Maand: juni 2019

Nocturnes Mist – Marquis of hell

Op de cover van Nocturnes Mist vierde langspeler “Marquis of hell” prijkt een engel met het hoofd van een raaf die op een zwarte wolf rijdt en een zwaard ter hand heeft. Deze demoon uit de “Ars goetia” – een 17de eeuws boek rond demonologie waar menig black metal band inspiratie uit haalde voor een bandnaam – veroorzaakt onenigheid, is beter bekend onder de naam Andras en deze Aussies wijden er hun plaat dus volledig aan. Nocturnes Mist draait al sinds 1997 mee, maar was me niet bekend. De verklaring hiervoor ligt hoogstwaarschijnlijk in het feit dat de muziek die we zevenendertig minuten lang te horen krijgen, ons nu niet bepaald van onze stoel doet vallen. Dit is mid jaren ’90 black zonder veel moeilijkdoenerij waarbij keyboards sporadisch ingezet worden als extra sfeermaker. In de snelle stukken hoor ik vaag iets van een oude Marduk doorschemeren, maar ik moet ook regelmatig aan het Oostenrijkse Astaroth denken, zo’n middelmatige band uit de tweede helft van de jaren ’90. De vocale honeurs worden zowel door Deceiver, Inferus als Ominous waargenomen wat voor de nodige variatie zorgt en ook de drummer wisselt (monotone) beukstukken af met mid-tempo werk, maar pakkend vuurwerk krijgen we nergens te horen of het moet in enkele van de flitsende gitaarsolo’s zijn. In de titeltrack of het afsluitende “Treacherous ways” valt alles nog wel mooi samen tot een onderhoudend nummer maar door de band genomen klinkt Nocturnes Mist’s black metal te veel als dertien in een dozijn en mist (no pun intended) het een eigen smoelwerk.

JOKKE: 60/100

Nocturnes Mist – Marquis of hell (Séance Records 2019)
1. Abyssus
2. Eyes in fear
3. Cursed
4. War machine
5. Wolves of Satan
6. Marquis of hell
7. Summoning
8. Treacherous ways

Valaraukar – Demonian abyssal visions

In Valaraukaur bundelen zanger/gitarist Vagath en drummer Sovereign hun krachten om een heerlijk potje old-school black metal te spelen zonder te hard op een retro-vibe te focussen. Beide heren hebben een gemeenschappelijk verleden in de black/thrash metalband Nolti Nan Gana Nan Nolta (NNGNN) maar met Valaraukar – vernoemd naar de balrog’s uit de verhalen van J.R.R. Tolkien – spitsen ze zich toch meer op pure black toe. Ondanks de spirituele parameters die het duo beoogt, resulteert dit op hun volwaardige debuut “Demonian abyssal visions” – vorig jaar verscheen reeds de twee-songs-tellende EP “Harnessing of hostile forces” – meermaals in een lekker potje ouderwets headbangen waarbij het energieke en krachtige drumspel de nummers vooruit stuwt. “Red eyes behold the heart of ruin” en het afsluitende “Conquering the void” zijn hier de mooiste voorbeelden van. De heerlijk rauwe productie – waarbij Vagath voor het zingen overduidelijk in de kelder van de Sonorous en Resonance Sound Studio’s stond – vertoont parallellen met de sound van een Katharsis of Negative Plane, zonder echter diens specifieke stijl te kopiëren. De vocalen worden op een proclamerende manier gebracht waarbij de plaatsing van de woorden doet uitschijnen dat de zanger een ritueel uitoefent en alzo de luisteraar meer betrokken maakt. Eerste en tweede golf black metal worden afgewisseld en het uitmuntende teamwork tussen het geselen van snaren en drumvellen resulteert in vloeiende overgangen, dynamiek en interessante songstructuren. Hier gaat mijn bloed sneller van stromen.

JOKKE: 81/100

Valaraukar – Demonian abyssal visions (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Harnessing of hostile forces
2. The unassailable throne
3. Red eyes behold the heart of ruin
4. Visions of truth amidst black fum
5. Servants of the nameless
6. Conquering the void

Those Who Didn’t – Almost optimistic

Het Antwerpse Grimmsons was een band die we een mooie toekomst voorspelden, maar spijtig genoeg door enkele line-upwissels steeds wat leek tegengehouden te worden. Eind 2017 bleek het dan ook game over te zijn voor de band. Gitarist Fré Duran bleef echter niet bij de pakken zitten en richtte Those Who Didn’t op waarvoor hij bassist Patrice Van Damme (ex-Grimmsons, ex-Solid Spaces), drummer Michael-John Joosen (The Girl Who Cried Wolf, Moonbeast, Billie Rodney, Ebbenflow, ex-Grimmsons) en gitarist Jan Douws (King For A Day) aan boord hees. U ziet dat een zanger in deze line-up ontbreekt, maar niet getreurd want vocalen worden in de post-everyting en pre-nothing aanpak van Those Who Didn’t geenszins gemist. De eerste EP “Almost optimistic” laat – naar analogie met diens titel – vijf depressieve feel-good songs horen die, ondanks hun compacte vorm, heel wat in huis hebben. Het opzwepende “Barfly” is meteen een kopstoot van jewelste. “I’m not him I suppose” is bij aanvang misschien net wat té feel-good voor het gros van onze lezers, maar de weidse post-hardcore explosie maakt veel goed en beukt op onze gemoedstoestand in. “Warschauer Strasse” werkt middels beklijvende en melancholische melodieën en heel wat dynamiek naar dat lichtje aan het einde van de tunnel toe. “Out” doet hier zonder blikken of blozen nog een schepje bovenop. Ook “Trajectory“, dat vier minuten lang op ons inbeukt, maakt indruk en laat een krater in onze gehoorgang achter. De korte speelduur van de nummers werkt want de melodieën teasen ons, zonder uitgemolken te worden, waardoor je automatisch telkens weer naar die repeatknop teruggrijpt. Those Who Didn’t laat middels “Almost optimistic” meteen horen heel wat in huis te hebben. Nu hopelijk snel eens live aanschouwen, want naar’t schijnt knalt dit de kalk uit het plafond.

JOKKE: 80/100

Those Who Didn’t – Almost optimistic (Eigen beheer 2019)
1. Barfly
2. I’m not him I suppose
3. Warschauer Strasse
4. Out
5. Trajectory

Monarque – Jusq’à la mort

Wat vliegt de tijd toch. “Lys noir“, Monarque’s laatste langspeler – en mijn persoonlijke favoriete plaat uit Canada – ligt weeral zes jaar achter ons. Maar er is goed nieuws jongens en meisjes, want onze strijders zijn volop aan een nieuwe plaat bezig en als zoethoudertje krijgen we deze “Jusqu’à la mort” EP. Zodra de titeltrack ons ter oren komt, weet ik meteen dat dit weer een schot in de roos wordt. De drang om, bij het aanhoren van de plechtstatige melodieën, de armen in de lucht te steken, is zo onhoudbaar dat ik allerlei vreemde poses, inclusief onzichtbare appelsienen, aanneem en opgewonden door de woonkamer trippel. In “Le serment prononcé” murwen akoestische gitaren zich tussen al het heroïsch riffwerk op het strijdtoneel terwijl in “Le grand deuil” strijkers het neerslachtig karakter van dit elf minuten durende epos nog meer in de verf zetten. We zijn al een heel stuk over de helft van de speeltijd als de pakkende krijsende vocalen invallen en de repetitieve meloblack zo verder naar een climax stuwen. Kippenvel gegarandeerd. In geen enkel aspect van de muziek en artwork, ontbreekt het Monarque aan zwartgeblakerde passie, waarvoor hulde. En ook de sound is om van te smullen. Laat die nieuwe plaat maar snel komen verdomme!

JOKKE: 89/100

Monarque – Jusqu’à la mort (Sepulchral Productions 2019)
1. Jusqu’à la mort
2. Le serment prononcé
3. Le grand deuil

Leegte – Abandon

Dankzij een YouTube-aanbeveling kwam ik in contact met Leegte, een nieuwe speler in onze vaderlandse black metal-scene. Midden mei werd een eerste demo de digitale melkweg ingestuurd die kortelings nadien reeds opvolging kreeg door de “Abandon” EP. Deze mini is goed voor vijfentwintig minuten zwart- en grijsgetinte atmosferische black waarbij meteen de goede productie opvalt, aangezien ik om één of andere reden een keldergeluid had verwacht. De nihilistische aanpak van het anonieme Leegte – het is vooralsnog giswerk wie achter de band schuilgaat – zit vervat in repetitieve gitaarriffs die gestaag naar melodische climaxen toewerken (zonder de emo-tour op te gaan) en ijle krijszang die net zoals bij een band als Cepheide ver naar achter in de mix zit en alzo één laag vormt met de muziek. De eb- en vloedaanpak zorgt – zoals het genre het betaamt – voor een dynamische spanning waarbij rustige passages overhellen naar sneller knuppelwerk, maar de catharsis blijft – hoewel “Woe unto him” en “Deny me your tears” wel beklijven – vooralsnog uit. Daarvoor zouden de riffs soms nog net wat pakkender en memorabeler moeten worden want de melodieën vervagen tamelijk snel in plaats van in het onderbewustzijn te blijven rondzweven. De demo laat een ruwer geluid horen, wat ik persoonlijk prefereer, omdat de r(a)uwe emoties dan harder binnenkomen. Desalniettemin een erg fijne kennismaking met dit Leegte dat laat horen voldoende potentieel in huis te hebben.

JOKKE: 75/100

Leegte – Abandon (Eigen beheer 2019)
1. Forsaken to the ire
2. Woe unto him
3. Deny me your tears

Andavald – Undir skyggðarhaldi

Na het uiteenvallen van Draugsól, dat met “Volaða land” geen onaardig debuut had uitgebracht, richtten gitarist Maximilian Klimko en drummer Kjartan Harðarson Kaleikr op waarvan diens eersteling ons eerder dit jaar van onze sokken blies. Draugsól zanger Axel Franz Jóhannsson, ook actief bij Mannveira, laat nu van zich horen middels Andavald, een zeskoppige band – zelf spreken ze eerder van een collectief – die al sinds 2011 actief is, maar nu pas met een eerste release naar buiten komt. Zodra de extreme metal na een onheilspellende introductie op ons afgevuurd wordt, kan Andavald haar IJslandse afkomst niet onder stoelen of banken steken, hoewel er op “Undir skyggðarhaldi” toch ook weer een eigen draai gegeven wordt aan de stijlelementen die we van een Svartidauði kennen. Op de intro en outro na, krijgen we drie lange songs te verwerken waarbij een slepend – enkel in de titeltrack wordt het gaspedaal even ingeduwd – repetitief en hypnotiserend geluid neergezet wordt waarbij de bezeten en zwartgalligheid uitbrakende vocalen het geheel compleet maken. Naast Axel Franz Jóhannsson horen we ook Sveinn Alxander Sveinsson zich de longen uit zijn lijf schreeuwen; de dampende adem van beide heren komt bijna voelbaar uit de boxen gestuwd. Dissonantie en melodie gaan een geslaagd huwelijk met mekaar aan waarbij de slepende trance en charismatische zang de sterktes van Andavald zijn. Gastbijdrages zijn van de handen van Kristófer Páll Viðarsson (Vansköpun) en Þórir Óskar Björnsson (Dulvitund, Naught) die o.a. het titelnummer en de inleiding en afsluiting van de plaat van ondersteunende keyboards voorzien. Misþyrming’s D.G. zat achter de knoppen en leverde goed werk af want dit debuut klinkt helder maar rauw genoeg, of net andersom. “Undir skyggðarhaldi” is drie jaar in de maak geweest waarbij alle leden van dit collectief door een financiële, sociale en psychologische hel gingen, maar al het bloed, zweet en tranen heeft zijn vruchten afgeworpen want dit is weeral verdomd lekker IJslands spul. Een een uitmuntende start voor Mystískaos 2.0!

JOKKE: 87/100

Andavald – Undir skyggðarhaldi (Mystískaos 2019)
1. Forspil
2. Afvegaleiðsla
3. Hugklofnun
4. Undir skyggðarhaldi
5. Eftirspil

Misþyrming – Algleymi

In 2015 stond de volledige black metalwereld even volledig op z’n kop toen Misþyrming hun langverwachte “Söngvar elds og óreiðu” vanuit het verre IJsland op de wereld losliet, een monumentaal album waarover niets dan goede reviews verscheen, en waarover ik niemand ooit iets negatief hoorde zeggen. En terecht, want de krachttoer die de jonge snaken (toen 22 begot!) uithaalden blijft zo goed als ongeëvenaard en “Söngvar elds og óreiðu” gaat met recht en reden de annalen in als instant klassieker. Nu zit er een gat van vier jaar tussen dit debuut en de opvolger, “Algleymi”, waarin extensief werd getourd maar geen nieuw materiaal werd uitgebracht, op één song op een split met Sinmara na. “What the fuck, waarom komt dit album nu pas uit gezien ze het al integraal speelden op Roadburn 2017?” hoor ik u denken. Het antwoord is vrij simpel en overkomt elke band wel eens: technische miserie in de studio. Zodus hebben de IJslanders het volledige album opnieuw opgenomen, waardoor we het dus nu pas voorgeschoteld krijgen (de concertgangers onder ons zullen wel al wat nummers hebben opgevangen). Het resultaat is dat we een veel helderder en toegankelijker sound te horen krijgen, en die toegankelijkheid horen we ook terug in de muziek zelf. Zo nemen we enkele riffs waar die zowaar naar het heavy metalgenre neigen zoals in “Ísland, steingelda krummaskuð”. Nooit had ik gedacht dit over een IJslandse band te zeggen, maar zelfs de naam Iron Maiden duikt op bij het horen van het gitaarspel dat doorheen het album minder chaotisch en verstikkend is dan op het debuut, maar melodieuzer klinkt. De blastbeat-aanvallen die het debuut kenmerkten zijn nog steeds aanwezig (“Allt sem eitt sinn blómstraði”), maar de scherpe kantjes zijn wat van de kenmerkende dissonantie afgevijld. Zanger D.G. klinkt echter nog steeds even pissed the fuck off en zijn vocalen, die een heldere plaats opeisen in de uitstekende mix lijken hét ingrediënt te zijn die de nummers hun intensiteit meegeven. Misþyrming laat zich hier van hun meer melodieuze, en ondertussen meer mature kant zien: “Algleymi” voelt minder spontaan en meer doordacht aan, door de bredere waaier van invloeden vanuit heavy metal en hier en daar zelfs een ‘pagan’ sfeertje. Wat vooral heel erg opvalt is dat de heren op dit album meer dan ooit gebruik maken van keyboards, wat het epische en melodieuze karakter dubbel en dik in de verf zet maar die toch niet al te storend zijn. In conclusie krijgen we een jonge band die hun sound verder uitdiept en een duidelijke evolutie laat doorschemeren, maar evengoed compromisloos kan rammen en beuken zoals vanouds. “Algleymi” is gevarieerder, breder van geluid en compositie maar ontegensprekelijk nog steeds op en top Misþyrming. Terecht dat Norma Evangelium Diaboli ze in huis heeft genomen!

CAS: 92/100

Misþyrming – Algleymi (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Orgia
2. Með Svipur á Lofti
3. Ísland, Steingelda Krummaskuð
4. Hælið
5. Og er Haustið Líður Undir Lok
6. Allt Sem Eitt Sinn Blómstraði
7. Alsæla
8. Algleymi