Maand: oktober 2018

Azelisassath – Past times of eternal downfall

Eeuwige dank aan collega Cas om mij eerder dit jaar in de mysterieuze wereld van Ancient Records en Mysticism Productions in te wijden. Sinds deze kennismaking ben ik volledig verslingerd aan zowat alle bands die aan deze labels verbonden zijn en waarbij het genie Swartadauþuz in veel gevallen heel wat in de pap te brokken heeft. Drie jaar na de vorige langspeler “Total desecration of existence” keert Azelisassath terug aan het front met de EP “Past times of eternal downfall” waarop twee songs prijken die we in twee verschillende versies te horen krijgen: de officiële uitvoering en de promoversie die in kant B gegraveerd staat. Op deze EP liet Swartadauþuz zich bijstaan door gastzanger Likpredikaren (Demonomantic, Ringar, Summum, Ars Hmu) en de Franse trommelaar Kévin Paradis (o.a. Benighted en ex-Svart Crown). En het moet gezegd worden dat de drie heren tot de kern van het black metal-genre weten door te dringen. Swartadauþuz tovert de ene na de andere beklijvende, ijzige riff uit zijn gitaar, Likpredikaren heeft een bijtende scream die verschillende helse regionen aandoet en Kévin drijft de muziek aan met zijn stuwend en vinnig drumspel met oog voor details. De sound is bovendien top notch zonder té afgelikt te klinken waarbij het geluid van de promoversies van “Upon the vortex of downfall” en “Of eternal ancient blood” iets scherper klinkt. Wie anno 2018 een eerste kennismaking met het black metal-genre dient te krijgen, zou ik gerust deze EP aanraden. Dit is immers hoe het ooit allemaal bedoeld was. Een online-clip of geluidsfragment is er (nog) niet te vinden; vertrouw gewoon op mijn oordeel en schaf deze geweldige EP als de bliksem aan!

JOKKE: 87/100

Azelisassath – Past times of eternal downfall (Ancient Records/Purity Through Fire 2018)
1. Upon the vortex of downfall
2. Of eternal ancient blood
3. Upon the vortex of downfall
4. Of eternal ancient blood

Andeis – Servants of the cold night

Over het trio Andeis is niet veel geweten behalve dat de bandnaam en teksten van debuut “Servant of the cold night” in het oud-Gotisch, een uitgestorven Oost-Germaanse taal, geschreven zijn. Dit versterkt dan ook het vermoeden dat we hier met een stel Duitsers te maken hebben. Het materiaal voor deze eerste langspeler werd over een periode van zeventien jaar geschreven door zanger/bassist/keyboardspeler Laignech en drummer Verwoesting. Dat is ook niet verwonderlijk bij het aanhoren van de veelal archaïsche black metal-klanken en aftandse sound die we vijfentwintig minuten lang te verteren krijgen. Om zo lang aan de plaat geschreven te hebben, had ik echter toch wel meer verwacht. De old-school black van “Skalkos blindons nahts” en “Hailag leik” bevindt zich in het oude Gorgoroth en Darkthrone-straatje en laat niets bijzonders horen. Het is pas bij het chaotische en experimentele “Wintrus hailagaizos aggwiþos” dat het trio mijn aandacht weet vast te krijgen door in de anarcha-black allerhande op-de-gemoedsrust-inspelende noise-klanken te verwerken. Drummer Verwoesting heeft hierbij zijn naam niet gestolen want voor precisiedrumwerk of inventieve ritmische accenten zijn we bij hem aan het foute adres. Als een op hol geslagen drilmachine hakt hij immers genadeloos repetitief doorheen de zwarte geluidsbrij. Het contrast met het daaropvolgende, eerder conventionele “Andilausa aƕa azgons” is dan ook groot. “Skauns dauþus” is dan weer een instrumentale keyboard-track zoals we er in ons leven echter al betere gehoord hebben. Hierna volgt met “The black oath” het enige Engelstalige nummer waarvan het me niet zou verbazen dat het een cover is. Ik ben er alleen nog niet uit van welke band dit zou kunnen zijn. “Servants of the cold night” is met haar korte speeltijd en het ontbreken van een eigen identiteit of duidelijk koers maar een mager beestje, zeker na zo’n uitzonderlijk lang creatieproces. Eén van de mindere releases op het nochtans almachtige Fallen Empire Records.

JOKKE: 66/100

Andeis – Servants of the cold night (Fallen Empire Records 2018)
1. Menin daur
2. Skalkos blindons nahts
3. Hailag leik
4. Wintrus hailagaizos aggwiþos
5. Andilausa aƕa azgons
6. Skauns dauþus
7. The black oath

Devouring Star – The arteries of heresy

Devouring Star laat met haar tweede langspeler “The arteries of heresy” al voor de derde keer dit jaar haar demonen vrij nadat een paar maanden geleden een bijdrage verscheen aan de “Ekstrophë“-compilatie en de “Apostasis“-split met het Schotse Caecus. Spilfiguur achter de band is multi-instrumentalist JL die – in tegenstelling tot menig andere band – eerst een tekstueel concept creëert om dat achteraf pas in muzikale vorm te gieten. Voor “The arteries of heresy” liet de Fin zich inspireren door de singulariteit van het universum en hoe dat christelijke doctrines nutteloos maakt. Vanuit een kosmologisch standpunt bekeken is een singulariteit een punt in de ruimtetijd waarin de natuurwetten hun geldigheid verliezen. Het doel om de hemel (of hel) te bereiken via dogma’s of een spiritueel pad is volgens JL nutteloos in een universum dat reeds allesomvattend is en waar je reeds in leeft. Maar we wijken af en ik ben geen Sheldon Cooper die alles afweet van de relativiteitstheorie en zwarte gaten. Devouring Star klonk altijd al meer Frans dan Fins en dat is opener “Consummation” opnieuw geen uitzondering. Referenties naar een Aosoth zijn nog altijd hoorbaar (vooral in de snelle partijen en op vocaal vlak dan), maar er wordt ook regelmatig gas teruggenomen. In het verleden wist de (one man) band me met haar tragere songs (zoals op de “Antihedron” EP) niet altijd in te pakken. Nu klinken de doompartijen in “Procreation of blood” en “Scar inscriptions” overtuigender en worden ze afgewisseld met uptempo beukstukken, maar Devouring Star is voor mij nog altijd het meest in haar element als er voluit gegaan wordt zoals in het overweldigende “Sin assimilation“, misschien wel de beste Devouring Star-song tot op heden. Afsluiten doet de band met “Her divine arteries“, een nummer waarin een repetitieve gitaarriff een hypnotiserende vibe uitstraalt waarover JL dood en chaos preekt, en of het nu tijdens de slome start of de felle tussenstukken is, de melodie deint genadeloos en monotoon door en nestelt zich vast in de hersenpan. Opnieuw een song om trots op te zijn en die van Devouring Star een band maakt om mee rekening te houden.

JOKKE: 83/100

Devouring Star – The arteries of heresy (Dark Descent Records/Terratur Possessions 2018)
1. Consummation
2. Procreation of blood
3. Sin assimilation
4. Scar inscriptions
5. Her divine arteries

Iteru – Ars moriendi

Het mysterieuze Iteru blijkt uit leden met een Belgisch paspoort te bestaan. Nogmaals het bewijs dat er heel wat moois in onze vaderlandse scene aan het gebeuren is. “Ars moriendi” betekent in het Latijn zo veel als “de kunst van het sterven” en is het eerste teken van leven dat onze landgenoten laten horen. Het kleinood kwam oorspronkelijk vorig jaar al op cassette uit via Helter Skelter Productions, maar na tot drie maal toe uit te verkopen, slaan Blood Harvest en Regain Records nu de handen in elkaar voor een CD- en LP-release. Hoewel de band uit anonieme leden bestaat die hun sporen reeds in klassieke black metal-bands verdiend zouden hebben, speelt Iteru zich af in het doom/death-wereldje. De occulte saus druipt van opener “Through the Duat” af. Het tergend trage tempo en de sacrale cleane gezangen lijken een plechtstatig begrafenisritueel in te luiden totdat imposante diepe grunts en loodzware riffs het overnemen en er een monolithisch klinkend geheel wordt neergezet waarin echter ook ruimte blijft voor melodieuze leads. In “We the dead” stijgt het tempo middels rollende dubbele bassen een beetje en eisen de gorgelende vocalen en pakkende leads opnieuw alle aandacht op. De zang neemt me zo’n vijfentwintig jaar mee terug in de tijd en doet me op één of andere manier denken aan hoe Ancient Rites’ Gunther Thijs klonk in een nummer als “Crucifixion justified (Roman supremacy)“, hoewel de muzikale stijl natuurlijk niet te vergelijken valt. “Salvum me” trekt de lijn van het vorige nummer door maar bevat ook cleane gitaarpartijen als rustpunten waardoor de dynamiek goed bewaard blijft en door het inzetten van koorzangen en het geluid van luidende klokken klinkt deze song bovendien onheilspellend. “We are doomed”!, you know? Het serene en trieste gevoel dat afsluiter “To the gravewarden” uitdraagt wordt nog extra in de verf gezet door de folky intro waarna slepende leads en allesvermorzelende doodsgrunts elk lichtpuntje dat er nog in je miserabele leventje was wegzuigen. Wanneer de muur van geluid stilvalt, nemen atmosferische klanken en een verhalende diepe stem het over om nadien een heuse eindversnelling richting finish in te zetten. “Ars moriendi” is een overtuigend visitekaartje van een band waar we nog wel wat van zullen horen. Doom/death-fans horen deze EP – in welk fysiek formaat dan ook – verplicht in de kast te hebben staan.

JOKKE: 80/100

Iteru – Ars moriendi (Helter Skelter Productions/Blood Harvest/Regain Records 2018)
1. Through the Duat
2. We the dead
3. Salvum me
4. To the gravewarden

Cantique Lépreux – Paysages polaires

Cantique Lépreux is Frans voor “leproze lofzang” maar thematisch gezien bezingt het Canadese trio op haar tweede langspeler “Paysages polaires” de ijskoude wildernis van haar thuisland. De heren hebben de nodige ervaring in bands zoals Forteresse, Chasse-Galerie, Au-Delà Des Ruines en Mêlée Des Aurores waardoor ik hier eigenlijk best wel wat van verwacht. Het debuut “Cendres célestes” uit 2016 heb ik dan ook maar eens vanonder het ijs opgevist om de vergelijking te kunnen maken of de vooruitgang te zien. Hoewel de zeven nieuwe hypothermische songs nog steeds bulken van de nostalgische gevoelens, somberheid en duistere tragedie is de aanpak op “Paysages polaires” minder direct en mist de sound toch wel wat ijzigheid en scherpte om de frostbitten thematiek écht te voelen. De scherpe randjes zijn volledig van de – nochtans grimmige – sound gevijld waardoor ik geen oorwarmers dien op te zetten wanneer de als-triptiek-opgezette lofzang voor de Noord-Amerikaanse winter halfweg de plaat komt aandraven. Slecht is het allemaal niet want de felle opener “le feu secret“, “Paysages polaires III” en het met solo’s opgesmukte “Hélas…” bevatten best wel wat leuke en effectieve riffs en de Franse taal past goed bij de grimmige atmosfeer. Ik ben echter geen al te grote koukleum waardoor de Canadezen nóg beter hun best zullen moeten doen vooraleer ik mijn chauffageke een paar graden hoger dien te zetten bij het beluisteren van hun werk. Geef mij maar het debuut.

JOKKE: 69/100

Cantique Lépreux – Paysages polaires (Eisenwald 2018)
1. Le feu secret
2. Les étoiles endeuillées
3. Paysages polaires I
4. Paysages polaires II
5. Paysages polaires III
6. Hélas…
7. Le fléau

Kriegsmaschine – Apocalypticists

Als een donderslag bij heldere hemel worden we getrakteerd op de derde langspeler van het Poolse Kriegsmaschine, de andere band van Mikołaj Żentara en Maciej Kowalski (ofte Darkside) die er ook het geniale Mgła op nahouden. In afwachting van een nieuwe plaat van die laatste kunnen we ons alvast verkneukelen op “Apocalypticists” die er vier jaar na voorganger “Enemy of man” komt. Vanaf opener “Residual blight” hoor je eigenlijk meteen dat het duo ook in Mgła actief is en dan vooral door het sublieme drumspel van Darkside. Ik ken weinig black metal-drummers die zo’n schwung aan een song kunnen geven. Bijna nergens drumt de Pool rechtlijnig; ik vind dat er zelfs een zekere tribal-sfeer doorheen zijn percussie waait. Je zou bij momenten bijna je dansschoenen aantrekken om je tussen de Latino’s of Afrikanen op de dansvloer te begeven…en je ronduit belachelijk te maken. Door zijn moderne, inventieve insteek is Darkside voor een groot deel verantwoordelijk voor de sound van Kriegsmaschine en eerlijk gezegd vind ik de bandnaam ondertussen niet meer echt passend en misschien zelfs te beperkend voor de muzikale klanken van de heren. Je verwacht eerder rechtlijnig geram genre pantserdivisie Marduk en de industriële vibes die het oudere werk van Kriegsmaschine kenmerkten behoren ondertussen ook tot de verleden tijd. Maar laten we natuurlijk ook het heerlijke gitaarspel van M. niet onvermeld laten. De trage, hypnotiserende riffs brengen je zoals in “Lost in liminal” bijna in trance, een gevoel dat versterkt wordt door de drums die pirouettes rond de melodieën draaien. De cleane gezangen die in de titeltrack opduiken, creëren zelfs een beeld van indianenstammen die een bezwerende en onheilspellende dans rond een kampvuur uitvoeren. Ook in het meer dan elf minuten durende en met samples ingekleurde “The other death” eisen de drums met hun pulserend ritme alle aandacht op en stuwen ze de song naar een post-metal-achtige finale inclusief wijd uitwaaierende gitaarmelodie. Als afsluiter nog even meegeven dat de prozaïsche teksten van M. het apocalyptisch gevoel van de muziek perfect verwoorden: “…The body wrecked. The mind shattered. The soul destroyed. Ripe for apocalypse. And everything that constituted yourself, all the things you’ve done and those you could have. The joyous memories, the warmth and the calm. The silly thought that one day a change would come. The naive adolescence, off track with its dreams, but in the end – harmless and innocent. The anecdotes, and digressions and pauses. Those moments of bliss atop the green hills. The illusion of belief, justification and truth. All those things you’ve learned for later, for another life. And every word that could be spoken, every thought that could be born and all that could have been is now no more. Per plaat lijkt de agressie af te nemen, maar het apocalyptisch gevoel dat de muziek uitademt blijft groeien. Kriegsmaschine leidt ons met “Apocalypticists” dan ook al smalend lachend de ondergang tegemoet.

JOKKE: 88/100

Kriegsmaschine – Apocalypticists (No Solace 2018)
1. Residual blight
2. The pallid scourge
3. Lost in liminal
4. Apocalypticists
5. The other death
6. On the essence of transformation