Month: februari 2021

Koldovstvo – Ni tsarya, ni boga

Voor de release van Koldovstvo’s (Колдовство) debuut hebben we met een tripartite van doen waarbij ons eigenste Babylon Doom Cult Records samen met Extraconscious Records instaat voor de vinyl- en CD-release. Fólkvangr Records verzorgt de tapeversie. Veel is er niet geweten over deze Russische band waarvan de naam zo veel als “hekserij” of “tovenarij” betekent, niets eigenlijk. We zouden kunnen speculeren of de gelijknamige frontvrouw van het Canadese Sortilegia hier iets mee te maken heeft, daar zij van Russische origine is, maar we doen het niet. De drie schimmen op de achterzijde van de hoes is waar we het mee dienen te stellen. Heerlijk dat mystiek en anonimiteit in deze dagen überhaupt nog mogelijk is. Zes composities prijken er op debuut “Ni tsarya, ni boga” (“Ни царя, ни бога” ofte “Noch de tsaar, noch God” of “no Gods, no masters” als je wil) waarvan de laatste dienst doet als outro. Wat meteen opvalt als het eerste nummer uit de boxen schalt, is de ijle, vluchtige en winderige sound die klinkt alsof het gitaarwerk met extra veel eiwit opgeklopt is om het geheel extra luchtig te houden. We moeten bij dit type productie meteen aan NLBM-bands als Laster of Vuur & Zijde denken, aan die eerste des te meer daar de bezeten suïcidale screams ook high-pitched en ijl klinken. De veelvuldig ingezette heldere zang verraadt dan weer een gezonde dosis oude Ulver adoratie maar ook het minder gekende Bak De Syv Fjell mag hier zeker niet onvermeld blijven. De knipoog naar een band als Laster lijkt me bij momenten zo groot dat ik haast Nederlandstalige woorden meen te ontwaren in de heldere gezangen. Of is het toch Russisch? Het spookt in mijn gedachten. De lage tonen komen pas door als de volumeknop een heel eind opengedraaid wordt en dan klinken ze al snel wollig en missen wat definitie. Voor de rest past deze specifieke ietwat lofi-achtige productie deze behekste vorm van black metal als gegoten. De Russische folkloristische touch komt vooral naar voor in de spoken word samples van “IV” en in het cleane glimmende gitaargetokkel dat vrij prominent in de mix staat, een hallucinogeen effect uitoefent en boven de intrigerende mystieke riffs uittorent. Melodieuze, glinsterende en bijwijlen triomfantelijk tonen stijgen als het ware wonderbaarlijk op, samen met een koor van echoënde zingende stemmen die jammeren en huilen, uit de verte aan komen zweven en weer als een zeebriesje verdwijnen. De atmosfeer wisselt tussen mysterieus, rauw, romantisch, spookachtig, bovennatuurlijk en glimmend. Het levert een gloed van schoonheid op te midden van een brok dreiging en ellende. Deze emotionele tweespan komt ook naar voor in het intrigerende schilderij dat de cover siert en waarvan ik graag de uitvoerende kunstenaar zou kennen, maar aangezien Koldovstvo dweept met mysterie dien ik mijn verbeelding de vrije loop te laten gaan op de penseeltrekken die in een goudgele gloed ondergedompeld zijn. We zien een elegante en wellustige vrouw die half ineengedoken op haar bed staat, met haar rug tegen de muur gekeerd. Haar slaapkamer is gevuld met water dat via het raam naar binnen stroomt en ratten die weldra aan haar tenen zullen komen knabbelen. Is dit het startschot van de zondvloed? Haar matras lijkt wel een zinkend schip waarop ze zich reddende dient te houden en, ook al kunnen we de emoties niet op haar gezicht aflezen, we ontwaren een beangstigende visie van schoonheid en gevaar die perfect gealigneerd is met de muziek van Koldovstvo. “Ni tsarya, ni boga” is een intrigerende gevoelsplaat voor liefhebbers van de aangehaalde Nederlandse en Noorse referenties maar ook van romantische Oekraïense of Poolse acts of het wat avontuurlijkere Circle Of Ouroborus.

JOKKE: 87/100

Koldovstvo – Ni tsarya, ni boga (Babylon Doom Cult Records/Extraconscious Records/Fólkvangr Records 2021)
1. I
2. II
3. III
4. IV
5. V
6. VI

Horna – Kuoleman kirjo


Horna is al jaren een vaste waarde in de blackmetalscene. De Finse band stamt uit de vroege jaren negentig en maakt sindsdien louter satanische black metal. Al negen albums hiervoor hebben ze het niet nodig geacht om van koers te wijzigen en het zal je
dan ook niet verrassen dat ze dat voor hun tiende ook niet hebben gedaan. Ik loop hier echter een beetje op mijn verhaal vooruit. Het is nu vijf jaar geleden dat de Finnen “Hengen tulet” hebben uitgebracht. Er is in die tijd wel wat veranderd aan de line-up: een nieuwe drummer, die toevallig ook nog eens de broer van zanger Spellgoth is, en bassist (VnoM, voormalig Archgoat) zijn verwelkomd in de groep. Op 8 december 2020 is via World Terror Committee “Kuoleman kirjo” uitgekomen. De titel betekent het “spectrum van de dood.” Of dit thema uitgewerkt wordt in de plaat is iets dat ik, gezien mijn gebrek aan kennis van het Fins (ik denk dat ik qua woordenschat strand bij “Perkele”. Ok, “paljon onnea” ken ik ook nog.), niet kan beoordelen. De plaat komt tamelijk straf de starthekken uit met het intense “Saatanan viha.” Ik schrijf dit met een gevoel van understatement dat zijn weerga niet kent. Het nummer zet de toon voor de rest van de plaat, die rustpunten noch subtiliteit kent. Zelfs het tragere “Haudattujen tähtien yönä” kent diezelfde donkere niet aflatende pressie. Toch is het niet alleen van dik hout zaagt men planken wat de klok slaat. Een van de langere nummers op de plaat, “Rakas kuu,” kent de meeste gelaagdheid. Ik kan daar naar blijven luisteren. De productie van dit album is van dien aard dat je kan herkennen dat het niet alleen een bij elkaar gesmeten raw blackmetalplaat betreft. Als je wat dieper graaft, kom je erachter dat de nummers een zeer gedegen fundament hebben, melodisch gezien. Het zorgt ervoor dat ik geïnteresseerd blijf luisteren, dit zelfs gedurende de 67 minuten die deze plaat telt, wat zeker voor een raw blackmetalalbum bijzonder lang is. Toch is dat zeker geen te lange zit voor deze plaat. Sterker nog, je zet hem rustig nog eens op. Spellgoth zingt fantastisch, op “Haudattujen tähtien yönä” zelfs ‘clean’! Muzikaal is het om door een ringetje te halen. Ik vind alle nummers erg goed gecomponeerd. De productie is subtiel: helder, maar toch ruw genoeg om Horna Horna te laten zijn. Wat zeker een winst is gezien de vreselijk geforceerde ruwheid van “Hengen tulet” Ik wil ze in ieder geval weer live zien.

MISCHA: 80/100

Horna – Kuoleman kirjo (World Terror Committee 2020)
1. Saatanan viha
2. Elegia
3. Uneton
4. Sydänkuoro
5. Elävänä, kuolleena
6. Kärsimysten katedraali
7. Haudattujen tähtien yönä
8. Rakas kuu
9. Unohtumaton
10. Mustat vuodet
11. Pyhä kuolema
12. Veriuhri
13. Ota minut vastaan

Szary Wilk – Wrath

Hoewel de gecorpsepainte heren van het Poolse Szary Wilk best vervaarlijk voor de dag komen en met hun debuut toorn willen uitroepen over de mensheid, laten ze in het intro van de acht en een halve minuut durende opener “Mortal” horen ook een gevoelige kant te hebben. Natuurlijk evolueren de weemoedige klanken op een bepaald punt tot black metal die in het geval van dit trio een ode lijkt te brengen aan de oerdagen van de eigen scene. 33 minuten lang keert Szary Wilk terug naar de heidense uitgestrekte landen van weleer waar bands als oude Behemoth, Graveland, Veles, Infernum en Sacrilegium rondwaren. Authentieke pagan black metal met andere woorden waarin dat heidens element naar voor komt door het sporadisch inzetten van zangkoren. Dit subgenre moet het normaal gezien hebben van het inspelen op emoties, maar daar wringt het schoentje hier een beetje. Ik denk dat de heren nog meer werk moeten maken van het componeren van beklijvende melodieën, want nu blijven de nummers wat te veel op de oppervlakte en is het allemaal niet diepgravend genoeg. De bandnaam is Pools voor “grijze wolf”, maar zo bloeddorstig als op de albumcover, komt het beestje niet voor de dag. De blackmetalklanken slepen zich grotendeels mid-tempo voort, maar een nummer als “Mortuos voco” kent ook wel de nodige versnellingen en ook “Wilczy taniec” schiet vurig uit de startblokken alvorens meer op gevoel in te zetten. Hier weet de wisselwerking tussen snedig en vurig tremologitaarwerk en melancholische atmosfeer ons wel te triggeren. Het met spoken word samples doorspekte titelnummer zet meer op old-school elementen in en trakteert ons in de finale nog op melodieus gitaarwerk waar eigenlijk veel meer had ingezeten. Spijtig genoeg beschikt schreeuwlelijk Czuły ook niet over het meest opmerkelijke stel stembanden en duikt er hier meermaals een irritant soort getik op. Slecht is het allemaal niet, maar “Wrath” klinkt wat te doordeweeks om in de maalstroom aan releases nog op te vallen en een degelijke indruk na te laten.

JOKKE: 69/100

Szary Wilk – Wrath (Putrid Cult 2021)
1. Mortal
2. Behind the curtain of death
3. Mortuos voco
4. Wilczy taniec
5. Wrath

Gnaargakh – Zhymørkh

Waar ze de bandnamen blijven halen is me soms een raadsel. Ofwel is Gnaargakh de naam van één of andere in Midden-aarde levende ork ofwel is het een samenkletsen van cool klinkende lettergrepen. Soit, als het beestje maar een naam heeft. Gnaargakh is een one-man band en “Zhymørkh” is het eerste wapenfeit dat enkel op analoge geluidsdragers te verkrijgen is. Narbentage bracht het kleinood vorig jaar op tape uit, gelimiteerd tot 66 exemplaren, en Dybbuk Productions zal weldra de vinylrelease verzorgen. De inluidende cleane gitaarklanken van “Verblassendes Mitleid” doen een gotische insteek vermoeden, maar daar is veel later niet veel meer van op te merken. In “Nacht Gebrechen” doorbreekt de nacht middels mid-tempo zwartmetaal waarin het grimmige riffwerk ons instant weet te bekoren. Geen hondsdolle agressie en supersonische snelheden hier, maar pakkende grimmigheid voorzien van een behoorlijke sound hoewel die wat punch mist. “Grabes Pfad” zet meer op tremolo picking in en had gerust wat langer mogen duren. In plaats van voor ellenlange repetitiviteit te gaan, koos Gnaargakh ervoor de songs, op de zes en een halve minuut durende afsluiter na, eerder kort en bondig te houden. “Urmisstrauen” is mijn favoriet van deze demo en daar is het hypnotiserende jaren ’80 ietwat spacey synthesizerriedeltje debet aan. Geslaagde demo!

JOKKE: 80/100

Gnaargakh – Zhymørkh (Narbentage Produktionen/Dybbuk Productions 2020)
1. Verblassendes Mitleid
2. Nacht Gebrechen
3. Grabes Pfad
4. Urmisstrauen

Nadsvest/Necrobode – Ustoličenje smrti / O triunfo da morte

Kolo ognja i železa“, de debuut EP van het Servische Nadsvest bekroonden we nog niet zo gek lang geleden met een dikke 88 op 100 dus naar de split met het voor ons onbekende Portugese Necrobode keken we toch wel uit. Nadsvest, bestaande uit huidig Gorgoroth zanger Atterigner en zanger/gitarist Krigeist van het Engelse Barshasketh, is eerst aan de beurt en levert het tweedelig nummer “Ustoličenje smrti” aan, wat zo veel betekent als “De troonsbestijging van de dood“. Het duo trapt de deur meteen met een chaotische solo in. Vervolgens wordt al snel duidelijk dat het zwartmetaal van de heren met heel wat thrashinvoeden geïnjecteerd werd. De hakkende riffs en stompende drumritmes vliegen dan ook om de oren. Subtiel toetsenwerk roept in de mid-tempo stukken dat ietwat oubollige – maar fel gesmaakte – Oostblokgevoel op en Atterigner bewijst over een stel venijnige stembaden te beschikken of hij nu de ziel uit zijn lijf krijst of zijn stem op een heldere verhalende manier inzet. Het tweede deel moet niet aan agressie inboeten, integendeel, want Nadsvest gooit hier nog wat blasts in de strijd. En wanneer je denkt dat de heren gaan afbouwen en een rustpauze zullen inlassen, geven ze je een nieuwe pandoering om de oren. Uiteindelijk zakt het tempo toch en maken die spookachtige toetsen opnieuw hun opwachting. Op zich laten deze twee nummers een logische verderzetting van de EP horen, hoewel de agressie hier wat meer prevaleert over de folklore-elementen. Over naar het zonnige Portugal dan, hoewel het anonieme trio liever in aardedonkere ondergrondse crypten lijkt rond te dolen. Het gaat er hier drie nummers lang een heel pak bestialer en primitiever aan toe, wat voor heel wat gekraak in mijn pan zorgt. Veel melodie en gevoel voor nuances valt er niet te bespeuren. De ritmesectie komt vrij hoekig voor de dag en het meer deathmetalachtige geblaf stoort me al na 10 seconden. De meer mid-tempo stukken van “Pisados pelos cascos de Satanás” scoren iets beter, maar de zang blijft het verknallen. Verdomd spijtig van deze – in mijn ogen – mismatch, want ik twijfel nu hard of ik deze split enkel voor de Nadsvest zijde wil aanschaffen.

JOKKE: 71/100 (Nadsvest: 82/100; Necrobode: 60/100)

Nadsvest/Necrobode – Ustoličenje smrti / O triunfo da morte (Iron Bonehead Productions/Under the Sign of Garazel Productions 2021)
1. Nadsvest – Ustoličenje smrti I
2. Nadsvest – Ustoličenje smrti II
3. Necrobode – Peste negra
4. Necrobode – Pisados pelos cascos de Satanás
5. Necrobode – Inferno escarlate

Gråinheim – Hexndeifl

Het uit Augsburg, Bavaria afkomstige Gråinheim zal ongetwijfeld voor de nodige tweedracht zorgen. Enerzijds klinkt de black metal van het heerschap Gråin (ondermeer ook actief bij onbekende Teutoonse namen als Gràb, Schrat, Schyach en Blutwald) die hij op zijn derde demo “Hexndeifl” laat horen, bijzonder ijzig en grimmig met snerpende, goed vooraan in de mix geplaatste vocalen die in oude Gorgoroth stijl mijn trommelvliezen aan flarden scheuren. Anderzijds is de man ook niet vies van wat middeleeuwse melodieën die je in nummers als “Transilvania” en “Vlad Draculae” haast vrolijk aan het huppelen weten brengen. Menig blackmetalliefhebber heeft thuis geen dansschoenen in de kast staan, dus waarschijnlijk kan heus niet iedereen deze exotische kruiding smaken. Net zoals de vocalen ook niet voor de doorsnee blackmetalfan zullen weggelegd zijn want ze overheersen en overstemmen de muziek. Voeg daar nog een plastic-achtig klinkende snaredrumsound aan toe en we hebben hier best wel wat kritische opmerkingen bijgeplaatst. Valt er dan niets positiefs over “Hexndeifl” te melden? Toch wel, aangezien “Finstersucht” enkele proto-trekjes van het machtige Emperor vertoont en de tremoloriffs van “Aetherbrand” de boel in lichterlaaie steken. Daar waar veel blackmetalzangers hopeloos de mist ingaan als ze hun heldere stembanden inzetten, geldt dat niet voor Gråin. Het gure Noors aandoende titelnummer is wat mij betreft het meest geslaagd. Vooral fans van de eerste drie Gorgoroth-platen moeten dit Gråinheim eens checken.

JOKKE: 70/100

Gråinheim – Hexndeifl (Egen beheer 2021)
1. Transilvania
2. Vlad Draculea
3. Finstersucht
4. Aetherbrand
5. Hexndeifl
6. Ausklang

The Amenta – Revelator

Voor een jonge snaak die, nieuwsgierig maar nietsvermoedend, via lokale en internationale magazines zoals Rock Tribune en Terrorizer zijn eerste stapjes in de hartverwarmende wereld van het zwarte en het dode metaal wou zetten, was het uit 2004 afkomstige “Occasus” van The Amenta een ware revelatie. De Australiërs scheurden met hun buitenzinnig futuristische, industrieel getinte death metal de oren van het maagdelijke en ongeschonden gelaat van onderstaande – diezelfde oren die tot voor kort enkel rechtdoorzee-death van pakweg Morbid Angel of Behemoth hadden leren kennen. Plots waren daar naast de verbrijzelend snelle blastbeats allerhande rauwe soundscapes en een buitenaardse, vijandige atmosfeer die erg onvertrouwd aanvoelden, en de kleine man was meteen verkocht. Hoewel er down under nog twee LP’s en een resem EP’s werden uitgebracht, heeft het toch zeventien jaar gekost om deze band weer op te merken. Het is aan de hand van de voorheen gebruikte pseudoniemen niet erg duidelijk hoeveel leden er juist nog overblijven van de originele bezetting, maar het is aan elke decibel geluid op “Revelator” te horen dat The Amenta niet is blijven stilstaan. Er zijn alleen maar meer invloeden hoorbaar op deze nieuwe langspeler, wat voor een – vergeef het cliché – meer mature klank zorgt, en de plaat in zijn geheel veelzijdiger en daardoor ook boeiender maakt. Op het eerste zicht, gevoed door soms ietwat langdradige intermezzo’s en de met momenten veelal (klaag)zangerige stem van Cain Cressall, lijkt het alsof The Amenta daarom water bij de wijn heeft moeten doen: er is meer ruimte voor experiment en er wordt her en der opgebouwd naar een climax, in de plaats van het onophoudelijke malen en verpletteren van voorheen. Kenners zullen mogelijks aanhalen dat deze evolutie gestaag aan een opmars begon en al veel langer gaande is, voor onderstaande komt deze omkanteling erg plots. De nieuwe release op het illustere Debemur Morti vraagt op deze manier enige toewijding, zoals we het gewoon zijn van het leeuwendeel van de bands op het roster van voornoemde. Het loont van veel tijd met dit album door te brengen, en de lagen in de muzikale weelde die hier aanwezig zijn één voor één af te pellen. Laat één ding duidelijk zijn, het gebruikte water kleurt ettergeel en heeft een van zwavel doordrongen geur. “Revelator” is een woest en waanzinnig meesterwerk, en eentje dat nog vaak de revue zal passeren in playlist van deze de inmiddels oude knar. Petje af. 

JULES: 81/100

The Amenta – Revelator (Debemur Morti Productions 2021)
1. An epoch ellipsis
2. Sere money
3. Silent twin
4. Psoriastasis
5. Twined towers
6. Parasight lost
7. Wonderlost
8. Overpast
9. Parse over

Wolvennest – Temple

In onze jaarlijst van 2018 maakte ik nog het statement dat Wolvennest zo wat het beste was wat de underground scene in België te bieden heeft. Benieuwd of ze de hooggespannen verwachtingen op de (altijd moeilijke) derde langspeler “Temple” opnieuw ruimschoots weten waar te maken. In het interview naar aanleiding van voorganger “Void” – in tussentijd verscheen wel nog de “Vortex” EP – vertelde gitarist Corvus dat het muzikale receptuur van the Nest geen grenzen kent: “expect the unexpected!”. Verwacht op “Temple” geen al te grote muzikale bokkensprongen want de enorm intrigerende en pakkende mix van gitaar loops, repetitieve beats, synthesizers, rituele ambient en hypnotiserende zang die aan de basis van Wolvennest ligt, maakt nog steeds furore. Echt onverwachte nieuwe invalshoeken bespeuren we in “Disappear” dat als eerste single vooruit geschoven werd. In de prachtige psychedelische duisternis van dit meer uptempo nummer lijkt het haast alsof Wolvennest de reïncarnatie van Peter Steele heeft weten strikken. Corvus wist me te vertellen dat er wel vier versies van deze song bestaan, maar dat degene met Déhà op zang het haalde van de versies waarop Corvus, Kirby en Shazzula zongen. De gotische inslag die aan bands als Type O Negative, latere Moonspell en Tiamat of Sisters Of Mercy doet denken, gaat wonderwel mooi samen met de hallucinogene blackmetal- en ambientbasis van Wolvennest. In het met kippenvel opwekkende gitaarleads opgefleurde “Succubus” horen we dan weer TJ Cowgill ofte King Dude met zijn gekende flair de vocale honneurs waarnemen. Maar niet getreurd want ook Shazzula’s kenmerkende bezwerende zang maakt natuurlijk weer haar opwachting. Net als “Ritual lovers” van voorganger “Void” schittert ze ook nu weer met haar innemende vocalen in het tweede nummer “Swear to fire” dat een beetje in hetzelfde straatje ligt van “Ritual lovers“. Net als die song maakt ook “Swear to fire” kans om als favoriete nummer van het jaar te eindigen, maar laat ons niet op de zaken vooruit lopen, want we zijn nog maar eind februari. In het gitzwarte “All that black” laat Shazzula horen van vele markten thuis te zijn en zet ze haar stem op een onheilspellende proclamerende manier in.”I like darkness, darkness is beautiful” zingt ze, en we geloven haar blindelings. Duisternis en de dood lijken wel als rode draad doorheen de plaat te lopen. Het repetitieve en traag naar een climax toewerkende “Incarnation” dat pakkend Paradise Lost achtig gitaarwerk laat horen, ligt in het verlengde van de meer dan twaalf minuten durende (ietwat veilige, maar daarom niet minder aanstekelijke) opener “Mantra” en zuigt je mee in een intrigerende rituele trance vol druipend kaarsvet, macabere doodshoofden en aan de neusvleugels prikkelende geur van wierook en mirre. In de ceremoniële afsluiter “Souffle de mort” bezorgt Shazzula ons met haar in het Frans vertolkte toverspreuken de daver op het lijf. “Alecto” is dan weer een instrumentaal nummer dat enkele sacrale melodielijnen omvat en ook wel wat postrocktrekjes vertoont. De titel is Grieks en betekent ‘onophoudelijk’. Het is één van de drie Erinyen (of Furiën) in de Griekse mythologie. Volgens de Griekse dichter Hesiodus waren Alecto en haar zusters Megaera en Tisiphone de dochters van Gaea, die bevrucht werd door het bloed van Uranus, toen hij gecastreerd werd door Kronos. De taak van de Erinye Alecto was het straffen van mensen die schade toegebracht hadden aan andere mensen. Het is tevens een leuke knipoog naar Cult Of Erinyes, het blackmetalproject van gitarist Corvus. Minpuntjes kunnen we in de acht nieuwe nummers, die gezamenlijk op bijna tachtig minuten afklokken, niet detecteren of het moest de langgerokken aan- en uitloop van sommige composities zijn waardoor de intervallen het soms lang wachten maken op het muzikale spektakel. Maar uiteindelijk knalt dat psychedelische vuurwerk in elk nummer wel, en dat is het voornaamste. “Temple” is het resultaat van groepswerk van een stel gelijkgestemde zielen, ook al is de muzikale achtergrond heel divers. Drummer Bram Moerenhout is nu ook plaat te horen daar waar producer en zevende bandlid Déhà de voorganger nog intrommelde. Met “Temple” bevestigt Wolvennest zijn status. Of de geplande show met Wiegedood op 1 mei in de Casino in Sint-Niklaas haalbaar is, is voorlopig nog koffiedik kijken. Laat ons dus maar focussen op dit geweldige “Temple” en uitkijken naar de liveregistratie van “Ritual MMXX” die in februari 2020 in de Brusselse AB werd vastgelegd. Ik denk dat het mijn laatste gig voor de uitbraak van de pandemie moet geweest zijn. Het zou een mooi afscheid van het concertgebeuren geweest zijn als de wereld daarna was vergaan.

JOKKE: 90/100

Wolvennest – Temple (Ván Records 2021)
1. Mantra
2. Swear to fire
3. Alecto
4. Incarnation
5. All that black
6. Succubus
7. Disappear
8. Souffle de mort

Hænesy – Garabontzia

Het feit dat het Duitse Purity Through Fire een band met het label “postblack” tekent, zegt heel wat over het geloof dat ze in het Hongaarse Hænesy stellen. Ik kende de band niet, maar ze zijn met “Garabontzia” blijkbaar niet aan hun proefstuk toe. Na een eerste demo verscheen in 2018 het debuut “Katruzsa” en een jaar later werd nog een split met het Russische Moondweller uitgebracht. Postblack dus, maar met iets te weinig afwisseling gebracht. Opener “Fate of the depth” kent een heel winderige en ijle sound waardoor de volumeknop heel wat meer naar rechts dient opengedraaid te worden zodoende er ook wat power gevoeld kan worden. Over dit nummer en opvolger “Sinking deep for a hidden God” zou je een hele avond lang aan de toog (hopelijk kan dat snel terug eens) kunnen leuteren over het feit of dit nu black metal met postrockinvloeden is of postrock met blackmetalinvloeden. Geslaagde symbiose van deze twee genres met andere woorden maar er wordt een beetje op veilig gespeeld. De uitwaaierende gitaarlijnen, opbouwende crescendo’s en cleane gitaarmelodieën zorgen voor het post-element, de (spaarzaam ingezette) ijle screams en soms übersnelle drumpassages geven het geheel dan weer een zwarte toets. Vanuit deze benadering is “Path to the weeping hollow” met zijn zwoele melodieuze gitaarpatronen en repetitieve karakter mijn persoonlijke favoriet. In het als intermezzo bedoelde “Létrontás” blijven de screams achterwege en neemt een in het Hongaars uitgevoerde parlando het over. Wanneer ook strijkers zich komen moeien, baden we plots – tevens door het erg trage tempo – droeftoeterig in doomregionen. Vijf minuten is echter wat te veel van het goede, zeker aangezien ik geen jota versta van wat er gezegd wordt. Het contrast met “Drowning of the final intellect” kan haast niet groter zijn, want hierin laat de drummer horen wel over een héél snel paar voeten te beschikken. De blastbeats scheuren aan een rotvaart voorbij en de dubbele basdrums gaan in overdrive. Op een bepaald moment lijkt een drumcomputer het haast even te moeten overnemen daar het interval tussen de verschillende basdrumaanslagen miniem is en dat het onmenselijk moet zijn om dit in te spelen. Na deze brok agressie valt het dromerige “The archives” in eerste instantie wat te luchtig en zeemzoet uit, maar gelukkig steken de muzikanten halfweg een handvol hete pepers in de reet waardoor het terug genieten wordt van het spanningsveld tussen mooie postrockpartijen en verscheurende blackmetalagressie. Tegen dat we bij de acht en een halve minuut durende afsluiter beland zijn, is het recept wel duidelijk, ook al zet “Asphyxia” qua sfeermaker meer op clean gitaargetokkel dan op explosieve postrock in. “Garabontzia” klinkt zeker niet verkeerd en er passeren best wel wat pakkende momenten, maar als geheel lijdt de plaat wat aan een gebrek aan variatie. Liefhebbers van bands als Cepheide of Paramnesia moeten dit Hænesy zeker een kans geven.

JOKKE: 76/100

Hænesy – Garabontzia (Purity Through Fire 2021)
1. Fate of the depth
2. Sinking deep for a hidden God
3. Path to the weeping hollow
4. Létrontás
5. Drowning of the final intellect
6. The archives
7. Asphyxia

Udånde – Life of a purgist

Even had ik schrik dat mijn laptop ging flippen op de tracklist van “Life of a purgist“, maar dat bleek ongegrond te zijn. In elk geval intrigerende songtitels die het Deense Udånde voor de zeven songs op dit debuut bedacht. De bandnaam betekent zoveel als “(zijn laatste adem) uitblazen”, dan heb je meteen een idee van de thematische insteek van Udånde. De main man achter deze band is de heer Rasmus Ejlersen die ook als live-bassist voor het geweldige Afsky actief is. Udånde is zijn soloproject maar naast het componeren van de muziek, het schrijven van teksten en het inspelen van de bas-en gitaarpartijen, liet hij zich voor het zang- en drumdepartement door twee sessiemuzikanten bijstaan. De vocalen komen uit de strot van zijn landgenoot Lars Johansson (Abscission en Defilementory) en voor de drumpartijen werd beroep gedaan op de Slovaak Miro Raučina (o.a. Abortion). Ook het – overigens geweldige – cover artwork is van de hand van een Slovaak, de voor mij onbekende Peter Polach. Zoals de bandnamen van de huurlingen doen vermoeden, zijn deze acts eerder in het deathmetalgenre actief. Op Udånde echter kunnen we ontegensprekelijk een atmosferische postblackmetal post-it kleven. De gierende en beklijvende tremolo’s en uitwaaierende postmetal gitaarlandschappen zijn in overvloed aanwezig en tillen de gure blackmetalbasis naar ongekende hoogtes. Het ene na het andere emotionele hoogtepunt komt – in lijn met de vulkaan op de cover – tot een eruptie. “🜄” is hier misschien wel het meest adembenemende voorbeeld van. Je moet niet vrezen dat Udånde te melig klinkt, dat maken nummers als het heftige “🜁” en “🜃“, waarin de vocalen wat meer naar deathmetalregionen neigen, meer dan duidelijk. Deze songs laten horen dat er voldoende woede en agressie in Rasmus zijn composities schuilgaan. Kabbelende, rustige intermezzi zijn er – op de intro van “Epilogue” na – niet echt. De piek- en dal dynamiek blijft met andere woorden achterwege. De basis is bijna volcontinu stevig te noemen waarbij de postmetalleads voor extra crescendo’s zorgen. Ook ellenlang uitgerokken ingetogen passages vallen er niet te bespeuren. Alle zeven nummers klokken dan ook mooi tussen de vijf en zes minuten speeltijd af. Liefhebbers van het genre zullen ongetwijfeld niet onberoerd door “Life of a purgist” achterblijven. De plaat was in een mum van tijd uitverkocht – ook ik viste achter de mazen van het net – maar niet getreurd want een repress is voor later op het jaar gepland. Imposant debuut!

JOKKE: 85/100

Udånde – Life of a purgist (Vendetta Records 2021)
1. +
2. Prologue
3. 🜂
4. 🜄
5. 🜁
6. 🜃
7. Epilogue