Month: februari 2019

Drawn Into Descent – The endless endeavour

Eind februari…de koude is nog in het land maar de dagelijkse dosis zonlicht neemt stilaan toe. De eerste zonnestralen schemeren door de ochtenddauw en de natuur begint zich stilaan op te maken voor een nieuw leven. De Mechelse band Drawn Into Descent vond deze periode ideaal om haar tweede album “The endless endeavor” uit te brengen. Het tweespel tussen het lengen van de dagen en de toch nog kille nachten wordt perfect vertolkt middels de dualiteit tussen enerzijds dromerige blackgaze-tapijten en post-rock-gitaarlijnen en anderzijds heftige atmosferische black metal-passages. Op zich werd er dus niet al te veel gesleuteld aan de formule die we kennen van het selftitled debuut dat fans van Agalloch, Forgotten Tomb en Alcest zou moeten kunnen bekoren. De hevige zwartgeblakerde stukken in opener “Dystopia” klinken grimmiger vergeleken met de voorgaande plaat en er wordt ook iets minder gesoleerd. De weids klinkende post-rock grandeur tiert wel nog welig in een nummer als “Wither” terwijl het kwartet in “Death…” ook durft flirten met een bijna goth rock-achtig geluid à la Klimt 1918 (doet er mij aan denken dat ik hun comebackplaat uit 2016 nog altijd eens moet opsnorren). Op deze korte song na, neemt Drawn Into Descent de tijd om haar lang uitgesponnen nummers langs persoonlijke hoogtes en laagtes te stuwen. Gevoel staat sowieso centraal bij deze band die deze muziek louter voor zichzelf speelt en ook geen specifieke boodschap uitdraagt. Leg gewoon de plaat op, zet de speakers op tien, laat je meevoeren doorheen deze pakkende atmosferische black metal-trip en interpreteer de muziek zoals je zelf wil.

JOKKE: 81/100

Drawn Into Descent – The endless endeavour (Avantgarde Music 2019)
1. Dystopia
2. Wither
3. Death…
4. …Embrace me
5. The endless endeavour

Drastus – La croix de sang

Wanneer Norma Evangelium Diaboli iets nieuws uitbrengt, ben ik er altijd als de kippen bij want met bands als o.a. Deathspell Omega, Katharsis, Funeral Mist, Antaeus, Teitanblood en Sorhin hebben ze de crème de la crème van de black metal-scene in hun rangen. Deze keer heeft het label haar schouders gezet onder het tweede album van Drastus, een veredeld éénmansproject waarbij aldoener Drastus zich enkel voor het inmeppen van de drums liet bijstaan door Sad die reeds de vellen geselde bij o.a. Cantus Bestiae, S.V.E.S.T. en Chemin de Haine. De bandnaam deed niet meteen een belletje rinkelen en bij nader onderzoek leek Drastus de voorbije jaren ook niet zo actief te zijn geweest. Op twee EP’s na (“Serpent’s chalice – Materia prima” uit 2009 en “Taphos” uit 2006) moeten we al veertien jaar terug de tijd induiken voor debuut “Roars from the old serpent’s paradise“. Op “La croix de sang” presenteert Drastus ons een geluid dat duidelijk geënt is op haar vaderlandse black metal-scene want invloeden van Antaeus en Aosoth zijn overduidelijk hoorbaar: een radicale en gewelddadige vorm van black metal dus waarbij het spervuur aan vlammende riffs door de ene na de andere blastpartij voortgestuwd wordt. Er zit bij momenten een machinaal en militaristisch kantje aan de muziek zodat de latere Mayhem ook als referentie kan aangehaald worden. De grommende hese screams klinken overtuigend maar laten aanvankelijk weinig afwisseling horen. De muziek op het eerste gehoor ook niet, maar gelukkig wordt er toch de nodige aandacht aan dynamiek geschonken want het bijna negen minuten durende “Crawling fire” verkent tussen de blastsalvo’s ook mysterieuze atmosferische oorden waarbij cleane gezangen een sacrale sfeer creëren. De heldere zang eist in het mid-tempo “The crown of death” een nog grotere rol op en brengt meer variatie in het vocaal klankenpallet. Naar het einde van de plaat toe, komt de nadruk opnieuw meer op agressie te liggen maar de Attila-achtige vocalen in “Occisor” doen het nummer ook in een occulte sfeer baden. “La croix de sang” is een beestige plaat voor liefhebbers van de reeds aangehaalde bands. De invloeden vallen niet te ontkennen, maar Drastus heeft met de gekende ingrediënten toch een erg onderhoudende plaat weten schrijven die het spannendst klinkt wanneer mysterieuze paden bewandeld worden.

JOKKE: 80/100

Drastus – La croix de sang (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Nihil sine polum
2. Ashura
3. Crawling fire
4. The crown of death
5. Hermetic silence
6. Occisor
7. Constrictor Torrents

Nasheim – Jord och aska

Enkele jaren terug leverde Erik Grahn een persoonlijke favoriet in het atmosferisch black metal gebeuren af. Onder de moniker Nasheim werd toen “Solens vemod” uitgebracht, een album met artwork dat op je netvlies blijft plakken. Na het verzamelen van sessiemuzikanten in de vorm van D. Ekevärn (drums), E. Harper (viool) en R. Shakespeare (cello) achtte de Zweed het hoog tijd voor een opvolger die we eigenlijk beter een ‘deel II’ zouden noemen. Lang uitgesponnen melodieën voeren zoals vanouds de boventoon (opener “Att sväva över vidderna” duurt alleen al een goeie twintig minuten) terwijl met de vocalen – hier eens hese uithalen, daar weer warme zang – eerder spaarzaam wordt omgesprongen. De weinige keren dat Grahn zijn strot opentrekt zijn wel bijzonder passend en goed getimed, waardoor zijn schreeuwen zeker hun effect niet missen. Het minimaal gebruik aan zang geeft het album dat de titel “Jord och aska” (vertaald als “aarde en as”) meekreeg echter alle ruimte om te ademen. Bij de opener krijgen we een trage, semi-akoestische riff te horen die als eb en vloed doorheen het nummer wordt geweven en waarrond, golfbrekergewijs, de rest is opgebouwd. Het sfeervolle “Grå de bittert sådda skogar” vormt een vijf minuten durend intermezzo alvorens met “Sänk mig i tystnad” opnieuw een kwartier aan oerdegelijke atmosferische black metal uit de speakers klinkt. Naast viool en cello doet hier ook de piano z’n intrede, wat het geheel nog wat meer grandeur verleent. In plaats van met een episch crescendo, zoals gebruikelijk bij dit genre, eindigt “Jord och aska” uiteindelijk met twee minuten aan blastbeats die eigenlijk het enige minpuntje aan een voor de rest uiterst gebalanceerd album vormen. Nasheim brengt ons met zijn heldere productie, golvende riffs en rustgevende soundscapes niets nieuws binnen een zo goed als uitgemolken genre, maar doet het met verve!

CAS: 84/100

Nasheim – Jord och aska (Northern Silence Productions 2019)
1. Att sväva över vidderna
2. Grå de bittert sådda skogar
3. Sänk mig i tystnad

Abduction – All pain as penance

One-man black metal bands, er lopen er veel rond en hoewel er nog steeds veel gruizige slaapkamerprojectjes tussen zitten, is de gemiddelde kwaliteit er de voorbije jaren met rasse schreden op vooruit gegaan. Het Engelse Abduction is er zo één die de vooroordelen over éénmansprojecten de vuilbak in kiepert. Wie naar het nieuwe derde album “All pain as penance” luistert, zou ook niet meteen de bedenking maken dat al wat je hoort uit één en dezelfde koker komt. A|V is de man met het plan maar heeft zich voor deze release vakkundig laten bijstaan door EG als sessiedrummer, een geniale zet want deze vellenmepper tilt de muziek van Abduction naar een hoger niveau. “All pain as penance” is gezegend met een moddervette productie van de hand van de mij onbekende Ian Boult (Stuck on a Name Studios). Zowel de zang – die dieper klinkt dan de erg vervormde vocalen op het vorig jaar verschenen “A crown of curses” – als het militaristisch getinte drumwerk van opener “Infinite ancient hexes” roepen bands als Antaeus en Aosoth voor de geest en in de meer melodieuze passages horen we ook het occult sfeertje, dat bijvoorbeeld een Behexen weet te creëren, doorschemeren. De melodieën zijn erg gelaagd waarbij angstaanjagende riffs gecombineerd worden met ondersteunende atmosferische keyboards terwijl de drums er meestal genadeloos hard op los hameren. In “Ultra terrestrial” roepen de toetsen – u had het al geraden – een bevreemdend buitenaards sfeertje op. “Convulsing at baalbek” is aanvankelijk doordrongen van de snedige tremolo-riffs totdat de gitaren voorbij halfweg een eerder neerslachtig en desolaat Primordial-achtig gevoel neerzetten. Vrij onverwacht dat Abduction ook dit in haar mars heeft. “Embattled” vervult met haar duistere electronica, ambient/noise en creepy zang de perfecte rol van naargeestig rustpunt alvorens “Prayer of electrocution” haar forsbollen mid-tempowijs laat rollen over een aanstekelijk opzwepende riff. “Seven apparitions of suffering” doet het tempo nog verder zakken en laat warempel een sprankeltje hoop horen. Het contrast kan haast niet groter zijn met het hakkend blastfestijn van de venijnige afsluiter “The funeral of cosmic mastery” hoewel A|V naar het einde toe toch ook weer zijn meer atmosferische kant laat zien. Op “All pain as penance” heeft Abduction het bestiale geweld van debuut “To further dreams of failure” weten combineren met het desolate en buitenaardse gevoel van opvolger “A crown of curses“. Een erg sterke plaat die bewijst dat agressie en gevoel absoluut hand in hand kunnen gaan!

JOKKE: 85/100

Abduction – All pain as penance (Inferna Profundis Records 2019)
1. Infinite ancient hexes
2. Ultra terrestrial
3. Convulsing at baalbek
4. Embattled
5. Prayer of electrocution
6. Seven apparitions of suffering
7. The funeral of cosmic mastery

Wrang – Domstad swart metael

Doorheen de donkere steegjes van Utrecht dwaalt een agnostisch black metal-monster genaamd Wrang. Er verschijnt weldra een split met Grafjammer maar eerst buigen we ons over debuut “Domstad swart metael“, een titel die niet alleen een verwijzing naar thuishaven Utrecht bevat maar ook naar het genre dat de heren brengen. Het trio bestaande uit zanger/gitarist Galgenvot (Iron Harvest, Nevel), bassist Eitr (Deleterious) en drummer Valr (Grafjammer, Iron Harvest, Wesenwille, Weltschmerz) probeert echter buiten de lijntjes van de zwarte kunst te kleuren en geeft een eigen twist aan haar nihilistische black. De band wisselt furieuze slachtpartijen inclusief snedige tremolo riffs en bijtende vocalen af met heldere epische Viking-achtige zangstukken en hoge uithalen, piano-interludes en grandioos klinkende melodieën. De knappe eclectische titeltrack die de plaat aftrapt, bevat reeds alle vernoemde ingrediënten. Keer op keer bekruipen ons nostalgische gevoelens naar het oude werk van een band als Ved Buens Ende, Fleurety of In The Woods. “Tot dwalen verdomd” klinkt grimmiger en iets minder experimenteel hoewel cleane vocalen ook nog van de partij zijn. In “Propaganda der afvalligen” wordt het tempo teruggeschroefd en zoekt zanger Galgenvot de grenzen van zijn stembanden op door ze in alle mogelijke richtingen te stretchen. Eens halfweg het nummer vindt slagwerker Valr het slakkengangetje genoeg geweest en krijgen we enkele snelheidsuitbarstingen voor de kiezen die een melodieuze finale inluiden. Knap voorbeeld van een dynamische, goed gecomponeerde song waarin heel wat te beleven valt qua tempo’s en gemoedstoestanden. “Stormend naar de nietigheid” is meer bezwerend van aard met haar repetitieve riffje en heldere zang totdat bassist Eitr de song een nieuwe wending geeft en we opzwepende black voorgeschoteld krijgen. Deze thrashy insteek met melodieuze leads gaat me echter minder goed af. Geef me dan maar de zwartgeblakerde pandoering waar Wrang ons plotsklaps weer op trakteert. In de start van “Heerser van niemandsland” heeft de bassist opnieuw heel wat in de pap te brokken. Doorheen de black metal-melodieën schijnt een folky insteek door en er kwamen hoorbaar nog enkele vrienden langs om een potje mee te brullen. De hevige uithalen zijn wederom enorm effectief maar de heren rocken er ook deftig op los. Eindigen doet Wrang met een mysterieus klinkende en bezwerende melodie. Zo eclectisch en avontuurlijk als in de titeltrack gaat het er verder op de plaat niet meer aan toe. Van mijn part mag dat buiten-de-hokjes-denken van de opener echter nog verder geëxploreerd worden. Met “Domstad swart metael” heeft Wrang meteen een duidelijk statement gemaakt dat ook zij meedingen naar een plaatsje in de top van de erg sterke en kwaliteitsvolle Nederlandse black metal-scene. Dikke pluim trouwens voor Tour de Garde om de band een kans te geven en hierbij uit haar sinistere comfortzone te treden.

JOKKE: 81/100

Wrang – Domstad swart metael (Tour de Garde 2019)
1. Domstad swart metael
2. Tot dwalen verdomd
3. Propaganda der afvalligen
4. Stormend naar de nietigheid
5. Heerser van niemandsland

Vanum – Ageless fire

We zijn nog aan het bekomen van “Sacrifice“, de nieuwe release van Ruin Lust, of daar is Michael Rekevics al weer. Deze keer laat hij van zich horen in de vorm van Vanum, de band die de drummer (maar zeg gerust ook multi-instrumentalist) in 2014 samen met Kyle Morgan (Ash Borer, Predatory Light, Superstition) oprichtte. We zijn na het sterke debuut “Realm of sacrifice” uit 2015 en de twee jaar geleden verschenen EP “Burning arrow” ondertussen bij de tweede langspeler “Ageless fire” aanbeland waarop het duo naar een kwartet is uitgegroeid doordat de voormalige live-muzikanten E. Priesner en L. Sheppard nu als permanente leden aan boord getrokken zijn. Het debuut liet een sombere insteek horen met een focus op texturen en traag opbouwende dynamiek terwijl op de EP meer invloeden uit de klassieke Helleense scene verkend werden. Platen zoals Rotting Christ’s “Triarchy of the lost lovers” en “Walpurgisnacht” van Varathron vormen nog steeds een inspiratiebron maar ook het majestueuze en triomfantelijke van een Bathory waart doorheen de zes songs. Het album handelt over de brutaliteiten van oorlog voeren maar ook over – hoe raar het soms kan klinken – de schoonheid die erin ontdekt kan worden. De toon wordt gezet middels de instrumentale opener “War” waarin de spanningsboog langzaamaan opgespannen wordt om vervolgens middels “Jaws of rapture” een salvo aan in-vuur-gedrenkte pijlen op de luisteraar af te vuren. De vurige tremolo riffs vallen uit de hemel op je neer en het is wanhopig zoeken naar een veilige plek om aan dit helse bombardement te ontkomen. Naarmate de song vordert vinden we gelukkig een schuilplaats in de meer melodieuze passages waarin keys opdraven die wat ademruimte inbouwen tussen de goed geplaatste gitaarsolo’s. “Eternity” klokt op meer dan tien minuten af en bevat een Agallochiaanse melodieuze lead die dwars doorheen de eerste helft van het nummer klieft totdat ze moederziel alleen overblijft. De spanning wordt opnieuw gestaag opgebouwd waarbij majestueuze black een nieuwe mood switch inluidt. De triomfantelijke door keyboards ondersteunde epiek wordt verder doorgetrokken in “Under the banner of death” totdat na een drietal minuten de vocalen invallen en “Under the banner of death I am alive” scanderen. De blaffende, nogal vlakke zang zal misschien niet iedereen kunnen bekoren en staat bij momenten in schril contrast met het erg melodieuze karakter van de muziek. De emotionele geladenheid is echter torenhoog, iets waar de met veel gevoel uitgevoerde solo’s en minutieuze keyboardpartijen toe bijdragen. Alvorens “Erebus” de plaat op een introspectieve instrumentale wijze een halt toeroept, is er nog de titeltrack die opnieuw uitblinkt in een pakkende mix van adembenemende melodie en razernij waarin de eerder aangehaalde Griekse invloeden duidelijk naar voor komen. Vanum gaat heel wat nieuwe zieltjes veroveren met deze geweldige nieuwe schijf. Een tour met Ultha zou in de maak zijn. Mooi, dan kunnen de Amerikanen hun overrompelende Roadburnset van twee jaar geleden herhalen. Dat belooft!

JOKKE: 90/100

Vanum – Ageless fire (Profound Lore Records 2019)
1. War
2. Jaws of rapture
3. Eternity
4. Under the banner of death
5. Ageless fire
6. Erebus

Ultra Silvam – The spearwound salvation

Het Zweedse Ultra Silvam werd me aangeraden door Stilla’s Pär. En het moet gezegd worden dat diens gelijknamige EP uit 2017 de aciditeit van een brok salpeterzuur benadert. Shadow Records brengt op 22 maart het debuut van het uit Malmö afkomstige trio uit dat met een speelduur van 28 minuten wel wat aan de korte kant is; de bandleden zullen waarschijnlijk het argument van Slayer’s “Reign in blood” wel in de strijd gooien, dat doet namelijk iedere band die een langspeler van minder dan een half uur uitbrengt. Soit, “The spearwound salvation” werd het kleinood gedoopt, een titel die nagels met koppen in de polsen van ome Jezus aan het kruis slaat. Het in bloed gedrenkte powertrio raast vol vuur en bezetenheid doorheen de zeven songs waarbij de idiomen van de oeroude Zweedse black metal-geschiedenis geëerd worden. Ultra Silvam houdt duidelijk niet van een gepolijste sound: de feedback van de gitaren giert erop los en de kleine foutjes die we her en der opmerken werden niet vakkundig weggemoffeld. Dit draagt bij aan de kracht en de ruwe bolster van het gebodene. Er schemert iets van de dunne, schelle sound van Sorhin’s “Apokalypsens ängel” doorheen de bijwijlen jengelende black van “The spearwound salvation” wat maakt dat een supersnelle song zoal “A skull full of stars” – het enige nummer van de EP dat we ook op deze plaat aantreffen – nog meer zout in de wonden strooit. Gitarist O.R. krijgt heel wat ruimte om thrashy leads op de luisteraar af te vuren, terwijl drummer A.L. serieus het stof van zijn ketels mept. Zanger/bassist M.A. vervolledigt het gewelddadige plaatje met overtuigende screams die afwisselend Engelstalige en Zweedse blasfemische boodschappen de wijde wereld insturen en de finale van een nummer als “Ödesalens uppenbarelse” voorziet hij van bulderende basnoten. Echt nieuwe dingen laat Ultra Silvam op het compacte “The spearwound salvation” niet horen, maar het ongedwongen karakter en de laaiende vurigheid en intensiteit van het trio maken veel goed.

JOKKE: 82/100

Ultra Silvam – The spearwound salvation (Shadow Records 2019)
1. The spearwound salvation
2. Ödesalens uppenbarelse
3. Birth of a mountain
4. Förintelsens andeväsen
5. Wings of burial
6. A skull full of stars
7. The first wound

Kaleikr – Heart of led

De prijs voor meest psychedelische hoes van 2019 gaat voorlopig naar die van Kaleikr’s debuut “Heart of led“. Het kleurrijke meesterwerkje dat een link naar de bandnaam en albumtitel bevat, is van de hand van Valnoir (Metastazis) die enkele jaren geleden een gelijkaardige hallucinerende hoes ontwierp voor “The feral wisdom“, de debuut langspeler van het IJslandse Wormlust. Bij Kaleikr moeten we het ook gaan zoeken in het land van de geisers, papegaaiduikers en vulkanen met onuitspreekbare namen. De band is in feite een doorstart van Draugsól die in de vorm van “Volaða land” slechts één plaat voor het nageslacht achterlaat. Het duo Maximilian Klimko (zang, gitaar en bas) en Kjartan Harðarson (drums) vertrekt vanuit een black en death-basis maar geeft er een progressieve en bij wijlen ook vrij technische draai aan. Zo wisselt opener “Beheld at sunrise” cinematografische arrangementen inclusief strijkers en toetsen af met heerszuchtige grunts en razendsnelle blastpartijen. De moderne Enslaved-invloeden die we bij Draugsól reeds subtiel detecteerden zijn bij Kaleikr veelvuldig aanwezig. We horen ze voor een eerste keer in “The descent” hoewel dissonanter en veel extremer van aard dan bij de Noorse collega’s. “Of unbearable longing” zet de luisteraar voortdurend op het verkeerde been door rustige passages – weliswaar op een vloeiende manier – af te wisselen met Enslavediaanse hoekige riffs en aan Opeth referende leads en growls. Die derde koploper qua progressieve extreme metal genaamd Ihsahn, ontbreekt natuurlijk ook niet als inspiratiebron en horen we doorschemeren in “Internal contradiction“, een song die mij met haar fragmentarisch karakter en klassieke elementen initieel minder wist te beklijven maar ondertussen toch ook het kwartje deed vallen. “Neurodelirium” heeft haar naam niet gestolen en is een labyrint aan progressieve extreme metal klanken waarin je zeven minuten lang kan ronddolen en waarvan het catchy gitaarriedeltje je nog dagenlang blijft achtervolgen. Opnieuw zijn de Enslaved-invloeden massaal aanwezig. De compacte titeltrack vangt aan met onheilspellende atmosferische klanken en een intrigerend basloopje om je nadien middels een eruptie aan rollende basdrums plat te walsen en in een zinderende blast-finale uit te monden. Middels het epische “Eternal stalemate and a never-ending sunset” dat lang uitgesponnen passages kent, komt er een einde aan dit indrukwekkende debuut. Stephen Lockhart zat achter de knoppen en voorzag “Heart of lead” van een moderne, monumentale sound die het grootse en weidse karakter van de gelaagde melodieuze partijen doet samenvloeien met de caleidoscopische technische passages. Kaleikr als de extreme IJslandse versie van Enslaved bestempelen, is misschien net wat kort door de bocht aangezien het duo haar best heeft gedaan om toch een eigen smoelwerk te creëren. Kaleikr heeft de kelk niet aan zich voorbij laten gaan want het is duidelijk dat er heel wat bloed, zweet en tranen in deze plaat gekropen zijn. De IJslanders hebben met “Heart of led” dan ook een radioactief en explosief debuut afgeleverd waar ik nog heel wat luisterbeurten zoet mee zal zijn. Van dit duo gaan we hopelijk nog veel meer horen in de toekomst!

JOKKE: 90/100

Kaleikr – Heart of led (Debemur Morti Productions 2019)
1. Beheld at sunrise
2. The descent
3. Of unbearable longing
4. Internal contradiction
5. Neurodelirium
6. Heart of lead
7. Eternal stalemate and a never-ending sunset

Ruin Lust – Sacrifice

Altijd fijn als persoonlijke drumheld Michael Rekevics weer eens van zich laat horen. Deze keer doet de Amerikaan het via Ruin Lust – zowat de enige death metal band waarbij hij betrokken is – waarvan na een stilte van zes jaar eindelijk nieuw werk op de mensheid losgelaten wordt. Vermits de opnames reeds uit 2014 stammen, bleek het duidelijk geen sinecure te zijn om “Sacrifice” snel af te werken. Stilgezeten heeft Ruin Lust echter niet want Psychic Violence meldde ons dat er al snel nog een release zal volgen. Nadat de onheilspellende klanken van de instrumentale opener “Summoner” ons in de juiste stemming hebben gebracht, worden we omver geblazen door de dodelijke klanken van het agressieve “Magus” waarin Michael er serieus op los hakt. De vijf andere nummers moeten hier echter niet voor onder doen want dit is een heuse primaire en kwaadaardige pandoering van een klein half uur. Dat betekent niet dat er enkel op hoge snelheid geramd wordt want een iets langer nummer als “Mirrors of broken blood” maakt ook middels mid-tempo gebeuk en slepende leads brokken. De diepe en woeste vocalen van zanger/gitarist J.Wilson en de heavy sloopriffs van S. Bennett situeren zich overduidelijk in primitieve death metal-regionen maar er zit toch ook wel een serieus zwart randje aan het geheel. Check de vlees en huid openscheurende riffs van de titeltrack er maar eens op na. Een fijne brok verdorven energie dit “Sacrifice” die goesting geeft om één of andere politieke muur in een ruïne te verbouwen. Liefhebbers van oude Incantation en consorten kunnen blind toehappen. En nu wachten op de nieuwe Vanum die weldra op onze deurmat gaat vallen.

JOKKE: 80/100

Ruin Lust – Sacrifice (Psychic Violence Records 2019)
1. Summoner
2. Magus
3. Sacrifice
4. Death
5. Seer
6. Mirros of broken blood
7. 言語っていう病気

Cénotaphe – Empyrée

Het Franse Cénotaphe groeit gestaag door als één van de toekomstige vaandeldragers van de Franse black metal-scene. Het duo Fog (alle instrumenten) en Khaosgott (zang) bezit reeds een heus palmares aan obscure nevenactiviteiten en ex-bands en deelde zo onder andere een gezamenlijk lidmaatschap bij Nécropole. Khaosgott is trouwens ook de zanger van het fijne Frozen Graves, een band die de liefhebbers van Finse black niet onbekend in de oren zou mogen klinken. De inspiratie voor de nieuwe tweede EP “Empyrée” werd gevonden in hun voorliefde voor het werk van tal van negentiende eeuwse Franse literaire en artistieke figuren zoals Aloysius Bertrand, Théophile Gautier, Charles Beaudelaire, de schilder Odilon Redon, maar vooral dichter Stéphane Mallarmé. Het voor black metal-begrippen lichte cover artwork is van de hand van de Poolse symbolisme schilder Jacek Malczewski. De zes nummers vormen een hommage aan de oude black metal-idealen maar bevatten een zekere grandioze ondertoon. Wie dieper in de traditionele songstructuren graaft, zal ook de nodige disharmonieën en atonale tweedracht opmerken. Waar nodig zorgen cleane gezangen, keyboards en andere instrumenten voor een epische toets zonder echter te overdrijven. De in het Frans vertolkte teksten bereiken ons op een doorleefde en emotionele wijze middels de hese screams van Khaosgott terwijl Fog er strak op los musiceert. Extra punten trouwens voor de krachtige klinkende sound. De grootste verrassing krijgen we op het einde te horen middels een uitvoering van “End of the world”, waarvan het origineel van de hand van de jaren ’60 Griekse prog pioniers Aphrodite’s Child is, de eerste band van Vangelis. De song is grotendeels instrumentaal en werkt stelselmatig naar een crescendo toe waarbij pianoklanken en tekstloze gezangen het panoramisch klinkende nummer verder inkleuren. Geslaagde cover op een uitermate geslaagde EP!

JOKKE: 85/100

Cénotaphe – Empyrée (Nuclear War Now! Productions 2019)
1. Centaures
2. Au sépuclre des astres
3. Face aux feux d’un soleil porphyré
4. Inanité des noirs mensonges
5. Même mort, il brûle
6. End of the world