Month: september 2020

Nubivagant – Roaring eye

Dat we hier fan zijn van Gionata Potenti aka Omega is al lang geen geheim meer. De laatste jaren waren we dan ook zeer te spreken over zijn werk bij onder andere Chaos Invocation, het geniale Hallucinogen van Blut Aus Nord en zijn eigen materiaal met Darvaza en Fides Inversa, en dit zijn dan maar enkele (grote) namen binnen het wereldje waaraan de Italiaan heeft bijgedragen, voornamelijk van achter de drumkit. Potenti’s dag duurt precies achtenveertig in plaats van vierentwintig uur, want tussenin heeft hij ook nog de tijd gevonden om zijn eerste solo-album in elkaar te timmeren, dat nu via Amor Fati het levenslicht ziet. Interessant natuurlijk, want werk van zijn hand is zo goed als altijd synoniem voor oerdegelijke blackmetal. Met Nubivagant, want zo heet het project, slaat hij echter een iets andere weg in. Nog steeds krijgen we naar goede gewoonte retestrak drumwerk, en ook de repetitieve, meeslepende riffs rollen vlotjes uit zijn pols en bevatten zoals gewoonlijk ook een orthodoxe inslag, hoewel die minder uitgesproken is dan bij pakweg een Fides Inversa. “Roaring eye” beslaat een goeie veertig minuten, opgebouwd uit 5 middellange nummers en een intermezzo in de vorm van “Solemn peals”. In tegenstelling tot Potenti’s andere bands wordt het tempo relatief laag en slepend gehouden (behalve op “Crawling the earth” waar we dan toch een hoop blastbeats te horen krijgen), wat de repetitiviteit ten goede komt. De man weet op instrumentaal vlak wel degelijk een meeslepend album neer te poten. Op instrumentaal vlak, that is, want op vocaal gebied gaat het er radicaal anders aan toe dan we van hem gewend zijn. Het ganse werk lang horen we geen enkele scream terug, integendeel: enkel cleane, melodieuze zang bereikt onze trommelvliezen, iets wat hier op Addergebroed zelden het geval is. Dit soort cleane vocalen die meer richting deathrock dan blackmetal neigen zijn naar mijn smaak vaker wel dan niet hit or miss, en in dit geval komt het helaas op dat laatste neer. Potenti’s zang klinkt ondanks een vrij vol geluid redelijk eendimensionaal en weinig gevarieerd, maar is wel ‘verdraagbaar’ (bij gebrek aan een beter woord). Wat echter compleet tenenkrullend is, is het feit dat in opener “Wonders of the invisible earth” zelfs gebruik wordt gemaakt van poppy meezingrefreintjes. Een greep uit het lyrisch aanbod op deze track: “Nananaaana // Nananaananaaa”, en dat terwijl teksten bij zijn andere projecten meestal wel degelijk in elkaar zitten. Heldere zang in blackmetal is sowieso al gewaagd, maar als die dan nog eens worden ingezet om meezingrefreintjes in de nummers te steken haak ik af. Het is pas tijdens het hierboven genoemde “Crawling the earth” dat er wat meer variatie en vooral kracht in de zanglijnen kruipt, wat ervoor zorgt dat dit (in combinatie met meer variatie in tempo) het meest interessante nummer van de plaat is geworden. Ook in afsluiter “The plague of flesh” gaat het tempo weer even de hoogte in en slaat de zangstem om in iets dat het midden houdt tussen cleane zang en geroep en waar eindelijk eens wat oprechte passie vanaf spat. Al bij al klinkt Nubivagant verre van slecht en de productie is naar aloude gewoonte ook weer dik in orde (wat komen die cymbaaltikjes heerlijk door in de mix) maar de ondermaatse en eentonige zang doet voor mij ferme afbreuk aan wat het album had kunnen worden. Meer variatie alstublieft! Onze Jokke lijkt deze aanpak dan wel weer te kunnen smaken en vindt het net verfrissend, dus het zal vooral van persoonlijke smaak afhangen. Mij doet het weinig, maar geef het vooral een kans gezien het album op elk ander vlak wél een zeer degelijk niveau haalt en aanhoudt!

CAS: 77/100

Nubivagant – Roaring eye (Amor Fati Productions 2020)
1. Wonders of the invisible world
2. The furnace of Apollyon
3. One eye upon the grave
4. Crawling the earth
5. Solemn peals
6. The plague of flesh

Blood Moon Zenith – Blood moon zenith

Rauwe blackmetal zit duidelijk in de lift. Bands poppen uit alle werelddelen als paddenstoelen uit de ondergrond en de – veelal strikt gelimiteerde – tapes of vinyls zijn erg gegeerd, niet alleen door de échte liefhebber, maar ook door discogsgespuis dat op alles dat gelimiteerd is springt om die dan voor ridicule prijzen door te verkopen. Blood Moon Zenith is zo’n nieuwe speler waar we zo goed als niets over weten. De eerste self-titled demo werd in 25 exemplaren op tape gereleased door het Amerikaanse Dismal Ruin en Poisonous Sorcery verzorgt de vinyluitgave later op het jaar. Ik vermoed dat Blood Moon Zenith Noord-Amerika als uitvalsbasis heeft en dat het een éénmansproject is, maar ik kan ook mis zijn natuurlijk. De demo bevat vier nummers, klokt op een dik half uur af en dompelt je onder in een gitzwart jaren ’90 universum bestaande uit groezelige gitaarriffs, duistere melodieën die zowel middels gitaar als toetsen gecreëerd worden, gekwelde in de verte echoënde krijszang en repetitieve (geprogrammeerde?) drumpatronen die eerder moeilijk met het blote oor detecteerbaar zijn. De synthpartijen zijn best symfonisch van aard maar toch eerder subtiel doorheen de old-school blackmetalgeluiden verweven in plaats van de rauwe klanken naar de achtergrond te drukken. Enkel in het instrumentale “The gates of the dead are opened“, dat als een dungeon synth-outro beschouwd kan worden, eisen keyboards unaniem de hoofdrol op. De aanloop van het bijna negen minuten durende “The black tower looms beyond the walking eye” bezit een haast cinematografisch karakter en ontplooit zich nadien tot een epos waarin echo’s van een Paysage d’Hiver of Darkspace ronddolen. Ondanks het feit dat er al minstens 666 gelijkgestemde zielen rondlopen, weet deze Blood Moon Zenith toch de juiste snaar te raken doordat ze in staat is je mee te betrekken in haar aardedonkere verhaal en je het aardse bestaan even doet vergeten.

JOKKE: 80/100

Blood Moon Zenith – Blood moon zenith (Dismal Ruin/Poisonous Sorcery 2020)
1. True will / Beyond the abyss
2. Subconscious astral wraiths
3. The black tower looms beyond the waking eye
4. The gates of the dead are opened

Ventr – Numinous negativity

De offers die Ventr op haar altaar brengt zijn overduidelijk gericht aan de Duivel, laat daar geen twijfel over bestaan. De Portugezen bouwen hun blackmetal op een stevige basis van doordachte themathiek en de titel van hun eerste EP “Numinous negativity” spreekt wat dat betreft boekdelen. Conceptueel gezien focussen de teksten over het karakteriseren van numineuze negativiteit (de term ‘numineus’, wat zo veel betekent als ‘geheimzinnig’, werd geïntroduceerd door de Duitse theoloog en godsdientswetenschapper Rudolf Otto (1869 – 1937)) als een spirituele en/of religieuze vorm van negatieve perceptie – de mysteries in de werken binnen de alomtegenwoordigheid van de duivel. Zo verkent opener “Omnipresent abominations” het concept van (negatieve) Verlichting door de aanraking van de gruwelen van de Duivel. Afsluiter “A dagger to worship” handelt dan weer over het concept van ‘gruwelijke goddelijkheid”, gebruikmakend van het idee van de “Trinity Dagger” (Strijd, Wreedheid, Ongerechtigheid), die een weerspiegeling is van deze Goddelijke Verschrikking in de alledaagse werkelijkheid. Ik gaf al mee dat Ventr in Portugal resideert, samen met de USA en Bosnië Herzegovina zowat de huidige broeihaarden als het op rauwe blackmetal aankomt, maar productioneel gezien torent Ventr boven al deze groezelige kelderblack uit, zonder echter te vervallen in overgeproduceerde platte kak. Neen, de sound is lekker organisch en bevat een ruwe korrel die de betoverende melodieusheid van sommige riffs ook niet uit de weg gaat. Qua stijl doet Ventr’s duidelijk op tweede golf geïnspireerde black me aan Nidrosian acts als Mare of Kaosritual denken of de vele orthodoxe blackmetalbands (maar zonder de vele occulte fratsen), niet alleen muzikaal maar ook op de manier waarop de schreeuwerige vocalen ingezet worden. “Our altar of murderous fanaticism” bevat evenveel vlijmscherpe tremeloriffs als de opener, maar strijdt op een wat lager tempo. Geen high tech riffs, maar een simpele effectiviteit. Het titelnummer valt vervolgens uit de toon tussen de andere drie songs, niet alleen qua veel kortere speelduur, maar ook qua stijl want deze track fungeert eerder als een mysterieus en duister klinkend ambientintermezzo. “A dagger to worship” pikt de draad terug op waar deze op hun altaar van moorddadig fanatisme was achtergebleven. Best een aardig eerste visitekaartje dat liefhebbers van ongecompliceerde second wave blackmetal wel over de streep zou moeten kunnen trekken.

JOKKE: 79/100

Ventr – Numinous negativity (Signal Rex 2020)
1. Omnipresent abominations
2. Our altar of murderous fanaticism
3. Numinous negativity
4. A dagger to worship

Dysylumn – Cosmogonie

Het Franse Dysylumn is misschien voor velen nog een goed bewaard geheim, maar de nieuwe ambitieuze derde langspeler “Cosmogonie” zal daar ongetwijfeld verandering in brengen, wand de post-black die het duo Sébastien Besson (zang en snaren en verder actief bij Abyssal Vacuum en Ominous Shrine) en Camille Olivier Faure-Brac (drums en allesdoener bij Y | I | Y) hier anderhalfuur (!) laat horen, kan zeker een breder publiek aanspreken. De muzikale voorbereiding voor dit in drie delen (“Apparition“, “Dispersion” en “Extinction“) opgesplitste verhaal nam twee jaar in beslag en vormt een mooie kers op de taart die ter ere van hun tienjarig bestaan wordt opgediend. De thema’s die Dysylumn op de drie schijfjes (CD of vinyl; aan u de keuze) onderzoekt zijn de creatie van het alles vanuit het onmetelijk niets (blijft een hip thema), de vorming van de oorspronkelijke chaos die beetje bij beetje de concretisering van de elementen vormt en dezelfde elementen die zich verspreiden in een oneindige ruimte totdat ze uitsterven. Ervaring en verkennend werk werden reeds opgedaan op de voorgangers “Conceptarium” (2105) en “Occultation” (2018). “Cosmogonie” laat geen verrassingen horen, maar een verdere fine-tuning van het recept van de heren: spectaculair tremelo riffwerk, dynamische drumpartijen die de gitaarstructuren nauwlettend volgen, tussen rauwe, diepe, heldere en schorre stemgeluiden alternerende zang en breed uitwaaierende gitaarleads die de post-black stempel rechtvaardigen. Hoogtepunten zijn wat mij betreft “Apparition III” dat ons, na zijn wat makke voorganger, wel plots terug bij de les houdt met diens erg aanstekelijke, haast positieve vibes uitstralende melodieën en sterke spanningsopbouw en ook “Dispersion II” weet elke luisterbeurt opnieuw te beklijven met diens door merg en been piercende gitaarleads. Het doomy slepende “Extinction II” zalft onze ziel dan weer na het wat agressievere “Extinction I“. Om ons 81 minuten lang aan de boxen gekluisterd te houden wordt er echter wel wat te weinig afwisseling geboden. Op zich zit elk nummer goed in mekaar, want er is duidelijk over flow, dynamiek en songstructuur nagedacht, maar op dergelijke massieve langspeler had ik verwacht dat Dysylumn toch net wat meer out of the box zou denken. Maar dat is dan ook meteen de enige kanttekening die ik bij “Cosmogonie” maak. Voer voor fans van het bejubelde/verguisde (schrappen wat niet past) Gaerea, Dirge, Ovtrenoir, Neurosis en aanverwanten.

JOKKE: 82/100

Dysylumn – Cosmogonie (Signal Rex 2020)
1. Intro
2. Apparition I
3. Apparition II
4. Apparition III
5. Dispersion I
6. Dispersion II
7. Dispersion III
8. Interlude
9. Extinction I
10. Extinction II
11. Extinction III
12. Outro

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred

Gautaz, het alleenheersende heerschap achter Panzerwar, houdt er een moorddadig releasetempo op na. De band werd oorspronkelijk in 2017 in het Noorse Sarpsborg in het leven geroepen en er volgden een EP, de langspeler “Ulv og mann“, een split en een single. In mei 2019 verdwenen Gautaz en Panzerwar gedurende dertien maanden van de aardbol om uiteindelijk in het noordwesten van Vinland (Canada) terug boven water te komen. Het bloed en de haat kruipen waar ze niet gaan kunnen en in sneltempo verschenen dit jaar nog een tweede langspeler “Ephemeral existence“, drie splits en een derde full-length genaamd “Lost in the confines of absolute hatred“, die we er voor de gelegenheid uitpikken om van een oordeel te voorzien alvorens met Halloween de vierde plaat “Warlord” het levenslicht zal zien. Sargeist, Bathory, Swordmaster en de Oostenrijkse componist Gustav Mahler zijn enkele van de inspiratiebronnen die Gautaz aangeeft, maar eerlijk gezegd hoor ik voornamelijk Sargeist als ijkpunt in het traditionele zwartmetaal van Panzerwar, zonder echter een typische Finse sound te willen nastreven. Het gros van de drie kwartier speeltijd doet de muziek de bandnaam alle eer aan, maar Gautaz voegt ook enkele welgekomen rustpunten in. Zo zijn er de “oehoe” uilgeluiden en tsjirpende krekels die “In search of a lost memory” een extra folkloristisch karakter geven en “Olaf og Oskar” houdt het volledig instrumentaal middels dromerige en rustgevende synthklanken. Wat een bevrijding want het blackmetalgeweld dat we tot dan toe ondergingen, begon zo stilaan op onze zenuwen te werken. Gautaz’ screams klinkt immers nogal eentonig en alledaags, waardoor zijn verdorvenheid en afschuw nogal mak binnenkomen. De krijszang begint na een tijdje zelfs serieus tegen te steken omdat die de nuances die in het gitaarwerk wél aanwezig zijn, gewoonweg volledig overstemt. En wanneer de drums accelereren, is het eenzijdigheid troef. Eens dit intermezzo weggeëbd is, keert Panzerwar (spijtig genoeg) terug naar het oude. “War in the north” bevat nog wel enkele sfeermakende zwaardkletterende oorlogssamples maar kan de feestvreugde niet aanwakkeren. “Lost in the confines of absolute hatred” is dan ook geen plaat die ons als een panzertank omver weet te walsen.

JOKKE: 66/100

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred (Death Kvlt Productions 2020)
1. Lost in the confines of absolute hatred
2. In search of a lost memory
3. An echo of lies once lived
4. A light on a moonless night
5. In the frozen forest of treachery
6. Kveldulf
7. Olaf og Oskar
8. War in the north
9. Silence or blood
10. Vinterkrig
11. A farewell etched in stone (Outro)

Candelabrum/Sulphuric Night – Death slumbers amidst the ruins

Portugezen en Bosniërs schieten precies goed op met elkaar, zeker in het rauwe blackmetalwereldje. Onlangs passeerde hier reeds een alliantie tussen Obskuritatem en Nidernes, nu is het de beurt aan het Portugese Candelabrum en het geweldige Sulphuric Night uit Bosnië Herzegovina, wiens debuutlangspeler “Forever cursed” we pas dit jaar oppikten, anders had die ongetwijfeld in de 2019 jaarlijst gepreken. Candelabrum kwam reeds eerder aan bod toen we een (positief) oordeel velden over diens tweede full-length “Portals” uit 2018. De 10″ split “Death slumbers amidst the ruins” is het eerste nieuwe teken van beide bands, die voor de gelegenheid beide een compositie van om en bij de tien minuten afleveren. Candelabrum bijt de spits af en is alvast de meest lo-fi klinkende van de twee. Het benauwde, enge gevoel dat “The labyrinth of mist (Into the oracle)” uitstraalt past eigenlijk perfect bij de titel van de split moet ik zeggen. De teneur is doods, de atmosfeer ronduit akelig, het tempo sleept zich repetitief en stapvoets voort, de melodielijnen klinken hypnotiserend en zinderend, de basgitaar eerder zompig en winderig, de keyboards triomfantelijk en de vervormde zwaar door de mangel gehaalde vocalen…daar moet je haast tot op het einde voor wachten. Candelabrum lijkt hier wat meer terug te grijpen naar diens demoperiode en levert heerlijk verslavend spul voor de liefhebbers van lo-fi black aan. Sulphuric Night blikt gelukkig niet met een melancholische bril terug op diens demodagen want het oudste spul dat op de “Arcane monoliths of triumphant death“-compilatie prijkt, is – dankzij het haast ontbreken van een productie- geen spek voor onze bek. Daar waar Candelabrum’s bijdrage eerder de vorm van een lugubere cinematografische soundtrack aanneemt, gaat Sulphuric Night voor een meer standaard aanpak. “To the cobwebs of non-existence (Death awaits)” sluit vrij goed aan bij het materiaal van het debuut, klinkt alleen een tikkeltje ruwer en is wat meer uitgesponnen qua speelduur. De pakkende gitaarmelodieën zijn weer om van te smullen en de snellere partijen klinken lekker opzwepend. Bandbrein O. stond er niet alleen voor, maar liet zich bijstaan door bassist/keyboardspeler A. (Niteris, Void Prayer, Vrač) en om de link met Portugal nog meer daadkracht bij te zetten, werd Sataere van labelgenoten Inthyflesh ingeschakeld om een potje te komen meek(w)elen. Volgens mij neemt hij de heldere verhalende vocalen aan het begin voor zijn rekening. De dynamiek zit goed want desondanks dat deze compositie een tikkeltje langer klinkt dan die van Candelabrum, heb je helemaal niet het gevoel naar een tien minuten durende song te luisteren. Geslaagde split die zo wat het beste van de Portugese en Bosnische blackmetalonderwereld op één plak gitzwarte wax verenigt.

JOKKE: 83/100 (Candelabrum: 82/100; Sulphuric Night: 84/100)

Candelabrum/Sulphuric Night – Death slumbers amidst the ruins (Altare Productions 2020)
1. Candelabrum – The labyrinth of mist (Into the oracle)
2. Sulphuric Night – To the cobwebs of non-existence (Death awaits)

Häxenzijrkell – Die Nachtseite

Na wat kleinere releases zoals demo’s, EP’s en splits, achtte het Duitse Häxenzijrkell de tijd eindelijk rijp voor een volwaardige langspeler. En alzo geschiedde en landde “Die Nachtseite” via Amor Fati Productions op onze digitale deurmat. De intentie van zanger/gitarist MK (Iapetos, Lichtzehrer, Rraaumm) en drummer P (Iapetos) is nog steeds hetzelfde als in den beginne: rauwe en resolute blackmetal creëren die een ode brengt aan the mysteries of the beyond. Het duo kijkt doorgaans niet op een minuutje meer of minder en dat is opnieuw het geval in het in drie rituelen (het Pad, de Vlam en het Ontwaken) opgesplitste “Die Nachtseite” waarbij elke deel op een double digit songlengte afklokt. Muzikaal gaat Häxenzijrkell verder waar de recente split met Brånd ophield en worden dreigende en epische klankmuren opgetrokken die het ene moment ruimtelijke klinken om even later de luisteraar in een verstikkende roes van wanhoop en angst onder te dompelen. De versterkers creëren feedback die welig doorheen de songs giert en de zich grotendeels traag voortslepende – hoewel de heren ook in een maniakale catharsis kunnen uitbarsten – sinistere atmosfeer sluipt als een uitdijende mist op je af en brengt je in een transcendentale staat. Regelmatig bekruipt me het angstvallige gevoel naar een downtempo versie van het geweldige Throne Of Katharsis te luisteren. Naast het gekende recept van obscure Duitstalige samples die de heren met hun soms ietwat monotone instrumentale basis verweven, worden de schaarse vocalen op een ritualistische manier ingezet: van krijsende wanhoop over sacrale heldere hallucinogene zang tot dronend gefluister. Subtiele synthpartijen doen enige lichtstralen door de pikzwarte massa schijnen, maar voor de overige 95% is de sfeer griezelig en horroresk. “Die Nachtseite” voelt absoluut als blackmetal aan in zijn esthetiek, zang en benadering maar de riffs en structuren schuren ook tegen een slepende doommentaliteit aan. Onderga deze beknellende luisterervaring!

JOKKE: 84/100

Häxenzijrkell – Die Nachtseite (Amor Fati Productions 2020)
1. Part 1: Auf der Schwelle
2. Part 2: Unter sieben Sternen
3. Part 3: Im Labyrinth der Dunkelheit

Illkynja – Sæti sálarinnar

Malignant”, of kwaadaardig, in het Islenska, weet het internet mij te vertellen. De band heeft zijn naam niet gestolen. Illkynja speelt een erg sinistere en onthutsende maar dan toch ook weer herkenbare stijl, in vergelijking met de modale blackmetalband uit IJsland. De gitaarlijnen zijn schel, rauw en corrosief, maar niet koud. De drums klinken zoals we ze horen willen van nog zo’n volledig in mysterie gehulde band uit het dunst bevolkte land in Europa: brutaal, agressief, methodologisch, als een hamer die je hersenpan volleerd tot maalsel dondert. De zanger heeft een heel eigen stemgeluid, waarmee hij perfect als gastheer fungeert om je de poorten van deze introspectieve hel te presenteren. Als geheel slaat de band er verder naadloos in je onder te dompelen in deze tormentueuze verdommenis en de uitgang vlak voor je neus en zonder verpinken in honderd stukken te scheuren. Dat is “Sæti sálarinnar“, ofte “De zetel van de ziel”. Illkynja weet je met hun enorm dissonante geluid te grijpen op nagenoeg elk van de negen tracks op deze LP, maar ze stralen helemaal wanneer er in die wanklanken ruimte wordt gelaten voor langgerekte post-riffs en experimenteren. Auditief gezien ligt dat laatste niet ontiegelijk ver verwijderd van wat onderstaande zo fantastisch vindt aan “The feral wisdom” van Wormlust. Een nummer als “Allt er glatað” springt er meteen uit. Zodra de gitaarlijnen echt de ruimte krijgen om zichzelf te ontwikkelen tot de verslavende edoch misselijkmakende golven van een pikdonkere en allesomvattende watermassa, wordt het geheel pas echt mooi. Dit zolang de sound niet teveel moet inboeten aan tomeloze gewelddadigheid, maar die blijft op “Sæti Sálarinnar” gelukkig centraal staan. “Pest“, bijvoorbeeld – maar eigenlijk de volledige tweede helft van de plaat – kent geen enkele genade voor de wekere zielen onder ons. ‘Sæti sálarinnar’ zet deze nieuwe band meteen op de kaart. Er zijn momenten waarop je wat verloren loopt doorheen het album. De opbouw herinrichten zou hierbij het verschil hebben kunnen maken, maar er schemert ook wat jeugdig enthousiasme door dat schoonheidsfoutjes in de productie heeft laten gaan. Het geheel is bijtend, grommend en enigmatisch, en het smaakt naar meer. Laat dat het voornaamste zijn om hier te onthouden.

Jules: 78/100

Illkynja – Sæti sálarinnar (Goathorned Productions 2020)
1. Ég er ljósið, eldurinn og upphafið
2. Holdið
3. Allt er glatað
4. Dauðaþögn
5. Sjálfseyðing
6. Sæti Sálarinnar
7. Guðhaus
8. Pest
9. Dýrð í harmleik

Onirik – The fire cult beyond eternity / Noite – A cor do fogo

Het doet deugd om Dirge Rep (ex-Gehenna, ex-Enslaved, The Konsortium, …) nog eens te horen drummen op een plaat want het is ondertussen weeral van Djevel’s “Norske ritualer” uit 2016 geleden dat ik deze legendarische, maar vaak ondergewaardeerde Noorse trommelaar nog aan het werk heb gehoord. Daar waar hij bij zijn landgenoten vrij typisch blackmetaldrumwerk liet horen, mag hij zich bij het Portugese Onirik nog eens uitleven door zich in allerlei bochten te wringen. Goede zet van meesterbrein Gonius rex om de Noor als huurkracht aan te trekken voor zijn vijfde langspeler. Het werd trouwens hoogtijd want voorganger “Casket dream veneration” ligt weeral vijf jaar achter ons. Onirik is actief sinds 2002 en heeft het blackmetalgenre door de jaren heen in verschillende benaderingen verkend, maar is altijd trouw gebleven aan zijn oorspronkelijke doel: een ongewone, dissonante en rauwe uitvoering van het genre met trance-inducerende sferen, ijskoud en badend in magie. Dat dissonante aspect is op “The fire cult beyond eternity” nóg prominenter aanwezig dan ooit tevoren, maar tegelijk klinkt Onirik ook meer old-school, sinister en rauw dan op de voorganger. De vaak atonale gitaarlijnen spinnen als een krolse kater rond de vaak gekke en geïnspireerde baslijnen en het non-lineaire drumwerk. Songstructuren zijn in dit geval een abstract gegeven. De atmosfeer die neergezet wordt is ronduit verstikkend en hallucinogeen. Elke noot lijkt een directe uitdrukking te zijn van de gitzwarte poëzie die met de grootste minachting op een dramatische manier wordt gezongen waarbij regelmatig heldere zang opduikt die wat naar Ved Buens Ende neigt en je als luisteraar meezuigt in dit duistere universum waar je tere communiezieltje in lichterlaaie gezet wordt. Semjaza (Thy Darkened Shade) verzorgde niet alleen de ambientpartijen die her en der in de zeven, bovengemiddeld lange songs opduiken maar nam ook de mix en mastering voor zijn rekening in zijn Sitra Ahra studio, waar trouwens niets op aan te merken valt. Gelijktijdig met “The fire cult beyond eternity“, brengt Gonius Rex ook werk uit van zijn ander project Noite (‘nacht’) waarvoor hij inspiratie haalde uit middeleeuwse en neo-klassieke muziek. Dit levert een bevreemdende reeks, in het Portugees gezongen, psalmen vol boetedoening op waar ik echter zo nerveus van wordt dat ik na enkele minuten nagelbijten bijna aan mijn ellebogen zit te knabbelen. Noite grossiert een half uur lang in een wirwar aan psychedelische cleane zang, contrasterende koren, multi-gelaagde kerkelijke bezweringen en spreuken, treurige litanieën en schemerige melodieën, met cleane gitaren en een wulpse bas die overal ronddraait. De drums werden voor de eerste keer door Gonius rex zelf ingespeeld, wat met de niet-evidente ritmes wel een knappe prestatie is. Toch is dit debuut totaal geen spek voor mijn bek, en dat heeft niets te maken met het feit dat dit amper nog iets met metal te maken heeft. Onirik daarentegen kan mij wel bekoren met zijn moeilijk te doorgronden, avontuurlijke en technische, doch ook traditionele kijk op blackmetal.

JOKKE: Onirik (80/100); Noite (60/100)

Onirik – The fire cult beyond eternity (I, Voidhanger Records 2020)
1. Cult beyond eternity
2. Trapped in flesh, blood and dirt
3. Assigned to the inexorable flames
4. Melodies of reflection and praise
5. Granted the vision, molded into stone
6. Murmurs of the aging vessel
7. Apathy of might

Noite – A cor do fogo (I, Voidhanger Records 2020)
1. Noite eterna
2. A cor do fogo
3. No inferno e na terra
4. Centelha
5. Monstro adormecido
6. Marcha do caldeirão

De Gevreesde Ziekte – Ω

Zwaertgevegt is een label waarmee ik een geconflicteerde historie heb. Lang geleden negeerde ik steevast alles wat ze uitbrachten. Ik heb het idee dat in die tijd vooral het criterium “het is Nederlands” belangrijker voor Zwaertgevegt was dan het criterium “Is dit nou echt kwaliteit?” Dat is veranderd. Tegenwoordig beluister ik eigenlijk alles wat ze uitbrengen. Waarom? Omdat ze nu wél die kwaliteit uitbrengen. Zo is het ook met het enigmatische De Gevreesde Ziekte. Enigmatisch? Volgens Bandcamp komt de band uit Eindhoven en is de naam in geen opzicht een verwijzing naar Corona. Daarmee moet de nietsvermoedende luisteraar het doen. Van oudsher is de omschrijving ‘de gevreesde ziekte’ een verwijzing naar een ziekte waar geen genezing voor bestaat. Denk aan pokken en vlektyfus in de negentiende eeuw of kanker en aids in de twintigste. De tape die Zwaertgevegt uitbrengt, bestaat uit twee nummers met een totale lengte van bijna zeventien minuten. Tachtig kopieën zijn er van deze tape, en ik raad iedereen die de Nederlandse blackmetalscene een warm hart toedraagt aan hem aan te schaffen. Dit zit wel zo goed in elkaar. De nummers zijn een mix van stijlen van de vroege jaren ’90 tot nu: tweede generatie blackmetal, occulte blackmetal, atmosferische blackmetal, ‘spoken word,’ shoegaze. Er is voor ieder wat wils. Dit vind ik een van de meest interessante releases van dit jaar. Beide nummers bestaan uit rustige en intense stukken, melodie en chaos, melancholie en agressie. Voor mij is het een brok pure emotie. Toch zijn de nummers geen herhaling van elkaar. Het zijn distinctieve eenheden, die je oneindig wil herhalen. De productie lijkt alleen het broodnodige te zijn, maar zorgt toch voor een helder genoeg geluid. Zo zie ik mijn blackmetal graag. Ga snel naar Zwaertgevegt en zorg ervoor dat die tape uitverkoopt.

MISCHA: 90/100

De Gevreesde Ziekte – Ω (Zwaertgevegt 2020)
1. Zelfhaat
2. De gevreesde ziekte