Maand: oktober 2019

Ossuaire – Derniers chants

Amper een half jaar geleden maakten we kennis met het Canadese Ossuaire via diens veelbelovende debuut langspeelplaat “Premiers chants“. Zoals in die review werd aangegeven, betrof het hier het eerste deel van een tweeluik omtrent de teloorgang van het christendom, een weinig origineel concept om een plaat over te schrijven, althans in het black metal-wereldje. Dat de opvolger getiteld “Derniers chants” zo snel volgt is echter mooi meegenomen aangezien we hier opnieuw drie kwartier lang hoogstaande black voorgeschoteld krijgen. De heren hebben blijkbaar een groot vat aan inspiratie dat uit hun knekelhuis opborrelt want de pakkende en snijdende tremolo-riffs vliegen ons om de oren en de nummers met een speelduur van zes tot elf minuten zitten vernuftig in mekaar zodat een geeuw onderdrukt wordt. Ossuaire mixt wraakgierige lust met een meer epische toets en ramt niet eenzijdig door zoals een mid-tempo song als “L’oeil-sang” bewijst. Net zoals op de voorganger is er ruimte voorzien voor een kortstondige ademruimte (“Elévation“) waarin de akoestische gitaren bovengehaald worden en subtiel trompetgeschal een heroïsche sfeer oproept. In de finale van “Derniers chants” wordt meermaals teruggegrepen naar heidens aanvoelende en meer verhalende momenten terwijl de eerste helft van de plaat zich meer op pure black focust. De vier muzikanten hebben geen nood aan een primitief keldergeluid om onkunde te maskeren, en kozen opnieuw voor een knallende productie die toch nog grimmig en verderfelijk klinkt. Als je beide platen als één werkstuk beschouwt, klokt het geheel op een ferme vijfentachtig minuten af waarmee Ossuaire bewijst een nieuwe sterke speler in de Québec-scene te zijn om rekening mee te houden.

JOKKE: 84/100

Ossuaire – Derniers chants (Sepulchral Productions 2019)
1. Pestilence rampante
2. À l’ombre du très-haut
3. Sous l’autel des immaculés
4. Élévation
5. L’oeil-sang
6. Derniers chants (Un monde dépourvu de Dieu)

Numen – Iluntasuna besarkatu nuen betiko

Voor de duidelijkheid gaat het hier om het vierde album van de Baskische black metal groep en niet van de prog band uit Alicante. Iets wat de eerste tonen van het album wel zullen bevestigen. Jammer, want dat andere Numen is een pak beter te pruimen dan het lawaai van deze schabouwen. Dit Numen trakteert met deze vierde langspeler op een ongevraagd rondje repetitieve “folk” black metal met een vervelende stem en een irritante productie. Echt rotzooi kan je dit niet noemen, maar het is al even geleden dat ik een plaat met zoveel tegenzin meermaals heb beluisterd. Hoewel het ergens best intrigerend is hoe deze band middelmatigheid zo storend kan laten klinken. Zelfs het obligate akoestisch nummertje als afsluiter voor een band met folkambities is saai en wordt ontsierd door wat onnozel geneuzel. De andere nummers zijn zowat onderling inwisselbaar, waar de mid-tempo gitaarstukken wel wat kwalitatiever zijn in combinatie met de drumpartijen. Nu goed, het is allemaal wel best strak en zeker en treffelijk ingespeeld, dus ik neem aan dat mijn persoonlijke voorkeur me hier wel parten speelt. Maar ik vind hier echt niks aan.

Xavier: 50/100

Numen – Iluntasuna besarkatu nuen betiko (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Iluntasuna soilik
2. Lautada izoztuetan
3. Pairamena
4. Behin hilko naiz
5. Nire arnasean biziko da gaua
6. Itzaletan solasean
7. Iraganeko errautsak
8. Itzaltzuko bardoari

Djevel – Ormer til armer, maane til hode

Het Noorse Djevel is een band die ons met elke release nog maar eens duidelijk maakt waarom we ons hart destijds verloren hebben aan black metal, en dan in het bijzonder de Noorse variant die ons midden jaren negentig in haar greep wist te nemen om ons vijfentwintig jaar later nog steeds niet los te laten. Weldra verschijnt langspeler nummer zes en sinds bandbrein Trond Ciekals (o.a. NettleCarrier en Ljå) in 2017 voor “Blant svarte graner” zijn rangen herschikte en de legendarische drummer Faust (ex-Emperor, Blood Tsunami) inlijfde, komt Djevel nóg sterker voor de dag. Dat bewijzen de Noren opnieuw op “Ormer til armer, maane til hode” waarbij de albumtitel de innerlijke duisternis reflecteert die in elke van ons huist. Trond ziet de plaat als een soort tegenreactie op de voorgaande albums en dan vooral de vorig jaar verschenen akoestische “Vettehymner” EP. Op “Ormer til armer, maane til hode” laat deze Noorse duivel een agressievere kant zien, wat klassenummers als het venijnige “Dreb dem alle, herren vil gjenkjenne sine” met haar oude-Satyricon invloeden en de titeltrack duidelijk maken. Zanger/bassist Mannevond (Koldbrann) bewijst opnieuw dat het een goede zet was om hem in 2017 tot zanger te promoveren want zijn ijskoude kreten zetten de verbetenheid van de muziek nog extra in de verf. Maar ook zijn basloopjes weten de vele tremolo-riffs te penetreren. Trond levert de ene na de andere prachtriff aan en draagt een melodieuzer nummer als “Det eders herre lover er mer enn hva mennisket taaler” ook grotendeels met zijn heldere (koor)zang. En Faust? Tja, moet die eigenlijk nog bewijzen dat hij een meer dan begenadigd trommelaar is? Het prijsbeest van deze nieuwe plaat vinden we helemaal achteraan met het op elf minuten afklokkende “Illoyegd foedt som Satans barn, paa ferd uden spor af menneskeverd“, dat na een mid-tempo start gestaag opbouwt totdat alle demonen middels bijtende tremolo-riffs en stuwende blasts ontketend worden en het venijn er tot aan het puntje van de staart uitspuwen. Ik raad u allen aan een ticket voor Unholy Congregation fest te kopen (indien u dat nog niet gedaan heeft), want op zaterdag 9 november gaat Djevel daar de boel in lichterlaaie zetten! Beloofd.

JOKKE: 91/100

Djevel – Ormer til armer, maane til hode (Aftermath Music 2019)
1. Ormer til armer, maane til hode
2. Et menniskes hele korpus og legeme
3. Den gang jeg banket paa helvedes tunge doer
4. Dreb dem alle, herren vil gjenkjenne sine
5. Ved Hildr’s haand for Hel
6. Det eders herre lover er mer enn hva mennisket taaler
7. Over svarte skriigende skoger
8. Illoyegd foedt som Satans barn, paa ferd uden spor af menneskeverd

Ison – Inner-space

Hier wordt je even stil van. Ik kende dit duo niet tot enkele weken geleden en daar heb ik inmiddels best wel spijt van, want dit is echt klasse. Daniel Änghede (Crippled Black Phoenix, Hearts of Black Science) en Heike Langhans (Draconian, LOR3L3I) brengen een dromerige mengeling van ambient, post-rock, darkwave en shoegaze die er bij mij ingaat als zoete cyanide verhullende koek. Vanaf het eerste nummer wordt de toon gezet. Het gaat vooral om synths en prachtige vocalen. Dit derde album klinkt weids en ijl, koud en toch weemoedig. Op de tweede track “Radiance” krijgen we even Neige van Alcest te horen, wat een goede afwisseling is, al had het nummer beter wat later op de cd gekomen om meer effect te hebben. Alles kabbelt mooi voort als een kosmische beek, met hier en daar wat meer ondersteuning van gitaar zoals in het voorlaatste “Everything’s about to change forever“, maar voornamelijk drijvend op elektronische kracht. Dit is geen hipster post-rock met synths-plaatje, dit is de begeestering van twee mensen die iets moois willen maken. Het heeft weinig of niks met metal te maken, maar dit is een must voor elke open-minded liefhebber van alles wat geen chart muziek is.

Xavier: 93/100

Ison – Inner-space (Eigen beheer 2019)
1. Inner-space
2. Radiance
3. Equals
4. ISAE
5. Shipwrecks
6. The fifth world
7. Everything’s about to change forever
8. A golden force

Ultha – Belong

Het Duitse Ultha hebben we vanaf diens oprichting in 2014 nauwlettend gevolgd. Zowat alle releases, met uitzondering van de allereerste rehearsal-tape, de split met Morast en de live-registratie op Roadburn, zijn aan onze kritische pen gepasseerd. Het gezelschap met leden van Planks, Goldust, Ghostrider, Atka, Curbeaters en Sun Worship hebben we gestaag weten uitgroeien tot misschien wel de interessantste black metal-band die er de afgelopen jaren bij onze oosterburen rondliep. Eerder deze week werd de nieuwe EP “Belong” op de mensheid losgelaten om kortelings daarna aan te kondigen dat de stekker er voor onbepaalde duur uitgaat met misschien enkel een kort ontwaken indien er zich interessante live-aanbiedingen voordoen. De output van het kwintet werd aan een moordend tempo uitgekakt, wat nu zijn tol eist. Lovenswaardig is echter dat deze creatieve maalstroom geen inboeting aan kwaliteit inhield. Er werden iets meer dan 200 minuten muziek gecomponeerd waarvan er 38 worden ingenomen door “Belong“. Gelukkig een vette kluif aangezien er ‘slechts’ twee songs op prijken. Deze – hopelijk voorlopige – zwanenzang verschijnt via Vendetta Records, het label dat Ultha op de undergroundkaart zette (enkel de laatste langspeler “The inextricable wandering” verscheen via het grotere Century Media). Wat ik altijd zo aan Ultha geapprecieerd heb, is hun tomeloze inzet, oprechtheid en volharding en de emotionele doorleefdheid die in hun black metal vervat zit (iets wat ik bij veel nieuwere bands toch wel mis). De triomfantelijk keys die zich vanaf de “Dismal ruins” EP een weg baanden doorheen hun zwartgeblakerde brok emoties, zijn ook nu weer van de partij en zetten de gevoelens van onvermogen, desoriëntatie en verstikkende eenzaamheid nog extra in de verf, voor zover de pakkende riffs en beklijvende vocalen de gevoelige snaar al niet wisten te raken. Ik heb de high pitched screams van zanger/bassist Chris Noir meer en meer weten te appreciëren en kan ze nu niet meer wegdenken. De diepere growls van gitarist/songschrijver Ralph Schmidt zorgen voor een aangenaam contrast en links en rechts werden ook geslaagde heldere zangpartijen toegevoegd. De eb-en vloed-aanpak resulteert in “No fire, only smoke” weer in een zinderende finale om duimen en vingers bij af te likken. “Constructs of separation” klinkt enorm duister, wat nog extra in de verf gezet wordt door de onheilspellende orgelklanken die in het begin van het nummer aangewend worden. Dit geflirt met gotische elementen maakt dat “Belong” muzikaal als het bruggetje gezien kan worden tussen het geniale “Converging sins” (2016) en de meer experimentele opvolger “The inextricable wandering” (2018). Wie de band nog eens aan het werk wil zien alvorens ze zich in een winterslaap wentelen, kan dat tijdens de lopende tour die op 7 december in Keulen eindigt op het Unholy Passion Fest waarop naast Ultha ook Turia, Naxen, Gold en Endstille van de partij zullen zijn. Ultha: you will be missed! Hopelijk vindt Ralph nu de tijd om het geniale Planks terug van onder de mottenballen te halen.

JOKKE: 89/100

Ultha – Belong (vendetta Records 2019)
1. No fire, only smoke
2. Constructs of separation

Skravl – Fire besværgelser mod Menneskeheden

Het is niet de eerste keer dat de Deense multi-instrument Skravl op dit forum passeert. Zijn orkestjes Fanebærer en het fantastische Jordslået kunnen we aanraden aan fans van black metal zonder franjes en ook zijn gelijknamige éénmansproject is de moeite waard. “Fire besværgelser mod Menneskeheden” is de welluidende titel van zijn eerste langspeler nadat eerder een split met stadsgenoten War Is Aer verscheen. De stad in kwestie is hier natuurlijk Kopenhagen en de kliek van dienst is de Korpsånd-cirkel waarvan vele exploten ons kunnen bekoren (dat zal de fanatieke lezer wel al opgevallen zijn). Aan nummernaamgeving doet onze alleenheerser niet mee, en wie de totale speelduur van deze release wil kennen, zal met zijn stopwatch naast het cassettedeck moeten plaatsnemen. Ik kan wel al meegeven dat “kortspeler” een meer treffende woordkeuze zou zijn. Skravl’s sound is – zoals bij vele scenegenoten – gestript van overtollig vet en draagt gure atmosfeer hoog in het vaandel, hoewel melodie wel belangrijker blijft dan extreme agressie zoals het pakkende einde van de opener bewijst. Subtiele keyboards worden daarbij niet geschuwd. De heroïek die in de nummers van de split vervat zat, is wat naar de achtergrond verdwenen en heeft plaats geruimd voor enkele meer rockende riffs en een wat zwaarder geluid, zonder echter aan melancholische en mystieke sfeer te hebben ingeboet. De executie is er met rasse schreden op vooruit gegaan want het klinkt nu toch allemaal net wat strakker. De productie van de vier songs overklast de verwachtingen van deze old school analoge geluidsdrager en laat tussen de ruisende gitaren vol archaïsche Scandinavische toonladders ruimte voor het bespelen van de basgitaar, hoewel de sound zo droog is als smørrebrød zonder beleg. De sappige scream doet echter het water in de mond komen en maakt van “Fire besværgelser mod Menneskeheden” een tape die hier nog veel zal opstaan.

JOKKE: 81/100

Skravl – Fire besværgelser mod Menneskeheden (Nattetale 2019)
1. Untitled
2. Untitled
3. Untitled
4. Untitled

Sur Austru – Meteahnă timpurilor

Ik denk langzamerhand dat zowat alle Roemeense metal bands ergens iets te maken hebben met Negură Bunget. Sur Austru bijvoorbeeld is opgericht door drie ex-leden van Negură: Ovidiu Corodan (bas), Petrică Ionuţescu (traditionele instrumenten) en Tibor Kati (zang, gitaar en keyboards). Niet meteen een verrassing dus dat debuutplaat “Meteahnă timpurilor” wel weg heeft van bands als Negură Bunget, Dordeduh, etc. We krijgen van hen atmosferische folk met vlagen van zwartmetaal die echter nooit de geest van de muziek veranderen. Het is een rijk album met een stevige sound waarop iedereen zijn instrumenten beheerst. Des te jammerder is het dat Tibor’s cleane vocalen nog steeds soms ontaarden in onuitstaanbaar kattengejank, al ben ik daar misschien wat te gevoelig voor als zanger en liefhebber van katten. Nu goed, het gekweel is gelukkig maar sporadisch, dus doet het niet teveel af aan de muziek. Het eerste nummer kent een geslaagde opbouw en is op zich ook een goeie introductie tot de andere tracks, die grotendeels gelijkaardig zijn qua elementen. Het is duidelijk dat swaffelen – fluit en percussie – hier het belangrijkste is, maar ook de riffs op zich zijn erg degelijk en het geheel doet me, naast de Roemeense bossen, ook wel eens denken ook aan het “Істина” album van Ukrainische collegae Nokturnal Mortum. Voor fans van… *tromgeroffel* Negură Bunget zeker een veilige aanschaf.

Xavier: 76/100

Sur Austru – Meteahnă timpurilor (Avantgarde Music 2019)
1. Dincolo de munte
2. Puhoaielor
3. Mistuind
4. Bradul cerbului
5. Jale
6. Dor austru
7. In timp vernal
8. Jabracie