Maand: september 2018

Groza – Unified in void

Groza. Meer dan dat woord heb ik hoogstwaarschijnlijk niet nodig om de geest van menig lezer met een vleug nostalgie en affectie te laten terugblikken op de eerste echte langspeler van Mgła. Echter zou een review van dat album nogal laattijdig zijn, dus dissecteren we hier het debuut van de gelijknamige Duitse band. Met “Unified in void” stappen de heren helaas mee in de trend om een release van minder dan een half uur toch een full length te noemen, maar zo’n schoonheidsfoutje kunnen we door de vingers zien. Op naar de muziek dus! Vol goede moed werd de startknop ingedrukt, en vanaf de eerste noot valt op dat niet enkel de bandnaam van de Poolse meesters werd overgenomen. Letterlijk alles aan dit werk schreeuwt Mgła en Groza doet geen enkele moeite dit te verbergen. De anonieme (hoe kan het ook anders?) drummer doet erg zijn best de karakteristieke ride-patronen van Darkside na te apen maar slaagt er maar half in, en ook het twin-gitaarspel waarmee de Polen naam hebben gemaakt is terug te vinden. Het gaat zelfs zo ver dat in “Thanatos” een riff te bespeuren valt die bijna letterlijk copy-paste is van “Exercises in futility I”. Het punt waarop de Duitsers dan toch enige vorm van originele insteek in hun muziek proberen te steken zijn de vocals, die vaak afglijden richting diepere grunts – maar hier komt de naam Uada dan weer bovendrijven. Ook de productie met sterke focus op de basgitaar horen we terug bij de laatstgenoemden, en dan heb ik het nog niet over de wel erg gelijkaardige bandfoto’s gehad. Wat het plaatje echter helemaal compleet maakt is dat het artwork een bijna exacte kopie is van “Hekatomb”, het laatste uitbraaksel van Funeral Mist: dezelfde cirkel bomen, met exact dezelfde plaatsing van het logo. Uiteraard dient na deze tirade de bemerking gemaakt te worden dat elke band de mosterd en inspiratie wel van ergens haalt, maar in dit geval gaat het niet meer om inspiratie maar om knip- en plakwerk. Hoewel Jokke lovend was over Uada’s “Cult of a dying sun” vond ik dat album al een ongeïnspireerde Mgła- en Dissectionkloon, maar Groza tart de verbeelding en brengt de overtreffende trap van schaamteloos pikken uit. Waarom een vrij gewaardeerd label als Art of Propaganda Records deze band heeft getekend blijft me een raadsel. Heb ik dan helemaal niets positief te zeggen over “Unified in void”, hoor ik u vragen? Jawel: deze band gaan zodanig schaamteloos met het concept ‘artistieke integriteit’ om waardoor ze hopelijk, waarschijnlijk, even snel terug van de aardbol zullen verdwijnen als dat ze ten tonele zijn gekomen. Ze zouden moeten beschaamd zijn.

CAS: 5/100

Groza – Unified in void (Art Of Propaganda Records 2018)
1. Unified In Void
2. Ouroboros
3. Amongst the Worms
4. Unworthy
5. Thanatos

Gevurah – Sulphur soul

Sulphur souls“, is dat geen nummer van Marduk’s “Opus nocturne” hoor ik u denken? Inderdaad, het blijkt één van de lievelingsplaten van het Canadese duo Gevurah te zijn, maar is tevens ook een titel die de lading van hun nagelnieuwe EP perfect dekt. Zwavel is het element dat de ziel van een leeg naar een sterk schijnend iets doet transformeren. Conceptueel gezien behandelt de EP de vier elementen van de geest: “aarde” vertegenwoordigd door lood, “water” door kwik, “vuur” door zwavel en “lucht” door goud of zout. De plaat beschrijft onze spirituele reis die start met de dood van het ego en eindigt met de wedergeboorte als gezuiverde entiteiten met een herenigde geest en wil, losgekoppeld van de materiële wereld die onze hedendaagse samenleving is. “Sulfur soul” bevat vier nummers die de vier fasen van het alchemistische proces vertegenwoordigen en klokt af op een halfuur. Benieuwd of het uit Quebec afkomstige duo het venijn van debuut EP “Necheshirion” terug kan evenaren want hun eerste langspeler “Hallelujah” stelde twee jaar geleden lichtjes teleur? De religieuze black met Zweedse insteek die in opener “The putrid stench of rotting flesh” aangesneden wordt, snijdt menig teder communiezieltje in elk geval in fijne plakjes. De zoals steeds zwaar dreunende basgitaar maakt het geluid van het duo extra zwaar en heavy, maar in het mid-tempo nummer “Across the primordial sea” is er ook iets meer ruimte voor melodie. Op “Mark of Lucifer” gaat Gevurah voluit en horen we een gedreven band die vol overgave musiceert en de teksten gemeend uitspuwt wat mijn hart enkele slagen doet overslagen. Het meer dan tien minuten durende “Black sun Thaumiel” kent een lange instrumentale aanloop waarop percussie en begeesterend riffwerk elkaar versterken en een occulte atmosfeer creëren totdat de hel losbarst en de vonken in het rond vliegen. Later keren de percussie en rituele elementen nogmaals terug waardoor de afsluiter met voorsprong dé song is waarop agressie en atmosfeer hand in hand gaan en die uitmondt in een melodieuze finale. In het oude werk gaven liturgische gezangen of mystieke ambient extra gewicht aan het spirituele aura van Gevurah, maar voor deze elementen is er geen plaats op “Sulphur soul“. Niet dat we dat erg vinden, want de Canadezen hebben hun langspeler weten overklassen met deze sterke EP.

JOKKE: 83/100

Gevurah – Sulphur soul (Profound Lore 2018)
1. The putrid stench of rotting flesh
2. Across the primordial sea
3. Mark of Lucifer
4. Black sun Thaumiel

Abyssous – Mesa

Even dacht ik nieuw werk van het lichtjes geniale Engelse Abyssal voorgeschoteld te krijgen. Het betreft echter Abyssous, een Duitse band waarvan het ouder materiaal (debuut “Smouldering” uit 2013) me totaal onbekend is. Het heeft met andere woorden best lang geduurd om met nieuwe muziek op de proppen te komen. Het Germaanse trio laat middels “Mesa“, een EP die toch op een mooie vijfendertig minuten aftikt, horen wat ze in tussentijd uitgespookt heeft. En dat klinkt eigenlijk lang niet verkeerd. Abyssous speelt death metal, the ancient way, waarbij het er dus best primitief, sepulcraal, organisch en wild aan toe gaat. “Mesa” bevat vijf “echte” nummers die telkens door duister en mysterieus klinkende intermezzi aan mekaar geregen worden. Wanneer Abyssous haar death metal demonen vrijlaat, ontketenen deze een archaïsch klinkende en woest kolkende muur aan riffs waar echo’s van Morbid Angel (de hectische, bijwijlen krankzinnige solo’s in o.a. “Ocaeon” dat ook Immolation-achtige gitaarpiepjes bevat) en recentere bands genre Grave Miasma doorheen waaien. Het betere penetrante grafgeurtje dus dat Abyssous uitwasemt. Vooral in het aanvankelijk mid-tempo startende maar daarna opzwepende, met psychedelisch en hallucinogeen soleerwerk doorspekte “Aerosoils” klinkt de band écht overtuigend, maar ook de negen minuten durende hekkensluiter “Congealed lores” laat horen dat Abyssous nog wel eens heel wat moois in petto kan hebben voor wie houdt van een vette streep chaotische old-school death metal met verrotte insteek. Fijne ontdekking!

JOKKE: 82/100

Abyssous – Mesa (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Aisernal
2. Mesa
3. Perlurkural
4. Impelled
5. Fissurge
6. Ocaeon
7. Diphour
8. Aerosoils
9. Vesspense
10. Congealed lores

Fluisteraars/Turia – De oord

Als twee van Nederland’s beste huidige black metal bands besluiten de handen in elkaar te slaan, levert dat ongetwijfeld vuurwerk op. En het mooie aan Fluisteraars en Turia is ook dat als deze bands samen iets op poten zetten, ze dit met de nodige diepgang doen en niet louter elk een nummertje opnemen en samen kletsen. Fluisteraars bewees dat reeds met de vormgeving van de in 2016 verschenen EP “Gelderland“. Ook Turia is uit het beboste Gelderland afkomstig waardoor beide bands besloten inspiratie te halen uit de geschiedenis en natuur van de streek. Conceptueel gezien handelt de split over twee rivieren (de Waal en de Rijn) die doorheen hun respectievelijke thuishavens Arnhem en Nijmegen stromen. De collaboratie vertaalt zich ook naar de titel “De oord“, een oud-Nederlands woord om de plaats aan te duiden waar twee rivieren samen komen. En om nog een stapje verder te gaan, namen beide bands hun bijdrage gelijktijdig op in de Klaverland Studio, die zich in een natuurreservaat bevindt waar de Rijn Nederland binnenkomt en splitst in de Nederrijn en de Waal. Zoals je uit de titels van beide nummers kan afleiden, wordt een verhaal verteld waarin water centraal staat en via metaforen de reis van het water beschreven wordt vertrekkende vanuit de rustige bron tot in de dieperik van de zee en op haar weg alle sporen van het verleden uitwist. In vergelijking met haar laatste EP trekt Fluisteraars op “Oeverloos” opnieuw de kaart van epische, lang uitgesponnen en bijwijlen dromerig klinkende atmosferische black metal zoals die op de laatste langspeler “Luwte” werd gebracht. “Oeverloos” tikt dan ook op net geen kwartier af en kent een boeiende dynamiek. Majestueus en melancholisch van aard maar met minder opvallende verwijzingen naar Drudkhiaanse gitaarmelodieën, hoewel nog steeds subtiel aanwezig, vooral in de pakkende finale waarin de plechtige klanken ondersteund worden door diepe mannelijke en ijle vrouwelijke koorzang. De mid-tempo black bevat ook heel wat aan postrock ontleende crescendo-gitaarpartijen en weet meermaals de gevoelige snaar te raken. Dit weemoedig klinkende epos waarin heel wat ruimte is voor cinematografische instrumentale passages, heeft soms wel wat weg van een treurzang, des te meer door de orgelklanken die ik meen te ontwaren. Aan de B-kant maakt Turia het mooie weer nadat ze nog maar recent een geslaagde samenwerking met Vilkacis afleverde. Met achttien minuten speeltijd, levert het trio meteen de langste song uit haar oeuvre af. Het tempo ligt bij Turia een pak hoger en de band leeft zich uit in de meer experimentele en psychedelische kant van haar sound met enerzijds repetitieve riffs en drums waar de vocalen van T zoals steeds doorheen klieven en anderzijds breed uitwaaierende Floydiaanse grootsheid en met piano op smaak gebrachte rustiek. In de razende partijen sleurt Turia de luisteraar mee de tomeloze diepten van de zee in, terwijl de finale iets berustends in zich heeft en de stilte na de storm symboliseert. Héél knappe en geslaagde samenwerking waarin de thematiek en muzikale uitvoering mekaar versterken!

JOKKE: 87/100 (Fluisteraars: 86/100 – Turia: 88/100)

Fluisteraars/Turia – De oord (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Fluisteraars – Oeverloos
2. Turia – Aan den golven der aarde geofferd

Solar Temple – Fertile descent

Met haar demo “Rays of brilliance” wist het Nederlandse Solar Temple het tot mijn eindejaarslijstje van 2017 te schoppen. De verwachtingen voor nieuw werk waren dus hooggespannen en worden amper een jaar later al ingelost middels de release van een volwaardig debuut. “Fertile descent” kent slechts twee tracks, maar die klokken gezamenlijk wel op vijfendertig minuten speeltijd af. De wervelende black van de demo is nog steeds aanwezig en aan het unieke riffwerk van “Those who dwell in the spiral dark” hoor je meteen dat O (Turia, Galg, Iskandr, Lubbert Das) de gitaar hier hanteert, bijgestaan door M op drums. O’s bezwerende en plechtstatige (meestal heldere) vocalen galmen doorheen de furieuze riffs als een lokstem die je doorheen de donkere, oude bossen van de Veluwe meevoert naar lang vervlogen tijden. Hoewel het doorsnee gevoel van black metal eerder koud en kil is, wasemt de muziek van Solar Temple toch ook een warme, uitnodigende echo uit. De band raast niet alleen als een wervelwind doorheen haar riffs, maar bouwt ook meer ingetogen, repetitieve en psychedelische partijen in waarbij orgelklanken bijdragen aan het begeesterend gevoel. Het gitaarwerk van “White jaw” knipoogt bij aanvang naar de melancholie en triomfantelijke insteek van de Oekraïense grootmeesters Drudkh, maar al gauw ontbloot het duo haar tanden met haar eigen intrigerende sound waarin allerlei bevreemdende kreten zich doorheen de psychedelische en denderende maalstroom aan riffs boren en subtiele verwrongen dissonantie zich Swans-gewijs manifesteert. Solar Temple laat haar muziek bovendien voldoende ademen en bouwt lange instrumentale passages in die eigenwijs verschillende richtingen uit meanderen en de luisteraar zo meenemen op een dromerige trip. Solar Temple slaat met haar debuut de nagel op de kop. Straffen toebak!

JOKKE: 89/100

Solar Temple – Fertile descent (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Those who dwell in the spiral dark
2. White jaw

Hegemone – We disappear

Onbekend is zeker niet onbemind, is al jaren het motto bij Addergebroed. Met de regelmaat van de klok worden ook wij nog eens stevig verrast door een onverwachtse release, alhoewel onverwachts in dit geval misschien met een korrel zout genomen mag worden. Al enige tijd raadde een kennis van me het nieuwe album “We disappear” van Hegemone aan, echter nu pas vond ik de tijd het album eens degelijk onder de loep te nemen. Het Poolse kwartet heeft blijkbaar al een uit 2014 daterend debuutalbum en een daaropvolgende split met het mij eveneens vrij onbekende, Wit-Russische Challenger Deep op haar naam staan en voegt anno 2018 nog een langspeler aan de discografie toe. Hoe een album dat al enige tijd uit is, nota bene via Debemur Morti Productions, zo lang onder mijn radar bleef zal voor eeuwig een raadsel blijven, maar vanaf heden volg ik elke stap die de band zet op de voet. “We disappear” is namelijk een parel van een album geworden waarop enkele invloeden van Amenra overgoten worden met een fikse vleug post-black metal, waarbij het riffwerk bijwijlen aan het vroegere werk van Fluisteraars doet denken. Het samenspel tussen bezwerende post-black gitaarspel, zelfs doorspekt met enkele zuivere post-rock riffs, de aanwezige rustpunten doorheen de plaat en de ijzingwekkende, getergde screams van zanger en bassist Jakub Witkowski vormt een coherent geheel waarbij elke song moeiteloos overvloeit in de volgende. Zoals het een Debemur Morti release betaamt zit alles productiegewijs ook weer snor, waarbij vooral de volle, krachtige bassound positief opvalt. Met een speelduur van meer dan 50 minuten doet Hegemone niet mee aan de nieuwe trend waarbij 30 minuten blijkbaar al voor een full length moet doorgaan (gesnopen, Marduk?), maar maakt de groep ruimte voor gelaagde spanningsbogen die nu eens in loodzware sludge (“Raising barrows”), dan weer in ijselijke black metal (“Тәңірi”) ontaarden. Doorheen “Π” ontwaren we ook de geest van het terziele gegane Amesoeurs. Zodoende lijkt het album wel een trip waaruit niet te ontsnappen valt, eens de play knop wordt ingeduwd vergeet je al snel dat er ook zoiets als pause of zelfs stop bestaat – tot plots die akelige stilte je verweesd achterlaat. Het was lang geleden dat een nieuwe band mij uit mijn goed vastgeknoopte combats blies, maar voor Hegemone bleek het een koud kunstje.

CAS: 88/100

Hegemone – We disappear (Debemur Morti Productions 2018)
1. Mara
2. Fracture
3. Raising Barrows
4. Π
5. ХанТәңірі
6. Тәңірi

Ultha – The inextricable wandering

Na een mooi underground-parcours te hebben afgelegd via Vendetta Records, is het grote Century Media de nieuwe thuisbasis geworden van Ultha, zowat dé beste band die de black metal-scene van onze oosterburen te bieden heeft. “Black” is in dit geval echter een groot woord (dixit de band zelf) want hoewel het kwartet puurt uit de duisternis van het genre gaat het echter niet de religieuze, occulte of orthodoxe tour op. En qua sound vindt Ultha zichzelf dichter aanleunen bij post-punk en darkwave dan bij een Darkthrone of Marduk. De nieuwe derde langspeler “The inextricable wandering” draait om melancholie, alomtegenwoordige droefheid en hopeloosheid. Gitarist/zanger en songschrijver Ralph Schmidt bevond zich tijdens het schrijfproces van de plaat dan ook in de zes zwaarste maanden van zijn leven. Als promopraatje voor een metalplaat is een gekwelde ziel natuurlijk altijd mooi meegenomen, maar wie de beste man kent, weet dat dit welgemeende ernst is. Ook angst vormt een rode draad doorheen de plaat. Elk van de zes nummers handelt over een angstpatroon en de gevolgen die Ralph daarvan ondervond. De zesenzestig minuten durende rit is als het ware een dagboek geworden van de algemene angsten die de muzikant voelde en alle rotzooi die hij de afgelopen maanden heeft doorgemaakt. “The inextricable wandering” gebruikt herhaling en repetitieve elementen als grootste kracht en het resultaat klinkt in de magistrale achttien minuten durende afsluiter “I’m afraid to follow you there” hypnotiserend, emotioneel beklijvend en introspectief. In de overrompelende partijen van binnenkomer “The avarist (Eyes of a tragedy)” klinkt het viertal dan weer roofzuchtig en bijtend agressief. In de donkere spleten van Ultha’s sound, waar insecten thuishouden en nachtmerries zich manifesteren, horen we echo’s van Emperor, Wolves In The Throne Room, Fields Of The Nephilim en Neurosis. De darkwave waarover we het eerder hadden, komt duidelijk naar voor in songs als “There is no love, high up in the gallows” en “We only speak in darkness” dat ook wel wat recente Tombs uitademt. Standaard black metal-elementen zoals blast beats, gure riffs en ijzige screams komen er in deze nummers niet aan te pas; duisternis en desolaatheid des te meer. Ook in de riffs van “Cyanide lips” snappen we het statement van de band aangaande post-punk en horen we best wel wat Planks terug, de oude band van Ralph. Ultha heeft zich met “The inextricable wandering” opnieuw overtroffen en verkent duidelijk nieuwe paden ten opzichte van de reeds geweldige voorganger “Converging sins“, hier kunnen we alleen maar respect voor hebben. Misschien dat sommigen echter wel teleurgesteld gaan zijn daar er iets minder échte black metal-stukken te horen zijn, hoewel deze puristen met het keizerlijke “With knives to the throat and hell in your heart“, waarin triomfantelijke keys heel wat speelruimte krijgen, toch serieus aan hun zwartgeblakerde trekken zullen komen. Het onvolprezen Ultha levert opnieuw jaarlijstmateriaal af!

JOKKE: 90/100

Ultha – The inextricable wandering (Century Media 2018)
1. The avarist (Eyes of a tragedy)
2. With knives to the throat and hell in your heart
3. There is no love, high up in the gallows
4. Cyanide lips
5. We only speak in darkness
6. I’m afraid to follow you there