interviews

Akhlys – Dromen van terreur en dood

Een plotselinge, korte uitbarsting van geluid, die doet denken aan de witte ruis die uit een oude tv komt, maakt je wakker uit een volstrekt onopgemerkt indommelen. Was ik enkele minuten geleden niet klaarwakker? Je ogen gaan open, en rondom je vult de zwarte duisternis van de nacht de kamer. Automatisch wil je je op je zij draaien om een meer comfortabele slaaphouding aan te nemen, maar dan dringt een verbijsterend besef tot je door: je hele lichaam lijkt vast te zitten, verlamd van top tot teen – je beide ogen als enige uitzondering. Je bent niet in staat om ook maar een spier te vertrekken. Terwijl dit besef tot je doordringt, komt de horror als een dieselmotor op gang. Ben je wel alleen in deze kamer? Waarom krijg je steeds meer moeite om adem te halen? Het bloed pompt met zo’n hoge snelheid door je aderen dat het lijkt alsof iemand, of iets, aan je bed trekt of duwt. Een zwaar gewicht drukt op je borst, en vijf minuten na je ontwaken in deze nieuwe comateuze realiteit besluit je dat er iets bij jou in de kamer is. Het onontkomelijke gevoel van terreur en dood maakt zich van je meester. Weinig black metal bands of eenmansprojecten hebben in de laatste jaren evenveel lof geoogst als Akhlys. Sleutelfiguur Naas Alcameth heeft Akhlys tot leven gebracht als een project om te schrijven over slaapverlamming en alle andere slinkse ervaringen die de slaap van de mens kunnen dwarsbomen. “Melinoë“, het tweede album na het niettemin verbijsterende debuut, “The dreaming I“, is voor velen een kroon op het annus horribilis, 2020. De angstaanjagende soundscapes van “Melinoë” zorgen ervoor dat het schijnbaar moeiteloos opvalt tussen de meest gruwelijke black metal releases van de afgelopen jaren – wat alleen maar bijdraagt tot de lijst van redenen waarom we de dwingende drang voelden om te spreken met het uit Colorado afkomstige muzikale zwaargewicht achter deze lofzang voor de godin van nachtmerries en waanzin. (JULES)

Akhlys is gebaseerd op de duisternis die je omringt bij het in slaap vallen, slapen en wakker worden. Is dit altijd al een deel van je leven geweest?
Ja, verschillende parasomnieën zijn een deel van mijn leven geweest sinds ik me kan herinneren. Het meest voorkomend als kind waren slaapverlamming, nachtmerries en slaappaniekaanvallen. Die laatste zijn verdwenen toen ik volwassen werd, maar de andere heb ik nog steeds, evenals af en toe een lucide droomtoestand en heel zelden ervaringen buiten het lichaam tijdens de slaap.

Is Akhlys een manier om met deze voorvallen om te gaan?
Nee, het is geen therapeutische benadering in de zin die jij  suggereert. Na verloop van tijd kregen deze gebeurtenissen een nieuwe betekenis voor mij persoonlijk en ik zie ze als spiritueel. Heilige gebeurtenissen die vaak een soort beproeving zijn en door cultivatie kunnen leiden tot een extatische toestand. Het concept van angst als een extatische staat in de initiële setting staat hier centraal.

Je spreekt van een gevoel van zowel angst als een fascinatie voor wat er ’s nachts zou kunnen gebeuren. Ook ik heb altijd een diepe onderliggende fascinatie gehad voor, nou ja, zo’n beetje alles wat mij in mijn leven angst inboezemde. Waarom denk je dat (sommige) mensen zich aangetrokken voelen tot de dingen die hen bang maken?
Ik geloof dat er voor sommigen van ons een aangeboren magnetisme is voor alles wat grenzeloos, buitenaards of “anders” is, omdat deze dingen ook wijzen op grotere niveaus van “vrijheid”, omdat ze tarten wat wij begrijpen als logica en “natuurwetten”. Er ligt kracht in zo’n mysterie, want de implicaties zijn grenzeloos. 

Hoe kwam het bij je op om dit deel van je leven te nemen en er een heel project rond te creëren?
Het is een idee dat over een lange periode echt aan kracht heeft gewonnen. Iets waar ik eerst over nadacht en meespeelde op een kleinere schaal. Het is zo’n fundamenteel en leidend licht in mijn leven geweest dat het alleen maar logisch was.

Ik heb bij veel verschillende gelegenheden slaapverlamming ervaren, en lange tijd had ik geen idee wat er gebeurde. Ik voelde me doodsbang, en dacht dat ik niet onbekwaam was, maar gewoon te bang om te bewegen, omdat dat een of andere duistere aanwezigheid in de kamer bij mij zou kunnen alarmeren over mijn ontwaken. Hoe heb je er voor het eerst over gehoord? Was je je bewust van het concept voor of nadat je het voor het eerst had ervaren?
De meeste mensen die dit hebben meegemaakt, voelen zich vervreemd van de wereld omdat ze bang zijn hun ervaringen te delen uit angst voor gek te worden verklaard. Anderen geloven zelfs dat ze gek aan het worden zijn. Omdat ik al een aangeboren vervreemding van de wereld voelde, zocht ik niet echt naar verklaringen van anderen, hoewel ik natuurlijk wel overwoog dat ik misschien een soort mentale breuk had tijdens deze perioden. Vaker wel dan niet, en gezien de religieuze context waarin ik was opgevoed, dacht ik dat ik mogelijk bezeten was in sommige gevallen. Pas toen ik begin 20 was, kwam ik op het internet het fenomeen van “slaapverlamming” tegen met “hypnogogische” kenmerken. Dit leidde me naar David Hufford’s boek over het onderwerp, “The Terror that comes in the Night”, een zeer aan te bevelen lectuur voor degenen die geïnteresseerd zijn in het onderwerp.

Hoe heeft het leren over dit concept de manier waarop je ertegen aankijkt veranderd?
Met betrekking tot de fysiologie van het eigenlijke slaapverlammingselement vond ik het natuurlijk wel enigszins interessant, maar ik was een beetje teleurgesteld omdat, hoewel dat aspect wetenschappelijk goed genoeg wordt begrepen, er een hele andere kant aan zat, wat ze doorgaven als “droom” of “hallucinatie”, waar telkens maar overheen werd gestapt zonder veel onderzoek. Het was pas toen ik het bovengenoemde boek las dat er een zekere mate van bevestiging was van “buitenaf”. De benadering is studieuze, en behandelt de bekende fysiologie van het fenomeen van de lichaamsverlamming en hoe en waarom dat optreedt. Wat onverklaard blijft, althans vanuit een wetenschappelijke benadering, is het “hoe, wat en waarom” van het “hypnogogische” element. Hufford is zeer voorzichtig om nooit zijn eigen mening te geven over wat hij DENKT dat het is, maar gaat door de rigoureuze stappen om te laten zien wat het niet is. Deze “hallucinaties” worden gedefinieerd door meerdere en zeer specifieke kenmerken, met gradaties van variaties als secundaire kenmerken, maar altijd met verschillende primaire kenmerken die verklaringen tarten zoals het “cultuurgebonden” zijn of het product van dingen zoals schizofrenie. Daarbuiten kwam het genoemde magnetisme dat ik ook noemde om de hoek kijken, vooral toen ik meer betrokken raakte bij diverse esoterische studies en praktijken

Denk je dat deze gebeurtenissen verband houden met een bepaalde omgeving? Toen ik bijvoorbeeld een verlamming ervoer, voelde dat nauw verbonden met het huis waar ik op dat moment woonde. Of is het gewoon bijkomstig, gerelateerd aan stress en andere factoren?
Ik geloof dat ze absoluut kunnen worden gekoppeld aan specifieke locaties. Vaak zie je in verslagen van hauntings dat de personen ook melding maken (naast andere vreemde gebeurtenissen) van vreemde “droom” voorvallen die, wanneer beschreven, precies overeenkomen met wat je zou verwachten in een slaapverlammend bezoek. Dit sluit de omstandigheden die je noemde niet onmiddellijk uit, maar het is belangrijk te begrijpen dat dergelijke omstandigheden katalysatoren zijn voor deze voorvallen, niet de som en de verklaring voor deze voorvallen. Je geest via extremen uit zijn normale modus halen is immers een goed gedocumenteerde benadering van zaken als meditatie, of voorwaarde voor rituele handelingen, bijvoorbeeld. Slaaptekort, vasten, fysieke sporen, of dingen die niveaus van angst oproepen, angst, melancholie, enzovoort, kunnen allemaal dienen om deze verschuiving te bewerkstelligen. Zelfs contemplatie, fascinatie of niveaus van obsessie kunnen voldoende zijn. Velen die de donkere kant van slaapverlamming hebben ervaren, zullen je vertellen hoe alleen al het denken aan deze dingen ’s nachts een gebeurtenis in beweging kan zetten. Ontzetting is in dit opzicht een zeer krachtig instrument, dat, wanneer het gecultiveerd wordt en in een bepaalde context benaderd, naar mijn mening kan leiden tot verschillende inwijdingservaringen.

Ik lees dat je deze ervaringen actief nastreeft. Om de angst onder ogen te zien, in plaats van ervoor weg te vluchten. Wat voor effect heeft dit op u gehad, persoonlijk?
Dat doe ik, naar mijn beste vermogen. Ik heb het gevoel dat het een openbaring is geweest, zowel spiritueel herbevestigd als bekrachtigend en op een manier die moeilijk te beschrijven is.

Wat kan deze manifestaties teweegbrengen? Kunnen we leren ze te sturen?
Zoals hierboven vermeld, zijn er de alledaagse en emotionele katalysatoren, hoewel deze dingen ook gewoon onverklaarbaar uit zichzelf kunnen optreden. Overdag slapen of onrustig slapen heeft ook de neiging als katalysator te werken, evenals bepaalde planten of drugs die met onze nachtrust in verband worden gebracht. Uiteindelijk is het de angst (ik zeg hier “angst” omdat het de neiging heeft een toestand te impliceren die verder gaat dan de alledaagse angst, een angst voor het onbekende) die de sleutel is. Deze angst, indien gecultiveerd, kan leiden tot een extatische staat.

Gaan de dromen en de slaapverlamming ooit weg, aangezien dat is wat ik denk dat de meeste mensen willen?
Het is vrij goed gedocumenteerd dat deze dingen minder vaak voorkomen naarmate je ouder wordt. Dat is bij mij ook het geval, hoewel ik waarschijnlijk de neiging heb om deze verschijnselen meer te hebben dan ik zou doen als ik deze dingen niet zou nastreven. Ik denk dat het er niet zozeer om gaat jezelf van een kwaal te verlossen, maar meer om “je ogen te sluiten” voor een subtieler aspect van de werkelijkheid.

Waar denk je dat de ‘aanwezigheid’ die mensen voelen als ze wakker worden in een verlamming uit bestaat?
Dat is echt moeilijk te zeggen. Het beste wat ik hier op een discursieve manier kan vertellen is dat het een intelligente verschijning is. Een intelligentie die een niveau van individuatie heeft, of zelfs volledig autonoom afhankelijk is, en vaak paradoxaal genoeg een specifieke lokaliteit heeft binnen de fysieke ruimte, of die nu niet substantieel is of zichtbaar lijkt voor het oog. Velen zien schaduwen, vaak in zeer menselijke vorm. Ik zie meestal helemaal niets, maar ik richt mijn blik op een heel specifiek punt in de ruimte en weet precies waar die aanwezigheid is.

Tot slot, wat voor ervaringen heb je gehad met lucide dromen? Heb je geleerd hoe je je dromen kunt sturen? In Waking Life (R. Linklater) hebben mensen het over kijken naar je handen, naar klokken, etc. Zijn dit inderdaad triggers om bewust te ervaren en te navigeren? Heb je geleerd hoe dat moet?
De volledig lucide droom is vrij zeldzaam voor mij en moeilijk vol te houden als het besef er eenmaal is. Ja, ik heb precies dezelfde technieken gebruikt en nog maar een jaar geleden, met een zekere mate van echt succes. In dit laatste geval maakte ik er een punt van eerst te luisteren naar de sfeer buiten die door een raam naar binnen kwam, dan de lucht door het raam te voelen, en dan een tafel voor me aan te raken die een blauw granieten blad had. Het resultaat was verbluffend, maar het verdween al snel in de vage verwarring van de gewone droom.

Dit hele project baadt in de Griekse Mythologie, meer bepaald in de zeer gedetailleerde en verhalende onderwereld van de Grieken. Waarom heb je het nachtmerrie-achtige onderwerp van de band met deze mythos gecombineerd?
Ik heb altijd al een voorliefde gehad voor Griekse en Romeinse mythologie sinds ik een kind was. Deze iconen en goddelijke symbolen zijn zo verankerd in het westerse denken dat ze het meest intuïtief aanvoelen. Daar komt nog bij dat deze specifieke figuren, hun aspecten, associaties, verblijfplaatsen, enzovoort, zo perfect spreken over de ongrijpbare zaken waar ik op doel. Zij zijn de goddelijkheden zelf van wat anders niet voldoende gezegd kan worden. Niet om te impliceren dat er in andere culturen, religies en mythologieën geen even toereikende figuren voorkomen, want dat is zeker zo, maar voor mij voelt dit als de natuurlijke tongval.

Toen ik uw andere projecten ging luisteren, wist ik op de een of andere manier meteen dat jij het was. Hoe zou ik  jouw benadering van muziek in het algemeen omschrijven – zodat een vermoeide luisteraar meteen weet wat er aan de hand is?
Van binnen naar buiten kijkend, weet ik eerlijk gezegd niet hoe ik mijn benadering moet omschrijven. Het is iets wat ik probeer niet te veel te analyseren, omdat ik niet wil dat mijn eigen vooringenomen ideeën over mijn benadering me uiteindelijk in de val lokken. Dat gezegd hebbende, ben ik mij ervan bewust dat ik tot op zekere hoogte een beetje een kenmerkende stijl heb, vooral wat betreft de hoge trem leads en dergelijke. Voor mij gaat het erom geobsedeerd te raken door een concept en dan een geluid te bedenken dat de juiste sfeer voor dat concept weergeeft. Ik doe gewoon mijn best om het zich op natuurlijke wijze te laten ontvouwen.

Op de een of andere manier heb ik het gevoel dat Aoratos en Akhlys dicht bij elkaar liggen, muzikaal gezien. Waarop was de keuze gebaseerd om met Aoratos opnieuw te beginnen?
Op het moment dat Aoratos werd opgericht, zag de toekomst van Akhlys er erg onzeker uit. Ik wilde ook graag een project doen dat zich richtte op de liminaliteit in de “wakkere wereld” en de geesten die bepaalde plekken bewaken.

Wat trekt je aan om het schrijven van liedjes en het spelen voor jezelf te houden? Is er een gevoel van focus en het bereiken van een doel dat niet kan worden bereikt wanneer je met een band werkt?
Ik denk dat dit ook te maken heeft met het feit dat ik de neiging heb om geobsedeerd te raken door zeer specifieke visies telkens als ik begin met het conceptualiseren van het geluid en het thema van een album. Ik weet meestal precies waar ik heen wil met dingen en hoe daar te komen en ik wil geen compromissen sluiten in het nastreven van deze visie of inclusief zijn omwille van diplomatie.  Hoewel, ik zit ook in bands waar meerdere muzikanten samenwerken. Beide hebben hun voor- en nadelen. Akhlys ligt me zo na aan het hart dat de aanpak die we hebben gekozen het meest gepast voelt. 

Welke rol heeft drummer Eoghan (Evan Knight) gespeeld? Hoe is het om met hem te werken? De drums op “Melinoë” klinken overweldigend, kloppend, meeslepend en magnifiek.
Evan en ik hebben van begin tot eind samengewerkt aan “Melinoë”. Ik heb nog nooit zo intensief met een drummer samengewerkt voor dit album en ik heb het gevoel dat het echt te merken is. We waren constant in contact om ideeën van elkaar af te spuien terwijl hij de drumbeats schreef, wijzigingen aan te brengen en alles te verfijnen tot het einde toe.

Om af te sluiten, hebben jij of Debemur Morti besloten om het album eerder uit te brengen, aangezien het ongeveer een maand voor de eigenlijke releasedatum was uitgelekt? Wat deed jou/DM dat doen?
Debemur Morti opperde het idee en we vonden het logisch gezien de situatie. We dachten dat het het beste was om zo snel mogelijk de controle terug te nemen en het album aan de wereld te presenteren via onze kanalen, niet via piratensites, vooral omdat het lek een rip was van zeer lage kwaliteit.

Funeral Winds – Een ode aan Iblis

Funeral Winds moet zo wat de langstlopende nog actieve blackmetalband van Nederland zijn. 30 jaar heeft de band rond Hellchrist Xul dit jaar op de teller staan en hoe kan dat heugelijke feit beter gevierd worden dan met een nieuwe plaat die de essentie van Funeral Winds weerspiegelt. Een gesprek over satanisme, de schoonheid van boze vrouwen en Tibetaanse rituele ramschedels. (JOKKE)

Ave Hellchrist Xul, allereerst bedankt om met dit interview in te stemmen. Voor een band met 30 jaar op de teller zijn er niet veel interviews online terug te vinden. Genieten print magazines jouw voorkeur of sta je slechts sporadisch toe om meer inzicht in het Funeral Winds universum te geven?
De meeste interviews zijn inderdaad in kleine underground geprinte zines verschenen. Er zijn tegenwoordig veel blogs en ‘magazines’ die gewoon ronduit slecht en dus niet de moeite zijn om tijd aan te spenderen. Vroeger moest je nog enige journalistieke achtergrond hebben of op z’n minst een leesbaar artikel kunnen schrijven, maar nu kan iedere kneus een blog maken en zich voordoen als ‘magazine’. Meestal is de kwaliteit dan ook ver te zoeken. De grotere geprinte bladen hebben alleen interesse om een interview te publiceren als het label er een flinke betaalde advertentie bij zet, vandaar dat je bijna nooit een Funeral Winds interview in een ‘commercieel’ magazine terug zal vinden omdat er voor zo ver ik weet niets aan promotie word gedaan buiten de verstuurde promo door het label. De kleinere geprinte underground magazines worden meestal door fanatiekelingen in elkaar geknutseld die ook de geschiedenis van de band kennen en met betere vragen komen. Verder zit ik niet te springen om interviews te beantwoorden dus ben ik erg selectief in met welke magazines ik instem. Rond de release van de nieuwe plaat, die samen valt met het 30 jarige bestaan van de band, heb ik wel besloten om deze keer iets meer interviews aan te pakken.

Funeral Winds werd in 1991 opgericht, is bijgevolg één van de oudste en langstlopende blackmetalbands uit Nederland, en als we een snelle rekensom maken draaien jullie dit jaar 3 decennia mee. Zal dit – naast de release van de nieuwe plaat – op nog een andere manier in de kijker gezet worden?
Hoewel er niet bewust voor gekozen is om dat rond het 30 jarige bestaan te verwezenlijken, valt het wel samen met enkele releases die binnenkort uitkomen op Nuclear War Now! Productions en New Era Productions. Beide labels doen dit in nauwe samenwerking met Necromanteion, het officiële merchandise kanaal/label van Funeral Winds dat ik zelf run. Het doel is om het materiaal verkrijgbaar te houden en geïnteresseerden de kans te geven om originele uitgaves te kunnen bemachtigen i.p.v. de minderwaardige bootlegs die rondgaan.

Ik heb de indruk dat Funeral Winds altijd wat in de luwte van andere bands is blijven staan en na al die jaren best groter had kunnen zijn. Ben je tevreden over de huidige status van Funeral Winds of zijn er zaken uit het verleden, zoals de vele line-up wissels en problemen met labels, die de band belemmerd hebben in het doorgroeien?
Ik denk dat het anders had kunnen uitpakken voor Funeral Winds als de zaken iets anders verlopen hadden rond 1995. Dat was het jaar dat ons debuutalbum zou uitkomen via Lethal Records maar dat label ging vlak voor de release failliet. In 1995 hadden we ook net de zanger uit de band gezet omdat er niet meer mee te werken viel en ik werd veroordeeld voor ‘poging tot doodslag’, waardoor ik een tijdje in de gevangenis zat en daarna nog een taakstraf had die ik na mijn normale werkuren moest uitvoeren. Ik heb daardoor een poos niets kunnen doen met de band, buiten een paar interviews. Dan heb ik in 1998 uiteindelijk dat album uitgebracht op mijn eigen label Daimonion Records. We hebben ook altijd voor de kleinere underground labels gekozen voor de platen die erna kwamen. Enkel de laatste twee platen zijn via een wat groter label uitgekomen.
De vele line-up wisselingen over de jaren hebben ook niet in het voordeel gewerkt. Een band moet regelmatig met een nieuwe release komen en ook op de planken staan om nog op te vallen in de zee van bands die er tegenwoordig zijn, iets dat niet gaat zonder een vaste line-up.

Voor de release van “Essence” werkte je voor de tweede keer op rij met het Italiaanse Avantgarde Music.
Ik heb ooit in 1994 nog een “Resurrection…” demotape naar Avantgarde Music gestuurd en kreeg toen een brief terug dat ik zeker in de toekomst nog eens contact moest opnemen als ik nieuw materiaal had. Dat deed ik dan ook in 2017 en Roberto Mammarella (eigenaar Avantgarde Music) heeft direct een deal aangeboden.

Merk je een verschil in aandacht voor de band vergeleken met de véél kleinere labels waar je in het verleden mee samenwerkte?
Ik merk wel een verschil en dat er een groter ‘bereik’ is. Er word een wijder publiek aangesproken met als consequentie dat niet iedereen overweg kan met een release als die van Funeral Winds. Avantgarde Music had in het verleden wel bands op hun label zoals Carpathian Forest, Behemoth, Mayhem en meer recent Azelisassath en Abigor bijvoorbeeld… maar het is tegenwoordig vooral atmosferische muziek die ze uitbrengen. Omdat Soundcave (winkel/mailorder/webshop) ook van Avantgarde Music is en hij (Roberto Mammarello) daardoor veel trades doet met underground labels komen mijn releases ook bij de underground mailorders terecht. Wat ik wel een plus vind aan dit label is dat mijn releases ook in de platenzaken wereldwijd terecht komen. Dat is ook nostalgie. Zo ontdekte ik vroeger ook zelf nieuwe releases door in de platenbakken te snuffelen op zoek naar interessante albums.

(c) Sebastian Ka, shot for Undergrounded

Hoe vergelijk je de status van Funeral Winds in eigen land versus het buitenland?
Het verschilt erg per land. In Nederland (en in mindere mate Vlaanderen) heeft Funeral Winds een redelijk grote aanhang. Waar het eerst vooral mensen waren die Funeral Winds sinds de begindagen volgen, zijn er sinds de release van “Sinister creed” nu ook jongere generaties die de band ontdekken. Funeral Winds heeft verder veel aanhangers in Brazilië, Colombia, Mexico, Rusland, Turkije, Polen, Duitsland, Italië… en sinds de afgelopen twee jaar is er veel aandacht vanuit Noord-Amerika.

Met Funeral Winds draag je de oude en traditionele blackmetalwaarden zoals satanisme hoog in het vaandel. Ondertussen is er een hele nieuwe (populaire) generatie blackmetalbands in Nederland opgestaan waarvan vele er een bredere kijk op het genre en diens oude waarden op nahouden. De oude garde zoals jullie maar ook bands als Cirith Gorgor of Countess lijken wat meer op de achtergrond te opereren. Hoe kijk jij naar die nieuwe ontwikkelingen?
Satanisme komt op de eerste plaats, Black metal zelf is een uiting van dat Satanisme. Bij black metal kan je het wel iets breder nemen dan enkel Satanisme maar waar het mis gaat, is dat bands wel het blackmetalgeluid aannemen maar er verder niets achter zit van enig Satanisch, misantropisch, occult , haatvol, gewelddadig of mythologisch aspect. Ik volg de ‘ontwikkelingen’ binnen Nederland verder niet, ik zie wel eens iets voorbij komen maar veel van die bands zou ik niet als black metal omschrijven. Ik kan niet voor Cirith Gorgor of Countess spreken maar ik denk dat zij net als ik meer waarde zien in datgene doen waar ze zelf achter staan dan op een trend te springen om aan populariteit te winnen, wat een hoop nieuwere bands juist wel lijken te doen.

Black metal draait doorgaans om de duistere, negatieve, haatvolle, zelfdestructieve, nihilistische en misantropische kant van het mens-zijn. Is er ook ruimte voor zaken als liefde, romantiek en genegenheid in je leven?
Met mijn voorbije partners was er altijd sprake van een gedeelde passie. Een gedeelde passie voor het duistere, de dood, een gedeelde haat tegen de mensheid, het occulte en zeker ook muziek, kunst, natuur en seks natuurlijk. Vrouwen kunnen ook extreem veel haat dragen, dat vind ik aantrekkelijk. Niets is zo mooi als een boze vrouw, hahaha! Black metal is ook bij al mijn relaties een gedeelde passie geweest. Er zaten altijd wel wat ‘extreme kantjes’ aan deze vrouwen, van vampirisme tot nymfomanie tot aan necrofilie… dat sluit goed aan bij mijn interesses. Een van mij exen brak in in graven en ‘sliep’ met de doden totdat ze een keer gespot werd door bezoekers van de begraafplaats die haar uit zo’n graf zagen komen. Die heeft nu een psychiatrisch rapport waar necrofilie op staat geschreven. Ik vind dat prachtig, mensen die gedreven worden door hun passie en zich nergens van laten weerhouden om die passie ook echt te beleven in plaats van er alleen over te dromen. Dan kom je ook weer uit bij black metal want dit soort dingen waren aan de orde van de dag begin tot midden jaren ’90, van moord tot brandstichting tot heilig- en grafschennis… Ik zeg niet dat dit nu niet meer gebeurt maar het is een klein deel van de blackmetalmuzikanten of volgers die ook echt zo gedreven zijn door hun passie dat ze dit soort daden doen. Ik leef momenteel alleen met mijn ‘familiar‘ Loki (kat) en dat bevalt ook prima. Ik heb zo veel tijd om puur voor mezelf bezig te zijn, de muziek maar ook zelfontwikkeling, zowel fysiek als mentaal. In een relatie zit je soms te veel en te dicht op elkaar om echt aan jezelf te kunnen werken.

Ik interviewde onlangs het Belgische Alkerdeel die niet vies zijn van een goeie scheut humor in het imago rondom de band. Gaan black metal en humor voor jou samen?
Het korte antwoord daarop is “neen”. Maar… ik heb dat interview niet gelezen en ken de band alleen van naam. Mijn vraag is dan… zien ze zichzelf als een echte blackmetalband? Waarschijnlijk niet. Als het zoiets is als Lugubrum… Lugubrum was buiten dat ze origineel, raar en ook grappig waren, wel een band die ik kon waarderen. Ik denk ook niet dat Lugubrum zich als blackmetalband ziet/zag. Ook al zijn of waren ze ermee verbonden denk ik niet dat ze zichzelf zo zien of zich daarmee bezig houden. Het is meer een kunstuiting met blackmetalinvloeden. Ik moet wel zeggen dat ik geen idee heb wat Lugubrum vandaag de dag doet.

(c) Necromanteion

Veel blackmetalbeelden hebben de intentie om de goegemeente te choqueren, maar de voorbeelden van afbeeldingen die zó over de top extreem of ridicuul zijn, zijn ook legio en die plaatsen het genre daardoor (misschien onbewust) ook een beetje in een bespot of kinderachtig daglicht. Als ik even advocaat van de duivel mag spelen, geldt dat laatste misschien ook wel voor jouw nieuwe promofoto. Hoe ga je met die kritiek om en hoe belangrijk is imago voor Funeral Winds?
Het is jouw mening en het interesseert me niet wat je ervan vindt. Het is allesbehalve kinderachtig bedoeld. Ik ben me volledig bewust dat een deel mensen dit soort foto’s niet begrijpt. Er word ook veel gelachen om oude foto’s van Immortal, Gorgoroth, Emperor, Darkthrone, etc… laat die mensen maar lachen want voor hen is black metal toch maar een tijdelijk iets dat ze nooit zullen begrijpen. Dezelfde mensen lachen om foto’s van Venom, Bathory, Hellhammer, King Diamond, etc. Het is hun gemis dat ze die bands nooit meegemaakt hebben in hun gloriedagen waardoor ze er geen voeling mee hebben. Er zijn te veel mensen die nu toegang hebben tot black metal, mensen die in de jaren 90 waarschijnlijk hun tanden kwijt zouden raken als ze een band uit zouden lachen. Ik spuug op dit soort volk, ik zal een advies geven, kom niet naar een Funeral Winds optreden als je niet begrijpt wat échte black metal is en als je toch komt, gedraag jezelf of anders zou je er wel eens spijt van kunnen krijgen…

Ben je buiten het blackmetalwereldje om ook eerder conservatief van geest en zijn je wereldbeeld, normen en waarden gematigder of net extremer geworden met het ouder worden?
Zeker niet gematigder maar wel doordachter en minder impulsief.

In het zoekertje voor live muzikanten maakte je het volgende statement: “The candidates should be aware of (and stand behind) the ritualistic aspect of the live performances. They acknowledge that Black Metal is not just a form of Metal that makes use of dark imagery, but instead, is a powerful tool for the implementation and propaganda of the Traditional Satanic currents and Sinister pathways. This means that dedication is expected that goes beyond that of being a musician and the candidates reflect these qualities both on stage as well as in their everyday lives.” De laatste jaren is het voor veel blackmetalbands “trendy” om concerten als “rituelen” te omschrijven. Waar ligt voor jou concreet het verschil tussen beide en lukt het altijd om een geslaagd ritueel uit te voeren? Hoe zie je de rol van het publiek in dergelijk ritueel?
Dit lukt mij altijd ja. Het geeft niet of er 30 of 300 man staat, ik voer mijn ritueel uit. Wat ik precies doe en wat de rol van het publiek is, hou ik voor mezelf. Het klopt dat het enorm trendy is geworden, veel bands proberen Watain na te doen maar vallen meteen door de mand. Hoodies, kaarsen, fakkels, wierook en bloed kunnen zeker bijdragen aan sfeer maar in de onjuiste handen komt het over als theater. Grappig is dat er ooit iemand naar me toe kwam na een optreden en vroeg waarom we bloed en vuur op het podium hadden ‘just like Watain‘…. Er lopen veel hersenlozen rond… Funeral Winds gebruikt vuur, bloed, wierook etc. sinds 1992 en ik meen dat Watain pas in 1998 is ontstaan…De reden voor mij heeft ook niets met trend te maken. Ik zie een Funeral Winds optreden als een ritueel omdat het een ritueel is.

Ondertussen werd oudgediende Balgradon Xul terug als live drummer aangetrokken en ook mede Infinity bandlid Draconis vinden we nu in de live line-up terug. Officieel lijkt Funeral Winds echter enkel uit jou te bestaan. Wil je dat in de toekomst zo houden om geen inmenging meer te hebben in de (muzikale) visie of heeft dit ook te maken met je recente verhuis naar Praag?
Voor live aangelegenheden heb ik momenteel de volledige Infinity line-up als versterking op het podium staan. Of dat ook in de toekomst zo blijft, kan ik nu niet zeggen. Ze hebben immers ook hun eigen band waar ze hun tijd in willen steken. Zo lang het te combineren valt, zullen ze Funeral Winds wel blijven ondersteunen vermoed ik. Ik heb nu wel contact met een drummer hier in Tsjechië maar het is iets te vroeg om te zeggen of ik met hem in de toekomst ga samenwerken. Ik blijf muziek en teksten schrijven en zal zien tegen de tijd dat het moment van opnemen daar is en dan besluiten of ik zelf alles doe, of anderen hiervoor inschakel. Nu met dat Corona gedoe is reizen ook niet voor de hand liggend en zou alles op afstand moeten. In dat geval is het eenvoudiger om weer alles zelf te doen voor een komende release.

(c) Necromanteion

Jullie oude bassist RSD Xul heeft ook een tijd als live zanger voor het Zweedse Valkyrja geopereerd. Vlak voor de opnames van diens laatste album bleek RSD Xul echter van de aardbol verdwenen te zijn. Weet jij of hij ondertussen al ergens terug boven water is gekomen?
Ik heb hem in 2019 nog gezien en gesproken bij een Funeral Winds optreden in Nederland. Verder heb ik niet veel contact met hem dus weet ik niet wat hij momenteel uitspookt.

De nieuwe plaat “Essence” verschijnt twee jaar na voorganger “Sinister Creed”, wat vrij snel is voor Funeral Winds. Tussen oudere full-lengths durfde al eens een groter gapend gat liggen, vooral tussen “Sinister creed“ en “Nexion Xul – The cursed bloodline” lag er elf jaar, hoewel in 2015 nog wel de “Sekhmet” EP werd uitgebracht. Was “Essence” een gemakkelijkere plaat om maken dan diens voorganger(s)?
Ja en nee. Makkelijker omdat ik alleen met mezelf te maken had voor alle opnames, maar dat is ook meteen een punt dat sommige dingen juist moeilijker maakt. Je kan soms uren in een bepaalde richting werken zonder door te hebben dat het niet de juiste is. Als je met andere muzikanten samenwerkt, is er altijd wel iets dat iemand opvalt en je ergens op wijst. Werk je compleet in isolement zonder enig feedback van anderen dan kan je wel eens totaal ‘lost’ zijn. Het is ook nooit de bedoeling geweest om alles alleen te doen binnen Funeral Winds maar het is gewoon door veelomstandigheden deze richting op gegaan. Ik woon ook al meer dan tien jaar in het buitenland. Toen ik vertrok uit Nederland naar België werd de afstand al dusdanig groot dat het vrij kostelijk en tijdrovend werd om wekelijks te oefenen, wat resulteerde in het vertrek van Balgradon XUL die het liefst wekelijks wilde repeteren. Dan heb ik in België nog heel even een line-up gehad waar ik enkel live mee gespeeld heb. Het merendeel van “Sinister creed” was toen al afgewerkt. Maar na zeven jaar België ben ik naar Tsjechië vertrokken en heb toen voor live concerten de leden van Infinity zo ver gekregen om me bij te staan. Met, zoals gezegd, uiteraard Balgradon XUL terug op drums. Dit werkt op zich wel voor live optredens omdat ze met de Infinity rehearsals meteen de Funeral Winds set meepakken. Op “Sinister creed” werkte ik voor de meeste songs samen met een drummer, maar dit was op afstand en die vent verdween steeds. Ik heb ook geen idee wat er uiteindelijk met hem gebeurd is, maar ik weet wel dat ik “Sinister creed” voor sommige songs zelf heb moeten ‘aanvullen’ met drums omdat ik niets meer hoorde van de drummer. Ik heb zelf zo’n elf of twaalf jaar geleden een drumkit aangeschaft voor m’n studio en zit er regelmatig achter dus besloot ik voor dit album alles zelf te doen.

Naast de samenwerking met Avantgarde Music run je zelf ook een eigen label en studio genaamd Necromanteion. Met het label lijk je je puur op Funeral Winds gerelateerde merch te richten terwijl je qua studiowerk ook voor andere bands werkt. Welke opnames heb je zoal nog in de pijplijn zitten?
Aanvankelijk was het plan om naast Funeral Winds ook andere bands op geluidsdragers uit te brengen. Iets dat steeds uitgesteld werd door onvoldoende financiële draagkracht. Zo heb ik een release van Black Shaman staan die ik vorig jaar uit zou brengen maar wat momenteel gewoon financieel niet lukt. Ik ben wel bezig die bij een ander label onder te brengen.
Qua studiowerk is het meest recente de band Perfide uit Nederland waarvoor ik de mix en mastering verzorgde. Ook ben ik bezig met het afronden van een nieuw Domini Inferi album en werk ik aan een minialbum voor Funeral Winds, dat later dit jaar nog zal verschijnen. Verder doe ik veel ‘achter de schermen’. Ik verzorg naast mixing en mastering ook album lay-outs en grafisch design voor bands en labels en digitale distributie voor albums, dit allemaal onder de naam Necromanteion. In de toekomst zal ik weer meer zelf uit gaan brengen maar tot die tijd werk ik samen met andere labels, momenteel met New Era Productions en Nuclear War Now! Productions.

Het coverartwork van “Essence” doet me wat denken aan de iconische hoezen van Bathory’s “self-titled” LP en Venom’s “Black metal”. Was dat ook de opdracht die je aan de grafisch ontwerper hebt meegegeven?
Er is buiten mijzelf geen grafisch ontwerper aan te pas gekomen. Het is een foto die ik zelf van een persoonlijk altaarstuk heb genomen en die heb ik zwart/wit gezet met veel contrast. Aanvankelijk wilde ik de originele kleurenfoto gebruiken, maar ik was bang dat dat niet goed uit zou pakken. De hoes van “Sinister creed“, die ik ook zelf gefotografeerd heb, kwam er op de uiteindelijk gedrukte hoezen ook niet uit zoals ik gehoopt had. De foto is goed op PC maar te donker om het  goed te reproduceren met offsetdruk. De diepte was weg, de kleuren lopen in elkaar over, etc. Toen ik de foto voor “Essence” had bewerkt naar gruizig zwart/wit wist ik wel meteen dat het perfect zou zijn voor een blackmetalalbum.
En ja het klopt, een bokkenkop komt op veel blackmetalhoezen voor, maar dit is toch net weer anders. Het is een Kapala, een Tibetaans rituele ramschedel, ingewijd om connectie te maken met de ‘andere/gene zijde’. Dit soort schedels word normaal gebruikt voor sjamanistische en tantrische doeleinden maar werkt ook voor minder positieve doeleinden. Het centraal deel van de schedel ziet er ook uit als het gelaat van de Duivel, dit is wat naar voren komt in de foto en sluit dan weer perfect aan bij de inhoud en titel van dit album.

Anderzijds is het vanuit marketingstandpunt bekeken misschien niet zo’n goede zet om het bandlogo niet op de cover vermeld te hebben staan, niet?
Het zag er gewoon beter uit zonder logo op de voorkant en voor Avantgarde Music was het geen probleem. Ik denk trouwens dat het eerder in het voordeel werkt omdat mensen niet meteen zien met welke band ze te maken hebben en dus nieuwsgierig worden. Dit album verkoopt ook veel beter dan z’n voorganger dus het is niet zo dat het in het nadeel werkt voor de albumverkoop. De verkoop explodeerde (de woorden van Roberto Marmarella/Avantgarde Music) zonder enige vorm van reclame en nog voor de officiële verschijningsdatum. De dag na de officiële release was de zwarte LP-versie al uitverkocht en ook de CD en gekleurde LP-versie zijn bijna uitverkocht nu bij Avantgarde Music zelf.

Vanwaar de keuze voor de albumtitel?
Essence” is een passende titel. De tekst van dat nummer is een ode aan Iblis die ook ‘Essence of Satan‘ word genoemd in de oude geschriften. Ik heb het als albumtitel gekozen omdat Satan centraal staat op dit album en in mijn ogen ook de essentie vormt voor black metal zoals het zou moeten zijn.

Essence” staat weer bol van van blackmetalgeluiden die de glorieuze jaren ’80 en ’90 eren met referenties naar namen als Beherit, oude Samael en Celtic Frost. Denk je dat het voornamelijk de iets oudere blackmetalfan is die de weg naar Funeral Winds vindt of merk je toch ook wel interesse van de Millenials?
Er is zeker interesse bij de Millenials al is het overgrote deel wel wat ouder, grofweg tussen de 25 en 45 jaar schat ik.

Welke 5 platen zou jij mee in het graf nemen?
Mayhem – “De mysteriis dom sathanas“, Bathory –”Under the sign of the black mark“, Venom – “Black metal“, Hellhammer – “Apocalyptic raids” en King Diamond – “Abigail“.

Aan het begin van de plaat horen we een geluid dat wat weg heeft van het gezoem van een vlieg. Wat is hier het idee achter?
Het begin van het nummer is ook meteen een intro, de vliegen zijn toegevoegd om het beeld te versterken van Satans legioenen die over met bloed doordrenkte velden en rottende lijken marcheren.

Ik las op Metal Archives dat je ook even deel uitmaakte van Azelisassath. Bij Addergebroed zijn we grote liefhebbers van al wat Swartadauþuz det. Hoe ben je met deze Zweedse alleskunner in contact gekomen en wat is jouw rol binnen Azelisassath concreet geweest?
Hendrik Möbus van Darker Than Black Records heeft ons in contact gebracht. Swartadauþuz had de muziek voor de “Total desecration of existence” plaat al opgenomen maar wilde niet zelf de zang doen. Dan stelde Hendrik hem voor om mij dat album in te laten zingen en zodoende kwam ik in contact met hem. De teksten zijn ook van hem dus het is enkel mijn stem en de uitvoering van de teksten over zijn muziek wat mijn aandeel in dat album is.

Wat is de status van je andere bands Domini Inferi en Haatstrijd?
Van Domini Inferi kan je, zoals reeds aangegeven, dit jaar nog een album verwachten. Haatstrijd is verleden tijd.

Bedankt voor het interview!
Jij ook bedankt! Voor geïnteresseerden in merchandise van Funeral Winds check: https://www.necromanteion.eu/ of de Funeral Winds Bandcamp.

Alkerdeel – Wij zijn geen sludgeband (deel 3)

Op 5 februari verschijnt “Slonk”, de vierde langspeler van Alkerdeel, wat zoals steeds iets om naar uit te kijken is. Niet alleen muzikaal weten we de band uit het Meetjesland enorm te waarderen, we zijn bij Addergebroed ook fan van hun tongue in cheek-insteek en de grafische aanpak. Het plan was een face-to-face interview te doen met zanger/grafisch vormgever/tekstschrijver Pede en dit – gehesen in een veel te strakke speedo – in de openluchtjacuzzi die in gitarist Pui’s hof staat. Eén of ander virus gooide echter roet in het eten dus deden we onze babbel (die in november 2020 plaats vond) virtueel met een lekker biertje in de hand. Zodra Pede op gang getrokken wordt, staat zijn babbel amper stil wat resulteerde in een gesprek van meer dan twee uur. Het werd niet alleen het langste interview voor deze site tot op heden – dat we om die reden in drie delen opsplitsen – maar ook één van de grappigste en vree wijze parlés uit onze geschiedenis. In deel één hadden we het o.a. over dialect, oude tapekes, en improvisatie. Deel twee handelde over humor in black metal en in dit derde deel eindigen we met een inkijk in het grafische gebeuren dat deel uitmaakt van het Alkerdeel universum. Oh ja, en over stinkkaas! (JOKKE)

Verklarende woordenlijst:
azo = zo
babbel = mond
beestjen = insect
beu = vervelend, irritant
botten = laarzen
den boel = alles
duust = duizend
eulder = hun
eulder kapkes = hun monnikspijen
gepeist – nagedacht
giftigen boel = giftig product
hij wist het sebiet = hij herkende het meteen
ik vind dat super mottig = ik moet daar niets van hebben
kieken = kip
meirelaar = merel
nen toek op uw muil = een vuistslag in uw gezicht
peinzen = nadenken
pimpampoentje = lieveheersbeestje
scheef op mijne velo = dronken op mijn fiets
tapekes = cassettebandjes
voor dood = tot het uiterste
vree = erg
wijs = tof

De vier elementen water, vuur, lucht en aarde lijken ook als rode draad doorheen de plaat te lopen?
Die tattoe komt van het boek “Het Bernini mysterie” van Dan Brown, waar ik terecht word over uitgelachen.

Je moet je nergens voor schamen hé Jeroen!
Haha! Voila. Ik las het boek in het laatste jaar van mijn opleiding aan Sint-Lucas en mijn thesis handelde over symmetrie in blackmetallogo’s. En deze tattoo was ook één van de betere voorbeelden van symmetrie. Tegelijkertijd was dat ook de periode waarin ik een eigen beeld van de wereld begon te vormen. Mensen hebben heel lang naar een manier gezocht om de wereld en de dingen uit te leggen en ze hebben dat een hele tijd, en nu soms nog, aan de hand van God gedaan, maar op een bepaald moment wou men dat ook wetenschappelijk proberen te verklaren. Zeker tijdens de opkomst van de alchemie waren die vier elementen daar een essentieel onderdeel van. Toen ik dat logo tegenkwam in dat boek, vond ik dat wel wijs, want ik wou ook alles rondom mij realistisch proberen te verklaren in plaats van daar zo maar een uitleg aan te geven of verklaringen blindelings aan te nemen.

En sindsdien zijn de vier elementen een soort wederkerend thema in mijn leven geweest. Leuke anekdote: Als je bijvoorbeeld kijkt naar de ontwerpen die ik maakte voor de posters van Cactus Festival, zal je zien dat de eerste uit 2005 een vis bevat. Het jaar nadien kwam de vis aan land en werd hij een salamander. In de derde werd de salamander een draak die in de lucht zweeft en de vierde was een vuurbal in de ruimte. Eigenlijk weten ze dat op mijn werk zelfs niet, haha. Ondertussen is mijn denken veel verder geëvolueerd, maar ik blijf dat nog steeds meedragen.

Op de nieuwe plaat zit voor het eerst ook een uitgebreid boekje met naast de songteksten, telkens ook een bijhorende foto, een afgebeeld dier en een symbool. Wat kan je hierover kwijt?
Het artwork voor “Slonk” is onder serieuze tijdsdruk en tijdsgebrek tot stand moeten komen, daar waar ik bij “Lede” veel meer tijd had. Die hoes is tot stand gekomen als een Japanse houtsnede van een vierkante meter waar ik een jaar aan ben bezig geweest. Ik moest deze keer dus naar een andere manier zoeken om tot een grafisch geheel te komen dat toch wel wat inhoud had. Het oorspronkelijke ontwerp voor “Lede” was gebaseerd op de symbolen die je nu in het artwork van “Slonk” ziet. Deze stammen uit mijn grafieklessen waar ik allerhande technieken aanleerde en merkte dat je heel snel ontwerpen moest kunnen maken om de lessen en workshop te volgen, terwijl mijn aanvankelijke insteek voor het volgen van die lessen was om zeefdruk aan te leren om zelf merch te kunnen drukken voor Alkerdeel. Maar al snel toonde ik ook interesse in etsen, diepdruk, houtsnedes, e.d. Er was een bepaalde techniek, fotopolymeer, die je op eenvoudige wijze beelden laat omzetten, via een lichtgevoelige laag, die als diepdruk kunnen afgedrukt worden. Mijn tekeningen voor Alkerdeel waren hier echter niet geschikt voor, dus zocht ik ontwerpen die ik snel kon maken en gebruiken in de lessen. En zo kwam ik weer bij de vier elementen terecht.

Ik wist door het onderzoek van mijn thesis dat ook de Enochian Key (Henochiaans, oftewel ‘de taal der engelen’, is gebaseerd op een alfabet dat door engelen op het einde van de 16de eeuw aan Dr. John Dee en aan Edward Kelley werd doorgegeven; ADDERGEBROED) hier gebruik van maakt. Voor elke letter uit dat alfabet, dat je wat met Hebreeuws kunt vergelijken, is er een chemisch symbool, een aards element, een numerieke waarde, enz. Ik heb dat alfabet geabstraheerd in de cirkel die je in het artwork ziet, elke letter er abstract opgezet en afhankelijk van de waarde van elk element, kon ik op die manier tekeningen beginnen maken. Bijvoorbeeld als een letter waarde ‘7’ had en kleur ‘rood’, dan gaf ik die letter dikte ‘7’ en zette ik ze in het rood. Ik begon dus tekeningen te maken op basis van de code ik had gemaakt en niet omdat ik ze emotioneel mooi vond. Bij polymeren bepaalt de duur van het belichten de kleurintensiteit. Een waarde 33 ging ik dan bv. 33 seconden belichten. Dat gaf me de mogelijkheid ermee te spelen. Ik nam dan woorden die mij interesseerden zoals aarde, water, lucht en vuur. Ik wou dit voor “Lede” gebruiken maar we zaten toen niet in die mindset en dat paste ook niet, en dus is het stripverhaal e.d. er voor die plaat gekomen.
Ik moet ook mijn zus Mitze Pede bij het verhaal betrekken. Zij woont in de landelijke buurt van het Meetjesland, waar wij repeteren, en trekt veel foto’s. Zelf ben ik ook naar een landelijke omgeving in de buurt van de Franse grens verhuisd, en al die beesten die hier rondlopen fascineren mij: fazanten, hazen, de kikkers in de beken, de bombardeerkever, … Alles begon op die manier dus samen te komen. Ook de foto’s van mijn zus zijn met de nummers gelinkt, niet altijd letterlijk, maar bijvoorbeeld het beeld van die stal die scheef staat, hoort bij het nummer “Trok” wat dialect is voor ‘wind’ en is tegelijkertijd een knipoog naar de eerste plaat van Borknagar. De teksten zijn er ook allemaal mee gelinkt, maar ook zelden letterlijk. “Trok” kan immers ook nen toek op uw muil betekenen. Soms is enkel het eerste woord van een tekst letterlijk met de titel verbonden, soms beschrijf ik inderdaad iets, maar soms begon ik ook met een woord en keek ik waar ik uitkwam.  

Zo is de tekst van “Zop” bijvoorbeeld een momentopname. Veel mensen denken dat die over de haas gaat die bij het tweede nummer afgebeeld staat, en het gaat inderdaad over de haas maar dan wel in het derde nummer. We spelen graag met mensen eulder voeten. Mijn opa slachtte vroeger zelf zijn konijnen en ze hingen daar dan soms als ik er was. De tekst gaat dan echt over de baan van het bloed die van boven komt, via het oog gaat, wat verzadigt en dan op de grond valt. De afstand van zijn snuit tot aan de grond is zelfs een vrij groot stuk tekst. En wat er dan met die grond en die druppel gebeurt is “Zop”. Zand en bloed worden ‘zop’. En dan staat er een afbeelding van een pad bij, omdat die zich daar wat in beweegt. Het is allemaal vrij fragmentarisch, een beetje zoals wanneer je droomt.

Als ik door de reviewsectie van metalmagazines blader, sta ik steeds versteld van het grote aantal gatlelijke covers dat de omloop doet. Meestal bevallen de blackmetalhoezen me dan nog het meest. Alkerdeel is een band voor wie het visuele erg belangrijk is. Jullie covers zijn vrij simpel (dikwijls met de afbeelding van een dier zoals een konijn, kikker, vos, insect) maar heel effectief en vallen goed op tussen de overload aan mega drukke hoezen. Welke artiesten hebben je als grafisch vormgever sterk beïnvloed?
Inspiratie komt niet alleen van kunstenaars, maar ook van stromingen of grafische technieken en kan soms verschillen van plaat tot plaat.

We werken inderdaad vaak met lege hoezen en éénkleurige vlakken zoals bv. bij “Lede”, met de oranje hoes en blauwe tekening. We weten dat die oranje kleur opvalt, maar hebben dat niet voor die reden gekozen. Dat komt eigenlijk van het Suske & Wiske album “De amoureuze amazone” waar ze in de ruimte zaten en ik vond dat als kind al fascinerend dat dat zo’n knal oranje achtergrond had. Ik wou daar dus iets mee doen en combineren met dat blauw omdat dat zo van die vrij voze KSA-kleuren zijn, haha. Een collega zei ooit “blauw en oranje mag je niet combineren want dat is te veel KSA”; bij Alkerdeel mag ik dat dan wel doen, haha. Maar dat werkt wel. Het steekt af maar ze valt wel op. Als vormgever weet ik opportunistisch gezien wel wat er gaat werken en wat niet.
Op posters of shirts werken we vaak met geïsoleerde beelden omdat dat de rest wegduwt. Van die super gedetailleerde, kleurrijke hoezen worden in een platenbak al snel grijze massa. Maar de invloed van hoezen als die van “Transilvanian hunger“ en consoorten is er natuurlijk ook. Zo bevatten onze covers, behalve degene die Tom Vanuytrecht gemaakt heeft voor onze split met Nihill, geen grijstinten, het zijn bijna altijd volle tonen. Dat komt ook een beetje uit de  DIY-aanpak van de punkscene, het zeefdrukken, de tijd met mijn label waarin ik met stempels werkte, enz. 
Inspirerend is bv. het werk van Shepard Fairey die uit de graffitti- en straatkunstscene komt, zijn OBEY label heeft en een iconisch beeld van Obama heeft gemaakt waarin hij met massa’s stencils werkte. Waar anderen met of zonder sjablonen gingen spuiten, ging hij stencils plakken. Hij is zo’n beetje de iconische stencelaar. Het is niet perse zijn stijl die mij beïnvloed heeft, maar wel zijn idee dat je zelf je eigen ding moet doen en dat je alles zelf kunt maken.

Een andere specifieke en enorme invloed op mijn werk (bv. de hoes van “Morinde”) en verbeelding is Anton Piek van de Efteling. We gingen daar vroeger veel naar toe, niet specifiek voor de racebanen maar voor het sprookjesbos. Mijn grootste kinderangst die alomtegenwoordig was, was die lopende wolf met de zeven geitjes. Ik ben nog altijd gefascineerd door lopende wolven. Later heb ik me dan verder verdiept in het werk van Anton Piek, maar bv. ook de Engelse Romantische tekenaar Arthur Rackham die van die bomen tekende die begonnen te leven of John Bauer, de ontwerper van enkele Mortiis hoezen. En doordat mijn pa als filmrecensent veel bezig was met film ook vree veel van die Oost-Europese kleipoppenanimaties en stop motions die je ziet terugkomen in de videoclip van “Regardez ses yeux. De comic van “Lede”, waarbij een afbeelding van een boom over verschillende kadertjes getrokken is, is dan weer geïnspireerd op het werk van Chris Ware, een graphic novel artiest. Maar ook veel rare dingen van vroeger die ik begin op te zoeken, zoals prenten uit oude encyclopedieën enzo. Ik heb hier thuis massa’s van dat stinkend papier liggen. Ook de oude tekenfilm van “Jan zonder vrees” heeft me sterk beïnvloed.

In februari staat jullie releaseshow met Ved Buens Ende en Lubbert Das in Het Bos op de planning. Koesteren jullie nog enige hoop dat deze kan doorgaan?
Neen. Deze is verplaatst naar 2022. We hadden de show al vrij ver vooruit geschoven, maar uiteindelijk mocht het niet baten. We denken in een B-scenario wel iets te doen voor een beperkt publiek om toch iets van een release te doen.

Is een live stream iets dat bij het Alkerdeel DNA zou kunnen passen?
We hebben onlangs een aanbod voor een live stream gehad, maar moeten dat eens bekijken. Dat is zo statisch. Kijk bv. naar die show van Lubbert Das, vree tof dat die gasten dat hebben kunnen doen en ik heb die stream uitgekeken, maar dat is zo statisch en past niet echt bij de vulkaanuitbarsting die die band live normaal gezien is. Dus ik sta voor zo’n dingen ook niet echt te springen.
We hebben ook een aanbod gehad voor een show in Utrecht voor een zitten publiek. We hebben daar op toegezegd, maar persoonlijk zag ik dat echt niet zitten. Ik ben blij dat dat uiteindelijk niet doorging, hoewel dat natuurlijk niet leuk is voor de organisatie. Nu, als die show was doorgegaan gegaan, had ik dat wel met volle overgave gedaan maar eerlijk gezegd vind ik dat niet passen bij ons genre.

Veel bands brengen tegenwoordig een eigen bier uit. Jullie lijken me ook wel liefhebbers van het betere bier. Hebben jullie nog nooit met dit idee gespeeld?
Ja, maar veel bands doen het al dus de kans is eerder klein dat wij het ook gaan doen. En als we het doen zal het iets als Kruger bier zijn haha. Misschien dat wij dan eerder een stinkkaas zouden uitbrengen, dat lijkt mij wel wijs haha. Bij de “Morinde” box wilden we kippenpoten steken, maar dat mocht niet omdat dat niet door de douane zou geraken. We hebben er dan maar een paar stukken menselijk zeep bijgedaan die van liposuctievet gemaakt waren. (Een paar weken na ons gesprek werd de “Alkerdees” wereldkundig gemaakt; ADDERGEBROED).

Wat is de grootste misvatting over Alkerdeel?           
Soms kregen we vroeger wel eens te horen dat mensen die ons niet kenden, dachten dat wij allemaal van die dikke mannen met baarden enzo waren, haha.
Daarnaast is de grootste misvatting waarschijnlijk dat we een sludgeband zijn. Overal lezen we dat, ook bij “Lede”. Telkens hebben wij zoiets van “waar horen jullie dat?”. Ik kan mij daar zelfs soms in opwinden. Wat is sludge? In ‘t begin gebruikten we die term en op de demo’s hadden we wel sludge-invloeden, maar daarna? Aanvankelijk stond sludge voor mij voor Iron Monkey of Meth Drinker en ik snap wel dat ze die term ook gebruiken voor Amenra en Neurosis, maar niet voor alle afgeleiden daarvan.

Mogen we besluiten dat er nu meer blackmetalinvloeden in jullie sound zitten dan vroeger?
Goh, black metal zat er ook al van in’t begin in hé, maar mensen vertrekken bij black metal steeds vanuit de Noorse of Scandinavische variant. En wat dan met Beherit, oude Samael, oude Rotting Christ, Mortuary Drape, oude Moonspell, …? Dat is allemaal evenwaardige black metal. Vanaf “Lede” zijn we sneller beginnen spelen, maar ons ouder werk bevat ook heel wat blackmetalinvloeden, zij het de tragere variant. “Morinde” is evenveel black metal dan de latere platen, maar ‘t was trager. Ik ga dus niet akkoord met die stelling! We spelen nu gewoon sneller en we hebben meer invloeden uit Noorse black metal. De werktitel van het vierde nummer op “Slonk” was zelfs het “Ancient nummer” omdat er daar zo wat melodieuze riffs inzitten. De sludgy/noise dinge zijn we stilaan meer beginnen vervangen door bv. deathmetaldingen. In “Lede” zitten wat meer My Dying Bride demo invloeden (Pui noemt dat eerder Immolation invloeden), war metal elementen, enz. Op “Slonk” zitten er wat Sarcofago achtige dingen in. Ik kan hier serieus van op mijn paard kruipen, haha!

Alkerdeel – Je hoeft je nergens voor te schamen (deel 2)

Op 5 februari verschijnt “Slonk”, de vierde langspeler van Alkerdeel, wat zoals steeds iets om naar uit te kijken is. Niet alleen muzikaal weten we de band uit het Meetjesland enorm te waarderen, we zijn bij Addergebroed ook fan van hun tongue in cheek-insteek en de grafische aanpak. Het plan was een face-to-face interview te doen met zanger/grafisch vormgever/tekstschrijver Pede en dit – gehesen in een veel te strakke speedo – in de openluchtjacuzzi die in gitarist Pui’s hof staat. Eén of ander virus gooide echter roet in het eten dus deden we onze babbel (die in november 2020 plaats vond) virtueel met een lekker biertje in de hand. Zodra Pede op gang getrokken wordt, staat zijn babbel amper stil wat resulteerde in een gesprek van meer dan twee uur. Het werd niet alleen het langste interview voor deze site tot op heden – dat we om die reden in drie delen opsplitsen – maar ook één van de grappigste en vree wijze parlés uit onze geschiedenis. In deel één hadden we het o.a. over dialect, oude tapekes, en improvisatie en mochten we jullie het nummer “Zop” exclusief voor de Lage Landen voorschotelen. Dit tweede deel gaat ondermeer over humor in black metal. (JOKKE)

(c) Stefaan Temmerman

Verklarende woordenlijst:
azo = zo
babbel = mond
beestjen = insect
beu = vervelend, irritant
botten = laarzen
den boel = alles
duust = duizend
eulder = hun
eulder kapkes = hun monnikspijen
gepeist – nagedacht
giftigen boel = giftig product
hij wist het sebiet = hij herkende het meteen
ik vind dat super mottig = ik moet daar niets van hebben
kieken = kip
meirelaar = merel
nen toek op uw muil = een vuistslag in uw gezicht
peinzen = nadenken
pimpampoentje = lieveheersbeestje
scheef op mijne velo = dronken op mijn fiets
tapekes = cassettebandjes
voor dood = tot het uiterste
vree = erg
wijs = tof

Humor is Alkerdeel duidelijk niet vreemd. Denk maar aan de oranje bandshirts met de afbeelding van een schetenlatende duivel, jullie post-repetitie dagboek waarin jullie vaak een laconieke inkijk in het bandgebeuren geven of jullie geniale bandfoto met een knipoog naar het gezelschapsspel Spookslot. Moeten black metal en humor kunnen samen gaan?
Tuurlijk! Je kan je om te beginnen natuurlijk al afvragen wat black metal is en ik heb de laatste jaren de indruk dat alles weer terug naar die orthodoxe stroming aan het evolueren is. Voor ons is dat totaal irrelevant. Ik stel me soms ook persoonlijk de vraag of die gasten van Watain of TT van Abigor effectief zijn zoals de manier waarop ze zich voorstellen. Los daarvan: moet black metal satanisch zijn? Tuurlijk zijn wij niet satanisch. Zijn we dan geen black metal? Ah nee dan hé volgens die gasten hé.

Maar als je naar satanisme kijkt, kan je je ook afvragen wat dat dan juist inhoudt, want daar zijn zodanig veel stromingen in. Je hebt de meer ideologische stroming, die beter gefundeerd is, maar je hebt ook dat middeleeuws satanisme van de duivel met zijn gelakte hoefkes en zijn staart, maar dat is uitgevonden door mensen. Het beeld dat christenen hadden van de duivel die kinderen vermoordt, is ook gecreëerd door de Kerk om een machtspositie te creëren. Iedere religie is door mensen uitgevonden, hoewel sommigen dat zullen tegenspreken. Ik geloof niet in religies, ik heb daar geen wetenschappelijke basis voor. Ik kijk naar de wereld en hoe de geschiedenis in mekaar zit en dan is mijn conclusie dat alles wat religies vertellen, ontsproten is aan het menselijk brein. Ik wil daarmee zeggen dat mensen die menen dat wij geen black metal zijn, zeker de waarheid niet in pacht hebben. Humor in black metal kan dan ook perfect, want wij vinden dat en wij hebben dan ook het recht om dat te zeggen. Je kan ook zeggen dat de duivel niet dienen evil deprimo hoeft te zijn, maar ook diegene kan zijn die fuck zegt tegen alle domga’s waar religies op gebaseerd zijn. Doe je eigen ding, doe wat je wilt, een grote middelvinger. En dat is volledig ons ding. Met humor maak je het leven ook dragelijker hé.

Krijg jullie daar soms negatieve reacties op?
Ik kan mij niet meteen zo’n voorval herinneren. Ik kan mij wel voorstellen dat sommigen ons daarom niet cool vinden of dat in vraag stellen. Ik herinner me wel de vele goeie reacties die we daarop, direct of indirect, krijgen.

Buiten jullie, Lugubrum en het terziele gegane Witch Trail kan ik ook niet meteen andere bands voor de geest halen die humor met black metal combineren. Je hebt Abbath natuurlijk, maar dat is eerder op het zielige af.
Zeker Lugubrum is onbewust wel een invloed geweest op ons, maar die humor in bandfoto’s komt ook wel van Rik en Nieke en hun Headmeat verleden. Je hebt wel nog die Oostenrijkers van Hagszissa met hun verkleedtoestanden op het podium, Peste Noire en Skitliv waarbij Maniac soms in een Micky Mouse hoodie optrad, maar dat was misschien eerder om te choqueren.

En Aldrahn met Urarv, remember hun performance op Unholy Congregation fest vorig jaar?
Ja, maar ook in zijn tijd met Dødheimsgard. Het was allemaal nog iets serieuzer, maar ik denk dat dat onbewust wel een weg geplaveid heeft voor ons omdat we dat allemaal beestig goe vonden destijds. We hebben er nooit over getwijfeld of humor in onze muziek al dan niet kon. Denk maar aan de show van Isvind destijds in Ruddervoorde waar sommige toeschouwers helemaal scheef hingen van de veel te zware kettingen en grote omgekeerde kruisen. De humor zat er al in, maar ze hadden het zelf niet door. En nu zijn er veel van die te serieuze bands met eulder kapkes zoals Bathushka die daar gelijk een bende paters op een podium staan, maar dan wel achter plastic schermen, haha!

(c) Maria Elpeno

Was die persiflage op de Satyricon “Nemesis divina” bandfoto als hommage aan de eerste platen bedoeld of toch eerder als parodie omdat die laatste paar albums op geen ruk trekken? Je hebt die toch aan Satyr en Frost bezorgd hoop ik?
Haha, nog niet, miscchien moet ik dat eens doen. Eigenlijk is dat toch voor een groot stuk hommage hoor. Ik moet nu meteen aan “kill your idols” denken haha, maar eigenlijk, ik vind die laatste Satyricon plaat eigenlijk niet zo goed, ik vind ze vree slecht eigenlijk, maar ik heb nog wel respect voor Satyr, ook al is het muzikale pad van Satyricon totaal mijn ding niet meer. En ik vond destijds die bandfoto’s van “Nemesis divina” ook gewoon ongelofelijk wijs, ook al had ik toen nog niet door dat dat een opgezette vogel was enzo. Waarom we dat dan eigenlijk doen weet ik eerlijk gezegd niet. Niet om ermee te lachen… misschien was die setting van die foto gewoon een gemakkelijk slachtoffer: een kieken in de lucht steken, een looprek dabei, haha! Dat is erom vragen op een bepaald moment hé. Met foto’s van Darkthrone zou ik dat nooit doen, dat is te gevoelig, daar heb ik dan net weer té veel respect voor. En Arckanum foto’s zijn dan bijvoorbeeld weer te gemakkelijk om na te doen.    

Muzikale opvoeding lijken jullie erg belangrijk te vinden. Te pas en te onpas delen jullie op sociale media muziek die jullie goed vinden en drie vierde draafde ook op in het radioprogramma De Pankraker om persoonlijke favorieten te delen. Vinden jullie het echt belangrijk om jullie fans op te voeden? 
Dat is zeker geen opvoeding, omdat dat heel hautain overkomt, en dat is zeker niet de bedoeling. Het is eerder om mee te geven in plaats van te zeggen dat dat iets ultiems of de waarheid is. We doen dit meer om muziek van maten te steunen en we zitten op social media, waar iets opportunistisch achter zit, en we creëren op die manier een soort van community gevoel en mensen keren dan weer naar ons. Ik heb ook nooit goed begrepen dat bepaalde mensen muziek voor zichzef willen houden. Misschien is dat dat DIY verleden dat naar boven komt en waarbij je vrienden wilt steunen. En dat is toch ook een pak leuker dan foto’s van jezelf te liggen posten, niet?  

Alkerdeel is als band met een zeer standvastige line-up haast één van die uitzonderingen in het huidige muzikale landschap. Kan Alkerdeel verder bestaan als een van jullie er het bijltje bij neergooit? Jullie hebben ooit eens als 1 april grap aangekondigd dat jij was gestopt en vervangen door een zangeres. Ik viel toen bijna van mijn stoel.
Haha, we hebben daar eigenlijk nog nooit over geklapt. Moest ik om één of andere reden stoppen en de anderen zouden willen verder gaan, mogen ze gerust iemand anders aanwerven en zou ik hen geen strobreed in de weg willen liggen. Maar omgekeerd, … Stel dat Pui of Nieke of QW zou stoppen, dat zou niet meer kloppen omdat ze zo’n specifieke stijl hebben die het DNA van Alkerdeel vormt, tenzij ze mij verplichten om verder te doen.

Wat is jullie succesformule dan?
Pui en Nieke kennen elkaar al van jongsaf aan en ik leerde QW in het middelbaar kennen. Ik kende Pui ook wel een beetje maar door de band zijn we ook écht goei maten geworden. Ik zie daar nu ook niemand anders tussen kruipen ofzo. QW heeft zo’n eigen stijl, ik kan met moeite drie dagen na mekaar op een podium staan schreeuwen, Nieke heeft als drummer enorm veel progressie gemaakt (hij was oorspronkelijk keyboardspeler), …eigenlijk hebben we van onze zwaktes onze sterkte gemaakt.

We hebben het er al kort over gehad, maar Alkerdeel maakte deel uit van de “The Abyss Stares Back…” splitreeks van Hypertension Records. Jullie deelden een plaat met het Nederlandse Nihill wiens frontman Michiel Eikenaar in 2019 aan kanker overleed. Hoe herinneren jullie Michiel en is er nog een leuke of interessante anekdote die je over hem kwijt kunt?
Michiel is iemand die we doorheen de jaren van op optredens goed hebben leren kennen. Het was altijd super hartelijk als we mekaar tegen kwamen, maar ik zou nu niet willen claimen dat we goeie vrienden waren, dit uit respect voor zijn écht goeie maten die heel dicht bij hem stonden. Maar ik mis die kerel wel want hij was een boeiende gast. De eerste keer dat ik hem zag was toen Sunn o))) met High On Fire in ‘t Lintfabriek moest spelen. ‘t Was mooi weer en ik zat buiten in een terrasstoel en komt er daar zo nen beer van ne gast naar mij en steekt zijn stinkende oksel onder mijn neus en zegt (al imiterend met Nederlands accent): “ik heb net dezelfde maar groter!”Ik wist niet waarover hij het had, maar hij moest mijn ‘earth, air, fire and water’ tattoe opgemerkt hebben. Jaren later moesten we met zijn band Anaphylactic Shock optreden, ik denk in dB’s in Utrecht. Ik herkende hem plots, maar hij mij niet, en ik ging naar hem toe en ik toonde gewoon mijn arm. ”Moooooaaaaa!!!” scheeuwde hij, hij wist het sebiet. Sindsdien liepen we mekaar meer tegen het lijf, op Roadburn o.a. en hebben drie of vier keer samen gespeeld denk ik.
Hij heeft mij trouwens nog een vree wijze levensles geleerd in die zin dat je je nergens voor hoeft te schamen. Ik was ooit eens aan het vertellen dat ik vroeger na het uitgaan in de Gentse Frontline regelmatig om drie uur ‘s nachts vrij scheef op mijne velo door de haven naar huis fietste en luidkeels voor dood zat mee te schreeuwen met de muziek in mijn oren. En soms passeerde er dan een jogger of een fietser die met de nacht stond en dan schaamde ik mij altijd enorm omdat ik dacht die mega verschoten moesten zijn. Toen ik hem dat vertelde zei hij (opnieuw al imiterend met Nederlands accent): “Je moet je nergens voor schamen joh!”, haha. Eigenlijk is dat toch waar hé, zolang je er anderen geen kwaad mee doet.

Deel 3

Alkerdeel – Je m’en fou (deel 1)

Op 5 februari verschijnt “Slonk”, de vierde langspeler van Alkerdeel, wat zoals steeds iets om naar uit te kijken is. Niet alleen muzikaal weten we de band uit het Meetjesland enorm te waarderen, we zijn bij Addergebroed ook fan van hun tongue in cheek-insteek en de grafische aanpak. Het plan was een face-to-face interview te doen met zanger, grafisch vormgever en tekstschrijver Pede en dit – gehesen in een veel te strakke speedo – in de openluchtjacuzzi die in gitarist Pui’s hof staat. Eén of ander virus gooide echter roet in het eten dus deden we onze babbel (die dateert van november 2020) virtueel met een lekker biertje in de hand. Zodra Pede op gang getrokken wordt, staat zijn babbel amper stil wat resulteerde in een gesprek van meer dan twee uur. Het werd niet alleen het langste interview voor deze site tot op heden – dat we om die reden in drie delen opsplitsen – maar ook één van de grappigste en vree wijze parlés uit onze geschiedenis. In dit eerste deel hebben we het o.a. over dialect, oude tapekes, en improvisatie en mogen we jullie het nummer “Zop” exclusief voor de Lage Landen voorschotelen. (JOKKE)

(c) Stefaan Temmerman

Verklarende woordenlijst:
azo = zo
babbel = mond
beestjen = insect
beu = vervelend, irritant
botten = laarzen
den boel = alles
duust = duizend
eulder = hun
eulder kapkes = hun monnikspijen
gepeist – nagedacht
giftigen boel = giftig product
hij wist het sebiet = hij herkende het meteen
ik vind dat super mottig = ik moet daar niets van hebben
kieken = kip
meirelaar = merel
nen toek op uw muil = een vuistslag in uw gezicht
peinzen = nadenken
pimpampoentje = lieveheersbeestje
scheef op mijne velo = dronken op mijn fiets
tapekes = cassettebandjes
voor dood = tot het uiterste
vree = erg
wijs = tof

Slonk” verschijnt vier jaar na “Lede”. Hebben jullie alles uit die plaat gehaald dat eruit viel te halen?
Daar heb ik eigenlijk nog nooit over gepeist. We hebben wel lang zitten wroeten op nieuw materiaal en eigenlijk ook wel wat zitten teren op het gezellig samenzitten in ons repetitiekot, de nieuwe plaat en onze optredens. Ons hoofd stond met andere woorden even niet naar het schrijven van nieuwe nummers. Ik denk dat we ongeveer twee jaar geleden concreet aan “Slonk” begonnen zijn. We hebben ook wel even last gehad van een writers block, maar ongeveer een jaar geleden zaten we dan toch plots in een goede flow. En ook nu nog, en dat is dan wel een verschil met “Lede”, want kort nadat het schrijfproces voor “Slonk” afgerond was, kwamen er al twee nieuwe nummers tot stand. Die zullen waarschijnlijk voor een split gebruikt worden daar we tot de vaststelling kwamen dat een 7 inch eigenlijk nog in onze discografie ontbreekt, haha.

Ook tapes ontbreken volgens mij in jullie repertoire, niet?
Klopt, als je onze demo niet meetelt die nog old-school op een stereo gedubd is.

Ondertussen is dat medium volledig terug als geluidsdrager. Zijn er plannen om de back catalogue en nieuwe plaat ook op dit formaat uit te brengen?
Voor “Slonk” hebben we al een aanbod gehad, maar we willen eerst voor de reguliere release gaan en dan misschien een half jaar later wel een tape uitbrengen, maar ik zou dat liefst doen met een label waarvan we de mensen erachter kennen. En qua back catalogue is dat misschien geen slecht idee, daar moet ik nog eens verder over peinzen. Ik dacht eigenlijk dat die tape revival maar van korte duur zou zijn, maar het is blijkbaar wel een blijvend iets.
Ik vind het geluid van tapes echter wel nog steeds vree wijs, want ik ben daar mee opgegroeid. Op mijn elf jaar heb ik twee jaar zitten teren op AC/DC’s “The razors edge” totdat ik dan van mijn neef “Life after death” op tape kreeg. Het is dan ook een vertrouwd geluid uit mijn tape trading tijd. Ik denk dat het Maniac was die ooit zei dat hij een tapeversie van Tormentor’s “Anno domini” had die zo veel gekopieerd was dat die zo vree dungeon klonk en nadien teleurgesteld was toen hij de nieuwe versie hoorde hoewel die nog steeds heel vet klonk. ‘t Heeft wel iets hé.
Mijn opa had ook massa’s tapes met van die accordeonmuziek op. Ik kreeg die toen hij gestorven was en gaf er enkele van aan QW, onze bassist, om op te kopiëren. Ik kreeg die dan terug en daar stond dan bv. Marduk op en dan stopte dat plots en ging dat over in “Zwei kleine Italiener”, haha. We lachen daar soms nog om. En als ik voor hem tapes opnam, liet ik soms een nummer weg zodat het album op één kant paste. Als hij dan nadien de CD kocht, was het van “Fuck! Ge hebt mij niet alles gegeven!” Haha.
Wel komt er binnenkort een vinylheruitgave van “Morinde” aan daar die volledig uitverkocht is. De plaat werd opnieuw gemastered en voorzien van nieuwe kleuren voor het artwork.

Ik ben de albumtitel eens gaan opzoeken in mijn woordenboek en ‘slonk’ betekent zo veel als ‘slim’ of ‘doortrapt’. Is dat ook de betekenis die jullie aan het woord geven?
Ik kende het woord zelf niet. Het komt van Pui en Nieke (drummer) uit de kant van het Meetjesland waar zij wonen. Het was eigenlijk oorspronkelijk de werktitel van het eerste volledige nummer dat we hadden. We hebben een hele waslijst aan wijze woorden en uitspraken waar we ooit eens iets mee willen doen en die op een bord in ons kot staan geschreven, maar we waren er eigenlijk al vrij snel uit dat we iets met dit woord wilden doen.
Maar dan begon ik aan het artwork en doordat dat op een bepaald concept gebaseerd is, wou ik dat doortrekken in de titels, teksten en foto’s. Hierdoor zijn alle werktitels eigenlijk veranderd (“Slonk” is dan uiteindelijk “Eirde” geworden) en had de plaat ook een andere naam, maar de rest vond die te arty farty haha. Dan is de democratie beginnen gelden en is “Slonk” de titel van de plaat geworden omdat ze dat zo’n wijs woord vonden dat eigenlijk wel goed past als overkoepelende naam. Ze hebben me dan laten doen met het uitwerken van de rest van de plaat.
De betekenis van “Slonk” kan volgens gitarist Pui als volgt geïllustreerd worden: Stel dat je vrouw heel de dag binnenshuis bezig is geweest met alles op orde te leggen en te koken en jij bent heel de dag in de tuin bezig geweest en je komt binnen met nog wat modder aan je botten en schuift gewoon je benen onder tafel en begint te eten. Dat is ‘slonk’. Nonchalant dus. Je m’en fou eigenlijk. Letterlijk is het misschien niet van toepassing op de plaat, maar achteraf bekeken klopt de betekenis van ‘slonk’ wel als je het toepast op bijvoorbeeld het artwork dat gebruik maakt van foto’s, teksten, duust linken en knipogen (ook in onze muziek, wat we altijd al gedaan hebben) en stijlen.   

Voor het eerst worden de teksten mee in de lay-out geplaatst, ook al zijn ze in het Nederlands en bevatten ze wel wat dialect waardoor slechts een klein deel van jullie publiek ze zal verstaan. Hebben jullie nu pas een boodschap te melden die jullie de luisteraar willen meegeven?
Dat is eigenlijk niet volledig waar want op de achterkant van de sleeve van de split met Nihill die we via Hypertension records hebben uitgebracht, staat de tekst van “SHSRR”. En ook het nummer “Hessepikn” heeft een volledig uitgeschreven tekst, maar die is nog nooit gepubliceerd geweest omdat ik daar geen zin in had. Da’s ons ding en de rest kan er maar naar fluiten. Maar misschien heeft dat ook wel wat met onzekerheid te maken hoor. Zo van: “Durf ik dat vrijgeven?” Maar voor “Slonk” voelde dat nu wel juist aan ook al is het schrijfproces voor mij moeilijk aangezien ik in beelden denk en geen tekstschrijver ben.

Dat is eigenlijk amper te merken hoor want ik vind dat de beeldende teksten als een soort poëzie lezen. Zijn er bepaalde schrijvers of dichters die jouw schrijfstijl mede vorm geven?
Totaal niet, want poëzie, ik vind dat super mottig hé. Ik kan geen twee regels poëzie lezen. Misschien barbaars om te zeggen maar ik vat dat ook niet of kan niet zeggen wat ik wel of niet goed vind. Boeken en zeker tijdschrijften lees ik dan weer wel veel.
Maar dat beeldende klopt zeker. Neem nu bijvoorbeeld dat stripverhaal aan de binnenkant van de klaphoes van “Lede”. Wat je ziet is ook effectief de uitbeelding van de tekst van “Regardez ses yeux”, maar er zitten dan ook weer links in naar “Dyodyo Asema”, de plaat die we met Gnaw Their Tongues maakten.

Maar voor “Slonk” was ik ervan overtuigd dat teksten nu wel in het geheel van de beelden en foto’s en het concept zouden passen. Ik ben beginnen schrijven, en dat was moeilijk, maar uiteindelijk deed ik dat wel graag, zeker toen ik er zo wat begon in te komen. Ik had dat niet verwacht.
Reeds van in het begin van Alkerdeel vinden we het wijs om mensen op het verkeerde been te zetten. En dat op verschillende manieren. Muzikaal, maar ook qua concept en beelden. En dat werd doorgetrokken in de vormgeving.

Waren er voorheen ook vaste teksten of was het veeleer improvisatie?
Een zeer belangrijke reden waarom we vroeger bijna geen teksten vrijgaven, is het feit dat de band, voor dat we Alkerdeel heetten, eigenlijk als jamband begonnen is, met improvisatie inderdaad als belangrijk uitgangspunt. Nieke en Pui jamden de hele tijd en ik deed daar wat op mee en dat heeft vrij lang een invloed gehad. De helft van de teksten op “De speenzalvinge” en “Morinde” is dan ook fonetisch en wat ik zing is gebaseerd op beelden die ik op dat moment in mijn achterhoofd heb. En bovendien vond ik dat ook wat beu om elke keer hetzelfde te zingen. Ik ben geen aapje aan een draailier die elke keer hetzelfde wilt doen. Ik vond het wijs dat er daar vrij veel vrijheid op zat. Er was wel een concept van een nummer, maar ik moest niet telkens compleet hetzelfde verhaal brengen, ik kon al eens een zijslag nemen. Stel dat een nummer gaat over een reis die je maakt van hier naar de Himalaya, dan vind ik dat wel wijs dat ik bijvoorbeeld even in het Midden-Oosten kan blijven hangen. Dat beeld azo. Maar vanaf “Lede” begon ik daar stilaan op vast te lopen, het improviseren ging mij niet meer af en dat is ook de reden dat ik de teksten nu heb uitgeschreven. Het is dus niet zo beredeneerd en puur een gevolg van mijn gevoel.

Ook het gebruik van dialect is nog steeds aanwezig?
Ja, omdat dat voor ons het meest natuurlijke is hé.

Wat betekenen oude songtitels zoals “Hessepikn” en “Verdesteleweern”?
Een “hessepikr” is en beuzak, nen beue nijdigaard azo. Iemand die u bewust gaat tergen. En “verdesteleweern” betekent den boel overhoop halen, kapot maken. 

En vanwaar de slogan “Only awdeud is real!” op jullie website? Een persiflage op “only death is real” neem ik aan?
Ja, komt van Fenriz en Isengard, omdat we dat zo wijs vonden, maar we doen dat al van in het begin hé. Op “Morinde” stond “only live is real” omdat dat grappig was maar ook verwees naar het feit dat die plaat live opgenomen werd. Op “Lede” staat dan weer “only the lonely”, haha! Op “De speenzalvinge” hebben we de “only” even laten vallen en staat er “Blesken are the sick” als parodie op “Blessed are the sick” van Morbid Angel en als grappig eerbetoon aan Blesken van Sylvester Anfang en het Funeral Folk label die die plaat opnam.
Awdeud’ komt van ‘aldood’, verklaart Pui, ‘alles dood’ maar dan in het dialect uitgesproken en is de pesticide E605 van vroeger, een mega giftigen boel. In het meetjesland wordt een “l” dikwijls als een “w” uitgesproken. ‘Pils’ is dan bijvoorbeeld ‘piws’, vandaar dus ‘awdeud’, haha. Als ze daarmee sproeien, gaat werkelijk alles dood. E605 wordt vaak gebruikt om tussen de klinkers te spuiten om het gras en onkruid te verwijderen, maar alles gaat dood, van de pimpampoentjes tot vlinders tot het bedoelde onkruid, maar soms zelfs ook de meirelaars die de dode kevers opeten. Da’s van de generatie van onze ouders, die moeten niet weten van al die andere groenvriendelijke troep, net zoals ze alleen maar “echte carboline” willen. Mijn pa zei dan “nèh, daar kruipt in geen 20 jaar nog een beestjen in! Ik moest de balken thuis altijd carbolienen, en had altijd brandwonden op mijn vel van dat in de zon te doen.

Ik herinner me dat bassist QW me ooit vertelde dat hij er soms van stond te kijken hoe goed er op alles wat Alkerdeel doet gereageerd wordt aangezien “we maar wat doen wat ons goed lijkt”. Is Alkerdeel een band die veel moeite moet doen om in de gratie van het publiek te vallen?
Goh, moeilijke vraag, we werken wel kei hard aan Alkerdeel hoor. Toen we met Alkerdeel begonnen was ik al een stuk in de twintig. QW had al ervaring met Thee Plague Of Gentlemen en Pui en Nieke met Headmeat, twee bands waar ze wel wat mee hebben kunnen bereiken, maar ik merkte dat veel van mijn andere vrienden om één of andere reden met hun bands wat in jeugdhuizen bleven rondhangen.
Feit is wel dat wij vree veel chance hebben dat vree veel mensen voor ons iets willen doen. Labels als Funeral Folk of Consouling Sounds zijn naar ons gekomen. We hebben nooit moeten shoppen. Dat betekent echter niet dat wij op onze lauweren rusten en niets doen, alles behalve.
Het is wel zo dat we destijds nog meer sludge-invloeden in onze sound hadden en daardoor veel aandacht kregen van de achterban van ons label Consouling Sounds, terwijl dat eigenlijk minder onze roots zijn. Er zijn wel sludgebands die we wijs vinden, maar eigenlijk zijn wij redelijk eenzijdige metalfans. Maar in dat genre is het dan weer moeilijk om binnen te geraken aangezien wij een tamelijk eclectische sound hebben. Daar werken wij dus keihard op. Doelgericht netwerken, maar alles altijd wree rustig aan. Lukt er iets niet, dan lukt er iets niet. Touren in het buitenland bijvoorbeeld, da moe gelijk allemaal ni meer. Komt het, dan komt het, zo veel te beter, maar we hebben geen torenhoge ambities.

Alkerdeel lijkt me een band te zijn die geen groots uitgetekend masterplan heeft, maar eerder volgens het buikgevoel werkt en dat op een moment dat de tijd er rijp voor is. Is dat daadwerkelijk zo?
Dat buikgevoel dat je noemt is vree belangrijk. We overleggen natuurlijk wel over bepaalde zaken, maar het aller belangrijkste is dat we ons bij alles wat we doen goed voelen. Een vree cliché antwoord, ik weet het, maar ‘t is wel zo. We hebben ons nooit van iets iets aangetrokken. Als wij iets wijs vinden, dan doen we dat. Dat is onze sterkte, maar dat maakt het soms ook een beetje complex.

Ook spontaniteit lijkt me een belangrijke bandwaarde te zijn. Klopt het dat de opname van één van de nummers eigenlijk de soundcheck was en dat jullie niet wisten dat de opnameknop reeds ingedrukt was, maar omdat het goed klonk besloten deze opname dan maar op plaat te zetten?
Ja, toch zeker een stuk. Eigenlijk is dat al bijna van in de beginne zo dat we in één take opnemen. Niet dat we dat als idefix doen, maar meestal is het resultaat ook goed na één of twee takes. We willen het “moment” vastpakken. Enkel op onze EP “De bollaf!” werd elk instrument apart opgenomen, maar we besloten dat meteen daarna nooit meer te doen omdat dat niet als ons klinkt. De zang werd wel soms apart opgenomen.

Sinds de “Luizig” demo heeft jullie sound natuurlijk een grote evolutie doorgemaakt, ook productioneel gezien, hoewel jullie natuurlijk verre van een afgelikte sound hebben. Voor de eerste keer komen de baslijnen van QW, jullie geheime wapen wat mij betreft, écht goed naar voor in mix. Wie zijn zijn rolmodellen als bassist?
Waarschijnlijk meerdere maar diegene waar ik zeker over ben zijn Maiden’s Steve Harris en Skoll van Ved Buens Ende. Eigenlijk kan je er beide wel uithalen. Hij heeft enerzijds dat galloperende en anderzijds dat meanderende. Onze producer Fre zegt soms dat het lijkt alsof hij reggae aan het spelen is, haha, de chillheid op die harde muziek lijkt inderdaad soms wel azo. Ondertussen heeft QW met die invloeden wel zijn eigen stijl ontwikkeld en we werden ons daar op “Lede” stilaan bewust van. Nu hoor je dat nog meer. Hij voegt soms kleine nuances of oscillerende sounds toe die als loops uit elektronische muziek klinken zoals bij Silver Apples of Klaus Schulze. Die baslijnen moesten er nu dan ook sterk uitkomen omdat ze essentieel en een dragende factor zijn.

Ik vind dat een Alkerdeel gig soms ook staat of valt met hoe goed QW zijn baslijnen doorkomen. Als de lage tonen niet goed in de mix zitten, klinken jullie soms wat modderig, maar als de basgitaar goed afgesteld staat, voegt zijn basspel echt een andere dimensie toe aan jullie sound.
Ah, dat is de eerste keer dat ik dat op die manier te horen krijg. Maar ja, wij weten dat niet want wij hebben dus geen idee hoe wij live klinken hé.

Jullie hebben zoals eerder gezegd een vrij eclectische sound en kunnen daardoor zowel voor een sludge, black als Indie publiek optreden. Bij sommige bands of genres is het vrij gemakkelijk om de gemiddelde fan te omschrijven, maar bij jullie is dat een pak moeilijker.
Klopt, dat is heel verscheiden en ik vind dat eigenlijk wel wijs. Zo hadden we bijvoorbeeld nooit gedacht dat we op Alcatraz Metal Festival zouden spelen. In het begin wilden we immers echt in die lofi underground blijven, maar je verandert ook doorheen de jaren hé. Op Alcatraz Metal Festival merkten we echt dat we blijkbaar toch in de gratie van een breder publiek vallen. In het buitenland zien we wel meer het type metalfan dat je kan linken aan Magasin 4, het Chaos Descends Festival of Roadburn. En zeker in de begindagen en de Funeral Folk tijd kwamen er ook veel niet-metalfans naar onze optredens, eerder fans van alternatieve of experimentele muziek.

Deel 2

Malakhim – Het is goed onszelf eraan te herinneren wie de vijand is

Met een uitstekende demo en EP onder de arm – en een livetape als tussendoortje – was het wachten geblazen totdat het Zweedse Malakhim met een eerste langspeler voor de dag zou komen. Op 8 januari is het eindelijk zo ver en zal “Theion” via Iron Bonehead zijn goddelijke vuur laten schijnen. We contacteerden zanger/tekschrijver E voor een stand van zaken en een inzicht in de wereld van Malakhim. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

(c) M Norman

Eindelijk staat Malakhim’s eerste langspeler “Theion” op het punt op de mensheid te worden losgelaten. Het duurde vijf jaar en dit debuut werd voorafgegaan door een demo en een EP. Waren deze kleinere releases nodig om Malakhim’s muzikale pad te bestuderen om een plaat als “Theion” vandaag de dag te kunnen maken?
Ik denk dat het voor ons noodzakelijke stappen waren in ons creatieve proces. De demo/eerste EP vormde de output van de eerste paar jaar. Het duurde langer om de nummers te maken en er is een duidelijk leeftijdsverschil tussen het eerste en het laatste nummer van die specifieke release, terwijl de tweede EP relatief snel tot stand kwam nadat de eerste door Iron Bonehead op CD- en LP-formaat was uitgebracht. In zekere zin hielpen beide releases ons schrijven en onze chemie binnen de band te verstevigen en ons voor te bereiden op de full-length. We zullen zien of dit patroon zich zal herhalen voor de nieuwe cyclus van songwriting.

In afwachting van de release van “Theion” werd de live tape “Hic rugitus cavernarum terribilis” uitgebracht. Waar verwijst diens titel naar?
De zin komt uit de Carta Marina van Olaus Magnus – het is een van de eerste nauwkeurige kaarten van de Scandinavische landen. De zin is gedrukt op het kustnummer van Umeå/Västerbotten, onze geboorteplaats en ook de plaats waar het eerste optreden van de band plaatsvond. De uitdrukking vertaalt zich ruwweg naar “Hier brullen verschrikkelijke beesten” of “Vanuit de diepten, een verschrikkelijk gebrul.”

Stond de tape op de planning of was het eerder een manier om de tijd te doden door een gebrek aan liveshows totdat “Theion” zou verschijnen?
Ik heb er altijd van gehouden dat bands hun eigen materiaal uitbrengen naast releases ondersteund door labels, dus dit was voor ons een manier om iets uit te brengen in afwachting van de afronding van “Theion“. We hadden toegang tot de volledige soundboardopname van het optreden en de kwaliteit was goed. Het was een beetje een spontane beslissing en één die uiteindelijk heel goed uitpakte, denk ik.

Elke week wordt er een shitload aan platen uitgebracht. Hoe moeilijk is het voor een band van jullie grootte om opgemerkt te worden in deze stortvloed?
Het is moeilijk in te schatten hoe goed we zijn opgemerkt, ik weet niet eens zeker waar ik zoiets moet opzoeken. Ik denk dat we een behoorlijke hoeveelheid aandacht krijgen, maar we behoren duidelijk niet tot de bands met een slimme of uitgekiende sociale media-aanpak, en dat zijn we ook nu niet van plan.

Is jullie platen- en merchverkoop gestegen nu mensen geen live optredens kunnen bijwonen?
Moeilijk te zeggen om eerlijk te zijn, we hadden niet veel fysieke goederen in stock toen onze optredens geannuleerd of verplaatst begonnen te worden. We hebben nog wat spullen over, maar niet in enorme hoeveelheden.

Nu liveshows ook zeker in de eerste helft van 2020 onzeker blijven, richten veel bands zich op het schrijven van nieuw materiaal. Geldt dit ook voor Malakhim of zijn jullie een band die alleen schrijft als er behoefte is aan een nieuwe plaat?
We schrijven wanneer de inspiratie komt denk ik. Ik ben persoonlijk erg moeilijk te motiveren om richting een deadline te schrijven, en ik zou zeggen dat dat ook voor de rest van de band geldt. We wisselen voortdurend ideeën uit, dus er is een continu creatief proces dat de hele tijd min of meer actief is.

(c) M Norman

Ik hoor mensen vaak over Malakhim praten als ‘die andere band van Naglfar-gitarist Andreas Nilsson’. Is het een zegen of een vloek om een ​​relatief bekende muzikant in de gelederen te hebben? Is dit waarom je in het begin probeerde de line-up min of meer geheim te houden?
Ik heb dat persoonlijk niet veel online gelezen, maar het is natuurlijk iets waar mensen aan zullen vasthouden. Het idee is altijd geweest om de muzikale output op de voorgrond te laten staan, we hebben geen interesse om mee te surfen op het succes van het verleden van de leden in de band, en het is niet “die andere band” maar eerder een band die op zijn eigen verdiensten en creatie staat.

Ik moet zeggen dat het even heeft geduurd vooraleer het klikte met “Theion” terwijl ik meteen werd omver geblazen door de demo en EP. Er zijn minder pakkende hooks en de melodieën zijn meer verborgen in de massieve, minder ademende productie. Maar langzaamaan groeide “Theion” en uiteindelijk blijken dit soort platen vaak de beste te zijn. Wat vind je van deze observatie?
We gingen voor een vergelijkbare productie als die van de tweede EP, maar dan grootser en met meer punch in de drums. Het is een behoorlijk gevarieerde plaat, dus ik neem aan dat er een paar luisterbeurten nodig zijn om er volledig in op te gaan. En uiteraard zijn de albumhoes en het ontwerp van het tekstboekje bedoeld als aanvulling op dit alles, dus ja, de plaat is bedoeld om er de nodige tijd aan te besteden.

Het artwork van de demo en EP werd verzorgd door Karmazid. Het demoartwork was een zwarte achtergrond met zilverkleurige opdruk terwijl de EP-hoes een witte achtergrond met gouden opdruk had. Zit er een diepere betekenis achter dit gebruik van contrasterende kleurenschema’s tussen de twee releases?
Destijds werd het alleen gebruikt om dat contrast dat je aanhaalt te creëren. Het is iets dat we zullen blijven verkennen indien we het EP-formaat in de toekomst opnieuw gebruiken, maar er zit geen grotere verborgen betekenis achter de kleurkeuze, behalve iets anders proberen vanuit een ontwerpperspectief.

Voor “Theion” besloten jullie met Mitchell Nolte samen te werken. Vanwaar deze switch qua grafisch kunstenaar en wat kun je ons vertellen over je eerste full colour cover artwork?
Het idee was altijd om een ​​full colour “groter” artwork voor een langspeler te gebruiken, en kleinere releases zoals EP’s wat “soberder” te houden. We werken echter ook nog steeds met Karmazid die een fantastisch ontwerp heeft aangedragen voor de plaat dat gelinkt is aan de eerste twee EP’s. We benaderden Mitchell omdat we visueel iets groots wilden en zijn stijl was hiervoor erg passend. We bespraken het thema een tijdje en zorgden voor de teksten en gaven hem in wezen alle vrijheid. Een inspirerend werk waarop we onze discussie baseerden was het olieverfschilderij “The great day of his wrath” van John Martin.

De albumtitel is afgeleid van het Grieks en kan zowel ‘zwavel’ als ‘goddelijk’ betekenen. Welke betekenis heeft het woord voor jullie en hoe is de titel gerelateerd aan de nummers?
De dubbele betekenis ervan was een van de redenen voor de keuze: het goddelijke vuur dat zowel verlicht als brandt, een passende metafoor voor de duivel die zowel bevrijder als vernietiger is. Het is, zoals je in dit interview hebt opgemerkt, een doorlopend thema in sommige van onze teksten en een gemeenschappelijk thema doorheen het hele album.

De bandnaam is geïnspireerd door de Hebreeuwse Bijbel waar een ‘Mal’akh’ een engel was, een boodschapper van God. Het bandlogo en artwork bevatten veel occulte elementen en symboliek en in de teksten wordt vaak Satan genoemd. Hoe belangrijk zijn occultisme en satanisme voor Malakhim? Do you practice what you preach?
Als inspiratiebron en als creatieve muze zal de duivel altijd een onmetelijke bron zijn voor mijn eigen lyrisch vakmanschap. Doe ik wat ik predik? Dat is een heel open vraag – mijn simpele antwoord is ja.

Beschouw je Satan dan als een objectief bestaande godheid, bovennatuurlijk wezen of kracht die aanbeden of geprezen moet worden, in plaats van een archetype, metafoor of symbool zoals in LaVeyan Satanisme?
Dat is een heel grote en vrij persoonlijke vraag die het echt verdient om er voor aan tafel te gaan zitten en erover te praten, maar ik zal proberen er een breder beeld van te distilleren.
Ik beschouw Satan als een zeer reële en bestaande kracht die in andere regio’s en religies van de wereld vele namen heeft gekregen, maar telkens met dezelfde soort aspecten eraan verbonden. Het gaat verder dan het oppervlakkige symbool dat meneer LaVey gebruikte, maar de aspecten die aan Satan worden toegeschreven zijn volkomen correct. Voor mij is het zowel een bron van enkele van onze menselijke dingen, zoals haat of liefde, dingen die typisch onderdrukt worden door het dogma van de kerk of de geestelijkheid en de meer destructieve aspecten van de natuur – maar ook het gefluister in de schaduw dat ons naar het onbekende leidt. Is het de gehoornde mensachtige die we in kerkramen zien? Hoogstwaarschijnlijk niet, maar het is een passende visuele weergave of poging van de menselijke geest om iets buitenaards te beschrijven, vergelijkbaar met hoe we cherubijnen of engelen tekenen of schilderen.

Welk type satanisme beschrijft jouw opvattingen het beste en hoe beïnvloedt occultisme of satanisme je dagelijks leven?
Er zijn zoveel verschillende “soorten” satanisme en ik ben verre van bekend met allemaal, dus het is moeilijk uit te leggen. Het is iets dat ik in de loop der jaren persoonlijk heb geformuleerd, en het kunnen net zo goed gewone standpunten zijn, maar er zijn enkele thema’s die verband houden met antinomianisme en strijd, een oppositie tegen normen die ik in mijn dagelijks leven zal toepassen. Het klinkt misschien saai, maar er is meer aan de hand dan alleen het metafysische aspect in mijn hoofd.
Voor de metafysische/spirituele kant van de dingen verken ik enkele paden die vanuit een strikt religieuze zin ook als satanisch zouden kunnen worden bestempeld – en zoals bij alles dat een voortdurende levenslange reis is, is het moeilijk te zeggen welke impact en effecten dat heeft. Het heeft me gemaakt tot wie ik nu ben – wat de toekomst brengt, zullen we uiteindelijk ontdekken.
Ik zou echt zeggen dat als je eenmaal dit soort pad bewandelt, het op de een of andere manier altijd met jou zal zijn, ongeacht de flow van je activiteiten en wat je doet en wanneer. Het is een levenslange reis.

Menig muzikant of fan beweert dat black metal per definitie satanisch of occult moet zijn, terwijl ik de laatste tijd veel mensen hoor zeggen dat ze genoeg hebben van al die bands die er een rituele en pseudo-intellectuele kijk op het genre op nahouden en zichzelf verliezen in een shitload aan attributen om de aandacht van hun middelmatige muziek af te leiden.
Hear hear! Ik ben het eens met de definitie dat black metal een satanisch element nodig heeft, of dat zich nu manifesteert als een verering van de krachten van de hel of eerder als meer subtiele onderwerpen die voortkomen uit die afschuwelijke goddelijke bron is minder belangrijk, maar black metal is en zal altijd muziek blijven die zijn inspiratie haalt uit zulke donkere onderwerpen.
Dit gezegd zijnde, denk ik inderdaad ook dat er een oververzadiging van dit intellectualisme is. Veel bands gebruiken grootse woorden en doen zeer grote en gewaagde uitspraken en vergeten daarbij dat het genre niet alleen BLACK, maar ook METAL is en dat er een duidelijk gebrek is aan riffs of dat songwriting in plaats daarvan verborgen wordt in geluidslagen. Het is echter een dunne lijn, er zijn een aantal bands die de rituele benadering hebben gevolgd en er ook iets heel oprecht en speciaals van hebben gemaakt, maar dat zijn er maar weinig.

Delen alle Malakhim-leden dezelfde opvattingen en is dat iets dat nodig is voor een blackmetalband met een bepaalde ideologie?
We mogen stellen dat we er binnen de band niet allemaal dezelfde ideologische opvattingen op nahouden, maar er is wel een algemene consensus over hoe we onze kunst presenteren en hoe de lyrische inhoud wordt gepresenteerd. Alle leden hebben inspraak in het creatieve proces, en daarmee kunnen we zeggen dat we het eens zijn met de som van de individuele input van de leden, maar niet noodzakelijkerwijs alle componenten daarin. En ik zou het niet anders willen.

Black metal is een muziekgenre dat vaak wordt gevoed door een ideologie ‘tegen’ iets. Geldt dit ook voor Malakhim of is het belangrijker ergens ‘voor’ in plaats van ‘tegen’ te vechten?
Ik denk niet echt in die termen als ik teksten voor de band schrijf of interviews beantwoord. Ik ben het ermee eens dat black metal een antinomiaanse kunstvorm is, vaak gericht tegen traditie en morele paniek, maar zelf ook stevig met de voeten op een aantal regels en tradities staat. Het is echter goed onszelf eraan te herinneren wie de vijand is.

(c) M Norman

E, jij bent de tekstschrijver van de band. Hoe moeilijk is het om met goede teksten te komen en waar haal je inspiratie vandaan?
Het is moeilijk. Ik kan een tekst niet uit mijn hoofd forceren, er moet iets op een natuurlijke manier ontstaan alvorens ik ermee aan de slag kan gaan. Ik kan op verschillende momenten tot inspiratie komen, meestal als ik op pad ga tijdens een wandeling, ga hardlopen of pendel. Soms kan de inspiratie ook toeslaan wanneer mijn geest geprikkeld wordt door een boek of plaat. Ik haal veel inspiratie uit klassieke oude religieuze teksten zoals bijbelpassages, psalmen, heilige harpmuziek of de Zohar (een verzameling commentaren op de Thora en wordt veelal beschouwd als het belangrijkste werk van de joodse mystiek, de zogeheten kabbala; ADDERGEBROED), horror, kunst en meer moderne occulte schrijvers zoals Aleister Crowley, Kenneth Grant, Peter Gray en Andrew Chumbley.

Hoewel de meerderheid van het publiek niets om songteksten geeft, zijn er ook mensen die alle teksten en woorden ontleden om te zien of de gebruikte boodschap en symboliek correct zijn. Krijg je vaak vragen over de betekenis van je songteksten of leidt dit tot discussies met mensen die een andere kijk op de dingen hebben?
Niet echt, nee, maar ik sta wel open voor zou zulke discussies. Ik beweer niet het juiste antwoord of de juiste interpretatie van iets in pacht te hebben, maar het zijn mijn eigen standpunten en iets waar ik graag over zou willen discussiëren om mijn eigen begrip te bevorderen of mijn eigen interpretatie te geven.

Je maakte een gastoptreden op de debuutplaat van Calvin Robertshaw’s Many Suffer. Hoe is deze samenwerking met de ex-gitarist van My Dying Bride tot stand gekomen?
Calvin heeft Malakhim vanaf het begin erg gesteund, dus we hebben contact gemaakt toen hij naar wat merch informeerde, en toen we elkaar uiteindelijk ontmoetten op Beyond the Gates 2019, hadden we het over het creatieve proces en hoe de dingen vorderden voor zijn eigen solo-output. We spraken toen over een mogelijke gastsamenwerking en hij stuurde me in mei een nummer door waarvan hij dacht dat het goed zou passen. Ik luisterde ernaar, kreeg een uitbarsting van inspiratie voor songteksten en stuurde een concept op en nam alles een paar weken later voor hem op. Ik vind het materiaal op dat debuutalbum van hem fantastisch, en het was een grote eer om hier tot bij te mogen dragen. Ik raad iedereen dan ook aan zijn band uit te checken.

Je lijkt een fanatieke platenverzamelaar te zijn. Wat is het zeldzaamste album in je collectie? Welk item heeft de hoogste financiële en welk item de hoogste emotionele waarde?
Moeilijk te zeggen, ik ben geen goede verzamelaar, want ik speel verdomme de albums die ik bezit, haha. Ik heb een kleine verzameling voornamelijk black en death metal, dus in termen van de bredere platenmarkt niets bijzonders. Ik heb wel een Katharsis “666” LP waar ik ongelofelijk blij mee ben en regelmatig speel net als een eerste persing van “Storm of the light’s bane“, een ander echt juweeltje dat ik koester, het was ook een van de eerste vinyl LP’s die ik kreeg en een album dat een enorme impact op mij heeft gehad. Ik denk dat die twee ook voor behoorlijk zotte bedragen op Discogs verkocht worden, maar ik zou er nooit aan denken ze van de hand te doen.

Wat waren je favoriete releases van 2020?
Shit, dat is een grote vraag, ik eindig meestal met een shortlist van zo’n 20-30 albums die thuis constant worden geroteerd, dus het is onmogelijk om echt alles vast te stellen. Ik zal er een paar opnoemen waarvan ik denk dat ze veel meer aandacht verdienen (en misschien een of twee die ik veel zie passeren):

  • Shitfucker – “Sex with dead body“: Helemaal schurend en een “in your face fuck you” achtige benadering die ik echt leuk vind en waardeer. Niet voor bangeriken, maar achter al die primitieve essentie schuilt er veel geweldige rock-‘n-roll.
  • Sodality – “Gothic“: Ik denk dat de albumbeschrijving van NED de essentie echt weergeeft, dit is pikzwarte duisternis in auditieve vorm.
  • Abigor – “Totschläger“: Grootste verrassing van het jaar, maar in alle opzichten een perfect blackmetalalbum.
  • Malokarpatan – “Krupinské ohne“: Ze blijven een aantal absoluut fantastische riffs en sfeer leveren.
  • Eternal Champion – “Ravening Iron“: Heavy metal totaalpakket!
  • Impure- “Damned…“: Smerige en woeste EP, echt een geweldige opvolger voor de full-length uit 2019.
  • Fides Inversa – “Historia nocturna“: Wederom een geweldig blackmetalalbum dit jaar en een geweldige opvolger van hun vorige. Ze blijven zich ontwikkelen ten opzichte van hun reeds sterke discografie.
  • Omegavortex – “Black abomination spawn“: deathmetalgeweld – een geweldig album en ik heb lang gewacht sinds de “Ambeivalence” 10 ”en het demo-/promomateriaal van Omegavortex.
  • Hexenbrett – “Zweite Beschwörung“: Deze plaat bezit dat typische oostblokgevoel samengevoegd met een aantal echt geweldige riffs en arrangementen.
  • Odraza – “Rzeczom“: Een soort baksteen in het gezicht. Bestraffend en vol vitriool en woede.
  • Ars Magna Umbrae – “Apotheose“: Een geweldige derde langspeler van deze Poolse band, en zeker een die met elke luisterbeurt groeit.
  • Enevelde – “Enevelde“: Solo-output van de Misotheist-zanger en echt een geweldige brok black metal.
  • Hier zijn er nog veel meer aan toe te voegen, maar ik zal hier stoppen alvorens de lijst te lang te maken.

ABRAHAMIC LIARS – Haat tegen misbruik, onmacht en een groot deel van de mensheid

Met “genesis“, de eerste EP van een in de maak zijnde trilogie, laat ABRAHAMIC LIARS op een enigszins onverwachte zwartgallige manier van zich horen. De muzikale kern van dit collectief bestaat uit enkele veteranen van onze extreme metalscene, maar voor het eerst uiten ze zich via een gesmaakt blackmetalgeluid. Voor het vocaal departement hadden de heren trouwens een speciaal plan in gedachte waarover jullie hieronder meer kunnen lezen. Gitarist Niels Larsen verschaft tekst en uitleg. (JOKKE)

Dag Niels. Hoe gaat het ermee? Ben je de voorbije Covid-19 periode goed doorgekomen?
Best goed, dankjewel. Ik ben sowieso een goede kluizenaar maar was ook blij om mijn beperkte “bubbelcontacten” te kunnen zien. De vrije tijd heeft plaats geruimd om inventief te worden en meer de focus te leggen op wat ik zelf zoek en wil.

Je bent als muzikant al heel wat jaren actief in de (metal)scene. Ik leerde jou kennen als gitarist van het instrumentale en experimentele San Diablo en nadien was je nog actief in metalband Black Swarm. Recent liet je al van je horen middels de nieuwe deathmetalband Works Of The Flesh en nu sla je ook toe met het meer blackmetalgetinte ABRAHAMIC LIARS. Je muzikale output lijkt met andere woorden extremer te worden naarmate je ouder wordt. Wat voedt deze evolutie denk je?
Haat en Liefde:
Haat tegen misbruik, onmacht en een groot deel van de mensheid. Deze haat of woede probeer ik dan creatief te kanaliseren in de muziek. Ik heb muziek spelen altijd als een uitlaatklep gezien en vermoed dat dit nog lang niet gedaan is.
Liefde: liefde voor de muziek in het algemeen; de scene en de mensen waarmee ik samen spelen mag , de meeste van die muzikanten zitten in in het extreme genre, dus die evolutie is er een beetje vanzelf gekomen plus ik hou zelf enorm van extreme muziek of kunstvormen die buiten de lijntjes kleuren

Welke gevoelens of boodschap kan/wil je middels ABRAHAMIC LIARS naar buiten brengen?
Wanhoop

Toen we een jaar of 10 geleden samen in de auto zaten op weg naar Hellfest, vroeg je me een compilatie te maken met Marduk nummers (die ik trouwens nog steeds niet gemaakt heb haha). Ik viel toen haast van mijn stoel omdat ik jou destijds niet met black metal associeerde, maar blijkbaar was je als tiener toch al met het genre in aanraking gekomen.
Ondertussen heb ik me kunnen verdiepen in Marduk met als gevolg dat “Panzer division” een van mijn favorietjes is. In mijn tienerjaren kwam ik voor het eerst in aanraking met black metal door een klasgenoot, hij nodigde me uit naar underground optredens en zo ging die wereld eigenlijk open voor mij.

Ik kwam je de afgelopen jaren haast nooit tegen op blackmetaloptredens. Nu lijkt het genre je interesse terug gewonnen te hebben. Is er voor jou een groot verschil in black metal anno 2020 vergeleken met midden jaren ’90? Welke blackmetalbands passeren er deze dagen zoal in jouw playlist?
Het genre heeft me altijd wel geboeid, maar je kan je niet altijd in alles verdiepen. Verschil met mid-90’s en nu is immens, maar dat heb je sowieso met muziek van toen en nu. Het productiegeluid en de artiesten zijn er beter en inventiever op geworden en je hebt veel genreoverschrijdende acts wat het landschap interessant maakt. Momenteel luister ik regelmatig naar Ultha, Afsky en Tombs, lokaal ben ik fan van Ihloosuhree en Sons Of A Wanted man.

En door welke bands heb je je laten beïnvloeden wat ABRAHAMIC LIARS betreft?
Grappig dat je het vraagt, voor we de nummers begonnen te schrijven lieten we ons enkel beïnvloeden door de “first wave”: Celtic Frost, Venom, Bathory en Hellhammer. Niemand van ons had ooit het genre gespeeld dus we wilden er bewust niet al te veel invloeden in, vanuit die stijl zijn we vertrokken en hebben de nummers tot eigen songs geboetseerd

In jullie logo zien we de Notre Dame in lichterlaaie staan. En dat is geen toeval blijkbaar…
Klopt, op 15 april 2019 hadden Jolle, Jos en ik onze allereerste repetitie samen als blackmetalband. Het klikte meteen en die avond schreven we anderhalf nummer. Diezelfde avond stond Notre Dame in de fik, toeval of niet, we voelden dat de band goed zat.

Ook op monotheïstische religies lijken jullie het niet zo begrepen te hebben en dan doel ik niet alleen op het christendom, maar ook met de islam en het jodendom hebben jullie geen hoog petje op. Stel nu dat moslimterroristen een aanslag plegen en de Antwerpse kathedraal opblazen en er daarbij gelovigen het leven laten, hoe zou je hier dan op reageren? Scheer je dat over dezelfde kam als bv. een blackmetaltiener die midden jaren ‘90 in Noorwegen een staafkerk in as en puin legde?
We hebben niets tegen religies op zich, maar wel tegen zij die anderen gaan dicteren in naam van een religie. Aanvankelijk heetten we eerst Abrahamic Lies, maar dat is gaandeweg Liars geworden. Zinloos geweld betreur ik altijd maar in beide gevallen zijn dat fascinerende personen, ik ben zeer benieuwd wat hen drijft.

Je bent toegetreden tot de Satanic Temple Of Salem. Waar staat deze organisatie zoal voor? Dient black metal in jouw ogen een anti-religieuze voedingsbodem te hebben?
The Satanic Temple is vooral een non-theïstische humanistische organisatie, zij zetten zich in voor de outcasts en ze hanteren thema’s die invloed hebben gehad op onze songs…Dus in ons geval is dat ergens wel verbonden. Moet black metal anti-religieus zijn? Niet persé denk ik, het is zo veel meer dan dat.

Op jullie eerste EP “genesis” staan zes nummers en ook dat lijkt geen toeval te zijn?
Ja, de symboliek van cijfers is een belangrijke rode draad geweest in heel het schrijfproces, we gaan in totaal 3 EP’s uitbrengen met zes nummers elk. 666 als je wilt maar er is meer, elk nummer is ook gebonden aan bepaalde symbolische getallen en volgorde. Het getal 3 (en veelvouden ervan) heeft een invloed gehad op de volledige trilogie, elke song, idee, riff, etc… vertrekt of is verbonden met het getal 3.

Wanneer, via welke kanalen en in welke fysieke vormen zal “genesis” te verkrijgen zijn?
Vanaf 21 december gaan we online op de meeste platformen, vinyl volgt zeker op een latere datum.

De muzikale kern van ABRAHAMIC LIARS bestaat uit drie muzikanten maar qua zang deden jullie beroep op zowel binnen- als buitenlandse gastzangers die in elk nummer verschillen. Jullie hanteren hiermee zowat dezelfde opus moderandi als het Nederlandse Duivel. Hoe is dit idee ontstaan?
Toen we begonnen als trio ging het vooral een drieluik studiowerk worden. Vandaar hadden we dan ook het idee om enkel met gastzangers te werken. We zijn heel productief te werk gegaan en voor we het door hadden, zaten we al in de studio. Ondertussen zijn we als liveband een sextet, met Beuk op bas en Cin en Tim op zang. Zij zijn een zeer welkome toevoeging aan de band en het voelt goed aan wanneer we samen repeteren.

Wie stond er zoal achter de microfoon op “genesis”?
Op “genesis” werkten we enkel met duetten op zang, dat gaf vaak verrassende resultaten. Als ik er een noem moet ik ze allemaal noemen
1: Tim (Izah , Works Of The Flesh) & Cin (Seethr, Curse of the Ninth, Stercore)
2: Jonckm (Ihloosuhree) & Le Freux
3: Jorre (Grafjammer) & Galgenvot (Wrang)
4: Arneriach (Marche Funèbre) & Guðmundur Óli Pálmason (Katla.)
5: Pedra (Grog, Nethermancy, Di.Soul.Ved, The Symbolist, Animalesco – O Método, Urania, Possessum)
& Beyonder (Martelo Negro, Namek, Urania, Hibernáculo, The Whisperer, Carrion Mantis)
6 : Dennie ‘Duvelskèndj’ Grondelaers (L’opportuniste) & Niklaas ‘Sancti’ Reinhold (Artefacts, Chrysalis)

Stond elke zanger/zangeres ook in voor de respectievelijke tekst van zijn of haar nummer? En zo ja: kregen ze dan carte blanche op het gebied van thematiek?
Elke gast kreeg carte blanche van ons met als enige voorwaarde dat het black moest zijn.

Werden alle betrokken gastzangers en -zangeressen door jullie benaderd of zijn er ook die zich vrijwillig aangeboden hebben?
De meesten hebben we zelf benaderd, maar er zijn er enkele ook door de zangers gerekruteerd. Dat maakt het vaak spannend wanneer je voor het eerst het eindresultaat hoort.

Ik zag op jullie Facebookpagina reeds sloefen en een luciferdoosje met jullie logo op passeren. Zullen deze ook als merch beschikbaar zijn of is dit louter spielerei voor eigen gebruik?
De sloefen zijn custom-made, de luciferdoosjes dienen als promo om uit te delen bij optredens. Bij gebrek aan concerten zijn ze nog niet allemaal uitgedeeld, dus als je wilt stuur ik een paar doosjes op. (Graag!; ADDERGEBROED)

ABRAHAMIC LIARS heeft de intentie ook live op te treden, maar voorlopig stak één of ander virus een stok tussen de wielen. Hoe gaan jullie liveshows aanpakken qua zang?
Als live band zijn we sinds een paar maanden volledig, Cin en Tim die vocals op” Black metal blues” doen, nemen live de stemmen voor hun rekening. Daarnaast heb je nog Beuk die de bas voor zijn rekening neemt. We merkten dat deze combinatie heel goed zit en kunnen amper wachten om live met deze bezetting te spelen.

Is het – nu liveshows nog steeds een grote onzekerheid zijn – de bedoeling om deel 2 van de trilogie tamelijk snel te laten volgen?
Alles op z’n tijd, maar ergens in 2021 beginnen we alvast met deel twee af te werken.

Op jullie Facebookpagina staat dat jullie een band zijn met “a single purpose, to destroy itself from the inside”. Mag ik daaruit afleiden dat zodra de trilogie afgerond is, ABRAHAMIC LIARS uitverteld zal zijn en er bijgevolg het bijltje bij neergooit?
Onkruid vergaat niet.

Grafjammer – Affiniteit met mensen die tussen de kieren van de maatschappij in de afgrond vallen

Kerktorens als verloren bakens? Wankel in het schuimend brak. Kadavers drijven tussen daken. In het kolkend gat“. Grafjammer vuurt op zijn derde langspeler “De zoute kwel” (uit op 18 december via Folter Records) weer een sterk staaltje primitieve Nederlandstalige necrorock op de luisteraar af. In negen vunzige en vuile nummers vertelt Grafjammer verhalen over messenzwaaiers, zelfmoordenaars, flagellanten, samenzweerders, brandende kinderen en de smerige onderbuik van de stad Utrecht en dit met een slagkracht die de dijken doet breken. Grafjammer zanger en spreekbuis Jorre verduidelijkt enkele zaken. (JOKKE)

(c) Michiel De Wilde

Laat ons alvorens het over de nieuwe plaat te hebben, een duik nemen in het verleden. Grafjammer werd in 2007 opgericht als studioproject, maar evolueerde stilaan toch tot een live act. Wat deed jullie van idee veranderen om te beslissen podia her en der onveilig te maken?
De misère heeft zich als volgt voltrokken. Harry van Breda en ikzelf zijn in 2007 met Grafjammer begonnen als duo. Dat kwam erop neer dat we voor ons eigen jolijt thuis een handvol nummers opnamen en die daarna op Myspace lieten beschimmelen. Verder waren we druk bezig met andere bands. In 2012 luisterden we die nummers nog eens door met een biertje erbij en kwamen tot de conclusie dat het misschien zonde was om daar verder niks mee te doen. Daarom hebben we toen Jurgen, die ik kende uit Engorge op drums erbij gevraagd en mijn broer Jelle op bas en zijn we gaan oefenen in een smerige, oude, koude varkensstal in Wijk bij Duurstede. Zo zijn we door de jaren heen steeds een beetje serieuzer geworden. De bezetting is daarbij een aantal keer veranderd van samenstelling, maar vanaf 2016 spelen we met hetzelfde troepje zielen. En sinds lange tijd ook gewoon in het prettig verwarmde dB’s in Utrecht.

Waar ligt jullie sterkte anno 2020 als je jullie plaat- en studiowerk afweegt tegenover jullie live concerten?
Goede vraag, daar heb ik nooit over nagedacht eigenlijk. Ik vind dat altijd meer iets voor andere mensen om te bepalen. Ik denk dat we onszelf niet zo gruwelijk serieus nemen en zowel levend als op plaat een pot botvergruizende tyfusherrie brengen die tegelijkertijd swingt als een tiet.
Daarbij proberen we qua teksten en thematiek een stukje origineler uit de hoek te komen. Door het zo lokaal mogelijk en Nederlands te houden en wat af te wijken van de geijkte ‘satan of seriemoordenaars’ onderwerpen waar veel extreme bands zich van bedienen.

Toen ik de achtergrond van enkele bandleden uitpluisde, bleek dat jullie uit gevarieerde hoeken van het metallandschap komen. Zo speelden jullie in verscheidene black, death, thrash, grindcore, hardcore en stoner/sludge bands. De liefde voor welke bands bracht jullie tesamen in Grafjammer?
Het uitgangspunt is altijd een mengsel geweest van bands als Darkthrone, Carpathian Forest, Venom, Carnivore en Motörhead. En dat is eigenlijk niet veranderd. Tegelijkertijd zijn we ook daar niet zo bewust mee bezig. We kijken gewoon wat er naar boven komt drijven. Een riff werkt of werkt niet en meestal horen we vrij snel of iets Grafjammer is of dat het door de plee kan.

Jullie spelen naar eigen zeggen “primitive Dutch Necrorock”, een mix van black metal, punk, D-beat en Motörhead. Wat is er mis met het label “black ‘n roll”?
Nou ja, wij rubriceren onszelf het liefst als Primitieve Nederlandstalige Necrorock. Die Engelse vertaling is van iemand anders. Persoonlijk vind ik necrorock net wat beter smeren dan black ’n roll. Daar zijn al genoeg bands van. Bovendien geeft het mensen weer wat om op te kauwen over wat we er nou precies mee bedoelen.

Jullie derde langspeler “De zoute kwel” verschijnt twee jaar na voorganger “Schalm & schabauw”, maar in tussentijd verschenen ook nog drie splits. Dateren de nummers van de splits en de nieuwe plaat van dezelfde schrijfsessies of werken jullie release per release aan nieuwe muziek?
De nummers van de splits en het nieuwe album zijn ongeveer in dezelfde chronologische volgorde geschreven als ze zijn uitgekomen. Daarin maken we niet echt uitgebreide plannen van te voren. Jeroen en Jouter, onze gitaristen, schrijven tamelijk constant riffs en ruwe ideeën voor nummers die allemaal op een digitale plank belanden. Zodra het tijd wordt voor nieuw materiaal kiezen we daar iets van om in de oefenruimte over te gaan bakkeleien. Net zolang totdat het opdroogt tot een Grafjammer nummer. Of we besluiten dat het bij nader inzien toch kut is. Dan gaat het overboord en beginnen we opnieuw. Hetzelfde geldt voor titels en onderwerpen. Ik heb altijd een klein arsenaal aan ideeën liggen en zodra een nummer vastere vorm begint aan te nemen, kies ik daar iets van wat past.
Een kleine uitzondering op bovenstaande was onze split “Koude gracht/Gramme werf” samen met Wrang. Omdat het bedoeling was dat die nummers echt samen een thematisch geheel zouden vormen hebben we daar iets meer overleg over gepleegd dan gewoonlijk. Maar normaal doen we eigenlijk maar wat.

(c) Leon Schut

Jullie werkten reeds met een bont allegaartje aan labels samen, maar voor “De zoute kwel” verkozen jullie met het Duitse Folter Records in zee te gaan. Vanwaar juist de keuze voor dit label?
Omdat ze ons een goed aanbod deden. Bovendien is Joerg van Folter een sympathieke en capabele gozer met een groot netwerk. Daarmee hopen we dan ook met Grafjammer weer wat meer aan de weg te kunnen timmeren. De samenwerking verloopt tot nu toe uitstekend.

Zal “De zoute kwel” ook op analoge geluidsdragers zoals tapes en vinyl uitgebracht worden?
Onze eerdere albums verschenen de afgelopen jaren op cassette op het toevallig eveneens Berlijnse tapelabel Black Tapes. We zijn erg blij dat Matthias Frenzel van Black Tapes ook weer “De zoute kwel” wil uitbrengen. Die zal tegelijk met de CD op 18 december a.s. verkrijgbaar zijn. Als het album een beetje wil verkopen hopen we van harte dat Joerg van Folter ook de portemonnee wil opentrekken voor een vinyl uitgave. Mocht dat toch niet lukken dan denk ik dat we het zelf alsnog in eigen beheer zullen doen.

Daar waar veel blackmetalbands een eerder rurale insteek hebben, is dat bij jullie eerder een urbaan gegeven met een duidelijk link naar de stad Utrecht.
Op zich richten we ons niet per se alleen op de stad Utrecht. Zo ben ik met mijn broer opgegroeid in een klein dorpje in de Betuwe en ook op een aantal legendes uit die streek hebben we in het verleden nummers gebaseerd. Utrecht is daarnaast geen hele grote stad en het is maar een klein stukje naar de bossen en het platte land. Maar de stad is waar we vandaag komen en de verhalen liggen er op straat dus zodoende komt ze veel terug in onze muziek.

Het nummer “Zelfverminkers & spiritusdrinkers” handelt over de drank- en drugsverslaafden in en rond het centraal station van Utrecht. Is er een grote problematiek qua overlast door drank- en drugsmisbruik in Utrecht?
Zelfverminkers & spiritusdrinkers” gaat inderdaad onder andere over de junks en de zwervers rond het Centraal Station. Sinds de grote verbouwing zijn ze grotendeels verdreven naar andere delen van de stad, maar tot ver in de jaren ’10 waren met name de gangen onder het station berucht als plaatsen van verderf en leed. Het bijzondere is dat op de plek van het huidige station in de middeleeuwen een ‘ellendigenkerkhof’ lag, net buiten de toenmalige stadsmuren. Hier werden alle ter dood veroordeelden, landlopers, ongedoopten en gekken begraven. Ik vond die verbinding met de verschoppelingen van de huidige tijd interessant.

Hoe staan jullie tegenover het consumeren van drank en drugs?
Sowieso heb ik een affiniteit met mensen die om wat voor reden dan ook tussen de kieren van de maatschappij in de afgrond vallen. Het bijhorende misbruik van alcohol en drugs is in mijn optiek hierbij eerder en symptoom en een vorm van zelfmedicatie dan de oorzaak zelf.
De meeste leden van Grafjammer zijn niet vies van een drankje en in het verleden soms ook nog wel van wat sterkers, maar tegenwoordig houden we het binnen de perken.

Eerst dacht ik dat “De bijlman van Trecht” over één of andere lokale moordenaar handelde, maar dat is blijkbaar niet het geval. Het nummer lijkt iets te maken te hebben met een opvallendheid in het stratenplan van Utrecht. Hoe zit dat juist?
De bijlman is een zogenaamd geoglief. In de middeleeuwse stadsplattegrond van de Utrechtse (water)wegen is een figuur zichtbaar die een bijl omhoog houdt. De consensus is dat dit volledig op toeval berust, maar er zijn uiteraard oude verhalen die anders beweren. Het is daarnaast opvallend dat bijvoorbeeld de voet van de Bijlman in ‘Bijlhouwerstraat’ ligt. Die straat heette dan vroeger weer ‘de Halve Kous’. In zijn knie ligt de zogenaamde ‘gesloten steen’, een grote zwerfkei waarvan men beweert dat deze behekst is door de duivel en daarom met een gewijde ketting aan een gevel is geklonken. Het blad van zijn bijl ligt op het Paardenveld, wat dan weer een executieplaats was in vroeger tijden. Met dit soort verhalen en legenden kan ik me avonden vermaken.

In de bijhorende videoclip nemen jullie de luisteraar mee op een ondergrondse tocht langs de meest welriekende plekjes van Utrecht. Je hebt de clip toch al aan jullie toeristische dienst bezorgd hoop ik?
Zeker niet. Ik ben mordicus tegen het aanprijzen van Utrecht als bezienswaardigheid. Laat alle toeristen maar lekker naar de Nutellawinkels in Amsterdam gaan. Persoonlijk ben ik voorstander van het terugplaatsen van galgen met rottende lijken bij de stadspoorten en grote borden met ‘Ophoepelen, hier is geen ruk te zien’.

Hoewel Utrecht niet aan zee ligt, handelen enkele teksten ook over maritieme onderwerpen. Vanwaar deze fascinatie?
Dat komt omdat ik uit een maritieme familie kom waar je niet helemaal serieus wordt genomen als je niet een poosje op zee gevaren hebt. Zodoende heb ik ook in het verleden gewerkt als stuurman op de grote vaart. Ook hadden mijn ouders een boot waarmee we altijd op vakantie gingen. Door de verhalen van mijn vader zat de fascinatie voor alles wat met zee en schepen te maken heeft er al vroeg in.

In “Bakboordshand” horen we accordeonklanken van de hand van Jacco De Wijs (Heidevolk). Behalve Windir en diens “Arntor” plaat, ken ik niet meteen veel blackmetalbands die dit instrument in hun muziek incorporeren. Kennen jullie nog goede voorbeelden die het checken waard zijn?
Voor deze vraag verwijs ik je even door naar Jouter of Jahwe, die houden beiden de huidige staat van black metal wat beter bij dan ondergetekende.
Jouter: Accordeon komt wel vaker in black metal voor hoor. Zo kan ik je “Niemals kroenender als was einst war” van het Duitse Arathorn aanraden: gave second wave black metal en één van de eerste releases op Folter Records. En natuurlijk ook het Russische Pathway met o.a. “The songs of the death“.
Jorre: Totaal geen black metal, maar wel een aanrader met accordeon vind ik persoonlijk de Kift. Wazige punkfanfare met Nederlandse teksten. Een andere is Jason Webley, een Amerikaanse folk (straat)muzikant.

Een andere gast die meermaals opdraaft is Wrang’s Galgevot. De leden van Wrang lijken zo wat jullie partners in crime te zijn, niet? Jullie delen klaarblijkelijk ook dezelfde interesse voor jullie thuisstad Utrecht en hebben het niet zo begrepen op te arty farty black metal?
Dat klopt. “De zoute kwel” was simpelweg niet compleet zonder een paar getergde uithalen van Galgenvot. Wrang is een band die ons zeer na aan de boezem ligt. We delen uiteraard onze drummer Jahwe en daarnaast wisselen we wel vaker personeel uit. Galgenvot kan namelijk zo’n beetje alles en heeft dus ook al regelmatig op bas of gitaar bij ons ingevallen. Jouter doet hetzelfde bij Wrang. Het zijn fijne mensen en we hebben elkaar inderdaad gevonden in een collectieve weerzin jegens quasi intellectuele kutbands.

Een andere band waar jullie goed mee opschieten is het Zwitserse Chotzä. Jullie delen een split, zijn ondertussen labelgenoten en diens zanger ontwierp jullie nieuwe albumcover. Hoe zijn jullie met deze heren in contact gekomen en wat bevalt jullie zo aan Chotzä?
Chotzä is inderdaad een andere broederband. Het eerste contact hiermee werd ooit gelegd door Jahwe. Daarna hebben ze twee jaar geleden gespeeld op onze albumpresentatie. En vervolgens werden wij weer uitgenodigd bij hen in Bern. Chotzä weet als geen ander hoe je een ronkend nummer schrijft dat rockt als een koe en tegelijkertijd niks inlevert op vuiligheid of extremiteit. En net als wij hebben ze een broertje dood aan wierook, gewaden of ander spiritueel geleuter.

Mijn oog viel ook op het woord ‘addergebroed’ in de tekst van het nummer “Maak het kort”. Over welke voormalige eerste minister handelt dit schijfsel?
Dat nummer gaat over Johan van Oldenbarneveld die tijdens de 80 jarige oorlog raadspensionaris was van de Staten van Holland. In 1618 werd hij vrij plotseling door zijn voormalige vriend en stadhouder Maurits van Oranje gearresteerd en later in een politiek schijnproces ter dood veroordeeld wegens landverraad. Volgens de overlevering schijnt hij rustig en waardig het schavot te hebben betreden en als laatste tegen zijn beul te hebben gepreveld: “maak het kort, maak het kort”. Ik kan me echter zo voorstellen dat van Oldenbarneveld, die na een lang leven in dienst van de natie op zo’n laaghartige manier door de Prins van Oranje een mes in zijn rug kreeg pislink moet zijn geweest. In ons nummer maakt hij vlak voor zijn executie dan ook het hele land, de bevolking, de prins en zijn moeder uit voor rotte vis en vervloekt hij ze tot in hun schoenveters.

Niet alleen jullie teksten, maar ook op sociale media communiceren jullie steevast in het Nederlands en lijken daarbij ook een voorliefde voor archaïsche woorden en taalgebruik te hebben. Welke schrijvers en dichters inspireren jullie op het gebied van het schrijven van teksten?
Klopt. We houden het graag bij onze moerstaal. Er wordt al zoveel onnodig Engels gekakeld.
Ik lees graag en veel boeken over allerlei uiteenlopende onderwerpen, maar een idee voor een nummer kan net zo goed uit de krant of een tijdschrift komen. Wat betreft oud Nederlands taalgebruik vind ik “Lucifer” van Joost van de Vondel bijvoorbeeld prachtig. Of “Het Journaal van Bontekoe‘. Maar ook de bijna vergeten schrijver Johan Brouwer uit de jaren ’30. Dichterbij huis heb ik laatst nog “Het psalmenoproer” van Maarten ’t Hart gelezen. Een schatkamer voor oude en in onbruik geraakte woorden.

Het thema op de hoes van “Schalm & schabouw” was vuur. Nu kozen jullie voor het tegenovergestelde element water. Het coverartwork lijkt gelinkt te zijn aan de tekst van het nummer “Kolkgat”. Kunnen jullie dit verder toelichten?
Poeh, je haalt er meer uit dan wij erin gestopt hebben. Dat idee van water en vuur zie ik nu voor het eerst. Nooit bij stilgestaan.
De hoes is een schilderij gemaakt door Patrick ‘Szivilizs’ Huber, de zanger van Chotzä. Op ons verzoek heeft hij zich hierbij gebaseerd op een gravure van Reinier Vinkeles, “De dijkdoorbraak bij Millingen in 1799“. Het origineel hangt in het rijksmuseum. We vonden het een bijna Bijbelse en tegelijkertijd oer-Nederlandse afbeelding die vooral goed aansluit bij de albumtitel en ook het nummer “Kolkgat” inderdaad.
We waren in eerste instantie van plan de gravure gewoon te gebruiken als hoes, maar uiteindelijk vonden we dat toch te makkelijk en te generiek. We willen graag iets van onszelf. Patrick kan een aardig potje kwasten en vond het een leuke uitdaging. We zijn erg blij met het resultaat en het geeft perfect de sfeer en het thema van het album weer.

Ruim een kwart van Nederland ligt onder zeeniveau. En maar liefst 59% van het land kan overstromen door water uit de zee of rivieren. Om Nederland te beschermen tegen deze overstromingen, werd ruim 3.700 kilometer aan waterkeringen gebouwd. Hierover verscheen recent de dramaserie “Als de dijken breken”. Aanrader? Lopen jullie (en een groot deel van de Belgische bevolking) daadwerkelijk een groot risico in geval van superstormen denken jullie?
Ha, die serie heb ik toevallig gezien. Maar ik was er niet stuk van. Jammer dat dit soort producties vaak mank gaan op teveel intermenselijk drama en ongeloofwaardige plotwendingen.
Maar wat betreft de dreiging van het water denk ik dat we de komende decennia nog wel wat te verstouwen krijgen. Die dreiging is er natuurlijk altijd geweest hier in de rivierdelta van de lage landen, maar alle onderzoeken wijzen op extremer weer en een stijgende zeespiegel in de nabije toekomst. Daar gaan we niet aan ontkomen en ik denk dat we al onze technologie en ons verstand zullen moeten gaan gebruiken om ervoor te zorgen dat we onze voeten droog houden. Mensen die momenteel nog klimaatverandering ontkennen of de menselijke factor daarin hebben hun hoofd heel diep in hun eigen anus zitten.

Jullie releaseshow zal in drie delen plaatsvinden las ik. Hoe zit dat juist?
Vrij simpel. Gezien de huidige corona maatregelen mogen we maar 20 mensen tegelijk in een zaaltje hebben. Daarom hadden we in eerste instantie bedacht dat we 2 keer op een avond zouden spelen om zo het aantal toeschouwers te kunnen verdubbelen. Omdat er veel animo was hebben we uiteindelijk besloten om er nog maar een rondje achteraan te doen. Het wordt dus een intensief avondje.

Meslamtaea – Het stinkend afvalputje van mijn negatieve gedachten

Enkele weken geleden verscheen Meslamtaea’s derde langspeler via Babylon Doom Cult Records. “Geketend in de schaduw van het leven” zaaide serieuze verdeeldheid in de Addergebroed gelederen. Duidelijk een plaat die gebukt gaat onder het motto “you love it or you hate it“. Ondergetekende behoort tot het eerste kamp en had het genoegen componist Floris Velthuis aan de tand te voelen om te grasduinen door de back catalogue van de band, stil te staan bij de nieuwe full-length en een blik te werpen op de toekomst. (MISCHA)

(c) Floris Velthuis

Ik las in het interview met Abaddon Magazine dat jij opgegroeid bent in een dorp waar black metal niet wijdverspreid was en dat je noodgedwongen Meslamtaea als soloproject opzette omdat er geen gelijkgestemde muzikanten waren in jouw omgeving. Hoe ben je in aanraking gekomen met black metal?
Ik ben opgegroeid in een landelijke omgeving vol historische verhalen, sagen en legenden. Met natuur en schitterende plekken die doorspekt zijn van geschiedenis. Het was helaas een omgeving die meer bekend stond om de zuipketen en piratenzenders dan om een rijke metal scene. Toch kwam ik via een neef met hardrock en metal in aanraking. Zo kwam “Gothic” van Paradise Lost voorbij. Een sfeervol album met een bijzonder leeg en pessimistisch geluid. Dit maakte de weg vrij voor black metal. Wat dat betreft viel ik met de neus in de boter, want in de jaren negentig werden de klassiekers geproduceerd. Albums van Emperor, Dimmu Borgir, Marduk, Dark Funeral, Satyricon, Sear Bliss, en het indrukwekkende meesterwerk “Bergtatt” van Ulver vonden de weg naar mijn stereo. Met name die laatste was een soort herkenning. Het ademde de sfeer van de mythische Witte Wieven die bij ons over het land dansten. De geur van dennennaalden, dampend gras. Dát was de muziek die ik wilde maken. Ik was drummer, maar niemand in de regio leek interesse te hebben in black metal. Noodzakelijkerwijs leerde ik mezelf gitaar spelen. Opnemen gebeurde met twee aan elkaar gekoppelde cassettedecks en een microfoon. Een primitieve vorm van over-dubbing. Één van deze tracks is op de “Illusion” demo terecht gekomen. De rest van de tapes kwam niet door de ballotagecommissie en werden overspoeld.

Hoe ben je erbij gekomen om een blackmetalproject op te starten?
Anders dan bij andere metalstromingen, kan je met black metal een landschap schilderen. Een winterlandschap met oude eikenbomen waarvan de doorhangende takken als vingers de berijpte graslanden raken. Black metal had de koude, snijdende sound die ik zocht en er zat een bepaalde mystiek in die m’n nieuwsgierigheid prikkelde. Ook was het natuurlijk een stroming waar je als slaapkamermuzikant met beperkte middelen prima mee uit de voeten kon. Met een primitief geluid kwam je goed weg. Alhoewel ik de charme van een opzettelijk slechte productie nooit heb begrepen. Zeker tegenwoordig is het niet meer nodig om je productie te laten klinken of de microfoon in een wc-pot hangt. Dat het bijdraagt aan sfeer voel ik ook niet zo.

Waarom heb je gekozen voor Meslamtaea als naam voor dit project?
Meslamtaea is een Onderwereldgod waarover werd geschreven door Erich von Däniken. Hij analyseerde oude beschavingen, religies en archeologische artefacten, en kwam tot de theorie dat de Goden kosmonauten geweest moeten zijn. Zijn boek “Waren de Goden kosmonauten?” uit 1968 is sterk bekritiseerd maar ik blijf het een interessante theorie vinden. Er zijn zoveel onverklaarbare zaken. De eerste serie teksten ging voor een deel over dit soort onderwerpen.

Hoe zou je zelf de muziek die je toen maakte willen omschrijven?
In de beginjaren speelde Meslamtaea thrash/black metal met een folksausje. De muziek was hoofdzakelijk geïnspireerd door second wave black metal, gecombineerd met de onmiskenbare dubbele gitaarpartijen van Iron Maiden. Hier en daar hoorde je technische death metal terug (Death), bombastische klanken (Bal-Sagoth) en zelfs metalcore (Creation is Crucifixion). De sound werd steeds gecompliceerder en drukker, met “Klaagzang” van de opvolgende 7” met Cultus als kakofonisch hoogtepunt.

Wat gebeurde er na het uitkomen van je eerste demo “Illusion“?
Na het uitkomen van de eerste ‘demo’ gebeurde er niets. Het was dan ook niet meer dan een gebrande cd-r met een lelijke zelf getekende cover. Ik kende de scene niet en verspreidde de cd-r enkel onder een handvol vrienden. Wat later leerde ik A. van Heidens Hart kennen die veel meer contacten had. Hij heeft in 2004 wat cassettes van de demo verspreid onder de Heidens Hart vlag. De tape belandde op de mat van het Duitse label Eisenwald, die er oren naar had om het opnieuw uit te brengen op CD. Voor mij was dat hoofdstuk al lang klaar. Er was een nieuw album in de maak, “New era“, die voor de CD werd aangevuld met de demo als bonus. Een jaar later heeft Heidens Hart een versie gedaan op tape. Daarnaast zijn er nog twee split vinyls met Cultus uitgebracht onder Heidens Hart. Tien jaar na “Gedachten” kwam “Niets en niemendal” uit bij dit kwaliteitslabel.

(c) Floris Velthuis

Had je altijd al de wens om met Meslamtaea serieus platen uit te brengen of zag je het in eerste instantie meer als een persoonlijke uitlaatklep?
Ambitie om serieus platen uit te brengen is er eigenlijk nooit zo geweest, simpelweg omdat ik dacht dat niemand er op zat te wachten. Er kwam ook weinig reactie op de releases. Meslamtaea is altijd een (te) vreemde eend geweest. Het project is vooral bedoeld als persoonlijke uitlaatklep. Als een ander er iets mee kan, is dat mooi meegenomen. Dat de nieuwe plaat “Geketend in de schaduw van het leven” zo enorm positief is opgepakt verraste ons!

In hoeverre veranderde de stijl van Meslamtaea tussen “Illusion” en “Gedachten“?
De “Illusion” demo markeert de beginperiode van het project. De oudste opnames dateren nog van eind jaren ‘90. Het geluid was primitief. Met één microfoon werden de drums opgenomen. Zo’n drumstel met gedeukte vellen, een zelf gemaakt twinpedal en gescheurde bekkens. Ik had géén idee hoe een blastbeat eigenlijk gespeeld moest worden. Het is zowel qua stijl als uitvoering niet iets wat ik vandaag zou uitbrengen. Toen ik “New era” opnam, gebeurde dat in een kelder onder een trap, waar je niet eens rechtop kon staan. Kattenbakkorrels lagen op de grond tegen het vocht. Het was meer een beschimmeld bezemhok, en het was vast heel gezond om daar op te nemen. “Gedachten” uit 2008 is in een andere, meer bewuste, levensfase opgenomen. De plaat klinkt volwassener, donkerder en meer experimenteel. Voor het eerst was er synthesizer te horen en de bombastische folkinvloeden waren voorgoed verdwenen. Op de slepende openingstrack “Slaapwandelaar” schemert al een beetje het etherische geluid van Annwfyn door: een post-rock/folk project dat ik daarna zou opstarten.

Waarom heeft het tot 2017 geduurd om weer actief te worden met Meslamtaea?
Na “Gedachten” verloor ik mijn interesse in Meslamtaea. Black metal was destijds in mijn beleving uitgekakt. De meeste nieuwe black metal was slechts een echo van de nineties en veel was volstrekt irrelevant. De mystiek was niet alleen uit de wereld verdwenen, maar daardoor ook uit de black metal. In die periode begon ik andere muziek te ontdekken. Vooral instrumentale muziek zoals post-rock, jazz-fusion en psychedelische rock. Toen er een nieuwe Meslamtaea track werd geschreven met een nieuwe sound, besloot ik om dit onder een andere naam uit te brengen: Annwfyn. De muziek was van een andere wereld. Dromerig, melancholisch en etherisch, met gesproken woord. Het album “Zicht” werd in 2013 in eigen beheer uitgebracht op CD. Totaal uniek, ik vind het nog steeds te gek. Maar het deed helemaal niks, het viel buiten de boot. Tussen wal en schip.
Hoewel ik niet op applaus zit te wachten en afkerig ben van aandacht, werd de interesse in muziek maken wel een beetje getemperd. Een tijdje daarna werd ik geïntroduceerd bij Asgrauw en dat heeft het vlammetje opnieuw doen aanwakkeren.

In 2017 heb je samen met de andere band waar je in zit, Asgrauw, een nieuwe split uitgebracht met de naam “Utopia“. Waarom heb je gekozen om Meslamtaea voort te zetten en niet te kiezen voor een nieuw project?
Tijdens een Asgrauw gig liepen we Alex van Zwaertgevegt tegen het lijf. Hij is één van de meest fanatieke gasten in de underground. Meslamtaea kwam ter sprake en hij riep, met een biertje in de hand, een 7” split met Asgrauw te willen doen. Ik had niet verwacht dat iemand die oude shit nog kende en voor mij was het project al lang doodverklaard. Toch was ik geprikkeld. Thuis werd de gitaar eens afgestoft om te kijken of er nog geluid uit zou komen. De potmeters kraakten en de snaren waren verroest. Een paar weken later stond er een track klaar, “Neutronenstorm“, waarop ik verder ging waar Meslamtaea ooit stopte. Het voordeel was wel dat ik inmiddels studio-gear had verzameld om “Krater” van Asgrauw te kunnen opnemen en mixen. Meslamtaea klonk daardoor gelijk beter dan ooit! Ward (Kaos) van Asgrauw heeft naast een rauwe punkstrot ook een goede spreekstem en hij kreeg een rol als tweede vocalist op de track. Om het onder een andere naam uit te brengen is niet in mij opgekomen! Meslamtaea is weer terug.

Neutronenstorm” doet vrij traditioneel aan en je werk in Asgrauw leunt ook op de tweede golf black metal, maar “Niets en niemendal” is veel meer een progressief en experimenteel album. Miste je dat experimenteren?
Na het door Lunar Aurora geïnspireerde “Neutronenstorm“, besloot ik dat het geen eenmalig iets zou worden. Meslamtaea moest echter wel opnieuw worden gedefinieerd, om dezelfde redenen als dat ik destijds Annwfyn startte. Ik ben qua black metal blijven hangen in de nineties. Het genre heeft voor mij meer een nostalgische waarde dan dat ik het nog op de voet volg. De heimwee naar de jaren ’90 kan ik stillen met Asgrauw. Ook speelden er plannen met Sagenland. Dus van Meslamtaea wederom een tweede traditionele black metal band maken zou geen toegevoegde waarde hebben.
Meslamtaea is in de loop der jaren steeds meer naar binnen gekeerde muziek geworden. Dat de muziek experimenteel zou gaan worden stond vast. “Niets en niemendal” is in mijn beleving een avontuurlijke plaat geworden met veel dynamiek en diepgang. Er komen enkele magische momenten voorbij. Er staat een vinyl versie in de planning via Zwaertgevegt!

(c) Floris Velthuis

Thematisch zoekt Meslamtaea tegenwoordig ook andere onderwerpen op. Heeft de angst voor het vergaan van de wereld zoals we die kennen en samenlevingen, de frustratie met de mensheid zoals die omgaat met haar omgeving en de te drukke steden, etc., te maken met veranderende prioriteiten in je persoonlijke leven zoals het vaderschap?
Goede vraag! “Het zal mijn tijd wel duren… Na mij de zondvloed…” Het vaderschap heeft er inderdaad voor gezorgd dat ik met die negatieve gedachte niet meer weg kom. Ik ben bij vlagen zwartgallig, maar ben minder nonchalant en stukken positiever ingesteld dan vroeger. Daardoor komen negatieve gedachten harder binnen. Het besef dat er nog iets van mij voortleeft nadat ik onder de zoden lig, maakt de frustratie over de mensheid en de droevige staat van de wereld er niet minder op. De berusting in het feit dat alles naar de tering gaat is omgeslagen in verontrusting. Meslamtaea is daarom het stinkende afvalputje van mijn negatieve gedachten, dat brengt enige balans in het dagelijkse leven. Wel zo gezellig.

Meslamtaea speelt geen black metal pur sang. Daar word ik als luisteraar echt heel blij van. Black metal die de grenzen van het genre overstijgt, zie ik als de meest interessante. Wat zijn de genres die jou op dit moment voor Meslamtaea het meest beïnvloeden?
Het huidige Meslamtaea is geworteld in de second wave black metal, vooral grensverleggende acts zoals Fleurety, Ved Buens Ende en Ulver (“Vargnatt” en “Bergtatt” periode). Hoewel Meslamtaea niet direct klinkt als jazz-fusion, heb ik veel ideeën geleend bij bands zoals Mahavischnu Orchestra. Ook de typische weemoedige sfeer van Pat Metheny’s “Works” album of “Close to the edge” van Yes hoor je direct terug. Technische death metal zoals Aghora en Death zijn inspiratie. Ik gebruik graag vocoder zoals je op Cynic platen hoort. Verder ligt er een dik post-rock/shoegaze sausje over Meslamtaea, wat je terug hoort in het frequent gebruik van een ebow. Sommige reviewers menen screamo-invloeden te horen. Ik luister inderdaad bands als Saetia en I Create, maar dat is geen directe invloed bij het schrijven van muziek. Mogelijk dragen de vocals, met name die van Ward, bij aan deze link. Vocalen moeten intens zijn. Van fluisteren tot bloedens toe schreeuwen, op de grens van janken en liever nog er over. De extreem negatieve teksten lenen zich daar goed voor. Ward geeft aan dat elke sessie een aanslag is op zijn geestelijke gesteldheid. Het is zeker geen muziek die je uit de put trekt.

Voor “Geketend in de schaduw van het leven” maken eigenlijk voor het eerst gastmuzikanten hun opwachting. Waar komt de keuze daarvoor vandaan? Waarom heb je juist Kevin Kentie en Fraukje van Burg gevraagd?
Op “Niets en niemendal” werkten we al samen met dungeon synth artiest Nortfalke (Kjeld, Uuntar) en zo kwamen we er achter dat zo’n samenwerking tot hele gave resultaten kan leiden. “Geketend in de schaduw van het leven” is geïnspireerd door “Last minute lies” van Fleurety, een experimenteel album dat wordt gekenmerkt door jazzy stukken met sax en vrouwelijke vocals. Op Diabolical Echoes kreeg ik van Fraukje de demo van Doodswens in de handen gedrukt. Op de laatste track staat een stuk met gesproken woord door Fraukje. Precies de sound die ik nodig had! Fraukje zag een samenwerking met Meslamtaea wel zitten. Toen Kevin Kentie (die met Ibex Angel Order op hetzelfde Diabolical Echoes stond) hier lucht van kreeg, bood hij spontaan aan om ook een duit in het zakje te doen. Nu wilden we niet heel Nederland mee laten doen, maar Kevin is één van de beste blackmetalvocalisten uit de Nederlandse scene. Nu nog saxofoon, en daarvoor werd Otto Kokke benaderd van de free-jazz band Dead Neanderthals. Otto speelt traditionele jazz en gooit met hetzelfde gemak zijn saxofoon totaal over de nek. Een soort Jekyll & Hyde sound, die bij Meslamtaea tot z’n recht komt. We staan overigens open voor nieuwe samenwerkingen met artiesten uit de wereld van jazz, klassiek en wereldmuziek. Dus bij deze…

Denk je dat je als drummer andere basisideeën hebt voor het schrijven van nummers? Begin je vanuit het ritme of de melodie bij het schrijfproces?
Van huis uit ben ik drummer en daar voel ik me ook het meest comfortabel bij. Maar Meslamtaea is doorspekt van melodie en (dis)harmonie. Omdat ik alles alleen schrijf is het proces heel anders dan bij een band. Het is chaotisch. De inspiratie slaat vaak op ongepaste momenten toe. Losse ideeën worden vanuit de memorecorder thuis in Cubase uitgewerkt. Vele uren gaan zitten in arrangeren en eindeloos opnieuw inspelen. De muziek wordt opgebouwd als een soort collage met vele tinten. De muziek moet een bepaald gevoel opwekken. Nostalgie, melancholie, verstilling, woede… Een oorverdovende stilte. Een baken van rust in een gestoorde wereld. Ik werk vaak aan meerdere tracks tegelijk, die steeds worden aangevuld of veranderd. Zo kan ik steeds afstand nemen en met een fris paar oren opnieuw beginnen. Als laatste komt de zang er op. Dan volgt er weken van mixen en tweaken tot ik er helemaal genoeg van heb. Het loslaten is moeilijk, onvermijdelijk. Chaos.

Hoe belangrijk is het visuele aspect van je platen? Ik vind dat je heel beeldend schrijft, zowel de muziek als de teksten. Denk je dat je als fotograaf ook een bepaalde invloed meeneemt in hoe je kijkt naar de muziek en het belang van artwork?
Ik ben wat muziek betreft ouderwets. Met online streamen heb ik niet veel. Muziek hoort te worden ingeblikt op fysiek formaat. Als fotograaf zijnde zie ik mijn foto’s ook liever in een magazine dan op een website. Beeld en geluid wordt tegenwoordig gereduceerd tot iets vluchtigs. Facebook, Instagram, Spotify. Snel en dom vermaak waar je helaas niet meer omheen kan als je als artiest niet volledig onopgemerkt wilt blijven. De aandachtspanne is kort, iedereen is continu geprikkeld. Mensen nemen de tijd niet meer om een kunstwerk, een verhaal of muziek in zich op te nemen. Daarom hou ik zo van vinyl, dat dwingt je daar toe. Een plaat uit een grote hoes nemen, de geur van de inkt, een vel met foto’s en informatie en het verplicht integraal luisteren van een volledig album. Precies zoals de artiest dat bedoeld heeft. Om die reden is “Geketend in de schaduw van het leven” ook één nummer zonder pauzes. Het visuele aspect is dus van belang om iets over te dragen. Ik kan geen noten lezen. Maar laat me een landschap zien en ik speel er muziek bij.

Wat kan je me vertellen over het intrigerende artwork van zowel “Niets en niemendal” als “Geketend in de schaduw van het leven“?
Het artwork is uitgevoerd door de Russische artiest Maya Kurkhuli. Ze maakt illustraties voor prentenboeken en werkt voornamelijk digitaal op een tablet. Haar werk heeft desondanks de uitstraling van een traditionele pentekening. Het was gaaf om te zien hoe mijn ideeën vanuit een moodboard werden vertaald in art. Meslamtaea is geen band die oorlog, dood en verderf verheerlijkt. Meslamtaea confronteert je met de teloorgang van aarde en maatschappij, de menselijke vervreemding van haar bron en een zekere heimwee en verlangen naar de onbevangen jeugd, de rust en ongerepte natuur. De rafelranden van de stad, het meedogenloos verstrijken van de tijd… De thema’s waar je op een regenachtige zondagochtend over kan peinzen. Gedachten die je liever ontwijkt, maar ook kan omarmen.
Niets en niemendal” gaat over nucleaire rampen. Oude foto’s uit WWII van spelende kinderen met gasmaskers inspireerden voor het artwork. Op de cover van ‘Niets en Niemendal’ zie je een kind met een gasmasker, spelend met een sneeuwbol. Het glas is gebroken, de herinnering aan het paradijs voor altijd versplinterd. “Geketend in de schaduw van het leven” is thematisch wat vrijer en behoefde een meer surreëel artwork. Een junk die zuurstof van een miniatuurboom opzuigt symboliseert de pijnlijke paradox tussen de menselijke neiging om de natuur te vernietigen versus de enorme afhankelijkheid er van. Echter, de boom laat het blad vallen…

Hoe staat het met je flow? Want tussen “Niets en niemendal” en “Geketend in de schaduw van het leven” zit een jaar, en ik las dat je nu al bezig bent met een volgend album.
Wanneer inspiratie hard toeslaat ben je aan jezelf verplicht om daar iets mee te doen. Er komt al drie jaar op rij een onophoudelijke stroom aan ideeën. Mijn grootste vijand is wat dat betreft tijd. Wat ook meehelpt voor de flow is dat de ‘studio’ (een hoop troep op zolder) tegenwoordig zo is ingericht dat ik direct aan de slag kan en elk vrije uur productief kan spenderen.

Bijna al je releases zijn uitgekomen via Heidens Hart. Waarom heb je voor “Geketend in de schaduw van het leven” gekozen voor Babylon Doom Cult?
Meslamtaea is met “Geketend in de schaduw van het leven” ver verwijderd van de traditionele black metal. Als je er toch een stempel op moet drukken, dan noem het non-orthodox / post-black / avant-garde. Het was Heidens Hart zelf die adviseerde om verder te zoeken naar een label dat in deze niche van de black metal opereert. Na een lange zoektocht kwamen we uit bij Babylon Doom Cult. Dit Belgische label heeft een aantal gave releases op de naam waar we graag tussen wilden staan! Babylon reageerde enthousiast en bood aan een handgenummerde en gelimiteerde vinyl release te willen doen. Vervolgens kwam er een samenwerking op gang met het lekker eigenwijze Tartarus Records voor een magneetlint. De tape ziet er fantastisch uit!

Wat kunnen we in de toekomst nog van je verwachten?
De inspiratie voor Meslamtaea vloeit volop en er staat alweer een half album in de steigers in een stijl waar je niet op zit te wachten als je niet graag verder dan vier telt. Ook Asgrauw heeft na “IJsval” niet stil gezeten en we hebben wat nieuw werk ingestudeerd dat een tandje harder en sneller is dan het voorgaande. Komende winter verwachten we de nieuwe plaat “Oale groond” van Sagenland. Een project dat ik samen doe met A. (Uuntar, Cultus, Heimdalls Wacht). Sagenland speelt black metal in de traditie van Ulver, Dødheimsgard en Arckanum. Dit project bestaat ook al ruim vijftien jaar en Heidens Hart brengt het uit op CD en vinyl.

Serpents Oath – Rebellie met transformatie als doel

Op 4 december verschijnt uit het niets het debuut van Serpents Oath, een nieuwe speler in onze vaderlandse blackmetalscene. Achter Serpents Oath gaat een stel veteranen schuil, dat hoor je aan het professionalisme en de wil er meteen voluit voor te gaan die er met de release van “Nihil” gepaard gaan. We hadden een gesprek met zanger Tes Re Oth over enkele bandgerelateerde zaken maar groeven ook wat dieper in zijn visie op rebellie, transformatie en zijn zoektocht naar het eeuwige leven. (JOKKE)

(c) Sarina Mannaert

Serpents Oath is een nieuwe band en in plaats van verkennend werk middels een demo te doen, besloten jullie meteen voor the real deal te gaan en een full-length te lossen. Was de muzikale visie van meet af aan duidelijk of is er veel gecomponeer aan het debuut voorafgegaan alvorens de muzikale richting min of meer vastgelegd werd?
De visie van de band en de muziek was snel duidelijk. Wat de muziek betreft merkten we na enkele repetities al dat we met ons drieën op dezelfde lijn zaten. Dat betekende black metal met een niet aflatende intensiteit die je meteen bij je nekvel pakt. Die black metal is dan uiteraard een mix van de vele jaren die we samen verzameld hebben zowel als fans alsook muzikanten. Het is dan ook interessant om te horen dat iedereen er iets anders in terug vindt wat hen bevalt aangezien ze natuurlijk allemaal een ander referentiekader hebben om de muziek aan te toetsen. Enkel een demo te brengen was nooit een optie voor ons. We staan 100% achter wat we doen en hebben dan ook beslist een volledig afgewerkt product te maken en daarmee bij labels aan te kloppen. Met Soulseller Records zaten we meteen op 1 lijn en aan o.a. hun re-releases van Ancient Rites en Rotting Christ was duidelijk te zien dat ze met passie aan hun releases werken en de bands de nodige vrijheid geven. Dat hebben we daarna enkel bevestigd gezien. Zo zal je zien dat zeker de vinyl versies met de nodige extra’s in kwaliteit voorzien zijn die je zelden bij een debuut tegenkomt.

Hoe verloopt jullie muzikale modus operandi en wat triggert jullie creativiteit?
Daenum komt met de riffs aanzetten en dan kneden we daar met z’n drieën nummers van. Die nummers evolueren dan over de tijd aangezien we telkens naar de nummers teruggrijpen en opnieuw kijken of ze aan onze kwaliteitsvoorwaarden voldoen. Als het ons niet genoeg kan bekoren dan vliegt het er onherroepelijk uit. Het is ook af te raden in die periode anderen ernaar te laten luisteren aangezien ieder oor iets verschillend zoekt. Nu we weten dat we met z’n drieën op dezelfde golflengte zitten is dat een zeer open proces waar meningen duidelijk verkondigd worden en alles op een positieve kritische manier bekeken wordt. De eerste vonk waar alles mee begint is “welke intentie of gevoel gaan we met dit nummer brengen”. Daar wordt dan alles aan getoetst en die intentie zal uiteindelijk ook de lyrics bepalen die dezelfde sfeer moeten weergeven.

Naar jullie mening is de band groter dan de som der delen. Zou Serpents Oath zonder één van jullie drie kunnen verder bestaan?
Elke entiteit kan verder bestaan indien je elementen verandert, het gaat alleen nooit meer diezelfde entiteit zijn en daardoor zal waarschijnlijk net die extra “vonk” verdwijnen. Je merkt dat wanneer individuen met eenzelfde visie en drive aan iets werken er iets uitzonderlijk uit voort komt. Er zijn genoeg voorbeelden in de metal wereld waar een lid van een band veranderd wordt en die groep nooit meer aan het potentieel van ervoor kan tippen. Vandaar zijn we ook zeer voorzichtig om leden aan onze line up toe te voegen aangezien dat een moeilijk proces is en niet evident om anderen met dezelfde drive te vinden die ook achter de visie van de band staan. Uiteindelijk ga je mekaar inspireren en naar een hoger niveau tillen en daarom moet je ervoor zorgen dat alle persoonlijke elementen in die mix kloppen.

Ik ben blij dat jullie voor de bandfoto niet voor de anonieme aanpak gingen die tegenwoordig schering en inslag is en ook traditionele corpsepaint blijft achterwege. Jullie opteerden ervoor om jullie met bloed te besmeuren. Wat symboliseert het gebruik van bloed voor jullie?
Het bevrijdende van een nieuwe band te beginnen is dat je een blank canvas hebt dat je helemaal zelf kan invullen. Dat is niet te vergelijken met een band die al jaren actief is, daar zit je dan toch aan bepaalde dingen vast. De visie van de band is er één van rebellie, maar niet gewoon “rebel without a cause” maar een rebellie met als doel transformatie. Vanuit dat standpunt hebben de dan alles benaderd. Dat betekende dan ook dat we bepaalde pistes van de tafel hebben geveegd. Anonieme foto’s was dan duidelijk niet aan de orde. Vanuit onze visie wilden we alles zo puur mogelijk doen. Net zoals de muziek een instinctieve reactie zal geven, zo wilden we ook het visuele instinctief houden en zeer primair: aarde, vuur en bloed. Bloed is dan ook een perfect symbool voor die transformatie: het is de basis van leven en zonder kom je aan de andere kant: de dood. Daarenboven zit er nog een grotere diepgang in verborgen, als je verder kijkt dan het bloed, naar het DNA dat erin zit en diens vorm, dan zie je de vorm van een Serpent.

Symboliek en het serpent lijken inderdaad erg belangrijk te zijn voor jullie. De slang of het serpent duiken niet alleen in de bandnaam en het logo op, maar ook in de muziekclip van het nummer “Leviathan speaks” en in een songtitel als “Serpents of eight”. Welke symboliek en visie representeert het serpent voor jullie?
Het Serpent is zoals net aangegven een duidelijk symbool van leven. Als je echter dieper gaat kijken is het een perfect symbool van transformatie aangezien het regelmatig zijn huid vervangt en op die manier als een nieuwe verbeterde versie van zichzelf “wedergeboren” wordt. Er straalt ook duidelijk kracht vanuit, “you don’t mess with a snake”. In ons westers referentiekader is het uiteraard ook een ultiem symbool van vrije wil (“eet de appel”). Langs de figuurlijke kant bekeken is het de representatie van je innerlijke zelf waar je probeert mee in contact te komen.

Hanteren jullie alle drie dezelfde visie op het leven?
De visie van rebellie is er één die we alle drie in ons hart meedragen. Als je al zo lang metalmuziek maakt, zit er hoe dan ook een zekere rebelse kern in jou. Zelf heb ik de meest extreme visie, maar Draghul en Daenum geven me wel de vrije hand binnen het uitwerken van teksten.

Hoe ver gaan die rebellie en transformatie dan bij jou?
De essentie is “morgen beter zijn dan vandaag”, maar bij mij gaat het nog verder tot het niet willen aanvaarden van de dood. De dood is niet natuurlijk, maar een ziekte. Als je kijkt naar de zeldzame verouderingsziekte progeria, moet het toch ook mogelijk zijn dat mensen trager ouder worden?
30 jaar zoeken naar je eigen pad kan ik kort in drie doelen weergeven. Het eerste doel is fysisch niet sterven. Doel twee is geen fysiek lichaam meer nodig hebben (wat verschillende vormen kan aannemen) en doel 3, eigenlijk eerder mijn back-up plan, is dat ik een cryonics-contract heb afgesloten waarbij ik, als ik morgen sterf, ingevroren zal worden tot de tijd dat ze wel iets aan het verouderingsproces (of bv. kanker) kunnen doen. Dit is niet louter theorie, maar er zit ook een wetenschappelijke basis achter die al veel verder staat dan dat de mensen denken of willen toegeven. Vergelijk het met in een neerstortend vliegtuig te zitten waar bij je de mogelijkheid hebt te blijven zitten of een parachute te nemen, waarvan je ook niet weet of die werkt. In mijn geval kies ik voor de parachute.

Ben je dan eigenlijk op zoek naar het eeuwige leven?
Ja, maar belangrijk is dan wel dat je een gezonde mindset opbouwt want als je geen fun aan het leven beleeft, waarom zou je dan eeuwig willen leven? Het is in dat transformatieproces ook belangrijk dat de wil er is om jezelf elke dag doelen op te leggen en dingen niet uit te stellen, maar er nu voor te gaan.

Het knappe artwork van Néstor Avalos toont de rebellie waarbij Lucifer de oorlog in de hemel leidt, maar dit Bijbelse tafereel kent bij jullie een andere afloop want de rebellie lukt, wat gevisualiseerd wordt door Lucifer die de aartsengel Michaël verwerpt. Dit symboliseert voor jullie de ultieme overwinning van de vrije wil. Religie (en zeker het christendom) blijft een gemakkelijk slachtoffer voor de gemiddelde blackmetalband, hoewel diens invloed – zeker in onze contreien – toch vrij beperkt is, niet? Als je dan toch hard van leer wilt trekken tegen religie, waarom dan niet de islam, die mijns inziens een veel groter gevaar inhoudt. Kijk maar naar de nieuwe reeks aanslagen van de voorbije weken…
Zoals gezegd is de transformatie die gezocht wordt morgen een betere versie van zichzelf te zijn ten opzichte van vandaag. Religie kan dan zeker een groot struikelblok zijn aangezien die er eerder op gericht is hun volgelingen te beknotten in plaats van zich te laten ontwikkelen. Dat geldt voor alle religies. Onze visie is er niet één van tegen een bepaalde religie te zijn, maar uiteindelijk van een algemeen “tegen de stroom in zwemmen”, om iets te bereiken. Bij het zoeken naar een illustratie die deze rebellie uitdrukt, is het waarschijnlijk vrij logisch dat je vertrekt vanuit je eigen referentiekader. Aangezien velen in België wel in het katholieke onderwijs hebben gezeten, is dat dan een natuurlijk vertrekpunt. Als je weinig tot geen contact hebt gehad met andere verlammende religies, waarom dan daar iets gaan zoeken? Echter een veel belangrijker punt is dat de release (en de band in het algemeen) niet een statement is tegen een bepaalde religie maar een duidelijk statement van de eigen ontwikkeling. Als je dus de lyrics doorneemt en de rest van de symboliek bekijkt is dat niet gericht tegen religie maar een duidelijke verklaring van vrije wil om het anders te doen en niet terug te deinzen om jezelf te ontdekken, inclusief te donkere kanten.
Ons referentiekader is toevallig ook hetzelfde als dat van onze Mexicaanse grafische vormgever die er altijd nog graag een extra blasfemisch element aan toevoegt zoals het omgekeerde kruis. Daar hebben we intern nog wel over gediscussieerd, maar omdat het zowat het meest gekende symbool voor rebellie is, vonden we het toch gepast om te gebruiken.

Zou de wereld er helemaal anders uitzien zonder alle door religie opgelegde doctrines?
Dat is zeer zeker zo. Bij ons merken we dat die greep enorm verzwakt is en gelukkig niet meer zo veel voorstelt. In de loop der tijden en door de ontwikkeling van de mensen hebben vele deze niet zinvolle doctrines naast zich neer gelegd en zo zijn we langzaam maar zeker uit diens greep aan het ontsnappen. Dat is in andere contreien en andere religies nog niet het geval. Een kwestie van tijd maar daar kan het wel nog heel lang duren.

Jullie hanteren de slogan “To live by the force of fang and claw. Forever respecting the one true law”. In welke mate is het eenvoudig om je dagelijks leven volgens dit motto te leiden?
Niets wat de moeite waard is om te bereiken is eenvoudig. Het vereist een ijzersterke wil om dagelijks aan jezelf te willen werken en daar kunnen we eerlijk in zijn dat dit ons ook niet elke dag lukt. Als je er echter aan blijft werken dan zal je altijd stappen vooruit zetten. Dit geldt zowel voor de Nachtzijde (noem het magie voor mijn part als je wil) als de Dagzijde. Aan beide probeer je te werken om tot een goede balans te komen. Als je je dagelijkse leven niet onder controle hebt, hoe kan je dan verwachten dat je kan werken aan de ontwikkeling van je bewustzijn om zo tot een hoger niveau te komen? Dat vereist dus een ijzersterke discipline.

Momenteel wordt de vrije wil in heel het COVID-19 gebeuren ook vanuit gouvernementele hoek serieus aan banden gelegd want heel wat zaken zijn verboden en we worden als burger serieus in onze vrijheid beperkt met o.a. een avondklok (die zelfs niet grondwettelijk blijkt te zijn). Hoe gaat een nihilist hiermee om, in de veronderstelling dat je jezelf als een nihilist beschouwt natuurlijk?
Vooraleerst is het belangrijk om duidelijk te maken dat het album titel niet verwijst naar Nihilisme (de overtuiging dat het leven geen zin heeft) maar in eerste plaats een verwerping van blind geloof is en het streven naar de uitroeiing hiervan en alles te baseren op je eigen ervaring. Verder is het ook een verwijzing naar de eerste song die deze titel droeg waarvan we toen dachten dat het zo een gigantische stap vooruit was. Uiteindelijk zijn we nummers blijven maken en heeft dat eerste nummer het debuut zelfs niet gehaald maar het was wel de eerste stap die nodig was om tot deze versie van onszelf te komen. Wat betreft het COVID gebeuren, daar staan inderdaad 2 richtingen ten opzichte van mekaar. “Survival is the highest law” dus is het verstandig om ervoor te zorgen dat je de ziekte niet oploopt. Aan de andere kant zijn er echt maatregelen die ons beknotten ons leven te leiden in de vrijheid de we gewend zijn, maar in dit geval wordt rebellie overruled door survival. Ik schat dat het erop aankomt om erop toe te zien dat er achteraf geen maatregelen blijven sluimeren die onze vrijheid inperken.

Jullie verwijzen regelmatig naar Ur, een stad in Soemer, in het zuidelijk deel van Mesopotamië (hedendaags zuidoost Irak), waar de rivieren Eufraat en Tigris in de Perzische Golf uitmonden. De stad werd reeds ca. 4000 v.Chr. gesticht en is eeuwenlang één van de belangrijkste steden van de Soemerische cultuur geweest. Tegenwoordig is het dan ook een belangrijke archeologische vindplaats waar ondermeer één van de grootste graf- of dodenputten werd aangetroffen. Volgens de overlevering in de Hebreeuwse Bijbel werd aartsvader Abraham er geboren. Heb je de stad of de regio zelf al bezocht en indien dat het geval is, welke indrukken heeft dit op jou nagelaten?
Ik heb voor mezelf wel een lijstje gemaakt van significante plekken op de aardbol en die te gaan bezoeken. Zoals jezelf aanhaalt ligt Ur tegenwoordig in Irak, dus heb ik een bezoek nog niet kunnen verwezenlijken uit veiligheidsoverwegingen. Wel ben ik bijvoorbeeld het Necromanteion gaan bezoeken in Griekenland waar in oude vervlogen tijden men toegang had tot de onderwereld om daar met de Goden te communiceren. Het was fascinerend te zien wat voor een proces bezoekers moesten afleggen om zowel lichaam als geest te zuiveren om voorbereid te zijn op die ontmoeting. Een goed voorbeeld van die ijzersterke discipline. De kracht en energie die deze plek uitstraalt heb ik nog nergens anders ervaren. Als je de omgeving errond dan ook nog verkent en zo bijvoorbeeld aan de rivier Styx beland die je enkel kent uit sagen maakt dat zo een trip extra waardevol.

(c) Sarina Mannaert

Voor de opnames van “Nihil” trokken jullie naar de Stage One Studio van Andy Classen wat zoals verwacht resulteerde in een modern klinkende blackmetalplaat. Mijns inziens is de sound wel wat te steriel en de productie een tikkeltje te generiek, waardoor jullie klinken als zo vele collega’s. Ik mis met andere woorden wat eigenheid. Wat vind je van deze kritiek?
Uiteraard zie ik dat genuanceerd aangezien wij voor dit geluid hebben gekozen. Objectief gezien hebben onze instrumenten een andere stemming dan 85% van alle metal bands en is er ook een duidelijk geluid nodig om de gewenste intensiteit en punch van de songs weer te geven. Vooral het steriele in je opmerking zie ik zeer anders omdat ik vind dat we net een heel warm en levendig geluid hebben kunnen neerzetten. Daarenboven kan ik enkel aanbevelen om het via koptelefoon te beluisteren om hier en daar de subtiliteit van de verschillende gitaarlijnen te ontdekken. Kan ik me echter inbeelden dat er een grotere portie rauwheid in onze volgende release zal kruipen? Zeer zeker. Zowel op vocaal gebied als het totaal geluid heb ik de indruk dat er een ontwikkeling zal zijn in die richting, daar kunnen we nog verdere stappen zetten.

Toen ik de plaat na een tijdje opzij te hebben laten liggen terug opzette, bleken veel nummers opnieuw te blijven hangen dankzij de sterke melodieën, zeker het erg catchy “Serpents of eight“. Maar ook qua atmosfeer zit het wel goed dankzij de ambientinterludes.
We hebben niet geprobeerd gewoon een verzameling nummers op plaat te zetten, maar er een totaalbeeld van te maken. Voor die interludes hebben we samengewerkt met de Fransman Melek-Tha, die perfect snapte wat we zochten. We lossen drie songs op voorhand, maar wie de plaat volledig zal beluisteren, zal zien dat er veel meer te beleven valt. Doordat we met drie zijn, is het totaalbeeld van een song tijdens de repetities ook niet altijd duidelijk omdat Daenum zich dan ofwel op de ritmegitaar ofwel op de leads concentreert. Het was dus ook voor mij erg interessant om alle puzzelstukjes op zijn plaats te zien vallen tijdens de opnames.

Binnen black metal kan je tegenwoordig heel wat richtingen uitgaan. Jullie kozen voor de snelle, meedogenloze variant met een serieuze knipoog naar de Zweedse school. Een populaire formule maar ook wel één die weinig ruimte voor experiment biedt. Gaan jullie in de toekomst de lijn van het debuut verder blijven bewandelen, of ga je ook ruimte laten voor verbreding van het muzikale spectrum?
We sluiten niets bij voorbaat uit. Dat zou rechtstreeks tegen onze visie van zich steeds verder te ontwikkelen ingaan. Het is echter belangrijk te weten dat we niet voor een bepaalde blackmetalstijl hebben gekozen omdat die goed in de markt zou liggen, maar dat we muziek brengen die in ons zit. Zal dat dus ook in een volgende release herkenbaar zijn? Daar twijfel ik niet aan aangezien dezelfde kern eraan zal werken. Voor een bepaalde richting kiezen om dat die populair is, is sowieso een fatale vergissing. Buiten het feit dat de luisteraar (wel of niet bewust) duidelijk hoort of iets uit het hart komt, duurt het hele proces van nummers schrijven, opnemen en releasen als snel 1 tot 2 jaar. Of dezelfde richting dan nog populair is, is dan nog de vraag. Wij zullen blijven spelen wat uit ons komt en daar kunnen zeker andere invloeden insluipen. Verwacht echter steeds dat het intens zal blijven.

De tekst van het nummer ”Speaking in tongues” is deels in het Engels, Latijn en Frans. Vanwaar specifiek de keuze voor deze talen en bv. geen Nederlands?
Vooraleerst was het voor mij van meet af aan duidelijk dat er op basis van de songtitel in verschillende “tongen” ging gesproken worden. De talen op zich geven ook een bepaald gevoel of reactie weer: het harde van het Duits ten opzichte van het vloeiende van het Frans. Deze talen verzetten mij als spreekbuis in een bepaalde stemming wanneer ik ze gebruik, die ik dan in de vocalen kan uiten. Aangezien het Nederlands voor mij iets alledaags is, heb ik daar een heel andere voeling mee en werkt het voor mij gewoon niet daar de juiste uitdrukking aan te verlenen. Hoewel deze vraag me ook wel getriggerd heeft om misschien op een volgende plaat toch eens iets in het Nederlands te proberen. Trouwens, buiten de talen die je makkelijk kan waarnemen zitten er ook vocale uitspattingen in dat nummer die geen taal gebruiken maar wel iets primitief communiceren. Het moet dus niet eens zo conventioneel zijn als je maar het gewenste tot uitdrukking kan brengen.

Jij bent natuurlijk het meest gekend van de doom band Insanity Reigns Supreme. Hoe staat het daarmee gesteld?
Insanity Reigns Supreme zit voorlopig in de ijskast, hoewel het geen eenvoudige beslissing is geweest om alles waar ik sinds mijn 17de aan gewerkt heb achter mij te laten. Ik heb eigenlijk altijd al de drang gehad een blackmetalband op te starten, maar die invloeden vonden geen geschikte plaats binnen Insanity Reigns Supreme. Maar door gelijkgestemde zielen tegen te komen waarmee je eenzelfde muzikale visie deelt, besef ik nu wel dat het een bevrijdende beslissing is geweest. Never say never maar het is duidelijk dat Serpents Oath nu alle toewijding krijgt.

Insanity Reigns Supreme was één van de allereerste extreme metalbands in België. Je draait met andere woorden al heel wat jaren mee in de scene. Is deze naar jouw mening ten goede of ten slechte geëvolueerd?
Een scene evolueert altijd. Je kan dan natuurlijk nostalgisch terugdenken naar de tijd dat alles beter was, maar uiteindelijk zijn er ook parallellen. Vele bands die al langer meedraaien hebben bijvoorbeeld een hekel dat muziek digitaal zoveel illegaal gedeeld wordt. Toen wij begonnen was het “tape traden” in, waar je LP’s op een cassette opnam om die muziek dan met andere uit te wisselen. Op zich was dat net hetzelfde “illegale” gedrag maar dat zagen we toen ook anders. Met andere woorden ook al verandert het medium zich, wat er gebeurt is hetzelfde. Zo is dat ook in de scene, die evolueert, maar de kern is hetzelfde. Ik zie daar geen verslechtering of verbetering in, enkel een verandering.

Zijn jouw mindset en visie aanzienlijk veranderd vergeleken met jouw jeugdige versie? Gaat het cliché dat je meer mellow wordt naarmate je ouder wordt (ondanks de muzikale furie van Serpents Oath), op voor jou?
Juist in tegendeel. Mijn mindset wordt duidelijk extremer over de jaren heen. Dat is ook één van de redenen waarom het tijd was om iets nieuws te starten om daaraan uitdruk te geven. De verachting van het kuddegedrag van mensen die doelloos door hun leven slenteren is er enkel groter op geworden. Vandaar de rebellie als thema, net om zich niet aan te passen. De furieuze muziek onderstreept dan ook die vurige visie.

Momenteel is heel het live gebeuren vrij onzeker. Zijn er plannen om “Nihil” live te promoten? Mikken jullie daarbij in eerste instantie op de thuismarkt of behoort een Europese tournee ook tot de mogelijkheden? Hoe zou jouw ideale touraffiche eruit zien?
Voor ons was een nieuw album altijd een vehikel om dit live te kunnen brengen. Daar zit de echte kracht en is het allemaal om te doen: de rechtstreekse uitwisseling met het publiek. We staan dan ook te springen om dit muzikaal geweld ten beste te brengen, pas dan zet je een band echt op de kaart. We zullen onze kern dan ook aanvullen met nog een live gitarist en bassist. Afhankelijk van welke kansen er langskomen is een korte europese tour zeker niet uitgesloten. En als we dan toch mogen kiezen, laten we dan maar een tour met Watain doen. Prepare to be bound by the Serpents Oath.