interviews

Enthroned – Het evenwicht tussen wat je wel en niet ziet

Begin jaren ’90 stond de zwartgeblakerde horde van Enthroned, samen met een band als Ancient Rites, mee aan de wieg van onze vaderlandse black metal-scene. Platen als “Prophecies of pagan fire” en “Towards the skullthrone of Satan” staan in het Belgisch collectief black metal-geheugen gegrift. In 2006 verlieten zanger/bassist Sabathan en zijn markante strot de band en nam gitarist Nornagest de rol van frontman over. De platen die “Enthroned 2.0” nadien uitbracht, lieten een gestage evolutie horen naar een meer divers en atmosferisch geluid dat middels de elfde langspeler “Cold black suns” een voorlopig hoogtepunt bereikt. Gitarist Neraath, die ondertussen al bijna twintig jaar in de band meedraait, voorzag ons van meer inkijk in het Enthroned-universum. (JOKKE)

The English version of this interview can be read here.

(c) David Fitt

Neraath, er ligt een gat van vijf jaar tussen “Sovereigns” en het nieuwe “Cold black suns“, wat vrij lang is naar Enthroned-normen. Waarom duurde het zo lang om met een nieuwe plaat voor de dag te komen?
Het nam deze keer inderdaad allemaal meer tijd in beslag dan verwacht en hier zijn een paar verklaringen voor. Toen het promotionele werk zoals de tours en concerten in de nasleep van “Sovereigns” erop zaten, besloot ik samen met onze voormalige bassist Phorgath te focussen op onze andere band Emptiness. Al onze creativiteit werd in het lange schrijfproces voor de “Not for music” plaat gestoken. Daarna was er spijtig genoeg een line-up wissel bij Enthroned waarbij we twee bandleden, waaronder Phorgath die heel betrokken was bij het songschrijven en de arrangementen, zagen vertrekken. Op het moment dat de overgebleven leden niet goed wisten hoe het nu verder moest, was er gelukkig drummer Menthor, die in tussentijd ook bezig was met Lvcifyre en Nightbringer, die het initiatief nam om iedereen terug rond de tafel te krijgen met een visie op een nieuwe plaat. We recruteerden daarna twee nieuwe bandleden, tekenden een deal bij Season Of Mist en begonnen te werken aan demo’s met nieuw materiaal. We deden de afgelopen periode verschillende studiosessies, waarna de mix en de mastering en natuurlijk ook de productie en release volgens de agenda van ons label nog de nodige tijd vroegen.

Cold black suns” is de eerste plaat zonder Phorgath, die niet alleen elf jaar lang bassist was van Enthroned maar ook een belangrijke factor was in het schrijfproces. Maakte zijn vertrek het moeilijker voor jou en Nornagest om nieuwe muziek te creëren?
Phorgath droeg veel bij aan de “stijl” die we op de vorige albums aan het ontwikkelen waren en de we kamen regelmatig als band in de studio samen om te componeren. Nu verloopt het schrijfproces anders, maar niet perse moeilijker. De nummers werden nu eerder op een individuele basis geschreven waardoor er vooruitgang geboekt werd inzake arrangementen en dynamiek. De songs werden gecomponeerd door Menthor, Nornagest en mezelf, maar Phorgath had ook nog wel zijn deel in de totstandkoming van de plaat. Naast zijn werk als producer, had hij enkele ideeën aangaande zangarrangementen om onze sonische trip nog een extra push te geven.

Line-up wissels zijn geen nieuw gegeven voor Enthroned. Jullie nieuwe gitarist Shagãl heeft de Argentijnse nationaliteit en Menthor komt uit Portugal. Hoe kwam deze internationale line-up tot stand? Is het voor Enthroned moeilijk geworden om geschikte muzikanten in eigen land te vinden?
Shagãl woont al jaren in België en hielp ons de laatste twee jaar ook al uit de brand als sessiegitarist. Toen we op zoek moesten naar een nieuwe gitarist, bleek hij erg gemotiveerd en hij kende natuurlijk ook onze manier van werken al. Menthor is inderdaad Portugees maar woont momenteel in Londen, wat het op logistiek vlak gemakkelijker maakt als we moeten samen komen om op te treden. We leerden hem enkele jaren geleden kennen toen hij in onze studio (Blackout Studio in Brussel) aan het opnemen was met de band Corpus Christii. We waren erg onder de indruk van zijn drumtechniek en konden het ook goed met elkaar vinden. Toen onze vorige drummer Garghuf besloot om extreme muziek achter zich te laten en zich te focussen op meer synthetische en experimentele genres, hesen we Menthor aan boord. Sindsdien werd hij een erg goede vriend van mij. Onze nieuwe bassist Norgaath is wel een Belg en komt uit West-Vlaanderen.

Enthroned is een band met sterke occulte en satanische standpunten. Is de visie op religie en occultisme bij de zoektocht naar nieuwe muzikanten even belangrijk als de muzikale visie?
Om eerlijk te zijn, delen niet alle bandleden dezelfde kijk op spiritualiteit, filosofie en het occulte. Enkele leden hebben interesse in de obscuriteiten van de esoterische wetenschappen, maar uiteindelijk komen we samen om muziek te schrijven en geen essays. Aan de oppervlakte is er natuurlijk wel een gemeenschappelijk aantrekking voor deze onderwerpen, maar de weinige keren dat we allemaal samen komen, draait het om repeteren. Wat de muzikale visie van Enthroned betreft, zitten we allemaal op dezelfde lijn, maar daarbuiten heeft iedereen zijn eigen interesses en smaak.

(c) David Fitt

Mag ik zeggen dat jullie nieuwe plaat “Cold black suns” jullie meest experimentele en diverse werk tot op heden is?
Met de term “experimenteel” ben ik het niet echt eens, aangezien de plaat nog steeds vrij conventioneel is voor dit genre van extreme muziek. We worden nog steeds gedreven door het schrijven en spelen van obscure en agressieve muziek, dus deze moet aanleunen bij wie we de dag van vandaag zijn. Onze sound evolueert door nieuwe ervaringen, smaken, persoonlijke input en onze muzikale vaardigheden. Hierdoor is er natuurlijk een groot verschil tussen onze eerste plaat en onze latere albums, wat het resultaat is van een logische en eerlijke evolutie.
Cold black suns” is wel onze meest diverse plaat doordat we het element “atmosfeer” verder wilden uitdiepen en extra lagen wilden toevoegen aan het hele sfeergebeuren. We veranderden van tuning, de drums en ritmische benadering werden verder uitgediept en in de fase van het arrangeren van de muziek, integreerde ik keyboard pads, drones en ambientgitaren in de mix. Enkele nummers hebben een eerder instrumentale aanpak in plaats van duidelijke songstructuren. Deze details op de achtergrond doen alle elementen samenkomen en dragen bij aan de identiteit van de plaat en haar concept.

Nummers zoals “Silent redemption” en “Son of man” lijken inderdaad meer om atmosfeer dan om agressie te draaien. Was het een bewuste keuze om deze nieuwe muzikale paden te bewandelen of was dit de muziek die spontaan ontstond tijdens het schrijven?
Zodra we met het schrijfproces van start gingen, werden Menthor en ikzelf gedreven door de idee om de plaat op te bouwen aan de hand van meer verwrongen en dissonante gitaar licks en een andere benadering qua sound en composities waarbij er een clash plaatsvindt tussen intense snelle stukken en atmosferische, doch catchy partijen. Ik heb al dikwijls gehoord dat deze sinistere tonen typisch zijn voor de muziek die ik schrijf; deze ontstaan dus op een natuurlijke manier tijdens het componeren. Zoals reeds eerder aangegeven, gebeurde het schrijfproces nu eerder op individuele basis en wat mij betreft heb ik de neiging om atmosfeer te laten overheersen over riffs. Ik hou van bepaalde akkoorden en notenprogressies en ik heb een voorliefde voor enkele reverb-pedalen en een bepaalde gear set-up.

Een nummer als “Aghoria” springt er met haar mantra-achtige gezangen echt bovenuit. Wat is het verhaal achter deze song?
Aghoria” was één van de eerste nummers die we schreven naar aanleiding van deze plaat. Nornagest en Menthor hadden dit idee van een song met een ritualistische aanpak en een tranceachtige eenvoud; heel repetitief en met een verwijzing naar een kleine groep van hindi sadhus (ascetische personen, monniken of religieuze personen in het hindoeïsme; Addergebroed) genaamd Aghori. De teksten en het concept van “Cold black suns” draaien om verschillende culturen waardoor het interessant was om een nummer op te dragen aan deze toegewijden aan Shiva. Ze hebben een heel ongewone levensstijl, zoek maar op. De mantra die je hoort betekent “ik ben blij te kunnen claimen dat ik niet in staat ben geweest mezelf te bewijzen“. Bovenop het originele idee van ritmische en basic drums, ontwikkelde ik enkele keyboardlagen, samples en effecten. Enkele bandleden zongen de mantra en de lage vocalen in, die typisch zijn voor landen in het Verre Oosten.

Oneiros” doet me ook wel wat oosters aan hoewel de songtitel verwijst naar de Griekse mythologie. Waar gaat dit nummer over?
Dit is waarschijnlijk mijn persoonlijke favoriet op de nieuwe plaat doordat we veel met dynamiek en emoties spelen. “Oneiros” is de personificatie van dromen. Om een beter inzicht te krijgen in de teksten, moet ik je doorverwijzen naar Homerus, die beweerde dat dromen ronddwalen op de donkere kust van het westerse Oceanus. Bedrieglijke dromen passeren door een ivoren poort – een beschrijving die in het rooms-katholicisme wordt toegekend aan de poorten naar de hemel, het koninkrijk van Jahweh – terwijl de echte dromen ontstaan uit een poort gemaakt van zwarte hoorns. Deze dromen leiden soms tot een sadistische vorm van opwinding wat de oude-Grieken bestempelden als “Charoumenos Oneiros“.

Alle details zoals koorzangen, samples en extra laagjes maken van “Cold black suns” een interessante luistertrip. Na meerdere luisterbeurten blijf je nog steeds nieuwe elementen ontdekken. Is het van meet af aan duidelijk met welke “speciale ingrediënten” jullie aan de slag willen gaan om een nummer te bouwen of worden deze pas als finishing touch toegevoegd wanneer de nummers in hun finale vorm geraken?
Voor deze plaat maakten al deze details deel uit van het compositorisch gegeven. Ik vertrok vanuit basisideeën – het begrijpen van een ritme of riff – en beleefde daarna veel plezier aan het uitwerken en integreren van elementen zoals cleane gitaren en keyboards. De koorzangen kwamen pas later tijdens de laatste zangsessies in de studio en helemaal op het einde werden nog enkele samples toegevoegd toen de mix en de balans duidelijk waren.

Het prachtige a-typische Enthroned cover artwork is eveneens van jouw hand. Het beeld is tamelijk abstract, maar het zou natuurlijk niet Enthroned zijn als er geen details en verwijzingen naar de teksten en het concept van de plaat zouden zijn. De slangachtige figuur doet me wat denken aan een ouroboros. Welke betekenissen gaan er schuil achter het artwork?
Bedankt voor het compliment! Er is inderdaad een relatie tussen de muziek en de albumtitel. De woorden “cold” en “black” zetten me deze keer aan tot het creëren van meer minimalistisch artwork. Ik drong aan op het weglaten van ons logo op de cover zodat de abstractie bleef en er geen directe link is naar een groep muzikanten, een poging om een soort van inhumaan gevoel te creëren. Het woord “suns” leidde tot een beeld met een kosmische referentie. Ik wou een verbinding afbeelden tussen de macroscopische dimensie van de universele ruimte en de microkosmos waaruit de mens op cellulair niveau is gebouwd. Er zijn twee belangrijke bollen in het ontwerp, waarbij de ene voor zijn tegenovergestelde staat, als een directe verwijzing naar materie en anti-materie. De moderne wetenschappen zijn nog steeds op zoek naar een verklaring voor het feit dat het ene het tegenovergestelde overheerste en erin slaagde om het allesomvattende te worden dat we observeren en ervaren in het dagelijks leven.
Deze twee bollen bevatten binnenin drie punten, wat opnieuw verwijst naar een universeel principe. Er zijn drie begrijpbare werelden die volgens een bepaalde hiërarchische analogie met mekaar corresponderen: de fysische wereld, de spirituele of metafysische wereld en de goddelijke wereld.
Tenslotte, zoals je inderdaad opmerkte, roept de visuele referentie naar de slang de traditie van de ouroboros op, dewelke in zijn echte cirkelvormige voorstelling, de totaliteit van het universum voorstelt. Middels haar skeletachtige vorm wordt de balans tussen leven en dood, materie en anti-materie, voorgesteld. Kortom, het artwork visualiseert een evenwicht tussen wat we wel en niet zien.
Ik beleefde veel plezier aan het creëren van het artwork. Samen met Menthor schilderde ik een grote zwarte box waarin de voornaamste bol werd geplaatst. Nadien nam ik enkele foto’s, gebruikte ik verfsprays en chemicaliën en werkte het ontwerp af op de computer. Er waren verschillende versies van de cover, maar de band besloot voor dit ontwerp te gaan.

Je maakt bijna twintig jaar deel uit van Enthroned, enkel zanger Nornagest heeft een langere staat van dienst. Wat beschouw je de hoogte- en laagtepunten van jullie muzikale carrière?
Het hoogtepunt is waarschijnlijk het feit dat de band al zo lang meegaat en we nog steeds de motivatie vinden om nieuwe platen te schrijven en natuurlijk is het verschijnen van elk album een hoogtepunt op zichzelf. De vele line-up wissels en problemen die daarmee gepaard gaan, vormen de keerzijde van de medaille.

Welke persoonlijke lessen trek je uit je carrière met Enthroned? Hoe beïnvloedde de band je privéleven en omgekeerd?
Mijn lange tijd bij Enthroned, gaf me de kans om een groot stuk van de wereld te zien en de atmosfeer in verschillende landen op te snuiven. Dit draagt erg veel bij op persoonlijk vlak doordat je je meer bewust wordt van de wereld waar we in leven. Er is natuurlijk niet heel veel ruimte om de toerist uit te hangen, en je blijft veelal in hetzelfde circuit hangen, maar door niet altijd de fancy places te bezoeken, krijg je een betere kijk op de authentieke manier van leven.
Wat de band zelf betreft, zijn er goede en moeilijke momenten. Dat is onlosmakelijk verbonden met het werken in een team. Zelfs wanneer je je trots voelt bij het uiteindelijke resultaat van iets, moet je compromissen sluiten, ook op emotioneel vlak. Het bandleven vergt ook een grote persoonlijke en materiële investering, en het is zonde dat deze scene zo ondergronds is in België. Onze stijl is natuurlijk geen spek voor ieders bek, maar er is zo goed als geen ondersteuning van hogere culturele instituties waardoor alles erg DIY is. De scene groeide sterk sinds de jaren ’90, maar toch voelt het alsof alles nog steeds hetzelfde is en het potentieel op lokaal niveau niet ten volle tot uiting kan komen.

(c) Leslie VDM

Komend weekend staat jullie releaseshow op Throne Fest in Kuurne gepland. Wat mogen we verwachten van deze voorlopig enige show op Belgische bodem?
We zullen een nieuwe set spelen met enkele songs van “Cold black suns” en de drie voorgaande platen. We zijn hier met enkele nieuwe technische crewleden volop aan bezig. Zoals gewoonlijk, zullen het enkel onszelf en onze instrumenten zijn, waarbij we een intense en authentieke presentatie willen neerzetten. Geen fancy podiumaankleding, enkel de band.

Ik heb soms de idee dat Enthroned populairder is buiten België en dan vooral in Zuid-Amerika waar jullie regelmatig tourden in het verleden. Hoe vergelijk je een Belgisch of Europees publiek met een Zuid-Amerikaans?
In elk geval gaat het er ginderachter meer intens en gek aan toe dan hier. Misschien komt dit door het feit dat sociaal geweld in veel Latijns-Amerikaanse landen voor een stuk deel uitmaakt van het dagelijks leven en daardoor een onzichtbare invloed uitoefent op het menselijk gedrag. Paradoxaal genoeg, zijn deze mensen erg vriendelijk en gastvrij, ietwat onbezorgd ook, maar als er een band speelt, observeer je een sterkere toewijding en appreciatie van de muziek. Ik denk dan aan landen zoals El Salvador, Ecuador, Guatemala, Bolivië, … Ik moet je niet vertellen dat onze muziek, vergeleken met de mainstream, gewelddadig en somber klinkt en het gebeurt soms dat dit ontspoort in het publiek. Zo waren we tijdens de laatste tour getuige van enkele steekpartijen en moesten we de zaal na het concert snel verlaten omdat de zaken een onaangename wending namen. Enkele dagen later was er een kleine riot toen de openingsband aan het spelen was. Ik denk dat dergelijke zaken veel voorkomen in deze landen.

Ex-Enthroned zanger en bassist Sabathan besloot vorig jaar om onder eigen naam Enthroned-klassiekers van de eerste twee platen en de EP te gaan spelen. Wat is jouw mening hierover en heb je nog contact met Sabathan?
Ik spreek hem van tijd tot tijd nog wel eens. We besloten in onze set te focussen op recenter materiaal dat nu meer representatief is voor Enthroned. Mensen die de “oude-Enthroned” verkiezen kunnen inderdaad naar Sabathan gaan zien. Zijn bezigheden gingen natuurlijk niet onopgemerkt voorbij binnen de band en de meningen erover lopen uiteen, maar persoonlijk ben ik hier niet tegen aangezien hij veel nummers van onze oudere platen schreef en hij ze met dezelfde passie en overgave speelt als in de begindagen. Er zijn veel nostalgische zielen in de metalscene en er is een trend voor revival. Je kan het mensen natuurlijk niet kwalijk nemen om een leuke tijd te hebben tijdens een concert.

Ik zou het tenslotte nog even willen hebben over Of Blood And Mercury, de darkpop band die je samen met je partner Michelle Nocon hebt. Wat mogen we verwachten na de veelbelovende debuut EP “Strangers“?
Michelle en ik zijn het album aan het afronden en verwachten de plaat binnen enkele maanden te kunnen releasen. Meer info volgt wanneer de tijd rijp is. Momenteel zijn we op zoek naar opportuniteiten om met deze nieuwe band live te spelen. We willen hier echt het beste van maken. De stijl die we met Of Blood And Mercury spelen, is totaal anders dan wat we alle jaren ervoor deden, maar we doen dit met hart en ziel en halen hier ook veel plezier en voldoening uit. De rest van de band bestaat uit drummer Jonas Sanders, gekend van zijn werk met Pro-Pain en Emptiness en de getalenteerde keyboardspeler David Alexandre Parquier die ook met zijn eigen darkwave project Luminance platen uitbrengt. Michelle en ik hebben lang aan dit project gewerkt en nu komt het eindelijk tot leven.

Āter – Kaart de rottigheid van de maatschappij aan

Zo’n luttele 23 jaar na haar oprichting komt Āter in de vorm van de “Vullighied” EP met een eerste teken van leven naar buiten. Recent kwam alles voor Wesley Beernaert, oprichter en bezieler van de band, in een stroomversnelling terecht waardoor we de komende tijd nog veel van Āter zullen horen. Wesley gaf ons meer inzicht in het verleden, heden en toekomst van zijn band en we polsten ook naar zijn professionele bezigheden met Vokillz for Hire. (JOKKE)

Dag Wesley! Laten we het eerste eens over de bandnaam hebben. Er lopen/liepen wel meerdere bands met dezelfde naam rond, maar in jouw geval staat er een accent op de beginletter. Hoe dienen we de bandnaam juist uit te spreken en wat is de betekenis ervan?
Het accent dient enkel om aan te geven dat de uitspraak een “lange A” betreft. In het originele Latijn werd dit niet gedaan, maar zodra de taal werd uitgevoerd in verschillende geschreven boeken werden deze “accenten” gemaakt als aanduiding om de bedoelde uitspraak voor iedereen duidelijk te maken. De correcte uitspraak is dus zoals je het leest, maar met een lange A in plaats van een korte. Het is dus eigenlijk de officiële schrijfwijze zodra men Latijn begon te introduceren aan de wereld. Streep = lange klank, geen streep = korte klank. De “a” zonder streep kan bv. als een korte “eu” klinken zoals het einde van “idea”.
Er zijn verschillende betekenissen afhankelijk van hoe het woord gebruikt wordt: in accusatief, datief, genitief, enz. Afhankelijk van de naamvallen kan het woord betekenen: zwart, kwaadaardig, zwarte inkt, het zwart maken van iets, zwartgallig, luguber, kwaadwillig, … Er zijn nog hopen synoniemen en afgeleiden. Het hangt allemaal af van de context maar ze leunen vrijwel altijd bij het sinistere aan.

Āter werd meer dan twintig jaar geleden opgericht, maar nu komt er pas een eerste release uit. Dat vraagt om een woordje uitleg.
Ik had de muzikale microbe al vrij vroeg te pakken. Ik kocht mijn eerste gitaar op mijn twaalfde na lang zang en piano gestudeerd te hebben. Ik begon te schrijven en voor ik het wist had ik nummers klaar die ik verder afwerkte met de hulp van andere muzikanten die ik op festivals en in jeugdhuizen leerde kennen.
Ik ging verder door met schrijven maar dat bleek traag en moeizaam te verlopen door verschil in maturiteit met de andere bandleden. Ik was op m’n dertiende of zelfs veertiende misschien nog niet matuur genoeg (of zelfs eerder naïef in m’n doelstellingen), maar ik bleef ermee doorgaan terwijl de anderen niet konden volgen met de werklust die ik had, of de druk niet aankonden. Dus bleef ik solo verder doen.
Ik kreeg enkele aanbiedingen van redelijk goeie bands om zang voor te doen, wat de start was van mijn eigenlijke carrière (als je het zo mag noemen). Mijn rol in bands werd steeds meer en meer duidelijk. Terwijl de groepen deden waar zij goed in waren (muziek schrijven en het samenspel verzorgen) ging ik aan de slag met marketing, promotie, het verkrijgen van package deals, enz… Daar hield ik me uren en dagen mee bezig, meestal met goed resultaat, wat me alleen maar verder motiveerde.
De band zag dat het goed was, dus ik bleef verder doen en nam uiteindelijk ook de boekhouding, merch, financiën, onderhandelingen, tour-organisatie, gig-hunting en dergelijke als extra erbij. Bijna een fulltime job die ik zowel van thuis uit deed als tijdens bandmeetings besprak. Teksten en zanglijnen kwamen er toch maar als ik afgewerkte nummers kreeg. Het nadeel was dat er weinig vrije tijd over bleef om nog aan Āter verder te werken.

Op basis van de andere bands of projecten waaraan je gelinkt bent, had ik deze vorm van vuile, oude black metal niet echt verwacht. Zijn de gevoelens of boodschap die je middels Āter wilt brengen enigszins veranderd ten opzichte van het moment waarop je als tiener besloot de band op te richten?
Nee hoor, de muziek die ik toen maakte blijft zowat hetgeen ik ben blijven maken. Ik heb gewoon de draad terug opgepikt.

Vullighied” werd in een 1.000-jaar oud Vlaams dialect ingezongen. Hoe ben je op dit idee gekomen en hoe verliep het schrijven van de teksten? Heb je hiervoor in oude boeken liggen snuisteren of werd je bijgestaan door iemand die dit – bijna uitgestorven – dialect nog machtig is?
Ik ben dit dialect zelf machtig en het meeste van het lyrische concept komt vanuit m’n eigen rotte brein, natuurlijk ook wel gesteund door de gigantische hoeveelheid aan literatuur en filosofie die ik doorheen de jaren gretig heb opgeslorpt.

Er loopt blijkbaar een rode draad door de vier songs van de EP. Kan je ons hier meer inzicht in verschaffen? 
Dat heb je goed gezien. Het doel van het lyrische concept is een beetje de rottigheid of de “vullighied” (vuiligheid/filth) van de maatschappij naar voren te brengen, hoe het volk tegenover elkaar staat en hoe misconcepties worden verwezenlijkt. De uitleg van elk nummer staat in het CD-boekje dus het lijkt me nutteloos hier een volledige pagina aan te wijden, maar ik probeer het erg kort te houden:
De hoer“: Een verhaal van een moeder die geen hoer wil zijn maar toch elke dag met etterende wonden moet rondlopen en enorme pijnen moet verdragen aangezien haar “klanten” zich er niet van bewust lijken te zijn dat ze ook een mens is. Ze denken dat ze die vrouw zomaar mogen misbruiken omdat ze ervoor betalen en aangezien zij haar lichaam aanbiedt ter betaling, zien zij dat lichaam als hun eigendom waarmee ze mogen doen wat ze willen. De hoer wil eruit, ermee stoppen, maar haar kinderen moeten eten hebben, en daardoor laat ze zich elke dag opnieuw willens nillens verkrachten.
Strontroaper“: Het verhaal over degene die de straten schoon houdt en daarvoor uitgelachen en bespot wordt door de rijkere elite, beschimpt, vernederd…. terwijl hij eigenlijk de meest nobele job doet, namelijk jouw schoenen proper houden.
Vorvadern“: Een nummer over het eeuwige conflict tussen Vlaanderen en Wallonië/Frankrijk – al zij het dan in koude vorm – dat tot op vandaag nog steeds voelbaar is. Hun haat naar elkaar toe wordt erin beschreven.
Valkennacht“: Een traditie waarbij vriend en vijand tot inzicht komen en zich focussen op wat het meest belangrijk is, namelijk hun gewassen en kroppen zodat iedereen eten heeft. Ze eren wat de grond hen biedt en vieren samen als één volk aan tafel door zich murw te drinken, als een varken te eten gewoon plezier te hebben.

In de vorm van “Diatomacious ooze” heb je een – op zijn minst gezegd – heel vreemd bonusnummer toegevoegd waarvan ik absoluut de reden niet begrijp. Deze song wijkt op alle vlakken (sound, stijl, sfeer, …) af van de eerste vier nummers en is voor mij een serieuze afknapper. Wat is het verhaal achter dit nummer?
Ik kan er heel goed inkomen dat het moeilijk te begrijpen is waarom ik zo’n stijlbreuk na het old-school geweld op deze EP zou plaatsen maar het antwoord is eigenlijk vrij simpel: ik hou van dat nummer. Het werd ooit geschreven als vocal-portfolio om verschillende stijlen van m’n vocal range te benadrukken en werd gebruikt als reclamestuk voor Vokillz For Hire, maar daarnaast vond ik het goed geschreven. Het is vrij uniek, toont iets van een Cthulhu-esque madness sfeertje, hysterische vocals, hoge screams, lage grunts, belt-style tussenin en het klopt nog met de geschifte keys ook.
Het is een love it or hate it song. Jouw reactie krijg ik vaak ook omgekeerd: “die eerste 4 nummers zijn echt m’n ding niet, maar met dat laatste moet je verder doen man.”

Ik hoop eerlijk gezegd niet dat dit een voorbode is van wat we in de toekomst nog mogen verwachten.
Nu we een band zijn ben ik geen alleenheerser meer. Dit nummer was een experiment en ik geloof niet dat we die stijl gaan uitgaan. We gaan in tegenstelling veel meer in het old school-genre blijven met nóg meer melodie. De EP werd met 1 gitaar geschreven en ingespeeld. Met de toevoeging die nieuwe gitarist Graaf Nevel biedt, wordt het melodieuze aspect nogmaals vermenigvuldigd en de kans bestaat dat we – weliswaar minimaal – orchestratie zullen gebruiken om het melodieuze karakter nog meer in de verf te zetten, al zal het sporadisch zijn en vooral als crescendo na de opbouw dienen.

Momenteel loopt er een kickstarter-project om geld in te zamelen voor de fysieke release van “Vullighied”. Tevreden over hoe deze loopt?
Het begon erg goed, we zitten nu aan ongeveer 19% van onze goal maar er schieten nog maar een dertigtal dagen meer over dus het ziet ernaar uit dat dit waarschijnlijk niet gehaald wordt. Volgende keer beter. Metal en Kickstarter doen het meestal niet al te goed samen.

In den beginne was Āter een soloproject, maar voor het schrijven van de EP “Vullighied” kreeg je in 2004 de hulp van gitarist Mantorok die zijn identiteit geheim wilt houden. Heb je zelf ook ooit nummers geschreven?
Vast en zeker, zowel in het verleden als in het heden. Daar komen nog releases van uit, al dan niet aangepast aan de nieuwe bezetting, of simpel weg als bonusnummer of als aparte EP. Ze komen er in elk geval aan!

Ondertussen heb je dus een volledige line-up weten te verzamelen. Wie maakt er nu deel uit van het Āter-kamp?
Wesley Beernaert : Vocals en schrijvend lid, drummer Jerry Winkelmans (Ithilien, Ex-Achyronthia), gitarist Luca Viperini (Anwynn), bassist Brecht Debrouwere (Repossessed, Ex-Ethernal Breath, organisator van Metal Against Child Cancer of M.A.C.C.) en gitarist/orchestrator Graaf Nevel (Gotmoor).

Welke concrete plannen mogen we dit jaar nog van Āter verwachten
Een videoclip en nieuw materiaal. We zijn getekend door een vrij “ok tot medium-groot” label en zullen binnenkort met de EP (zij het dan wel met extra songs) in de rekken liggen.

Onder de naam Vokillz for Hire kunnen bands jou inhuren als (gast)zanger. In het geval van bijvoorbeeld een sessiedrummer, snap ik dat hier veel vraag naar is, maar hoe zit het als zanger?
Toen ik ermee startte duurde het geen twee weken of ik had een wachtlijst van zes tot acht maanden. Toen heb ik enkele rookie mistakes gemaakt en teveel hooi op m’n vork genomen en vele fouten gemaakt waarbij afgesproken deadlines gewoon niet gehaald werden, enkele klanten verloren gingen, maar gelukkig ook veel gewonnen en enkele brokken kunnen lijmen. Er is dus wel degelijk heel veel vraag naar. Ik probeer dan ook op verschillende fora actief te zijn en heb vooral succes bij solomuzikanten die al enige jaren veel releases uitbrengen.

Aan welke projecten heb je zoal je medewerking verleend?
Dat is een simpele vraag met een complex antwoord. Ik werk op twee manieren: soms kan ik kiezen, soms niet. Als ik via royalties werk, moet ik gecrediteerd worden en is dit in principe een bron van inkomsten. Vaker doe ik het gewoon voor een vaste prijs, dan kiest de band zelf of ze mij crediteren of niet.
Veel valt ook onder het beroepsgeheim omdat ik soms (met onwetendheid van de eigenlijke zanger) even zijn plaats inneem of dat voor bepaalde partijen doe. Zelf voel ik me daar niet goed bij want zo’n zaken kunnen pijnlijk zijn en ik hou van eerlijke communicatie. Bijgevolg hou ik dan ook m’n mond wat dit betreft…Buiten de bands die ervoor kiezen m’n naam in de credits te zetten (September Syn, Fabulae Dramatis, etc.) hou ik het professioneel en hou ik me ook aan discretie tenzij de band anders vraagt… maar wees gerust, ik ben op dit moment ook weer met drie andere projecten bezig.
Ik moet er helaas heel veel afslaan en heb ongeveer 2/3 van de wachtlijst on hold gezet omdat het simpelweg niet mogelijk is die gigantische hoeveelheid te combineren met m’n privé-/gezinsleven, m’n band, job en andere hobby’s zoals karate die ik religieus met stiptheid en discipline behandel.

Als sessiemuzikant breng je de muziek die iemand anders geschreven heeft, maar als zanger moet je je toch ook kunnen vereenzelvigen met de boodschap, thematiek of teksten van een band die je inhuurt. Heb je om deze reden al projecten afgeslagen?
Op zich dien ik me professioneel te houden. Het gaat er mij meer om of m’n stem past bij wat zij proberen te verwezenlijken en hoe correct ze zijn in het zakendoen. Vele van m’n taken doe ik uit liefde voor muziek. En ik doe het vooral om m’n eigen solo-project (nu een band) te bekostigen. Zoals eerder gezegd staat mijn naam niet altijd op de opnames dus wat mij betreft is het soms ook pure business.

Naast muziek kan men je ook inhuren voor voice acting in films en documentaires. Wat is het laatste project waaraan je hebt meegewerkt
Een documentaire waarbij ik voice acting dien te voorzien. Een volgend project zou het dubben van verschillende acteurs zijn.

Naast het runnen van een studio ben je tenslotte ook actief als stage coach waarbij je tips en advies geeft over stage presence en contact maken met je publiek. Voor mij persoonlijk is Wraath/Luctus van One Tail One Head en Darvaza de beste frontman die er momenteel rondloopt in het black metal-wereldje. Wie zijn jouw voorbeelden op gebied van stage presence en interactie met het publiek?
Dat is een moeilijke. Ik luister altijd meer naar de muziek en de strakheid van de live performance dan dat ik ernaar kijk, maar als ik er toch enkele moet noemen dan vind ik Hoest (Taake), Ihsahn (Emperor), Nergal (Behemoth), King Diamond (ab-so-fucking-lutely!!! Alles van performance over live vocals, zijn “acting”,… zijn een voorbeeld voor velen! ) en last but not least: ons eigenste Belgisch/Limburgse Insanity Reigns Surpreme. Die mensen hebben wat mij betreft sfeer, performance en show-elementen/attributen perfect weten te gebruiken en naar voor te brengen.

Verwoed – De eeuwige zoektocht naar waarheid en spirituele bevrijding

We hebben er lang op moeten wachten, maar na de veelbelovende EP “Bodemloos” uit 2016 is er nu eindelijk een langspeler van Verwoed, één van de vaandeldragers van de NLBM-scene. Ik liep Verwoed mastermind Erik op Roadburn tegen het lijf en hij was ontzettend blij dat “De val” nu eindelijk op de mensheid losgelaten kan worden. Er is in tussentijd zelfs al nieuwe muziek geschreven. Maar eerst hebben we het met de gepassioneerde multi-instrumentalist nog even over die nieuwe plaat die onze verwachtingen overtrof en ongetwijfeld erg hoog in onze jaarlijst zal eindigen. (JOKKE)

(c) Jostijn Ligtvoet

Dag Erik!We spraken elkaar de vorige keer in oktober 2016 naar aanleiding van de release van Verwoed’s debuut EP “Bodemloos”. Ben je tevreden over hoe deze release onthaald werd en de shows die in de nasleep ervan volgden?
Hoi Johan. Jazeker. “Bodemloos” werd erg goed onthaald, onder anderen door jullie, en heeft ervoor gezorgd dat we een aantal goede live performances hebben kunnen doen in Nederland en Duitsland; live optredens die de groei van Verwoed enkel ten goede zijn gekomen.

Ik zag je driemaal aan het werk met Verwoed en telkens lijkt het alsof je je op het podium van de rest van de wereld afsluit om zo volledig in de muziek en je performance op te gaan. Wat gaat er de laatste minuten in je om alvorens de bühne te betreden en hoe beleef je de performance an sich?
Hoe ik op het podium ben, is een voortzetting van de uren die opbouwen voorafgaand aan het optreden. Een combinatie van spanning, focus, angst, verrukking… Een onbeschrijfelijk en compleet gevoel dat eerlijk gezegd met geen enkel ander gevoel te evenaren valt. Ik begeef me op een terrein waar alles kan en mág gebeuren. Zodra we daar staan, komt telkens het besef dat dit niet alleen meer van mij, maar van iedereen is. Ik zou het niet zozeer een ‘performance’ noemen, zoals jij dat doet, omdat dat impliceert dat er van tevoren is nagedacht over bepaalde gedragingen op het podium. Ik laat me volledig bezinnen in het moment en ga erin op. Ik ben mezelf niet meer. Er is geen sprake meer van ego en er is geen sprake meer van mij als persoon.

Voor live shows heb je je met talrijke muzikanten weten te omringen waarbij sommigen hun rol verder gaat dan louter het oppakken van hun instrument voor een concert. Gitarist Michael Bertoldini is tevens labelbaas bij Argento Records die je releases uitbrengen en bassist JB van der Wal zat voor de tweede keer achter de knoppen voor de opnames. Beschouw je de live-muzikanten louter als sessielid of sta je ervoor open dat ze ook actief mee deelnemen aan het schrijfproces of dat ze als klankbord voor nieuwe nummers fungeren?
Vooropstellend is het creatieve proces nog steeds van mij. Dit neemt echter niet weg dat de groei en ontwikkeling die Verwoed de afgelopen jaren, van studioproject naar een volwaardige live band, heeft meegemaakt en de optredens die we hebben gedaan, een aanzienlijke doch subtiele invloed hebben gehad op de manier waarop er gewerkt wordt. De muzikanten die Verwoed op het podium vertegenwoordigen hebben een al dan niet onbewuste invloed op de muziek.

De titels “Bodemloos” en “De val” lijken onlosmakelijk met mekaar verbonden te zijn, een vermoeden dat ook versterkt wordt door opnieuw voor het abstracte artwork van Terzij de Horde’s Joost Vervoort te kiezen. Zijn beide releases thematisch met mekaar verbonden?
Zeker, maar niet bewust. Thematisch gezien spreken beide platen volgens mij voor zich en spreken ze boekdelen.

Het artwork intrigeert me enorm en het lijkt wel alsof er ondanks haar abstracte vorm een link met de songtitels terug te vinden is. De twee blauwe lichtbundels kunnen als watervallen in een helrode grot geïnterpreteerd worden (“De val”). Er valt ook wel iets van een slangenkop in het ontwerp te bespeuren (“Vergif”). Je kan de twee lichtbronnen ook als ogen beschouwen (“Het bedriegende oog”) of als licht op zichzelf (“Verder van het licht”). Wat symboliseert het ontwerp voor jou? 
Joost heeft zichzelf wederom enorm overtroffen… Wat hij hier heeft gecreëerd is prachtig, treffend en volledig zijn interpretatie van “De val“. Het schilderij symboliseert voor mij alles waar Verwoed voor staat. Laat het voor zich spreken.

De dood is heel aanwezig in Verwoed’s teksten. Zo bevat het nummer “Vergif” o.a. de tekstregels “In Death lies salvation and in Death we shall be / Liberation! Salvation!” Ik heb het voorbije jaar veel nagedacht over de dood, niettemin door mee te leven met Michiel Eikenaar’s harde strijd die spijtig genoeg fataal afgelopen is. Denk je dat jouw beeld en idee van de dood zouden veranderen als je morgen te horen zou krijgen dat je resterende tijd op aarde akelig dicht voor de deur zou staan?
Ongetwijfeld… Het is lastig om hier antwoord op te geven gezien ik niet zozeer in hypotheses geloof en het nut er niet bepaald van inzie — maar door de afgelopen periode in mijn leven, en vooral het overlijden van Michiel, iemand voor wie ik ontzettend veel ontzag heb en gelukkig veel wijsheden mee heb kunnen delen tijdens de weinige, maar zeer krachtige, gesprekken die wij met elkaar hebben gehad, ben ik hier wel meer over gaan na denken.

Een titel als “De kwelling van het bestaan” klinkt heel nihilistisch en levensmoe. Worstel je met het leven en het aardse bestaan?
Hier hebben we het in 2016 kortstondig over gehad en ik vind het interessant dat je deze vraag stelt. Levensmoe: zeker niet. Maar de worsteling en het gevecht met het leven zoals wij het leven en de – zo voelt het nu althans – eeuwige zoektocht naar waarheid en spirituele bevrijding, blijft voor mij altijd een heel echt gegeven; iets wat me dagelijks bezig houdt, dus dit hoor je vanzelfsprekend terug in Verwoed.

De nummers op “De val” liggen in het verlengde van de EP maar beuken iets meer hoewel er – gelukkig – ook nog wel trippy en spacey passages zijn. De nieuwe nummers zijn tevens meer to the point. Was de EP een manier om uit te testen welke richting je op een langspeler zou uitgaan?
Neen. Muziek – of kunst überhaupt – moet volgens mij niet opstaan vanuit de idee een bepaald stuk te schrijven of te maken dat op een bepaalde manier klinkt, althans niet voor mij. De creatie begint vanuit een gevoel of een instinct; een ‘oer-gevoel’ vanuit een voor mij échte plek, waar ratio niet bestaat.

Je contrasteert graag met harmonieën en disharmonieën waarbij de melodieuze passages steeds soelaas lijken te brengen na het desoriënterende black metal-gebeuk. Ga je bewust op zoek naar deze evenwichtsoefening om in balans te zijn? 
Nee. Het schrijfproces gaat überhaupt niet ‘bewust’ en er worden geen ‘bewuste keuzes’ gemaakt.

(c) Paul Verhagen

Hoewel je voor de songtitels voor het Nederlands koos zijn de teksten toch in het Engels geschreven. Vanwaar deze opmerkelijke keuze?
Dit was op “Bodemloos” ook zo en ten tijde van de release van die plaat kreeg ik deze vraag ook regelmatig. “Verder van het licht“, de afsluiter van “De val“, bevat wel een Nederlandstalige passage. Op de één of andere manier weet ik mij tekstueel op bepaalde vlakken toch beter uit te drukken in het Engels, dus vandaar deze keuze.

Die Nederlandse passage in “Verder van het licht” wordt vertolkt door Dool’s Ryanne van Dorst en voelt als een soort van apotheose van de plaat. Heeft zij deze tekstpassage zelf aangedragen en hoe ben je op de idee gekomen om met haar samen te werken?
Ryanne is een ongelooflijk getalenteerd en inspirerend persoon en tijdens het creatieve proces waarbij “Verder van het licht” tot stand kwam, wist ik direct dat zij dit moest gaan zingen. Ik heb een tekst aangedragen en zij heeft de rest gedaan.

Op de jongste editie van Roadburn maakte je deel uit van het prestigieuze en ambitieuze Maalstroom-project dat door tal van muzikanten uit heel uiteenlopende Nederlandse black metal-bands werd opgezet. Hoe kijk je daarop terug en hoe heb je deze emotioneel zwaarbeladen editie van het festival beleefd?
Maalstroom was een heel bijzondere ervaring. Om samen te werken met zoveel inspirerende muzikanten en vrienden van bands als Fluisteraars, Turia, Witte Wieven, Grey Aura en Laster, was iets compleet anders dan ik gewend ben met Verwoed en om die reden ook heel interessant.

Deus Mortem – Luister naar je innerlijke stem

Deus Mortem heeft alles in zich om het te maken tot een nieuwe grote naam in de black metal-scene. Beluister hun nagelnieuwe plaat “Kosmocide” maar eens. Akkoord, nieuwe paden worden er niet echt betreden, maar de Poolse vastberadenheid en vechtlust gecombineerd met uitstekend muzikaal vakmanschap, maken van de band een straffe act. Ik zocht zanger/gitarist/oprichter/bezieler N. op voor meer tekst en uitleg. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

Allereerst bedankt om met dit interview in te stemmen. Aangezien ik er online geen kon terugvinden, vroeg ik me af of je een hekel hebt aan interviews of dat je een soort van mysterie rondom de band wilt houden?
We doen veel interviews maar voornamelijk voor gedrukte of kleinere underground magazines. Misschien is dat de reden dat je niets over ons terugvond? Naarmate ik ouder wordt, wordt mijn beschikbare tijd ook kostbaarder en zet ik mijn prioriteiten qua interviews. Er schuilt geen kinderlijk mysterie rondom de band. Ik vind enkel dat interviews minder belangrijk zijn dan de muziek en de teksten.

Laat ons even terugkeren naar de begindagen van Deus Mortem. Hoewel je reeds in tal van bands zoals Thunderbolt, Anima Damnata, Throneum en Shemhamforash actief was, besloot je in 2008 om Deus Mortem op te richten. Was er een muzikale behoefte die nog niet vervuld was en die je met Deus Mortem wou verwezenlijken?
Ik richtte Deus Mortem op na de split van Thunderbolt, maar eigenlijk moeten we terug gaan naar 1996 toen mijn artistieke doelen vorm kregen. Het werd toen duidelijk welke richting ik wou uitgaan en startte mijn eerste band Devotee. Black metal werd mijn levenswijze sinds dat moment. Vanuit een muzikaal standpunt bekeken, was de muziek een rauwe versie van wat ik later in mijn muzikale leven zou doen. In 2003 vervoegde ik Thunderbolt met de bedoeling Devotee’s pad verder te zetten maar op een meer volwassen en professionele manier. In 2008 stopte Thunderbolt, maar ik voelde nog steeds een grote muzikale honger en had behoefte aan een nieuwe manier om de true metal spirit uit de gloriedagen van het genre tot uiting te brengen. Dat werd Deus Mortem. De drie bands hebben met elkaar gemeen dat de inspiratie voornamelijk geworteld is in de jaren ’80 en ’90. De andere bands die je vermeldt zijn een compleet ander verhaal en hebben niets met Deus Mortem te maken. Ik ben sinds 2000 de zanger/gitarist voor Anima Damnata en maakte deel uit van Throneum als bassist tussen 2003 en 2006. Wat Shemhamforash betreft, ging het enkel over een gastbijdrage op twee demo’s in 2004 en 2005.

Tijdens de eerste twee releases, de “Darknessence” EP uit 2011 en de eerste langspeler “Emanations of the black light” uit 2013, bestond Deus Mortem enkel uit jouzelf en Inferno die we natuurlijk allemaal kennen als drummer van Behemoth. Tijdens live optredens nam Inferno echter de gitaar in handen wat erg frappant is aangezien hij voornamelijk gekend is voor zijn fantastische drum skills. Waarom verliet hij de band in 2013?
Inferno is inderdaad ook een erg goede gitarist, de beste ritmegitarist die we bij Deus Mortem tot nog toe gehad hebben eigenlijk, haha. Hij wou deze rol tijdens concerten op hem nemen, wat een goed idee was. Onze wegen scheidden omdat ik van Deus Mortem een echte band wou maken zonder al dat gedoe met sessiemuzikanten. Ik wou enkel full-time bandleden wat natuurlijk niet mogelijk was voor hem gezien zijn verplichtingen met Behemoth. Aangezien hij niet actief kon deelnemen aan het leven in de band, stapte hij op. Het was niet gemakkelijk, maar noodzakelijk voor de band. Deus Mortem heeft nood aan muzikanten die de band levend houden, wat niet mogelijk is met sessieleden. Ik ben van mening dat gemeenschappelijke en doordachte ideeën van geëngageerde mensen meer opbrengen dan de dictatoriale daden van een individu.

Na het aantrekken van Infernal War drummer Stormblast en gitarist Sinister werd in 2016 de geweldige EP “Demons of matter and the shells of the dead” uitgebracht via Malignant Voices. Op deze EP lieten jullie een meer melodieuze kant horen vergeleken met de thrashy insteek van het debuut. De knappe afsluiter “Olam haBeriah” blijft mijn all-time favoriet van jullie. Was het een bewuste keuze om jullie melodieuze kant meer uit te diepen op deze EP aangezien de nieuwe plaat opnieuw teruggrijpt naar de meer agressieve en thrashy sound van het debuut?
Bedankt voor het compliment, hoewel ik zelf niet echt vind dat er een significant verschil in sound is op de EP. We schrijven reeds vanaf onze begindagen melodieuze riffs. Maar soms gaat het inderdaad iets verder dan normaal. Misschien is “Olam haBeriah” wel het meest catchy en zit er meer trance in vergeleken met ons ouder werk, maar melodieën zijn één van de natuurlijke elementen van onze stijl. Deus Mortem zit vol contrasten. Onze muziek bevat heel veel donkere en krachtige riffs maar evengoed melodieuze en atmosferische elementen. Hetzelfde gaat op voor het schrijven van de songs. “Olam haBeriah” schreef ik in twintig minuten, waarna ik de dag erna nog enkele wijzigingen doorvoerde en het nummer klaar was. Over het schrijven van “Penetrating the veils of negativity” van dezelfde EP deed ik dan weer maanden. Het hangt allemaal af van dat bewuste gevoel dat nodig is om te schrijven en het belangrijkste is binnen black metal. Plan nooit een song, maar luister naar je innerlijke stem..

De EP werd later heruitgebracht door Terratur Possessions, een label dat zich de voorbije jaren geprofileerd heeft als een meester in het aantrekken van enkele van de beste black metal-bands die er momenteel rondlopen. Merk je dat de interesse in de band toegenomen is nadat het Noorse label jullie oppikte?
De vinylversie van “Demons of matter and the shells of the dead” werd inderdaad door Terratur Possession uitgebracht maar in samenwerking met Malignant Voices. Over hoe de samenwerking met Ole voor ons zal uitdraaien, kan ik pas iets zeggen na de release van “Kosmocide“, onze nieuwe plaat. Maar ik ben hier erg optimistisch over als ik kijk naar de toewijding van beide labels en de kwaliteit van hun releases. Ik werk graag samen met gepassioneerde mensen die elkaar zonder woorden verstaan.

Het nieuwe “Kosmocide” komt er na drie jaar stilte. Wat verwacht je ervan?
“Kosmocide” is ready to kill! De plaat is een vuist in het gezicht van alle faggots die vergeten zijn waar het om draait bij duivelse metal!

De plaat werd opgenomen in de No Solace studio van Mgła mastermind Mikołaj Żentara. Was hij geflatteerd dat jullie nummer “Sinister lava” veel overeenkomsten bevat met Mgła’s sound? Wat maakt Mgła zo speciaal dat veel bands tegenwoordig inspiratie bij hen halen?
De drums werden opgenomen in de Radioaktywni studio en de gitaren, bas en zang in de Heinrich House Studio. M. was enkel betrokken tijdens het mixen en de mastering van de plaat.
“Sinister lava” werd in 2013 geschreven en is geïnspireerd door bands die veel ouder zijn dan Mgła. Ik heb absoluut geen idee wat je bedoelt met “Mgła’s sound”? Wat betekent dit? Heeft Mgła een nieuw genre uitgevonden? Hun muziek is sterk beïnvloed door oude black metal-bands uit de eerste helft van de jaren ’90 zoals fucking Forgotten Woods, fucking Burzum of fucking Summoning, om er maar een paar te noemen. Het gaat hier om een retorische vraag aangezien zij dat zelf ook toegeven. Soms sta ik ervan versteld dat mensen slechts enkele jaren terugkijken en geen aandacht hebben voor de origine van bepaalde muzikale ideeën en de echte inspiratiebronnen. Als Mgła innovatief is en iets compleet nieuws heeft gecreëerd, dan is Deus Mortem totaal avantgarde en heeft niemand anders deze stijl voor ons gespeeld hahaha!
M. en ikzelf hebben ongeveer dezelfde leeftijd. We groeiden op in dezelfde tijdsgeest en luisterden naar dezelfde bands, waardoor er gelijkenissen kunnen zijn in onze creaties. Wat hen voor mij speciaal maakt is dat ze de wereld terug attent hebben gemaakt op de black metal-geest van de eerste helft van de jaren ’90 en dat ze dat op een simpele en catchy manier doen in combinatie met een muzikaal vakmanschap en het perfecte gevoel wat resulteert in hun uniekheid.

(c) Amthea

Twee andere nummers die ik wat vind afwijken van jullie thrashy black metal-aanpak zijn ten eerste de afsluiter “The destroyer” waarin de melodieën aan Dissection doen denken. Deze song werd als eerste teaser voor “Kosmocide” vrijgegeven, maar is niet honderd procent representatief voor de rest van de plaat. Vanwaar dan deze keuze??
We kozen voor “The destroyer” omdat dit nummer het gemakkelijkste te onthouden is. De openingsriff bevat een thema dat zich al snel in je gedachten nestelt en waar je lang mee in je hoofd blijft rondlopen. We willen dat mensen deze plaat binnen vele jaren nog steeds herinneren. Aangezien er tegenwoordig zo’n massieve stortvloed aan waardeloze muziek verschijnt, moeten we aandacht schenken aan gezien worden, zelfs als kleine underground band.
Het nummer kwam heel snel tot stand doordat ik in een bepaalde gemoedstoestand was waar ik zo nu en dan in beland en waarbij ik een zeer heldere kijk heb. Ik hield me tijdens het schrijven ervan niet bezig met mogelijke gelijkenissen. Het was gewoon een vloedgolf aan energie van buitenaf die zich van mij meester maakte. Het nummer klinkt erg Scandinavisch met een kleine toets van de oude Griekse scene, maar tijdens het schrijven van het refrein leek ik wel bezeten door Quorthon’s geest haha.

Het tweede ietwat afwijkende nummer is “Ceremony of Reversion p.2” dat – net zoals het eerste deel dat op jullie debuut prijkt – de meest epische song van de plaat is.Waar gaat het nummer over en is het verhaal nu afgerond of denk je dat er nog een vervolg zal komen op toekomstige platen?
Het nummer handelt over het verval van God’s natuur die besmet wordt door de sinistere krachten van “qliphoths” (voorstelling van het kwaad in het Joodse mysticisme, ADDERGEBROED). Het gaat over de terugval van alle aspecten van Zijn heiligheid in de schaduw van de levensboom (uit de Kabbala, de mystieke studie van de Thora, ADDERGEBROED). Het verhaal is verteld en ik plan dus geen vervolg, tenzij duistere krachten dit anders willen.

De albumtitel verwijst naar de dood van de wereld. Hoe dienen we dit te interpreteren?
Niets speciaals. Het universum is een fucking gevangenis en de enige manier om eraan te ontsnappen is via de stralen van verlichting. De mensheid verloor de sleutel naar esoterische vrijheid, dus slechts enkelen zullen de verlossing vinden. Los daarvan, zal God’s huis sowieso door chaos verzwolgen worden.

(c) Amthea

Hoewel optredens van Deus Mortem redelijk schaars zijn, zag ik jullie live aan het werk op de 2018 editie van het Belgische Throne Fest waarbij ik weggeblazen werd door jullie performance. Jullie staan op het punt om op tour te vertrekken met Mgła en Revenge, maar maken slechts voor een deel van de tour deel uit van het pakket. In Kortrijk neemt Doombringer jullie plaats in. Wanneer kunnen we jullie dus nogmaals aan het werk zien op een Belgische podium?
Bedankt! Ik herinner me de show als een erg krachtig optreden. We speelden wel zonder bassist Vomitor, maar desondanks was het één van onze beste live rituelen ooit. We spelen niet al te veel live aangezien we kwaliteit boven kwantiteit stellen en dus niet op elke vraag ingaan.
We nemen inderdaad enkel deel aan het eerste deel van de nieuwe tour waarvan het grootste deel van de shows spijtig genoeg enkel Duitsland covert en we graag ook andere landen hadden bezocht. De organisatie omtrent onze deelname aan Netherland Death Fest werd bovendien volledig verkloot en uiteindelijk maken we geen deel uit van de line-up. We werden volledig genegeerd hoewel onze deelname aan het festival drie maand op voorhand bevestigd werd. Dat maakt ons erg kwaad, maar op sociaal vlak mogen we gelukkig niet klagen. De voorgaande tour met Mgła en Aosoth uit 2016 was de beste uit onze carrière. We weten dus wat we mogen verwachten. En als je ons in België aan het werk wil zien, moet je ons maar uitnodigen!

In een aankondiging van een show in Poznań maakten jullie volgend statement op jullie Facebookpagina: “hipster cocksuckers and posers are not welcome”. Wat als Nergal opdaagt, haha? Ik stel deze vraag omdat je te zien was in Behemoth’s video voor het nummer “Alas, Lord Is upon me” en Nergal tegenwoordig dikwijls als een hipster afgeschreven wordt. Waarom maken hipsters je zo kwaad en waarom wil je black metal elitair beschermen tegen buitenstaanders?
Vroeger had ik een beter contact met Nergal en was hij in mijn ogen althans ook een andere persoon. Mijn kijk op echte metal is nooit veranderd. Ik zit nog steeds vast in de jaren ’90. Ik sta mijlenver weg van waar Nergal als persoon voor staat in Behemoth, maar ik heb geen intenties om over zijn persoonlijke keuzes te oordelen. Iedereen kent zijn of haar eigen weg in het leven. De mijne veronderstelt in elk geval niet om als een fashion celebrity te leven.
Ik heb geen probleem met mensen die naar onze muziek grijpen, maar ik maak me wel druk om het verdwijnen van het mannelijke element in metalmuziek. De metalscene waarin ik opgroeide zat vol barbaarsheid en vandaag de dag lijkt het eerder op men’s cunts die nooit het bloed in hun mond hebben geproefd en hun vuist nooit in de lucht staken om te vechten. De war metal geest kwijnt stilaan weg en de nieuwe generatie stemt me niet positief. De meesten van deze cunts kennen zelfs de oerbands niet die aan de grond lagen van het genre. Ze smullen enkel van goed geadverteerde shit die niets te maken heeft met de échte Zwarte Kunst.

Cirith Gorgor – Klaar voor de strijd

Het Nederlandse Cirith Gorgor is één van de langst meedraaiende black metalbands bij onze noorderburen. Het is dan ook ronduit beschamend dat de heren – met ruim 25 jaar op de teller – nog niet uitgebreid aan het woord zijn gekomen op Addergebroed. Met het nagelnieuwe “Sovereign” – de positief verrassende en alweer zevende langspeler – onder de arm, bood de opportuniteit zich aan om daar verandering in te brengen. Gitarist Marchosias en zanger Satanael komen aan het woord. (JOKKE)

Alvast gefeliciteerd met jullie nieuwe album “Sovereign”! Aanvankelijk was ik op basis van de voor mij persoonlijk tegenvallende teasers niet echt van plan om de volledige plaat te checken, maar achteraf gezien ben ik blij dat ik ze toch een kans heb gegeven. Is dat de reden dat jullie ook meestappen in het volledig online zetten van jullie muziek zodat mensen op voorhand kunnen luisteren alvorens de plaat (hopelijk) aan te schaffen?
Marchosias: Bedankt! Ik ben zelf van de oude stempel, dus toen ik de plaat in z’n geheel online zag verschijnen (ver voor de eigenlijke release datum) schrok ik eerlijk gezegd nogal. Toen ik echter zag dat ons label Hammerheart daar achter zat (via Black Metal Promotion) en we op die manier duizenden mensen in zeer korte tijd bereikten, waren m’n bezwaren snel verdwenen. Als het voor ons label op deze manier nog steeds rendabel is en wij onze zwarte kunst effectief kunnen verspreiden, heb ik er geen problemen mee.

Sovereign” is ondertussen jullie zevende langspeler. Blijft de inspiratie nog steeds zo gemakkelijk komen als in de begindagen of wordt het steeds moeilijker om nieuwe invalshoeken te zoeken?
Marchosias: De muzikale inspiratie is eindeloos, ik hoef m’n instrument maar op te pakken en ik schud de riffs eruit. Bovendien ontstaat veel muziek in m’n hoofd gedurende de dag. Het is vooral de beschikbare tijd om alle ideeën in nummers om te zetten die met de jaren steeds krapper is geworden. Vroeger leefden we voor de band, tegenwoordig hebben we wel eens moeite om allemaal tegelijk op de repetitie aanwezig te zijn. Tekstueel is het soms wel een uitdaging aangezien de meeste interessante onderwerpen inmiddels wel uitgemolken zijn

In de begindagen leken jullie teksten eerder geïnspireerd te zijn op mythische-taferelen, terwijl een plaat als “Der Untergang… / Победа!!!” een historisch thema heeft. Hoe zit het met de tekstuele omkadering van “Sovereign”?
Satanael: De tekstuele omkadering van “Sovereign” ligt in het verlengde van “Visions of exalted lucifer”. De nadruk ligt echter meer op de afkeer van de mensheid en fantasieën over hoe men zich zou kunnen ontdoen van deze mensheid. In tegenstelling tot de vorige plaat is er minder sprake van een omvattend concept.

Na “Firestorm apocalypse – Tomorrow shall know the blackest dawn” verloor ik Cirith Gorgor wat uit het oog. Toen ik met voorganger “Visions of exalted Lucifer” terug inpikte, was ik verbaasd over de variatie qua tempo’s die ondertussen in jullie sound geslopen was, aangezien ik jullie toch in de eerste plaats als een rammen en blazen-band zag. Is die aandacht voor meer dynamiek bewust of onbewust in jullie schrijfproces geslopen?
Satanael: We hebben dit fenomeen heel bewust in onze muziek ingevoerd. In het hart van de zaak zijn wij nog steeds een band die van rammen en blazen houdt. Door de jaren heen zijn we echter bewust geworden van het feit dat meer dynamiek zorgt voor een effectievere aflevering van de snelle stukken. 

Van de oorspronkelijke line-up is ondertussen enkel drummer Levithmong nog van de partij. Toch lijken jullie nog wel een goede band te hebben met enkele voormalige bandleden aangezien jullie na het tweede vertrek van Nimroth opnieuw beroep konden doen op Satanael en momenteel valt oudgediende bassist Lord Mystic in voor Waldtyr die herstellende is van een operatie. Hebben jullie nog een goed contact met de oude bandleden?
Marchosias: Lord Mystic zie ik nog regelmatig dus hij was mijn eerste keuze als sessie-bassist. Het was een verrassing dat hij ons voorstel meteen aannam aangezien hij zich de laatste jaren enigszins heeft afgewend van black metal (hij speelt momenteel bas in de trash metal band Mass Deception). Met de rest van de oud-leden hebben we een prima band. We zien elkaar voornamelijk op concerten en tot voor kort gingen we nog af en toe met z’n allen de kroeg in. Dat eindigde meestal in totale chaos.

Op de hoes van “Sovereign” prijkt een nieuw logo en embleem. Wat was er fout met jullie oude logo?
Satanael: We hebben er niet voor gekozen om een nieuw logo te laten ontwerpen omdat er met het oude logo iets mis was. Het voelde voor ons gewoon goed om het logo eens een upgrade te geven, meer dan twintig jaar na het oorspronkelijke ontwerp. Ik ben zeer tevreden over het resultaat dat ontworpen werd door Valnoir van Metastazis.

Op de titeltrack van “Sovereign” hebben jullie Noctiz van Paragon Impure en Lugubrum weten strikken voor gastzang. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?
Marchosias: Ik heb Noctiz in 2001 in Antwerpen ontmoet, toen hij nog in Gotmoor speelde. Levithmong en ik zijn altijd onder de indruk geweest van zijn werk in bands als Gotmoor, Verloren en Worthless (het latere Paragon Impure). Zijn persoonlijkheid tijdens live-optredens was overtuigend en zijn strot was dermate bruut dat die indruk ons altijd is bijgebleven. Toen we eenmaal besloten hadden dat we een gastzanger wilden vragen op de titelsong van het nieuwe album was de keuze snel gemaakt en het contact snel gelegd. Noctiz was zelf ook enthousiast en heeft ondanks een zware verkoudheid een enorm intense en brute prestatie geleverd.

Satanael, vooral jij verdient een pluim in je reet voor de gevarieerde zangprestaties die je neerzet. Welke frontmannen beschouw je als een inspiratiebron?
Satanael: Allereerst bedankt! Er zijn sowieso drie frontmannen die zich meteen aandienen nu ik er zo over nadenk en dat zijn Jon Nödtveidt, Ghaal en Attila Csihar. Daarnaast ben ik ook wel gecharmeerd door de stemmen van o.a. Mortuus, Pest en Mikael Åkerfeldt.

Op welke nummers van de nieuwe plaat zijn jullie het meest trots? Bestaat er zoiets als het ultiem Cirith Gorgor-nummer dat op elke setlist prijkt?
Satanael: Ik vermoed zo dat ieder van ons zijn eigen favorieten heeft. Voor mij steken “Deathcult“, “Legio luporum” en “Manifestation of evil” net iets boven de rest uit. Ik ben ook zeer trots op het geheel. Of er een ultiem Cirith Gorgor nummer bestaat dat op de setlist prijkt, weet ik zo net niet. Wel ben ik erg tevreden dat de drie eerder genoemde nummers wel live gespeeld worden.
Marchosias: Ik ben over alle nummers te spreken, maar “Deathcult” is voor mij het ultieme nummer van de nieuwe plaat. Het is bij uitstek de song waarin ik mezelf helemaal kan verliezen. Dat is tevens de reden waarom ik dit nummer heb uitgekozen voor de enige gitaarsolo van het album. Tot nu toe verdwijnen de oudere songs steeds van de setlist bij het verschijnen van nieuw materiaal. Een nummer wat de tand des tijds wat dat betreft heeft doorstaan is “Total annihilation“. Ook “Der Untergang III” vind ik een kanshebber om nog lange tijd de setlist te sieren. Dat laatste nummer wordt overigens binnenkort in een nieuwe versie uitgebracht op een 4-way split-LP door Zwaertgevegt.

Na enkele mindere jaren voor Hammerheart Records lijken ze nu weer helemaal terug van weggeweest. Ook jullie gingen in 2016 met hen in zee. Hoe verloopt de samenwerking vergeleken met jullie oude labels Osmose Productions, Untergang Records en Ketzer Records?
Marchosias: De samenwerking met Hammerheart Records verloopt wat ons betreft erg goed. Het team bestaat uit professionals die stuk voor stuk hun vak verstaan en we hebben eindelijk het idee dat we als muzikanten serieus worden genomen. De communicatie verloopt prima, dit in tegenstelling tot de samenwerking met Osmose en Ketzer Records waar gebrek aan contact en overleg een grote rol speelde (dit werd bovendien nog versterkt door de taalbarrière). Ik heb slechts complimenten voor het arbeidsproces binnen Hammerheart en de producten die ze afleveren op basis van de door ons aangeleverde masters en artwork.

Jullie hebben al heel wat jaren op de teller staan. Wat zijn de hoogte- en laagtepunten uit jullie 25-jarig bestaan?
Marchosias: We draaien inderdaad al aardig wat jaren mee, toch is de motivatie om te blijven knallen nog steeds aanwezig. Hoogtepunten zijn er echt te veel om op te noemen! In principe is elke nieuwe release een absoluut hoogtepunt, de bekroning van jarenlange harde arbeid. De vele buitenlandse optredens heb ik altijd gekoesterd, en dan met name alle avonturen die we daarbij hebben meegemaakt. Een terugkerend dieptepunt is toch wel de voortdurende bezettingswisselingen die we door de jaren heen hebben meegemaakt. Het meest extreme voorbeeld daarvan is het gelijktijdige vertrek van beide oudgedienden Lord Mystic en Nimroth eind 2012 dat insloeg als een bom. Het inwerken van nieuwe mensen heeft ons altijd veel tijd gekost en daarom ben ik blij dat we de laatste jaren een stabiele line-up hebben gehad. Maar ook momenteel broeit er weer het één en ander binnen de gelederen en zullen we moeten afwachten wat de toekomst ons brengt.

Jullie begonnen de band als tieners of vroege twintigers. Hoe hebben jullie de black metal-scene sindsdien zien evolueren en beschouw je die evolutie als positief of negatief?
Marchosias: Als je zolang meedraait in een bepaald genre is het inderdaad mogelijk om lange termijn veranderingen te observeren. Zo valt het op dat ook black metal, een allesverwoestend genre waarvan de protagonisten er prat op gaan geen trends te volgen, zowel spiritueel als muzikaal zwaar aan trends onderhevig is. Momenteel is het bijvoorbeeld nog steeds helemaal hip om te laten zien hoe enorm serieus je spiritualiteit is, waarbij het aantal kaarsen, de hoeveelheid wierook en occulte symbolen op het podium direct daarmee evenredig zijn. Door de jaren heen is het aantal sub-stromingen explosief gestegen en veel daarvan hebben weinig van doen met de traditionele black metal van begin jaren 90. Ik beschouw deze evolutie echter niet als positief of negatief en spreek ook geen waardeoordeel uit over de verschillende sub-stromingen. Ik vind het alleen bijster interessant om die evolutie van dichtbij mee te maken. Het is altijd weer een verrassing in welke vorm de rebellie tegen dogma, religie en maatschappij (die black metal plichtmatig inhoudt) nu weer verschijnt.

Hoewel ik zelf al heel wat jaren in de black metal-scene meedraai, kan ik me enkel een show van jullie in de Gentse Frontline voor de geest halen. Ga ik met de nieuwe plaat de kans krijgen om jullie in België nog eens aan het werk te zien?
Satanael: Dat zou geweldig zijn! Voorlopig staan er nog geen Belgische shows gepland, maar wat niet is, kan nog komen. Wij zijn in ieder geval volledig opgeladen en klaar voor de strijd. Mensen kunnen ons direct contacteren via de bekende kanalen.

Maalstroom – Een maalstroom ontstaat, sleurt mee en verdwijnt

Het absolute hoogtepunt van de voorbije Roadburn-editie voor ondergetekende was – naast de intrigerende set die het Amerikaanse Fauna in het Patronaat ten berde bracht – ongetwijfeld het commissioned pieceMaalstroom” dat tal van muzikanten uit de florerende Nederlandse black metal scene verenigde. Nog steeds onder de indruk van dit zestig minuten durende opus, zocht ik toenadering tot enkele van de deelnemende muzikanten voor een nabeschouwing van dit unieke en ambitieuze muzikale werkstuk. (JOKKE)

(c) Rockfreaks.net

Nogmaals proficiat met de uitvoering van “Maalstroom” dat mijn dagje “Patronaat-hangen” met een climax beëindigde. Hoe waren de reacties?
N.: Dank! Persoonlijk heb ik van de reacties weinig meegekregen. We eindigden de set in het duister, in stilte en zonder de suggestie te wekken dat het voorbij was. Voordat er een reactie vanuit het publiek kwam, waren de meesten van ons al vertrokken.

Eerder op de dag stonden Witte Wieven, Turia, Laster, Terzij de Horde en Dodecahedron in het Patronaat op de planken. Tijdens de uitvoering van “Maalstroom” mochten enkele muzikanten een tweede keer de bühne op, maar we spotten ook enkele gezichten die we die dag nog niet aan het werk gezien hadden. Welke muzikanten hebben er allemaal aan “Maalstroom” meegewerkt?
N.: Maalstroom bestond muzikaal uit 15 man: Peter Nijland van Hadewych, Ruben Wijlacker en Bas van der Perk van Grey Aura, Johan van Hattum van Terzij de Horde en Black Decades, C. van Witte Wieven, G. van Nevel, M. Koops van Fluisteraars en Nusquama, O. van Turia, M. Meurs. van Dr. Duval, Ryanne van Dorst van Dool, Erik B. van Verwoed, K. Janssen van Svartvit en S., W. Damiaan en ikzelf van Laster.
De visuals werden verzorgd door Project Nefast.

Maalstroom” is een muziekstuk dat door Walter Hoeijmakers op maat besteld werd voor Roadburn. Hoe reageerden jullie toen deze vraag binnen kwam? Wat doet dat met een mens?
Johan: Ik was vereerd toen de vraag kwam en vond het ook logisch. De afgelopen edities heeft er altijd wel een Nederlandse black metal band gestaan: Laster, Verwoed, Kjeld, Verbum Verus, maar toen wij werden gevraagd wist ik dat er heel veel aan ging komen. Veel van de muzikanten in “Maalstroom” hebben de afgelopen maanden platen uitgebracht die de absolute top zijn, en allemaal met een eigen benadering van wat black metal is. Walters vraag was om een overzicht te geven van wat er aan de randen van black metal gebeurt, van het experimentele en het ontwikkelende. Qua op maat bestellen: we kregen volledig de vrije hand, want hij wilde ons geenszins beperken in wat er ging gebeuren.

(c) Paul Verhagen

Ging er veel druk mee gepaard om tegen een bepaalde datum een interessant werkstuk van één uur te componeren of gingen jullie ervan uit dat het door jullie ervaring wel snor zou komen?
Johan: Ik had bedacht dat het goed was om de eerste maanden volledig vrije hand te geven, om mensen voor zichzelf te laten bepalen wat ze zouden willen. Vrij snel bleek dat dat niet werkte. Gelukkig namen M. en O. het toen op zich om strakke planningen neer te leggen, waardoor er meer lijn in kwam. Het voordeel was inderdaad wel dat wij al jaren in bands spelen, en velen van ons ook wel eens met elkaar hebben gecomponeerd en gespeeld, waardoor er heel veel vertrouwen was. Voor mezelf sprekend was het live opvoeren ervan hetgeen waar ik me het minst druk om maakte, want elke band die zaterdag speelde gooide zijn hart en ziel erin, en dat is het enige wat telt.

Was er één muzikant die de leiding van het geheel op zich nam en andere muzikanten contacteerde om mee aan boord te trekken?
N.: Neen, uit verschillende hoeken werden muzikanten aangedragen. Het aangename resultaat hiervan was dan ook dat veel van ons met nieuwe gezichten en vaardigheden in aanraking kwamen.

Hoe verliep het schrijfproces? Gingen enkele betrokken muzikanten los van de anderen aan het componeren en werden de stukken muziek nadien gezamenlijk bekeken en in mekaar gepast of werden er jamsessies gehouden om zo te zorgen dat er toch een verbindende factor is tussen de verschillende onderdelen van “Maalstroom”?
N.: “Maalstroom” bestond uit vier hoofdstukken en twee interludes. Elk gedeelte is door een andere groep muzikanten vervaardigd, om later samen te vervlechten. Elk hoofdstuk droeg een ander karakter, dus de verdeling hiervan ging heel natuurlijk en in het volste vertrouwen.

Werkte het inspirerend om met muzikanten van andere bands aan de slag te gaan en staken jullie zo nieuwe muzikale inzichten van mekaar op?
N.: Mijn persoonlijke openbaring kwam voort uit de passage van Peter Nijland. Zelden heb ik zoveel charisma, overgave en emotie uit één enkele artiest zien voortkomen. Roadburn is een plek waar artiesten zich maar al te graag achter een muur van versterkers, pedalen en rook verstoppen. Deze instrumenten lijken tijdens zo’n evenement haast noodzakelijk om een bepaald gewicht over te brengen. Nijland liet zien dat op het juiste moment, de juiste persoon met slechts een microfoon en backing track tot veel diepere dalen en hogere pieken in staat kan zijn. Waarvoor dank.

(c) Paul Verhagen

Ik werd volledig in de flow van de muziek meegesleurd die, als vanzelfsprekend, startte met een stevige brok NLBM, maar nadien ook een intense spoken word-passage bevatte en tegen het einde toe na een noise-achtig intermezzo ontaarde in een met beats en elektronica opgesmukte new wave-achtige kijk op het genre. Een wending die ik niet zag aankomen maar wonderwel paste bij het geheel.
N.: Zodra het stuk conceptueel stond, zagen S. en ik “Maalstroom” direct als een mogelijkheid om een ander muzikaal landschap te verkennen. Een climax heeft contrast nodig, dus na drie overtuigende hoofdstukken die rijkelijk gevuld waren met verschillende vormen van black metal, moest er hoe dan ook iets anders gebeuren. De stedelijke thematiek van het vierde – en laatste – hoofdstuk was nachtelijk, koud en steriel. Hopelijk was dit ook terug te horen in onze muzikale vertaling.

Het was inderdaad duidelijk dat jullie met “Maalstroom” een verhaal vertelden. Kan je hier meer over kwijt?
Johan: Jaren geleden heb ik eens een fragment geschreven voor een Northward-plaat, naar aanleiding van een lang gesprek dat ik had met N. over uit een dorp komen en dan de stad ervaren. Toen wij aan het bedenken waren hoe wij een structuur konden geven aan het stuk werd het verzoek geuit een origineel verhaal te hebben waar iedereen een stuk uit kon pakken om te verwerken in muziek. Het beklemmende van het dorp, maar de daaraan verbonden veiligheid, en hoe dat botst met de absolute vrijheid en daaruit voortkomende verwarring, leek me uitstekend als basis voor een stuk dat opgevoerd moet worden in een dorp binnen de stad. Samen met S. en Ruben hebben we hieraan gezeten, en uiteindelijk hadden we een fragmentarisch, chronologisch concept waar iedereen meteen favoriete passages uit haalde. De manier waarop dit uiteindelijk door Project Nefast vertaald werd naar de visuals en door de muzikanten in de movements, had ik nooit durven dromen.

In het verleden waren er wel meer “commissioned pieces” te horen op Roadburn die, ondanks de éénmalige uitvoering ervan, toch nog in fysiek vorm uitkwamen zodat zij die het gebeuren mistten er toch nog van kunnen genieten of de lucky ones het kunnen herbeleven. Ook jullie set werd gefilmd. Zijn er plannen om een live-registratie uit te brengen?
N.: Zodra de roes is weggezakt, gaan we hierover met elkaar in gesprek. Wat mij betreft was het goed zo. Het wereldwijde web heeft ons in de verwarde positie gedrukt dat we altijd alles maar binnen handbereik willen hebben. Laat het gaan. Het was meer dan mooi.

De muzikanten van Waste Of Space Orchestra doken na hun optreden van Roadburn 2018 de studio in om hun “commissioned piece” in de studio te vereeuwigen. Iets zegt me dat dat bij Maalstroom niet het geval zal zijn?
N.: Een maalstroom ontstaat, sleurt mee en verdwijnt. Zij is niet te vereeuwigen.

Over heel het gebeuren hing spijtig genoeg ook een triestige sfeer aangezien Michiel Eikenaar (Nihill, ex-Dodecahedron, ex-Anaphylactic Shock, Fear Falls Burning) de dag ervoor na een hevige strijd tegen kanker overleed. Michiel heeft veel betekend voor Roadburn en de Nederlandse black metal-scene, waardoor het erg frappant is dat hij net tijdens deze editie het leven liet. Er kon echter geen mooier eerbetoon zijn dan de intense sets die jullie afgelopen zaterdag brachten. Hoe zullen jullie je Michiel herinneren?
N.: Ik heb Michiel nooit gekend, maar heb niets dan bewondering voor de steun die betrokkenen dat weekend bij elkaar wisten te vinden.
Johan: Ik ken hem al lang, en hij zal voor mij altijd de bebaarde beer van een vent blijven, die met een knipoog mijn bands “affakkelde” om daarna met een pils te vertellen over zijn leven als vader en leraar. Ik hoop dat iedereen een Eik in zijn leven heeft.

Wat zit er eigenlijk bij jullie in het grondwater waardoor de ene na de andere prachtschijf het levenslicht ziet? Is Nederland het nieuwe IJsland als het op black metal aankomt?
N.: Ik mag hopen van niet: er zijn inmiddels wel genoeg dissonante black metal bands. Buiten alle flauwigheid om, denk ik dat de black metal uit Nederland te divers is om zich zoals IJsland als één solide formatie op te stellen. Gelukkig maar.

Kludde – Treedt uit de vergetelheid

In den vergetelheid“, Kluddes’s plaat uit 2008, leek een self fulfilling prophecy te zijn want na deze release werd het al snel stil rond de Aalstse muzikale herrieschoppers. Maar kijk, alles komt terug en dus ook Kludde. Na tien jaar verschijnt via Consouling Sounds op 24 mei eindelijk de langverwachte nieuwe plaat getiteld “In de kwelm“. Gesterkt door een nieuwe line-up laat Kludde horen nog heel wat in haar mars te hebben. Er was dus veel voer voor een interessant gesprek met de band. (JOKKE)

Welkom terug heren! Hoe voelt het om na een afwezigheid van een dik decennium terug van jetje te geven met Kludde?
Snoodaert: Een dik decenium afwezigheid is natuurlijk relatief. Voor de buitenwereld is er niet veel gebeurd, binnen de repetitieruimte zijn we ondertussen wel alweer een jaar of vijf actief. Nu hebben we er wel bewust voor gekozen om eerst in alle rust een nieuw album af te werken alvorens terug met de band naar buiten te komen. Dit heeft allemaal net iets langer geduurd dan gepland. Gelukkig zijn we nu eindelijk op het punt gekomen waar Kludde weer uit zijn zompig hol kan kruipen en daar hebben we allemaal enorm veel zin in.

Waarom trokken jullie er een goed jaar na de release van “In den vergetelheid” de stekker uit?
Snoodaert: Het vuur was bij iedereen een beetje uitgedoofd. Dit had vele redenen, er was een soort van black metal moeheid opgetreden in de band. We waren met “In den vergetelheid” al een iets meer experimentele weg ingeslagen, welke perfect werkte, tot op het punt dat je merkt dat niet iedereen nog in dezelfde richting kijkt. Reken daar dan bij dat we in die periode vrij vaak optraden met Kludde en andere bands, waardoor er minder tijd was om aan nieuwe nummers te werken, of vooral, die nieuwe nummers op een manier af te werken zodat dat iedereen er zich in kon vinden. Een andere domper op de feestvreugde was dat ons toenmalig label, Sandstorm, kort na de release van “In den vergetelheid” plots onverwacht ten onder ging. Dat heeft de zaak dus ook niet bepaald vooruit geholpen. Dat album heeft bijgevolg nooit de beloofde promotie en distributie gehad. Uiteindelijk zijn we nog zelf onze cd’s gaan halen bij de drukker en hebben we voor alle kosten zelf kunnen opdraaien. Mr. big boss van Sandstorm, met al zijn mooie praatjes en valse beloftes, was namelijk volledig met de noorderzon verdwenen. Dus ja, op een gegeven moment viel de boel gewoon wat uit elkaar.

Medeoprichter Uglúk is ondertussen niet meer van de partij. Waarom hield hij het voor bekeken?
Snoodaert: Na onze reünie in 2014 bleek al snel dat Uglúk niet meer op dezelfde muzikale golflengte zat met de rest van de band. De nieuwe nummers en ideeën lagen hem niet meer, inspiratie om teksten te schrijven was er ook niet. In de beginperiode van Kludde speelde Uglúk ook gitaar en later bas dus had hij logischerwijs heel wat meer inbreng in het schrijfproces van de nummers. Iets wat al serieus gereduceerd was in de periode van “In den vergetelheid” en met de komst van Basstaerd en Cerulean. Ondertussen leven we ook al enkele jaren een serieus eind van mekaar, wat het aanwezig zijn op repetities of van die creatief wazige jam avondjes, al een heel pak lastiger maakt natuurlijk. Al bij al kan je stellen dat, los van Uglúk’s demotivatie, er wel een heel goeie flow zat in het schrijven van de nieuwe nummers. Er was in vergelijking met het schrijfproces van “In den vergetelheid” niet zo heel veel veranderd. Het leek ons dan ook logisch om gewoon met de band verder te gaan na zijn vertrek.

Kludde demon (c) Lieselot Van Vaerenbergh

Gitarist Cerulean neemt voortaan ook de zang voor zijn rekening. Zijn vocalen zijn iets dieper qua toon vergeleken met Uglúk’s screams en duwen Kludde nog meer dan vroeger richting sludge. Toch zien jullie Kludde in de eerste plaats nog als een black metalband. Black metal is ondertussen een heel rekbaar begrip geworden. Qua sound hoor ik nog wel voldoende black metal-passages, maar hoe zit het met jullie gedachtengoed? 
Snoodaert: Wat dat betreft kunnen we wel stellen dat we geen typisch black metal gedachtengoed hebben. Het begon ooit vrij klassiek met corpse paint, kogelbanden en heel wat kepernagels, maar al vrij snel stapten we van dat imago af. Het voelde niet meer juist aan naarmate we evolueerden richting een meer sludgy doom sound op het vorige album. Ook zijn we nooit bezig geweest met occultisme, satanisme of whatever pseudo-intellectueel gedoe. We kunnen ons meer vinden in een old school mentaliteit en aanpak, die denk ik meer aansluit bij een Darkthrone dan bij bv. een Deathspell Omega. Persoonlijk heb ik ongeveer 10 jaar amper black metal beluisterd en is het pas sinds kort dat ik weer nieuwe interessante bands ben beginnen ontdekken. Na zo een tijdje out of the scene merk je pas echt hoeveel het genre en de mentaliteit geëvolueerd en veranderd zijn tegenover vroeger.

De nieuwe line-up bevat een sterke ritmesectie. Waar vonden jullie drummer Vellekläsjer?
Snoodaert: Vellekläsjer is iemand die we eigenlijk al een hele tijd kennen. Ooit was hij drummer in de death metalband Bloodfart. We hebben begin vorig decennium nog enkele keren de lokale podia gedeeld en onveilig gemaakt. Vorig jaar met Aalst Carnaval liepen we elkaar in niet al te koosjere toestand tegen het lijf. Ik vertelde hem over onze drummerfrustraties en stelde hem kort daarna voor om het eens bij ons te komen proberen. Ondanks dat Vellekläsjer op dat moment al enkele jaren muzikaal non-actief was, wist hij ons bij de eerste try-out toch volledig omver te blazen. De klik was wederzijds en ondertussen zijn we alweer meer dan een jaar verder en het blijft in stijgende lijn gaan. We kunnen ondertussen wel met volle zekerheid stellen dat hij de juiste man is voor de band.

Op tekstueel vlak hebben jullie je altijd al laten inspireren op lokale Aalsterse folklore. Ook nu is dat weer het geval. Zo verwijst het nummer “Bloedkoesj” naar een verhaaltje dat verteld werd aan kinderen die niet wouden slapengaan als ik me niet vergis?
Snoodaert: Ouders vertelden dit verhaal vroeger aan hun kinderen om ze op tijd binnen te krijgen voor het donker, en ook om hen bewust te maken niet blootsvoets rond te lopen. Want ’s nachts komt de bloedkoets, rood geschilderd met het bloed van kinderen, sloom en traag vooruit bewegend door de straten van Aalst, rijdt de koets je tenen af en zuigt je bloed op. Het verhaal heeft zijn oorsprong in de tijd van de Franse bezetting. Kinderen werden meegenomen in een koets en weggevoerd naar Frankrijk. Daar werden ze in stukken gehakt, waarna de zieke Franse republikeinen in hun bloed baadden om te helen.

Welk verhaal is er verbonden aan het “Kasteelke van verdoemenis”?
Snoodaert: Over het Kasteelke van Verdoemenis, of Kasteel Terlinden, zoals het eigenlijk heet, zijn veel verhalen te vertellen. De pater Pasquier Quesnel heeft er ooit onderdak gevonden nadat hij ontsnapt was uit de gevangenis van het aartsbisdom Mechelen. Hij werd beschuldigd van ketterij, wat in die tijd als “des duivels” aanzien werd. Vandaar ook de naam “Kasteelke van Verdoemenis”. Het was ook het domein waar vroeger misdadigers aan de galg opgehangen werden. De bende van Jan de Lichte zou daar zelfs ooit eens hun kamp opgeslagen hebben. Het verhaal van dit nummer gaat over één van de eigenaars, die ooit zijn vrouw met een grote kepernagel door het hoofd aan de deur genageld heeft. Na haar enkele jaren begraven te hebben op het domein ontgroef hij haar schedel en gebruikte hij die als kaarsenhouder. De tekst voor dit nummer is een prachtig gedicht dat we mochten gebruiken van de getalenteerde Vlaamse dichter Jan Goffa.

Kasteel Terlinden (c) Trougnouf (Benoit Brummer)

Poesjkapelle” verwijst dan weer naar een gekend Aalst volksfiguur. Vertel!
Snoodaert: De Poesjkapelle en haar beste maat Zwert Lowieken waren enorm beruchte figuren in het Aalsterse. Halfweg vorige eeuw maakten ze menig café en Aalstenaar onveilig. Het waren onverbeterlijke alcoholisten in de ergste graad, ze werden in elk café buiten gezwierd, dan vielen ze mensen lastig op straat. Hygiëne, daar hadden ze ook een broertje aan dood. Zwérte Lowie had de gewoonte, na menig biertjes, zijn rolstoel vol te schijten. Men zei dat je ze van kilometers ver kon rieken. Toen Poesjkapelle ouder werd, liep ze krom van artrose. In plaats van krukken gebruikte ze omgekeerde bezemstelen. Hoe ouder ze werd, hoe krommer ze liep. Ze zaagde dan stukjes van haar bezemstelen. Mijn vader vertelde me ooit een verhaal van toen hij jong was. Hij had net zijn rijbewijs gehaald, en de Poesjkapelle sprong in zijn auto op de achterbank toen hij voor het rood licht stond. Ze eiste dronken en lallend een lift van hem. Toen hij haar uit zijn auto kreeg heeft hij zijn auto laten desinfecteren. De stank was naar het schijnt niet te harden.

Aalst heeft niet altijd een goed imago gehad. Velen linken de stad aan carnaval, alcoholmisbruik, sociale wantoestanden en “De helaasheid der dingen”. Ik heb ook nog nooit een daguitstap naar Aalst gemaakt. Wat kan je er “Vlaanderen vakantieland”-gewijs bezoeken dat de moeite waard is?
Snoodaert: Heel veel is er in Aalst niet te bezichtigen. We hebben wel een gezellige grote markt en een prachtig belfort. Ons belfort is trouwens het oudste belfort van België. Natuurlijk is er wel een ruime waaier aan verschillende bouwstijlen van doorheen de eeuwen heen en is een bezoekje aan de Sint-Martinuskerk ook wel de moeite. Daar kan je trouwens ook een werk van Rubens bewonderen. En natuurlijk niet te vergeten,  het Kasteelke van Verdoemenis, indien je het aandurft hehehe. De laatste jaren hebben ze wel veel veranderd en gemoderniseerd in Aalst, waardoor er wel een heel pak charme en gezelligheid weg is naar mijn mening.

In de Kwelm” werd onder leiding van Cerulean ingeblikt en ik moet zeggen dat het eindresultaat heel zwaar en moddervet klinkt. Zijn jullie nog steeds tevreden over het eindresultaat of zijn er zaken die je ondertussen zou willen veranderen?
Cerulean: Bedankt voor het compliment. Wat de tevredenheid betreft kan ik enkel voor mezelf spreken. Aangezien ik het opname- en mixwerk voor mijn rekening genomen heb, blijf ik steeds kleine details horen die ik toch graag net iets anders had gewild. Maar ik denk dat dat een gekend fenomeen is onder de doe-het-zelvers in de muziekwereld. Wij zaten met een vrij strakke deadline die we onszelf hebben opgelegd, doordat we een datum hadden afgesproken met Jerboa Mastering. Uiteindelijk werkt dat volgens mij het beste. Ik presteer beter wanneer er tijdsdruk is. Met mijn andere band, Tim’s Favourite, heeft het mixen van onze opnames letterlijk jaren aangesleept, omdat onze frontman (die zich daar over de mix ontfermde) maar bleef sleutelen en uitproberen. De deadline was daar volledig afwezig. Ik vrees dat ikzelf ook niet aan de verleiding zou kunnen weerstaan om bezig te blijven, je denkt toch altijd “dat kan toch iets beter”. Maar of het eindresultaat dan daadwerkelijk beter is…
Wat ik wel een mooie verwezenlijking vind, is dat we onze live-sound eigenlijk goed vertaald hebben naar ons album. Bij “In den vergetelheid” (toen opgenomen en gemixt in de CCR) verschilde de live-sound aanzienlijk van die op het album, en het klonk allemaal wat opgepoetst.
Het is een proces van vallen en opstaan geweest, en ik ben letterlijk tot de laatste minuut nog bezig geweest. Als ik dit album vergelijk met albums die ik in het verleden heb gemixt, mag ik wel trots zijn op de grote vooruitgang die ik heb gemaakt.
Uiteindelijk heb ik al mijn opgedane ervaringen als mixer in dit album tot het uiterste laten renderen. Al bij al denk ik dat we tevreden mogen zijn!

Vellekläsjer: Je moet inderdaad op een bepaald moment afstand nemen en zeggen “het is klaar nu”, voordat je op een punt komt dat het alleen maar naar beneden kan gaan. Op dat vlak is dat prima gelukt, het resultaat mag er zijn. Props voor Cerulean, die enige tijd als kluizenaar een hypotheek heeft gelegd op zijn sociaal leven en zijn slaap. Toen we de mix binnen brachten bij Jerboa Mastering – en dat is toch geen kleine naam in de business met masterings voor vele grote namen zoals Triggerfinger, Eels, Netsky, Hooverphonic, enz. – was die meteen ook bijzonder enthousiast, en werden er vele kushandjes gegooid richting de mix. Die mastering heeft bovendien nog voor veel extra pit en een goeie flow in de cd gezorgd. Het is alsof je de kettingzaag aantrekt en die maar blijft razen tot na 40 minuten alles in je omgeving in de vernieling ligt.

Hebben jullie lang over het schrijf- en opnameproces gedaan?
Snoodaert: Het was best wel een lange procedure. Het schrijven van de nummers op zich viel wel goed mee. De basis van onze nummers wordt meestal thuis geschreven, en op de repetities worden die dan ingeoefend en afgewerkt. Waar we enorm veel tijd mee verloren hebben, was in het opleiden en inwerken van nieuwe bandleden, zo hebben we sinds onze reünie in 2014 een viertal drummers gehad en zelfs een paar maand met een zanger samengewerkt alvorens Cerulean die taak op zich nam. Tegen dat de nummers er goed en wel inzaten, liep er wel altijd iets mis waardoor we weer opnieuw konden beginnen.
Cerulean: Inderdaad. De laatste vijf jaar hebben meermaals aangevoeld als een processie van Echternach, maar misschien was dat wel een necessary evil om tot ons uiteindelijke resultaat te komen. De line-up die we nu hebben is perfect.
De opnames op zich verliepen vlot. De gitaaropnames waren bijvoorbeeld op enkele dagen ingeblikt. De meeste tijd ging naar het mixen zelf. Opnames zijn soms nog een soort van experimentele fase waarin nieuwe dingen uitgeprobeerd worden, maar omdat wij deze nummers nu al jaren speelden, zat alles al in zijn vaste vorm. We hebben dan ook bewust gewacht met opnames tot we het gevoel hadden dat we er 100% klaar voor waren.

Vellekläsjer: Het lange schrijfproces heeft er voor gezorgd dat het acht individueel zeer sterke en goed uitgewerkte nummers geworden zijn, en niet twee goeie nummers en wat opvullertjes zoals al eens durft te gebeuren bij groepen die rap rap een cd moeten uitbrengen van het label. Van gebrek aan inspiratie is er overigens nog lang geen sprake, we hebben alle luxe en vrijheid om het op onze eigen manier te doen en de nieuwe zaken die op tafel liggen klinken ook al verdomd goed.

De nieuwe plaat klinkt wat meer rechttoe-rechtaan vergeleken met “In den vergetelheid” waar ook wat met post-metal geflirt werd. Was het een bewuste keuze om terug harder van leer te trekken?
Snoodaert: Dat klopt, toen we “In den vergetelheid” schreven midden jaren 2000, was post-black metal nog vrij vernieuwend, die sfeervolle passages en doomstukken gaven toen echt een originele meerwaarde aan onze muziek. Maar zoals eerder vermeld, op een gegeven moment begonnen we wat teveel af te dwalen van het zwarte pad en de ideeën begonnen wat te ver uit elkaar te lopen. Bij onze reünie hebben we het daarover gehad, welke richting we nu juist uit wilden met de band. We waren het er vrij snel over eens dat Kludde terug een pak ruiger en vuiler mocht klinken dan op ons vorige album. Een soort back to the basics aanpak. Dit wil niet zeggen dat we de experimentele stukken volledig uitsluiten. De kans is vrij reëel dat we op een dag weer aan een meer doomgericht album beginnen werken. Maar in de eerste plaats blijven we vooral een black metal band en van die basis wijken we niet af.

Onder de schuilnaam Kwelm werd een try-out gegeven in de Antwerpse Music City. Ik moest ter elfder ure verstek laten gaan. Hoe verliep deze try-out?
Snoodaert: We hebben toen vooral nieuwe nummers van “In de kwelm” gespeeld en dit verliep allemaal vrij goed. Het ontbreken van een PA maakte het voor ons niet bepaald gemakkelijk, maar er waren geen major fuck-ups. Dat bewijst wel dat we momenteel goed ingespeeld zijn op elkaar. De reacties van het publiek waren alvast zeer positief. Dat wakkert de zin om terug live te spelen alleen maar meer aan.

Jullie vonden onderdak bij Consouling Sounds. Was het moeilijk om een partner te vinden om “In de kwelm” uit te brengen?
Cerulean: Dat is best wel meegevallen. Het zijn moeilijke tijden voor de muziekindustrie in dit digitale tijdperk, maar gelukkig maken wij nu eenmaal muziek in een genre waar nog zeer fanatieke verzamelaars vertoeven. In het totaalplaatje van de muziekindustrie stelt dat misschien weinig voor, maar het betekent wel dat er zeer toegewijde en gerespecteerde labels opereren, met een hart voor dit soort muziek. Ik denk dat dat bij weinig andere genres het geval is, vooral als geld de hoofdfocus is. Consouling Sounds is in dat opzicht dan ook een schot in de roos in onze zoektocht naar een label. Ze hebben een oog voor talent, en er zijn genoeg bands die onder hen volledig konden openbloeien.
We hebben ons album aan een aantal labels bezorgd, eigenlijk niet eens zoveel, en hadden uiteindelijk de luxe om het label van onze voorkeur te kunnen uitkiezen, want meerdere labels hebben positief gereageerd.

Vellekläsjer: Mike van Consouling was meteen laaiend enthousiast. Om het in zijn woorden te zeggen: “We waren hier allemaal een beetje van onze sokken geblazen”. Dat kan tellen als bevestiging. Er waren meerdere mooie aanbiedingen, maar uiteindelijk had Consouling de voor ons meest interessante deal in huis. Consouling is een heel erg actueel en actief label, met vele goeie bands, en die ook knappe dingen organiseert. We waren vanzelfsprekend enorm blij en vereerd met hun interesse.

Jullie zijn ook al aan een nieuw album aan het werken. Wat kan je daar al over kwijt?
Snoodaert: Dat wordt een concept album waarover we nog niet teveel gaan verklappen. We kunnen wel al kwijt dat de nummers voor dat album een pak langer duren en terug wat experimenteler zijn. Het schrijfproces zit in een vergevorderd stadium en het is de bedoeling dat we nog dit jaar aan de opnames beginnen.

Wat hopen jullie met de nieuwe plaat te bereiken?
Geen speciale verwachtingen of ambities, gewoon terug op de planken staan en hopelijk wat plaatjes verpatsen zodat we snel ons volgende album kunnen gaan opnemen!