Month: juni 2019

Yellow Eyes – Rare field ceiling

Hoewel de bakermat van Yellow Eyes de miljoenenmetropool New York City is, klinkt de muziek van het kwartet verreweg van urbaan of industrieel. Integendeel, bij Yellow Eye’s black metal passen eerder de adjectieven ‘organisch’ en ‘natuurlijk’. Voor het schrijven van de plaat trok gitarist Sam Skarstad zich – zoals gewoonlijk – twee maanden terug in een cabin in the woods in Connecticut, ver weg van het hectische leven. In complete afzondering kregen de songs hier vorm waarbij talrijke veldopnames aan de composities toegevoegd werden. Op voorganger “Immersion trench reverie” uit 2017 werd deze werkwijze reeds gebruikt, maar op het nieuwe “Rare field ceiling” is er nog meer plaats voor allerlei in de natuur opgenomen geluiden. In de nasleep van het optreden tijdens Roadburn en Doom Over Leipzig, bezochten de vier muzikanten – naast de Skarstad broers is de line-up met drummer Michael Rekevics (Vanum, Vilkacis, Fell Voices) en bassist Alexander DeMaria (Anicon) identiek aan die van de vorige plaat – vorig jaar nog een zevental landen met het oog op het vastleggen van allerlei veldopnames. Zo bevat “No dust” geluiden die in Siberië vastgelegd werden en wordt er naar het einde toe ook gemusiceerd op een door de bassist zelfgemaakte zither, een snaarinstrument waarbij de klankbodem bespannen is met één of meerdere snaren. Het einde van de albumopener wordt dan weer ingekleurd door vrouwelijke Russische koorzang. De veldopnames vinden hun culminatie echter in de zes minuten durende afsluiter “Maritime flare” waarbij ze, in combinatie met dronende gitaargeluiden en een minimalistisch melodiemotief, een somber en desolaat gevoel uitdragen dat nog aangescherpt wordt door de getormenteerde screams van Will Skarstad. De sound van “Rare field ceiling” is scherp, wrang, schel, bijtend en iel waarbij de ijle krijszang in de muziek verweven zit en voortdurend lijkt te moeten opboksen tegen de muzikale storm die er rondom heen plaatsvind. “Warmth trance reversal” start met een knoert van een black metal-riff maar zoals we van Yellow Eyes gewend zijn, gaat hun black meermaals alle richtingen uit. In haar meest progressieve momenten duiken bands als Ved Buens Ende en Fleurety als referentie op maar er wordt ook met dissonanten gegoocheld. De zes lange songs zitten complex in mekaar maar weten te begeesteren. De triomfantelijk klinkende gitaarmelodieën in “Light delusion curtain” overmannen je met een gevoel van majestueusheid en een zekere romantiek. Haaks hierop staan de vervreemdende waanzin en ijskoude duisternis die o.a. in het chaotische en uit messcherpe riffs opgetrokken “Nutrient painting” geëtaleerd worden. Het titelnummer start met een simpele punky drumbeat, maar schakelt verderop naar galopperende ritmes over en ontpopt zich eveneens tot een complexe song. Yellow Eyes heeft zichzelf op “Rare field ceiling” weten te overtreffen en levert een avontuurlijke plaat af voor fans van allesbehalve rechtlijnige en gemakkelijk verteerbare black. Een plaat die de volle aandacht vraagt om geabsorbeerd te worden.

JOKKE: 85/100

Yellow Eyes – Rare field ceiling (Gilead media 2019)
1. Warmth trance reversal
2. No dust
3. Light delusion curtain
4. Nutrient painting
5. Rare field ceiling
6. Maritime flare

Worsen – Over de onaangenaamheden en hindernissen in het leven

Eén van mijn favoriete éénmansbands is Worsen, opgericht door de in Noord-Carolina gebaseerde multi-instrumentalist Rick Contes die sommigen onder jullie misschien ook wel kennen van het fantastische Ayr, Votnut en Young and in the Way. Vijf jaar geleden wist Rick me omver te blazen met Worsen’s eerste EP “Blood“. Na enkele jaren radiostilte keert Worsen eindelijk terug met een volwaardige plaat getiteld “Cursed to witness life“. Het betreft een sombere en agressieve rit van veertig minuten waarvan het schrijfproces voor de Amerikaanse muzikant een heel persoonlijke en cathartische ervaring was. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

Hallo Rick, het duurde verscheidene jaren om met een eerste volwaardige langspeler op de proppen te komen. Op welke manier was “Cursed to witness life” een moeilijke bevalling?
Toen ik Worsen in 2012 oprichtte, was het niet meteen mijn bedoeling om een langspeler te schrijven. Ik nam enkele demo’s op die echter nooit werden uitgebracht en twee jaar later verscheen de EP en nadien nog een split-tape met Whitewurm. Ik was die periode ook erg actief bezig met enkele andere bands waardoor mijn tijd om aan Worsen te spenderen beperkt was. Worsen was toen ook niet mijn prioriteit. Bovendien is het een uitdaging om op je eentje muziek te schrijven. Een tamelijk zelf-kritisch proces ook.

Worsen is een éénmansband hoewel je ook deel uitmaakt van bands waarin je wel met andere muzikanten samenwerkt. Waarom koos je het pad van de eenzaat voor Worsen? Wat zijn de voor- en nadelen van deze werkwijze?
Het allergrootste voordeel aan alleen werken, is de mogelijkheid om muziek in mijn eigen home studio op te nemen. Ik heb al menig uur gespendeerd aan het samen muziek schrijven, opnemen en spelen, waardoor ik behoefte had aan een muzikale uitlaatklep waarin ik alle beslissingen zelf kon maken, zonder dat ik met anderen diende te overleggen of verplicht zou zijn om live te spelen.

Ik hoor heel wat gelijkenissen qua sound met Mgła en Uada, twee bands die momenteel heel populair zijn, maar ook van een Nachtmystium en het Zweedse Dissection hoor ik wel wat invloeden doorschemeren. Kan je leven met deze referenties?
Zoals je zelf zegt, zijn deze bands heel populair vandaag. Volgens mij maken mensen de vergelijking met Mgła simpelweg omdat zij één van de bekendste hedendaagse black metal bands zijn en de tijd niet nemen om een plaat in zijn geheel te beluisteren of verder te graven dan één song. Ik versta de algemene vergelijking echter wel. Nachtmystium en Dissection zijn twee bands die ik erg goed vind en waarvan ik de referentie apprecieer. Om hun invloeden te horen, moet je al aandachtiger naar mijn muziek luisteren.

(c) Justin Driscoll

Ik vind Worsen een perfect voorbeeld van hoe black metal anno 2019 kan klinken zonder generiek te zijn of oudere bands te kopiëren. Welke nieuwe bands beschouw jij ambassadeurs van moderne black metal?
Bedankt voor het compliment. Wat nieuwe(re) bands betreft, moet ik denken aan Whoredom Rife, Misþyrming, Sinmara en One Tail One Head. Buiten deze wordt het al moeilijker om aan name dropping te doen. Ik ben momenteel wel volledig in de ban van de Amerikaanse band Dark Blue die dit jaar het geweldige “Victory is rated” uitbrachten. Ook Whipstriker uit Brazilië is een aanrader. Zij brachten vorig jaar een fucking geweldige plaat uit die “Merciless artillery” heet.

Toch nog niet aan gedacht om met Worsen op te treden? Ik geloof echt in het potentieel van de band dat door live te spelen enkel maar kan toenemen.
Ik ben het ermee eens dat live spelen goed is voor het bewustzijn van de muziek en de zaken naar een ander niveau kan tillen, maar op dit moment ben ik hier niet geïnteresseerd in.

De album- en enkele van de songtitels klinken vrij pessimistisch en de plaat blijkt ook heel persoonlijk te zijn voor jou. Voel je je beter nu de muziek uit je systeem is?
Elke muzikant voelt zich beter nadat muziek waaraan jaren lang werd gewerkt uitgebracht wordt. Dit is zeker en vast een soort van ‘therapie’ voor mij, wat waarschijnlijk voor de meeste muzikanten zo is. Op “Cursed to witness life” zing ik over tal van negatieve zaken waarmee ik de voorbije jaren af te rekenen kreeg, maar de plaat handelt voor het grootste deel over de pijn die ik ervoer toen ik mijn broer langzaamaan zag sterven aan kanker. Dit maakt het dan ook zo’n persoonlijke en cathartische plaat.

Hoewel “Cursed to witness life” zeker zijn agressieve momenten heeft, merkte ik toch een evolutie naar een meer melodieus geluid op. Ging je bewust op zoek naar meer zachtere invloeden om zo de dynamiek te bevorderen en met contrasten te spelen?
Met de nieuwe plaat had ik inderdaad meer focus op gitaarmelodieën, harmonieën en songstructuren. Dit gebeurde echter niet bewust dus je kan best wel van een natuurlijke progressie spreken. Ik schrijf wat ik op dat moment voel. Mijn volgende plaat zou gerust veel ruwer kunnen klinken.

Welke gitaristen beïnvloeden je melodieuze solo’s en leads?
Ik ben altijd een grote fan geweest van The Devil’s Blood en hoewel ik nooit zo’n goede gitarist als Selim Lemouchi zal zijn, beschouw ik zijn gitaarspel wel als een invloed. Daarnaast ook een band zoals Taake. My Dying Bride en Failure zijn erg belangrijk voor mij op gebied van solo’s en leads.

Op de cover van zowel de EP als de langspeler, zien we een dierenschedel. Ben je een verzamelaar?
Er loopt een rode draad doorheen het artwork van beide platen die deel uitmaken van een trilogie. Ik ben zelf geen verzamelaar, maar mijn oude band bezat een grote collectie aan beenderen en schedels die op het podium gebruikt werden. Het zijn deze die ook op de albumhoezen te zien zijn. “Blood” draait om ‘geboorte’ of om een manier waarop we geforceerd in deze wereld terecht komen. Je kan zien dat ik de schedel stevig met mijn handen vasthoudt op een manier waarbij het lijkt alsof hij aan iets geofferd wordt. Op de cover van “Cursed to witness life” zie je een kaars bovenop de schedel branden en kaarsvet naar beneden druipen, omring door vuil en modder. Dit representeert in zijn essentie de onaangenaamheden en hindernissen van het leven. Het levensvuur dat brandt en al haar shit over ons uitstrooit. Uiteindelijk zal deze vlam uitdoven.

Cursed to witness life” wordt op je eigen label The Hell Command uitgebracht. Betreft het een nieuwe label of een verderzetting van het stopgezette Atrum Cultus label?
Een beetje alle twee eigenlijk. The Hell Command is een nieuw label, maar ik besloot om ook enkele releases van Atrum Cultus beschikbaar te maken.

Welke andere bands heb je getekend en wat kunnen we in de nabije toekomst van het label verwachten?
Ik bracht een tape uit ven een band uit Greensboro, NC genaamd BloodRitual en een cassette voor een uit Willmington, NC afkomstige hardcore band genaamd Invoke. In de nabije toekomst zal ik me voornamelijk focussen op het uitbrengen van mijn eigen muziek. Alvorens een nieuwe Worsen-plaat uit te brengen staan er nog releases van enkele andere persoonlijk gerelateerde projecten zoals Ayr en Raw Hex gepland.

Via welke Europese distributeurs kunnen we aan jouw label releases geraken?
Geen enkele op dit ogenblik, maar daar zal snel verandering in komen. Mijn vriend Georgios (Dodsrit, Nuclear Devastation) runt het label Wolves Of Hades vanuit Amsterdam en zal verscheidene van mijn releases verdelen.

Op Metal Archives las ik dat je andere band Ayr uit de dood is herrezen na een zevenjarig hiaat. Waarom werd Ayr gereactiveerd?
Ayr is een partnership met mijn vriend Randall. De stekker ging er nooit officieel uit, maar we belandden inderdaad wel in een lange non-actieve periode. We waren tussen 2012 en 2017 allebei erg actief in andere bands en hadden geen tijd vrij om aan Ayr te besteden. Hoewel we zes jaar geleden wel even de tijd hadden om drums en enkele gitaarpartijen op te nemen. Vorig jaar pikte ik de draad terug op in mijn studio en nam alle gitaren, bas, keyboards en zang op. De mix werd eerder dit jaar afgewerkt en ook de mastering is gebeurd. Het zal een plaat met vijf nummers in veertig minuten tijd worden die hopelijk rond de herfst zal verschijnen.

Zowel Worsen als Ayr maken deel uit van AC//13, een soort van ‘cirkel’ als ik het goed voorheb?
AC//13 was een verwantschap van gelijkgestemde muzikanten die in verscheidene projecten samenwerkten. Het ging om Young and in the Way, Worsen, Ayr, Votnut en Raven Mocker. Alle bands waren op een directe manier verbonden aan het Atrum Cultus label waarin alle muzikanten operationeel betrokken waren. Twee van de meest creatieve leden van AC//13 zijn echter niet langer met muziek bezig. Dit is één van de redenen voor de stopzetting van Atrum Cultus en de oprichting van The Hell Command.

Welke andere muzikale projecten zitten er nog in de pijplijn?
Ik speel gitaar bij Raw Hex, een verderzetting van de band Votnut. Er zal weldra een plaat uitkomen via Closed Casket Activities en we zullen ook shows spelen. Van Ayr komt de nieuwe langspeler “The dark” eraan. Daarnaast ben ik op nieuwe ideeën voor Worsen aan het broeden en ik ga ook samen met mijn vrouw een project beginnen. Ik zal me niet snel vervelen.

Soul Grip – Omringd door getalenteerde mensen met een hart van goud (Rusland Tour Report)

Tenzij je Darkthrone, Burzum, Blut Aus Nord Of Deathspell Omega bent, droomt elke band ervan om zijn muziek zo veel mogelijk op het podium te brengen. Meestal begint dat rond de kerktoren om gestaag verder uit te breiden naar de Benelux en verder binnen Europa. Enkele bands slagen erin om ook overzees podia onveilig te maken, maar vergeet niet dat ook een land als Rusland tot de verbeelding spreekt van menig muzikant. Eind april trok het Gentse post-black metal collectief Soul Grip naar het grootste land ter wereld om twee shows te spelen, één in Sint-Petersburg (26 april) en één in Moskou (27 april) als support van het Italiaanse The Secret. De band ging gretig in op mijn verzoek om een tourverslag bij te houden. Het relaas van deze avontuurlijke trip, geschreven door zanger Nathan Vander Vaet, lees je hier. (JOKKE)

(c) Leon De Backer

Donderdag 25 april:

Na maanden plannen, eindeloos veel papierwerk, enkele trips naar de Russische ambassade en een hoop stress begint onze trip naar Rusland vol goede moed. We gaan nu eenmaal spelen in een land dat vaak in de media komt, zij het echter niet altijd op een even positieve manier. Rusland is een groots land met een sterk leger en het sporadisch bijhorende machtsvertoon van Poetin. Qua shows hebben we enkel nog maar positieve dingen gehoord via verhalen van Church Of Ra. We gaan deze kans met beide handen grijpen en Rusland laten horen hoe onze black metal klinkt.

Op donderdag 25 april komen we tegen de avond allemaal samen in de vertrekhal van Zaventem Airport. We vliegen naar Sint-Petersburg met een tussenstop in Riga, Letland. Onze trip gaat goed tot we in Riga doorheen de eerste Russische paspoortcontrole moeten. Er is weinig tijd tussen de twee vluchten. Tijdens het aanschuiven aan de Russische paspoortcontrole merken we op dat er maar 20 minuten tijd is om te boarden en plots laat iemand van de security een Russisch ijshockeyteam voorgaan in onze rij. Nadat de sportmannen doorheen de Russische paspoortcontrole zijn geraakt, hebben we nog maar een vijftal minuten om onze vlucht richting Sint-Petersburg te halen en slaat er een lichte paniek toe. Eindelijk doorheen de paspoortcontrole lopen onze bassist Joren en ik richting de gate. We stressen en lopen hard. Aan de boarding gate delen we mee dat er nog vijf mensen uit ons gezelschap achterna komen en vragen om nog niet af te sluiten. We hebben het gehaald. Joren en ik wandelen naar het vliegtuig dat ons buiten staat op te wachten. Opgelucht dat we het gehaald hebben, lachen we er al mee en geven we elkaar een high five.

De tweede vlucht heeft iets meer last van turbulentie dan de eerste. En dan is het zover: we landen in Sint-Petersburg. We landen niet zomaar… WE LANDEN IN RUSLAND! Niemand van ons had dit ooit gedacht toen we zo’n vijf jaar geleden de eerste nummers schreven voor Soul Grip.

We wandelen de luchthaven uit en worden opgewacht door een taxichauffeur die een bord vasthoudt waar ‘Soul Grip’ opgeschreven staat. Dan valt het ons weer in… WE ZIJN IN RUSLAND! We geven de man een hand. De eerste die we schudden in Rusland, een hand waar de duim van ontbreekt. Het is ongeveer 1u ‘s nachts. De taxichauffeur is gehaast en loopt ver vooruit om ons zo snel mogelijk de taxi in te krijgen en ons naar het hotel te brengen.

(c) Leon De Backer

De wegen zijn ruim met meer baanvakken dan we gewoon zijn. Alle wegen zijn midden in de nacht verlicht met om de vijf meter een lantaarnpaal. De monumenten die we zien zijn groot. Alle gebouwen zijn imposant. Gebouwen met kolommen die ver de hoogte in gaan. Veel licht. Onze chauffeur rijdt meer dan eens door het rode licht en heeft uiteraard ook een dashcam. Hoe anders komt al het goud aan zotte dingen die op de Russische wegen gebeuren op het internet terecht?

We worden door de chauffeur begeleid tot aan de balie van onze hostel waar we verblijven. Het is 2u ’s nachts en we worden opgesplitst over drie kamers. Na ons te installeren, spreken we af om nog iets te gaan eten in een street food bar die zich naast onze hostel bevindt.

We zullen ons eens onderdompelen in Russisch eten en drinken. We bestellen verschillende dingen door op de kaart aan te wijzen wat we willen. Met handen en voeten proberen we alles duidelijk te maken want niemand verstaat hier Engels. Gelukkig hebben we Jönn Bysmar, onze geniale geluidsman, mee die al bijna overal in de wereld is geweest en een passie heeft voor taal. Hij kan ongeveer lezen wat er allemaal in het Russisch op de menukaart staat geschreven en zo ontcijferen we het menu.

Het eten is lekker. De veggie wraps bevatten soms ook vlees, maar daarna uitleggen dat we vegetarisch hebben besteld en we dus geen vlees wilden terugvinden in de wraps, is een uitdaging. Sommigen besluiten, alvorens onder de wol te kruipen, nog een cocktail te drinken. Jöhn krijgt een Gin-Tonic die smaakt naar afwaswater. Maar goed. Het is ondertussen al 4u30 en we gaan beter eens slapen.

(c) Leon De Backer

Vrijdag 26 april:

Om 9u word ik wakker door bekende stemmen. Ik hoor onze drummer Gert en gitarist Andy doorheen de flinterdunne muren van onze kamer een gesprek voeren. Ik neem snel een douche en ga naar beneden waar we allemaal afgesproken hebben om te beginnen aan onze verkenningstocht van Sint-Petersburg.

Onze eerste uitstap is naar de kerk van de Verlosser op het Bloed. De buitenkant is kleurrijk met de gekleurde koepels die we verwacht hadden van de mooie Russische kerken. Want ja, we zijn in Rusland. WE ZIJN IN RUSLAND! We nemen onze tijd om elk wat foto’s voor deze kerk te nemen zodat we deze op Instagram kunnen gooien. Hoe moeten we anders aan het thuisfront tonen dat we in Rusland zijn?

We besluiten dat we de binnenkant ook willen zien. We moeten full ‘tourist-mode’ gaan natuurlijk. De binnenkant is imposant. De kerk is afgewerkt in rood en groen marmer en er zijn overal afbeeldingen opgemaakt uit mozaïek.

(c) Leon De Backer

Hierna besluiten we om richting het Hermitagemuseum te gaan. Onderweg botsen we op een hele stoet van militaire voertuigen. Elk voertuig wordt opgepoetst, de banden worden ingevet. Met een handborstel zien we jonge soldaten de vele tanks, trucks, kanonnen en luchtafweergeschut kuisen. We willen weten waarvoor dit allemaal is want nog nooit eerder zag ik zoveel soldaten en militaire voertuigen. En dan ook nog in Rusland, of all places.

(c) Leon De Backer
(c) Leon De Backer

Alles voelt toch een beetje dubbel. Is dit nu machtsvertoon, of is dit gewoon de cultuur? Mij lijkt het puur het eerste te zijn. “Laten zien wat we kunnen, hoe georganiseerd we zijn, wij zijn Rusland.” Toeschouwers die een stap te dicht zetten, worden er onmiddellijk op gewezen om binnen bepaalde grenzen te blijven. Toeschouwers die even willen neerzitten, worden erop gewezen dat dit niet hoort. Er is geen plaats voor imperfectie en ongepast gedrag. We vragen na voor welke gelegenheid deze hele parade is. Ze vieren het einde van de 2e Wereldoorlog, maar vandaag is eigenlijk nog maar de repetitie voor het echte grootschalige event.

We trekken ons nog even terug in de schaduw waar een heerlijke bries onze oververhitte hoofden afkoelt. Hier praten we over liefde, drugs en muziek en hoe deze allemaal een gevoel van zaligheid teweeg kunnen brengen. Je kan je in al deze dingen compleet verliezen, net zoals we ons vanavond zullen verliezen in de muziek als we het podium opstappen in een vreemd land. Om ons even als een soort god te voelen.

Hierna besluiten we terug te keren naar het hotel zodat we ons kunnen voorbereiden voor het eerste Russische optreden.

Eens aangekomen in de venue maken we kennis met Anton, de organisator van de show deze avond. Hij is deel van Grains of Sand Bookings. Het valt ons meteen op dat hij een andere vibe uitstraalt dan de meeste mensen die we tot nog toe al zagen in Rusland. Het mag misschien vreemd klinken, maar toekomen in deze venue is zoals thuiskomen, ook al zijn we in Rusland. We maken kennis met de Italianen van The Secret. De bassist hebben we al ontmoet tijdens optredens van zijn andere band Hierophant. We maken een praatje met de zanger over hoe fantastisch hij Gent wel niet vindt en de gitarist woont al drie jaar in Amsterdam.

We maken een wandeling buiten de venue om te kijken in wat voor buurt we terecht gekomen zijn. De buurt grenst aan wat aftandse flatgebouwen. We lachen met het feit dat de foto’s van vreemde Russen die met een AK en hun stofzuiger poseren, in deze soort flatgebouwen genomen worden. We poseren op een berg smeltende sneeuw terwijl het 21 graden is. De buurt is aan het moderniseren. Allemaal kleine hippe winkels en auto-repair shops hebben hier hun intrek genomen. We voelen ons niet altijd op ons gemak. Maar misschien hebben we ook gewoon een verkeerd beeld van deze mensen.

(c) Leon De Backer
(c) Leon De Backer

We keren terug naar de venue, de backline is toegekomen en we zijn aangenaam verrast. Er zijn twee dubbele stacks voor gitaar voorzien, twee Ampeg bass cabs en een volledige drumkit. Het is al snel aan ons om te soundchecken.

Ondanks een halfgevulde zaal, is het publiek heel aandachtig. Waarschijnlijk hadden de meeste mensen nog nooit van ons gehoord, maar het was een dankbaar publiek. Tijdens de set draag ik het nummer “Grand” op aan mijn grootvader. Het nummer is geschreven om hem te eren enkele weken nadat we zijn lichaam begraven hebben. Ik krijg een krop in de keel als ik besef dat hij trots zou geweest zijn op mij. Zijn kleinzoon die in Rusland kan gaan optreden. Ik vecht mezelf een weg door het nummer terwijl er tranen vloeien, maar het voelt goed. Na de set ben ik uitgeput. Ik heb een hoop negativiteit die in mij vastzat uitgespuwd. Ik ben weer klaar om die emoties achter mij te laten en vooruit te kijken.

De helft van de band gaat pizza halen in het midden van de nacht en de andere helft drinkt wat wodka aan de bar.

Er is vervoer geregeld om ons naar het treinstation te brengen voor de nachttrein richting Moskou, maar dit loopt wat verkeerd. De taxi komt te laat bij ons aan en doordat ie te klein is, loopt er ook wat mis bij het inladen en verliezen we veel tijd. Ondertussen hebben sommigen van de groep de fles wodka geleegd.

Eens aangekomen in het station is er een controle van onze bagage alvorens we het station in mogen. Eens binnen krijgen we te horen dat er een probleem is bij aankoop van de tickets waardoor we de trein mogelijks missen. We lopen naar het perron en staan klaar om de trein op te stappen zodra Anton ons met onze tickets tegemoetkomt. Dan komt de eerste tegenvaller van dit weekend. De trein vertrekt…zonder ons!!

De volgende trein is pas ‘s morgens om 6u40. Anton boekt alvast de tickets en we gaan naar een hostel in de buurt zodat we nog een drietal uurtjes kunnen slapen. Dit is een avontuur en het is zalig. We zijn in Rusland en hebben net een show gespeeld. We kregen door het missen van de trein een hotel aangeboden en we hebben ons allemaal opgefrist wat anders moeilijk had geweest op de nachttrein.

(c) Leon De Backer

Zaterdag 27 april:

De nieuwe trein is een hogesnelheidstrein. Dus voor ik het goed en wel besef is iedereen zich aan het klaarmaken om uit te stappen in Moskou.

Anton splitst zich af van ons om The Secret verder te begeleiden. Wij maken kennis met Anastasia. Ze fungeerde als ‘babysit’ en zorgde er vooral voor dat we de weg niet kwijt zouden geraken. We worden afgezet aan het hotel waar we ons materiaal kunnen opbergen. We besluiten meteen naar het Rode Plein te trekken. Onderweg komen we het grote theatergebouw tegen. Hier spelen de belangrijkste theaterstukken en dit is waar de rijkste mensen komen om zich te laten entertainen door groots theater en muziek. We trekken verder naar het Rode Plein voor de obligate bandfoto. Een kleurrijke kerk op de achtergrond terwijl we langs het Kremlin wandelen. Rusland heeft een voorliefde voor massieve gebouwen en gigantisch grote pleinen. Graag hadden we het mausoleum bezocht waar het lichaam van Lenin te bezichtigen is, maar dit was helaas niet mogelijk. We nemen foto na foto en beseffen al snel dat we terug naar het hotel moeten om daarna de taxi naar de venue te nemen.

In Moskou spelen we in de Club Gorod, een hele coole venue. Zelfs in België zijn er niet zoveel die het niveau halen van deze! We voelen ons volledig in ons element en kijken alvast uit naar de eerste band deze avond. Tsygun speelt hyperactieve grindcore. Een vriend van mij had gezegd dat ik deze band zeker moest checken. Hierna was het aan ons om Moskou omver te blazen. Alles zat goed en het geluid was perfect. Het publiek was vanaf de eerste seconde razend enthousiast. Na afloop van de show kwam iemand aan de merchtafel vragen wat er achter mijn teksten schuilt. Hij wou weten wat er door mijn hoofd gaat en waarom ik kies om over bepaalde onderwerpen te zingen. Het was een dankbare show! Ik ben zo blij dat Soul Grip als band de kans gekregen heeft om dit waar te maken. Een show spelen buiten Europa kan ik alvast van mijn bucketlist vinken.

(c) Leon De Backer

Zondag 28 april:

De volgende ochtend hebben we allemaal uitgeslapen en bekeken wat er nog allemaal interessant kan zijn om in Moskou te bezichtigen. We ontbijten in een food market waar we spicy tofu eten, die onze mond in vuur en vlam zet, en frisdranken proeven. We sluiten dit ongewone ontbijt af met nog wat Nitro Cold Brew en keren terug naar het Rode Plein. We passeren door winkelstraten die veel te classy zijn voor ons. We passeren auto’s die we nooit van ons leven zullen kunnen kopen. We bezoeken nog een kerk met gouden koepels en zien aan de ingang een dakloze man vechten met een andere man terwijl de veiligheidsagent van de ingang van de kerk op het gevecht staat toe te kijken. Op enkele seconden van dure winkelstraten naar een straatgevecht. Het contrast is groot.

(c) Leon De Backer

We kopen tickets om toegang te krijgen tot het binnenplein van het Kremlin. Hier lopen we even rond en voor we het goed en wel beseffen is het al 16u en is het tijd om pizza te gaan eten. We besluiten de metro te nemen zodat we ook dit van onze lijst kunnen schrappen. Door ons o zo goede oriëntatiegevoel nemen we per ongeluk de verkeerde halte en blijken we tamelijk ver verwijderd te zijn van onze hostel terwijl we net verwacht hadden er vlakbij uit te komen. Moskou is groot. We hebben, voor we het beseffen, al een twaalftal kilometer afgelegd door de stad te verkennen. Na even uit te rusten, splitsen we ons op in twee groepen. De ene groep wou het Rode Plein nog eens zien ‘at night’. De andere groep wou nog wat uitrusten alvorens we om 1u ’s nachts een taxi moeten nemen om naar de luchthaven terug te keren.

Nu zit ik in de luchthaven van Moskou te wachten tot we kunnen boarden. Iedereen heeft een goed weekend achter de rug. We waren in het gezelschap van Leon De Backer, die ons het hele weekend heeft voorzien van mooie foto’s om alles te documenteren, en onze geluidsman Jönn die ons altijd voorziet van de strakste live sound. Bovendien weet hij ons na al die jaren nog steeds te verassen met de vreemdste verhalen. Ik besef dat ik omringd ben door getalenteerde mensen die ik stuk voor stuk graag zie. Elk met hun grappige en vreemde kantjes. Elk met een hart van goud.

Ik ben zo moe terwijl ik dit verslag op mijn smartphone schijf. Ik ben op. Ik kan niet wachten tot ik binnen enkele uren kan thuiskomen. Maar ik ben ook zo gelukkig. Zo gelukkig dat ik de kans krijg om mijn leven betekenis te geven met muziek.

Dankjewel om dit te lezen.
Nathan

As you become your own God.
Only you can change your world.
Be your own God.

(c) Leon De Backer

Edit: Joren De Roeck/Gert Stals/Johan Heyrman

Triumph, Genus – Po vrhu vždy je prázdno kolébek

Begin 1996 kampeerden er drie legendarische black metal-muzikanten in de Noorse Waterfall Studios. De nummers die de heren Satyr, Frost en Kveldulv hadden ingeblikt, resulteerde in het machtige “Nemesis divina“. Nadat de dagelijkse shift van de Noren erop zat, sloop een Tsjechisch duo stiekem de studio in om met dezelfde settings van amps en drumstel ook een plaat op te nemen. Het duurde echter nog een luttele 23 jaar alvorens “Po vrhu vždy je prázdno kolébek” van Triumph, Genus – het levenslicht zou zien. U had natuurlijk al door dat dit een fabeltje is, maar mijn punt is hopelijk wel duidelijk. Satyricon’s laatste pure black metal-plaat heeft blijkbaar een onuitwisbare indruk nagelaten op de Tsjechen want alles aan dit halfuur durend schijfje ademt “Nemesis divina” uit, nog véél meer dan voorganger “Všehorovnost je porážkou převyšujících” uit 2013. De nieuwe langspeler heeft een schizofreen effect op mijn geest want die wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen pure Noorse bitter- en grimmigheid hoewel de Tsjechische taal dan toch weer dat op en top nors aanvoelende Oost-Europese gevoel voedt, hoewel het timbre van Jarsolav’s vocalen als twee druppels water op dat van Satyr gelijkt. De melodieën dragen een elitaire triomfantelijke drang uit en worden soms subtiel ondersteund door keys. De riffs in “Vidím ten spěch pojit osudy, zničenou paměť vašich těl” druipen dan weer van het salpeterzuur. De uitvoering is top notch. Zo zit “Po vrhu vždy je prázdno kolébeken” qua compositie doordacht en technisch in mekaar en ook het instrumentale “Dále se netřeba zabývat. Lépe se nadchnout něčím vyšším” kent een vernuftige opbouw en flow. Hoewel niet alleen de algemene feel en sound, maar ook bijvoorbeeld veel overgangen en drum fills de invloed van het reeds menigmaal geciteerde Noorse black metal meesterwerk uitademen, twijfel ik geen seconde aan de integriteit van de band. Gelukkig weten de zeven nummers ook te beklijven zodat “Po vrhu vždy je prázdno kolébek” allerminst als een goedkoop Oost-Europees namaakproduct de analen ingaat.

JOKKE: 85/100

Triumph, Genus – Po vrhu vždy je prázdno kolébek (New Era Productions 2019)
1. Nahlížím přes okraj hrobových jam
2. Byli jsme rozděleni, nese se celým řádem
3. Snad jste do země zaseti
4. Vidím ten spěch pojit osudy, zničenou paměť vašich těl
5. Po vrhu vždy je prázdno kolébek
6. Sledovat skladbu, polohu i tvar dříve, než přijdou k sobě
7. Dále se netřeba zabývat. Lépe se nadchnout něčím vyšším

Nachtdwaelen – Dodenmasker

Nachtdwaeler is een getalenteerde jongen. De in het donker verborgen Nederlander geeft immers in zijn eentje gestalte aan Nachtdwaelen, een black metal-project (wat had je nou gedacht) dat best goed in mekaar zit. De vier Nederlandstalige nummers die op zijn nieuwe EP “Dodenmasker” prijken, razen grotendeels aan een rotvaart voorbij waarbij de striemende tremoloriffs, donderende drumsalvo’s – waarvan ik wel niet 100% zeker ben dat ze niet uit een doosje komen – en zurig bijtende krijsen dankzij een moderne productie krachtig uit de boxen denderen. Het nummer “Duister” bevat in haar meest snedige en duivelse momenten wat referenties aan het Zweedse Triumphator, maar over het algemeen is er bij Nachtdwaelen ook voldoende ruimte voor atmosferische passages met de nodige symfonische glorie waarin een Lunar Aurora-geest ronddwaalt. Vooral het bijna negen minuten durende “Zwerver” is een compositie die haar nachtelijke geheimen eerder middels grandeur en bombast prijsgeeft dan een belichaming van razendsnel gebeuk te zijn. Deze Nederlandse nocturne wandelaar heeft vorig jaar ook al de debuut langspeler “Geestenstroom” uitgebracht (die er ook best mag wezen), waarop de staccato hakkende snaredrum me wel met meer zekerheid durft laten beweren dat ie niet ingespeeld werd door een drummer van vlees en bloed. Erg is dat natuurlijk allemaal niet, maar op de nieuwe EP klinkt het geheel toch net wat organischer en minder kil. Na een nachtelijke uitje van een klein half uur laat “Dodenmasker” je volledig murw gebeukt achter. Aangename ontdekking!

JOKKE: 75/100

Nachtdwaelen – Dodenmasker (Zwaertgevegt 2019)
1. Dodenmasker
2. Mist
3. Duister
4. Zwerver

Hadopelagyal – XXXVI XXXI N XXV XXVIII O

In de diepste regionen van de oceaan komen er levende wezens voor, ook al is er geen zonlicht en benaderen de temperaturen het vriespunt. Eens we dieper dan 6.000 meter in deze bizarre diepzee onderwereld duiken, komen we terecht in de hadale of hadopelagische zone. De magie van (deze) natuurlijke duisternis is wat de Duitse band Hadopelagyal drijft. In 2018 werd een eerste demo uitgebracht waarvan de titel ietwat vreemd lijkt. Wanneer je de Romeinse cijfers echter omzet naar westerse cijfers, krijg je coördinaten die verwijzen naar de Kolumbo, een onderzeese vulkaan die reeds meer dan 400 jaar inactief is. Ván Records zag het potentieel van de band en brengt de demo nu op sterk gelimiteerd vinyl uit. Mijn naald belandt in de groeven van nummer 201 van de 215. De vijf songs die in de navolgende driekwartier volgen, laten een sound horen die het midden houdt tussen death metal – het soort dat uit de diepste spelonken lijkt op te borrelen – en woeste, bestiale black waarbij gestreefd wordt naar een rustgevende lichtheid te midden van alle chaos die hierbij komt kijken. Momenten van sluimerende doom worden afgewisseld met bulderende erupties gitzwarte magma waarbij flitsende solo’s doorheen de aslucht klieven. Het zeventien minuten durende “Craving in infinite void” speelt meer met repetitiviteit en neigt hierdoor het meest naar black metal. De in reverb doordrenkte sound van deze demo is rauw en ontoegankelijk voor eenieder die net vanachter de hoek in de underground komt piepen. Wie echter patches van Malthusian, Sortilegia, Incantation of Grave Miasma op zijn of haar lederen vest heeft prijken, kan toehappen – waarbij we wel vermelden dat de kwaliteit van geen van deze referentiebands geëvenaard wordt. Maar het betreft natuurlijk ook nog maar een eerste demo.

JOKKE: 77/100

Hadopelagyal – XXXVI XXXI N XXV XXVIII O (Ván Records 2019)
1. Raise and hail the dead in mortal utter madness
2. As omniferous domination ruled with zero clemency
3. Down in the valley of Eden’s horizon
4. Depravity shall triumph
5. Craving in infinite void

Kvelgeyst – Alkahest

Bij Zwitserland denken we meteen aan raclette, rösti, alpenhoorns, zakmessen en horloges. Op gebied van metalen klanken zette Celtic Frost het land op de metalmap. Ook het in 2015 opgerichte Kvelgeyst eert deze oerband op haar debuut “Alkahest“. Het trio bestaande uit zanger/gitarist Urgeist, zanger/bassist/keyboardspeler Meister T. en drummer/achtergrondzanger V. Knüppelknecht (wat een coole naam voor een vellenmepper) maakt deel uit van het Helvetic Underground Committee (waartoe ook bands zoals Ungfell, Dakhma, Urgeist en Arkhaaik behoren) en heeft een zeer grote affiniteit met alchemie waarbij de heren op zoek gaan naar ‘alkahest’, een hypothetisch universeel oplosmiddel dat gelijk welke substantie, goud inbegrepen, zou kunnen oplossen. De bandleden zijn tevens niet vies van intoxicerende substanties wat muzikaal gezien resulteert in proggy experimentele uitstapjes waarbij ik regelmatig – ook vocaal gezien – aan een band als Laster moet denken. Kvelgeyst gooit onverwachte ambient intermezzo’s of liturgische improvisaties in de strijd en incorporeert een fikse dosis klassieke heavy metalinvloeden in haar black metal die voor een heerlijk nostalgisch sfeertje zorgen. In deze opzwepende momenten wasemen de riffs alcoholdampen uit en ruikt de sound naar leder en metaal waarbij een band als Malokarpatan in de titeltrack en zeker Negative Plane elders op de plaat niet veraf is. Daar alle drie de bandleden hun strot opentrekken, horen we een weids variërend gamma aan screams, diepere growls, gefluister, hoge (cleane) uithalen en maniakaal hoongelach. Kvelgeyst is voer voor zij die enerzijds houden van tijdloze black met heel wat traditionele invloeden en anderzijds ook niet vies zijn van wat experiment.

JOKKE: 80/100

Kvelgeyst – Alkahest (Vendetta Records 2019)
1. Basilisk – Im Angesicht des Schattenwichts
2. Miasma – Vor flirrenden Götzen in stickigen Grotten
3. In der Hölle trieft der Gran
4. Demiurg – Denaturierung Holobiont
5. Alkahest – In Schall und Rauch zerflossen
6. Sefiroth – Schalenleib des Welten-Alls



Those Who Didn’t – Rechtstreeks naar de essentie

Uit de assen van het terziele gegane Grimmsons herrees Those Who Didn’t. De vier Antwerpenaren presenteren op hun eerste EP “Almost optimistic” vijf compacte songs die, ondanks hun korte speelduur en het ontbreken van vocalen, heel wat te zeggen hebben. We schoven aan tafel bij bandoprichter en muziekschrijver Fré Duran voor een gesprek over Bauhaus, Charles Bukowski, de tien geboden, hordelopen en bitterballen. (JOKKE)

(c) dqpix

Alvorens het over Those Who Didn’t te hebben, zou ik nog even willen terugkeren naar Grimmsons. Deze band had alles in zich om heel wat potten te breken, maar toch leek het nooit écht te lukken. Ik herinner me enkele last minute concertafgelastingen en de band bleef ook niet gespaard van de nodige line-up wisselingen. Hoe kijken jullie zelf terug op de verwezenlijkingen van Grimmsons en wat gaf uiteindelijk de doorslag om het bijltje erbij neer te gooien?
We zijn nog steeds trots op wat we met Grimmsons allemaal hebben kunnen verwezenlijken. We hebben een aantal heel vette shows kunnen doen en hebben fantastische studiomomenten gehad. Maar het werd, door alle sputteringen in de motor, een beetje een band tegen wil en dank. Het parcours begon meer op een hordeloop te lijken en dat had uiteraard tot gevolg dat, hoewel de ambitie hoog lag, de motivatie begon te verdampen. Zoals men wel eens zegt, de rek was eruit.

Eind 2017 gaf Grimmsons haar finale optreden in de Antwerpse Trix. Ik moest toen spijtig genoeg verstek laten gaan en zag nu, door nogmaals naar jullie Facebook-pagina te gaan, dat je je kon inschrijven op een mailinglist om toch nog aan jullie posthume plaat te geraken. Is hier nog veel respons op gekomen en kan ik hier ook nog aangeraken?
Ik ben blij dat we het Grimmsons-hoofdstuk in schoonheid hebben kunnen afsluiten. Het afscheidsconcert was er eentje om in te kaderen. Ik heb zelf, na dat laatste concert, samen met partner in sound Frank Rotthier, de plaat volledig hermixed. In ieder geval zal die plaat wel gereleased worden, maar daar kan ik het fijne nog niet van meedelen. Maar zeker is dat ze eraan komt. Grimmsons ten voeten uit: hordeloop…

Fré, Those Who Didn’t werd door jou in het leven geroepen en de band kreeg vorm door, naast King Of A Day-gitarist Jan Douws, leden uit de allereerste en allerlaatste Grimmsons line-up mee aan boord te hijsen. Geen schrik dat mensen hierdoor voortdurend de vergelijking tussen beide bands zullen maken?
Eigenlijk niet. Het zal wel voorvallen, maar dat zou me niet storen. De luisteraar zal wel snel doorhebben dat het hier om een totaal andere band gaat. Uiteraard zijn er her en der wel een aantal signaturen van de Grimmsons-sound te herkennen, maar dat kan bijna niet anders, in beide bands schrijf ik de muziek. Maar buiten een paar overeenkomsten in sound, is TWD een heel ander beestje.Waar Grimmons een eerder logge sound had en vooral steunde op opbouw en slepende dynamiek, opteer ik met TWD voor het tegenovergestelde: vinnigheid en explosieve ontlading.
TWD was eigenlijk niet bedoeld een band te worden. Oorspronkelijk wou ik een paar songs opnemen die ik ergens, ver weg en lang geleden had geschreven en die niet pasten bij alle vorige bands waar ik bijzat. Na de Grimmsons-split leek het mij het juiste moment om de studio in te duiken en de songs op één dag in te blikken. Beetje het idee van na een erg turbulente vlucht zo snel mogelijk terug de vlieger te nemen om twijfel of erger te vermijden. Ik wou een aanpak hanteren die nieuw was voor mezelf: korte songs, snel opnemen, snel mixen, masteren, geen twee keer, laat staan honderd keer, nadenken… We waren zó tevreden met het resultaat van die toch wel verfrissende aanpak, dat we er live iets mee wilden doen en alzo geschiedde…

In de vorm van “Almost optimistic” werd een eerste EP – vooralsnog enkel digitaal – uitgebracht. Zijn er ook plannen voor een fysieke release?
Zeer zeker. We hebben ondertussen al een tweede EP klaar. Die gaan we in het najaar releasen en de twee EP’s samen fysiek uitbrengen. Ook zullen daar een aantal shows aan gekoppeld worden. Daarover dus later meer.

Ik vind de titel van de EP echt de lading van jullie muziek dekken. Hoewel de songs bij momenten een feel good vibe uitstralen, is er ook steeds een donker randje of melancholische gloed aanwezig. Is het moeilijk om het juiste evenwicht tussen beide gemoedstoestanden te vinden of is dit de muziek die op natuurlijke wijze uit jullie instrumenten vloeit?
Het hangt er een beetje vanaf. De songs zijn niet in éénzelfde periode geschreven. Elke song hoort bij een ander tijdperk. En hoewel de songs wel (misleidend) feel-good kunnen klinken en een hoog lullaby gehalte hebben, komen ze eigenlijk nooit vanuit a happy place, zeg maar. En dan kan het niet anders dan dat er een zekere donkerheid of tristesse insluipt. Wat de songs voor mij betekenen en waar ze vandaan komen, is in the end ondergeschikt geworden. Ikzelf ken de achtergrond en dat is voldoende.

De invloeden die jullie aangeven zijn Bauhaus, Berlijn, bier en Bukowski. Laat ons deze eens een voor een onder de loep nemen te beginnen bij Bauhaus. Het is dit jaar een eeuw geleden dat in het Duitse Weimar het Bauhaus, een nieuwe academie waar architectuur, schilderkunst en beeldhouwkunst zouden samensmelten, werd opgericht door Walter Gropius. In deze rijksschool werd moderne, functionele vormgeving onderricht, er werd met nieuwe productieprocessen geëxperimenteerd en studenten kregen de ruimte om een nieuwe, eigentijdse vormtaal te ontwikkelen. In een tijd dat alleen een elitaire bovenlaag zich (jugendstil) ontwerpen kon permitteren, werkte het Bauhaus vanuit het ideaal om mooi en praktisch design voor iedereen bereikbaar te maken. In het Bauhaus keek men eerst naar de functie, dan bedacht men pas een vorm die het beste paste bij het doel van het gebruiksvoorwerp. Hoe gaan jullie met functionalisme en experiment om in het schrijven van nummers en muziek?
Ik ben altijd al een beetje een Bauhaus-fanaat geweest. Het was inderdaad het functionele karakter en de toegankelijkheid dat me aansprak. En het losbreken van de vaak elitaire conventies. Het had iets heel revolutionairs: functie boven vorm.
Ik heb de songs dan ook bewust heel kort gehouden om te breken met mijn eigen conventies die ik had ontwikkeld als songschrijver. Waar ik vroeger heel hard bezig was met een zo breed mogelijk platform te geven aan wat ik wou zeggen met een song, heb ik nu dus gekozen voor een zo uitgebeend mogelijke structuur waarin alles op heel korte tijd gezegd kan worden. Bleek dat dit heel goed werkte. Minder opbouw en rechtstreeks naar de essentie.  Dit geeft een heel andere energie aan de nummers. Kort samengevat: 1-2-3-4- PATS – gedaan.  

Het Bauhaus was eerst te Weimar later te Dessau en daarna nog een jaar in Berlijn gevestigd. Sinds 1979 kan je in Berlijn ook het Bauhaus-Archiv, een museum over het Bauhaus, bezoeken. Berlijn is een metropool en geldt in Europa als een van de grootste culturele, politieke en wetenschappelijke centra. De stad is ook bekend vanwege het hoog ontwikkelde culturele leven (festivals, nachtleven, musea, kunsttentoonstellingen enz.) en de liberale levensstijl, moderne Zeitgeist en de relatief lage kosten. Bovendien is Berlijn één van de groenste steden van Europa. Wat trekt jullie zo aan tot deze stad? Ik veronderstel dat een concert in Berlijn wel op de bucket list staat?
Een concert in Berlijn zou inderdaad zeer cool zijn.  Ik heb, vanuit mijn interesse voor geschiedenis en kunst, altijd al een zwak gehad voor Berlijn. Ik heb er ook een tijdje gewoond. Er viel daar voor mij op alle gebied zoveel te ontdekken: architectuur, plekken die historisch zwaar van belang zijn geweest, iconische plaatsen maar even goed verborgen parels. En jawel, het Bauhaus-Archiv, hoe kon het ook anders. En de muziekscene was toen ook erg interessant natuurlijk. De stad heeft een unieke vibe die ik nergens anders heb gevoeld, een soort ruimtelijkheid, een soort openheid en tegelijkertijd een grimmigheid die ik bijvoorbeeld hoor in de muziek van pakweg Einstürzende Neubauten. Het is een stad die uit noodzaak, kijk maar naar haar geschiedenis, een voedingsbodem werd voor experiment. Het nummer “Warschauer Strasse” gaat, Überraschung, over U-Bahnhof Warschauer Strasse, een plek die toen een beetje een knooppunt was in mijn leven daar. Dat nummer heb ik geschreven in 2005. Twee versies thuis opgenomen, erg rudimentair allemaal en dan 14 jaar lang vergeten… Toen ik het plan opvatte om mijn oude songs eindelijk op te nemen, stuitte ik op die (erg brakke) opnames. Ik ben uiteraard heel blij dat die song na al die jaren overeind is blijven staan…

(c) dqpix

Het element ‘bier’ past in de seks, drugs en rock ’n roll-attitude van heel wat rock- en metal bands. Omwille van de andere invloeden of inspiratiebronnen die jullie opgeven, vind ik dit wat vreemd overkomen in het rijtje. Moet ik het niet verder zoeken dat dat jullie allemaal wel eens van een lekker biertje kunnen genieten of reiken de ambities verder om bijvoorbeeld, in navolging van een band als Your Highness, een eigen bier te ontwikkelen?
Tja, het bier hé…het bier. Er zelf eentje brouwen staat niet op de agenda. Those Who Didn’t brew…Laat ons zeggen dat het begint met de letter B. En het is logischer dan pakweg bitterballen… Ik wil niet weten hoe muziek klinkt die beïnvloed werd door bitterballen. 

‘Bier’ past dan wel weer bij de alcoholistische misantroop en ‘cultschrijver van het ordinaire’ Charles Bukowski. Op welke manier inspireert deze ‘held van de tegencultuur’ jullie?
’s Mans nihilisme en leefwereld zijn een beetje een inspiratiebron geweest voor het nummer “Barfly“. Een beetje de idee van een niet te stoppen spiraal naar de vloer van de bar en de bodem van het vat. En alles wat je onderweg tegenkomt…  Ook zijn manier van observeren, vaak vanuit de goot, is fascinerend. En ook ongewild grappig.

Jullie omschrijven jullie sound als “Post-Everything and Pre-Nothing” wat een sneer lijkt naar journalisten en recensenten die alle muziek zo nodig in een hokje willen duwen, niet?
Niet echt een sneer … Ik vind het zelf altijd moeilijk om onze muziek in een hokje te duwen. Onze invloeden zijn heel uiteenlopend, dat wel, en dat gaat van pakweg postrock naar shoegaze, maar evengoed bands zoals Big Black en The Smiths, die ook niet voor één gat te vangen waren. Zelf heb ik een aantal jaren voor een muziekmagazine geschreven dus ik begrijp de noodzaak wel van duidelijke perimeters. Maar als we dan toch eerlijk zijn naar onze muziek toe, vind ik dat onze omschrijving best accuraat is.

Zijn jullie van plan om de volgende maanden zo veel mogelijk shows te spelen of willen jullie een Those Who Didn’t concert eerder als iets exclusiefs beschouwen?
Wel, het is nooit onze bedoeling geweest om iedere week rond de kerktoren te spelen. Absoluut niets mis mee, maar voor ons is dat wat agenda’s betreft niet mogelijk. We gaan proberen, in het najaar, de shows zoveel mogelijk te centreren. Op die manier kunnen we alles beter organiseren en gerichter werken. 

Zijn er valkuilen uit het verleden waar jullie geen tweede keer in willen trappen en hoe ver reiken de ambities met Those Who Didn’t
Goh, de allerbelangrijkste les die ik geleerd heb uit vorige ervaringen, is het belang van duidelijke afspraken. En het realistisch houden van de ambities. En op het juiste moment curb your enthousiasm… Af en toe een reality check doen, kan nooit kwaad. Ik denk dat elke band min of meer in dezelfde valkuilen is getrapt, er bestaat niet echt zoiets als de tien geboden voor bands. Al lijkt me dat wel een aanlokkelijk idee: bovenal bemin één God… Lap zeg, daar stopt het al.

Jullie coole bandnaam laat heel wat ruimte voor creatieve aanvullingen. Wat is de leukste die jullie zo al gehoord hebben?
Eentje van onszelf: Those Who Didn’t rehearse…

  

Worsen – Cursed to witness life

Worsen is terug begot. Vijf jaar geleden was ik ferm onder de indruk van diens “Blood” EP. In tussentijd verscheen nog een split met Whitewurm, maar nu is er eindelijk een eerste volwaardige langspeler. “Cursed to witness life” werd het beestje gedoopt, een titel met een sombere insteek. Rick Contes, de alleenheerser achter Worsen die verder ook actief is/was bij Ayr, Young And In The Way en Votnut, schreef en speelde de plaat op zijn eentje in en bewijst dat hij tot de top qua one man metal bands behoort. In de review van de EP kwam de band Mgła menigmaal ter sprake en ook nu is de invloed van deze Poolse heersers nog steeds hoorbaar aanwezig in de melodieuze maar tegelijkertijd agressieve USBM. Wanneer halfweg in opener “Open grave” Zweeds klinkende gitaarharmonieën opduiken, wordt ook een Dissection en Uada-connectie hoorbaar. “Aspirations rusted shut” heeft ook iets Zweeds over zich hangen, maar dan met meer focus op snelheid en vinnigheid. “Weakened world” laat het tempo zakken en is opnieuw heel schatplichtig aan de gemaskerde Polen, hoewel ook een Nachtmystium vanachter de hoek komt piepen. Keyboards zorgen voor extra pompeuze ondersteuning terwijl de catchy melodielijn zich in je gehoor nestelt en de riffs ook weer kortstondig Zweedse wateren verkennen. In “A blade in the dark” wordt het tempo terug opgeschroefd en vliegen de tremoloriffs om de oren, maar na twee minuten kiest Rick opnieuw voor een mid-tempo intermezzo met mooie gitaarlijnen, alvorens een versnelling hoger te schakelen voor de finale van het nummer. De sfeer die in “Cradled by the cold” wordt neergezet, klinkt somber en guur en bevat een heel coole riffsectie. Het titelnummer is dan weer triomfantelijker van insteek hoewel de boodschap niet zo optimistisch is. Ook hier maakt Rick gretig gebruik van keyboards als extra sfeerscheppende factor. Veel bands plaatsen hun meest epische nummer aan het einde van een plaat, zo ook Worsen. Het negen minuten durende “Haunting my mind” is de traagste song van het geheel, bevat het grootste aandeel keyboards en sleept zich gestaag naar een cathartische climax toe waarbij pakkende leads voor een zalvende toets zorgen. Over het algemeen beschouwd, is er op “Cursed to witness life” meer ruimte voor melodieuze harmonieën en verschoof de agressie wat meer naar de achtergrond, hoewel er toch ook nog de nodige in your face stukken te horen zijn. Rick nam alles zelf op en zorgde voor de mix terwijl de mastering in handen was van Jack Control (o.a. Darkthrone en Aura Noir). “Cursed to witness life” is het prototype van een moderne black metal-plaat met een uitstekende, maar niet overgeproduceerde sound en pakkende nummers waarbij gedurende veertig minuten geen enkel dipje te bespeuren valt. Liefhebbers van de aangehaalde referenties kunnen zonder blikken of blozen tot een aanschaf overgaan.

JOKKE: 86/100

Worsen – Cursed to witness life (The Hell Command 2019)
1. Open grave
2. Aspirations rusted shut
3. Weakened world
4. A blade in the dark
5. Cradled by the cold
6. Cursed to witness life
7. Haunting my mind