Month: december 2019

Quaetdoener – Wees niet het volgend schaapje

De Duitse populatie wolven is verviervoudigd en zendt haar zonen en dochters uit. Het resulteerde recent in het heuglijke nieuws dat er opnieuw een zwervende wolf in onze contreien gespot werd. Vandaag zijn de Kempen de hotspot, maar een ‘lone wolf’ kan de komende jaren ook andere streken in Vlaanderen opzoeken. Toeval of niet, maar op “Eternal wolf“, de debuutplaat van Quaetdoener, een old school black metal-band uit het Maldegemse, prijkt een bloeddorstige wolf. De boeren en veehouders zullen het graag horen. Zanger Nuyt en gitarist Keere beantwoorden enkele vragen die we hen voorschotelden. (JOKKE)

In de line-up van Quaetdoener vinden we drie leden terug met een verleden in de death metal/grindcore band Headmeat. Toen deze het in 2005 voor bekeken hield, gingen Pui en Nieke meteen aan de slag met het ondertussen beruchte Alkerdeel. Quaetdoener is echter nog een vrij nieuwe band die pas in 2018 het levenslicht zag. Wat bracht drie leden van Headmeat uiteindelijk terug samen?
Nuyt: Officieel is Headmeat eigenlijk nooit gesplit. We komen nog regelmatig eens samen om een pint te pakken. Onlangs nog hebben we een hoop live video’s en andere baldadigheden bekeken via een beamer in onze repetitieruimte. Fantastisch om dat allemaal nog eens terug te zien. Dus feitelijk is Headmeat gewoon gestopt met nummers maken en op te treden… haha.
Maar helaas… ondertussen heeft één van ons drie er de brui aan gegeven. Onze bassist Rys heeft zijn basgitaar aan de haak gehangen. Ik denk dat hij het niet meer zag zitten om nog veel optredens te doen. Het is altijd jammer om iemand in het team te zien vertrekken, maar het pad leidt vooruit en we hebben dan ook snel een vervanger gevonden in Decker. Vers jong geweld van bij ons uit de streek. Nu resten enkel mezelf en drummer Taets nog uit de Headmeat periode.

Zijn jullie in de periode tussen Headmeat en Quaetdoener nog met andere bands of projecten bezig geweest?
Nuyt: Vrij snel na Headmeat heb ik samen met de resterende “Headmeaters” Taets en Rys, Dead Horse opgericht. Een stoner/rock metal ensemble. Maar dat was geen lang leven beschoren. Na enkele optredens en dito personeelswissels was het al snel gedaan… jammer, want er zat potentieel in. Na Dead Horse ben ik nog 7 jaar actief geweest als gitarist bij Powerstroke. Maar ik ben altijd de andere jongens blijven volgen en vaak op bezoek geweest tijdens hun repetities. Ze waren trouwens al even aan mijn mouw aan het trekken om tweede gitaar te komen spelen bij hen. Maar ze vonden niet direct een zanger en toen ik stopte met Powerstroke, was de keuze snel gemaakt om terug de vocalen op mij te nemen zoals destijds bij Headmeat.
Keere: Na Dead Horse zijn Taets en ik al vrij snel een tribute band van Joy Division gestart, nl. Fun Department. Maar na enkele jaren bleek het toch te kriebelen om opnieuw eigen muziek te maken. En zo kwam stilaan Quaetdoener tot stand.

De gemeenschappelijke deler voor Quaetdoener is jullie liefde voor jaren ’90 black metal. Jullie geven zelf aan door enkele iconen van die periode beïnvloed te zijn. Zelf hoor ik in de eerste plaats Enthroned terug ten tijde van diens twee eerste platen en voor de rest wat Taake in de meer black ’n roll passages en Kampfar in de melodieuzere stukken met een Scandinavisch gevoel. Maar al bij al hebben jullie wel een eigen geluid weten beeldhouwen uit jullie invloeden. Kunnen jullie met deze referenties leven of sla ik de bal compleet mis qua muzikale inspiratiebronnen?
Nuyt: Daar kunnen we zeker mee leven… dat zijn niet de eerste de beste bands natuurlijk. Vooral van Kampfar zijn we toch wel allen fan dus blij dat je hier iets van terug hoort in onze muziek. Wat Enthroned betreft, daar kan je wel gelijk in hebben want je bent niet de eerste die daar mee afkomt. Verder hebben we tijdens het schrijfproces en na de repetities toch vaak naar Satyricon, Mayhem, Gorgoroth, Marduk, Arckanum en Burzum geluisterd meen ik me te herinneren.

Betekent jullie voorliefde voor de scene van de jaren ’90 dat jullie je gading niet kunnen vinden in het huidige black metal-landschap?
Keere: Toch wel, de old school stijl is waar we op uit kwamen bij het zoeken naar een sound die ons allemaal ligt en waarvan we denken dat we er wat over te vertellen hebben.
Nuyt: De bands waar je mee opgroeide blijven toch steeds terugkomen wanneer je nog eens een cd oplegt. Wat betreft het huidige landschap… Mgła vind ik trouwens best te pruimen dezer dagen… Maar als ik eerlijk ben… van zo’n goeie ouwe Dissection of Burzum’s “Filosofem“… die atmosfeer die daar rondhangt, daar krijg je toch gewoon kippenvel van? Dat krijg ik niet meer bij de nieuwere releases. Het zal de leeftijd zijn zeker? Haha.

Welke betekenis schuilt er achter de bandnaam Quaetdoener? In combinatie met de titel van jullie eerste release “Eternal wolf” en het hoesontwerp waar een gevaarlijk uitziende wolf op prijkt, linkte ik de bandnaam in eerste instantie aan een wolf. Maar de tekst die op de achterkant van jullie bandshirt prijkt, bracht me in de war: “In de strijd, in het woud, aan de afgrond van de berg, op de grote, donkere zee, in slaap, in verwarring, in diepe schaamte, loerend in de donkere nacht, schuilend in de eeuwige schaduw, in de nissen der vergetelheid, alwaar hij voortdurend wacht. De Quaetdoener.
Nuyt: Quaetdoener is eigenlijk gewoon een soort van “oud vervlaamsing” van kwaaddoener. En wat die tekst betreft op de achterkant van het shirt… die betekent eigenlijk gewoon dat er bij iedereen, gelijk waar, gelijk wanneer, wel ergens diep vanbinnen een kwaaddoener schuilt. There is evil in all of us!

Over wolven gesproken. Zijn jullie net zoals ik, opgetogen over het feit dat er opnieuw een wolf gedetecteerd is in België? Wat trekt jullie zo aan in dit dier? En wat vinden jullie van de mensen die tegen de wolf zijn omdat het dier schapen en ander vee aanvalt en doodt?
Nuyt: Ja, da ’s toch super! De wolf is een prachtig dier, die schuchterheid en toch heel onderling sociaal. En de terugkeer van dit dier valt toch maar mooi samen met de release van ons album. Goed gedaan wolf! Haha. Aan de andere kant kan ik best begrijpen dat er sommige veehouders niet echt staan te springen om zijn terugkeer. Maar er moeten toch mogelijkheden genoeg bestaan om de wolf op een diervriendelijke manier buiten hun bedrijf te houden?
Keere: …Very exited. Het mythische en geheimzinnige van de wolf, mensen die tegen de wolf zijn omdat deze andere dieren doodt om te overleven is een raar gegeven, het is gewoon een feit van de natuur.

Op basis van de bandnaam had ik Nederlandstalige teksten verwacht. Nooit overwogen om in de moedertaal aan de slag te gaan?
Nuyt: Jazeker, ik heb het al overwogen en zal het waarschijnlijk nog wel doen. Ik heb zelfs al een halve nieuwe tekst klaar in het Nederlands. Maar het was wel al even geleden dat ik de vocalen voor mijn rekening nam en dan ligt het Engels toch iets gemakkelijker in de mond om te zingen.

Vermits ik niet over teksten beschik, vroeg ik me af waar die zoal over handelen?
Nuyt: Eigenlijk handelen bijna alle teksten op “Eternal wolf” zowat een beetje over de vrijheid van het individu. Nooit zomaar slaafs andere opinies volgen. Denk voor jezelf en wees jezelf. Uiteraard moet je rekening houden met anderen maar wees niet het volgend schaapje. Be the wolf eternal! Haha.
Nu… ik ben altijd al meer een metaforisch schrijver geweest, het is niet belangrijk wat mijn visie van de teksten is, maar wat een ander erin terugvindt. De enige uitzondering zal wel “Memento mori” zijn; dit nummer gaat over de vergankelijkheid van het leven en hoe we eigenlijk maar een hoopje koolstof op deze aardkloot zijn, in de loop der tijd, die uiteindelijk alles verslindt.

Eternal wolf” is meteen een heuse langspeler geworden die in eigen beheer wordt uitgebracht op cd. Hebben jullie geen labels gecontacteerd (eventueel met een demo) want het zou me verwonderen als jullie op basis van deze release geen samenwerking met een label zouden kunnen aangaan?
Nuyt: De eerste insteek met “Eternal wolf” was toch wel om onze muziek te verspreiden naar de mensen en organisatoren van optredens. Maar, uiteraard gaan we “Eternal wolf” ook rondsturen naar verschillende labels. Hopelijk komt er iets mooi uit de (tour)bus..
Keere: Klopt… Ons doel was om iets uit te brengen om door te sturen naar labels en concert promotors, het eerste idee was om een viertal nummers op te nemen en door te sturen om hiermee optredens te zoeken. Maar al snel veranderde dit naar het opnemen van de nummers die we tot dan toe hadden geschreven om een algemeen beeld te vormen van waar we voor staan. Zoals gezegd, er zit variatie in de nummers met toch een algemene samenhang.

Was “Eternal wolf” een plaat die zichzelf schreef of heeft het lang geduurd alvorens de muziek en teksten vorm kregen?
Keere: De basisriffs worden meestal vlug gevonden, drum en gitaar worden hoofdzakelijk eerst geschreven, de teksten worden parallel geschreven en aangepast aan de ruwe structuur van het nummer en daarna verder verfijnd. Er wordt constant overlegd en gesleuteld aan de uiteindelijke structuur tot iedereen tevreden is met het eindresultaat. Het belangrijkste is dat de ’feel’ bij iedereen goed zit. Dit heeft als gevolg dat er wel wat tijd over gaat voor een nummer uiteindelijk ’af’ is maar haastig werk levert mindere kwaliteit op in onze ogen.
Nuyt: Toen ik bij de band kwam, ben ik direct teksten beginnen schrijven en zo nummer per nummer beginnen te vervolledigen. Al hebben we er ook een aantal laten vallen omdat ze niet meer bij de nieuwe nummers pasten.

De plaat klinkt als een klok. Waar werd “Eternal wolf” vereeuwigd?
Nuyt: De plaat werd gewoon opgenomen in onze repetitieruimte. We hebben momenteel toch wel de luxe om over een ruimte te beschikken waar je kan doen en laten wat je wil i.v.m. lawaai en uren.
Alle eer aan Keere die toch de volledige opnames voor zijn rekening heeft genomen en alles mooi heeft afgemixt en gemasterd en dit volledig door zelfstudie.
Keere: In onze repetitieruimte in Maldegem-Kleit is alles opgenomen, het verder mixen en masteren gebeurde thuis. Met de huidige technologie is het meer en meer mogelijk om alles zelf te doen iets wat een aantal jaar geleden (bijna) ondenkbaar was. Natuurlijk klinkt het album niet als een professioneel gemixt en gemasterd exemplaar maar dit op zich vinden wij ook zijn charme hebben. Het was ook de bedoeling om alles niet ’te proper’ te laten klinken maar eerder een bepaalde sfeer te creëren.

Hebben jullie al veel live-ervaring met Quaetdoener en staan er nog shows gepland?
Nuyt: Momenteel staat er slechts één optreden op de teller. Dat was een soort van try-out om eens te kijken hoe de nummers live zouden overkomen. Nu met “Eternal wolf” hopen we om toch wat meer live te kunnen spelen nu we onze muziek kunnen verspreiden.
Keere: We hebben in april 2019 een try-out gegeven in JH Opsenter in Sint-Laureins. Zoals eerder gezegd zijn we bezig geweest met eerst het album te maken om door te sturen en zo optredens in de wacht te slepen. Zonder muziek door te sturen kom je niet ver tegenwoordig. In het voorjaar leggen we nog een show vast met Alkerdeel in Waarschoot, en daarna hopen we op respons op onze promotie mails en mond aan mondreclame.

Momenteel is de Belgische black metal-scene weer springlevend. Volgen jullie het reilen en zeilen qua Belgisch zwartmetaal zelf nog? Zijn er bands waar jullie je thematisch gezien verbonden mee voelen en waar jullie graag het podium mee zouden delen?
Keere: We hebben een zeer uiteenlopende en uitgebreide muzieksmaak verdeeld onder ons, gezien onze vorig projecten…
Nuyt: Uiteraard zien we het zitten om met onze oude strijdbroeders van Alkerdeel nog eens samen het podium te delen! Wat betreft het Belgisch zwartmetaal kijken we uiteraard op naar Wiegedood, Enthroned, Ancient Rites, Slaughter Messiah om er maar een paar te noemen…
Qua internationale bands… doe maar een klepper uit de jaren ‘90! Een Satyricon, Emperor, Marduk… wacht eens… spelen die niet op Alcatraz? Hint hint…😉

Sargeist – Death veneration

Ville Pystynen aka Shatraug is zo’n man die black metal ademt door alle poriën van zijn huid, zelfs indien die beklad is met een dikke laag corpse paint. En toch lijkt het live steeds alsof de man zich dood verveelt. De Fin, die het meest bekend is van Horna en Sargeist, heeft al ontelbare riffs uit zijn mouw geschud en ik vraag me soms af of hij nog wel weet of hij een bepaalde riff al niet eerder geschreven heeft. In 2019 alleen al was hij te horen op nieuw materiaal van Black Stench, Finnentum, Vordr en nu dus ook nog op de allernieuwste kerst-EP van Sargeist. Sinds 2016 is de line-up van de band trouwens ongewijzigd gebleven, een hele prestatie! “Death veneration” telt vier nummers die stammen uit de opnamesessies van “Unbound“, Sargeist’s jongste langspeler en misschien ook wel hun beste, en die oorspronkelijk bestemd waren voor twee splits die nooit vereeuwigd werden. Zoals te verwachten vallen er hier geen verrassingen te rapen. Sargeist doet immers steeds wat het het beste kan, namelijk ongecompliceerde onvervalste black metal spelen met beklijvende gitaarpartijen, ruwe zang en oerdegelijk drumwerk. “To make wolves of men” voelt dankzij diens vinnige gitaarspel behoorlijk aanstekelijk en opzwepend aan, Shatraug zou er op een podium zowaar zelf nog van beginnen heupwiegen. Ook het zeven minuten durende “To feast on astral blood” zal menig black metal-liefhebber kunnen bekoren want het riffwerk bevat zoals steeds een gezonde dosis vitamine S(atan). Het eerste deel moet het hebben van up-tempo rechtlijnig knuppelend drumwerk maar nadien maakt de razernij plaats voor mid-tempo black met een naar Sargeist-begrippen vrij melodieuze insteek qua riffs hoewel drummer Gruft af en toe het tempo nog eens aanzwengelt. “Lunar curse“, het allereerste nummer dat Shatraug in 1998 voor Sargeist schreef, laat terug een wat fellere kant van de band zien maar steeds weer is er dat heerlijke Scandinavische tremolo riffwerk. De grimmige titeltrack sluit deze achttien minuten durende EP vol satanische zwarte devotie af.

JOKKE: 85/100

Sargeist – Death veneration (World Terror Committee 2019)
1. To make wolves of men
2. To feast on astral blood
3. Lunar curse
4. Death veneration

Myronath – Into the Qliphoth

Het metalen landschap is behoorlijk veranderd de laatste decennia. Vroeger deed je er vaak enkele releases over om een plaat op de markt te gooien die degelijk klonk, maar vandaag de dag is een debuut met een stevige sound geen uitzondering meer. Het Zweedse Myronath is een mooi voorbeeld. Deze Zweedse liefhebbers van Kabbalistische thematiek slagen er reeds bij hun eerste release in om over de brug te komen met sterke, afwisselende black metal die mooi is verpakt in een erg goede productie. De band beschrijft “Into the Qliphoth” als occulte black metal zonder veel poespas en waar dat ook wel klopt, ben ik van mening dit de cd een beetje onrecht aandoet. Het is uiteraard allemaal niet vernieuwend en klinkt hier en daar wel heel erg “geleend”, maar het geslaagde gebruik van melodie, het regelmatig wisselen van tempo, de beheersing van instrumenten en de strakke sound zorgen er voor mij toch voor dat het album stand houdt in een zee van gelijkaardige releases. Het door gast-muzikanten versterkte duo Vargblod en Malphas spelen de eerste track “The ancient slumber” volgens het boekje. Netjes, maar niet het meest interessante nummer om mee te openen. De volgende songs laten iets meer zien, maar de laatste drie stuks vormen het hoogtepunt. Zo is “Hymn to Lucifer” echt een slepende sfeervolle lofzang aan de zwavelige gevallen engel en is afsluiter “Annihilation of the crescent moon” zowat het hoogtepunt en de track die waarschijnlijk het meest verwijst naar de Zweedse traditie in het genre. Misschien vinden sommige mensen dit niet progressief genoeg, maar ik zou in elk geval blij zijn geweest met deze plaat onder de kerstboom.

Xavier: 85/100

Myronath – Into the Qliphoth (Non Serviam Records 2019)
1. The ancient slumber
2. Ravensphere
3. Lady of Golgotha
4. The awakening
5. In the shadow of the crown
6. La Santa Muerte
7. Hymn to Lucifer
8. Annihilation of the crescent moon

Quaetdoener – Eternal wolf

Na het uiteenvallen van de Maldegemse death metal/grindcore band Headmeat, startten Nieke en Pui in 2005 Alkerdeel op. Drie van de andere zes leden vinden we nu terug in de nieuwe band Quaetdoener. Het logo en hoesontwerp doen dan misschien wel death metal verwachten, niets is minder waar want dit Oost-Vlaamse kwartet speelt onvervalste black als eerbetoon aan de iconen van de jaren negentig waar de heren mee opgroeiden. Er worden op “Eternal wolf“, het in eigen beheer uitgebrachte debuut, alvast geen compromissen gesloten want Quaetdoener raast en blaast dat het een lieve lust is. Wanneer er zoals in de titeltrack een black ’n roll passage passeert, komt een Taake vanachter de hoek piepen. In het eerste deel van een nummer als “Unshackled” komt het kwartet snedig uit de hoek maar al snel word een heuse portie rock ’n roll in het zwartmetaal geïnjecteerd en ook ritueel klinkende koorzang mag niet ontbreken, zonder dat deze band trouwens in het occulte hoekje geduwd kan worden. De heerlijke eindriff maakt van dit zes minuten durende nummer het hoogtepunt van de plaat. “Forged in the fire” gooit het aanvankelijk over een andere boeg en bevat mid-tempo gitaarwerk met Noorse inslag (denk aan een Kampfar) en een aanstekelijk meezingrefrein totdat de demonen ontketend worden en deze song in een helse furie overslaat. “Memento mori” is met acht en een halve minuut speelduur de langste compositie van dit plaatje. Het is een dynamische track met snelheidsuitbarstingen, mid-tempo riffs, rockende stukken en tremolo-melodieën. Ondanks de Oud-Vlaamse bandnaam krijst zanger Nuyt de teksten in het Engels waarbij iets meer afwisseling in het krijstimbre welgekomen zou zijn. Gelukkig bevat de muziek voldoende variatie om tot aan het einde bij de les te blijven. De rechttoe-rechtaan finale van “Memento mori” doet me wat aan de eerste twee Enthroned-platen denken, een mooi compliment wat mij betreft. In “I am the snake in your dreams” en het afsluitende “Black blood” bewijzen de heren wederom op de juiste momenten eventjes gas terug te nemen om daarna met een mokerslag terug te slaan én je in een wurggreep te houden. “Eternal wolf” zal in eigen beheer in een oplage van 100 stuks op CD verschijnen. Steun deze heren en schaf dit kleinood aan, al was het maar om ook onder de letter “Q” iets in de muziekcollectie te hebben staan pronken. Knap debuut!

JOKKE: 80/100

Quaetdoener – Eternal wolf (Eigen beheer 2019)
1. Eternal wolf
2. Farewell to the crown
3. Unshackled
4. Forged in the fire
5. Memento mori
6. I am the snake in your dreams
7. Black blood

Whoredom Rife Emissary – Vinternatt

Terwijl we ons al zitten verkneukelen op de op til staande split met Taake, trakteerde Whoredom Rife – de rijzende ster aan het black metal-firmament – ons op winterzonnewende op een nieuwe EP die de titel “Vinternatt” (winternacht) meekreeg. De aandachtige lezer merkte misschien al op dat dit onder de noemer Whoredom Rife Emissary gebeurt, een sub-project met andere woorden waarmee muziekschrijver V. Einride een andere kant van de band – in dit geval als solo-project – wil laten zien. Voor de gelegenheid betekent dat akoestische muziek waarbij heldere gezangen de Scandinavische verhalen vertolken. Deze EP heeft een hoog kampvuurgehalte, maar laat u dat niet afschrikken. De natuurelementen die in het noorden in staat zijn om barkoude wintertaferelen te creëren horen we doorheen de intieme akoestische gitaarklanken echoën. In de vorm van “Beyond the skies of god” staat er ook een wondermooie kippenvelopwekkende versie van de opener van de eerste langspeler “Dommedagskvad” op deze EP. Prachtig om te horen dat dit klassenummer ook in gestripte versie zo statig als de Nidarom-domkerk overeind blijft. Ook ‘Spir“, van diezelfde plaat, is hier in een andere vorm te horen maar is minder snel herkenbaar doordat het niet zo’n catchy basisriff als die van “Beyond the skies of god” bevat. V. Einride speelde naar ’t schijnt alles in zijn eentje in, dus ik vermoed dat ook hij degene is die we horen zingen in plaats van partner in crime K.R. De man bewijst hier een muzikaal talent te zijn die van meerdere markten thuis is. Geslaagde EP die een beklijvende, meer intieme kant van Whoredom Rife laat horen.

JOKKE: 82/100

Whoredom Rife Emissary – Vinternatt (Terratur Possessions 2019)
1. Vinternatt
2. Spir (acoustic)
3. Beyond the skies of god (acoustic)
4. Solverv

Lugubrum/Urfaust – Bradobroeders

Het broederschap en wederzijds respect tussen Lugubrum en Urfaust is groot, héél groot. Zo viel Urfaust-drummer VRDRBR recent nog in voor Lugubrum-bassist Noctiz op twee Russische shows en in 2015 deelden beide bands een split (“Aalschuim der natie“). Vier jaar later herhalen ze dat concept nogmaals in de vorm van “Bradobroeders” die strikt gelimiteerd op 550 exemplaren door Ván Records uitgebracht wordt. Tegen de tijd dat u dit leest, bent u ofwel de trotse bezitter van dit werkje ofwel viste u achter het net aan en mag u reeds één week na verschijnen zo’n 80 euro of meer neerleggen voor een exemplaar dat door kapitalistisch uitschot op Discogs verkocht wordt. Zo’n lowlifes zijn de naam ‘muziekliefhebber’ onwaardig. Zowel Lugubrum als Urfaust hebben als gemeenschappelijke deler dat ze buitenbeentjes zijn in het respectievelijke Belgische en Nederlandse black metal-landschap. het Vlaamse trio zo waar nog meer dan het Nederlandse duo. Als we één kleur met Lugubrum mogen associëren is het zonder tegenspraak bruin. Zelf bestempelden ze hun experimentele muzikale output als brown metal, hun website benoemen ze “Lugubrum’s brown netherworld“, hun vijfde langspeler kreeg de niet mis te verstane titel “De bruyne troon” mee en het nummer dat ze voor deze split aanleveren is getiteld “Bruine moeder“. De associaties die deze titel kan oproepen, laat ik aan uw verbeelding over. Het trio experimenteert met jazzy klanken waarbij een speels orgel, een hoekig repetitief drumpatroon en ritmische basgitaar een bevreemdend muzikaal patroon neerzetten. Ik dacht 2 seconden met Oranssi Pazuzu te maken te hebben, maar dan zonder het overdonderende effect. Voeg daar nog de aparte zang (zowel helder als vervormd) van Midgaars aan toe en je krijgt een song die in de verte verte niets met black metal te maken heeft – het is een keurslijf dat Lugubrum al jaren ontgroeid is trouwens. Maar ik vraag me wel af of veel Urfaust-adepten dit zullen trekken. Wie openstaat voor een band als Grey Aura zal dit echter wel kunnen smaken. Benieuwd wat de voor februari 2020 geplande langspeler “Plage chômage” voor ons in petto zal hebben. Met deze schavuiten weet je nooit. Wanneer Urfaust aan de beurt is verandert de stemming van bizarre, haast luchtige free jazz naar het gekende recept van repetitief dronende duistere black, verdorven ambient, de hallucinogene meeslepende zang van IX en psychedelische leads. “Scabreusheden uit het tuchtarsenaal” bevat ook subtiele electronica en is één van de meest bezwerende composities die het duo de laatste jaren heeft geschreven. “Bradobroeders” is een split die muzikaal gezien ver uiteen ligt en waarbij vooral Urfaust me écht kon bekoren.

JOKKE: 80/100 (Lugubrum: 75/100 – Urfaust: 85/100)

Lugubrum/Urfaust – Bradobroeders (Ván Records 2019)
1. Lugubrum – Bruine moeder
2. Urfaust – Scabreusheden uit het tuchtarsenaal

Wolvencrown – Of bark and ash

Nottingham is vooral bekend van Robin Hood en “Ye olde trip to Jerusalem“, één van de oudste pubs ter wereld (1189 n.C.) waar ik ooit het genoegen had mijn dorst te laven. Verder is het ook de thuishaven van Wolvencrown, een black metal kwintet dat in 2015 ontstond in het hartje van de Midlands. Na een selftitled EP uit 2017 presenteren de heren met “Of bark and ash” op de valreep van 2019 hun volwaardige debuut. En dat mag best gehoord worden, althans door wie een voorliefde heeft voor atmosferische black met pakkende melodieën (zo goed als elk nummer bevat wel een bepaalde hook), veelvuldige keyboardgolven en een heidense insteek waarbij natuurelementen centraal staan. Nu lopen er in het Verenigd Koninkrijk wel meerdere bands rond die deze aanpak erop nahouden. We denken daarbij aan Fen en die twee andere “W”-bands: Winterfylleth en Wodensthrone. Wolvencrown moet zich niet te beschaamd voelen om zich met hun debuut reeds in dit rijtje te nestelen. Akkoord, we hebben dit allemaal wel al eens eerder gehoord, maar de krachtige en transparante sound, uitstekende zanger en catchiness maken veel goed. Puntjes van kritiek zijn het nogal saaie drumwerk dat wel wat meer variatie mocht bevatten en de zangeres die in een nummer als “1194 pt. II” opduikt, maar niet al te toonvast klinkt. In “Towards broken depths” horen we haar nogmaals voor wat licht verteerbaar tegengewicht zorgen en deze keer brengt ze het er veel beter vanaf. Natuurlijk mogen op een plaat als “Of bark and ash” akoestische gitaren niet ontbreken. Ze zetten het nummer “Destined“, dat met zeven en een halve minuut speeltijd de langste song uit het rijtje is, melancholisch in. Ondanks de vele meeslepende melodieën en soms zeemzoete keyboards, blijft de zwartmetalen basis echter stevig genoeg. De romantische melodieën die de gitaristen en keyboardspeler opwekken, zijn in staat de luisteraar terug te deporteren naar tijden zonder social media, kernenergie, files, smeltende ijskappen en een gigantische afvalberg. Wat een tijden!

JOKKE: 80/100

Wolvencrown – Of bark and ash (Avantgarde Music 2019)
1. Earths eternal dawn
2. 1194 pt.I
3. 1194 pt.II
4. Infernal throne
5. Of bark and ash
6 Towards broken depths
7. Destined
8. S.A.D.

Askeregn/Kêres – Split

Askeregn is een Noorse black metal-band die in 2011 voor het eerst van zich liet horen middels de uitstekende “Undergangsglimt” demo. Een jaar later volgde een split met het Finse Vordr en in 2015 verscheen uiteindelijk de eerste langspeler “Monumenter“. Het Noorse trio bestaande uit zanger, drummer en gitarist E. Rustad, gitarist F. Granum en bassist T. Torsetnes is niet van de meest productieve maar volgend jaar zou, als alles goed gaat, een tweede volwaardige plaat moeten verschijnen via Terratur Possessions. In afwachting van dat heuglijke nieuws verblijden de Noren ons met een onuitgegeven nummer dat in 2017 vereeuwigd werd. Voor de gelegenheid werd opnieuw bij een Finse band aangeklopt om de krachten te bundelen voor een split. Deze keer is het geniale Kêres de uitverkorene, maar Askeregn trapt de split af. Van het volwaardige debuut weten we dat de Noren zowel in staat zijn om up-tempo traditionele songs te schrijven als meer atmosferische, a-typische composities met complexe structuren. “Fra avgrunnens rumlende dyp” past eerder onder die laatste noemer want het is een intrigerende track die middels bijtende riffs en up-tempo drumwerk start, maar gaandeweg ook meeslepende gitaarpartijen bevat die naar het einde toe repetitief van aard zijn. De zang wisselt af tussen standaard screams, semi-cleane partijen en een subtiele depressieve vocale invulling wat de vermoedens dat de zanger bij het geweldige Knokkelklang betrokken zou zijn, alleen maar versterkt. Voor dit nummer alleen al is deze split het aanschaffen waard. Maar dan moet Kêres nog komen. Atvar, de Fin achter deze one man band, verschafte ons eerder dit jaar nog veel luisterplezier met zijn vierde full-length “Ice, vapor and crooked arrows” en kan in onze ogen en oren eigenlijk bar weinig verkeerd doen. “Forging the forbidden stone” is, ondanks een snelle start, opnieuw grotendeels een mid-tempo compositie vol beklijvende gitaarmelodieën, atmosferische grimheid en hoorbare bastonen, maar klinkt qua totaalsound iets minder rauw en meer melodieus ten opzichte van het voorgaande werk. De keyboards die op de laatste langspeler meermaals opdoken blijven ditmaal achterwege en worden hier geen seconde gemist. In de laatste break van het nummer nemen de riffs een haast stoner-achtige groove aan hoewel de algemene stemming er toch één van gure doch dromerige besneeuwde Finse winterlandschappen blijft. Ook dit nummer is een schot in de roos. Geluidsfragmenten zijn er momenteel online nog niet te vinden, maar we raden liefhebbers van één of beide bands ten stelligste aan deze seven inch in huis te halen, ook indien je deze geluidsdrager normaliter niet aanschaft. Luister nu voor een keer eens naar onze goede raad.

JOKKE: 84/100 (Askeregn: 84/100 – Kêres: 84/100)

Askeregn/Kêres – Split (Terratur Possessions 2019)
1. Askeregn – Fra avgrunnens rumlende dyp
2. Kêres – Forging the forbidden stone

Grógaldr/Kommodus – Howling sanguine triumph

De moderne rauwe black metal-scene is de laatste jaren springlevend. Eén van de labels met een grote hand in deze donkerste krocht van de zwartmetalen kunsten is GoatowaRex. Onder de noemer “Howling sanguine spirit” presenteert het Chinese label ons een split tussen Kommodus en Grógaldr, twee one man bands die als huisorkest van het label beschouwd kunnen worden en waarvan er weldra ook langspelers zullen verschijnen. Grógaldr ofte het vehikel van een zekere Zugarramurdi bijt de spits af. De Amerikaan vond inspiratie voor zijn bandnaam in de Edda, een verzameling literaire en mythologische werken uit het middeleeuwse IJsland en meer bepaald in één van de zes gedichten waarin necromantie aan bod komt. Doorheen de tracks die onze zwart/wit geschilderde vriend laat horen, waait overduidelijk een oude vampierachtige wind ontsproten aan de aars van Les Légions Noires, het clubje black metal-artiesten dat voornamelijk tussen 1992 en 1997 actief was in de Franse black metal-scene. Minimalistisch, rauw, haatvol en een tikkeltje hypnotiserend, je kent het wel. Alle drie de nummers overschrijden de zes minuten-grens en vergeleken met het demo-materiaal werden gigantische stappen vooruit gezet, zowel qua uitvoering als sound die hier toch wel een heel pak voller klinkt, zonder uit het oog te verliezen dat het hier wel degelijk om écht undergroundspul draait. Op Grógaldr’s Bandcamp-pagina staan ook al previews van het op til staande “Illness unto the womb of spirit” debuut en de “Disinterred graves of saints” EP (en verder staat er ook nog een split met het Amerikaanse Valac op de planning). Zugarramurdi gaat er hard voor en opnieuw horen we vooruitgang, want het toekomstige materiaal bevat meer nuance en dynamiek. Kommodus, het éénmansvehikel van de illustere The Infernal Emperor – Lepidus Plague, wroet in dezelfde niche als Grógaldr maar het zwartmetaal van deze Australiër is met heel wat elementen uit punk geïnfuseerd. Het levert drie explosieve en agressieve songs op waarin chaotische leads niet mogen ontbreken. Thematisch gezien behandelde onze Einzelgänger reeds thema’s als Japans nationalisme (“An imperial sun rises“) terwijl hij nu (weer) zijn voorliefde voor het Romeinse Rijk laat botvieren. Zo verwijst “Lupercalian spirits rise” naar de Lupercalia, één van de oudste Romeinse (vruchtbaarheids-)feesten. Het primitieve en knarsende “Black prayer to Aeolus” handelt dan weer over Aeolus, een figuur uit de Griekse en Romeinse mythologie. Hij was een zoon van Poseidon die door Zeus werd aangesteld als de bewaarder van de winden: Boreas de noordenwind, Notos de zuidenwind, Euros de oostenwind en Zephyrus de westenwind. Maar genoeg geschiedenisles; Kommodus is het aanhoren waard, want diens hysterische sound klinkt best uniek. De punky elementen en de door oerinstincten aangedreven agressieve rampartijen geven het geheel een ietwat industriële feel waarbij weinig plaats is voor nuance, hoewel een melodie links of rechts (en zelfs een akoestisch stukje gitaar) niet gemeden wordt. Wie Invunche trekt, moet dit ook eens opsnorren. “Howling sanguine triumph” is een onderhoudende split waarbij vooral Kommodus triomfeert.

JOKKE: 75/100 (Grógaldr: 72/100; Kommodus: 78/100)

Grógaldr/Kommodus – Howling sanguine triumph (GoatowaRex 2019)
1. Grógaldr – To reap a godhead
2. Grógaldr – Boiling seed, Howling spirit
3. Grógaldr – Entranced in bloodshed
4. Kommodus – Lupercalian spirits rise
5. Kommodus – March of the leper legion
6. Kommodus – Black prayer to Aeolus

Cult Of Erinyes – Æstivation

Het Belgische Cult Of Erinyes zag ik afgelopen september voor het eerst live aan het werk. Ondanks het feit dat ze duimen moesten afleggen tegenover de rest van de affiche (Vortex Of End, Darvaza en Misþyrming), is deze Brusselse band toch aan een gestage opmars bezig binnen de vaderlandse en hopelijk dra ook buitenlandse black metal-scene. Aan de nagelnieuwe derde langspeler “Æstivation” (verwijzend naar ‘estivatie’ of een zomerslaap, de tegenhanger van de winterslaap in het planten- en dierenrijk) zal het in elk geval niet liggen, daar was Amor Fati Productions ook van overtuigd. De vorig jaar verschenen EP “Veneer” was in feit het startschot voor het tweede leven van de band. Gitarist en bandleider Corvus (Wolvennest, LVTHN, Monads) hees zanger/producer Déhà aan boord daar ie blijkbaar nog wel ademruimte had in zijn overvolle agenda (hoe ie het doet is mij een raadsel) en als slagwerker werd Ahephaïm (Sabathan, ex-Enthroned) ingelijfd, een meesterzet want deze jongen weet als geen ander hoe hij een snelle black metal-plaat moet inknuppelen. Voor optredens wordt dit kerntrio verder aangevuld met live-leden die Corvus nog kent uit zijn verleden bij Psalm. “Æstivation” is een werkstuk dat eigenlijk vrij hard in het verlengde van het vorige materiaal ligt, zowel qua stijl als qua sound die echter nog steeds te weinig organische ademruimte en dynamiek laat horen (daar lijden wel meerdere Déhà-producties aan), maar daardoor wel overrompelend en verstikkend klinkt. De zes nummers ademen een ongebreidelde onstuimigheid uit, zelfs wanneer het tempo in een song als “Nothing is owed to the void” naar beneden gaat. In de opener “Death as reward” draagt een bijna rustgevend intermezzo bij aan een dynamisch luisterspel, de band weet als geen ander dat door deze stukjes in te bouwen, de snelle partijen des te overrompelender binnenkomen. “Corruption” is een heerlijk nummer met pakkende melodieën die je volledig meezuigen in hun verhaal, de flitsende solo krijg je er gratis en voor niets bij. Het nummer bevat trouwens een gastbijdrage van La Muerte’s Marco Laguna. Déhà is een begenadigd zanger die weet hoe hij uiteenlopende keelklanken uit zijn strot moet persen en de sound bevat enkele ritualistische elementen die de song “Broken conclave” enorm onheilspellend en mysterieus doen klinken. Een nummer als het negen minuten durende tomeloze “Nihil sacrum est” ligt muzikaal trouwens ook niet zo ver af van wat een band als LVTHN doet wanneer het volle gas geeft, let ook op Déhà die hier compleet over de rooie lijkt te gaan. Hopelijk weet Cult Of Erinyes veel nieuwe zieltjes te verover met “Æstivation“, het is ze in elk geval gegund.

JOKKE: 80/100

Cult Of Erinyes – Æstivation (Amor Fati Productions 2019)
1. Death as reward
2. Corruption
3. Broken conclave
4. Healer – fever
5. Nothing is owed to the void
6. Nihil sacrum est