interviews

Duivel – Hunkeren naar een ouderwetse bak satanische black metal

We sprongen een gat in de lucht toen we vernamen dat de geweldige Duivel EP die in 2019 verscheen, een vervolg kreeg in de vorm van een volwaardige plaat. “Tirades uit de hel” is een knaller van jewelste die een storm van dood en verderf door mijn huiskamer joeg. Achter deze duivelse black metal-band schuilen enkele oudgedienden van de Nederlandse black metal-scene die duidelijk weten hoe ze een ouderwetse bak satanisch zwartmetaal op plaat moeten knallen. Bijkomend pluspunt aan “Tirades uit de hel” is dat er op vocaal vlak niet voor één satansmond gekozen werd, maar dat er meerdere strotten hun gal spuwen. We schotelden gitarist N enkele vragen voor. (JOKKE)

Vorig jaar verscheen uit het niets Duivel’s eerste gelijknamige EP. Was de oprichting van Duivel iets dat al langer aan het borrelen en smeulen was of eerder een soort van impulsieve drang van enkele gelijkgestemde zielen?
Het idee om muziek op te nemen was een redelijke spontane gedachte. D (drummer) vertelde me dat hij hunkerde naar black metal van de oude school, de muziek waarmee we beiden opgroeide. Ik liep zelf ook al enige tijd met diezelfde drang rond, maar het was nog niet meer dan een behoefte, een onuitgewerkt plan… Eigenlijk was het op de achtergrond al langer aan het borrelen, aangezien ik al lange tijd behoefte had aan een ouderwetse bak satanische black metal, maar die is in Nederland nauwelijks tot niet meer te vinden, dus daar moest verandering in komen. Je ziet dat deze stijl toch niet vaak meer de kop opsteekt in het huidige muzikale landschap. Aangezien we beiden van het snelle handelen zijn, doken we meteen de studio in om met zijn tweeën de basis te leggen voor wat Duivel nu geworden is, met de 7” als resultaat. Zoals je zelf al zegt, hebben we hier wat gelijkgestemde vrienden bij gevraagd om ons te versterken en het resultaat is nu daar.

Op de achterkant van de EP zagen we vijf moeilijk te identificeren tronies, terwijl er op de nieuwe bandfoto’s nog slechts drie leden lijken over te blijven hoewel het kloppend muikaal hart van Duivel uit vier individuen lijkt te bestaan. Hoe zit dat juist?
De basis van Duivel wordt gevormd door D en mezelf: wij bepalen wat er gaat gebeuren en boetseren het werk zoals wij dat voor ogen hebben. De overige betrokkenen dragen hier hun steentje toe bij om het geheel te perfectioneren en krijgen daarin ook alle vrijheid om toe te voegen wat ze willen. Hierin hebben ze ook het absolute vertrouwen gekregen, aangezien we ze er anders niet bij betrokken zouden hebben! Hun aandeel is natuurlijk even belangrijk als het onze, dus hoewel ze wellicht niet “de kern” vormen, is hun bijdrage wel net zo belangrijk!
De reden waarom er maar drie mensen op de foto staan, heeft een eenvoudige verklaring en dat is de meest saaie: logistiek. Probeer maar eens zes gasten uit drie verschillende landen bij elkaar te krijgen voor een bandfotosessie die nog geen 10 minuten duurt.

Duivel is ook niet 100% Nederlands want, naast de Belgische gastzanger B, kennen we jullie bassist van de Amerikaanse band Black Anvil. Hoe is P bij Duivel betrokken geraakt en is hij ook fysiek aanwezig geweest in de opnamestudio?
P is al jaren een goede vriend van me, een vriendschap die nog stamt uit de tijd dat ik nog met grote regelmaat death en black metal concerten en festivals organiseerde in de legendarische Goudvishal te Arnhem. P speelde er met zijn (oude) bands en we hebben altijd contact gehouden. Toen we bezig waren met de opnames, kon ik eigenlijk maar aan één persoon denken die ik de basgitaar voor zijn rekening wilde laten nemen en nog voor ik het hem vroeg, wist ik het antwoord al! Zijn stijl van bassen is exact de manier die ik graag hoor en die denk ik ook echt een goede toevoeging voor Duivel is. Het was niet mogelijk voor hem om even heen en weer uit New York te komen om de opname te doen, dus was het binnen een paar dagen gepiept via de digitale snelweg. Overigens was hij begin maart nog voor een paar dagen op bezoek hier, maar we hebben die tijd niet gebruikt om meteen de studio in te duiken, in plaats daarvan hebben we enkele vrienden in Eindhoven bezocht.

Op jullie toepasselijk getitelde debuut “Tirades uit de hel” horen we vier verschillende vocalisten aan het werk. S (Galgeras, ex-Fluisterwoud) nam drie van de zes nummers voor zijn rekening, terwijl de drie overblijvende songs netjes verdeeld werden over B (ex-Lugubrum), V (Vaal, Ravenzang) en W (Urfaust). Zijn alle vocalisten als het ware gastzangers of beschouwen jullie S min of meer als vaste haatverspreider?
S is inderdaad min of meer de vaste zanger. Toen we met dit hele duivelse ding begonnen, was er geen twijfel mogelijk over wie de zang voor zijn rekening moest nemen: dat kon er eigenlijk maar één zijn en dat was het Beest van Beuningen! D en ik speelde al langer met het idee om bij de opname van een eventueel album enkele vrienden te vragen om ook een steentje bij te dragen, dus daarom is er voor gekozen om de nummers te verdelen zoals we dat gedaan hebben. De dynamiek die daardoor ontstaan is, geeft het album nog een extra trap onder de kloten!

Waarom werd er specifiek voor deze vier salpeterstrotten gekozen?
Het zijn stuk voor stuk steengoede zangers, met elk hun eigen stijl en kwaliteit! Op deze manier kon er wat extra saus bij elk nummer… B heeft weer een totaal andere strot als V – maar toch klinken beide zeer passend bij de muziek. W zijn stem geluid is natuurlijk zo divers, die kan alles…. S is natuurlijk met zijn gore rasp ook niet te overtreffen! De combinatie en afwisseling van stemmen bleek naar onze eigen smaak een gouden greep; wat anderen ervan vinden zal ons verder worst wezen!

Stonden deze vuilbekkers telkens zelf in voor het schrijven van de boodschap die ze al schuimbekkend vertolken?
Iedereen was verantwoordelijk voor zijn eigen teksten. Elke zanger heeft zijn afzonderlijke nummer gekregen en kon daarmee aan de slag. W was zo creatief dat hij twee teksten geschreven heeft, één daarvan heeft hij overgedragen aan B, die direct enthousiast was over het thema en de boodschap erachter. Het was mooi om te zien dat, hoewel iedereen zijn eigen draai aan de nummers kon geven, alle songs, welliswaar op een andere manier van elkaar, gelijk zijn qua strekking en boodschap!

Is het de bedoeling op volgende platen opnieuw met verschillende (en eventueel andere) vocalisten te werken?
Dat is nog onduidelijk. D en ik hebben nog niet nagedacht over een volgende release, eerst moet deze maar eens officieel uit zijn, dan zien we wel verder wat we doen.
Na de 7” dachten we niks meer op te nemen en dat de boel wel dood was. Het originele idee om een 7” op te nemen was volbracht, dus het project was helemaal klaar en af voor ons beiden…maar bloed kruipt toch waar het niet gaan kan en uiteindelijk hadden we een paar maanden later toch weer zes nummers voor een album ingeblikt, dus wie weet?

Jij vuurt de duivelse riffs op ons af, maar we kennen je de laatste jaren vooral als drummer (o.a. Urfaust) en bassist (o.a. Herder). Wat is voor jou het instrument waarmee je je het best kunt uitleven en uitdrukken en werden alle songs door jou geschreven of was het eerder een collectief werk?
Eigenlijk ben ik gitarist van oorsprong, Fluisterwoud is daarvan wellicht het beste voorbeeld, aangezien ik daar de meeste nummers voor schreef destijds… maar de afgelopen 15 jaar was ik inderdaad eigenlijk meer actief als bassist of drummer. Het was lekker om weer eens even ouderwets de gitaar ter hand te nemen en nummers te schrijven zoals ik vroeger deed: zonder enige vorm van muzikale kennis, als het maar lekker klinkt in mijn hoofd. Ik heb voor Duivel alle nummers geschreven, al zit er wel een stukje gast-gitaar bij van mijn makker T. Hij was over uit Frankrijk om te tatoeëren en ging die dag mee naar de studio omdat hij niks te doen had en wel eens wilde zien waar ik mee bezig was. Ik vroeg hem spontaan om een riff bij te dragen toen hij op een gitaar aan het klooien was tijdens de opnames en ik denk dat het goed te horen is welke riff ik bedoel…In principe is het dus zo dat D en ik de basis leggen voor de nummers en die opnemen, daarna doet P de basgitaar erover, dan komt K op de proppen met zijn synths en daarna komen de vocalen!

Tirades uit de hel” verschijnt via Ván Records waar je ook met enkele andere bands gehuisvest bent. Was het moeilijk om Sven te overtuigen of is het bijna als vanzelfsprekend om jouw muzikale escapades via dit gerenommeerde underground label te verspreiden?
Niets is vanzelfsprekend in het leven, maar Sven had weinig overtuiging nodig volgens mij. Bij het horen van de 7” was hij meteen enthousiast en wilde die maar al te graag uitbrengen. We hebben toen min of meer carte blanche gekregen om een album op nemen, als we daar zin in hadden…. dus toen we eenmaal besloten dit te doen, was hij blij met het resultaat!

Qua stijl is het op basis van de line-up natuurlijk niet te verwonderen dat Duivel’s black metal terug grijpt naar de tijden toen alles beter was. Welke bands hielden jullie voor ogen bij het schrijven van de muziek?
De black metal van de jaren 90! Dat is waar D en ik een hunkering naar hadden: die sfeer wilden we, weliswaar op onze eigen manier, zelf neer kunnen zetten…. hoewel er wellicht niet meteen muzikale verwijzingen naar zitten, is het wel het werk van de oude Scandinavische scene die ons inspireerde! Wellicht kwam er door het schrijven weer wat oude Fluisterwoud naar boven drijven, dat kan ik niet ontkennen!

Ik vind dat de sound van jullie debuut de lading perfect dekt. De productie knalt maar is toch ook ruw genoeg en de basgitaar geraakte niet ondergesneeuwd. Waar en met wie achter de knoppen werd “Tirades uit de hel” ingeblikt?
Dat is de verdienste van D! Hij is een meester in het neerzetten van een sound en ik werk niet voor niets al bijna 20 jaar met hem samen als het aankomt op opnames. Ik heb in al die jaren voor zo veel bands en projecten met hem samengewerkt: “Langs galg en rad” van Fluisterwoud is met hem opgenomen, maar bijna ook de complete Urfaust-discografie komt van zijn hand; het was daarom ook een logische keuze met hem op te nemen, zeker omdat hij ook het initiatief ertoe nam. Doorgaans hebben D en ik aan een half woord genoeg, maar soms moeten we ook echt gruwelijk discussiëren over hoe iets moet klinken; soms heeft hij gelijk, soms heb ik gelijk. We zijn beiden koppig, botsen daarom soms ook, maar zijn ook niet voor niets al bijna 20 jaar lang vrienden.

Is Duivel louter een studioproject of zijn er ook plannen om haat en verderf te komen zaaien in onze contreien eens de Corona-crisis is overgewaaid?
Zeg nooit nooit, maar we zien het niet zo snel gebeuren. De afstand van P is natuurlijk niet praktisch en S zegt dat hij te oud, maar met name te gestoord, is om nog het podium op te klimmen. Ik kan me de tijden van Fluisterwoud met hem nog goed voor de geest halen en de band is destijds niet voor niets geklapt! Ook D heeft aangegeven geen behoefte te hebben het podium op te klimmen en om eerlijk te zijn geldt dat ook voor K en mijzelf; we zijn allemaal druk zat met onze eigen levens en iedereen heeft zijn eigen ding om op te focussen. Ik zie het niet gebeuren en ga het zeker niet forceren: het is met iedereen of het is met niemand.

Pandemiëen zoals de pest zijn al sinds het ontstaan van het black metal-genre een bron van inspiratie. Nu we toch bij dit onvermijdelijke thema aanbeland zijn, vroeg ik me af hoe jullie naar deze mondiale epidemie kijken nu dit voor ieder van ons een ‘dicht bij huis’-verhaal geworden is? Het is soms makkelijk eens geroepen dat een wereldwijde pandemie welgekomen zou zijn om het evenwicht tussen de mens en de natuur terug te herstellen (en dan voor velen het liefst ergens ver van huis), maar het wordt natuurlijk een ander verhaal als het virus jezelf of je naasten treft, niet?
Geen enkel weldenkend mens wil zijn dierbaren verliezen: of het nu aan zelfmoord, kanker, een pandemie als Corona of weet ik veel wat is… maar dat af en toe de gedachte de kop opsteekt dat een “grondige reset” wel eens goed zou kunnen zijn in de huidige zeitgeist, kan ik niet ontkennen. Het is in ieder geval voor iedereen een goede reality-check, aangezien mensen zich de afgelopen jaren nog enkel druk maakten over “first world problems”. Laten we hopen dat deze pandemie op dat gebied een kentering zal brengen.

En om in de sfeer te blijven: ik zag dat jullie drummer ooit deel uitmaakte van de black/industrial-band Drastically Reducing Earth’s Population of kortweg D.R.EP. die ik nog ken van de beruchte “Tswaert der duusternesse”-compilatie. Is er nadien eigenlijk nog iets gebeurd met die band?
Daar kan ik helaas weinig over zeggen, maar de laatste stand van zaken die ik weet is dat de heren in ieder geval het record gaan vestigen als het gaat om het zo laat mogelijk uitbrengen van hun debuut! De opnames die ik gehoord heb zijn geniaal en als het aan mij zou liggen had het al 15 jaar geleden uitgebracht kunnen worden…. maar kennelijk zijn de heren zelf nog niet tevreden.

Je staat net als ik op het punt om vader te worden. Denk je dat het vaderschap je beeld op de mensheid op één of andere manier zal aanpassen? Merk je een spanningsveld tussen de ‘boodschap’ die je via je muziek en teksten verspreidt en de waarden en normen die je aan je kind zal meegeven?
Gefeliciteerd! Nee, ik merk niks van een spanningsveld eigenlijk. Ik hoop dat het vaderschap me wat milder maakt en op sommige vlakken doet het dat ook, maar ik merk dat ik op andere vlakker een stuk radicaler geworden ben. Wie weet als die kleine er is, dat er dan nog een verschuiving der machten plaats gaat vinden, we zullen zien. Ik kijk ernaar uit! Natuurlijk zullen mijn vrouw en ik onze eigen waarden en normen proberen over te dragen aan ons kind, maar ik mag toch hopen dat onze kleine net zo’n sterke eigen wil zal hebben als die van zijn moeder en vader!

Jullie bandnaam windt er natuurlijk geen doekjes om. De duivel (of Satan) geldt als de personificatie van het kwaad. Moet black metal volgens jullie inherent een satanische boodschap uitdragen? Het statement dat jullie EP vergezelde (“Duivel is the rusty nail that is slowly driven under the nails of all that reeks of life affirming safe space treehuggery.”) lijkt me een sneer te zijn naar bands als Wolves In The Throne Room en consoorten, niet?
Black metal moet per definitie satanisch zijn, anders is het geen black metal…. en over die “safe space” rotzooi zal ik kort zijn: zulk soort onzin heeft toch niks met black metal te maken. Lachwekkend gewoon! Het beste is gewoon negeren die handel, geen aandacht aan schenken en vooral geen woorden meer vuil aan maken!

Hulder – Geïntrigeerd door de verdorven mensheid

De eerste tekenen van leven van de in het Amerikaanse Portland gebaseerde one woman black metal-band Hulder zagen het leven via het underground label Stygian Black Hand. Beide demo’s werden vervolgens door Our Ancient Future op een compilatietape gegroepeerd die de naam “De oproeping van middeleeuwse duisternis” meekreeg. Ondertussen wist deze de aandacht te trekken van het Duitse Iron Bonehead die een re-release op vinyl deed en zag ik de hoes regelmatig opduiken op social media. Het feit dat er een link met België achter Hulder schuilging was al voldoende om contact te zoeken met The Inquisitor en het met haar te hebben over o.a. middeleeuwse folklore en haar Belgische verleden. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

De info over Hulder is schaars. Wanneer werden de plannen om Hulder op te starten concreet en was het van meet af aan duidelijk dat je alles in je eentje zou bolwerken?
Ik riep Hulder in het leven kort nadat ik naar Oregon verhuisde. Dit project spookte al langer in mijn gedachten rond en het werd hoogtijd om het concreet aan te pakken. Dit resulteerde in 2018 in de release van de “Ascending the raven stone“-demo. Andere bandleden bij het verhaal betrekken was destijds niet nodig aangezien ik een duidelijk visie omtrent Hulder had en over de technische capaciteiten beschikte om alle muziek volgens diezelfde visie uit te voeren.

De tweede demo is een rehearsal-tape. Hoe kan je in godsnaam een rehearsal-tape op je eentje opnemen tenzij je over superkrachten bezit en tegelijkertijd kan drummen en gitaar spelen?
Zoals vermeld staat in de liner notes van die tape, werden de bas en drums voor deze gelegenheid ingespeeld door CK en Necreon, die beiden als tijdelijke live-muzikanten aangetrokken werden. De repetitieopnames vonden plaats in aanloop naar de enige live show die Hulder tot op heden gemaakt heeft.

Beide demo’s werden verenigd op de “De oproeping van middeleeuwse duisternis” compilatie die via verschillende labels op zowel, CD, cassete als vinyl verschenen. Iron Bonehead brengt de compilatie nogmaals opnieuw uit. Zal deze uitvoering verschillen van de vorige LP-versie? Werd er een deal getekend met dit Duitse label voor toekomstige releases?
Deze re-release werd geremastered door VK (Diocletian, Vassafor, Blasphemy, etc) en bevat nu een nieuwe full colour sleeve en geüpdatet lay-out van de hand van Dan Fried. Nieuws i.v.m. de toekomstige plannen zal weldra wereldkundig gemaakt worden.

Zelf Belg zijnde sprong de Nederlandstalige titel van de compilatie meteen in het oog aangezien ik dacht dat Hulder een Amerikaanse band was. Je hebt blijkbaar roots in België. Waar groeide je op en wanneer besloot je naar de US te verkassen, en meer specifiek Portland in Oregon?
Ik ben geboren in Duffel en groeide op in Mechelen en door omstandigheden verhuisde ik naar de US. Het verlangen naar koud weer en bossen dat in mij was ingebakken, is nooit verdwenen en Oregon leek me de beste leefomgeving te kunnen verschaffen op dit continent.

Voel je je nog op de één of andere manier verbonden met je thuisland? Volg je bijvoorbeeld de Belgische black metal-scene nog?
Ik ben nog op verscheidene manieren sterk verbonden met België en volg diens huidige en oude black metal-scene op de voet.

De bandnaam verwijst naar een hulder of huldra, een mythisch boswezen dat voorkomt in de folklore in Scandinavië. De naam betekent ‘bedekt’ of ‘geheim’. Het is een ongelofelijk mooie (soms naakte) vrouw met lang haar. Ze heeft een staart (in Noorwegen een staart van een koe en in Zweden een staart van een koe of een vos) die haar holle rug, zoals een holle boomstam, verbergt. De Huldra kan bovendien van gedaante verwisselen. Waarom leek deze naam je geschikt? Voel je jezelf verbonden met dit creatuur en ken je de Vlaamse black metal-band Huldrefolk wiens naam hier ook naar verwijst?
Er zijn inderdaad verschillende aspecten uit de folklore rond dit creatuur die aansluiten bij de idee van Hulder. Ik verkies de details echter voor interpretatie open te laten zodat diegenen die in deze verhalen wilt duiken zelf naar de betekenis op zoek kan gaan. De band Huldrefolk doet vaag een belletje rinkelen.

Op Metal Archives lezen we dat je teksten, naast middeleeuwse onderwerpen en foltertechnieken, ook gebaseerd zijn op Belgische folklore. Kan je hier wat dieper op ingaan?
Naast de aangehaalde thema’s zijn veel teksten gebaseerd op verhalen die generaties lang werden doorgegeven en die ik leerde kennen door mijn grootouders die van Belgische en Zwitserse origine zijn. Ik ben nog steeds enorm geïntrigeerd door Belgische literatuur en folklore.

Ik vroeg me af of de middeleeuwse foto op de hoes van de eerste demo een Belgische locatie weergeeft?
Ja, het betreft een foto van de hoofdingang van de Abdij van Tongerlo.

Wat trekt je zo aan tot de middeleeuwen? Werd je 500 jaar te laat geboren?
Ik ben geïntrigeerd door de oorspronkelijke en verdorven versie van de mensheid in contrast met de ongeëvenaarde complexiteit van kunst en architectuur uit die periode.

Op de cover van je laatste EP “Embraced by darkness mysts” zien we een foto van jou in een bos staande, volledig uitgedost in een middeleeuwse outfit opgesmukt met pinnenbanden en een kruisbeeld. Alle clichés zijn aanwezig, maar dat is wat black metal-fanatiekelingen aantrekt, hoewel het grappig kan lijken voor buitenstaanders. Is er een groot verschil tussen jou als persoon in het dagelijks leven en wanneer je als The Inquisitor je corpsepaint en stage outfit aantrekt?
Eigenlijk niet. Behalve de rituele aankledingen die aan het visuele aspect verbonden zijn, is er geen sprake van één of ander alterego.

Deze EP laat een grote vooruitgang horen, zowel op vlak van song writing als uitvoering. De drums op de demo’s klonken erg basic vergeleken met die op de nieuwe EP.
Als je de liner notes naleest, zal je ook hier zien dat de sessiedrums op “Embraced by darkness mysts” werden uitbesteed. De eerste demo bevat door mij geprogrammeerde drums.

De rehearsal-tape bevat een cover van de legendarische Celtic Frost-klassieker “Into the crypts of rays“. Welke andere bands inspireerden Hulder?
Het lijkt me eenvoudig om daar zelf achter te komen.

Zijn er plannen aangaande een langspeler en live shows?
In maart duik ik de studio in voor de opnames van een volwaardig debuut. Er staan weldra ook enkele live optredens aangekondigd worden. Met de release van de langspeler zullen er trouwens ook enkele tours geopenbaard worden. Dit is nog maar het begin!

Tombs – De angst een zinloos leven geleid te hebben motiveert me

Met de gloednieuwe “Monarchy of shadows” EP onder de arm, slaat het uit Brooklyn afkomstige Tombs keihard terug na een bewogen periode. Maar ‘what doesn’t kill you makes you stronger‘ en met een nieuwe line-up rondom hem, gaat bandstichter Mike Hill strijdlustig verder wat ondermeer resulteerde in een nieuwe deal met Season Of Mist. We hebben het met Mike over de verdere plannen met Tombs en waar de man zich naast muziek zoals mee bezig houdt. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

Hi Mike. Hoe staan de zaken er momenteel voor met Tombs?
Alles loopt goed. We zijn opgewonden over de nieuwe EP en we zijn ons aan het voorbereiden voor deze coole US tour met Napalm Death, Aborted en Wvurm. Napalm Death is een legende en het is een eer met hen de hort op te kunnen trekken. Na de tour, duiken we in mei opnieuw de studio in om onze volgende langspeler in te blikken. De creatieve aanval gaat lustig door.

Persoonlijk ben ik erg tevreden over jullie nieuwe EP “Monarchy of shadows” die een terugkeer laat horen naar de meer agressieve aanpak van mijn persoonlijke favoriet “Winter hours“. Was het een weloverwogen beslissing om terug meer naar jullie roots terug te keren na het geëxperimenteer met new wave en goth rock invloeden op “The grand annihilation“?
Ik denk dat de EP een weerspiegeling is van mijn gevoelens van de voorbije jaren. De tijd rond “The grand annihilation” was een erg moeilijke periode voor mij en waarschijnlijk werd de agressie opgewekt door alle frustratie en angsten die ik toen had. Het was een zware tijd en ik denk dat dat me motiveerde om harde muziek te creëren.
Ik denk dat er nog steeds veel duisternis op de EP te horen valt. Ondanks alle agressie, vind ik dat de gothic elementen nog steeds aanwezig zijn, maar eerder subtiel en niet zo overduidelijk, dat is de manier waarop ik mezelf graag uitdruk. Mijn doel op lange termijn is het mixen van extreme metal met post-punk en gothic-invloeden.

In 2018 hielden de drie andere leden (drummer Charlie Schmid, gitarist Evan Void en keyboardspeler Fade Kainer) het voor bekeken. Lagen persoonlijke of muzikale meningsverschillen aan de basis en was het moeilijk om nieuwe bandleden aan te trekken?
Ik denk dat die gasten andere dingen wilden doen. In een band als Tombs zitten is niet zo evident. Er gaat niet veel geld mee gepaard en we waren veel op de baan. Vervangers zoeken, ging vlot.

Na vele line-up wissels, ben je het enige overgebleven originele bandlid. Is Tombs een soort dictatuur die jij runt of zijn de andere leden ook vrij om muziek aan te leveren?
Ik begrijp dat sommigen mij hierdoor als een dictator zien, maar het heeft eigenlijk meer te maken met de kwaliteit van het werk dat op tafel kwam. Je zei het zelf al, ik ben de last man standing in Tombs wat betekent dat ik het meeste in de band geïnvesteerd heb. Het is een weerspiegeling van al het werk en de energie die ik het laatste decennium van mijn leven in de band gestoken hebben. Ik heb kwaliteitsstandaarden en elke creatieve output van de band moet daaraan voldoen, punt. Complexer is het niet. Als je komt opdagen voor de repetities en op dezelfde creatieve pagina als ik zit, zal dit werken. Als je niet hard wilt werken, is Tombs niet de juiste band voor jou.
Dat gezegd zijnde, de nieuwe line-up bestaat uit geweldige muzikanten en creatieve dynamo’s. Iedereen draagt iets bij aan de band. Dat was een grote tekortkoming van “The grand annihilation” line-up. Die gasten namen nergens verantwoordelijkheid in. Ze kwamen in de band omdat ze dachten dat alles door op een groot label te zitten vlot zou gaan. Ze waren meer bezig met het feit of ze wel goed op de bandfoto stonden dan de andere zaken aan te pakken.

Wat is de belangrijkste manier waarop je als muzikant en songschrijver de voorbije jaren geëvolueerd bent?
Ik vind dat vooral mijn zang en teksten verbeterd zijn. Ik zal nooit een begenadigd gitarist zijn, maar ik denk wel dat ik goed ben in het creëren van atmosfeer. Met mijn gitaarspel ga ik nooit iemand imponeren: het is te punk voor metal en te metal voor punk, maar het is nu eenmaal mijn voornaamste instrument. Ik besteed veel tijd aan het spelen en mijn techniek gaat nog steeds vooruit maar telkens ik een hoger niveau bereik, zie ik de lange weg nog die ik dien af te leggen. Het is eindeloos.
Mijn ideeën voor teksten zijn nu veel breder en minder persoonlijk. Ik schrijf meestal in de derde persoon omdat ik grotere, meer universele ideeën probeer te zeggen. De introspectieve insteek van delen van mijn oudere werk, ben ik nu wat beu.

Ondanks een speelduur van 35 minuten is “Monarchy of shadows” bedoeld als EP. Waarom schreef je niet één of twee nummers meer om een langspeler te hebben?
We kozen simpelweg voor een kortere release omdat nu eenmaal was wat wilden doen. De studio voor de opnames van een volgende langspeler is zoals gezegd geboekt voor binnen enkele maanden. Er is nooit een tekort aan ideeën, het is eerder een kwestie van de concepten op een hoog niveau te houden.

De EP is jullie eerste release voor Season Of Mist na voor de vorige plaat met Metal Blade Records te hebben gewerkt en Relapse Records voor de eerste drie langspelers. Waarom verlieten jullie Metal Blade en hoe verhouden de drie labels zich tot mekaar?
Metal Blade liet ons vallen omdat we niet voldoende platen verkochten die een opvolger met hen rechtvaardigde. Zo gaat dat nu eenmaal veronderstel ik. Alvorens we met hen tekenden, hadden we reeds een opportuniteit om met Season Of Mist te werken, maar we besloten met Metal Blade in zee te gaan omdat we hoopten dat dit de band ten goede zou komen door de zaken op een hoger niveau aan te pakken en meer kans op grotere tours te maken. Maar het draaide niet uit zoals we verhoopten. De meeste coole dingen die we deden zoals op Hellfest of Ozz Fest spelen, hebben we te danken aan Mark Vieira, onze manager. Terugkijkend hadden we waarschijnlijk toen al met Season Of Mist moeten tekenen: ze hebben geweldige bands onder hun hoede en hun esthethiek matcht met die van ons. Het is tevens de geschikte grootte qua label voor ons. Metal Blade is als een grote onderneming en we pasten niet echt in hun master plan.
De tijd bij Relapse was geweldig. Een reeks platen bij hen uitbrengen was lange tijd één van mijn doelen. Ik werkte er hard voor en bereikte mijn doel. Ik heb nog steeds een goede relatie met iedereen van het label. We hadden een geweldige tijd samen, maar dat hoofdstuk kwam tot een einde en het was tijd voor de volgende stap. Ons avontuur met Metal Blade is als een kleine omweg, een voetnoot. Toevallig vind ik de plaat die we voor hen maakten (“The grand annihilation“) waarschijnlijk ook onze minste.
Met Season Of Mist loopt alles goed tot dusver. Ik voel me erg verbonden met hen. Ze hebben een kantoor in Philadelphia hier aan de oostkust. Dat betekent om één of andere reden iets voor mij hoewel het label vooral als Europees label gekend staat.
Mijn ervaring met Relapse en Season Of Mist loopt gelijk. Beide labels worden gerund door fantastische mensen met een grote werkethiek, wat waarschijnlijk het meest belangrijke aspect voor mij is.

Voor het artwork van “Monarchy of shadows” werkten jullie met de Franse artiest Valnoir (Metastazis). Ik heb enkele van zijn kunstboeken en herinner me dat hij volledige vrijheid eist bij het creëren van artwork voor bands. Was dat ook bij jullie het geval of gaf je hem enkele richtlijnen?
Ik heb ongelofelijk veel respect voor Valnoir. Hij deed ook het artwork voor “All empires fall” enkele jaren geleden en zal ook dat van de volgende langspeler verzorgen. Ik ben grote fan van zijn werk en bewonder zijn kunde om de essentie van zijn onderwerp steeds te capteren. Alles wat hij doet ziet er anders uit en is uniek; hij heeft die geheimzinnige gave om de geest van een band perfect weer te geven. Ik vertrouw dan ook volledig op zijn visie.

Waar staat de albumtitel “Monarchy of shadows” voor?
De teksten op de EP gaan, met uitzondering van “Path of totality” wat een heropgenomen oude song is, uit van de idee dat alle ideeën van orde en logica illusies zijn. We leven in een wereld vol chaos en entropie; het is ons dataverorbende primaire brein dat probeert om overal zin aan te geven. In het titelnummer werk ik met de idee van ‘as above, so below‘ wat stamt uit verschillende hermetische leren en heilige geometrie. De materiële wereld gelijkt op het astrale vlak dat trilt in chaos of op zijn minst met een frequentie die we niet kunnen begrijpen.
Ik geloof dat al onze geloven, religieus, spiritueel en filosofisch reflecties zijn van ons eigen ego en dat de ware natuur van onze realiteit ver buiten ons verstand ligt. Onze realiteit bestaat voor het overgrote deel uit ondetecteerbare donkere materie en we leven in schaduwwereld.

Waarom besloot je het nummer “Path of totality” opnieuw op te nemen?
Sinds we het schreven, vormt het nummer het slot van onze setlist. Het is één van de oudere songs die ik nog steeds graag speel. Ik denk dat Justin suggereerde om het nummer opnieuw op te nemen aangezien we het nu lichtjes anders spelen. Sneller en met enkele subtiele tempowisselingen. Het nummer gaat al heel lang mee en vormt op een bepaalde manier de link tussen heden, verleden en toekomst.
Bovendien was ik ook niet zo tevreden met de originele productie ervan. De nieuwe versie knalt en ligt meer in lijn met de originele opzet ervan.

In 2018 bracht je via je eigen label Everything Went Black de “The stockton tapes” verzamelaar uit die demo’s bevatte van alle tien de nummers van “The grand annihilation“. Waarom besloot je deze uit te brengen? Was je niet tevreden over de finale versie van de songs?
Ik hou ervan om naar demo-opnames van bands te luisteren. Vroege versies van nummers geven een inkijk in het muziek creatieproces. Ik ben fan van de Rollins Band “End of silence” demo’s die enkele jaren geleden uitkwamen via 2.13.61. Je ka de aanpassingen horen die achteraf werden gedaan met de band. Bovendien zit er achter elke plaat een verhaal en ik hou ervan om daar deel van uit te maken. Ik hoopte dit proces te kunnen delen met eenieder die in dit soort dingen geïnteresseerd is. We namen de demo’s op in Chapel Black, de studio/repetitieruimte van Black Anvil. Het was tof om met vrienden die ik vertrouw aan deze demo’s te werken.

Zijn er naast de Amerikaanse tour ook plannen om naar Europa te komen?
Ik ben niet zeker. We hebben momenteel geen agent in Europa, maar ik zou graag de oversteek maken zelfs al is het voor enkele festivals. Het is al even geleden dat we nog eens een goede Europese tour hebben ondernomen.

Naast de bandactiviteiten ben je ook actief als schrijver voor Noisey, Revolver, Bandcamp Daily en Decibel. Verder maak je je eigen Everything Went Black podcast, is er Savage Gold, je eigen koffiemerk, werk je als DJ bij Gimme Radio en hou je je, naast je interesse in horrorfilms en comics, bezig met gevechtssporten. Waar haal je al die tijd en energie vandaan? Heb je deze variatie nodig om aan de saaiheid van het alledaagse leven te ontsnappen?
Bedankt om hier aandacht aan te besteden. Ik ben graag bezig en ben niet zo goed in het onderhouden van persoonlijke relaties. Ik ben niet het type kerel die met het weekend voor de deur zal bellen om te horen wat je van plan bent. Ik ben dan waarschijnlijk aan het lezen, aan muziek aan het werken of martial arts aan het trainen. In deze fase van mijn leven motiveert angst me; de angst een zinloos leven geleid te hebben. Ik ga geen familie of kinderen hebben, dus wil ik mijn nalatenschap op een andere manier vormgeven.

Wat beschouw je je grootse verwezenlijkingen in het leven en heb je nog verdere ambities?
Het voelt alsof veel van mijn verwezenlijkingen nogal triviaal zijn. Dezer dagen kan iedereen een plaat opnemen of muziek online zetten. Muziek is een passie en ik beschouw dat niet als een verwezenlijking.
Ik zou graag meer willen schrijven. Het voelt alsof ik nog minstens twee of drie boeken in mij heb. Ik heb een interessant leven en enkele perspectieven die interessant zouden kunnen zijn voor andere mensen.

Metal Matters is je wekelijkse podcast waar je discussies voert over klassiekers en nieuwe bands en interviews doet met je favoriete artiesten. Ik genoot erg van de aflevering met de levende muziekencyclopedie Ralph Schmidt (Ultha, ex-Planks) en tevens één van je beste vrienden en één van mijn muzikale helden. Het ziet ernaar uit dat jullie een grote gedeelde liefde hebben voor darkwave en goth rock. Heb je zijn nieuwe darkwave band Ropes Of Night al gehoord?
Ralph is als een broer voor mij. Ik hou van die kerel en respecteer hem enorm. Hij is één van die weinige mensen waar ik me verbonden mee voel. Het voelt soms alsof we een weerspiegeling van mekaar zijn. We houden beiden van dezelfde bands, we zijn twee handsome devils en hebben een gedeelde interesse in HP Lovecraft en Edgar Alan Poe. Ik heb nog geen muziek van Ropes Of Night gehoord.

Om te eindigen, wou ik je een anekdote vertellen die stamt uit de tour met Planks van enkele jaren geleden. Met mijn band Timer verzorgden we het voorprogramma in Wilrijk. Het was een bloedhete dag en aangezien jullie op een oorverdovend geluid speelden, stond iedereen van buitenuit in het zonnetje door het grote raam naar jullie optreden voor een ‘lege’ zaal te kijken, haha. Herinner je je dit optreden en ben je net als ik opgewonden over de Planks reünie die later op het jaar gepland staat?
Om eerlijk te zijn, herinner ik me die show niet maar naar die Planks reünie kijk ik enorm uit!

Regarde Les Hommes Tomber – We zijn atheïsten die verhalen vertellen, geen bekeerlingen

Met het gloednieuwe “Ascension” breidt het Franse black metal kwintet Regarde Les Hommes Tomber een einde aan een conceptuele trilogie die in 2011 begonnen werd met hun self-titled plaat en een vervolg kreeg middels “Exile” uit 2015. Het duurde bijna vijf jaar alvorens de Fransen met het sluitstuk op de proppen kwamen wat bewijst dat die derde langspeler dikwijls een moeilijke bevalling is. Maar laat ik jullie geruststellen, want op “Ascension” horen we een Regarde Les Hommes Tomber in bloedvorm. Ik had een babbel met zanger T.C. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

© David Fitt

Proficiat met “Ascension“! Ben je nerveus nu de eerste reviews binnen komen en je het oordeel van fans en reviewers te horen krijgt?
Eigenlijk zijn we heel opgewonden en ongeduldig. Er werden reeds twee nummers vrijgegeven (“A new order” en “The renegade son“) waarop goede feedback kwam en ook de reacties van de media die de plaat al in haar geheel hoorden waren erg positief. We tellen nu echt af totdat de plaat voor iedereen beschikbaar is. Voor ons als band is dit één van de meest geslaagde dingen die we ooit gedaan hebben. We zijn erg opgetogen over het eindresultaat en hopen dat de plaat de luisteraar aanspreekt op een manier waarop ze dat voor ons doet. De eerste shows zijn gepland en daar zijn enkele grote bij zoals Hellfest en Roadburn, we staan te popelen! De twee volgende jaren worden een hectische rit voor ons.

De Fransen staan nogal bekend om hun chauvinisme. Gaat dat ook op voor jullie metal-scene? Krijgen jullie veel respect vanuit jullie thuisland of is de band populairder in het buitenland? 
We hebben een grote fanbase in Frankrijk, maar krijgen ook elders goeie feedback. De respons die we tijdens onze laatste Europese tour met Die Weg Einer Freiheit kregen, overtrof onze verwachtingen zelfs. We voelden ons niet als de openingsband, maar evenredig aan de headliner. Dat is erg bemoedigend. In Zwitserland en Nederland kregen we érg goede respons, maar we spelen overal graag hoor.

Week na week is er een immense instroom aan nieuwe metal-releases wat het haast onmogelijk maakt om alles op de voet te blijven volgen. Is het voor jullie gemakkelijk om bij elke nieuwe release een nieuwe groep mensen aan te boren? Wat is voor jullie de beste manier om nieuwe luisteraars aan te trekken? 
Hier zijn we eerlijk gezegd niet zo mee bezig. We hebben sinds ons debuut als band een trage maar gestage evolutie doorgemaakt en zijn erg trots op de dingen die we tot nu toe verwezenlijkt hebben. We hebben sinds de start veel shows gespeeld en hoewel het leven tijdens een tour soms hard kan zijn, is dat voor ons het allerbelangrijkste. Een goede show spelen is dan ook het beste wat je als band kunt doen om je muziek te promoten.

Hoewel er elk jaar veel goede platen uitkomen, zijn er slechts enkele die me emotioneel gezien zo hard kunnen raken als de releases de me destijds metal deden ontdekken. Welke recente platen hadden op jou hetzelfde effect als de klassiekers?
Het Franse label Antiq records bracht het debuut “Incandescente” van Malenuit uit. Ik vind dit een echt meesterwerk waarop black metal vermengd wordt met Franse folkmuziek en batcave…perfectie! Het laatste Véhémence album (“Par le sang versé“) is ook erg goed. Zelf ben ik een grote fan van Anorexia Nervosa en Nehëmah, twee Franse black metal-bands die spijtig genoeg niet meer bestaan. Recent luisterde ik ook veel naar niet-metal klassiekers zoals Clan Of Xymox en Depeche Mode en de laatste twee albums van Drab Majesty wakkerden mijn liefde voor goth rock terug aan.

© David Fitt

Ascension” is het sluitstuk van een trilogie die handelt over de meest opvallende protagonisten van de heilige geschriften die allemaal gevangen worden door het lot, de onvermijdelijk weg naar verlies en nederlaag. Hoe verhouden de drie platen zich tot mekaar zowel inhoudelijk als muzikaal?
De bandnaam is eigenlijk de sleutel tot het verhaal en kan vertaald worden als “kijk naar de val van de mensheid”, het overkoepelende concept van de band: de devotie en afwijzing van God, de moeilijke relatie tussen het goddelijke licht en de mensheid, de val van de genade. Al onze teksten zijn gelinkt aan Bijbelse mythologie.
Henoch, een vriend van ons, schrijft al onze teksten. De twee eerste platen focusten op een centraal thema: de val van de mensheid die verworpen en getormenteerd wordt door God, ondanks hun toewijding en liefde voor het goddelijke. Ze behandelden zowel deze val als de geboorte van een bewustzijn dat resulteerde in het afwijzen van hun Heer en alle principes van aanbidding gedurende hun ballingschap om uiteindelijk hun eigen god te worden en ‘op deze troon te zitten’, zoals het laatste nummer van “Exile” beschrijft. “Ascension” beëindigt de trilogie maar op een speciale manier. De teksten van de twee eerste platen lagen dicht tegen ‘klassieke theologie’, terwijl die van “Ascension” een eigen creatie zijn: een nieuw verhaal, een nieuwe mythe. Het fijne aan Bijbelse verhalen is dat ze veel ruimte laten voor verbeelding en interpretatie. Henoch deed dit op zijn eigen manier. Hij schreef een gepassioneerd en diep filosofisch verhaal geleid door oude mythen. Maar ik wil er niet te veel van verklappen!
Teksten zijn erg belangrijk voor ons. Er zit geen ideologische boodschap in onze muziek, we gaan puur op een creatieve manier met deze thema’s om. Deze symbolen zijn intens en sommen de concepten die we willen laten horen met onze muziek op, daarom gebruiken we ze. We zijn atheïsten die verhalen vertellen, geen bekeerlingen. Geen van ons is religieus, maar we zijn gefascineerd door de drie monotheïstische religies. Ze vormen een onuitputtelijke bron van inspiratie voor ons. Deze mythes beschrijven immers niet oude en verloren tijden, maar de huidige wereld waarin we leven. Dat maakt ze zo boeiend. De oude verhalen moeten op die manier gelezen worden, de analogie met de huidige wereld geeft ze hun sterkte. Ze werden in het verleden geschreven om de realiteit van vandaag te beschrijven en de toekomst te voorspellen.

Muzikaal gezien lijkt elke plaat meer en meer black metal-invloeden te bevatten. Was dat een overwogen beslissing of een organische evolutie?
We hebben onze eigen leidraad aangaande de muziek die we spelen, maar er is een grote evolutie hoorbaar tussen ons debuut en “Ascension“. Daar waar veel bands afzwakken of meer softe muziek beginnen spelen, deden wij het tegenovergestelde en staken nog een tandje bij op vlak van epiek en agressie. Op ons debuut vond je veel doom en sludge terwijl “Ascension” een erg brutale plaat is. We willen niet steeds dezelfde plaat uitbrengen. Wat de toekomst inhoudt, weten we niet! We willen onze muziek niet in hokjes steken. Sommige media labellen ons als een ‘post’ band, wat niet veel betekent voor ons. Regarde Les Hommes Tomber bestaat uit een stel vrienden met verschillende muzieksmaken, wat tevens onze kracht is denk ik. Sommigen van ons komen uit de pure black metal, anderen zijn fan van doom, heavy metal en zelfs AOR. We willen niet dat bandleden zich limiteren tot één enkel genre, daarom is onze muziek een mengeling van verschillende invloeden. We vertrouwen op deze diversiteit om van daaruit onze sound te bouwen. We hebben geen ‘directe’ invloeden, hoewel er wel een link naar bands als Drudkh, Amenra, Sargeist, Mgła, Dead Congregation, Forteresse, .. kan zijn, allemaal verschillende bands. Nogmaals, we bouwen onze muziek zonder volgens een model te denken, we zijn gewoon op zoek naar de beste manier om ons concept te brengen. We willen tijdens het schrijven niet gelimiteerd worden, we willen iets intens en spontaan creëren.

© David Fitt

Ik moet zeggen dat “Ascension” jullie best klinkende plaat tot op heden is. Wat deden jullie anders tijdens het opnameproces en zijn jullie 100% tevreden over het eindresultaat?
We zaten een hele maand in de Parijse Studio Sainte Marthe met Francis Caste die een fantastische job deed en bovendien ook artistiek betrokken was. Hij was als een zesde bandlid. We zijn 120% tevreden, ook al duurde het even. Onze muziek werd stap voor stap, jaar na jaar, album na album geschreven. We vertrouwen dat tijd creativiteit met zich meebrengt, simpelweg omdat kunst niet besteld kan worden. Spijtig genoeg zijn we geen band die kan schrijven tijdens het touren. We zouden wel willen, maar het lukt ons niet. We spelen atmosferische muziek waardoor we nood hebben aan een soort werkcontext om te componeren: een echte repetitieruimte, geen backstage. We hebben nood aan rust tijdens het schrijven om in harmonie te komen met onszelf, aan introspectie te doen zoals monniken in een klooster. Daarom duurde het zo lang.
Het schrijfproces voor deze plaat was niet zo eenvoudig. Nieuwe muziek creëren zonder jezelf te herhalen is voor elke artiest een uitdaging. We moesten onze comfortzone verlaten voor “Ascension“. Begin 2018, na het einde van onze laatste Europese tour, hadden we nood aan break. We speelden erg veel shows ter promotie van “Exile” uit 2015, wat absoluut fantastisch was maar ook erg vermoeiend. Enkele maanden later, startten we met repeteren en het componeren van nieuw materiaal. “Ascension” kwam op een natuurlijke manier tot stand en werd opgenomen in juli 2019. Het was een opwindende ervaring en we zijn erg tevreden over het eindresultaat. We staken bloed, zweet en tranen in deze plaat.

Voor de derde keer op rij werkten jullie voor het hoesontwerp samen met Førtifem, een grafisch designduo bestaande uit Adrien Havet en Jessica Daubertes. De covers van de eerste twee platen deden me denken aan het werk van Gustave Doré, terwijl het nieuwe artwork lichtjes anders is. Waarom werd de grafische stijl van de voorgangers niet doorgetrokken om een soort van consistentie doorheen de trilogie te bewaren?
We waren reeds fan van hun werk voordat we onze samenwerking startten. We zijn inderdaad erg geïnspireerd door artiesten zoals Gustave Doré, John Martin en Albrecht Dürer. Net zoals voor de productie van de plaat, hadden we ook voor het artwork een precies idee van wat we wilden voor ogen. Je hebt gelijk dat de stijl van de hoes van “Ascension” een beetje afwijkt. We zochten iets dat aan de ene kant het algemeen concept van de plaat gemakkelijk kon weergeven, maar aan de andere kant ook uniek was. En natuurlijk is de ontwerpstijl van Førtifem ook geëvolueerd. We zochten een episch beeld in lijn met onze sound en het concept van de plaat. We gaven hen de nummers met precieze aanwijzingen en ze kwamen enkele weken later, na wat over-en-weer gemail, met het eindresultaat op de proppen. Daar waar “Exile” eindigde met “The incandescent march“, de gloeiende tocht van duivelse krachten naar de hemel, start “Ascension” met het nummer “A new order” waarvan de tekst het artwork inspireerde. Het vuur symboliseert de viering van de komst van Lucifer en Lilith in het koninkrijk van God en het hemelgevecht tussen de aartsengelen en demonen. Je kan ook een nieuwe toren van Babel zien op de achtergrond, die heropgebouwd wordt na op “Exile” door God vernietigd te zijn geweest. Dit symboliseert de pretentie en ijdelheid van de mensheid versus de Vader die ze verachten. Er wordt al een goede clue gegeven aan het begin van de plaat over wie het gevecht gaat winnen, maar er volgen nadien nog enkele twists.

De eerste twee platen verschenen via Les Acteurs de l’Ombre Productions, maar voor “Ascension” besloten jullie met Season Of Mist samen te werken. Was de band klaar voor de volgende stap?
Het is nog te vroeg om daarover te spreken, maar we zijn tot hiertoe wel erg tevreden over onze samenwerking met Season Of Mist. Ons vorige label LADLO had een kleine structuur waarbij de medewerkers een ongelofelijke dosis energie in het ontwikkelen van bands zoals de onze staken via een intens underground netwerk van promotie en distributie. We hebben veel aan hen te danken en beseffen dat we zonder hen nu niet zouden staan waar we staan. We kozen nu voor Season Of Mist simpelweg omdat de kans zich voordeed. Het is een grotere structuur en niet tekenen zou een fout geweest zijn. Dit was nodig om de band verder te laten evolueren.

Jullie speelden al op een groot aantal festivals zoals Hellfest, Roadburn en Dour. Verkiezen jullie om voor een grote massa te spelen of eerder de meer intieme setting van een kleinere club show?
We zijn een live band en houden van beide. Elke show is uniek en elke keer willen we dat het publiek met een wereld in aanraking komt die ze nog nooit ervaren hebben, het maakt niet uit of ze onze muziek al dan niet kennen. Voor 10.000 man spelen op Helffest was ongelofelijk, maar we houden ook van kleinere clubs. De vibe is telkens anders, maar we zijn wel telkens gedetermineerd. Maar voor 80% moeite doen zou liegen zijn tegen de mensen die naar ons komen kijken. Elke keer geven we het beste van onszelf. We MOETEN dit doen tijdens elke fucking show. Dit is primordiaal voor ons.

Komt er een Europese tour aan ter promotie van de nieuwe plaat en doen jullie daarbij ook België en Nederland aan?
Momenteel staan er enkel shows in de buurlanden op de planning, maar we hopen dat een volledige tour zal volgen! We hebben een speciale collaboratie met Hangman’s Chair gepland op Roadburn en Dour, net zoals we enkele maanden geleden deden in Le Trianon in Parijs. We zullen twee sets spelen op Roadburn, de dag voor de samenwerking spelen we “Ascension” in zijn geheel. Ik moet je niet vertellen dat we hier heel fier op zijn. In oktober staan ook Brussel en Arlon op de planning.

Hebben jullie al een nieuw concept in gedachten voor de volgende plaat/platen?
Neen, momenteel denken we maar aan één ding: TOUREN!

Bütcher – IJzer en metaal los op iedereen zijn bakkes

Ik kom uit een tijd dat platen regelmatig nog gekocht werden door voort te gaan op coole hoesontwerpen, zonder één noot muziek gehoord te hebben. Vooral de covers van onze landgenoot Kris Verwimp spraken destijds tot mijn jeugdige verbeelding. Op papier is het speed/heavy/thrash/black-metalgezelschap Bütcher, niet helemaal mijn ding, maar geïntrigeerd door de cover en de titel van het nagelnieuwe “666 goats carry my chariot” én het feit dat de plaat op het legendarische Osmose Productions verschijnt, werd mijn interesse in mijn landgenoten toch getriggered. We klopten aan bij zanger R. Hellshrieker en gitarist KK Ripper voor een gesprek vol vuur, passie, metal, spikes & leather. (JOKKE)

Dag heren. De releaseshow voor “666 goats carry my chariot” zit erop. Is het dak van Het Bos eraf gegaan?
R Hellshrieker: Dag Jokke. Toch wel! De verwachtingen lagen hooggespannen en dat hadden we zelf mee gecreëerd: veel promotie gemaakt, gezorgd voor een goede vormgeving, een sterke affiche met internationale bands samengesteld en de show exact op de releasedatum gepland. Wanneer dan op voorhand de nieuwe videoclips verschenen, en stuk voor stuk erg goede reviews binnenliepen, ging het plots ook extra snel met de kaartenverkoop. Fans uit verschillende landen waren zelfs vertegenwoordigd, met een uitverkochte zaal tot gevolg en elektriciteit in de lucht. Het publiek had er zin in, wij ook – wij hebben altijd zin om live te spelen – en de energie die we gaven kwam volledig terug. En eindelijk konden we alle nieuwe nummers spelen, die werden erg goed onthaald, en de plaat verkocht waanzinnig. Wij zijn dus tevreden van de release!

KK Ripper: Inderdaad. De videoclip zorgde zelfs voor een zodanige boost in ticketverkoop dat enkele van onze dichtste vrienden voor de verrassing kwamen te staan dat het uitverkocht was. Het feit dat er dan nog danig geTicketswapped (Ticketgeswapped?) moest worden gaf wel aan dat er een zekere belangstelling was opgewekt en dat vleit ons wel. Verder hebben alle bands (Schizophrenia, Aggressive Perfector en Hexecutor, met zelfs een bonusnummer met de heren van Extirpation!) de keet in tweeën gespleten. Buiten een kort technisch euvel (Murphy’s Law, I guess) is ook onze show vlekkeloos verlopen en zijn we nog steeds vollenbak aan ‘t nagenieten!

Sinds jullie wederopstanding in 2014 heb ik jullie nog niet live aan het werk gezien. Maar telkens ik live reviews onder ogen kreeg, werd jullie intense en opzwepende podiumuitstraling geprezen. Komt het nog wel eens voor dat jullie meer dan één extra tandje moeten bijsteken omdat het publiek er als een bende zoutpilaren bijstaat? Zien jullie wat dat betreft verschillen tussen de verschillende landen waar jullie al opgetreden hebben?
R Hellshrieker: Goh, wij zijn zo bezeten van de muziek die we zelf maken – misschien zelfs een beetje verslaafd aan de adrenaline stoot van live spelen – dat een tandje bijsteken nooit echt een optie is, omdat – ongeacht waar en voor wie we spelen – Bütcher altijd tot het gaatje gaat. Als het publiek dan zou kiezen om er als een zak zout bij te staan zou dat jammer zijn, maar extra beleving kunnen we toch nooit meer geven. We treden steeds boven die mentale grens op! Het is vooral fijn om te kunnen zeggen dat het publiek er nooit zo bijstaat. Ook in landen die we voor de eerste keer aandoen krijgen we het vuur aan de lont en ontploft het. Duitsland blijft wel een belangrijke afzetmarkt… ze vreten daar oude metal als ontbijt denk ik. Maar Nederland en Zwitserland waren bijvoorbeeld ook erg succesvol dit jaar. Pitfest (NL) was pure chaos en energie! Muskelrock in Zweden was dan eigenlijk net hetzelfde… Het is op die momenten dat je merkt dat de bandnaam zich verder verspreidt. Dus eigenlijk kunnen we er nog steeds moeilijk een bepaald land op plakken. Waar we wel verder op inzetten is om de show beter en uitgebreider te maken – in de mate van het mogelijke op logistiek gebied, en wat een organisatie toelaat op gebied van brandveiligheid, haha.

KK Ripper: Aangezien mijn collega R Hellshrieker voor elk optreden steevast zijn portie springbonen eet, duurt het meestal niet lang vooraleer we “the head that doesn’t bang” overtuigd hebben. Zoals gezegd, maar voor mij in het bijzonder, was Muskelrock een haast buiten-lichamelijke ervaring: optreden in een metalen kooi waar tijdens de show de metalheads aanhingen te headbangen alsof ze met de zweep gedreven werden. Dat vergeet ik alleszins nooit meer!

Jullie eerste langspeler “Bestial fükkin’ warmachine” verscheen via het Antwerpse Babylon Doom Cult Records. Nu is het echter tijd voor Osmose Productions waarop heel wat legendarische platen van o.a. Marduk, Immortal, Enslaved, Bewitched en Absu verschenen. Is het verschil in kaliber tussen beide labels al voelbaar voor Bütcher?
R Hellshrieker: Het is voelbaar, zeker. Osmose zit nu eenmaal met wereldwijde verdeling, dus zowel qua promotie als beschikbaarheid is het een grote stap voorwaarts. Het album is ook op alle grote streamingplatformen beschikbaar, het was makkelijker om via magazines als Decibel Mag en Deaf Forever promo te lanceren… En die legendarische geschiedenis van het label die je aanhaalt, dat ligt bij heel veel metalheads nog nauw aan het hart. De combinatie Osmose met het artwork van Kris Verwimp schept een bepaald verwachtingspatroon… dixit een heleboel reviews. We kunnen er blijkbaar ook aan voldoen, dus dat maakt het extra mooi om met Bütcher in die stal zitten. Wij durven ons gerust thuis voelen tussen die namen – alles in perspectief geplaatst uiteraard. Hoe meer we samenwerkten met Osmose, hoe beter de communicatie ook werkt… maar niets zal de credits wegnemen hoe Jo en BDC de nek hebben uitgestoken om ons een eerste, o zo belangrijk, platform te geven.

Na de release van jullie debuut langspeler werd er grote kuis gehouden in de line-up waarbij bassist JA Pulsatör, gitarist DB Deströyer en drummer PB Tormentor het voor bekeken hielden. Wat was de reden voor hun vertrek en was het moeilijk om plaatsvervangers te vinden?
R Hellshrieker: Voor KK Ripper en mijzelf was er wellicht een verschil met de anderen op gebied van verwachtingen en hoe wij de band wilden zien evolueren. Dat heel klein beetje bereikt te hebben waar Bütcher nu staat heeft een ongezonde dosis exclusiviteit en toewijding gevraagd. Mentaal én fysiek – persoonlijk durf ik zelfs nog niet eens denken aan de toekomst. Meer willen wij er eigenlijk niet over kwijt, het zou verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd. En eigenlijk kunnen we alleen maar blij zijn dat wij uiteindelijk allemaal samen nog een dikke pint kunnen drinken: ik ken die gasten al bijna 20 jaar, en ze hebben allemaal ten volle hun rol gespeeld in het Bütcher verhaal.
Bij het zoeken naar nieuwe leden hadden we één groot geluk. Wij wisten direct wie we erbij wilden, en LV Speedhämmer en AH Wrathchylde stemden meteen toe. Maar het was wel vlak voor de opnames dus drums werden op 1 à 2 weken klaargestoomd en baspartijen werden nog door KK Ripper ingespeeld. Bloed, zweet en metalen tranen heeft het gekost, die plaat!

KK Ripper: Ik wil nog even benadrukken hoe zeer ik de partijen aan beide kanten van het schisma een warm hart toedraag. Jolle, Polle & Beuk hebben deze beslissing genomen omdat dat op lange termijn het beste ging zijn voor henzelf en voor de band en dat respecteer ik enorm. En Speedhämmer en Wrathchylde stonden onmiddellijk klaar op een moment dat wij zelf niet meer wisten hoe we het gingen moeten bolwerken en hebben ons echt uit de brand geholpen.

Opgeven staat duidelijk niet in jullie woordenboek want wanneer één van de bandleden voor een show verhinderd is, weten jullie steeds stand-ins op te trommelen om toch maar geen show te hoeven cancellen. Dat broederschap met muzikanten van andere bands lijkt me goud waard. Is er trouwens een grote speed/heavy/thrash-scene in België?
R Hellshrieker: Het is ronduit fantastisch dat we kunnen rekenen op een paar steengoede muzikanten om ons verder te helpen. Bütcher levert een engagement en dat betekent de beschikbaarheid van de band wanneer men ons wil boeken – op een plaats waar wij de keuze maken ook te willen spelen, welteverstaan. Je moet dat ook doen om te kunnen groeien. Die beschikbaarheid betekent dat wij soms met een andere drummer of bassist spelen, inderdaad. Ook al kost dat extra moeite om te repeteren, het toont vooral aan hoe ook die klassebakken bezeten zijn van muziek en optreden, en dat met ons willen doen. Wij zijn ongelooflijk dankbaar voor iedereen die met ons op het podium stond, en hoe cheesy het ook klinkt, het voelt als een soort broederschap. Ondertussen is die lijst aanzienlijk: Vincent Verstrepen van Carnation, Andreas Stieglitz van Speed Queen, Rob Martin van Rrrags (zijn vuurdoop is in Hamburg in Maart), Nils Pervé van Incinerate, Kevin de Leener die zijn sporen in Saille, Battalion, Gorath,… verdiende. Op de releaseshow hadden we Max Mayhem van Evil Invaders als tweede gitarist. Dat was alvast een schot in de roos…Ik zou niet zozeer spreken over een speed/heavy/thrash scene per se, maar we hebben steengoede bands in België en het is fijn om deel uit te maken van zo’n talentvolle scene. Carnation, Schizophrenia, Incinerate, Slaughter Messiah, Terrifiant, Possession, Violent Sin, Speed Queen,… Belangrijker is het gevoel van Metal met de grote M dat deze bands delen, dan per se de benoeming van een subgenre.

KK Ripper: Dat laatste vind ik ook zo belangrijk. Ik liep natuurlijk nog niet rond ten tijde van de legendarische affiches van het Heavy Sound-festival te Poperinge, maar ik kan zo mijn ogen uitkijken op het feit dat daar Mercyful Fate, Metallica, Manowar, Motörhead,… allemaal door mekaar stond. Als ik praat met anciens uit die tijd, met verhalen over Candlemass en Morbid Angel op één affiche, en iedereen die op elke band even hard uit z’n dak ging; dat is Metal met de grote M. Wij zijn uiteraard geen band van dat kaliber, maar ik merk dat ik niet de enige ben die hunkert naar die diversiteit. Noem het nostalgie naar een tijd die we zelf niet hebben meegemaakt, maar het overdreven hokjes-denken is niet aan mij besteed, we zijn allemaal hardrockers.

Ondanks de ingrijpende line-up wissel ligt “666 goats carry my chariot” een kleine tweeënhalf jaar later al in de rekken. Was het een gemakkelijk schrijfproces of wordt het steeds moeilijker om nieuwe nummers te pennen die beter klinken dan het oude werk? En waarom werd er geen tweede gitarist aangetrokken?
KK Ripper: Wel, eerlijk gezegd verliep het schrijfproces zeer natuurlijk en intuïtief. De eerste plaat “Bestial fükkin’ war machine”, was een belangrijke stepping stone naar een identiteit als band. Misschien met momenten wat groen achter de oren of wat onervaren met het analoog opnemen, maar desalniettemin, zeer bepalend voor de richting die we met “666” gingen inslaan. Meer oude heavy metal en black metal invloeden, en niet alleen vanuit de black/thrash maar ook vanuit de meer epische hoek, dat werd de formule. Let wel, “45 RPM metal“, het eerste nummer dat voor deze plaat geschreven is, hebben we al live gebracht bij de release van de vorige plaat, terwijl “Brazen serpent” nog nooit met de voltallige band gespeeld was voor we de studio introkken. R wist dus niet welke lagen leadgitaar etc. op dit nummer gingen komen, want die bestonden alleen nog maar in mijn hoofd. De intro en outro zijn letterlijk op hotel in IJmuiden tot stand gekomen, net als bepaalde solo’s. Ik presteer blijkbaar gewoon beter onder tijdsdruk. Ik moet zeggen dat het nu moeilijker wordt; de plaat is al een jaar ingeblikt en ik heb sindsdien nog niets concreet geschreven. Als ik te veel tijd heb, ga ik alles overdreven analyseren; “dit is te veel volgens de ‘formule’, dat wijkt er te zeer van af”… Nu we met “666 goats” de puntjes op de “i” hebben gezet qua identiteit als band, is er veel druk om het keer op keer waar te maken. Daarmee ook mijn grote bewondering voor het meer recente werk van Darkthrone, die gasten zeiden op een gegeven moment ook “fuck it”. Mijn waslijst aan invloeden wordt alleen maar langer, dus hoe het toekomstige schrijfproces gaat verlopen, dat is voor mij ook nog een raadsel.

I.v.m. een tweede gitarist: let wel, de nummers voor de nieuwe plaat zijn wel geschreven met een tweede gitarist indachtig. ‘Den Beuk’ zat toen immers nog als DB Deströyer in de band; zijn stijl is zeer geënt op death-metal-slaggitaar, dus ik had niet de zotste Iron Maiden-harmonieën voor ogen maar eens ik er alleen voor stond bleek het toch niet zo evident om dat op te vangen. Toch hebben we lang gewacht om een tweede gitarist te zoeken. Ik wou niet zomaar iemand aannemen om voort te kunnen, om dan misschien een paar maanden later in hetzelfde schuitje te zitten. Gelukkig is AH Wrathchylde zijn basspel erg dragend, dus ben ik er toch even mee weggekomen. De connectie tussen gitaristen in een band moet erg goed zijn: Downing & Tipton, Denner & Shermann, Murray & Smith, Robertson & Gorham,… Dat wil ik en niets minder! Met Max zou ik dat 100% zien zitten maar ik ga nog niet te snel uit de biecht spreken; het is belangrijk dat we eerst onze verwachtingen naar elkaar duidelijk maken. Evil Invaders is natuurlijk ook een machine die voor niks en niemand stopt en daar heb ik alle begrip voor.

Het prijsbeest van de nieuwe plaat in ongetwijfeld de ruim negen minuten durende titeltrack die als het ware als jullie persoonlijke “Bohemian rhapsody” bestempeld kan worden. We horen hier elementen van Manowar tot Bathory en van Emperor tot Mercyful Fate in terug. Is dit ondanks het ietwat afwijkende karakter reeds jullie ultieme nummer denk je of zijn er andere songs die de kern van Bütcher beter samenvatten?
KK Ripper: Eerst en vooral, bedankt! Ik zou liegen moest ik zeggen dat ik er niet trots op ben. Maar het is inderdaad sterk afwijkend, wegens zijn wat gedragen sfeer tijdens de verzen, dus daarom denk ik niet dat dit nummer ons definieert. Nee, ik ben meer album-oriënted. De plaat definieert ons in al zijn eclecticisme. Ondanks het feit dat onze invloeden zeer duidelijk zijn en dat je ons moeilijk erg origineel kan noemen, denk ik dat we door de verscheidenheid van invloeden binnen de old skool metal toch een sterke eigen identiteit hebben gecreëerd. En als dit onze “Bohemian rhapsody” is, zou ik toch ook nog een eigen “Tarkus” willen (voor diegenen die uit de lucht komen vallen, check Emerson, Lake & Palmer – “Tarkus“).

Om eerlijk te zijn ben ik doorgaans niet zo wild van heavy/speed metal en de bijhorende falsetto uithalen, maar toch vind ik jullie nieuwe plaat én de zang te gek terwijl de voorganger me een pak minder doet. Misschien komt het doordat er iets meer subtiele black metal-invloeden in het nieuwe werk zitten? Wat maakt Bütcher volgens jullie anders dan de concurrentie in het genre?
R Hellshrieker: Net dat wat je aanhaalt. Waar we de mosterd gaan halen is overduidelijk, maar toch trekken we het een pak breder dan andere bands. Het is net dat vermengen van heavy metal, speed metal en black metal waar wij onze eigen niche mee creëren. Ik ben ook helemaal geen falsetto zanger, die scholing en dat talent ontbreek ik. Maar de vocalen zijn een beetje zoals de muziek als het gaat over combineren: het samen gooien van uithalen van Tim Baker, King Diamond, Dan Beehler en dat schoeien op de leest van de twee heren Tom (G. Warrior & Araya), met wat Mille Petrozza, Schmier, Cronos en Tyrant erin. Wellicht dat het daarom toch meer je voorkeur geniet dan wanneer je enkel op de classificatie van Bütcher als speed/heavy metal afgaat?

Bütcher’s sound wordt gesmeed uit heavy, speed, thrash en black metal waarbij de invloeden me ergens begin jaren negentig lijken te stoppen. Zijn er nadien nog platen verschenen die jullie van onschatbare waarde vinden?
R Hellshrieker: Nifelheim met “Devil’s force” (1997). Dat is echt het epitoom van metal voor me. Pentacle met “…Rides the moonstorm” (1998). Kapot gedraaid destijds. Repugnant’s enige full length “Epitome of darkness” uit 2006… Daarnaast op het eerste zicht misschien geen albums van écht onschatbare waarde, al zeker niet eind jaren ’90 en begin van de eeuw, maar uiteraard nog wel krakers. Die eerste albums van The Lord Weird Slough Feg bijvoorbeeld, Desaster, Sabbat (JP) bleef ijzersterk… Kijk, als ik eenmaal begin, ja toch wel hoor… En nog steeds bands die hun sporen al eerder verdienden (“At the heart of winter” van Immortal is een persoonlijke favoriet) en ik blijf verliefd op Maiden’s “Brave new world“. Maar misschien moeten we eerder aanhalen hoe goed albums van Obliteration, Antichrist, Vektor, Deathhammer, Visigoth, Traveler,… vandaag de dag zijn. De scene is eigenlijk opnieuw aangenaam en divers. Underground metal is terug meer opengetrokken en ik hou van events en gezelschap waar death, thrash, heavy, black, doom en glam allemaal door mekaar kunnen.

KK Ripper: “Wizard’s spell” van Black Magic (2014) en “The knightlore” van Vulture’s Vengeance (2019, begot) zijn voor mij van onschatbare waarde. Ik ben natuurlijk ook met 11 jaar leeftijdsverschil de Benjamin van mijn collega maar hoe recent deze platen ook zijn, ze zullen voor mij de tand des tijds met gemak doorstaan. “The knightlore” is nog geen jaar oud maar deze band heeft zo’n ongelofelijk eigen sound en is zodanig vernieuwend binnen een genre met best wel rigide parameters (epic heavy metal) dat ze alle lauweren verdient!

Zowat alle metal-clichés passeren de revue bij jullie. Hoe gaan jullie om met kritiek van buitenstaanders die het uiterlijk vertoon als een kinderachtige circusopvoering afdoen?
R Hellshrieker: “WE SPIT ON THOSE WHO POSE AND THRASH WITH ALL THE REST!” Eigenlijk heb ik al goesting om het daarbij te laten, want iemand die onze vertoning als flauw of achterhaald bestempelt, kan je verder niet overtuigen. En ik heb gewoon geen zin om nuance of kadering te geven: iemand snapt nu eenmaal wat we brengen, of snapt het niet. Is dat niet, feel free to move on. Ik hou zelf van een portie theater, en van de beleving die een band aan de dag legt. Wij opereren nu eenmaal in een spectrum dat leeft op kogelriemen, spikes, poses en leer. Heel de band houdt vast aan die traditie, en wie weet evolueert het ooit wel een beetje. Maar waarom ons druk maken in wat iemand anders daarvan vindt? De energie die we zouden steken om dat te verklaren, gebruiken we beter voor een NIEUWE SHOW VOL STAAL, VUUR EN BLOED. Knipoog.

Voor het nummer “Iron bitch” werd een video opgenomen. De live beelden zijn echter niet van een live show afkomstig maar werden in een Trix Studio geschoten. Was het niet vreemd om voor een lege zaal een show te staan geven?
R Hellshrieker: Op zich niet echt…al is het even wennen, want die interactie met het publiek is er niet, en daar leven we wel van. Maar we kennen een beetje onze eigen performance, je weet wat je tijdens een show doet. En de focus was groot die dag want er zit best wel wat druk achter om het tijdig in te blikken… Dus we hebben ons snel genoeg in onze rol kunnen steken.

Met “666 goats carry my chariot” hebben jullie een straffe plaat op zak die waarschijnlijk heel wat deuren voor jullie gaat openen. Het lijkt me alsof jullie zevenjarige break destijds nodig was om nu op het niveau te staan waar jullie staan. Als jullie destijds hadden blijven verder doen was deze plaat er misschien zelfs helemaal nooit geweest. Kunnen jullie je vinden in deze hypothetische stelling?
R Hellshrieker: Ik kan me daar zeker in vinden. Maar ik kan het beter zo verklaren: het is een andere band sinds 2014. We waren in 2007 uitgeblust, en er was ook al helemaal geen plan of visie of ambitie. Bütcher begon als een leuk project om wat afwisseling te brengen tussen alleen maar het death en black metal gebeuren begin jaren 2000… Het lijkt nu misschien wel een break, maar Bütcher stopte gewoon, indertijd. Nooit was er nog het idee om dat terug leven in te blazen, tot een onverwachte (bijzonder leuke) avond in 2014. Maar toen we er terug aan begonnen was dat met KK Ripper, en dat veranderde heel de zaak. Dus buiten de naam en één à twee oude nummers spreken we over een nieuwe band sinds 2014. Ook al begonnen we terug met drie oorspronkelijke leden, ik ben de enigste van toen die nog overschiet. Ik bekijk het ook als een nieuwe band, al is het niet zonder met veel plezier terug te denken aan een aantal topmomenten van de ‘oude’ Bütcher.

Wat mogen we de komende maanden zoal van Bütcher verwachten?
R Hellshrieker: IJzer en metaal los op iedereen zijn bakkes!! Want er komen weer massaal veel shows aan. Eerste keer naar Spanje, Party San Open Air kijken we erg naar uit, x-aantal data in Frankrijk, Nederland en vooral Duitsland liggen weer vast en maken we binnenkort bekend. In eigen land staat Oljst Omploft op de planning, en volgt wellicht nog wel wat. Ons boekingskantoor werkt in ieder geval stevig verder aan een goed gevulde kalender. En natuurlijk… werken aan nieuwe nummers…

Bedankt voor het interview!
Graag gedaan, dank aan Addergebroed voor deze babbel!

Esoteric – We weten één ding zeker: we zullen sterven

Esoteric is een gevestigde waarde in de funeral doom scene met een rijke geschiedenis en een herkenbare sound. Ter ere van het laatste album “A pyrrhic existence“, had ik een digitaal praatje met zanger/gitarist Greg Chandler. (Xavier)

De perceptie van de Britse doom metal scene werd lang gedomineerd door bands als My Dying Bride en Anathema, maar de meer kritische fan kent jullie al vele jaren. Is erkenning van de “massa” van belang?
Nou, om eerlijk te zijn, zelfs toen we jong waren en de band begonnen, hadden we geen illusies dat we ooit populair zouden kunnen worden. De muziek is extreem. Door het vaak langzame tempo, het zwaar gebruik van effecten en de donkere atmosferen, zal het waarschijnlijk slechts een minderheid van mogelijke fans aanspreken. Voor ons maakt het niet uit. We schrijven en spelen in Esoteric uit liefde voor muziek, wat een vehikel is voor onze expressie. Als de band goed genoeg is om albums te blijven opnemen en uitbrengen en shows spelen, dan is dat alles wat echt belangrijk is voor ons.

Ironisch genoeg is de term ‘underground’ vaak gereserveerd voor black metal, terwijl – in mijn ervaring – Doom Metal heden ten dage toch meer een niche-subgenre is. Hoe word je gehoord zonder te breken met de muziek waaraan je trouw bent?
Ik denk dat ‘underground’ eender welke band in eender welk genre kan omschrijven. Maar extreme doom is inderdaad het minst populaire sub-genre in vergelijking met veel andere metal, zoals death, black of thrash. We hebben simpelweg geprobeerd onszelf trouw te blijven en nummers te schrijven die komen van onze eigen emoties, gedachten en ervaringen. Als anderen het leuk vinden, is het een bonus en zeer op prijs gesteld, maar het is dus niet het doel. Dus we denken er niet aan om onze fanbase te vergroten wanneer we nummers schrijven, we doen gewoon ons best om degelijke muziek te schrijven die persoonlijk is. Ik denk dat de meeste bands fans hebben, ongeacht hoeveel of weinig. Het is gewoon een kwestie van opgemerkt worden door de luisteraars met oprechte interesse. Seasons of Mist promoot het album en de media verspreiden het nieuws, dus als mensen dit horen, vinden sommigen het misschien leuk en anderen dan weer niet.

Het nieuwste album “A pyrrhic existence” klinkt bijzonder somber, wat in lijn is met de titel. Speelde klassieke geschiedenis/Griekse mythologie een rol spelen bij het schrijven ervan?
De titel is een verwijzing naar hoe het bestaan kan worden gezien als iets dat zoveel verwoesting veroorzaakt dat het zelfs voor de overlevenden gelijk kan zijn aan verslagenheid. De titel is inderdaad gebaseerd op oud-Griekse geschiedenis, ontleend aan de uitdrukking “pyrrusoverwinning”. Voor zover ik weet gaat dat over veldslagen tussen Grieken en Romeinen
die zo een zware tol eisten voor beide partijen dat zelfs de Griekse overwinnaars er eigenlijk als verliezers uitkwamen.

Zou je zeggen dat je een echt gevoel van ‘depressie’ nodig hebt om jullie merk van doom echt te waarderen?
Ik weet het niet. Mogelijks. Ik denk dat iemand die grote droefheid, verlies of duisternis heeft doorstaan, het gemoed in onze muziek misschien wel kan waarderen. Maar ik denk dat muzikale voorkeuren niet verbonden zijn met geestelijke gezondheid. Het is dus ook mogelijk dat iemand donkere muziek kan waarderen zonder zwaarmoedig te zijn.

Nu we het toch over zwaarmoedigheid hebben, wat is je mening over de betekenis van het menselijk leven?
Er is geen betekenis, althans niet dat we weten. Velen beweren ergens een kennis te bezitten van hoe de vork aan de steel zit, maar er is geen definitief, onbetwistbaar antwoord. Onze primaire instincten zijn overleven en voortplanting. Dus dat is wat de meesten doen. Maar er zijn veel vragen over ons bestaan die niet worden beantwoord door geloof, wetenschap of geschiedenis, omdat ons niveau van begrip omtrent de wereld en de menselijke geest gewoon ontoereikend is. Maar of er nu een betekenis/doel is of niet, we weten tenminste één onbetwistbaar feit: “We zullen sterven.” Dus we kunnen net zo goed proberen iets te doen met ons leven.

Ik zag jullie lang geleden in België optreden. Wat zijn de plannen voor internationale concerten?
In december stond Madrid op het programma. In 2020 hebben we shows
in Italië, Rusland en Australië. Ongetwijfeld zullen dat er op termijn meer worden.

Wat maakt een goed metal-album?
Dat is een goede vraag. Ik zou vooral zeggen dat de muziek je aanspreekt en past bij de persoonlijke definitie van wat een metal-album goed maakt. Er zijn zoveel verschillende stijlen van bands onder de metal-genres dat het moeilijk is om één antwoord te geven dat voor iedereen zou werken.

Welke tricks voor tuning/uitrusting/productie gebruik je om zo’n zwaar geluid te krijgen?
We stemmen standaard af op A #, met zessnarige gitaren en bas. We gebruiken ook veel lage frequenties in ons geluid en verdubbelen soms onze versterkingsvervormingen met een fuzz-pedaal, zoals een Big Muff of Supercollider, maar we hebben elk verschillende opstellingen en versterkers. Voor het studiogeluid gebruikt ik meestal een combinatie van een ribbon en dynamische mic microfoon over de gitaar kabinetten waarbij de ribbon het lagere warmere bereikt dekt en de dynamische meer attack geeft. De bas werd opgenomen met 2 amps en cabs en een 3 mic opstelling. De versterkers werden ook erg luid opgenomen, waardoor meer lucht wordt verplaatst. Ook hebben we opgenomen in een goede soundroom
waardoor alles meer leven en sustain krijgt, dan wanneer je dat apart van de versterking doet, achter de knoppen.

Ossaert – Vanbinnen zijn wij allemaal beesten voortgedreven door dierlijk instinct

Argento Records koos Valentijnsdag uit om “Bedehuis“, de debuutplaat van het Nederlandse Ossaert, op de mensheid los te laten. In afwachting van de releasedatum van dit uitstekend werkje waar we ondertussen helemaal aan verknocht zijn, zochten we bezieler P. op om meer inzichten te krijgen in zijn creatie. (JOKKE)

Weldra zal je debuut “Bedehuis” op de mensheid losgelaten worden. Benieuwd naar hoe de plaat ontvangen zal worden of schrijf je in de eerste plaats muziek voor jezelf en zijn positieve reacties louter mooi meegenomen en laat je je slaap niet wegens eventuele negatieve commentaar?
Ik schrijf in de eerste plaats muziek voor mijzelf. Ik hou ontzettend van het schrijfproces en het creëren van nieuwe muziek. Toch ben ik natuurlijk ook wel benieuwd hoe de plaat ontvangen zal worden. Met negatieve commentaar ben ik niet heel erg bezig omdat ik voor mijzelf schrijf. Maar als anderen het leuk vinden is dat mooi meegenomen.

Ossaert, de bandnaam die je voor dit project koos, verwijst naar een spottende watergeest en komt voor in volksverhalen uit de Lage Landen. De ossaert is vooral bekend in Zeeland terwijl jij uit Zwolle afkomstig bent, wat daar toch een heel eind vandaan ligt. Wat trekt je zo aan in deze folkloristische figuur en zijn er in jouw directe leefomgeving ook verhalen die verwijzen naar deze plaaggeest?
De Ossaert komt niet alleen voor in volksverhalen in Zeeland, ook op de Veluwe is de Ossaert een bekende in de plaatselijke verhalen. Zo is er het verhaal van de Ossaert in het Uddelermeer die verbannen is door een monnik naar een plek in het bos en daar 99 jaar heeft moeten zitten. Ik ben zelf opgegroeid op de Veluwe en de volksverhalen van met name die streek hebben mij altijd enorm gefascineerd. Vandaar de keuze voor de naam Ossaert.

Mag Ossaert, ondanks dat je voor de drums met producer W. Damiaen samenwerkte, als een one man band beschouwd worden aangezien jij toch alle muziek en teksten schrijft? Ik ben van mening dat de perceptie op éénmansprojecten de laatste jaren positief geëvolueerd is. Hoe zie jij dat?
Ja, Ossaert is absoluut een éénmansproject, bewust ook. Ik heb in het verleden in meerdere bands gespeeld en moest daar altijd een compromis sluiten op het gebied van muziek, iets wat ook logisch is wanneer je met z’n allen muziek aan het schrijven bent. Ondanks dat dit altijd best leuk was voelde dit nooit volledig als mijn muziek en kon ik nooit helemaal mijn ei erin kwijt. Vandaar dat ik Ossaert opgezet heb. Ik heb zelf overigens geen idee hoe mensen vroeger naar éénmansprojecten keken, wel ben ik altijd erg geboeid geweest door het feit dat één iemand alles (of bijna alles) zelf schreef en inspeelde.  

Ben je van plan om Ossaert naar het podium te nemen als er zich mooie aanbiedingen voordoen of beschouw je dit louter als een studioproject?
Voor nu beschouw ik Ossaert alleen als een studioproject. Ik zeg niet dat ik er nooit het podium mee op zal gaan maar in de nabije toekomst staat dit niet op de planning, ongeacht eventuele mooie aanbiedingen.

De titel van je debuut is “Bedehuis” en op de cover prijkt een soort van middeleeuwse litho-afdruk van een vervallen kerktoren. Zit er een specifieke historische link in het artwork verscholen?
Nee, er zit geen historische link in het artwork verscholen. Het is overigens een enigszins geabstraheerde preekstoel. Wel zit er een gedachte achter: het album gaat tekstueel grotendeels over zingeving, of het gebrek daaraan. De kapotte preekstoel dient als symbool hiervoor.

De vier nummers zijn titelloos en over teksten beschik ik niet, maar de labelpromo vermeldde dat de plaat gedreven is door je afkeer tegen al wat heilig is. Nu is dat verre van een origineel thema binnen het black metal-gebeuren natuurlijk. Ik vroeg me af of je zelf in je nog jonge leven dan zo hard met religie bent geconfronteerd dat je afkeer ervan zo groot is? Zijn er ondertussen geen ergere zaken om je druk in te maken of tegen te verzetten dan religie wat in onze contreien toch niet zo heel veel meer voorstelt? De kerken lopen als het ware vanzelf leeg.
Heiligheid is iets wat je veel breder kan zien dan alleen iets religieus. Heiligheid is alles wat de mensheid op een voetstuk geplaatst heeft en als absolute waarheid claimt. De mens acht zichzelf vaak intelligenter of beter dan andere diersoorten op deze aardbol en in zekere zin verklaart de mensheid zichzelf hierdoor heilig. Ik verzet mij niet per se tegen een religie of tegen de kerk maar ik vind de kerken en het christendom wel een van de betere voorbeelden waar je kan zien hoe mensen zichzelf beter achten dan zij in werkelijkheid zijn. In mijn opvoeding waren de kerk en het geloof erg belangrijk dus de christelijke symbolieken en thematieken zijn mij absoluut niet vreemd.

Op je promofoto zien we je gekleed in een monnikspij en met een masker van een zwijn op in een bos poseren. Beschouw je alle priesters en consorten varkens of zit er meer achter deze visuele presentatie?
Nee, ik beschouw niet alle geestelijken als varkens. Met deze visuele presentatie wil ik een tegenstelling laten zien: vroomheid aan de buitenkant, maar vanbinnen zijn wij allemaal beesten, voortgedreven door dierlijk instinct.

Je wisselt haatvol black metal-gekrijs af met heel wat heldere zangpartijen. Heb je ooit zangles gekregen want je stem klinkt behoorlijk! Welke zangers beschouw je als inspiratiebron?
Dankjewel! Ik heb nooit zangles gehad. Als 13 jarig jochie wilde ik graag ‘schreeuwen’ in een metalband. Youtube had op dat moment twee of drie screaming tutorials, maar na meerdere malen mijn stem kwijtgeraakt te zijn en tot bloedens toe mijn keel kapot geschreeuwd te hebben, besloot ik dat ik het beter op eigen houtje kon uitzoeken. De zangers die ik als inspiratiebron beschouw zijn Travis Ryan, Bruce Dickinson, Jari Mäenpää en Ihsahn.

Op basis van foto’s op social media zag ik dat je een verleden hebt in het hardcore-wereldje. Was dat een tienerfase die je ondertussen ontgroeid bent en sluit black metal nu beter bij je leefwereld aan? Of vind je nog steeds je gading in hardcore? Waarom maken velen op een bepaald moment de switch van hardcore naar black metal denk je?
Ik heb inderdaad in het verleden in hardcore bandjes gespeeld. Ik ben hierin gerold omdat ik in mijn tienerjaren graag in een band wilde spelen en de enige band in mijn omgeving die een vocalist zocht speelde metalcore. Ondanks dat het ook wel zijn charmes heeft, moet ik wel zeggen dat metalcore en hardcore nooit helemaal mijn muziekgenres zijn geweest. Mijn hart lag altijd in de black- en de death metal. De laatste keer dat ik een hardcore plaat geluisterd heb kan ik mij eigenlijk niet meer herinneren. Waarom veel mensen de switch van hardcore naar black metal maken weet ik niet, maar ik merk wel dat de grenzen tussen metalgenres de laatste jaren meer en meer aan het vervagen zijn.

Zelf ben ik nooit thuis geweest in de hardcore en metalcore scene. Voor mij persoonlijk lijken diens ideologische waarden, thematiek en visuele presentatie mijlenver uiteen te liggen met black metal. Jij kan beter vergelijken dus vroeg ik me af of je ook veel paralellen tussen beide genres kunt trekken?
Hardcore en black metal liggen inderdaad redelijk ver uit elkaar. Maar op sommige punten ook weer redelijk dichtbij elkaar. ‘Echtheid’ qua muziek is zowel in black als in hardcore belangrijk. De muziek is rauw en gedreven door emotie. Black metal en hardcore zijn overigens wel behoorlijke paraplu-termen. Beide genres hebben ontzettend veel subgenres waarvan sommige dichter bij elkaar liggen dan andere. Er zijn genoeg black metal-bands die elementen van hardcore in hun muziek verwerken. Denk maar aan Oathbreaker of Ancst. 

Welke metal-bands of platen hebben je ontmaagd op vlak van black metal en zijn dat ook de artiesten die Ossaert muzikaal gesproken beïnvloeden?
Ad majorem sathanas gloriam” van Gorgoroth was mijn eerste echte kennismaking met black metal ergens eind 2006 of begin 2007. Nog steeds is dit één van de platen die ik geregeld op zet. Burzum volgde vrij vlot na mijn ‘black metal ontmaagding’. Welke artiesten mij muzikaal gesproken beïnvloeden vind ik een lastige vraag maar ik denk dat Burzum, Trelldom, Taake, Mgła, Laster, Fluisteraars, Turia, Verwoed en Iskandr wel bands zijn die mij behoorlijk beïnvloeden wanneer ik muziek schrijf. Ik draai veel muziek van deze bands.

Argento Records zag wel graten in Ossaert en zal je debuut op 14 februari uitbrengen. Waarom denk je dat dit label het beste is om Ossaert in een overgesatureerde markt aan de man te brengen en positief te doen opvallen?
Het was in eerste instantie helemaal niet mijn doel om Ossaert écht op de markt te brengen. Ik wilde het in eigen beheer uitbrengen in een kleine oplage, voor wat vrienden e.d. Toen W. Damiaen de drums had ingespeeld en het album geproduceerd had vroeg hij mij wat ik ermee wilde doen en gaf mij vervolgens wat tips qua labels die eventueel wel geïnteresseerd konden zijn, mocht ik het tóch op die manier willen uitbrengen. Argento sprak mij aan omdat zij meerdere artiesten huisvesten die binnen mijn muzikale interessegebied vallen. Na wat gesprekjes bleek dat wij ook behoorlijk op één lijn zitten wat betreft visie.

Dikwijls schrijven one man bands muziek aan de lopende meter. Is dat bij jou ook het geval en zou dit dan inhouden dat we snel nog meer werk van jouw hand mogen verwachten?
Ja. Het tweede Ossaert album is al zo goed als klaar en ook voor mijn andere black metal project (Shagor) heb ik veel geschreven. Hier staat overigens nog niets van online.