Month: oktober 2020

Sternklang – Het strijdperk van de vergankelijkheid

Toen het Nederlandse Northward er in 2013 het bijltje bij neerlegde, besloten de heren N. en S. zich verder op Laster te concentreren, een band die ondertussen in binnen- en buitenland gesmaakt wordt, althans door wie ook verder dan het soms strakke blackmetalkeurslijf durft te kijken. Drummer P. stampte na het ten grave dragen van Northward het éénmansproject Sternklang uit de grond. Of inspiratie voor de bandnaam gehaald werd bij het werk van de Duitse componist Karlheinz Stockhausen moet ik schuldig blijven. De ritmes, toonkleuren en toonhoogte-intervallen in de ‘modellen’ van deze in 1971 geschreven compositie zijn rechtstreeks afgeleid van sterrenconstellaties die aan de hemel zijn waargenomen en werden geïntegreerd als muzikale figuren. Iets zegt me dat P. zich hier wel in kan vinden. Met “Het strijdperk van de vergankelijkheid” is Sternklang aan zijn derde demo toe die, net zoals de voorgaande twee, in eigen beheer op de mensheid wordt losgelaten en geen verder artwork heeft meegekregen op het kinderlijk getekende logo na. Verder ook geen aanwezigheid op sociale media of Bandcamp. Volledige focus op de muziek dus en die laat geen al te grote verrassingen horen vergeleken met het verleden. Dat hadden we echter ook niet meteen verwacht. Sternklang grossiert nog steeds in primitieve hypnotiserende black metal met lang uitgesponnen monotone atmosferen wat zich vertaalt in songlengtes die tot 22 minuten kunnen oplopen. Iele melodieën priemen doorheen de grauwe onderlaag aan riffs, repetitieve drums stuwen het geheel vooruit en raspende vocalen vertellen het verhaal op een laag tempo. De tragere nummers op een plaat als Nargaroth’s “Black metal ist krieg” kan je als referentiepunt nemen. “Geselwind” eindig met treurige orgelklanken die je humeur verder de dieperik induwen en ook in het monumentale, met een venijnige riff startende “Een vlucht naar het nevelrijk” gaat de storm liggen voor een onderbreking vol diepdroevig orgelspel, waarna de orgelklanken zich verder versmelten in de blackmetalrazernij. Soundwise grijpt “Het strijdperk van de vergankelijkheid” wel meer terug naar “Lucide pracht” uit 2015, want “Kristallen uit het nevelrijk” klonk wat primitiever en rauwer, maar de geluidskwaliteit schommelt een uur lang wat heen en weer met bepaalde stukken die doffer of net wat krachtiger klinken. De tapes zijn via de band zelf te bestellen of je kan Heidens Hart contacteren. Recent verscheen er ook nog een split met het eveneens Nederlandse North. Sternklang is een sterke speler in de wat meer verscholen onderaardse krochten van de NLBM-scene.

JOKKE: 82/100

Sternklang – Het strijdperk van de vergankelijkheid (Eigen beheer 2020)
1. Blaken uit de kosmos
2. De woestenij van de reuzenstrijd
3. Kakofonie
4. Geselwind
5. Een vlucht naar het nevelrijk

Funeral Harvest – Funeral harvest

Noorwegen is onlosmakelijk verbonden met black metal, dat zal ik u hopelijk niet moeten uitleggen. Voor een land als Italië is de link met ons favoriete genre net iets minder voor de hand liggend, hoewel er ook in de laars van Europa enkele goede acts als Mortuary Drape of Fides Inversa rondlopen. Dat een samenwerking tussen muzikanten uit beide landen met een toch wel contrasterend klimaat en cultuur toch ook muzikaal vuurwerk kan opleveren, bewees Darvaza reeds in het verleden (waar blijft die langspeler?!). Met Funeral Harvest hebben we opnieuw met een Italo-Noorse band van doen met in de gelederen de Italiaanse zanger/gitarist Lord Nathas (o.a. Ritual Death) en de Noren Ond (drums), Udburd (gitaar) en < (bas en neen dat is geen typfout). Na de “Bunker ritual rehearsal” demo uit 2017 en de “Ostende nobis, domine Sathanas, potentiam tuam.” single die vorig jaar verscheen, maakten de heren nu – in afwachting van een volwaardig debuut – werk van een selftitled EP, die als 10 inch zal verschijnen via Signal Rex. Funeral Harvest beschouwt zijn muziek als een ritueel en dat laat zijn sporen (subtiel) na in de vier nummers. Opener “Nihil sub sole novum” luidt de satanische hoogmis in en bevat sacrale ornamenten zoals koorzang en orgelspel dat door de Nederlander Norðr ingespeeld werd. De titel is Latijn voor ‘Er is niets nieuws onder de zon’ en de Latijnse tekst eert de Dood als het grote mysterie van het menselijk leven: alfa en omega, leven en dood, dood en leven. Muzikaal gezien geldt de titel hier echter ook: degelijk uitgevoerd zwartmetaal dat schippert tussen opzwepende headbangpassages en meebrulrefreinen en eerder hypnotiserende stukken, maar niets wereldschokkends waar we stijl van achterover vallen. “Sacred dagger” verwijst voornamelijk naar satanisme, opoffering, bloed en toewijding aan de innerlijke ziel, als het vuur dat in ieder van ons brandt. Dat vertaalt zich naar venijnige tremoloriffs, robuust, hoekig en ietwat militaristisch hakkend drumwerk en sterke rauwe gevarieerde blackmetalzang. “O.S.N.D.S.P.T.” is het meest recente nummer dat Funeral Harvest schreef en vertrekt vanuit een pure en eenvoudige riff die teruggrijpt naar de ongecompliceerde aanpak van midden jaren ’90. Geluidskunstenaar Norðr voorziet dit nummer van spaarzaam ingezette occulte toeters en bellen. Hekkensluiter “Omega” grijpt thematisch gezien, net als de opener, terug naar Memento Mori en Danse Macabre en focust zich meer specifiek op de zwarte plaag toen de dood alomtegenwoordig was. Dit nummer start met helse en bevlogen tremoloriffs maar laat gaandeweg het tempo zakken en neemt een lugubere vorm aan die zich net als de Dood traag en sluw voortsleept. Funeral Harvest heeft een begeesterende EP afgeleverd waarop vooral de zang en het riffwerk sterk uit de hoek komen.

JOKKE: 80/100

Funeral Harvest – Funeral harvest (Signal Rex 2020)
1. Nihil sub sole novum
2. Sacred dagger
3. O.S.N.D.S.P.T.
4. Omega

Mörk Gryning – Hinsides vrede

Vijftien jaar na de self-titled zwanenzang keert het Zweedse Mörk Gryning terug aan het front. Stichtende leden Draakh Kimera en Goth Gorgon brengen samen met drie kompanen “Hinsides vrede” uit, langspeler nummer zes en de eerste dus nadat de band in 2016 de koppen terug bij mekaar stak voor live concerten. Mörk Gryning heeft altijd wat in de schaduw van grotere broertjes als Dissection, Dark Funeral, Setherial en Naglfar gestaan, hoewel debuut “Tusen år har gått…” uit 1995 toch echt wel als een semi-klassieker mag beschouwd worden wat betreft Zweedse meloblack. “Return fire“, dat twee jaar later verscheen, liet een meer agressieve aanpak horen en het is met deze plaat dat “Hinsides vrede” de meeste parallellen vertoont, hoewel er ook echo’s van het meer orchestrale “Maelstrom chaos“, dat een jaar na de millenniumwissel verscheen, rondzweven. Het tempo ligt in elk geval doorgaans erg hoog en de moderne, maar ietwat steriele sound spat krachtig uit de boxen. Twaalf nummers waarvan een intro, outro en twee korte (in mijn ogen overbodige) instrumentaaltjes worden er in een dikke 35 minuten doorgejaagd. Maar dat snel musiceren niet altijd in eenheidsworst moet resulteren, bewijst het kwintet door elementen als dramatische koorzang, heldere epische mannelijke en vrouwelijke vocalen, cleane en akoestische gitaren, flitsende leads en subtiele toetsen in de songs te verwerken, waardoor elk nummer een eigen ziel heeft meegekregen. Het erg aanstekelijke “Infernal” heeft bovendien alles in zich om, net als bijvoorbeeld “Tsar bomba” van Necrophobic, een moderne klassieker in het wereldje van Zweedse meloblack te worden. Tremolo’s for the win! Let ook op de knipoog naar Dimmu Borgir’s “Kings of the carnaval creation“, maar er passeren in andere composities even goed stukjes Nightingale en Diabolical Masquerade. De albumtitel betekent zo veel als “toorn van de wereld daarbuiten” en slaat op het onontkoombare doomscenario dat inmiddels ingezet werd. Mörk Gryning is terug en hoe! Normaal gezien hadden we de heren aan het werk kunnen zien op Unholy Congregation maar dat gaat als vanzelfsprekend niet door. Herkansing in 2021 dan maar!

JOKKE: 85/100

Mörk Gryning – Hinsides vrede (Season of Mist 2020)
1. The depths of Chinnereth
2. Fältherren
3. Existence in a dream
4. Infernal
5. A glimpse of the sky
6. Hinsides
7. The night
8. Sleeping in the embers
9. For those departed
10. Without crown
11. Black spirit
12. On the Elysian fields

Throane – Une balle dans le pied

De Parijzenaar Vincent Petitjean, beter gekend als Dehn Sora, is een artiest die van vele markten thuis is. Muzikaal kan hij zijn ei kwijt met Sembler Deah, Ovtrenoir en Throane. Zijn grafische creaties sierden releases van ondermeer Amenra en Blut Aus Nord en hij had de eer een fenomenale videoclip te mogen maken voor het nummer “Ad arma! Ad arma!” van het onvolprezen Deathspell Omega. Met Throane is deze creatieve geest aan een nieuwe EP toe nadat eerder al twee langspelers verschenen (“Derrière nous, la lumière” uit 2016 en “Plus une main à mordre” uit 2017). Daar waar Sembler Deah gitzwarte elektronische soundscapes schetst en Ovtrenoir (trouwens geen soloproject van Dehn Sora) zich in de sludge/postmetal hoek bevindt, smeedt de Fransman met Throane een geluid uit elementen van blackmetal, donkere ambient, drone en industrial. En natuurlijk gaan muziek en visuele esthetiek daarbij hand in hand. Opnieuw prijkt een zwartwitte foto van een menselijke figuur uit de muzikant zijn dichte omgeving op de cover. Deze keer is het Dehn Sora’s zus die we zien die als verpleegster tewerkgesteld is en daarbij aan heel wat leed wordt blootgesteld en voor de fotogelegenheid het eelt van haar voeten aan het trekken is. De titel van de EP verwijst naar het gezegde ‘zichzelf in de voet schieten’ waarbij je jezelf benadeelt. De EP beslaat één nummer van zo’n dertien minuten, of eerder gezegd twee nummers die één geheel vormen aldus Dehn Sora. Het muzikale spektakel dat zich dertien minuten lang voltrekt bestaat uit hoekige drumritmes die door Throane’s live drummer Julien T. ingespeeld werden. Ten gepaste tijde vallen de industrieel klinkende percussie en militante doomriffs en dissonanten stil waarna gitzwarte ambient en noise de overhand nemen om daarna terug naar de diepste krochten van Dehn’s psyche af te dalen. Het zorgt voor de nodige dynamiek maar komt me ook wat onsamenhangend over. “Une balle dans le pied” klinkt daarentegen wel uitermate verstikkend en er is absoluut geen plaats voor daglicht, zelfs geen subtiel straaltje zonlicht is in staat hier ook maar enige sprankel hoop te laten uitschijnen.

JOKKE: 75/100

Throane – Une balle dans le pied (Debemur Morti Productions 2020)
1. Une balle dans le pied

Meslamtaea – Geketend in de schaduw van het leven

In 1998 richt Floris Velthuis Meslamtaea op als eenmansformatie waarmee hij tussen 2004 en 2017 een demo, een langspeler en twee splits uitbrengt. In 2017 vervoegt Asgrauw-collega Ward de band als vocalist en volgen er nog een split en in 2019 de tweede langspeler “Niets en niemandal“. Nu een jaar later is daar alweer het derde album “Geketend in de schaduw van het leven“. Ik ben niet de eerste Addergebroed recensent die deze plaat voor zich heeft gekregen. Niet eens de tweede. De andere heren kunnen de kwaliteit wel horen, maar kunnen er zelf heel weinig mee. Vanaf het eerste moment dat ik de plaat opzet, voel ik al dat dit voor mij een geweldig album zal wordt. De intro van het eerste nummer zou niet misstaan op een album van Les Discrets of Alcest. Zwevende ‘cleane’ tremolo gitaarklanken ondersteunen de stem van Fraukje van Burg (Doodswens). Het is bijna magisch te noemen. Dan barst de muziek los: de midtempo drums, de door merg en been gaande ‘screams’ van Kaos, het wordt perfect in balans gehouden door rustige breaks. Dit is duidelijk geen blackmetal van de oude school. De progressieve trends die je in nieuwe Nederlandse blackmetalbands zoals Laster, Terzij de Horde, White Oak en dergelijke ziet, kom je ook hier tegen. Meslamtaea is zeker niet vies van een experiment. Zo hebben ze op dit album de hulp ingeroepen van saxofonist Otto Kokke (Dead Neanderthals) en dat smaakt mij uitermate goed. Geen blazer kan zo gevarieerd klinken als een saxofoon. Ook gebruiken de heren een Vocoder. Her en der zijn naast de shoegaze/post-blackmetal invloeden ook screamo, prog en avant-garde elementen te ontwaren. Ik hou hiervan: blackmetal die buiten de lijntjes kleurt. Toch is het veel meer een blackmetalalbum dan je van deze beschrijving zou verwachten. De progressieve passages versterken de blackmetal juist. Het steekt feller af. Ik kan hiernaar blijven luisteren. Het album is een doorlopend geheel, alle nummers lopen naadloos in elkaar over. Thema’s komen terug, maar het is een ontzettend gevarieerd album datt verhaalt over hoe de wereld en in het bijzonder onze habitat de mensheid ontvalt door onze eigen acties. Wij zijn de plaag die de wereld vernietigt en dit album is een uiting van de frustratie, de wanhoop, het verdriet, de woede en de acceptatie van die realisatie. Op “Bitter” en “Vuilnis” horen we ook de vocale kunsten van Kevin Kentie (Sauron, Ibex Angel Order en Abysmal Darkening). Muziek is emotie. Dat is een hard gegeven. De één voelt wat meer bij een album dan de ander. Ik kan alleen maar zeggen dat “Geketend in de schaduw van het leven” mij erg veel doet en dat deze hoog gaat scoren op mijn jaarlijst, heel hoog. Ik ben er nog ondersteboven van.

MISCHA: 91/100

Meslamtaea – Geketend in de schaduw van het leven
1. Inktzwart
2. Ontwricht
3. Verdomde wereld
4. Schemerdal
5. Illusie
6. Bitter
7. Vuilnis

Empyrean Grace – Bestowment of the seraphic key

Het is vijf jaar geleden sinds Haeresis Noviomagi ons met een eerste release verblijdde in de vorm van “Deluge” van Lubbert Das. In de slipstream van dit veelbelovende startschot volgden een hele resem tapereleases van Solar Temple, Iskandr, Imperial Cult, Fluisteraars, Nusquama, De Ontkoppeling, Paean en natuurlijk Turia (de meest geprofileerde van het Nederlandse collectief) waarbij de één nog overweldigender klonk dan de andere. Om dit halve decennium aan kwalitatieve muzikale output te vieren en extra kracht bij te zetten worden we getrakteerd op een een live splittape met Turia en Lubbert Das, een nieuwe EP van Iskandr én de debuutrelease van Empyrean Grace, een nieuwe naam op het vanuit Nijmegen en Utrecht opererende label. Wie het mastermind achter Empyrean Grace is wordt niet meegedeeld, maar op basis van het silhouet dat we in het artwork zien, zou ik het niet te ver gaan zoeken. Slechts één nummer prijkt er op deze tape, maar “Bestowment of the seraphic key” klokt wel op een klein half uur af. En wat we te horen krijgen, doet onze mond wijd openvallen van verbazing. Blackmetal linken we doorgaans aan Scandinavische grim and frostbitten landschappen en pikzwarte wouden waar de zonnestralen nooit of te nimmer geraken, maar niet in het geval van Empyrean Grace dat zowat het compleet tegenovergestelde landschap schetst. Er doemen hier geen beelden op van stalagmieten en -tieten of imposante gletsjers en omlaagdonderende sneeuwlawines, maar uitzichtloze, uitgestrekte verdorde grasvlaktes en drukkend warme woestijnen met her en der een verdwaalde eenzame boom prenten zich op ons netvlies als we de wondere bedwelmende klanken van dit werkstuk ondergaan. Een broeierige zonovergoten atmosfeer maakt zich van ons meester wat nog versterkt wordt door de verschenen sepia-achtige kleuren van het sobere, maar smaakvolle artwork. Deze epische muzikale compositie heeft een hoog cinematografisch karakter dat zich het best laat omschrijven als de soundtrack van een film over één of ander Bijbelverhaal dat zich in de Oudheid afspeelt. De muziek is opgetrokken uit lang uitgerekte warmbloedige gitaarpartijen met subtiel verschuivende akkoorden, goudkleurige leads en postrockerige crescendo’s die een branderig rood gevoel aan onze reeds getaande huid geven. En dit in combinatie met schaars ingezette diepe screams, subtiele heldere vocalen die van serafijnen afkomstig lijken te zijn en echo’s van repetitieve drumritmes die zich aan de einder voltrekken en een hallucinerend schouwspel creëren dat zich in onze verbeelding nestelt totdat de laatste uitstervende zonnestralen achter de einder verdwijnen. We moeten meteen denken aan die magistrale “Rays of brilliance” demo van Solar Temple, een werktstukje dat qua thematiek en sound (minder doom wel hier) niet zo gek ver weg ligt van deze eerste worp van Empyrean Grace, en, net zoals de Lubbert Das demo, dringend een heruitgave op vinyl verdient. Broeierig, zinderend, beklijvend en ronduit magistraal zijn de sleutelwoorden van “Bestowment of the seraphic key” die de soundtrack van afgelopen weekend vormde!

JOKKE: 95/100

Empyrean Grace – Bestowment of the seraphic key (Haeresis Noviomagi 2020)
1. Bestowment of the seraphic key

Horde Of Hel – Döden nalkas

Negen jaar na het opvallend matige “Likdagg” grijpt deze haatdragende band uit het niets met een ijzeren hand naar de keel van iedere muzikant die de troon van ‘snelste blackmetalsound ter wereld’ ook maar durfde benaderen. Nog geen drie seconden diep in het eerste nummer wordt een volledig doortrapt drum- en gitaarsalvo afgeschoten met een quasi ongeziene, woeste razernij die zelfs een doorgewinterde fan meteen op zijn plek weet te zetten. Verderop in “Döden nalkas” trekken de drie Zweden het tempo zelfs op tot 500 Bpm, wat vrijwel meteen doet denken aan de betere speedcore kicks. Het geheel raast je buis van Eustachius op een dikke drie kwartier volledig aan gort, en gezien dat vooralsnog exact de opzet blijkt, moet gezegd worden dat Horde of Hel zijn doel weet te bereiken. Jammer genoeg verliezen de heren soms ook de pedalen en voelt het geheel een beetje inhoudsloos of onbezield aan. Er zijn heel wat tragere intermezzo’s en vreemde, bijna catchy songstructuren terug te vinden ook, zoals de intro van “Totalitarian regime”, die de fans van voornoemde recordhoudende blastbeats niet altijd zullen kunnen smaken, maar het schenkt het oor weliswaar een klein beetje rust. De langspeler zit voorts ook ramvol industrial – synths en gemodificeerde vocals, noise en kille ambient – die zich toch op één of andere manier in de gitzwarte metalen riffs weten te nestelen en daar dan ook nog eens thuis lijken te horen. Of de drie heren hier het warm water opnieuw uitvinden? Verre van, maar het geheel beukt je voorhoofd zo genadeloos tegen de dichtstbijzijnde muur dat je enigszins verweerd maar dankbaar achterblijft. De bandleden deden al heel wat ervaring op bij onder meer In Battle en Nordjevel, maar vooral de toevoeging van echte drums dankzij Nils “Dominator” Fjellström krijgt hier een eervolle vermelding. De man speelde eerder al (op studioalbums en live) bij een slee van gerenommeerde bands als 1349, Dark Funeral, Myrkskog, The Wretched End et al., en het is te merken. Wat een ongebreidelde agressie. Persoonlijk hoogtepunt is de ongefilterde gabber op “No remorse”, dat op zes en halve minuut zonder enige schaamte de nakomeling van een stomende nacht tussen Neophyte en Anaal Nathrakh ter aarde weet te werpen. Lang verhaal kort, dit is Marduk met een flinke injectie amfetamines recht in de aorta. Dit is paarse neonverlichting onder je uitgebouwde Golf, bestuurd door een met corpsepaint bekladde psychopaat. Als ze over negen jaar weer aan een opvolger beginnen, laat hen dan nog nét iets langer over bepaalde songstructuur nadenken – dan kan dat wel eens een échte hit opleveren.

Jules: 82/100

Horde of Hel – Döden nalkas (Blooddawn Productions/Regain Records 2020)
1. Blodets morgon
2. Death division status
3. Visdomen kallas døden
4. Standard nordland
5. Totalitarian regime
6. Total death
7. Holy ash
8. No remorse
9. Livets narkos
10. Of eternity and ruins

Vonlaus – Röð slæmra ákvarðana

IJsland en blackmetal…er zijn ondertussen al ellenlange epistels over geschreven, dus ik ga deze keer niet te lang uitweiden over deze combo. Vonlaus is trouwens niet 100% IJslands want twee vijfde van het gezelschap (schreeuwlelijk PRJ en gitarist KW) bezit een Pools paspoort en kennen jullie mogelijks van de band Above Aurora. Vonlaus, wat zoveel betekent als ‘hopeloos’ namen we twee jaar geleden onder de loep naar aanleiding van hun gelijknamige debuuttape en we deden de band toen af als het kleine broertje van een Naðra. Op de nieuwe EP “Röð slæmra ákvarðana” horen we in de song “Gegn mér” een geluid dat toch ook wel wat belangstelling voor een Misþyrming verraadt. PRJ’s strot schuurt en schaaft dat het een lieve lust, gaat regelmatig in overdrive en na elk nummer kan de man mijns inziens best een keelpastille gebruiken. De gitaren klinken snerpend, soms atonaal en doorgaans ietwat schel. Er mag ook al eens een solo geplaceerd worden zoals in opener “Gjaldþrot“, wat trouwens een meerwaarde geeft aan het nummer. Het nummer “Týndur í Reykjavík” (‘verdwaald in Reykjavik’) bevat een heuse postpunkvibe doordat er meeslepende gitaarleads van stal gehaald worden en heeft wel wat weg van het latere Lifelover materiaal. De drummer tenslotte doet wat ie moet doen: voor punch en dynamiek zorgen. Oh ja, de bassist vergeten, maar die is amper hoorbaar in de mix. De titel van de EP laat zich vertalen als ‘een reeks van slechte beslissingen’ en de nummers gaan over allesbehalve jolige onderwerpen zoals bankroet zijn, drankgebruik en overdosissen. Fijne EP met knap artwork van Business for Satan voor liefhebbers van ongepolijst IJslands zwartmetaal met postpunkvibes.

JOKKE: 78/100

Vonlaus – Röð slæmra ákvarðana (Mystískaos 2020)
1. Gjaldþrot
2. Gegn mér
3. Af ólyfjan og drykkju
4. Týndur í Reykjavík

Kyrios – Saturnal chambers

Het begeleidend promopraatje voor “Saturnal chambers“, de debuut EP van het uit New York City afkomstige Kyrios, strooit met allerhande grote namen uit het blackmetalgenre in het rond en voor één keer is dat ook eens niet gelogen qua invloeden. Kyrios smeedt immers een geluid uit enkele van de fundamenten van de Scandinavische blackmetalscene aangevuld met invloeden van meer avontuurlijke spelers. “The utterance of foul truths” combineert al meteen het dissonante en chaotische van een Deathspell Omega met wat avantgarde van Ved Buens Ende, het technische van latere Emperor, een heuse leadsolo en intergalactische keyboards en dat allemaal verpakt in een compacte song van drie minuten die ondanks zijn drukke karakter niet als knip- en plakwerk overkomt. De titeltrack is een kort intermezzo opgetrokken uit verwrongen orgelklanken, spacey keyboards en ambient soundscapes en vormt een bruggetje naar “A mare in the wire” dat grossiert in bombastisch en triomfantelijk toetsenwerk, Mayhem “Wolf’s lair abyss“-era venijn, Abigoresque twists, Abbath-achtige vocalen en leadgitaarmasturbatie. Het trio bestaande uit Hypatian (gitaar, bas, synths), Satan’s Sword (drums) en Vornag (zang) heeft onze interesse op nog geen tien minuten tijd weten wekken. Liefhebbers van avant-garde, technische en avontuurlijke black moeten dit zeker eens opsnorren.

JOKKE: 78/100

Kyrios – Saturnal Chambers (Caligari Records 2020)
1. The utterance of foul truths
2. Saturnal chambers
3. A mare in the wire

Striges – Verum veterum

Striges is één van de elvendertig projecten van de in de Finse blackmetalscene alomtegenwoordige Shatraug. Het was ietwat vreemd dat we dit jaar nog geen nieuwe releases van de man hadden gehoord, maar kijk, 2020 nadert zijn einde en de Fin trakteert ons naast een nieuwe (fantastische) plaat van Horna nu dus ook op de eerste langspeler van Striges, een intercontinentaal project waarin Shatraug samenwerkt met zijn landgenoot LRH, die ook al menig Finse blackmetalplaat inknuppelde, en de Amerikaanse screamer Vaedis die verder ook actief is bij Hellgoat en Vimur en de fakkel overneemt van de Australiër Blackheart die op de demo’s zong en drumde. Die demojaren liggen trouwens al behoorlijk ver achter ons (respectievelijk zeven en dertien jaar). Striges is dus duidelijk een project dat lang heeft liggen rijpen in Shatraug’s hersenpan. “Scourge of the ages” trapt “Verum veterum” zonder al te veel poespas en met een venijnige tremoloriff en begeleidende blasts in gang en laat horen dat de heren voor een krachtige en moderne sound opteerden. Hierdoor moeten ze eerlijkheidshalve wel wat inleveren op gebied van eigenheid, maar dat zal Shatraug en co ongetwijfeld worst wezen. Ik had even schrik dat Striges een eendimensionale ram- en blaasband zou zijn, maar halfweg het openingsnummer laat het trio zien ook mid-tempo passages, in dit geval vergezeld van heroïsche heldere diepe zang, in zijn muziek te willen intrigeren om het zo op dynamisch vlak boeiend te houden. Shatraug kent ondertussen het klappen van de zweep natuurlijk al wel en hem moeten we geen lesje in blackmetalsongwriting meer geven. Maar 90% van de speelduur gaat die voet toch wel voluit op het gaspedaal hoor. De tremolo picking melodieën vliegen ons volcontinu om de oren en boetseren een authentiek blackmetalgeluid vol passie en kracht dat heen en weer zwalpt over de grens tussen Finland en Zweden. Ik hoor hier bijvoorbeeld heel wat Setherial in. Bij een wat langer nummer als “Entwined in shadows, drawn to death” is het wat moeilijker om heel de rit bij de les te blijven, maar gelukkig wijst de catchy en pakkende volcontinu doordenderende thematische riff van het afsluitende “An ancient mournful soul” ons op het feit dat “Verum veterum” toch ook wel heel wat beklijvende momenten kent. Vaedis kan een aardig potje screamen maar daarbij zou hij wel wat meer hoogtes en laagtes mogen verkennen. Gelukkig schakelen zijn stembanden af en toe over op de reeds aangehaalde diepe heldere vocalen. Drummer LRH (o.a. Bythos en Horna) houdt de ritmische touwtjes strak in handen met zijn overwegend snel spel. Ook hier erg degelijk uitgevoerd, maar ook wel heel erg volgens het boekje. Met Striges bewijst vooral Shatraug nog maar eens dat hij haast elke seconde van de dag blackmetal ademt en nog niet van plan is zijn laatste adem snel uit te blazen.

JOKKE: 80/100

Striges – Verum veterum (Blut & Eisen/World Terror Committee 2020)
1. Scourge of the ages
2. Devouring the flame
3. Seven ghouls from the mountains of Mashu
4. Summoning the sorceress of the moon
5. Parched with eternal thirst
6. Entwined in shadows, drawn to death
7. An ancient mournful soul