Month: oktober 2020

Kyrios – Saturnal chambers

Het begeleidend promopraatje voor “Saturnal chambers“, de debuut EP van het uit New York City afkomstige Kyrios, strooit met allerhande grote namen uit het blackmetalgenre in het rond en voor één keer is dat ook eens niet gelogen qua invloeden. Kyrios smeedt immers een geluid uit enkele van de fundamenten van de Scandinavische blackmetalscene aangevuld met invloeden van meer avontuurlijke spelers. “The utterance of foul truths” combineert al meteen het dissonante en chaotische van een Deathspell Omega met wat avantgarde van Ved Buens Ende, het technische van latere Emperor, een heuse leadsolo en intergalactische keyboards en dat allemaal verpakt in een compacte song van drie minuten die ondanks zijn drukke karakter niet als knip- en plakwerk overkomt. De titeltrack is een kort intermezzo opgetrokken uit verwrongen orgelklanken, spacey keyboards en ambient soundscapes en vormt een bruggetje naar “A mare in the wire” dat grossiert in bombastisch en triomfantelijk toetsenwerk, Mayhem “Wolf’s lair abyss“-era venijn, Abigoresque twists, Abbath-achtige vocalen en leadgitaarmasturbatie. Het trio bestaande uit Hypatian (gitaar, bas, synths), Satan’s Sword (drums) en Vornag (zang) heeft onze interesse op nog geen tien minuten tijd weten wekken. Liefhebbers van avant-garde, technische en avontuurlijke black moeten dit zeker eens opsnorren.

JOKKE: 78/100

Kyrios – Saturnal Chambers (Caligari Records 2020)
1. The utterance of foul truths
2. Saturnal chambers
3. A mare in the wire

Striges – Verum veterum

Striges is één van de elvendertig projecten van de in de Finse blackmetalscene alomtegenwoordige Shatraug. Het was ietwat vreemd dat we dit jaar nog geen nieuwe releases van de man hadden gehoord, maar kijk, 2020 nadert zijn einde en de Fin trakteert ons naast een nieuwe (fantastische) plaat van Horna nu dus ook op de eerste langspeler van Striges, een intercontinentaal project waarin Shatraug samenwerkt met zijn landgenoot LRH, die ook al menig Finse blackmetalplaat inknuppelde, en de Amerikaanse screamer Vaedis die verder ook actief is bij Hellgoat en Vimur en de fakkel overneemt van de Australiër Blackheart die op de demo’s zong en drumde. Die demojaren liggen trouwens al behoorlijk ver achter ons (respectievelijk zeven en dertien jaar). Striges is dus duidelijk een project dat lang heeft liggen rijpen in Shatraug’s hersenpan. “Scourge of the ages” trapt “Verum veterum” zonder al te veel poespas en met een venijnige tremoloriff en begeleidende blasts in gang en laat horen dat de heren voor een krachtige en moderne sound opteerden. Hierdoor moeten ze eerlijkheidshalve wel wat inleveren op gebied van eigenheid, maar dat zal Shatraug en co ongetwijfeld worst wezen. Ik had even schrik dat Striges een eendimensionale ram- en blaasband zou zijn, maar halfweg het openingsnummer laat het trio zien ook mid-tempo passages, in dit geval vergezeld van heroïsche heldere diepe zang, in zijn muziek te willen intrigeren om het zo op dynamisch vlak boeiend te houden. Shatraug kent ondertussen het klappen van de zweep natuurlijk al wel en hem moeten we geen lesje in blackmetalsongwriting meer geven. Maar 90% van de speelduur gaat die voet toch wel voluit op het gaspedaal hoor. De tremolo picking melodieën vliegen ons volcontinu om de oren en boetseren een authentiek blackmetalgeluid vol passie en kracht dat heen en weer zwalpt over de grens tussen Finland en Zweden. Ik hoor hier bijvoorbeeld heel wat Setherial in. Bij een wat langer nummer als “Entwined in shadows, drawn to death” is het wat moeilijker om heel de rit bij de les te blijven, maar gelukkig wijst de catchy en pakkende volcontinu doordenderende thematische riff van het afsluitende “An ancient mournful soul” ons op het feit dat “Verum veterum” toch ook wel heel wat beklijvende momenten kent. Vaedis kan een aardig potje screamen maar daarbij zou hij wel wat meer hoogtes en laagtes mogen verkennen. Gelukkig schakelen zijn stembanden af en toe over op de reeds aangehaalde diepe heldere vocalen. Drummer LRH (o.a. Bythos en Horna) houdt de ritmische touwtjes strak in handen met zijn overwegend snel spel. Ook hier erg degelijk uitgevoerd, maar ook wel heel erg volgens het boekje. Met Striges bewijst vooral Shatraug nog maar eens dat hij haast elke seconde van de dag blackmetal ademt en nog niet van plan is zijn laatste adem snel uit te blazen.

JOKKE: 80/100

Striges – Verum veterum (Blut & Eisen/World Terror Committee 2020)
1. Scourge of the ages
2. Devouring the flame
3. Seven ghouls from the mountains of Mashu
4. Summoning the sorceress of the moon
5. Parched with eternal thirst
6. Entwined in shadows, drawn to death
7. An ancient mournful soul

Mäleficentt – Night of eternal darkness

Rauwe blackmetal undergroundplaten die niet met een dungeonsynthintro aftrappen, ze bestaan nog! Sterker nog, Y. E., het heerschap achter Mäleficentt, valt op zijn tweede full-length “Night of eternal darkness” meteen met een ijzersterke riff en melodie in huis ook al is “March of the circle of shadows” een korte instrumentale opener. Vanaf “Before the sun dies” gooit de man met native American roots ook zijn verdorven krijsstem in de strijd. Alle ingrediënten voor een beklijvende bak ongecompliceerde maar o zo aanstekelijke zwartgeblakerde herrie zijn dan aanwezig. Catchy tremoloriffs, dynamisch, swingend en organisch drumspel met oog voor detail dat meer dan ok is voor een allesdoener (en heel wat progressie laat horen vergeleken met voorganger “Night of the crimson stars” waar de drums eerder geprogrammeerd leken) en een lekker raspende vampierscream, maar we horen ook enkele heldere kreten die haast het gehuil van wolven lijken te imiteren. Maar het meest in het oog/oor springend zijn de gitaarriffs waarvan er meerdere passeren die zich nog lang in mijn geheugen weten te nestelen. Check “The cavern of false hope” maar eens. Het pure en authentieke van een Satanic Warmaster en soortgenoten kan ik als referentiekader meegeven en de productie is meer dan behoorlijk en overstijgt het lofi gebeuren. Eeuwigdurend is de duisternis op “Night of eternal darkness” niet want deze klokt op nog geen 25 minuten af, maar laat dat de pret vooral niet drukken. Meer tijd om die repeatknop voortdurend in te drukken!

JOKKE: 85/100

Mäleficentt – Night of eternal darkness (Night Of The Palemoon/Asrar 2020)
1. March of the circle of shadows
2. Before the sun dies
3. Veiled in gloom
4. The cavern of false hope
5. Severed by your own
6. Bones of compatriots

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old

De mythe van Prometheus verhaalt dat de mens er bij de toebedeling van gaven en vaardigheden door de Griekse goden maar bekaaid afkwam. Zowel op het vlak van de overlevingsinstincten als op het vlak van de natuurlijke verdedigingsmiddelen waren de andere levende wezens er veel beter aan toe. Uit liefde voor de mensheid stal Prometheus het vuur bij de Olympische goden en schonk het aan de mensen. Hij leerde de mens er metaal mee te bewerken en leerde hun technische vaardigheden toe te eigenen. Het drietal Esophis (gitaar, bas, synths), Aggelos (zang) en Nodens (drums) werd op vlak van ‘metaalbewerking’ goed bedeeld want wat de heren op hun tweede langspeler “Resonant echoes from cosmos of old” laten horen, kan ons uitermate bekoren. Waarom het promopraatje de band als blackmetal labelt, ontging me aanvankelijk wel een beetje want de strot van Aggelos situeert zich in het openende “Gravitons passing through Yog-Sothoth” en het loodzware groovende “Azathoth” toch vooral in diepere deathmetalregionen. Ook muzikaal horen we heel wat esoterisch doodsmetaal echoën in de muziek van deze Grieken, die in het vaarwater van een band als Sulphur Aeon opereren. De Lovecraftiaanse themathiek delen ze trouwens ook met deze Duitsers. De blackmetalreferentie slaagt hier met andere woorden eerder op de hoge dosis duistere atmosfeer die in de muziek geïnjecteerd is en op de dissonante riffjes die in de monsterlijke composities zoals het slepende “Astrophobos” verstopt zitten. Dit is het eerste nummer dat in zijn totaliteit meer naar zwart- dan doodsmetaal overhelt en vanaf de zevenminutengrens ook ruimte laat voor een ingetogen heavymetalachtige gitaarlead. Het is een melodieuze aanpak die teruggrijpt naar de eerste twee Rotting Christ platen die zowat de blauwdruk voor de Helleense blackmetalsound vormen. Met het daaropvolgende titelnummer gooit het trio het lichtjes over een andere boeg daar er hier ook aandacht is voor een zeker majestueus en symfonisch gevoel. Gaandeweg trapt Nodens op het gaspedaal en lanceren de heren zichzelf in furieuze blackmetalversnellingen, om dan plots schril te contrasteren door al het muzikale geweld te laten stilvallen en opnieuw op melodieuze hypnotiserende gitaarmelodieën over te schakelen waarvoor de Helleens scene zo gekend staat. Ook meer naar het einde van deze negen minuten durende compositie laat Prometheus nog verschillende gezichten zien; we horen zelfs even een Emperor-achtig stukje terug. Het maakt dat we bij de les blijven en ons niet snel vervelen met deze plaat. Het Grieks getitelde nummer “Ανεμοι των Αστρων” (‘ik weet het niet’) is een atmosferisch mystiek klinkend intermezzo dat een brug bouwt naar het afsluitende “The crimson tower of the headless God” waarin het beste van black- en deathmetal gecombineerd wordt tot een beklijvend epos waarin naarmate het einde nadert een heuse plaats is weggelegd voor majestueuze synths die de zintuigen prikkelen en een ruimtelijk vacuüm creëren dat psychedelische ambient-allures aanneemt. Voeg daar nog feërieke vrouwelijke engelenzang bij en we lijken ons haast even van het aardse bestaan te kunnen losmaken. Prometheus weet zich met “Resonant echoes from cosmos of old” resoluut op mijn radar te spelen. Dit is immers een avontuurlijke plaat waarop een band te horen is die niet voortdurend uit hetzelfde vaatje tapt maar verschillende gedaantes aanneemt wat bijdraagt aan het luisterplezier.

JOKKE: 87/100

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old (I, Voidhanger Records 2020)
1. Gravitons passing through Yog-Sothoth
2. Azathoth
3. Astrophobos
4. Resonant echoes from cosmos of old
5. Ανεμοι των Αστρων
6. The crimson tower of the headless God

Lampir – Awaiting the predatory dreamscape

In wat als haast als een hoogjaar voor de rauwe blackmetalscene kan beschouwd worden, mag een act als Lampir natuurlijk niet ontbreken. Deze Amerikaanse one-man band speelde zich in de kijker van de lo-fi verzamelaar middels een langspeler (“The alchemy of cursed blood” uit 2018) en een hele reutemeteut aan kleinere releases op maat van de underground zoals splits met de wel héél rauwe acts VVitchmoon en Flešš. Nu is het echter opnieuw tijd voor een uitgebreider muzikaal werkstuk dat de titel “Awaiting the predatory dreamscape” meekreeg, een eerste release die via het Portugese Altare Productions vereeuwigd zal worden. Het lijkt tegenwoordig haast terug een ongeschreven wet te zijn je zwartgallige underground blackmetalplaat met een synthetisch klinkende intro af te trappen. Ook hier is dat met de serene orgelklanken van “Stemming from the cosmic id” het geval en met “Disconnection from suppressed consciousness” wordt “Awaiting the predatory dreamscape” ook via een dungeon synthriedeltje uitgeluid. Daartussen blijven nog vijf nummers over die bulken van de misantropische dichtgeplamuurde black waarvoor Lampir gekend staat. De getormenteerde screams en ijle shrieks doen de koude rillingen over je rug lopen terwijl de basis uit ietwat repetitieve grofkorrelige gitaarriffs bestaat die als een roestige zaag je vel opensnijden en dit ondersteund door simpel maar effectief (geprogrammeerd?) drumwerk dat nergens van plan is snelheidsrecords te breken. De gevoelens die dit werkje bij ons opwekken zijn er allesbehalve van vitaliteit en levenslust. Deze tweede full-length kreeg zonder twijfel de beste productie in de geschiedenis van de band mee, maar verwacht nu wel geen afgelikte sound want Lampir blijft natuurlijk rauw en ongemakkelijk klinken. Het oudere werk vond ik niet bijster speciaal klinken en ook nu moet Lampir het met gemak afleggen tegen een genregenoot als Lamp Of Murmuur, maar tot op heden is “Awaiting the predatory dreamscape” wel ’s mans meest kwalitatieve output.

JOKKE: 75/100

Lampir – Awaiting the predatory dreamscape (Altare Productions 2020)
1. Stemming from the cosmic id (Prelude)
2. The final mask of time
3. In the predatory dreamscape…
4. Vitality & virtue
5. Sexual negativity
6. The embodied secret
7. Disconnection from suppressed consciousness (Epilogue)

Enslaved – Utgard

Utgard” is alweer de vijftiende langspeler van het uit het Noorse Bergen afkomstige Enslaved. De band rond stichtende leden Ivar Bjørnson en Grutle Kjellson houdt er sinds diens oprichting in 1991 een naarstig werktempo op na, zonder daarbij afbreuk te doen aan kwaliteit. Althans als je de meer progressieve richting kunt smaken die de heren sinds “Mardraum” uit 2000 zijn ingeslagen. Doorheen zijn lange carrière is de band onderhevig geweest aan tal van line-up wissels en ook nu valt er op de drumkruk een nieuw gezicht te bespeuren. Iver Sandøy nam de stokken over van Cato Bekkevold, maar is eigenlijk geen échte nieuwkomer, want hij maakt als producer reeds sinds “Axioma ethica odini” (2010) deel uit van het Enslaved universum. En het mag gezegd worden dat hij met zijn gevarieerd drumspel en aanstekelijke heldere zang een absolute meerwaarde vormt voor Enslaved. In de eerste single “Homebound” schittert de man naast zijn andere bandleden. Het is een héél aanstekelijk nummer waarin Enslaved extreme metalelementen afwisselt met progressievere stukken en dat een heerlijk meeslepende leadsolo bevat van Arve Isdal, die ondertussen ook al 18 jaar meedraait, en dan is er natuurlijk nog die kippenvelopwekkende zang van Iver in het refrein. Heldere zang is voor Enslaved anno 2020 misschien nog belangrijker dan vroeger en het feit dat er nu met Iver, Grutle en – de enorm gegroeide – Håkon drie zangers in de band zitten die over een goede zangstem beschikken, draagt toe tot het gevarieerde luisterspel dat natuurlijk ook nog steeds door de raspende strot van Grutle opgeschrikt wordt. Zelfs Ice Dale en Ivar draven als achtergrondzangers op in het met vikingkoren ingeluide “Fires in the dark“, dat voorts geen evident nummer is om een plaat mee te openen, en in het afsluitende meeslepende en progrockerige “Distant seasons” horen we Ivar’s dochters op de achtergrond mee zingen. Maar er zijn ook nog voldoende extreme metalpassages die voor tegengewicht zorgen. Zo is er de dreigende adrenalinestoot “Jettegryta“, maar Enslaved zou natuurlijk Enslaved niet zijn als er ook geen progressievere oorden en afwijkende maatsoorten verkend zouden worden. Ook het mooi opbouwende “Flight of thought and memory” kent heerlijk zwartgeblakerd riffwerk en dito vocalen afgewisseld met zalvende heldere zang en een progressieve gitaarsolo die gelukkig niet in geneuzel vervalt. “Storms of Utgard” ligt wat in het verlengde en Grutle ontketent hier met zijn kenmerkende strot wel degelijk de storm waarover gezongen wordt. De grootste verrassing valt waarschijnlijk te bespeuren in het van post-punk, krautrock en elektronica doordrongen “Urjotun“, een experiment dat ik als uitermate geslaagd bestempel. “Sequence“, waarin een gastbijdrage te horen valt van percussionist/toetsenist Martin Horntveth, is dan weer de meest progressieve compositie die er op “Utgard” prijkt en waar de muzikanten het zich permitteren even te losgehen wat o.a. resulteert in syncopisch toetsenspel. Het Vikingelement vertaalt zich dan weer naar de veelvuldige koortjes die her en der opduiken en ook veelal Noorse teksten brengen. “Utgard” is met net geen 45 minuten speeltijd de kortste plaat sinds “Blodhemn” uit 1998 waarop Enslaved bewijst ook meer compactere songs (binnen de vier tot zes minuten) te kunnen schrijven waarin een veelvoud aan stijlelementen passeert die de eigenzinnige Enslaved-stempel meekrijgen. Deze heren zijn nog lang niet uitgemusiceerd!

JOKKE: 90/100

Enslaved – Utgard (Nuclear Blast 2020)
1. Fires in the dark
2. Jettegryta
3. Sequence
4. Homebound
5. Útgarðr
6. Urjotun
7. Flight of thought and memory
8. Storms of Utgard
9. Distant seasons

Prosternatur – Mortuus et sepultus

Het internationale gezelschap dat onder de noemer Prosternatur al één langspeler en één split lang haar occulte blackmetal over deze aardkloot uitstort, is een graag geziene gast bij Addergebroed. We sprongen dan ook een gat in de lucht bij de aankondiging van de nieuwe full-length “Mortuus et sepultus” (Latijn voor ‘Hij stierf en werd begraven’) waarop vijf nummers prijken waarvan de titels ons naar aloude gewoonte om de oren slagen met occulte grootspraak. Wel ietwat vreemd dat deze plaat via het kleine en relatief onbekende Franse Transcendance label op CD verschijnt. Hopelijk zet er nog iemand zijn of haar schouders onder een vinylrelease, want wat het in een mysterieuze waas gehulde gezelschap ons hier dik veertig minuten lang laat horen, is weer om van te smullen. Althans voor wie houdt van een occulte rituele hoogmis waarbij naast de obligate orgeltoeters en bellen, een breed scala aan heldere koorzang, gefluister, gekrijs en andere vervormde vocalen (we moeten vanaf de eerste noten meteen aan Mayhem’s Attila Csihar denken) de satanische viering opvoert. De zwartmetalen basis bestaat uit dissonante, ondoordringbare en onbehagelijke klanken die één groot hallucinogeen geheel vormen. Vooral het tweede deel van “Salamanu telocahe!” heeft een psychedelisch smoelwerk dat wat luchtiger is qua opzet en voor een harmonieus tegengewicht zorgt vergeleken met het extatische en meer extreme eerste deel. De infernale en sacrale blend aan geluiden van “Descendit ad infernos” klinkt zo vurig dat het priestergewaden in lichterlaaie zet en vormt de perfecte soundtrack voor een one way trip richting het hellevuur. Prosternatur hanteert regelmatig het duivelse kunstje om snelle drums en percussie onder trage, hypnotiserende gitaarriffjes te plaatsen wat een verwrongen spanningsbegrafenisveld creëert. Luister maar eens naar de cathartische apotheose die “Plagued” op die manier vormt. “Mortuus et sepultus” is een intrigerende plaat die heel wat luisterbeurten vraagt alvorens al haar mystieke geheimen prijs te geven, maar niet voor wie ondertussen een degout heeft van occulte rituelen en satanische hoogmissen.

JOKKE: 83/100

Prosternatur – Mortuus et sepultus (Transcendance 2020)
1. E-Kishirgal
2. Salamanu Telocahe!
3. Descendit ad infernos
4. Et incarnátus
5. Mph Arsl Gaiol
6. Plagued

Beltez – A grey chill and a whisper

Een tijdje geleden tikte ik nog Exiled, punished…rejected van Beltez op de kop, een koopje bovenop een andere bestelling. Ik herinnerde me dat de derde plaat van de Duitsers degelijk was en kon die voor het klein prijsje niet laten liggen. Goeie beslissing, want mijn interesse werd opnieuw aangewakkerd en ik ving er wind van dat het kwintet aan een nieuw project bezig zou zijn. Dit nieuwtje dat de ronde deed in de wandelgangen bleek te kloppen, maar het zou over ‘een vierde langspeler’ gaan. In zekere zin klopt dat… ware het niet dat Beltez het veel grootser zag dan ‘simpelweg’ een album schrijven en uitbrengen. De Keulenaars hadden een gesamtkunstwerk voor ogen, en naast muziek en bijbehorend artwork werd ook een uitstapje richting de literatuur gedaan. De heren kozen niet gewoon een verhaal om hun muziek op te baseren, maar contacteerden zelf een auteur om een nieuw stukje proza neer te pennen. Zodus boetseerde de eveneens Duitse schrijfster Ulrike Serowy een kortverhaal getiteld “Black banners”, dat op zichzelf al de moeite is om te lezen. Duister, beklijvend en niet subtiel knipogend naar onze goede vriend H.P. Lovecraft, die ergens in het multiversum goedkeurend zit mee te lezen. De aandachtige lezer zal in het kortverhaal ook nog eens een metafoor voor een huidig maatschappelijk fenomeen ontwaren, zoals het goeie horror betaamt. Naast het verhaal en het album (door Benjamin Harff ook van intrigerend artwork voorzien) krijgen we ook nog eens een audioboek voorgeschoteld, ingesproken door Dan Capp van Winterfylleth, en voor de leut wordt er ook nog een akoestische versie van het afsluitend nummer “We remember to remember” toegevoegd. Lang geleden dat ik zo’n uitgekiend concept onder mijn loep kon leggen! Avantgarde Music moet dezelfde mening hebben gehad, want onze oosterburen vonden voor deze uitgave onderdak bij het Italiaanse label. Muzikaal volgen de negen nummers (die op iets meer dan een uur speelduur afklokken) de chronologie van het verhaal waarop ze gebaseerd zijn: van onheilspellend naar bedreigend, naar verdoemd. Hoewel veel bands die Lovecraftiaanse thema’s aanhalen nogal een goede relatie met dissonante tonen lijken te onderhouden, gooit Beltez het over een meer harmonische boeg met langgerekte melodieën (“A taste of utter destruction”) en enkele schaarse gitaarsolo’s zoals de harmonieuze lead die “I may be damned but at least I’ve found you” naar een climax stuwt. De blackmetal ligt vaak wat in het Zweeds-melodieuze hoekje maar verwacht geen zeemzoeterigheid, want Beltez moet het hebben van explosieve uitbarstingen die zich ondersteund door scherpe screams steeds weer opwerpen, na hier eens een rustiger, atmosferisch stuk en daar weer een korte ambient-passage zoals we het ook gewend zijn binnen de hedendaagse USBM. De arrangementen zijn doordacht, want de verhalende en steeds voortstuwende structuur van de nummers volgt het verhaal bijna alinea per alinea: zo begint “The unwedded widow” even terneergeslagen als het personage waarnaar de titel verwijst, en worden we daarna overweldigd door de weemoed en wanhoop van onze protagonist, als reactie op het gedrag van de ongehuwde weduwe. Zonder teveel prijs te willen geven over het verloop van het verhaal valt deze tendens in elk nummer te bespeuren, wat op zich al bewonderenswaardig is want het ganse boeltje blijft, ook muzikaal, heel coherent. Ook goeie punten voor de sound, want de snedige ritmegitaar, beukende drums, warm klinkende leads en dragende bas zorgen voor een niet te stoppen wall of sound, zeker wanneer het tempo onvermijdelijk terug de hoogte in gaat. Waar Beltez voordien okay was, een degelijke middenmootband, doet ze nu een gooi naar de hogere regionen binnen het wereldje met een album dat eigenlijk met moeite nog een album genoemd kan worden, maar eerder een crossover tussen verschillende disciplines in de kunst en verschillende artiesten met een voorliefde voor Lovecraft als gemene deler. “A grey chill and a whisper” is een enorm ambitieus project geworden waarin duidelijk over de plaatsing van elk woord en elke noot is nagedacht, en waarvan de executie ook meer dan bovengemiddeld is. Toen ik hoorde dat de heren met een nieuwe plaat bezig waren had ik zeker kwaliteit verwacht, maar dit Kunstwerk (met hoofdletter K) overklast ruimschoots wat ik in gedachten had en zou zomaar één van dé verrassingen van het jaar kunnen zijn!

CAS: 90/100

Beltez – A grey chill and a whisper (Avantgarde Music 2020)
1. In apathy and in slumber
2. The city lies in utter silence
3. Black banners
4. A taste of utter extinction
5. The unwedded widow
6. From sorrow into darkness
7. A grey chill and a whisper
8. I may be damned but at least I’ve found you
9. We remember to remember