Maand: december 2018

Jaarlijst 2018

Jaarlijst Jokke

De meer dan 200 posts die dit jaar op Addergebroed passeerden zijn het grootste bewijs van het krankzinnige jaar dat 2018 was op gebied van muzikale output in de metal (underground) scene. De niet-aflatende stroom aan kwaliteitsreleases is nog amper bij te houden, laat staan dat er genoeg uren in een dag zijn om alles te beluisteren en er genoeg geld op de bankrekening staat om alles fysiek aan te schaffen. Wat dat laatste betreft moet ik volgend jaar de kritische aankoopwaarden misschien nog meer verstrengen, maar ja, dat dacht ik afgelopen jaar ook.

Op vlak van live concerten heb ik ook weer heel wat achter de kiezen. Er is echter geen enkel optreden dat er dit jaar met kop en schouders bovenuit stak hoewel ik wel ferm genoten heb van Emma Ruth Rundle (Trix), Cult Of Luna & Julie Christmas (Roadburn), Verwoed (Roadburn), Whoredom Rife (Throne Fest), Alkerdeel (Het Bos), Taake (De Casino), Ultha (JH Asgaard), One Tail One Head (Throne Fest), The Sheila Divine (De Singer) en Intergalactic Lovers (Ancienne Belgique). 2019 ziet er alvast mooi uit met veelbelovende affiches van Roadburn, Throne Fest en het black metal-feestje in Magasin 4 van A Thousand Lost Civilizations in maart.

Beste song van 2018

Ik kan hier heel veel woorden aan vuil maken, maar u kan gewoon ook zelf op de play-toets duwen en luisteren naar het bezwerende, psychedelische en licht-erotische “Ritual lover” van Wolvennest.

Beste langspelers 2018

  1. Emma Ruth Rundle – On dark horses: Ongetwijfeld de plaat die ik in 2018 het meest gedraaid heb. Zelden klonk muziek zo oprecht en doorleefd als bij Emma. Sinds mijn kennismaking met deze Amerikaanse singer/songwriter op Roadburn 2017 heb ik haar al vijf keer live aan het werk gezien, zowel solo als met haar begeleidingsband. In beide settings stelt ze niet teleur en weet ze haar publiek in te pakken met haar melancholische en donkere songs. “On dark horses” is tevens met stip haar beste plaat.
  2. Svartidauði – Revelations of the red sword: Debuut “Flesh cathedral” overtreffen leek op voorhand een onmogelijk taak. “Revelations of the red sword” werd met haar kortere composities en meer compacte aanpak geen herhalingsoefening, maar toch bewijzen de IJslanders met hun oor voor vernuftige dissonantie, hypnotiserend aura en het sublieme drumwerk van Magnús Skúlason opnieuw dat ze de ongekroonde koningen zijn van de IJslandse black metal-scene.
  3. Whoredom Rife – NID – Hymner av hat: Het Noorse Terratur Possessions staat met drie releases in mijn top tien dit jaar. Straf! Veel artiesten op het label nemen ruim hun tijd qua uitbrengen van nieuw materiaal (denk maar aan Mare, One Tail One Head en Vemod). Whoredom Rife smeedt het ijzer echter nu het heet is want “NID – Hymner av hat” kwam er reeds een jaar na “Dommedagskvad” die vorig jaar bovenaan mijn eindejaarslijstje prijkte. Deze Noren weten hoe ze de gloriedagen van Noorse black moeten laten herleven en doen dat met pakkende en innemende nummers.
  4. Wolvennest – Void: Wolvennest moet zowat het beste zijn wat ons Belgenlandje momenteel te bieden heeft op vlak van underground muziek. Met “Void” bewijst het collectief opnieuw een sterk staaltje bedwelmende en trance opwekkende muziek geschreven te hebben.
  5. Solar Temple – Fertile descent: Er zijn nu eenmaal slechts tien plaatsjes in deze lijst, maar eigenlijk mogen op deze plek ook Lubbert Das en Iskandr vermeld worden. Het valt amper te vatten hoe creatief de dames en heren van het Nederlandse Haeresis Noviomagi-collectief zijn. Met recht en rede de huidige vaandeldragers van de Nederlandse black metal-scene.
  6. Knokkelklang – Jeg begraver: Het black metal-virus dat in Trondheim rondzwermt heeft heel wat individuen aangestoken de voorbije jaren. Zo ook het mysterieuze Knokkelklang dat op”Jeg begraver” een intens begrafenissfeertje heeft weten neerzetten.
  7. Paragon Impure – Sade: Maar liefst dertien jaar na “To Gaius!” keerde Paragon Impure terug aan het black metal-front. Net zoals bij Svartidauði heerste er de onmogelijke taak op de schouders om het debuut te overtreffen, maar ook Noctiz is er met “Sade” glansrijk in geslaagd om met een waardige opvolger te komen, ondanks de ietwat andere sound. De band is ook terug op het live-front actief. Gaat dat zien!
  8. Mare – Ebony tower: Vijftien jaar na haar oprichting bracht deze Noorse band via Terratur haar eerste langspeler uit. Het was het wachten meer dan waard want het beklijvende “Ebony tower” weet de hoogdagen van Mayhem’s “De mysteriis dom sathanas” te doen herleven.
  9. Ultha – The inextricable wandering: We steken onze liefde voor deze Duitsers niet onder stoelen of banken. We hopen bijna stiekem dat songschrijver Ralph Smidt een gekwelde ziel blijft als dit in emotionele platen als “The inextricable wandering” blijft resulteren.
  10. Psychonaut – Unfold the god man: Dit sympathieke Mechelse trio verdient op basis van dit volwaardige debuut om getekend te worden door een label. Wat de heren op “Unfold the god man” laten horen is wereldklasse en ook live imponeert de band van begin tot einde. Platenlabels: u weet wie te tekenen!

Beste EP’s, splits, demo’s 2018

  1. Serpents Lair – Perpetual hunger: Benieuwd welk label deze Denen onder haar hoede gaat nemen nu Fallen Empire Records ermee stopt. Ongelofelijk hoeveel killer releases het Amerikaanse label ons de afgelopen jaren heeft bezorgd. Graag zou ik deze band ook eens op een Belgisch of Nederlands podium willen bewonderen. Concertorganisatoren: u weet wat te doen!
  2. Fluisteraars/Turia – De oord: Alles wat Haeresis Noviomagi uitbrengt lijkt ontegensprekelijk bestemd te zijn voor de eindejaarslijstjes, zo ook deze split met het onnavolgbare Turia en de dromers van Fluisteraars.
  3. Nachtmystium – Resilient: Blake Judd bewijst dat hij ondanks zijn knoert van een drugsverslaving en alle daaraan verbonden perikelen nog steeds in staat is om pakkende black metal te spelen. Gaat hij op het rechte pad blijven of zijn nieuwe kans verbrodden? We shall see…
  4. Witte Wieven/Reiziger – Vlucht: Babylon Doom Cult heeft met deze split twee minder gekende Nederlandse black metal-acts onder de aandacht gebracht. Erg geslaagde collaboratie die in 2019 ook deels naar het Roadburn-podium vertaald zal worden.
  5. Azelisassath – Past times of eternal downfall: Swartadauþuz is een genie. Wie anno 2018 een eerste kennismaking met het black metal-genre dient te krijgen, zou ik gerust deze EP aanraden. Dit is immers hoe het ooit allemaal bedoeld was.
  6. Afvallige – Nevelveld: De beste demo van 2018 die op basis van de kwaliteit zelfs amper als “demomateriaal” bestempeld zou mogen worden. Voor fans van oude Dødheimsgard’s en Zyklon B.
  7. Vilkacis/Turia – Split: Turia duikt hier voor de tweede maal op. Deze keer met het Amerikaanse Vilkacis, geesteskind van Michael Rekevics, niet toevallig ook een muzikale held. Hij bracht dit jaar ook een tweede langspeler uit met Vilkacis. Op deze manier vang ik twee vliegen in één klap want zo kan ik ook het fantastische “Beyond the mortal gate” nog even terug onder de aandacht brengen.
  8. The Secret – Lux tenebris: Ook deze Italiaanse black/sludge/grindcore-band was er enkele jaren tussenuit, maar bewees op “Lux tenebris” haar wilde haren nog niet verloren te hebben. En nu snel een nieuwe langspeler!
  9. Ancient Moon/Prosternatur – Secretum secretorum: Deze split ademt een op en top ritualistisch en occult sfeertje uit. Liefhebbers van het genre moeten deze samenwerking absoluut in huis halen.
  10. ColdWorld – Nostalgia: Georg Börner bracht met zijn ColdWorld gelijktijdig twee EP’s uit. “Interludium” deed me niet zo veel met haar ambient-nummers maar “Nostalgia” had haar naam niet gestolen en katapulteerde me vol verlangen terug naar de jaren negentig black metal-tijden.

Jaarlijst Cas

Zoals voorspeld was 2018 – in tegenstelling tot wat voddenblad Humo beweert – weer een schot in de roos was underground muziek betreft. Release na release kregen we binnen, en het is een verdomd moeilijke klus alles te beluisteren, laat staan te bespreken. De positieve kant aan het verhaal is dat ‘onze’ genres springlevend, of op zijn minst ondood zijn. Al had ik wel gehoopt dat die nieuwe albums van Grifteskymfning,
Misþyrming, Sinmara en Lantlôs ein-de-lijk het daglicht zouden zien. Nuja, dat zou het maken van een lijstje enkel maar moeilijker hebben gemaakt…

Wat demo’s, splits en EP’s betreft heb ik het gevoel er minder te zijn tegengekomen dan voorgaande jaren. Vandaar geen 10, maar 8 releases om al te grote overlap met Jokke te vermijden. Opnieuw hier geldt: voel u vrij me aan te spreken over releases die ik zou kunnen hebben gemist, en in dezelfde ademtocht wil ik even de mensen bedanken die me op onverwachte nieuwe albums hebben gewezen!

Dat gezegd zijnde viel er ook op live gebied vanalles te beleven. Ik gok toch een goeie 100 à 120 optredens bijgewoond te hebben, met inbegrip van een dertigtal waarbij ik iets in de organisatie te brokken had. Hoogtepunt van onze effort om bands een podium te geven is zonder twijfel de passage van het Duitse Ultha te Gent, waarbij we als organisatoren quasi met de mond vol tanden stonden toen we de onverwachts grote opkomst zagen. In 2019 gaan we op dit élan verder want er staan alweer een kleine 20 shows in de startblokken. De titel van ‘optreden van het jaar’ wordt echter zonder twijfel uitgereikt aan Clouds, die met hun trage funeral doom een gerenoveerde kathedraal aandeden. Ook Bell Witch (De Casino) overtuigde. Op Netherlands Deathfest waren we getuige van een magistraal Emperor dat “Anthems to the welkin at dusk” vertolkte, om ons de dag erna onder te laten dompelen in de gitzwarte, kosmische black metal van Darkspace. Naar volgend jaar toe wordt het reikhalzend uitkijken naar de Brusselse hoogmis, georganiseerd door A Thousand Lost Civilizations. Aftellen maar!

Beste song van het jaar

Één song kiezen is verdomd moeilijk, just saying. Het wordt er niet makkelijker op als enkele labels kwaliteitsreleases blijven uitspuwen tot op het eind van het jaar, dus enige vorm van het recency effect kan hier gerust een rol gespeeld hebben. Toch blijft de riff halfweg het nummer “De pest” van op de nagelnieuwe langspeler van Lubbert Das telkens opnieuw beklijven, en is voor mij één van de beste momenten in het gamma van black metal die dit jaar is uitgekomen.

Beste langspelers 2018

  1. Svartidauði – Revelations of the red sword: jaren naar uitgekeken en stelt allerminst teleur. Zij die een nieuwe “Flesch cathedral” hadden verwacht zullen bedrogen uitkomen, maar de IJslanders leveren toch weer een subliem staaltje dissonantie af dat hier nog verdomd veel rondjes zal draaien. En dan dat artwork!
  2. Reverorum Ib Malacht – Im ra distare summum soveris seris vas innoble: Emil Lundin en de zijnen schreven een album dat op het eerste gehoor onluisterbaar is. Op het tweede gehoor verandert daar weinig aan, maar na genoeg luisterbeurten klikte het uiteindelijk, en hoe. De zweden brachten een album uit dat alle grenzen van het black metalgenre aftast, ombuigt, en simpelweg verlegt. Chaos alom, maar het getrainde oor zal toch enkele vernuftige riffs, experimentele drums en de signatuur van Sir N. (Grav, Svartrit, Grifteskymfning etc) herkennen.
  3. Mare – Ebony tower: Nog zo’n band die na jaren stilte eindelijk met nieuw materiaal kwam. Het uit Trondheim afkomstige Mare doet niet aan bullshit, maar aan bezwerende black metal die gestript is tot op de essentie en waarbij een knipoog naar Mayhems “De mysteriis dom sathanas” niet wordt geschuwd.
  4. Unreqvited – Stars wept to the sea: Het brein achter Unreqvited besliste dit jaar niet één, maar wel twee albums uit te brengen waarvan “Stars wept to the sea” overduidelijk een meesterwerk is in de wereld van atmosferische black metal. Naast het gebruik van shoegaze neigen sommige riffs wel eens in de richting van Woods of Desolation, en ook een Agalloch-esque sfeertje wordt niet geschuwd.
  5. Cosmic Church – Täyttymys: Het Finse eenmansproject gaf er dit jaar helaas de brui aan, maar niet zonder een afsluitende noot waar liefhebbers van Kêres, Burzum en Blood Red Fog hun duimen en vingers bij zullen aflikken. Het ijskoude, melancholische gevoel dat de Fin weet neer te planten is fantastisch en wordt gestut door uiterst melodieus gitaarwerk.
  6. Clouds – Dor: als enige release in dit rijtje die niets met black metal te maken heeft kan deze wel tellen. Het internationale funeral doomgezelschap bracht halfweg de herfst een dubbelalbum uit, waarbij gastbijdragen van onder andere Kathrine Shepard (Sylvaine) en Gogo Melone (Aeonian Sorrow) een meerwaarde geven aan een genre dat over het algemeen door diepe grunts (waarvan er overigens ook genoeg zijn) wordt gedomineerd. Een bijzonder donkere trip, die je als luisteraar 2 uur lang gefixeerd houdt.
  7. Mystik – Skalder från urskogens dunkla mystik: zoals Jokke al vermeldde: Swartadauþuz is een genie. Ook met Mystik weet de man weer een potje melodieuze, doch rauwe black metal op ons af te voeren en zoals goede gewoonte is het weer een intense rit van een goed uur geworden. Niks vernieuwend, wel verdomd goed.
  8. Lubbert Das – De plagen: oorspronkelijk had hier Ultha’s nieuwe album gestaan, maar om overlap met Jokke wat te vermijden dan maar de nieuwe Lubbert Das! Nog geen drie dagen oud, en ik blijf er mezelf op betrappen die repeatknop ingeduwd te houden. Een meer dan waardig debuut na twee veelbelovende demo/EP-uitgaves. Naast knipogen richting Turia is het genieten geblazen van een black metal album zonder franjes, waarbij enkel de essentie aanwezig blijft. Riff galore!
  9. Hegemone – We disappear: Een nobele onbekende die me dit jaar werd aanbevolen, en meteen indruk wist te maken met post-black metal waar hier en daar hints richting Amenra, dan weer richting Alcest en Fluisteraars te vinden zijn. Zo goed dat we ze ondertussen maar naar België laten overkomen om dat kunstje live ook eens over te doen.
  10. Voidsphere – To await | to expect: een jaar na “To call | to speak” is daar de opvolger, die niks aan de formule van cosmische, ‘leeg’ klinkende black metal verandert maar deze eerder finetuned. De vocalen lijken vanuit de diepte op te rijzen tussen ijl gitaarspel en kolkende drums door. Het Prava Kollektif heeft met Voidsphere een parel van een band op haar roster staan.

Eervolle vermeldingen: Mahr – AnteluxAcathexis – AcathexisPanphage – Jord, Carpe Noctem – Vitrun, Slidhr – The futile fires of man, Veiled – Black celestial orbs, Taphos – Come ethereal somberness, Carnation – Chapel of abhorrence, Soul Dissolution – Stardust, Knokkelklang – Jeg begraver, Convocation – Scars across, Chaos Invocation – Reaping season, bloodshed beyond, Alrakis – Echoes from eta carinae, Moenen of Xezbeth – Ancient spells of darkness, Solar Temple – Fertile descent

Beste EP’s, splits, demo’s 2018

  1. Azelisassath – Past times of eternal downfall: Meer nieuw werk van Swartadauþuz maakt mij altijd blij, maar als het dan nog eens zo’n belachelijk intens kwartier is is mijn dag telkens goed. To the point black metal die terugblikt op de golden nineties.
  2. Musmahhu – Formulas of rotten death: Meer Swartadauþuz, maar hier spreken we over oerduistere, smerige death metal van de bovenste plank. Denk Grave Miasma, maar vuiler.
  3. Debemur Morti – Servants of chaos II: Ter ere van het vijftienjarig bestaan van het toonaangevende Franse label wordt op deze compilatie nieuw materiaal voorgesteld van onder andere Blut Aus Nord, Behexen, Dødsengel, Slidhr… Ook laat Naas Alcameth (Nightbringer, Akhlys, Bestia Arcana) ons proeven van een nieuw project genaamd Aoratos, en horen we voor het eerst iets van Yerûšelem, een nieuw zijproject van de Blut Aus Nord heren.
  4. Volahn/Xaxamatza – Gods of pandemonium: vanuit de Black Twilight Circle krijgen we twee nieuwe nummers voorgeschoteld die barstensvol blastbeats en scherpe dissonanten zitten. Tien minuten die me los van mijn stoel hebben geblazen.
  5. Mortuus/Serpent Noir – Nyctophilia/Dreaming iblis: deze Noors-Griekse samenwerking ademt een occult en orthodox sfeertje uit. De geniale mid-tempo track van Mortuus werk zeer bezwerend. Serpent Noir moet niet onderdoen wat het uitblazen van een ritualistische grafadem betreft.
  6. Fluisteraars/Turia – De oord: meer dan twee nummers van elk om en bij het kwartier hebben deze Nederlanders niet nodig om te overtuigen. Zoals verwacht krijgen we twee melodieuze, slepende tracks die door hun rauwheid een hypnotiserend sfeertje meekregen. De Nederlandse scene is very much alive en dat mag nog even zo blijven!
  7. RDS-220 – Hell is truth seen too late (Zowel Chapters I & II alsook Chapters III & IV): Vanop eigen bodem kwam RDS-220 uit het niets: een interessant project waarbij de hyperagressieve nummers telkens opgeluisterd worden met een andere vocalist. Onder andere Hans Verbeke (xLiarx – ik draag de oude H8000 scene nog steeds een warm hart toe) en Dehn Sora (Throane) passeren de revue en tillen de nummers naar een hoger niveau dan de simpele structuren van vlijmscherpe riffs en computerblastbeats zouden doen vermoeden.

That’s all folks!

Délirant – Délirant

Het Mystískaos-collectief heeft nog heel wat lekkers voor ons in petto. Zo verschijnt er volgend jaar materiaal van o.a. Kosmikur Hryllingur, Andavald, Gardsghastr, Wormlust (“Hallucinogenesis“), een Wormlust/Skaphe-collaboratie, een Entheogen/Ljain-samenwerking en een gedeeld Mystiskaos/Ancient Records-project. Enkele dagen geleden bezorgde het debuut van Guðveiki ons nog een pandoering van jewelste en op de valreep van 2018 schotelt het label ons ook nog Délirant voor. Hoewel de Franse bandnaam (die “ijlend” betekent) anders doet vermoeden, is de oorsprong van deze éénmansband in Spanje te vinden. Op muzikaal vlak past Délirant perfect binnen de Mystískaos-esthetiek. De vier nummers op dit eerste wapenfeit klinken griezelig beklemmend zonder enkel dissonante geluiden op de luisteraar af te vuren. Er valt immers ook wel wat melodie te bespeuren die leentjebuur lijkt te spelen bij enkele bands van de Portugese Aldebaran-cirkel, hoewel de productie wel beter is (en zeker voor een tape). Bij Délirant draait het om het zoeken van schoonheid in de verschrikkingen van deze wereld. Na een griezelige introductie ontpopt de dertien minuten durende opener zich tot een beest van een black metal-nummer waarin sterk verwrongen vocalen en groezelige melodieën een bedwelmende roes opwekken. De maniakale ijle uithalen doorprikken meermaals je trommelvliezen en repetitieve hallucinogene riffcocktails bezorgen je een draaierig gevoel. Omineuze orgelklanken bezorgen het geheel nog een extra naargeestig randje terwijl de ijzingwekkende krijsen van D.B. het nummer in een horroreske opera omtoveren. Het tweede nummer is compacter van structuur en opzet en bevat slepende leads die je langs alle kanten omsingelen, maar gunt je ook enkele rustmomenten om even naar adem te happen. Het duizelingwekkende delirium dat in het derde nummer volgt is immers imposant. De rollercoaster aan benevelingen die zich van je meester maken wordt opnieuw onderbroken door een duivelse hoogmis van orgelklanken waarna onmenselijke uithalen heen en weer flitsen als bliksemschichten bij een zomers onweer. In het laatste nummer zakt het tempo en waaieren de ziekelijk makende klanken breed uit. D.B. kan het echter niet laten om er op het einde toch nog een spurtje uit te trekken. Na vijfendertig minuten gaat het licht in onze bovenkamer onherroepelijk uit. Wat past die bandnaam perfect bij deze auditieve koortsaanval zeg.

JOKKE: 85/100

Délirant – Délirant (Mystískaos 2018)
1. Délirant I
2. Délirant II
3. Délirant III
4. Délirant IV

Stilla – De wil om voorbij de grenzen van de menselijke perceptie te kijken

Het Zweedse Stilla bracht reeds drie langspelers uit die lieten horen dat de band de kneepjes van het Scandinavische black metal-ambacht goed onder de knie heeft, hoewel deze albums me nooit écht van mijn sokken bliezen zoals de klassiekers dat deden. Met het nagelnieuwe “Synviljor” komen de Zweden echter héél dicht in de buurt. De nostalgische zielen onder ons zullen dan ook heel wat plezier beleven aan de zeven nieuwe nummers die Stilla ons op haar nieuwe plaat voorschotelt. Ik besloot gitarist/keyboardspeler en songschrijver Pär eens aan de tand te voelen omtrent zijn band. (JOKKE)

Dag Pär. Eerst en vooral gefeliciteerd met jullie vierde album “Synviljor“. Als iemand me zou vragen of er recente platen zijn die perfect het geluid en het gevoel van jaren ’90 Scandinavische black metal doen herleven, zou ik absoluut jullie nieuwe langspeler aanbevelen. Kan je zelf enkele nieuwere releases aangeven die jou hetzelfde gevoel geven?
Dank u. De enige black metal-plaat in de aard van Stilla die dit jaar uitkwam en die ik écht de moeite vond is “Blant svarte graner” van Djevel. Ik luister niet zo heel veel naar nieuwe muziek eerlijk gezegd.

Maar er zijn toch nog wel enkele andere toppers uit 2018 die je ons kan aanraden, niet?
Tuurlijk. “Love in shadow” van Sumac, “Origins” van Our Solar System, “The will to burn” van Scraps of Tape, “Svedjeland” van Svederna, “The blue hour” van Suede, “I” van VoidEater, de self-titled plaat van Dagny I Forsen, “Natt o dag” van Me And My Kites en “Cenotaph obscure” van Obliteration. En ook de demo van Völva.

Na het herbeluisteren van de vorige Stilla-platen lijkt het alsof “Synviljor” minder folkelementen bevat en minder progressief van opzet is. Was het een bewuste keuze om een meer rechttoe-rechtaan (maar nog steeds niet easy listening) atmosferisch en symfonisch black metal-album te schrijven met meer nadruk op keyboards?
Neen, er was nooit enige intentie om iets in een nieuwe stijl of richting te schrijven. Stilla’s muziek ontstaat zoals het onbewust bedoeld is. Ik schrijf de skeletten van de nummers en daarna wijzigen sommige stukjes nog tijdens het inoefenen en opnemen. Misschien lijkt het alsof er meer keyboards aanwezig zijn doordat we nu een Roland RS-09 gebruikten in plaats van een mellotron, ik weet het niet.

Jullie voornaamste invloeden komen van bands zoals oude Ulver, Ved Buens Ende, oude Arcturus, oude Borknagar en Tulus. Deze zijn nog wel terug te horen in het openingsnummer “Frälsefrosten” dat tevens een mooi Wardruna-achtig einde heeft. De andere songs klinken qua riffs en atmosfeer echter meer als de oudste Satyricon-platen, oude Gehenna wat betreft de symfonische elementen en The Deathtrip op gebied van vocalen. Bovendien doet ook de sound van de drums en gitaren me erg denken aan de platen die in de Grieghallen Studios opgenomen werden. Hebben jullie nog steeds dezelfde invloeden als op jullie debuut en welke andere zaken inspireren je bij het schrijven van muziek?
Onze invloeden zijn niet echt gewijzigd doorheen de jaren. Ik blijf vastzitten in de jaren ’90 sound en wil dat ook niet veranderen. Ik hou echt van platen die een persoonlijke touch hebben en die klinken alsof ze in een kleine lokale studio opgenomen zijn en niet té perfect zijn. Ik probeerde één van de gitaren te mixen zoals op “Dark medieval times” maar aangezien ik geen idee had van het materiaal dat ze toen gebruikten, draaide dit anders, (maar nog steeds goed) uit. Het Satyricon-debuut is een perfecte plaat wat mij betreft, niet alleen qua sound maar bijna alle nummers benaderen ook de perfectie. Naast alle black metal die ik mijn leven geabsorbeerd heb, haal ik ook veel inspiratie uit de zogenaamde school van Berlijn met bands zoals Tangerine Dream. Deze band weet een gevoel van eenzaamheid en wereldvreemdheid op te wekken waar ik heel erg van hou. Verder put ik ook veel ideeën uit de natuur en oude boeken en films.

De Zweedse albumtitel “Synviljor” kan grofweg vertaald worden als een ‘optische illusie’, correct?
Niet helemaal, aangezien we de tweede ‘l’ in het woord ‘synvillor’ vervingen door een ‘j’. De bedoeling is echter wel de luisteraar enerzijds te doen nadenken over optische illusies maar anderzijds is er ook de betekenis van ‘de wil om iets te zien’: de wil om voorbij de grenzen van de menselijke perceptie te kijken.

Ik vind het artwork van H. Larsson van Solfjáll Design erg geslaagd aangezien het de koude, melancholische en sombere sfeer van jullie muziek perfect weet te vertalen in één beeld. Op de cover zien we een met sneeuw bedekt winterlandschap met een bos en een demonisch kijkend noorderlicht. Hoewel ik al enkele trips naar Noorwegen, Zweden en IJsland heb ondernomen, heb ik aurora borealis spijtig genoeg nog nooit in levende lijve mogen aanschouwen. Herinner jij je nog de eerste keer dat je het noorderlicht zag en welke gevoelens gingen er toen door jou heen?
Tuurlijk! Dat was op een oudejaarsavond in Lapland. Het was -30° C, er lag immens veel sneeuw en ik maakte een nachtelijke boswandeling. De lucht leek veel dieper te zijn dan enkel een soort van dak zoals het kan lijken wanneer je omgeven bent door artificieel licht. Het noorderlicht is iets dat je moet ondergaan en ervaren en valt niet echt in woorden te omschrijven.

Ik vind dat black metal die in de moedertaal gezongen wordt altijd echter en authentieker overkomt dan wanneer voor het Engels gekozen wordt. De uitspraak en klank van een woord zoals ‘mörk‘ bezorgt me elke keer opnieuw rillingen. Uit eigen ervaring weet ik dat wanneer je in je moedertaal schrijft je steeds de neiging hebt om bepaalde woorden te gebruiken die je cool vind klinken of die veel betekenissen kunnen hebben. Heb jij een favoriet Zweeds woord dat je veel gebruikt tijdens het schrijven van teksten?
Ik gebruik regelmatig het woord ‘skugga‘ wat ‘schaduw’ betekent. Ik hou van de betekenis van een schaduw zowel op de Jungiaanse manier waarin die slaat op het deel van het onbewuste, bestaande uit verdrongen zwakheden, tekortkomingen en instincten, maar ook op diens concrete betekenis van een plaats waar geen zon komt en van wat zich daar allemaal afspeelt.

Wat is je favoriete tekstregel op de nieuwe plaat?
Dat is ongetwijfeld onderstaande:
“Han som alltid skall blåsa I hornet
Alltid på fel ställe och alltid falskt det tjuta
Han som Gud har gett upp”

“He who will always blow the horn
always in the wrong place and always out of tune
He who God abandoned”

De tekstregel komt uit het nummer “Den kusligaste av gäster” (“The most eerie guest“) en beschrijft simpel gezegd het gevoel waarbij je beseft dat je slechts een bezoeker bent in deze wereld.

Driekwart van de Stilla line-up speelt ook in de experimentele black metal-band Bergraven die in 2002 werd opgericht. Stilla ontstond pas later in 2011. Waren er verlangens of wensen die Bergraven niet kon invullen/vervullen?
Neen, ik zou eerder zeggen dat Stilla werd opgericht als focus op slechts één of enkele elementen uit de Bergraven-sound in plaats van een volledige vrijheid qua stijl of gemoedstoestand. Stilla draait om wat ik vind dat er mankeert in de huidige black metal-scene en de manier waarop ik ertoe kan bijdragen. Bergraven is een compleet ander verhaal, maar overlapt soms wel met wat ik met Stilla doe.

Jullie werkten van in het begin samen met Nordvis Produktion wat logisch is aangezien labeleigenaar Andreas Petterson jullie zanger is. Zouden jullie ook met het label willen werken indien Andreas geen deel van Stilla uitmaakte?
Ja! Ik ken hem al zo lang dat ik me amper kan voorstellen dat ik hem nu een demo zou moeten opsturen. Hij heeft al fantastische dingen gedaan sinds hij het label oprichtte en voor Stilla is het een enorm voordeel te kunnen doen wat we zelf willen.

Stilla ziet me er een band uit die erg oprecht omgaat met alles wat ze doet en niets te maken heeft met de typische black metal-clichés zoals pinnenbanden, lederen pakjes en de satanische aanpak van het genre. Dit in tegenstelling tot een band als Armagedda waar jullie zanger Andreas Petterson deel van uitmaakte. Hoewel black metal deels gaat over persoonlijke vrijheid en het bewandelen van je eigen pad, kan een deel van de scene gerust als purist beschouwd worden op vlak van visualisatie, sound, looks en de thematiek. Wat is jouw mening over de hedendaagse orthodoxe/occulte stroming die enorm populair is?
Ik wil hier niet dieper op ingaan aangezien ik niet denk dat mijn mening van belang is voor iemand anders. Ik ben zelfs niet zeker of ik hier wel een mening over heb. Iedereen wil andere dingen en ik denk niet veel na over de keuzes of voorkeur van anderen. Het enige wat ik hierover wil zeggen is dat ik het spijtig vind hoe sommige bands hun focus en richting gaandeweg veranderd hebben, hoewel dat dus hun volste recht is.

De bandleden leven ver verspreid over Zweden waardoor het me niet evident lijkt om samen te komen voor repetities of concerten. Is er een moment in het creatieve proces waarop jullie alle vier in dezelfde ruimte aanwezig zijn? Mis je nooit een écht bandgevoel dat ontstaat door regelmatig samen te komen?
De laatste keer dat we allemaal tezamen waren was tijdens de opnames van “Synviljor“. We verbleven tien dagen in een hut in de bossen om te repeteren en op te nemen. De geest van Stilla zit ‘m in de platen en we zijn niet in de mogelijkheid om frequenter samen te komen. We spelen allemaal in andere bands die onze behoefte om te repeteren en op te treden vervullen.

Welke vraag zou je zelf aan Stilla willen stellen als je een fan zou zijn in plaats van een bandlid?
Ik zou willen weten waarom Stilla geen twee albums per jaar uitbrengt maar het eenvoudige antwoord is tijdsgebrek.

Guðveiki – Vængför

De Amerikaanse duizendpoot Alex Poole is een muzikale held. En de IJslandse H.V Lyngdal is eveneens een muzikaal genie. Alex was een groot liefhebber van H.V.’s Wormlust en kwam zo in contact met de IJslander wat resulteerde in botergeile samenwerkingen in o.a. Martröð en Skáphe, maar beide heren richtten ook het creatieve collectief/platenlabel Mystískaos op. Eén van de nieuwe releases die het label nu op ons loslaat is “Vængför“, het debuut van Guðveiki, een project waarin beide heren mekaar terugvinden maar waar ook de broertjes Jackson en Steven Blackburn (Chaos Moon, Entheogen) en de IJslander Þórður Indriði (Endalok, Naught) aan meewerkten. In de zes songs die dit onding telt, herkennen we ontegensprekelijk de inbreng van zowel Alex en H.V. Lyngdal. “Vængför” staat immers barstensvol technische, apocalyptische en desoriënterende extreme black en death metal die ongeoefende oortjes hoogstwaarschijnlijk als een kakofonie zullen bestempelen, maar die voor de liefhebbers van eerder vernoemde bands orgastisch in de oren zal klinken. Want hoewel we alle kanten uitgeslingerd worden, is dit strak uitgevoerde en georkestreerde chaos van de bovenste plank. “Vængför” is zo’n plaat waar je de nummers niet afzonderlijk moet bespreken maar die je als één geheel dient te inhaleren. De laaggestemde gitaren creëren zware maalstromen die op je onderbuik inbeuken en je maag doen omkeren. Over deze onderstroom aan nerveuze vibraties glooien hypnotiserende gitaarleads die kosmische echo’s opwekken, terwijl het gezwinde, progressieve drumwerk van meestderdrummer Jack Blackburn de boel strak bij mekaar houdt en van de nodige pulsen en blast-opstoten voorziet. Voeg hierbij nog H.V.’s enigmatische vocalen die je vanuit de afgrond mee zuigen en je hebt alle ingrediënten voor een katalytische en hallucinogene trip. Nog even meegeven dat de mix in handen was van Swartadauþuz (Afgrundsmysticism Studio), nog zo’n held! Het knappe artwork van Ikonostasis maakt het plaatje af. Dit debuut heeft de voorbije dagen heel wat rondjes gedraaid en zal nog heel wat luisterbeurten vragen alvorens volledig doorgrond te kunnen worden. Indien “Vængför” vroeger op het jaar was verschenen, had er dan misschien ook wel een jaarlijstnotering ingezeten. De LP-versie van deze magnifieke plaat wordt één van de laatste doodsreutels van het in palliatieve staat verkerende Fallen Empire Records. Doodzonde.

JOKKE: 86/100

Guðveiki – Vængför (Mystískaos/Fallen Empire Records 2018)
1. Fóstureyðing stjarna
2. Blóðhunang
3. Hin endalausa
4. Vængför
5. Gullveigar sverðsins
6. Undan stormi eiturtára

Acathexis – Acathexis

Fallen Empire Records is stervende, en met haar laatste ademtocht blies het label op tweede kerstdag 4 nieuwe releases onze richting uit, die we hier bij Addergebroed niet links kunnen laten liggen. Op de bewuste dag hadden we het nog over Lubbert Das, vandaag valt de eer aan Acathexis, die een eerste echte teken van leven geven. Het gezelschap overstijgt niet enkel de landsgrenzen, maar we vinden de drie leden over evenzoveel continenten terug. Gitaar- en baswerk krijgen we voornamelijk geserveerd door onze landgenoot Déhà (Imber Luminis, Slow, Aurora Borealis, Yhdarl,…), die ons hier één van zijn beste werken tot nu toe voorschotelt. De scherpe, furieuze drums worden dan weer aangeleverd door de Amerikaan Jacob Buczarski, het meesterbrein achter Mare Cognitum en over wie we later meer te vertellen hebben. Om het trio compleet te maken schreeuwt Dany Tee het boeltje zeer overtuigend bij elkaar, waarbij hij striemende, uitgerekte screams met gorgelende maar heldere grunts combineert. Voor zij die hem niet kennen, de Argentijn maakte eerder lid uit van Seelenmord en heeft zangprestaties op zijn naam staan bij onder andere Downfall of Nur en het dit jaar ter ziele gegane (en eveneens Belgische) Ter Ziele. “Acathexis” is een dwarsdoorsnede van de stijlen van de drie muzikanten: waar de vocalist en Déhà voornamelijk repetitieve, slepende muziek uitbrachten wordt die verder uitgediept en slagen ze erin meer dynamiek te creëren dan hun eerdere projecten uitstraalden, dit alles ondersteund door Buczarski’s strakke drumsalvo’s en zijn dito gevoel voor dramatiek, daar een vergelijking met Mare Cognitum niet zelden steek houdt. Acathexis werkt volgens een eb- en vloedstructuur maar blijft bijzonder interessant, waarbij de stevige maar ijzige gitaarsound de plaats in de spotlight terecht opeist. De groep schept geen grote spanningsbogen maar stevent onbevreesd af op beklijvende crescendo’s zoals we te horen krijgen op “Veins hollowed”, de track die meteen de eer van beste nummer op het album wegkaapt. Hoewel Acathexis binnen de psychoanalyse een staat beschrijft waarin normaal verwachte emoties afwezig blijven en de helder gemixte sound bijzonder koud klinkt, weet het album toch een gevoelige snaar te raken. Je wordt als luisteraar meegesleept en het album blijft even aan je lijf plakken.  Fallen Empire mag dan op sterven na dood zijn, het label weet net voor de eindmeet van het jaar enkele zeer interessante releases uit te spuwen. Acathexis’ debuut met dezelfde naam blijkt een terechte toevoeging aan het lijstje te zijn!

CAS: 87/100

Acathexis – Acathexis (Fallen Empire Records 2018)
1. Immurement
2. Life only Festers
3. Veins hollowed
4. Stillborn // Isolate

Serpent Column – Invicta

Dat mevrouw Maya en meneer Theophilos geschiedenisliefhebbers zijn werd vorig jaar duidelijk middels het eerste wapenfeit “Ornuthi thalassa” van hun band Serpent Column. De bandnaam verwijst naar de onthoofde slangenzuil van Plataeae die in de hippodroom van Constantinopel in Istanbul te bezichtigen valt. Het coverartwork en de teksten van het debuut zullen op menig National Geographic-nerd hetzelfde effect gehad hebben als een Playboy op een geile puber. Het Amerikaanse duo keert een jaar na het debuut al terug met een EP, die toch op een mooi half uur afklokt (het debuut duurde slechts zes minuten langer). De drie lange nummers hebben “Invicta” als overkoepelende titel meegekregen. Dit Latijns woord betekent zoveel als “onoverwinnelijk” en op de hoes prijkt een schilderij van Aphrodite, in de Griekse mythologie de godin van onder andere de liefde, de schoonheid, de seksualiteit en de vruchtbaarheid. Maar sommigen beschouwen haar ook als de godin van het evenwicht, terwijl Serpent Column in haar ook een symbool voor de ‘dualiteit van het zijn’ ziet. Net zoals op het debuut zwermt de muzikale output van het duo alle kanten uit waarbij mijn zenuwsysteem regelmatig op de proef gesteld wordt. De drie nummers zijn negentig percent instrumentaal maar er gebeurt zodanig veel, dat je je niet snel zal vervelen. Kans is wel groot dat je hier na een stresserende werkdag aan onderdoor gaat want dit is hyperkinetisch spul van de bovenste plank en alles behalve rustgevend, behalve dan het middenstuk van “Aedis invia” en enkele rustpauzes in de veertien minuten durende opener “Asphodel“. Serpent Column vaart in de instrumentale stukken op een woest kolkende zee aan ADHD-post- en math-rock golven en het is pas wanneer Maya haar krijsende schuur opentrekt dat er black metal-invloeden opborrelen uit deze draaikolk. Voor mij persoonlijk springt Serpent Column op “Invicta” te veel van de hak op de tak wat toch net iets minder het geval was op het debuut, hoewel dat ook absoluut geen easy listening-geval was. Bovendien is de sound heel iel en beviel de diepere zang van de langspeler me ook beter, hoewel de vocalen nu dus wel tot een minimum herleid zijn. Het instrumentale ietwat thrashy “Decursio” klinkt bij momenten als een overstuurde Absu on speed en weet me het meest te overtuigen. Een hele uitdaging voor wie dit plaatje wil doorgronden. Liefhebbers van een band als Krallice moeten Serpent Column toch eens uitchecken.

JOKKE: 70/100

Serpent Column – Invicta (Fallen Empire Records 2018)
1. Asphodel
2. Decursio
3. Aedis invia

Mortuus/Serpent Noir – Split

Enkele maanden geleden verscheen een interessante 7 inch split die ik u toch niet wil onthouden. Zoals iedereen ondertussen wel weet is het met Daemon Worship Productions niet zo goed afgelopen. Heel wat bands zijn dan ook in de zak gezet door het label en enkele releases zijn in de vergetelheid geraakt. Het plan was dat er op een bepaald moment een labelcompilatie zou verschijnen, maar dat is nooit waar geworden. Links en rechts zijn al enkele van die songs opgedoken en ook op deze split prijken twee nummers die voor de verzamelaar bestemd waren: ééntje van Mortuus en ééntje van Serpent Noir. Beide songs werden door Abigor’s TT uit de compilatie geselecteerd en middels World Terror Committee uitgebracht. Het Zweedse Mortuus staat gekend voor haar slepende black die een penetrante grafgeur uitademt. En dat is op “Nyctophilia” niet anders. Je hoort zelfs wat invloeden van Thorns ten tijde van diens legendarische “Trøndertun“-tape uit 1992 terug. Ook de Grieken van Serpent Noir brengen geen blastfestijn met “Dreaming iblis“. Een dromerige ietwat sensuele atmosfeer kronkelt zich doorheen de occulte akkoorden en ritmes, maar het nummer klinkt toch wat ruwer dan wat we op diens laatste plaat “Erotomysticism” voorgeschoteld kregen. Interessante split voor de liefhebbers.

JOKKE: 82/100 (Mortuus: 82/100 – Serpent Noir: 82/100)

Mortuus/Serpent Noir – Split (World Terror Committee 2018)
1. Mortuus – Nyctophilia
2. Serpent Noir – Dreaming iblis