Maand: mei 2019

Délétère – Theovorator: Babelis testamentum

Délétère’s “De horae leprae” ligt nog vers in het geheugen en toch leveren de Canadezen amper een jaar later in de vorm van “Theovorator: Babelis testamentum” reeds nieuw werk af, al zij het een EP. De drie nummers vertellen in twintig minuten tijd het verhaal van Babel die de zondvloed overleefde, de Toren van Babel bouwde en alzo Tervenificus bevrijdde wat leidde tot de “theovoratie” of consummatie van God. Hoe dit historisch gezien allemaal juist in zijn werk ging, blijft me – ook na menig online opzoekwerk – een raadsel. Geen Babylonische spraakverwarring hier want Délétère doet wat we van haar gewend zijn: krachtige, ruwe doch melodische black spelen met een dikke vette knipoog naar Drudkh. Maar het is hen vergeven. Nog straffer, deze nieuwe nummers kunnen me zelfs meer bekoren dan de laatste paar platen van Roman Saenko en co. “Theovoratoris aduentus” bevat tussen al het geweld door ook orgelklanken en heldere zangstukken en weet me meermaals bij de keel te grijpen. De aanstekelijke en catchy melodie van “Babel insanifusor” doet dan weer haar werk door mijn hoofd vijf minuten lang op en neer te laten wiegen. Ook bij “Milites pestilentiae III – Babylonia magnissima” vinden black metal-extremiteiten en het gevoel voor melodie – dat zich onder andere via een keyboardriedeltje manifesteert – mekaar, wat een beklijvende song oplevert. Drie overtuigende nummers zorgen ervoor dat “Theovorator: Babelis testamentum” op een sterke EP is uitgedraaid!

JOKKE: 81/100

Délétère – Theovorator: Babelis testamentum (Sepulchral Productions 2019)
1. Theovoratoris aduentus
2. Babel insanifusor
3. Milites pestilentiae III – Babylonia magnissima

Enisum – Moth’s illusion

Er zijn inmiddels meer black metal sub-genres dan er kousen liggen op de “Sokmont“, de hoogste berg in de microdimensie gelegen achter wasmachines waarheen alleenstaande sokken gaan na hun scheiding. Enisum speelt Arpitaanse black metal. Voor de mensen die al eens een reisje naar het Zuiden van Europa maken: Arpitanië is een gebied nabij de grens van Italië, Frankrijk en Zwitserland met een eigen culturele en historische identiteit. Daar we allemaal weten dat we zelf geheel verantwoordelijk zijn voor waar we geboren worden, is het dus volstrekt logisch om apetrots te zijn op onze herkomst. Maar goed, het zijn een keertje geen zogezegde Vikingen. “Moth’s illusion” is de zesde plaat van Enisum en werd gepromoot op een tour met het Belgische Drawn into Descent. Net als de voorgangers is het een moderne, melodieuze black metal plaat met wat folk en post invloeden hier en daar. De nummers zijn degelijk opgebouwd rond een gelijkaardig onderling thema en in zijn geheel is “Moth’s illusion” net een tikkeltje gevarieerder en toegankelijker dan ouder Enisum-werk. Naar mijn mening zijn er geen tracks die boven een ander uitstijgen, al zijn er daarentegen wel enkele elementen die ik niet erg goed kan smaken in enkele tracks. De gitaarklank is net iets te droog voor bepaalde stevige stukken en bij de nogal stroef aangeslagen, hakkende riffs klinkt het daarom – zeker in combinatie met de slappe grunts – wat flauw. En ook de cleane vocalen – zowel mannelijk als vrouwelijk – zijn geen geweldig verkoopargument. Al bij al echter is dit zeker een veilige koop voor fans van de band, voor verzamelaars van het genre of amateurs van Arpitaanse kunst. 

Xavier: 72/100

Enisum – Moth’s illusion (Avantgarde Music 2019)
1. Cotard
2. Anesthetized emotions
3. Where souls dissolve
4. Afframont
5. Moth’s illusion
6. Last wolf
7. Ballad of musinè
8. Coldness
9. Petrichor
10. A forest’s refuge
11. Lost again without your pain
12. Burned valley

Ish Kerioth – One of the twelve

Na een gesmaakte eerste release in de vorm van “Mass of the serpent” van het Gentse Serpent Mass, heeft Haunted by Ill Angels met Ish Kerioth nog een band uit het Gentse opgevist die de moeite waard is. JHCR, SNVN en JNDR houden er in tegenstelling tot hun collega’s een meer traditionele black metal-aanpak op na. De sound van de twee nummers werd vastgelegd in de Kosmik Womb Studio en is verrassend goed voor een demotape. Dit maakt dat het optimaal genieten is van “One of the twelve“, dat naar het einde toe een heerlijke riff bevat, en “Iskarioutha” dat wat aan landgenoten Possession doet denken. De twee nummers zitten technisch goed in mekaar en de muzikanten hebben oog voor de vele details zoals afwisselende zangstijlen en samples die het boeiend en dynamisch houden, hoewel Ish Kerioth verre van origineel klinkt. De titel van deze demo slaat gelukkig niet op de oplage waarin dit kleinood verschijnt want er zijn 100 stuks van gemaakt. Ik zou echter niet al te lang wachten om er één op de kop te tikken. Interessante nieuwkomer!

JOKKE: 80/100

Ish Kerioth – One of the twelve (Haunted by Ill Angels 2019)
1. One of the twelve
2. Iskarioutha

Mystifier – Protogoni mavri magiki dynasteia

Ik ken maar weinig metal bands uit Latijns-Amerika die ik goed vind. Het Braziliaanse Mystifier is een grensgeval. Ook al zijn ze al meer dan dertig jaar actief, is dit nog maar hun vijfde langspeler en dat zou je niet zeggen van “Protogoni mavri magiki dynasteia“… een eigenschap die zowel positief als negatief is. Het goede aan dit album is dat het verbazingwekkend fris klinkt in al zijn duisternis. De donkere atmosfeer die het album uitademt is tastbaar en transporteert je prompt naar de jaren negentig. Het slechte is dat het teveel lijkt alsof ze niet meer hebben gerepeteerd sinds diezelfde jaren negentig. Technisch gezien is het album geen hoogvlieger, de simpele drums en cliché gitaren combineren dan wel goed met het goedkope synth geluid, het is nou niet een geweldig voorbeeld van geweldige moderne metal muziek. En toch… heeft het echt iets. Ze worden wel eens het Zuid-Amerikaanse Rotting Christ genoemd en dat past ook wel bij dit album, en niet enkel vanwege de vrij onnozele Griekse titel. Waar een band als Rotting Christ voor mij amper nog iets maakt wat op een degelijk nummer lijkt, hebben deze heren, in hun compleet negeren van hedendaagse muzikale eisen, iets afgeleverd waar ik stiekem warm van loop. Mid-tempo black/death metal met keyboards en een compacte productie. Mystifier levert met hun nieuwe album een stukje Zuiderse mystiek af die ondanks de vervaldatum zeker nog goed te verteren valt.

Xavier: 80/100

Mystifier – Protogoni mavri magiki dynasteia (Seasons Of Mist 2019)
1. Protogoni mavri magiki Dynasteia
2. Weighing heart ceremony
3. Witching lycanthropic moon
4. Akhenaton (Son mighty sun)
5. Six towers of Belial’s path
6. Demoler las torres del cielo (en nombre del diablo)
7. Soultrap sorcery of vengeance
8. (Introcucione d’la melodia mortuoria) Thanatopraxy
9. Al Nakba (666 days of war)
10. Chiesa dei bambini molestati

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia

Het Franse Deathspell Omega is een extreem metal-instituut dat tot de verbeelding spreekt en al dikwijls geïmiteerd is, doch zelden geëvenaard. Samen met landgenoten Blut Aus Nord vormden ze vanaf meesterwerk “Si monvmentvm reqvires, circvmspice” uit 2004 de blauwdruk voor de dissonantie vererende black metal muzikant (voorheen deed de band eerder aan Darkthrone worship). Interviews en bandfoto’s zijn een unicum en ook over de identiteit van de bandleden bestaat nog geen 100% duidelijkheid (wie is die waanzinnig goede drummer nu eigenlijk?). Zonder al te veel bombarie werd enkele weken geleden plots het nieuwe nummer “Ad arma! Ad arma!” middels een fenomenale videoclip van Dehn Sora op de mensheid losgelaten. En nu is er in de vorm van “The furnaces of palingenesia” een nieuwe langspeler, de zevende ondertussen. Over het als teaser losgelaten mid-tempo nummer leken de meningen verdeeld te zijn, vooral door diens meer toegankelijke karakter. Maar vreest niet want hoewel de band meer dan op voorganger “The synarchy of molten bones” wat gas terug schroeft, gebeurt er weer heel wat in het Deathspell Omega-universum en blijft ook het snelle, hyperkinetische werk niet achterwege (“The fires of frustration“, “Absolutist regeneration“). Tussen alle jazzy en progressieve black metal riff-waanzin en het pandemonische drumwerk door, eist de zwaar ronkende basgitaar een erg belangrijke en prominente plek op, vooral in trager werk zoals “1523” en “Standing on the work of slaves“. En meermaals zorgt subtiele orchestratie in de vorm van strijkers en blazers voor een extra dosis drama. Over het algemeen merk ik ook wat meer melodie op hoewel Deathspell Omega nog steeds een natte droom is voor liefhebbers van gecontroleerde dissonante chaos. Overgangen – hoe technisch, onverwacht of abrupt ook – komen zelden geforceerd over en de dynamiek en flow van de tamelijk compacte nummers wordt zorgvuldig in het oog gehouden net zoals de nodige hooks zodat de nummers ook daadwerkelijk blijven hangen. Persoonlijke favorieten op dat punt zijn het van een heerlijke riff voorziene “Imitatio dei” en het razende met cleane zang en orchestratie opgesmukte “Renegade ashes“. In het afsluitende atmosferische “You cannot even find the ruins…” experimenteert Mikko Aspa met zijn vocalen wat een extra apocalyptische toets toevoegt. De meerwaardezoeker op gebied van lyrics – voor zover er nog mensen zijn die hier een zier om geven – komt zoals steeds weer uitgebreid aan zijn trekken met de filosofische en theologische teksten (bijna eerder kortverhalen) die handelen over extase, palingenese (een concept van wedergeboorte of re-creatie) en Janus, de Romeinse god van het begin en het einde. Kortom, “The furnaces of palingenesia” is op-en-top Deathspell Omega spierbalgerol met meer aandacht voor orchestrale elementen, dynamiek, melodie, mid-tempo werk en ronkende bastonen die succesvol aan het gekende dissonante, beklemmende en grandiose bandgeluid toegevoegd worden. De grote afwisseling die deze plaat rijk is, maakt het voor mij de beste Deathspell Omega release sinds “Kénôse“. De grote kudde schapen mag weeral een tandje bijsteken.

JOKKE: 92/100

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Neither meaning nor justice
2. The fires of frustration
3. Ad arma! Ad arma!
4. Splinters from your mother’s spine
5. Imitatio dei
6. 1523
7. Sacrificial theopathy
8. Standing on the work of slaves
9. Renegade ashes
10. Absolutist regeneration
11. You cannot even find the ruins…

Āter – Kaart de rottigheid van de maatschappij aan

Zo’n luttele 23 jaar na haar oprichting komt Āter in de vorm van de “Vullighied” EP met een eerste teken van leven naar buiten. Recent kwam alles voor Wesley Beernaert, oprichter en bezieler van de band, in een stroomversnelling terecht waardoor we de komende tijd nog veel van Āter zullen horen. Wesley gaf ons meer inzicht in het verleden, heden en toekomst van zijn band en we polsten ook naar zijn professionele bezigheden met Vokillz for Hire. (JOKKE)

Dag Wesley! Laten we het eerste eens over de bandnaam hebben. Er lopen/liepen wel meerdere bands met dezelfde naam rond, maar in jouw geval staat er een accent op de beginletter. Hoe dienen we de bandnaam juist uit te spreken en wat is de betekenis ervan?
Het accent dient enkel om aan te geven dat de uitspraak een “lange A” betreft. In het originele Latijn werd dit niet gedaan, maar zodra de taal werd uitgevoerd in verschillende geschreven boeken werden deze “accenten” gemaakt als aanduiding om de bedoelde uitspraak voor iedereen duidelijk te maken. De correcte uitspraak is dus zoals je het leest, maar met een lange A in plaats van een korte. Het is dus eigenlijk de officiële schrijfwijze zodra men Latijn begon te introduceren aan de wereld. Streep = lange klank, geen streep = korte klank. De “a” zonder streep kan bv. als een korte “eu” klinken zoals het einde van “idea”.
Er zijn verschillende betekenissen afhankelijk van hoe het woord gebruikt wordt: in accusatief, datief, genitief, enz. Afhankelijk van de naamvallen kan het woord betekenen: zwart, kwaadaardig, zwarte inkt, het zwart maken van iets, zwartgallig, luguber, kwaadwillig, … Er zijn nog hopen synoniemen en afgeleiden. Het hangt allemaal af van de context maar ze leunen vrijwel altijd bij het sinistere aan.

Āter werd meer dan twintig jaar geleden opgericht, maar nu komt er pas een eerste release uit. Dat vraagt om een woordje uitleg.
Ik had de muzikale microbe al vrij vroeg te pakken. Ik kocht mijn eerste gitaar op mijn twaalfde na lang zang en piano gestudeerd te hebben. Ik begon te schrijven en voor ik het wist had ik nummers klaar die ik verder afwerkte met de hulp van andere muzikanten die ik op festivals en in jeugdhuizen leerde kennen.
Ik ging verder door met schrijven maar dat bleek traag en moeizaam te verlopen door verschil in maturiteit met de andere bandleden. Ik was op m’n dertiende of zelfs veertiende misschien nog niet matuur genoeg (of zelfs eerder naïef in m’n doelstellingen), maar ik bleef ermee doorgaan terwijl de anderen niet konden volgen met de werklust die ik had, of de druk niet aankonden. Dus bleef ik solo verder doen.
Ik kreeg enkele aanbiedingen van redelijk goeie bands om zang voor te doen, wat de start was van mijn eigenlijke carrière (als je het zo mag noemen). Mijn rol in bands werd steeds meer en meer duidelijk. Terwijl de groepen deden waar zij goed in waren (muziek schrijven en het samenspel verzorgen) ging ik aan de slag met marketing, promotie, het verkrijgen van package deals, enz… Daar hield ik me uren en dagen mee bezig, meestal met goed resultaat, wat me alleen maar verder motiveerde.
De band zag dat het goed was, dus ik bleef verder doen en nam uiteindelijk ook de boekhouding, merch, financiën, onderhandelingen, tour-organisatie, gig-hunting en dergelijke als extra erbij. Bijna een fulltime job die ik zowel van thuis uit deed als tijdens bandmeetings besprak. Teksten en zanglijnen kwamen er toch maar als ik afgewerkte nummers kreeg. Het nadeel was dat er weinig vrije tijd over bleef om nog aan Āter verder te werken.

Op basis van de andere bands of projecten waaraan je gelinkt bent, had ik deze vorm van vuile, oude black metal niet echt verwacht. Zijn de gevoelens of boodschap die je middels Āter wilt brengen enigszins veranderd ten opzichte van het moment waarop je als tiener besloot de band op te richten?
Nee hoor, de muziek die ik toen maakte blijft zowat hetgeen ik ben blijven maken. Ik heb gewoon de draad terug opgepikt.

Vullighied” werd in een 1.000-jaar oud Vlaams dialect ingezongen. Hoe ben je op dit idee gekomen en hoe verliep het schrijven van de teksten? Heb je hiervoor in oude boeken liggen snuisteren of werd je bijgestaan door iemand die dit – bijna uitgestorven – dialect nog machtig is?
Ik ben dit dialect zelf machtig en het meeste van het lyrische concept komt vanuit m’n eigen rotte brein, natuurlijk ook wel gesteund door de gigantische hoeveelheid aan literatuur en filosofie die ik doorheen de jaren gretig heb opgeslorpt.

Er loopt blijkbaar een rode draad door de vier songs van de EP. Kan je ons hier meer inzicht in verschaffen? 
Dat heb je goed gezien. Het doel van het lyrische concept is een beetje de rottigheid of de “vullighied” (vuiligheid/filth) van de maatschappij naar voren te brengen, hoe het volk tegenover elkaar staat en hoe misconcepties worden verwezenlijkt. De uitleg van elk nummer staat in het CD-boekje dus het lijkt me nutteloos hier een volledige pagina aan te wijden, maar ik probeer het erg kort te houden:
De hoer“: Een verhaal van een moeder die geen hoer wil zijn maar toch elke dag met etterende wonden moet rondlopen en enorme pijnen moet verdragen aangezien haar “klanten” zich er niet van bewust lijken te zijn dat ze ook een mens is. Ze denken dat ze die vrouw zomaar mogen misbruiken omdat ze ervoor betalen en aangezien zij haar lichaam aanbiedt ter betaling, zien zij dat lichaam als hun eigendom waarmee ze mogen doen wat ze willen. De hoer wil eruit, ermee stoppen, maar haar kinderen moeten eten hebben, en daardoor laat ze zich elke dag opnieuw willens nillens verkrachten.
Strontroaper“: Het verhaal over degene die de straten schoon houdt en daarvoor uitgelachen en bespot wordt door de rijkere elite, beschimpt, vernederd…. terwijl hij eigenlijk de meest nobele job doet, namelijk jouw schoenen proper houden.
Vorvadern“: Een nummer over het eeuwige conflict tussen Vlaanderen en Wallonië/Frankrijk – al zij het dan in koude vorm – dat tot op vandaag nog steeds voelbaar is. Hun haat naar elkaar toe wordt erin beschreven.
Valkennacht“: Een traditie waarbij vriend en vijand tot inzicht komen en zich focussen op wat het meest belangrijk is, namelijk hun gewassen en kroppen zodat iedereen eten heeft. Ze eren wat de grond hen biedt en vieren samen als één volk aan tafel door zich murw te drinken, als een varken te eten gewoon plezier te hebben.

In de vorm van “Diatomacious ooze” heb je een – op zijn minst gezegd – heel vreemd bonusnummer toegevoegd waarvan ik absoluut de reden niet begrijp. Deze song wijkt op alle vlakken (sound, stijl, sfeer, …) af van de eerste vier nummers en is voor mij een serieuze afknapper. Wat is het verhaal achter dit nummer?
Ik kan er heel goed inkomen dat het moeilijk te begrijpen is waarom ik zo’n stijlbreuk na het old-school geweld op deze EP zou plaatsen maar het antwoord is eigenlijk vrij simpel: ik hou van dat nummer. Het werd ooit geschreven als vocal-portfolio om verschillende stijlen van m’n vocal range te benadrukken en werd gebruikt als reclamestuk voor Vokillz For Hire, maar daarnaast vond ik het goed geschreven. Het is vrij uniek, toont iets van een Cthulhu-esque madness sfeertje, hysterische vocals, hoge screams, lage grunts, belt-style tussenin en het klopt nog met de geschifte keys ook.
Het is een love it or hate it song. Jouw reactie krijg ik vaak ook omgekeerd: “die eerste 4 nummers zijn echt m’n ding niet, maar met dat laatste moet je verder doen man.”

Ik hoop eerlijk gezegd niet dat dit een voorbode is van wat we in de toekomst nog mogen verwachten.
Nu we een band zijn ben ik geen alleenheerser meer. Dit nummer was een experiment en ik geloof niet dat we die stijl gaan uitgaan. We gaan in tegenstelling veel meer in het old school-genre blijven met nóg meer melodie. De EP werd met 1 gitaar geschreven en ingespeeld. Met de toevoeging die nieuwe gitarist Graaf Nevel biedt, wordt het melodieuze aspect nogmaals vermenigvuldigd en de kans bestaat dat we – weliswaar minimaal – orchestratie zullen gebruiken om het melodieuze karakter nog meer in de verf te zetten, al zal het sporadisch zijn en vooral als crescendo na de opbouw dienen.

Momenteel loopt er een kickstarter-project om geld in te zamelen voor de fysieke release van “Vullighied”. Tevreden over hoe deze loopt?
Het begon erg goed, we zitten nu aan ongeveer 19% van onze goal maar er schieten nog maar een dertigtal dagen meer over dus het ziet ernaar uit dat dit waarschijnlijk niet gehaald wordt. Volgende keer beter. Metal en Kickstarter doen het meestal niet al te goed samen.

In den beginne was Āter een soloproject, maar voor het schrijven van de EP “Vullighied” kreeg je in 2004 de hulp van gitarist Mantorok die zijn identiteit geheim wilt houden. Heb je zelf ook ooit nummers geschreven?
Vast en zeker, zowel in het verleden als in het heden. Daar komen nog releases van uit, al dan niet aangepast aan de nieuwe bezetting, of simpel weg als bonusnummer of als aparte EP. Ze komen er in elk geval aan!

Ondertussen heb je dus een volledige line-up weten te verzamelen. Wie maakt er nu deel uit van het Āter-kamp?
Wesley Beernaert : Vocals en schrijvend lid, drummer Jerry Winkelmans (Ithilien, Ex-Achyronthia), gitarist Luca Viperini (Anwynn), bassist Brecht Debrouwere (Repossessed, Ex-Ethernal Breath, organisator van Metal Against Child Cancer of M.A.C.C.) en gitarist/orchestrator Graaf Nevel (Gotmoor).

Welke concrete plannen mogen we dit jaar nog van Āter verwachten
Een videoclip en nieuw materiaal. We zijn getekend door een vrij “ok tot medium-groot” label en zullen binnenkort met de EP (zij het dan wel met extra songs) in de rekken liggen.

Onder de naam Vokillz for Hire kunnen bands jou inhuren als (gast)zanger. In het geval van bijvoorbeeld een sessiedrummer, snap ik dat hier veel vraag naar is, maar hoe zit het als zanger?
Toen ik ermee startte duurde het geen twee weken of ik had een wachtlijst van zes tot acht maanden. Toen heb ik enkele rookie mistakes gemaakt en teveel hooi op m’n vork genomen en vele fouten gemaakt waarbij afgesproken deadlines gewoon niet gehaald werden, enkele klanten verloren gingen, maar gelukkig ook veel gewonnen en enkele brokken kunnen lijmen. Er is dus wel degelijk heel veel vraag naar. Ik probeer dan ook op verschillende fora actief te zijn en heb vooral succes bij solomuzikanten die al enige jaren veel releases uitbrengen.

Aan welke projecten heb je zoal je medewerking verleend?
Dat is een simpele vraag met een complex antwoord. Ik werk op twee manieren: soms kan ik kiezen, soms niet. Als ik via royalties werk, moet ik gecrediteerd worden en is dit in principe een bron van inkomsten. Vaker doe ik het gewoon voor een vaste prijs, dan kiest de band zelf of ze mij crediteren of niet.
Veel valt ook onder het beroepsgeheim omdat ik soms (met onwetendheid van de eigenlijke zanger) even zijn plaats inneem of dat voor bepaalde partijen doe. Zelf voel ik me daar niet goed bij want zo’n zaken kunnen pijnlijk zijn en ik hou van eerlijke communicatie. Bijgevolg hou ik dan ook m’n mond wat dit betreft…Buiten de bands die ervoor kiezen m’n naam in de credits te zetten (September Syn, Fabulae Dramatis, etc.) hou ik het professioneel en hou ik me ook aan discretie tenzij de band anders vraagt… maar wees gerust, ik ben op dit moment ook weer met drie andere projecten bezig.
Ik moet er helaas heel veel afslaan en heb ongeveer 2/3 van de wachtlijst on hold gezet omdat het simpelweg niet mogelijk is die gigantische hoeveelheid te combineren met m’n privé-/gezinsleven, m’n band, job en andere hobby’s zoals karate die ik religieus met stiptheid en discipline behandel.

Als sessiemuzikant breng je de muziek die iemand anders geschreven heeft, maar als zanger moet je je toch ook kunnen vereenzelvigen met de boodschap, thematiek of teksten van een band die je inhuurt. Heb je om deze reden al projecten afgeslagen?
Op zich dien ik me professioneel te houden. Het gaat er mij meer om of m’n stem past bij wat zij proberen te verwezenlijken en hoe correct ze zijn in het zakendoen. Vele van m’n taken doe ik uit liefde voor muziek. En ik doe het vooral om m’n eigen solo-project (nu een band) te bekostigen. Zoals eerder gezegd staat mijn naam niet altijd op de opnames dus wat mij betreft is het soms ook pure business.

Naast muziek kan men je ook inhuren voor voice acting in films en documentaires. Wat is het laatste project waaraan je hebt meegewerkt
Een documentaire waarbij ik voice acting dien te voorzien. Een volgend project zou het dubben van verschillende acteurs zijn.

Naast het runnen van een studio ben je tenslotte ook actief als stage coach waarbij je tips en advies geeft over stage presence en contact maken met je publiek. Voor mij persoonlijk is Wraath/Luctus van One Tail One Head en Darvaza de beste frontman die er momenteel rondloopt in het black metal-wereldje. Wie zijn jouw voorbeelden op gebied van stage presence en interactie met het publiek?
Dat is een moeilijke. Ik luister altijd meer naar de muziek en de strakheid van de live performance dan dat ik ernaar kijk, maar als ik er toch enkele moet noemen dan vind ik Hoest (Taake), Ihsahn (Emperor), Nergal (Behemoth), King Diamond (ab-so-fucking-lutely!!! Alles van performance over live vocals, zijn “acting”,… zijn een voorbeeld voor velen! ) en last but not least: ons eigenste Belgisch/Limburgse Insanity Reigns Surpreme. Die mensen hebben wat mij betreft sfeer, performance en show-elementen/attributen perfect weten te gebruiken en naar voor te brengen.

Swallow The Sun – When a shadow is forced into the light

Muziek is een vehikel voor vele emoties. Het zal de doorwinterde doom fanaat, alsook de liefhebbers van menig soft rock ballade, niet verbazen dat vooral verdriet tot zijn recht komt. Na het overlijden van zijn partner, zangeres Aleah Stanbridge, kroop Swallow The Sun gitarist Juha Raivo dus in zijn pen en snaren om dit gemis van zich af te proberen schrijven. Alle respect en deelneming dus. Ik hoop echter voor de beste man dat hij er zich beter door is gaan voelen, want het nieuwe Swallow the Sun album is zeker niet zijn beste werk. Laten we beginnen bij wat er wel goed zit, namelijk de atmosfeer van “When a shadow is forced into the light“. Die is naar goede gewoonte behept met nogal wat meeslepende tristesse en pathos, welke worden uitgewerkt in de vele rustige passages met cleane zang, zuivere gitaren en etherische keyboardklanken. Helaas ligt daar ook het zwakke punt van dit album dat dermate introspectief is dat het elke vorm van spanning en kracht ontbeert. Lekker om een potje op je janken zou je dus kunnen zeggen? Eigenlijk niet, want de oninteressante vocalen, die vooral bestaan uit semi-parlando met Fins accent en zwakke screams, zijn slaapverwekkend op de momenten dat ze niet storen. Daarenboven is de productie aan de dunne kant, zijn de songs net iets te eenvoudig en is het ergens een pijnlijk voorbeeld dat rauwe gevoelens geen garantie zijn voor originaliteit. Zowat iedereen die ik ken, valt over zijn/haar voeten om dit opus te loven, maar voor mij persoonlijk is “When a shadow is forced into the light” weinig meer dan een goed bedoelde, fletse bedoening. 

Xavier: 68/100

Swallow The Sun – When a shadow is forced into the light (Century Media 2019)
1. When A shadow is forced into the light
2. The crimson crown
3. Firelights
4. Upon the water
5. Stone wings
6. Clouds on your side
7. Here on the black earth
8. Never left