Maand: januari 2019

Funereal Presence – Achatius

Halfweg de eerste luisterbeurt van “Achatius”, het nieuwe tweede album van Funereal Presence, bekroop me het gevoel dat dit wel een heuse Negative Plane-vibe had. Na verificatie op Metal Archives bleek dit geen foute veronderstelling te zijn aangezien Bestial Devotion, het heerschap dat op deze plaat alle instrumenten, zang en overige toeters en bellen voor zijn rekening neemt, als drummer actief is bij deze geniale band. Voor wie Negative Plane onbekend terrein is en zich afvraagt hoe Funereal Presence klinkt, haal ik er een quote van Bestial Devotion bij: “I do the music that no one does for me anymore“. Deze woorden vatten “Achatius” goed samen. De plaat klinkt immers als een vergeten pareltje uit eind jaren ’80/begin jaren ’90, zonder echter gedateerd te klinken want op de één of andere manier blijft deze benadering van black metal tijdloos klinken. Net zoals op het uit 2014 stammende debuut “The archer takes aim” bevat de nieuwe plaat vier lange nummers die een 48 minuten durende pure fucking black metal-trip vormen. Funereal Presence haalt haar inspiratie uit de woeste en koude sound van de allervroegste black metal-beweging maar voegt daar ook een grote “fuck off”-attitude aan toe door allerhande onconventionele zaken in haar geluid te verwerken zoals een koebel (blijft zo’n wijs geluid!), diverse orgelklanken en klassieke/barokke songstructuren. Vooral in het prijsbeest “Wherein a messenger of the devil appears“ zijn deze opvallende inkleuringen een schot in de roos. Het catchy klokkenspelmelodietje zindert immers nog uren na in je onderbewustzijn. De bewust gekozen ruwe en ongepolijste productie evenals de klankkleur van de zang en het opduiken van chaotische gitaarsolo’s zijn elementen die verwijzen naar Negative Plane maar op gebied van het incorporeren van heel wat klassieke heavy metal-riffs en de verhalende structuur van de lange epische nummers, weet Funereal Presence zich haar bestaansrecht toch te rechtvaardigen. Wel moet gezegd worden dat op de tweede helft van de plaat de inspiratie wat weggeëbd lijkt want die is niet zo sterk als de eerste twee nummers. Nu zijn er wel meer solo-projecten die last hebben van het feit dat er geen extra klankbord aanwezig is om slechte ideeën weg te filteren of om suggesties aan te brengen qua verbeteringen, maar de bevlogenheid van de multi-instrumentalist, die zowel de drums als snaarinstrumenten zeer goed beheerst, maakt hier veel goed. “Achatius” is een dikke middelvinger naar alle bands die hun roots verloochenen, de weg van de commercie bewandelen of op de kar springen van wat er op een bepaald moment trendy is in de scene. 

JOKKE: 84/100

Funereal Presence – Achatius (Sepulchral Voice Records 2019)
1. Wherein Achatius is awakened and called upon                          
2. Wherein a messenger of the devil appears                    
3. Wherein seven celestial beasts are revealed to him                   
4. Wherein Achatius is flogged to the hills of violation

Blurr Thrower – Les avatars du vide

Tijdje geleden alweer dat hier nog eens iets van Les Acteurs de l’Ombre Productions passeerde. Hun nieuwste telg heet Blurr Thrower en het betreft hier een éénmansproject. In juli 2018 zag een eerste EP “Les avatars du vide” het digitale levenslicht, maar het Franse label brengt het onding nu ook fysiek uit. Het bestaansrecht van de band wordt gevoed door de angstaanvallen, hallucinaties en het isolement van de Parijzenaar die achter dit creatuur schuilgaat. Hij beschouwt Blurr Thrower in dit geval niet als een cathartische ervaring maar eerder als een neurose. De muzikant zijn psychische stoornis manifesteert zich in de vorm van lang uitgesponnen atmosferische black metal, waarbij de mosterd vooral gehaald werd bij Amerikaanse bands zoals Weakling, Ash Borer en Fell Voices en bij stijl- en landgenoten Paramnesia, Cepheide en Time Lurker. Vermits het vooral rond die eerste bands verdacht lang stil blijft, was een Cascadian style plaatje nog wel eens welgekomen. De occulte thematiek – hoewel ik daar bij het lezen van de Franse teksten niet veel van merkte – is echter niet zo veel voorkomend binnen deze stijl maar ligt dan wel weer in lijn met veel grondleggers en grootheden van de Franse black metal-scene. Ondanks het kalme cleane repetitieve openingsriffje van “Par-delà les aubes” gaan de drums meteen in blast-modus. Hierbij valt wel meteen de nogal dunne, droge en erg kort klinkende snaresound op. Wat meer galm had het drumgeluid meer ruimte gegeven en een upgrade van hi-hats en cymbalen had ook geen kwaad gekund. De gitaar begint rond de 2:30 grens naar de distorted kant over te hellen, wat voor een kolossale track van negentien minuten dus best meevalt als inleidende passage. Doorheen het lange nummer wordt regelmatig afgewisseld tussen introverte passages en uitbarstingen waarbij de blasts en schurende riffs lange tijd hetzelfde patroon aanhouden. Subtiele ondergrondse laagjes – ik ben niet zeker of deze via een keyboard of gitaar opgewekt worden – zorgen voor een hypnotiserend karakter waarover gekwelde vocalen hun angsten bezingen. Iets voorbij de dertien minutengrens en na een passage vol groots klinkende post-rock riffs, gaat Blurr Thrower in overdrive en horen we ook iets van een Turia doorschemeren. Tijdens deze manische ketelherrie klinkt Blurr Thrower op haar best. Na de storm valt de stilte terug in en ben ik verbaasd dat die eerste ellenlange song er toch al opzit. “Silences” moet qua speelduur echter niet onderdoen voor de opener en de titel zet je meteen al op het verkeerde been, want we krijgen à la minute een zwartmetalen pandoering om de oren. De drive zit er goed in en de zoemende riffs wiegen je stilaan in een trance waarbij de vloedpassages zich betrekkelijk weinig terugtrekken. Blurr Thrower is een veelbelovende nieuwe speler in de schemerzone van een genre dat wat op zijn retour is. De substroming een heus tweede leven inblazen is echter nog iets te hoog gegrepen. Daarvoor had de sound nog wel wat rauwer en bijtender moeten zijn. We zullen dus op één van de Amerikaanse vaandeldragers van de “Cascadian” sound – al dan niet woonachtig in deze geografische regio – moeten wachten voor een échte heropleving.

JOKKE: 79/100

Blurr Thrower – Les avatars du vide (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Par-delà les aubes
2. Silences

Heinous – Demo I

De nieuwe extreme metal-bands blijven de laatste tijd als paddenstoelen uit de Belgische ondergrond schieten en daar zijn we natuurlijk heel blij mee. Het vrij jonge Medieval Prophecy Records heeft een groot aandeel in het opsporen van dit subterraan talent. Het cassettelabel bracht reeds demo’s uit van Forbidden Temple en Moenen Of Xezbeth en nu is het de beurt aan het mysterieuze Heinous. Mysterieus omdat het gissen is naar de identiteit van deze snoodaards, hoewel ik een vermoeden heb dat de origine van deze band in ons “hell hole” ligt. Heinous speelt black metal in zijn puurste vorm waarbij een band als Paragon Impure ten tijde van diens opus magnum “To Gaius!” niet veraf is. Maar ook de eerste releases van Nidrosian black metal-bands als Dark Sonority en Kaosritual of ons eigenste Possession schijnen in deze vier heftige nummers door. Het tempo van de scheurende en opzwepende black ligt hoog, enkel in “Disciple of Satan” wordt er even wat gas terug genomen en horen we Finse invloeden van bands als Sargeist terug. Dit is twintig minuten lang no nonsense ketelmuziek van de zwartste soort. Wel niet vergeten om voldoende variatie in te bouwen in de nummers jongens. Voor de rest dienen hier niet veel woorden aan vuil gemaakt te maken. Probeer gewoon een exemplaar te scoren.

JOKKE: 78/100

Heinous – Demo I (Medieval Prophecy Records 2019)
1. Thirteen thousand knights
2. Unholy pyre
3. Heinous majesty
4. Disciple of Satan

Marche Funèbre – Death wish woman

Het is ervan gekomen. Ondanks het feit dat ons meest succesvolle exportproduct op gebied van doom metal vorig jaar tien kaarsjes mocht uitblazen, is Marche Funèbre in het verleden nog niet op Addergebroed gepasseerd. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik de laatste jaren eigenlijk nog maar bitter weinig naar doom luisterde vergeleken met mijn twintiger jaren. Bovendien zag ik de Mechelaars in het begin van hun carrière een paar keer aan het werk en dat wist me nooit volledig te raken. Reden hiervoor was onder andere de heldere zang van frontman Arne Vandenhoeck die niet altijd wist te overtuigen. De drie platen die de band de afgelopen jaren uitbracht, passeerden mij dan ook zo goed als volledig. Ik had echter horen vallen dat de EP die in oktober vorig jaar uitgebracht werd wat steviger van leer trok, dus besloot ik het kleinood de voorbije dagen toch maar eens een kans te geven. In opener “Broken wings” maakt Arne meteen een statement met zijn diepe grunts en hogere screams en als even later de muziek ook wat steviger wordt, horen we uitstekende death/doom waarbij echter ook wel wat “Damned in black“-era Immortal-momentjes passeren en ook de meest recente Metallica hoor ik in de riffs terug. Er volgen nog mooie melodieuze leads en een pakkend einde inclusief cleane vocalen maakt van deze track een sterke opener. In het titelnummer wordt het tempo hoger gestuwd en denderen de dubbele basdrums van Dennis Lefebvure lustig voort. De strot van de frontman weet opnieuw te overtuigen, zowel in de zwaardere regionen als zijn hoge heldere zang die wat aan Franky DSVD van Channel Zero doet denken. Opnieuw passeert een venijnige black metal-passage en de gitaristen Peter Egbergs en Kurt Blommé riffen naar hartelust, maar ook bassist Boris Iolis eist zijn momentum naar het einde toe op. Met “A departing guest” zakt het tempo voor het eerst naar de échte doomregionen en dat vertaalt zich ook naar een speelduur van meer dan twaalf minuten. Het kwintet musiceert echter dynamisch zodat de verveling niet toeslaat hoewel de break vier minuten voor het einde wat abrupt aanvoelt. Het My Dying Bride-worship kan in deze song moeilijk onder kerkstoelen of banken gestoken worden, maar bijna elke doomband is natuurlijk schatplichtig aan het Engelse doominstituut. Als toetje krijgen we nog een ode aan Paradise Lost, die andere Engelse grootmeesters van het genre, middels een cover van diens “As I die“. “Death wish woman” is een meer dan uitstekende EP waarop vooral zanger Arne laat horen heel wat progressie gemaakt te hebben. Tenslotte nog een extra pluim voor de heldere doch knallende sound waarvoor Markus Stock (Empyrium, The Vision Bleak) met zijn Klangschmiede Studio optekende. Marche Funèbre heeft me serieus overdonderd met deze EP. Beter laat dan nooit heren!

JOKKE: 85/100

Marche Funèbre – Death wish woman (GrimmDistribution/Cimmerian Shades Recordings 2018)
1. Broken wings
2. Death wish woman
3. A departing guest
4. As I die (Paradise Lost cover)

Ondfødt – Dödsrikets kallelse

Bij Immortal Frost Productions lijken ze een voorliefde te hebben voor de Finse black metal-scene. Onder de getekenden van het Belgische label treffen we onder andere Azaghal, Hautakammio, Oath en Ondfødt aan. Die laatste brengt vijf jaar na haar debuut langspeler “Hexkonst” een tweede album uit. De tien nieuwe nummers en intro die op “Dödsrikets kallelse” prijken worden er in vijfendertig minuten doorgejaagd. Ondanks de korte en bondige speelduur van de nummers valt er nochtans de nodige afwisseling te beleven in de Finse black die we voorgeschoteld krijgen. In songs als “Den sanna“, “Tidin e komi” en het met heerlijk venijnige riffs doordrenkte “Nerdreji i mörkri” willen de heren Owe Inborr en Jusso Englund laten zien dat ze als geen ander kunnen raggen en blazen en wanneer het in “Fri från slaveri” de black ’n roll tour opgaat en we meermaals aangespoord worden het woordje “satan” mee te kelen, moet ik soms aan de Deense collega’s van Horned Almighty denken. Maar het duo voelt zich niet te stoer om af en toe ook heerlijke melodieën op de luisteraar af te vuren of wat gas terug te nemen zoals in “No ere jo Satan“, waarin we ook een bijdrage horen van Finntroll zanger Mathias “Vreth” Lillmåns, en het melancholische “Födömd i evihejt“. Het vrij toegankelijke en van pakkende melodieuze leads voorziene “Midnatt” is met haar vijf minuten de langste song van de plaat en samen met het vurige “Nerdreji i mörkri” het beste wat “Dödsrikets kallelse” te bieden heeft. In “Dödens dröm” doen akoestische gitaren en grootse meeslepende leads de (gemoeds-)rust terugkeren om tenslotte via een cover van het voor mij ongekende Hämys nog éénmaal op die typisch Finse meezingbare manier terug te keren. Geen idee waar “Dödsrikets kallelse” ingeblikt werd, maar de plaat klinkt als een klok waardoor de gure riffs extra hard in je vel snijden. En ook de pompende basnoten weten zich goed doorheen de massieve riffmuur te wringen. Dikke duim omhoog voor Ondfødt.

JOKKE: 85/100

Ondfødt – Dödsrikets kallelse (Immortal Frost Productions 2019)
1. Intro
2. Den sanna
3. Fri från slaveri
4. Tidin e komi
5. No ere jo Satan
6. Nerdreji i mörkri
7. Den sista färden
8. Födömd i evihejt
9. Midnatt
10. Dödens dröm
11. Kun minä kuolen (Hämys cover)

Blue Hummingbird On The Left – Atl Tlachinolli

De in Zuid-Californië actief zijnde Black Twilight Circle zal de meeste Addergebroed-lezers ondertussen wel niet meer onbekend in de oren klinken. Dit zootje muzikanten onder leiding van Eduardo Ramírez en gelinkt aan diens Crepúsculo Negro-label spreekt tot de verbeelding van menig extreem muziekliefhebber. De teksten en de muziek van veel bands uit deze kliek is doordrongen van de Azteken (Mexica)-cultuur. Eén van de beste compilaties van BTC-bands verscheen in 2016 onder de noemer “Desert dances and serpent songs” en bevatte bijdrages van Volahn, Shataan, Arizmenda en Kallathon. Die laatste bracht vorig jaar een split uit met Blue Hummingbird On The Left wat de Engelse naam is van de Azteekse god Huitzilopochtli. Negen jaar na haar oprichting brengt die laatste onder de naam “Atl Tlachinolli” nu haar debuut uit. Nu is Blue Hummingbird On The Left niet meteen mijn favoriete band uit de BTC-stal, maar toch mag deze langspeler er zijn. Voor mij persoonlijk heeft de met thrash-metal geïnfuseerde black van het kwartet soms te veel war metal-trekjes waarbij het eentonig hakkend drumspel van drummer/gitarist Yayauhqui (Ramírez’ schuilnaam in dit geval) in nummers als “Sun / War club” en “Life death rebirth” me in dat geval al snel verveelt. De afwisseling tussen opzwepende riffs in het woeste “Storms” en meer melodieuze nummers houdt het gelukkig toch interessant. In het einde van “Blood flower” ontwaren we bijvoorbeeld een Bölzer-achtige melodie en het mid-tempo “Precious death” en “Tenochtitlan” zijn met hun mooie gitaararrangementen melodieuzer, fijngevoeliger en meer atmosferisch van aard. En dan zijn er ook nog de tal van inheemse instrumenten en mysterieuze klanken die als water doorheen vurige songs als “Southern rules supreme – Moon” en “Rain campaign” kronkelen, wat een authentiek karakter aan de muziek geeft, vooral wanneer zanger Tlacaelel zijn fluit boven haalt. De oorlogsgoden worden weer tot leven gewekt in “Hail Huitzilopochtli” en geëerd voor het bewaken van de eigen cultuur ten opzichte van indringers. Hoewel “Atl Tlachinolli” door de knipogen naar de Zuid-Amerikaanse bestial black metal-scene niet honderd procent my cup of tea is, is dit door de muzikale afwisseling en het eigen karakter toch een onderhoudende plaat.

JOKKE: 75/100

Blue Hummingbird On The Left – Atl Tlachinolli (Iron Bonehead/ Nuclear War Now!/Crepúsculo Negro 2019)
1. Sun / War club
2. Blood flower
3. Precious death
4. Hail Huitzilopochtli
5. Rain campaign
6. Life death rebirth
7. Tenochtitlan
8. Storm
9. Southern rules supreme – Moon

Dødsfall – Døden skal ikke vente

True black metal” staat er te lezen op de inner sleeve van “Døden skal ikke vente“, de alweer vijfde langspeler van Dødsfall. Een geografische prefix als “Norwegian” of “Swedish” werd achterwege gelaten aangezien de band vanuit beide landen opereert en bandleider/oprichter Ishtar bovendien Mexicaans bloed door zijn aderen heeft stromen. Dat de muzikant zich in Scandinavië echter als een vis in het water voelt, maakt hij al sinds 2009 duidelijk via Dødsfall’s muziek. Doorheen de levensloop van de band blijft Ishtar de enige constante want vergeleken met de knappe voorganger “Kaosmakt” uit 2015, is er weer heel wat veranderd in de line-up. Toenmalig sessiedrummer Jocke Wallgren heeft het tegenwoordig te druk bij Amon Amarth, waardoor we nu Telal (Troll, ex-Isvind, ex-Endezzma) op de drumstoel aantreffen. Zanger Adramalech verliet de band net na de opnames van “Kaosmakt“, terwijl Clandestine (ex-Dødheimsgard) de heren vervoegde, maar die is ondertussen ook al weer met de noorderzon verdwenen. Deze wissels maken dat Ishtar naast alle snaarinstrumenten voor het eerst sinds de demo “Svarte vinger‘ uit 2010 nu ook de zang voor zijn rekening neemt. Op zich heeft de man best een raspende strot maar iets meer variatie in zijn screams had toch welgekomen geweest. Na de Endarker Studio en de Sunlight Studio, koos Ishtar voor deze nieuwe plaat de Necromorbus Studio uit. En het moet gezegd worden dat het resultaat niet diens typische geluid heeft meegekregen. Om variatie in de tien nummers aan te brengen, werden elementen zoals piano (“Hemlig vrede“), heel wat gitaarsolo’s, heldere verhalende vocalen en akoestische gitaren (“Svart drömmar“) en subtiele (keel)gezangen (“Tåkefjell” en “I de dødens øyne“) aan de in het Noors vertolkte black toegevoegd. Over het algemeen klink Dødsfall iets minder agressief dan op de voorganger en een dynamisch nummer als “Tåkefjell” heef teigenlijk best wel wat hitpotentieel. Wel weet Ishtar op tijd en stond ook enkele effectieve meer thrashy-getinte riffs uit zijn gitaar te toveren. Het duo levert met “Døden skal ikke vente” een degelijke plaat af die vlot weg luistert en nergens buiten de lijntjes kleurt. Daar is op zich niets fout mee, maar ze gaan hier ook niet veel potten mee breken.

JOKKE: 79/100

Dødsfall – Døden skal ikke vente (Osmose Productions 2019)
1. Hemlig vrede
2. Tåkefjell
3. Svarta drömmar
4. Grå himlar
5. Kampsalmer
6. I de dødens øyne
7. Ødemarkens mørkedal
8. För alltid i min sjæl
9. Ondskapelse
10. Skogstrollet