Maand: november 2019

The Great Old Ones – Alles is een kwestie van emoties

Cosmocism” is alweer het vierde album van de Franse “horror metal” band The Great Old Ones en de ideale gelegenheid om zanger-gitarist Benjamin Guerry even te onderwerpen aan enkele vragen over muziek, emotie en natuurlijk… Lovecraft. (XAVIER)

Cosmicism” combineert de invloeden van vorige albums in een veel coherentere stijl. Hoe zou je die zelf omschrijven?
Het is ons vierde album, dus ik denk dat we steeds meer controle hebben over ons geluid en onze identiteit. Maar het is een logische vooruitgang, omdat we voor al onze albums hebben geprobeerd om niet tweemaal exact hetzelfde te doen. Geen revolutie dus, maar een evolutie. Er zijn meer melodieën, het is epischer, en altijd dramatisch en intens omdat het onze stijl is. Alles is een kwestie van emoties.

Hoewel het Lovecraft-thema al vaker is gebruikt, inspireert het nog steeds veel bands. Wat is volgens jou de reden voor deze fascinatie?
Metalartiesten en -luisteraars houden van een compleet en samenhangend universum, zoals Tolkien bijvoorbeeld. Lovecraft plaatste veel van zijn verhalen tegen een echte achtergrond, in de normale wereld. Hij voegt daaraan bekende kaders, kwade entiteiten, een nihilistische kant, een fascinatie voor de zwartheid van de zee en de kosmos toe. Dat alles past perfect bij metalmuziek en diens publiek.

Frankrijk staat bekend om zijn death metal bands. Hoe moeilijk is het voor jullie om een naam te maken in die scène?
Ik denk dat dit vooral vroeger opging. Bijvoorbeeld met bands als Loudblast, Gojira, Scarve, etc. Maar Frankrijk heeft eigenlijk ook al geruime tijd een geweldige black metal scene. Deathspell Omega en Blut Aus Nord worden internationaal extreem gerespecteerd. Zoals in elk land zijn de bands met een soort “carrière” de bands die een eigenheid hebben, een speciale identiteit. En ik denk dat wij die ook hebben, op onze manier.

Moeten mensen horror waarderen om jullie muziek te begrijpen?
Het is geen verplichting. Er zijn veel verschillende emoties in onze muziek, zoals melancholie en transcendentie. Maar om ons concept goed te begrijpen, is het natuurlijk beter om de horror in literatuur te kennen, vooral dan de Lovecraftiaanse stijl van horrorverhalen. Het lezen van onze teksten is dan ook een goed begin om dieper in te gaan op die verhalen waarover we spreken. Maar evengoed kan je de ogen sluiten en je eigen beelden erbij verzinnen.

Het concept van Lovecraft is de nutteloosheid van het menselijk bestaan tegen een universum dat onverschillig of zelfs vijandig is. Zie je het leven als zodanig?
We moeten het verschil maken tussen het eigen leven dat we leiden en het geloof dat we als mens de ultieme vorm van leven zijn. We zijn zeker onbeduidend ten aanzien van de oneindigheid van het universum, en soms moet de mensheid dat onthouden om niet alleen aan zichzelf te denken.

Hoe zit het met live optredens?
Muziek componeren en de studio ingaan zijn interessante kanten van ons werk, maar het hoofddoel voor ons is om een sfeervolle liveshow in mekaar te steken. Dit is het meest directe uitdrukkingsmiddel, met een fysiek geluid en een bijzondere intensiteit. We werken, onder andere, ook veel aan de lichtshow om een Lovecraftiaanse reis aan het publiek voor te stellen.

Wat is je favoriete op Lovecraft geïnspireerde album en waarom?
Ik kan geen volledig album bedenken, over het algemeen hou ik van op zich staande songs. Ik kan je een heel klassiek nummer geven met “The Call of Ktulu” van Metallica. Ik ben trouwens een grote fan van Metallica, al sinds ik een tiener was en er hangt een speciale sfeer rond dit nummer. Het werk van Cliff Burton op de bas is geweldig, en het dramatische gevoel van de muziek maakt het een perfecte Lovecraftian-aanpassing.

Wat is volgens jou het belangrijkste element van je geluid?
Alles is een kwestie van emoties. We willen echt dat elk van onze liedjes beelden genereert in de geest van de luisteraar, een gevoel in zijn of haar lichaam. Daarom hou ik echt van de dramatische kant van onze muziek. Het is een basis van echte emoties.

The Great Old Ones – Cosmicism

Als grote horrorfan in het algemeen en Lovecraft in het bijzonder, heb ik traditioneel een zwak voor bands die het literaire genre eer aandoen. En dat doen de heren van The Great Old Ones met deze vierde langspeler, want waar de eerste drie – overigens best goeie – releases voor mij persoonlijk hier en daar iets misten, slaat deze “Cosmicism” op mijn koptelefoon als een nihilistische bom in. Eigenlijk ligt deze nieuwe plaat geheel in dezelfde lijn, en toch lijkt alles net dat tikkeltje samenhangender. We hebben duidelijk te maken met een band die volwassen is geworden in deze donkere, overbeviste wateren. Dat de cosmos blijkbaar bakken sfeer uitblaast, hoor je meteen al bij opener “Cosmic depths” die met een langzame tokkel naadloos overgaat in het strakke “The omniscient” waarin snelle, snijdende riffs afgewisseld worden met mid-tempo gehak en rustige passages. Hetzelfde vergiftigde recept als bij het bijna twaalf minuten durende “A thousand young“. Dat The Great Old Ones ook een potje onheilspellende doom metal kunnen maken, bewijzen ze met afsluiter “Nyarlathotep“, een nummer waar de ene loodzware riff gevolgd wordt door een andere. Het geluid – dankzij Francis Caste van Studio Sainte-Marthe – zit prima en doet bij wijlen denken aan een vollere variant van het laatste Blut Aus Nord-album. Ritme en melodie komen tot hun recht, net als vocalen en ook van de bij wijlen complexe drums gaat niks verloren. Speciale vermelding gaat naar het alweer briljante artwork, dit keer van Jeff Grimal. “Cosmicism” is een sfeervol en toch agressief album dat zich met een perfecte balans weet te onderscheiden. Alles klopt hier en van mijn part is dit een trefzeker kerstgeschenk.

Xavier: 95/100

The Great Old Ones – Cosmicism (Seasons Of Mist 2019)
1. Cosmic depths
2. The omniscient
3. Of dementia
4. Lost Carcosa
5. A thousand young
6. Dreams of the nuclear chaos
7. Nyarlathotep

Ofdrykkja – Gryningsvisor

Depressieve black metal is een niche die doorgaans niet aan ondergetekende besteed is. Dat het Ofdryykja’s dada wel is, zouden de Zweden aan de hand van hun derde telg “Gryningsvisor” willen bewijzen. Het is in elk geval geen droeftoeterig toneeltje dat de band ten berde brengt want de heren hebben een zwaar verleden van alcoholisme (de bandnaam is trouwens IJslands voor “dronkenschap”), drugsverslavingen en gevangenschap. De Zweedse albumtitel laat zich vertalen als “ballades bij dageraad” en heeft haar naam niet gestolen. De twaalf nieuwe nummers bevatten op de black metal vocalen na, immers weinig stijlelementen van Satan’s geliefkoosde muziek. Dit is veeleer een uur lange trip vol melancholische folkklanken met links en rechts een infusie van bleke black metal-riffs. De feeërieke vrouwelijke zang van Miranda Samuelsson klinkt betoverend mooi en heeft bijwijlen een shamanistisch kantje zoals we dat ook kennen van de oudste Siebenbürgen-platen. Hoewel ze geen officieel bandlid is, heeft deze dame een grote rol op “Gryningsvisor” toegewezen gekregen wat ik toejuich. Verder ook veel akoestische gitaren, cello’s, een Keltische lier en violen waarbij al het getokkel echter niet altijd de gevoelige snaar weet te raken. Wanneer de – niet altijd even goed vertolkte – mannelijke vocalen helder in plaats van krijsend zingen, valt er ook een Agalloch-aura als een warme mantel over de atmosferische muziek. Voor agressie ben je hier aan het verkeerde adres, dit is een ingetogen en introspectieve reis die grotendeels als een traag kabbelend beekje doorheen je emoties meandert. Productioneel bevat de sound veel diepte en dat valt letterlijk te nemen want het grootste deel van de muziek zit volledig achteraan in het panorama verstopt waarbij een nogal vlakke en tamme snaredrum het ritme aangeeft. De melodieuze elementen eisen de spotlights op wanneer het hun beurt is. Het zijn deze momenten die “Gryningsvisor” redden want aan de basis klinkt hun negativisme nogal saai, mak en inspiratieloos. De plaat begint nog wel pakkend met het beklijvende burzumeske The swan“, dat voor componist Drabbad als de zwanenzang van zijn “oude zelf” dient, en het mooie “Swallowed by the night” maar nadien vallen enkel “Wither” en het volledig door Miranda gezongen “Her Mannelig” nog positief op. Voor de fans van het genre is dit misschien een aardige luisterplaat, voor mij kan de aandacht geen uur vastgehouden blijven (de emoties hakken er niet in) en staan er ook te veel vlakke niemendalletjes zoals “Våra minnens klagosång“, “Skymningsvisa” en “Köldvisa” op de plaat. Wel moet gezegd worden dat “Gryningsvisor” mooi artwork (Skogens Rymd Art) heeft en prachtige bandfotografie van de hand van zanger Pessimisten.

JOKKE: 66/100

Ofdrykkja – Gryningsvisor (Art Of Propaganda 2019)
1. Skymningsvisa
2. The swan
3. Swallowed by the night
4. Ensam
5. Wither
6. In i natten
7. As the northern wind cries
8. Herr Mannelig
9. Våra minnens klagosång
10. Köldvisa
11. Grey
12. Gryningsvisa

Totengeflüster – Elke taal heeft een individueel en eigen geluid

In navolging van de geweldige plaat “The faceless divine” van het Duitse Totengeflüster, had ik een gesprek met de band over hoe het er bij hen aan toe gaat. Aan het woord zijn zanger Narbengrund Nihilis (NN) en gitarist/bassist Totleben (TL). (XAVIER)

Totengeflüster is een relatief nieuwe band, althans naar mijn maatstaven. Heb je daarvoor al muziek gemaakt?
NN: Nou … nieuw is inderdaad relatief, in februari 2013 brachten we ons debuutalbum “Vom Seelensterben” uit en daarvoor hadden we al een paar jaar ervaring. Frostbitten, Egregor en ik waren al actief in bands en Teufeskald was al jarenlang lid van een lokale muziekclub. Alleen Totleben – werkpaard, componist en ontwerper – betrad nieuw terrein met de band op het gebied van muziek maken in het openbaar.

Zijn er Duitse “voorbeeldbands” voor jullie? Is het moeilijk om concerten over de grenzen te krijgen?
NN: Goede vraag, we hebben al met enkele Duitse black metal-bands gespeeld, maar de “scene” beschrijven is moeilijk om eerlijk te zijn. De vraag met de voorbeeldbands is al eenvoudiger: Dark Fortress, Negator, Nocte Obducta, Agrypnie, Imperium Decadence om er een paar te noemen die echt de moeite waard zijn om naar te luisteren.
TL: Narbengrund heeft al zeer spraakmakende artiesten genoemd, waar ik het volledig mee eens ben. Het land van afkomst speelt geen rol, overal zijn er kunstenaars die hun mening of gevoelens op geweldige wijze uiten. Om mijn aanvullende Duitse favorieten te vermelden… The Vision Bleak, Unlight, Wolves Den en Cold World.

Heel veel concerten vallen tegenwoordig haast onder de noemer van een festival. Fatsoenlijke locaties en clubconcerten zijn nog steeds zeldzaam. Niet ideaal voor bands die donkere muziek op het podium willen brengen. Hoe gaan jullie hiermee om?
NN: Concerten krijgen is inderdaad een lastige onderneming, tenzij je een bepaalde status hebt. Ik denk dat veel dingen gewoon een kwestie zijn van de juiste mensen kennen. En met de tijd (en vooral de bekendheid) zal het dan gemakkelijker zijn om de felbegeerde optredens te krijgen.

(c) Rock in Raw

Het internet heeft veel dingen mogelijk gemaakt. Repeteren jullie nog vaak? Hoe komen de nummers tot stand?
NN: Helaas repeteren we slechts om de twee weken. Iets wat deels te wijten is aan problematische werktijden (ploegendienst, weekendwerk, …) en afstand. Natuurlijk is het in zo’n situatie moeilijk om aan onze nummers te werken door gewoon te jammen. Dus is het, eenvoudig samengevat, Totleben die de basis van alle muziek schrijft, waar wij mee werken en idealiter iets toevoegen aan het idee. Maar, die eerste ideeën komen dus zelden van andere bandleden en je zou kunnen zeggen dat hij 90 procent van alle werk doet.

Het nieuwe album “The faceless divine” is weer erg sfeervol. Klopt het als ik zeg dat de Totengeflüster-cd’s allemaal een verhaal vertellen, ook al zijn het geen conceptalbums?
NN: Het is zeker niet verkeerd, ook al was het meer een rode draad in onze laatste twee albums dan een hecht korset dat onze stukken met elkaar verbond. Maar, verhalen worden altijd verteld, ook al zijn het hier eerder korte verhalen, in een soort dagboekvorm. Wij, d.w.z. vooral Totleben en ik, zouden graag nog eens een echt conceptalbum maken waarbij inderdaad muziek en tekst perfect op elkaar afgestemd zijn, zoals in een film. Maar dat kost veel tijd en veel interactie terwijl we tot nu toe voornamelijk alleen in onze donkere kamers hebben gewerkt. Maar ik hoop echt dat het zal werken voor ons volgend album.

De teksten zijn nu bijna allemaal in het Engels. Evolueerde dat spontaan of was het een bewuste beslissing?
NN: Het was eigenlijk een weloverwogen beslissing, waar ik in eerste instantie eerlijk gezegd een beetje aan heb getwijfeld. De reden voor deze beslissing is / was dat we ook veel fans buiten Duitsland hebben en de meeste van hen geen Duits spreken. Dit creëert een onnodige barrière. Ik luister ook graag naar muziek met niet-Engelse teksten, bijvoorbeeld Noors, Zweeds, Fins of Frans. Elke taal heeft iets individueels, zijn eigen geluid. Als je bijvoorbeeld Frans neemt, een taal die op zich op de een of andere manier als “netjes” omschreven kan worden, maar die dan bijvoorbeeld door een black metal-zanger hoort screamen, word het taalbeeld bijna 180° gedraaid. Fins echter lijkt ongenaakbaar, bijna magisch, maar uiteindelijk maken deze talen het moeilijk om de teksten te volgen. En onze teksten zijn vaak emotioneel of tot nadenken stemmend, dus als je ze begrijpt, is het misschien een bonus voor de luisterervaring, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een band gefocust op hermetische verhalen.

Belshazzar – The empire rebuilt / The final battle

Het Amerikaanse Belshazzar laat er geen gras over groeien. Terwijl we wekelijks nog plezier halen uit hun ferme “Holy blood” demo, is er al een nieuwe release klaargestoomd: een twee tracks tellende EP die opnieuw via New Era Productions verdeeld wordt. Op de demo preek een schilderij van de Engelse romantische schilder John Martin getiteld “Belshazzar’s feast“, een verwijzing naar de bandnaam. Voor de EP werd het coverartwork ontleend aan het schilderij “The crucifixion” van de achttiende-eeuwse Italiaanse schilder Giambattista Tiepolo. Een beetje cultuur kan nooit kwaad. De akoestische aftrap van “The empire rebuilt” brengt ons meteen in vervoering en leidt naadloos naar mid-tempo black met een heuse rock-vibe die op tijd en stond terug plaats maakt voor non-distorted gitaren. Lekker catchy en old school en een geslaagde productie die rauwheid en transparantie (hoor die basgitaar gaan!) combineert. Ook “The final battle” opent met clean gitaargetokkel en ontbindt haar demonen middels trage black metal die hier eerder meeslepend dan rockend is, en opnieuw meermaals de versterkers laat zwijgen om ruimte te geven aan introspectieve momenten. De orgelklanken en toetsen die we op de demo hoorden, blijven hier achterwege maar het tweede nummer bevat dankzij een slepende leadpartij toch nog een melodieus hoogtepunt. Ondanks de shift van keyboards naar akoestische gitaren als sfeerbrenger, kunnen fans van de demo deze EP blind in huis te halen.

JOKKE: 81/100

Belshazzar – The empire rebuilt / The final battle (new Era productions 2019)
1. The empire rebuilt
2. The final battle

Mara – RÖK

Je kan niet alle goede bands kennen. Het Zweedse Mara is er zo één. Deze band, die ooit als soloproject begon van een zekere Vindsval, waart ruim een decennium lang op deze aardkloot rond en sinds de conceptie van Mara heeft onze Zweed het niet zo begrepen op de mensheid. Zijn haat jegens onze beschaving en de wereld tout court, wordt gekanaliseerd middels extreme black en dit al drie langspelers lang. Na jarenlang een studioproject te zijn geweest, maakt Vindsval met de hulp van Vrede en Ynleborgaz (gekend van o.a. Angantyr, Make A Change… Kill Yourself en Plage) ook menig podium onveilig. Voor album nummer drie werd een deal met het Belgische Immortal Frost Productions aangegaan. Hoewel de teksten op “RÖK” over het oude Scandinavische geloof handelen, sijpelt de heidense themathiek muzikaal gezien niet echt door in de snedige black. Op enkele cleane gitaarintro’s na, geen natuurgeluiden, kampvuurmuziek of koorzang hier, maar recht voor de raap old school black waarbij er vijf nummers in een dik half uur doorgejaagd worden. Middels “Eitr” wordt wel wat gas teruggenomen en krijgen we ook een meer melodieuze kant van Mara te horen. Het bijna negen minuten durende epos, kent een lange instrumentale aanloop die uiteindelijk uitmondt in de furie die Mara beter afgaat. Als kanttekening wel even vermelden dat de krijsen van Vindsval niet de meest gevarieerde zijn en al snel tegensteken, hoewel ze als een vlijmscherp mes doorheen de agressieve black snijden. Enthroned anno 2002-2004 geldt als referentiepunt, des temeer door de melodieuze leads die als verzachtende factor aangewend worden. Voorganger “Thursian flame” uit 2018 ook maar eens opgesnord en die deed me muzikaal nog net iets meer, maar vocaal dan weer minder. Fijne ontdekking!

JOKKE: 78/100

Mara – RÖK (Immortal Frost Productions 2019)
1. Bloodbound
2. RÖK
3. The path
4. Eitr
5. Burial mound

Saligia – Vesaevus

De stad Trondheim heeft zich het afgelopen decennium als een echte hotbed opgeworpen voor Noorse black metal. De exploten van de Nidrosian scene (verwijzend naar Nidaros, de middeleeuwse benaming voor de stad) zijn ondertussen genoegzaam bekend. Saligia is misschien een iets minder bekende naam, hoewel de band reeds sinds 2006 actief is en al een aardige discografie wist op te bouwen waarvan Ván Records enkele releases vermarktte. Een leuk wist-je-datje: Saligia is een ezelsbruggetje voor de zeven hoofdzonden in het Latijn: superbia, avaritia, luxuria, invidia, gula, ira en acedia. Met “Vesaevus” brengt het duo een derde langspeler uit die na een stilte van vier jaar verschijnt. Voorganger “Fønix” vormde een kleine stijlbreuk met het verleden doordat de heren Ahzari (zang, gitaar en bas) en V. (drums) op muzikaal en vocaal vlak meer begonnen experimenteren en de sound directer was. Het leverde een plaat op die ik minder kon smaken dan debuut “Sic transit gloria mundi” en de geweldige EP “Lvx aeternae“. In opener “Ashes” grijpen de heren deels terug naar de atmosfeer van het oude werk, maar er vindt ook een serieuze infusie plaats van heavy metal/thrash metal georiënteerde riffs (denk aan bands als Negative Plane en Funereal Presence). Het is in elk geval geen geïsoleerd geval want in de daaropvolgende nummers, worden regelmatig nog opzwepende extreme old school riffs op de luisteraar afgevuurd. De vocalen switchen nog steeds tussen maniakale krijsen, semi-cleane uithalen en standaard black metal-screams. En de basgitaar blijft te midden van al dat geweld duidelijk hoorbaar. Een nummer als “Malach ahzari” combineert de meest helse momenten van de plaat met de meest ingetogen en hangt aaneen van de extremen zoals een scheurende solo. De titeltrack die aan de staart van de plaat bengelt, is nog zo’n schizofrene compositie waarin extreem geweld en subtiele instrumentatie zoals piano met mekaar clashen. Er zitten nog steeds avantgarde stukjes in de muziek verwerkt, zoals een song als “Poison wine” laat horen, maar het is overall wel subtieler verpakt dan op de voorgaande plaat. Zo schuurt een nummer als “Draining the well” veel dichter tegen het oude werk aan. Ik ben dan ook blij met Saligia’s gedeeltelijke terugkeer naar de sound van de eerste langspeler en EP en verwelkom de old school infusies met open armen.

JOKKE: 80/100

Saligia – Vesaevus (Ván Records 2019)
1. Ashes
2. Malach ahzari
3. Poison wine
4. The feather of Ma’at
5. Draining the well
6. A nuisance
7. Vesaevus