Month: april 2020

Morte Lune – Temple of flesh

Cumbrian black metal; ’t is niet de eerste keer dat deze geografische niche binnen het genre hier aan bod kwam. Pluis de recensies van o.a. Nefarious Dusk, Úlfarr en Thy Dying Light maar eens uit. Spilfiguur in deze bands is Hrafn, die duidelijk geen zittend gat heeft en precies “ja” lijkt te zeggen op iedereen die hem vraagt in een black metal band te spelen. Deze keer slaat hij de handen in elkaar met gitarist Leviathan (Written In Torment) en drummer Dan “Storm” Mullins (The Deaththrip, An Axis of Perdition) met Morte Lune als resultaat. “Temple of flesh” is een EP geworden en is het tweede wapenfeit van het trio na de “The endless forest” demo uit 2017. Zoals we van Hrafn gekend zijn, lust die zijn zwartmetaal het liefst puur en rauw, zonder moderne toestanden en veel overtollige franjes buiten een ambient intro en outro dan. En dat is ook hier weer het geval. De demo bevatte naar ’t schijn een veel hoger ambientgehalte , maar online zoekwerk leverde niets op waardoor ik dit niet kan staven. Qua opnames is het een DIY-job geworden daar Leviathan instond voor het engineering proces en Dan de mastering verzorgde. Net als op de The Deathtrip platen resulteert dat spijtig genoeg in een te vlakke basdrumsound. Voor de rest geen klachten over de organisch klinkende sound die de riffs messcherp doet klinken en ook voldoende aandacht geeft aan de basgitaar. Agressie en duister klinkende melodieën gaan hand in hand en Morte Lune koos voor een dynamische aanpak door niet voortdurend in blastmodus te gaan. Het met keyboards opgesmukte “Silence of the night” en het heerlijk melodieuze “Spewing black vomit” zijn dan ook goede no-nonsense traditionele black metal nummers waar we geen genoeg van kunnen krijgen. Ook de vier andere nummers die “Temples of flesh” bevat, klinken best aardig en liggen in het verlengde van oude-Gorgoroth en Nargaroth. Voor de eerste keer zit er een “acht” in voor de naar eigen zeggen door Satan gezegende Hrafn en zijn muzikale activiteiten.

JOKKE: 80/100

Morte Lune – Temple of flesh (Purity Through Fire/Worship tapes 2020)
1. O father, O Satan
2. Silence of the night
3. Chalice of blood
4. Lucifers gift
5. Spewing black vomit
6. Temple of flesh

Oranssi Pazuzu – Mestarin kynsi

Het Finse Oranssi Pazuzu maakte de overstap van het kleinere artistieke Svart Records naar het megalomane Nuclear Blast, als dat maar goed komt! “Mestarin kynsi” (‘klauw van de meester’) is langspeler nummer vier die evenveel jaar op zich heeft laten wachten. Dat was ook zo wat de tijd die we nodig hadden om voorganger “Värähtelijä” volledig te doorgronden want wie de muziek van deze Finnen kent, weet dat dit geen hapklare brok commerciêle bagger is. Oranssi Pazuzu creëert immers een universum waarbij elementen van progressieve moderne metal, acid house, krautrock en zelfs jazz tot een overheerlijke gehaktbal geboetseerd worden waarbij de screams de lekkernij in een black metal dipsaus soppen. Nu mag vier jaar lang lijken, maar in tussentijd verschenen er wel nog twee EP’s en de samenwerking met Dark Buddha Rising in de vorm van Waste Of Space Orchestra. “Mestarin kynsi” klokt op een vijftigtal minuten af, wat een pak minder is dan de zeer lijvige voorganger, maar die nog steeds langer duurt dan de gemiddelde plaat die we tegenwoordig voorgeschoteld krijgen. Een hele uitdaging dus voor mensen met een korte aandachtspanne. Alhoewel, er gebeurt zó veel in het Oranssi Pazuzu universum dat verveling ver weg blijft. Herhaling is de ruggengraat van psychedelische muziek en Oranssi Pazuzu beheerst het trucje meesterlijk. Ritmische en melodieuze patronen herhalen zichzelf voortdurend terwijl nieuwe elementen zich gestaag in de strijd gooien om naar een climax toe te werken. Opener “Ilmestys” is hier een treffend voorbeeld van en klinkt haast als een psychedelische western waarbij een cowboy met een onnoemelijk droog bakkes op sterven na dood door de zinderende hitte op de prairie zwalpt. Bedwelmende gitaarloopjes en repetitieve pulserende beats zwellen aan totdat ze in een zwartgeblakerde uitbarsting culmineren. “Tyhjyyden sakramentti” is erop uit om een spookachtig gevoel van discomfort en onbehagen neer te zetten en slaagt hier met glans in. Voor het fenomenale “Uusi teknokratia” werd een super knappe videoclip gecreëerd die een schoolvoorbeeld is van hoe beeld en geluid mekaar kunnen versterken. Het nummer klokt op meer dan tien minuten af en is een caleidoscopische nachtmerrie van panfluiten die in loopjes met helse vocalen interageren. Portalen van bijtende, repetitieve gitaarlijnen worden opengebroken en een orkestrale deining van spookachtige zang zorgt voor een gotische majestueuze toets. Je moet het horen om zelf te geloven! “Oikeamielisten sali” is een mindfuck voor je ritmegevoel en zet je voortdurend op het verkeerde been en een heel arsenaal aan strijk- en blaasinstrumenten zorgt voor een delirium. Pas in de finale van deze acht minuten durende verwarrende schoonheid komen de black metal vocalen op de proppen. “Kuulen ääniä maan alta” gooit het met zijn claustrofobische drones en militaristische beats die in een furieuze orgie uitmonden over een geheel andere boeg. De rustgevende uitlopende klanken vormen slechts stilte voor de storm – of beter gezegd apocalyps – want “Taivaan portti” barst los in een blastende woestenij die je haast gillend als een klein meisje het straat doet oplopen. “Mestarin kynsi” is nu een tweetal weken uit en heeft al wat tijd gekregen om te bezinken. Conclusie: Oranssi Pazuzu heeft opnieuw een eclectisch meesterwerk in mekaar geraaid dat ontegensprekelijk als Oranssi Pazuzu klinkt maar toch ook wel weer fris en fruitig voor de dag komt. Bovendien één die opnieuw in mijn eindejaarslijst zal opduiken. Hopelijk gaat de geplande tour voor het najaar door zodat het weer genieten wordt van de mensen rondom jou spastisch te zien dansen op zoek naar een houvast in deze psychedelische hoogmis.

JOKKE: 90/100

Oranssi Pazuzu – Mestarin kynsi (Nuclear Blast 2020)
1. Ilmestys
2. Tyhjyyden sakramentti
3. Uusi teknokratia
4. Oikeamielisten sali
5. Kuulen ääniä maan alta
6. Taivaan portti

Niteris – Our death, his monument

De black metal-scene van Bosnië en Herzegovina is misschien niet de meest bekende en geprofileerde, toch is er heel wat beweging in diens underground. Elk land heeft tegenwoordig wel zijn ‘cirkel’ of clubje en in deze federatieve republiek in het zuidoosten van Europa is dat niet anders. Gelijkgestemde zielen als het geweldige Sulphuric Night, Niteris, Void Prayer, Nigrum Ignis Circuli, Deathcircle, Cave Ritual, Master’s Voice en Obskuritatem komen niet alleen geregeld bijeen om te kaarten of jeu de boulen, maar hebben tevens een gedeelde voorliefde voor rauwe underground black. Void Prayer is hier al eens aan bod gekomen middels een uitstekende split met het Griekse Nefarious Spirit. Deze keer werpen we een blik op Niteris, een orkestje waarin drie muzikanten uit de opgesomde bands zich kunnen uitleven. Na twee splits en een demo brengt het trio een nieuwe demo uit waarvan diens titel “Our death, his monument” een gelijkaardige opbouw kent als die van de vorige demo “Our body, his temple” uit 2014. De themathiek moge duidelijk wezen en met een statement als “For the coming new age of plague” is hun profetie werkelijkheid geworden. We krijgen rauwe zwartmetalen klanken voorgeschoteld, voorzien van een eerlijke organische bijna live-sound die aan de schelle kant is, maar wat verre van storend is. Het draagt bij aan het undergroundkarakter van de haatvolle en gitzwarte muziek. Sulphuric Night zanger O – die zowat als CEO van deze Black Plague Circle kan gezien worden – leeft zich bij Niteris naast het laten galmen van zijn stembanden ook uit op de potten en schelen en weet daarbij zowel mid- als up-tempo ritmes in de strijd te gooien. Het geheel piept en kraakt, maar tussen de bijwijlen chaotische klanken, ontwaren we toch ook een zeker gevoel voor melodie. De demo werd uitgebracht via Black Gangrene Productions. Opmerkelijk dat dit Portugese label samen met landgenoten als Signal Rex en Harvest Of Death zich specialiseert in dit Balkan-clubje. Allez ja, ze hebben meer dan gelijk!

JOKKE: 79/100

Niteris – Our death, his monument (Black Gangrene Productions 2020)
1. Heed the call of darkness
2. Voices from beyond
3. Flesh-made hell
4. Memento mori

Order Of Orias – Ablaze

Order Of Orias begot. Nooit gedacht dat deze Aussies nog eens van zich zouden laten horen. In 2011 maakten ze met het geweldige debuut “Inverse” deel uit va de eerste lichting black metal bands die een orthodox geluid lieten horen. Nadien explodeerde deze niche tot een maalstroom aan releases waarbij er enkele leiders zijn en vooral veel volgers. Nadien werd het echter stil rond Order Of Orias. In 2015 verscheen er nog wel een split met het Franse Aosoth, maar opnieuw hulde de band zich daarna al vrij snel in stilzwijgen. Tot nu dus, want negen jaar na het debuut komt opvolger “Ablaze” uit de lucht gevallen, nog steeds via het Duitse W.T.C., een label met een groot aandeel in de orthodoxe black metal-stroming. De line-up van Order Of Orias is op negen jaar tijd – net als mijn haar – serieus uitgedund. Enkel zanger A.S. en gitarist/bassist D.A. zijn nog van de partij, voor de gelegenheid aangevuld met sessiedrummer Jarro Raphael van Nocturnal Graves. Het fijne aan Order Of Orias is dat het duo niet voortdurend snelheidsrecords wil breken. Er zijn natuurlijk de haast obligate snelle rampetampers zoals de binnenvaller “Blood to dust” en “Raging idols” waarin D.A. zich met een solo en enkele melodieuze leads kan uitleven, maar een nummer als “Gleaming night” moet het toch eerder van down- tot mid-tempo gemusiceer hebben. Het resulteert in een track waarin een onderhuidse spanning voortdurend latent is in de grootse open akkoorden. In “Snares and thorns” duikelt het tempo nog meer de dieperik in en houdt A.S. ons met zijn gravelstrot in de ban. Opnieuw doet een meeslepende gitaarsolo de rillingen over onze rug lopen. Wanneer de zeven minutende song tweederde ver is, kletsen ze met een kort maar krachtige en onverwachte versnelling om onze oren alvorens in de finale terug de atmosferische en melodieuze kaart te trekken. Ook “Crowned in brass” jongleert zo wat met elke tempo dat gangbaar is binnen extreme metal en zet wederom in op melodische leads. Afsluiter “Dawning light” is erg catchy van opzet met heel wat pakkend doom/death/black gitaarwerk om van te smullen en een opzwepende vibe gaande van rock tot thrash-ritmes. BST (The Order of Apollyon, ex-Aosoth) zat achter de knoppen en zoals steeds resulteert dat in een puike sound: krachtig en transparant, maar met voldoende grain. Ook al is het orthodoxe black metal genre ondertussen compleet uitgemolken, Order Of Orias is er met glans in geslaagd om toch nog een interessante plaat af te leveren door vooral de dynamiek in het oog te houden en veelvuldig op melodie in te zetten.

JOKKE: 86/100

Order Of Orias – Ablaze (World Terror Committee 2020)
1. Blood to dust
2. Gleaming night
3. Raging idols
4. Snares and thorns
5. Crowned in brass
6. Dawning light

Golden Light – Sacred colour of the source of light

Golden Light is een nieuw project waarin een dame en heer met een ongekende muzikale creatiedrang mekaar treffen. Het muzikale testosteron wordt aangeleverd door Eric Henderson die er tal van bands en projecten op na houdt waarvan Oaks Of Bethel en Njiqahdda een ellenlange discografie kennen. Het vocale oestrogeen ontsproot aan de strot van Meghan Wood die er met één van haar bands, Crown Of Asteria, ook al een waslijst aan releases op heeft zitten. Met Golden Light proberen ze een nieuw licht op het vaak monochrome black metal-genre te laten schijnen. Het resulteerde in “Sacred colour of the source of light” die 33 minuten lang repetitieve, dronende en licht psychedelische zwartmetalen klanken in petto heeft. Doodringend minimalisme en een ondergraven maximalisme gaan een voortdurende strijd met mekaar aan in de – op de opener na – epische composities. Het duo beoogt een soort mystieke trance te creëren, maar vaak mondt het uit in nietszeggend repetitief geneuzel waarin de drums stug blijven voort ratelen wat de atmosfeer vaak niet ten goede komt. Het atmosferische ambient begin van “Dawn of history” heeft wel wat weg van wat Wolves In The Throne Room in dergelijke omstandigheden creëert, maar weet niet te beklijven. De enige track die mij écht weet te bekoren is de twaalf minuten durende afsluiter “Sacred colour of the source of Li” waarbij goddelijk licht uitstralende toetsen met de black metal razernij meevloeien, welgemikte slagen op het china-cymbaal voor accenten in de repetitieve maalstroom zorgen en structuurloze krijsen het universum vullen. Als de andere drie songs van hetzelfde niveau waren geweest, had hier wel een acht in gezeten. Nu belandt dit debuut van Golden Light in de middenmoot.

JOKKE: 73/100

Golden Light – Sacred colour of the source of light (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Sceptre of solar idolatry
2. The Western gate
3. Dawn of history
4. Sacred colour of the source of Li

Mørketida – Traveler of the untouched voids

Binnen de Finse black metal scene heb je grofweg twee strekkingen: de ene helft borduurt verder op de bestiale proto-black van oervaders Beherit en de andere helft melkt de ijskoude furie van de Satanic Warmaster sound tot in den treure verder uit. Het duo Mørketida daarentegen marcheert naar eigen zeggen eerder over een baan die door acts als Noenum, Vritra en Blood Red Fog geplaveid werd ofte spookachtige zwartmetalen klanken die bulken van de grimmigheid. Twee jaar na debuut “Panphage mysticism” keren de heren terug met een 22 minuten durende EP die gezegend is van een kleurrijke hoes die je eerder op een Suffocation plaat zou verwachten. De overwegend paarse kleur van het ontwerp verwijst naar het eerste nummer “Descent of purple mist“; het moet niet altijd paarse regen zijn, nietwaar? Die eerste langspeler was een typische middenmotor die echter niet de volledige rit kon boeien. Benieuwd of het met een beduidend kortere speelduur wel lukt om de aandacht vast te houden. Mørketida speelt nog steeds overwegend mid-tempo black, maar schakelt af en toe ook over in blasmodus waarbij de orgelklanken uit het verleden door keyboardtoetsen vervangen zijn. In de reeds aangehaalde opener doet dat het oude Gehenna herleven, vooral ook doordat het riffwerk eerder Noors geïnspireerd is. Er zit meer leven in de brouwerij dan op het debuut, vooral door de meer krachtige en dynamische sound van “Traveler of the untouched voids“. Een ander pluspunt is de zang die zich hier ver weg houdt van high pitched screams en eerder uit de diepere regionen opborrelt. Denk aan een Abbath of Dagon (Inquisition). In “Upon the aged heavens“, waarin we ook enkele Enslavediaanse riffs horen, benaderen de vocalen zelfs een Lord Angelslayer (Archgoat). Later in het nummer duiken nog Spaans klinkende gitaren op die dan weer een Helleens black metal sfeertje toevoegen. Doorheen de zeven minuten durende titeltrack huppelen regelmatig frivole toetsen rond maar er wordt ook snedig van jetje gegeven. Ook hier voegen Spaanse gitaren extra cachet toe hoewel ze niet honderd procent juist lijken te zitten qua ritme. Als toetje krijgen we nog een geslaagde coverversie van Immortal’s “Unsilent storms in the north abyss“, de zanger beseft dus wel degelijk dat er parallellen zijn met Abbath’s strot. Al bij al een fijne EP

JOKKE: 78/100

Mørketida – Traveler of the untouched voids (Werwolf Records 2020)
1. Descent of purple mist
2. Upon the aged heavens
3. Traveler of the untouched voids
4. Unsilent storms in the north abyss (Immortal cover)

Bones – Gate of night

Bones heeft tien jaar op de teller staan, maar lost slechts mondjesmaat muziek. In de vorm van “Gate of night” vuren de Belgen eindelijk nog eens niewe grafdeuntjes op ons af, ook al zijn het er slechts twee. Zoals we van Bones gewend zijn, hebben ze het niet zo begrepen op plastic klinkende en van technische virtuositeiten doordrongen death metal. En gelukkig maar! Dit is doodsmetaal die een organische en ruwe productie meekreeg (maar wel wat zwaarder klinkt dan de sound die we op “Awaiting rebirth” hoorden), waarbij flitsende solo’s stof vergarende skeletten in frut vaneen splijten, diepe echoënde grunts uit de beerput opborrelen en er dynamisch gemusiceerd wordt gaande van doomy passages tot alles vermorzelend en opzwepend gebeuk. De zeven minuten durende titeltrack is enerzijds met de nodige old school riffs geïnjecteerd – wat we alleen maar kunnen toejuichen – maar maakt ook plaats voor de nodige mystieke atmosfeer. Great FUCKING death metal! En nu werk maken van een langspeler!

JOKKE: 81/100

Bones – Gate of night (Blood Harvest 2020)
1. Utterance beyond death
2. Gate of night

Ulcerate – Stare into death and be still

Debemur Morti Productions kennen we vooral als hofleverancier van kwalitatieve black metal. Zo heeft het label tal van gewaardeerde acts onder de vleugels genomen, zoals Akhlys, Blut Aus Nord, Behexen en Inferno. Echter is het label niet vies van wat geëxperimenteer en heeft het een voorliefde voor bands met een eigenzinnige aanpak. Zo zien we ook White Ward, Kaleikr en Manes op het roster staan. Echter hebben al deze groepen een zekere affiniteit met het zwartmetalen genre, op één klepper na. Na vier jaar stilte in de studio (maar heel wat tours) brengt het Franse label de zesde langspeler van het Nieuw-Zeelandse Ulcerate uit. Op de metalen archieven wordt de groep omschreven als ‘technical death metal’, en normaalgezien is een omschrijving als deze genoeg om mijn interesse tot onder het nulpunt te doen bevriezen. Over het algemeen is mijn ervaring dat bands die onder die noemer geclassificeerd worden bijzonder goed zijn in tonen hoe goed ze hun instrumenten beheersen, maar hebben ze geen jota gesnapt van de les songwriting. Bands zoals pakweg Beyond Creation mogen dus wat mij betreft de vuilbak in. Ulcerate echter heeft wel goed opgelet in de klas, want “Stare into death and be still” is niet enkel technisch hoogstaand maar weet, in tegenstelling tot veel andere albums in het genre, wel degelijk een sfeer neer te poten die even in de kleren blijft hangen. Drummer Jamie Saint Merat staat al sinds het in 2016 uitgebrachte “Shrines of paralysis” bekend als één van de strakste drummers in de extreme metal, en ook op de nieuwe telg speelt hij zodanig strak dat je een ontregelde metronoom op zijn blast beats kun calibreren en waarmee hij Gene Hoglan naar de kroon steekt voor de titel ‘the atomic clock’. Waar het vroegere werk van Ulcerate mij minder kon bekoren omwille van bovengenoemde redenen heeft het trio van down under met deze nieuwe worp een nieuwe weg ingeslagen: hoewel brute agressie, doorspekt met dissonanten en woeste grunts nog steeds de basis van het album vormen, wordt hier veel meer ingezet op de sfeerbeleving van het album. Ulcerate klonk nog nooit zo duister, beklemmend en tegelijk dynamisch. De bijzonder heldere en volle sound is hier in grote mate debet aan maar ook de grote variatie in composities speelt een belangrijke rol. Waar bijvoorbeeld “Exhale the ash” en het titelnummer genadeloos op de trommelvliezen inbeuken zorgen nummers als “There is no horizon” en “Visceral ends” voor epische melodieën en wordt de voet zelfs even van het gaspedaal gehaald. Dit alles zorgt ervoor dat het album vlot wegluistert als één lang nummer. Nuja, ‘vlot’ is misschien niet meteen het juiste woord om een album dat barst van de dissonantie te omschrijven, gezien het geheel geen gemakkelijk verteerbare brok is maar er toch enige structuur in de chaos valt te ontwaren. “Stare into death and be still” is naast een zin die onze huidige manier van leven omschrijft dan ook een condens album dat een incubatietijd van meerdere luisterbeurten vereist en mondjesmaat zijn geheimen prijsgeeft. Ondanks het feit dat hun muziek op papier niet zo mijn kopje thee zou zijn, weet Ulcerate me met met de mond vol tanden te zetten en moet ik mijn ongelijk toegeven: wat een verdomd krachtig, coherent én technisch hoogstaand album geworden met een duistere, verstikkende sfeer waar we in de black metal zo naar hunkeren.

CAS: 85/100

Ulcerate – Stare into death and be still (Debemur Morti Productions 2020)
1. The lifeless advance
2. Exhale the ash
3. Stare into death and be still
4. There is no horizon
5. Inversion
6. Visceral ends
7. Drawn into the next void
8. Dissolved orders

Helfró – Helfró

Wie denkt dat de output qua IJslandse black metal stilaan aan het uitdoven is, is eraan voor de moeite want te pas en te onpas blijven er nog nieuwe orkestjes door de geisers uitgespuwd worden. Helfró is er zo eentje. Het creatief duo achter deze nieuwe band bestaat uit zanger, gitarist, bassist Halldor Simon Thorolfsson (Ophidian I) en zanger/drummer Ragnar Sverrisson (o.a. Ophidian I, Atrum en ex-live drummer voor Svartidauði en het Zweedse Valkyrja) waarbij Ragnar de acht nummers schreef en Simon het zaakje verder arrangeerde. Typisch IJslands klinkt Helfrò echter niet want de eerste nummers druipen van het Dark Funeral worship. Ragnar mept tegen onmenselijke snelheden zijn drumkit aan frennen en de riffs en bijtende screams snijden door merg en been. Toch flitsen er ook adembenemende tremolo’s door al het geweld heen. Na drie schedelsplijtende nummers zorgt het mid-tempo “Þegn hinna stundlegu harma” aanvankelijk voor wat ademruimte, maar naarmate het nummer vordert willen de muzikanten de handen en voeten losgooien om opnieuw snelheidsrecords op te zoeken. Extreme metal op steroïden is dit! Af en toe wil het duo ook laten zien dat ze technisch erg sterk en onderlegd zijn, maar gelukkig wordt hier niet in overdreven. “Þegn hinna stundlegu harma” ademt mede dankzij de diepere hese zang iets meer death metal uit en bevat een heerlijk keyboardmelodietje dat klinkt alsof ijskoud water van stalactieten druppelt. “Hin forboðna alsæla” valt dan weer positief op door de theatrale heldere zang die hier ingezet wordt en het nummer een bombastische insteek geeft. “Katrín” flirt opnieuw met death metal en bevat ook wat meer modern klinkende riffs hoewel er ook naar heldere vocalen teruggegrepen wordt. Afsluiter “Musteri agans” lijkt aanvankelijk de Dissection-erfenis aan te boren, maar vervalt al snel in übersnelle thrashy gitaarriffs die liefhebbers van een 1349 ongetwijfeld zullen bekoren. Zoals menig IJslandse black metal-band hen voordeed, trok het duo voor de opnames de Studio Emissary van Stephen Lockhart in. Die voorzag dit debuut van een kraakheldere sound waardoor alle gewelddadigheden perfect te volgen blijven. Helfró levert met diens gelijknamige debuut een plaat af die de ijskoude en barre desolate atmosfeer van thuisland IJsland perfect weet te capteren, niet zozeer door dissonante maalstromen maar middels frostbitten tremolo-riffwerk. Snelheidsmaniakken moeten hier gewoon toeslaan.

JOKKE: 82/100

Helfró – Helfró (Season Of Mist 2020)
1. Afeitrun
2. Ávöxtur af rotnu tré
3. Eldhjarta
4. Þrátt fyrir brennandi vilja
5. Þegn hinna stundlegu harma
6. Hin forboðna alsæla
7. Katrín
8. Musteri agans

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight

Vorig jaar namen we “Azoth“, Mystagos’ tweede langspeler onder de loep. We waren niet meteen overtuigd van die plaat want de hersenspinsels van Heolstor, de bezieler van dit eenmansproject, voelden té doordacht aan. Nu laat de Spanjaard opnieuw van zich horen in de vorm van At The Altar Of The Horned God waarvan het debuut “Through doors of moonlight” via I, Voidhanger Records verschijnt. Van wierook doordrongen en onder druppelend kaarsvet bedolven occulte black is het eerste wat door mij heen schiet. Ik blijk het niet volledig bij het rechte eind te hebben, hoewel het ritualistisch gedoe van vele bands uit deze niche hier wel degelijk van toepassing is. “Through doors of moonlight” is een verzameling donkere hymnes, nocturnale gezangen en heidense gebeden ten aanzien van Pan, Cernunnos, Bacchus en andere oude goden. De muziek van At The Altar of The Horned God is grotendeels traag en meditatief van aard, maar komt in “Prayer I” ook tot een uitbarsting van primitieve black genre Arckanum doorspekt met religieuze heldere gezangen. Het schudt je wakker nadat de eerste twee nummers je langzaam meevoerden op een mix van ritualistische Urfaustiaanse atmosfeer en ambient. Een aanpak die vergelijkbaar is met die van het Amerikaanse Fauna. Het vervolggebed “Prayer II (Oh glorious Pan)” is uit allerhande rituele percussie, folk en sacrale zang opgetrokken en maakt de heidense insteek duidelijk: een ode aan moeder Natuur en Pan, de Griekse God van het woud. In “Perdition in the oness” kiest Heolstor opnieuw resoluut voor rauwe en grimmige black metal doorspekt met allerhande occulte taferelen. “Through doors of moonlight” laat een geslaagde multi-gelaagde en organische blend aan verschillende muziekstijlen horen, gaande van black metal primitivisme zoals te horen is in de afsluiter “A circle of swaying leaves” en de eerder aangehaalde nummers tot Dead Can Dance-achtige elegantie in een nummer als “Malediction“. Dit debuut is een écht luisteralbum waarvoor je best met gesloten ogen op de sofa gaat liggen om in de juiste stemming te geraken en je te laten meevoeren op de flow van de muziek. Gelukkig heeft Heolstor zich hier vooral door zijn gevoel laten leiden en minder door ratio.

JOKKE: 78/100

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight (I, Voidhanger Records 2020)
1. A ka dua
2. Before the flames of undefied knowledge
3. Prayer I
4. Prayer II (Oh glorious Pan)
5. Perdition in the oneness
6. Malediction
7. A circle of swaying leaves