Month: december 2020

The Body Of Christ – Autumn winds tell of winter’s cold embrace

Het Lichaam van Christus, ook wel het Allerheiligste genoemd, is een andere benaming voor een geconsacreerde hostie, naar de woorden van Jezus: “Neemt en eet, dit is Mijn Lichaam”. De term wordt ook gebruikt als aanduiding voor de katholieke Kerk. Het gecorpsepainte individu achter The Body Of Christ moet van al wat heilig is niet veel weten en componeerde vier songs die op de debuut EP “Autumn winds tell of winter’s cold embrace” gebundeld werden. The Hell Command – gekend van o.a. Worsen en Ayr – zette zijn schouders onder dit éénmansproject afkomstig uit North Carolina en brengt het onding op een tot 100 stuks gelimiteerde tape uit. De zwartmetalen klanken zijn primitief en rauw, maar de productie overstijgt de gangbare keldersound die gangbaar is in het wereldje der vampieren, trollen en vleermuizen. Op tijd en stond vallen de drums en zang in de meer dan negen minutende durende opener “Guided by the cold flame of the black candle’s light” weg om enkel de gitaar te laten weergalmen doorheen de atmosfeer. Het geeft het totaalpakket een winderig en aards karakter evenals een ritualistisch tintje mee. Het tempo is doorgaans gematigd, hoewel er ook wel enkele snellere uitbarstingen aanwezig zijn. “Bestial acts of war and love” wordt met allerhande samples van tsjirpende vogeltjes opgeluisterd en trekt de “zalven en slaan” aanpak van de opener verder door hoewel de up-tempo stukken een heel pak woester binnenkomen. De openingsriff is dan weer eerder downtempo van opzet. “Celestial vomit” – waarin we wederom een hele dierentuin aan samplegeluiden horen – muteert halfweg naar een zwartgeblakerd sludgenummer en heeft ook wat van die typische post-blackgrootsheid in zijn melodieën vervat zitten in plaats van ons met snijdende tremolo’s te bekogelen. “We gather as a coven” is vrij experimenteel van opzet en hangt aaneen van de naargeestige samples en gitaareffecten hoewel er ook een kortstondige blackmetaluitbarsting is. De songstructuren die The Body Of Christ op “Autumn winds tell of winter’s cold embrace” hanteert zijn niet alledaags en geven dit project een eigen identiteit die echter niet voor iedereen zal weggelegd zijn. Ik ben wel getriggerd om deze band in de toekomst te blijven volgen.

JOKKE: 78/100

The Body Of Christ – Autumn winds tell of winter’s cold embrace (The Hell Command 2020)
1. Guided by the cold flame of the black candle’s light
2. Bestial acts of war and love
3. Celestial vomit
4. We gather as a coven

Calderum – The krypts of the sorcerer

Spanje valt vergeleken met buurland Portugal nu niet meteen dikwijls als land van herkomst te vermelden als het op rauwe ondergrondse black metal aankomt. In het geval van het éénmansproject Calderum wel. In plaats van in een felle bermuda op het strand te flaneren bracht het heerschap achter Calderum afgelopen zomer zijn eerste demo “The krypts of the sorcerer” uit. Deze kwam Death Kvlt Productions ter ore die in 2021 voor een vinyluitgave zullen zorgen. Calderum combineert op deze demo sinistere dungeonsynthtovenarij met rauwe blackmetalklanken die zeker in het lo-fi hoekje gesitueerd kunnen worden (maar eigenlijk is de sound dik OK). Het is een combo dat tegenwoordig schering en inslag is, maar de toetsencreaties van metalbands zijn niet altijd even geweldig. Onze gepainte Spaanse señor komt daarentegen wel met zijn betoverende synthfantasieën weg daar ze niet te minimalistisch zijn en wel degelijk een goed gevoel voor melodie hebben waardoor we meermaals wegdromen naar ver vervlogen tijden en mythologische werelden waar orks en draken regeren. De grimmige black van songs als “Black sorcery” of “The mystical battle” zetten je tussen de droombeelden door abrupt met beide voeten terug in het aardse bestaan, eigenlijk regelrecht met onze ridderlaarzen in de drek van het slagveld dat na wild in het rond zwaaien met onze morgenster in een waar slachtveld veranderd is. De zwaar vervormde diepe stem aan het begin van “The spell of darkness” is misschien net iets te veel van het goede. Een beetje toverdrank is OK, maar als je net als Obelix in de ketel bent gevallen, kan het bij momenten soms wat te veel worden als je denkt over bovennatuurlijke krachten te bezitten, hoewel de rest van deze toverspreuk mij wel weet te begeesteren. Eigenlijk komt Calderum vooral met diens dungeonsynthcomposities sterk uit de hoek en qua minuten speeltijd nemen die de overhand. De blackmetalnummers (op opener “In a cold and freezing winter” na) zijn nog wat te middelmatig en door het voortdurend afwisselen van beide genres, wordt er gevoelsmatig iets te veel van de hak op de tak gesprongen. Desalniettemin ééntje om in ’t oog te blijven houden.

JOKKE: 78/100

Calderum – The krypts of the sorcerer (Eigen beheer)
1.Into the krypts of the sorcerer (intro)
2. In a cold and freezing winter
3. Entrance to the orcs fortress
4. Black sorcery
5. The spell of darkness
6. The mystical battle
7. Quest to a new full moon
8. Conquering mystic lands

Hate Forest – Hour of the centaur

Ondanks het feit dat Hate Forest in 2019 een eenmalig reünieconcert deed op het Metal East: Нове Коло festival, waren we de mening toegedaan dat het doek definitief over de band gevallen was. Zeker toen eerder dit jaar een eerste langspeler volgde van Precambrian die verder borduurde op “Sorrow“, de full-length waarmee er in 2005 een einde aan de band kwam, hoewel er postuum nog wel enkele splits en een compilatie verschenen. We waren met andere woorden met verstomming geslagen toen good ol’ Osmose Records op kerstdag “Hour of the centaur” op de wereld loste. Roman Saenko bleek na al die jaren toch terug zin te hebben een wandeling door het haatbos te maken en liet zich voor de programmatie van de machinale drums vergezellen door Vladislav Petrov die als drummer optreedt in zowat alle bands die de meest actieve Oekraïense blackmetalmuzikant er op nahoudt. De composities zijn zoals steeds vrij eenvoudig van opzet en structuur en het riffwerk klinkt behoorlijk repetitief met slechts subtiele akkoordenvariaties, maar weten wel de juiste snaar te raken. De abrupte songeindes werden deze keer (gelukkig) achterwege gelaten. De blastende drums ratelen onophoudelijk door alsof een specht on speed zich op de bomen in het haatbos aan het uitleven is, maar ze klinken wat meer organisch ten opzichte van vroeger. Roman zoekt de diepere regionen van zijn stem op wat een deathmetalrandje toevoegt aan de gitzwarte muziek, maar hij zet zijn stembanden slechts sporadisch in ten dienste van de haatvolle melodieën. Een punt van kritiek is dat zijn deathmetalachtige growls nogal monotoon klinken, de afwisseling met de hogere screams van langdurig mede-kompaan maar nu oud-strijder Thurios worden met andere woorden gemist. Halfweg het vierde volwaardige nummer begint de verveling eerlijk gezegd een beetje de kop op te steken, maar dan ontpopt “Anxiously they sleep in tumuli” zich plots tot een meer slepend, mid-tempo nummer waarin het gitaarwerk subtiele pagan invloeden verraadt. Drudkh – waarvan de heer Saenko het meest gekend is – is dan natuurlijk nooit veraf. Ook de hoge melodielijn aan het begin van “No stronghold can withstand this malice” klonk op en top Drudkhiaans, hoewel we die band een decennium geleden eerlijk gezegd wat uit het oor verloren. Na dit korte heidense uitstapje keert Saenko terug naar het gekende Hate Forest receptuur waar geen plaats is voor fijngevoeligheden en dat als een tank alles neermaait wat op zijn weg komt. Wie op zoek is naar trendy zwartmetaal is eraan voor de moeite want Hate Forest staat – ondanks de krachtige moderne sound – voor Slavische black metal met een afkeer van moderne pseudo-intellectuele selfie/Instagram-“metal”.

JOKKE: 79/100

Hate Forest – Hour of the centaur (Osmose Productions 2020)
1. Occidental, beware the Steppe (Intro)
2. Those who worship the sun bring the night
3. No stronghold can withstand this malice
4. To the north of Pontos Axeinos
5. Anxiously they sleep in tumuli
6. Melanchlaeni
7. Shadowed by a veil of scythian arrows

Gjendød – Angrep

Het duo Gjendød maakt al sinds 2015 menig Noors woud in de buurt van Trondheim onveilig, maar ik leerde de band pas kennen middels de eerder dit jaar verschenen EP en split met Múspellzheimr. Dit bedrijvige jaar 2020 sluiten de heren af met “Angrep“, hun derde langspeler hoewel dat een relatief begrip is voor een plaat die onder het half uur afklokt. Het buikgevoel zegt dan meteen dat Gjendød niet te veel tijd wilt verliezen en de bok meteen bij de horens wilt vatten. Er wordt in opener “Vår lykke er vårt hat” dan ook meteen tot de aanval overgegaan (dan weet u meteen ook wat de Noorse albumtitel betekent) met thrashy black waarbij vanaf de eerste seconde een gitaarsolo op de luisteraar afgevuurd wordt. Het luidt een plaat in die een pak sneller, agressiever en noisier qua productie is dan al wat Gjendød in het verleden heeft gedaan. In de razernij zitten echter wel allerhande details en accenten verstopt zoals pianoriedeltjes, akoestische stukjes, catchy basloopjes of verdwaalde vrouwelijke vocalen. Het geeft wat extra inhoud en kleur aan een voor de rest gitzwarte rit. Het hakkende, militaristische drumwerk spreekt me minder aan daar het al snel eentonig gaat klinken, hoewel het industriële en machinale randje in combinatie met de gortdroge vocalen in een nummer als “Vik avvik” een atmosfeer creëert die niet had misstaan op Mayhem’s “Wolf lair abyss“. In “Fra en annen side” is een erg hoorbare rol voor de basgitaar weggelegd wat extra structuur inbouwt in een song die verder is opgebouwd uit snijdende tremolo’s en nog steeds dat recht voor de vuist drumwerk. “Gap opp” laat gelukkig voor de eerste keer ook eens een mid-tempo musicerende Gjendød horen, maar halfweg gaat het duo weer op kruissnelheid op oorlogspad. De verwrongen riffs van afsluiter “Svekket” missen hun doel niet en creëren een gevoel van onbehagen. Hoewel er een duidelijk punkattitude in “Angrep” vervat zit, weet de band het geheel boeiend te houden met die frivole prullaria die voor wat tegengewicht moeten zorgen, hoewel ik na enkele luisterbeurten nog steeds niet snap wat die Spaanse gitaren in een nummer als “Ikke mye håp” komen doen. Het grootste struikelblok is voor ondergetekende echter het eendimensionale drumwerk. Geef mij maar het oudere plaatwerk zoals de tweede langspeler “Krigsdøger” waar meer gevoel, dynamiek, atmosfeer en gelaagdheid in vervat zat.

JOKKE: 70/100

Gjendød – Angrep (Hellthrasher Productions 2020)
1. Vår lykke er vårt hat
2. I et hus uten speil
3. Vik avvik
4. Fra en annen side
5. Gap opp
6. Ikke mye håp
7. Angrep
8. Svekket

Ihloosuhree – In de fleur van de sleet

De review van ABRAHAMIC LIAR’s “genesis” EP maakte me bewust van het feit dat Ihloosuhree, wiens zanger op “genesis” te horen valt, onlangs een EP had uitgebracht die bijna tussen de mazen van het net glipte. Dat is hoogstwaarschijnlijk te wijten aan de labelswitch want Breathe Plastic Records en Ratking Records volg ik minder dan voormalig platenlabel Babylon Doom Cult Records. “Analysis paralysis” was een OK debuut dat soms wat te druk was en waarop de muzikanten te veel ideeën in één nummer wilden proppen. Benieuwd hoe de heren het er twee jaar later vanaf brengen. De intelligent opgebouwde, op Franse leest geschoeide black met een snuifje death klinkt bij momenten heel beklemmend, dissonant en overdonderend maar de eb- en vloedaanpak injecteert ook heel wat ademruimte tussen de verscheidene sonische aanvallen door. Zo neemt het titelnummer rustig de tijd om middels basgitaar en drum stelselmatig op te bouwen tot een eerste explosie onvermijdelijk wordt om nadien terug te gaan liggen ploeteren in de allesomvattende leegte waar zich gaandeweg post-rockachtige gitaren aan de getergde vocalen toevoegen. Ook opener “Niets als bodem” wordt door de ritmesectie in gang gezet en wisselt heerlijk slepende passages af met overdonderende uitbarstingen en melodieuze partijen. Het drumwerk is doorgaans een pak minder druk dan op de voorganger en blend deze keer veel beter met de rest van de muziek die in de soms lange instrumentale passages al eens de experimentele en psychedelische tour durft opgaan. Zo neigt de start van “The dubious upper hand in a burning world” wat naar het Mechelse Psychonaut, maar Ihloosuhree houdt er duidelijk van om de luisteraar plots uit zijn of haar trip terug de harde realiteit in te duwen middels een beklemmende brok extreme black metal. “Manifestation of the ultimate absurd“, dat u hieronder kan beluisteren, is mijn persoonlijke favoriet. Knap hoe de heren mij hier in de zinderende finale volledig weten te overmeesteren. “In de fleur van de sleet” (geweldige titel trouwens) heeft een krachtige en dynamische sound meegekregen die voldoende ademt en ruimte aan de basgitaar geeft. De gevarieerde, deeltijds Nederlands, deeltijds Engels screamende vocalen verkennen heel wat regionen en toonhoogtes (soms wat op het theatrale of avant-gardistische af) en zijn één van de sterkste punten van deze Belgische band die een mooie groei laat horen en een unieke positie in het Belgische extreme metallandschap weet in te nemen met zijn psychedelische/dissonante black!

JOKKE: 81/100

Ihloosuhree – In de fleur van de sleet (Breathe Plastic Records/Ratking Records 2020)
1. Niets als bodem
2. The dubious upper hand in a burning world
3. Manifestation of the ultimate absurd
4. In de fleur van de sleet

Mooncitadel – Night’s scarlet symphonies

Ein-de-lijk verschijnt er een langspeler van het Finse Mooncitadel! We hebben er even op moeten wachten als je weet dat de band sinds 2007 actief is, zij het de eerste zeven jaar onder de noemer Empire of Tharaphita waarmee twee demo’s en een split met Drowning The Light uitgebracht werden. In 2014 besloot alleenheerser Stormheit zijn queeste al Mooncitadel verder te zetten en een jaar later werd drummer Forthcaller of Black Gnosis and the Ancient Hyperborean Spirit (what’s in a name?) aangetrokken. Het duo bracht in 2016 de demo “As nightwind embraced and the shadows caressed” uit en twee jaar later volgde nog een compilatie. En nu dus langspeeldebuut “Night’s scarlet symphonies” waarop Mooncitadel’s epische sound nog steeds 100% intact is gebleven maar naar een hoger niveau richting stardom werd geheven. De acht composities roepen allerhande middeleeuwse beelden op die zin doen krijgen om zwaard en maliënkolder vanonder de mottenballen te halen en buiten wat schorremorrie en corona-overtreders in de pan te gaan hakken. Het zwartmetaal van de heren klinkt op en top Fins en de werkelijk adembenemende gitaar- en overvloedige keyboardmelodieën schitteren van de triomfantelijkheid. De voeten van de drummer (ik ga zijn alias heus niet nogmaals neerpennen) trappelen meermaals als een bezetene op de basdrumpedalen en die snelle passages werken aanstekelijk om de nekspieren op los te gooien, zeker als er in opener “Nightwind was the passage between the worlds” ook een zwartgeblakerde heavy metalriff afgevuurd wordt. Maar net zo goed slaat de woelige razernij in een nummer als “Of luniolatry and hierophany” plots in majestueuze mid-tempo grootsheid om. Het riffwerk en de folkinvloeden roepen heel wat heroïeke gevoelens op zoals een Hades dat zes- à zevenentwintig jaar geleden ook kon en in het bijwijlen galopperende “Whispering cry of magick undying” wordt het heidense karakter middels heroïsche heldere gezangen nog extra in de verf gezet. Bathory is natuurlijk ook nooit veraf. De hele productie en sound van “Night’s scarlet symfonies” ademen trouwens een heuse jaren ’90 Grieghallen atmosfeer uit, iets wat we alleen maar kunnen toejuichen. Het is voor een band als Mooncitadel en diens old school pagan symfonische black dat het woord ‘episch’ in het woordenboek opgenomen werd. Mooncitadel en diens acht vuurrode nachtelijke symfonieën krijgen de eer om op de valreep van 2020 mijn jaarlijst binnen te walsen.

JOKKE: 90/100

Mooncitadel – Night’s scarlet symphonies (Werewolf Records 2020)
1. Nightwind was the passage between the worlds
2. I am the voivode of timeless empires
3. Dweller of the lotus moon
4. Of luniolatry and hierophany
5. Ablaze my heart with falling stars
6. Whispering cry of magick undying
7. Monumental silvery thorns
8. Night’s scarlet symphonies

Trhä – Novej kalhnjënnp

Het land van afkomst van Trhä is ongekend en de biografie gaat als volgt: “Thét Älëf, detna hacëntara Trha Nönvéhhklëth, Jôdhrhä dës Khatës, Dlhâvênkléth fëhlätharan ôdlhënamsaran Ebnan“. Hier krijgen we kop noch staart aan. Op basis van de song- en plaattitels denk je misschien nog aan Fins, Luxemburgs of Hebreeuws, maar Google Translate says no. Ik hou het dan maar op gebrabbel afkomstig uit één of andere fantasiewereld. Trhä is een éénmansproject dat in het gezellige online theekransje waar de huidige raw black metal scene tegenwoordig haast op lijkt, al heel wat stof deed opwaaien. Het wordt hoogtijd dus dat één of ander obscuur label het debuut “Nvenlanëg“, dat eerder dit jaar verscheen, en deze EP op tape (in uitermate gelimiteerde oplage natuurlijk!) uitbrengt. Net als op de langspeler prijken er drie songs op de tracklist en hoewel twee van de drie songs een double digit speelduur hebben, valt deze met een klein half uur zowat de helft korter uit dan “Nvenlanëg“. De uitgesproken en langgerekte dungeonsynthatmosferen die we op het debuut hoorden, zijn minder prominent aanwezig maar er is dus nog steeds voldoende speelruimte binnen een nummer om volop voor dynamische spanningsopbouwen en atmosfeer te gaan. Het feit dat onze beschilderde allesdoener een sterk potje kan drummen, doet Trhä al meteen boven het gros van zijn collega’s uitsteken die het veelal van geprogrammeerd drumgeratel moeten hebben. De combinatie van rauw geproduceerde black metal met een uitstekend gevoel voor melodie en het gebruik van keyboards levert een erg fascinerend en betoverend gehoorspel op. Naast de haast obligate LLN-invloeden horen we rond 4:23 ook wel wat Fins gejengel terug in de gitaarriffs van opener “Tu tajna ebvundahhna ëmat tëpat bë innamvaj” (zou het dan toch?). Elke break lijkt haast een nóg pakkender vervolg in te luiden en de hoogtepunten wisselen mekaar af met die van 6:18 als persoonlijke favoriet. De gitaar en het toetsenbord fungeren afwisselend als sfeermaker; dit heerschap weet dus maar al te goed hoe hij lange nummers interessant dient te houden. “Cunna holhnëngra juhnehanai” is met minder dan zes minuten speeltijd het kortste nummer op “Novej kalhnjënnp” en zet de keyboards op een voor mij persoonlijk iets te hoempapa-achtige manier in. Dit is echter een kleine smet op een voor de rest schijnend blazoen want de grimmige riffs, triomfantelijke akkoordenschema’s en ruwe zang zorgen nog voor voldoende “necro” tegengewicht en de onderhuidse schoonheid van de melodieën weet mij toch opnieuw te bedwelmen. In “Goneegaba…” vormen de schelle gitaarleads en hoge ijle screams opnieuw een heuse knipoog naar de Franse scene van de jaren ’90 waarmee Trhä een voorliefde voor umlauten en uitgevonden taal deelt. Vooral vocaal gaat het er hier een heel pak extremer, depressiever en meer suïcidaal aan toe dan in de eerste twee songs. Abrupte overgangen toveren de zwartgalligheid echter van de ene op de andere seconde in een gitzwart sprookje om en de beklijvende finale is opnieuw om duimen en vingers bij af te likken. Persoonlijk ligt de aanpak van de opener me net iets meer dan wanneer er LLN-rijken verkend worden, maar dat neemt niet weg dat Trhä, na Lamp Of Murmuur, wel eens de volgende diamant van de rauwe black metal ondergrond zou kunnen wezen.

JOKKE: 83/100

Trhä – Novej kalhnjënnp (Eigen beheer 2020)
1. Tu tajna ebvundahhna ëmat tëpat bë innamvaj
2. Cunna holhnëngra juhnehanai
3. Goneegaba…

Regnum Tenebrarum – Des enfers

Met Selenite Scroll’s veelbelovende eerste demo nog vers in het geheugen, presenteren we u bij deze de eerste tapemanifestatie van Regnum Tenebrarum. Opnieuw een kakelverse Belgische blackmetalband die behoort tot “The ancient hounds” en waarbij de muzikanten er nog nevenactiviteiten op nahouden in Crypts of Wallachia, Orkblut, Phlegethon’s Majesty en het reeds aangehaalde Selenite Scrolls. Medieval Prophecy Records opereert zoals steeds als de dealer des doods. Wat me opvalt aan de bands die van dit clubje deel uitmaken, is dat elke speler toch wel een uitgesproken eigen identiteit heeft, ook al wordt het zwartmetaal ter meerdere eer en glorie van de jaren ’90 van het genre gebracht. In het geval van Regnum Tenebrarum manifesteert zich dat als een ode aan de oerdagen van de Franse blackmetalscene. Namen als Bekhira, Seth en Godkiller (doet me er aan denken dat ik diens “The end of the world” nog eens wat aandacht moet schenken) worden als inspiratie meegegeven en Regnum Tenebrarum is dan ook de eerste band van “The ancient hounds” die zich desbetreffend in de Franse taal uit. De droge en directe screamende vocalen van Cherna Dusha klinken erg vervaarlijk en blaffend, maar op het zangdepartement passeren ook heldere gezangen en meermaals vervult de stem tevens een verhalende rol. Deze eerste demo van Regnum Tenebrarum neemt ons dan ook mee naar het vervloekte jaar 1185 waar, in een ijskoud vergeten land, gehavend door de wind en waar mysterie alomtegenwoordig is, een man op het punt staat een reis te beginnen naar een andere wereld, die van de hel. De organische sound klinkt best krachtig, er wordt veel met dynamiek gespeeld en keyboards kleuren het reisverslag meestal met een grote dramatische geladenheid in. “Le porteur de lumière” springt er met zijn aanstekelijk mid-tempo riffwerk bovenuit, maar ook de twee andere meer up-tempo nummers moeten niet veel onderdoen. Opnieuw erg degelijke Belgische black metal.

JOKKE: 81/100

Regnum Tenebrarum – Des enfers (Medieval Prophecy Records 2020)
1. Intro
2. La nuit
3. Le piège des âmes
4. Le porteur de lumière
5. Outro

Akhlys – Melinoë

Ahhhh, Akhlys. Het eerste geschapen wezen, dat zelfs voor het ontstaan van Chaos zelve in de Griekse mythologie ronddwaalde. De personificatie van de eeuwige nacht, en de mist des doods. Een meer passende naam had bezieler, muzikale duizendpoot en dienaar van de duisternis, Naas Alcameth, niet snel kunnen bedenken. Naast zijn vele andere projecten – met name Nightbringer, Excommunion, Bestia Arcana en het recente Aoratos – staat Akhlys, onverslaanbaar en in een ijzige sluier van miserie, angst en desolaat nihilisme gehuld. De band is met deze “Melinoë” aan zijn derde langspeler toe, en ongeveer het volledige blackmetalminnend landschap keek reikhalzend uit naar de opvolger van het al enigszins iconische “The dreaming I”. Dat deze nieuwe plaat een premature geboorte kende, maakt verder helemaal niemand nog iets uit. Thematisch is ook deze langspeler opgebouwd als een uitlaatklep voor de vele vreemde gebeurtenissen die de illustere frontman doorheen zijn leven heeft meegemaakt terwijl hij droomde, in slaap viel of wakker werd. Voor elke ziel die wel eens badend in het zweet wakker werd na een zo tastbare, zo ondenkbaar duistere nachtmerrie, die hij of zij zich jaren na datum nog tot in detail kon herinneren. Voor iedereen die soms midden in de nacht zijn ogen opent en merkt dat er geen beweging in de rest van zijn of haar lichaam zit, enkel een sluipende, onverklaarbare en allesovertreffende angst die zich bij hem of haar in de kamer begeeft, en tot de genadeloze conclusie moet komen dat er geen alternatief is dan deze levende nachtmerrie te ondergaan. Melinoë, de dochter van Persephone en Hades, de heersers van de Griekse onderwereld, waakte over je. Zij is, dixit de vele schrijfsels, de ongerepte drager van nachtmerries en pure waanzin. Het gezicht van een eenzame nacht vol kwelling, terreur en het gedwongen onderwerpen aan een ontastbare overmacht. Hoe vertaal je zo’n beklemmend gevoel op auditieve wijze? Waar “The dreaming I” al een unieke blik achter de schermen van Alcameth’s wereld wist te bieden, gaat het op deze nieuwe, uiterst geniale uiting snel van kwaad naar erger. Vanaf de eerste noten op opener “Somniloquy” grijpt Akhlys je bij de haren, om je gedurende de resterende drie kwartier stampend en krijsend doorheen de negen cirkels van de hel en terug te sleuren. Dissonante riffs komen uit verre lagen geluid heen geëbd, huilend en schreiend alsof bezeten door een paranormale entiteit. Drums die lijken op te wellen als lava die stroperig maar met enige bombast uit een vulkaan komt scheuren. De sound op “Melinoë” is zo uitermate beklijvend dat het lijkt alsof een van pijn en eenzaamheid geweven deken zich rond je wikkelt, zonder enige intentie om je ooit nog los te laten. De krassende zang van Naas boort zich gestaag een weg naar binnen in je geest en drijft moeiteloos de laatste restjes emotionele stabiliteit uit je brein. Zelden klonken blackmetalvocalen zo onmenselijk en demonisch, wat gezien het uitgangspunt best een opmerkelijke prestatie is. Alle vijf komen de nummers op deze plaat onbeschrijfelijk goed tot hun recht. De samenhang is dermate sterk dat het één lang uitgesponnen verhaal lijkt, ook al staan de opussen perfect afzonderlijk als obscure pilaren in een van weemoedigheid doordrongen muzikale areaal. Wat overblijft, is de totale en eindeloze nacht. Akhlys bracht met “Melinoë” een onweerlegbaar meesterwerk ter aarde. Een schouwspel van diabolische geluidsgolven, duistere mythologie, kwaadaardige zenuwkwalen en bovenal voorzien van akelig gepaste en memorabele grafische vormgeving. Dit is exact wat onderstaande zoekt in het wijde spectrum van black metal, en ik kan daarom alleen maar dankbaarheid uiten voor de lugubere mentale hel waar Naas Alcameth door moet om deze muziek te schrijven.

JULES: 97/100

Akhlys – Melinoë (Debemur Morti Productions 2020)
1. Somniloquy
2. Pnigalion
3. Succubare
4. Ephialtes
5. Incubatio

Selenite Scrolls – Spectral dirges from an eerie past

Er is heel wat activiteit in de blackmetalkrochten ten zuiden van de taalgrens en het grootste deel van die vuiligheid wordt door Medieval Prophecy Records naar boven gepompt. Deze keer is het de beurt aan Selenite Scrolls, een nieuwe blackmetalband waarvan we de leden ondertussen al kennen van o.a. Crypts of Wallachia, Orkblut en Phlegethon’s Majesty. Simultaan met deze release verschijnt ook een eerste demotape van Regnum Tenebrarum, die drie vierde van de line-up van Selenite Scrolls als gemene deler heeft. Bezige bazekes dus die zich groeperen onder de noemer “The ancient hounds”. Ondertussen weten we al van deze oude honden dat ze hun zwartmetaal liefst wars van moderne invloeden consumeren en ik vraag me dan ook af of deze muzikanten jonge wolven of eerder oude rotten in het vak zijn. In het geval van Selenite Scrolls worden demo’s van weleer van een Manes en Thorns geëerd. Ook Demoncy wordt as referentiepunt meegegeven, maar die link vind ik persoonlijk minder vanzelfsprekend. Maar de eerste twee Noorse referenties dus wel; het tempo van de drie nummers ligt dan ook grofweg héél wat lager dan wat we doorsnee in het genre gewend zijn, en zelfs als de drummer in opener “Chest of wisdom locked by Satan’s key” of “The echoing vaults of the underworld” een versnelling hoger schakelt, blijft het algemene aura een zekere rust en sereenheid uitdragen. Sfeervol, maar inherent droevig, spookachtig en uitzichtloosheid uitstralend toetsenwerk zorgt voor melodische accenten in de terneergeslagen mineurakkoorden die het gitaarwerk produceert. “Throne of thorns, lakes of lava” is met zijn tergend trage tempo dat een meditatieve trance opwekt mijn persoonlijke favoriet van de drie nummers die er op “Spectral dirges from an eerie past” prijken. Seleniet of engelensteen is trouwens een spirituele steen die beschermend, ontspannend en inzichtgevend werkt en contact met engelen en gidsen vergemakkelijkt tijdens meditatie, telepathie en divinatie of waarzeggerij. Ik snap de link met de muziek wel. Deze eerste demo van Selenite Scrolls moet het niet hebben van zijn veelvuldige tempowisselingen en haatdragende razernij, maar weet ons met zijn meeslepende en indringende mid-tempo black metal in zijn greep te houden.

JOKKE: 83/100

Selenite Scrolls – Spectral dirges from an eerie past (Medieval Prophecy Records 2020)
1. Chest of wisdom locked by Satan’s key
2. Throne of thorns, lakes of lava
3. The echoing vaults of the underworld