Maand: juni 2019

Kvelgeyst – Alkahest

Bij Zwitserland denken we meteen aan raclette, rösti, alpenhoorns, zakmessen en horloges. Op gebied van metalen klanken zette Celtic Frost het land op de metalmap. Ook het in 2015 opgerichte Kvelgeyst eert deze oerband op haar debuut “Alkahest“. Het trio bestaande uit zanger/gitarist Urgeist, zanger/bassist/keyboardspeler Meister T. en drummer/achtergrondzanger V. Knüppelknecht (wat een coole naam voor een vellenmepper) maakt deel uit van het Helvetic Underground Committee (waartoe ook bands zoals Ungfell, Dakhma, Urgeist en Arkhaaik behoren) en heeft een zeer grote affiniteit met alchemie waarbij de heren op zoek gaan naar ‘alkahest’, een hypothetisch universeel oplosmiddel dat gelijk welke substantie, goud inbegrepen, zou kunnen oplossen. De bandleden zijn tevens niet vies van intoxicerende substanties wat muzikaal gezien resulteert in proggy experimentele uitstapjes waarbij ik regelmatig – ook vocaal gezien – aan een band als Laster moet denken. Kvelgeyst gooit onverwachte ambient intermezzo’s of liturgische improvisaties in de strijd en incorporeert een fikse dosis klassieke heavy metalinvloeden in haar black metal die voor een heerlijk nostalgisch sfeertje zorgen. In deze opzwepende momenten wasemen de riffs alcoholdampen uit en ruikt de sound naar leder en metaal waarbij een band als Malokarpatan in de titeltrack en zeker Negative Plane elders op de plaat niet veraf is. Daar alle drie de bandleden hun strot opentrekken, horen we een weids variërend gamma aan screams, diepere growls, gefluister, hoge (cleane) uithalen en maniakaal hoongelach. Kvelgeyst is voer voor zij die enerzijds houden van tijdloze black met heel wat traditionele invloeden en anderzijds ook niet vies zijn van wat experiment.

JOKKE: 80/100

Kvelgeyst – Alkahest (Vendetta Records 2019)
1. Basilisk – Im Angesicht des Schattenwichts
2. Miasma – Vor flirrenden Götzen in stickigen Grotten
3. In der Hölle trieft der Gran
4. Demiurg – Denaturierung Holobiont
5. Alkahest – In Schall und Rauch zerflossen
6. Sefiroth – Schalenleib des Welten-Alls



Those Who Didn’t – Rechtstreeks naar de essentie

Uit de assen van het terziele gegane Grimmsons herrees Those Who Didn’t. De vier Antwerpenaren presenteren op hun eerste EP “Almost optimistic” vijf compacte songs die, ondanks hun korte speelduur en het ontbreken van vocalen, heel wat te zeggen hebben. We schoven aan tafel bij bandoprichter en muziekschrijver Fré Duran voor een gesprek over Bauhaus, Charles Bukowski, de tien geboden, hordelopen en bitterballen. (JOKKE)

(c) dqpix

Alvorens het over Those Who Didn’t te hebben, zou ik nog even willen terugkeren naar Grimmsons. Deze band had alles in zich om heel wat potten te breken, maar toch leek het nooit écht te lukken. Ik herinner me enkele last minute concertafgelastingen en de band bleef ook niet gespaard van de nodige line-up wisselingen. Hoe kijken jullie zelf terug op de verwezenlijkingen van Grimmsons en wat gaf uiteindelijk de doorslag om het bijltje erbij neer te gooien?
We zijn nog steeds trots op wat we met Grimmsons allemaal hebben kunnen verwezenlijken. We hebben een aantal heel vette shows kunnen doen en hebben fantastische studiomomenten gehad. Maar het werd, door alle sputteringen in de motor, een beetje een band tegen wil en dank. Het parcours begon meer op een hordeloop te lijken en dat had uiteraard tot gevolg dat, hoewel de ambitie hoog lag, de motivatie begon te verdampen. Zoals men wel eens zegt, de rek was eruit.

Eind 2017 gaf Grimmsons haar finale optreden in de Antwerpse Trix. Ik moest toen spijtig genoeg verstek laten gaan en zag nu, door nogmaals naar jullie Facebook-pagina te gaan, dat je je kon inschrijven op een mailinglist om toch nog aan jullie posthume plaat te geraken. Is hier nog veel respons op gekomen en kan ik hier ook nog aangeraken?
Ik ben blij dat we het Grimmsons-hoofdstuk in schoonheid hebben kunnen afsluiten. Het afscheidsconcert was er eentje om in te kaderen. Ik heb zelf, na dat laatste concert, samen met partner in sound Frank Rotthier, de plaat volledig hermixed. In ieder geval zal die plaat wel gereleased worden, maar daar kan ik het fijne nog niet van meedelen. Maar zeker is dat ze eraan komt. Grimmsons ten voeten uit: hordeloop…

Fré, Those Who Didn’t werd door jou in het leven geroepen en de band kreeg vorm door, naast King Of A Day-gitarist Jan Douws, leden uit de allereerste en allerlaatste Grimmsons line-up mee aan boord te hijsen. Geen schrik dat mensen hierdoor voortdurend de vergelijking tussen beide bands zullen maken?
Eigenlijk niet. Het zal wel voorvallen, maar dat zou me niet storen. De luisteraar zal wel snel doorhebben dat het hier om een totaal andere band gaat. Uiteraard zijn er her en der wel een aantal signaturen van de Grimmsons-sound te herkennen, maar dat kan bijna niet anders, in beide bands schrijf ik de muziek. Maar buiten een paar overeenkomsten in sound, is TWD een heel ander beestje.Waar Grimmons een eerder logge sound had en vooral steunde op opbouw en slepende dynamiek, opteer ik met TWD voor het tegenovergestelde: vinnigheid en explosieve ontlading.
TWD was eigenlijk niet bedoeld een band te worden. Oorspronkelijk wou ik een paar songs opnemen die ik ergens, ver weg en lang geleden had geschreven en die niet pasten bij alle vorige bands waar ik bijzat. Na de Grimmsons-split leek het mij het juiste moment om de studio in te duiken en de songs op één dag in te blikken. Beetje het idee van na een erg turbulente vlucht zo snel mogelijk terug de vlieger te nemen om twijfel of erger te vermijden. Ik wou een aanpak hanteren die nieuw was voor mezelf: korte songs, snel opnemen, snel mixen, masteren, geen twee keer, laat staan honderd keer, nadenken… We waren zó tevreden met het resultaat van die toch wel verfrissende aanpak, dat we er live iets mee wilden doen en alzo geschiedde…

In de vorm van “Almost optimistic” werd een eerste EP – vooralsnog enkel digitaal – uitgebracht. Zijn er ook plannen voor een fysieke release?
Zeer zeker. We hebben ondertussen al een tweede EP klaar. Die gaan we in het najaar releasen en de twee EP’s samen fysiek uitbrengen. Ook zullen daar een aantal shows aan gekoppeld worden. Daarover dus later meer.

Ik vind de titel van de EP echt de lading van jullie muziek dekken. Hoewel de songs bij momenten een feel good vibe uitstralen, is er ook steeds een donker randje of melancholische gloed aanwezig. Is het moeilijk om het juiste evenwicht tussen beide gemoedstoestanden te vinden of is dit de muziek die op natuurlijke wijze uit jullie instrumenten vloeit?
Het hangt er een beetje vanaf. De songs zijn niet in éénzelfde periode geschreven. Elke song hoort bij een ander tijdperk. En hoewel de songs wel (misleidend) feel-good kunnen klinken en een hoog lullaby gehalte hebben, komen ze eigenlijk nooit vanuit a happy place, zeg maar. En dan kan het niet anders dan dat er een zekere donkerheid of tristesse insluipt. Wat de songs voor mij betekenen en waar ze vandaan komen, is in the end ondergeschikt geworden. Ikzelf ken de achtergrond en dat is voldoende.

De invloeden die jullie aangeven zijn Bauhaus, Berlijn, bier en Bukowski. Laat ons deze eens een voor een onder de loep nemen te beginnen bij Bauhaus. Het is dit jaar een eeuw geleden dat in het Duitse Weimar het Bauhaus, een nieuwe academie waar architectuur, schilderkunst en beeldhouwkunst zouden samensmelten, werd opgericht door Walter Gropius. In deze rijksschool werd moderne, functionele vormgeving onderricht, er werd met nieuwe productieprocessen geëxperimenteerd en studenten kregen de ruimte om een nieuwe, eigentijdse vormtaal te ontwikkelen. In een tijd dat alleen een elitaire bovenlaag zich (jugendstil) ontwerpen kon permitteren, werkte het Bauhaus vanuit het ideaal om mooi en praktisch design voor iedereen bereikbaar te maken. In het Bauhaus keek men eerst naar de functie, dan bedacht men pas een vorm die het beste paste bij het doel van het gebruiksvoorwerp. Hoe gaan jullie met functionalisme en experiment om in het schrijven van nummers en muziek?
Ik ben altijd al een beetje een Bauhaus-fanaat geweest. Het was inderdaad het functionele karakter en de toegankelijkheid dat me aansprak. En het losbreken van de vaak elitaire conventies. Het had iets heel revolutionairs: functie boven vorm.
Ik heb de songs dan ook bewust heel kort gehouden om te breken met mijn eigen conventies die ik had ontwikkeld als songschrijver. Waar ik vroeger heel hard bezig was met een zo breed mogelijk platform te geven aan wat ik wou zeggen met een song, heb ik nu dus gekozen voor een zo uitgebeend mogelijke structuur waarin alles op heel korte tijd gezegd kan worden. Bleek dat dit heel goed werkte. Minder opbouw en rechtstreeks naar de essentie.  Dit geeft een heel andere energie aan de nummers. Kort samengevat: 1-2-3-4- PATS – gedaan.  

Het Bauhaus was eerst te Weimar later te Dessau en daarna nog een jaar in Berlijn gevestigd. Sinds 1979 kan je in Berlijn ook het Bauhaus-Archiv, een museum over het Bauhaus, bezoeken. Berlijn is een metropool en geldt in Europa als een van de grootste culturele, politieke en wetenschappelijke centra. De stad is ook bekend vanwege het hoog ontwikkelde culturele leven (festivals, nachtleven, musea, kunsttentoonstellingen enz.) en de liberale levensstijl, moderne Zeitgeist en de relatief lage kosten. Bovendien is Berlijn één van de groenste steden van Europa. Wat trekt jullie zo aan tot deze stad? Ik veronderstel dat een concert in Berlijn wel op de bucket list staat?
Een concert in Berlijn zou inderdaad zeer cool zijn.  Ik heb, vanuit mijn interesse voor geschiedenis en kunst, altijd al een zwak gehad voor Berlijn. Ik heb er ook een tijdje gewoond. Er viel daar voor mij op alle gebied zoveel te ontdekken: architectuur, plekken die historisch zwaar van belang zijn geweest, iconische plaatsen maar even goed verborgen parels. En jawel, het Bauhaus-Archiv, hoe kon het ook anders. En de muziekscene was toen ook erg interessant natuurlijk. De stad heeft een unieke vibe die ik nergens anders heb gevoeld, een soort ruimtelijkheid, een soort openheid en tegelijkertijd een grimmigheid die ik bijvoorbeeld hoor in de muziek van pakweg Einstürzende Neubauten. Het is een stad die uit noodzaak, kijk maar naar haar geschiedenis, een voedingsbodem werd voor experiment. Het nummer “Warschauer Strasse” gaat, Überraschung, over U-Bahnhof Warschauer Strasse, een plek die toen een beetje een knooppunt was in mijn leven daar. Dat nummer heb ik geschreven in 2005. Twee versies thuis opgenomen, erg rudimentair allemaal en dan 14 jaar lang vergeten… Toen ik het plan opvatte om mijn oude songs eindelijk op te nemen, stuitte ik op die (erg brakke) opnames. Ik ben uiteraard heel blij dat die song na al die jaren overeind is blijven staan…

(c) dqpix

Het element ‘bier’ past in de seks, drugs en rock ’n roll-attitude van heel wat rock- en metal bands. Omwille van de andere invloeden of inspiratiebronnen die jullie opgeven, vind ik dit wat vreemd overkomen in het rijtje. Moet ik het niet verder zoeken dat dat jullie allemaal wel eens van een lekker biertje kunnen genieten of reiken de ambities verder om bijvoorbeeld, in navolging van een band als Your Highness, een eigen bier te ontwikkelen?
Tja, het bier hé…het bier. Er zelf eentje brouwen staat niet op de agenda. Those Who Didn’t brew…Laat ons zeggen dat het begint met de letter B. En het is logischer dan pakweg bitterballen… Ik wil niet weten hoe muziek klinkt die beïnvloed werd door bitterballen. 

‘Bier’ past dan wel weer bij de alcoholistische misantroop en ‘cultschrijver van het ordinaire’ Charles Bukowski. Op welke manier inspireert deze ‘held van de tegencultuur’ jullie?
’s Mans nihilisme en leefwereld zijn een beetje een inspiratiebron geweest voor het nummer “Barfly“. Een beetje de idee van een niet te stoppen spiraal naar de vloer van de bar en de bodem van het vat. En alles wat je onderweg tegenkomt…  Ook zijn manier van observeren, vaak vanuit de goot, is fascinerend. En ook ongewild grappig.

Jullie omschrijven jullie sound als “Post-Everything and Pre-Nothing” wat een sneer lijkt naar journalisten en recensenten die alle muziek zo nodig in een hokje willen duwen, niet?
Niet echt een sneer … Ik vind het zelf altijd moeilijk om onze muziek in een hokje te duwen. Onze invloeden zijn heel uiteenlopend, dat wel, en dat gaat van pakweg postrock naar shoegaze, maar evengoed bands zoals Big Black en The Smiths, die ook niet voor één gat te vangen waren. Zelf heb ik een aantal jaren voor een muziekmagazine geschreven dus ik begrijp de noodzaak wel van duidelijke perimeters. Maar als we dan toch eerlijk zijn naar onze muziek toe, vind ik dat onze omschrijving best accuraat is.

Zijn jullie van plan om de volgende maanden zo veel mogelijk shows te spelen of willen jullie een Those Who Didn’t concert eerder als iets exclusiefs beschouwen?
Wel, het is nooit onze bedoeling geweest om iedere week rond de kerktoren te spelen. Absoluut niets mis mee, maar voor ons is dat wat agenda’s betreft niet mogelijk. We gaan proberen, in het najaar, de shows zoveel mogelijk te centreren. Op die manier kunnen we alles beter organiseren en gerichter werken. 

Zijn er valkuilen uit het verleden waar jullie geen tweede keer in willen trappen en hoe ver reiken de ambities met Those Who Didn’t
Goh, de allerbelangrijkste les die ik geleerd heb uit vorige ervaringen, is het belang van duidelijke afspraken. En het realistisch houden van de ambities. En op het juiste moment curb your enthousiasm… Af en toe een reality check doen, kan nooit kwaad. Ik denk dat elke band min of meer in dezelfde valkuilen is getrapt, er bestaat niet echt zoiets als de tien geboden voor bands. Al lijkt me dat wel een aanlokkelijk idee: bovenal bemin één God… Lap zeg, daar stopt het al.

Jullie coole bandnaam laat heel wat ruimte voor creatieve aanvullingen. Wat is de leukste die jullie zo al gehoord hebben?
Eentje van onszelf: Those Who Didn’t rehearse…

  

Worsen – Cursed to witness life

Worsen is terug begot. Vijf jaar geleden was ik ferm onder de indruk van diens “Blood” EP. In tussentijd verscheen nog een split met Whitewurm, maar nu is er eindelijk een eerste volwaardige langspeler. “Cursed to witness life” werd het beestje gedoopt, een titel met een sombere insteek. Rick Contes, de alleenheerser achter Worsen die verder ook actief is/was bij Ayr, Young And In The Way en Votnut, schreef en speelde de plaat op zijn eentje in en bewijst dat hij tot de top qua one man metal bands behoort. In de review van de EP kwam de band Mgła menigmaal ter sprake en ook nu is de invloed van deze Poolse heersers nog steeds hoorbaar aanwezig in de melodieuze maar tegelijkertijd agressieve USBM. Wanneer halfweg in opener “Open grave” Zweeds klinkende gitaarharmonieën opduiken, wordt ook een Dissection en Uada-connectie hoorbaar. “Aspirations rusted shut” heeft ook iets Zweeds over zich hangen, maar dan met meer focus op snelheid en vinnigheid. “Weakened world” laat het tempo zakken en is opnieuw heel schatplichtig aan de gemaskerde Polen, hoewel ook een Nachtmystium vanachter de hoek komt piepen. Keyboards zorgen voor extra pompeuze ondersteuning terwijl de catchy melodielijn zich in je gehoor nestelt en de riffs ook weer kortstondig Zweedse wateren verkennen. In “A blade in the dark” wordt het tempo terug opgeschroefd en vliegen de tremoloriffs om de oren, maar na twee minuten kiest Rick opnieuw voor een mid-tempo intermezzo met mooie gitaarlijnen, alvorens een versnelling hoger te schakelen voor de finale van het nummer. De sfeer die in “Cradled by the cold” wordt neergezet, klinkt somber en guur en bevat een heel coole riffsectie. Het titelnummer is dan weer triomfantelijker van insteek hoewel de boodschap niet zo optimistisch is. Ook hier maakt Rick gretig gebruik van keyboards als extra sfeerscheppende factor. Veel bands plaatsen hun meest epische nummer aan het einde van een plaat, zo ook Worsen. Het negen minuten durende “Haunting my mind” is de traagste song van het geheel, bevat het grootste aandeel keyboards en sleept zich gestaag naar een cathartische climax toe waarbij pakkende leads voor een zalvende toets zorgen. Over het algemeen beschouwd, is er op “Cursed to witness life” meer ruimte voor melodieuze harmonieën en verschoof de agressie wat meer naar de achtergrond, hoewel er toch ook nog de nodige in your face stukken te horen zijn. Rick nam alles zelf op en zorgde voor de mix terwijl de mastering in handen was van Jack Control (o.a. Darkthrone en Aura Noir). “Cursed to witness life” is het prototype van een moderne black metal-plaat met een uitstekende, maar niet overgeproduceerde sound en pakkende nummers waarbij gedurende veertig minuten geen enkel dipje te bespeuren valt. Liefhebbers van de aangehaalde referenties kunnen zonder blikken of blozen tot een aanschaf overgaan.

JOKKE: 86/100

Worsen – Cursed to witness life (The Hell Command 2019)
1. Open grave
2. Aspirations rusted shut
3. Weakened world
4. A blade in the dark
5. Cradled by the cold
6. Cursed to witness life
7. Haunting my mind

Celestial Grave – Secular flesh

Het duurde even alvorens het kwartje viel bij Celestial Graves volwaardige debuut “Secular flesh“. Reden daarvoor is de duistere en dichte, mistige sound die op zich wel bijdraagt aan de mysterieuze waas die de band omhult en het doet lijken alsof deze muzikale hersenspinsels uit de diepste crypten van de Finse black metal-scene opborrelen. Op de vorige releases (de “Burial ground trance” demo uit 2016 en de “Pvtrefactio” EP uit 2017) kon je nog wel enkele typische Finse melancholische black metal-elementen ontwaren, maar op “Secular flesh” gaan de twee Finnen stug hun eigen weg. Dit vraagt heel wat van de luisteraar want het gemusiceer is bij wijlen krankzinnig te noemen, niet in termen van duizelingwekkend technisch vernuft maar eerder qua mate van behap- en verteerbaarheid. De muzikale waanzin vormt dan ook een perfecte symbiose met het intrigerende Salvator Dalí-achtige hoesontwerp. Hoewel er nog steeds ruimte voor melodie is, zit deze ver weg in de hypnotiserende massa verstopt. Rauwe, oude Darkthrone-achtige black wordt afgewisseld met een meer ritualistische benadering en tremolo-picking riffs snijden als een vlijmscherp mes doorheen verwrongen dissonante soundscapes waardoor getormenteerde krijsen en ijselijke uithalen echoën. Zap niet zomaar naar een gemakkelijker verteerbare plaat over, maar geef “Secular flesh” de nodige tijd om op je gemoed te laten inwerken.

JOKKE: 82/100

Celestial Grave – Secular flesh (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Lamentation
2. Secular flesh
3. Gasping from lips of night
4. Calamitous love

Nocturnes Mist – Marquis of hell

Op de cover van Nocturnes Mist vierde langspeler “Marquis of hell” prijkt een engel met het hoofd van een raaf die op een zwarte wolf rijdt en een zwaard ter hand heeft. Deze demoon uit de “Ars goetia” – een 17de eeuws boek rond demonologie waar menig black metal band inspiratie uit haalde voor een bandnaam – veroorzaakt onenigheid, is beter bekend onder de naam Andras en deze Aussies wijden er hun plaat dus volledig aan. Nocturnes Mist draait al sinds 1997 mee, maar was me niet bekend. De verklaring hiervoor ligt hoogstwaarschijnlijk in het feit dat de muziek die we zevenendertig minuten lang te horen krijgen, ons nu niet bepaald van onze stoel doet vallen. Dit is mid jaren ’90 black zonder veel moeilijkdoenerij waarbij keyboards sporadisch ingezet worden als extra sfeermaker. In de snelle stukken hoor ik vaag iets van een oude Marduk doorschemeren, maar ik moet ook regelmatig aan het Oostenrijkse Astaroth denken, zo’n middelmatige band uit de tweede helft van de jaren ’90. De vocale honeurs worden zowel door Deceiver, Inferus als Ominous waargenomen wat voor de nodige variatie zorgt en ook de drummer wisselt (monotone) beukstukken af met mid-tempo werk, maar pakkend vuurwerk krijgen we nergens te horen of het moet in enkele van de flitsende gitaarsolo’s zijn. In de titeltrack of het afsluitende “Treacherous ways” valt alles nog wel mooi samen tot een onderhoudend nummer maar door de band genomen klinkt Nocturnes Mist’s black metal te veel als dertien in een dozijn en mist (no pun intended) het een eigen smoelwerk.

JOKKE: 60/100

Nocturnes Mist – Marquis of hell (Séance Records 2019)
1. Abyssus
2. Eyes in fear
3. Cursed
4. War machine
5. Wolves of Satan
6. Marquis of hell
7. Summoning
8. Treacherous ways

Valaraukar – Demonian abyssal visions

In Valaraukaur bundelen zanger/gitarist Vagath en drummer Sovereign hun krachten om een heerlijk potje old-school black metal te spelen zonder te hard op een retro-vibe te focussen. Beide heren hebben een gemeenschappelijk verleden in de black/thrash metalband Nolti Nan Gana Nan Nolta (NNGNN) maar met Valaraukar – vernoemd naar de balrog’s uit de verhalen van J.R.R. Tolkien – spitsen ze zich toch meer op pure black toe. Ondanks de spirituele parameters die het duo beoogt, resulteert dit op hun volwaardige debuut “Demonian abyssal visions” – vorig jaar verscheen reeds de twee-songs-tellende EP “Harnessing of hostile forces” – meermaals in een lekker potje ouderwets headbangen waarbij het energieke en krachtige drumspel de nummers vooruit stuwt. “Red eyes behold the heart of ruin” en het afsluitende “Conquering the void” zijn hier de mooiste voorbeelden van. De heerlijk rauwe productie – waarbij Vagath voor het zingen overduidelijk in de kelder van de Sonorous en Resonance Sound Studio’s stond – vertoont parallellen met de sound van een Katharsis of Negative Plane, zonder echter diens specifieke stijl te kopiëren. De vocalen worden op een proclamerende manier gebracht waarbij de plaatsing van de woorden doet uitschijnen dat de zanger een ritueel uitoefent en alzo de luisteraar meer betrokken maakt. Eerste en tweede golf black metal worden afgewisseld en het uitmuntende teamwork tussen het geselen van snaren en drumvellen resulteert in vloeiende overgangen, dynamiek en interessante songstructuren. Hier gaat mijn bloed sneller van stromen.

JOKKE: 81/100

Valaraukar – Demonian abyssal visions (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Harnessing of hostile forces
2. The unassailable throne
3. Red eyes behold the heart of ruin
4. Visions of truth amidst black fum
5. Servants of the nameless
6. Conquering the void

Those Who Didn’t – Almost optimistic

Het Antwerpse Grimmsons was een band die we een mooie toekomst voorspelden, maar spijtig genoeg door enkele line-upwissels steeds wat leek tegengehouden te worden. Eind 2017 bleek het dan ook game over te zijn voor de band. Gitarist Fré Duran bleef echter niet bij de pakken zitten en richtte Those Who Didn’t op waarvoor hij bassist Patrice Van Damme (ex-Grimmsons, ex-Solid Spaces), drummer Michael-John Joosen (The Girl Who Cried Wolf, Moonbeast, Billie Rodney, Ebbenflow, ex-Grimmsons) en gitarist Jan Douws (King For A Day) aan boord hees. U ziet dat een zanger in deze line-up ontbreekt, maar niet getreurd want vocalen worden in de post-everyting en pre-nothing aanpak van Those Who Didn’t geenszins gemist. De eerste EP “Almost optimistic” laat – naar analogie met diens titel – vijf depressieve feel-good songs horen die, ondanks hun compacte vorm, heel wat in huis hebben. Het opzwepende “Barfly” is meteen een kopstoot van jewelste. “I’m not him I suppose” is bij aanvang misschien net wat té feel-good voor het gros van onze lezers, maar de weidse post-hardcore explosie maakt veel goed en beukt op onze gemoedstoestand in. “Warschauer Strasse” werkt middels beklijvende en melancholische melodieën en heel wat dynamiek naar dat lichtje aan het einde van de tunnel toe. “Out” doet hier zonder blikken of blozen nog een schepje bovenop. Ook “Trajectory“, dat vier minuten lang op ons inbeukt, maakt indruk en laat een krater in onze gehoorgang achter. De korte speelduur van de nummers werkt want de melodieën teasen ons, zonder uitgemolken te worden, waardoor je automatisch telkens weer naar die repeatknop teruggrijpt. Those Who Didn’t laat middels “Almost optimistic” meteen horen heel wat in huis te hebben. Nu hopelijk snel eens live aanschouwen, want naar’t schijnt knalt dit de kalk uit het plafond.

JOKKE: 80/100

Those Who Didn’t – Almost optimistic (Eigen beheer 2019)
1. Barfly
2. I’m not him I suppose
3. Warschauer Strasse
4. Out
5. Trajectory