Month: november 2020

Wolven – Generate mass violence

Wolven, het eenmansproject van de toch in onze contreien behoorlijk illustere Filip Dupont, is alweer aan zijn derde vrucht toe. Na een demo en een langspeler is hier het tweede album, dat met “Generate mass violence” een – naar goeie gewoonte – ontiegelijk duidelijke titel opgespeld kreeg. Voor de duidelijkheid – en voor de leken onder ons; wat we hier krijgen lijkt in de verste verte niet op wat we van de andere projecten van de beste man gewoon zijn. Wolven brengt een grauwe en snedige hardcorevariant die grotendeels bol staat van de crust en d-beat. Uiterst getormenteerde en klaarblijkelijk verbolgen vocalen, quasi-militante drumsalvo’s en vranke riffs die gemaakt zijn om te scheuren, niet om mee te slepen, vormen de basis op deze LP. Waar de uit 2015 afstammende demo “New world apocalypse” nog een groot crustfestijn was, is er op deze plaat meer ruimte voor variatie: met momenten drijft Wolven de boel op tot een grindcorewaardig tempo, even later is daar een gekscherend vorte breakdown. Alle elementen worden aardig in elkaar gehaakt en maken van deze opvolger van “Eight billion deathmarch” een stevig en smaakvol brouwsel. De plaat werkt het best wanneer de riffs virulent opbouwen en naar de keel grijpen, zoals op de feilloze opener, “Total lockdown”, die op een luttele 48 seconden heel erg weet bij te blijven. Of deze pieken iets te maken hebben met eerder opgedane ervaring bij projecten als Hemelbestormer, Mahlstrøm en Rituals Of The Dead Hand, laat ik voorts volledig in het midden – maar de uiterst fijngevoelige combinatie van al deze elementen zou wel eens iets heel groots kunnen voortbrengen.

JULES: 77/100

Wolven – Generate mass violence (Loner Cult/Back From The Grave Tapes 2020)
1. Total lockdown
2. Absolute
3. All is violence
4. Silence is golden
5. Life of lies
6. Narcist nation
7. Death cult
8. Discipline
9. Eject mode
10. Twice the needle
11. Degenerate
12. Anti anthem

Stormkeep – Galdrum

De keyboards staan de laatste paar maanden precies in afprijzing want de hoeveelheid zwartmetaal met dikke synthlagen die we tegenwoordig voorgeschoteld krijgen is gigantisch. Zo ook op “Galdrum“, het debuut van het voor mij onbekende Stormkeep, dat via Ván Records uitgebracht wordt. Het openingsnummer “Glass caverns of dragon kings” verwelkomt ons meteen middels aangezwollen toetsenwerk in een middeleeuwse setting vol kloeke ridders, mooie jonkvrouwen, hofnarren, kastelen, tovenaars en draken. Het inlassen van akoestische gitaarmelodieën en heldere koorgezangen draagt nog extra bij tot een gezellige kampvuursetting waar een vers geschoten everzwijn boven een knisperend vuurtje wordt klaargestoomd voor een avondmaal dat welgekomen is nadat we van onze namiddaagse veldslag terug heelhuids huiswaarts gekeerd zijn. Ik krijg van meet af aan een erg sterk Duits gevoel bij Galdrum’s black metal en mede door het veelvuldig inzetten van synths kom ik dan bijna automatisch bij van die matige Last Episode bands als Stormlord, Mystic Circle, Dunkelgrafen en Eminenz uit. Beetje raar wel als je weet dat Stormkeep’s uitvalbasis in de Verenigde Staten gevestigd is. De individuen achter de band ken je misschien wel van bands als Blood Incantion (wat toch heel andere koek is) en Wayfarer. Het meer dan tien minuten durende openingsnummer overstijgt de gemiddelde Last Episode band wel, maar van het middelmatige ietwat te zeemzoete “Lightning frost” worden we nu niet bepaald wild. De vocalen zitten ook wat ver naar achter in de mix waardoor het geheel aan venijn mist. ook “Lore” klokt op een double digit speelduur af en reeds vanaf de inleidende akoestische gitaren weten we al dat dit geen topper gaat worden, zeker als er dan nog een homo erotische fluit opduikt. Ook wanneer de versterkers opengaan, worden we niet omver geblazen door deze middelmatige blackmetalmeuk, ook al wordt er best veel geramd. De veelvuldige heldere zangkoren en licht enerverende gitaarsolo dragen alleen maar bij tot de kakofonie waar we het licht van op onze zenuwen krijgen. En als we dan na 25 minuten bij “Lost in mystic woods and cursed hollows” en diens Bal-Sagoth-achtige dungeon synth taferelen aangekomen zijn, zijn we blij dat “Galdrum” er na een klein half uur opzit. Ván Records slaat de bal zelden mis wat ons betreft, maar de kleine hype rond Stormkeep snappen we ook na een paar extra luisterbeurten, niet helemaal. Er lopen momenteel véél betere bands rond die wel een geslaagd huwelijk maken van black metal en synths.

JOKKE: 65/100

Stormkeep – Galdrum (Ván Records 2020)
1. Glass caverns of dragon kings
2. Lightning frost
3. Lore
4. Lost in mystic woods and cursed hollows

Celestial Sword – Fallen from the astral temple

Het Engelse Death Kvlt Productions speelde zich de laatste tijd vooral in de kijker middels fel gesmaakte releases van hun wonderkind Lamp Of Murmuur. Voor de rest zit er eigenlijk wat ons betreft tamelijk veel middelmatigheid tussen hun output, maar voor het Amerikaanse Celestial Sword maken we graag een uitzondering, want diens eerste demo “Fallen from the astral temple” wist ons meteen in vervoering te brengen, en dan spreken we niet enkel over het smaakvolle logo (van de hand van Amalantrah Workings) en dito artwork (verzorgd door Labyrinth Tower), maar zeer zeker ook over de muziek die een mix laat horen van rauwe black metal en dungeon synth, een muziekgenre dat duidelijk aan haar tweede jeugd bezig is. Grimmige gitaarstructuren en weelderig ingezette toetsen versterken mekaar waar nodig, maar vertellen ook regelmatig afzonderlijk een verhaal en dat is geen liefelijk kinderverhaaltje voor het slapen gaan, maar een bloeddorstig en spookachtig vampierenvertelseltje dat kinderen (en het gros van de volwassenen) gegarandeerd de stuipen op het lijf zou jagen. De speelduur van elk van de negen nummers is vrij compact gehouden, verwacht dus geen ellenlange uitgesponnen repetitieve composities, maar songs die to the point zijn, zonder een lugubere atmosfeerzetting uit het oor te verliezen. Het illustere, in een maliënkolder gestoken heerschap achter deze one-man band beschikt over een high pitched stel perfect krijsende stembanden die ondermeer aan het begin van “Sanguine mist upon the vampyric crypt” haast klinken alsof er een kwaaie kraai achter de microfoon staat. Op ritmisch gebied worden er heel wat verschillende tempotoetsen ingedrukt, gaande van een zich traag voortslepende track als “A crown of serpents and ash” over het eerder mid-tempo “Ancestral chalice of poisoned blood” tot het snellere hakwerk in “Cloistered domain of noctural sorrow“, maar voor inventieve drumroffels en andere subtiele tierlantijntjes is er geen plaats. Enkel in het wat langere “Venomous flames within the abyssal monastery” trekt een kortstondige elektronicabeat even onze aandacht tussen het overheersende machinale gehak. Het wat gevarieerder uitwerken van de snelle drumpartijen is zowat onze enige kritische voetnoot die we bij “Fallen from the astral temple” plaatsen. Wie zich een half uur lang wil laten onderdompelen door rauwe, maar betoverende en cryptische melodieën die je een ver vervlogen fantasiewereld insturen, heeft met Celestial Sword een uitstekende reiscompagnon.

JOKKE: 81/100

Celestial Sword – Fallen from the astral temple (Death Kvlt Productions 2020)
1. Ascending the black tower
2. A crown of serpents and ash
3. Cloistered domain of nocturnal sorrow
4. Ancestral chalice of poisoned blood
5. Thy dracul blade
6. Sanguine mist upon the vampyric crypt
7. Venomous flames within the abyssal monastery
8. The hidden path of sulphuric sorcery
9. Fallen from the astral temple

Serpents Oath – Nihil

Het uit Limburg afkomstige Serpents Oath treedt plotsklaps uit de duisternis om meteen met het volwaardig debuut “Nihil” via Soulseller Records uit te pakken. In het interview met Tes Reoth, spraakbuis en zanger van het trio, konden jullie al lezen dat de heren niets aan het toeval overlaten: geen halfslachtig gedoe met demo’s of EP’s, maar meteen voor een heuse langspeler gaan waarbij over elk detail (sound, logo, lyrics, visueel aspect, bandfoto’s, videoclip, e.d.) minutieus nagedacht werd. Dat Serpents Oath een voorliefde heeft voor het snellere blackmetalgeweld, en dan vooral het op Zweedse leest geschoeide knuppelwerk, wordt al vrij snel duidelijk met “Speaking in tongues“. Referenties van een Dark Funeral ten tijde van “Diabolis interium” zweven doorheen de venijnige tremoloriffs die Daenum in deze opener of het later volgende “The swords of night and day“op de luisteraar afvuurt. Draghul duwt het gaspedaal veelvuldig in, maar ondanks de ziedende tempo’s van bv. “The beast reborn” (hallo Marduk!) bevat elk nummer wel een hook of catchy element wat de herkenbaarheid van de songs ten goede komt. Dat kan het meebrulrefrein van de oorworm “Serpents of eight” zijn, maar evengoed een aanstekelijke melodie zoals de openingsriffs van het gedeeltelijk mid-tempo gespeelde “Malediction” of het meer melodieuze “Into the abyss” waarin we ook wel een gezonde dosis Dissection horen. Zelfs enkele goed geplaatste drumroffels herkennen we meteen bij een tweede luisterbeurt. Tes Reoth beschikt over een stel krachtige stembanden en laat die tijdens het screamen verschillende toonhoogtes verkennen. Andy Classen (Belphegor, Krisiun, …) zat achter de knoppen tijdens het inblikken van “Nihil” wat mijns inziens wel resulteert in een iets te afgelikte sound. Graag volgende keer een tikkeltje ruwer, maar ondanks de propere moderne productie, lijdt de atmosfeer er gelukkig niet onder. Dat komt doordat er enkele duistere ambientintermezzi van de hand van de Franse Melek-Tha tussen de nummers ingebouwd zijn. Ondanks dit puntje van kritiek is “Nihil” een geslaagd debuut geworden. De drie muzikanten hebben al heel wat jaren op de teller staan (o.a. in Insanity Reigns Supreme), maar van metaalmoeheid is hier hoegenaamd geen sprake. Au contraire, want voor de bevlogenheid waarmee Serpents Oath op “Nihil” uitpakt, kan ik alleen maar respect opbrengen. Een concert van deze nieuwkomers bijwonen staat dan ook met stip genoteerd in mijn concertagenda die hopelijk binnen enkele maanden terug kan beginnen vollopen.

JOKKE: 82/100

Serpents Oath – Nihil (Soulseller Records 2020)
1. Vox mortis
2. Speaking in tongues
3. Leviathan speaks
4. Thrice cursed
5. Malediction
6. Serpents of eight
7. Bestia resurrectus
8. Into the abyss
9. Mephisto
10. The beast reborn
11. The swords of night and day
12. Beyond the gates

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros

Wat veel releases van I, Voidhanger Records gemeen hebben, is dat ze doorgaans magnifiek cover artwork hebben dat overloopt van de symboliek en dat de muziek licht avontuurlijke trekken vertoont. Zo ook in het geval van deze split tussen het Mexicaanse Precaria en onze landgenoot Ôros Kaù, twee namen die hier al eerder passeerden. De vier nummers die Precaria aanlevert, vormen het tweede en laatste deel van een diptiek rond het concept ‘Theion‘, het goddelijke vuur dat diegenen transformeert die het ware licht door de duisternis zoeken en dit op een wonderbaarlijke manier vormgegeven door Elijah Tamu (Ikonostasis). Voor het eerste luik genaamd ““Metamorphosphoros” werd het Mexicaanse duo vergezeld door Deathspiral Of Inherited Suffering en Dominus Ira, en voor “Theosulphuros” dus door de mysterieuze Belg wiens overrompelende debuut “Imperii templum aries” hoer goed scoorde. Beide Precaria delen zullen trouwens ook als aparte release onder de noemer “Nigraluminiscencia” gebundeld worden. Precaria speelt een woeste mixvorm van black en death metal die als een ziel in beroering klinkt. Een shitload aan donkere riffs wordt op mekaar gestapeld, tempowisselingen volgen mekaar in sneltempo op en zwavelige melodieën en dartele baslijnen zweven doorheen het hyperkinetische eindresultaat. Hermit, de man met de muzikale en thematische visie, en Bestia, de drummende octopus (want hij lijkt bij momenten een stel extra armen en voeten in de strijd te gooien), beschikken over heel wat technische bagage, maar laten dat wat mij betreft soms ook wat te graag horen, want er blijft eerlijk gezegd niet gek veel hangen van de übersnelle, op militaristische tred afgevuurde passages die de drie volwaardige, lange nummers bevatten (“Ritus absconditus” fungeert als intro). Het is pas wanneer er sporadisch wat gas teruggenomen wordt, zoals in enkele passages van het strijdlustig klinkende en in het Spaans vertolkte “Heautontimorumenos“, dat het duo weet te beklijven. Maar overrompelen is wat de heren het liefst doen met hun mix van barbaars klinkende black/death die fans van Aosoth, Antaeus en het latere werk van Behemoth (vooral vocaal dan) wel zal kunnen bekoren. Voor wie Precaria al zwaar op de maag ligt, zal Ôros Kaù helemaal als een indigestie aanvoelen, want wat deze multi-instrumentalist uit zijn koker tovert klinkt haast onmenselijk. Hier hebben de drums dan ook een machinale in plaats van menselijke oorsprong. Ôros Kaù schuurt, schaaft en rijt geheelde wonden terug open. Ôros Kaù maalt, vermorzelt en verbrijzelt alles op zijn weg. En hoewel dit éénmansproject als de overtreffende trap van Precaria klinkt, weet het me meer te raken daar techniciteit hier, zoals dat bijvoorbeeld ook het geval is bij Skáphe, meer in dienst van atmosfeer staat. Ondanks de gewelddadige en compromisloze aanpak blijven de blackmetalexorcismen van Ôros Kaù immers meditatief en hypnotiserend aanvoelen. Het monumentale “Solve“, dat bol staat van psychedelische geluiden en noisey ambientdampen, breit een perfect einde aan de spirituele zoektocht van “Theosulphuros“, een split die geen spek voor ieders bek is. Maar we hadden ook niet anders verwacht van I, Voidhanger Records natuurlijk.

JOKKE: 79/100 (Precaria: 76/100; Ôros Kaù: 82/100)

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros (I, Voidhanger Records 2020)
1. Precaria – Ritus absconditus
2. Precaria – Ex nigredo
3. Precaria – Darkness is my light
4. Precaria – Heautontimorumenos
5. Ôros Kaù – Exorcisme du sel
6. Ôros Kaù – Exorcisme du feu
7. Ôros Kaù – Exorcisme de l’eau
8. Ôros Kaù – Solve

Mahr – Maelstrom

Iets meer dan een maand alvorens dit hoogst bijzondere jaar 2020 ten einde zal komen, dropt het Prava Kollektiv nog een gezamenlijk bommetje dat menig jaarlijst door mekaar zal schudden, tenminste als je verzot bent op kosmische en/of claustrofobische black metal van het gitzwarte soort. De nieuwe releases van Pharmakeia, Arkhtinn, Voidsphere, Hwwauoch en Mahr worden netjes onder mezelf en mijn collega’s verdeeld, waarbij ik deze Mahr onder de loep neem. Debuut “Antelux” wist ons twee jaar geleden uitermate te bekoren, maar hetzelfde niveau wist men niet door te trekken op de twee navolgende “Soulmare” EP’s die wat te gekunsteld en te lang gerokken overkwamen. Herkansing dus met langspeler nummer twee getiteld “Maelstrom“. Voor de eerst keer zit er wat kleur verstopt in het artwork, namelijk de tonen van ontwerper Maxime Taccardi’s bloed. Zijn stijl is ondertussen uit de duizenden herkenbaar, hoewel dit wel één van zijn mindere ontwerpen is. Wanneer we ons door de nachtmerrieachtige klanken van “Maelstrom” laten onderdompelen, komen we al snel tot de constatatie dat het tempo heel wat bpm opgeschroefd werd, waardoor Mahr in combinatie met wat meer spacey-invloeden een deel richting het geluid van Voidsphere opgeschoven is. Diens To sense | To perceive is trouwens onze persoonlijke favoriet van deze nieuwe batch releases. Mahr klinkt echter veel minder gestroomlijnd dan Voidsphere. “Swirling vortex” is de zwaartse bevalling van de zes nummers. De vocalen gaan hier lekker over the top en de atonale en dissonante riffs doen je tijdens de absoluut gestoorde climax naar adem happen. Niet voor tere zieltjes deze wervelende vortex! Na deze helse rollercoaster lijkt het uit loodzware kosmische deeltjes opgetrokken “Tumult” aanvankelijk voor een rustpunt te zorgen, maar de kilometriek vliegt al snel kort maar krachtig opnieuw een heel stuk in het rood. Met het wat meer getemperde en soms zelfs eerder naar funeral doom neigende “Furor externus” grijpt Mahr meer naar het oudere werk terug. Zo vind ik Mahr ook op zijn best klinken: de computerdrum dendert niet voortdurend als een ratelend typemachien door en er worden ook groovy passages en mid-tempo beukstukken ingebouwd. Met songs die grotendeels tegen de tien minuten afkloppen presenteert Mahr ons opnieuw een verre van gemakkelijk te verteren brok muziek, maar we hadden dan ook niets anders verwacht.

JOKKE: 79/100

Mahr – Maelstrom (Amor Fati Productions 2020)
1. Pandemonium
2. Furor internus
3. Swirling vortex
4. Tumult
5. Furor externus
6. In nomine odii

Voidsphere – To sense | To perceive

The Void is niet zo’n statisch gegeven als velen lijken te denken. Integendeel, ze is zelfs een vrij actief iets. Naast roepen, spreken, wachten en verwachten, ademen en simpelweg bestaan voegt ze nog twee bezigheden aan haar palmares toe: voelen en waarnemen. Juist, als deel van de meedogenloze sonische aanval die het ПРАВА Коллектив (ofte Prava Kollektiv, voor zij die geen cyrillisch lezen) afgelopen week op onze trommelvliezen ontketende mag ook Voidsphere niet ontbreken. Het mysterieuze collectief geeft geen geheimen prijs (een interview? Vergeet het jong: ze lossen niks, nada, noppes) maar brengt naar goede gewoonte alle releases op dezelfde dag uit via Amor Fati Productions. Zodoende kunnen we de komende week bijna gaan omdopen naar ‘Prava-week’, en klagen doen we hoegenaamd niet. Gezien ons team recent is uitgebreid, verdelen we de releases netjes onder ons, en vandaag hebben we het dus over “To sense | To perceive”. Zoals gewoonlijk verblijdt Voidsphere ons met twee nummers, die elk op een dikke eenentwintig minuten afklokken en nog net wat meer ademruimte laten dan andere Prava projecten, zoals Pharmakeia. “The void senses” is van meet af aan weer op en top Voidsphere, net zoals de kenmerkende albumhoes: van lang uitgesponnen riffs die laag na laag na laag toevoegen aan de sowieso al bedrukkende sound en het tapijt vormen waartegen de ijle, wat weggedrukte en langgerekte screams (van meerdere vocalisten) zich aftekenen, tot de typische ietwat psychedelische invloeden die halverwege deze kolossale track de kop opsteken en het allesomvattende Niets verder in de verf zetten door middel van vluchtige keyboardaanslagen – ook meteen het enige accent dat ook maar enigszins wat warmte uitstraalt. De schedelsplijtende schreeuw die “The void perceives” op gang trekt, luidt een barrage aan blastbeats in die het wervelende gitaarwerk enkel maar bevreemdender doet overkomen – al haalt dit tweede deel van het diptiek wat vaker de voet van het gaspedaal dan het eerste en rond de zesde minuut krijgen we met de rammende, palm-muted gitaren ook een onverbloemde knipoog richting het geniale Darkspace. Niet dat het al niet duidelijk was waar veel Prava bands de mosterd halen, maar Voidsphere doet het geheel verstikkender en hopelozer klinken dan de Zwitsers. Bij Voidsphere geen overdonderende dissonantie of atonaliteit, maar dat heeft de band ook niet nodig om opnieuw een veertig minuten durende trip neer te poten die de adem zonder moeite uit je longen perst. De ijle sound blijkt na meerdere luisterbeurten ettelijke lagen te bevatten maar dreunt toch als een massief blok graniet je hersenpan in, en resoneert daar nog lang na. Wat vooral fantastisch is, is dat deze nummers dankzij hun lange speelduur de tijd en ruimte krijgen om zich langzaam maar zeker verder te ontplooien, en vooral in de laatste tien minuten blijft de sound zich alsmaar verder ontvouwen. Repetitief is het zeker, maar doorheen de kosmische trip waarbij we steeds verder het zwart gat in worden gesleurd, worden constant elementen toegevoegd of worden licht gevarieerde versies van dezelfde gitaarlijn over elkaar heen gedrapeerd om zo het eindeloze Niets in auditieve vorm over te brengen. Binnen de Addergebroed gelederen werd Voidsphere al vanaf de dag van de release tot onbetwistbare ‘winnaar’ van deze nieuwe lading Prava releases gekroond, en na enkele dagen repeated listens staat dat sentiment nog steeds als een huis overeind. Zoals reeds in de review van To exist | To breatheaangehaald werd is Voidsphere één van die weinige bands waarvan de bandnaam perfect de lading dekt. Grandioos, dit. Hup, allen naar de Amor Fati webshop voor dit kleinood hopeloos uitverkocht raakt!

CAS: 87/100

Voidsphere – To sense | To perceive (Amor Fati Productions 2020)
1. The void senses
2. The void perceives

Meslamtaea – Het stinkend afvalputje van mijn negatieve gedachten

Enkele weken geleden verscheen Meslamtaea’s derde langspeler via Babylon Doom Cult Records. “Geketend in de schaduw van het leven” zaaide serieuze verdeeldheid in de Addergebroed gelederen. Duidelijk een plaat die gebukt gaat onder het motto “you love it or you hate it“. Ondergetekende behoort tot het eerste kamp en had het genoegen componist Floris Velthuis aan de tand te voelen om te grasduinen door de back catalogue van de band, stil te staan bij de nieuwe full-length en een blik te werpen op de toekomst. (MISCHA)

(c) Floris Velthuis

Ik las in het interview met Abaddon Magazine dat jij opgegroeid bent in een dorp waar black metal niet wijdverspreid was en dat je noodgedwongen Meslamtaea als soloproject opzette omdat er geen gelijkgestemde muzikanten waren in jouw omgeving. Hoe ben je in aanraking gekomen met black metal?
Ik ben opgegroeid in een landelijke omgeving vol historische verhalen, sagen en legenden. Met natuur en schitterende plekken die doorspekt zijn van geschiedenis. Het was helaas een omgeving die meer bekend stond om de zuipketen en piratenzenders dan om een rijke metal scene. Toch kwam ik via een neef met hardrock en metal in aanraking. Zo kwam “Gothic” van Paradise Lost voorbij. Een sfeervol album met een bijzonder leeg en pessimistisch geluid. Dit maakte de weg vrij voor black metal. Wat dat betreft viel ik met de neus in de boter, want in de jaren negentig werden de klassiekers geproduceerd. Albums van Emperor, Dimmu Borgir, Marduk, Dark Funeral, Satyricon, Sear Bliss, en het indrukwekkende meesterwerk “Bergtatt” van Ulver vonden de weg naar mijn stereo. Met name die laatste was een soort herkenning. Het ademde de sfeer van de mythische Witte Wieven die bij ons over het land dansten. De geur van dennennaalden, dampend gras. Dát was de muziek die ik wilde maken. Ik was drummer, maar niemand in de regio leek interesse te hebben in black metal. Noodzakelijkerwijs leerde ik mezelf gitaar spelen. Opnemen gebeurde met twee aan elkaar gekoppelde cassettedecks en een microfoon. Een primitieve vorm van over-dubbing. Één van deze tracks is op de “Illusion” demo terecht gekomen. De rest van de tapes kwam niet door de ballotagecommissie en werden overspoeld.

Hoe ben je erbij gekomen om een blackmetalproject op te starten?
Anders dan bij andere metalstromingen, kan je met black metal een landschap schilderen. Een winterlandschap met oude eikenbomen waarvan de doorhangende takken als vingers de berijpte graslanden raken. Black metal had de koude, snijdende sound die ik zocht en er zat een bepaalde mystiek in die m’n nieuwsgierigheid prikkelde. Ook was het natuurlijk een stroming waar je als slaapkamermuzikant met beperkte middelen prima mee uit de voeten kon. Met een primitief geluid kwam je goed weg. Alhoewel ik de charme van een opzettelijk slechte productie nooit heb begrepen. Zeker tegenwoordig is het niet meer nodig om je productie te laten klinken of de microfoon in een wc-pot hangt. Dat het bijdraagt aan sfeer voel ik ook niet zo.

Waarom heb je gekozen voor Meslamtaea als naam voor dit project?
Meslamtaea is een Onderwereldgod waarover werd geschreven door Erich von Däniken. Hij analyseerde oude beschavingen, religies en archeologische artefacten, en kwam tot de theorie dat de Goden kosmonauten geweest moeten zijn. Zijn boek “Waren de Goden kosmonauten?” uit 1968 is sterk bekritiseerd maar ik blijf het een interessante theorie vinden. Er zijn zoveel onverklaarbare zaken. De eerste serie teksten ging voor een deel over dit soort onderwerpen.

Hoe zou je zelf de muziek die je toen maakte willen omschrijven?
In de beginjaren speelde Meslamtaea thrash/black metal met een folksausje. De muziek was hoofdzakelijk geïnspireerd door second wave black metal, gecombineerd met de onmiskenbare dubbele gitaarpartijen van Iron Maiden. Hier en daar hoorde je technische death metal terug (Death), bombastische klanken (Bal-Sagoth) en zelfs metalcore (Creation is Crucifixion). De sound werd steeds gecompliceerder en drukker, met “Klaagzang” van de opvolgende 7” met Cultus als kakofonisch hoogtepunt.

Wat gebeurde er na het uitkomen van je eerste demo “Illusion“?
Na het uitkomen van de eerste ‘demo’ gebeurde er niets. Het was dan ook niet meer dan een gebrande cd-r met een lelijke zelf getekende cover. Ik kende de scene niet en verspreidde de cd-r enkel onder een handvol vrienden. Wat later leerde ik A. van Heidens Hart kennen die veel meer contacten had. Hij heeft in 2004 wat cassettes van de demo verspreid onder de Heidens Hart vlag. De tape belandde op de mat van het Duitse label Eisenwald, die er oren naar had om het opnieuw uit te brengen op CD. Voor mij was dat hoofdstuk al lang klaar. Er was een nieuw album in de maak, “New era“, die voor de CD werd aangevuld met de demo als bonus. Een jaar later heeft Heidens Hart een versie gedaan op tape. Daarnaast zijn er nog twee split vinyls met Cultus uitgebracht onder Heidens Hart. Tien jaar na “Gedachten” kwam “Niets en niemendal” uit bij dit kwaliteitslabel.

(c) Floris Velthuis

Had je altijd al de wens om met Meslamtaea serieus platen uit te brengen of zag je het in eerste instantie meer als een persoonlijke uitlaatklep?
Ambitie om serieus platen uit te brengen is er eigenlijk nooit zo geweest, simpelweg omdat ik dacht dat niemand er op zat te wachten. Er kwam ook weinig reactie op de releases. Meslamtaea is altijd een (te) vreemde eend geweest. Het project is vooral bedoeld als persoonlijke uitlaatklep. Als een ander er iets mee kan, is dat mooi meegenomen. Dat de nieuwe plaat “Geketend in de schaduw van het leven” zo enorm positief is opgepakt verraste ons!

In hoeverre veranderde de stijl van Meslamtaea tussen “Illusion” en “Gedachten“?
De “Illusion” demo markeert de beginperiode van het project. De oudste opnames dateren nog van eind jaren ‘90. Het geluid was primitief. Met één microfoon werden de drums opgenomen. Zo’n drumstel met gedeukte vellen, een zelf gemaakt twinpedal en gescheurde bekkens. Ik had géén idee hoe een blastbeat eigenlijk gespeeld moest worden. Het is zowel qua stijl als uitvoering niet iets wat ik vandaag zou uitbrengen. Toen ik “New era” opnam, gebeurde dat in een kelder onder een trap, waar je niet eens rechtop kon staan. Kattenbakkorrels lagen op de grond tegen het vocht. Het was meer een beschimmeld bezemhok, en het was vast heel gezond om daar op te nemen. “Gedachten” uit 2008 is in een andere, meer bewuste, levensfase opgenomen. De plaat klinkt volwassener, donkerder en meer experimenteel. Voor het eerst was er synthesizer te horen en de bombastische folkinvloeden waren voorgoed verdwenen. Op de slepende openingstrack “Slaapwandelaar” schemert al een beetje het etherische geluid van Annwfyn door: een post-rock/folk project dat ik daarna zou opstarten.

Waarom heeft het tot 2017 geduurd om weer actief te worden met Meslamtaea?
Na “Gedachten” verloor ik mijn interesse in Meslamtaea. Black metal was destijds in mijn beleving uitgekakt. De meeste nieuwe black metal was slechts een echo van de nineties en veel was volstrekt irrelevant. De mystiek was niet alleen uit de wereld verdwenen, maar daardoor ook uit de black metal. In die periode begon ik andere muziek te ontdekken. Vooral instrumentale muziek zoals post-rock, jazz-fusion en psychedelische rock. Toen er een nieuwe Meslamtaea track werd geschreven met een nieuwe sound, besloot ik om dit onder een andere naam uit te brengen: Annwfyn. De muziek was van een andere wereld. Dromerig, melancholisch en etherisch, met gesproken woord. Het album “Zicht” werd in 2013 in eigen beheer uitgebracht op CD. Totaal uniek, ik vind het nog steeds te gek. Maar het deed helemaal niks, het viel buiten de boot. Tussen wal en schip.
Hoewel ik niet op applaus zit te wachten en afkerig ben van aandacht, werd de interesse in muziek maken wel een beetje getemperd. Een tijdje daarna werd ik geïntroduceerd bij Asgrauw en dat heeft het vlammetje opnieuw doen aanwakkeren.

In 2017 heb je samen met de andere band waar je in zit, Asgrauw, een nieuwe split uitgebracht met de naam “Utopia“. Waarom heb je gekozen om Meslamtaea voort te zetten en niet te kiezen voor een nieuw project?
Tijdens een Asgrauw gig liepen we Alex van Zwaertgevegt tegen het lijf. Hij is één van de meest fanatieke gasten in de underground. Meslamtaea kwam ter sprake en hij riep, met een biertje in de hand, een 7” split met Asgrauw te willen doen. Ik had niet verwacht dat iemand die oude shit nog kende en voor mij was het project al lang doodverklaard. Toch was ik geprikkeld. Thuis werd de gitaar eens afgestoft om te kijken of er nog geluid uit zou komen. De potmeters kraakten en de snaren waren verroest. Een paar weken later stond er een track klaar, “Neutronenstorm“, waarop ik verder ging waar Meslamtaea ooit stopte. Het voordeel was wel dat ik inmiddels studio-gear had verzameld om “Krater” van Asgrauw te kunnen opnemen en mixen. Meslamtaea klonk daardoor gelijk beter dan ooit! Ward (Kaos) van Asgrauw heeft naast een rauwe punkstrot ook een goede spreekstem en hij kreeg een rol als tweede vocalist op de track. Om het onder een andere naam uit te brengen is niet in mij opgekomen! Meslamtaea is weer terug.

Neutronenstorm” doet vrij traditioneel aan en je werk in Asgrauw leunt ook op de tweede golf black metal, maar “Niets en niemendal” is veel meer een progressief en experimenteel album. Miste je dat experimenteren?
Na het door Lunar Aurora geïnspireerde “Neutronenstorm“, besloot ik dat het geen eenmalig iets zou worden. Meslamtaea moest echter wel opnieuw worden gedefinieerd, om dezelfde redenen als dat ik destijds Annwfyn startte. Ik ben qua black metal blijven hangen in de nineties. Het genre heeft voor mij meer een nostalgische waarde dan dat ik het nog op de voet volg. De heimwee naar de jaren ’90 kan ik stillen met Asgrauw. Ook speelden er plannen met Sagenland. Dus van Meslamtaea wederom een tweede traditionele black metal band maken zou geen toegevoegde waarde hebben.
Meslamtaea is in de loop der jaren steeds meer naar binnen gekeerde muziek geworden. Dat de muziek experimenteel zou gaan worden stond vast. “Niets en niemendal” is in mijn beleving een avontuurlijke plaat geworden met veel dynamiek en diepgang. Er komen enkele magische momenten voorbij. Er staat een vinyl versie in de planning via Zwaertgevegt!

(c) Floris Velthuis

Thematisch zoekt Meslamtaea tegenwoordig ook andere onderwerpen op. Heeft de angst voor het vergaan van de wereld zoals we die kennen en samenlevingen, de frustratie met de mensheid zoals die omgaat met haar omgeving en de te drukke steden, etc., te maken met veranderende prioriteiten in je persoonlijke leven zoals het vaderschap?
Goede vraag! “Het zal mijn tijd wel duren… Na mij de zondvloed…” Het vaderschap heeft er inderdaad voor gezorgd dat ik met die negatieve gedachte niet meer weg kom. Ik ben bij vlagen zwartgallig, maar ben minder nonchalant en stukken positiever ingesteld dan vroeger. Daardoor komen negatieve gedachten harder binnen. Het besef dat er nog iets van mij voortleeft nadat ik onder de zoden lig, maakt de frustratie over de mensheid en de droevige staat van de wereld er niet minder op. De berusting in het feit dat alles naar de tering gaat is omgeslagen in verontrusting. Meslamtaea is daarom het stinkende afvalputje van mijn negatieve gedachten, dat brengt enige balans in het dagelijkse leven. Wel zo gezellig.

Meslamtaea speelt geen black metal pur sang. Daar word ik als luisteraar echt heel blij van. Black metal die de grenzen van het genre overstijgt, zie ik als de meest interessante. Wat zijn de genres die jou op dit moment voor Meslamtaea het meest beïnvloeden?
Het huidige Meslamtaea is geworteld in de second wave black metal, vooral grensverleggende acts zoals Fleurety, Ved Buens Ende en Ulver (“Vargnatt” en “Bergtatt” periode). Hoewel Meslamtaea niet direct klinkt als jazz-fusion, heb ik veel ideeën geleend bij bands zoals Mahavischnu Orchestra. Ook de typische weemoedige sfeer van Pat Metheny’s “Works” album of “Close to the edge” van Yes hoor je direct terug. Technische death metal zoals Aghora en Death zijn inspiratie. Ik gebruik graag vocoder zoals je op Cynic platen hoort. Verder ligt er een dik post-rock/shoegaze sausje over Meslamtaea, wat je terug hoort in het frequent gebruik van een ebow. Sommige reviewers menen screamo-invloeden te horen. Ik luister inderdaad bands als Saetia en I Create, maar dat is geen directe invloed bij het schrijven van muziek. Mogelijk dragen de vocals, met name die van Ward, bij aan deze link. Vocalen moeten intens zijn. Van fluisteren tot bloedens toe schreeuwen, op de grens van janken en liever nog er over. De extreem negatieve teksten lenen zich daar goed voor. Ward geeft aan dat elke sessie een aanslag is op zijn geestelijke gesteldheid. Het is zeker geen muziek die je uit de put trekt.

Voor “Geketend in de schaduw van het leven” maken eigenlijk voor het eerst gastmuzikanten hun opwachting. Waar komt de keuze daarvoor vandaan? Waarom heb je juist Kevin Kentie en Fraukje van Burg gevraagd?
Op “Niets en niemendal” werkten we al samen met dungeon synth artiest Nortfalke (Kjeld, Uuntar) en zo kwamen we er achter dat zo’n samenwerking tot hele gave resultaten kan leiden. “Geketend in de schaduw van het leven” is geïnspireerd door “Last minute lies” van Fleurety, een experimenteel album dat wordt gekenmerkt door jazzy stukken met sax en vrouwelijke vocals. Op Diabolical Echoes kreeg ik van Fraukje de demo van Doodswens in de handen gedrukt. Op de laatste track staat een stuk met gesproken woord door Fraukje. Precies de sound die ik nodig had! Fraukje zag een samenwerking met Meslamtaea wel zitten. Toen Kevin Kentie (die met Ibex Angel Order op hetzelfde Diabolical Echoes stond) hier lucht van kreeg, bood hij spontaan aan om ook een duit in het zakje te doen. Nu wilden we niet heel Nederland mee laten doen, maar Kevin is één van de beste blackmetalvocalisten uit de Nederlandse scene. Nu nog saxofoon, en daarvoor werd Otto Kokke benaderd van de free-jazz band Dead Neanderthals. Otto speelt traditionele jazz en gooit met hetzelfde gemak zijn saxofoon totaal over de nek. Een soort Jekyll & Hyde sound, die bij Meslamtaea tot z’n recht komt. We staan overigens open voor nieuwe samenwerkingen met artiesten uit de wereld van jazz, klassiek en wereldmuziek. Dus bij deze…

Denk je dat je als drummer andere basisideeën hebt voor het schrijven van nummers? Begin je vanuit het ritme of de melodie bij het schrijfproces?
Van huis uit ben ik drummer en daar voel ik me ook het meest comfortabel bij. Maar Meslamtaea is doorspekt van melodie en (dis)harmonie. Omdat ik alles alleen schrijf is het proces heel anders dan bij een band. Het is chaotisch. De inspiratie slaat vaak op ongepaste momenten toe. Losse ideeën worden vanuit de memorecorder thuis in Cubase uitgewerkt. Vele uren gaan zitten in arrangeren en eindeloos opnieuw inspelen. De muziek wordt opgebouwd als een soort collage met vele tinten. De muziek moet een bepaald gevoel opwekken. Nostalgie, melancholie, verstilling, woede… Een oorverdovende stilte. Een baken van rust in een gestoorde wereld. Ik werk vaak aan meerdere tracks tegelijk, die steeds worden aangevuld of veranderd. Zo kan ik steeds afstand nemen en met een fris paar oren opnieuw beginnen. Als laatste komt de zang er op. Dan volgt er weken van mixen en tweaken tot ik er helemaal genoeg van heb. Het loslaten is moeilijk, onvermijdelijk. Chaos.

Hoe belangrijk is het visuele aspect van je platen? Ik vind dat je heel beeldend schrijft, zowel de muziek als de teksten. Denk je dat je als fotograaf ook een bepaalde invloed meeneemt in hoe je kijkt naar de muziek en het belang van artwork?
Ik ben wat muziek betreft ouderwets. Met online streamen heb ik niet veel. Muziek hoort te worden ingeblikt op fysiek formaat. Als fotograaf zijnde zie ik mijn foto’s ook liever in een magazine dan op een website. Beeld en geluid wordt tegenwoordig gereduceerd tot iets vluchtigs. Facebook, Instagram, Spotify. Snel en dom vermaak waar je helaas niet meer omheen kan als je als artiest niet volledig onopgemerkt wilt blijven. De aandachtspanne is kort, iedereen is continu geprikkeld. Mensen nemen de tijd niet meer om een kunstwerk, een verhaal of muziek in zich op te nemen. Daarom hou ik zo van vinyl, dat dwingt je daar toe. Een plaat uit een grote hoes nemen, de geur van de inkt, een vel met foto’s en informatie en het verplicht integraal luisteren van een volledig album. Precies zoals de artiest dat bedoeld heeft. Om die reden is “Geketend in de schaduw van het leven” ook één nummer zonder pauzes. Het visuele aspect is dus van belang om iets over te dragen. Ik kan geen noten lezen. Maar laat me een landschap zien en ik speel er muziek bij.

Wat kan je me vertellen over het intrigerende artwork van zowel “Niets en niemendal” als “Geketend in de schaduw van het leven“?
Het artwork is uitgevoerd door de Russische artiest Maya Kurkhuli. Ze maakt illustraties voor prentenboeken en werkt voornamelijk digitaal op een tablet. Haar werk heeft desondanks de uitstraling van een traditionele pentekening. Het was gaaf om te zien hoe mijn ideeën vanuit een moodboard werden vertaald in art. Meslamtaea is geen band die oorlog, dood en verderf verheerlijkt. Meslamtaea confronteert je met de teloorgang van aarde en maatschappij, de menselijke vervreemding van haar bron en een zekere heimwee en verlangen naar de onbevangen jeugd, de rust en ongerepte natuur. De rafelranden van de stad, het meedogenloos verstrijken van de tijd… De thema’s waar je op een regenachtige zondagochtend over kan peinzen. Gedachten die je liever ontwijkt, maar ook kan omarmen.
Niets en niemendal” gaat over nucleaire rampen. Oude foto’s uit WWII van spelende kinderen met gasmaskers inspireerden voor het artwork. Op de cover van ‘Niets en Niemendal’ zie je een kind met een gasmasker, spelend met een sneeuwbol. Het glas is gebroken, de herinnering aan het paradijs voor altijd versplinterd. “Geketend in de schaduw van het leven” is thematisch wat vrijer en behoefde een meer surreëel artwork. Een junk die zuurstof van een miniatuurboom opzuigt symboliseert de pijnlijke paradox tussen de menselijke neiging om de natuur te vernietigen versus de enorme afhankelijkheid er van. Echter, de boom laat het blad vallen…

Hoe staat het met je flow? Want tussen “Niets en niemendal” en “Geketend in de schaduw van het leven” zit een jaar, en ik las dat je nu al bezig bent met een volgend album.
Wanneer inspiratie hard toeslaat ben je aan jezelf verplicht om daar iets mee te doen. Er komt al drie jaar op rij een onophoudelijke stroom aan ideeën. Mijn grootste vijand is wat dat betreft tijd. Wat ook meehelpt voor de flow is dat de ‘studio’ (een hoop troep op zolder) tegenwoordig zo is ingericht dat ik direct aan de slag kan en elk vrije uur productief kan spenderen.

Bijna al je releases zijn uitgekomen via Heidens Hart. Waarom heb je voor “Geketend in de schaduw van het leven” gekozen voor Babylon Doom Cult?
Meslamtaea is met “Geketend in de schaduw van het leven” ver verwijderd van de traditionele black metal. Als je er toch een stempel op moet drukken, dan noem het non-orthodox / post-black / avant-garde. Het was Heidens Hart zelf die adviseerde om verder te zoeken naar een label dat in deze niche van de black metal opereert. Na een lange zoektocht kwamen we uit bij Babylon Doom Cult. Dit Belgische label heeft een aantal gave releases op de naam waar we graag tussen wilden staan! Babylon reageerde enthousiast en bood aan een handgenummerde en gelimiteerde vinyl release te willen doen. Vervolgens kwam er een samenwerking op gang met het lekker eigenwijze Tartarus Records voor een magneetlint. De tape ziet er fantastisch uit!

Wat kunnen we in de toekomst nog van je verwachten?
De inspiratie voor Meslamtaea vloeit volop en er staat alweer een half album in de steigers in een stijl waar je niet op zit te wachten als je niet graag verder dan vier telt. Ook Asgrauw heeft na “IJsval” niet stil gezeten en we hebben wat nieuw werk ingestudeerd dat een tandje harder en sneller is dan het voorgaande. Komende winter verwachten we de nieuwe plaat “Oale groond” van Sagenland. Een project dat ik samen doe met A. (Uuntar, Cultus, Heimdalls Wacht). Sagenland speelt black metal in de traditie van Ulver, Dødheimsgard en Arckanum. Dit project bestaat ook al ruim vijftien jaar en Heidens Hart brengt het uit op CD en vinyl.

Bloodsoaked Necrovoid – Expelled into the unknown depths of the unfathomable

Iron Bonehead Productions weet als geen ander muziek op te rakelen die uit de diepste krochten van de menselijke psyche komt vloeien, en maar goed ook. Nieuwste aanwinst is het tweekoppige Bloodsoaked Necrovoid, die opereert vanuit het verder ietwat onbekende metallandschap van Costa Rica. De heren smijten met “Expelled into the unknown depths of the unfathomable” vol overgave hun imposante debuut op tafel. Het resultaat is een van alle auditieve degelijkheid onttrokken misbaksel dat nagenoeg niet valt te verteren – wat tijdens het luisteren meteen die gelukzalige grijns op je gezicht verklaart. De plaat sleurt je op zes nummers doorheen een gapend zwart gat, tot de nok gevuld met slopend zware riffs en een eindeloos dreunende ritmesectie. Het geheel voelt nog logger en corrosiever aan dan de twee voorgaande demo’s uit 2018, die vorig jaar werden samengebracht onder de noemer “The apocryphal paths of the ancient 8th vitriolic transcendence” door Caligari en Blood Harvest. Heel af en toe trekt drummer Jose Maria Arrea het tempo op naar een deathmetalwaardige versnelling, maar de hoofdmoot van “Expelled…” wordt gevuld met drumsalvo’s die doen denken aan de betere funeral doom. De onaardse vocalen galmen als afkomstig van een demonische mutant door je schedel maar blijken dan toch op één of andere manier uit Federico Gutierrez’ keel te ontsnappen – eveneens de gitarist en bassist van de band. De riffs lijken verder geschreven door een neanderthaler die onbewust een klein veld aan gedroogde papaverplanten naar binnen heeft gewerkt, maar dat is dan ook exact hoe we ze willen. Af en toe voert de band ijzige intermezzo’s in die enige rust zouden kunnen bieden, in de realiteit dragen ze alleen maar bij tot de venijnige en misantrope sfeer die Bloodsoaked Necrovoid geheel intentioneel naar voren brengt. “Expelled iunto the unknown depths of the unfathomable” is een ijzersterke plaat met een voor deze stijl perfecte productie en dito artwork – al smaakt ondergetekende de rauwe zwartwitte stijl van het voorgaande werk ook. Voor wie het nog niet duidelijk was; als fan van dit gure sub- van een subgenre kan je met Bloodsoaked Necrovoid alleen maar winnen.

JULES: 81/100

Bloodsoaked Necrovoid – Expelled into the unknown depths of the unfathomable (Iron Bonehead – 2020)
1. Dispossessed in an asphyxiating endless darkness
2. Perverted astral intoxication for a death incarnation
3. Viciously consumed by the unfolding unknown
4. Inescapable transferance of profane malignity
5. Existential dismemberment by a transcendental nothingness
6. Traversing the threshold of a treacherous depraved absolute

Gryftigaen – Graven til måneåpenbaringer

Even dachten we op basis van de bandnaam en hoes met nieuw werk van Ancient Records te maken te hebben, maar we komen bedrogen uit. Land van afkomst van Gryftigaen is gek genoeg Chili (dat hadden we helemaal niet zien aankomen). Het illustere heerschap Melek Rsh Nvth (zang, gitaar en muziek), bijgestaan door collega 13th Temple drummer Lord Mbl Dmn III, vond blijkbaar inspiratie op Google Translate en besloot zijn blackmetalmuziek onder de noemer Gryftigaen uit te brengen, een bandnaam die is samengesteld uit twee oude proto-Scandinavische woorden die in oude Germaanse teksten voorkomen en zoiets als rust- of begraafplaats zouden betekenen. “Graven til måneåpenbaringer” blijkt dan weer Deens te zijn voor “het graf van de maanopenbaringen”. De heren claimen pure rauwe underground black te spelen, opgedragen aan de Valdivian Black Circle, een groepje gelijkgestemde blackmetalbands uit Valdivia in Zuid-Chili. Mooi mooi mooi. Wanneer we op de playtoets drukken, verwachten we dat Melek Rsh Nvth ons meteen met zijn uit de kluiten gewassen zwaard in mootjes gaat hakken, maar niets is minder waar want “Crossing the venomous ritual” komt heel traag en stil met minimalistische ambient op gang. Na anderhalve minuut vraag je je af of er daadwerkelijk nog iets te gebeuren staat, maar dertig seconden later is dat grauwe zwartmetaal er dan eindelijk. En daarbij valt meteen de wel heel ijle en winderige sound op, alsof Gryftigaen beneden in een vallei staat te spelen en wij hun klanken pas op de omringende bergtoppen opvangen. Nu, écht storend is het niet en dit draagt onherroepelijk bij tot de magische atmosfeer die het duo poogt neer te zetten, maar “Graven til måneåpenbaringer” mist hierdoor wel wat power en in de auto komt deze muziek bijvoorbeeld helemaal niet tot zijn recht daar omgevingsgeluid zo wat alles overstemt. Deze plaat is dan ook eerder voor de eenzame nachtelijke uurtjes bestemd. Voor de rest kan ik de vijf nummers met een gemiddelde speelduur van acht minuten best smaken: goed verstopt repetitief drumwerk, winderige screams, grimmige soms ietwat atonale gitaarrifs en subtiel hypnotiserende gitaarloops (of zijn het toch keyboards?) worden ingezet om een begeesterende pot magische black metal neer te zetten die de jaren negentig voluit eert. Voor dat magische en hallucinogene rituele randje zorgen vooral de Gregoriaanse gezangen in het afsluitende “Nightside of the eye of Seth“, een nummer met een meer ambientachtige feel dat even langzaam uitsterft als dat de plaat begon. Ancient Records trekjes zijn onmiskenbaar aanwezig op Gryftigaens debuut, maar het niveau van die bands wordt vooralsnog niet behaald.

JOKKE: 78/100

Gryftigaen – Graven til måneåpenbaringer (Mahamvantara Arts Records/Inferna Profundus Records 2020)
1. Crossing the venomous ritual
2. Sarcophagical black sorcery
3. Fatidic manifestation of Azael`s blood
4. Circle of twofold attraction
5. Nightside of the eye of Seth