Month: september 2020

Sunken – Livslede

De Deense blackmetalscene is duidelijk aan een opmars bezig getuige de grote hoeveelheid bands die er de laatste jaren ontsproten. Sunken draait al sinds 2013 mee en was ervoor kort actief onder de naam Arescet. Onder de huidige noemer werden een demo (“The cracling of embers“) en een niet onaardig volwaardig debuut (“Departure“) uitgebracht. Na drie jaar komt het vijfkoppige gezelschap terug boven water met een opvolger getiteld “Livslede“. Ook nu weer vijf songs op de tracklist maar als je weet dat deze met de tienminutengrens flirten, krijg je waar voor je geld. “Livslede” is een reis door eenzaamheid, zelfhaat, ijle dromen en suïcidale gedachten, er broedt met andere woorden heel wat negativiteit onder het wateroppervlak. “Forlist” neemt de rol van piano-intro op zich en zet meteen een droevige teneur neer die een kleine drie kwartier lang niet meer zal verdwijnen. Wel vreemd dat “Ensomhed” niet meteen uit de startblokken vliegt, maar opnieuw door een ingetogen intro ingeluid wordt. Eens Sunken op kruissnelheid is, dompelen ze ons onder in een stortbad aan atmosferische blackmetal met een veel hoger postrock gehalte dan weleer. Gitarist en stichtend lid Simon Skotte Krogh (ook actief als live-lid bij Afsky) levert, bijgestaan door de in 2018 ingelijfde Kasper Deichmann, enkele kippenvelopwekkende melodieën, melancholische cleane gitaarpartijen en beklijvende leads af die mede dankzij een warme, organische shoegaze sound hun effect niet missen. Zoals het een post-blackmetalband betaamt wordt er met een eb- en vloedtechniek gemusiceerd waarbij je het ene moment op rustige kabbelende golven meedeint om even later kopje onder geduwd te worden door een tsunami aan blackmetalgrootsheid. Het ondertussen uitgekauwde post-blackmetalrecept wordt gelukkig niet in elk nummer gehanteerd. Zo is er in “Foragt” ook plaats voor soundscapes en een drumbeat die een stuwende haast elektronica-achtige hartslag vormt. “Delirium” kan je met diens diepe vervormde verhalende stem en glooiende synthwavetapijten (hoewel op gitaar middels tonnen effecten uitgevoerd) dan weer eerder als donkere etherische dreampop omschrijven. Gewaagd en geslaagd! In afsluiter “Dødslængsel” komt het blackmetalverleden van Sunken terug bovendrijven, hoewel nog steeds doorspekt met ferme ladingen shoegaze, en meen ik ook vrouwelijke, haast engelachtige zang te horen die een ijl gitaarriedeltje vergezelt. Vallen er ook minpuntjes te bespeuren? Wel, zanger Martin Skyum Thomasen heeft spijtig genoeg een vrij eentonige scream die wat aan kracht mist, maar gooit ook regelmatig een fluisterende stem of heldere vocalen in de strijd. Melancholische en romantische zielen die naast stuwende blackmetal (hoewel het scherp randje er vergeleken met het debuut wat afgevijld is) niet vies zijn van dromerige klanken, zullen met Sunken ongetwijfeld aan hun trekken komen. Als blackmetal voor jou echter synoniem staat voor duivelaanbiddende grafherrie, loop je hier best in een grote boog omheen.

JOKKE: 81/100

Sunken – Livslede (Vendetta Records 2020)
1. Forlist
2. Ensomhed
3. Foragt
4. Delirium
5. Dødslængsel

Novae Militiae – Topheth

Topheth” betekent ‘de plaats om te branden’ in het Hebreeuws maar is ook de naam van de plek waar in de Bijbel kinderoffers aan de godheid Moloch werden gebracht en zodus ideale inspiratie voor elke zichzelf serieus nemende blackmetalband. Left hand path-beoefenaars Novae Militiae nemen hun kunst duidelijk wél serieus, maar wat had je verwacht van een band uit het hartje van Parijs, de stad die de Franse scene mee op de kaart zette met kenmerkende furieuze uitbarstingen en verstikkende dissonantie? De Fransozen wensen anoniem te blijven maar gezien de stijl die de band erop nahoudt, lijkt het me sterk dat we hier niet met enkele oudgedienden te maken hebben: zo neigen de grunts wel erg hard naar het stemgeluid van enfant terrible MkM die ook bij Aosoth en Antaeus de boel bijeenkrijst en -brult. Op tweede langspeler “Topheth” krijgen we vier nieuwe nummers als dusdanig, gezien “Faithfully reduced to ashes” en “Affliction of the divine” heropgenomen versies zijn van de nummers die op de eerste EP “Affliction of the divine” prijkten. Het album wordt haast doomy op gang getrokken tot na enkele minuten het gaspedaal ingedrukt wordt en pas terug losgelaten wordt tijdens het eerste ambientintermezzo in de vorm van “The call of Aeshma”. Normaalgezien ben ik niet zo’n liefhebber van dit soort tussenvoegsels, maar gezien de eerste drie nummers een constante Antaeus-achtige blastbeatbarrage waren, klaag ik niet met een rustpunt om even naar adem te happen. En dat is nodig, want Novae Militiae laat er nadien geen gras meer over groeien want opnieuw wordt het tempo opnieuw ferm de hoogte in gejaagd. Door de soms herhaalde dissonante riffs waait dan weer de wind van Aosoth (en die stinkt naar graflucht), met gitaarwerk dat een nerveus bewegend tapijt weeft dat de donkere en lichtjes hese oerschreeuwen in de verf zet, want de excellente vocale verdiensten eisen hun plek in de schijnwerpers duidelijk op. Zo duidelijk dat ze het speerhoofd vormen van een overrompelende sound die als een stromende chaos op je trommelvliezen blijft inbeuken – op dat vlak een grote stap vooruit tegenover de wat vlakker klinkende voorganger “Gash’khalah”. In “Affliction of the divine” is er nog even tijd om het wat rustiger aan te pakken en toont Novae Militiae ook beangstigend en bedreigend te kunnen klinken zonder de BPM-teller in toeren te jagen. Ook “The tables of revelations” houdt deze aanpak vast en stuwt richting een apocalyptische climax die wordt gevolgd door een laatste donker ambientstuk, de stilte na de storm. Novae Militiae creëerde het ideale toxische muzikale palet dat past bij het alweer voornamelijk rode artwork, dat na te lange blootstelling gegarandeerd nachtmerries verzoorzaakt. Waarom de plaat door Goathorned Productions wordt uitgebracht en de band nog niet bij Norma Evangelium Diaboli is gehuisvest, zal me een raadsel blijven.

CAS: 84/100

Novae Militiae – Topheth (Goathorned Productions 2020)
1. Towards the sitra achra
2. Advent of the prophet
2. Faithfully reduced to ashes
3. The call of aeshma
5. Elevated to him
6. Affliction of the divine
7. The tables of revelations
8. A.R.F.A.

Katavasia – Magnus venator

Katavasia betekent ‘afdaling’. Het wordt gebruikt om de afsluitende hymne in een oosters orthodox christelijke viering aan te geven. Daarbij verlaten de zangers hun plaatsen om af te dalen naar de vloer om samen met de kerkgangers te zingen. Het wordt gezien als de wervelende afsluiting van de eredienst. Daarnaast schijnt het, maar dat heb ik niet onafhankelijk kunnen bevestigen, een afdaling naar hel te betekenen volgens de mededelingen op Metal Archives. Katavasia, de band uit Griekenland, is een blackmetalalliantie. Hun leden zitten onder andere ook in Hail Spirit Noir, Varathron, Aeneon en Melan Selas. Voor mij heb ik hun tweede album, “Magnus venator.” Hun eerste album stamt uit 2015 en draagt de naam “Sacrilegious testament”. Als we het over hun muziek hebben, is de meest treffende omschrijving Griekse melodische blackmetal. Al hun nummers hebben een bepaalde bombastische inslag. Nergens is het ingetogen of subtiel. “Magnus venator” bestaat uit ruim 41 minuten grootse en meeslepende muziek, die ontzettend goed in elkaar zit en voorzien is van dito productie. Er is niets op de kwaliteit van de muziek aan te merken. Op de originaliteit trouwens wel. Daar is zelfs een heleboel op aan te merken. In een diep grijs verleden heb ik moeten toegeven in mijn recensie van Rotting Christ’s “Κατά τον δαίμονα εαυτού” (uit 2013) dat ik dat helemaal niet zo vreselijk vond als eerder werk van die band. Of het iets met blackmetal te maken heeft? Wat mij betreft niet. Bij het luisteren van “Magnus venator” bekruipt mij steeds het gevoel dat ik naar het album van Rotting Christ aan het luisteren ben. Tot de opbouw van de nummers en volgorde op de plaat aan toe. Toegegeven, zo vaak luister ik niet naar “Κατά τον δαίμονα εαυτού”. Om niet te zeggen, ik luister slechts naar twee nummers van die plaat. De heren van Katavasia doen het zeker niet onverdienstelijk. Echt niet, maar ik heb deze plaat al gehoord, en gerecenseerd en dat al zeven jaar terug. Stel nou dat je écht geen bezwaar hebt tegen een bijna letterlijke kopie van Rotting Christ, en je vindt dat soort muziek echt heel gaaf, dan mag je nog 15 punten bij de score optellen.

MISCHA: 65/100

Katavasia – Magnus venator (Floga Records 2020)
1. Daughters of darkness
2. The tyrant
3. Blood be my crown
4. Chthonic oracle
5. Saturnalia magnus cult
6. Triumphant fate
7. Sinistral covenant
8. Hordes of oblivion
9. Babylon (Sammu-Rawat)

Ominous Resurrection – Judgement

Bij de meest recente batch releases van Terratur Possessions zat deze “Judgement” van Ominous Resurrection, een band uit New York die niet meteen een belletje deed rinkelen. Blijkbaar is de plaat in kwestie de tweede langspeler voor het trio, maar “Omniscient” dateert alweer uit 2016. Wat me aantrok tot Ominous Resurrection is het feit dat gitarist/componist Diabolic Gulgalta ook deel uitmaakt van het lichtjes geniale Negative Plane. Het zal u dus niet verbazen dat je invloeden van deze laatste terughoort in de sound van Ominous Resurrection, hoewel het er niet zo vingerdik opligt als bij een Funereal Presence, de andere band van Negative Plane drummer Bestial Devotion. Naast deze referentie herbergt het gitaarwerk ook heel wat oud-mediterrane invloeden, denk aan de begindagen van het Italiaanse Mortuary Drape of het Griekse Rotting Christ, maar ook de Brazilianen van Mystifier. Ook orgelklanken zijn alom aanwezig, niet enkel in de onheilspellende intro, maar ook later vervullen ze de rol van eigenzinnige sfeermaker. Ongetemde riffs en chaotische drums vormen een rusteloze en beestachtige stroom van macabere oude energie die doorheen het album vloeit, waarbij bezwerende vocalen door de zinderende, meedogenloze instrumentale basis gieren. De songwriting is gericht op herhaling om de luisteraar alzo in een hypnotiserende toestand te brengen, hoewel er naast de tranceachtige melodieën haast evenveel meedogenloze explosies waar te nemen vallen. Opener “Heir to the throne” geeft je een redelijk goed idee van wat je kunt verwachten, aangezien bijna de helft van diens zeven minuten wordt besteed aan knallende drums en wervelende gitaarleads die over de opname lijken te dansen, waarbij hetzelfde idee behoorlijk lang wordt herhaald alvorens zich in een langzamere cadans te nestelen. Maar ook het eindthema van mijn persoonlijke favoriet, het meer slepende “Sons of Pleiades” beukt je repetitief, vol glorie en op een heroïsche wijze in trance. Wat menigeen tegen de borst lijkt te stoten, is dat de productie rauwer en minder vol is vergeleken met het debuut, het ware alsof “Judgement” in een ondergrondse crypte werd vastgelegd, maar dat mag wat mij betreft de pret niet drukken. Het komt de sinistere atmosfeer zelfs nog ten goede. Hoe meer je die volumeknop opendraait, hoe beter dat “Judgement” tot zijn recht komt. Er gebeurt best veel dat geabsorbeerd dient te worden, maar voor wie doorzet, biedt Ominous Resurrection een gevoel van rauwe mystiek dat je steeds opnieuw naar “Judgement” doet grijpen en je van begin tot eind in zijn greep houdt.

JOKKE: 85/100

Ominous Resurrection – Judgement (Terratur Possessions 2020)
1. Judgement
2. Heir to the throne
3. Ashes of holocaust
4. Sons of Pleiades
5. Decalogue
6. Three holy coffins
7. Genetic providence

Ultha – Floors of heaven

Ultha’s statement over het einde van de band heeft bij ondergetekende eigenlijk van in den beginne in de schemerzone rond gezweefd. Muziek is immers therapie voor deze gasten (en dan vooral voor gitarist/songschrijver Ralph Schmidt), dus het was enkel een kwestie van tijd vooraleer het Duitse vijftal opnieuw van zich zou laten horen. Enter: COVID-19 en de daaropvolgende isolatieperiode; Exit: “Floors of heaven“, een nieuwe twee songs tellende 7 inch EP die haast even snel weer verdwenen was van de zwarte markt als dat ie erop verscheen. Dit analoge medium heeft natuurlijk enkele beperkingen, de voornaamste qua speelduur wat betekent dat Ultha zijn melancholische blackmetalklanken hier in een compacter jasje moet steken. “Forever always comes to an end” bevat inderdaad alle typerende Ultha ingrediënten: ijle screams, bijtende riffs, ijselijke keyboardtonen, repetitief drumwerk en subtiele gothrock gitaarlijntjes, maar dan in een song gepropt die onder de vijf minuten afklokt. Geslaagde stijloefening. “To the other shore of the night” laat een andere kant van het bandgeluid horen, maar klinkt niet zo vreemd als je Ultha’s vorige uitstapjes naar donkere new wave en gothrock reeds kent. Minder wanhoopskrijsen hier en vooral een diepe donkere stem die je mee de dieperik insleurt terwijl de muzikale ondertoon repetitief en bevreemdend is, maar dan toch plots tot een catharsis komt waarin echo’s van het geweldige Planks (Ralph’s oude band) doorschemeren. Hopelijk wordt die uitgestelde eenmalige reünie volgend jaar een feit jongens! De sombere, fatalistische en uitzichtloze kijk op de wereld is nog steeds present: “Forget everything and remember: As another passing phase on the way to the grave visions start to skew and life will always provide one last chance to get it all wrong.” horen we de mannen uiten. Het benadrukt nogmaals dat Ralph pas muziek kan maken als hij met zijn innerlijke demonen strijdt. Vandaar ook zijn samenwerking met “Me(n)tal Health“, een initiatief gericht op mensen die donkere muziek spelen en omgaan met de duisternis in ons allemaal. Het idee is om meer bekendheid te geven aan dergelijke onderwerpen bij de bredere (metal)muziekgemeenschap, om anderen te helpen zien dat ze niet alleen zijn en om individuele strategieën te tonen om met een last als deze ziekte om te gaan. Mooi initiatief! En nu hopen dat deze EP de weg plaveit voor een vierde langspeler.

JOKKE: 82/100

Ultha – Floors of heaven (Vendetta Records 2020)
1. Forever always comes to an end
2. To the other shore of the night

Obskuritatem/Nidernes – Somber winter evocations

The title says it all. Afgelopen winter besloten het uit het in Bosnië en Herzegovina gelegen Trebević gebergte afkomstige Obskuritatem en het uit het Noord-Portugese Arga gebergte afkomstige Nidernes (niet te verwarren met het eveneens Bosnische Niteris) een pact te vormen om alzo de onzichtbare krachten van de duisternis en ijskoude winter op te wekken. Dit resulteerde in twee titelloze composities van om en bij het kwartier vol gure, kille en troosteloze rituele noise en ambient waar een blackmetalatmosfeer over gedrapeerd is. Een iets ander geluid dan wat we normaal gezien van deze rauwe blackmetal Einzelgängers gewend zijn, hoewel Obskuritatem op zijn recente langspeler “Hronika is mraka” ook al liet horen niet vies te zijn van misselijkmakende soundscapes. De gure wind blaast onophoudelijk doorheen deze twee sombere winterse evocaties en voert hopeloze wanhoopskreten, mystieke en mysterieuze aanzwellende ambient, repetitief gitaargetokkel, snijdende leads, rituele vervormde percussie en allerhande bevreemdende geluidselementen aan. ’t Is eens iets anders.

JOKKE: 75/100

Obskuritatem/Nidernes – Somber winter evocations (Death manifestations/Black Gangrene Productions 2020)
1. Obskuritatem – Untitled
2. Nidernes – Untitled

Necrot – Mortal

“Blood offerings”, de debuutplaat van deze band uit California, zou eigenlijk in de top vijf van quasi elke oldschool deathmetalhead uit 2017 moeten staan. Waanzinnig verslavende, trashy, groovende riffs, whiplash-veroorzakende temposwitches – die live soms zelfs aan de meest doorgewinterde metalhead voorbijgingen – een blaffende growl die nagenoeg verstaanbaar maar tegelijkertijd ontiegelijk grof klinkt, de hele fuck-off punkattitude,… Het plaatje klopte en de band wist iedereen keer op keer met zijn voeten aan de grond te nagelen wanneer ze het podium betraden. Wat een onversneden oorlogsmachine. Grote schoenen te vullen dus, met opvolger “Mortal“. Necrot heeft vooralsnog weinig aan z’n formule veranderd. Een sound, gelieerd op legendes als Death, Bolt Thrower en Entombed, afgewerkt met een vleug ‘new wave’ zoals we ook bij pakweg Tomb Mold en Undergang horen. Maar waar sommige bands naar bepaalde gitaartonen of een dikke laag dystopisch futurisme grijpen, graaft Necrot maar wat graag een heel idiosyncratisch graf. Ze plaveien moeiteloos hun eigen weg en het zal hen gestolen worden of het resultaat mooi in een hokje past. Iedereen die “Mortal” één of enkele luisterbeurten schenkt, kan enigszins toegeven dat dit een ijzersterke plaat is. De productie, de snelheid, de tsunami van gitaarriffs die deze band weet op te trekken,… Je kan er moeilijk omheen. Maar pas na herhaaldelijke keren valt echt op wat voor meesterwerk Necrot hier heeft weten neerpoten. De ronduit monumentale riffs op “Asleep forever‘. De psychopatische tremolo op ‘Sinister will‘. Het geheel, afklokkend onder de veertig minuten, schotelt veel meer dan simpelweg het aanbidden van de goden van weleer voor. “Mortal” illustreert als geen ander waar hun inspiratie vandaan komt, maar de band heeft heel doelbewust gekozen om het daarbij te laten. Wat op het einde in de schaal ligt, is een brok pure, onversneden en rauwe energie die je het vel van je botten schraapt en achterlaat als een door Ramsay Bolton misbruikte slaaf. Geef je over, doneer je restanten en geniet van het geluid van je botten die tot gruis worden gemalen in de betonmolen die “Mortal” is. Dat het hen ongetwijfeld nog ver zal brengen. Hail Necrot.

JULES: 94/100

Necrot – Mortal (Tankcrimes – 2020)
1. Your hell 
2. Dying life 
3. Stench of decay
4. Asleep forever 
5. Sinister will 
6. Malevolent intentions 
7. Mortal 

Vital Spirit – Worstelen met het traditionele geloof dat de geest het vitale principe in alle levende wezens is

De in het Canadese Vancouver gevestigde onorthodoxe blackmetalband Vital Spirit mag dan wel een nieuwe entiteit zijn, toch betreft het een bijzondere samenwerking tussen twee sceneveteranen: Kyle Tavares (Seer, Wormwitch) en Israel Langlais (Wormwitch). Vital Spirit werd bedacht terwijl het duo door Noord-Amerika reisde tijdens de 2018/2019 tournees van Wormwitch waarbij de heren onder de indruk waren van het landschap en de geschiedenis van het continent. “In the faith that looks through death“, de eerste release van de band, is een opmerkelijk geslaagd werk dat blackmetal nieuw leven inblaast. “Harrowing ballads imbued with the enduring spirit of the Americas“, is hoe het duo hun vier songs tellende EP omschrijft, en je zult inderdaad de winderige grootsheid van het Wilde Westen terug horen op deze krachtige en aangrijpende EP. Kyle Tavares deelt enkele inzichten in het muzikale en tekstuele universum van Vital Spirit. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

De inspiratie om Vital Spirit te vormen ontstond tijdens de Amerikaanse tournees van je andere band Wormwitch. Welke specifieke gebieden, ontmoetingen of gebeurtenissen hebben zo’n grote indruk op je gemaakt dat je besloot Spaghetti Westerninvloeden in je blackmetalmuziek te verwerken?
De oorsprong van Vital Spirit gaat terug naar de lente van 2017. Ik kan me niet precies herinneren waarom ik op zoek was naar blackmetal met Westerninvloeden, maar het verbaasde me dat het schaars was. Ik ontdekte echt geweldige bands, maar geen enkele deed het precies zoals ik het in gedachten had. Aanvankelijk had ik me voorgenomen de Westerninvloeden in de muziek van mijn andere band op te nemen, en de daaropvolgende jaren schreef ik een aantal riffs met een Westernvibe als potentieel Seer-materiaal. Tijdens de tournees gaven de lange ritten door ongetemd land enig perspectief op waar de grensbewoners zich aan waagden, en hoe het leven van de inheemse bevolking eruit zou kunnen zien vóór hun aankomst. Dit was de aanleiding voor mijn diepe duik in de geschiedenis van het Amerikaanse Westen, wat uiteindelijk leidde tot de herbestemming van het bovengenoemde materiaal tot “In the faith that looks through death“. In wezen heb ik uiteindelijk geprobeerd de muziek te maken waarnaar ik op zoek was in 2017, en Vital Spirit is het resultaat.

Hoewel het mixen van blackmetal met Americana en Spaghetti Westerngeluiden eerder is gedaan (bv. Volahn, Devil With No Name, Cobalt, Black Twilight Circle, …), heb ik nog nooit zo’n goede mix gehoord als op jullie debuut-EP . Hoe verloopt het schrijfproces? Vertrek je vanuit een blackmetalbasis waar je deze niet-metal invloeden aan toevoegt of is het andersom? Vereist deze vermenging van muziekstijlen een andere benadering van het schrijven van muziek in vergelijking met je andere bands?
Bedankt voor je lovende woorden. In plaats van af te wisselen tussen metal- en Westernpartijen, hoop ik een Westerngeluid in de riffs zelf te verwerken. Het schrijfproces begint meestal met een op deze manier geschreven riff, en de rest van de track ontwikkelt zich vanaf daar. Ik vind het proces niet zo heel anders dan bij mijn andere bands, als ik eenmaal een startpunt heb, lijkt het proces erg op elkaar. Ik probeer liedjes te schrijven met pieken en dalen, en een goede flow. Ik worstel niet vaak met mijn songs.

Als muzikale invloeden noemen jullie Ennio Morricone, Taake, Ulver, de Amerikaanse countryzanger Marty Robbins, Dissection, Earth, Drudkh, Inquisition en Wovenhand. Dat is nogal een grote verscheidenheid aan muzikale genres en hoewel ik me in de meeste van deze referenties kan herkennen, denk ik dat er veel meer ruimte overblijft om je geluid te verbreden met country- en folkelementen, misschien ook vocaal? Of laat je altijd de metalfactor domineren in het geluid van Vital Spirit?
Ik denk dat er veel richtingen zijn die we zouden kunnen gaan, langs Western- en metalen paden die nog onontgonnen zijn. Ik zou graag passages met minimale metalelementen opnemen die Morricone heel nauw imiteren, en er is zeker ook ruimte om minder energiek en sfeervoller met de riffs om te gaan. Ik heb er bewust voor gekozen om de vocalen op “In the faith that looks through death” relatief eentonig te houden, maar ik ben niet getrouwd met die aanpak voor toekomstige releases. Voor het volgende album wil ik verder gaan met wat we op de EP hebben gedaan, maar ik wil niet té experimenteel gaan.

De meeste metalliefhebbers hebben waarschijnlijk het werk van de onlangs overleden Ennio Morricone leren kennen via Metallica, die hun liveoptredens al decennia lang openen met “The ecstacy of gold”. Wanneer en hoe heb jij het werk van Morricone leren kennen en wat zijn volgens jou zijn beste composities?
Je hebt helemaal gelijk! Ik zag Metallica in 2004 tijdens de St. Anger tour, ik was dertien. Mijn neef speelde later “The ecstasy of gold” voor mij (waarschijnlijk gedownload op Napster) en toen herinner ik me dat ik Morricone’s naam voor het eerst hoorde. Hoogtepunten voor mij zijn ondermeer “For a few dollars more“, “The hellbenders“, “L’Arena” en “The surrender“. De soundtrack van “The thing” is een andere favoriet. Het was een beetje vreemd dat hij stierf terwijl ik aan deze release werkte, aangezien ik wekenlang bijna elke avond naar Westernfilms zat te kijken (waaronder sommige waarvoor hij de soundtrack schreef).

Tekstueel behandelen jullie veel interessante onderwerpen, dus laten we daar wat dieper op ingaan. Het openingsnummer “Heart of sky” vernoemt Vucub Caquix, een vogeldemoon in de Mayacultuur die zich voordoet als de zon en de maan van de schemerwereld tussen de vorige schepping en de huidige. De tekst vermeldt ook Ix Chel, de oude jaguargodin van de verlos- en geneeskunde in de oude Mayacultuur. Waar gaat dit nummer over en waarom heb je een buitenstaander gevraagd om de teksten voor dit nummer te schrijven?
De tekst voor “Heart of sky” werd geschreven door mijn vriend Damian Sandoval, die ik op school ontmoette toen ik 10 was. Hij was een paar jaar eerder vanuit Mexico naar Canada geëmigreerd en gaf een Canadees kind in een buitenwijk zoals ik een waardevol perspectief dat mijn koers aanzienlijk veranderde. We waren onze hele tienerjaren goede vrienden en speelden samen muziek tot ongeveer tien jaar geleden, toen we het contact tot op zekere hoogte verloren. Ik zag dit project als een goed moment om opnieuw contact te maken, aangezien hij een getalenteerde tekstschrijver is en zeer goed thuis is in de prehispanische mythologie. In zijn woorden: “Deze tekst gaat over het geleidelijk uitwissen van een wereld, het soort collectieve wanhoop dat gepaard gaat met het verlies van het verleden van een volk. Het geweld van de Europese kolonisatie in Amerika werd (en wordt nog steeds) gevoeld, niet alleen door het catastrofale verlies van mensenlevens en fysieke onderwerping van de gekoloniseerden, maar ook (en misschien dieper) door de vernietiging van historische en mythologische verslagen die hele beschavingen verbinden met hun collectieve verleden en wereldbeelden. De tekst stelt een Mayavolk voor dat zich vastklampt aan herinneringen aan een glorieus verleden terwijl het in de vergetelheid verdwijnt. Het is een soort klaagzang over het geheugenverlies van kolonisatie. In de Popol Vuh (één van de weinige overgebleven collecties van Mayamythologische verhalen) is de Vucub Caquix een arrogante bedrieger die de arm van één van de Hero Twins van het verhaal aftrekt. Hier wordt hij voorgesteld waarbij hij tongen aftrekt, wat het verlies van taal symboliseert dat met eeuwen van koloniale onderwerping gepaard ging. Ixchel wordt hier gebruikt als vervanger voor een spirituele moeder, die in staat is een volk te genezen dat verweesd is van hun voorouders, en dus hun plaats in de kosmische orde.

In Europa zijn we niet zo bekend met de complexe mythologie van de Mayacultuur. Wist je veel over deze cultuur en zijn mythen voordat je met Vital Spirit begon of intrigeert het je al een langere tijd? Is er interessante literatuur die je kunt aanbevelen als startpunt voor degenen die dieper in de Mayacultuur willen duiken?
Door de jaren heen heeft mijn interesse in oude beschavingen me een behoorlijk overzicht gegeven van het pre-Spaanse Midden-Amerika, maar ik ben van plan dieper te duiken zodra ik de American Indian Wars heb begrepen, die waarschijnlijk de focus zullen zijn voor de volgende Vital Spirit release. Graham Hancock is duidelijk een polariserende schrijver, maar afgezien van ‘alternatieve geschiedenis’, heb ik veel geleerd over prehispanische mythologie via “Fingerprints of the Gods“. Op mijn boekenplank staat momenteel “1491: “New revelations of the Americas before Columbus“, wat interessant lijkt te zijn. Ik denk dat de focus hier meer op cultuur ligt dan op mythologie.

Het nummer “Centaur” verwijst naar Francisco “Pancho” Villa, een Mexicaanse revolutionaire generaal en één van de meest prominente figuren van de Mexicaanse Revolutie. Als de “Centaur uit het noorden” werd hij als een moderne Robin Hood beschouwd, een bedreiging voor eigendommen en orde aan beide zijden van de grens, gevreesd en vereerd. Ondanks het enorme bloedvergieten is de Mexicaanse Revolutie de meest geromantiseerde periode in de Mexicaanse geschiedenis. Vooral Emiliano Zapata Salazar (Volahn’s laatste EP “El Tigre del Sur‘ is opgedragen aan deze leidende figuur in de Mexicaanse Revolutie) en Pancho Villa zijn beroemd geworden. In Mexico hebben ze bijna een mythische status bereikt. Talloze steden en staten zijn naar hen vernoemd en hun acties zijn al vele malen verfilmd. In de VS blijft Pancho Villa een controversieel figuur. Dit brengt me bij recente gebeurtenissen in de VS en over de hele wereld. Terwijl de Black Lives Matter-beweging een einde wil maken aan systematisch racisme, heeft het verwijderen van standbeelden in de VS, het VK en Europa tot controverse geleid en wordt dit ook uitgebreid tot het verwijderen van standbeelden van revolutionairen en oorlogsfiguren. Veel helden uit het verleden worden tegenwoordig als oneervol beschouwd. Moeten deze relikwieën worden verwijderd of bewaard als aandenken aan de geschiedenis?
Ik vind het naïef om te geloven dat we in deze tijd van verhoogde polarisatie in staat zouden zijn om compromissen te sluiten op een manier die iedereen zou sussen. Mensen lijken positiever te reageren op controversiële historische artefacten wanneer ze in musea worden getoond, maar het zou me niet verbazen als er mensen zijn die dan beweren dat de musea zelf problematisch zijn. Velen zullen met deze suggestie spotten, zoals ik een paar jaar geleden zou hebben gedaan. Er zijn bepaalde beeltenissen waarvan de meerderheid van de mensen waarschijnlijk de verwijdering of verplaatsing ervan ondersteunt, maar een radicale minderheid zal blijven doorgaan met het afbreken van de meer populaire standbeelden. In beide gevallen is er een gesprek te voeren over de tirannie van de meerderheid, en verder, de waarde van democratie. Ik ben benieuwd hoe de Amerikaanse standbeelden van Lenin standhouden …

Ghost Dance” verwijst naar een religieuze beweging die is opgenomen in tal van Indiaanse geloofssystemen. Volgens de leer van Wovoka, de spirituele leider van de Noordelijke Paiute, zou een juiste beoefening van de dans de levenden herenigen met geesten van de doden, de geesten ertoe brengen om namens hen te vechten, een einde maken aan de westelijke expansie en vrede, welvaart en eenheid brengen aan de inheemse bevolking in de hele regio. De basis voor de “ghost dance” is de cirkeldans, een traditionele Indianendans. Is er in jouw dagelijks leven ruimte voor spiritualiteit en rituelen? Beschouw je jezelf als een spiritueel persoon?
Een deel van het overkoepelende concept voor Vital Spirit is het worstelen met het traditionele geloof dat de geest het vitale principe in alle levende wezens is, en het moderne begrip van bewustzijn als de organisatie van energie in de hersenen. Wat dachten de inheemse volkeren van Amerika over de aard van de werkelijkheid? Wat gebeurde er toen deze kosmologieën de Europese overtuigingen kruisten? Wat betekent dit in de context van de moderne wereld? Ik weet niet zeker of ik mezelf als spiritueel beschouw. Maakt mijn interesse in deze onderwerpen mij spiritueel? Momenteel vindt mijn meest rituele beoefening plaats in de sauna, die in zekere zin een zweethut benadert. Ik zou het toch graag willen denken.

Je post veel mooie foto’s over enkele van de tekstuele thema’s op de Vital Spirit Instagramaccount, maar ik zou graag meer begeleidende uitleg zien over waar de foto’s en afbeeldingen over gaan.
Meestal tag ik een locatie die enig inzicht kan geven in wat/van wie de afbeeldingen zijn. Verdere uitleg zou veel tijd en moeite kosten, die ik liever zou besteden aan songteksten, waarvan sommige betrekking hebben op de locaties en mensen die op de foto’s zijn opgenomen.

Jullie teksten zijn geïnspireerd door de woorden van Wovoka, Patti Smith, Chilam Balam, Townes Van Zandt en de corridos van de Mexicaanse Revolutie. De corrido is een populair lied dat vaak gaat over onderdrukking, geschiedenis, het dagelijkse leven van criminelen en andere maatschappelijk relevante onderwerpen. Het is nog steeds een populaire liedjesvorm in Mexico en was erg populair tijdens de Mexicaanse revoluties van de 20e eeuw. Moderne kunstenaars hebben een moderne draai gegeven aan de historische variant, zoals de narcocorridos (letterlijk “drugsballade”). De Mexicaanse regering heeft geprobeerd ze te verbieden vanwege hun expliciete en controversiële teksten. De noordelijke staten van Mexico kunnen echter nog steeds toegang krijgen tot deze nummers via Amerikaanse radiostations waarvan het signaal nog steeds tot daar reikt. Narcocorridos worden steeds populairder in de VS en zijn het doelwit van het Amerikaanse publiek. Ook in rap- en metalmuziek zijn songteksten vaak expliciet en behandelen ze gewelddadige en controversiële onderwerpen. Is er een punt waarop je de grens trekt met betrekking tot wat wel of niet acceptabel is in muziek?
Ik ben tegen staatscensuur en ben er vast van overtuigd dat geen enkel onderwerp verboden terrein mag zijn. Mensen kunnen ervoor kiezen om muziek te vermijden die onderwerpen bevat die zij onsmakelijk vinden. Ik ben van plan me in de geschiedenis van controversiële individuen te wagen, maar dat betekent niet noodzakelijk dat ik ze vier of hun daden goedkeur. Er was een tijd dat dit vanzelfsprekend leek, maar ik denk dat het vandaag de dag gevaarlijker is om bepaalde historische gebeurtenissen aan te raken zonder de goedgekeurde ideologische twist dan om bv. op een grafische manier extreem te zijn.

Voor de vinyl release van “In the faith that looks through death” werken jullie samen met het Duitse label Vendetta Records, maar de tapeversie wordt uitgebracht op je eigen label Hidden Tribe Records. Ga je ook materiaal van andere bands uitbrengen? Welke doelen heb je met Hidden Tribe Records?
Voorlopig zijn alle releases die we hebben gepland voor Hidden Tribe bands waar ik zelf bij betrokken ben, maar ik ben er niet tegen om in de toekomst muziek van andere artiesten uit te brengen. Tot dusverre geniet ik van het proces van het runnen van het label, en zie ik die rol een substantieel deel van mijn leven worden als het label uitbreidt, maar de eerste prioriteit is het creëren van een thuis voor mijn projecten en die van de mensen waar ik mee samen speel.

Zit er een verhaal achter het prachtige artwork op de cover?
De albumhoes is een Navajo zandschildering, die oorspronkelijk werd geschilderd tijdens ceremonies zoals de Nightway ceremonie. Dit specifieke schilderij toont het verhaal van het Buffalovolk: een heilige man wordt op een wilde jacht op vier buffels geleid – twee mannetjes en twee vrouwtjes – die zich uiteindelijk openbaren als Buffalomensen die gestuurd zijn om gebeden en schilderijen te leren die hij tijdens rituelen kan gebruiken. De heilige man neemt de twee vrouwtjes als zijn echtgenotes, die dochters van het opperhoofd blijken te zijn, en vrouwen van Buffalo Who Never Dies. De heilige man doodt Buffalo Who Never Dies uit zelfverdediging, en iedereen behalve de twee vrouwelijke Buffalomensen sterven als gevolg. De heilige man gebruikt dan magie om ze te doen herleven, en geeft de vrouwen van Buffalo Who Never Dies terug.

Kunnen we binnenkort meer muziek verwachten? Werk je aan een volledig album?
Een langspeler voelt als de volgende stap aan, misschien begin volgend jaar.

Vital Spirit opereert als een duo. Ben je op zoek naar de mogelijkheid om extra liveleden toe te voegen om Vital Spirit om te vormen tot een liveband?
Ja, onze live line-up bevat enkele bekende gezichten uit het Seer/Wormwitch-kamp.

Ik leerde onlangs Ifernach kennen, een Canadese blackmetal éénmansband uit het land van de Gespegewagi die MI’KMAQ-erfenis in zijn muziek integreert. Ik heb ook de minidocumentaire “Metal from the Dirt: Inside the Navajo Reservation’s DIY Heavy-Metal Scene” bekeken. Zijn er andere inheemse blackmetalbands die over de Indiaanse cultuur zingen die je kan aanbevelen?
Afgezien van de bands die je eerder hebt genoemd (die allemaal geweldig zijn), zijn Pan-American Native Front, Maquahuitl en Blue Hummingbird on the Left enkele van mijn favorieten. Ik heb een aantal berichten ontvangen van individuen die projecten in de maak hebben, dus we zouden aan de vooravond van een inheemse metal boom kunnen staan. Ik ben er helemaal klaar voor.

Glemsel – Unavngivet

There’s something rotten in the state of Denmark. Dat heeft ook Stefan Klose, Vendetta Records baas, in het snuitje. Met Ligfaerd, Liosber, Sunken, Witchcult en natuurlijk het fantastische Afsky brengt hij zo nu en dan blackmetalbands uit het land van het smørrebrød onder de aandacht van ons metalliefhebbers. Ook Glemsel (Deens voor ‘vergetelheid’), een nieuw trio bestaande uit drummer Joachim Højer, gitarist Sune Pedersen en zanger/gitarist/bassist Asmund Iversen, mogen we aan dat rijtje toevoegen. De “Unavngivet” EP (“Ongetiteld“) is het eerste wapenfeit van de heren en laat het in een sierlijk handschrift geschreven bandlogo je niet op het verkeerde been zetten, want voor romantiek is hier een klein half uur lang geen plaats. De kort maar krachtige opener “Dødsværk” (“Doodsproblemen“) en de wat langere mid-tempo opvolger “Ligegyldigheden” (“Onverschilligheid“) laten me spijtig genoeg ook ietwat onverschillig want beide nummers klinken als goed geproduceerde doorsnee Scandinavische blackmetal met een moderne kijk op het verleden, maar het ontbreekt simpelweg aan memorabele riffs. Maar dan is er plots de grimmige openingsriff van “Efterårsvinde” die op het einde van de zomer reeds gure “herfstwinden” op ons afvuurt en ons uit onze luie zetel doet rechtveren. In deze song komen de repetitieve snelle drums en weemoedige, vaalgrijze riffmuur wel tot hun recht. Net zoals in het voorgaande nummer wordt er even op een treurig en ingetogen clean gitaarstukje overgeschakeld om twee ruigere passages aan mekaar te breien. Nu lijkt het in Kopenhagen gebaseerde trio gelanceerd te zijn want ook het van overtollig vet ontdane “Moders gråd” (“Huilende moeders“) gaat op hetzelfde wanhoop uitstralende elan verder. In “Afsked” (“Afscheid“) laat Glemsel het tempo aanvankelijk zakken om wat later Carpathian Forest gewijs een aanstekelijke black ’n roll bridge uit zijn mouw te schudden en vervolgens opzwepende riffs op ons af te vuren. Er gebeurt met andere woorden heel wat in een goeie drie minuten tijd. Plots zijn we met “En sidste bøn” (“Een laatste gebed“), dat met zeven en een halve minuut het langste nummer op deze EP is, al bij de voorlaatste song aangekomen. Pakkend tremelogitaarwerk, het beste vocaal werk van de EP en een dynamische aanpak zorgen voor een waardige bijna-afsluiter want het compacte en vurige “Rædsel” (“Verschrikking“) krijgt de eer deze EP uit te luiden. Glemsel start “Unavngivet” ietwat aarzelend maar weet ons daarna met meer beklijvende songs vol neerslachtige stemmingen en moedeloosheid toch bij de les te houden.

JOKKE: 79/100

Glemsel – Unavngivet (Vendetta Records 2020)
1. Dødsværk
2. Ligegyldigheden
3. Efterårsvinde
4. Moders gråd
5. Afsked
6. En sidste bøn
7. Rædsel

Paysage d’Hiver – Im Wald

Een reviewproces kan gekke vormen aannemen. Zo was deze recensie voor “Im Wald”, het laatste en langverwachte geesteskind van Paysage d’Hiver, zo goed als geschreven toen ik me deze week genoodzaakt zag domweg van nul opnieuw te beginnen. Deze review komt laat ten tonele, maar ik heb er dan ook al een luisterbeurt of 35 op zitten – goed voor toch wel twee werkweken aan bingelistening. Nu goed, een album van Wintherr geeft natuurlijk niet in één luisterbeurt z’n geheimen prijs, maar twee uur lang is toch wel een ferme brok om te verteren. Oorspronkelijk zou ik zeggen dat het album dat via zijn eigen Kunsthall Produktionen verscheen wel weer een typisch Paysage d’Hiver album was geworden, compleet met ietwat ruizige sound (maar meer doordringbaar dan op bijvoorbeeld de self-titled of pakweg “Schattengang”), gecomplementeerd met heldere en relatief catchy synths (toch een nieuw element). Twee uur lang van deze materie is echter nogal een opgave om door te zitten, ondanks een knaller als “Stimmen im Wald” dat ons een nagenoeg perfecte openingsriff voorschotelt en het magistrale “Kälteschauer” dat de essentie van de band eigenlijk samenvat. “Im Wald” wordt tussen de lijnen door ook gezien als de eerste full-length van het project dat reeds in 1997 het levenslicht zag in de reflectie van de besneeuwde Zwitserse Alpenpassen, maar van een debuut kunnen we hier amper nog spreken na een toch wel uitgebreide discografie. Echter bleef ik van mening dat bijvoorbeeld de zelfgetitelde demo nog net iets meer in z’n mars had, zowel riff- als atmosfeergewijs, maar dat was buiten mijn onverwachtse trip richting de dardennen gerekend. Een eenzame, nachtelijke boswandeling met dit album geeft meteen een compleet andere ervaring en maakt duidelijk dat de titel absoluut de lading dekt. Subtiliteiten die ik in eerste instantie niet eens had opgemerkt doorheen de plaat werden plots heel ruw mijn belevingswereld binnen gestampt: zo zette ik meer dan eens mijn koptelefoon af om na te gaan of dat geluid van krakende takken nu uit de bossen rondom me kwam – ik had al kennisgemaakt met een hertenjong – of dat die enkel uit het album voortkwamen. Optie twee was het geval, want eens het album kortstondig op pauze werd gezet werd ik enkel begroet door doodse stilte. Ook het geluid van de wind zoals in bijvoorbeeld de intro van “Verweilen” had hetzelfde effect. Bevreemdend, impressionant en ietwat verwarrend zijn maar enkele woorden die dit gevoel beschrijven, maar het algemeen sentiment van deze twee uur lang durende (muzikale) wandeling, afwisselend tussen pikdonker bos en de iets helderder Hoge Venen kunnen het best beschreven worden als majestueus. Het uitgestrekte bos en de eindeloze heide resoneren met de repetitiviteit van het gitaarwerk en de zwaar distorted vocalen van Wintherrs laatste werk. Nu, wie zoals doorheen het voorgaande werk wat meer ambientinvloeden had verwacht is eraan voor de moeite, gezien deze twee uur zo goed als volledig door het zwartmetalen spectrum worden ingenomen. Ik klaag hoegenaamd niet. Hoewel het ganse werk in een setting waarin geen complete aandacht aan de muziek kan worden gegeven inderdaad als wat langdradig kan beschouwd worden – een iets kortere speelduur was misschien geen overbodige luxe geweest – biedt de juiste context wel degelijk een fantastische ervaring aan, en laat dat nu exact zijn wat Wintherr met zijn solowerk wil bereiken. De titel van de afsluiter vertaalt zich naar ‘dus het weerkaatst’, en een betere weergave van hoe het album binnen een bepaalde omgeving resoneert kon ik zelf niet geven. Als ik thuis nog Paysage d’Hiver opleg is de kans reëel dat ik voornamelijk teruggrijp naar ouder werk, maar dit “Im Wald” is ontegensprekelijk een brok atmosfeer geworden die verdomd hard aan kan komen, als je er de tijd voor neemt.

CAS: 91/100

Paysage d’Hiver – Im Wald (Kunsthall Produktionen 2020)
1. Im Winterwald
2. Über den Bäumen
3. Schneeglitzern
4. Alt
5. Wurzel
6. Stimmen im Wald
7. Flug
8. Le rêve lucide
9. Eulensang
10. Kälteschauer
11. Verweilen
12. Weiter, immer Weiter
13. So hallt es wieder