Maand: juli 2018

Como O Breu – Utopia

Lusitanian black metal misanthropy” staat er te lezen op de eerste (cassette-)release van Como O Breu. Waar dient deze band geografisch gesitueerd te worden, hoor ik u al denken? Wel, Lusitania was een Romeinse provincie op het Iberisch Schiereiland die ongeveer overeenkwam met het huidige Portugal en een deel van Spanje (Extremadura) en werd genoemd naar de belangrijkste stam uit het gebied, de Lusitani. Behalve enige vorm van verbondenheid met hun voorouders, houdt het Portugese duo er voor de rest niet echt warme gevoelens voor hun medemens op na. “Absolute hatred for mankind“, weet je wel en je moet ook geen Portugees verstaan om te weten waar nummers als “Humanidade em extinção” of “Estágios em misantropia” over gaan. De zwartmetalen klanken die na het wegebben van de intro uit de speakers knallen zijn dan ook van de haatdragende soort. Wat het duo siert is dat het niet alleen veel werk heeft gestoken in de fysieke uitvoering van deze demo, maar dat ze er ook een vrij unieke kijk op nahouden want, hoewel hun black metal op zich vrij conservatief en niet al te ingewikkeld klinkt, zit het geheel wel avontuurlijk in mekaar en krijgen we zelden een traditionele songopbouw te horen (zo bevat de titeltrack bijvoorbeeld een heuse Bethlehem-vibe). Hierbij komen er ook de nodige duistere ambient-klanken en in de afsluiter zelfs piano aan te pas. De productie is krachtiger dan ik had durven vermoeden en de basgitaar heeft haar plaatsje tussen de snedige riffs weten opeisen. De galmende screams en getormenteerde uithalen gaan door merg en been en dat de drums uit een computer afkomstig lijken te zijn, vinden we deze keer niet zo erg. In het eindproduct is er ongeveer evenveel plaats voor extreme metaalklanken als voor de atmosferische ambientstukken. Bij een volgende release mag de nadruk wat mij betreft nog meer op het gitaargeweld komen te liggen want nu hapert de flow een beetje. Voor een eerste release klinkt “Utopia” echter zeker niet verkeerd.

JOKKE: 74/100

Como O Breu – Utopia (Eigen Beheer 2018)
1. Temor
2. Escuro como o breu
3. Humanidade em extinção
4. Eu e os meus demónios
5. Luz que Fere
6. Utopia
7. Estágios em misantropia

ColdWorld – Interludium & Nostalgia

Nieuw werk van het Duitse ColdWorld was tijdens de hittegolf van de voorbije dagen meer dan welgekomen. ColdWorld meesterbrein Georg Börner had maar liefst acht jaar nodig om uiteindelijk in 2016 met zijn knappe tweede langspeler “Autumn” op de proppen te komen. Na deze release bulkte de man blijkbaar van de inspiratie want vorig jaar verschenen reeds de “Wolves and sheep” EP en de “Ruins of MMXVII” single terwijl we nu – gelijktijdig dan nog wel –  twee nieuwe EP’s aangeboden krijgen die elk een ander geluid laten horen en in september volgt er nog een split-EP met Farsot. De “Nostalgia” EP heeft een titel die de lading overduidelijk dekt want op dit kleinood eert Georg vijfentwintig minuten lang de goeie ouwe black van de jaren negentig terwijl de “Interludium” EP een ambientsymfonie voor de melancholische ziel is. Laten we met deze beginnen. Er gebeurt spijtig genoeg niet zo bijster veel in de grotendeels instrumentale songs waardoor een geeuw halfweg het tweede nummer al niet te vermijden valt. Het vijfde deel springt er met haar etherische en zielenzalvende insteek nog wel uit en ook het zesde en laatste deel weekt gevoelsmatig positieve zielenroerselen bij me los, maar dat komt doordat hier traditionele black metal elementen in opduiken. Grote ambient-liefhebbers kunnen hier waarschijnlijk wel wat mee aanvangen; ik ben meer te vinden voor de andere EP. Hoewel “Nostalgia‘s” opener “Cosmos devourer” ook middels donkere ambient aftrapt, tapt de song na een minuut of twee uit een heerlijk verfrissend, rauw en striemend zwartmetalen vaatje. In “Demon speed” gaat alles nog een stapje verder en toveren de subtiele kosmische keyboards en ijskoude gletsjer-riffs kippenvel op mijn gezonnebruinde armen. Nadat de mysterieuze ambientklanken van “The dark ages” ons naar de desbetreffende periode terugvoeren, katapulteren de ijzige, doch catchy black van “Let the devil in” – geen cover van Sargeist by the way – en het epische met cleane achtergrondzang opgesmukte “Silva nigra” ons terug vol nostalgisch verlangen naar de jaren negentig. Uitstekende EP!

JOKKE: Interludium: 65/100 – Nostalgia: 86/100

ColdWorld – Interludium & Nostalgia (Neuropa Records 2018)
Interludium EP 
1. Interludium I
2. Interludium II
3. Interludium III
4. Interludium IV
5. Interludium V
6. Interludium VI

Nostalgia EP
1. Cosmos devourer
2. Demon speed
3. The dark ages
4. Let the devil in
5. Silva nigra

Essenz – Manes impetus

De afgelopen weken bleek de nieuwe derde langspeler “Manes impetus” van het Duitse Essenz een ware groeiplaat te zijn. Ze vergezelde me op lange autoritten doorheen verdorde landschappen en broeierig hete beton en gaf mondjesmaat haar geheimen prijs. Met de voorgangers “Mundus numen” en “KVIITIIVZ – Beschwörung des Unaussprechlichen” was dat trouwens net hetzelfde. Achter deze Duitse band gaan drie leden schuil die ook in de death metal bands Drowned en Early Death actief zijn en de zanger/bassist is ook live-lid bij The Ruins Of Beverast. Het geluid van Essenz pingpongt heen en weer tussen stuwende death metal en beukende doom met daarover een duister black metal sfeertje gedrapeerd. De meer dan elf minuten durende opener “Peeled & released” is hier meteen een showcase van en bevat lange, repetitieve stukken waarin het tempo vrij hoog ligt voor hun doen. Ook in “Unfolding death” gaat de zweep erop en horen we een trio dat goed op dreef is. De song bevat knap gitaarwerk en enkele hooks die ervoor zorgen dat het nummer goed blijft hangen, alvorens in een vormloze noise- en ambient-massa uit te monden. “Death is always and everywhere” gromt de zanger. Naast de dood behandelt de rest van de plaat thema’s zoals de innerlijke geest, en het oneindige heelal. De trage drumbeat die “Amortal abstract” aftrapt, maakt meteen duidelijk dat met dit nummer het tempo de dieperik intuimelt. De doom die we te verwerken krijgen wordt afgekruid met vervormde vocalen en subtiele elekronische elementen en rond de zesminutengrens breidt een welgekomen versnelling een rockend einde aan de song. “Randlos gebein” klokt opnieuw boven de elf minuten af en is de meest atmosferische song van de plaat getuige het cleane gitaargetokkel, het gefluister en de korte ambientintermezzo’s die tussen de blastpartijen door zijn ingebouwd. En hoewel het einde van deze kolossale track duidelijk loodzware doom uitademt, koos Essenz toch voor meer uptempo werk dan gewoonlijk op dit “Manes impetus“. “Apparitional spheres” is met haar drie minuten de kortste en meest rechttoe rechtaan track en kan me met haar opzwepende karakter wel bekoren. In “Sermon to the ghosts” is het een en al dronende noise en etherische ambient die botviert. Deze abstracte gitzwarte tonen zouden een passend einde kunnen zijn, ware het niet dat de rollende basdrums en zware riffs van “Ecstatic sleep” de afsluitende rol krijgen toebedeeld. Opnieuw een sterke en dynamische plaat van Essenz waarbij er door de band genomen iets zwaarder van jetje wordt gegeven dan wat we van de Duitsers gewend zijn.

JOKKE: 80/100

Essenz – Manes impetus (Amor Fati productions 2018)
1. Peeled & released
2. Unfolding death
3. Amortal abstract
4. Randlos gebein
5. Apparitional spheres
6. Sermon to the ghosts
7. Ecstatic sleep

 

RDS-220 – Agressie kanaliseren

Eén van de meest agressieve dingen die we de laatste tijd te horen kregen, staat op naam van het mysterieus genaamde RDS-220. “Hell is truth seen too late” is de naam van een erg intens werkstuk dat – verspreid over twee cassettereleases – onze gehoorgangen verpulverde. Het kon niet anders dan dat de twee bezielers van de band een niet zo positieve kijk op de wereld om ons heen hebben. Een gesprek met John M. en Siegfried H. drong zich op. (JOKKE)

RDS220

Dag heren! Laten we het om te beginnen over de ietwat vreemde bandnaam hebben. RDS-220 is de officiële naam van de Tsar bomba, een Russisch kernwapen uit de tijd van de Koude Oorlog waarmee de Russen in Nova Zembla de krachtigste explosie ooit veroorzaakte. Vanwaar de idee voor deze bandnaam en zit er ook een politieke boodschap achter verborgen? Hoe kijk jij naar het forsbolgerol en de grootspraak inzake kernwapens tussen de VS en Noord-Korea?
SH: In zekere zin wél, al is dat met gastzangers en bijgevolg guest lyrics niet voor de hand liggend. Er schuilt zéker een boodschap in de naamkeuze in de zin dat de RDS-220-bom destijds het summum was in de wapenwedloop. We zijn terug helemaal in die tijd beland, de wedloop is in feite gewoon aan de gang gebleven, de oorlogsindustrie is één van de grootste op aarde en here to stay. We zijn halverwege ergens ingedommeld door een media-overload. Extreem rechts staat overal klaar om terug over te nemen en de messen zijn meer dan ooit terug geslepen. We leven gewoon in heel donkere, rare tijden. In die zin vonden we deze naam wel gepast. Een gigantische bom die Damocles-gewijs boven onze koppen hangt… Wat er in de VS gebeurt illustreert des te duidelijker ook dat het grote geld nu helemaal heeft overgenomen. De massa wordt dom en murw gemaakt en gehouden en blijft op die manier bijdragen aan die overname. Dat gebeurt hier bij ons net zo. Het centrum schuift alsmaar verder op naar rechts, en de meerderheid slikt het. We worden bang gemaakt met een constante dreiging, de machine wordt op die manier gevoed en brengt grof geld op voor de bovenlaag van de maatschappij.
JM: Je moet weten dat we er best lang over gedaan hebben om de naam vast te leggen. We wilden sowieso een bold statement maken en verwijzen naar het leed (heden en verleden) waar politieke machtsspelletjes aan de basis liggen/lagen. RDS-220 dus, keihard en luid, net als de muziek…

Welke behoefte(s) proberen jullie met RDS-220 in te vullen?
JM: Wel voor mij is het een hoge nood om snelle riffs die ontiegelijk hard aankomen te capteren gecombineerd met drums die je voelt tot in je maag. Vuile black metal riffs zonder te gaan voor een “rauwe (gegorgel ruis) productie”. Keiharde heavy riffs die onder het vriespunt duiken, maar toch ergens een melodische ondertoon bevatten. Het opnemen van snerende metalen maar overal toch een punksaus over gieten. Komt daar nog eens bij dat het voor mij ook een vorm van eer betuigen aan de groten is…
SH: Wat mij betreft is het inderdaad een zekere ‘behoefte’ om terug snelle muziek te spelen. Snelheid draagt een agressie in zich waar ik altijd al een soort fysieke nood aan heb gehad. In het verleden speelde ik in bands waar de nadruk ook op snelheid lag. Daarnaast heb ik echter altijd een brede kijk op muziek gehad en konden trage, logge dingen ook, daarvoor heb ik andere projecten. Met RDS-200 is het uitgangspunt agressie kanaliseren. Ik wil met dit project gewoon compromisloze dingen maken. Er is echt te veel gelikte shit die via allerlei wegen onze kop vervuilt. Er wordt vaak gedweept met de term ‘harde muziek’, terwijl die muziek in kwestie helemaal effen geproducet is om toch maar vlotjes binnen te gaan. RDS-220 hoeft niet vlot binnen te gaan… Als je de vier hoofdstukken na mekaar beluisterd hebt, wil ik dat je je murw geklopt voelt.

Vanwaar de keuze voor de pseudoniemen John M. en Siegfried H.? Is anonimiteit noodzakelijk voor jullie om zo de nadruk volledig op de muziek te kunnen leggen
JM: Inderdaad. We wilden vooral dat RDS-220 beoordeeld zou worden omwille van het muzikale aspect en niet wegens het ex-members lijstje. De anonimiteit zorgt ervoor dat wij op het gemak aan onze songs kunnen werken zonder dat er verwachtingen zijn. Een nieuw project (en het woord nieuw bekijk ik dan vooral vanuit de hoek “members hebben al een band (gehad) die goed tot zeer goed draait/draaide”) brengt altijd verwachtingen mee. Maar door de anonimiteit konden we de focus leggen op de muziek, zonder dat de luisteraar iets verwacht. Met een tweede release is dit anders, dan zijn er wel verwachtingen. Maar ook hier gaan die terug op het muzikale…Voor alle duidelijkheid: het is niet zo dat we koste wat het kost onze identiteit geheim gaan houden hoor.
SH: Ik kan JM hierin enkel bijtreden. Wie we zijn of wat we ooit al deden doet bij RDS-220 niets ter zake. Het verleden heeft mij veel geleerd: op muzikaal en menselijk vlak, wat ik wél wil doen en vooral wat ik niét meer wil of kan doen. Alles is ook een momentopname, wat ik nu maak is wat ik nu voel. Wat ik vijf jaar terug voelde doet hier niet zo veel ter zake. Ik schrijf en neem heel impulsief op. Dat gebeurt ook zo bij mijn werk onder de Stormwind-naam. Alles daaraan is geïmproviseerd. RDS-220 is in zekere zin ook zo. De riffs komen, we overleggen heel snel en boksen alles op een paar uur in mekaar. Het uiteindelijke resultaat wordt meestal heel snel duidelijk. Dat kan ook omdat we maar met twee zijn. Het is een manier van werken die ons heel goed ligt.

RDS220 1

RDS-220 bestaat “slechts” uit twee leden. Siegfried verzorgt de riffs en staat in voor de programmatie van de drums terwijl John de bas hanteert. Voor de zangpartijen doen jullie beroep op buitenstaanders. Hoe is dit idee ontstaan?
JM: Toen we met RDS-220 startten, waren we gewoon aan het focussen op riffs en songs. Instrumenten en geluiden, nooit vocalen. En die songs bleven ook instrumentaal overeind. Maar dan komt er toch een moment dat je in je hoofd iets extra hoort in die songs. En dan zoek je naar opties. Ik las toen ergens een interview met Time Lurker, een Frans éénmansproject dat zangers/vrienden uitnodigt om vocalen te voorzien, et voila.
SH: De vocale factor is inderdaad pas nadien gekomen. Het muzikale gedeelte is hoe wij twee al een tiental jaar samen dingen maken. Vroeger onder een andere naam, nu met RDS-220. Het is een heel spontane en eerlijke samenwerking, waarbij er eigenlijk weinig discussies aan te pas komen. Helemaal anders dan met vijf opgesloten te zitten in een repetitiehok waarbij ieder zijn zegje wil doen. Het is voor ons allebei een heel efficiënte manier van werken, waarin we mekaar heel goed aanvullen en -voelen. Eens we aan het puzzelen gaan is de meeste ballast al overboord gegooid. Soms kom ik met een pak riffs op de proppen waarvan we er dan samen drie vierde uit schrappen, soms komt JM met één primitieve riff en blijkt op het einde van de rit dat we daarrond een heel nummer konden optrekken. Open mind en ogen gefocust op het uiteindelijke doel.

Voor deel I werkten jullie met Jenci van VVovnds en voor deel II met Hans van Liar. Voor delen III en IIII keken jullie over de landsgrenzen heen en werden respectievelijk Paulo Rui van Besta en Dehn Sora van Treha Sektori en Throane bereid gevonden de vocalen te verzorgen. Was het moeilijk om hen te overhalen aangezien geen van allen een échte black metal-achtergrond heeft?
SH: Ik zou mezelf ook niet echt een black-metal achtergrond toedichten. Is ook zéér relatief. Ik heb metal ontdekt via veel wegen, zéker niet exclusief via de extremere genres. Ik ben nog steeds into Pantera en King Diamond om maar wat te zeggen. Ik kan niet overweg met puristen. Vandaar dat het voor mij ook geen probleem was om mensen aan te spreken die ook een niet de voor de hand liggende achtergrond hebben. We zijn vooral gaan selecteren op wie enthousiast was over het idee. En een interessante stem uiteraard. Ik ben een beetje blijven steken in de jaren ’90 wat metal betreft, de laatste jaren luister ik veel breder en kunnen andere genres me evengoed boeien. Er is in mijn hoofd maar beperkte plaats, dus kom ik er niet meer aan toe om nog veel recente metal te checken. JM maakt dan een selectie voor mij haha.
JM: En we hebben niet echt moeten aandringen nee. Na het horen van enkele halve nummers hebben Jenci en Hans zichzelf eigenlijk aangeboden. Paulo en Dehn Sora waren onmiddellijk down. We zijn zoals SH het al zei, gestart vanuit de stem die we bij ons nummers hoorden. Duister, diep, prominent aanwezig, etc… En we weten van alle zangers tot op heden wat ze lyrisch-gewijs voor staan, dus ja, voor ons was het snel duidelijk wie we wilden en veel overtuigingskracht was niet nodig. Ook met de nieuwe nummers trouwens.

Werd elk nummer geschreven met een specifieke gastzanger in gedachten of konden de zangers zelf kiezen op welke songs ze zich konden uitleven?
JM: Tot hier hebben we slechts één nummer geschreven met een zanger in het achterhoofd. Voor alle andere nummers componeren we zoals het tot ons komt en eens het nummer voor drie vierde vorm heeft, denken we luidop na over eventuele zangers.
SH: Neen, we schrijven het nummer inderdaad eerst. En dan pas wordt de shortlist van zangers bovengehaald. Andersom zou ons te zeer sturen in het schrijfproces en het hele impulsieve idee wat ondermijnen.

Naar aanleiding van dit interview zeiden jullie dat de gastzangers ook de teksten voor hun song aanleverden en jullie bijgevolg niet echt over de inhoud van de teksten kunnen praten. Kregen zij met andere woorden carte blanche of diende de tekstuele inhoud toch min of meer een coherent geheel te vormen en te stroken met jullie eigen wereldbeeld?
SH: Daar haal je zeker een interessant punt aan. Wat mij betreft is het hele idee van RDS-220 het ventileren van een pissed-off state of mind die me bezighoudt. Ik krijg het op deze manier geventileerd. Ik ben kwaad als ik de wereld bekijk, en ik moet dat op één of andere manier kwijt. Mijn taal is niet die van lyrics, wel die van muziek en ik vertrouw er in zekere zin op dat de mensen die meewerken aan RDS-220 een gelijkaardige drang hebben om dingen die hen dwars zitten van zich af te schrijven. Het is niet het soort muziek om idyllische teksten bij te verzinnen.
JM: We vertrouwen er inderdaad op dat de teksten goed zitten. Zoals ik eerder al zei, we kennen de zangers die we kozen en weten ook wat van hen te verwachten op gebied van lyrics. Ik durf wel te zeggen dat hun teksten aansluiten bij ons visie.

Ik vind deel III meer industrial en machinale invloeden hebben terwijl deel IIII melodieuzer van aard is, hoewel nog steeds hondsagressief. Niet alleen door de felle riffs maar vooral ook door het bombardement aan drumsalvo’s. Vanwaar komt al die woede die we horen in de muziek van RDS-220?
SH: Actualiteit, nieuws, de wereld rondom ons. Ik ben me absoluut bewust van de relativiteit van ons geschreeuw, maar ik kan niet anders dan kwaad zijn. Dat vertaalt zich momenteel in een salvo na salvo, riff na riff.
JM: Alles heeft te maken met die state of mind waar ik het reeds over had. Overdag zwoeg je met de beste bedoelingen om iets te betekenen op je werk. En dan zie/hoor je ‘s avonds het nieuws en dat bevat enkel pijn en ellende. En dan komen we samen, pluggen gitaren in en onstaan er enkel hondsagressieve riffs. Dit is onze manier van verwerken, snoeiharde black metal is ons medium…

RDS220 2

Wat trekt jou zo aan in black metal en welke bands vormden een inspiratie voor RDS-220?
SH: Ik ben persoonlijk absoluut geen kenner van wat er zich momenteel afspeelt. Ik ben blijven hangen bij Dissection, Emperor, Satyricon, dat soort bands. De bands die mijn jeugd mee gevormd hebben, die mijn gitaarspelen hebben beïnvloed. Er is zo danig veel muziek te vinden tegenwoordig dat ik wat toe geklapt ben. Black en death metal blijven me echter boeien, omdat ze zoveel energie in zich dragen. Het compromisloze van extreme muziek blijft me aanspreken. Daar waar tegenwoordig toegankelijkheid en compromis de bovenhand hebben. Het experimentele en ‘rare’ in muziek boeit me wel… Bands als Morbid Angel, zijn gewoon fucking raar. Maar ik blijf ernaar teruggrijpen. Mijn gateway bands waren Slayer, Sepultura en Pantera, en iets daarna Emperor, Satyricons “Nemesis divina“, Enslaved’s “Frost” en “Eld“-platen. Death en At The Gates zijn voor mij ook heel invloedrijk geweest. Zeker door de melodie die op één of andere manier in hun toch agressieve nummers gevat zit. Ik zou oneindig verder namen kunnen noemen, maar dat brengt ons nergens. Laat het er me op houden dat al die bands mij gevormd hebben in mijn spelen en schrijven.
JM: Wat mij aantrekt is de tremelo picking, drumsalvo na drumsalvo, 230 bpm… Maar ook het obscure, zeker dat obscure dat er dan ook nog eens grafisch goed uitziet (we zijn beiden graficus van opleiding). Ik ben mede gestart met Enslaved dankzij een metal focussed klasgenoot. Necrophobic en Dissection hebben toen alles bepaald. Maar ik ben ook enorm te spreken over de nieuwe garde. Fallen Empire Records en Vrasubatlat brengen enkel maar toppertjes uit precies. Ik haal veel uit Nadra, Utzalu, Whoredom Rife, Triumvir Foul, Adzalaan. Dergelijke dingen. Maar ook die nieuwe Marduk-plaat “Victoria” (behalve het nummer “Werewolf” dan haha) en Darkthrone blijven heersen. Het industriële vind ik dan weer in Mysticum. Ja ik luister toch wel veel naar nieuwe dingen.

De nummers van de “Hell is truth seen too late”-reeks werden per twee stuks op een cassette gezet die in een gelimiteerde oplage van 50 stuks zal uitkomen. Vanwaar de keuze om enkel voor een tape als fysieke geluidsdrager te gaan, bovendien een medium dat toch erg niche is?
JM: Het cassettegegeven is wat in die richting gegroeid mede door ons ‘demo’-denken. Wij zijn beiden al wat ouder en hebben de cassette als hét demomedium meegemaakt. Het leek ons wel cool in die richting te denken. Anderzijds heeft Svart Blod dit mee in die richting gestuurd.
SH: Ik ben inderdaad ook een kind dat opgegroeid is met tapes. Mixed tapes maken, het twee kanten gegeven, het scrummy  aspect ervan. Ik had destijds een rugzak vol tapes die helemaal vort klonken wegens kapot gespeeld, maar je had toch maar mooi je gerief mee, goeie tijden.

Is de reeks beëindigd of zullen er nog delen volgen?
JM: “Hell is truth seen too late” op cassettes is klaar. De tweede box is beschikbaar. Eenmaal die out of print is bekijken we alles opnieuw. Er is een vijfde hoofdstuk bijna afgewerkt en er staan al mensen klaar om ons hier een platform voor te geven.
We zijn ook al bezig met een nieuw stuk (nog zonder titel en ongekend hoeveel hoofdstukken). Dit zal ongetwijfeld opnieuw een donkere ondertoon krijgen.
SH: Zolang de inspiratie er is, zullen er nieuwe dingen geschreven en gereleased worden. Dit deel is nu inderdaad afgesloten.

Voor de release werkten jullie samen met het vrij nieuwe Svart Blod-label. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?
JM: Wel een tijdje terug, toen RDS-220 een viertal nummers oud was, sprak ik met de mensen van Svart Blod. Heersers deluxe trouwens! En zij waren wel geïnteresseerd, maar on their terms. Zijnde een speciale release, origineel, niche, collectable en zeer mooi verpakt. Dus we zijn gaan denken. Op dat moment kwam ook de idee van de gastzangers en zo zijn we gaan puzzelen. Een RDS-220-nummer duurt gemiddeld vijf à zes minuten, perfect voor één kant van een tape. We zijn uiteindelijk bij het ‘box’-gegeven terechtgekomen et voilà. Vier zangers is vier tapes, twee per box. Gezeefdrukte sleeves of artwork cards, booklets met full color collages… Sinds kort staat alles ook op onze Bandcamppagina als ‘name your price’-download, alle support is welkom.

Zit er een kans in dat RDS-220 ooit meer dan een studioproject wordt en met andere woorden ook live zal spelen?
JM: Wel ik ben geneigd te zeggen “zeg nooit nooit”. Maar momenteel is er zeker geen behoefte om live te spelen. We voelen ons goed in het donkere zoldertje waar we met ons twee kunnen focussen op alles wat hard is en “tegen de tanden”. Maar nooit is een groot en allesomvattend woord, niet?
SH: Het voordeel van deze manier van werken is dat de tijd steeds aan onze zijde blijft. Er is geen druk om dingen binnen een bepaalde tijd af te krijgen. Als je een studio boekt dan heb je van dan tot dan, en mijn ervaring leert me dat dingen tijd moeten krijgen om te rijpen en te herwerken. Dan is home-studio recording de beste optie. Ik ben op mijn zestiende beginnen werken met drumcomputers om nummers te schrijven, toen met een bandopnemer, nu digitaal. Dit is voor mij 100% like home. Demo’s inspelen met gitaar plugins en korte stukjes om mee te puzzelen, drums programmeren en dan uiteindelijk de gitaren en bas opnieuw en in één track inspelen met echte versterkers en cabinets en micro’s. Live spelen is een ander verhaal, het vergt vele keren meer tijd en die heb ik niet wegens andere projecten én een gezin en job. Live spelen veronderstelt ook dat je een klik maakt met minstens vier (in het geval RDS-220 eerder vijf) mensen. Dat is niet evident. Het is dubbel… voorlopig geen optie, maar zeg nooit nooit inderdaad!

Wolvennest – Een cathartische ervaring

Onze landgenoten van Wolvennest hebben het klaargespeeld om met hun tweede langspeler “Void” hun reeds imponerende debuutplaat te overtreffen. Het mooie aan de band is dat ongebonden creativiteit boven een strikt omlijnd keurslijf staat en dat de inbreng van de leden – die hun sporen allen in uiteenlopende genres hebben verdiend – leidt tot een intrigerend eindresultaat. Gitaristen Corvus en Michel Kirby boden inzicht in het mysterieuze Wolvennest universum. (JOKKE)

Wolvennest 2

Dag heren. Alvorens het over de nieuwe plaat te hebben, zou ik willen terugkeren naar het ontstaan van de band. Wolvennest is een groep muzikanten met roots in verschillende muziekscenes. Hoe zijn jullie met mekaar in contact gekomen?
Kirby: Alles begon met een instrumentale demo die ik in 2013 opnam met een viersporen taperecorder. Corvus – met wie ik op dat ogenblik in de band Goatcloaks zat – was enthousiast en ik vroeg mijn goede vriend Marc De Backer, die ik al meer dan dertig jaar kende, om de line-up te vervoegen. We kenden mekaar dus als vrienden maar wisten ook welk vlees we muzikaal in de kuip hadden.

Momenteel bestaat Wolvennest echter uit zes muzikanten. Wie zijn de andere leden en maken ze als vast lid deel uit van de band? Wie is het muzikale brein zonder wie Wolvennest niet verder zou kunnen?
Corvus: Onze nieuwe drummer Bram Moerenhout bleek al snel niet alleen een fantastische drummer maar ook een toffe pee te zijn. Je hoort hem echter niet terug op “Void” aangezien hij ons pas in december 2017, na de opnames van de plaat, vervoegde. Ikzelf speelde naast mijn gitaarpartijen ook de baslijnen in en onze nieuwe bassist Jon Marx zag er geen graten in om die opnieuw op te nemen. Erg nederig van hem want hij is een betere bassist dan ik. Deze twee gasten vormen absoluut de beste ritmesectie waar ik al mee gespeeld heb en ze zijn onmisbaar tijdens live shows. Voor mij zijn ze zelfs even belangrijk als de muzikanten die je op de plaat hoort. De situatie is vergelijkbaar met die van zangeres Shazzula die niet op het debuut te horen was, maar de nummers live naar een hoger niveau tilde. Ondertussen is ze een vast lid en ik vind haar bijdrage op “Void” fantastisch.

Waarom besloten jullie op het debuut qua songwriting samen te werken met Der Blutharsch and The Infinite Church Of The Leading Hand-leden Albin Julius and Marthynna en waarom maakten ze nadien geen deel meer uit van de line-up?
Kirby: Van in het begin zaten we met een muzikale samenwerking in ons hoofd. Ik kende Albin en Marthynna al een paar jaar aangezien ik shows voor hen regelde in Brussel. We hadden het altijd over een toekomstige muzikale samenwerking en met Wolvennest werd dit plan ook werkelijkheid. In het begin was het echter helemaal de bedoeling niet om live op te treden en was Wolvennest dus eigenlijk enkel een studioproject. We begonnen pas te repeteren na de release van ons debuut en de kern van de band die toen bestond uit Corvus, Marc en mezelf ging op zoek naar de gepaste live-muzikanten. We sluiten echter niet uit dat we ooit eens samen met Der Blutharsch samen op het podium staan voor een speciaal gelegenheid.

Wie schreef de muziek voor “Void“? Hoewel Albin Julius en Marthynna deze keer niet deelnamen aan het schrijfproces, klinkt de plaat onmiskenbaar als Wolvennest, wat betekent dat jullie al vrij snel jullie eigen identiteit of muzikale niche hebben gevonden.
Kirby: De nummers voor “Void” werden gecomponeerd door Corvus, Marc en mezelf maar ook onze producer Déhà nam deel aan het schrijfproces. We beschouwen hem ondertussen ook als een volwaardig bandlid en hij is een echt muzikaal genie. We gaven hem heel veel vrijheid tijdens het opnameproces en hij begrijpt onze muziek en sfeer ook door en door. We werkten reeds met hem samen voor ons debuut maar aangezien hij nu in België woont, was hij voortdurend in de studio aanwezig. Bij de eerste plaat gebeurde alles via het uitwisselen van files via e-mail. Reeds met ons debuut vonden we onze eigen sound die we nu op “Void” verder uitdiepen.

Producer Déhà leverde niet alleen fantastisch werk met de sound van “Void” maar nam ook de drums, enkele pianostukken en de vocalen op afsluiter ‘La mort” voor zijn rekening. Hoe belangrijk is hij voor Wolvennest?
Corvus: Ik werkte voor het eerst met hem samen in 2013 denk ik. Zijn impact op alle platen die hij voor of met mij mixte is enorm. Hij werkt erg snel en efficiënt en stelt heel veel ideeën voor. Hij is een echte sound wizard en ik wil eigenlijk enkel nog met hem samenwerken, ongeacht voor welke band. Hij begint stilaan bekend te worden als black metal-producer maar hij nam ook reeds jazz- en zelfs rap-platen op, telkens met dezelfde hoge kwaliteit als resultaat. Hij staat voor een mooie en lange carrière als producer, neem dat van mij aan!

Jullie sound bevat elementen van stoner, black metal, krautrock, psychedelica en drone waardoor jullie muzikaal gezien erg breed kunnen gaan en met een breed scala aan bands kunnen optreden, getuige de shows die jullie reeds speelden met Urfaust, Dool, Electric Wizzard en Wolves In The Throne Room. Ik ben er sterk van overtuigd dat Wolvennest een band is die – net als een Amenra – uit de underground muziekscene kan breken en een veel breder publiek kan aanspreken, zonder muzikale toegevingen te doen.
Kirby: Sinds de start van Wolvennest hebben we het gevoel dat we iets speciaals aan het doen zijn, niet alleen op muzikaal vlak, maar ook de persoonlijke band tussen de leden is speciaal en “Void” bevestigt dat alleen maar. We genoten van elke show die we al gespeeld hebben en elk optreden was een unieke ervaring. We proberen Wolvennest ook wel een beetje speciaal te houden en gaan dus niet in op elke aanvraag die we binnen krijgen. Dit om te vermijden dat er routine in het live-element komt.

Hoewel Wolvennest een Nederlands woord is, zijn de songtitels in het Engels en Frans. Is dit symbolisch om de muzikale band tussen Nederlandstalige en Franstalige muzikanten te onderstrepen?
Kirby: Ik schreef alle songs voor “Void” en Marthynna nam deze rol op haar voor ons debuut. Ik leg onszelf geen restricties op qua taalgebruik voor teksten. Steeds meer en meer bands in onze muziekscene hanteren Franse teksten en die taal leent zich daar prima toe. Teksten schrijven is een echte uitdaging voor mij en ik doe dat even graag als muziek componeren. De teksten moeten passen bij de muziek en de persoon die de teksten zingt moet zichzelf overstijgen en uit zijn of haar comfortzone kruipen.

Zowel op jullie gelijknamige debuut als op de nieuwe plaat horen we Arabische bezweringen die uitgevoerd worden door Ismaïl Khalidi. Betreft het hier de Palestijns-Amerikaanse schrijver?
Kirby: Neen, Ismaïl is mijn Marokkaanse broeder die enkele jaren geleden naar België verhuisde en was de zanger van Goatcloaks. Na één jaar diende hij terug naar Marokko te keren, maar we bleven contact houden. Ik vertelde hem over mijn ideeën en hij wist reeds vanuit zijn tijd bij Goatcloaks dat ik interesse had in Arabische muziek (en we gebruikten ook reeds in die band Arabische kalligrafie). Hij ging in op mijn vraag om enkele Arabische teksten en bezwerende formules te vertolken. Ik ontdekte dat er een grote psychedelische kant verborgen zat in Arabische muziek die luisteraars in een soort van trance kan brengen. Dit element wou ik verder verkennen en integreren in de muziek van Wolvennest.

Het artwork van de plaat bevat een Arabische bezwering die geïnspireerd is op Nass El Ghiwane.
Kirby: Klopt. Nass El Ghiwane is één van de mooiste Marokkaanse muzikale projecten uit de jaren ’70 en ’80 waarbij mensen uit verschillende artistieke invalshoeken (muziek, theater, poëzie, …) samenwerken en ze konden mensen echt in een staat van trance brengen. Dat wilde ik ook met Wolvennest: via hypnotiserende en psychedelische elementen het publiek in vervoering brengen en ze samen met ons op een spirituele en rituele reis nemen.

Waar komt de fascinatie voor deze Arabische bezweringen vandaan?
Kirby: Ik ben een liefhebber van kunst in het algemeen en Arabische kalligrafie of muziek is meer dan enkel een tekening of melodie. Ik heb een platenwinkel en soms zet ik daar Oum Kalthoum of Farid El Atrache op en merk ik via de gelaatsuitdrukking van klanten  – zowel jong als oud – dat deze muziek hen emotioneel raakt, een sterk melancholisch karakter heeft en hen verbonden doet voelen met hun afkomst. Enkele maanden geleden bezocht ik de Marokkaanse woestijn samen met Ismail en ik raad iedereen die de essentie van het leven wil vatten aan dat ook eens te doen. Je komt daar dichter bij een positieve en meer echte realiteit waar alles eenvoudiger is en je kan afstand nemen van het alledaagse leven met haar verplichtingen en uitdagingen.

Wolvennest baadt in een occult aura wat vooral tijdens live shows opvalt middels de vele podiumattributen zoals doodshoofden, een altaar en wierook die jullie gebruiken. In welke mate zijn jullie in het dagelijkse leven met het occulte bezig en delen alle bandleden diezelfde interesse?
Corvus: Muziek is geluid dat op basis van patronen georganiseerd wordt. Haar roots zijn heel oud. Op ritmisch vlak proberen we het occulte aura te capteren dat je kan vinden in soundscapes of ambientmuziek. Onze live optredens ZIJN met andere woorden het ritueel. Ik vind het geweldig als ik merk dat mensen uit het publiek hun ogen sluiten. Onze muziek is donker maar op een positieve manier ook meditatief. Wat onze persoonlijke overtuigingen betreft zou het ERG spijtig zijn als we er allemaal dezelfde ideeën op zouden nahouden, niet? Tijdens onze live rituelen gaan er poorten open waarin elk van ons zichzelf kan vinden. Het is dan ook een cathartische ervaring voor ons.

Wolvennest 1

Mijn persoonlijke favoriet op de nieuwe plaat is het catchy en psychedelische “Ritual lovers“. Als ik me niet vergis, hoor ik in dit nummer de zanglijnen: “Here comes the deathrow…like the devil’s blood is raining over me”. Is er een link tussen de song en Selim Lemouchi of The Devil’s Blood?
Kirby: Er is inderdaad een link. Selim was een dierbare vriend met wie ik ooit samen naar Japan ben geweest (Selim met Judasville en ik met Arkangel). Sinds die tour zijn we contact blijven houden en ik herinner me nog het moment waarop hij me de eerste 7″ van The Devil’s Blood gaf. Selim en The Devil’s Blood openden de deuren voor een nieuw tijdperk aan metal met échte roots waarbij hij de rockmuziek met occulte elementen uit de late jaren ’60 en ’70 opnieuw heruitvond. Selim zal altijd één van de beste gitaristen blijven die ik ooit ontmoet heb.

Bobby Beausoleil, een Amerikaanse muzikant die een levenslange celstraf uitzit voor één van de befaamde Manson-moorden, schilderde de prachtige hoes van de plaat. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?
Corvus: Shazzula kent Bobby al enkele jaren en maakte zelfs ooit een geweldige videoclip voor hem voor zijn uitvoering van het Eden Ahbez-nummer “Nature boy“. We hadden moeilijkheden bij het vinden van passend artwork, dus vroeg Shazzula Bobby of hij ons kon helpen. Hij ging op onze vraag in en presenteerde ons enkele van zijn schilderijen waaruit we de uiteindelijke albumcover kozen. Toen ik het afgewerkte resultaat in handen hield, bleek dat dit de juiste keuze was. Things happen for a reason!

Met een moordenaar samenwerken zal voor sommigen controversieel overkomen. Enkele jaren geleden moest de black metal-band Emperor zich verdedigen toen ze ter ere van het tienjarig bestaan van hun plaat “In the nightside eclipse” voor de live uitvoering ervan terug in zee gingen drummer Faust, die na 21 jaar was vrijgekomen voor de moord op een homo. Was je niet bang voor kritische reacties door met Bobby samen te werken?
Corvus: Bang zijn heeft geen enkele zin. We spelen deze muziek in de eerste plaats nog steeds voor onszelf: we willen trots zijn op onze albums. We beschouwen Bobby Beausoleil als een getalenteerd artiest. Alles werd reeds over zijn verleden geschreven, we kunnen hier niets meer aan toevoegen. We zijn muzikanten, geen justitieambtenaren, trollen of internet “warriors“. We leven in de echte wereld van verstand en nuances, niet van “like” en “dislike“-knoppen en radicale emoties.

Wolvennest 4

Ook Antifa heeft haar pijlen de laatste tijd weer gericht op de metalscene door bands als Taake, Marduk en Infernal War van Nazi-sympathieën te betichten. Hebben jullie al problemen met hen ondervonden aangezien de bandnaam een referentie kan zijn naar Hitler’s bunker die ook wel bekend is als “Wolfsschanze”?
Corvus: Als je terug in de tijd kijkt, zal je zien dat provocatief zijn erg relatief is. Waren de Beatles niet populairder dan Jezus? Als je het Kwaad wil zien, zal je dat overal in zien. Ik maak me zelf meer zorgen om de opkomst van het extremisme en individualisme in Europa dan om enkele bands die over de lijn gaan, maar ik veronderstel dat iedereen zijn eigen prioriteiten heeft aangaande wat er fout gaat in de wereld. Michel stelde de bandnaam “Wolvennest” voor nadat hij dit woord ergens onderweg in Nederland had gelezen, meer niet. We zijn allemaal positief ingestelde individuen met een open geest, zelfs als de muziek en haar aura donker zijn. Ik ben ervan overtuigd dat je de liefde en authenticiteit tijdens onze liveshows kan voelen. Ik sta ervan versteld hoe cathartisch onze shows kunnen zijn voor zowel het publiek als onszelf!

Hoe verloopt de samenwerking met Ván Records? Veel bands dromen ervan om samen te werken met dit label.
Corvus: Sven is het type persoon dat je kan vertrouwen, één van de belangrijkste eigenschappen om te overwegen wanneer je met een bepaald label wilt samenwerken. Hij bracht in het verleden reeds fantastische platen uit en ik hoop dat ook wij in dat rijtje passen!

Was het via Ván labeleigenaar Sven dat jullie met zijn ex-Nagelfar bandmakker en The Ruins Of Beverast mastermind Alexander von Meilenwald hebben samengewerkt op “L’Heure noire”? Dit nummer kent een sterk black metal-gevoel vanwege de blastbeats en klinkt erg bombastisch, wat natuurlijk wel past bij Alexander zijn stijl. Is dit een voorbode van de toekomstige richting die de band zal uitgaan?
Corvus: Leslie, die instaat voor onze video’s en projecties, kent Alexander al enkele jaren. Hij is ook organisator en booker en bracht The Ruins Of Beverast enkele jaren geleden al naar Brussel. Hij stuurde hem de song op en enkele dagen later ontvingen we zijn zanglijnen al terug. Toen ik deze voor het eerst hoorde, stond ik versteld van de puurheid en kwaliteit ervan. Je kan wel raden hoe blij ik als jarenlange trouwe fan wel niet was. En wat de blastbeats betreft: we hebben geen grenzen. Als het natuurlijk klinkt, is alles mogelijk. Let’s expect the unexpected for the future.

Reeds na de release van jullie debuut hadden jullie de mogelijkheid om met Wolvennest op gerenommeerde festivals zoals Roadburn, House Of The Holy, Desert Fest en Acherontic Arts Fest te spelen. Welke show beschouwen jullie tot hiertoe als jullie beste? 
Corvus: Als ik er één moet uitkiezen, is het waarschijnlijk die op House of The Holy in het Oostenrijkse Abtenau. Het podium of de “zaal” is een place out of space and time en deed je verbonden voelen met de Oude Wereld. Maar we leren uit elke live performance.

Hoe verliep de tour met Wolves In The Throne Room die jullie net afgerond hebben?
Corvus: De acht shows waren fantastisch. Alles verliep heel vlot aangezien ze een hardwerkende en serieuze band zijn met het hart op de juiste plaats. Ook muzikaal gezien was het een perfecte combo. Hun publiek stond heel open voor onze show, iets wat niet altijd het geval is als openingsband. Misschien komt er nog wel een tour als de timing juist zit. Wolvennest is ERG speciaal voor ons en we willen de juiste keuzes maken wat betreft live optredens.

Wolvennest 3(c) Burning Moon

Ultha – Dismal ruins part II

Het loopt bij het Duitse Ultha niet altijd van een leien dakje wat betreft het uitbrengen van split-releases. De release van de split met Paramnesia had heel wat voeten in de aarde en de nummers die de Duitsers oorspronkelijk voor die release hadden geschreven, belandden uiteindelijk op de eerste “Dismal ruins” EP. Nu stond er een collaboratie gepland met hun broeders van het Amerikaanse Woe, maar opnieuw zorgden allerhande perikelen voor uitstel en besloot Ultha het nummer “Vitrescent” ondertussen exclusief onder de noemer “Dismal ruins part II” uit te brengen. De samenwerking met Woe komt er desondanks hopelijk snel aan. De eerste “Dismal ruins” EP liet destijds een nieuwe invalshoek horen waarbij het black metalgeluid van het kwintet opgefleurd werd met keyboardklanken. Ondertussen zijn we de aanpak van de band gewend en we weten dat keyboards enkel gebruikt worden ter ondersteuning van de atmosfeer en nooit de hoofdmoot van de sound zullen uitmaken hoewel ze hier iets prominenter aanwezig lijken. Bij aanvang van het elf minuten durende nummer lijkt het alsof ik de song op een te laag toerental afspeel en ook verderop in de song lijkt het tempo wat te wringen waardoor de sporadische blastbeats nogal ingehouden gespeeld worden in plaats van voluit te gaan. Enkele luisterbeurten later treedt er echter gewenning op en ontpopt het nummer zich tot een erg pakkende (mid-tempo) Ultha-compositie. De hoge ijle screams van bassist Chris wisselen af met de lagere stembanden van Ralph en enkele spoken word-passages die een dramatisch gevoel opwekken. De gitaarriffs klinken de ene keer bezwerend, de andere keer ijzig, postrock-achtig of majestueus en de keys ondersteunen waar nodig. De riff die rond 9:20 de kop opsteekt weet me met haar melancholische insteek zelfs te ontroeren alvorens de song haar bombastische einde nadert. Deze EP wordt eenmalig als 10 inch op 250 exemplaren uitgebracht en is voorzien van prachtig artwork van Gustav Doré. Snel handelen is de boodschap als je deze aan je collectie wilt toevoegen.

JOKKE: 83/100

Ultha – Dismal ruins part II (Vendetta Records 2018)
1. Vitrescent

The Secret – Therapeutisch en destructief

Oh wat was ik blij toen ik vernam dat The Secret na een veel te lange stilte eindelijk terug over de rand van de dieperik kwam piepen met een nagelnieuwe EP. “Lux tenebris” werd het kleinood gedoopt en ragt nog steeds als een bezetene – we zijn niet anders gewend van deze Italianen – maar laat toch ook nieuwe invalshoeken horen. Het werd hoog tijd om eens virtueel bij gitarist Michael Bertoldini op theevisite te gaan en hem uit te horen over de afgelopen jaren, de wederopstanding van The Secret en zijn bezigheden met Argento Records. (JOKKE)

The English version of the interview can be found here.

5D2_7702© David Robinson

Hallo Michael! Hoe gaat het leven?
Fantastisch! Ik heb er een paar hectische maanden opzitten waarbij ik enkele fantastische plaatsen heb bezocht voor mijn werk en met The Secret. Niets te klagen dus, ik hou van deze gekke hectiek.

Enkele weken geleden speelde je met The Secret jullie eerste show in drie jaar tijd op het Venezia Hardcore Fest. Hoe verliep het concert en hoe voelde het om na zo’n lange tijd eindelijk terug op een podium te staan?
Dat optreden was een heel intense en fantastische ervaring. Ik ging er immers lange tijd vanuit dat ik nooit nog een show met The Secret zou spelen. Terug op een podium staan voelde dan ook enigszins angstwekkend maar tegelijkertijd ook bevrijdend aan. Ik dacht de afgelopen jaren dikwijls na om terug te spelen met The Secret, maar hield er ook steeds gemengde gevoelens op na. Toen de set vijf minuten bezig was, voelde dit echter juist aan en ik beleefde de show als een organische, natuurlijke en bijna noodzakelijke ervaring.

Jullie shows zijn altijd enorm energiek. Hebben jullie een soort ritueel om voor het opgaan extra adrenaline op te wekken? Is het moeilijk om deze transformatie te maken van rustige toestand naast het podium naar een uitzinnige band zodra je de bühne betreedt?
Er is niet echt sprake van een welbepaald pre-show ritueel, maar we starten meestal wel met een vrij lange intro die ik als noodzakelijk beschouw om fysisch en psychisch te connecteren met de andere bandleden, onze instrumenten, de plek waar we spelen en het publiek. Op een bepaald moment komt alles dan samen en is de energie klaar om ontketend te worden.

Staan er shows in de Benelux gepland?
Ik hoop het maar voorlopig staat er niets vast.

We staan aan de vooravond van de release van de nieuwe EP “Lux Tenebris” die drie kakelverse nummers bevat. De EP is jullie eerste release na de langspeler “Agnus dei” die in 2012 het levenslicht zag. Wat gebeurde er na het uitkomen van die plaat en waarom duurde het zo lang vooraleer we iets nieuws van The Secret te horen kregen?
Nadat we in 2010 “Solve et coagula” uitbrachten, kwamen we in een bijna fulltime touring-modus terecht die pas eind 2013 stopte. Ook voor “Agnus dei” gingen we de hort op maar langzaamaan begon het om allerlei redenen binnen de band mis te lopen totdat we op een punt waren beland waarop samenwerken niet langer mogelijk was. We hebben alle vier een verschillende persoonlijkheid en houden er andere doelen en ambities in het leven op na. Het feit dat alle neuzen een andere richting uit wezen en dat we verplicht werden om zó veel tijd samen door te brengen, was de aanleiding voor het verwateren van de persoonlijke en artistieke band tussen de leden. Na het annuleren van ons optreden op het Le Guess Who-festival in november 2015 kwam het dan ook tot een einde voor The Secret. Alle spanning die zich de afgelopen jaren had opgebouwd, kwam op dat moment naar de oppervlakte en ik zag geen toekomst meer voor de band. Ik denk dat ieder van ons zich toen op andere zaken in het leven focuste. Ik woonde en werkte toen reeds in Nederland, startte een platenlabel op en begon met Verwoed op te treden. Lorenzo tourde en nam platen op met zijn andere band Hierophant en Marco en Tommaso focusten op hun werk en families. Ik ben van mening dat deze periode waarin er geen onderling contact was, ons goed heeft gedaan en ons toeliet om individueel verder te groeien tot op een punt waarop ieders leven in evenwicht was. Na het verstrijken van enkele jaren radiostilte, voelde het bij iedereen goed aan om terug als band samen te spelen…so here we are again!

Zijn drummer Tommaso en zanger Marco tijdens de split van The Secret nog muzikaal actief geweest?
Ik weet dat ze beiden occasioneel met andere muzikanten jamden en Marco leverde ook een gastbijdrage bij Discomfort en Bologna Violenta, maar ik denk niet dat ze “echte” zijprojecten hadden.

Je hoort duidelijk enkele nieuwe invloeden in de nummers. Het gitaarwerk is meer gelaagd en de songs kennen een meer dynamisch verloop door doomriffs in te lassen tussen de erg agressieve en snelle passages waarvoor jullie gekend zijn. Was het een bewuste keuze om langere en meer diverse nummers te schrijven? Waren jullie de korte en snelle songs beu?
Ik vind dat elk van onze albums een andere sound en ander gevoel heeft en met “Lux tenebris” is dat niet anders. Hoewel ik beide platen toch verschillend vind klinken, was het op “Solve et coagula” en “Agnus dei” de bedoeling om al het overtollige vet van de nummers te strippen en voor een rechttoe/rechtaan-aanpak te gaan. Hoewel er nog steeds een bepaalde atmosfeer in deze albums zit, isoleerden we in het algemeen één enkel element of één welbepaalde boodschap per nummer waar we dan volledig voor gingen. Van dynamiek is er dan ook bewust bijna geen sprake op deze platen. “Lux tenebris” is nog steeds een vrij monochromatische release, maar het doel was om een bepaalde tijd en ruimte in de songs in te bouwen om volledig door de muziek meegezogen te worden.

Lux tenebris” betekent “licht en donker” in het Latijn. Wat is de boodschap van de deze titel en is er sprake van een concept op de EP?
Licht in duisternis” is een meer accurate vertaling. Conceptueel gezien handelt de EP op zowel een directe als indirecte manier over dualiteit en tegenpolen zoals het leven en de dood, licht en duisternis, instinct en verstand. Persoonlijk beschouw ik het spelen in The Secret zowel therapeutisch als destructief. Het is zoals een puls die natuurlijk aanvoelt om te volgen hoewel dit rationeel gezien niet altijd zinvol is.

5D1_4243© David Robinson

Aan het einde van “The sorrowful void” horen we een donkere en apocalyptische gitaarmelodie. Is dit een invloed die in de muziek geslopen is doordat je ook deel uitmaakt van de Nederlandse black metal band Verwoed die dergelijke melodieën eveneens in haar sound incorporeert? Ook “Vertigo” bevat enkele donkere en verstikkende atmosferen en dissonante elementen die we vaak in hedendaagse black metal terugvinden.
Sinds de oprichting van de band in 2003 geldt black metal als één van de voornaamste invloeden in onze muziek en ik denk dan ook niet dat het spelen in Verwoed een impact had op de sound van The Secret, hoewel ik je link wel enigszins snap. Erik (die alle zang en muziek voor Verwoed schrijft) is een super getalenteerde songschrijver en hij is een echte krak in het arrangeren van multi-gelaagde partijen in een nummer, maar toch vind ik zijn boodschap anders aanvoelen dan diegene die we met The Secret uitdragen. In Verwoed’s muziek zit een zekere melancholie verborgen die we met The Secret niet hebben. Wat echter wel beslist anders is in vergelijking met onze oudere platen, is dat ik me deze keer geen restricties oplegde aangaande mijn gitaarpartijen. In de oude nummers is er minimaal gebruik van overdubs en alle songs werden geschreven met het oog op een uitvoering met één gitaar, terwijl ik op “Lux tenebris” deed waar ik zin in had en soms drie tot vijf gitaarlijnen over mekaar opnam.

Naast je bijdrage aan Verwoed ben je ook de eigenaar van Argento Records. Aan welke vereisten dient een band te voldoen om bij het label onderdak te kunnen vinden? Wat zijn je doelen met Argento Records?
Interessante vraag want ik stelde me die zelf de afgelopen tijd ook regelmatig. Ik richtte het label samen met mijn vriendin op omdat ik het miste om actief bij een muzikaal project betrokken te zijn. Er is geen bepaalde set van regels aangaande onze releases, maar ik wil enkel maar tijd en energie steken in bands die duidelijke ideeën hebben en een gedurfde boodschap met hun muziek uitdragen. Ik werk ook graag samen met mensen die ik persoonlijk ken en respecteer. Zo was de samenwerking met Verwoed de start van een mooie vriendschap die verder gaat dan enkel de muziek. En Chris van Grime is één van mijn beste vrienden die ik al ken sinds mijn zeventiende. Ik moet de bands begrijpen en een zekere “click” voelen.

Vinyl is nog steeds erg in trek wat echter lange productionele wachttijden met zich meebrengt waardoor de release van de vinyluitgave soms pas enkele maanden na de CD-release plaatsvindt. Denk je niet dat velen enkele maanden later de release van een album al vergeten zijn doordat er elke maand een enorme hoeveelheid muziek uitgebracht wordt? Aan de andere kant kan een plaat op deze manier echter ook twee keer in het daglicht komen te staan.
Ik koop enkel maar vinyl omdat het mijn favoriete geluidsdrager is, dus ik denk niet zo veel na over deze vraag. Ik breng bijna nooit een LP-versie later dan de digitale of CD-versie uit, omdat ik dat niet eerlijk vind. Als consument koop ik altijd de vinylversie van een album dat ik goed vind. Het maakt niet uit of ik de plaat reeds digitaal heb gehoord of niet. Een fysiek exemplaar in je handen houden is mijns inziens een ander (en veel cooler) gevoel waarbij de verpakking zelf ook een extra vorm van communicatie vormt. Ik steun ook graag artiesten en labels die steeds energie, tijd en geld steken in de hopeloze wereld die de underground muziekscene tegenwoordig is. Hoewel ook ik Spotify, Bandcamp en consorten gebruik, is er geen vergelijking mogelijk met een fysieke release. Ik wil nu niet de nostalgische tour opgaan, maar enkele van mijn beste herinneringen hangen vast aan het kopen en spelen van bepaalde platen. Ik hoop dat de volgende generaties dit gevoel ook nog zullen kennen.

argentorecords

Welke nieuwe releases heb je zoal in petto voor ons?
Ik sta op het punt de nieuwe Mutilation Rites LP “Chasm” als co-release met Gilead Media uit te brengen. De nieuwe Verwoed langspeler “De val” zou begin deze herfst moeten uitkomen evenals de tweede release van de Utrechtse black metal band Nevel en enkele andere zaken die stilaan vorm beginnen te krijgen zoals een erg goede death/black metal-release in samenwerking met Sentient Ruin. Ik zou graag nog veel meer muziek met Argento willen uitbrengen dan dat ik momenteel doe, maar heb simpelweg geen tijd om dat te doen.

Je woont sinds enkele jaren in Amsterdam. Hoe is het leven daar vergeleken met je oude leven in Italië?
Het leven gaat er hier erg anders aan toe, maar ik hou ervan. Ik heb het geluk door mijn werk regelmatig terug naar Italië te kunnen gaan en ik hou ervan om bij vrienden op bezoek te gaan, maar Amsterdam voelt als mijn thuis aan en ik denk er geen seconde aan om terug te keren. Italië is een enorm mooi, charmant, divers en complex land, maar de afgelopen jaren werd het steeds moeilijker om er te werken en te wonen. Ik ben niet zeker of de huidige politieke situatie een weerspiegeling is van datgene waar de meeste burgers in geloven of vice versa, maar het voelt oncomfortabel aan te zien dat veel mensen achteruit gaan en meer racistisch worden of pseudo-Christelijke waarden zoals “de traditionele familie” en dergelijke bullshit terug willen herstellen. Er heerst een wijdverspreide nostalgie naar de jaren ’80 en ’90 onder de generatie van mijn ouders, vooral doordat Italië nooit volledig is hersteld na de financiële crisis van enkele jaren geleden, wat een verstaanbaar gebrek aan vertrouwen in traditionele instituties veroorzaakte. Behalve politiek en structuur is er een groot verschil tussen sociale dynamiek en prioriteiten in beide landen. Naar mijn ervaring hechten Italianen meer belang aan het gezamenlijk delen van waarden en emoties, terwijl Nederlanders meer geïnteresseerd lijken in individuele vrijheid, persoonlijke ontwikkeling en privacy. Beide houdingen hebben voor- en nadelen en ik voel me het meest comfortabel ergens in het midden. Ik vind het in elk geval een privilege om in verschillende landen verrijkende ervaringen op te doen.

De nieuwe The Secret EP maakt deel uit van een speciale reeks om het twintigjarig bestaan van jullie label Southern Lord te vieren. Kan je me hier iets meer over vertellen?
De zilveren versie van de EP is enkel beschikbaar voor mensen die zich op de reeks inschrijven of op onze shows, de zwarte versie is verkrijgbaar via Southern Lord en Southern Lord Europe. De “subscription series” is een erg coole verzameling van meestal out of press-materiaal dat op een erg mooie manier verpakt is en doet terug denken aan de releases die ze midden jaren 2000 uitbrachten. De deelnemende bands zijn erg uiteenlopend qua genre en er moeten nog twee edities bekend gemaakt worden. Tot dusver is mijn favoriete deel waarschijnlijk de Sunn o))) “REH III” LP die erg rauw en oud materiaal van de band bevat.

Zijn er ook plannen voor een nieuwe langspeler van The Secret? Zijn jullie met andere woorden al muziek aan het schrijven?
We zijn inderdaad volop bezig met het schrijven van nieuwe muziek. Er ligt veel materiaal op de plank dat tot echte songs verwerkt moet worden. Ik ben wel nog niet zeker of het een langspeler of een nieuwe EP zal worden. Ik hou van EP’s, maar labels niet. Ze kosten namelijk evenveel om te laten persen als langspelers, maar dienen goedkoper verkocht te worden. Het is nog te vroeg om echte plannen te maken. Misschien hebben we wel de tijd van ons leven nu we terug aan het optreden zijn ofwel haten we mekaar weer op een bepaald punt en stoppen we opnieuw. Het is onvoorspelbaar maar dat maakt het ook wel leuk. We zien wel hoe het loopt, maar er is in elk geval de intentie om nieuwe muziek op te nemen!