Month: februari 2020

Tombs – De angst een zinloos leven geleid te hebben motiveert me

Met de gloednieuwe “Monarchy of shadows” EP onder de arm, slaat het uit Brooklyn afkomstige Tombs keihard terug na een bewogen periode. Maar ‘what doesn’t kill you makes you stronger‘ en met een nieuwe line-up rondom hem, gaat bandstichter Mike Hill strijdlustig verder wat ondermeer resulteerde in een nieuwe deal met Season Of Mist. We hebben het met Mike over de verdere plannen met Tombs en waar de man zich naast muziek zoals mee bezig houdt. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

Hi Mike. Hoe staan de zaken er momenteel voor met Tombs?
Alles loopt goed. We zijn opgewonden over de nieuwe EP en we zijn ons aan het voorbereiden voor deze coole US tour met Napalm Death, Aborted en Wvurm. Napalm Death is een legende en het is een eer met hen de hort op te kunnen trekken. Na de tour, duiken we in mei opnieuw de studio in om onze volgende langspeler in te blikken. De creatieve aanval gaat lustig door.

Persoonlijk ben ik erg tevreden over jullie nieuwe EP “Monarchy of shadows” die een terugkeer laat horen naar de meer agressieve aanpak van mijn persoonlijke favoriet “Winter hours“. Was het een weloverwogen beslissing om terug meer naar jullie roots terug te keren na het geëxperimenteer met new wave en goth rock invloeden op “The grand annihilation“?
Ik denk dat de EP een weerspiegeling is van mijn gevoelens van de voorbije jaren. De tijd rond “The grand annihilation” was een erg moeilijke periode voor mij en waarschijnlijk werd de agressie opgewekt door alle frustratie en angsten die ik toen had. Het was een zware tijd en ik denk dat dat me motiveerde om harde muziek te creëren.
Ik denk dat er nog steeds veel duisternis op de EP te horen valt. Ondanks alle agressie, vind ik dat de gothic elementen nog steeds aanwezig zijn, maar eerder subtiel en niet zo overduidelijk, dat is de manier waarop ik mezelf graag uitdruk. Mijn doel op lange termijn is het mixen van extreme metal met post-punk en gothic-invloeden.

In 2018 hielden de drie andere leden (drummer Charlie Schmid, gitarist Evan Void en keyboardspeler Fade Kainer) het voor bekeken. Lagen persoonlijke of muzikale meningsverschillen aan de basis en was het moeilijk om nieuwe bandleden aan te trekken?
Ik denk dat die gasten andere dingen wilden doen. In een band als Tombs zitten is niet zo evident. Er gaat niet veel geld mee gepaard en we waren veel op de baan. Vervangers zoeken, ging vlot.

Na vele line-up wissels, ben je het enige overgebleven originele bandlid. Is Tombs een soort dictatuur die jij runt of zijn de andere leden ook vrij om muziek aan te leveren?
Ik begrijp dat sommigen mij hierdoor als een dictator zien, maar het heeft eigenlijk meer te maken met de kwaliteit van het werk dat op tafel kwam. Je zei het zelf al, ik ben de last man standing in Tombs wat betekent dat ik het meeste in de band geïnvesteerd heb. Het is een weerspiegeling van al het werk en de energie die ik het laatste decennium van mijn leven in de band gestoken hebben. Ik heb kwaliteitsstandaarden en elke creatieve output van de band moet daaraan voldoen, punt. Complexer is het niet. Als je komt opdagen voor de repetities en op dezelfde creatieve pagina als ik zit, zal dit werken. Als je niet hard wilt werken, is Tombs niet de juiste band voor jou.
Dat gezegd zijnde, de nieuwe line-up bestaat uit geweldige muzikanten en creatieve dynamo’s. Iedereen draagt iets bij aan de band. Dat was een grote tekortkoming van “The grand annihilation” line-up. Die gasten namen nergens verantwoordelijkheid in. Ze kwamen in de band omdat ze dachten dat alles door op een groot label te zitten vlot zou gaan. Ze waren meer bezig met het feit of ze wel goed op de bandfoto stonden dan de andere zaken aan te pakken.

Wat is de belangrijkste manier waarop je als muzikant en songschrijver de voorbije jaren geëvolueerd bent?
Ik vind dat vooral mijn zang en teksten verbeterd zijn. Ik zal nooit een begenadigd gitarist zijn, maar ik denk wel dat ik goed ben in het creëren van atmosfeer. Met mijn gitaarspel ga ik nooit iemand imponeren: het is te punk voor metal en te metal voor punk, maar het is nu eenmaal mijn voornaamste instrument. Ik besteed veel tijd aan het spelen en mijn techniek gaat nog steeds vooruit maar telkens ik een hoger niveau bereik, zie ik de lange weg nog die ik dien af te leggen. Het is eindeloos.
Mijn ideeën voor teksten zijn nu veel breder en minder persoonlijk. Ik schrijf meestal in de derde persoon omdat ik grotere, meer universele ideeën probeer te zeggen. De introspectieve insteek van delen van mijn oudere werk, ben ik nu wat beu.

Ondanks een speelduur van 35 minuten is “Monarchy of shadows” bedoeld als EP. Waarom schreef je niet één of twee nummers meer om een langspeler te hebben?
We kozen simpelweg voor een kortere release omdat nu eenmaal was wat wilden doen. De studio voor de opnames van een volgende langspeler is zoals gezegd geboekt voor binnen enkele maanden. Er is nooit een tekort aan ideeën, het is eerder een kwestie van de concepten op een hoog niveau te houden.

De EP is jullie eerste release voor Season Of Mist na voor de vorige plaat met Metal Blade Records te hebben gewerkt en Relapse Records voor de eerste drie langspelers. Waarom verlieten jullie Metal Blade en hoe verhouden de drie labels zich tot mekaar?
Metal Blade liet ons vallen omdat we niet voldoende platen verkochten die een opvolger met hen rechtvaardigde. Zo gaat dat nu eenmaal veronderstel ik. Alvorens we met hen tekenden, hadden we reeds een opportuniteit om met Season Of Mist te werken, maar we besloten met Metal Blade in zee te gaan omdat we hoopten dat dit de band ten goede zou komen door de zaken op een hoger niveau aan te pakken en meer kans op grotere tours te maken. Maar het draaide niet uit zoals we verhoopten. De meeste coole dingen die we deden zoals op Hellfest of Ozz Fest spelen, hebben we te danken aan Mark Vieira, onze manager. Terugkijkend hadden we waarschijnlijk toen al met Season Of Mist moeten tekenen: ze hebben geweldige bands onder hun hoede en hun esthethiek matcht met die van ons. Het is tevens de geschikte grootte qua label voor ons. Metal Blade is als een grote onderneming en we pasten niet echt in hun master plan.
De tijd bij Relapse was geweldig. Een reeks platen bij hen uitbrengen was lange tijd één van mijn doelen. Ik werkte er hard voor en bereikte mijn doel. Ik heb nog steeds een goede relatie met iedereen van het label. We hadden een geweldige tijd samen, maar dat hoofdstuk kwam tot een einde en het was tijd voor de volgende stap. Ons avontuur met Metal Blade is als een kleine omweg, een voetnoot. Toevallig vind ik de plaat die we voor hen maakten (“The grand annihilation“) waarschijnlijk ook onze minste.
Met Season Of Mist loopt alles goed tot dusver. Ik voel me erg verbonden met hen. Ze hebben een kantoor in Philadelphia hier aan de oostkust. Dat betekent om één of andere reden iets voor mij hoewel het label vooral als Europees label gekend staat.
Mijn ervaring met Relapse en Season Of Mist loopt gelijk. Beide labels worden gerund door fantastische mensen met een grote werkethiek, wat waarschijnlijk het meest belangrijke aspect voor mij is.

Voor het artwork van “Monarchy of shadows” werkten jullie met de Franse artiest Valnoir (Metastazis). Ik heb enkele van zijn kunstboeken en herinner me dat hij volledige vrijheid eist bij het creëren van artwork voor bands. Was dat ook bij jullie het geval of gaf je hem enkele richtlijnen?
Ik heb ongelofelijk veel respect voor Valnoir. Hij deed ook het artwork voor “All empires fall” enkele jaren geleden en zal ook dat van de volgende langspeler verzorgen. Ik ben grote fan van zijn werk en bewonder zijn kunde om de essentie van zijn onderwerp steeds te capteren. Alles wat hij doet ziet er anders uit en is uniek; hij heeft die geheimzinnige gave om de geest van een band perfect weer te geven. Ik vertrouw dan ook volledig op zijn visie.

Waar staat de albumtitel “Monarchy of shadows” voor?
De teksten op de EP gaan, met uitzondering van “Path of totality” wat een heropgenomen oude song is, uit van de idee dat alle ideeën van orde en logica illusies zijn. We leven in een wereld vol chaos en entropie; het is ons dataverorbende primaire brein dat probeert om overal zin aan te geven. In het titelnummer werk ik met de idee van ‘as above, so below‘ wat stamt uit verschillende hermetische leren en heilige geometrie. De materiële wereld gelijkt op het astrale vlak dat trilt in chaos of op zijn minst met een frequentie die we niet kunnen begrijpen.
Ik geloof dat al onze geloven, religieus, spiritueel en filosofisch reflecties zijn van ons eigen ego en dat de ware natuur van onze realiteit ver buiten ons verstand ligt. Onze realiteit bestaat voor het overgrote deel uit ondetecteerbare donkere materie en we leven in schaduwwereld.

Waarom besloot je het nummer “Path of totality” opnieuw op te nemen?
Sinds we het schreven, vormt het nummer het slot van onze setlist. Het is één van de oudere songs die ik nog steeds graag speel. Ik denk dat Justin suggereerde om het nummer opnieuw op te nemen aangezien we het nu lichtjes anders spelen. Sneller en met enkele subtiele tempowisselingen. Het nummer gaat al heel lang mee en vormt op een bepaalde manier de link tussen heden, verleden en toekomst.
Bovendien was ik ook niet zo tevreden met de originele productie ervan. De nieuwe versie knalt en ligt meer in lijn met de originele opzet ervan.

In 2018 bracht je via je eigen label Everything Went Black de “The stockton tapes” verzamelaar uit die demo’s bevatte van alle tien de nummers van “The grand annihilation“. Waarom besloot je deze uit te brengen? Was je niet tevreden over de finale versie van de songs?
Ik hou ervan om naar demo-opnames van bands te luisteren. Vroege versies van nummers geven een inkijk in het muziek creatieproces. Ik ben fan van de Rollins Band “End of silence” demo’s die enkele jaren geleden uitkwamen via 2.13.61. Je ka de aanpassingen horen die achteraf werden gedaan met de band. Bovendien zit er achter elke plaat een verhaal en ik hou ervan om daar deel van uit te maken. Ik hoopte dit proces te kunnen delen met eenieder die in dit soort dingen geïnteresseerd is. We namen de demo’s op in Chapel Black, de studio/repetitieruimte van Black Anvil. Het was tof om met vrienden die ik vertrouw aan deze demo’s te werken.

Zijn er naast de Amerikaanse tour ook plannen om naar Europa te komen?
Ik ben niet zeker. We hebben momenteel geen agent in Europa, maar ik zou graag de oversteek maken zelfs al is het voor enkele festivals. Het is al even geleden dat we nog eens een goede Europese tour hebben ondernomen.

Naast de bandactiviteiten ben je ook actief als schrijver voor Noisey, Revolver, Bandcamp Daily en Decibel. Verder maak je je eigen Everything Went Black podcast, is er Savage Gold, je eigen koffiemerk, werk je als DJ bij Gimme Radio en hou je je, naast je interesse in horrorfilms en comics, bezig met gevechtssporten. Waar haal je al die tijd en energie vandaan? Heb je deze variatie nodig om aan de saaiheid van het alledaagse leven te ontsnappen?
Bedankt om hier aandacht aan te besteden. Ik ben graag bezig en ben niet zo goed in het onderhouden van persoonlijke relaties. Ik ben niet het type kerel die met het weekend voor de deur zal bellen om te horen wat je van plan bent. Ik ben dan waarschijnlijk aan het lezen, aan muziek aan het werken of martial arts aan het trainen. In deze fase van mijn leven motiveert angst me; de angst een zinloos leven geleid te hebben. Ik ga geen familie of kinderen hebben, dus wil ik mijn nalatenschap op een andere manier vormgeven.

Wat beschouw je je grootse verwezenlijkingen in het leven en heb je nog verdere ambities?
Het voelt alsof veel van mijn verwezenlijkingen nogal triviaal zijn. Dezer dagen kan iedereen een plaat opnemen of muziek online zetten. Muziek is een passie en ik beschouw dat niet als een verwezenlijking.
Ik zou graag meer willen schrijven. Het voelt alsof ik nog minstens twee of drie boeken in mij heb. Ik heb een interessant leven en enkele perspectieven die interessant zouden kunnen zijn voor andere mensen.

Metal Matters is je wekelijkse podcast waar je discussies voert over klassiekers en nieuwe bands en interviews doet met je favoriete artiesten. Ik genoot erg van de aflevering met de levende muziekencyclopedie Ralph Schmidt (Ultha, ex-Planks) en tevens één van je beste vrienden en één van mijn muzikale helden. Het ziet ernaar uit dat jullie een grote gedeelde liefde hebben voor darkwave en goth rock. Heb je zijn nieuwe darkwave band Ropes Of Night al gehoord?
Ralph is als een broer voor mij. Ik hou van die kerel en respecteer hem enorm. Hij is één van die weinige mensen waar ik me verbonden mee voel. Het voelt soms alsof we een weerspiegeling van mekaar zijn. We houden beiden van dezelfde bands, we zijn twee handsome devils en hebben een gedeelde interesse in HP Lovecraft en Edgar Alan Poe. Ik heb nog geen muziek van Ropes Of Night gehoord.

Om te eindigen, wou ik je een anekdote vertellen die stamt uit de tour met Planks van enkele jaren geleden. Met mijn band Timer verzorgden we het voorprogramma in Wilrijk. Het was een bloedhete dag en aangezien jullie op een oorverdovend geluid speelden, stond iedereen van buitenuit in het zonnetje door het grote raam naar jullie optreden voor een ‘lege’ zaal te kijken, haha. Herinner je je dit optreden en ben je net als ik opgewonden over de Planks reünie die later op het jaar gepland staat?
Om eerlijk te zijn, herinner ik me die show niet maar naar die Planks reünie kijk ik enorm uit!

Fluisteraars – Bloem

Nederland en Eisenwald lijken een goede combinatie te zijn, want na Turia’s laatste album komt in dezelfde maand vanuit Gelderland “Bloem” van Fluisteraars aangewaaid, een band die van trio naar duo is geëvolueerd. Het atypische artwork en de vredelievend aandoende titel werden met gemengde reacties onthaald, maar het draait bij ons nog steeds om de muziek. Voor inspiratie wordt gepuurd uit de weidse bossen van de Veluwe, een natuurgebied van bijna 1000 hectare waar de mensheid zich (gelukkig) nog niet te veel heeft gemoeid. “Tere muur” bijt de spits af en barst meteen uit zijn voegen met een stroom blast beats en de eerste ijselijke uithalen van Bob Mollema, die zoals gewoonlijk zijn teksten in het Nederlands krijst. De raspende schreeuwen zijn hier en daar verstaanbaar, maar net zoals op de vorige langspeler Luwtedurf ik me wel eens ergeren aan het accent. Kan de beste man niks aan doen natuurlijk. Gelukkig zijn de teksten meer niet dan wel te ontwaren waardoor dit ‘euvel’ maar occasioneel ten tonele verschijnt. Naast het snelle openingsnummer laten “Nasleep” (met knappe cleane melodie naar het einde toe) en het daaropvolgende “Eeuwige ram” meer ademruimte en ligt het tempo beduidend lager. In het laatstgenoemde nummer nemen de vocalen ook een meer wanhopige, getormenteerde vorm aan en zou de hoofdmelodie ook op een DSBM-album niet hebben misstaan. U hoort het, van het geram, gebeuk en riffwerk dat bijwijlen aan Der Weg Einer Freiheit deed denken op “Luwte” wordt duidelijk niet per se vastgehouden. Mid-tempo voldoende gehad, moeten de Gelderlanders gedacht hebben, want “Vlek” laat er terug geen gras over groeien en keert toch even terug naar de vroegere stijl, zonder deze klakkeloos de kopiëren. Het akoestische intermezzo halfweg het nummer geeft de aanzet tot lang uitgesponnen epiek waarin ook wat akoestisch getokkel wordt verweven en “Maanruimte” sluit het geheel op een haast ingetogen, zo goed als instrumentale manier af waarbij naast enkele screams in het begin haast enkel heldere zang wordt ingezet naar het einde toe. Zodus levert Fluisteraars met “Bloem” hun meest gevarieerde en eclectische album tot op heden af en klinkt bijzonder gebalanceerd. Geen wonder dat het vijf jaar duurde voor die nieuwe plaat het levenslicht zag! “Bloem” is alvast geen album dat je in één zitting weet te doorgronden en moet in zijn geheel worden opgenomen om de grandeur van de natuur volledig te laten doordringen. De heren houden niet vast aan de conventies van het black metalgenre en dat kan ik enkel maar prijzen. Omwille van de – opnieuw – heldere productie, de veelheid aan variatie en ondanks het feit dat het album maar drieëndertig minuten duurt, levert het duo hun tot op heden meest veelzijdige werk af.

CAS: 86/100

Fluisteraars – Bloem (Eisenwald, 2020)
1. Tere muur
2. Nasleep
3. Eeuwige ram
4. Vlek
5. Maanruimte

Regarde Les Hommes Tomber – We zijn atheïsten die verhalen vertellen, geen bekeerlingen

Met het gloednieuwe “Ascension” breidt het Franse black metal kwintet Regarde Les Hommes Tomber een einde aan een conceptuele trilogie die in 2011 begonnen werd met hun self-titled plaat en een vervolg kreeg middels “Exile” uit 2015. Het duurde bijna vijf jaar alvorens de Fransen met het sluitstuk op de proppen kwamen wat bewijst dat die derde langspeler dikwijls een moeilijke bevalling is. Maar laat ik jullie geruststellen, want op “Ascension” horen we een Regarde Les Hommes Tomber in bloedvorm. Ik had een babbel met zanger T.C. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

© David Fitt

Proficiat met “Ascension“! Ben je nerveus nu de eerste reviews binnen komen en je het oordeel van fans en reviewers te horen krijgt?
Eigenlijk zijn we heel opgewonden en ongeduldig. Er werden reeds twee nummers vrijgegeven (“A new order” en “The renegade son“) waarop goede feedback kwam en ook de reacties van de media die de plaat al in haar geheel hoorden waren erg positief. We tellen nu echt af totdat de plaat voor iedereen beschikbaar is. Voor ons als band is dit één van de meest geslaagde dingen die we ooit gedaan hebben. We zijn erg opgetogen over het eindresultaat en hopen dat de plaat de luisteraar aanspreekt op een manier waarop ze dat voor ons doet. De eerste shows zijn gepland en daar zijn enkele grote bij zoals Hellfest en Roadburn, we staan te popelen! De twee volgende jaren worden een hectische rit voor ons.

De Fransen staan nogal bekend om hun chauvinisme. Gaat dat ook op voor jullie metal-scene? Krijgen jullie veel respect vanuit jullie thuisland of is de band populairder in het buitenland? 
We hebben een grote fanbase in Frankrijk, maar krijgen ook elders goeie feedback. De respons die we tijdens onze laatste Europese tour met Die Weg Einer Freiheit kregen, overtrof onze verwachtingen zelfs. We voelden ons niet als de openingsband, maar evenredig aan de headliner. Dat is erg bemoedigend. In Zwitserland en Nederland kregen we érg goede respons, maar we spelen overal graag hoor.

Week na week is er een immense instroom aan nieuwe metal-releases wat het haast onmogelijk maakt om alles op de voet te blijven volgen. Is het voor jullie gemakkelijk om bij elke nieuwe release een nieuwe groep mensen aan te boren? Wat is voor jullie de beste manier om nieuwe luisteraars aan te trekken? 
Hier zijn we eerlijk gezegd niet zo mee bezig. We hebben sinds ons debuut als band een trage maar gestage evolutie doorgemaakt en zijn erg trots op de dingen die we tot nu toe verwezenlijkt hebben. We hebben sinds de start veel shows gespeeld en hoewel het leven tijdens een tour soms hard kan zijn, is dat voor ons het allerbelangrijkste. Een goede show spelen is dan ook het beste wat je als band kunt doen om je muziek te promoten.

Hoewel er elk jaar veel goede platen uitkomen, zijn er slechts enkele die me emotioneel gezien zo hard kunnen raken als de releases de me destijds metal deden ontdekken. Welke recente platen hadden op jou hetzelfde effect als de klassiekers?
Het Franse label Antiq records bracht het debuut “Incandescente” van Malenuit uit. Ik vind dit een echt meesterwerk waarop black metal vermengd wordt met Franse folkmuziek en batcave…perfectie! Het laatste Véhémence album (“Par le sang versé“) is ook erg goed. Zelf ben ik een grote fan van Anorexia Nervosa en Nehëmah, twee Franse black metal-bands die spijtig genoeg niet meer bestaan. Recent luisterde ik ook veel naar niet-metal klassiekers zoals Clan Of Xymox en Depeche Mode en de laatste twee albums van Drab Majesty wakkerden mijn liefde voor goth rock terug aan.

© David Fitt

Ascension” is het sluitstuk van een trilogie die handelt over de meest opvallende protagonisten van de heilige geschriften die allemaal gevangen worden door het lot, de onvermijdelijk weg naar verlies en nederlaag. Hoe verhouden de drie platen zich tot mekaar zowel inhoudelijk als muzikaal?
De bandnaam is eigenlijk de sleutel tot het verhaal en kan vertaald worden als “kijk naar de val van de mensheid”, het overkoepelende concept van de band: de devotie en afwijzing van God, de moeilijke relatie tussen het goddelijke licht en de mensheid, de val van de genade. Al onze teksten zijn gelinkt aan Bijbelse mythologie.
Henoch, een vriend van ons, schrijft al onze teksten. De twee eerste platen focusten op een centraal thema: de val van de mensheid die verworpen en getormenteerd wordt door God, ondanks hun toewijding en liefde voor het goddelijke. Ze behandelden zowel deze val als de geboorte van een bewustzijn dat resulteerde in het afwijzen van hun Heer en alle principes van aanbidding gedurende hun ballingschap om uiteindelijk hun eigen god te worden en ‘op deze troon te zitten’, zoals het laatste nummer van “Exile” beschrijft. “Ascension” beëindigt de trilogie maar op een speciale manier. De teksten van de twee eerste platen lagen dicht tegen ‘klassieke theologie’, terwijl die van “Ascension” een eigen creatie zijn: een nieuw verhaal, een nieuwe mythe. Het fijne aan Bijbelse verhalen is dat ze veel ruimte laten voor verbeelding en interpretatie. Henoch deed dit op zijn eigen manier. Hij schreef een gepassioneerd en diep filosofisch verhaal geleid door oude mythen. Maar ik wil er niet te veel van verklappen!
Teksten zijn erg belangrijk voor ons. Er zit geen ideologische boodschap in onze muziek, we gaan puur op een creatieve manier met deze thema’s om. Deze symbolen zijn intens en sommen de concepten die we willen laten horen met onze muziek op, daarom gebruiken we ze. We zijn atheïsten die verhalen vertellen, geen bekeerlingen. Geen van ons is religieus, maar we zijn gefascineerd door de drie monotheïstische religies. Ze vormen een onuitputtelijke bron van inspiratie voor ons. Deze mythes beschrijven immers niet oude en verloren tijden, maar de huidige wereld waarin we leven. Dat maakt ze zo boeiend. De oude verhalen moeten op die manier gelezen worden, de analogie met de huidige wereld geeft ze hun sterkte. Ze werden in het verleden geschreven om de realiteit van vandaag te beschrijven en de toekomst te voorspellen.

Muzikaal gezien lijkt elke plaat meer en meer black metal-invloeden te bevatten. Was dat een overwogen beslissing of een organische evolutie?
We hebben onze eigen leidraad aangaande de muziek die we spelen, maar er is een grote evolutie hoorbaar tussen ons debuut en “Ascension“. Daar waar veel bands afzwakken of meer softe muziek beginnen spelen, deden wij het tegenovergestelde en staken nog een tandje bij op vlak van epiek en agressie. Op ons debuut vond je veel doom en sludge terwijl “Ascension” een erg brutale plaat is. We willen niet steeds dezelfde plaat uitbrengen. Wat de toekomst inhoudt, weten we niet! We willen onze muziek niet in hokjes steken. Sommige media labellen ons als een ‘post’ band, wat niet veel betekent voor ons. Regarde Les Hommes Tomber bestaat uit een stel vrienden met verschillende muzieksmaken, wat tevens onze kracht is denk ik. Sommigen van ons komen uit de pure black metal, anderen zijn fan van doom, heavy metal en zelfs AOR. We willen niet dat bandleden zich limiteren tot één enkel genre, daarom is onze muziek een mengeling van verschillende invloeden. We vertrouwen op deze diversiteit om van daaruit onze sound te bouwen. We hebben geen ‘directe’ invloeden, hoewel er wel een link naar bands als Drudkh, Amenra, Sargeist, Mgła, Dead Congregation, Forteresse, .. kan zijn, allemaal verschillende bands. Nogmaals, we bouwen onze muziek zonder volgens een model te denken, we zijn gewoon op zoek naar de beste manier om ons concept te brengen. We willen tijdens het schrijven niet gelimiteerd worden, we willen iets intens en spontaan creëren.

© David Fitt

Ik moet zeggen dat “Ascension” jullie best klinkende plaat tot op heden is. Wat deden jullie anders tijdens het opnameproces en zijn jullie 100% tevreden over het eindresultaat?
We zaten een hele maand in de Parijse Studio Sainte Marthe met Francis Caste die een fantastische job deed en bovendien ook artistiek betrokken was. Hij was als een zesde bandlid. We zijn 120% tevreden, ook al duurde het even. Onze muziek werd stap voor stap, jaar na jaar, album na album geschreven. We vertrouwen dat tijd creativiteit met zich meebrengt, simpelweg omdat kunst niet besteld kan worden. Spijtig genoeg zijn we geen band die kan schrijven tijdens het touren. We zouden wel willen, maar het lukt ons niet. We spelen atmosferische muziek waardoor we nood hebben aan een soort werkcontext om te componeren: een echte repetitieruimte, geen backstage. We hebben nood aan rust tijdens het schrijven om in harmonie te komen met onszelf, aan introspectie te doen zoals monniken in een klooster. Daarom duurde het zo lang.
Het schrijfproces voor deze plaat was niet zo eenvoudig. Nieuwe muziek creëren zonder jezelf te herhalen is voor elke artiest een uitdaging. We moesten onze comfortzone verlaten voor “Ascension“. Begin 2018, na het einde van onze laatste Europese tour, hadden we nood aan break. We speelden erg veel shows ter promotie van “Exile” uit 2015, wat absoluut fantastisch was maar ook erg vermoeiend. Enkele maanden later, startten we met repeteren en het componeren van nieuw materiaal. “Ascension” kwam op een natuurlijke manier tot stand en werd opgenomen in juli 2019. Het was een opwindende ervaring en we zijn erg tevreden over het eindresultaat. We staken bloed, zweet en tranen in deze plaat.

Voor de derde keer op rij werkten jullie voor het hoesontwerp samen met Førtifem, een grafisch designduo bestaande uit Adrien Havet en Jessica Daubertes. De covers van de eerste twee platen deden me denken aan het werk van Gustave Doré, terwijl het nieuwe artwork lichtjes anders is. Waarom werd de grafische stijl van de voorgangers niet doorgetrokken om een soort van consistentie doorheen de trilogie te bewaren?
We waren reeds fan van hun werk voordat we onze samenwerking startten. We zijn inderdaad erg geïnspireerd door artiesten zoals Gustave Doré, John Martin en Albrecht Dürer. Net zoals voor de productie van de plaat, hadden we ook voor het artwork een precies idee van wat we wilden voor ogen. Je hebt gelijk dat de stijl van de hoes van “Ascension” een beetje afwijkt. We zochten iets dat aan de ene kant het algemeen concept van de plaat gemakkelijk kon weergeven, maar aan de andere kant ook uniek was. En natuurlijk is de ontwerpstijl van Førtifem ook geëvolueerd. We zochten een episch beeld in lijn met onze sound en het concept van de plaat. We gaven hen de nummers met precieze aanwijzingen en ze kwamen enkele weken later, na wat over-en-weer gemail, met het eindresultaat op de proppen. Daar waar “Exile” eindigde met “The incandescent march“, de gloeiende tocht van duivelse krachten naar de hemel, start “Ascension” met het nummer “A new order” waarvan de tekst het artwork inspireerde. Het vuur symboliseert de viering van de komst van Lucifer en Lilith in het koninkrijk van God en het hemelgevecht tussen de aartsengelen en demonen. Je kan ook een nieuwe toren van Babel zien op de achtergrond, die heropgebouwd wordt na op “Exile” door God vernietigd te zijn geweest. Dit symboliseert de pretentie en ijdelheid van de mensheid versus de Vader die ze verachten. Er wordt al een goede clue gegeven aan het begin van de plaat over wie het gevecht gaat winnen, maar er volgen nadien nog enkele twists.

De eerste twee platen verschenen via Les Acteurs de l’Ombre Productions, maar voor “Ascension” besloten jullie met Season Of Mist samen te werken. Was de band klaar voor de volgende stap?
Het is nog te vroeg om daarover te spreken, maar we zijn tot hiertoe wel erg tevreden over onze samenwerking met Season Of Mist. Ons vorige label LADLO had een kleine structuur waarbij de medewerkers een ongelofelijke dosis energie in het ontwikkelen van bands zoals de onze staken via een intens underground netwerk van promotie en distributie. We hebben veel aan hen te danken en beseffen dat we zonder hen nu niet zouden staan waar we staan. We kozen nu voor Season Of Mist simpelweg omdat de kans zich voordeed. Het is een grotere structuur en niet tekenen zou een fout geweest zijn. Dit was nodig om de band verder te laten evolueren.

Jullie speelden al op een groot aantal festivals zoals Hellfest, Roadburn en Dour. Verkiezen jullie om voor een grote massa te spelen of eerder de meer intieme setting van een kleinere club show?
We zijn een live band en houden van beide. Elke show is uniek en elke keer willen we dat het publiek met een wereld in aanraking komt die ze nog nooit ervaren hebben, het maakt niet uit of ze onze muziek al dan niet kennen. Voor 10.000 man spelen op Helffest was ongelofelijk, maar we houden ook van kleinere clubs. De vibe is telkens anders, maar we zijn wel telkens gedetermineerd. Maar voor 80% moeite doen zou liegen zijn tegen de mensen die naar ons komen kijken. Elke keer geven we het beste van onszelf. We MOETEN dit doen tijdens elke fucking show. Dit is primordiaal voor ons.

Komt er een Europese tour aan ter promotie van de nieuwe plaat en doen jullie daarbij ook België en Nederland aan?
Momenteel staan er enkel shows in de buurlanden op de planning, maar we hopen dat een volledige tour zal volgen! We hebben een speciale collaboratie met Hangman’s Chair gepland op Roadburn en Dour, net zoals we enkele maanden geleden deden in Le Trianon in Parijs. We zullen twee sets spelen op Roadburn, de dag voor de samenwerking spelen we “Ascension” in zijn geheel. Ik moet je niet vertellen dat we hier heel fier op zijn. In oktober staan ook Brussel en Arlon op de planning.

Hebben jullie al een nieuw concept in gedachten voor de volgende plaat/platen?
Neen, momenteel denken we maar aan één ding: TOUREN!

The True Werwolf – Devil crisis

Het verhaal van de Finse black metal-scene vertellen zonder Lauri Penttilä te vermelden, zou ongeloofwaardig zijn. De legendarische Fin is onder tal van pseudoniemen in een dozijn bands actief en tel daar gerust nog maar eens een verleden in minstens evenveel acts bij. De meest klinkende namen zijn Satanic Warmaster voor die eerste categorie en Horna voor de laatste. Onder de monniker Werwolf runt hij tevens zijn eigen label Werwolf Records en met The True Werwolf heeft de muzikant sinds 2012 nog een soloproject lopen dat met de regelmaat van de klok een resem demo’s, EP’s en splits uitpoepte. In 2020 werd het tijd voor het échte werk en verschijnt het debuut “Devil crisis” dat zes jaar in de maak was. Het verleden van The True Werwolf werd gevoed door een bloeddorstige voorliefde voor vampieren, middeleeuwse hekserij en mystiek. Op deze langspeler gaan de teksten ook de meer erotische en in “0373” zelfs kosmische tour op. Onze Satanic (Star)War(s)master is niet vies van een streep toetsen die afkomstig zijn van de handen van Tollhorn (Finntroll en Moonsorrow) en voor de drums werd de satanische medeplichtige terrorist Grond ‘opgetrommeld’. Het tien minuten durende “Thy deviant” is een knap staaltje met majestueuze keyboards doorspekte grimmige old school Finse black. Doorheen de introklanken van het op-en-top Fins klinkende “Spellbound” is één of andere betoverende spoken word sample geweven. In het nummer word verder geëxperimenteerd met sappige screams en diepere growls die synchroon samenlopen waarna vrouwelijk kreten voor een necro-sfeertje zorgen. Leuk weetje is dat de muziek van verschillende nummers oorspronkelijk soundtracks van videogames zijn. Zo werd de melodie van “0373” gecomponeerd door de Japanner Naoki Kodaka voor het spel “Journey to Silius” en in het geval van “Chi no namida” werd de compositie “Bloody tears” van Kenichi Matsubara van “Castlevania II: Simon’s quest” inclusief een Duitse dialoog uit “Castlevania Dracula X” in een zwartmetalen jasje gestoken. Het zorgt voor menig catchy oorwurm wat een leuke meerwaarde geeft aan een band die voor de rest weinig verschillen baart met hoofdbezigheid Satanic Warmaster. Enkel het afsluitende “Magick fire” dat een jaren ’80 speed metal vibe heeft, is te cheesy voor mij en doet wat afbreuk aan een voor de rest geslaagde plaat. Leuk spul voor liefhebbers van oude Finse symfonische black en/of Japanse videogames.

JOKKE: 81/100

The True Werwolf – Devil crisis (Wrewolf Records 2020)
1. My journey’s under the battlemoon
2. Thy deviant
3. Spellbound
4. Chi no namida
5. 0373
6. The witch of my heart
7. Magick fire

Treurwilg – An end to rumination

Of het nou lag aan de Nederlandse bandnaam of het logo, om één of andere reden nam ik aan dat dit een black metal schijf zou zijn. Ik was dus enigszins verbaasd toen bleek dat de Tilburgers van Treurwilg eigenlijk een soort slepende doom metal spelen. Met deze release in eigen beheer zijn ze, naar vier jaar stilte, toe aan hun tweede studio album. Hoewel je op basis van hun bijgevoegde biografie, de term “studio album” moet nuanceren. De heren delen namelijk mee dat het allemaal min of meer live werd opgenomen met een minimum aan overdubs of opsmuk en dat de vijf nummers dienen gezien te worden als één enkel stuk over angst, zwakte en de mogelijke overwinning op deze emoties. Vandaar waarschijnlijk ook het unieke cover artwork, welke vermoedelijk een kunstzinnige representatie is van de voornoemde gevoelens, maar voor mijn ogen teveel lijkt op een eindwerk aan de kunsthumaniora. Kortom, een ambitieuze aanpak, die niet helemaal heeft geloond. Hoewel ik veel respect heb voor bands die dit doen en daarmee het verschil tussen opname en live performance verkleinen, heb ik daar als luisteraar en recensent gewoon niet geweldig veel aan. Zeker niet als het muziek betreft die had kunnen profiteren van een betere sound en een paar extra takes. Begrijp me niet verkeerd, het is allemaal zeker niet slecht en als dit niveau effectief live wordt gehaald, dan prima… maar onder deze omstandigheden, ben ik toch niet geheel overtuigd. Daarvoor is de sound soms wat te modderig, het spel hier en daar niet strak genoeg en zijn de nummers vaak wat te langdradig. Dit laatste is, volgens mij dan, vooral te wijten aan de lang uitgerokken tokkels en de nogal eentonige drums. Deze zijn ook weer absoluut niet slecht te noemen, maar ze missen gewoon de inventieve afwisseling en sfeervolle klank die broodnodig is om dergelijke lange tracks interessant te houden. Iets wat misschien anders was geweest met een modernere aanpak achter de knoppen. De zeer sterke strot van zanger/gitarist Rens draagt heel veel op dit album. Enkel wat sneu dat er geen cleane zang te horen is. Goede toonvaste vocalen, op die tokkels bijvoorbeeld, hadden een meerwaarde kunnen betekenen. Een speciale vermelding blijkbaar voor Faal- en Fenadorn keyboardiste Catía, die de nummers aan elkaar rijgt met synth outros die, jammer genoeg, niet bijzonder indrukwekkend zijn qua sound of compositie. Weliswaar met als uitzondering, de laatste twee mooie minuten van afsluiter “Shallow pools of Grief“. De beste stukken op het album vind ik terug in het meer up-tempo “The fragility of mankind“, een nummer dat dan toch wat flirt met atmosferische black, en het funeral doom geïnspireerde “Myosotis“. Dit is een album dat, ondanks enkele tekortkomingen, veel belooft voor de toekomst en ik hoop dan ook van harte dat Treurwilgs volgende opus de knaller is waar “An end to rumination” naar hint.

Xavier: 69/100

Treurwilg – An end to rumination (Eigen beheer 2020)
1. Fragility of mankind
2. In ruin and misery
3. Myosotis
4. I
5. Shallow pools of grief

Nawaharjan – Lokabrenna

Het Duitse Nawaharjan is zo’n band die duidelijk niet over koetjes en kalfjes zingt, maar wilt dat diens muziek stevig verankerd is met een overkoepelend thema. In het geval van “Lokabrenna“, het volwaardige debuut dat negen jaar na de EP “Into the void” verschijnt, betreft het een conceptueel werkstuk gebaseerd op het uit de Germaanse mythologie stammende “Thursian Brandawegiz”-systeem, een soort mix van heidendom en satanisme waarbij destructieve/negatieve krachten (‘Thursar’) worden vereerd in plaats van goden (‘Æsir – Ásatrú’). Elk van de negen nummers is een hymne die opgedragen wordt aan Loki en de albumtitel die vertaald kan worden als “Loki brandt” is de Scandinavische naam voor de ster Sirius die volgens de Brandawegiz-traditie wordt geassocieerd met de bevrijdende krachten van Loki en de vernietiging van de kosmos tijdens Ragnarök. Wie meer over dit onderwerp wilt weten, kan enkele boeken van de Zweed Johan S. Lahger, beter bekend als Shamaatae van Arckanum, opsnorren. Niet toevallig is deze Zweedse pioniersband de eerste referentie, zowel qua muziek als zang, die in mijn gedachten opkomt wanneer het korte “Warassuz” meteen met volle kracht uit de boxen knalt. Naarmate de plaat vordert hoor ik ook steeds meer en meer invloeden van een Misþyrming doorschemeren, vooral door de opzwepende zang en tempo’s. Met nummers van gemiddeld zo’n 6 à 7 minuten speelduur verwachte ik de nodige dynamiek, maar op dat vlak kom ik bedrogen uit want Nawaharjan laat hier bijna één uur lang hetzelfde kunstje horen waardoor de verveling al gauw toeslaat. Zo heb ik bv. enkel door de seconde stilte tussen “Thwerhanassuz” en “Umbibrautiniz” door dat er een ander nummer ingezet werd. De drummer kiest in de snelle passages bijna steevast voor een up-tempo single kick drumbeat die we na een nummer of drie wel gehoord hebben. Het militaristisch klinkende snaredrumpatroon dat in “Thwerhanassuz” opduikt, klinkt hierdoor als een verademing. Naar adem happen is iets waar de vier gesluierde muzikanten weinig oog voor hebben, want zowel de vocalen als de gitaren en drum vechten voortdurend voor een plaats vooraan in de mix waardoor finesse en details verloren gaan. En ondanks het soms epische karakter van de lange nummers is er zoals gezegd heel weinig dynamiek. Af en toe schakelt het viertal wel eens een versnelling lager, maar aan het einde van de rit blijft daar niet veel van hangen want ik heb het gevoel naar een constant voortrazende plaat geluisterd te hebben. Slecht is het allemaal niet en er passeren naast de best ferme hekkensluiter “Hradjungo” wel enkele knappe Zweeds aandoende riffs, maar zelfs na meerdere luisterbeurten wil de mayonaise bij mij niet echt pakken.

JOKKE: 73/100

Nawaharjan – Lokabrenna (Amor Fati Productions 2020)
1. Warassuz (Awareness)
2. Maino (Intention)
3. Skuwwe (Reflection)
4. Ūtfurskō Exploration)
5. Sunjo (Realization)
6. Thwerhanassuz (Opposition)
7. Umbibrautiniz (Transformation)
8. Thrawo (Suffering)
9. Hradjungo (Liberation)

Bütcher – IJzer en metaal los op iedereen zijn bakkes

Ik kom uit een tijd dat platen regelmatig nog gekocht werden door voort te gaan op coole hoesontwerpen, zonder één noot muziek gehoord te hebben. Vooral de covers van onze landgenoot Kris Verwimp spraken destijds tot mijn jeugdige verbeelding. Op papier is het speed/heavy/thrash/black-metalgezelschap Bütcher, niet helemaal mijn ding, maar geïntrigeerd door de cover en de titel van het nagelnieuwe “666 goats carry my chariot” én het feit dat de plaat op het legendarische Osmose Productions verschijnt, werd mijn interesse in mijn landgenoten toch getriggered. We klopten aan bij zanger R. Hellshrieker en gitarist KK Ripper voor een gesprek vol vuur, passie, metal, spikes & leather. (JOKKE)

Dag heren. De releaseshow voor “666 goats carry my chariot” zit erop. Is het dak van Het Bos eraf gegaan?
R Hellshrieker: Dag Jokke. Toch wel! De verwachtingen lagen hooggespannen en dat hadden we zelf mee gecreëerd: veel promotie gemaakt, gezorgd voor een goede vormgeving, een sterke affiche met internationale bands samengesteld en de show exact op de releasedatum gepland. Wanneer dan op voorhand de nieuwe videoclips verschenen, en stuk voor stuk erg goede reviews binnenliepen, ging het plots ook extra snel met de kaartenverkoop. Fans uit verschillende landen waren zelfs vertegenwoordigd, met een uitverkochte zaal tot gevolg en elektriciteit in de lucht. Het publiek had er zin in, wij ook – wij hebben altijd zin om live te spelen – en de energie die we gaven kwam volledig terug. En eindelijk konden we alle nieuwe nummers spelen, die werden erg goed onthaald, en de plaat verkocht waanzinnig. Wij zijn dus tevreden van de release!

KK Ripper: Inderdaad. De videoclip zorgde zelfs voor een zodanige boost in ticketverkoop dat enkele van onze dichtste vrienden voor de verrassing kwamen te staan dat het uitverkocht was. Het feit dat er dan nog danig geTicketswapped (Ticketgeswapped?) moest worden gaf wel aan dat er een zekere belangstelling was opgewekt en dat vleit ons wel. Verder hebben alle bands (Schizophrenia, Aggressive Perfector en Hexecutor, met zelfs een bonusnummer met de heren van Extirpation!) de keet in tweeën gespleten. Buiten een kort technisch euvel (Murphy’s Law, I guess) is ook onze show vlekkeloos verlopen en zijn we nog steeds vollenbak aan ‘t nagenieten!

Sinds jullie wederopstanding in 2014 heb ik jullie nog niet live aan het werk gezien. Maar telkens ik live reviews onder ogen kreeg, werd jullie intense en opzwepende podiumuitstraling geprezen. Komt het nog wel eens voor dat jullie meer dan één extra tandje moeten bijsteken omdat het publiek er als een bende zoutpilaren bijstaat? Zien jullie wat dat betreft verschillen tussen de verschillende landen waar jullie al opgetreden hebben?
R Hellshrieker: Goh, wij zijn zo bezeten van de muziek die we zelf maken – misschien zelfs een beetje verslaafd aan de adrenaline stoot van live spelen – dat een tandje bijsteken nooit echt een optie is, omdat – ongeacht waar en voor wie we spelen – Bütcher altijd tot het gaatje gaat. Als het publiek dan zou kiezen om er als een zak zout bij te staan zou dat jammer zijn, maar extra beleving kunnen we toch nooit meer geven. We treden steeds boven die mentale grens op! Het is vooral fijn om te kunnen zeggen dat het publiek er nooit zo bijstaat. Ook in landen die we voor de eerste keer aandoen krijgen we het vuur aan de lont en ontploft het. Duitsland blijft wel een belangrijke afzetmarkt… ze vreten daar oude metal als ontbijt denk ik. Maar Nederland en Zwitserland waren bijvoorbeeld ook erg succesvol dit jaar. Pitfest (NL) was pure chaos en energie! Muskelrock in Zweden was dan eigenlijk net hetzelfde… Het is op die momenten dat je merkt dat de bandnaam zich verder verspreidt. Dus eigenlijk kunnen we er nog steeds moeilijk een bepaald land op plakken. Waar we wel verder op inzetten is om de show beter en uitgebreider te maken – in de mate van het mogelijke op logistiek gebied, en wat een organisatie toelaat op gebied van brandveiligheid, haha.

KK Ripper: Aangezien mijn collega R Hellshrieker voor elk optreden steevast zijn portie springbonen eet, duurt het meestal niet lang vooraleer we “the head that doesn’t bang” overtuigd hebben. Zoals gezegd, maar voor mij in het bijzonder, was Muskelrock een haast buiten-lichamelijke ervaring: optreden in een metalen kooi waar tijdens de show de metalheads aanhingen te headbangen alsof ze met de zweep gedreven werden. Dat vergeet ik alleszins nooit meer!

Jullie eerste langspeler “Bestial fükkin’ warmachine” verscheen via het Antwerpse Babylon Doom Cult Records. Nu is het echter tijd voor Osmose Productions waarop heel wat legendarische platen van o.a. Marduk, Immortal, Enslaved, Bewitched en Absu verschenen. Is het verschil in kaliber tussen beide labels al voelbaar voor Bütcher?
R Hellshrieker: Het is voelbaar, zeker. Osmose zit nu eenmaal met wereldwijde verdeling, dus zowel qua promotie als beschikbaarheid is het een grote stap voorwaarts. Het album is ook op alle grote streamingplatformen beschikbaar, het was makkelijker om via magazines als Decibel Mag en Deaf Forever promo te lanceren… En die legendarische geschiedenis van het label die je aanhaalt, dat ligt bij heel veel metalheads nog nauw aan het hart. De combinatie Osmose met het artwork van Kris Verwimp schept een bepaald verwachtingspatroon… dixit een heleboel reviews. We kunnen er blijkbaar ook aan voldoen, dus dat maakt het extra mooi om met Bütcher in die stal zitten. Wij durven ons gerust thuis voelen tussen die namen – alles in perspectief geplaatst uiteraard. Hoe meer we samenwerkten met Osmose, hoe beter de communicatie ook werkt… maar niets zal de credits wegnemen hoe Jo en BDC de nek hebben uitgestoken om ons een eerste, o zo belangrijk, platform te geven.

Na de release van jullie debuut langspeler werd er grote kuis gehouden in de line-up waarbij bassist JA Pulsatör, gitarist DB Deströyer en drummer PB Tormentor het voor bekeken hielden. Wat was de reden voor hun vertrek en was het moeilijk om plaatsvervangers te vinden?
R Hellshrieker: Voor KK Ripper en mijzelf was er wellicht een verschil met de anderen op gebied van verwachtingen en hoe wij de band wilden zien evolueren. Dat heel klein beetje bereikt te hebben waar Bütcher nu staat heeft een ongezonde dosis exclusiviteit en toewijding gevraagd. Mentaal én fysiek – persoonlijk durf ik zelfs nog niet eens denken aan de toekomst. Meer willen wij er eigenlijk niet over kwijt, het zou verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd. En eigenlijk kunnen we alleen maar blij zijn dat wij uiteindelijk allemaal samen nog een dikke pint kunnen drinken: ik ken die gasten al bijna 20 jaar, en ze hebben allemaal ten volle hun rol gespeeld in het Bütcher verhaal.
Bij het zoeken naar nieuwe leden hadden we één groot geluk. Wij wisten direct wie we erbij wilden, en LV Speedhämmer en AH Wrathchylde stemden meteen toe. Maar het was wel vlak voor de opnames dus drums werden op 1 à 2 weken klaargestoomd en baspartijen werden nog door KK Ripper ingespeeld. Bloed, zweet en metalen tranen heeft het gekost, die plaat!

KK Ripper: Ik wil nog even benadrukken hoe zeer ik de partijen aan beide kanten van het schisma een warm hart toedraag. Jolle, Polle & Beuk hebben deze beslissing genomen omdat dat op lange termijn het beste ging zijn voor henzelf en voor de band en dat respecteer ik enorm. En Speedhämmer en Wrathchylde stonden onmiddellijk klaar op een moment dat wij zelf niet meer wisten hoe we het gingen moeten bolwerken en hebben ons echt uit de brand geholpen.

Opgeven staat duidelijk niet in jullie woordenboek want wanneer één van de bandleden voor een show verhinderd is, weten jullie steeds stand-ins op te trommelen om toch maar geen show te hoeven cancellen. Dat broederschap met muzikanten van andere bands lijkt me goud waard. Is er trouwens een grote speed/heavy/thrash-scene in België?
R Hellshrieker: Het is ronduit fantastisch dat we kunnen rekenen op een paar steengoede muzikanten om ons verder te helpen. Bütcher levert een engagement en dat betekent de beschikbaarheid van de band wanneer men ons wil boeken – op een plaats waar wij de keuze maken ook te willen spelen, welteverstaan. Je moet dat ook doen om te kunnen groeien. Die beschikbaarheid betekent dat wij soms met een andere drummer of bassist spelen, inderdaad. Ook al kost dat extra moeite om te repeteren, het toont vooral aan hoe ook die klassebakken bezeten zijn van muziek en optreden, en dat met ons willen doen. Wij zijn ongelooflijk dankbaar voor iedereen die met ons op het podium stond, en hoe cheesy het ook klinkt, het voelt als een soort broederschap. Ondertussen is die lijst aanzienlijk: Vincent Verstrepen van Carnation, Andreas Stieglitz van Speed Queen, Rob Martin van Rrrags (zijn vuurdoop is in Hamburg in Maart), Nils Pervé van Incinerate, Kevin de Leener die zijn sporen in Saille, Battalion, Gorath,… verdiende. Op de releaseshow hadden we Max Mayhem van Evil Invaders als tweede gitarist. Dat was alvast een schot in de roos…Ik zou niet zozeer spreken over een speed/heavy/thrash scene per se, maar we hebben steengoede bands in België en het is fijn om deel uit te maken van zo’n talentvolle scene. Carnation, Schizophrenia, Incinerate, Slaughter Messiah, Terrifiant, Possession, Violent Sin, Speed Queen,… Belangrijker is het gevoel van Metal met de grote M dat deze bands delen, dan per se de benoeming van een subgenre.

KK Ripper: Dat laatste vind ik ook zo belangrijk. Ik liep natuurlijk nog niet rond ten tijde van de legendarische affiches van het Heavy Sound-festival te Poperinge, maar ik kan zo mijn ogen uitkijken op het feit dat daar Mercyful Fate, Metallica, Manowar, Motörhead,… allemaal door mekaar stond. Als ik praat met anciens uit die tijd, met verhalen over Candlemass en Morbid Angel op één affiche, en iedereen die op elke band even hard uit z’n dak ging; dat is Metal met de grote M. Wij zijn uiteraard geen band van dat kaliber, maar ik merk dat ik niet de enige ben die hunkert naar die diversiteit. Noem het nostalgie naar een tijd die we zelf niet hebben meegemaakt, maar het overdreven hokjes-denken is niet aan mij besteed, we zijn allemaal hardrockers.

Ondanks de ingrijpende line-up wissel ligt “666 goats carry my chariot” een kleine tweeënhalf jaar later al in de rekken. Was het een gemakkelijk schrijfproces of wordt het steeds moeilijker om nieuwe nummers te pennen die beter klinken dan het oude werk? En waarom werd er geen tweede gitarist aangetrokken?
KK Ripper: Wel, eerlijk gezegd verliep het schrijfproces zeer natuurlijk en intuïtief. De eerste plaat “Bestial fükkin’ war machine”, was een belangrijke stepping stone naar een identiteit als band. Misschien met momenten wat groen achter de oren of wat onervaren met het analoog opnemen, maar desalniettemin, zeer bepalend voor de richting die we met “666” gingen inslaan. Meer oude heavy metal en black metal invloeden, en niet alleen vanuit de black/thrash maar ook vanuit de meer epische hoek, dat werd de formule. Let wel, “45 RPM metal“, het eerste nummer dat voor deze plaat geschreven is, hebben we al live gebracht bij de release van de vorige plaat, terwijl “Brazen serpent” nog nooit met de voltallige band gespeeld was voor we de studio introkken. R wist dus niet welke lagen leadgitaar etc. op dit nummer gingen komen, want die bestonden alleen nog maar in mijn hoofd. De intro en outro zijn letterlijk op hotel in IJmuiden tot stand gekomen, net als bepaalde solo’s. Ik presteer blijkbaar gewoon beter onder tijdsdruk. Ik moet zeggen dat het nu moeilijker wordt; de plaat is al een jaar ingeblikt en ik heb sindsdien nog niets concreet geschreven. Als ik te veel tijd heb, ga ik alles overdreven analyseren; “dit is te veel volgens de ‘formule’, dat wijkt er te zeer van af”… Nu we met “666 goats” de puntjes op de “i” hebben gezet qua identiteit als band, is er veel druk om het keer op keer waar te maken. Daarmee ook mijn grote bewondering voor het meer recente werk van Darkthrone, die gasten zeiden op een gegeven moment ook “fuck it”. Mijn waslijst aan invloeden wordt alleen maar langer, dus hoe het toekomstige schrijfproces gaat verlopen, dat is voor mij ook nog een raadsel.

I.v.m. een tweede gitarist: let wel, de nummers voor de nieuwe plaat zijn wel geschreven met een tweede gitarist indachtig. ‘Den Beuk’ zat toen immers nog als DB Deströyer in de band; zijn stijl is zeer geënt op death-metal-slaggitaar, dus ik had niet de zotste Iron Maiden-harmonieën voor ogen maar eens ik er alleen voor stond bleek het toch niet zo evident om dat op te vangen. Toch hebben we lang gewacht om een tweede gitarist te zoeken. Ik wou niet zomaar iemand aannemen om voort te kunnen, om dan misschien een paar maanden later in hetzelfde schuitje te zitten. Gelukkig is AH Wrathchylde zijn basspel erg dragend, dus ben ik er toch even mee weggekomen. De connectie tussen gitaristen in een band moet erg goed zijn: Downing & Tipton, Denner & Shermann, Murray & Smith, Robertson & Gorham,… Dat wil ik en niets minder! Met Max zou ik dat 100% zien zitten maar ik ga nog niet te snel uit de biecht spreken; het is belangrijk dat we eerst onze verwachtingen naar elkaar duidelijk maken. Evil Invaders is natuurlijk ook een machine die voor niks en niemand stopt en daar heb ik alle begrip voor.

Het prijsbeest van de nieuwe plaat in ongetwijfeld de ruim negen minuten durende titeltrack die als het ware als jullie persoonlijke “Bohemian rhapsody” bestempeld kan worden. We horen hier elementen van Manowar tot Bathory en van Emperor tot Mercyful Fate in terug. Is dit ondanks het ietwat afwijkende karakter reeds jullie ultieme nummer denk je of zijn er andere songs die de kern van Bütcher beter samenvatten?
KK Ripper: Eerst en vooral, bedankt! Ik zou liegen moest ik zeggen dat ik er niet trots op ben. Maar het is inderdaad sterk afwijkend, wegens zijn wat gedragen sfeer tijdens de verzen, dus daarom denk ik niet dat dit nummer ons definieert. Nee, ik ben meer album-oriënted. De plaat definieert ons in al zijn eclecticisme. Ondanks het feit dat onze invloeden zeer duidelijk zijn en dat je ons moeilijk erg origineel kan noemen, denk ik dat we door de verscheidenheid van invloeden binnen de old skool metal toch een sterke eigen identiteit hebben gecreëerd. En als dit onze “Bohemian rhapsody” is, zou ik toch ook nog een eigen “Tarkus” willen (voor diegenen die uit de lucht komen vallen, check Emerson, Lake & Palmer – “Tarkus“).

Om eerlijk te zijn ben ik doorgaans niet zo wild van heavy/speed metal en de bijhorende falsetto uithalen, maar toch vind ik jullie nieuwe plaat én de zang te gek terwijl de voorganger me een pak minder doet. Misschien komt het doordat er iets meer subtiele black metal-invloeden in het nieuwe werk zitten? Wat maakt Bütcher volgens jullie anders dan de concurrentie in het genre?
R Hellshrieker: Net dat wat je aanhaalt. Waar we de mosterd gaan halen is overduidelijk, maar toch trekken we het een pak breder dan andere bands. Het is net dat vermengen van heavy metal, speed metal en black metal waar wij onze eigen niche mee creëren. Ik ben ook helemaal geen falsetto zanger, die scholing en dat talent ontbreek ik. Maar de vocalen zijn een beetje zoals de muziek als het gaat over combineren: het samen gooien van uithalen van Tim Baker, King Diamond, Dan Beehler en dat schoeien op de leest van de twee heren Tom (G. Warrior & Araya), met wat Mille Petrozza, Schmier, Cronos en Tyrant erin. Wellicht dat het daarom toch meer je voorkeur geniet dan wanneer je enkel op de classificatie van Bütcher als speed/heavy metal afgaat?

Bütcher’s sound wordt gesmeed uit heavy, speed, thrash en black metal waarbij de invloeden me ergens begin jaren negentig lijken te stoppen. Zijn er nadien nog platen verschenen die jullie van onschatbare waarde vinden?
R Hellshrieker: Nifelheim met “Devil’s force” (1997). Dat is echt het epitoom van metal voor me. Pentacle met “…Rides the moonstorm” (1998). Kapot gedraaid destijds. Repugnant’s enige full length “Epitome of darkness” uit 2006… Daarnaast op het eerste zicht misschien geen albums van écht onschatbare waarde, al zeker niet eind jaren ’90 en begin van de eeuw, maar uiteraard nog wel krakers. Die eerste albums van The Lord Weird Slough Feg bijvoorbeeld, Desaster, Sabbat (JP) bleef ijzersterk… Kijk, als ik eenmaal begin, ja toch wel hoor… En nog steeds bands die hun sporen al eerder verdienden (“At the heart of winter” van Immortal is een persoonlijke favoriet) en ik blijf verliefd op Maiden’s “Brave new world“. Maar misschien moeten we eerder aanhalen hoe goed albums van Obliteration, Antichrist, Vektor, Deathhammer, Visigoth, Traveler,… vandaag de dag zijn. De scene is eigenlijk opnieuw aangenaam en divers. Underground metal is terug meer opengetrokken en ik hou van events en gezelschap waar death, thrash, heavy, black, doom en glam allemaal door mekaar kunnen.

KK Ripper: “Wizard’s spell” van Black Magic (2014) en “The knightlore” van Vulture’s Vengeance (2019, begot) zijn voor mij van onschatbare waarde. Ik ben natuurlijk ook met 11 jaar leeftijdsverschil de Benjamin van mijn collega maar hoe recent deze platen ook zijn, ze zullen voor mij de tand des tijds met gemak doorstaan. “The knightlore” is nog geen jaar oud maar deze band heeft zo’n ongelofelijk eigen sound en is zodanig vernieuwend binnen een genre met best wel rigide parameters (epic heavy metal) dat ze alle lauweren verdient!

Zowat alle metal-clichés passeren de revue bij jullie. Hoe gaan jullie om met kritiek van buitenstaanders die het uiterlijk vertoon als een kinderachtige circusopvoering afdoen?
R Hellshrieker: “WE SPIT ON THOSE WHO POSE AND THRASH WITH ALL THE REST!” Eigenlijk heb ik al goesting om het daarbij te laten, want iemand die onze vertoning als flauw of achterhaald bestempelt, kan je verder niet overtuigen. En ik heb gewoon geen zin om nuance of kadering te geven: iemand snapt nu eenmaal wat we brengen, of snapt het niet. Is dat niet, feel free to move on. Ik hou zelf van een portie theater, en van de beleving die een band aan de dag legt. Wij opereren nu eenmaal in een spectrum dat leeft op kogelriemen, spikes, poses en leer. Heel de band houdt vast aan die traditie, en wie weet evolueert het ooit wel een beetje. Maar waarom ons druk maken in wat iemand anders daarvan vindt? De energie die we zouden steken om dat te verklaren, gebruiken we beter voor een NIEUWE SHOW VOL STAAL, VUUR EN BLOED. Knipoog.

Voor het nummer “Iron bitch” werd een video opgenomen. De live beelden zijn echter niet van een live show afkomstig maar werden in een Trix Studio geschoten. Was het niet vreemd om voor een lege zaal een show te staan geven?
R Hellshrieker: Op zich niet echt…al is het even wennen, want die interactie met het publiek is er niet, en daar leven we wel van. Maar we kennen een beetje onze eigen performance, je weet wat je tijdens een show doet. En de focus was groot die dag want er zit best wel wat druk achter om het tijdig in te blikken… Dus we hebben ons snel genoeg in onze rol kunnen steken.

Met “666 goats carry my chariot” hebben jullie een straffe plaat op zak die waarschijnlijk heel wat deuren voor jullie gaat openen. Het lijkt me alsof jullie zevenjarige break destijds nodig was om nu op het niveau te staan waar jullie staan. Als jullie destijds hadden blijven verder doen was deze plaat er misschien zelfs helemaal nooit geweest. Kunnen jullie je vinden in deze hypothetische stelling?
R Hellshrieker: Ik kan me daar zeker in vinden. Maar ik kan het beter zo verklaren: het is een andere band sinds 2014. We waren in 2007 uitgeblust, en er was ook al helemaal geen plan of visie of ambitie. Bütcher begon als een leuk project om wat afwisseling te brengen tussen alleen maar het death en black metal gebeuren begin jaren 2000… Het lijkt nu misschien wel een break, maar Bütcher stopte gewoon, indertijd. Nooit was er nog het idee om dat terug leven in te blazen, tot een onverwachte (bijzonder leuke) avond in 2014. Maar toen we er terug aan begonnen was dat met KK Ripper, en dat veranderde heel de zaak. Dus buiten de naam en één à twee oude nummers spreken we over een nieuwe band sinds 2014. Ook al begonnen we terug met drie oorspronkelijke leden, ik ben de enigste van toen die nog overschiet. Ik bekijk het ook als een nieuwe band, al is het niet zonder met veel plezier terug te denken aan een aantal topmomenten van de ‘oude’ Bütcher.

Wat mogen we de komende maanden zoal van Bütcher verwachten?
R Hellshrieker: IJzer en metaal los op iedereen zijn bakkes!! Want er komen weer massaal veel shows aan. Eerste keer naar Spanje, Party San Open Air kijken we erg naar uit, x-aantal data in Frankrijk, Nederland en vooral Duitsland liggen weer vast en maken we binnenkort bekend. In eigen land staat Oljst Omploft op de planning, en volgt wellicht nog wel wat. Ons boekingskantoor werkt in ieder geval stevig verder aan een goed gevulde kalender. En natuurlijk… werken aan nieuwe nummers…

Bedankt voor het interview!
Graag gedaan, dank aan Addergebroed voor deze babbel!

Blaze Of Perdition – The harrowing of hearts

Vijfde langspeler alweer voor het Poolse Blaze Of Perdition, een band die zich in het overvolle occulte en orthodoxe black metal genre gestaag naar de top aan het werken is middels een reeks uitstekende platen. “The harrowing of hearts” komt er drie jaar na “Conscious darkness“, een periode waarin de band van Agonia Records naar het grote Metal Blade verkaste en waarin drummer DQ (ex-Mord’A’Stigmata en Arkona) en gitarist M.R. (In Twilight’s Embrace) aan boord gehesen werden om de oorspronkelijke kern bestaande uit zanger Sonneillon en gitarist XCIII te vervolledigen. De “The harrowing hearts” klokt op een pittige 52 minuten af en bevat naast zes nieuwe eigen composities in de vorm van “Moonchild” ook een cover van Fields of the Nephilim. De gothrock van deze grootmeesters heeft trouwens duidelijk haar sporen nagelaten in de black van de Polen. Dat maken de eerste twee nummers “Suffering made bliss” en “With madman’s faith” meteen duidelijk door meer op warmbloedige atmosfeer en mid-tempo melodieën in te zetten waarbij de meer rock-georiënteerde drumstijl van de nieuwbakken vellenmepper goed tot zijn recht komt. Een zeer gesmaakte nieuwe invalshoek wat mij betreft. Met “Transmutation of sins“, de eerste vrijgegeven single voor de nieuwe plaat, wordt terug wat sneller van leer getrokken hoewel deze song zich ook al snel ontplooit tot een melodieuze kraker met een erg aanstekelijk meezingbaar refrein. Blaze Of Perdition is duidelijk toegankelijker geworden en begint wat naar recente Nachtmystium te neigen. Halfweg de plaat valt “Królestwo Niebieskie” op door de Poolse teksten waar we geen jota van verstaan – terwijl de screams van Sonneillon wanneer hij Engels uitbraakt vrij goed te volgen zijn – wat een gesmaakt exotisch kantje toevoegt aan het nummer dat opnieuw aan goth rock ontleende ritmes en melodieën bevat waarin ook een belangrijke rol voor de stuwende basgitaar is weggelegd. “What Christ has kept apart” zoekt wederom de aanstekelijkheid van “Transmutation of sins” op en weet op je gevoel in te spelen middels slepende leadgitaren en infectieuze melodieën. Het meer dan negen minuten durende “The great seduces” moet het hebben van bakken atmosfeer, Katatonia-achtige leads, onderhuidse spanning en subtiele post-rock invloeden. Zoals steeds het geval is bij deze Polen sluiten muziek, teksten (losjes gebaseerd op “The harrowing of hell“, de afdaling van Christus naar de onderwereld in de tijd tussen zijn kruisiging en wederopstanding, waarbij het menselijk hart vol angsten, duistere fantasieën en donkere verlangens symbool staat voor de hel) en artwork naadloos op mekaar aan. “The harrowing of hearts” is gemakkelijker verteerbaar dan de vorige platen en ligt goed in het gehoor met heel wat catchy nummers. Deze nieuwe richting voelt echter niet als een knieval richting commercie aan, maar laat zien dat Blaze Of Perdition steeds nieuwe invalshoeken zoekt voor haar kwalitatieve composities en haar black metal-origine hierbij herschaapt tot een beklijvende brok muziek met bredere invloeden.

JOKKE: 89/100

Blaze Of Perdition – The harrowing of hearts (Metal Blade Records 2020)
1. Suffering made bliss
2. With madman’s faith
3. Transmutation of sins
4. Królestwo niebieskie
5. What Christ has kept apart
6. The great seducer
7. Moonchild (Fields of the Nephilim cover)