Maand: april 2019

Cirith Gorgor – Klaar voor de strijd

Het Nederlandse Cirith Gorgor is één van de langst meedraaiende black metalbands bij onze noorderburen. Het is dan ook ronduit beschamend dat de heren – met ruim 25 jaar op de teller – nog niet uitgebreid aan het woord zijn gekomen op Addergebroed. Met het nagelnieuwe “Sovereign” – de positief verrassende en alweer zevende langspeler – onder de arm, bood de opportuniteit zich aan om daar verandering in te brengen. Gitarist Marchosias en zanger Satanael komen aan het woord. (JOKKE)

Alvast gefeliciteerd met jullie nieuwe album “Sovereign”! Aanvankelijk was ik op basis van de voor mij persoonlijk tegenvallende teasers niet echt van plan om de volledige plaat te checken, maar achteraf gezien ben ik blij dat ik ze toch een kans heb gegeven. Is dat de reden dat jullie ook meestappen in het volledig online zetten van jullie muziek zodat mensen op voorhand kunnen luisteren alvorens de plaat (hopelijk) aan te schaffen?
Marchosias: Bedankt! Ik ben zelf van de oude stempel, dus toen ik de plaat in z’n geheel online zag verschijnen (ver voor de eigenlijke release datum) schrok ik eerlijk gezegd nogal. Toen ik echter zag dat ons label Hammerheart daar achter zat (via Black Metal Promotion) en we op die manier duizenden mensen in zeer korte tijd bereikten, waren m’n bezwaren snel verdwenen. Als het voor ons label op deze manier nog steeds rendabel is en wij onze zwarte kunst effectief kunnen verspreiden, heb ik er geen problemen mee.

Sovereign” is ondertussen jullie zevende langspeler. Blijft de inspiratie nog steeds zo gemakkelijk komen als in de begindagen of wordt het steeds moeilijker om nieuwe invalshoeken te zoeken?
Marchosias: De muzikale inspiratie is eindeloos, ik hoef m’n instrument maar op te pakken en ik schud de riffs eruit. Bovendien ontstaat veel muziek in m’n hoofd gedurende de dag. Het is vooral de beschikbare tijd om alle ideeën in nummers om te zetten die met de jaren steeds krapper is geworden. Vroeger leefden we voor de band, tegenwoordig hebben we wel eens moeite om allemaal tegelijk op de repetitie aanwezig te zijn. Tekstueel is het soms wel een uitdaging aangezien de meeste interessante onderwerpen inmiddels wel uitgemolken zijn

In de begindagen leken jullie teksten eerder geïnspireerd te zijn op mythische-taferelen, terwijl een plaat als “Der Untergang… / Победа!!!” een historisch thema heeft. Hoe zit het met de tekstuele omkadering van “Sovereign”?
Satanael: De tekstuele omkadering van “Sovereign” ligt in het verlengde van “Visions of exalted lucifer”. De nadruk ligt echter meer op de afkeer van de mensheid en fantasieën over hoe men zich zou kunnen ontdoen van deze mensheid. In tegenstelling tot de vorige plaat is er minder sprake van een omvattend concept.

Na “Firestorm apocalypse – Tomorrow shall know the blackest dawn” verloor ik Cirith Gorgor wat uit het oog. Toen ik met voorganger “Visions of exalted Lucifer” terug inpikte, was ik verbaasd over de variatie qua tempo’s die ondertussen in jullie sound geslopen was, aangezien ik jullie toch in de eerste plaats als een rammen en blazen-band zag. Is die aandacht voor meer dynamiek bewust of onbewust in jullie schrijfproces geslopen?
Satanael: We hebben dit fenomeen heel bewust in onze muziek ingevoerd. In het hart van de zaak zijn wij nog steeds een band die van rammen en blazen houdt. Door de jaren heen zijn we echter bewust geworden van het feit dat meer dynamiek zorgt voor een effectievere aflevering van de snelle stukken. 

Van de oorspronkelijke line-up is ondertussen enkel drummer Levithmong nog van de partij. Toch lijken jullie nog wel een goede band te hebben met enkele voormalige bandleden aangezien jullie na het tweede vertrek van Nimroth opnieuw beroep konden doen op Satanael en momenteel valt oudgediende bassist Lord Mystic in voor Waldtyr die herstellende is van een operatie. Hebben jullie nog een goed contact met de oude bandleden?
Marchosias: Lord Mystic zie ik nog regelmatig dus hij was mijn eerste keuze als sessie-bassist. Het was een verrassing dat hij ons voorstel meteen aannam aangezien hij zich de laatste jaren enigszins heeft afgewend van black metal (hij speelt momenteel bas in de trash metal band Mass Deception). Met de rest van de oud-leden hebben we een prima band. We zien elkaar voornamelijk op concerten en tot voor kort gingen we nog af en toe met z’n allen de kroeg in. Dat eindigde meestal in totale chaos.

Op de hoes van “Sovereign” prijkt een nieuw logo en embleem. Wat was er fout met jullie oude logo?
Satanael: We hebben er niet voor gekozen om een nieuw logo te laten ontwerpen omdat er met het oude logo iets mis was. Het voelde voor ons gewoon goed om het logo eens een upgrade te geven, meer dan twintig jaar na het oorspronkelijke ontwerp. Ik ben zeer tevreden over het resultaat dat ontworpen werd door Valnoir van Metastazis.

Op de titeltrack van “Sovereign” hebben jullie Noctiz van Paragon Impure en Lugubrum weten strikken voor gastzang. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?
Marchosias: Ik heb Noctiz in 2001 in Antwerpen ontmoet, toen hij nog in Gotmoor speelde. Levithmong en ik zijn altijd onder de indruk geweest van zijn werk in bands als Gotmoor, Verloren en Worthless (het latere Paragon Impure). Zijn persoonlijkheid tijdens live-optredens was overtuigend en zijn strot was dermate bruut dat die indruk ons altijd is bijgebleven. Toen we eenmaal besloten hadden dat we een gastzanger wilden vragen op de titelsong van het nieuwe album was de keuze snel gemaakt en het contact snel gelegd. Noctiz was zelf ook enthousiast en heeft ondanks een zware verkoudheid een enorm intense en brute prestatie geleverd.

Satanael, vooral jij verdient een pluim in je reet voor de gevarieerde zangprestaties die je neerzet. Welke frontmannen beschouw je als een inspiratiebron?
Satanael: Allereerst bedankt! Er zijn sowieso drie frontmannen die zich meteen aandienen nu ik er zo over nadenk en dat zijn Jon Nödtveidt, Ghaal en Attila Csihar. Daarnaast ben ik ook wel gecharmeerd door de stemmen van o.a. Mortuus, Pest en Mikael Åkerfeldt.

Op welke nummers van de nieuwe plaat zijn jullie het meest trots? Bestaat er zoiets als het ultiem Cirith Gorgor-nummer dat op elke setlist prijkt?
Satanael: Ik vermoed zo dat ieder van ons zijn eigen favorieten heeft. Voor mij steken “Deathcult“, “Legio luporum” en “Manifestation of evil” net iets boven de rest uit. Ik ben ook zeer trots op het geheel. Of er een ultiem Cirith Gorgor nummer bestaat dat op de setlist prijkt, weet ik zo net niet. Wel ben ik erg tevreden dat de drie eerder genoemde nummers wel live gespeeld worden.
Marchosias: Ik ben over alle nummers te spreken, maar “Deathcult” is voor mij het ultieme nummer van de nieuwe plaat. Het is bij uitstek de song waarin ik mezelf helemaal kan verliezen. Dat is tevens de reden waarom ik dit nummer heb uitgekozen voor de enige gitaarsolo van het album. Tot nu toe verdwijnen de oudere songs steeds van de setlist bij het verschijnen van nieuw materiaal. Een nummer wat de tand des tijds wat dat betreft heeft doorstaan is “Total annihilation“. Ook “Der Untergang III” vind ik een kanshebber om nog lange tijd de setlist te sieren. Dat laatste nummer wordt overigens binnenkort in een nieuwe versie uitgebracht op een 4-way split-LP door Zwaertgevegt.

Na enkele mindere jaren voor Hammerheart Records lijken ze nu weer helemaal terug van weggeweest. Ook jullie gingen in 2016 met hen in zee. Hoe verloopt de samenwerking vergeleken met jullie oude labels Osmose Productions, Untergang Records en Ketzer Records?
Marchosias: De samenwerking met Hammerheart Records verloopt wat ons betreft erg goed. Het team bestaat uit professionals die stuk voor stuk hun vak verstaan en we hebben eindelijk het idee dat we als muzikanten serieus worden genomen. De communicatie verloopt prima, dit in tegenstelling tot de samenwerking met Osmose en Ketzer Records waar gebrek aan contact en overleg een grote rol speelde (dit werd bovendien nog versterkt door de taalbarrière). Ik heb slechts complimenten voor het arbeidsproces binnen Hammerheart en de producten die ze afleveren op basis van de door ons aangeleverde masters en artwork.

Jullie hebben al heel wat jaren op de teller staan. Wat zijn de hoogte- en laagtepunten uit jullie 25-jarig bestaan?
Marchosias: We draaien inderdaad al aardig wat jaren mee, toch is de motivatie om te blijven knallen nog steeds aanwezig. Hoogtepunten zijn er echt te veel om op te noemen! In principe is elke nieuwe release een absoluut hoogtepunt, de bekroning van jarenlange harde arbeid. De vele buitenlandse optredens heb ik altijd gekoesterd, en dan met name alle avonturen die we daarbij hebben meegemaakt. Een terugkerend dieptepunt is toch wel de voortdurende bezettingswisselingen die we door de jaren heen hebben meegemaakt. Het meest extreme voorbeeld daarvan is het gelijktijdige vertrek van beide oudgedienden Lord Mystic en Nimroth eind 2012 dat insloeg als een bom. Het inwerken van nieuwe mensen heeft ons altijd veel tijd gekost en daarom ben ik blij dat we de laatste jaren een stabiele line-up hebben gehad. Maar ook momenteel broeit er weer het één en ander binnen de gelederen en zullen we moeten afwachten wat de toekomst ons brengt.

Jullie begonnen de band als tieners of vroege twintigers. Hoe hebben jullie de black metal-scene sindsdien zien evolueren en beschouw je die evolutie als positief of negatief?
Marchosias: Als je zolang meedraait in een bepaald genre is het inderdaad mogelijk om lange termijn veranderingen te observeren. Zo valt het op dat ook black metal, een allesverwoestend genre waarvan de protagonisten er prat op gaan geen trends te volgen, zowel spiritueel als muzikaal zwaar aan trends onderhevig is. Momenteel is het bijvoorbeeld nog steeds helemaal hip om te laten zien hoe enorm serieus je spiritualiteit is, waarbij het aantal kaarsen, de hoeveelheid wierook en occulte symbolen op het podium direct daarmee evenredig zijn. Door de jaren heen is het aantal sub-stromingen explosief gestegen en veel daarvan hebben weinig van doen met de traditionele black metal van begin jaren 90. Ik beschouw deze evolutie echter niet als positief of negatief en spreek ook geen waardeoordeel uit over de verschillende sub-stromingen. Ik vind het alleen bijster interessant om die evolutie van dichtbij mee te maken. Het is altijd weer een verrassing in welke vorm de rebellie tegen dogma, religie en maatschappij (die black metal plichtmatig inhoudt) nu weer verschijnt.

Hoewel ik zelf al heel wat jaren in de black metal-scene meedraai, kan ik me enkel een show van jullie in de Gentse Frontline voor de geest halen. Ga ik met de nieuwe plaat de kans krijgen om jullie in België nog eens aan het werk te zien?
Satanael: Dat zou geweldig zijn! Voorlopig staan er nog geen Belgische shows gepland, maar wat niet is, kan nog komen. Wij zijn in ieder geval volledig opgeladen en klaar voor de strijd. Mensen kunnen ons direct contacteren via de bekende kanalen.

Maalstroom – Een maalstroom ontstaat, sleurt mee en verdwijnt

Het absolute hoogtepunt van de voorbije Roadburn-editie voor ondergetekende was – naast de intrigerende set die het Amerikaanse Fauna in het Patronaat ten berde bracht – ongetwijfeld het commissioned pieceMaalstroom” dat tal van muzikanten uit de florerende Nederlandse black metal scene verenigde. Nog steeds onder de indruk van dit zestig minuten durende opus, zocht ik toenadering tot enkele van de deelnemende muzikanten voor een nabeschouwing van dit unieke en ambitieuze muzikale werkstuk. (JOKKE)

(c) Rockfreaks.net

Nogmaals proficiat met de uitvoering van “Maalstroom” dat mijn dagje “Patronaat-hangen” met een climax beëindigde. Hoe waren de reacties?
N.: Dank! Persoonlijk heb ik van de reacties weinig meegekregen. We eindigden de set in het duister, in stilte en zonder de suggestie te wekken dat het voorbij was. Voordat er een reactie vanuit het publiek kwam, waren de meesten van ons al vertrokken.

Eerder op de dag stonden Witte Wieven, Turia, Laster, Terzij de Horde en Dodecahedron in het Patronaat op de planken. Tijdens de uitvoering van “Maalstroom” mochten enkele muzikanten een tweede keer de bühne op, maar we spotten ook enkele gezichten die we die dag nog niet aan het werk gezien hadden. Welke muzikanten hebben er allemaal aan “Maalstroom” meegewerkt?
N.: Maalstroom bestond muzikaal uit 15 man: Peter Nijland van Hadewych, Ruben Wijlacker en Bas van der Perk van Grey Aura, Johan van Hattum van Terzij de Horde en Black Decades, C. van Witte Wieven, G. van Nevel, M. Koops van Fluisteraars en Nusquama, O. van Turia, M. Meurs. van Dr. Duval, Ryanne van Dorst van Dool, Erik B. van Verwoed, K. Janssen van Svartvit en S., W. Damiaan en ikzelf van Laster.
De visuals werden verzorgd door Project Nefast.

Maalstroom” is een muziekstuk dat door Walter Hoeijmakers op maat besteld werd voor Roadburn. Hoe reageerden jullie toen deze vraag binnen kwam? Wat doet dat met een mens?
Johan: Ik was vereerd toen de vraag kwam en vond het ook logisch. De afgelopen edities heeft er altijd wel een Nederlandse black metal band gestaan: Laster, Verwoed, Kjeld, Verbum Verus, maar toen wij werden gevraagd wist ik dat er heel veel aan ging komen. Veel van de muzikanten in “Maalstroom” hebben de afgelopen maanden platen uitgebracht die de absolute top zijn, en allemaal met een eigen benadering van wat black metal is. Walters vraag was om een overzicht te geven van wat er aan de randen van black metal gebeurt, van het experimentele en het ontwikkelende. Qua op maat bestellen: we kregen volledig de vrije hand, want hij wilde ons geenszins beperken in wat er ging gebeuren.

(c) Paul Verhagen

Ging er veel druk mee gepaard om tegen een bepaalde datum een interessant werkstuk van één uur te componeren of gingen jullie ervan uit dat het door jullie ervaring wel snor zou komen?
Johan: Ik had bedacht dat het goed was om de eerste maanden volledig vrije hand te geven, om mensen voor zichzelf te laten bepalen wat ze zouden willen. Vrij snel bleek dat dat niet werkte. Gelukkig namen M. en O. het toen op zich om strakke planningen neer te leggen, waardoor er meer lijn in kwam. Het voordeel was inderdaad wel dat wij al jaren in bands spelen, en velen van ons ook wel eens met elkaar hebben gecomponeerd en gespeeld, waardoor er heel veel vertrouwen was. Voor mezelf sprekend was het live opvoeren ervan hetgeen waar ik me het minst druk om maakte, want elke band die zaterdag speelde gooide zijn hart en ziel erin, en dat is het enige wat telt.

Was er één muzikant die de leiding van het geheel op zich nam en andere muzikanten contacteerde om mee aan boord te trekken?
N.: Neen, uit verschillende hoeken werden muzikanten aangedragen. Het aangename resultaat hiervan was dan ook dat veel van ons met nieuwe gezichten en vaardigheden in aanraking kwamen.

Hoe verliep het schrijfproces? Gingen enkele betrokken muzikanten los van de anderen aan het componeren en werden de stukken muziek nadien gezamenlijk bekeken en in mekaar gepast of werden er jamsessies gehouden om zo te zorgen dat er toch een verbindende factor is tussen de verschillende onderdelen van “Maalstroom”?
N.: “Maalstroom” bestond uit vier hoofdstukken en twee interludes. Elk gedeelte is door een andere groep muzikanten vervaardigd, om later samen te vervlechten. Elk hoofdstuk droeg een ander karakter, dus de verdeling hiervan ging heel natuurlijk en in het volste vertrouwen.

Werkte het inspirerend om met muzikanten van andere bands aan de slag te gaan en staken jullie zo nieuwe muzikale inzichten van mekaar op?
N.: Mijn persoonlijke openbaring kwam voort uit de passage van Peter Nijland. Zelden heb ik zoveel charisma, overgave en emotie uit één enkele artiest zien voortkomen. Roadburn is een plek waar artiesten zich maar al te graag achter een muur van versterkers, pedalen en rook verstoppen. Deze instrumenten lijken tijdens zo’n evenement haast noodzakelijk om een bepaald gewicht over te brengen. Nijland liet zien dat op het juiste moment, de juiste persoon met slechts een microfoon en backing track tot veel diepere dalen en hogere pieken in staat kan zijn. Waarvoor dank.

(c) Paul Verhagen

Ik werd volledig in de flow van de muziek meegesleurd die, als vanzelfsprekend, startte met een stevige brok NLBM, maar nadien ook een intense spoken word-passage bevatte en tegen het einde toe na een noise-achtig intermezzo ontaarde in een met beats en elektronica opgesmukte new wave-achtige kijk op het genre. Een wending die ik niet zag aankomen maar wonderwel paste bij het geheel.
N.: Zodra het stuk conceptueel stond, zagen S. en ik “Maalstroom” direct als een mogelijkheid om een ander muzikaal landschap te verkennen. Een climax heeft contrast nodig, dus na drie overtuigende hoofdstukken die rijkelijk gevuld waren met verschillende vormen van black metal, moest er hoe dan ook iets anders gebeuren. De stedelijke thematiek van het vierde – en laatste – hoofdstuk was nachtelijk, koud en steriel. Hopelijk was dit ook terug te horen in onze muzikale vertaling.

Het was inderdaad duidelijk dat jullie met “Maalstroom” een verhaal vertelden. Kan je hier meer over kwijt?
Johan: Jaren geleden heb ik eens een fragment geschreven voor een Northward-plaat, naar aanleiding van een lang gesprek dat ik had met N. over uit een dorp komen en dan de stad ervaren. Toen wij aan het bedenken waren hoe wij een structuur konden geven aan het stuk werd het verzoek geuit een origineel verhaal te hebben waar iedereen een stuk uit kon pakken om te verwerken in muziek. Het beklemmende van het dorp, maar de daaraan verbonden veiligheid, en hoe dat botst met de absolute vrijheid en daaruit voortkomende verwarring, leek me uitstekend als basis voor een stuk dat opgevoerd moet worden in een dorp binnen de stad. Samen met S. en Ruben hebben we hieraan gezeten, en uiteindelijk hadden we een fragmentarisch, chronologisch concept waar iedereen meteen favoriete passages uit haalde. De manier waarop dit uiteindelijk door Project Nefast vertaald werd naar de visuals en door de muzikanten in de movements, had ik nooit durven dromen.

In het verleden waren er wel meer “commissioned pieces” te horen op Roadburn die, ondanks de éénmalige uitvoering ervan, toch nog in fysiek vorm uitkwamen zodat zij die het gebeuren mistten er toch nog van kunnen genieten of de lucky ones het kunnen herbeleven. Ook jullie set werd gefilmd. Zijn er plannen om een live-registratie uit te brengen?
N.: Zodra de roes is weggezakt, gaan we hierover met elkaar in gesprek. Wat mij betreft was het goed zo. Het wereldwijde web heeft ons in de verwarde positie gedrukt dat we altijd alles maar binnen handbereik willen hebben. Laat het gaan. Het was meer dan mooi.

De muzikanten van Waste Of Space Orchestra doken na hun optreden van Roadburn 2018 de studio in om hun “commissioned piece” in de studio te vereeuwigen. Iets zegt me dat dat bij Maalstroom niet het geval zal zijn?
N.: Een maalstroom ontstaat, sleurt mee en verdwijnt. Zij is niet te vereeuwigen.

Over heel het gebeuren hing spijtig genoeg ook een triestige sfeer aangezien Michiel Eikenaar (Nihill, ex-Dodecahedron, ex-Anaphylactic Shock, Fear Falls Burning) de dag ervoor na een hevige strijd tegen kanker overleed. Michiel heeft veel betekend voor Roadburn en de Nederlandse black metal-scene, waardoor het erg frappant is dat hij net tijdens deze editie het leven liet. Er kon echter geen mooier eerbetoon zijn dan de intense sets die jullie afgelopen zaterdag brachten. Hoe zullen jullie je Michiel herinneren?
N.: Ik heb Michiel nooit gekend, maar heb niets dan bewondering voor de steun die betrokkenen dat weekend bij elkaar wisten te vinden.
Johan: Ik ken hem al lang, en hij zal voor mij altijd de bebaarde beer van een vent blijven, die met een knipoog mijn bands “affakkelde” om daarna met een pils te vertellen over zijn leven als vader en leraar. Ik hoop dat iedereen een Eik in zijn leven heeft.

Wat zit er eigenlijk bij jullie in het grondwater waardoor de ene na de andere prachtschijf het levenslicht ziet? Is Nederland het nieuwe IJsland als het op black metal aankomt?
N.: Ik mag hopen van niet: er zijn inmiddels wel genoeg dissonante black metal bands. Buiten alle flauwigheid om, denk ik dat de black metal uit Nederland te divers is om zich zoals IJsland als één solide formatie op te stellen. Gelukkig maar.

Kludde – Treedt uit de vergetelheid

In den vergetelheid“, Kluddes’s plaat uit 2008, leek een self fulfilling prophecy te zijn want na deze release werd het al snel stil rond de Aalstse muzikale herrieschoppers. Maar kijk, alles komt terug en dus ook Kludde. Na tien jaar verschijnt via Consouling Sounds op 24 mei eindelijk de langverwachte nieuwe plaat getiteld “In de kwelm“. Gesterkt door een nieuwe line-up laat Kludde horen nog heel wat in haar mars te hebben. Er was dus veel voer voor een interessant gesprek met de band. (JOKKE)

Welkom terug heren! Hoe voelt het om na een afwezigheid van een dik decennium terug van jetje te geven met Kludde?
Snoodaert: Een dik decenium afwezigheid is natuurlijk relatief. Voor de buitenwereld is er niet veel gebeurd, binnen de repetitieruimte zijn we ondertussen wel alweer een jaar of vijf actief. Nu hebben we er wel bewust voor gekozen om eerst in alle rust een nieuw album af te werken alvorens terug met de band naar buiten te komen. Dit heeft allemaal net iets langer geduurd dan gepland. Gelukkig zijn we nu eindelijk op het punt gekomen waar Kludde weer uit zijn zompig hol kan kruipen en daar hebben we allemaal enorm veel zin in.

Waarom trokken jullie er een goed jaar na de release van “In den vergetelheid” de stekker uit?
Snoodaert: Het vuur was bij iedereen een beetje uitgedoofd. Dit had vele redenen, er was een soort van black metal moeheid opgetreden in de band. We waren met “In den vergetelheid” al een iets meer experimentele weg ingeslagen, welke perfect werkte, tot op het punt dat je merkt dat niet iedereen nog in dezelfde richting kijkt. Reken daar dan bij dat we in die periode vrij vaak optraden met Kludde en andere bands, waardoor er minder tijd was om aan nieuwe nummers te werken, of vooral, die nieuwe nummers op een manier af te werken zodat dat iedereen er zich in kon vinden. Een andere domper op de feestvreugde was dat ons toenmalig label, Sandstorm, kort na de release van “In den vergetelheid” plots onverwacht ten onder ging. Dat heeft de zaak dus ook niet bepaald vooruit geholpen. Dat album heeft bijgevolg nooit de beloofde promotie en distributie gehad. Uiteindelijk zijn we nog zelf onze cd’s gaan halen bij de drukker en hebben we voor alle kosten zelf kunnen opdraaien. Mr. big boss van Sandstorm, met al zijn mooie praatjes en valse beloftes, was namelijk volledig met de noorderzon verdwenen. Dus ja, op een gegeven moment viel de boel gewoon wat uit elkaar.

Medeoprichter Uglúk is ondertussen niet meer van de partij. Waarom hield hij het voor bekeken?
Snoodaert: Na onze reünie in 2014 bleek al snel dat Uglúk niet meer op dezelfde muzikale golflengte zat met de rest van de band. De nieuwe nummers en ideeën lagen hem niet meer, inspiratie om teksten te schrijven was er ook niet. In de beginperiode van Kludde speelde Uglúk ook gitaar en later bas dus had hij logischerwijs heel wat meer inbreng in het schrijfproces van de nummers. Iets wat al serieus gereduceerd was in de periode van “In den vergetelheid” en met de komst van Basstaerd en Cerulean. Ondertussen leven we ook al enkele jaren een serieus eind van mekaar, wat het aanwezig zijn op repetities of van die creatief wazige jam avondjes, al een heel pak lastiger maakt natuurlijk. Al bij al kan je stellen dat, los van Uglúk’s demotivatie, er wel een heel goeie flow zat in het schrijven van de nieuwe nummers. Er was in vergelijking met het schrijfproces van “In den vergetelheid” niet zo heel veel veranderd. Het leek ons dan ook logisch om gewoon met de band verder te gaan na zijn vertrek.

Kludde demon (c) Lieselot Van Vaerenbergh

Gitarist Cerulean neemt voortaan ook de zang voor zijn rekening. Zijn vocalen zijn iets dieper qua toon vergeleken met Uglúk’s screams en duwen Kludde nog meer dan vroeger richting sludge. Toch zien jullie Kludde in de eerste plaats nog als een black metalband. Black metal is ondertussen een heel rekbaar begrip geworden. Qua sound hoor ik nog wel voldoende black metal-passages, maar hoe zit het met jullie gedachtengoed? 
Snoodaert: Wat dat betreft kunnen we wel stellen dat we geen typisch black metal gedachtengoed hebben. Het begon ooit vrij klassiek met corpse paint, kogelbanden en heel wat kepernagels, maar al vrij snel stapten we van dat imago af. Het voelde niet meer juist aan naarmate we evolueerden richting een meer sludgy doom sound op het vorige album. Ook zijn we nooit bezig geweest met occultisme, satanisme of whatever pseudo-intellectueel gedoe. We kunnen ons meer vinden in een old school mentaliteit en aanpak, die denk ik meer aansluit bij een Darkthrone dan bij bv. een Deathspell Omega. Persoonlijk heb ik ongeveer 10 jaar amper black metal beluisterd en is het pas sinds kort dat ik weer nieuwe interessante bands ben beginnen ontdekken. Na zo een tijdje out of the scene merk je pas echt hoeveel het genre en de mentaliteit geëvolueerd en veranderd zijn tegenover vroeger.

De nieuwe line-up bevat een sterke ritmesectie. Waar vonden jullie drummer Vellekläsjer?
Snoodaert: Vellekläsjer is iemand die we eigenlijk al een hele tijd kennen. Ooit was hij drummer in de death metalband Bloodfart. We hebben begin vorig decennium nog enkele keren de lokale podia gedeeld en onveilig gemaakt. Vorig jaar met Aalst Carnaval liepen we elkaar in niet al te koosjere toestand tegen het lijf. Ik vertelde hem over onze drummerfrustraties en stelde hem kort daarna voor om het eens bij ons te komen proberen. Ondanks dat Vellekläsjer op dat moment al enkele jaren muzikaal non-actief was, wist hij ons bij de eerste try-out toch volledig omver te blazen. De klik was wederzijds en ondertussen zijn we alweer meer dan een jaar verder en het blijft in stijgende lijn gaan. We kunnen ondertussen wel met volle zekerheid stellen dat hij de juiste man is voor de band.

Op tekstueel vlak hebben jullie je altijd al laten inspireren op lokale Aalsterse folklore. Ook nu is dat weer het geval. Zo verwijst het nummer “Bloedkoesj” naar een verhaaltje dat verteld werd aan kinderen die niet wouden slapengaan als ik me niet vergis?
Snoodaert: Ouders vertelden dit verhaal vroeger aan hun kinderen om ze op tijd binnen te krijgen voor het donker, en ook om hen bewust te maken niet blootsvoets rond te lopen. Want ’s nachts komt de bloedkoets, rood geschilderd met het bloed van kinderen, sloom en traag vooruit bewegend door de straten van Aalst, rijdt de koets je tenen af en zuigt je bloed op. Het verhaal heeft zijn oorsprong in de tijd van de Franse bezetting. Kinderen werden meegenomen in een koets en weggevoerd naar Frankrijk. Daar werden ze in stukken gehakt, waarna de zieke Franse republikeinen in hun bloed baadden om te helen.

Welk verhaal is er verbonden aan het “Kasteelke van verdoemenis”?
Snoodaert: Over het Kasteelke van Verdoemenis, of Kasteel Terlinden, zoals het eigenlijk heet, zijn veel verhalen te vertellen. De pater Pasquier Quesnel heeft er ooit onderdak gevonden nadat hij ontsnapt was uit de gevangenis van het aartsbisdom Mechelen. Hij werd beschuldigd van ketterij, wat in die tijd als “des duivels” aanzien werd. Vandaar ook de naam “Kasteelke van Verdoemenis”. Het was ook het domein waar vroeger misdadigers aan de galg opgehangen werden. De bende van Jan de Lichte zou daar zelfs ooit eens hun kamp opgeslagen hebben. Het verhaal van dit nummer gaat over één van de eigenaars, die ooit zijn vrouw met een grote kepernagel door het hoofd aan de deur genageld heeft. Na haar enkele jaren begraven te hebben op het domein ontgroef hij haar schedel en gebruikte hij die als kaarsenhouder. De tekst voor dit nummer is een prachtig gedicht dat we mochten gebruiken van de getalenteerde Vlaamse dichter Jan Goffa.

Kasteel Terlinden (c) Trougnouf (Benoit Brummer)

Poesjkapelle” verwijst dan weer naar een gekend Aalst volksfiguur. Vertel!
Snoodaert: De Poesjkapelle en haar beste maat Zwert Lowieken waren enorm beruchte figuren in het Aalsterse. Halfweg vorige eeuw maakten ze menig café en Aalstenaar onveilig. Het waren onverbeterlijke alcoholisten in de ergste graad, ze werden in elk café buiten gezwierd, dan vielen ze mensen lastig op straat. Hygiëne, daar hadden ze ook een broertje aan dood. Zwérte Lowie had de gewoonte, na menig biertjes, zijn rolstoel vol te schijten. Men zei dat je ze van kilometers ver kon rieken. Toen Poesjkapelle ouder werd, liep ze krom van artrose. In plaats van krukken gebruikte ze omgekeerde bezemstelen. Hoe ouder ze werd, hoe krommer ze liep. Ze zaagde dan stukjes van haar bezemstelen. Mijn vader vertelde me ooit een verhaal van toen hij jong was. Hij had net zijn rijbewijs gehaald, en de Poesjkapelle sprong in zijn auto op de achterbank toen hij voor het rood licht stond. Ze eiste dronken en lallend een lift van hem. Toen hij haar uit zijn auto kreeg heeft hij zijn auto laten desinfecteren. De stank was naar het schijnt niet te harden.

Aalst heeft niet altijd een goed imago gehad. Velen linken de stad aan carnaval, alcoholmisbruik, sociale wantoestanden en “De helaasheid der dingen”. Ik heb ook nog nooit een daguitstap naar Aalst gemaakt. Wat kan je er “Vlaanderen vakantieland”-gewijs bezoeken dat de moeite waard is?
Snoodaert: Heel veel is er in Aalst niet te bezichtigen. We hebben wel een gezellige grote markt en een prachtig belfort. Ons belfort is trouwens het oudste belfort van België. Natuurlijk is er wel een ruime waaier aan verschillende bouwstijlen van doorheen de eeuwen heen en is een bezoekje aan de Sint-Martinuskerk ook wel de moeite. Daar kan je trouwens ook een werk van Rubens bewonderen. En natuurlijk niet te vergeten,  het Kasteelke van Verdoemenis, indien je het aandurft hehehe. De laatste jaren hebben ze wel veel veranderd en gemoderniseerd in Aalst, waardoor er wel een heel pak charme en gezelligheid weg is naar mijn mening.

In de Kwelm” werd onder leiding van Cerulean ingeblikt en ik moet zeggen dat het eindresultaat heel zwaar en moddervet klinkt. Zijn jullie nog steeds tevreden over het eindresultaat of zijn er zaken die je ondertussen zou willen veranderen?
Cerulean: Bedankt voor het compliment. Wat de tevredenheid betreft kan ik enkel voor mezelf spreken. Aangezien ik het opname- en mixwerk voor mijn rekening genomen heb, blijf ik steeds kleine details horen die ik toch graag net iets anders had gewild. Maar ik denk dat dat een gekend fenomeen is onder de doe-het-zelvers in de muziekwereld. Wij zaten met een vrij strakke deadline die we onszelf hebben opgelegd, doordat we een datum hadden afgesproken met Jerboa Mastering. Uiteindelijk werkt dat volgens mij het beste. Ik presteer beter wanneer er tijdsdruk is. Met mijn andere band, Tim’s Favourite, heeft het mixen van onze opnames letterlijk jaren aangesleept, omdat onze frontman (die zich daar over de mix ontfermde) maar bleef sleutelen en uitproberen. De deadline was daar volledig afwezig. Ik vrees dat ikzelf ook niet aan de verleiding zou kunnen weerstaan om bezig te blijven, je denkt toch altijd “dat kan toch iets beter”. Maar of het eindresultaat dan daadwerkelijk beter is…
Wat ik wel een mooie verwezenlijking vind, is dat we onze live-sound eigenlijk goed vertaald hebben naar ons album. Bij “In den vergetelheid” (toen opgenomen en gemixt in de CCR) verschilde de live-sound aanzienlijk van die op het album, en het klonk allemaal wat opgepoetst.
Het is een proces van vallen en opstaan geweest, en ik ben letterlijk tot de laatste minuut nog bezig geweest. Als ik dit album vergelijk met albums die ik in het verleden heb gemixt, mag ik wel trots zijn op de grote vooruitgang die ik heb gemaakt.
Uiteindelijk heb ik al mijn opgedane ervaringen als mixer in dit album tot het uiterste laten renderen. Al bij al denk ik dat we tevreden mogen zijn!

Vellekläsjer: Je moet inderdaad op een bepaald moment afstand nemen en zeggen “het is klaar nu”, voordat je op een punt komt dat het alleen maar naar beneden kan gaan. Op dat vlak is dat prima gelukt, het resultaat mag er zijn. Props voor Cerulean, die enige tijd als kluizenaar een hypotheek heeft gelegd op zijn sociaal leven en zijn slaap. Toen we de mix binnen brachten bij Jerboa Mastering – en dat is toch geen kleine naam in de business met masterings voor vele grote namen zoals Triggerfinger, Eels, Netsky, Hooverphonic, enz. – was die meteen ook bijzonder enthousiast, en werden er vele kushandjes gegooid richting de mix. Die mastering heeft bovendien nog voor veel extra pit en een goeie flow in de cd gezorgd. Het is alsof je de kettingzaag aantrekt en die maar blijft razen tot na 40 minuten alles in je omgeving in de vernieling ligt.

Hebben jullie lang over het schrijf- en opnameproces gedaan?
Snoodaert: Het was best wel een lange procedure. Het schrijven van de nummers op zich viel wel goed mee. De basis van onze nummers wordt meestal thuis geschreven, en op de repetities worden die dan ingeoefend en afgewerkt. Waar we enorm veel tijd mee verloren hebben, was in het opleiden en inwerken van nieuwe bandleden, zo hebben we sinds onze reünie in 2014 een viertal drummers gehad en zelfs een paar maand met een zanger samengewerkt alvorens Cerulean die taak op zich nam. Tegen dat de nummers er goed en wel inzaten, liep er wel altijd iets mis waardoor we weer opnieuw konden beginnen.
Cerulean: Inderdaad. De laatste vijf jaar hebben meermaals aangevoeld als een processie van Echternach, maar misschien was dat wel een necessary evil om tot ons uiteindelijke resultaat te komen. De line-up die we nu hebben is perfect.
De opnames op zich verliepen vlot. De gitaaropnames waren bijvoorbeeld op enkele dagen ingeblikt. De meeste tijd ging naar het mixen zelf. Opnames zijn soms nog een soort van experimentele fase waarin nieuwe dingen uitgeprobeerd worden, maar omdat wij deze nummers nu al jaren speelden, zat alles al in zijn vaste vorm. We hebben dan ook bewust gewacht met opnames tot we het gevoel hadden dat we er 100% klaar voor waren.

Vellekläsjer: Het lange schrijfproces heeft er voor gezorgd dat het acht individueel zeer sterke en goed uitgewerkte nummers geworden zijn, en niet twee goeie nummers en wat opvullertjes zoals al eens durft te gebeuren bij groepen die rap rap een cd moeten uitbrengen van het label. Van gebrek aan inspiratie is er overigens nog lang geen sprake, we hebben alle luxe en vrijheid om het op onze eigen manier te doen en de nieuwe zaken die op tafel liggen klinken ook al verdomd goed.

De nieuwe plaat klinkt wat meer rechttoe-rechtaan vergeleken met “In den vergetelheid” waar ook wat met post-metal geflirt werd. Was het een bewuste keuze om terug harder van leer te trekken?
Snoodaert: Dat klopt, toen we “In den vergetelheid” schreven midden jaren 2000, was post-black metal nog vrij vernieuwend, die sfeervolle passages en doomstukken gaven toen echt een originele meerwaarde aan onze muziek. Maar zoals eerder vermeld, op een gegeven moment begonnen we wat teveel af te dwalen van het zwarte pad en de ideeën begonnen wat te ver uit elkaar te lopen. Bij onze reünie hebben we het daarover gehad, welke richting we nu juist uit wilden met de band. We waren het er vrij snel over eens dat Kludde terug een pak ruiger en vuiler mocht klinken dan op ons vorige album. Een soort back to the basics aanpak. Dit wil niet zeggen dat we de experimentele stukken volledig uitsluiten. De kans is vrij reëel dat we op een dag weer aan een meer doomgericht album beginnen werken. Maar in de eerste plaats blijven we vooral een black metal band en van die basis wijken we niet af.

Onder de schuilnaam Kwelm werd een try-out gegeven in de Antwerpse Music City. Ik moest ter elfder ure verstek laten gaan. Hoe verliep deze try-out?
Snoodaert: We hebben toen vooral nieuwe nummers van “In de kwelm” gespeeld en dit verliep allemaal vrij goed. Het ontbreken van een PA maakte het voor ons niet bepaald gemakkelijk, maar er waren geen major fuck-ups. Dat bewijst wel dat we momenteel goed ingespeeld zijn op elkaar. De reacties van het publiek waren alvast zeer positief. Dat wakkert de zin om terug live te spelen alleen maar meer aan.

Jullie vonden onderdak bij Consouling Sounds. Was het moeilijk om een partner te vinden om “In de kwelm” uit te brengen?
Cerulean: Dat is best wel meegevallen. Het zijn moeilijke tijden voor de muziekindustrie in dit digitale tijdperk, maar gelukkig maken wij nu eenmaal muziek in een genre waar nog zeer fanatieke verzamelaars vertoeven. In het totaalplaatje van de muziekindustrie stelt dat misschien weinig voor, maar het betekent wel dat er zeer toegewijde en gerespecteerde labels opereren, met een hart voor dit soort muziek. Ik denk dat dat bij weinig andere genres het geval is, vooral als geld de hoofdfocus is. Consouling Sounds is in dat opzicht dan ook een schot in de roos in onze zoektocht naar een label. Ze hebben een oog voor talent, en er zijn genoeg bands die onder hen volledig konden openbloeien.
We hebben ons album aan een aantal labels bezorgd, eigenlijk niet eens zoveel, en hadden uiteindelijk de luxe om het label van onze voorkeur te kunnen uitkiezen, want meerdere labels hebben positief gereageerd.

Vellekläsjer: Mike van Consouling was meteen laaiend enthousiast. Om het in zijn woorden te zeggen: “We waren hier allemaal een beetje van onze sokken geblazen”. Dat kan tellen als bevestiging. Er waren meerdere mooie aanbiedingen, maar uiteindelijk had Consouling de voor ons meest interessante deal in huis. Consouling is een heel erg actueel en actief label, met vele goeie bands, en die ook knappe dingen organiseert. We waren vanzelfsprekend enorm blij en vereerd met hun interesse.

Jullie zijn ook al aan een nieuw album aan het werken. Wat kan je daar al over kwijt?
Snoodaert: Dat wordt een concept album waarover we nog niet teveel gaan verklappen. We kunnen wel al kwijt dat de nummers voor dat album een pak langer duren en terug wat experimenteler zijn. Het schrijfproces zit in een vergevorderd stadium en het is de bedoeling dat we nog dit jaar aan de opnames beginnen.

Wat hopen jullie met de nieuwe plaat te bereiken?
Geen speciale verwachtingen of ambities, gewoon terug op de planken staan en hopelijk wat plaatjes verpatsen zodat we snel ons volgende album kunnen gaan opnemen!

Vargrav – Reign in supreme darkness

Nostalgische zielen, we zijn met velen in het black metal-wereldje. Er zijn wel enkele bands die met norse blik vooruit kijken, maar het gros van de blekkies speelt toch gretig in op die geromantiseerde begindagen van het genre. Het Finse Vargrav is zo’n band. Vorig jaar beleefden we dan ook heel wat plezier aan diens debuut “Netherstorm” dat ons terug katapulteerde naar het midden van de jaren ’90 toen symfonische black metal-platen als “Stormblåst“, “In the nightside eclipse“, “Seen through the veils of darkness“, “The sad realm of the stars“, “Dancing through the palace of the ungodly beauty“, “…Memoriam draconis” en “Witchcraft” op mijn slaapkamer door de speakers van mijn stereoketentje – dat ik voor mijn plechtige communie had gekregen – knalden. V-Khaoz – de man achter Vargrav en met een palmares aan bands zoals Oath, Azaghal, Druadan Forest, Hin Onde en Kalmankantaja een veteraan in de Finse black metal-scene – smeedt het ijzer terwijl het heet is, want in de vorm van “Reign in supreme darkness” ligt er al een opvolger klaar. Nadat de symfonische toetsen van de intro tot epische proporties aangezwollen zijn, maken de nocturne klanken van “The glory of eternal night” zich van ons meester. Dit nummer was – samen met een coverversie van Emperor’s “Ancient queen” reeds te horen op de appendix-EP die het debuut vergezelde. Vanaf “Dark space dominion” krijgen we dan nog zes nummers lang écht nieuw werk te horen dat in het verlengde ligt van “Netherstorm” met iets meer ruimte voor dynamiek. De middeleeuwse, mysterieuze en treurige keyboardklanken eisen als vanzelfsprekend de hoofdrol op binnen deze symfonische niche, maar alles staat of valt dan ook met de kippenvelfactor en die blijft spijtig genoeg toch deels achterwege. Zeker de eerste luisterbeurten blijft de symfonische mayonaise niet erg plakken. Het is pas na meerdere onderdompelingen in deze opperste duisternis dat de melodieën zich in je onderbewustzijn nestelen. In bijna elk nummer waart de echo van oude-Emperor rond, maar met de keizer van het genre kan Vargrav zich niet meten en dat gaat waarschijnlijk ook nooit gebeuren. Misschien dient er meer tijd genomen te worden voor het schrijfproces? Toch is “Reign in supreme darkness” een aanrader voor keyboard fetisjisten en wekte het plaatje nostalgische gevoelens los. Back to the nineties!

JOKKE: 81/100

Vargrav – Reign in supreme darkness (Werewolf Records 2019)
1. Intro – Et in profundis mysteriis operta
2. The glory of eternal night
3. Dark space dominion
4. In streams from great mysteries
5. As the shadows grow silent
6. Crowned by demonstorms
7. Godless pandemonium
8. Arcane stargazer

Wolvennest – Vortex

Work mode switched off. Roadburn mode switched on. Eén van de muzikale clashes waar ik nog steeds niet uit ben, vindt aanstaande zaterdag plaats. Ga ik – voor de zoveelste keer – naar Wolvennest kijken of kies ik toch om heel de dag door te brengen in het Patronaat alwaar Witte Wieven de aftrap zal geven voor een marathon vol NLBM? Wat het optreden van onze Brusselse wolven in elk geval speciaal maakt, is dat ze het adembenemende “Void” voor de eerste keer integraal gaan vertolken inclusief alle gastmuzikanten die op de plaat te horen zijn. Om dit heuglijke gebeuren extra speciaal te maken – en de financiële kater na deze vierdaagse hoogmis nog wat aan te dikken – brengt de band een EP met drie nieuwe nummers uit. Het intrigerend getitelde “Spirit of the black wolven dogs and the wild horses” wijkt wat af van wat we normaal gewend zijn van deze psychedelische wolvenroedel en laat een repetitieve riff horen waarbij tribal-achtig drumwerk de puls aangeeft, een mannelijke spoken word sample in een loop draait en Shazzula in het Frans haar toverspreuken proclameert. “Vortex” en “The storm” grijpen wel terug naar de sound die we van Wolvennest gewoon zijn: een intrigerende mix van pakkende psychedelica, slepende doom, krautrock en melodieën die langzaamaan opbouwen en je in een wurggreep houden waarover Shazzula haar enigmatische stembanden los laat. Setting the world on fire! Liefhebbers reppen zich op Roadburn snel naar de merch-stand.

JOKKE: 85/100

Wolvennest – Vortex (Ván Records 2019)
1. Spirit of the black wolven dogs and the wild white horses
2. Vortex
3. The storm

Murg – Strävan

Liefhebbers van pure, ijskoude no-nonsense Scandinavische black hebben ongetwijfeld een release van het anonieme duo Murg in hun platenkast/CD-collectie/virtuele muziekbank staan. Met “Strävan” zijn de Zweden aan het eindpunt van hun trilogie gekomen waarvan de eerste twee delen – “Varg & björn” uit 2015 en “Gudatall” uit 2016 – erg gesmaakt werden. Ik heb een klein vermoeden dat ook deze nieuwe plaat me niet zal teleurstellen. Vargher en Urzul presenteren hun black middels trage riffs die een stoïcijnse duisternis en van tijd tot tijd ook een zekere grandeur uitdragen en waaronder de drums bepalen of het nummer van dienst aan een rotvaart (“Berget“, “Korpen“) vooruitgaat of zich eerder slepend (titelnummer en “Tre stenar“) voortbeweegt maar over het algemeen werd het tempo ten opzichte van de voorgangers wat teruggeschroefd. De nummers bevatten net zoals de beknopte songtitels geen overbodige franjes, maar houden het kort en bondig zonder te vervelen. Zelfs in repetitieve songs als het afsluitende “Stjärnan” blijf je bij de les. Je wordt als luisteraar bij Murg niet afgeleid door allerhande gimmicks waardoor de focus automatisch op de muziek komt te liggen. De hardvochtige, dierlijke en ruwe black wordt gevoed door de donkere bossen en eeuwenoude mijnen die in Bergslagen, hun thuisgebied verspreid liggen. De eerste paar luisterbeurten was ik op zich niet echt overdonderd meer, maar zoals steeds weten de gure melodieën van een nummer als “Renhet” zich luisterbeurt na luisterbeurt steeds dieper onder de huid te nestelen. Hoewel deze jaren ’90 melo-black natuurlijk al een triljoen keer eerder is gedaan, weet Murg met haar misantropische black toch steeds de juiste snaar te raken.

JOKKE: 85/100

Murg – Strävan (Nordvis Produktion 2019)
1. Ur myren
2. Strävan
3. Berget
4. Renhet
5. Korpen
6. Tre stenar
7. Altaret
8. Stjärnan