Month: mei 2020

Alasthor – Mahapralaya

Alasthor is een black metal band uit Bergen, niet het Noorse stadje, maar het Waalse, en is actief sinds 2013. Omdat er al een dozijn bands met de naam Alastor rondliep, besloten de heren WxTen en Styx een “h” aan de weinig originele bandnaam toe te voegen. Spijtig genoeg lijdt de muziek van het duo eveneens aan een gebrek aan inspiratie want wat Alasthor op diens derde EP “Mahapralaya” laat horen klinkt als dertien in een dozijn snelle black. Ze strooien zelf namen als Marduk, Arkhon infaustus, Dissection, Gorgoroth, Funeral Mist, Nargaroth, Watain en Mgła in het rond maar dat is puur aandachttrekkerij want het melodieuze aspect van een Dissection, de ijskoude sound van een Gorgoroth, de schwung van een Mgła of de orthodoxe aanpak van een Funeral Mist hoor ik hier absoluut nergens in terug. In een Marduk of bv. Thy Primordial kan ik dan nog deels inkomen omdat Alasthor’s zwartmetaal wel enkele Zweedse trekjes vertoont en de (geprogrammeerde?) drums bij wijlen tegen 300 per uur razen. De hese scream van Styx klinkt – op een sporadische diepere grunt na – vrij eentonig ook al spuwt deze de Left Hand Path-teksten uit van collega WxTen die een auteur is verbonden aan Fall Of Man publishing die naar eigen zeggen weet waar hij het over heeft, een ritueel beoefenaar van het sinistere pad is en zijn teksten even serieus neemt als zijn muziek. WxTen verzorgde ook alle opnames, en hoewel we een DIY-aanpak toejuichen, klinken de opnames vrij zielloos. Geef me dan maar de iets meer snerpende en verwrongen sound van de vorig jaar verschenen EP “Ascension of rage“. Al wat Alasthor tot dusver uitbracht, gebeurde in eigen beheer. Ik vrees dat dit nog wel een tijdje zo zal blijven, want wat de heren laten horen spring nergens boven de middelmaat uit. Het gebrek aan een eigen smoelwerk, songs die blijven hangen en memorabele riffs, resulteert dan ook in een clichématige eindscore.

JOKKE: 66/100

Alasthor – Mahapralaya (Eigen beheer 2020)
1. Possessed by the goddess
2. Riders of the dark scales
3. Nahash
4. Neuronal injection

YounA – Zornvlouch

Een groot deel van het karakter van de black metal die het uit Leipzig afkomstige YounA in opener “Knochen zu Asche, Kronen zu Rost” over ons uitstort, wordt bepaald door de veelvuldige spoken word samples die doorheen de woeste zwartmetalen klanken verweven zijn. Het zorgt voor een cinematografisch, apokalyptisch gevoel. Alastor, de man achter dit éénmansproject die ook actief is bij o.a. I I en Evil Warriors, weet op zijn eerste volwaardige langspeler “Zornvlouch” echter ook meerdere venijnige riffs uit zijn gitaar te persen. In “Tievelswizzan” voelen de aanslagen op het chinacymbaal als een gesel op je naakte rug aan en de helse riffs van het titelnummer laten bloedrode striemen na terwijl Alastor in zijn blaffende moedertaal de ene na de andere vloek over je uitstort. Fijngevoeligheden zijn niet aan deze man besteed, dat moge duidelijk wezen! In “Vreveler” lijkt het alsof we getuige zijn van een satanische hoogmis. De sacrale rituele zangen, vergezeld van percussie en gaandeweg ook van een ronkende basgitaar en uiteindelijk een pakkende en meeslepende gitaarmelodie, sporen ons aan onze ziel aan de duivel te verkopen…voor zo ver dat al niet gebeurd is. Met “Tievelsühtic” en diens helse aanvangslead is het opnieuw menens en krijgen we een aframmeling van jewelste die onze botten doet kraken. Opzwepende heldere gezangen voeden het strijdvaardig karakter van dit nummer en zuigen ons mee het strijdgewoel in om – desnoods met blote hand – de schedel van onze vijand in te kloppen. “Verdrieß und Verderben” is van hetzelfde laken een broek maar bevat aan het einde bevreemdende diepe keelklanken die een mysterieuze toets toevoegen en een naadloze overgang vormen naar “Urgewalt“, een bijna acht minuten durende compositie die Alastor geschikt achtte om “Zornvlouch” mee af te sluiten. We troffen het nummer ook al op de gelijknamige EP uit 2019 aan, maar kunnen de man geen ongelijk geven dat hij dit beest van een nummer hier een tweede leven geeft, want er zijn nog steeds veel mensen die niet meteen tot de aanschaf van EP’s overgaan. Genadeloos, maar met een epische toets, melodieuze grandeur en spetterende gitaarsolo wordt “Zornvlouch” uitgeleid. YounA zal liefhebbers van woeste, maar dynamisch gearrangeerde black ontegensprekelijk kunnen bekoren.

JOKKE: 82/100

YounA – Zornvlouch (Into Endless Chaos 2020)
1. Knochen zu Asche, Kronen zu Rost
2. Tievelswizzan
3. Zornvlouch
4. Vreveler
5. Tievelsühtic
6. Verdrieß und Verderben
7. Urgewalt

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast

Met de regelmaat van de klok blijven er split releases op onze deurmat vallen en het Duitse Ván Records heeft daar een groot aandeel in getuige interessante splits van Akatechism/Slidhr, Carpe Noctem/Arstidir Lifsins en Kosmokrator/Hadopelagyal. Deze keer is het de beurt aan een alliantie tussen het IJslandse Almyrkvi en het Duitse The Ruins Of Beverast. Beide bands leveren twee nummers af die allen tesamen netjes op meer dan veertig minuten speeltijd afklokken. Je krijgt met andere woorden waar voor je geld, tenminste als je fan bent van atmosferische black/doom die in het geval van Almyrkvi een heuse industriële inslag met tal van Blut Aus Nord-vibes kent. Zoals we van het duo Garðar S. Jónsson en Bjarni Einarsson gewend zijn, klinken hun muzikale hersenspinsels heel cinematografisch en zouden die de perfecte soundtrack kunnen vormen voor een donkere sci-fi prent. Bjarni laat opnieuw horen een gedegen vellenmepper te zijn en stuwt de melodieuze riffgalaxies met inventieve drumroffels verder. Garðar’s meest ingezette vocalen klinken vrij diep en neigen hierdoor wat naar de death metal hoek, maar hij gooit in het dynamische “Asomatous grove” eveneens heldere zangpartijen, ijl gekrijs en mysterieus gefluister in de strijd. Mechanisch klinkende heelalgeluiden zorgen voor een naadloze overgang naar het über-melodieuze “Managarmr“, vernoemd naar een wolf uit de Edda van Snorri Sturluson die de maan verzwelgt. Deze twee space trips smaken naar meer! Alexander von Meilenwald en zijn The Ruins Of Beverast is een band die we nog steeds niet voor de volle 100% doorgronden. Op plaat kunnen de Duitsers me doorgaans wel bekoren, maar live vond ik het al meermaals moeilijk een geeuw te onderdrukken. Tijdens hun laatste passage in de Brusselse AB was dat opnieuw het geval hoewel na een nummer of drie het kwartje plots wel viel. In het dertien minuten durende “The grand nebula pulse” valt alvast geen spoor van hun signature pompeuze black/doom te bespeuren. Dit nummer is grotendeels opgebouwd uit bezwerende ambient en ritualistische vocalen en koorgezangen met enkel een basgitaar en percussie als leidraaid waarover wat trippy gitaarlijntjes gedrapeerd zijn. De experimentele psychedelica staat in schril contrast met de kosmische aanpak van de IJslanders, en toch voelt het niet vreemd aan dat beide bands op een split terecht gekomen zijn. Dit nummer moet je smaak zijn. Aanvankelijk wist het me te beklijven, maar dertien minuten is wel wat te veel van het goede. Het daaropvolgende “Hunters“, daarentegen, geeft ons de pandoering waar we op zaten te wachten. Venijnige black inclusief dito vocalen zetten de boel in lichterlaaie maar het vocaal departement zorgt middels sacrale heldere gezangen ook voor de nodige variatie. Melodieuze leads penetreren doorheen de onderstroom aan repetitieve riffs, maar ook gothrock-achtige gitaarakkoorden worden ingezet waarover Alexander verhalende zang hanteert. Een melodieuze solo neemt terug over en luidt de emotionele Interessante split van twee bands die eigenlijk beter bij mekaar passen dan initieel gedacht. De twee kosmonauten van Almyrkvi bevestigen hun kunnen. Het eerste nummer van The Ruins Of Beverast staat of valt met je smaak, maar het tweede is er boenk op.

JOKKE: 81/100 (Almyrkvi: 83/100; The Ruins Of Beverast: 79/100)

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast – Split (Ván Recor ds 2020)
1. Almyrkvi – Asomatous grove
2. Almyrkvi – Managarmr
3. The Ruins Of Beverast – The grand nebula pulse
4. The Ruins Of Beverast – Hunters

Nox Formulae – Drakon darshan Satan

Hoewel de oude Griekse black metal scene niet altijd mijn kopje thee is geweest, staat de bakermat van de westerse beschaving de dag van vandaag vooral bekend om de export van de orthodoxe variant van het genre. Naast olijfbomen is Griekenland ook de vruchtbare bodem voor een kern aan die hard esoterisch geïnspireerde artiesten waarvan de bekendste ongetwijfeld Acherontas, Serpent Noir en Thy Darkened Shade zijn. Aan dit rijtje occult gestemde zielen kan Nox Formulae toegevoegd worden die voor de tweede keer hun Luciferiaanse incantaties op de wereld loslaten. Gek genoeg doen ze dat niet naar goede gewoonte via World Terror Committee maar werd gekozen om met het Amerikaanse Dark Descent Records in zee te gaan. Opmerkelijk, gezien het label zich voornamelijk met rottende death metal bezighoudt. Een titel als “Drakon darshan Satan” laat geen twijfel bestaan over waar de heren hun inspiratie hebben gehaald, maar in tegenstelling tot de meeste van hun landgenoten worden de ambient intermezzo’s en ritualistische hocus-pocus geschrapt. Onversneden black metal die in uw bakkes geramd wordt dus. Hoewel minder progressief en technisch subtiel dan pakweg Thy Darkened Shade weet Nox Formulae ingenieus gitaarspel in hun relatief snelle black metal te krijgen, zoals de passende solo in “Eclipse of Gharrasielh”. Ondanks het gebrek aan traditionele intermezzo’s weten de Grieken op deze manier hun album toch bezwerend te doen klinken. De hese en vrij verstaanbare zang van de drie (3!) vocalisten lijkt bovenop de krachtige mix te zweven, maar het is toch de continue stroom aan intrigerende riffs die het album naar een hoger niveau tilt. Drummer Mezkal kan een aardig potje meppen en houdt het tempo consistent hoog maar mist variatie in zijn spel. Na twintig minuten rammen duikt het tempo met “The blood oath of Thagirion” initieel wat naar beneden (hoewel dit bijzonder relatief is) waardoor je even naar adem kunt happen. Een zeer welkom rustpunt, en door de relatief andere aanpak van dit nummer is het meteen één van de interessantste tracks die het album rijk is, niet in het minst door de langgerekte solo op het eind. Aan dissonantie geen gebrek ook op “Drakon darshan Satan”, maar het zijn toch vooral de harmonieuze melodieën die de aandacht opeisen. “The arrival of Noctifer” bouwt dan weer opzwepend en onheilspellend op middels elektronische beats en hierop wordt de Gehoornde dan toch opgeroepen met clean gezongen incantaties (met zodanig veel delay en reverb op dat ze even goed new wave zouden kunnen maken). Op deze manier omzeilen ze het herhalen van ritualistische ambient en steken ze dit concept in een nieuw jasje dat niet voor iedereen zal passen, maar mij wel bevalt. Eens Noctifer is gearriveerd wordt beslist er terug volop voor te gaan en met “Berzeks of OD” krijgen we terug een heel dynamisch Nox Formulae te horen, dat gezapig rollende riffs ten berde brengt en opnieuw een solo tentoonspreidt waar de Noren van Tortorum trots op zouden zijn. Ook vocaal wordt hier alles uit de kast getrokken, getuigen de overslaande, pijnlijke screams die doorheen het nummer te horen zijn. Ondanks het feit dat ik pas bij deze tweede langspeler lucht kreeg van het kwintet weet Nox Formulae me aardig te verrassen met een aanpak die zeer dynamisch, gevarieerd en bijwijlen inventief is maar toch trouw blijft aan de fundamenten van het orthodoxe genre.

CAS: 85/100

Nox Formulae – Drakon darshan Satan (Dark Descent Records 2020)
1. Psychopath of NOX
2. Ravens of terror
3. Eclipse of Gharrasielh
4. The black stone of Satan
5. The blood oath of Thagirion
6. The arrival of Noctifer
7. Berzeks of OD
8. Eve of annihilation

Kryptamok – Verisaarna

Het lijkt wel alsof er uit elke waterplas die kriskras in het landschap van het land van de duizend meren verspreid ligt een nieuwe black metal band komt opborrelen. Deze keer is het de beurt aan Kryptamok; met enkel de uit 2018 afstammende “Profaani” demo in de back catalogue, nog een vrij nieuwe speler dus. Maar achter Kryptamok schuilt een smoelwerk die het slagen van de zweep kent. Mika Packalen aka Hex Inferi geselde immers jarenlag de bassnaren bij Horna en was als zanger/gitarist actief bij Vordven. Of de Fin al dan niet door een sessiedrummer werd bijgestaan voor de opnames van zijn debuut, moet ik in het midden laten. Het artwork van “Verisaarna” (‘bloedpreek’) belooft in elk geval een gitzwarte, apocalyptische brok zwartmetaal over ons uit te storten. Maar doet het dat ook? “Apokalypsin epilooki” maakt diens titel waar en bevestigt volmondig, maar ook de met onheilspellende blazers opgesmukte opener weet een omineuze sfeer neer te zetten. Het slepende, van toetsen en heldere zang voorziene “Saastan rekviemi” en het doomy symfonische “Tämä on enne ja kuolema sen lupau” verkennen epische paden terwijl Mika in “Susien äitee“, de afsluitende titeltrack en “Pimeyden tyranni“, na een eerder mid-tempo start, zijn zwaard slijpt om er genadeloos in te hakken, hoewel die typisch Finse melodieusheid nooit onontgonnen terrein blijft. Zo lenen meerdere nummers zich perfect tot meebrultoestanden, moest het Fins natuurlijk niet zo’n tongbreker zijn. In “Rottien reformaatio” vullen donkere wolken de hemel terwijl akoestische gitaren en engelenzang een voorbode vormen voor de black metal orkaan die nadien ontketend wordt en waarbij sinistere orgelklanken en heldere koorzang een teneergeslagen karaktertrek toevoegen. Kryptamok laat op diens debuut “Verisaarna” 100% Finse black horen, niets meer, maar zeker ook niets minder.

JOKKE: 81/100

Kryptamok – Verisaarna (Purity Through Fire 2020)
1. Loputon, totaalinen sota
2. Apokalypsin epilooki
3. Saastan rekviemi
4. Susien äitee
5. Pimeyden tyranni
6. Rottien reformaatio
7. Tämä on enne ja kuolema sen lupau
8. Verisaarna

Gneterswart – Gneterswart

Abstract albumartwork bestaande uit zesenzestig tinten grijs en zwart en één van de meest onleesbare bandlogo’s ooit. Om maar te zeggen dat Gneterswart niet echt van zijn marketingstrategie wakker ligt. Ván Records brengt het eerste wapenfeit van dit Duitse trio met o.a. Hekla van Hadopelagyal in de gelederen uit als 10 inch en Amor Fati zal instaan voor de tapeversie. Het zwartmetaal dat Gneterswart vier nummers lang ontketent lijkt in een ondergrondse bunker opgenomen te zijn waar het haast even hard echoot als in Trump’s bovenkamer. De sound is organisch, enige vorm van productie is quasi onbestaande, maar het past wel bij de black metal van het trio. Doorheen de snerpende cymbaalaanslagen en kwaadaardige screams penetreren morbide riffs die me meer dan eens aan het über kwaadaardige Throne Of Katharsis doen denken. Ook een erg ongepolijste versie van het oude Watain doemt eveneens regelmatig aan de einder op, vooral op vocaal vlak dan. Het tempo varieert van tergend traag in o.a. het geïmproviseerd aandoende “For ye mighty treacherous sanctuary” tot blastbeatmodus waarbij de snare-aanslagen echter vaporiseren in het geheel, behalve wanneer de piepende feedback aan het einde van “Drop dead treacherous sanctuary” wegvalt. De atmosfeer die vooral op de A-kant neergezet wordt in het diabolische “Flight of ye nameless” en het dynamische “Scattered in tempest” is verstikkend en pek, pekzwart. De bandnaam past met andere woorden als gegoten.

JOKKE: 81/100

Gneterswart – Gneterswart (Ván Records 2020)
1. Flight of ye nameless
2. Scattered in tempest
3. Drop dead treacherous sanctuary
4. For ye mighty ghosts of gloom

Armagedda – Svindeldjup ättestup

En de comeback van het jaar dames en heren gaat naar…tromgeroffel…het Zweedse Armagedda dat na een hiatus van maar liefst 16 (!) jaar terug van zich laat horen middels de vierde langspeler “Svindeldjup ättestup“. Nu hadden we de laatste tijd wel al in de gaten dat er wat online activiteit te bespeuren viel, wat ik nou niet meteen van deze dode knakkers had verwacht. Zo werden er twee onuitgebrachte nummers op Bandcamp gepost, maar dat er ook heus nieuw plaatwerkt zou gelost worden, had ik nu niet meteen aan mijn theewater gevoeld. Andreas Petterson, die in tussentijd zijn label Nordvis verder uit de Laplandse ondergrond stampte, was de voorbije jaren ondermeer actief in het geweldige Stilla en het meer folk gerichte Lönndom en Saiva. Stefan Sandström aka Graav hield zich dan weer bezig met voortvluchtig zijn/het uitzitten van een gevangenisstraf en op muzikaal vlak verblijdde hij ons o.a. met zijn debuut met Ehlder. Nu kwam het door de recente racistische klap van Stefan nog wel tot een botsing tussen Ehlder en Nordvis waarbij nieuw Ehlder materiaal niet langer via dit kanaal verpreid zal worden, maar toch sloegen beide heren voor Armagedda de handen terug in mekaar. Het artwork van “Svindeldjup ättestup” is van de hand van Watain’s Erik en bevat in de raamopening een soort van replica van/knipoog naar de cover van de vorige langspeler “Ond Spiritism: Djæfvvlens skalder anno serpenti MMIV” uit 2004. Ook de titel van het tweede nummer bevat een verwijzing naar deze plaat. Dé hamvraag is natuurlijk of “Svindeldjup ättestup” zich met deze en “Only true believers” – twee door velen over het hoofd geziene genreklassiekers – kan meten? Wat meteen opvalt als “Ond spiritism” na het inleidende “Det sjuttonde året” uit de boxen knalt, is – naast het arsenaal geweldige riffs – de modernere sound. Dat is nu ook niet zó uitzonderlijk na zo’n lange afwezigheid natuurlijk, maar gelukkig bleven een ruwe korrel en organische drumsound wel behouden. De nieuwe langspeler werd trouwens ingeblikt in de No Solace studio van Mgła mastermind Mikołaj Żentara en daar de heren zich voor de opnames dus in Polen bevonden, werd als drummer Michał Stępień van o.a. Medico Peste en Owls Woods Graves ingehuurd. Tevens klinken de songs vergeleken met de voorganger wat agressiever en wilder, op een beestachtige manier, hoewel “Likvaka” ook nog wel dat typisch slepende en spookachtige mid-tempo karakter laat horen. De Darkthrone worshipping days uit de eerste levensjaren werden allesbehalve opgegraven en het meer gelaagde en gesofisticeerde karakter van “Ond spiritism” wordt verder uitgediept. “Guds kadaver (En falsk Messias)” is een nummer waarin de atmosfeer halfweg volledig omslaat van eerdere swingende verwrongen akkoorden en ritmes naar een heerlijk venijnig straightforward blastfestijn. Afsluiter “Evigheten i en obrytbar cirkel” is met meer dan elf minuten de langste Armagedda compositie ooit en dit nummer alleen al rechtvaardigt de lange wachttijd want het aantal fenomenale riffs dat passeert is bewonderenswaardig en de atmosfeer en het karakter wijzigen ook hier voortdurend van repetitief hypnotiserend, naar wild en bevlogen of ingetogen en bevreemdend wanneer de distortionpedaal losgelaten wordt. De basgitaar is minder prominent aanwezig, maar Graav’s vocalen, die een mix van screams en heldere zang zijn, mogen zich nog steeds tot de beste in het genre benoemen. De bezieling en bezetenheid waarmee de man de Zweedse teksten in een nummer als “Flod av smuts” de ether in katapulteert, is lovenswaardig. Het voelt also alle negatieve gevoelens van zijn onrustige bestaan in deze plaat gekanaliseerd worden. Kortom: “Svindeldjup ättestup” vormt een logisch vervolg op “Ond spiritism” en het Norrländsk svartmetall klinkt, ondanks het jarenlange wegrotten van de overblijfselen van Armagedda, ook 100% als Armagedda. Hier hebben we dus 16 jaar op zitten wachten se.

JOKKE: 90/100

Armagedda – Svindeldjup ättestup (Nordvis Produktion 2020)
1. Det sjuttonde året
2. Ond spiritism
3. Likvaka
4. Djupens djup
5. Guds kadaver (En falsk Messias)
6. Flod av smuts
7. Evigheten i en obrytbar cirkel

Adverso – Descent

Derde demo al voor het Portugese Adverso. De tweede (“Ex inanis“) beviel ons wel, dus benieuwd naar wat de band nu voor ons in petto heeft. Toegegeven, iets spectaculairs verwachtten we absoluut niet, het betreft hier immers traditionele old-school black met een afkeer van vernieuwing. Vier nummers lang neemt Adverso ons mee op sleeptouw naar de donkerste uithoeken van de menselijke geest. Adverso’s somber klinkende black heeft een ceremonieel kantje (vooral in de titeltrack) zonder voluit de occulte en/of orthodoxe kaart te trekken. Ziekelijk klinkende riffs, ritualistische ritmische impulsen en kreten vol afgrijzen, ontzetting en afkeer vormen de soundtrack van deze afdaling naar de diepste krochten van onze ziel. De sound is ‘trve’ en heeft wel wat last van galm, maar dat versterkt deze ode aan de onderwereld alleen maar. Liefhebbers weten wat doen.

JOKKE: 78/100

Adverso – Descent (Black Gangrene Productions 2020)
1. Unfolding corridors are unmade
2. Devoid of pain
3. Holding for too long
4. Descent

With The End In Mind – Tides of fire

De wereld staat in brand…soms letterlijk. Niet alleen Australië, maar ook de Westkust van Amerika krijgt regelmatig af te rekenen met ziedende bosbranden. Voor het uit Olympia, Washington afkomstige With The End In Mind vormde het een insiratiebron voor diens tweede langspeler die de toepasselijke titel “Tides of fire” meekreeg want de zaadjes voor de nieuwe nummers werden gezeefd uit de as van de hun omringende smeulende landschappen. With The End In Mind heeft het einde dus nog steeds niet in gedachten blijkbaar, hoewel ik de band na “Unraveling; arising” alweer uit het oog en oor verloren was. Maar kijk, bezieler Alexander Roland Freilich, bijgestaan door tal van sessiemuzikanten, pende dus een nieuwe plaat bijeen en wist in tussentijd eindelijk een label aan de haak te slagen. Het is het Italiaanse Avantgarde Music geworden. Aangezien een groot aantal bands uit die stal het label “atmosferisch” opgespeld kunnen krijgen, beschouw ik deze samenwerking als een perfect fit. Afgaande op de tracklist blijkt er nog niet veel aan het gekende With The End In Mind-receptuur gewijzigd te zijn: drie songs in 47 minuten, you do the math. Deze werkwijze houdt in dat Alexander ruim de tijd neemt om zijn verhaal te vertellen en naar de pointes toe te werken. Het album is een verkenning van interne en externe zuivering: al het lijden en de angst die de titanische krachten van de natuur op ons leven uitoefenen, en het verborgen licht dat binnenin kan worden gevonden wanneer het lijkt alsof alles verloren is. Het is een reis van dood, vernieuwing en veerkracht van de menselijke geest. Ingetogen gitaarlijntjes veelal vergezeld van spoken word poëzie – sinds het ontstaan van de band in 2012 vormt literair werk van o.a. Carl Jung, Joseph Campbell, Derrick Jensen en Daniel Quinn een voedingsbodem voor de inhoud – scheppen een intimiderende ietwat onheilspellende atmosfeer, zeker in “May the name of truth be fire” zonder dat daarbij gitaargeweld en beukende drums aan te pas komen. Ik begrijp dat dit voor velen te langdradig kan overkomen, zeker als je op zoek bent naar instant overweldiging. Maar ook zonder de primaire krachten van black metal aan te wenden, slaagt With The End In Mind erin om een onheilspellend beeld te schetsen. Elementen uit dark folk, drone/ambient en psychedelica vinden hun weg naar de Cascadian totaalsound waarin ook een belangrijke rol voor percussie is weggelegd. We horen dan ook twee volledige drumstellen en aanvullende percussie het hartritme van “Tides of fire” sturen. En wanneer de black metal golven dan toch komen aanspoelen, dompelen ze ons onder in beklijvende vloedgolven. De antennes van liefhebbers van een Fauna, Wolves In The Throne Room of Hope Drone zouden ondertussen voldoende signalen opgevangen moeten hebben om deze plaat eens een kans te geven.

JOKKE: 82/100

With The End In Mind – Tides of fire (Avantgarde Music 2020)
1. Set the cavernous soul alight
2. May the name of truth be fire
3. Returning, reclaiming

Forbidden Temple – Goeie black metal overstijgt genres

Dat het in de diepste krochten van de Belgische metal-scene krioelt van de traditionele black metal bands zal de volger van deze blog wel al zijn opgevallen (hoop ik toch). Eén van de meest productieve bands is Forbidden Temple die ons de afgelopen jaren met talrijke kleine releases om de oren sloeg. Daar er – online alvast – amper achtergrondinfo te bespeuren viel, besloot ik mijn stoute schoenen aan te trekken en het duo Agaliarept en Tenebrae te contacteren voor een informatieve trip doorheen hun verboden tempel. Het resultaat van deze uitvoerige babbel leest u hieronder. (JOKKE)

Allereerst bedankt om met dit interview in te stemmen. Tijdens mijn voorbereidingen vond ik niet meteen een online interview met jullie terug. Hebben jullie het in se niet zo op interviews begrepen of geven jullie eerder de voorkeur aan printed zines?
A: Heel veel interviews zijn we in ieder geval niet van plan om te doen, maar eens eentje af en toe kan geen kwaad. Ik lees persoonlijk geen zines, online of offline, dus met een voorkeur heeft dat bij mij niets te maken. Forbidden Temple is een kleine band met een klein profiel, veel info moet er dus niet beschikbaar zijn. En voor dit interview: eens iets in het Nederlands, dat zag ik wel zitten…

T: Mijn voorkeur gaat uit naar printed zines, veel aangenamer om te lezen. Dit zal het eerste en het laatste online interview zijn, want ik heb de indruk dat alles wat gezegd moest worden, al gezegd is in vorige interviews.

Forbidden Temple is een nog vrij jonge band die echter met de regelmaat van de klok nieuwe muziek uitbrengt. Gaat muziek schrijven vanzelf bij jullie of wordt het release na release moeilijker?
A: Bij ons gaat dat eigenlijk wel vrij vlug. Tenebrae stuurt me af en toe eens een riff-idee door, de goeie selecteren we en daarmee gaan we aan de slag. Na enkele opnamesessies hebben we wel een release af, meestal één sessie per nummer. Wat we doen is eigenlijk ook niet gecompliceerd, sommige nummers schrijven zichzelf. Aangezien we niet mikken op een proper geluid, zijn we over het algemeen ook nooit lang bezig met de opstelling van het materiaal.

T: Muziek schrijven vlotte na wat demo’s, een interessant geluid vinden is meestal moeizamer dan een goed nummer schrijven. Meestal verlopen de opnames ook vrij vlot.

Jullie opereren als een duo. Hoe ziet de taakverdeling eruit binnen Forbidden Temple?
A: Tenebrae zorgt dat er riffs zijn waar we iets kunnen mee aanvangen. Vervolgens programmeer ik drums, zo kijken we wat past, welke ritmes er goed werken etc. Eens de volgorde uitgedokterd is, komt het nummer tot stand, en dan moet er nog beslist worden op welke locatie de opnames zullen doorgaan…

T: Een nummer ontstaat altijd eerst door een paar riffs, dan volgt de rest vanzelf. Wanneer ik overtuigd ben van enkele riffs die een bepaald gevoel in me opwekken, dan stel ik ze voor aan Agaliarept, en dan wordt er beslist of we de nummers verder afwerken met echte drums of drumcomputer. Agaliarept drumt, neemt de vocalen op zich, en staat in voor de teksten (meestal). Het is ideaal werken als een ‘’duo’’. Naast L. haar toetsenwerk, creeërt ze fantastiche intro’s & outro’s!

Op sommige releases worden jullie inderdaad bijgestaan door een keyboardspeelster, maar soms ook door een bassist. Enige kans dat zij ooit mee tot de creatieve kern zullen behoren?
A: De nummers worden door ons twee geschreven, de twee andere leden zitten ergens tussen echte en sessiemuzikanten in.

T: L. behoort zeker mee tot de creatieve kern van Forbidden Temple, ze geniet een zekere artistieke vrijheid. Agaliarept en ik creëren de nummers. L. vervolledigt ze. E. (bassist; ADDERGEBROED) springt in waar nodig, hij deed reeds mee op twee releases. Het hangt er vanaf waar we opnemen. Tot nu toe maakten we gebruik van zes verschillende locaties. De stinkende kelder met rot drumstel in de huidige woonst van E. is er daar één van.

Muzikaal gezien hoor ik – in tegenstelling tot de uitgemolken Scandinavische sound – eerder invloeden van de Pools/Oekraïense black metal scene terug. Ik denk hierbij aan bands als Veles, Graveland, Astrofaes, oude Behemoth en Hate Forest. Klopt dat of zit ik ernaast qua invloeden? En indien correct, wat trekt jullie zo aan in het geluid van de Oost-Europese black metal scene?
T: Zwijg mij van die uitgemolken Scandinavische sound! Een link met de scene uit Oekraïne had ik nog niet gemaakt eigenlijk. ‘’Oude’’ bands als Astrofaes, Runes of Dianceht, Drudkh, Gromm, etc. vind ik enorm goed. De hedendaagse scene in Oekraïne kan mij gestolen worden, dus daarvan ben ik niet op de hoogte. Qua invloeden zijn bepaalde oude Poolse black metal bands zoals Fullmoon, Veles, Wineta, Mysteries, Thirst, etc. belangrijk voor het ontstaan van Forbidden Temple. Deze (machtige) bands bevatten een bepaalde mystiek. Ze waren vooral puur, rauw, soms eenvoudig en ongeregeld, hadden een uniek geluid, en dat geldt ook voor wat wij doen.

A: De Oekraïnse scene ken ik niet, Astrofaes heb ik nog nooit gehoord en van Hate Forest ben ik geen fan. Bij mij zal het dus eerder de Poolse scene zijn. Veles, Graveland, Sacrilegium, Xantotol, Behemoth, … Maar evengoed bands zoals Fulgor, Autopsy Torment, Poccolus, … Onze invloeden komen een beetje van overal.  

Als ik me niet vergis, zijn jullie nog vrij jonge kerels. Via welke bands zijn jullie met black metal in contact gekomen? Eerder nieuwere bands of toch eerder de klassiekers zoals het geval was bij mijn generatie?
A: Ik ben ergens midden jaren ’90 in contact gekomen met black metal, het moet 1994 of 1995 geweest zijn denk ik. De klassiekers dus: Mayhem, Darkthrone, Impaled Nazarene, Rotting Christ, … Ik had daarvoor al wat death metal op CD (Deicide, Morbid Angel, Cartilage/Altar split, …) maar nog geen black. Die muziek heb ik leren kennen via het uitwisselen van cassettes met een paar bevriende muziekfreaks op school. Necromantia, Varathron, Rotting Christ, Gorgoroth, … zo’n dingen. Ik moet toegeven dat ik bitter weinig nieuwe bands ken of goed vind, ik vrees dat de echt goeie op twee handen te tellen zijn. Ik heb geen tijd of zin om mij daar allemaal mee bezig te houden.

T: Ik ben pas intensief naar black metal beginnen luisteren sinds 2006/2007. Tot zover ik herinner was mijn intrede vooral; Dimmu Borgir, Immortal, Dark Funeral, Burzum, Mayhem, … vooral door te snuisteren in muziekwinkels, CD’s kopiëren, raad opvolgen etc. De honger naar meer leidde tot Judas Iscariot, Black Funeral, Iljdarn, Nokturnal Mortum, Absurd, Maniac Butcher, Inquisition,…Nieuwere bands heb ik pas vele jaren later leren kennen, maar deze zijn niet van belang bij het ontstaan van Forbidden Temple. Forbidden Temple is oldschool black metal worship!

Was er een specifieke band die jullie heeft getriggerd om zelf black metal te gaan spelen?
A: Een specifieke band was het niet. Ik wist dat Tenebrae vroeger nog wat gitaar gespeeld had, en op een bepaald moment stuurde hij me wat riffs door van jaren geleden. Zes maanden later kon ik Tenebrae eindelijk overtuigen om opnieuw een gitaar aan te schaffen. Dan hebben we een 4-track geleend en zijn we beginnen experimenteren. Na enkele weken hadden we twee nummers. Die hebben we dan onder de naam “Demo I” heel beperkt verspreid, ik denk dat er een stuk of vijftien exemplaren van zijn.

T: Niet echt, de obsessie die we alletwee hebben met 90’s black metal heeft de vlam aangewakkerd.

Laten we eens door jullie discografie grasduinen. Tot op heden verkozen jullie kleinere releases zoals ettelijk demo’s, een EP en een split met Ultima Thule. Vanwaar deze aanpak?
A: Wel, we proberen voor elke release een nieuw geluid te zoeken, een nieuwe opnameaanpak. Verder dan vier nummers gaan we eigenlijk nooit. Misschien dat ik het snel beu word om binnen éénzelfde sfeer te blijven werken?

T: Het is een logische opeenvolging. Een eerste demo schreeuwt; kijk, hier zijn we! Ik ben zelf een enorme fan van demo’s, dus ik wou nog niet direct overschakelen naar een EP bijvoorbeeld. En direct met een full length afkomen vond ik wat te definitief…

Zijn er dan geen plannen voor een langspeler in de maak?
T: We weten dat er vraag is naar een album. Fans laten blijken dat ze daar naar uitkijken en ook labels tonen interesse. We laten ons echter niet onder druk zetten, een album komt er pas wanneer wij daar de tijd rijp voor achten.

Sociale media zijn duidelijk niet aan jullie besteed en ook een medium als Bandcamp laten jullie links liggen. Wat is jullie kijk op het digitaal verspreiden van muziek versus fysieke formats?
A: We zitten al genoeg aan een scherm gekluisterd, dus om F.T. niet op sociale media te laten bestaan, ik denk dat dat een welkome verademing is. Ik zie niet in welke meerwaarde dat zou opleveren, het is een cliché maar de muziek zou voor zichzelf moeten spreken. Er kruipt zodanig veel tijd in al dat online-gedoe dat dat voor ons niet moet. Onrechtstreeks hebben we natuurlijk wel een bepaalde aanwezigheid: bijna al onze releases zijn ondertussen door derden online gezet.

T: Ik probeer te begrijpen dat veel bands en labels ganse releases digitaal willen aanbieden (zeker in deze dwaze moderne tijden) maar dit is niet aan ons besteed. Ik wil/ga mij echt niet in dat circuit mengen.

Jullie lijken te zweren bij cassettetapes en vinyl als muziekdragers want op de split met Ultima Thule na, is jullie muziek niet beschikbaar op CD. De CD liefhebbers in de kou laten staan, deert jullie niet?
T: Persoonlijk heb ik niet echt een voorkeur voor een bepaald formaat. Ik heb even graag een CD als een LP als een cassette in mijn handen. Een cassette is hét formaat voor een demo. Een echte muziekliefhebber koopt alle formaten. Als er van een bepaalde release enkel maar een tape versie is, dan koop je die gewoon in plaats van te janken dat er geen vinyl of CD versie is…

Jullie demo’s hebben een Romeinse nummering meegekregen die momenteel loopt tot “VI”, echter ontbreken “III” en “V”. Werden deze nooit uitgebracht dan?
T: We hebben bewust wat releases niet genummerd. Dit wil niet zeggen dat deze releases niet bestaan, ze hebben gewoon een andere titel.

A: We hebben wel opnames liggen; instrumentale nummers, die nog niet zijn uitgebracht en dat ook nooit zullen worden. We houden die dingen goed bij, altijd interessant om daarop terug te vallen als je zonder inspiratie zit en je een goede riff nodig hebt.

Demo I” werd niet verkocht en enkel onder vrienden verspreid waarbij elk exemplaar de naam van de eigenaar erop geschreven heeft staan. De twee nummers vonden we later op de split met Ultima Thule terug, aangevuld met een intro en het nummer “Massacre winds”. Betreft het hier heropnames van “Call from the ancient woods” en “Arrival of pagan flames”?
A: Ja, onze kant van die split zijn de twee nummers van de eerste demo, heropgenomen met echte drums, en een nieuw nummer ter plaatse in de opnameruimte geschreven. Het was een leuke afwisseling om weer eens echt achter de drums te kunnen kruipen, en dan zeker achter een van mijn favoriete drumstellen. De ruimte waar we die split hebben opgenomen is de zolder van een vriend van ons. Hij heeft een heel oude kit staan waar ik graag op speel. Heel beperkt: maar twee cymbalen en twee toms, meer heb ik niet nodig!

T: We waren nieuw, dus wilden we eerst vrienden de kans geven om kennis te maken met Forbidden Temple. Niet meer, niet minder. Achteraf bekeken zijn we niet 100% tevreden over onze eerste demo… Toen we er toch positieve feedback op kregen, en later het aanbod voor de split met Ultima Thule, hebben we beslist om de nummers van op “Demo I” opnieuw op te nemen, maar met echte drums in plaats van drumcomputer. “Massacre winds” werd tijdens dezelfde sessie geschreven en opgenomen. We zijn tot de conclusie gekomen dat deze nummers beter tot hun recht kwamen op de split dan op onze eerste demo, dus zijn we ermee gestopt om “Demo I” te verspreiden.

Van de advance tape voor de “A tempest through the graves“ EP werden slechts een dozijn stuks gemaakt waarvan enkel vier publiekelijk verkocht. Gebeurt dit vanuit een soort van elitair idee dat jullie sommige muziek enkel aan bepaalde individuen of gelijkgestemde zielen willen laten horen?
A: Elitarisme heeft daar voor mij weinig mee te maken. Enkel mensen die we kennen krijgen zo’n advance cassette, de rest moet wachten op de officiële release. Iedereen krijgt het dus ooit wel te horen, die advances zijn eigenlijk niet echt heel exclusief. Ik weet zelfs niet meer dat er ooit verkocht geweest zijn. Voor mij maakt het eigenlijk ook niet uit wie naar onze muziek luistert. Dus “gelijkgestemde zielen”, daar ben ik persoonlijk niet naar op zoek in ons publiek, ik lig er in ieder geval niet wakker van. Mijn enige elitaire mening is dat de meeste muziekliefhebbers geen kloten van muziek kennen of er in ieder geval heel bekrompen mee omgaan, maar dat is een andere discussie…

T: Deze advance tape kwam er omdat de EP redelijk wat vertraging had. Hrabnaz van Avgrundsklanger had nog wat tapes liggen met de perfecte lengte… Geen idee welke paljas deze informatie weer op discogs gezwierd heeft… Ik vind het belangrijk dat advance tapes naar mensen gaan die we persoonlijk kennen, die ongeveer op eenzelfde golfengte zitten en die die tapes ook voor zichzelf kunnen houden. De paar exemplaren die publiekelijk via Avgrundsklanger te koop waren, waren een uitzondering met onze goedkeuring.

Ook voor demo “VI” kozen jullie voor deze gepersonaliseerde aanpak wanneer men de tape rechtstreeks bij jullie kocht. Handig om de snoodaard terug te vinden indien er op een bepaald ogenblik een exemplaar op Discogs tegen woekerprijzen verkocht wordt, haha! Vanwaar het idee om de exemplaren te personaliseren?
A: Ik denk niet dat die info klopt. Dat staat op Discogs zeker (correct; ADDERGEBROED)? Sommige exemplaren hebben er een naam op staan, maar dat zijn die die we letterlijk aan individuen die we kennen hebben gegeven of verkocht. De meeste zijn naar distro’s gegaan, dus misschien hebben sommige van die winkels ze gepersonaliseerd? Dat zou kunnen. Ik hou wel van een persoonlijke aanpak, zeker wanneer je iets geeft aan iemand die je kent. Dan krijgt zo’n eenvoudige cassette ook iets meer waarde, niets monetairs natuurlijk. Gewoon wat extra charme.

T: Deze tape werd enkel verkocht aan labels en mensen die we persoonlijk kennen. Mijn geheugen laat mij even in de steek, maar voor zover ik weet werden deze tapes nooit gepersonaliseerd, buiten dat we er zelf ‘’Forbidden Temple – VI’’ opgeschreven hebben om de authenticiteit te bevestigen.

Eind jaren ’80/begin jaren ’90 brachten veel (black) metal bands rehearsal tapes uit. De laatste jaren geraakten deze echter wat in de vergetelheid. Wat spoorde jullie aan om er één uit te brengen? Uit welke film is de sample in de intro afkomstig?
A: Het initiële idee was eigenlijk niet om er een repetitiecassette van te maken, maar tijdens het opnemen kwamen we tot de vaststelling dat meer dan de helft van wat we aan het doen waren in die kelder daar geïmproviseerd was. Achteraf bekeken hadden die opnames ook een bepaalde spontaniteit, wat met een drumcomputer nooit het geval zou geweest zijn. Het voelde heel bevrijdend om nog eens achter een drumstel te zitten. Uit al die opnames hebben we dan de beste stukken geselecteerd. Het geheel klonk bij het beluisteren achteraf ook als een repetitie. Vandaar… Waar de samples vandaan komen, vertel ik liever niet. Het is iets uit een film waar ik dan zelf muziek bij gemaakt heb.

Demo VI” zal nu ook als 12” LP heruitgebracht worden. Waarom specifiek deze demo? Is het jullie meest ‘populaire’ als het ware?
A: Het is de langste demo denk ik, dus minder vinylverspilling, en misschien ook wel die waar we het meest tevreden van zijn. Het is in ieder geval, volgens mij althans, de meest “complexe”, de meest gelaagde.

T: Het kan zijn dat deze release wat opvallender is omdat ze wat afwijkt van de rest… We konden dat aanbod van Medieval Prophecy Records moeilijk weigeren… “Forbidden Temple – VI” is trouwens de eerste 12” release op MPR, net als de “Forbidden Temple – II” cassette de allereerste release was op MPR!

Verder staat er ook nog een nieuwe 7” op het programma als ik het goed voor heb? Wat kunnen jullie daar al over kwijt?
T: Buiten dat het een afgesproken deal is met MPR, kunnen we daar nog niets over lossen. De Covid-19 heisa zorgde uiteraard voor heel wat vertraging, helaas… Anders was die 7’’ al lang opgenomen.

De geluidskwaliteit gaat er release na release op vooruit, hoewel het natuurlijk nog steeds om rauwe en grimmige black gaat. Hoe gaan jullie om met het spanningsveld tussen rauwheid en geluidskwaliteit tijdens opnames? Vooral die rehearsal tape klinkt écht goed!
A: Ik vind eigenlijk van niet. “Demo I” en “II” zijn een pak cleaner dan “IV” en “VI“. Mocht je er een bepaalde evolutie in horen, dan denk ik dat dat vooral toeval is. We nemen gewoon elke release een beetje anders op, het gitaargeluid dan vooral. Eens we een goed geluid gevonden hebben, doen we door tot het ons beu is. Ik heb trouwens nog al gehoord dat “Unholy rehearsal” heel goed klinkt. Ze zouden serieus schrikken mochten ze zien hoe we dat hebben opgenomen. We hadden maar één microfoon die dag en de plaats die we ter beschikking hadden, stond voor 90% vol met dozen, brol, afval, fitnessmateriaal, …

Sommige demo’s werden in eigen beheer uitgebracht terwijl er ook met verschillende labels als Medieval Prophecy Records, Gramschap, Astral Temple, Avgrundsklanger en New Era Productions werd samengewerkt. Bekijken jullie elke collaboratie release per release zonder jullie aan een label te binden?
A: We zitten nu ver genoeg om een paar zeer toegewijde labels te hebben waarvan we weten dat we ermee kunnen samenwerken, zonder ons aan één iemand te moeten binden. We kiezen natuurlijk nog altijd zelf, maar we zijn op een punt gekomen dat we er niet onmiddellijk nog een ander label zouden willen bij nemen. De volgende releases zullen weer op Gramschap en MPR zijn, op één uitzondering na.

Op het artwork van de split na, kiezen jullie steeds voor een foto van één of beide gecorpsepainte bandleden waar de black metal clichés van afdruipen. Soms, zoals in het geval van de “Unholy Rehearsal 2019”, balanceert dat beeld op de dunne scheidingslijn tussen “cool” en “clownesque”, hoewel dit natuurlijk wel bij het genre past. Waarin ligt voor jullie de charme van dergelijke foto’s en waarom kiezen jullie niet voor getekende hoezen?
A: Volgens mij ligt “bizar” op de scheidingslijn van “cool” en “clownesque” en dat was de bedoeling. Een hoes zoals “Unholy rehearsal” blijft hangen, een zwartwit-afbeelding van een bos vergeet je, al is daar op zich niets mis mee. Meestal zijn we niet echt lang bezig met het maken van de hoezen. We tonen elkaar een selectie van goeie beelden en dan zien we wel waar we uitkomen…

T: Ik weiger geld te betalen voor artworks en logo’s, dus Forbidden Temple is 100% DIY. Een foto van de band of een bandlid als artwork kan simpel maar effectief zijn! Je weet al direct waar je aan toe bent…

Wat zijn voor jullie enkele van de meest iconiche hoezen met gecorpsepainte individuen op?
A: Voor mij zullen dat de volgende zijn: Fimbulwinter “Servants of sorcery“, de Asaradel democompilatie en Nebiros “Guerreros de Lucifer“, maar dan de originele hoes, niet die van de reissue. En “Taur-Nu-Fuin“!

T: Buiten de klassiekers zoals “Transilvanian hunger” en “Pure holocaust” zijn er veel hoezen met individuen op die ik schitterend vind; Thunderbolt “Black clouds over dark majesty“, Nehëmah “Light of a dead star”, Graveland “Thousand swords”, Silexater “Silexater”, Ancient “Svartalvheim” (waarschijnlijk één van de beste hoezen ooit!), Countess “The return of the horned one…”, Vargsang “Call of the nightwolves”… Schitterende hoezen met meerdere leden op zijn Marhoth “W Imieniu Marhoth…“,  Thou Shalt Suffer “Into the woods of Belial“, Impiety “Salve the goat…Iblis exelsi“, “A tribute to the black emperors,…er zijn er veel, maar deze komen het eerst in me op…

De Belgische black metal scene is de laatste jaren springlevend, net zoals die bij onze Noorderburen. Ik zie echter drie grote verschillen als ik ze op één of andere manier met mekaar wil vergelijken. Ten eerste hebben veel Nederlandse bands een arty farty (of zoals de scene police zou zeggen “hipsterig” karakter) terwijl vele Belgische bands toch meer een traditionele old school – al dan niet satanische – insteek hebben. Ook jullie gaan voor deze laatste aanpak. Hoe definiëren jullie black metal?
A: Ik volg dat eigenlijk allemaal niet zo, dus ik zou niet weten waarover je het hebt. Wat black metal voor ons is, wel, ik vind het altijd wat raar om een persoonlijke definitie te geven van iets waarvan de grenzen relatief vastliggen. Wat ik wel kan zeggen is waar ik naar op zoek ben in black metal, alhoewel dat uiteraard moeilijk precies te omschrijven valt. Ik wil goeie riffs horen, de melodieën mogen zo simpel zijn als ze willen, maar ze moeten verslavend en bezwerend zijn, geen langgerekte willekeurige opvolging van akkoorden. Een goed geluid is even belangrijk; dat mag een cleane studio sound zijn (“Ugra-Karma” bijvoorbeeld), al verkies ik het meestal wel iets ruwer. Het valt me wel op dat de muziekgenres die mij op een heel rechtstreekse manier aanspreken, een bepaald gevoel delen, of dat nu black metal is of iets anders. Het kan raar klinken maar wanneer ik naar German Oak – “s/t“, Dead Infection “World full of remains“, Horde Catalytique Pour La Fin “Gestation Sonore“, Mauthausen Orchestra,  Katharsis “Kruzifixxion” of Pierre Henry “Le Voyage” luister, denk ik soms exact hetzelfde: ik zou heel graag bij die opname aanwezig geweest zijn om eens heel diep in te ademen, al moet dat daar bij sommige van die voorbeelden wel serieus gestonken hebben. Ik hoor in goeie black metal iets dat genres overstijgt en niet uniek aan één iets vasthangt. Zij die het tegendeel beweren, sorry, maar die hebben gewoon nog te weinig muziek gehoord denk ik.

T: Ik zie wat je bedoelt aangaande dat hipsterig karakter, die bands zijn geen black metal in mijn ogen, misschien eerder postmetal met een bm-geluid, whatever. Het kan me bij nader inzicht geen kloten schelen. Vroeger ging ik mij daar nog druk in gemaakt hebben… Sinds MPR tot leven kwam zijn er inderdaad hier en daar wat rotte paddenstoelen uit de grond geschoten, alhoewel enkele van de bands op dat label al bestonden voor de oprichting ervan. Black metal moet vooral gemeend zijn. Verder ga ik daar niet over uitwijken.

Een tweede opmerkelijk verschil is dat de scene in Nederland sterk geconcentreerd is rond bepaalde steden zoals Utrecht of Tilburg. In België is er niet bepaald één stad die sterk aan het genre gelinkt wordt en de scene lijkt me heel versnipperd. Zijn er Belgische collega’s waar jullie een zekere verbondenheid mee voelen?
A: De bands waar we een bepaalde verbondenheid mee voelen zijn bands met een gelijkaardige aanpak: Perverted Ceremony en Moenen of Xezbeth bijvoorbeeld. Ik denk dat het daar zo ongeveer wel zal bij blijven. Zoals we hierboven ergens zeggen, is de scene in België meer geconcentreerd rond labels in plaats van rond steden.

Het laatste verschil zit ‘em in live optredens. Vele Nederlandse bands zijn live actief wat bv. op een festival als Roadburn zelfs resulteerde in een dag die in 2019 volledig aan black metal opgedragen werd. Veel Begische bands van de nieuwe lichting – denk bv. aan degene die hun spul via Medieval Prophecy Records zien verschijnen – heb ik bij mijn weten nog nooit zien optreden. En dat vind ik jammer want ondanks het potentieel van onze scene en de talrijke black metal optredens, lijdt het live circuit mijns inziens aan bloedarmoede. Hebben jullie nooit de intentie gehad om live te spelen?
A: We zijn niet van plan ooit live te spelen.

T: Tjah, en wat voor black metal zie je dan die dag op Roadburn… Soms duiken de gedachten wel eens op om live te spelen, maar deze worden al snel links gelegd. Hiervoor hebben we zes mensen nodig op het podium, en daar staan we niet voor te springen. Als je het de eerste keer verkloot live, dan heeft dat gevolgen. Niet dat we daarmee inzitten, maar live spelen interesseert ons gewoon niet door alle zever die erbij komt kijken. Forbidden Temple is een opname-project. We focussen ons liever op de volgende releases in plaats van nummers te repeteren om ze live te brengen.

Tenslotte nog even terugblikken op de voorbije bizarre weken. Hoe hebben jullie de lockdown periode n.a.v. Covid19 ervaren en zijn er lessen die jullie hieruit hebben getrokken?
A: Ik heb het geluk gehad om tijdens de Corona-crisis volledig doorbetaald te worden en veel minder te werken. De zee aan vrije tijd is wel opgevuld geraakt, verschrikkelijk veel muziek beluisterd, gelezen en alles op het gemak gedaan. Voor mij mocht die lockdown nog wat maanden langer geduurd hebben. Het enige vervelende was om al die tijd te hebben, en eigenlijk niets te kunnen opnemen. Mochten al die restricties er niet geweest zijn, hadden we weer een paar demo’s bij… Ik hoop in ieder geval wel dat de wereld zoals die nu bestaat lessen trekt uit heel die crisis. Niet meteen over die ziekte maar over de manier waarop we met z’n allen te veel werken, te veel met dingen bezig zijn die er niet toe doen.

T: Met Forbidden Temple hebben we helaas niets kunnen doen in deze periode… Mijn tijd werd opgevuld met nieuwe biertjes proeven, nog meer bezig zijn met muziek dan anders, nu en dan eens een film bekeken of wat boeken op aanraden van Agaliarept gelezen, en veel gewandeld in de Vlaamse bossen! Geen lessen uit getrokken, met een grijns de chaos toegelachen…