Month: september 2019

Perverted Ceremony/Witchcraft – Nighermancie / Black candle invoker

Schande dat Perverted Ceremony nu pas aan bod komt op dit portaal, want onze landgenoten brachten in 2017 middels hun debuutlangspeler “Sabbat of Behezaël” één van de vuigste en meest perverse Belgische underground black metal-releases in jaren uit. Ook de demo’s en gelijknamige EP blonken uit in old school worship zoals het er begin jaren ’90 aan toe ging. De vier tracks die we hier te horen krijgen, zouden oorspronkelijk als demo uitgebracht worden, maar Morbid Messiah (zang en drum en tevens actief bij Moenen Of Xezbeth) en Baron Cimeterre (gitaar en bas) besloten dat de nummers beter tot hun recht zouden komen op een split. Het duo sloot voor deze gelegenheid een duivels pact met het Finse Witchcraft dat met een tiental demo’s en splits een mooi palmares aan undergroundactiviteit kan voorleggen, maar mij tot dusver onbekend in de oren klonk. Perverted Ceremony opent kant A onder de noemer “Nighermancie” wat middelnederlands is voor ‘zwarte kunsten’ of ‘necromancy‘ in het Engels. Voor de bibliofielen onder ons: het woord komt veelvuldig voor in o.a. “Mariken van Nieumeghen“, een mirakelspel uit de Lage Landen daterend uit het begin van de 16e eeuw dat het verhaal vertelt van Mariken en de duivel Moenen. Qua sound en feel is Perverted Ceremony voer voor fans van de oude Latijns-Amerikaanse scene (Mystifier, Nebiros, Genocidio, Pentagram en Sarcofago) en de Finse oer-black metal-band Beherit natuurlijk. Mid- en up-tempo sinistere black met een vuil basgeluid, spookachtige keyboards, chaotisch/psychedelische solo’s, raggend drumwerk en zwaar door de mangel gehaalde gruntachtige vocalen. De openingsklanken van het titelnummer zou je zelfs haast als psychedelische doom kunnen bestempelen. De onwelriekende graflucht sijpelt in elk geval van deze drie nummers en één intermezzo af. De bandleden van het Finse Witchcraft (om verwarring met de vele gelijknamige bands te voorkomen, spreken ze ook wel van Blasphemous Witchcraft) zijn actief onder de monikers Goat Prayer of Black Baptism (bas en zang), Grotesque Demon of Darkness & Bloodiabolus (drums) en Black Moon Necromancer of Funeral Fornication (gitaar en zang). Infantiel of niet, het moge duidelijk wezen dat deze jongens dwepen met oer-Finse, Braziliaanse en Maleisische bands. De Finnen hebben voor de gelegenheid drie songs van een opnamesessie uit 2017 vanonder de mottenballen gehaald waaronder een alternatieve versie van de titeltrack van de “Diablerie“-demo en nog twee onuitgegeven nummers. Op vocaal vlak gaat het er bij Witchcraft nog een bruine streep vuiler aan toe en ook muzikaal klinkt het hier nog een tikkeltje bestialer, net wat te veel voor mijn meug zelfs. Desondanks hoor ik hier toch ook licht psychedelische trekjes in, waardoor het materiaal van deze Finnen een perfecte aanvulling is op dat van onze landgenoten.

JOKKE: 80/100 (Perverted Ceremony: 84/100; Witchcraft: 76/100)

Perverted Ceremony/Witchcraft – Nighermancie / Black candle invoker (Nuclear War Now! Productions 2019)
1. Perverted Ceremony – Nighermancie
2. Perverted Ceremony – In sin with the goat
3. Perverted Ceremony – Light the inverted candles
4. Perverted Ceremony – The 7 liberated arts
5. Witchcraft – Diablerie
6. Witchcraft – Bewitchment at the avernus gate
7. Witchcraft – Seventh sabbath night

Blood Tyrant – The realm that brings forth death

Het Nederlandse Blood Tyrant passeerde hier reeds met de twee jaar geleden verschenen split met Departure Chandelier, een dikke vette aanrader trouwens. Althans voor zij die ‘progressief, ‘technisch’, ‘modern’, ‘post’ en ‘experimenteel’ adjectieven vinden die best zo ver mogelijk uit de buurt van black metal dienen te blijven. Het duo Baron Yrch Malachi (Demstervold, Orodruin, Haat) en The Wampyric Specter (Old Tower) is immers halfweg de jaren negentig blijven plakken en serveert ons op haar nieuwe demo “The realm that brings forth death” zes zwartgeblakerde hymnen die ons een klein half uur onderdompelen in de mysterieuze wereld van pure, nostalgische, ijskoude en rauwe black waarbij ‘duister’ en ‘atmosferisch’ de bijvoeglijke naamwoorden zijn die als tags gebruikt kunnen worden. Dungeon synth keyboards zorgen voor rondspokende ambientgeluiden tussen de ruwe gitaar- en drumklanken door en het bijtend gekrijs waarbij de zanger zijn strottenhoofd aan flarden scheurt. De vocalen nemen echter ook soms een dieper klinkende verhalende toonaard aan. Het rockende droogkorrelige gitaargeluid van een nummer als “Crossing the umbrous expanse” zou trouwens zo aan Finse handen ontsproten kunnen zijn. De nummers zijn simpel van opbouw en uitvoering, maar bevatten toch voldoende nuances. Ook geen repetitieve toestanden hier. Enkel voor liefhebbers van puur jaren ’90 black metal-spul.

JOKKE: 75/100

Blood Tyrant – The realm that brings forth death (Tour De Garde 2019)
1. Centuries…
2. Crossing the umbrous expanse
3. Mysteries of cosmic magnitude
4. Born without blood
5. The realm that brings forth death
6. Lugubrious destiny unfolds (Into lost reality)

Selenite – Mahasamadhi

Ik heb altijd een zwak gehad voor de scherpe black metal die tijdens de jaren ’90 door de Oostenrijkse bergen schalde. Bands als Abigor, Amestigon, Heidenreich, Summoning, … behoren tot de absolute genre-top wat mij betreft. Misschien daarom dat ik me nog vaag kan herinneren aan Stefan Traunmüllers erg degelijke Golden Dawn project. Nu ben ik die band zo’n vijftien jaar geleden na “Masquerade” uit het oog verloren, maar het is zeker en vast een pas om dit Selenite een kans te geven. Hoewel de debuutplaat “Mahasamadhi” – een Yoga-term voor het verlaten van het lichaam – eigenlijk een funeral doom-album is, heeft het wel enige “typisch” Oostenrijkse zwartmetalen invloeden, zeker wat betreft de synths en drums. De hele “oosterse filosofie-insteek” kan ik met de beste wil ter wereld niet in de muziek terugvinden, maar het is zeker een interessante release. “Mahasamadhi” klinkt, ondanks de melodieuze aard en behoorlijke afwisseling, toch monotoon en daarmee past het zeker nog in het funeral doom-rijtje. De productie is niet te gelikt, maar wel professioneel. De instrumenten worden bespeeld met ervaring en zonder teveel tierelantijntjes. De grunts komen sporadisch voorbij en zijn best in orde, net als de cleane zang. Alles wat er in zit, past bij het klankconcept. Nu ja, alles is veel gezegd, want de vrouwenzang is namelijk vreselijk en verknalt vooral het laatste nummer “Final reckoning“. Het mag dan wel een operazangeres wezen, dit had Stefan echt beter kunnen skippen. Storend accent en niet immens toonvast, past het timbre van haar stem ook niet echt bij de muziek. Jammer, maar ook dat was vaak deel van die Oostenrijkse klank waarover ik het eerder had…

Xavier: 74/100

Selenite – Mahasamadhi (Séance Records 2019)
1. Requiem for a soul
2. Hidden presence
3. Third eye open
4. Channelling chants from beyond
5. Final reckoning

Aegrus – In manus satanas

Voor mij staat Finland synoniem met vlot lopende defecatie van degelijke metal. Het is alsof er iets in de meren leeft wat Finnen, om een of andere reden, uitzonderlijk goed maakt in het opbouwen en uitwerken van nummers. Steeds krijg ik het gevoel dat ze alginds automatisch meer werken rond een muzikaal thema en niet gewoon een boel leuke riffs aan elkaar rijgen. Zo ook Aegrus, uit Finland dus, die toe zijn aan hun derde langspeler “In manus satanas“. Net zoals op de vorige twee releases, duikelt het viertal snelle, melodische black metal op. De productie is vlijmscherp, maar passend. Iedereen beheerst duidelijk het gekozen instrument en alles sluit erg mooi op elkaar aan. Ergens doet het me denken aan de hoogdagen van Setherial, eerder dan aan een Finse band, maar dat kan ook aan mij liggen. Op een instrumentaaltje na, gaan de meeste nummers over de vijf minuten en ook al liggen ze in dezelfde lijn, dat is helemaal niet erg dankzij de sterke melodieën en het drumwerk van Kauko Kuusisalo (…And Oceans, etc.). Enkel de vijfde track “Ascending shadows” neemt gas terug en lijkt wel een soort satanische ballade zoals we die van sommige oude Marduk-platen kennen. Ook dit is geslaagd. Zoals gewoonlijk anno 2019 kan je nauwelijks zeggen dat er iets geweldigs origineel wordt gebracht, maar dat mag je bands gewoon niet meer kwalijk nemen. En zeker Aegrus niet, want wat ze doen, doen ze verduiveld prima. Kortom een knaller voor iedere black metal-liefhebber en voor mij één van de beste platen in het genre dit jaar.

Xavier: 87/100

Aegrus – In manus satanas (Saturnal Records 2019)
1. Hymn to the firewinged one
2. Nightspirit theosis
3. Gestalt of perdition
4. At the altar of twilight
5. Ascending shadows
6. Nemesis
7. The black wings upon me
8. In manus satanas

Ehlder – Nordabetraktelse

Bij de geweldige openingsriff van “Stridskall“, het eerste nummer van het debuut van Ehlder, moest ik meteen aan O’s gitaarwerk (Turia, Solar Temple, Lubbert Das, Iskandr, …) denken. Wat een lekker opzwepende riff vol magisch gevoel krijgen we hier wel niet op ons afgevuurd! Creator van dienst is niet de Nederlandse duizendpoot maar de Zweed Graavehlder (vroeger gekend als Graav) die deel uitmaakt(e) van enkele cultacts zoals Armagedda, Lönndom en het recent herrezen LIK. Na enkele ogenblikken vergezellen heldere heroïsche gezangen de riffs en vragen we ons even af of dit een voorteken voor de ganse plaat “Nordabetraktelse” zal zijn. Even later scheuren krijsende vocalen deze heldere droom echter aan flarden. “Döden i en döende kropp” wisselt rockende partijen af met een repetitieve aanpak en begeestert de volle acht minuten. Ook de andere nummers zijn uit dezelfde bouwstenen opgetrokken. Graavehlder legt zo veel oude magie in zijn riffs dat zelfs de soms lange instrumentale passages blijven boeien en onder je huid weten kruipen. En met zijn stem produceert hij roepend gekrijs, verhalende zang, heldere uithalen, diepe heroïsche gezangen, mysterieus gefluister, … een interessante variatie die elk nummer verder inkleurt. Aan de oppervlakte voldoen zes van de zeven lange songs aan de stijlkenmerken van black metal, maar wie dieper graaft zal een heidens schoonheid ontwaren die gefundeerd is op archaïsche klanken, woorden en ideeën waarmee Graavehlder zijn innerlijke geest bevrijdt. Enkel het afsluitende “Varerytm i varganord” laat black metal achterwege en roept allerhande archaïsche natuurelementen op middels wolfnabootsende huilzang en rituele percussie. Stilistisch en conceptueel gezien kan je Ehlder als een extensie van Lönndom beschouwen en het zit op Nordvis vol gelijkgestemde zielen: Stilla, Saiva, Murg, … Aanrader voor fans van deze bands en het label!

JOKKE: 81/100

Ehlder – Nordabetraktelse (Nordvis Produktion 2019)
1. Stridskall
2. Ändlös
3. Döden i en döende kropp
4. Hedningadrapa
5. Gammelmod
6. Tagen
7. Varerytm i varganord

Kostnatění – Hrůza zvítězí

Dat er de laatste jaren een heuse trend was om black metal met hopen dissonante klanken te doorspekken, is een understatement. Op de vorig jaar verschenen demo “Konec je všude” werd de USBM soloband Kostnatění nog beïnvloed door black metal-buitenbeetjes Odz Manouk en Tukaaria van het Rhinocervs-label, maar op de eerste volwaardige langspeler “Hrůza zvítězí” (Tsjechisch voor “horror overwint”) haalde D.L. toch ook wel wat mosterd bij de dissonanten van het onvolprezen Deathspell Omega. Mare Cognitum’s Jacob Buczarski stond de man bij met het programmeren van de drumpatronen en verzorgde ook de mix en mastering. D.L. werd een tijd lang gekweld door paniekaanvallen omtrent zijn eigen dood en het schrijven van deze plaat was gelukkig voor hem een bevrijdend en meditatief proces. Zijn beklemmende doodsangst wordt perfect gecapteerd door de kakofonie aan verwrongen klanken die we 37 minuten lang voorgeschoteld krijgen. Regelmatig verkennen D.L.’s vocalen diepere regionen, wat in combinatie met de zwaardere sound, een iets groter death metal-randje aan het geheel geeft wanneer het gaspedaal ingeduwd wordt en aan doom refereert in de slome passages. De elf minuten durende binnenkomer “Hrůza zvítězí” is meteen een zwaar te verduren brok razende chaos die zich alle kanten uit murwt en opgesmukt wordt met (deels door de mangel gehaalde) trompetpartijen. “Jedna generace” piept, kraakt en knarst dat het een lieve lust is en is een heuse aanval op mijn zenuwstelsel, niet altijd in de positieve zin weliswaar door de bij momenten te groten tsjingeltsjangel-factor. Er wordt met cleane avantgardistische zang geëxperimenteerd en in de tweede helft ontwaar ik wat Cobalt-invloeden die mij beter afgaan. Aan het einde krijgen we nog clean gitaargetokkel dat eventjes rust lijkt te brengen maar waarbij de gekozen noten toch ook weer niet meteen de voor de hand liggende zijn die je in de muziekles hebt aangeleerd gekregen. “Každé zranění předurčeno” en “Únik z existencestaat” staan bol van de krankzinnige leads die mijn tronie in allerlei verwrongen grimassen trekken (op die manier heb ik wel wat weg van de figuur op de hoes) waarbij ik mijn trommelvliezen menig maal moet samenpersen om de schade te beperken. En alsof dat nog niet genoeg is, worden in afsluiter “Donekonečna v přítomném čase” alle registers open getrokken en het aantal BMP vertienvoudigd wat de intensiteits- en maniakaliteitsfactor compleet in het rode duwt. Voeg hier nog wat noise aan toe en het feestje kan niet meer stuk voor zij die over stalen zenuwen beschikken. Na de ontmanteling van Fallen Empire Records, staat Kostnatění er momenteel alleen voor. Labels die niet vies zijn van bands die buiten de lijntjes kleuren (want zelfs naar FER-begrippen is dit zware toebak), zien hier misschien wel potentieel in. Voor mij bijwijlen te enerverend en een plaat die me haast onverwijld klaar maakt voor het gesticht.

JOKKE: 70/100

Kostnatění – Hrůza zvítězí (Eigen beheer 2019)
1. Hrůza zvítězí
2. Jedna generace
3. Každé zranění předurčeno
4. Únik z existence
5. Donekonečna v přítomném čase

Morast – Il nostro silenzio

Het Duitse Morast wist ons twee jaar geleden danig van onze sokken te blazen met het debuut “Ancestral void“. De loodzware combinatie van doom en sludge met een zwartgallig randje wordt op de opvolger “Il nostro silenzio” nog verder uitgepuurd wat resulteert in een next level uppercut. De sound is dankzij een uitstekende productie van Michael Zech (The Source Studio) en mastering door Victor Santura (Woodshed Studio) iets helderder dan het debuut, maar klinkt nog steeds monolithisch, episch en beukend zonder aan impact in te boeten. “A farewell” zou je op basis van diens titel eerder als afsluiter verwachten, maar als opener kan dit nummer met uit-traditionele-doom-overgenomen melodieën tellen. Het daaropvolgende “Cut” kent een gotisch getinte start (Tiamat iemand?) met een eerste (geslaagd) experiment met cleane zang maar verkent later de diepere regionen en is mede dankzij haar agressiever karakter een kopstoot van jewelste. Ook “Nachtluft” trekt de bulderkaart en doet ons middenrif op haar grondvesten daveren. Hier kan een band als Tombs tegenwoordig nog wat van leren! “RLS” ademt een sinistere sfeer uit, bevat semi-cleane bijna verhalende vocalen en doet wat aan Triptykon denken. De Italiaans getitelde titeltrack bouwt voornamelijk op een dreigende atmosfeer en ontketent voortdurend haar energie middels stormachtig gedonder. Wanneer pakkende en slepende melodieën zoals in “November” de beukende riffs vergezellen, duiken opnieuw invloeden van oude-doomgrootheden zoals My Dying Bride, Paradise Lost of Anathema op, hoewel Morast wel een pak heavier klinkt. Door deze epische melodieën in haar beukende doom in te bouwen, is de pakkendheidsfactor alleen maar toegenomen en is “Il nostro silenzio” geen herhalingsoefening geworden van het debuut. Checken die handel!

JOKKE: 87/100

Morast – Il nostro silenzio (Ván Records/Totenmusik 2019)
1. A farewell
2. Cut
3. Il nostro silenzio
4. RLS
5. Nachtluft
6. November

The Fifth Alliance – Geen rooskleurig beeld over de mensheid

Je hebt bands die plaat na plaat eenzelfde sound laten horen en geen duimbreed afwijken van hun formule. Aan het ander uiteinde heb je acts die met elke release het publiek weten te verrassen en nooit doen wat van hen verwacht wordt. The Fifth Alliance is een vijfkoppig post/sludge/black/doom-gezelschap uit Breda dat zich ergens tussenin bevindt en met elke release verder evolueert zonder diens roots echter te verloochenen. Op 30 augustus 2019 verscheen hun derde langspeler “The depth of the darkness” via Burning World Records, Consouling Sounds, Init Records en Bharal Tapes. Een knappe plaat waarover ik frontvrouw Silvia en gitarist Niels aan de tand voelde. (JOKKE)

Het heeft vier jaar geduurd alvorens er een opvolger verscheen voor “Death Poems”. Was “The depth of the darkness” een moeilijke plaat om te schrijven?
Niels: Op zich viel dat schrijfproces wel mee, al waren er uiteraard wel wat factoren die het proces van de totstandkoming van de plaat in ieder geval niet hebben versneld zoals een tussentijdse wisseling in de bezetting en het feit dat Silvia in tussentijd ook moeder is geworden. Maar er lag verder ook geen druk om de plaat persé op een bepaalde datum klaar te hebben dus bij ons komt het zoals het komt en als de tijd rijp is, leveren wij weer een nieuwe af. Dus over 4 jaar is er misschien wel weer nieuw werk. 

Ik kon jullie mix van doom, sludge, post-hardcore en post-metal altijd wel al smaken, maar de té prominent aanwezige hardcore-vocalen waren een persoonlijke afknapper. Silvia’s vocalen kunnen me op de nieuwe langspeler echter veel meer bekoren. Haar zang is nu eerder krijsend in plaats van schreeuwerig en heeft ook een wat lagere pitch. Was het een bewuste keuze om die hardcore-zang meer en meer achterwege te laten en op zoek te gaan naar een andere vocale invulling?
Niels: Wellicht is Silvia’s stem door de jaren heen wat veranderd. De één wijt het aan de hormonale schommelingen na de zwangerschap en de ander aan de normale gang van zaken als je 12 jaar je stem op deze manier gebruikt. Al met al is haar nieuwe brul wat dieper dan haar vorige high pitched scream. Een klein verschil, toch een grote verandering.

Silvia, je zang vertoont nu ook veel meer dynamiek en variatie. Er wordt (geslaagd) geëxperimenteerd met heldere zang die me in “Hekate” aan Dool’s Ryanne van Dorst doet denken. Hoe ben je de voorbije jaren met je stem aan de slag gegaan om dit knappe resultaat te kunnen neerzetten?
Eigenlijk is dat iets wat gaandeweg in het schrijfproces van het album vanzelf is gegaan. Daarnaast is de manier waarop ik nu zing minder vermoeiend voor mijn stem en hoef ik minder geforceerd te zingen. Daarnaast ben ik eigenlijk pas kort geleden ook begonnen met stemtraining om mijn techniek verder te verbeteren, maar daar ben ik eigenlijk pas mee begonnen nadat het nieuwe album al was opgenomen. Dus dank voor het grote compliment.

(c) Fleur Coevoet

De hardcore-zang is er bij momenten nog wel maar de vocalen zijn nu veel beter in balans met de rest van de muziek. Op “Death Poems” lag de zang mijns inziens te veel als een extra laag op de muziek. Was dat een instructie die op voorhand aan Tim de Gieter van Much Luv Studio in Lembeke gegeven werd?
Silvia: Zoals onze stijl de afgelopen jaren organisch veranderde/evolueerde is dat met de vocals ook gebeurd. Iedereen in de band heeft zijn zegje over “daar wat meer en daar wat minder” en Tim heeft in de studio vooral de juiste schuiven opengezet om het een mooi geheel te maken zonder teveel instructie en voelt hij zelf vooral wel aan wanneer iets werkt of niet.

Ik kende deze studio niet maar zag dat er al heel wat artiesten uit de Consouling Sounds-stal gepasseerd zijn. Op welke vlakken kunnen jullie de Much Luv Studio aanraden aan andere bands?
Niels: Tim is zelf ook muzikant in hart en nieren (o.a. bij Every Stranger Looks Like You, Fär en hij valt wel eens in bij Amenra) en benadert het opnameproces ook wel vanuit die invalshoek, en daarnaast is het gewoon een vakman die weet hoe het werkt bij opnemen. Hij weet in de studio vaak ook nog wel wat te sturen vanuit een producerende rol en kan ook nog even een extra zetje geven of nog even een ander gitaarpedaaltje erbij pakken om het nog nét wat beter of juist wat vuiler te laten klinken. Zeker een aanrader. En Tim is ook gewoon een geweldige kerel.

Qua stijl blijven jullie subtiel verder evolueren wat zich op “The depth of the darkness” uit in het incorporeren van enkele black metal-passages. Soundwise liggen jullie roots overduidelijk in het hardcore-milieu. Ik ken persoonlijk wel enkele muziekliefhebbers van het zwaardere werk die black metal vroeger als iets potsierlijks afdeden, maar ondertussen stevig met het genre dwepen. Het (satanische) imago, de esthetiek en alle mystiek rond de bands spraken mij als tiener enorm aan. Na meer dan vijfentwintig jaar is black metal nog steeds dé muziekvorm die mij mateloos weet te boeien en emotioneel gezien het meest raakt. Voor veel metalliefhebbers duurt het echter even om door het imago en de thematieken heen te prikken en tot de kern van ‘black metal’ door te dringen. Wat triggert jullie binnen het black metal-genre opdat jullie hier nu ook invloeden in jullie muziek van laten doorsijpelen? En is dat een eerder recent gegeven of zijn jullie al langer geïntrigeerd door the devil’s music?
Niels: Iedereen in de band is muzikaal vrij breed georiënteerd en luistert naar allerlei genres, wat daarmee ongemerkt ook wel z’n invloed achterlaat in onze muziek. Wij proberen ons ook niet toe te leggen op één bepaald genre. Daarbij zat Ruud (basgitaar) in een duister verleden trouwens ook in een black metal band en zijn de meeste mensen in de band al van jongs af aan into alle lagen van de metal en alles wat erbij hoort, dus ook black metal is geen onbekende aangezien we allemaal al langer in het brede spectrum van het genre meedraaien. Maar black metal heeft gaandeweg muzikaal zeker wel steeds meer invloed gekregen op onze sound. Nu zien we onszelf niet als een black metal-band, omdat het een smeltkroes van genres is die onze muziek maken wat het is. Die invloed is er na verloop van tijd dan ook op een redelijk natuurlijke manier ingeslopen (ook al wel hoorbaar op “Death poems“). Nu boeit de hele thematiek en mystiek van het genre ons dus ook al lang. Muzikaal vertaalt zich dat vooral in de donkere en met vlagen rauwe, snelle en desolate feel in onze muziek.

(c) Bart Verhelst

Hoewel ik niet over teksten beschik, lijken de album- en songtitels opnieuw een gitzwarte boodschap met zich mee te dragen. Waar handelen de teksten zoal over?
Silvia: De voorliefde voor het occulte komt in de teksten vooral van mij, maar eigenlijk houdt het onderwerp de meeste mensen in de band wel op de één of andere manier bezig. Hoe diep ga jij naar binnen en wat houdt zich daar allemaal schuil? Waar zitten je angsten? Wat maakt ons duister? Wat maakt de mensheid duister? In veel van onze nummers zit wel een referentie naar het thema.

Op basis van het “666”-geschreeuw lijkt het me aannemelijk dat het afsluitende nummer “Aleister” handelt over Aleister Crowley, een Brits esotericus, lid/oprichter van verscheidene occulte genootschappen en schrijver van o.a. “The book of the law”. Als we echter opener “Black” erbij betrekken, krijgen we de combinatie ‘Aleister Black’, wat de bijnaam is van de Nederlandse worstelaar Tom Budgen. Hoe zit het nu? Silvia: Haha, wauw die link hadden wij nog niet gelegd. We gaan ogenblikkelijk met Tommy mailen, want we willen de WWE niet achter ons aan. Geen connectie whatsoever. Dus ‘Aleister Crowley’ is correct en de track “Black” staat helemaal op zichzelf.

Wat spreekt jullie zo aan in de figuur van Aleister Crowley?
Silvia: Is hij een serieuze mafketel of een groot genie? “Love is the law, love under will“. Los van hem was het tijdperk waarin hij leefde en handelde een zeer bizarre tijd. Occulte genootschappen in zijn hoogtijdagen en waarin in sommige kringen enkel de rijken hun ‘ding’ deden onder het kopje ‘occult’. Zoals de Hellfire club, waar een track naar vernoemd is op ons laatste album.

Het (wederom) erg geslaagde artwork laat een figuur zien die in één of andere existentiële crisis vervat lijkt te zijn. Is dit een weerspiegeling van jullie gemoedstoestand en fatalistische kijk op de wereld? “Mass extinction” hoor ik Silvia immers meerdere malen schreeuwen?
Niels: Bedankt voor het compliment op het artwork. Ik denk dat het op persoonlijk vlak met onszelf nog best redelijk OK gaat en dat het artwork niet meteen een directe afspiegeling van onze huidige gemoedstoestand is, maar wel op die manier zou kunnen geïnterpreteerd worden. Je zou er ook een beeld in kunnen zien van iemand die verstikt wordt door zijn of haar omgeving en daarmee een innerlijke strijd voert. Het lot van die persoon wordt bepaald door de verstikkende greep van zijn of haar omgeving en kan daar geen invloed op uitoefenen.
Silvia: Wat wel uit onze teksten blijkt, is dat wij niet bepaald een rooskleurig beeld hebben van de toekomst en de mensheid in het algemeen en van wat er om ons heen gebeurt. De track “Into extinction” heeft betrekking op de zelfvernietigingsdrang van de mensheid en het niet kunnen of willen leren van voortekenen van een versnelde gang naar een totale vernietiging. Al zou alles morgen vergaan, dan zou de mens nog blind doorgaan op de manier waar ze nu mee bezig is en doen alsof er niks aan de hand was.

Bij de uitwerking van de fysieke formaten van “The depth of the darkness” zijn verscheidene labels betrokken. De vinyl versie komt uit op Burning World Records en Init Records, de tape op Bharal Tapes en de CD-versie wordt verzorgd door Consouling Sounds. Welke fysieke geluidsdrager verkiest jullie voorkeur en waarom?
Niels: Voor mij persoonlijk voornamelijk vinyl. Ik koop van jongs af aan nog steeds vinyl, of soms ook wel tapes. Digitaal en streaming staat bij mij onderaan het lijstje van favorieten, omdat dat weinig charme heeft voor mij. Het gaat uiteraard om de muziek maar bij vinyl, tape, cd heb je ook net dat extraatje van het tastbare van een album en bij die eerste twee zit (voor mij persoonlijk) ook wel nog een soort van verzameldrang die meespeelt, zeker met gelimiteerde versies. Overigens zijn al onze albums ook gewoon via de digitale platformen zoals Spotify te vinden.

Bandcamp is een ideaal platform om je muziek ook digitaal aan te bieden. De ene band vraagt een klein bedrag, de andere hanteert het ‘pay what you want’-principe. Op jullie Bandcamp-pagina staat te lezen dat geïnteresseerden in een digitale versie jullie een mailtje moeten sturen. Is hier veel vraag naar?
Niels: Onze platen “Death poems” en “Unrevealed secrets of ruin” staan voor ‘pay what you want’ op Bandcamp en daar wordt best veel gebruik van gemaakt. Voor de laatste plaat “The depth of the darkness” moet nog wel betaald worden. Soms gebeurt het wel eens dat iemand een mailtje stuurt over een niet werkende download/code en vragen ze om een digitale versie, maar dat gebeurt niet heel vaak. Na verloop van tijd zetten we de releases meestal gewoon op ‘pay what you want’ en kan iemand hem gratis downloaden als ie wil.

Wat mogen we op live-vlak de komende maanden van The Fifth Alliance verwachten?
Niels: In september staan er een aantal release shows op de planning (20 september OCCII, Amsterdam en 27 september, Little Devil, Tilburg) en later dit jaar staan we ook op onder meer Dutch Doom Days 2019 in Baroeg, Black Earth Festival in Utrecht en in begin februari spelen we met o.a. Wiegedood in JH Splinter, Roosdaal.

Belenos – Argoat

Er zijn van die bands die je vergeet tot je plots een promo voor je neus krijgt. Zo ook het bijna 25 jaar oude Franse Belenos. Dat Frankrijk goeie technische metal weet uit te persen, horen we aan Gorod, Dead Season, Gojira, … En ook qua donkere black metal weet de kenner dat onze buren een Metal Merlot kunnen onderscheiden van een Pino Noir – Pino is al angstaanjagend genoeg en behoeft geen extra domme woordspeling. Minder bekend is dat het land ook een paar oerdegelijke pagan bands in de wijnkelder heeft, zoals Himinbjørg or Aes Dana, … En nou net daar is waar Belenos heeft liggen rijpen sinds het vorige album uit 2016. Het nieuwe “Argoat“, als ik me niet vergis full-length studioalbum nummer zeven, is geen nakomertje. Enige originele en vaste lid Loïc Cellier heeft namelijk wel erg zijn best gedaan om een rauwe, moderne sound te creëren. Het staat misschien niet bol van de originele vondsten, “Argoat” dendert door van begin tot einde. Alle nummers zijn goed gespeeld, met zowaar goede cleane zangpartijen, en passen netjes bij elkaar. Ze bevatten voldoende tempo- en melodiewissels om alles interessant te houden, maar niet zoveel dat het onoverzichtelijk gaat worden. Eigenlijk is dit een prachtig voorbeeld van hoe je old school black-pagan metal in de moderne tijd kan brengen, zonder teveel compromissen aan eender welke kant van de tijdslijn. Geen enkel nummer springt er echt uit, maar dat is niet erg, want het hele album loopt vlotjes naar binnen. Mijn complimenten aan de chef.

Xavier: 83/100

Belenos – Argoat (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Karv-den
2. Bleizken
3. Argoat
4. Nozweler
5. Huelgoat
6. Dishualder
7. Duadenn
8. Steuziadur
9. Arvestal