Maand: augustus 2018

Rituals Of The Dead Hand – Limburgse bokkenrijders

Je hebt zo van die mensen die absoluut geen zittend gat hebben en dan ook niet genoeg hebben aan één muzikale uitlaatklep. Onze landgenoot Filip Dupont is zo iemand. In het verleden was hij de man achter black metal-band Gorath en de laatste jaren timmert hij hard aan de weg richting stardom met Hemelbestormer. Weldra verschijnt echter ook het debuut van Rituals Of The Dead Hand, een nieuwe speler in het black/death/sludge-wereldje. Ik schoot enkele vragen af richting het verre Diepenbeek en kreeg onderstaande antwoorden terug van zowel Filip als Frederik. (JOKKE)

ROTDH 1

Dag Filip! We kennen jou voornamelijk als het muzikale brein achter Hemelbestormer en het  in 2013 terziele gegane Gorath. Met die eerste band hebben jullie eerder dit jaar een tweede langspeler “A ring of blue light” uitgebracht. Waar heb je nog tijd en energie gevonden om nu ook met het debuut van je nieuwe project Rituals Of The Dead Hand op de proppen te komen?
Filip: Het lijkt inderdaad alsof ik met mijn gitaar ga slapen om een veelvoud aan albums te schrijven. De waarheid is echter dat ik relatief weinig gitaar speel. Het is eerder regel dan uitzondering dat een maand passeert zonder dat er wat creatiefs uit de mouw geschud wordt. Het is wel zo dat de meeste ideeën in mijn hoofd worden vergaard tijdens het joggen of ’s nachts als ik wakker lig. Eenmaal dat op punt staat, komt de gitaar erbij en durft het wel eens vlotjes te gaan.

De bandnaam verwijst naar een middeleeuws gebruik. Vertel!
Frederik: De “dode hand” was in feite de afgehakte hand, meestal de linker, van een tot de galg veroordeelde dief of moordenaar die als kandelaar werd gebruikt. Wanneer men er van menselijk vet, al dan niet afkomstig uit hetzelfde lijk waarvan de hand afkomstig was, gemaakte kaarsen op liet branden kon men bijvoorbeeld de bewoners van een huis in een vaste slaap houden zodat ze niet wakker zouden worden bij een inbraak. Ook zouden alle deuren probleemloos geopend kunnen worden en daarom wordt het ook wel eens “dievenkaars” genoemd. De bokkenrijders zouden ook hun eed aan de duivel gezworen hebben op de dode hand, wat meteen bijdraagt aan de criminele en sinistere aard.

Ook het concept van de plaat, namelijk de bokkenrijders, is ontleend aan middeleeuwse folklore. Vanwaar de interesse in deze legende en om er muzikaal iets mee te doen?
Frederik: Toen Filip en ik op zoek waren naar onderwerpen voor de teksten, waren we het er vrijwel onmiddellijk over eens dat het niet de zoveelste occulte vertellingen of “Hail satan“-slogans moesten worden. We zochten uiteraard iets duister, maar ook iets waar we zelf een soort van persoonlijke link mee hadden. Als Limburgse band het over Griekse mythologie (ik zeg zo maar wat) hebben komt immers een beetje flauw en gemaakt over, toch? De bokkenrijders waren destijds actief in onze streken. Een aantal vermeende leden zijn destijds zelfs geëxecuteerd in Wellen, amper enkele kilometers van waar ik woon. Persoonlijk vind ik die link met de plaatselijke folklore erg belangrijk en ik denk dat Filip me daar wel in kan volgen. Met Gorath heeft hij immers ooit een plaat gemaakt over zijn thuisstad Diepenbeek (“MXCII“; ADDERGEBROED). Misschien niet meteen de meest opvallende stad met een brutale, duistere geschiedenis, maar wel de plaats waar hij al zijn hele leven woont en gevormd is geworden tot wie hij is. Zo persoonlijk wordt het natuurlijk niet met de bokkenrijders, maar het feit dat het zich vrijwel allemaal onder onze neus afspeelde én het behoorlijk lugubere materie is, zorgde voor een perfect onderwerp.

De bokkenrijders behoren tot het immaterieel cultureel erfgoed van Limburg. Welke plaatsen, musea of lectuur kan je aanraden voor wie meer wil weten over dit onderwerp?
Frederik: Eerst en vooral wil ik even benadrukken dat ik zeker geen expert ben die ter voorbereiding alle mogelijke literatuur aangaande de bokkenrijders verslonden heeft. Ook dient er een verschil gemaakt te worden tussen de folkloristische “legenden” en de historische “bokkenrijderbendes”. Die laatste zijn er naar alle waarschijnlijkheid wel geweest en zullen ook wel een aantal misdaden begaan hebben, maar lang niet in de proporties dat er gezegd wordt. Het ging niet om één grote overkoepelende bende die, aangevoerd door een kapitein en in naam van de duivel, naar hartenlust moordde, plunderde en verkrachtte. Aannemelijker is dat het om diverse, los van elkaar opererende kruimeldievenbendes ging die inderdaad wat roofovervallen gepleegd hebben. Het was met andere woorden allemaal minder dramatisch en duivels dan de verhalen je willen doen geloven. Uiteraard is dit minder interessante materie voor een death/black metalband en daarom focussen we ons met Rituals Of The Dead Hand voornamelijk op het folkloristische en legendarische, aangevuld met wat historische feiten zoals bijvoorbeeld de martelingen van de verdachte leden, de executies in de Bonderkuil in Wellen en de beruchte drossaard Clerckx, de man die heel wat bokkenrijders voor het gerecht heeft gesleept. Het is echter zeker geen geschiedenisles!
Voor wie toch wat meer wil weten over de historiek van de bokkenrijders zijn er diverse artikelen op het internet te vinden. De site www.bokkenrijders.com biedt bijvoorbeeld een schat aan informatie, evenals het boek “Bokkenrijders: De schande van Limburg” van François Van Gehuchten. De bonderkuil en een overblijfsel van de Onze-Lieve-Herenboom, de boom die op de hoes van “Blood oath” staat en tevens de plaats waar de bokkenrijders vergaderden, zijn ook nog steeds te bezichtigen in Wellen.

Snap je mijn kritiek dat ik dit concept eerder bij vuile en opruiende black metal vind passen dan bij jullie mid-tempo muziek?
Filip: Als je denkt aan gruwelijke martelingen, verassende brandstichtingen en barbaarse executies, beeld ik me een onheilspellend en geestelijk teisterend sfeertje in. Daarbij past snelle black metal. Zeker en vast! Maar ook wel trage, duistere muziek die loodzware mokerslagen uitdeelt aan je bovenkamer. Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten, toch?

Muzikaal gezien grijp je met Rituals Of The Dead Hand min of meer terug naar Gorath’s zwanenzang “The chronicles of Khiliasmos” uit 2012 waarop je black en death metal begon te mengen met invloeden uit de post- en sludge scene. Gorath opnieuw leven inroepen is nooit aan de orde geweest veronderstel ik?
Filip: Dat klopt. Die bedenking maakte ik me ook toen ik “Blood oath” in zijn geheel hoorde. Toch is ROTDH simpeler en met beter vakmanschap tot stand gekomen. “Khiliasmos III” was eigenlijk al een Hemelbetormer track avant la lettre, net zoals “Manifest” van het snel ter ziele gegane Horus. Enerzijds is “Khiliasmos” met meer post-rock wat Hemelbestormer doet. Anderzijds is “Khiliasmos” met meer death metal wat Rituals of the Dead Hand doet. Gorath is gestopt en dat blijft zo. Chapter closed.

Gorath heeft destijds best wel wat erkenning gekregen. Wordt je nog dikwijls aangesproken op Gorath’s muzikale erfenis?
Filip: Neen. Eigenlijk niet. Zelf heb ik laatst nog eens een resem Gorath platen beluisterd en aan alle zes heb ik wat aan te merken. Conceptueel, visueel en vaak ook muzikaal ben ik nog steeds erg tevreden. “MXCII” heb ik woord voor woord vertaald met het Diepenbeeks woordenboek erbij om een consequente schrijfwijze van het dialect te hebben. One hell of a job! Voor “The fourth era” heb ik heel wat Maya gerelateerde info verslonden. Jurgen (van Theudho) en ik verzorgden op het album de teksten/concepten en dat verliep altijd uitstekend. Inhoudelijk werd er echt wel wat verteld. Productioneel kon het allemaal een hele hap beter. Dat stoort me. Evenals de soms te drukke drumpartijen en te progressieve riffs. Het mocht soms wat minder zijn allemaal.

In de muziek van Rituals Of The Dead Hand hoor ik invloeden terug van enkele bands die je nauw aan het hart liggen zoals Burzum, Glorior Belli, Satyricon en Amenra. Zijn er nog andere bands die je als inspiratiebron voor Rituals Of The Dead Hand kunt detecteren?
Filip: Van het lijstje dat je opsomt, behoort enkel Burzum tot mijn uitgesproken favorieten. Van Satyricon heb ik laatst zelfs mijn eerste druk van “Dark medieval times” de deur uitgedaan. Ik heb echt niks meer met die band, tenzij het over “The shadowthrone” gaat. Maar blijkbaar hoor je toch wat invloeden. Wellicht doel je op een welbepaalde riff in “Bonderkuil“. Als er toch aan namedropping gedaan moet worden, zou ik alvast volgende artiesten vermelden: The Ruins Of Beverast, Triptykon en Necros Christos. Ik denk dat de sfeer op “Blood oath” een mix is wat je bij hun ook terug vindt. Slow, low and pounding!

ROTDH 2

Voor de opnames kon je mede-Hemelbestormer kompaan Frederik “Cozy” Cosemans overhalen om de drums in te spelen. Heeft hij eigen inbreng gehad voor het invullen van de drumlijnen of was het eerder jouw ideeën uitvoeren in de studio?
Filip: Frederik en ik zijn vaak samen en ergens tijdens een van de vele gesprekken opperde hij eens dat we iets black/death-achtigs moesten doen. Redelijk snel nadien was het materiaal geschreven. Thuis werk ik alles uit tot in de kleinste details. Dat was met Gorath zo, dat is met Hemelbestormer zo en dat is dus ook zo met ROTDH. Frederik past her en der wat aan, maar het grootste deel is gebleven zoals de pre-producties afgeleverd waren. Doch, ROTDH is van ons beiden. Frederik verzorgt de teksten en ik de muziek. Dat werkt goed. Maar het is absoluut geen sologebeuren.

Blood oath” komt uit via het Duitse Dunkelheit Produktionen. Hoe ben je met hen in contact gekomen? Was er ook interesse van andere labels waar je mee samenwerkt(e)? Waarom is Dunkelheit het ideale label voor Rituals Of The Dead Hand?
Filip: Labelbaas Bernd heeft me destijds geholpen om Gorath te distribueren. De vinylversie van “MXCII” hadden we in eigen beheer uitgebracht en de Belgische post was een veelvoud duurder dan hun Duitse collega’s. Daar ik sneller in Duitsland ben dan in Brussel of Antwerpen, ging ik gewoon naar Bernd en regelden we de postzaken daar. Voor mij, als oude zak in de scene, is het belangrijk dat ik mensen ken waarmee ik samenwerk. Dat ik ze eens kan zien in het echte leven en dat we eens kunnen afspreken en een pint pakken. Zulke dingen maken de zakelijke kant van het muziekgebeuren aangenamer. Idem voor Hemelbestormer, dat op Ván Records zit, ook vlakbij over de grens. Zowel Ván als Dunkelheit had ik pre-producties gestuurd. Ze waren de enige labels. De eerste had niet dadelijk tijd of interesse om te luisteren en de tweede was onmiddellijk dolenthousiast. Doordat Dunkelheit zo enthousiast reageerde en dat ook bleef wanneer we afspraken, was het voor ons een uitgemaakte zaak. De toekomst zal uitwijzen of het een ideale keuze was.

Beschouw je Rituals Of The Dead Hand als iets éénmaligs of heb je nog verdere plannen?
Filip: We twijfelen om live te spelen. Bernd kan een Zuid-Amerikaanse tour regelen. Zijn vrouw is van Peru en om de zoveel tijd woont hij daar een hele poos. Dus het is zeker niet onmogelijk. Maar momenteel haalt de ratio het van het hart. Hoe graag Frederik en ik het willen, de inspanningen om even live te gaan kosten moeite. En dat kunnen we momenteel niet opbrengen. Maar wie weet denken we daar volgend jaar anders over. We zien het alvast niet als een éénmalig iets. Absoluut niet!

In 2016 heb je ook nog het album “Eight billion deathmarch” uitgebracht met je grindcore en crustpunk-project Wolven. Voor de songtitels van die plaat zocht je inspiratie bij bevriende muzikale bands, wat ik wel een originele insteek vond. Heb je daar nog verdere plannen mee?
Filip: Alles verloopt in cycli. De volgende Hemelbestormer is haast helemaal geschreven. Als die gereed is, wil ik me nog toeleggen op het schrijven van de vierde plaat van een ander (black metal) project wat ook al even de ronde doet. Aldus ook een nieuwe Wolven. “Eight billion deathmarch” was geschreven en opgenomen in een maand tijd. Daar was de snelle flow zeer belangrijk. Voor Wolven waren er trouwens muzikanten die zich aanboden om live te gaan. Ratio en hart,…

Je hebt al een bijzonder lang parcours afgelegd in de Belgische en internationale metalscene. Hou zou je de huidige stand van zaken vergelijken met de tijd van Gorath?
Filip: Interessante vraag. Eind jaren negentig nam je een demo cassette op en werd er geruild met mensen over de hele wereld. Spannend, maar erg tijdrovend. Ik kreeg toen nog een gekopieerd A4-tje van de distro-items van Osmose Productions. Nuclear Blast en Earache leerden me de wereld van death metal kennen en lokale bands waren al groot als ze een keer in het buitenland speelden. Boeiende tijden allemaal. Vervolgens stak het internet de kop op en zorgden fora en sites zoals Deathmetal.be en My Space voor een enorme e-activiteit. Ik stak er te veel tijd in, zonder echte resultaten. Je kon zo veel mogelijk spammen en mensen lastig vallen als je wilde, maar eigenlijk bereikte je het omgekeerde effect. Dat alles is wat ingestort en met de huidige sociale media ben ik niet zo goed bekend. Dat is beter zo. De drang om mijn band altijd en overal ten toon te spreiden boeit me niet meer. Wat komt, dat komt.

Nog laatste woorden voor onze lezers?
Filip: Blijf Addergebroed lezen en zet op de achtergrond iets van ROTDH op. Bedankt Jokke!

 

Cult Of Erinyes – Veneer

Cult Of Erinyes is het geesteskind van Corvus die we ook kennen van Monads, Wolvennest en enkele andere acts en mag ondertussen toch wel tot de top van onze vaderlandse black metal-scene gerekend worden. De band heeft drie langspelers en enkele EP’s op haar palmares staan, maar scoorde voornamelijk met het knappe in 2017 verschenen “Tiberivs“. Ondertussen in zanger Mastema met de noorderzon vertrokken en vinden we Déhà (o.a. Terziele, Yhdarl, en nog tig andere bands) nu zowel op de drumkruk als achter de microfoon terug. En net zoals op de voorganger nam deze muzikale duizendpoot ook de mix en mastering voor zijn rekening.  De twee nummers die op “Veneer” prijken, reiken de hand uit naar debuut “A place to call my unknown“, maar dan met een meer up-to-date productie hoewel ik de sound eerlijk gezegd wat té sec en steriel vind klinken. Graag wat meer laten ademen de volgende keer. Déhà trekt al vrij snel zijn strot open in “Heroine” en laat horen een begenadigd zanger te zijn die net zoals zijn voorganger zijn stembanden op verschillende manieren – al dan niet vervormd en met effecten overgoten – weet in te zetten. Het tempo van “Heroine” ligt tamelijk hoog, maar Corvus verliest de dynamiek niet uit het oog door op tijd en stond wat gas terug te nemen. Het nummer kent een rustig en atmosferische einde dat bijna naadloos een bruggetje verzorgt naar het daaropvolgende “Unrest” dat meteen een pak meer rituele sfeer bevat door de subtiele cleane zangkoren die de muziek ondersteunen. Even later screamt en kermt Déhà zich echter de longen uit het lijf, waarna de razernij plots stilvalt en een melodieuze gitaarlead, over-en-weer dansende basnoten en rustige percussie de aandacht trekken. Echter niet voor lang want al snel neemt de rituele black terug de overhand. Eigenlijk was Déhà zo’n beetje de katalysator om Corvus en zijn band aan de gang te houden en daar kunnen we de man alleen maar dankbaar voor zijn. Leuke EP die laat horen dat Cult Of Erinyes nog niet uitgezongen is.

JOKKE: 82/100

Cult Of Erinyes – Veneer (Eigen beheer 2018)
1. Heroine
2. Unrest

Devouring Star/Caecus – Apostasis

Het Finse Devouring Star is de laatste jaren aan een opmars doorheen de underground scene bezig. In afwachting van haar nieuwe langspeler “The arteries of heresy” die later op het jaar verschijnt, laat de Finse band een samenwerking los met het minder gekende Schotse Caecus. Dit resulteerde in het gezamenlijk gecomponeerde en uitgevoerde, maar liefst achttien minuten durende bastaardkind “Apostasis“. De eerder black metal-gerichte achtergrond van de Fin(nen) levert samen met de death metal-insteek van het Schotse trio een kolossale obscure blackened death-metal sound op die zowel op doom-tempo als in zevende versnelling op ons afgevuurd wordt. Menig doomband is waarschijnlijk stikjaloers op de massieve donderslagen die “Apostasis” uitdeelt en er is voldoende afwisseling te horen zodat het nummer de ganse speeltijd blijft boeien. De kolossale track start als een sludgy mokerslag waarover in reverb gedrenkte vocalen hun gal spuwen totdat het rond de vier minutengrens plots “alle hens aan denk” is en het nummer in volle vaart vooruit schiet. Nadien blijven de muzikanten de spanningsboog opzoeken tussen zware, logge passages en blastwerk waarbij in de finale doodslag de death metal elementen de overhand nemen. Daarna geeft Devouring Star alleen van jetje in het bulderende “A pale monument” dat qua opzet teruggrijpt naar het knappe debuut “Through lung and heart” want met haar meer doomy getinte “Antihedron” EP wist de band me niet volledig te overtuigen. Devouring Star mastermind JL begrijpt dat er niet voortdurend vocalen nodig zijn zodat de voortdenderende cascade aan death en black ook meermaals instrumentaal kan overdonderen. Caecus sluit de EP af met het kort maar krachtige “Ascend to the void” waarin de Schotten wild om zich heen hakken en geen spaander heel laten van al wat op hun weg richting de grote gapende leegte komt. Toffe split van twee bands die adversarialisme als gemeenschappelijke visie hebben.

JOKKE: 80/100

Devouring Star/Caecus – Apostasis (Terratur Possessions 2018)
1. Apostasis – Split track
2. Devouring Star – A pale monument
3. Caecus – Ascend to the void

Manii – Sinnets irrganger

Het vanuit Trondheim, Noorwegen opererende Manes leverde in 1999 met “Under ein blodraud maane” een werkstukje af dat nog steeds als een semi-klassieker binnen het symfonisch black metal-wereldje wordt beschouwd. Zanger Sargatanas hield het na de release van de plaat reeds voor bekeken en multi-instrumentalist Cernunnus verzamelde andere muzikanten rondom zich. Met de albums die zouden volgen ging Manes de avant-garde tour op waarop er hoe langer hoe meer buiten de lijntjes gekleurd werd vergeleken met het debuut en de voorafgaande demo’s. Gisteren verscheen het album “Slow motion death sequence” waarop toch wel een heel andere sound te horen valt ten opzichte van hun muzikale beginselen. Rond 2013 begon het bij beide oprichters echter te kriebelen om terug de diepere black metal-krochten in te duiken en de geest van de jaren ’90 te doen herleven. Manii werd hiervoor in het leven geroepen en datzelfde jaar werd onder deze moniker het sterke album “Kollaps” via Avantgarde music uitgebracht. Vijf jaar later verschijnt nu eindelijk via Terratur Possessions de opvolger getiteld “Sinnets irrganger” wat kan vertaald worden als “syndroom van de geest”. Ik had dit nieuwe werkje reeds een tijdje op cassette in mijn bezit, maar het album krijgt nu ook een groter bereik middels een CD- en elpee-release. Nog even meegeven dat op de cassetteversie ook nog de “Skuggeheimen” EP als bonus toegevoegd werd, die oorspronkelijk in 2015 via het Franse Debemur Morti verscheen, en heropnames bevat van twee nummers die destijds op de “Til kongens grav de døde vandrer” en “Ned i stillheten” Manes-demo’s verschenen. Hoewel Manii als Manes-reïncarnatie wel degelijk diens oer-black metal-sound opzoekt, is de symfonische bombast die het Manes-debuut kenmerkte niet meer aanwezig (behalve op de twee bonustracks dan). De ongemakkelijk aanvoelende duisternis en de kille, spookachtige sfeer die we reeds op “Kollaps” hoorden dan weer wel. Ook de geprogrammeerde drums behoren tot de verleden tijd want ondertussen ontfermt de Zwitser Bornyhake (o.a. Borgne) zich over de organische drumlijnen en de man speelde ook links en rechts nog een gitaarlijntje in. Het tempo ligt op “Sinnets irrganger” meermaals een pak hoger dan op diens voorganger die eerder als doomy slow-motion depressieve black kon omschreven worden en met “Kaldt” een nummer bevatte dat nog steeds tot tranen toe beroert. Openen doet Manii met “Da har de sænket mig ned i jord” wat nu niet meteen hun sterkste nummer is. Het daaropvolgende uptempo “Gravsang” is met haar betoverend en etherisch klinkend keyboardlijntje dan weer met voorsprong de beste nieuwe song. “Dødmands ben” leunt het meest naar de voorganger toe en bevat opnieuw een betoverend keyboardriedeltje. Het tot de essentie gestripte “Hundre gonger hengd” is het snelste nummer dat Manii ooit schreef en komt het dichtst bij pure old-school Noorse black. Het contrast met de tergend trage voortkruipende titeltrack die heel wat neerslachtige melodieuze leads bevat, kan haast niet groter zijn. Hier horen we Manii de desolaatheid en treurnis van “Kollaps” terug opzoeken. Concluderend kunnen we stellen dat Manii afgeweken is van de beklemmende sound van de voorganger wat best jammer is, want niet alle songs raken me zoals dat hoogstwaarschijnlijk bedoeld is. Het siert de Noren dat ze niet in herhaling willen vallen, maar “Sinnets irrganger” is wel de minste langspeler die het duo tot hiertoe heeft uitgebracht.

JOKKE: 79/100

Manii – Sinnets irrganger (Terratur Possessions 2018)
1. Da har de sænket mig ned i jord
2. Gravsang
3. Dødmands ben
4. Hundre gonger hengd
5. Sinnets irrganger

Mare – Ebony tower

Een luttele vijftien jaar na haar oprichting vond het Noorse Mare het maar eens hoogtijd geworden om met een volwaardig debuut op de proppen te komen. We kregen sinds de geboorte van de band gelukkig wel al drie demo’s en twee goede EP’s te verwerken (“Spheres like death” uit 2010 en “Throne of the thirteenth witch” uit 2007). Het uit Trondheim afkomstige kwartet doopte haar sound – op al dan niet arrogant wijze – tot “Nidrosian black sorcerous art” en bestaat uit leden die in de line-up van zowat elke andere Nidrosian black metal band opduiken/opdoken. Dit vriendenclubje, met het label Terratur Possessions als gemene deler, krijgt her en der ook wel wat kritiek en misnoegen omdat deze scene serieus gehypet zou worden. So be it, ik vind zowat alles uit de NBM-scene verdomd lekker, of het nu origineel klinkt of niet. En sinds een overweldigend optreden van enkele jaren geleden in Magasin 4, staat dus ook Mare bij ondergetekende hoog aangeschreven waardoor deze langspeler met veel gejuich onthaald wordt. Van de twee beresterke nummers “Blood across the firmament” en het van een Emperor-achtige intro voorziene “These foundations of darkness” konden we al enige tijd genieten en deze deden me watertanden naar de drie andere songs die “Ebony tower” vervolledigen. De muziek van Mare kenmerkt zich vanaf de openingstonen van “Flaming black zenith” door een erg occult sfeertje dat doorheen haar black metal waart en zich dieper onderhuids vastzet. In de eerste plaats manifesteert die rituele atmosfeer zich middels de sacrale (ge)zang(en) van frontman en gitarist HBM Azazil (Black Majesty, Dark Sonority, Vemod) waarbij dat in het geval van het reeds aangehaalde “These foundations of darkness” wel héél hard richting Mayhem’s Attila neigt. Anderzijds is er het geslaagde huwelijk tussen begeesterende en repetitieve – al dan niet tremolo-picking – gitaarriffs en ondersteunende keyboards. Het tempo van drummer ⷚ (One Tail One Head, Aptorian Demon) hoeft hierbij niet continu verschroeiend hoog te liggen zoals het tien minuten durende mid-tempo en van fraaie kippenvelopwekkende gitaarmelodieën voorziene “Nightbound” laat horen. Ondanks de Mayhem-worship in het begin van het nummer ongetwijfeld de beste track van de plaat, hoewel de vier andere songs amper moeten onderdoen. Tegelijkertijd met de release van “Ebony tower” verschijnt er ook een gelimiteerde EP van Lamia Vox waarop twee nummers vol rituele percussie en duistere ambient prijken die ooit voor dit debuut geschreven werden maar er nooit op beland zijn, behalve dan de geheimzinnige en onheilspellende outro van het van psychedelische riffjes voorziene “Labyrinth of dying stars“. Het lange wachten op “Ebony tower” wordt ruimschoots goedgemaakt door de torenhoge (no pun intended) kwaliteit van de vijfenveertig minuten hoogwaardige black die we voorgeschoteld krijgen ook al wordt er meer dan eens een serieus vette knipoog naar “De mysteriis dom sathanas” gegeven. “This isn’t a show, this isn’t a gimmick. This is real Black Metal how it always was meant to be”, dixit MareZe hebben godverdomme gelijk!

JOKKE: 90/100

Mare – Ebony tower (Terratur Possessions 2018)
1. Flaming black zenith
2. Blood across the firmanent
3. These foundations of darkness
4. Nightbound
5. Labyrinth of dying stars

Darvaza – Darkness in turmoil

Het Italiaans/Noorse Darvaza breidt met het nagelnieuwe “Darkness in turmoil” een einde aan de EP-trilogie die het eerder met “The downward descent” en “The silver chalice” erg sterk was begonnen. Dat Omega aka Gionata Potenti een drummer van formaat is, bewees de kleine Italiaan al meermaals in o.a. Blut Aus Nord, Chaos Invocation en Glorior Belli (to name but a few) maar in Darvaza laat hij horen ook geweldige songs te kunnen schrijven. En als je dat talent bezit, heb je natuurlijk ook een fantastische frontman nodig die Omega vond in de Noor Wraath (o.a. One Tail One Head, Behexen, Ritual Death). Op muzikaal vlak liggen de drie nieuwe nummers in het verlengde van de twee voorgaande EP’s, waarbij “Towards the darkest mystery” misschien net iets meer old school vibes uitstraalt. “A new sun” is de snelste track van de EP maar vind ik vrij middelmatig voor hun doen. Gelukkig zijn er nog de gevarieerde vocalen die Wraath uit zijn strot kan toveren en die nog veel goed maken. In het catchy Lucifer-aanroepende refrein van “Towards the darkest mystery” laat de Noor zich écht gaan. “Fearless unfeard he slept” is tenslotte mid-tempo van opzet en opnieuw experimenteert de frontman lekker met zijn stembanden. Het nummer kent een plechtstatig einde waarbij de basgitaar lekker door de repetitieve gitaarriffs heen ronkt. Gionata’s gitaarspel is ondertussen best herkenbaar, dus daar verdient onze multi-instrumentalist alvast een dikke pluim voor. En met “Towards the darkest mystery” bevat ook deze EP een échte klepper zoals “The barren earth” vanop het eerste deel of de titelsong van de tweede EP. “Darkness in turmoil” is echter niet het overweldigende sluitstuk dat ik had verwacht, maar desondanks is Darvaza nog steeds een band die ik erg kan appreciëren – en dat heeft niets te maken met de slang in het logo – en die hopelijk nog tot grootse dingen in staat is.

JOKKE: 83/100

Darvaza – Darkness in turmoil (Terratur Possessions 2018)
1. A new sun
2. Towards the darkest mystery
3. Fearless unfeard he slept

Funeral Mist – Hekatomb

Eerder dit jaar kregen we een nieuw album van Marduk voor de kiezen – eentje dat mij persoonlijk niet in de minste mate kon bekoren. Onverwacht kondigde het toonaangevende Norma Envangelium Diaboli in dezelfde periode dan zonder veel boe of ba “Hekatomb” aan. Naast het non-stop touren met Marduk moet frontman Mortuus (hier onder het pseudoniem Arioch) ergens de tijd hebben gevonden om negen jaar na het gerevereerde “Maranatha” een nieuw hoofdstuk te breien aan de discografie van Funeral Mist, waarmee hij middels het uit 2003 afkomstige “Salvation” mee aan de wieg stond van de orthodoxe black metal. Hype en enthousiasme alom! “Hekatomb” is voorzien van oersaai artwork – foto’s van een bos zijn achterhaald en bovendien al beter uitgevoerd (en dan denk ik bijvoorbeeld aan het artwork van de laatste Cosmic Church). Gelukkig is de muziek die de Zweed maakt dat niet. Zo brengt Funeral Mist ons naar goede gewoonte opnieuw een album dat tot de nok toe vol zit met blastbeats en waarop zelden gas wordt teruggenomen. Echter is er iets meer ruimte gelaten voor wat geëxperimenteer, iets wat hem niet altijd even goed afgaat. Zo lijken de eerste riffs van opener “In nomine domini” niet in het plaatje te passen. Het is eigenlijk pas met “Cockatrice” dat we een nummer te horen krijgen dat waarlijk fantastisch is en dat me meteen zin doet krijgen om de rest van de discografie terug op repeat te zetten. Ook al is de Burzum-esque ambient passage in het midden van de song misschien wat overbodig, toch weet Arioch hier enkele meesterlijke, melodische riffs uit zijn mouw te schudden. “Metamorphosis” teert dan iets verder op trage tot mid-tempo Marduk nummers, en voorziet met epische achtergrondzang een eerste relatief rustpunt op het album, dat misschien iets te eentonig aandoet. Nadien wordt het gaspedaal weer volledig ingedrukt: Marduk-oudgediende Lars Broddesson neemt trouwens de rol van vellenmepper op zich en doet dit met verve. Wat ook vanaf de eerste noot opvalt is dat Ariochs zang veel veelzijdiger en dynamischer is dan de nogal ééndimensionale kreten die hij op Marduks “Viktoria” slaakt – de man is de kunst nog niet verleerd, ondanks dat de Marduk-telg het tegendeel deed vermoeden. Zoals gewoonlijk bij Funeral Mist zit ook de productie terug snor, waarbij vooral de zeer heldere gitaarsound opvalt. Met “Hekatomb” levert Funeral Mist opnieuw (en zoals verwacht) een zeer degelijk werk af, waarbij helaas nog enkele losse eindjes te bespeuren vallen. De razernij, blasfemie en muzikale variatie zijn nog steeds aanwezig. Echter kan ik me niet van de indruk ontdoen dat er meer uit dit album kon worden gehaald. Alles doet wat gestroomlijnder aan dan op eerder materiaal het geval was, alsof wat op veilig wordt gespeeld. Overtuigen doet Funeral Mist zeker, maar “Hekatomb” haalt helaas het torenhoge niveau van “Salvation” en “Maranatha” niet, en ondanks enkele fantastische songs lijkt het feit dat vaak luidkeels wordt geroepen dat dit één van de beste black metal albums ooit zou zijn me toch ferm overdreven. Nuja, met elk album opnieuw een baanbrekend werk uitbrengen is sowieso al een moeilijke opgave, niet?

CAS: 83/100

Funeral Mist – Hekatomb (Norma Evangelium Diaboli 2018)
1. In nomine domini
2. Naught but death
3. Shedding skin
4. Cockatrice
5. Metamorphosis
6. Within the without
8. Hosanna
9. Pallor Mortis