Month: augustus 2020

Obskuritatem – Hronika iz mraka

Een tijdje geleden viel er een tape van Obskuritatem uit Bosnië en Herzegovina in mijn brievenbus vergezeld van een ansichtkaart. “Black Plague Circle Metal sends fuck off groetjes aan het pseudo black metal scum!” staat er te lezen. Weten we weeral wat voor vlees we in de kuip hebben. Nu kwamen er in de vorm van Niteris en Void Prayer al eerder Black Plague clubleden voorbij, benieuwd hoe Obskuritatem het er vanaf brengt met diens tweede full-length “Hronika iz mraka” (“Kroniek uit de wolken” of zoiets dixit Google Translate). De zeven nummers die we voorgeschoteld krijgen, vallen onder de raw black metal noemer of wat had u nou gedacht? Deze is wel minder rechtlijnig dan je op het eerste gehoor zou denken, met melodieën die zich niet vanaf de eerste luisterbeurt prijsgeven. Geen standaard tremoloriffs hier, maar licht enerverend gitaarwerk dat zoals in het titelnummer soms op het randje van atonaal balanceert. Het vraagt meerdere luisterbeurten alvorens het kwartje volledig valt en je de composities gedegen kan doorgronden. Ondermeer ook door de tempovariaties die zich niet altijd laten voorspellen. Obskuritatem prijst dan ook verstoring van het evenwicht. De zanger produceert een breed gamma aan rauwe keelklanken en wordt op het hypnotiserende en zich grotendeels traag voortslepende “Opor” en “Filozofija bijede” bijgestaan door de Japanner Ur Èmdr Oervn van Arkha Sva die schizofreen klinkende heldere vocalen in de strijd gooit. “Svijet u pepelu” en het uitluidende “Hvalospjev propadanju” zijn geen standaard composities en druipen van de stank van het menselijk verval en vlezige slechtheid. Productiegewijs klinkt “Hronika iz mraka” als een gedegen analoge live-opname die inzet op sinistere atmosfeer. “Hronika iz mraka” is geen plaat of tape om na één luisterbeurt in de collectie weg te moffelen, maar één die wat aandacht en toewijding van de luisteraar vraagt.

JOKKE: 77/100

Obskuritatem – Hronika iz mraka (Black Gangrene Productions 2020)
1. Izrodi svjetlosti
2. Obamrlost vremena
3. Opor
4. Svijet u pepelu
5. Filozofija bijede
6. Hronika iz mraka
7. Hvalospjev propadanju

Nimbifer – Demo I & II

Nimbifer is een vrij recent opgericht black metal tweemansorkestje afkomstig uit het Duitse Hanover. Als we hun bescheiden discografie chronolisch overlopen, tellen we twee demo’s en een split met Hajduk, Akantha en Sørgelig. Vendetta Records verzamelde beide demo’s om ze opnieuw via een vinyluitgave onder de aandacht te brengen. De heren Windkelch (zang, gitaar en bas) en Sturmfriedt (drums) hebben aan het artwork van de demo’s te zien een grote interesse in de duistere Middeleeuwen – een tijd waarin je, als je niet voorzichtig was, al eens een zwaard in je schedelpan gekliefd kon krijgen – en wijden er hun Duitstalige black aan. Bij het beluisteren van de vier nummers die “Demo I” vormgeven, moest ik eigenlijk meteen denken aan wat menig Deense Korpsånd band heden ten dage zoal uitvreet. Het feit dat ook Nimbifer een duo is, en dus met beperkte manschappen een black metal blitzkrieg vol powerchords uitvoert, voedt deze referentie. Windkelch’s high pitched scream gaat door merg en been, de tremoloriffs scheuren voorbij en trommelaar Sturmfriedt doet het eerste deel van zijn naam alle eer aan, hoewel er op tijd en stond ook al eens gas wordt teruggenomen, zij het nooit voor lang. Het punky element is wel iets minder prominent aanwezig dan bij de Denen van een Jordslået of Skravl. Productioneel gezien klinkt de eerste demo wat winderiger dan diens opvolger, maar al bij al liggen beide mooi in mekaars verlengde. “Der Herrscher“, de opener van “Demo II” bevat in diens uitluidende seconden subtiele toetsen en gepiep van een overstuur geraakte amp. “Im Dickicht” is met acht en een halve minuut speeltijd het langste nummer van beide demo’s en laat het meeste ademruimte toe, even voor halfweg zelfs een tijdje tot op doomniveau. Nimbifer heeft al twee geslaagde demo’s weten componeren die ik met een dikke vette smile tot achter mijn oren regelmatig opzet. De vinyluitgave was op een wip en een knip uitverkocht, maar niet getreurd want in het najaar zal een repress volgen..

JOKKE: 81/100

Nimbifer – Demo I & II (Vendetta Records 2020)
1. Geister
2. Im fahlen Schein
3. Krone
4. Kadaver
5. Der Herrscher
6. Die Diener
7. Im Dickicht

Welkin – Recollections of conquest and honour

Het artwork dat op de hoes prijkt van Welkin’s debuutlangspeler “Recollections of conquest and honour” herkennen we in één oogopslag van Abigor’s “Channeling the quintessence of Satan“, maar het betreft hier natuurlijk geen commissioned piece maar een werk van de Duitse kunstenaar Albecht Dürer getiteld “”Knight, death, and the devil”, geen wonder dat deze gravure uit 1514 te pas en te onpas opduikt in black metal artwork. Het betreft hier trouwens niet de Belgische Welkin, maar een éénmansproject van de Singaporese Hasthur die middels dit vehikel enerzijds zijn voorliefde voor Finse black à la Satanic Warmaster, Sargeist, Baptism, Behexen en Noenum wil botvieren en anderzijds ook inspiratie vond in meer episch/folky en exotisch zwartmetaal van namen als Darkenhöld, Holyarrow, Vothana en Thrawsunblat. Na een demo en een lokale samenzwering met Nuurisk en Luna Azure vond Hasthur de tijd rijp voor een volwaardig debuut en het moet gezegd dat “Recollections of conquest and honour” allerminst de mist ingaat, althans voor wie de black metal en typische melancholie van de aangehaalde Finse referenties (maar dan met een modernere sound) wel kan smaken en ook niet vies is van de nodige epiek. De riffs zijn melodieus, maar niet overdreven complex en pretenderen zeker niet naar de neoklassieke inslag van de Zweedse school. Zoals gezegd groeide Hasthur eerder met Finse black in zijn tienerkamer op. De vijf lange composities bevatten een onmiskenbare folk ruggengraat, maar gelukkig op een subtiele wijze zonder in hoempapa toestanden te verzanden. Het woeste, bijna tien minuten durende “War.Victory.Honour” doet zijn naam alle eer aan en bevat samples van zwaardgekletter en hinnikende paarden wat het oorlogszuchtig karakter van de song nog extra onderstreept. De drums zijn hoorbaar geprogrammeerd, maar het werkt nergens storend. Hashtur beschikt over een fijne, doch doorsnee klinkende raspende stem die doet wat ie moet doen, maar ons nergens omver blaast. Het afsluitende “Farewell” is geen outro-achtig mijmerend niemendalletje maar een negen minuten durend so long, farewell, auf wiedersehen, goodbye dat goed samenvat waar Welkin voor staat. “Recollections of conquest and horror’ is een plaat die aangenaam en toegankelijk klinkt, opwinding zonder risico verschaft en vertrouwd klinkt zonder te vervelen. Wie zich aangesproken voelt, moet deze dan ook maar eens een luisterbeurt gunnen. Best impressionant voor een zeventienjarige!

JOKKE: 79/100

Welkin – Recollections of conquest and honour (Pest Productions/Azure Graal 2020)
1. The Thalassic path / To the new world
2. Conquest
3. Winds of strife
4. Upon the starlit highlands
5. War.Victory.Honour
6. Farewell

Whoredom Rife – Ride the final tide

Ongelofelijk hoeveel monsterriffs er jaren hebben liggen sluimeren in de hersenpan van V. Einride, het muzikale mastermind achter Whoredom Rife. Sinds de band in 2016 uit het niets met diens gelijknamige EP toesloeg en een krater in het ietwat vastgeroeste Noorse black metal landschap sloeg, is Whoredom Rife op kruissnelheid. In een tijdspanne van ruim vier jaar volgden immers nog twee langspelers, een akoestische EP en recent ook nog een split met Taake. Een nieuwe full-length zou weeral in de maak zijn en weldra op ons losgelaten worden, maar voor het zo ver is, lost het duo nu middels “Ride the final tide” nog een extra EP, daar dit titelnummer nog net een tikkeltje aggressiever is dan het nieuwe materiaal dat op de langspeler zal prijken. Dit resulteert ook in een ietwat atypische videoclip vol oorlogstaferelen, wat ik nu niet meteen van deze Noren verwacht had. Soit, de venijnige, heerlijk opzwepende tremeloriffs en blastbeats vliegen je om de oren en ook Kjell Rambeck’s vocalen klinken nog net wat dieper en woester dan gewoonlijk. Er valt deze keer haast eerder een Zweedse zweem à la Setherial of Dark Funeral te bespeuren, vooral ook in de afsluitende leadpartij. Om al deze razernij te counteren en omdat de band een belangrijke speler was in de ontwikkeling van de black metal scene rond Trondheim waaruit ook Whoredom Rife afkomstig is, kozen de heren middels een cover van “Maane(n)s natt” voor een ode aan Manes. Wie oude Manes kent – heden ten dage klinkt die band veel experimenteler en hebben ze haast niets meer met metal te maken, hoewel ze middels de reïncarnatie Manii ook terug black metal spelen – weet dat dit nummer heel slepend en atmosferisch is. Whoredom Rife blijft vrij dicht tegen de versie die op debuut “Under ein blodraud maane” uit 1999 prijkt (je hebt ook nog de demoversies), maar dan in een betere en wat zwaardere productie gestoken. De sinistere orgelklanken, penetrante slome riffs, traag rollende dubbele basdrums, echoënde vocalen en percussie zijn nog aanwezig, maar enkele pianoriedeltjes werden wel achterwege gelaten. Ook in deze andere setting weet Whoredom Rife te beklijven (ook akoestisch heeft de band al bewezen overeind te blijven). “Ride the final tide” is de aankoop zeer zeker waard, zelfs als je niet zo’n fan bent van het 7 inch formaat. Laat die nieuwe langspeler maar komen en hopelijk tot op Unholy Congregation in november!

JOKKE: 90/100

Whoredom Rife – Ride the final tide (Terratur Possessions 2020)
1. Ride the final tide
2. Maanens nat (Manes cover)

Ôros Kaù – Imperii templum aries

De laatste tijd zitten er in het water van ons Belgenlandje precies niet enkel recordaantallen cocaïne, maar ook een hoop meer sinistere smerigheid. Brussel lijkt het epicentrum van deze walgelijke evolutie te zijn en geen enkel project van die kanten lijkt het levenslicht te zien alvorens eerst langs Déhà’s Opus Magnum Studios gepasseerd te zijn (de hoeveelheid releases waarmee hij op de één of andere manier te maken heeft gehad, begint langzamerhand hallucinant te worden). Deze keer komt “Imperii templum aries”, het debuut van Ôros Kaù ons ten gehore. Nog zo’n project waarvan met geen mogelijkheid te achterhalen valt wie er nu precies achter schuilt. Wat we wel weten is dat Déhà enkele vocale diensten levert – zo treedt hij wel vaker aan als gastmuzikant bij projecten die in zijn studio passeren. De band roept doorheen de eerste 7 nummers evenveel demonen en duivels aan en dit middels zompige en bijwijlen psychedelische black death metal. Het helse thema wordt alvast niet onder stoelen of banken gestoken want in opener “Zepar” krijgen we meteen al de frase “In the name of Satan” voorgeschoteld. De moerassig klinkende productie waarin de drums sterk op de voorgrond treden doet de ronkende bas en chaotische doch gestaag rollende en verwrongen riffs eer aan en creëert zo een vol geluid dat precies een auditief equivalent is van drijfzand: organisch, constant in beweging en bedoeld om als luisteraar in weg te zinken. Doorheen het over de gehele lijn hoge tempo komen de vocalen dan weer zeer doordacht over, van de raspende, zodanig goed beheerste grunts dat ze haast verstaanbaar zijn en de hoofdmoot van het zangwerk vormen, tot de rochelende Attila-gorgels (“Shax”) en bijna gefluisterde zanglijnen die in onofficiële afsluiter “Leraje” opduiken. Onofficieel, want als effectieve eindspurt wordt geopteerd voor een cover van het magistrale “Set the controls for the heart of the sun” van Pink Floyd. Van een verrassende en onconventionele keuze gesproken! Op deze cover worden ook nog eens cleane vocalen uit de kast gehaald – een Pink Floyd nummer kun je nu eenmaal niet zomaar volledig gaan grunten. Ondanks de gewaagde keuze sluit de cover best goed aan bij de rest van het album dankzij de psychedelische leadlijnen die ook in eerdere nummers aan bod kwamen, al dan niet doorspekt met dartelende dissonanten die bovenop de modderige gitaar- en basbrij dansen. Ondanks de chaotische aard van het beestje klinkt Ôros Kaù zeer berekend en doordacht en dat moet ook het Franse label Epictural Production bevallen zijn, want die brengen een digipack van het album uit. Hoewel “Imperii templum aries” zeker niet licht verteerbaar is geeft het album na enkele luisterbeurten zijn geheimen prijs en blijkt meer details en subtiliteiten te bevatten dan een eerste luistersessie zou doen vermoeden. Belgische smerigheid op zijn best!

CAS: 82/100

Ôros Kaù – Imperii templum aries (Epictural Production 2020)
1. Zepar
2. Shax
3. Belial
4. AešmaDaeva
5. Furfur
6. Forneus
7. Leraje
8. Set the controls for the heart of the sun (Pink Floyd)

Ninkharsag – Discipline through black sorcery

UK Black metal doet het de laatste tijd vrij goed bij de Addergebroed redactie. Ook in het geval van Ninkharsag bevinden we ons op het eiland aan de overkant van de Noordzee. Ik dacht eerst dat het een nieuwe band betrof die Vendetta Records een duwtje in de rug wou geven, maar blijkbaar loopt Ninkharsag – vernoemd naar een vruchtbaarheidsgodin uit de Sumerische mythologie – al sinds 2009 op deze aardkloot rond en werd vijf jaar geleden reeds een eerste volwaardige langspeler “The blood of celestial kings” via Candlelight Records verspreid, volgens de band destijds niet meer dan een veredelde demo. Wedra zou echter de nieuwe langspeler “The dread march of solemn Gods” moeten verschijnen en in de vorm van de “Discipline through black sorcery” 7 inch krijgen we daar al drie voorproevertjes van. De band, die oorspronkelijk als een soloproject van lead gitarist Paul Armitstead startte maar ondertussen tot een volwaardige entiteit uitgroeide, heeft een grote voorliefde voor old-school Zweedse meloblack genre Dissection, Lord Belial, Dark Funeral, Setherial en Naglfar, dat wordt al vrij snel duidelijk. Drummer Jay Pipprell’s zweep gaat er tempogewijs dan ook drie nummers lang zo goed als voortdurend op, hoewel “The lord of death and midnight” eveneens wat meer groove laat horen. Ook logo’s van oude heavy metal bands zijn onmiskenbaar op de lederen vesten van de bandleden genaaid, luister maar eens naar het gitaarstukje naar het einde van “The necromanteion” toe. De scream van zanger/gitarist Kyle Nesbitt is bovendien vrj goed verstaanbaar, wat helpt bij het meebrullen van de toegankelijke refreinen. Originaliteitsprijzen zijn niet aan Ninkharsag besteed en het onderscheidend karakter van de drie songs is vrij miniem. Voor wie hier echter geen genoeg van krijgt, heeft Ninkharsag met de gekende ingrediënten van Zweedse meloblack een interessante teaser voor zijn op til zijnde langspeler weten klaarstomen.

JOKKE: 77/100

Ninkharsag – Discipline through black sorcery (Vendetta Records 2020)
1. Discipline through black sorcery
2. The necromanteion
3. The lord of death and midnight

Imperial Triumphant – Alphaville

Beklijvend. Ik heb lang gezocht naar een woord, één woord, dat deze band beter kan omschrijven, maar volgens mij komt het voorgenoemde nog het dichtst in de buurt. Imperial Triumphant maakt uiterst beklijvende muziek. Het is goed mogelijk dat het niet eens hun opzet is om je de stuipen op het lijf te jagen, soms maar enkele minuten nadat ze je nog in totale vervoering hadden gebracht. Ze doen het misschien wel gewoon per ongeluk. “Vile luxury” was al een opeenstapeling van beklijvende momenten. “Vatican lust”, of” Krokodil” van “Abyssal Gods” waren reeds knipoogjes naar een rauwe genialiteit waarvan ik toen niet kon vermoeden dat het beste nog moest komen. Ook live kon Imperial Triumphant zich met schijnbaar gemak van zijn beste technische én groovende kant laten zien, het vakmanschap was altijd al ontegensprekelijk aanwezig. En laat het geweten zijn, dat vakmanschap begraven de heren uit New York met plezier onder een tormentueuze, auditieve hel. Amper twee jaar later is daar plots een eerste single van het nieuwe album; “Rotted futures“. Onheilspellende intro, dissonante riffs, staccato, schijnbaar aritmisch met momenten, Imperial Triumphant hield alle symptomen voor een waardige opvolger duidelijk in het gareel. De track stond meteen op hoge rotatie bij ondergetekende. Op de laatste dag van juli kwam “Alphaville” uit, via Century Media – een grote stap van het vorige Gilead Media, en eentje waar ik mijn hart onterecht voor vasthield. De plaat beukt langs alle kanten tegen de grenzen van je comfortzone aan. De productie zit ongelofelijk strak, zonder dat de band daarbij aan hun kenmerkende sound moet inboeten. Sterker nog, Imperial Triumphant klonk nog nooit zo goed. De gitaarlijnen doen soms niet meer dan de percussie naar een hoger niveau tillen – maar nog vaker zagen ze je grijze massa op een slopend tempo aan gruis. Er zijn vocalen die tegelijkertijd uit een ver verleden als een dystopische toekomst lijken te komen. Absolute showsteler is mijns inziens “Atomic age”. De kwartetzang aan het begin, de hypnotiserende handdrums, de half schreeuwende, half mechanische stem die de titel van het nummer ‘produceert’, en de barrage van geluid die de band daar even later weer overheen weet te gieten – ongezien. Er zijn momenten op “The greater good” en de titeltrack die moeiteloos op een futuristisch jazzalbum zouden kunnen staan, als leden van die band bij Deathspell Omega hadden gespeeld, tenminste. En dan heb ik het nog niet over de auditieve heroïne van “Transmission to Mercury” gehad. Het geheel is, zonder meer, beklijvend. Dit album moet iedere fan van avant garde, nay, van jazz – nee, van black metal, in zijn collectie hebben. Petje af. 

JULES: 92/100

Imperial Triumphant – Alphaville (Century Media 2020)
1. Rotted futures
2. Excelsior
3. City swine
4. Atomic age
5. Transmission to Mercury
6. Alphaville
7. The greater good
8. Experiment (Voivod cover)
9. Happy home (The Residents cover) 

Vorstreus – De vernietiging van Irminsul

We schrijven de achtste eeuw na Christus in wat we momenteel als Duitsland kennen. De Irminsul of “al-zuil” was een belangrijk heiligdom voor de Saksen met vermoedelijk grote symbolische betekenis. Het is een grote opgerichte houten stam die volgens de Saksen de gehele wereld ondersteunde en vergeleken kan worden met Yggdrasil uit de Noordse mythologie: de wereldboom die zijn wortels in de onderwereld heeft en met zijn takken het dak van de wereld ondersteunt. In 772 werd de Irminsul door Karel de Grote in zijn oorlog tegen de Saksen verwoest. De in de Verenigde Staten residerende Nederlander Lars Marte vernoemde de tweede EP van zijn éénmansproject Vorstreus naar deze gebeurtenis. Vorig jaar verscheen reeds een self-titled EP. Vorstreus speelt black metal van het rauwe en grauwe soort met een licht depressieve inslag die geënt is op het geluid van second wave black uit de jaren negentig, toen onze vriend waarschijnlijk nog niet geboren was. In “helder water“, een song waarin de open akkoorden een heidens gevoel uitstralen, gooit Lars zijn heldere stem op een verhalende manier in de strijd, wat een schril contrast vormt met zijn raspend Nederlandstalig gekrijs. Vreemd dat het daaropvolgende “Webben” precies een iets krachtigere productie heeft aangemeten gekregen dan de eerste twee nummers. “Voorouderen“, dat met een Burzumesque riff start, klinkt opnieuw wat minder luid en heeft een sound die wat in de verte weggemoffeld lijkt. “Het laatste lied” is met een speelduur van zes minuten het langste nummer op deze EP. Lars wisselt hier rauwe snelle partijen af met slepende trage passages vol verwrongen melodie en ijzingwekkende vervormde screams. Links en rechts horen we op “De vernietiging van Irminsul” wel een paar goede ideeën, maar ze komen nog niet volledig tot hun recht. Als deze jonge knaap nog wat verder blijft schaven en middels nog wat EP’s verder zijn weg zoekt, komt het wel goed.

JOKKE: 70/100

Vorstreus – De vernietiging van Irminsul (Knekelput 2020)
1. Plaag
2. Helder water
3. Webben
4. Voorouderen
5. Het laaste lied
6. Outro

Abduction/Nocturnal Prayer – Intercontinental death conspiracy

Abduction – de éénmansband uit het Verenigd Koninkrijk – staat sinds de release van zijn derde langspeler “All pain as penance” op ons lijstje van bands die we zeker in de gaten moeten houden. A|V besloot een internationale samenzwering aan te gaan met het Canadese Nocturnal Prayer, een duo dat pas sinds 2019 muzikale output produceerde en tot dusver twee demo’s op zijn conto had staan en waarmee de Engelsman een gedeelde interesse in kosmisch nihilimse, dood en wedergeboorte deelt. Of het ligt aan het feit dat de sound van deze Canadezen, vergeleken met de Europese/Amerikaanse black metal blend van Abduction meer orthodox, rauwer, monochromatisch en wars van alle moderniteiten klinkt, weet ik niet, maar feit is dat de vier nummers die Abduction voor zijn rekening neemt productioneel gezien rauwer zijn uitgevallen dan wat we op “All pain as penance” hoorden. Vooral de power is uit de sound en meer bepaald de basdrum weggezogen wat verdomd jammer is, want de link die hierdoor met het geweldige Aosoth gelegd werd, verdwijnt nu als sneeuw voor de zon. Vooral in agressievere nummers als “Mass extinction salvation” of “Astral projection” en het wat meer technische “In ceaseless night” wordt die moddervette sound gemist. Een meer gelaagde en atmosferische song als “Cremation sickness” blijft in deze nieuwe aanpak wel nog overeind, maar algeheel genomen stelt Abduction me hier toch wel wat teleur na de fantastische voorganger. Een dunne en iele productie bevalt het zwartmetaal van Nocturnal Prayer, dat eigenlijk dicht tegen de huidige Portugese scene aanleunt, dan weer wel als gegoten. Op het eerste gehoor heeft deze no-nonsense black weinig om het lijf maar de twee Canadezen weten in “Leading the tumbrels of affliction” toch te verbazen door opera-achtige zang te laten samenvallen met het typische black metal gekrijs. In “Drink the kindled flask of longevity” gaan de heren voor een wat meer swingende black ’n roll aanpak en duikt in de finale heldere, haast dronkemanszang op. “Solar danctums raped by calamity” is het meest traditionele nummer van de drie stuks die we voorgeschoteld krijgen en bevalt me met zijn pakkende hypnotiserende tremolo’s het meest, hoewel de heren het niet kunnen laten om ook hier finaal, vergezeld door atonale akoorden, vocaal uit de bocht te gaan met nietszeggend gebral. Het zijn fratsen die we al kenden van op de demo’s. Hoewel het demomateriaal van deze heren me meer raakte, ligt Nocturnal Prayer me in dit cross-continentale pact wat beter dan Abduction, maar absoluut noodzakelijk is deze split niet.

JOKKE: 76/100 (Abduction: 75/100; Nocturnal Prayer: 77 /100)

Abduction/Nocturnal Prayer – Intercontinental death conspiracy (Inferna Profundus Records 2020)
1. Abduction – Mass extinction salvation
2. Abduction – Astral projection
3. Abduction – Cremation sickness
4. Abduction – In ceaseless night
5. Nocturnal Prayer – Leading the tumbrels of affliction
6. Nocturnal Prayer – Drink the kindled flask of longevity
7. Nocturnal Prayer – Solar danctums raped by calamity

Nocturnal Departure – Worm moon offerings

Het obscuur orkestje dat we vandaag uitlichten, heet Nocturnal Departure en bracht onlangs een tweede langspeler uit. “Worm moon offerings” doopten ze het geheel van zes songs die live vereeuwigd werden, waardoor de sound die het Canadese kwartet hier neerzet een heel pak ieler, dunner en ruwer klinkt dan de naar rauwe black metal normen vrij goed geproduceerde voorganger “Cathartic black rituals“. De hoorbare mix aan invloeden van oude Darkthrone is nog steeds present, net als de frivole basloopjes maar naar de schaars ingezette dissonante akkoorden, de downtempo Celtic Frost-invloeden en rockende Carpathian Forest wind die we op het debuut hoorden, is het deze keer speuren met een vergrootglas. De scream van zanger/gitarist Funeror gaat regelmatig in overdrive waardoor de man haast als een huilende wolf klinkt. Op zich brengt Nocturnal Departure niets nieuws onder de begrafenismaan, maar toch beleef ik luisterplezier aan “Worm moon offering“, vooral aan het grotendeels slepende en atmosferische “Twilight magnificence” dat deze tweede langspeler (nou ja, 28 minuten?) afsluit. Canada en rauwe underground black zijn dan ook twee begrippen die al langer dan vandaag rijmen, ook hier. Op mijn boodschappenlijstje komt ie echter niet terecht, daarvoor is de concurrentie de dag van vandaag gewoonweg te moordend. Wie echter nooit genoeg krijgt van traditionele old school black van pakweg midden jaren ’90 of zo veel mogelijk Darkhrone worshipping acts wilt verzamelen, kan natuurlijk toeslaan.

JOKKE: 72/100

Nocturnal Departure – Worm moon offerings (Death Kvlt Productions/Les Fleurs du Mal 2020)
1. Embodiment of hatred and suffering
2. Unholy conspirators (One with the goat)
3. Worm moon offerings
4. Ancient mantras
5. Malignant faith
6. Twilight magnificence