Maand: maart 2020

Duivel – Tirades uit de hel

Vorig jaar wist de gelijknamige EP van het Nederlandse Duivel ons uit het niets van onze sokken te blazen waardoor we maar wat blij zijn dat er nu ook een volwaardig debuut op onze deurmat ploft. “Tirades uit de hel” werd het ding toepasselijk gedoopt en er staan er zo zes stuks op. De kern van Duivel bestaat uit gitarist N (Urfaust, Botulistum, ex-Fluisterwoud), drummer D (D.R.E.P.), bassist P (van het Amerikaanse Black Anvil) en toetsenist K. Toen het opzwepende, haast maniakale “Dolend verteerd” passeerde werd meteen duidelijk dat W (Urfaust, The Spirit Cabinet) hier de vocalen voor zijn rekening nam, de man heeft immers een stem en zangstijl die uit de duizenden herkenbaar is, vooral wanneer zijn salpeterstrot overslaat in heldere klanken. Nader speurwerk leverde een bont allegaartje aan andere vuilbekkers op die hun strot aan één of meerdere nummers toe bedeelden. Zo horen we S (Galgeras, ex-Fluisterwoud) op het met een knaller van een riff in gang geschoten “Schim der wreken“, het tussen hakwerk en mid-tempo alternerende “Het zwarte hart van walging” en “Hond der pimaten“, drie nummers vol heerlijk vunzige en ranzige old school black waarbij “Het zwarte hart van walging” een catchy keyboardriedeltje bevat dat een hallucinogeen randje aan de song toevoegt. Het meer grimmige, lo-fi klinkende, deels op een sluimerend tempo gespeelde en met spookachtige orgelklanken opgefleurde “Offerande aan de schimmen der afgestorvenen” werd vakkundig door B (ex-Lugubrum) ingekrijst en V (Vaal, Ravenzang) nam het rauwe van een schedelsplijtende solo voorziene “Sluimering van de dood” voor zijn rekening. “Tirades uit de hel” heeft een perfecte sound meegekregen die de nummers lekker energiek uit de boxen laat knallen zonder aan rauwheid te moeten inboeten en de basgitaar onder te sneeuwen. Tel daarbij het zinderend vocaal spektakel vol vuilbekkerij en de grote lading pakkende riffs en begeesterende toetsenpartijen op en je hebt een absolute knaller van een debuut!

JOKKE: 90/100

Duivel – Tirades uit de hel (Ván records 2020)
1. Schim der wreken
2. Offerande aan de schimmen der afgestorvenen
3. Het zwarte hart van walging
4. Dolend verteerd
5. Hond der primaten
6. Sluimering van de dood

Enepsigos – Wrath of wraths

De Noor Anders O. Hansen kennen we als Doedsadmiral van de bands Nordjevel, Doedsvangr en Svartelder. Hij houdt er echter nog een andere band op na die Enepsigos gedoopt werd en verwijst naar de gevallen engel uit het testament van Solomon die van gedaante kan verwisselen. Voor Enepsigos wist de Noor – hier actief als V.I.T.H.R. – drummer Thorns (Darvaza, Fides Inversa en zo veel meer) aan te trekken. Oospronkelijk was de band als studioproject ontstaan wat resulteerde in debuut “Plague of plagues” dat in 2017 via Drakkar Productions verscheen. Het duo wordt nu versterkt door gitarist/bassist Rituul die de opgestapte Straff vervangt en heeft het plan om ook live podia onveilig te maken, zodra dat terug aan de orde is wel te verstaan. Het riffwerk van Rituul is verankerd in Noorse black maar bevat – net zoals bijvoorbeeld de laatste Behexen-plaat – een aan Zweedse death metal ontleende grofkorrelige structuur. Natuurlijk wordt er geramd en geblazen maar een zwaar en heavy downtempo nummer als “Seventh seal” zoekt in de eerste helft eerder doom/death-regionen op waarna Zweeds hakkende drumpatronen het tempo de hoogte insturen om uiteindelijk in knuppeltoestanden en meer technisch gitaarspel uit te monden. Het is een dynamisch en complexer nummer waarin V.I.T.H.R. zijn stembanden in alle uitersten stretcht. Ook in het groovy blastmonster “The whore is the temple” kan de zanger zich uitleven – Attila komt haast even vanachter de hoek piepen – en het is om – net zoals de angstvallig schreeuwende dame die opduikt – schrik van te krijgen. De Gregoriaanse gezangen die “Cups of anger” aftrappen, vallen ook nog positief op maar eigenlijk valt Enepsigos zes nummers lang nergens op een foutje te betrappen, daarvoor is er te veel ervaring binnen de band aanwezig. De high pitched riffs hebben hier een enerverend randje wat doet denken aan Nightbringer. Is u trouwens het artwork van Benjamin A. Vierling al opgevallen? Diens kunstwerkjes prijkten in het verleden ook al menigmaal op die van de vermelde Amerikaanse referentie. Nog even meegeven dat “Wrath of wraths” in de Zweedse Necromorbus Studio vereeuwigd werd en met andere woorden van een puike sound voorzien is. Knappe plaat die een kruisbestuiving van black metal (de helse screams en de haatdragende atmosfeer) en death metal (het bijwijlen groovy riff-werk) laat horen.

JOKKE: 83/100

Enepsigos – Wrath of wraths (Osmose Productions 2020)
1. Shields of faith
2. Confess
3. Seventh seal
4. The whore is the temple
5. Cups of anger
6. Water and flesh

Akatechism/Slidhr – Amongst the lost light of misaligned stars

Het Iers/IJslandse Slidhr keert twee jaar na het verschijnen van diens tweede full length ‘The futile fires of man” terug aan het front middels een 7 inch split die ons tevens doet kennis maken met het Duitse Akatechism. Achter deze band schuilt Shrine Of Insanabilis drummer Serpenth die wordt bijgestaan door zanger/gitarist/Bassist AnV en voor hun eerste teken van leven, de “Dripping flames“-demo, moeten we al naar 2015 terugkeren. In 2016 maakten Slidhr en Shrine Of Insanabilis deel uit van een tour package dat ook nog Acherontas en Sinmara bevatte; het zou me niet verbazen dat het idee voor deze split toen ontstaan is. Akatechism krijgt de eer om het zaakje op gang te trappen en doet dat middels opzwepende zwartmetalen klanken met vocalen die lekker galmen en eerder naar orthodoxe death metal neigen. Het tempo doet meer dan enkel razen en neemt af en toe wat gas terug om zich slepend voort te bewegen. Wanneer de drummer dan toch nog eens volle gas wilt gaan, worden de uitbarstingen vergezeld van heerlijk snijdende tremolo-riffs. Slidhr start nog enigszins ingetogen met eerder doomy black die vergezeld wordt van plechtstatige melodieën en haast engelachtige gezangen. Rond 1:24 wordt er enkele versnellingen hoger geschakeld en worden krachtige zang en een mix van black en atmosferische death metal op ons afgevuurd. Maar ook verderop in deze zes minuten durende compositie wordt nog teruggegrepen naar mid-tempo snelheden en atmosferische randanimatie. Nog even meegeven dat deze split het laatste wapenfeit van bassist Garðar S Jónsson (Almyrkvi en Sinmara) is. Altijd leuk als er bij een split meer gaande is dan het louter samen kletsen van twee bands. Beide nummers zijn niet alleen aan mekaar gewaagd op basis van de geboden kwaliteit maar ook met elkaar verbonden door een cohesie tussen titel, teksten en (verbluffend) artwork. Een 7 inch split die op alle vlakken geslaagd is en een knap staaltje aan samenwerking – mét inachtname van social distancing – laat horen.

JOKKE: 82/100 (Akatechism: 82/100 – Slidhr: 82/100)

Akatechism/Slidr – Amongst the lost light of misaligned stars (Ván Records 2020)
1. Akatechism – Amongst the lost light
2. Slidhr – Of misaligned stars

Moenen of Xezbeth/Оброк – Split

Belgians finest Moenen Of Xezbeth – groot was mijn verbazing dat dit hun debuut is op Addergebroed – trok voor de gelegenheid naar Hongarije om een partner in crime te zoeken voor diens nieuwste split. Het mij onbekende Оброк werd de uitverkorene. Maar laten we met onze landgenoten beginnen. “Temple gates invocation” klinkt op en top als Moenen Of Xezbeth: mid-tempo proto-black met sinistere keyboards en onheilspellende gitaarmelodieën, een vuige (kelder)sound, verdorven screams, mysterieus gefluister en een incidentele klokslag. We worden steevast 25 à 30 jaar terug in de tijd gekatapulteerd. Het Hongaarse Оброк koos een bandnaam die verwijst naar een oude heilige plaats waar goden of overleden familieleden aanbeden werden en had tot dusver een drietal rehearsal opnames op haar naam staan. Het duo A. (zang en drum) en N. (gitaar, bas en orgel) speelt naar eigen zeggen “primitive old-school black/doom mysticism“. Een vlag die de lading dekt want ook hier is het tempo eerder aan de lage kant, wat verder niet wil zeggen dat er geen groove in de riffs verwerkt zit. Een naar stoner neigende groove bijna door het nogal bassige gitaargeluid. Orgeltoetsen zetten een mystiek begrafenissfeertje neer en halfweg wordt de distortionpedaal losgelaten om een rustpunt in te bouwen waarbij clean gitaargetokkel en fluisterende stemmen het mooie weer maken. De normale scream heeft een vrij diep stemtimbre en door de effecten die erop gezet zijn, neigt deze wel wat naar een obscuur death metal stemgeluid. Ook Оброк en diens duidelijk uit het Oostblok afstammende sound kreeg een passende underground “productie” aangemeten. Erg geslaagde split voor liefhebbers van old-school black en doom!

JOKKE: 84/100 (Moenen Of Xezbeth: 83/100 – Оброк: 85/100)

Moenen of Xezbeth/Оброк – Split (Medieval Prophecy Productions/Terozin 2020)
1. Moenen Of Xezbeth – Temple gates invocation
2. Оброк – Светилище

Nahtrunar/Hesychia – Split

Toen ik bovenstaande split in talrijke online shops zag verschijnen, klikte ik deze zonder verpinken in mijn winkelkarretje. Hesychia deed dan wel geen belletje rinkelen, het Oostenrijkse Nahtrunar kan in mijn ogen niet veel verkeerd doen. Toen bleek dat de vinylversie erg karig met info was (eigenlijk enkel vermelding van de bandnaam en songtitels) ging ik online verder op zoek naar dat mysterieuze Hesychia. Vreemd, de zoekfunctie op Metal Archives leverde niets op. Zou het dan om een kakelverse band gaan? Niets van dat, Hesychia blijkt een dark ambient project te zijn van ene Arthur Rosar (dank u Discogs!) die een verleden als zanger bleek te hebben bij Abigor en de platen “Fractal possession” en “Time is the sulphur in the veins of the saint – An excursion on Satan’s fragmenting principle” in zong. “Op zich wel interessant zo’n split met een black metal en dark ambient kant”, dacht ik “hoewel dat laatste ook garant kan staan voor weinig omvattend geneuzel en gekabbel”. Wanneer de naald zakt, maak ik kennis met “Nacht” een twintig minuten durende compositie van Nahtrunar. Het duurt even alvorens de nietszeggende ambient-intro overslaat naar beklijvende tremolo picked riffs die op ons afgevuurd worden te midden van de second wave black metal waarmee deze Oostenrijkse eenzaat ons al twee demo’s en drie langspelers lang bestookt. De gitzwarte melodieën weten ons te raken in het diepste van ons hart en nemen regelmatig een Negative Plane-achtige old-school vorm aan, maar evengoed leunen ze naar heavy metal-achtige melodieuze epiek toe. Uiteindelijk mondt deze kolossale compositie in duistere ambient uit om ons alvast voor te bereiden op het tweede luik van deze split. Kant A rechtvaardigt de aanschaf al, oef! Over naar kant B voor “Licht“, opnieuw een werkstuk van ruim twintig minuten dat ondanks wat de titel laat vermoeden misschien nog meer duister is uitgevallen dan de zwartmetalen klanken die we reeds te verwerken kregen. Hesychia levert een erg bevreemdende compositie af die echter zo dermate goed van de ene naar de andere passage vloeit, dat het een soort van soundtrack voor een deprimerende kortfilm zou kunnen zijn. Alle ingrediënten voor een innemende rit naar de donkerste krochten van je ziel zijn aanwezig: gaande van een triomfantelijk klinkende introductie met blazers en paukenslag over spookachtige soundscapes met vervormde zang en beats tot huiveringwekkende noise. Nadien gaat deze ruwe climax over in berustende heldere klaagzang die wel wat weg heeft van Amenra’s Colin H. van Eeckout en pikzwarte dark ambient die een omineuze atmosfeer à la Sembler Deah creëert. Maar er schijnt, zoals het artwork laat zien, ook wel een hoopgevend lichtpunt doorheen de duisternis, en dat bij zowel Nahtrunar als Hesychia. Conclusie: erg geslaagde split die, ook al ben je net als ik misschien niet de grootste liefhebber van ambient, veertig minuten lang weet te beroeren. Straffer nog, Hesychia heeft me zelfs nog net iets meer weten te imponeren dan Nahtrunar.

JOKKE: 83/100 (Nahtrunar: 82/100 – Hesychia: 84/100)

Nahtrunar/Hesychia – Split (Altare Productions 2020)
1. Nahtrunar – Nacht
2. Hesychia – Licht

Aara – En ergô einai

De Verlichting was een intellectuele beweging uit de achttiende eeuw waarbij wetenschappelijk denken vanuit rationalisme en empirisme centraal stond. Het is de voedingsbodem voor Aara’s tweede langspeler “En ergô einai” (geen idee wat die titel betekent – iemand?) die via Debemur Morti Productions wordt uitgebracht. De kern van deze Zwitserse band bestaat uit Berg (gitaar, bas en keyboards) en Fluss (zang) die voor de opnames bijgestaan werden door drummer J. In de negen minuten durende opener “Arkanum” horen we echter nog een veel bekendere gastmuzikant aan het werk. De spookachtige atmosferische, deels akoestische, intro is immers van de hand van Vindsval (Blut Aus Nord en Yerûšelem), niet de minste om op je plaat te laten meespelen. Deze inleidende klanken monden uit in het eerste hoofdstuk van de reis van de zoektocht van de mens naar kennis en betekenis in tijden van Verlichting. Muzikaal wordt dit vertaald naar een plotse storm van ratelende drums, scheurende gitaren en helse kreten. Door die orkaan van intensiteit stroomt echter een hartverscheurende melodie, gedragen door golvende en glimmende tonen die tegelijkertijd ook verlangende en opbeurende kwaliteiten vertoont. Voor het eerst wordt de mens geconfronteerd met de idee van het bestaan ​​van een individu, losgemaakt van religie en klassen – wat de ontwikkeling van wetenschap en cultuur vooruit hielp. De constante afwisseling van emoties en stemmingen in de songstructuur brengt de kloof tussen nieuw en oud in beeld en geeft uitdrukking aan de afstandelijkheid van de conventionele en euforische stemming. “Arkanum” beschrijft het begin van een ontwikkeling die de mens in diepe vragen en de zoektocht naar betekenis zal storten. Het verhaal eindigt bij “Telôs” dat handelt over de illusie en chaos in de door de mens gemaakte wereld en is gebaseerd op het besef dat het doel en de zin van het leven in de ervaring van het pure moment liggen. Het nummer begint met een koorstuk dat het heroïsche ideaal van het doel (‘Telôs’) weerspiegelt, dat de mens onvermoeibaar op jacht gaat naar de reis van zelfontdekking en wordt onderbroken door een rauwe maar hoopvolle passage die de realisatie van de werkelijkheid belichaamt. Steeds meer doorbreekt een melancholische en hymnische melodie het oppervlak, een moment tussen wanhoop en acceptatie. Een laatste rebelse uitspatting weerklinkt alvorens het koor uit het begin van het nummer terugkeert en “En ergô einai” beëindigt. Daartussen liggen nog drie andere composities waarin Aara haar kracht uitbundig kan etaleren, namelijk het vermogen om het hart van extravagante sonische black metal-omwentelingen te doorboren met prachtig vloeiende en van karakter veranderende melodieën die meermaals een etherische helderheid uitstralen. Het verraadt een klassiek geschoolde aanpak. Het enige minpuntje vind ik de vrij eentonige high-pitched krijsstem die wat weg heeft van oude Hecate Enthroned. Niet verwonderlijk aangezien Fluss een dame is – waarmee ik verder geen afbreuk wil doen aan de vele goede black metal zangeressen die er rondlopen – maar haar scream kon wel wat meer diepte verdragen. Gelukkig bevat de muziek ook vele instrumentale passages om je op te laten meevoeren en waarbij het wel duimen en vingers aflikken is.

JOKKE: 82/100

Aara – En ergô einai (Debemur Morti Productions 2020)
1. Arkanum
2. Stein auf Stein
3. Aargesang (Aare II)
4. Entelechie
5. Telôs

Burzum – Thulêan mysteries

Burzum is een van de bekendste namen uit de black metal geschiedenis dankzij de excentrieke Vikarnes. De moord op ander genre icoon Øystein Aarseth aka Euronymous maakte hem berucht en zijn regelmatig wederkerend gezwets sindsdien houdt hem min of meer in de kijker. “Thulêan mysteries” is vernoemd naar de Burzum single uit 2015 en is een verzameling losse nummers die Varg over de jaren heeft bijeengesprokkeld. Een verstandige zet, want ik neem aan dat de extreme fans dit sowieso wel zullen kopen, hoeveel percent totale rommel de release ook bevat. Nu hou ik best wel veel van minimalistische ambient, neo-folk en darkwave, maar deze kant van Burzum heeft me nooit overtuigd. Het is meestal gewoon doelloos gepingel, gespeend van een pakkende sfeer, een vrij essentieel element voor het genre. Alle tracks afzonderlijk bespreken heeft weinig zin. Het zijn er gewoon te veel en de meeste vallen ofwel onder de categorieën “willekeurig gitaar geklooi”, “willekeurig synthesizer geklooi” of “iets met onnozel gezang”. Varg zegt zelf dat het vaak overblijfsels zijn van eerdere albums en als je hoort hoe twijfelachtig die al waren, dan weet je dat dit niet veel soeps is. Het best kan ik het omschrijven als het werk van een LARP´er die zich aan muzikale fan-fictie heeft gewaagd zonder zich te laten tegenhouden door een lastig criterium als kwaliteit. Waar ik zelfs de latere metal releases van Burzum nog kon pruimen, is dit gewoon een slordige 80 minuten aan tijdverspilling over twee schijfjes die regelrecht de vuilbak in kunnen.

Xavier: 30/100

Burzum – Thulêan mysteries (Byelobog Productions 2020)
Disc 1
1. The sacred well
2. The loss of a hero
3. ForeBears
4. A Thulêan perspective
5. Gathering of herbs
6. Heill auk sæll
7. Jötunnheimr
8. Spell-lake forest
9. The Ettin stone heart
10. The great sleep
11. The land of Thulê
12. The lord of the dwarves
13. A forgotten realm
14. Heill Óðinn, sire
15. The ruins of dwarfmount
16. The road to Hel
17. Thulêan sorcery

Disc 2
1. Descent into Niflheimr
2. Skin traveller
3. The dream land
4. Thulêan mysteries
5. The password
6. The loss of Thulê