Maand: juni 2019

Celestial Grave – Secular flesh

Het duurde even alvorens het kwartje viel bij Celestial Graves volwaardige debuut “Secular flesh“. Reden daarvoor is de duistere en dichte, mistige sound die op zich wel bijdraagt aan de mysterieuze waas die de band omhult en het doet lijken alsof deze muzikale hersenspinsels uit de diepste crypten van de Finse black metal-scene opborrelen. Op de vorige releases (de “Burial ground trance” demo uit 2016 en de “Pvtrefactio” EP uit 2017) kon je nog wel enkele typische Finse melancholische black metal-elementen ontwaren, maar op “Secular flesh” gaan de twee Finnen stug hun eigen weg. Dit vraagt heel wat van de luisteraar want het gemusiceer is bij wijlen krankzinnig te noemen, niet in termen van duizelingwekkend technisch vernuft maar eerder qua mate van behap- en verteerbaarheid. De muzikale waanzin vormt dan ook een perfecte symbiose met het intrigerende Salvator Dalí-achtige hoesontwerp. Hoewel er nog steeds ruimte voor melodie is, zit deze ver weg in de hypnotiserende massa verstopt. Rauwe, oude Darkthrone-achtige black wordt afgewisseld met een meer ritualistische benadering en tremolo-picking riffs snijden als een vlijmscherp mes doorheen verwrongen dissonante soundscapes waardoor getormenteerde krijsen en ijselijke uithalen echoën. Zap niet zomaar naar een gemakkelijker verteerbare plaat over, maar geef “Secular flesh” de nodige tijd om op je gemoed te laten inwerken.

JOKKE: 82/100

Celestial Grave – Secular flesh (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Lamentation
2. Secular flesh
3. Gasping from lips of night
4. Calamitous love

Nocturnes Mist – Marquis of hell

Op de cover van Nocturnes Mist vierde langspeler “Marquis of hell” prijkt een engel met het hoofd van een raaf die op een zwarte wolf rijdt en een zwaard ter hand heeft. Deze demoon uit de “Ars goetia” – een 17de eeuws boek rond demonologie waar menig black metal band inspiratie uit haalde voor een bandnaam – veroorzaakt onenigheid, is beter bekend onder de naam Andras en deze Aussies wijden er hun plaat dus volledig aan. Nocturnes Mist draait al sinds 1997 mee, maar was me niet bekend. De verklaring hiervoor ligt hoogstwaarschijnlijk in het feit dat de muziek die we zevenendertig minuten lang te horen krijgen, ons nu niet bepaald van onze stoel doet vallen. Dit is mid jaren ’90 black zonder veel moeilijkdoenerij waarbij keyboards sporadisch ingezet worden als extra sfeermaker. In de snelle stukken hoor ik vaag iets van een oude Marduk doorschemeren, maar ik moet ook regelmatig aan het Oostenrijkse Astaroth denken, zo’n middelmatige band uit de tweede helft van de jaren ’90. De vocale honeurs worden zowel door Deceiver, Inferus als Ominous waargenomen wat voor de nodige variatie zorgt en ook de drummer wisselt (monotone) beukstukken af met mid-tempo werk, maar pakkend vuurwerk krijgen we nergens te horen of het moet in enkele van de flitsende gitaarsolo’s zijn. In de titeltrack of het afsluitende “Treacherous ways” valt alles nog wel mooi samen tot een onderhoudend nummer maar door de band genomen klinkt Nocturnes Mist’s black metal te veel als dertien in een dozijn en mist (no pun intended) het een eigen smoelwerk.

JOKKE: 60/100

Nocturnes Mist – Marquis of hell (Séance Records 2019)
1. Abyssus
2. Eyes in fear
3. Cursed
4. War machine
5. Wolves of Satan
6. Marquis of hell
7. Summoning
8. Treacherous ways

Valaraukar – Demonian abyssal visions

In Valaraukaur bundelen zanger/gitarist Vagath en drummer Sovereign hun krachten om een heerlijk potje old-school black metal te spelen zonder te hard op een retro-vibe te focussen. Beide heren hebben een gemeenschappelijk verleden in de black/thrash metalband Nolti Nan Gana Nan Nolta (NNGNN) maar met Valaraukar – vernoemd naar de balrog’s uit de verhalen van J.R.R. Tolkien – spitsen ze zich toch meer op pure black toe. Ondanks de spirituele parameters die het duo beoogt, resulteert dit op hun volwaardige debuut “Demonian abyssal visions” – vorig jaar verscheen reeds de twee-songs-tellende EP “Harnessing of hostile forces” – meermaals in een lekker potje ouderwets headbangen waarbij het energieke en krachtige drumspel de nummers vooruit stuwt. “Red eyes behold the heart of ruin” en het afsluitende “Conquering the void” zijn hier de mooiste voorbeelden van. De heerlijk rauwe productie – waarbij Vagath voor het zingen overduidelijk in de kelder van de Sonorous en Resonance Sound Studio’s stond – vertoont parallellen met de sound van een Katharsis of Negative Plane, zonder echter diens specifieke stijl te kopiëren. De vocalen worden op een proclamerende manier gebracht waarbij de plaatsing van de woorden doet uitschijnen dat de zanger een ritueel uitoefent en alzo de luisteraar meer betrokken maakt. Eerste en tweede golf black metal worden afgewisseld en het uitmuntende teamwork tussen het geselen van snaren en drumvellen resulteert in vloeiende overgangen, dynamiek en interessante songstructuren. Hier gaat mijn bloed sneller van stromen.

JOKKE: 81/100

Valaraukar – Demonian abyssal visions (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Harnessing of hostile forces
2. The unassailable throne
3. Red eyes behold the heart of ruin
4. Visions of truth amidst black fum
5. Servants of the nameless
6. Conquering the void

Those Who Didn’t – Almost optimistic

Het Antwerpse Grimmsons was een band die we een mooie toekomst voorspelden, maar spijtig genoeg door enkele line-upwissels steeds wat leek tegengehouden te worden. Eind 2017 bleek het dan ook game over te zijn voor de band. Gitarist Fré Duran bleef echter niet bij de pakken zitten en richtte Those Who Didn’t op waarvoor hij bassist Patrice Van Damme (ex-Grimmsons, ex-Solid Spaces), drummer Michael-John Joosen (The Girl Who Cried Wolf, Moonbeast, Billie Rodney, Ebbenflow, ex-Grimmsons) en gitarist Jan Douws (King For A Day) aan boord hees. U ziet dat een zanger in deze line-up ontbreekt, maar niet getreurd want vocalen worden in de post-everyting en pre-nothing aanpak van Those Who Didn’t geenszins gemist. De eerste EP “Almost optimistic” laat – naar analogie met diens titel – vijf depressieve feel-good songs horen die, ondanks hun compacte vorm, heel wat in huis hebben. Het opzwepende “Barfly” is meteen een kopstoot van jewelste. “I’m not him I suppose” is bij aanvang misschien net wat té feel-good voor het gros van onze lezers, maar de weidse post-hardcore explosie maakt veel goed en beukt op onze gemoedstoestand in. “Warschauer Strasse” werkt middels beklijvende en melancholische melodieën en heel wat dynamiek naar dat lichtje aan het einde van de tunnel toe. “Out” doet hier zonder blikken of blozen nog een schepje bovenop. Ook “Trajectory“, dat vier minuten lang op ons inbeukt, maakt indruk en laat een krater in onze gehoorgang achter. De korte speelduur van de nummers werkt want de melodieën teasen ons, zonder uitgemolken te worden, waardoor je automatisch telkens weer naar die repeatknop teruggrijpt. Those Who Didn’t laat middels “Almost optimistic” meteen horen heel wat in huis te hebben. Nu hopelijk snel eens live aanschouwen, want naar’t schijnt knalt dit de kalk uit het plafond.

JOKKE: 80/100

Those Who Didn’t – Almost optimistic (Eigen beheer 2019)
1. Barfly
2. I’m not him I suppose
3. Warschauer Strasse
4. Out
5. Trajectory

Monarque – Jusq’à la mort

Wat vliegt de tijd toch. “Lys noir“, Monarque’s laatste langspeler – en mijn persoonlijke favoriete plaat uit Canada – ligt weeral zes jaar achter ons. Maar er is goed nieuws jongens en meisjes, want onze strijders zijn volop aan een nieuwe plaat bezig en als zoethoudertje krijgen we deze “Jusqu’à la mort” EP. Zodra de titeltrack ons ter oren komt, weet ik meteen dat dit weer een schot in de roos wordt. De drang om, bij het aanhoren van de plechtstatige melodieën, de armen in de lucht te steken, is zo onhoudbaar dat ik allerlei vreemde poses, inclusief onzichtbare appelsienen, aanneem en opgewonden door de woonkamer trippel. In “Le serment prononcé” murwen akoestische gitaren zich tussen al het heroïsch riffwerk op het strijdtoneel terwijl in “Le grand deuil” strijkers het neerslachtig karakter van dit elf minuten durende epos nog meer in de verf zetten. We zijn al een heel stuk over de helft van de speeltijd als de pakkende krijsende vocalen invallen en de repetitieve meloblack zo verder naar een climax stuwen. Kippenvel gegarandeerd. In geen enkel aspect van de muziek en artwork, ontbreekt het Monarque aan zwartgeblakerde passie, waarvoor hulde. En ook de sound is om van te smullen. Laat die nieuwe plaat maar snel komen verdomme!

JOKKE: 89/100

Monarque – Jusqu’à la mort (Sepulchral Productions 2019)
1. Jusqu’à la mort
2. Le serment prononcé
3. Le grand deuil

Leegte – Abandon

Dankzij een YouTube-aanbeveling kwam ik in contact met Leegte, een nieuwe speler in onze vaderlandse black metal-scene. Midden mei werd een eerste demo de digitale melkweg ingestuurd die kortelings nadien reeds opvolging kreeg door de “Abandon” EP. Deze mini is goed voor vijfentwintig minuten zwart- en grijsgetinte atmosferische black waarbij meteen de goede productie opvalt, aangezien ik om één of andere reden een keldergeluid had verwacht. De nihilistische aanpak van het anonieme Leegte – het is vooralsnog giswerk wie achter de band schuilgaat – zit vervat in repetitieve gitaarriffs die gestaag naar melodische climaxen toewerken (zonder de emo-tour op te gaan) en ijle krijszang die net zoals bij een band als Cepheide ver naar achter in de mix zit en alzo één laag vormt met de muziek. De eb- en vloedaanpak zorgt – zoals het genre het betaamt – voor een dynamische spanning waarbij rustige passages overhellen naar sneller knuppelwerk, maar de catharsis blijft – hoewel “Woe unto him” en “Deny me your tears” wel beklijven – vooralsnog uit. Daarvoor zouden de riffs soms nog net wat pakkender en memorabeler moeten worden want de melodieën vervagen tamelijk snel in plaats van in het onderbewustzijn te blijven rondzweven. De demo laat een ruwer geluid horen, wat ik persoonlijk prefereer, omdat de r(a)uwe emoties dan harder binnenkomen. Desalniettemin een erg fijne kennismaking met dit Leegte dat laat horen voldoende potentieel in huis te hebben.

JOKKE: 75/100

Leegte – Abandon (Eigen beheer 2019)
1. Forsaken to the ire
2. Woe unto him
3. Deny me your tears

Andavald – Undir skyggðarhaldi

Na het uiteenvallen van Draugsól, dat met “Volaða land” geen onaardig debuut had uitgebracht, richtten gitarist Maximilian Klimko en drummer Kjartan Harðarson Kaleikr op waarvan diens eersteling ons eerder dit jaar van onze sokken blies. Draugsól zanger Axel Franz Jóhannsson, ook actief bij Mannveira, laat nu van zich horen middels Andavald, een zeskoppige band – zelf spreken ze eerder van een collectief – die al sinds 2011 actief is, maar nu pas met een eerste release naar buiten komt. Zodra de extreme metal na een onheilspellende introductie op ons afgevuurd wordt, kan Andavald haar IJslandse afkomst niet onder stoelen of banken steken, hoewel er op “Undir skyggðarhaldi” toch ook weer een eigen draai gegeven wordt aan de stijlelementen die we van een Svartidauði kennen. Op de intro en outro na, krijgen we drie lange songs te verwerken waarbij een slepend – enkel in de titeltrack wordt het gaspedaal even ingeduwd – repetitief en hypnotiserend geluid neergezet wordt waarbij de bezeten en zwartgalligheid uitbrakende vocalen het geheel compleet maken. Naast Axel Franz Jóhannsson horen we ook Sveinn Alxander Sveinsson zich de longen uit zijn lijf schreeuwen; de dampende adem van beide heren komt bijna voelbaar uit de boxen gestuwd. Dissonantie en melodie gaan een geslaagd huwelijk met mekaar aan waarbij de slepende trance en charismatische zang de sterktes van Andavald zijn. Gastbijdrages zijn van de handen van Kristófer Páll Viðarsson (Vansköpun) en Þórir Óskar Björnsson (Dulvitund, Naught) die o.a. het titelnummer en de inleiding en afsluiting van de plaat van ondersteunende keyboards voorzien. Misþyrming’s D.G. zat achter de knoppen en leverde goed werk af want dit debuut klinkt helder maar rauw genoeg, of net andersom. “Undir skyggðarhaldi” is drie jaar in de maak geweest waarbij alle leden van dit collectief door een financiële, sociale en psychologische hel gingen, maar al het bloed, zweet en tranen heeft zijn vruchten afgeworpen want dit is weeral verdomd lekker IJslands spul. Een een uitmuntende start voor Mystískaos 2.0!

JOKKE: 87/100

Andavald – Undir skyggðarhaldi (Mystískaos 2019)
1. Forspil
2. Afvegaleiðsla
3. Hugklofnun
4. Undir skyggðarhaldi
5. Eftirspil

Misþyrming – Algleymi

In 2015 stond de volledige black metalwereld even volledig op z’n kop toen Misþyrming hun langverwachte “Söngvar elds og óreiðu” vanuit het verre IJsland op de wereld losliet, een monumentaal album waarover niets dan goede reviews verscheen, en waarover ik niemand ooit iets negatief hoorde zeggen. En terecht, want de krachttoer die de jonge snaken (toen 22 begot!) uithaalden blijft zo goed als ongeëvenaard en “Söngvar elds og óreiðu” gaat met recht en reden de annalen in als instant klassieker. Nu zit er een gat van vier jaar tussen dit debuut en de opvolger, “Algleymi”, waarin extensief werd getourd maar geen nieuw materiaal werd uitgebracht, op één song op een split met Sinmara na. “What the fuck, waarom komt dit album nu pas uit gezien ze het al integraal speelden op Roadburn 2017?” hoor ik u denken. Het antwoord is vrij simpel en overkomt elke band wel eens: technische miserie in de studio. Zodus hebben de IJslanders het volledige album opnieuw opgenomen, waardoor we het dus nu pas voorgeschoteld krijgen (de concertgangers onder ons zullen wel al wat nummers hebben opgevangen). Het resultaat is dat we een veel helderder en toegankelijker sound te horen krijgen, en die toegankelijkheid horen we ook terug in de muziek zelf. Zo nemen we enkele riffs waar die zowaar naar het heavy metalgenre neigen zoals in “Ísland, steingelda krummaskuð”. Nooit had ik gedacht dit over een IJslandse band te zeggen, maar zelfs de naam Iron Maiden duikt op bij het horen van het gitaarspel dat doorheen het album minder chaotisch en verstikkend is dan op het debuut, maar melodieuzer klinkt. De blastbeat-aanvallen die het debuut kenmerkten zijn nog steeds aanwezig (“Allt sem eitt sinn blómstraði”), maar de scherpe kantjes zijn wat van de kenmerkende dissonantie afgevijld. Zanger D.G. klinkt echter nog steeds even pissed the fuck off en zijn vocalen, die een heldere plaats opeisen in de uitstekende mix lijken hét ingrediënt te zijn die de nummers hun intensiteit meegeven. Misþyrming laat zich hier van hun meer melodieuze, en ondertussen meer mature kant zien: “Algleymi” voelt minder spontaan en meer doordacht aan, door de bredere waaier van invloeden vanuit heavy metal en hier en daar zelfs een ‘pagan’ sfeertje. Wat vooral heel erg opvalt is dat de heren op dit album meer dan ooit gebruik maken van keyboards, wat het epische en melodieuze karakter dubbel en dik in de verf zet maar die toch niet al te storend zijn. In conclusie krijgen we een jonge band die hun sound verder uitdiept en een duidelijke evolutie laat doorschemeren, maar evengoed compromisloos kan rammen en beuken zoals vanouds. “Algleymi” is gevarieerder, breder van geluid en compositie maar ontegensprekelijk nog steeds op en top Misþyrming. Terecht dat Norma Evangelium Diaboli ze in huis heeft genomen!

CAS: 92/100

Misþyrming – Algleymi (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Orgia
2. Með Svipur á Lofti
3. Ísland, Steingelda Krummaskuð
4. Hælið
5. Og er Haustið Líður Undir Lok
6. Allt Sem Eitt Sinn Blómstraði
7. Alsæla
8. Algleymi

Knoest – Dag

Het stopt écht niet bij onze noorderburen hé. 2018 was een knaljaar voor de NLBM-scene en 2019 lijkt ook weer goed op weg te zijn om voor een groot stuk gekaapt te worden door releases van bestaande en nieuwe Nederlandse spelers. Een neofiet in de scene is Knoest hoewel het trio reeds een heus palmares aan activiteiten in andere bands kan voorleggen. Drummer Mink Koops kennen we als vellenmepper van Fluisteraars, Galg, Nusquama en Solar Temple en de unieke strot van frontman Joris hoorden we in het verleden reeds schallen bij Wederganger, :Nodfyr: en Heidevolk. Op gitaar treffen we Harold aan, die reeds ervaring opdeed bij Mondvolland en Bottenkoning. Knoest is het resultaat van een mooie bromance tussen drie kerels uit Gelderland. Een gedeelde passie voor de natuur en omgeving van Nederland’s grootste provincie vormde de voedingsbodem voor hun debuutplaat. Trek- en rijtochten doorheen Gelderland in de ochtend, de middag, de avond en de nacht resulteerden in het toepasselijk getitelde “Dag“. De unieke diepe heldere vocalen van Joris trekken van meet af aan de aandacht maar staan wel iets te ver vooraan in de mix wat bij opener “De ochtend” zelfs wat storend is. De riffs die Harold uit zijn gitaar tovert schipperen tussen weids meanderende melancholische klanken en meer rechttoe rechtaan black metal riffs of rockgetinte passages. Het spanningsveld tussen de guur klinkende zwartmetalen riffs en de ietwat genrevreemde vocale aanpak levert soms mooie contrasten op die in het toegankelijke startende “De avond” wondermooi samengaan, maar honderd procent overtuigd zijn we nog niet. Daar waar de plechtstatige gezangen van Joris bij Wederganger afgewisseld werden met krijszang, blijft die aanpak hier achterwege waardoor de zang een love it or hate it ding wordt. In het bijna twaalf minuten durende “De nacht” lijken de muzikanten bij momenten bezeten te zijn door de volle maan die door de bladerhemel in de Gelderse bossen schijnt en wordt het onderste uit de kan gehaald middels energieke en overstuurde uithalen op gitaar en drum. Maar evengoed schakelt Knoest even later op een akoestische passage over. Knoest is een band die op alle vlakken het contrast in haar muzikale landschap opzoekt, gaande van kabbelende akoestische passages tot stormende zwartgeblakerde watervallen, van brede laagvlaktes tot extreme pieken en dit alles overgoten met theatrale vocalen. Interessante eerste kennismaking die je kort door de band genomen kan omschrijven als een kruisbestuiving tussen Fluisteraars (muzikaal gezien) en :Nodfyr: (vocaal gezien, hoewel Joris bij Knoest eerder klassiek theatraal dan folky klinkt) maar het niveau van beide bands vooralsnog niet haalt.

JOKKE: 70/100

Knoest – Dag (Ván Records 2019)
1. De ochtend
2. De middag
3. De avond
4. De nacht

Enthroned – Het evenwicht tussen wat je wel en niet ziet

Begin jaren ’90 stond de zwartgeblakerde horde van Enthroned, samen met een band als Ancient Rites, mee aan de wieg van onze vaderlandse black metal-scene. Platen als “Prophecies of pagan fire” en “Towards the skullthrone of Satan” staan in het Belgisch collectief black metal-geheugen gegrift. In 2006 verlieten zanger/bassist Sabathan en zijn markante strot de band en nam gitarist Nornagest de rol van frontman over. De platen die “Enthroned 2.0” nadien uitbracht, lieten een gestage evolutie horen naar een meer divers en atmosferisch geluid dat middels de elfde langspeler “Cold black suns” een voorlopig hoogtepunt bereikt. Gitarist Neraath, die ondertussen al bijna twintig jaar in de band meedraait, voorzag ons van meer inkijk in het Enthroned-universum. (JOKKE)

The English version of this interview can be read here.

(c) David Fitt

Neraath, er ligt een gat van vijf jaar tussen “Sovereigns” en het nieuwe “Cold black suns“, wat vrij lang is naar Enthroned-normen. Waarom duurde het zo lang om met een nieuwe plaat voor de dag te komen?
Het nam deze keer inderdaad allemaal meer tijd in beslag dan verwacht en hier zijn een paar verklaringen voor. Toen het promotionele werk zoals de tours en concerten in de nasleep van “Sovereigns” erop zaten, besloot ik samen met onze voormalige bassist Phorgath te focussen op onze andere band Emptiness. Al onze creativiteit werd in het lange schrijfproces voor de “Not for music” plaat gestoken. Daarna was er spijtig genoeg een line-up wissel bij Enthroned waarbij we twee bandleden, waaronder Phorgath die heel betrokken was bij het songschrijven en de arrangementen, zagen vertrekken. Op het moment dat de overgebleven leden niet goed wisten hoe het nu verder moest, was er gelukkig drummer Menthor, die in tussentijd ook bezig was met Lvcifyre en Nightbringer, die het initiatief nam om iedereen terug rond de tafel te krijgen met een visie op een nieuwe plaat. We recruteerden daarna twee nieuwe bandleden, tekenden een deal bij Season Of Mist en begonnen te werken aan demo’s met nieuw materiaal. We deden de afgelopen periode verschillende studiosessies, waarna de mix en de mastering en natuurlijk ook de productie en release volgens de agenda van ons label nog de nodige tijd vroegen.

Cold black suns” is de eerste plaat zonder Phorgath, die niet alleen elf jaar lang bassist was van Enthroned maar ook een belangrijke factor was in het schrijfproces. Maakte zijn vertrek het moeilijker voor jou en Nornagest om nieuwe muziek te creëren?
Phorgath droeg veel bij aan de “stijl” die we op de vorige albums aan het ontwikkelen waren en de we kamen regelmatig als band in de studio samen om te componeren. Nu verloopt het schrijfproces anders, maar niet perse moeilijker. De nummers werden nu eerder op een individuele basis geschreven waardoor er vooruitgang geboekt werd inzake arrangementen en dynamiek. De songs werden gecomponeerd door Menthor, Nornagest en mezelf, maar Phorgath had ook nog wel zijn deel in de totstandkoming van de plaat. Naast zijn werk als producer, had hij enkele ideeën aangaande zangarrangementen om onze sonische trip nog een extra push te geven.

Line-up wissels zijn geen nieuw gegeven voor Enthroned. Jullie nieuwe gitarist Shagãl heeft de Argentijnse nationaliteit en Menthor komt uit Portugal. Hoe kwam deze internationale line-up tot stand? Is het voor Enthroned moeilijk geworden om geschikte muzikanten in eigen land te vinden?
Shagãl woont al jaren in België en hielp ons de laatste twee jaar ook al uit de brand als sessiegitarist. Toen we op zoek moesten naar een nieuwe gitarist, bleek hij erg gemotiveerd en hij kende natuurlijk ook onze manier van werken al. Menthor is inderdaad Portugees maar woont momenteel in Londen, wat het op logistiek vlak gemakkelijker maakt als we moeten samen komen om op te treden. We leerden hem enkele jaren geleden kennen toen hij in onze studio (Blackout Studio in Brussel) aan het opnemen was met de band Corpus Christii. We waren erg onder de indruk van zijn drumtechniek en konden het ook goed met elkaar vinden. Toen onze vorige drummer Garghuf besloot om extreme muziek achter zich te laten en zich te focussen op meer synthetische en experimentele genres, hesen we Menthor aan boord. Sindsdien werd hij een erg goede vriend van mij. Onze nieuwe bassist Norgaath is wel een Belg en komt uit West-Vlaanderen.

Enthroned is een band met sterke occulte en satanische standpunten. Is de visie op religie en occultisme bij de zoektocht naar nieuwe muzikanten even belangrijk als de muzikale visie?
Om eerlijk te zijn, delen niet alle bandleden dezelfde kijk op spiritualiteit, filosofie en het occulte. Enkele leden hebben interesse in de obscuriteiten van de esoterische wetenschappen, maar uiteindelijk komen we samen om muziek te schrijven en geen essays. Aan de oppervlakte is er natuurlijk wel een gemeenschappelijk aantrekking voor deze onderwerpen, maar de weinige keren dat we allemaal samen komen, draait het om repeteren. Wat de muzikale visie van Enthroned betreft, zitten we allemaal op dezelfde lijn, maar daarbuiten heeft iedereen zijn eigen interesses en smaak.

(c) David Fitt

Mag ik zeggen dat jullie nieuwe plaat “Cold black suns” jullie meest experimentele en diverse werk tot op heden is?
Met de term “experimenteel” ben ik het niet echt eens, aangezien de plaat nog steeds vrij conventioneel is voor dit genre van extreme muziek. We worden nog steeds gedreven door het schrijven en spelen van obscure en agressieve muziek, dus deze moet aanleunen bij wie we de dag van vandaag zijn. Onze sound evolueert door nieuwe ervaringen, smaken, persoonlijke input en onze muzikale vaardigheden. Hierdoor is er natuurlijk een groot verschil tussen onze eerste plaat en onze latere albums, wat het resultaat is van een logische en eerlijke evolutie.
Cold black suns” is wel onze meest diverse plaat doordat we het element “atmosfeer” verder wilden uitdiepen en extra lagen wilden toevoegen aan het hele sfeergebeuren. We veranderden van tuning, de drums en ritmische benadering werden verder uitgediept en in de fase van het arrangeren van de muziek, integreerde ik keyboard pads, drones en ambientgitaren in de mix. Enkele nummers hebben een eerder instrumentale aanpak in plaats van duidelijke songstructuren. Deze details op de achtergrond doen alle elementen samenkomen en dragen bij aan de identiteit van de plaat en haar concept.

Nummers zoals “Silent redemption” en “Son of man” lijken inderdaad meer om atmosfeer dan om agressie te draaien. Was het een bewuste keuze om deze nieuwe muzikale paden te bewandelen of was dit de muziek die spontaan ontstond tijdens het schrijven?
Zodra we met het schrijfproces van start gingen, werden Menthor en ikzelf gedreven door de idee om de plaat op te bouwen aan de hand van meer verwrongen en dissonante gitaar licks en een andere benadering qua sound en composities waarbij er een clash plaatsvindt tussen intense snelle stukken en atmosferische, doch catchy partijen. Ik heb al dikwijls gehoord dat deze sinistere tonen typisch zijn voor de muziek die ik schrijf; deze ontstaan dus op een natuurlijke manier tijdens het componeren. Zoals reeds eerder aangegeven, gebeurde het schrijfproces nu eerder op individuele basis en wat mij betreft heb ik de neiging om atmosfeer te laten overheersen over riffs. Ik hou van bepaalde akkoorden en notenprogressies en ik heb een voorliefde voor enkele reverb-pedalen en een bepaalde gear set-up.

Een nummer als “Aghoria” springt er met haar mantra-achtige gezangen echt bovenuit. Wat is het verhaal achter deze song?
Aghoria” was één van de eerste nummers die we schreven naar aanleiding van deze plaat. Nornagest en Menthor hadden dit idee van een song met een ritualistische aanpak en een tranceachtige eenvoud; heel repetitief en met een verwijzing naar een kleine groep van hindi sadhus (ascetische personen, monniken of religieuze personen in het hindoeïsme; Addergebroed) genaamd Aghori. De teksten en het concept van “Cold black suns” draaien om verschillende culturen waardoor het interessant was om een nummer op te dragen aan deze toegewijden aan Shiva. Ze hebben een heel ongewone levensstijl, zoek maar op. De mantra die je hoort betekent “ik ben blij te kunnen claimen dat ik niet in staat ben geweest mezelf te bewijzen“. Bovenop het originele idee van ritmische en basic drums, ontwikkelde ik enkele keyboardlagen, samples en effecten. Enkele bandleden zongen de mantra en de lage vocalen in, die typisch zijn voor landen in het Verre Oosten.

Oneiros” doet me ook wel wat oosters aan hoewel de songtitel verwijst naar de Griekse mythologie. Waar gaat dit nummer over?
Dit is waarschijnlijk mijn persoonlijke favoriet op de nieuwe plaat doordat we veel met dynamiek en emoties spelen. “Oneiros” is de personificatie van dromen. Om een beter inzicht te krijgen in de teksten, moet ik je doorverwijzen naar Homerus, die beweerde dat dromen ronddwalen op de donkere kust van het westerse Oceanus. Bedrieglijke dromen passeren door een ivoren poort – een beschrijving die in het rooms-katholicisme wordt toegekend aan de poorten naar de hemel, het koninkrijk van Jahweh – terwijl de echte dromen ontstaan uit een poort gemaakt van zwarte hoorns. Deze dromen leiden soms tot een sadistische vorm van opwinding wat de oude-Grieken bestempelden als “Charoumenos Oneiros“.

Alle details zoals koorzangen, samples en extra laagjes maken van “Cold black suns” een interessante luistertrip. Na meerdere luisterbeurten blijf je nog steeds nieuwe elementen ontdekken. Is het van meet af aan duidelijk met welke “speciale ingrediënten” jullie aan de slag willen gaan om een nummer te bouwen of worden deze pas als finishing touch toegevoegd wanneer de nummers in hun finale vorm geraken?
Voor deze plaat maakten al deze details deel uit van het compositorisch gegeven. Ik vertrok vanuit basisideeën – het begrijpen van een ritme of riff – en beleefde daarna veel plezier aan het uitwerken en integreren van elementen zoals cleane gitaren en keyboards. De koorzangen kwamen pas later tijdens de laatste zangsessies in de studio en helemaal op het einde werden nog enkele samples toegevoegd toen de mix en de balans duidelijk waren.

Het prachtige a-typische Enthroned cover artwork is eveneens van jouw hand. Het beeld is tamelijk abstract, maar het zou natuurlijk niet Enthroned zijn als er geen details en verwijzingen naar de teksten en het concept van de plaat zouden zijn. De slangachtige figuur doet me wat denken aan een ouroboros. Welke betekenissen gaan er schuil achter het artwork?
Bedankt voor het compliment! Er is inderdaad een relatie tussen de muziek en de albumtitel. De woorden “cold” en “black” zetten me deze keer aan tot het creëren van meer minimalistisch artwork. Ik drong aan op het weglaten van ons logo op de cover zodat de abstractie bleef en er geen directe link is naar een groep muzikanten, een poging om een soort van inhumaan gevoel te creëren. Het woord “suns” leidde tot een beeld met een kosmische referentie. Ik wou een verbinding afbeelden tussen de macroscopische dimensie van de universele ruimte en de microkosmos waaruit de mens op cellulair niveau is gebouwd. Er zijn twee belangrijke bollen in het ontwerp, waarbij de ene voor zijn tegenovergestelde staat, als een directe verwijzing naar materie en anti-materie. De moderne wetenschappen zijn nog steeds op zoek naar een verklaring voor het feit dat het ene het tegenovergestelde overheerste en erin slaagde om het allesomvattende te worden dat we observeren en ervaren in het dagelijks leven.
Deze twee bollen bevatten binnenin drie punten, wat opnieuw verwijst naar een universeel principe. Er zijn drie begrijpbare werelden die volgens een bepaalde hiërarchische analogie met mekaar corresponderen: de fysische wereld, de spirituele of metafysische wereld en de goddelijke wereld.
Tenslotte, zoals je inderdaad opmerkte, roept de visuele referentie naar de slang de traditie van de ouroboros op, dewelke in zijn echte cirkelvormige voorstelling, de totaliteit van het universum voorstelt. Middels haar skeletachtige vorm wordt de balans tussen leven en dood, materie en anti-materie, voorgesteld. Kortom, het artwork visualiseert een evenwicht tussen wat we wel en niet zien.
Ik beleefde veel plezier aan het creëren van het artwork. Samen met Menthor schilderde ik een grote zwarte box waarin de voornaamste bol werd geplaatst. Nadien nam ik enkele foto’s, gebruikte ik verfsprays en chemicaliën en werkte het ontwerp af op de computer. Er waren verschillende versies van de cover, maar de band besloot voor dit ontwerp te gaan.

Je maakt bijna twintig jaar deel uit van Enthroned, enkel zanger Nornagest heeft een langere staat van dienst. Wat beschouw je de hoogte- en laagtepunten van jullie muzikale carrière?
Het hoogtepunt is waarschijnlijk het feit dat de band al zo lang meegaat en we nog steeds de motivatie vinden om nieuwe platen te schrijven en natuurlijk is het verschijnen van elk album een hoogtepunt op zichzelf. De vele line-up wissels en problemen die daarmee gepaard gaan, vormen de keerzijde van de medaille.

Welke persoonlijke lessen trek je uit je carrière met Enthroned? Hoe beïnvloedde de band je privéleven en omgekeerd?
Mijn lange tijd bij Enthroned, gaf me de kans om een groot stuk van de wereld te zien en de atmosfeer in verschillende landen op te snuiven. Dit draagt erg veel bij op persoonlijk vlak doordat je je meer bewust wordt van de wereld waar we in leven. Er is natuurlijk niet heel veel ruimte om de toerist uit te hangen, en je blijft veelal in hetzelfde circuit hangen, maar door niet altijd de fancy places te bezoeken, krijg je een betere kijk op de authentieke manier van leven.
Wat de band zelf betreft, zijn er goede en moeilijke momenten. Dat is onlosmakelijk verbonden met het werken in een team. Zelfs wanneer je je trots voelt bij het uiteindelijke resultaat van iets, moet je compromissen sluiten, ook op emotioneel vlak. Het bandleven vergt ook een grote persoonlijke en materiële investering, en het is zonde dat deze scene zo ondergronds is in België. Onze stijl is natuurlijk geen spek voor ieders bek, maar er is zo goed als geen ondersteuning van hogere culturele instituties waardoor alles erg DIY is. De scene groeide sterk sinds de jaren ’90, maar toch voelt het alsof alles nog steeds hetzelfde is en het potentieel op lokaal niveau niet ten volle tot uiting kan komen.

(c) Leslie VDM

Komend weekend staat jullie releaseshow op Throne Fest in Kuurne gepland. Wat mogen we verwachten van deze voorlopig enige show op Belgische bodem?
We zullen een nieuwe set spelen met enkele songs van “Cold black suns” en de drie voorgaande platen. We zijn hier met enkele nieuwe technische crewleden volop aan bezig. Zoals gewoonlijk, zullen het enkel onszelf en onze instrumenten zijn, waarbij we een intense en authentieke presentatie willen neerzetten. Geen fancy podiumaankleding, enkel de band.

Ik heb soms de idee dat Enthroned populairder is buiten België en dan vooral in Zuid-Amerika waar jullie regelmatig tourden in het verleden. Hoe vergelijk je een Belgisch of Europees publiek met een Zuid-Amerikaans?
In elk geval gaat het er ginderachter meer intens en gek aan toe dan hier. Misschien komt dit door het feit dat sociaal geweld in veel Latijns-Amerikaanse landen voor een stuk deel uitmaakt van het dagelijks leven en daardoor een onzichtbare invloed uitoefent op het menselijk gedrag. Paradoxaal genoeg, zijn deze mensen erg vriendelijk en gastvrij, ietwat onbezorgd ook, maar als er een band speelt, observeer je een sterkere toewijding en appreciatie van de muziek. Ik denk dan aan landen zoals El Salvador, Ecuador, Guatemala, Bolivië, … Ik moet je niet vertellen dat onze muziek, vergeleken met de mainstream, gewelddadig en somber klinkt en het gebeurt soms dat dit ontspoort in het publiek. Zo waren we tijdens de laatste tour getuige van enkele steekpartijen en moesten we de zaal na het concert snel verlaten omdat de zaken een onaangename wending namen. Enkele dagen later was er een kleine riot toen de openingsband aan het spelen was. Ik denk dat dergelijke zaken veel voorkomen in deze landen.

Ex-Enthroned zanger en bassist Sabathan besloot vorig jaar om onder eigen naam Enthroned-klassiekers van de eerste twee platen en de EP te gaan spelen. Wat is jouw mening hierover en heb je nog contact met Sabathan?
Ik spreek hem van tijd tot tijd nog wel eens. We besloten in onze set te focussen op recenter materiaal dat nu meer representatief is voor Enthroned. Mensen die de “oude-Enthroned” verkiezen kunnen inderdaad naar Sabathan gaan zien. Zijn bezigheden gingen natuurlijk niet onopgemerkt voorbij binnen de band en de meningen erover lopen uiteen, maar persoonlijk ben ik hier niet tegen aangezien hij veel nummers van onze oudere platen schreef en hij ze met dezelfde passie en overgave speelt als in de begindagen. Er zijn veel nostalgische zielen in de metalscene en er is een trend voor revival. Je kan het mensen natuurlijk niet kwalijk nemen om een leuke tijd te hebben tijdens een concert.

Ik zou het tenslotte nog even willen hebben over Of Blood And Mercury, de darkpop band die je samen met je partner Michelle Nocon hebt. Wat mogen we verwachten na de veelbelovende debuut EP “Strangers“?
Michelle en ik zijn het album aan het afronden en verwachten de plaat binnen enkele maanden te kunnen releasen. Meer info volgt wanneer de tijd rijp is. Momenteel zijn we op zoek naar opportuniteiten om met deze nieuwe band live te spelen. We willen hier echt het beste van maken. De stijl die we met Of Blood And Mercury spelen, is totaal anders dan wat we alle jaren ervoor deden, maar we doen dit met hart en ziel en halen hier ook veel plezier en voldoening uit. De rest van de band bestaat uit drummer Jonas Sanders, gekend van zijn werk met Pro-Pain en Emptiness en de getalenteerde keyboardspeler David Alexandre Parquier die ook met zijn eigen darkwave project Luminance platen uitbrengt. Michelle en ik hebben lang aan dit project gewerkt en nu komt het eindelijk tot leven.