boven kwantiteit weet je wel). Op “Void” dienden we destijds zes jaar te wachten en die plaat stelde allerminst teleur. Plots is daar na zeven jaar nu opnieuw een album getiteld “White noise and black metal” en we kunnen wel stellen dat door het lange wachten de verwachtingen hooggespannen zijn. Via nieuwe broodheer Season Of Mist werden in de aanloop naar de release drie singles vrijgegeven die mij telkens wel konden overtuigen, zij het pas na enkele luisterbeurten. Wat meteen opviel, was dat de sound van de Zweden een pak moderner klonk en dat er ook iets progressiever gemusiceerd werd. Vooral bij “Again” maakte ik me die bedenking want de riffs die we hier te horen krijgen, wijken toch wel af van het gekende Craft-geluid en doen eerder denken aan mid-tempo Inquisition (ook later op de plaat zal deze referentie nog opduiken). Met de fantastische bassist Phil A. Cirone (Hypothermia, ex-Shining) in de gelederen is het misschien niet te verwonderen dat Craft af en toe progressiever uit de hoek komt. Zo laat hij o.a. in het instrumentale “Crimson” en het dynamische “YHVH’s shadow” heel wat mooie basloopjes horen, maar ook het oudgediende gitaarduo Joakim Karlsson en John Doe speelt strak en vuurt enkele knappe riffs op de luisteraar los. Zo bevat het gitaarwerk van “Undone” heel wat moderne Immortal-invloeden en is het nummer enorm dynamisch door de afwisselend rollende en blastende basdrums van sessiedrummer Daniel Moilanen die we kennen van Katatonia, Runemagick en Heavydeath. Opener “The cosmic sphere falls” kent een twee minuten durende groots klinkende instrumentale aanloop maar zodra de salpetervocalen van Nox (Omnizide) invallen, hoor je overduidelijk dat hier Craft aan het werk is. Zoals steeds laat de frontman horen dat hij tot het clubje van beste black metal-zangers behoort. We krijgen meer blastbeats dan gewoonlijk op ons afgevuurd (check het met dissonante elementen flirtende “YHVH’s shadow“) maar middels de rock ’n roll-groove aan het einde van “Tragedy of pointless games” en de mid-tempo uppercut “Darkness falls” grijpt Craft ook terug naar het geluid van “Fuck the universe“. En de misantropie spat er nog steeds vanaf zoals we ondermeer horen in afsluiter “White noise“: “I despise all of you – I’m in some tedious level of hell. Meaningless points dressed in pointless words – Don’t let a lack of ideas hold you back. Let’s pay attention to what other people do, and let them know how it’s offensive to you. Let’s ignore what testimony show, let every dumb idea grow. Your world is not important to me. I couldn’t care any less about you.” Knap dat Craft (subtiel) nieuwe paden bewandelt zonder echter haar kerngeluid te verloochenen. En nu graag snel een vinyl heruitgave van “Terror propaganda” en “Total soulrape“!

JOKKE: 85/100

Craft – White noise and black metal (Season Of Mist 2018)
1. The cosmic sphere falls
2. Again
3. Undone
4. Tragedy of pointless games
5. Darkness falls
6. Crimson
7. YHVH’s shadow
8. White noise

Abhor – Occulta religio

De Italianen van Abhor timmeren al heel wat jaren aan de weg, maar ondanks het feit dat ze al 23 jaar op de teller hebben staan, is “Occulta religio” mijn eerste kennismaking met de band rond zanger Ulfhedhnir en snarenplukker Domine Saevum Graven die er beiden reeds vanaf het begin bij waren. Gitarist Kvasir en organist Leonardo Lonnerbach vervoegden de band respectievelijk in 2004 en 2014, die laatste om de overleden Errans Inferorum te vervangen. De invloed van Lonnerbach is niet gering in de esoterische horror black metal die ze zelf menen te spelen. En die omschrijving gaat best op. Het algemeen etiket dat op deze zevende langspeler kan gekleefd worden, is er één waarop in grote letters “vintage” geschreven staat. De sound van Abhor is noch regressief, noch progressief en combineert veelal mid-tempo black metal met een sinistere doomy atmosfeer en teksten die handelen over satanisme, occultisme, alchemie, hekserij, esoterie en donkere folklore. Doorheen de black metal-riffs schemeren echter ook wel de nodige rock-invloeden door. “Engraved formulas” is hier een mooi voorbeeld van en bevat hypnotiserende gitaarmelodieën. In het trage “Demons forged from the smoke” (mijn favoriet!) valt duidelijk te horen dat Black Sabbath een oude liefde van de bandleden is en in plaats van de drijvende kracht te zijn, wordt het orgel hier eerder ingezet om een bepaalde riff te ondersteunen. Frontman Ulfhedhnir bewijst hier tevens heel wat gevarieerde klanken, gaande van diepe gutturale borrels tot smerige en sappige screams, uit zijn stembanden te kunnen persen. Een song als “Exemplum satanicus” moet het dan weer hebben van haar headbangpartijen en simpele maar effectieve (doom)-riffs waarover de zanger als een satanische priester klinkt. Ondanks de grote invloed van het orgel in bijvoorbeeld “Black bat recalls” of de titeltrack waarin het instrument bijna als een lokkende sirene klinkt, valt de muziek van Abhor echter niet écht onder symfonische of theatrale metal te categoriseren. Fans van de oude Griekse en Italiaanse scene of oude Samael zullen dit misschien wel kunnen smaken.

JOKKE: 79/100

Abhor – Occulta religio (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Elemental conjuring
2. Fons malorum
3. Engraved formulas
4. Demons forged from the smoke
5. Exemplum satanicus
6. Black bat recalls
7. Occulta religio

Isenordal/Void Omnia – Split

Split-releases zijn nog altijd een ideale manier om via een gekende band een onbekende te ontdekken. Alzo geschiedde dat deze keer door de samenwerking die het door ons geliefde Amerikaanse Void Omnia aanging met haar landgenoten Isenordal, een naam die niet meteen een belletje deed rinkelen. Het sextet dat blijkbaar aan het begin van de maand haar tweede langspeler uitbracht, krijgt de eer om de boel op gang te trekken. Door de combo met Void Omnia had ik ergens black metal verwacht, maar ik blijk al gauw bedrogen uit te komen want het geluid van de band uit Seattle situeert zich in trage doomregionen, zij het met een pagan-, folk en black metal-invalshoek. “Eternal winter of the mind” kent een atmosferische start waarbij mannelijke en vrouwelijke samenzang de toon zetten over sereen gitaargetokkel waarna vioolklanken langzaamaan aanzwellen totdat iets na drie minuten speeltijd trage drums en diepe grunts invallen en de boel opentrekken. Als we doom en violen combineren is My Dying Bride natuurlijk nooit veraf en de sfeer schippert tussen dreigende, melancholische en hoopvolle klanken. Zangeres Marisa Kaye Janke eist een grote rol op en heeft – in tegenstelling tot wat haar familienaam doet vermoeden – best een goede stem die bij momenten aan Amy Lee (Evanescence) doet denken. Ik heb ooit eens één nummer van Draconian gehoord (“Death, come near me“) en dat geluid kan ook best als referentie dienen. Verderop in het nummer schakelt het sextet trapsgewijs enkele versnellingen hoger en wordt de sfeer geleidelijk aan zwarter, maar het geheel komt wat rommelig over doordat er plots te veel dingen tegelijk gebeuren. Wat mij betreft hadden de black metal-stukken dan ook weggelaten mogen worden in het nummer dat nu op een kwartier speeltijd afklokt. Laat het spelen van black metal maar over aan Void Omnia dat met haar tweede langspeler “Dying light” reeds op Addergebroed passeerde. Zoals we van het kwintet gekend zijn, vallen ze meteen met de deur in huis en razen ze ongenadig doorheen “The terror which traipse unseen in slumber” dat een typisch USBM Westkust geluid laat horen waarin ijle screams, vinnig en snel drumwerk en striemende riffs de toon zetten. Ook “Of oak and soil” geeft een fikse pandoering maar is iets dynamischer van opbouw. In “Disdain reprieve” duikelt het tempo naar beneden en schemert een Oost-Europees triomfantelijk gevoel doorheen de riffs. Niet slecht, maar Void Omnia vind ik dan weer meer overtuigen in het snelle en felle werk hoewel de korte instrumentale track uiteindelijk ook nog wel openbarst. Geen must have-split wat mij betreft, maar wel een interessante combinatie van stijlen.

JOKKE: 78/100 (Isenordal: 76/100 – Void Omnia: 80/100)

Isenordal/Void Omnia – Split Eternal Warfare Records/Vendetta Records 2018)
1. Isenordal – Eternal winter of the mind
2. Void Omnia – The terror which traipse unseen in slumber
3. Void Omnia – Of oak and soil
4. Void Omnia – Disdain reprieve

 

Abstracter – Cinereous incarnate

De muziek van het uit Oakland afkomstige Abstracter zat ooit in hetzelfde straatje als een Neurosis, maar gaandeweg heeft het kwartet een meer eigen smoelwerk ontwikkeld. En hoewel er nooit veel kleur in het artwork van de band heeft gezeten, straalt het geheel nóg meer dan ooit een apocalyptisch gevoel uit waarbij onderdrukking, verslagenheid en ontrafelende hoop centraal staan. De zondvloed aan verstikkende distortion en sombere atmosferen wordt gevoed door verscheidene kolkende rivieren die samenkomen en elementen uit death, doom en black metal maar ook crust, noise, drone en duistere ambient aanvoeren. Opener “Nether” laat middels blastbeats en dikke fuzzy death metal-riffs meteen tien minuten lang horen dat de extreme metalvarianten nóg meer aan betekenis hebben gewonnen in het nihilistische wereldbeeld van de heren. Naar de finale van het nummer toe daalt het tempo en verrijken noise en drone-elementen de distopische sound en beuken ze de luisteraar Primitive Man-gewijs plat. In “Ashen reign” worden we als luisteraar heen en weer geslingerd tussen tergend trage death/doom zoals we die kennen van Khanate, Winter en Disembowelment en korte d-beat uitspattingen. Wanneer “Wings of annihilation” haar vleugels uitstrekt, werpt de track een dood en verderf zaaiende schaduw over Moeder Aarde. “Devouring night” wisselt tenslotte opnieuw woeste sludge à la Indian en Graves At Sea af met sneller werk (denk Dragged Into Sunlight maar iets minder extreem), maar steeds met een gitzwarte ondertoon en anti-humane invalshoek. Voilà, ik denk dat het door de veelvuldige name dropping duidelijk mag zijn in welke compleet-aan-het-daglicht-onttrokken hoek we de nieuwe van Abstracter kunnen plaatsen.

JOKKE: 81/100

Abstracter – Cinereous incarnate (I, Voidhanger Records 2018)
1. Nether
2. Cinereous
3. Ashen reign
4. Wings of annihilation
5. Incarnate
6. Devouring night

 

Yob – Our raw heart

Het is enkele jaar stil geweest in het kamp van het ronduit fantastische Yob. Dat was vooral te wijten aan de gezondheidsperikelen van de flamboyante frontman/gitarist Mike Scheidt, wiens leven zelfs even aan een zijden draadje heeft gehangen. We zijn maar al te blij dat Mike zo goed als terug de oude is en dat er vier jaar na het magistrale “Clearing the path to ascend“, dat toen in heel wat eindejaarslijstjes prijkte, opnieuw vers plaatwerk is. “Our raw heart” werd het beestje gedoopt en staat tot aan het gaatje vol met hoogstaande stoner/doom. Er prijken maar liefst zeven songs (wat veel is naar Yob-normen) op de tracklist van de van-een-kleurrijke-hoes-voorziene plaat, waarvan er dan nog eens twee ruim een kwartier duren, wat de totale speelduur om meer dan zeventig minuten brengt. We zijn natuurlijk niets anders gewoon van het trio dat naast Mike bestaat uit drummer Travis Foster en bassist Aaron Rieseberg. Openen doen de heren met “Ablaze“, een typisch Yob-nummer dat al hun gekende ingrediënten bevat: logge ritmes, een slepende flow en de typische van-effecten-bulkende cleane zang van de frontman. In het daaropvolgende dreigende en donkere “The screen” krijgen we echter een afwijkende sound voorgeschoteld waarin Mike’s vocalen een pak ruwer klinken en een distorted riff bijna tien minuten lang hetzelfde patroon herhaalt. Iets te veel van het goede als je het mij vraagt en het haalt de vaart uit de plaat. Ik hoor Yob dan ook liever aan het werk wanneer ze een weidse, open sound neerzetten, zoals in opvolger “In reverie” die massiever klinkt, maar opnieuw wat variatie mist om tien minuten lang te kunnen boeien. “Lungs reach” vormt met haar ambient, drone en in reverb gedrenkte achtergrondgeluiden een rustpunt op de plaat, hoewel de band halverwege het nummer plots toch enorm zwaar uithaalt en Mike’s oerkreten een zekere overlevingsdrang uitroepen. Op de voorganger was het afsluiter “Marrow” die de kippenvelfactor in het rood deed gaan, op “Our raw heart” is die taak weggelegd voor het kwartier durende “Beauty in falling leaves” dat ons meermaals tot tranen toe beroert. Mike’s zang klinkt breekbaar en puur, de gitaarlijnen dwarrelen doorheen het nummer als neervallende bladeren en melancholische klanken nemen de boventoon. Als de distortionpedaal dan toch eens ingedrukt wordt, horen we Yob op haar best en is Black Sabbath niet veraf. De gitaargolven dreunen eindeloos door maar kruipen onder je vel en laten je niet onberoerd. Het contrast met het bulderende “Original face” kan niet groter zijn en laat een crossover horen tussen doom en met punk doorspekte metal. De zang klinkt enorm rauw en diep en de muziek knipoogt naar Vhöl, het zijproject van Mike en enkele leden van Agalloch, Ludicra en Hammers of Misfortune. In de monumentale titeltrack die doorspekt is met psychedelisch gitaarwerk, is de aanpak softer, maar daarom niet minder “heavy“. Mike bezingt hier zijn geworstel met zijn mortaliteit (“Drained and filled again / Temple to a nameless soul / Beckoning my restless ghost /From holes in my gut / To love from miracles / Silver climbed the walls / Eyeless looking on / It’s looking still / Drawn by a mortal thread / To an ever shifting weave / Known better by my bones / Than my eyes can see“) en de levenswil die hij hierdoor gekregen heeft. Want ondanks de emotionele ups en downs die er in de teksten te lezen zijn, mogen we “Our raw heart” vooral als een ode aan het leven beschouwen.

JOKKE: 87/100

Yob – Our raw heart (Relapse Records 2018)
1. Ablaze
2. The screen
3. In reverie
4. Lungs reach
5. Beauty in falling leaves
6. Original face
7. Our raw heart

Taphos – Come ethereal somberness

Hoog tijd om nog eens een streep death metal te laten passeren op Addergebroed! Een tijdje geleden schreven we al dat, op basis van de bundeling van de demo en EP van het Deense Taphos, hun debuut er eentje zou zijn om in het oog te houden. “Come ethereal somberness” start en eindigt met een zwaarmoedige instrumentale track en ook “Dysfori” is een korte, akoestische instrumental die somberheid uitademt. De zes andere songs vormen een death metal sixpack waar de energie van afspat. Wat vooral opvalt is dat de nummers, ondanks het feit dat het hier om een nog vrij jonge band gaat, heel matuur klinken en dat ze oerdegelijke death metal riffs hand-in-hand laten gaan met een zwartgeblakerde atmosfeer. De dynamische productie maakt dat het op-en-top genieten is van de rollende basdrums en zagende gitaren in mid-tempo krakers zoals “Ocular blackness“, maar ook van het destructieve tornadoblastwerk in het genadeloze “Thrive in upheaval” (mijn persoonlijke favoriet met zijn heerlijke bass-stukjes en flitsende solo’s) en de blacky tremolopartijen in “Impending peril“. “A manifest of trepidation” is wat thrashier van aard en het staccato drumwerk hakt erin als een heidens vikingzwaard in het lichaam van een christenhond. De openingsriff van “Insidious gyres” is het meest catchy stukje van de plaat maar nadien springt het nummer wat te veel van de hak op de tak. “Livores” tenslotte bevat monolithisch riffwerk en een groots klinkend mid-tempo middenstuk. Heerlijk! Ongelofelijk te horen wat voor een progressie de Denen op korte tijd gemaakt hebben. Knaller van een debuut!

JOKKE: 84/100

Taphos – Come ethereal somberness (Blood Harvest 2018)
1. Letum
2. Impending peril
3. Thrive in upheaval
4. Ocular blackness
5. A manifest of trepidation
6. Dysfori
7. Insidious gyres
8. Livores
9. Obitum

Marduk – Viktoria

Marduk is ongetwijfeld de hardst werkende en daardoor ook wel één van de meest populaire black metal bands – die ook daadwerkelijk nog black metal speelt – op onze aardkloot. De pantserdivisie is voortdurend de hort op om hun muziek op alle continenten – behalve Antarctica dan – te verspreiden en brengt de teller met “Viktoria” ondertussen al op langspeler nummer veertien (!). De Zweden zijn bovendien nog maar twee jaar verwijderd van een iconische dertigjarige carrière en dat zonder ook maar één hiatus. Persoonlijk is de band rond spilfiguur Morgan Håkansson één van mijn all time favorites; op plaat dan toch, want live ben ik van mening dat een tweede gitarist nog altijd van pas komt en dat ze hun ouder werk op het oorspronkelijke tempo moeten spelen in plaats van alles twee keer zo snel af te haspelen, wat ten koste gaat van de sfeer van de nummers. Maar we gaan het hier natuurlijk over “Viktoria” hebben, een plaat die qua thematiek in het verlengde ligt van het fantastische “Frontschwein” en dus weer talrijke oorlogstopics behandelt. In navolging van het recente Antifa-gedoe, maakt Morgan alvast het volgende statement: “Overall, I would say we have a fascination with the whole war machine. At least from my point of view, the Germans had the most fascinating machinery and equipment. Viktoria is not a standpoint, however. It’s just a reflection of history, the way it happened. With that in mind, it’s more interesting to write a soundtrack tied to specific historical events. Look at movies, for example. They’ve tackled both sides of World War II. So, Viktoria is more about history. Nothing more. Nothing less.” Op de thematiek na zijn er echter wel de nodige verschillen te merken ten opzichte van de voorganger. Ten eerste is er het simpele a-typische cover artwork. De zwart-witafbeelding van de soldaat op de hoes is van de hand van frontman Daniel “Mortuus” Rostén en is geïnspireerd op de propagandaposters van de “Reichspropagandaleitung” en de “Office of War Information“. Love it or hate it. Ten tweede is het gitaarwerk meer basic en gestript, vooral in de tragere nummers want hoewel de plaat slechts op een luttele 33 minuten afklokt, is “Viktoria” ondanks haar militaristische invalshoek geen “Panzer division Marduk” part II geworden en is het dus geen continu rammen en blazen dat de klok slaat. Alleen valt er geen enkel trager nummer te bespeuren dat kan toegevoegd worden aan hun geweldige mid-tempo back catalogue met krakers als “Accuser/Opposer“, “Imago mortis“, “Materialized in stone“, “Wolves“, “Temple of decay“, “Coram satanae” “Funeral dawn” en dan vergeet ik er nog wel een paar. Daarvoor zijn de riffs van “Tiger I” en “Silent night” nu eenmaal té simpel en niet spannend en uitdagend genoeg. Gelukkig zijn er natuurlijk ook nog de rampestampers waarvoor Marduk het meest gekend staat. Zo zijn “Equestrian bloodlust” met haar hoge, aan “Opus nocturne” refererende tom-fills en het pompende, naar het gitaarwerk van “Serpent sermons” teruggrijpende “The devil’s song” gelukkig enkele positieve uitschieters. En de titeltrack is met haar traag atmosferisch en bass-driven middenstuk een geslaagd experiment. Ten derde is er de productie (opnieuw zat bassist Devo achter de knoppen in zijn Endarker Studio) die, ondanks de old-school organische sound en analoge drums, iets te dun en open klinkt, maar het is vooral frontbeest Mortuus die voor zijn doen nog nooit zo vlak en eendimensionaal heeft geklonken. En het vocaal toonladder-fratske dat hij in “June 44” ten berde brengt, ergert me elke luisterbeurt mateloos. Voor de rest valt op die song echter weinig aan te merken. In de laatste song van de plaat bewijst hij gelukkig toch nog even waartoe hij met zijn verwrongen stembanden in staat is. Bij gebrek aan andere You-Tube video’s, post ik hieronder het korte, niemendalletjes “Werwolf” dat “Viktoria” opent. Het niveau ligt op de rest van de plaat gelukkig hoger, maar toch had hier veel meer ingezeten. Vergeleken met het vervaarlijke en beestachtige “Frontschwein” is “Viktoria” spijtig genoeg maar een mak lammetje. Victorie is te hoog gegrepen deze keer.

JOKKE: 75/100

Marduk – Viktoria (Century Media Records 2018)
1. Werwolf
2. June 44
3. Equestrian bloodlust
4. Tiger I
5. Narva
6. The last fallen
7. Viktoria
8. The devil’s song
9. Silent night