interviews

Hope Drone – Gedreven door een optimistisch nihilisme

Vier jaar na de release van het monolithische “Cloak of ash” op Relapse Records, keert het uit Brisbane afkomstige Hope Drone op 30 augustus terug met het nieuwe “Void lustre“, een plaat over persoonlijke en existentiële wanhoop. We zien de band verder reizen langs de dynamische paden die op het oude werk verkend werden waarbij afgewisseld wordt tussen sobere atmosferische passages en verpletterende geluidsmuren. Door het combineren van black metal, sludge, postrock en invloeden die zelfs verder weg liggen, creëert de band een rijk geluid dat zowel mooi als verwoestend klinkt. Sinds hun fantastische titelloze EP uit 2013, stond Hope Drone op mijn rader voor een interview. Nu leek de tijd rijp. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

Zenuwachtig nu “Void lustre” na lang wachten eindelijk op het punt van releasen staat?
Karl (gitaar, noise): Voor mij persoonlijk, voelt het eerder als een opluchting aan dat de plaat er eindelijk is.

We hebben vier jaar moeten wachten op “Void lustre“. Was het een moeilijke plaat om te schrijven?
Karl: Absoluut. Ik denk dat we na de creatie en release van zo’n allesomvattende plaat als “Cloak of ash” een beetje uitgeblust waren. Nadat de plaat af was, duurde het nog even alvorens ze kon uitgebracht worden daar we rekening dienden te houden met het releaseplan van Relapse. Normaal gezien zit er een soort van ‘finaliteit’ in het uitbrengen van een plaat waardoor je ze achter je kan laten en kan vooruitkijken, maar wij waren dus nog wat ‘gebonden’ aan “Cloak of ash“. Hoewel we al snel weer nieuwe riffs en songs aan het schrijven waren, hadden we nog niet echt een richting voor een nieuwe plaat bepaald aangezien we in onze hoofden nog steeds met “Cloak of ash” bezig waren. Daarbovenop komen dan nog eens onze drukke privélevens en een achteruitgaande mentale gezondheid, waardoor het allemaal vrij lang duurde.

Het muzikale recept van Hope Drone mengt elementen van black metal, sludge en post-rock tot een denamisch geheel. Een combo die ik persoonlijk erg smaak, maar ondertussen wel niets nieuws onder de zon meer laat horen. Om eerlijk te zijn, hoor ik ook niet echt een verschil in sound en aanpak tussen “Void Lustre” en diens voorganger. Zal je in de toekomst de aanpak niet moeten wijzigen om stagnatie te voorkomen en het fris te houden?
Karl: Ik apprecieer je eerlijkheid, maar ik ben het niet met je eens. Er kunnen best bands zijn die gedeeltelijk in dezelfde vijver vissen, maar ik denk dat er geen één het op onze manier doet en ik zou niet zeggen dat er geen verschillen tussen beide platen zijn. Er zijn wel degelijk subtiele verschillen; We zijn momenteel meer gefocust op het verfijnen van de details van ons geluid en in het inbrengen van invloeden buiten de genres die mensen aan onze muziek toeschrijven wanneer ze erover schrijven of praten.
We leven in vluchtige tijden en ik denk dat, in een wereld waar we constant worden aangevallen door dingen die onze aandacht proberen te trekken, langzame groei, ambacht en herhaling vergeten waardes zijn. Het doel van Hope Drone is altijd al persoonlijke catharsis door middel van muziek geweest. We zijn dus niet bezig met het drastisch veranderen van ons geluid of met het beschouwd worden als fris of vernieuwend. Als we erdoor geraakt worden, worden we erdoor geraakt.
Natuurlijk houdt de mens van vernieuwing en we zijn daar ook niet tegen zolang verandering in dienst van de muziek staat. Voor de soort muziek die wij willen maken en de emoties die we via deze weg willen uitdrukken en opwekken, zijn er bepaalde handelswijzes en opnamemethodes die ondertussen tot de kernelementen behoren van wat Hope Drone is.

Is er een alomvattend thema op “Void lustre”?
Chris (gitaar, zang): Void Lustre gaat over het overwinnen van de existentiële wanhoop die voortkomt uit het confronteren van het niets. De vijf nummers op de plaat volgen een pad dat start met het ontwaken in een wereld zonder inherente betekenis en dat leidt tot de wanhopige dieptepunten die zo’n ontwaken met zich brengt. Er ontstaat een besef dat we in dit vacuüm van binnenuit een betekenis kunnen opbouwen, een eigen pad kunnen uitstippelen en onze eigen betekenis kunnen dicteren. Tenslotte is er de strijd om die dingen vast te houden die betekenis geven aan ons bestaan ​​in het licht van vergankelijkheid en het ouder worden. Void Lustre wordt uiteindelijk gedreven door een optimistisch nihilisme.

Atmospherische black metal handelt dikwijls over de vier natuurelementen (lucht, water, aarde en vuur) die uitgedrukt worden door de dynamische en cinematografische aanpak van het genre. Veel van jullie nummers lijken het element ‘water’ te behandelen?
Karl: De muziek die we creëren, leent zich uitermate goed voor de elementen en water in het bijzonder aangezien onze nummers dit element zowel qua inhoud als vorm weerspiegelen. We hanteren regelmatig een eb- en vloedstructuur die zoals een rivier is die helder en puur kan zijn maar evengoed kan omslaan in een verwoestende stortvloed. En de tranceachtige natuur van sommige repetitieve stukken roept het eeuwige geklots van de golven tegen de oever op. Tekstueel gezien verkennen we de mensheid en onze plaats in de tijd. Van alle elementen leent water zich van nature voor het idee van tijdverloop: het stromen van een rivier, de erosie van een oever of de cyclische aard van regenval.

Cloak of ash” verscheen op het gerenommeerde Relapse Records. Voor “Void lustre” keren jullie echter terug naar het kleinere Moment Of Collapse Records dat ook jullie EP uitbracht. Waarom kwam de samenwerking met Relapse tot een einde? Zou het iets te maken kunnen hebben met het feit dat dit specifieke genre over haar top lijkt te zijn en dus niet meer zo van belang is voor een label als Relapse
Karl: Ik denk dat je deze vragen beter aan Relapse kan stellen dan aan ons. Aangezien wij uit Australië komen, hypes ons niet echt beïnvloeden en de underground vrij klein is, is het bijna onmogelijk een oversaturatie van een bepaald type band of sound te hebben. Vanuit ons eigen perspectief, zijn we een erg kleine band uit een afgelegen stuk van de wereld die de opportuniteit had met een label te werken waar ooit veel van onze favoriete bands op zaten. We zijn erg dankbaar voor deze ervaring. Desondanks voelden we ons als een kleine vis in een grote vijver aan gevestigde waarden, des te meer door onze geografische isolatie.
Basti van Moment of Collapse, daarentegen, is iemand waar we samen mee optrokken, bij verbleven en ons verbonden mee voelen. Met Hope Drone voelen we ons comfortabeler op een kleiner label waarbij we meer controle hebben over hoe we ons werk willen presenteren.
Tenslotte hadden we nooit de ambitie met Hope Drone een carrière te starten. We gingen er bij de oprichting vanuit dat we een lokale band zouden zijn die voor drie man staat te spelen. Al de rest was één grote verrassing.

Peege (bas): Toen we bij Relapse tekenden, zat het opnameproces van “Cloak of ash” er in essentie al op wat wil zeggen dat we de opnames dus zelf financierden. Initieel was onze deal met Relapse dus enkel om de plaat in licentie aan hen te geven zodat we eigenaar bleven van het materiaal. Er was ook geen sprake van een overeenkomst voor meerdere platen. We benaderden hen wel opnieuw voor “Void lustre“, maar kwamen niet tot een overeenkomst. Moment Of Collapse heeft echter altijd aan onze zijde gestaan. Basti heeft ons op veel manieren gesteund, zelfs toen we min of meer een ‘Relapse band‘ waren. Hij is een buitengewoon persoon en ik ben trots dat ik hem een vriend mag noemen. Het was dus erg gemakkelijk om terug met hem in zee te gaan.

Ter promotie van de vorige plaat, trokken jullie doorheen Europa met Downfall Of Gaia. Ik was aanwezig bij het optreden in Utrecht en ik kan me herinneren dat het toen bloedheet was in de zaal met temperaturen van meer dan 35°C. Herinneren jullie je deze show? Aangezien jullie van Australië zijn, zullen jullie wel beter gewend zijn aan deze hoge temperaturen, niet?
Karl: Persoonlijk zie ik touren niet zo zeer als promoten en meer als een manier om ervaringen op te doen en met andere mensen en culturen in aanraking te komen. Grotere bands touren om een plaat te promoten omdat ze ervan moeten leven. In ons geval is één van de voordelen van het uitbrengen van een plaat dat we een excuus hebben om op een coole plaats te gaan touren of onze buitenlandse vrienden terug te zien.
Natuurlijk herinneren we ons deze show. We speelden goed en we hadden een leuke tijd in Utrecht. Het was gedurende de gehele tour erg warm, maar dat is zoals je al zei, geen groot probleem voor ons aangezien we hete temperaturen wel gewend zijn. We gedijen slechter in koude aangezien het in Brisbane niet bepaald kou is.

Ik herinner me dat ik buiten de venue een korte babbel met één van jullie had. Jullie vertelden dat Nederland één van de mooiste landen was die jullie ooit hadden gezien. Ofwel waren jullie dronken ofwe lstoned (ofwel allebei), want ik kan er amper inkomen dat een land als Nederland zo’n indruk kan nalaten op iemand die in Australië leeft
Karl: Er zijn veel mooie plaatsen op deze aarde, zowel van natuurlijke als menselijke aard. Voor ons Australiërs bestaat zoiets als jullie Europese architectuur met honderden jaren geschiedenis niet evenmin jullie soort van bossen en bergen, dus voor ons is dat iets moois of overweldigend. Natuurlijk komen we zelf uit een plaats met een erg mooie natuurlijke schoonheid die we niet als vanzelfsprekend beschouwen en spijtig genoeg in verval is door de klimaatsverandering en de veronachtzaming (of zelfs actieve minachting) van onze overheid voor het milieu.

Zijn er plannen voor een tour? Een Europese tour met jullie landgenoten Encircling Sea zou te gek zijn!
Karl: De bedoeling is er wel om te touren maar het is momenteel niet echt duidelijk waar we eerst naartoe gaan. We willen graag opnieuw naar Europa komen, maar we zouden ook graag minder ver van huis willen spelen zoals in Japan. Over ’t algemeen verkiezen we te touren met een band uit de regio waar we naartoe gaan. Op deze manier is het financiële plaatje van een tour door de minder lange vluchten minder precair. Bovendien hebben we dan de mogelijkheid met mensen uit een andere cultuur en scene in contact te komen.

© Maria Louceiro

In België zijn we rotverwend op gebied van concerten en festivals. Wie wil, kan meerdere keren per week naar underground of grotere shows gaan. Hoe zit het met de scene in Australië? Zijn er veel shows en festivals die op underground muziek focussen?
Karl: Vergeleken met Australië zijn jullie in het grootste deel van Europa inderdaad verwend als het op underground muziek aankomt. Als je het underground uiteinde van het zwaardere genre omarmt, is er absoluut geen groot wekelijks aanbod qua internationale shows. We hebben geen écht grote heavy music festivals meer, zeker niet zoals een ROadburn of Amplifest waar vele bands van overal ter wereld spelen die wij goed vinden. Wat het dichtste in de buurt komt, is Dark Mofo in Tasmanië die soms underground bands programmeren waarvan je nooit had gedacht dat ze in Australië zouden kunnen komen touren, maar dan nog is het slechts een klein deel van hun programmatie.
Het kan erg moeilijk zijn om mensen buiten te krijgen voor een show, zelfs in onze grotere steden en er is geen groot aanbod aan zalen in eender welke stad en degene die er zijn, zijn onbestendig.
Het DIY-magazijnachtige type van zalen, houdt het zelden lang vol. Er is erg weinig overheidssteun voor live muziek of het nachtleven in ’t algemeen, meestal belemmeren ze muziek zelfs. Waarmee ik niet wil zeggen dat er hier geen goede bands zijn of mensen die hard werken voor de muziekscene, maar er zijn absoluut vele uitdagingen.

Peege: Australia is een erg moeilijk land voor underground muziek. Geografisch gezien hebben we oppervlakte van de USA maar met slechts 26 miljoen inwoners. Openbaar vervoer en haar infrastructuur is erg beperkt vergeleken met andere landen, en zeker buiten de grote steden. Om een tour te doen slagen, moeten je ofwel van de ene naar de andere stad vliegen of meer dan 10 uur rijden. Hierdoor missen we vele grote bands die hier niet komen. Neurosis, bijvoorbeeld, tourde hier pas enkele jaren geleden voor de eerste keer. Dat gezegd zijnde, maakt het de keren dat er een band naar hier komt erg speciaal aangezien we weten dat een underground band hier enkel vertrekt met mooie herinneringen en schulden.

Tenslotte vroeg ik me af of jullie bandnaam ontleend was aan het gelijknamige Godspeed You! Black Emperor nummer? Het lijkt wel of het contrast tussen de woorden ‘hope’ en ‘drone’ een opzettelijke contradictie suggereren. Zware wanhopige drones naast een woord dat optimisme impliceert en het vertrouwen dat dingen zullen verbeteren.
Karl: Correct, maar we zochten er niet al te veel achter? We hadden gewoon een naam nodig. Geen idee wat de bedoeling achter de woorden was voor GY!BE, maar voor ons klonk het ambigu en paste het wel bij de muziek die we wilden creëren. Tenslotte wordt Hope Drone niet echt gedefinieerd vanuit haar naam maar eerder vanuit wat we onder die naam doen.



Misþyrming – Het publiek ophitsen

Op de warmste dag die ooit officieel gemeten werd in België, hing ik aan de lijn met Dagur Gíslason, oprichter, componist, frontman en gitarist van het IJslandse Misþyrming. Terwijl ik last had van een gigantische zweetreet, zat de frontman dan weer met een verkoudheid opgescheept. Van contrasten gesproken! Het was niet evident een interviewmoment met Dagur vast te leggen. Reden hiervoor was zijn drukke studioschema met o.a. Mannveira, maar hij wist me ook te vertellen dat er een studioversie in de maak is van “Sól án Varma”, het ‘commissioned piece‘ dat Dagur, samen met leden van Misþyrming, Svartidauði, Wormlust en Naðra, tijdens Roadburn 2018 opvoerde. Bovendien zit de IJslander ook midden in de voorbereidingen voor een anderhalve maand durende trip naar Roemenië. Een drukbezet man op zijn zachtst gezegd. (ADDERGEBROED)

The English version of this interview can be found here.

© Verði Ljós

Hallo Dagur, “Algleymi” is nu enkele maanden uit. Hoe zijn de reacties tot dusver?
Goed eerlijk gezegd, hoewel er natuurlijk altijd mensen zijn die het debuut beter vinden, wat geen probleem is. Ik ben erg blij dat “Algleymi” er eindelijk is, want de aanloop naar het album liep niet van een leien dakje sinds we met de opnames startten in 2016.

Zo lijkt het inderdaad wel. Ik was er immers bij toen jullie in 2016 ‘artist in residence‘ waren op Roadburn en jullie “Algleymi” reeds in zijn geheel vertolkten. Toch heeft het nog een dikke twee jaar geduurd alvorens de plaat uitkwam.
Toen Walter ons vroeg om drie avonden op een rij op te treden, besloten we elke keer een andere set te spelen. De laatste avond stond in het teken van ons debuut “Söngvar elds og óreiðu”, de tweede set was getiteld “Úlfsmessa” en was een collaboratie met leden van Naðra, NYIÞ en Grafir. Voor de eerste show besloten we inderdaad om al het materiaal van “Algleymi” te laten horen, aangezien de opnames toen net afgerond waren.
’t Is te zeggen: de eerste opnames, want tijdens het mixen, ontdekte ik dat enkele partijen niet strak ingespeeld waren en dat de sound erbarmelijk klonk door met goedkoop materiaal zoals shitty microfoons te werken. Ik had op voorhand moeten weten dat zoiets in de mix niet recht te trekken valt. Er zat dus niets anders op dan het hele opnameproces, na intense repetities, helemaal over te doen in de herfst van 2017. Voor de drumopnames trokken we deze keer naar een professionele studio en de andere opnames vonden plaats in Gryfjan, onze repetitieruimte, maar met veel beter materiaal zoals een Mesa Boogie amplifier die ik leende van mijn goede vriend Þórir van Svartidauði.

Zat er, op de sound na, veel verschil tussen de eerste en tweede opname van “Algleymi“?
Eigenlijk niet, behalve dat ik de tekst voor één nummer herschreef.

Als ik een puntje van kritiek mag geven: ik vind de zang wat te veel op de voorgrond staan in de mix en de muziek hierdoor, vooral in de meer melodieuze stukken, domineren. De sound doet me hierdoor wat aan Behemoth’s laatste platen denken.
Ik vind Behemoth’s platen fantastisch klinken, dus ik beschouw dat als een compliment.

Ik heb ook de indruk dat je stem op “Algleymi” dieper klinkt. Hanteer je een nieuwe manier van zingen?
Ja inderdaad, ik wou krachtiger klinken en onze energetische live-sound meer benaderen op plaat.

© Void Revelations

Algleymi” bevat gastbijdrages van Sturla Viðar van Svartidauði en Wraath van Darvaza, Behexen en ex-One Tail One Head. Wat mij betreft, is Wraath de beste black metal frontman die er momenteel rondloopt. Welke muzikanten inspireerden jou om een frontman te worden?
Ik denk dat Wraath en ikzelf elkaars favoriete frontman zijn, haha. Hij is zo’n energetische en enigmatische man die ik erg graag bezig zie. Met Misþyrming proberen we altijd een bijna dierlijke, rauwe en agressieve performance neer te zetten en het publiek altijd op te hitsen (ik herinner me hun optreden op Aurora Infernalis in 2015 waarbij de bandleden tijdens een intermezzo zelfs het publiek indoken om de gemoederen te verhitten, JOKKE). Bij sommige black metal bands staan de muzikanten als zoutpilaren op het podium waarbij ze meer gefocust lijken op foutloos spelen dan op het brengen van een performance. Well, fuck that.
Toen ik had besloten om met Misþyrming op te treden, wou ik wel zingen en gitaarspelen combineren. Onze muziek bevat immers lange instrumentale passages en ik zou het moeilijk vinden om die te overbruggen zonder gitaar in mijn handen.
Qua inspiratiebronnen heb ik een heel grote bewondering voor Arioch/Mortuus. De manier waarop hij met Marduk op het podium staat is zó intens en bovendien heeft hij erg veel fantastische nummers geschreven met Marduk, Triumphator en Funeral Mist. Ook Till Lindemann van Rammstein mag ik niet onvermeld laten. Zij inspireren me met hun mannelijke en toch nog humoristische homo-erotische stijl van optreden.

In tegenstelling tot jullie debuut, zijn de teksten nu wel in het boekje te vinden en zijn ze zelfs vergezeld van een Engelse vertaling. Was het deze keer belangrijk voor jou om de luisteraars een idee te geven van de teksten?
Op een bepaalde manier wel, ja. Er vroegen wel wat mensen naar de teksten van “Söngvar elds og óreiðu” waarna ze middels Google Translate een poging ondernamen om te weten waarover ik zong. We weten allebei dat deze vertalingen echter niet altijd even correct of genuanceerd zijn. Daarom besloot ik zelf met de vertalingen aan de slag te gaan. Ik koos voor een directe 1-op-1 vertaling van elk woord; de Engelse teksten zijn dus minder poëtisch dan hun oorspronkelijke IJslandse versie. Op deze manier kan ik misschien mensen aansporen om IJslands te leren. Het album bevat ook een tekstuele bijdrage van dichter en mzuikant Kristófer Páll voor het nummer “Og er haustið líður undir lok”.

Qua tekst, is vooral het epische nummer Ísland, steingelda krummaskuð” (“Iceland, castrated dump”) erg fascinerend. Ik kan me wel vinden in het sombere beeld dat je in het nummer schets. Hoewel ik erg onder de indruk was van de overweldigende natuur in IJsland, denk ik niet dat ik er zou kunnen wonen gezien de uitgestrekte desolaatheid. Is het door zo afgelegen te zijn van het Europese vasteland moeilijker voor IJslandse bands?
Op sommige vlakken wel, ja. Samen met onze gitarist Tómas Ísdal, run ik het Vánagandr tape label. Toen we ontdekten dat er ook in IJsland interesse was in vinyl, zochten we uit hoe we dit efficiënt konden realiseren. Maar het is gewoon niet logisch om vinyl in Europa te laten produceren, vervolgens naar IJsland te verschepen om dan terug naar Europese klanten te versturen. Het label is trouwens nog steeds actief, hoewel de activiteiten op een laag pitje staan. Er komt weldra wel een tapeversie van “Algleymi” aan.

Ik was ook verbaasd over het feit hoe toeristisch IJsland wel niet is. De luchthaven lijkt de toestroom aan toeristen nog amper aan te kunnen en aan elk sightseeing punt staan de bussen te wachten, hoewel je bijna alleen op de baan rijdt. Denk je dat IJsland stilaan haar maximumcapaciteit qua toerisme bereikt heeft? (Het aantal toeristen dat jaarlijks naar IJsland afzakt ligt vijf keer hoger dan het bevolkingsaantal, JOKKE).
Ja, vijf jaar geleden waren de parkings aan de watervallen nog gratis, maar dat is nu verleden tijd met de vele hordes toeristen die er jaarlijks komen. Bovendien zijn er veel toeristen die niet deftig met een wagen kunnen rijden of shitty auto’s huren, wat soms resulteert in auto-ongevallen. We kennen nu zelfs files in Reykjavik! Onze hoofdstad ziet er ondertussen trouwens ook sterieler uit, vroeger bezat ze veel meer kleur.

Voor het debuut verzorgde je gedeeltelijk zelf het artwork. Voor “Algleymi” besloot je met de Nederlandse kunstenaar Manuel Tinnemans samen te werken?
Na de release van “Söngvar elds og óreiðu”, contacteerde Manuel mij om te vragen of we op een dag niet zouden kunnen samenwerken. Ik ontmoette hem in Svartidauði’s repetitieruimte toen ik met hen enkele zangopnames aan het doen was. We dronken enkele biertjes en werden samen dronken. Hij vertelde over zijn trip doorheen IJsland en wat hij daarbij voelde. Dit spoorde me aan het nummer “Ísland, steingelda krummaskuð” te schrijven en ik besloot ook voor het artwork samen te werken. Ik vind dat de afbeelding van de man op de klif de atmosfeer van de muziek en teksten heel goed weergeeft.

Jullie debuut en de daaropvolgende split met Sinmara, werden uitgebracht door het Noorse Terratur Possessions en het terziele gegane Amerikaanse Fallen Empire Records. “Algleymi” kwam uit via Norma Evangelium Diaboli. Waarom switchten jullie naar dit Franse label?
Destijds waren Terratur en Fallen Empire de geschikte labels om “Söngvar elds og óreiðu” uit te brengen. Voor “Algleymi” was het echter tijd om de zaken naar een volgend niveau te tillen. Het voelt trouwens absolutely fucking great om deel uit te maken van Norma Evangelium Diaboli, aangezien er zo veel van mijn favoriete bands zoals Antaeus, Funeral Mist en Deathspell Omega gehuisvest zijn.

Ik herinner me dat jullie regelmatig covers speelden in het begin. Op het Beyond the Gates Festival in het Noorse Bergen was ik in 2015 vanop de eerste rij getuige van jullie versie van het Funeral Mist-nummer “The God Supreme” waarvoor Aricoh jullie zelfs op het podium vervoegde. Op het Aurora Infernalis Festival in Arnhem in datzelfde jaar brachten jullie “Commando” van The Ramones. Zijn er nog covers die jullie speelden?
Voor de festivals waar we extra speeltijd hadden, besloten we een cover in de setlist op te nemen. Zo speelden we vorig jaar op het De Mortem et Diabolum Fest in Berlijn een cover van het Svartidauði-nummer “Dthtrp” waarvoor diens Sturla Viðar ons eveneens op het podium vervoegde. En voor een optreden in IJsland besloten we voor het nummer “Angel in disguise” van de IJslandse hardcore band Minus te gaan. Voor onze show in het Finse Turku in 2017 wou ik echt een Fins nummer brengen aangezien het land zo’n geweldige scene heeft. We kozen uiteindelijk voor “The horny and the horned” van Impaled Nazarene. Dat nummer van The Ramones speelden we omdat het zo’n energiebom is. Tijdens de opnamesessies van ons debuut werd ook een versie van Slayer’s “War ensemble” ingeblikt, maar ik denk niet dat we die ooit zullen uitbrengen. Covers spelen is erg leuk om doen.

© Void Revelations

Oorspronkelijk startte je de band in juni 2013 als solo-project toen je nog in de secundaire school zat. We zijn nu zes jaar later en je bracht met Misþyrming twee langspelers en een EP uit, speelde verscheidene club- en festivalshows buiten IJsland, was curator op Roadburn en speelde er twee jaar later het “Sól án Varma”-stuk. Wat beschouw je tot dusver als je grootste verwezenlijking?
Al deze dingen waren erg cool om te doen en maken deel uit van de hoogtepunten. “The God supreme” samen met Arioch opvoeren was extra speciaal voor mij aangezien ik – zoals ik reeds vertelde – een grote fan ben van Funeral Mist waarmee hij bovendien nooit live speelde.

Je nam ook al verscheidene platen op voor andere IJslandse bands waaronder het recent verschenen fantastische debuut “Undir skyggðarhaldi” van Andavald. Is het studiowerk ondertussen je bron van inkomsten of is dit eerder een hobby?
Ik heb een voltijdse baan om de huur te betalen, maar doe inderdaad ook veel studiowerk voor bevriende IJslandse bands, iets wat ik heel graag doe en heel serieus neem. Tof trouwens dat je die Andavald-plaat zou goed vindt. Het was een erg experimentele studio-opname, vooral gezien het feit dat schrijven en opnemen een nieuw gegeven was voor die gasten.

Naast Misþyrming, maak je ook deel uit van Martröð, Naðra en Skáphe. Met die laatste kwam recent een erg coole collaboratie met Wormlust uit. Zit er van Martröð en Naðra ook nieuw werk aan te komen?
De Skáphe en Wormlust-split was inderdaad very sick. Martröð werd opgericht door Alex Poole, maar staat momenteel on hold door de vele andere muzikale bezigheden van de leden. Met Naðra spelen we af en toe enkele shows en telkens we een nieuw nummer af hebben, staan we te popelen om het live te brengen. We deden zo wel al enkele premières haha. We zijn erg opgewonden over het nieuwe materiaal en hopen dit snel te kunnen uitbrengen.

© Verði Ljós

Ik ben geboren in het begin van de jaren ’80 wat maakt dat mijn favoriete black metal-platen veelal diegene zijn die in de jaren ’90 uitkwamen. Ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik de videoclip van Emperor’s “The loss and curse of reverence” zag. Ik was erg onder de indruk en besloot de mysterieuze wereld van black metal verder te verkennen. Aangezien jij een stuk jonger bent, vroeg ik me af welke platen de grootste impact op jou hadden? Ook de klassiekers of eerder albums die in de jaren ’00 uitkwamen?
Beide, eerlijk gezegd. Ik ontdekte het genre dankzij Deathspell Omega of Funeral Mist’s “Maranatha” maar evengoed via “De mysteriis dom sathanas” of Burzum’s “Hvis lyset tar oss”. Grappig trouwens dat je Emperor vermeldt, aangezien ik om de één of andere reden nooit écht naar die band luisterde. Maar veel mensen zeggen me dat ze Emperor-referenties terughoren in “Algleymi“, waarschijnlijk door het gebruik van keyboards en de meer epische passages.

In september vertrekken jullie op een Europese headlining tour met Darvaza en Vortex Of End. Alle drie de bands stonden eerder dit jaar op het A Thousand Lost Civilizations festival in Brussel. Werden de plannen voor deze tour in onze hoofdstad gesmeed?
Het idee was al ouder, maar de bevestiging kwam tijdens het festival aangezien Leslie deze tour ook regelt. Het was een fantastisch gebeuren trouwens. Onze show in Atelier 210 was OK, hoewel ik liever in Magasin 4 had gespeeld. Zo jammer dat deze coole venue weldra zal sluiten.

Wel, ik ben door mijn vragen heen. Ik wens je een spoedig herstel van je verkoudheid en wens je het allerbeste met je trip naar Roemenië. Hopelijk tot in Brussel in september!
Dankjewel”, antwoordt Dagur in het Nederlands. Door de vele tijd op Roadburn, ken ik enkele woordjes Nederlands, hehe.


Mystagogue – Nog steeds geen fan van de mensheid

Over een maand brengt Vendetta Records het debuut “And the darkness was cast out into the wilderness” van Mystagogue uit. Het is de zoveelste Nederlandse black metal-band die ons weet te bekoren en bovendien is het een nieuw project van Mories, de bezieler achter Gnaw Their Tongues en tientallen andere projecten (we zijn de tel ondertussen kwijt geraakt). Omdat hij middels Mystagogue eens een andere kant van zichzelf laat zien, besloot ik het creatieve brein enkele vragen voor te schotelen, waarbij ik op zijn tenen trapte als het over moderne black metal ging. (JOKKE)

Dag Mories, we kennen jou voornamelijk van allerhande avantgardistische black metal en noiseprojecten zoals Gnaw Their Tongues en Cloak Of Altering. Met Mystagogue bewandel je meer traditionele black metal-paden. Werkte het verfrissend om eens niet zo veel buiten de lijntjes te “moeten” kleuren?
Ja, afwisseling van spijs doet eten. Maar buiten de lijntjes kleuren gaat altijd geheel vanzelf. Ik maak nooit een vooropgesteld kader voor mijn muziek, hoewel ik met Mystagogue wel een bepaald geluid/idee voor ogen had: to the point, catchy en pakkend, maar ook duister en atmosferisch. Het moest vooral niet dissonant, moeilijk of ontoegankelijk zijn, dat heb ik al zoveel gedaan.

Je bent in ontzettend veel bands actief en hebt ondertussen al honderden song geschreven. Waar blijf je al die energie en vooral ook inspiratie voor muziek en teksten vandaan halen? Geen schrik dat het vat vol ideeën op een bepaald moment uitgeput zal zijn?
Ja daar zit ik altijd een beetje over in, maar toch vloeit er nog steeds vanzelf muziek uit mij…sterker nog, ik loop over van de ideeën, meer dan ik ooit zal kunnen realiseren. Aan muziek zit tevens ook een ambachtelijke kant: hoe meer en langer je het maakt, hoe makkelijker en (hopelijk) beter het wordt. Waar de ideeën vandaan komen? Geen idee. Alles is zo’n beetje om te zetten naar muziek en het is ook een (voor mij) makkelijke uitlaatklep.

Vanwaar de drang om naast de vele projecten die je hebt lopen, toch ook nog Mystagogue op te richten? Besloot je nummers te schrijven na Mystagogue’s oprichting of werd de band in het leven geroepen naar aanleiding van allerhande materiaal dat je in de loop der jaren geschreven hebt, maar waarvoor er geen plaats was in je andere projecten?
Nee, ik had de wens om dit soort black metal te gaan maken. En al best heel lang. Ik heb een erg lange tijd gewacht met het benaderen van drummers want het is al even geleden dat ik nog met een drummer van vlees en bloed heb gespeeld, dus dat vond ik ook best weer spannend. Maar ik ben op een gegeven moment toch maar gaan mailen, want het werd weer eens tijd om in een ‘echte’ band te spelen. En Wessel wilde het gelukkig wel proberen. Na de eerste paar nummers schreef de rest van plaat zich haast vanzelf. We hebben me z’n tweeën de plaat in mekaar gezet.

Ga je Mystagogue naar het podium nemen of beschouw je de band louter als studioproject?
De bedoeling is wel om veel te gaan spelen. We hebben beiden volle agenda’s maar live spelen is zeker het doel! (Ondertussen werd Mystagoue bevestigd voor het Big Ass Metal Festival op 21 september in Utrecht; ADDERGEBROED)

Een mystagoog of hierophant is een persoon die anderen initieert in mystieke overtuigingen, en een opvoeder of een persoon die kennis heeft van de heilige mysteries van een geloofssysteem. Vanwaar de keuze voor deze naam? Beschouw je jezelf als een mystagoog?
Oh nee absoluut niet. Ik ben best wel geïnteresseerd in mystieke en occulte zaken, maar zeker geen autoriteit op dat gebied. De naam vind ik wel wat hebben, maar zoek er niet teveel achter. Het beestje moest een naam hebben. Na wat brainstorming bleef deze over.

Daar ik niet over teksten beschik, vroeg ik me af waar de nummers zoal over handelen?
De teksten spelen zich voornamelijk in mijn eigen fantasiewereld af. Ik denk graag in beelden en zo ontstaan de teksten ook. Ze zijn heel visueel. De onderwerpen zitten dicht bij de gebruikelijke black metal onderwerpen (religie, de dood, geschiedenis, de natuur, extreme emoties, …) maar ik gooi er nog een ’18de eeuws romantisch poëzie’-sausje overheen, omdat die periode me altijd heeft gefascineerd.

De albumtitel lijkt me door haar lange formulering een Bijbelse betekenis of invalshoek te hebben, correct? Op de “Abyss of longing throats” plaat van Gnaw Their Tongues preek ook al een nummer met een sterk gelijkaardige titel (“And they will be cast out into utter darkness”). Is er een link?
De titel is ook zo’n beeld dat ik heb bij ‘het’ of ‘een’ scheppingsverhaal: dat bij het creëren van licht ook de duisternis gecreëerd moet worden. In het Engels kan je dat zo mooi formuleren met het woord “cast“, dat is zo’n groot gebaar bij zoiets abstracts als ‘de duisternis’. Ik doe altijd maar mijn ‘ding’ en waarschijnlijk snapt niemand écht wat ik bedoel en dat is eigenlijk best prima. En ja de Bijbel: eindeloze inspiratie (ik ben trouwens niet gelovig).

Het hoesontwerp van “And the darkness was cast out into the wilderness” intrigeert me enorm. Ik bespeur o.a. figuren die met de dood te maken hebben. Wie ontwierp dit mysterieuze design en is er een link met de albumtitel?
Er is geen link met de titeln maar de hoes heb ik zelf gemaakt. Ik creëer eigenlijk al mijn eigen artwork. Iemands anders artwork voor mijn muziek voelt heel raar. Bij een paar collaboraties en split LP’s heb ik niet zelf het artwork gemaakt, maar voor de rest doe ik alles zelf. De hoes is min of meer spontaan ontstaan en is bijna een soort ‘collage’ geworden van afbeeldingen van de dood en het occulte.

Op basis van de bandnaam en de occult uitziende cover, had ik eerlijk gezegd rituele of orthodoxe black metal verwacht. De sound van Mystagogue heeft echter weinig van doen met dit deel van de scene en leunt veel dichter aan bij het geluid van moderne USBM-acts zoals Void Omnia of Woe. Welke bands beschouw je zelf als invloed voor de muziek van Mystagogue?
Beide bands die je noemt spreken me erg weinig aan haha. Ik denk dat het een kwestie van referentiekaders is waardoor je die sound erin hoort. Er is geen directe invloed, maar ik realiseerde me dat de muziek waar ik het meest naar terugkeer vaak de rauwe toegankelijkere, melodieuze en simpele black metal is. Ik ben een beetje moe van moderne black metal om heel eerlijk te zijn. Behalve tal van oude Griekse en Noorse black metal luister ik bijvoorbeeld naar oude Sargeist en vele andere Finse black metal bands, ook een band als Shroud of Satan die hele simpele catchy muziek speelt maar met het juiste gevoel en rauwe black metal zoals de labels Black Gangrene, the Throat en Signal Rex uitbrengen. Maar heel vaak heb ik een muzikaal idee, maar komt er heel wat anders uit. Mystagogue klinkt naar mijn mening als geen andere band.

Je hebt al verscheidene niches binnen black metal bewandeld. Zo breng je met Hagetisse ruwe black metal, Golden Ashes is eerder atmosferische en door synths gedreven black, je hebt de avantgarde-klanken van Cloak Of Altering en De Magia Veterum, Grand Celestial Nightmare gaat dan weer eerder de symfonische toer op en Mystagogue produceert een modern Amerikaans geluid. Zijn er bepaalde black metal substromingen waar je een hekel aan hebt en die je wellicht nooit zelf muzikaal zal verkennen?
Oeh, je doet mijn hart zeer door de term ‘modern Amerikaans geluid’ in de mond te nemen. Alles wat ik doe, vind ik altijd vrij old school, of het is een hommage aan een bepaalde oude stijl. Ik heb helemaal niets met nieuwe black metal. Ik geloof dat dat niet voor mij is. Heel veel nieuwe black (behalve vaak de raw black metal dingen) klinken ‘slap’. Het is wel goed geproduceerd en ze spelen goed maar het mist iets: ‘het’ gevoel, venijnigheid, iets zieks, iets echt duisters. Ik hoop dat Mystagogue dat een beetje heeft. Ik hou van black metal die klinkt alsof hij gemaakt is door een freak, die niet helemaal goed bij zijn hoofd is, er dubieuze opvattingen op nahoudt en bij zijn moeder in de kelder woont. Niet de black metal die klinkt alsof ie gemaakt is door intellectuelen, kunstacademiestudenten of ex-hardcore lui. Die is niet voor mij.

Oei en ik vind “Here in the white silence of the dawn“, door de positieve vibe die het nummer uitstraalt, zelfs wat naar oude-Deafheaven neigen. Godslastering waarschijnlijk?
Oe..ai ai..Deafheaven is inderdaad een beetje wat ik hierboven bedoelde haha. Neen, daar ben ik geen fan van. Ja, het nummer bevat wat majeurakkoorden maar naar mijn mening klinkt het eerder triomfantelijk.

Je hebt wel een punt. ‘Modern Amerikaans geluid’ is misschien wat fout verwoord. Ik doelde eerder op een sound die neigt naar wat vele nieuwere Amerikaanse bands doen maar waarvan het geluid duidelijk gestoeld is op oude bands.
Ah OK, …dat is beter.

A nacreous-tinted halo of bright sorrow” bevat een spoken word-sample. Wat is de bron van dit fragment en waarom past het bij dit specifieke nummer?
Dat ben ik zelf en het is een klein stukje uit een gedicht van Gustav Flaubert ‘The dance of death‘. Ik heb die tekst vaker gebruikt bij Gnaw Their Tongues. Hij heeft een geweldige sfeer en ik vond die passages passen bij dit nummer.

And the darkness was cast out into the wilderness” verschijnt via Vendetta Records, een label dat ik perfect bij deze muziek vind passen. Heb je lang moeten zoeken naar een geschikte labelpartner?
Neen, ik heb een paar mails rondgestuurd en Vendetta reageerde vrijwel meteen. En ja, veel toffe black metal met de juiste sfeer op het label, dus dat matchte wel.

Was Mystagogue een éénmalig iets of ben je van plan nog een vervolg aan het debuut te breien?
Neen, zeker niets eenmalig. Ik heb al schetsen voor nieuwe nummers. Maar eerst maar eens kijken wat de plaat doet, oefenen, optreden en dan voorzichtig aan nieuwe materiaal werken.

Je bent enkele maanden geleden vader geworden. Wat doet het vaderschap zoal met een mens en kijk je nu anders tegen de wereld en de mensheid aan?
Het slokt bijna alle vrije tijd op hehe, maar eigenlijk is er niets veranderd aan mijn kijk op de dingen. Kan nog komen natuurlijk, maar ik ben volgens mij niet veel veranderd, misschien nog grumpier door slaaptekort. Ik maak me iets meer zorgen over ‘de staat van de wereld’ want je wilt natuurlijk dat je kind ook een normaal leven mag hebben. Maar ik ben nog steeds geen fan van de mensheid.

Ten slotte nog enkele vragen met betrekking tot je erg uitgebreide discografie. Op welke release ben je het meest trots en waarom?
Erg moeilijke vraag!. Ik heb zoveel gemaakt! Deze vraag zou ik elke dag anders beantwoorden.
Gnaw Their Tongues’ “All the dread magnificence of perversity” is gemaakt in een rare geestelijke periode. Die plaat is erg donker en heel spontaan ontstaan. Er is weinig over nagedacht, die is er zo in één keer uitgekomen, dat zijn vaak de mooiste platen. Erg zieke sfeer…oprecht ‘naar’…goed gelukt.
De Magia Veterum’s “The divine antithesis” is een compositorisch hoogtepunt. Ik heb er erg lang aan gecomponeerd, zowel de muziek als de teksten. Beide zijn erg complex.
Seirom’s “1973” is niet echt black metal (eerder shoegaze, ambient, drone), maar een zeer persoonlijke dubbelplaat. Ook erg goed gelukt naar mijn mening.
Gnaw Their Tongues’ “Genocidal majesty” is een meer recenter werk, maar ook echt een overgangswerk. Bijna geen black metal meer, meer industrial en power electronics. Bijna in zijn geheel vormgegeven met abstracte geluiden. Nare nare misantropische plaat.

Is er een release waar je echt niet meer achterstaat en die je ooit volledig zou willen overdoen?
Niet echt. Er zijn wel wat productionele beslissingen op platen die ik opnieuw zou willen doen. Of bepaalde platen die ik echt te snel en nonchalant heb gemixt maar ik heb geen muzikale beslissingen waar ik spijt van heb.

Wat is je meest populaire project en release?
Gnaw Their Tongues is waarschijnlijk het meest populaire. Welke release weet ik niet. Gnaw Their Tongues dingen verkopen bijna allemaal wel goed. All het oude werk is uitverkocht.

Als je je muzikale bezigheden tot één project zou moeten beperken, het welke zou dat dan zijn?
Onmogelijk..zo wil ik niet leven haha.

Welk eigen nummer zou men op je begrafenis moeten spelen?
Seirom’s “C major

Worsen – Over de onaangenaamheden en hindernissen in het leven

Eén van mijn favoriete éénmansbands is Worsen, opgericht door de in Noord-Carolina gebaseerde multi-instrumentalist Rick Contes die sommigen onder jullie misschien ook wel kennen van het fantastische Ayr, Votnut en Young and in the Way. Vijf jaar geleden wist Rick me omver te blazen met Worsen’s eerste EP “Blood“. Na enkele jaren radiostilte keert Worsen eindelijk terug met een volwaardige plaat getiteld “Cursed to witness life“. Het betreft een sombere en agressieve rit van veertig minuten waarvan het schrijfproces voor de Amerikaanse muzikant een heel persoonlijke en cathartische ervaring was. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

Hallo Rick, het duurde verscheidene jaren om met een eerste volwaardige langspeler op de proppen te komen. Op welke manier was “Cursed to witness life” een moeilijke bevalling?
Toen ik Worsen in 2012 oprichtte, was het niet meteen mijn bedoeling om een langspeler te schrijven. Ik nam enkele demo’s op die echter nooit werden uitgebracht en twee jaar later verscheen de EP en nadien nog een split-tape met Whitewurm. Ik was die periode ook erg actief bezig met enkele andere bands waardoor mijn tijd om aan Worsen te spenderen beperkt was. Worsen was toen ook niet mijn prioriteit. Bovendien is het een uitdaging om op je eentje muziek te schrijven. Een tamelijk zelf-kritisch proces ook.

Worsen is een éénmansband hoewel je ook deel uitmaakt van bands waarin je wel met andere muzikanten samenwerkt. Waarom koos je het pad van de eenzaat voor Worsen? Wat zijn de voor- en nadelen van deze werkwijze?
Het allergrootste voordeel aan alleen werken, is de mogelijkheid om muziek in mijn eigen home studio op te nemen. Ik heb al menig uur gespendeerd aan het samen muziek schrijven, opnemen en spelen, waardoor ik behoefte had aan een muzikale uitlaatklep waarin ik alle beslissingen zelf kon maken, zonder dat ik met anderen diende te overleggen of verplicht zou zijn om live te spelen.

Ik hoor heel wat gelijkenissen qua sound met Mgła en Uada, twee bands die momenteel heel populair zijn, maar ook van een Nachtmystium en het Zweedse Dissection hoor ik wel wat invloeden doorschemeren. Kan je leven met deze referenties?
Zoals je zelf zegt, zijn deze bands heel populair vandaag. Volgens mij maken mensen de vergelijking met Mgła simpelweg omdat zij één van de bekendste hedendaagse black metal bands zijn en de tijd niet nemen om een plaat in zijn geheel te beluisteren of verder te graven dan één song. Ik versta de algemene vergelijking echter wel. Nachtmystium en Dissection zijn twee bands die ik erg goed vind en waarvan ik de referentie apprecieer. Om hun invloeden te horen, moet je al aandachtiger naar mijn muziek luisteren.

(c) Justin Driscoll

Ik vind Worsen een perfect voorbeeld van hoe black metal anno 2019 kan klinken zonder generiek te zijn of oudere bands te kopiëren. Welke nieuwe bands beschouw jij ambassadeurs van moderne black metal?
Bedankt voor het compliment. Wat nieuwe(re) bands betreft, moet ik denken aan Whoredom Rife, Misþyrming, Sinmara en One Tail One Head. Buiten deze wordt het al moeilijker om aan name dropping te doen. Ik ben momenteel wel volledig in de ban van de Amerikaanse band Dark Blue die dit jaar het geweldige “Victory is rated” uitbrachten. Ook Whipstriker uit Brazilië is een aanrader. Zij brachten vorig jaar een fucking geweldige plaat uit die “Merciless artillery” heet.

Toch nog niet aan gedacht om met Worsen op te treden? Ik geloof echt in het potentieel van de band dat door live te spelen enkel maar kan toenemen.
Ik ben het ermee eens dat live spelen goed is voor het bewustzijn van de muziek en de zaken naar een ander niveau kan tillen, maar op dit moment ben ik hier niet geïnteresseerd in.

De album- en enkele van de songtitels klinken vrij pessimistisch en de plaat blijkt ook heel persoonlijk te zijn voor jou. Voel je je beter nu de muziek uit je systeem is?
Elke muzikant voelt zich beter nadat muziek waaraan jaren lang werd gewerkt uitgebracht wordt. Dit is zeker en vast een soort van ‘therapie’ voor mij, wat waarschijnlijk voor de meeste muzikanten zo is. Op “Cursed to witness life” zing ik over tal van negatieve zaken waarmee ik de voorbije jaren af te rekenen kreeg, maar de plaat handelt voor het grootste deel over de pijn die ik ervoer toen ik mijn broer langzaamaan zag sterven aan kanker. Dit maakt het dan ook zo’n persoonlijke en cathartische plaat.

Hoewel “Cursed to witness life” zeker zijn agressieve momenten heeft, merkte ik toch een evolutie naar een meer melodieus geluid op. Ging je bewust op zoek naar meer zachtere invloeden om zo de dynamiek te bevorderen en met contrasten te spelen?
Met de nieuwe plaat had ik inderdaad meer focus op gitaarmelodieën, harmonieën en songstructuren. Dit gebeurde echter niet bewust dus je kan best wel van een natuurlijke progressie spreken. Ik schrijf wat ik op dat moment voel. Mijn volgende plaat zou gerust veel ruwer kunnen klinken.

Welke gitaristen beïnvloeden je melodieuze solo’s en leads?
Ik ben altijd een grote fan geweest van The Devil’s Blood en hoewel ik nooit zo’n goede gitarist als Selim Lemouchi zal zijn, beschouw ik zijn gitaarspel wel als een invloed. Daarnaast ook een band zoals Taake. My Dying Bride en Failure zijn erg belangrijk voor mij op gebied van solo’s en leads.

Op de cover van zowel de EP als de langspeler, zien we een dierenschedel. Ben je een verzamelaar?
Er loopt een rode draad doorheen het artwork van beide platen die deel uitmaken van een trilogie. Ik ben zelf geen verzamelaar, maar mijn oude band bezat een grote collectie aan beenderen en schedels die op het podium gebruikt werden. Het zijn deze die ook op de albumhoezen te zien zijn. “Blood” draait om ‘geboorte’ of om een manier waarop we geforceerd in deze wereld terecht komen. Je kan zien dat ik de schedel stevig met mijn handen vasthoudt op een manier waarbij het lijkt alsof hij aan iets geofferd wordt. Op de cover van “Cursed to witness life” zie je een kaars bovenop de schedel branden en kaarsvet naar beneden druipen, omring door vuil en modder. Dit representeert in zijn essentie de onaangenaamheden en hindernissen van het leven. Het levensvuur dat brandt en al haar shit over ons uitstrooit. Uiteindelijk zal deze vlam uitdoven.

Cursed to witness life” wordt op je eigen label The Hell Command uitgebracht. Betreft het een nieuwe label of een verderzetting van het stopgezette Atrum Cultus label?
Een beetje alle twee eigenlijk. The Hell Command is een nieuw label, maar ik besloot om ook enkele releases van Atrum Cultus beschikbaar te maken.

Welke andere bands heb je getekend en wat kunnen we in de nabije toekomst van het label verwachten?
Ik bracht een tape uit ven een band uit Greensboro, NC genaamd BloodRitual en een cassette voor een uit Willmington, NC afkomstige hardcore band genaamd Invoke. In de nabije toekomst zal ik me voornamelijk focussen op het uitbrengen van mijn eigen muziek. Alvorens een nieuwe Worsen-plaat uit te brengen staan er nog releases van enkele andere persoonlijk gerelateerde projecten zoals Ayr en Raw Hex gepland.

Via welke Europese distributeurs kunnen we aan jouw label releases geraken?
Geen enkele op dit ogenblik, maar daar zal snel verandering in komen. Mijn vriend Georgios (Dodsrit, Nuclear Devastation) runt het label Wolves Of Hades vanuit Amsterdam en zal verscheidene van mijn releases verdelen.

Op Metal Archives las ik dat je andere band Ayr uit de dood is herrezen na een zevenjarig hiaat. Waarom werd Ayr gereactiveerd?
Ayr is een partnership met mijn vriend Randall. De stekker ging er nooit officieel uit, maar we belandden inderdaad wel in een lange non-actieve periode. We waren tussen 2012 en 2017 allebei erg actief in andere bands en hadden geen tijd vrij om aan Ayr te besteden. Hoewel we zes jaar geleden wel even de tijd hadden om drums en enkele gitaarpartijen op te nemen. Vorig jaar pikte ik de draad terug op in mijn studio en nam alle gitaren, bas, keyboards en zang op. De mix werd eerder dit jaar afgewerkt en ook de mastering is gebeurd. Het zal een plaat met vijf nummers in veertig minuten tijd worden die hopelijk rond de herfst zal verschijnen.

Zowel Worsen als Ayr maken deel uit van AC//13, een soort van ‘cirkel’ als ik het goed voorheb?
AC//13 was een verwantschap van gelijkgestemde muzikanten die in verscheidene projecten samenwerkten. Het ging om Young and in the Way, Worsen, Ayr, Votnut en Raven Mocker. Alle bands waren op een directe manier verbonden aan het Atrum Cultus label waarin alle muzikanten operationeel betrokken waren. Twee van de meest creatieve leden van AC//13 zijn echter niet langer met muziek bezig. Dit is één van de redenen voor de stopzetting van Atrum Cultus en de oprichting van The Hell Command.

Welke andere muzikale projecten zitten er nog in de pijplijn?
Ik speel gitaar bij Raw Hex, een verderzetting van de band Votnut. Er zal weldra een plaat uitkomen via Closed Casket Activities en we zullen ook shows spelen. Van Ayr komt de nieuwe langspeler “The dark” eraan. Daarnaast ben ik op nieuwe ideeën voor Worsen aan het broeden en ik ga ook samen met mijn vrouw een project beginnen. Ik zal me niet snel vervelen.

Soul Grip – Omringd door getalenteerde mensen met een hart van goud (Rusland Tour Report)

Tenzij je Darkthrone, Burzum, Blut Aus Nord Of Deathspell Omega bent, droomt elke band ervan om zijn muziek zo veel mogelijk op het podium te brengen. Meestal begint dat rond de kerktoren om gestaag verder uit te breiden naar de Benelux en verder binnen Europa. Enkele bands slagen erin om ook overzees podia onveilig te maken, maar vergeet niet dat ook een land als Rusland tot de verbeelding spreekt van menig muzikant. Eind april trok het Gentse post-black metal collectief Soul Grip naar het grootste land ter wereld om twee shows te spelen, één in Sint-Petersburg (26 april) en één in Moskou (27 april) als support van het Italiaanse The Secret. De band ging gretig in op mijn verzoek om een tourverslag bij te houden. Het relaas van deze avontuurlijke trip, geschreven door zanger Nathan Vander Vaet, lees je hier. (JOKKE)

(c) Leon De Backer

Donderdag 25 april:

Na maanden plannen, eindeloos veel papierwerk, enkele trips naar de Russische ambassade en een hoop stress begint onze trip naar Rusland vol goede moed. We gaan nu eenmaal spelen in een land dat vaak in de media komt, zij het echter niet altijd op een even positieve manier. Rusland is een groots land met een sterk leger en het sporadisch bijhorende machtsvertoon van Poetin. Qua shows hebben we enkel nog maar positieve dingen gehoord via verhalen van Church Of Ra. We gaan deze kans met beide handen grijpen en Rusland laten horen hoe onze black metal klinkt.

Op donderdag 25 april komen we tegen de avond allemaal samen in de vertrekhal van Zaventem Airport. We vliegen naar Sint-Petersburg met een tussenstop in Riga, Letland. Onze trip gaat goed tot we in Riga doorheen de eerste Russische paspoortcontrole moeten. Er is weinig tijd tussen de twee vluchten. Tijdens het aanschuiven aan de Russische paspoortcontrole merken we op dat er maar 20 minuten tijd is om te boarden en plots laat iemand van de security een Russisch ijshockeyteam voorgaan in onze rij. Nadat de sportmannen doorheen de Russische paspoortcontrole zijn geraakt, hebben we nog maar een vijftal minuten om onze vlucht richting Sint-Petersburg te halen en slaat er een lichte paniek toe. Eindelijk doorheen de paspoortcontrole lopen onze bassist Joren en ik richting de gate. We stressen en lopen hard. Aan de boarding gate delen we mee dat er nog vijf mensen uit ons gezelschap achterna komen en vragen om nog niet af te sluiten. We hebben het gehaald. Joren en ik wandelen naar het vliegtuig dat ons buiten staat op te wachten. Opgelucht dat we het gehaald hebben, lachen we er al mee en geven we elkaar een high five.

De tweede vlucht heeft iets meer last van turbulentie dan de eerste. En dan is het zover: we landen in Sint-Petersburg. We landen niet zomaar… WE LANDEN IN RUSLAND! Niemand van ons had dit ooit gedacht toen we zo’n vijf jaar geleden de eerste nummers schreven voor Soul Grip.

We wandelen de luchthaven uit en worden opgewacht door een taxichauffeur die een bord vasthoudt waar ‘Soul Grip’ opgeschreven staat. Dan valt het ons weer in… WE ZIJN IN RUSLAND! We geven de man een hand. De eerste die we schudden in Rusland, een hand waar de duim van ontbreekt. Het is ongeveer 1u ‘s nachts. De taxichauffeur is gehaast en loopt ver vooruit om ons zo snel mogelijk de taxi in te krijgen en ons naar het hotel te brengen.

(c) Leon De Backer

De wegen zijn ruim met meer baanvakken dan we gewoon zijn. Alle wegen zijn midden in de nacht verlicht met om de vijf meter een lantaarnpaal. De monumenten die we zien zijn groot. Alle gebouwen zijn imposant. Gebouwen met kolommen die ver de hoogte in gaan. Veel licht. Onze chauffeur rijdt meer dan eens door het rode licht en heeft uiteraard ook een dashcam. Hoe anders komt al het goud aan zotte dingen die op de Russische wegen gebeuren op het internet terecht?

We worden door de chauffeur begeleid tot aan de balie van onze hostel waar we verblijven. Het is 2u ’s nachts en we worden opgesplitst over drie kamers. Na ons te installeren, spreken we af om nog iets te gaan eten in een street food bar die zich naast onze hostel bevindt.

We zullen ons eens onderdompelen in Russisch eten en drinken. We bestellen verschillende dingen door op de kaart aan te wijzen wat we willen. Met handen en voeten proberen we alles duidelijk te maken want niemand verstaat hier Engels. Gelukkig hebben we Jönn Bysmar, onze geniale geluidsman, mee die al bijna overal in de wereld is geweest en een passie heeft voor taal. Hij kan ongeveer lezen wat er allemaal in het Russisch op de menukaart staat geschreven en zo ontcijferen we het menu.

Het eten is lekker. De veggie wraps bevatten soms ook vlees, maar daarna uitleggen dat we vegetarisch hebben besteld en we dus geen vlees wilden terugvinden in de wraps, is een uitdaging. Sommigen besluiten, alvorens onder de wol te kruipen, nog een cocktail te drinken. Jöhn krijgt een Gin-Tonic die smaakt naar afwaswater. Maar goed. Het is ondertussen al 4u30 en we gaan beter eens slapen.

(c) Leon De Backer

Vrijdag 26 april:

Om 9u word ik wakker door bekende stemmen. Ik hoor onze drummer Gert en gitarist Andy doorheen de flinterdunne muren van onze kamer een gesprek voeren. Ik neem snel een douche en ga naar beneden waar we allemaal afgesproken hebben om te beginnen aan onze verkenningstocht van Sint-Petersburg.

Onze eerste uitstap is naar de kerk van de Verlosser op het Bloed. De buitenkant is kleurrijk met de gekleurde koepels die we verwacht hadden van de mooie Russische kerken. Want ja, we zijn in Rusland. WE ZIJN IN RUSLAND! We nemen onze tijd om elk wat foto’s voor deze kerk te nemen zodat we deze op Instagram kunnen gooien. Hoe moeten we anders aan het thuisfront tonen dat we in Rusland zijn?

We besluiten dat we de binnenkant ook willen zien. We moeten full ‘tourist-mode’ gaan natuurlijk. De binnenkant is imposant. De kerk is afgewerkt in rood en groen marmer en er zijn overal afbeeldingen opgemaakt uit mozaïek.

(c) Leon De Backer

Hierna besluiten we om richting het Hermitagemuseum te gaan. Onderweg botsen we op een hele stoet van militaire voertuigen. Elk voertuig wordt opgepoetst, de banden worden ingevet. Met een handborstel zien we jonge soldaten de vele tanks, trucks, kanonnen en luchtafweergeschut kuisen. We willen weten waarvoor dit allemaal is want nog nooit eerder zag ik zoveel soldaten en militaire voertuigen. En dan ook nog in Rusland, of all places.

(c) Leon De Backer
(c) Leon De Backer

Alles voelt toch een beetje dubbel. Is dit nu machtsvertoon, of is dit gewoon de cultuur? Mij lijkt het puur het eerste te zijn. “Laten zien wat we kunnen, hoe georganiseerd we zijn, wij zijn Rusland.” Toeschouwers die een stap te dicht zetten, worden er onmiddellijk op gewezen om binnen bepaalde grenzen te blijven. Toeschouwers die even willen neerzitten, worden erop gewezen dat dit niet hoort. Er is geen plaats voor imperfectie en ongepast gedrag. We vragen na voor welke gelegenheid deze hele parade is. Ze vieren het einde van de 2e Wereldoorlog, maar vandaag is eigenlijk nog maar de repetitie voor het echte grootschalige event.

We trekken ons nog even terug in de schaduw waar een heerlijke bries onze oververhitte hoofden afkoelt. Hier praten we over liefde, drugs en muziek en hoe deze allemaal een gevoel van zaligheid teweeg kunnen brengen. Je kan je in al deze dingen compleet verliezen, net zoals we ons vanavond zullen verliezen in de muziek als we het podium opstappen in een vreemd land. Om ons even als een soort god te voelen.

Hierna besluiten we terug te keren naar het hotel zodat we ons kunnen voorbereiden voor het eerste Russische optreden.

Eens aangekomen in de venue maken we kennis met Anton, de organisator van de show deze avond. Hij is deel van Grains of Sand Bookings. Het valt ons meteen op dat hij een andere vibe uitstraalt dan de meeste mensen die we tot nog toe al zagen in Rusland. Het mag misschien vreemd klinken, maar toekomen in deze venue is zoals thuiskomen, ook al zijn we in Rusland. We maken kennis met de Italianen van The Secret. De bassist hebben we al ontmoet tijdens optredens van zijn andere band Hierophant. We maken een praatje met de zanger over hoe fantastisch hij Gent wel niet vindt en de gitarist woont al drie jaar in Amsterdam.

We maken een wandeling buiten de venue om te kijken in wat voor buurt we terecht gekomen zijn. De buurt grenst aan wat aftandse flatgebouwen. We lachen met het feit dat de foto’s van vreemde Russen die met een AK en hun stofzuiger poseren, in deze soort flatgebouwen genomen worden. We poseren op een berg smeltende sneeuw terwijl het 21 graden is. De buurt is aan het moderniseren. Allemaal kleine hippe winkels en auto-repair shops hebben hier hun intrek genomen. We voelen ons niet altijd op ons gemak. Maar misschien hebben we ook gewoon een verkeerd beeld van deze mensen.

(c) Leon De Backer
(c) Leon De Backer

We keren terug naar de venue, de backline is toegekomen en we zijn aangenaam verrast. Er zijn twee dubbele stacks voor gitaar voorzien, twee Ampeg bass cabs en een volledige drumkit. Het is al snel aan ons om te soundchecken.

Ondanks een halfgevulde zaal, is het publiek heel aandachtig. Waarschijnlijk hadden de meeste mensen nog nooit van ons gehoord, maar het was een dankbaar publiek. Tijdens de set draag ik het nummer “Grand” op aan mijn grootvader. Het nummer is geschreven om hem te eren enkele weken nadat we zijn lichaam begraven hebben. Ik krijg een krop in de keel als ik besef dat hij trots zou geweest zijn op mij. Zijn kleinzoon die in Rusland kan gaan optreden. Ik vecht mezelf een weg door het nummer terwijl er tranen vloeien, maar het voelt goed. Na de set ben ik uitgeput. Ik heb een hoop negativiteit die in mij vastzat uitgespuwd. Ik ben weer klaar om die emoties achter mij te laten en vooruit te kijken.

De helft van de band gaat pizza halen in het midden van de nacht en de andere helft drinkt wat wodka aan de bar.

Er is vervoer geregeld om ons naar het treinstation te brengen voor de nachttrein richting Moskou, maar dit loopt wat verkeerd. De taxi komt te laat bij ons aan en doordat ie te klein is, loopt er ook wat mis bij het inladen en verliezen we veel tijd. Ondertussen hebben sommigen van de groep de fles wodka geleegd.

Eens aangekomen in het station is er een controle van onze bagage alvorens we het station in mogen. Eens binnen krijgen we te horen dat er een probleem is bij aankoop van de tickets waardoor we de trein mogelijks missen. We lopen naar het perron en staan klaar om de trein op te stappen zodra Anton ons met onze tickets tegemoetkomt. Dan komt de eerste tegenvaller van dit weekend. De trein vertrekt…zonder ons!!

De volgende trein is pas ‘s morgens om 6u40. Anton boekt alvast de tickets en we gaan naar een hostel in de buurt zodat we nog een drietal uurtjes kunnen slapen. Dit is een avontuur en het is zalig. We zijn in Rusland en hebben net een show gespeeld. We kregen door het missen van de trein een hotel aangeboden en we hebben ons allemaal opgefrist wat anders moeilijk had geweest op de nachttrein.

(c) Leon De Backer

Zaterdag 27 april:

De nieuwe trein is een hogesnelheidstrein. Dus voor ik het goed en wel besef is iedereen zich aan het klaarmaken om uit te stappen in Moskou.

Anton splitst zich af van ons om The Secret verder te begeleiden. Wij maken kennis met Anastasia. Ze fungeerde als ‘babysit’ en zorgde er vooral voor dat we de weg niet kwijt zouden geraken. We worden afgezet aan het hotel waar we ons materiaal kunnen opbergen. We besluiten meteen naar het Rode Plein te trekken. Onderweg komen we het grote theatergebouw tegen. Hier spelen de belangrijkste theaterstukken en dit is waar de rijkste mensen komen om zich te laten entertainen door groots theater en muziek. We trekken verder naar het Rode Plein voor de obligate bandfoto. Een kleurrijke kerk op de achtergrond terwijl we langs het Kremlin wandelen. Rusland heeft een voorliefde voor massieve gebouwen en gigantisch grote pleinen. Graag hadden we het mausoleum bezocht waar het lichaam van Lenin te bezichtigen is, maar dit was helaas niet mogelijk. We nemen foto na foto en beseffen al snel dat we terug naar het hotel moeten om daarna de taxi naar de venue te nemen.

In Moskou spelen we in de Club Gorod, een hele coole venue. Zelfs in België zijn er niet zoveel die het niveau halen van deze! We voelen ons volledig in ons element en kijken alvast uit naar de eerste band deze avond. Tsygun speelt hyperactieve grindcore. Een vriend van mij had gezegd dat ik deze band zeker moest checken. Hierna was het aan ons om Moskou omver te blazen. Alles zat goed en het geluid was perfect. Het publiek was vanaf de eerste seconde razend enthousiast. Na afloop van de show kwam iemand aan de merchtafel vragen wat er achter mijn teksten schuilt. Hij wou weten wat er door mijn hoofd gaat en waarom ik kies om over bepaalde onderwerpen te zingen. Het was een dankbare show! Ik ben zo blij dat Soul Grip als band de kans gekregen heeft om dit waar te maken. Een show spelen buiten Europa kan ik alvast van mijn bucketlist vinken.

(c) Leon De Backer

Zondag 28 april:

De volgende ochtend hebben we allemaal uitgeslapen en bekeken wat er nog allemaal interessant kan zijn om in Moskou te bezichtigen. We ontbijten in een food market waar we spicy tofu eten, die onze mond in vuur en vlam zet, en frisdranken proeven. We sluiten dit ongewone ontbijt af met nog wat Nitro Cold Brew en keren terug naar het Rode Plein. We passeren door winkelstraten die veel te classy zijn voor ons. We passeren auto’s die we nooit van ons leven zullen kunnen kopen. We bezoeken nog een kerk met gouden koepels en zien aan de ingang een dakloze man vechten met een andere man terwijl de veiligheidsagent van de ingang van de kerk op het gevecht staat toe te kijken. Op enkele seconden van dure winkelstraten naar een straatgevecht. Het contrast is groot.

(c) Leon De Backer

We kopen tickets om toegang te krijgen tot het binnenplein van het Kremlin. Hier lopen we even rond en voor we het goed en wel beseffen is het al 16u en is het tijd om pizza te gaan eten. We besluiten de metro te nemen zodat we ook dit van onze lijst kunnen schrappen. Door ons o zo goede oriëntatiegevoel nemen we per ongeluk de verkeerde halte en blijken we tamelijk ver verwijderd te zijn van onze hostel terwijl we net verwacht hadden er vlakbij uit te komen. Moskou is groot. We hebben, voor we het beseffen, al een twaalftal kilometer afgelegd door de stad te verkennen. Na even uit te rusten, splitsen we ons op in twee groepen. De ene groep wou het Rode Plein nog eens zien ‘at night’. De andere groep wou nog wat uitrusten alvorens we om 1u ’s nachts een taxi moeten nemen om naar de luchthaven terug te keren.

Nu zit ik in de luchthaven van Moskou te wachten tot we kunnen boarden. Iedereen heeft een goed weekend achter de rug. We waren in het gezelschap van Leon De Backer, die ons het hele weekend heeft voorzien van mooie foto’s om alles te documenteren, en onze geluidsman Jönn die ons altijd voorziet van de strakste live sound. Bovendien weet hij ons na al die jaren nog steeds te verassen met de vreemdste verhalen. Ik besef dat ik omringd ben door getalenteerde mensen die ik stuk voor stuk graag zie. Elk met hun grappige en vreemde kantjes. Elk met een hart van goud.

Ik ben zo moe terwijl ik dit verslag op mijn smartphone schijf. Ik ben op. Ik kan niet wachten tot ik binnen enkele uren kan thuiskomen. Maar ik ben ook zo gelukkig. Zo gelukkig dat ik de kans krijg om mijn leven betekenis te geven met muziek.

Dankjewel om dit te lezen.
Nathan

As you become your own God.
Only you can change your world.
Be your own God.

(c) Leon De Backer

Edit: Joren De Roeck/Gert Stals/Johan Heyrman

Those Who Didn’t – Rechtstreeks naar de essentie

Uit de assen van het terziele gegane Grimmsons herrees Those Who Didn’t. De vier Antwerpenaren presenteren op hun eerste EP “Almost optimistic” vijf compacte songs die, ondanks hun korte speelduur en het ontbreken van vocalen, heel wat te zeggen hebben. We schoven aan tafel bij bandoprichter en muziekschrijver Fré Duran voor een gesprek over Bauhaus, Charles Bukowski, de tien geboden, hordelopen en bitterballen. (JOKKE)

(c) dqpix

Alvorens het over Those Who Didn’t te hebben, zou ik nog even willen terugkeren naar Grimmsons. Deze band had alles in zich om heel wat potten te breken, maar toch leek het nooit écht te lukken. Ik herinner me enkele last minute concertafgelastingen en de band bleef ook niet gespaard van de nodige line-up wisselingen. Hoe kijken jullie zelf terug op de verwezenlijkingen van Grimmsons en wat gaf uiteindelijk de doorslag om het bijltje erbij neer te gooien?
We zijn nog steeds trots op wat we met Grimmsons allemaal hebben kunnen verwezenlijken. We hebben een aantal heel vette shows kunnen doen en hebben fantastische studiomomenten gehad. Maar het werd, door alle sputteringen in de motor, een beetje een band tegen wil en dank. Het parcours begon meer op een hordeloop te lijken en dat had uiteraard tot gevolg dat, hoewel de ambitie hoog lag, de motivatie begon te verdampen. Zoals men wel eens zegt, de rek was eruit.

Eind 2017 gaf Grimmsons haar finale optreden in de Antwerpse Trix. Ik moest toen spijtig genoeg verstek laten gaan en zag nu, door nogmaals naar jullie Facebook-pagina te gaan, dat je je kon inschrijven op een mailinglist om toch nog aan jullie posthume plaat te geraken. Is hier nog veel respons op gekomen en kan ik hier ook nog aangeraken?
Ik ben blij dat we het Grimmsons-hoofdstuk in schoonheid hebben kunnen afsluiten. Het afscheidsconcert was er eentje om in te kaderen. Ik heb zelf, na dat laatste concert, samen met partner in sound Frank Rotthier, de plaat volledig hermixed. In ieder geval zal die plaat wel gereleased worden, maar daar kan ik het fijne nog niet van meedelen. Maar zeker is dat ze eraan komt. Grimmsons ten voeten uit: hordeloop…

Fré, Those Who Didn’t werd door jou in het leven geroepen en de band kreeg vorm door, naast King Of A Day-gitarist Jan Douws, leden uit de allereerste en allerlaatste Grimmsons line-up mee aan boord te hijsen. Geen schrik dat mensen hierdoor voortdurend de vergelijking tussen beide bands zullen maken?
Eigenlijk niet. Het zal wel voorvallen, maar dat zou me niet storen. De luisteraar zal wel snel doorhebben dat het hier om een totaal andere band gaat. Uiteraard zijn er her en der wel een aantal signaturen van de Grimmsons-sound te herkennen, maar dat kan bijna niet anders, in beide bands schrijf ik de muziek. Maar buiten een paar overeenkomsten in sound, is TWD een heel ander beestje.Waar Grimmons een eerder logge sound had en vooral steunde op opbouw en slepende dynamiek, opteer ik met TWD voor het tegenovergestelde: vinnigheid en explosieve ontlading.
TWD was eigenlijk niet bedoeld een band te worden. Oorspronkelijk wou ik een paar songs opnemen die ik ergens, ver weg en lang geleden had geschreven en die niet pasten bij alle vorige bands waar ik bijzat. Na de Grimmsons-split leek het mij het juiste moment om de studio in te duiken en de songs op één dag in te blikken. Beetje het idee van na een erg turbulente vlucht zo snel mogelijk terug de vlieger te nemen om twijfel of erger te vermijden. Ik wou een aanpak hanteren die nieuw was voor mezelf: korte songs, snel opnemen, snel mixen, masteren, geen twee keer, laat staan honderd keer, nadenken… We waren zó tevreden met het resultaat van die toch wel verfrissende aanpak, dat we er live iets mee wilden doen en alzo geschiedde…

In de vorm van “Almost optimistic” werd een eerste EP – vooralsnog enkel digitaal – uitgebracht. Zijn er ook plannen voor een fysieke release?
Zeer zeker. We hebben ondertussen al een tweede EP klaar. Die gaan we in het najaar releasen en de twee EP’s samen fysiek uitbrengen. Ook zullen daar een aantal shows aan gekoppeld worden. Daarover dus later meer.

Ik vind de titel van de EP echt de lading van jullie muziek dekken. Hoewel de songs bij momenten een feel good vibe uitstralen, is er ook steeds een donker randje of melancholische gloed aanwezig. Is het moeilijk om het juiste evenwicht tussen beide gemoedstoestanden te vinden of is dit de muziek die op natuurlijke wijze uit jullie instrumenten vloeit?
Het hangt er een beetje vanaf. De songs zijn niet in éénzelfde periode geschreven. Elke song hoort bij een ander tijdperk. En hoewel de songs wel (misleidend) feel-good kunnen klinken en een hoog lullaby gehalte hebben, komen ze eigenlijk nooit vanuit a happy place, zeg maar. En dan kan het niet anders dan dat er een zekere donkerheid of tristesse insluipt. Wat de songs voor mij betekenen en waar ze vandaan komen, is in the end ondergeschikt geworden. Ikzelf ken de achtergrond en dat is voldoende.

De invloeden die jullie aangeven zijn Bauhaus, Berlijn, bier en Bukowski. Laat ons deze eens een voor een onder de loep nemen te beginnen bij Bauhaus. Het is dit jaar een eeuw geleden dat in het Duitse Weimar het Bauhaus, een nieuwe academie waar architectuur, schilderkunst en beeldhouwkunst zouden samensmelten, werd opgericht door Walter Gropius. In deze rijksschool werd moderne, functionele vormgeving onderricht, er werd met nieuwe productieprocessen geëxperimenteerd en studenten kregen de ruimte om een nieuwe, eigentijdse vormtaal te ontwikkelen. In een tijd dat alleen een elitaire bovenlaag zich (jugendstil) ontwerpen kon permitteren, werkte het Bauhaus vanuit het ideaal om mooi en praktisch design voor iedereen bereikbaar te maken. In het Bauhaus keek men eerst naar de functie, dan bedacht men pas een vorm die het beste paste bij het doel van het gebruiksvoorwerp. Hoe gaan jullie met functionalisme en experiment om in het schrijven van nummers en muziek?
Ik ben altijd al een beetje een Bauhaus-fanaat geweest. Het was inderdaad het functionele karakter en de toegankelijkheid dat me aansprak. En het losbreken van de vaak elitaire conventies. Het had iets heel revolutionairs: functie boven vorm.
Ik heb de songs dan ook bewust heel kort gehouden om te breken met mijn eigen conventies die ik had ontwikkeld als songschrijver. Waar ik vroeger heel hard bezig was met een zo breed mogelijk platform te geven aan wat ik wou zeggen met een song, heb ik nu dus gekozen voor een zo uitgebeend mogelijke structuur waarin alles op heel korte tijd gezegd kan worden. Bleek dat dit heel goed werkte. Minder opbouw en rechtstreeks naar de essentie.  Dit geeft een heel andere energie aan de nummers. Kort samengevat: 1-2-3-4- PATS – gedaan.  

Het Bauhaus was eerst te Weimar later te Dessau en daarna nog een jaar in Berlijn gevestigd. Sinds 1979 kan je in Berlijn ook het Bauhaus-Archiv, een museum over het Bauhaus, bezoeken. Berlijn is een metropool en geldt in Europa als een van de grootste culturele, politieke en wetenschappelijke centra. De stad is ook bekend vanwege het hoog ontwikkelde culturele leven (festivals, nachtleven, musea, kunsttentoonstellingen enz.) en de liberale levensstijl, moderne Zeitgeist en de relatief lage kosten. Bovendien is Berlijn één van de groenste steden van Europa. Wat trekt jullie zo aan tot deze stad? Ik veronderstel dat een concert in Berlijn wel op de bucket list staat?
Een concert in Berlijn zou inderdaad zeer cool zijn.  Ik heb, vanuit mijn interesse voor geschiedenis en kunst, altijd al een zwak gehad voor Berlijn. Ik heb er ook een tijdje gewoond. Er viel daar voor mij op alle gebied zoveel te ontdekken: architectuur, plekken die historisch zwaar van belang zijn geweest, iconische plaatsen maar even goed verborgen parels. En jawel, het Bauhaus-Archiv, hoe kon het ook anders. En de muziekscene was toen ook erg interessant natuurlijk. De stad heeft een unieke vibe die ik nergens anders heb gevoeld, een soort ruimtelijkheid, een soort openheid en tegelijkertijd een grimmigheid die ik bijvoorbeeld hoor in de muziek van pakweg Einstürzende Neubauten. Het is een stad die uit noodzaak, kijk maar naar haar geschiedenis, een voedingsbodem werd voor experiment. Het nummer “Warschauer Strasse” gaat, Überraschung, over U-Bahnhof Warschauer Strasse, een plek die toen een beetje een knooppunt was in mijn leven daar. Dat nummer heb ik geschreven in 2005. Twee versies thuis opgenomen, erg rudimentair allemaal en dan 14 jaar lang vergeten… Toen ik het plan opvatte om mijn oude songs eindelijk op te nemen, stuitte ik op die (erg brakke) opnames. Ik ben uiteraard heel blij dat die song na al die jaren overeind is blijven staan…

(c) dqpix

Het element ‘bier’ past in de seks, drugs en rock ’n roll-attitude van heel wat rock- en metal bands. Omwille van de andere invloeden of inspiratiebronnen die jullie opgeven, vind ik dit wat vreemd overkomen in het rijtje. Moet ik het niet verder zoeken dat dat jullie allemaal wel eens van een lekker biertje kunnen genieten of reiken de ambities verder om bijvoorbeeld, in navolging van een band als Your Highness, een eigen bier te ontwikkelen?
Tja, het bier hé…het bier. Er zelf eentje brouwen staat niet op de agenda. Those Who Didn’t brew…Laat ons zeggen dat het begint met de letter B. En het is logischer dan pakweg bitterballen… Ik wil niet weten hoe muziek klinkt die beïnvloed werd door bitterballen. 

‘Bier’ past dan wel weer bij de alcoholistische misantroop en ‘cultschrijver van het ordinaire’ Charles Bukowski. Op welke manier inspireert deze ‘held van de tegencultuur’ jullie?
’s Mans nihilisme en leefwereld zijn een beetje een inspiratiebron geweest voor het nummer “Barfly“. Een beetje de idee van een niet te stoppen spiraal naar de vloer van de bar en de bodem van het vat. En alles wat je onderweg tegenkomt…  Ook zijn manier van observeren, vaak vanuit de goot, is fascinerend. En ook ongewild grappig.

Jullie omschrijven jullie sound als “Post-Everything and Pre-Nothing” wat een sneer lijkt naar journalisten en recensenten die alle muziek zo nodig in een hokje willen duwen, niet?
Niet echt een sneer … Ik vind het zelf altijd moeilijk om onze muziek in een hokje te duwen. Onze invloeden zijn heel uiteenlopend, dat wel, en dat gaat van pakweg postrock naar shoegaze, maar evengoed bands zoals Big Black en The Smiths, die ook niet voor één gat te vangen waren. Zelf heb ik een aantal jaren voor een muziekmagazine geschreven dus ik begrijp de noodzaak wel van duidelijke perimeters. Maar als we dan toch eerlijk zijn naar onze muziek toe, vind ik dat onze omschrijving best accuraat is.

Zijn jullie van plan om de volgende maanden zo veel mogelijk shows te spelen of willen jullie een Those Who Didn’t concert eerder als iets exclusiefs beschouwen?
Wel, het is nooit onze bedoeling geweest om iedere week rond de kerktoren te spelen. Absoluut niets mis mee, maar voor ons is dat wat agenda’s betreft niet mogelijk. We gaan proberen, in het najaar, de shows zoveel mogelijk te centreren. Op die manier kunnen we alles beter organiseren en gerichter werken. 

Zijn er valkuilen uit het verleden waar jullie geen tweede keer in willen trappen en hoe ver reiken de ambities met Those Who Didn’t
Goh, de allerbelangrijkste les die ik geleerd heb uit vorige ervaringen, is het belang van duidelijke afspraken. En het realistisch houden van de ambities. En op het juiste moment curb your enthousiasm… Af en toe een reality check doen, kan nooit kwaad. Ik denk dat elke band min of meer in dezelfde valkuilen is getrapt, er bestaat niet echt zoiets als de tien geboden voor bands. Al lijkt me dat wel een aanlokkelijk idee: bovenal bemin één God… Lap zeg, daar stopt het al.

Jullie coole bandnaam laat heel wat ruimte voor creatieve aanvullingen. Wat is de leukste die jullie zo al gehoord hebben?
Eentje van onszelf: Those Who Didn’t rehearse…

  

Enthroned – Het evenwicht tussen wat je wel en niet ziet

Begin jaren ’90 stond de zwartgeblakerde horde van Enthroned, samen met een band als Ancient Rites, mee aan de wieg van onze vaderlandse black metal-scene. Platen als “Prophecies of pagan fire” en “Towards the skullthrone of Satan” staan in het Belgisch collectief black metal-geheugen gegrift. In 2006 verlieten zanger/bassist Sabathan en zijn markante strot de band en nam gitarist Nornagest de rol van frontman over. De platen die “Enthroned 2.0” nadien uitbracht, lieten een gestage evolutie horen naar een meer divers en atmosferisch geluid dat middels de elfde langspeler “Cold black suns” een voorlopig hoogtepunt bereikt. Gitarist Neraath, die ondertussen al bijna twintig jaar in de band meedraait, voorzag ons van meer inkijk in het Enthroned-universum. (JOKKE)

The English version of this interview can be read here.

(c) David Fitt

Neraath, er ligt een gat van vijf jaar tussen “Sovereigns” en het nieuwe “Cold black suns“, wat vrij lang is naar Enthroned-normen. Waarom duurde het zo lang om met een nieuwe plaat voor de dag te komen?
Het nam deze keer inderdaad allemaal meer tijd in beslag dan verwacht en hier zijn een paar verklaringen voor. Toen het promotionele werk zoals de tours en concerten in de nasleep van “Sovereigns” erop zaten, besloot ik samen met onze voormalige bassist Phorgath te focussen op onze andere band Emptiness. Al onze creativiteit werd in het lange schrijfproces voor de “Not for music” plaat gestoken. Daarna was er spijtig genoeg een line-up wissel bij Enthroned waarbij we twee bandleden, waaronder Phorgath die heel betrokken was bij het songschrijven en de arrangementen, zagen vertrekken. Op het moment dat de overgebleven leden niet goed wisten hoe het nu verder moest, was er gelukkig drummer Menthor, die in tussentijd ook bezig was met Lvcifyre en Nightbringer, die het initiatief nam om iedereen terug rond de tafel te krijgen met een visie op een nieuwe plaat. We recruteerden daarna twee nieuwe bandleden, tekenden een deal bij Season Of Mist en begonnen te werken aan demo’s met nieuw materiaal. We deden de afgelopen periode verschillende studiosessies, waarna de mix en de mastering en natuurlijk ook de productie en release volgens de agenda van ons label nog de nodige tijd vroegen.

Cold black suns” is de eerste plaat zonder Phorgath, die niet alleen elf jaar lang bassist was van Enthroned maar ook een belangrijke factor was in het schrijfproces. Maakte zijn vertrek het moeilijker voor jou en Nornagest om nieuwe muziek te creëren?
Phorgath droeg veel bij aan de “stijl” die we op de vorige albums aan het ontwikkelen waren en de we kamen regelmatig als band in de studio samen om te componeren. Nu verloopt het schrijfproces anders, maar niet perse moeilijker. De nummers werden nu eerder op een individuele basis geschreven waardoor er vooruitgang geboekt werd inzake arrangementen en dynamiek. De songs werden gecomponeerd door Menthor, Nornagest en mezelf, maar Phorgath had ook nog wel zijn deel in de totstandkoming van de plaat. Naast zijn werk als producer, had hij enkele ideeën aangaande zangarrangementen om onze sonische trip nog een extra push te geven.

Line-up wissels zijn geen nieuw gegeven voor Enthroned. Jullie nieuwe gitarist Shagãl heeft de Argentijnse nationaliteit en Menthor komt uit Portugal. Hoe kwam deze internationale line-up tot stand? Is het voor Enthroned moeilijk geworden om geschikte muzikanten in eigen land te vinden?
Shagãl woont al jaren in België en hielp ons de laatste twee jaar ook al uit de brand als sessiegitarist. Toen we op zoek moesten naar een nieuwe gitarist, bleek hij erg gemotiveerd en hij kende natuurlijk ook onze manier van werken al. Menthor is inderdaad Portugees maar woont momenteel in Londen, wat het op logistiek vlak gemakkelijker maakt als we moeten samen komen om op te treden. We leerden hem enkele jaren geleden kennen toen hij in onze studio (Blackout Studio in Brussel) aan het opnemen was met de band Corpus Christii. We waren erg onder de indruk van zijn drumtechniek en konden het ook goed met elkaar vinden. Toen onze vorige drummer Garghuf besloot om extreme muziek achter zich te laten en zich te focussen op meer synthetische en experimentele genres, hesen we Menthor aan boord. Sindsdien werd hij een erg goede vriend van mij. Onze nieuwe bassist Norgaath is wel een Belg en komt uit West-Vlaanderen.

Enthroned is een band met sterke occulte en satanische standpunten. Is de visie op religie en occultisme bij de zoektocht naar nieuwe muzikanten even belangrijk als de muzikale visie?
Om eerlijk te zijn, delen niet alle bandleden dezelfde kijk op spiritualiteit, filosofie en het occulte. Enkele leden hebben interesse in de obscuriteiten van de esoterische wetenschappen, maar uiteindelijk komen we samen om muziek te schrijven en geen essays. Aan de oppervlakte is er natuurlijk wel een gemeenschappelijk aantrekking voor deze onderwerpen, maar de weinige keren dat we allemaal samen komen, draait het om repeteren. Wat de muzikale visie van Enthroned betreft, zitten we allemaal op dezelfde lijn, maar daarbuiten heeft iedereen zijn eigen interesses en smaak.

(c) David Fitt

Mag ik zeggen dat jullie nieuwe plaat “Cold black suns” jullie meest experimentele en diverse werk tot op heden is?
Met de term “experimenteel” ben ik het niet echt eens, aangezien de plaat nog steeds vrij conventioneel is voor dit genre van extreme muziek. We worden nog steeds gedreven door het schrijven en spelen van obscure en agressieve muziek, dus deze moet aanleunen bij wie we de dag van vandaag zijn. Onze sound evolueert door nieuwe ervaringen, smaken, persoonlijke input en onze muzikale vaardigheden. Hierdoor is er natuurlijk een groot verschil tussen onze eerste plaat en onze latere albums, wat het resultaat is van een logische en eerlijke evolutie.
Cold black suns” is wel onze meest diverse plaat doordat we het element “atmosfeer” verder wilden uitdiepen en extra lagen wilden toevoegen aan het hele sfeergebeuren. We veranderden van tuning, de drums en ritmische benadering werden verder uitgediept en in de fase van het arrangeren van de muziek, integreerde ik keyboard pads, drones en ambientgitaren in de mix. Enkele nummers hebben een eerder instrumentale aanpak in plaats van duidelijke songstructuren. Deze details op de achtergrond doen alle elementen samenkomen en dragen bij aan de identiteit van de plaat en haar concept.

Nummers zoals “Silent redemption” en “Son of man” lijken inderdaad meer om atmosfeer dan om agressie te draaien. Was het een bewuste keuze om deze nieuwe muzikale paden te bewandelen of was dit de muziek die spontaan ontstond tijdens het schrijven?
Zodra we met het schrijfproces van start gingen, werden Menthor en ikzelf gedreven door de idee om de plaat op te bouwen aan de hand van meer verwrongen en dissonante gitaar licks en een andere benadering qua sound en composities waarbij er een clash plaatsvindt tussen intense snelle stukken en atmosferische, doch catchy partijen. Ik heb al dikwijls gehoord dat deze sinistere tonen typisch zijn voor de muziek die ik schrijf; deze ontstaan dus op een natuurlijke manier tijdens het componeren. Zoals reeds eerder aangegeven, gebeurde het schrijfproces nu eerder op individuele basis en wat mij betreft heb ik de neiging om atmosfeer te laten overheersen over riffs. Ik hou van bepaalde akkoorden en notenprogressies en ik heb een voorliefde voor enkele reverb-pedalen en een bepaalde gear set-up.

Een nummer als “Aghoria” springt er met haar mantra-achtige gezangen echt bovenuit. Wat is het verhaal achter deze song?
Aghoria” was één van de eerste nummers die we schreven naar aanleiding van deze plaat. Nornagest en Menthor hadden dit idee van een song met een ritualistische aanpak en een tranceachtige eenvoud; heel repetitief en met een verwijzing naar een kleine groep van hindi sadhus (ascetische personen, monniken of religieuze personen in het hindoeïsme; Addergebroed) genaamd Aghori. De teksten en het concept van “Cold black suns” draaien om verschillende culturen waardoor het interessant was om een nummer op te dragen aan deze toegewijden aan Shiva. Ze hebben een heel ongewone levensstijl, zoek maar op. De mantra die je hoort betekent “ik ben blij te kunnen claimen dat ik niet in staat ben geweest mezelf te bewijzen“. Bovenop het originele idee van ritmische en basic drums, ontwikkelde ik enkele keyboardlagen, samples en effecten. Enkele bandleden zongen de mantra en de lage vocalen in, die typisch zijn voor landen in het Verre Oosten.

Oneiros” doet me ook wel wat oosters aan hoewel de songtitel verwijst naar de Griekse mythologie. Waar gaat dit nummer over?
Dit is waarschijnlijk mijn persoonlijke favoriet op de nieuwe plaat doordat we veel met dynamiek en emoties spelen. “Oneiros” is de personificatie van dromen. Om een beter inzicht te krijgen in de teksten, moet ik je doorverwijzen naar Homerus, die beweerde dat dromen ronddwalen op de donkere kust van het westerse Oceanus. Bedrieglijke dromen passeren door een ivoren poort – een beschrijving die in het rooms-katholicisme wordt toegekend aan de poorten naar de hemel, het koninkrijk van Jahweh – terwijl de echte dromen ontstaan uit een poort gemaakt van zwarte hoorns. Deze dromen leiden soms tot een sadistische vorm van opwinding wat de oude-Grieken bestempelden als “Charoumenos Oneiros“.

Alle details zoals koorzangen, samples en extra laagjes maken van “Cold black suns” een interessante luistertrip. Na meerdere luisterbeurten blijf je nog steeds nieuwe elementen ontdekken. Is het van meet af aan duidelijk met welke “speciale ingrediënten” jullie aan de slag willen gaan om een nummer te bouwen of worden deze pas als finishing touch toegevoegd wanneer de nummers in hun finale vorm geraken?
Voor deze plaat maakten al deze details deel uit van het compositorisch gegeven. Ik vertrok vanuit basisideeën – het begrijpen van een ritme of riff – en beleefde daarna veel plezier aan het uitwerken en integreren van elementen zoals cleane gitaren en keyboards. De koorzangen kwamen pas later tijdens de laatste zangsessies in de studio en helemaal op het einde werden nog enkele samples toegevoegd toen de mix en de balans duidelijk waren.

Het prachtige a-typische Enthroned cover artwork is eveneens van jouw hand. Het beeld is tamelijk abstract, maar het zou natuurlijk niet Enthroned zijn als er geen details en verwijzingen naar de teksten en het concept van de plaat zouden zijn. De slangachtige figuur doet me wat denken aan een ouroboros. Welke betekenissen gaan er schuil achter het artwork?
Bedankt voor het compliment! Er is inderdaad een relatie tussen de muziek en de albumtitel. De woorden “cold” en “black” zetten me deze keer aan tot het creëren van meer minimalistisch artwork. Ik drong aan op het weglaten van ons logo op de cover zodat de abstractie bleef en er geen directe link is naar een groep muzikanten, een poging om een soort van inhumaan gevoel te creëren. Het woord “suns” leidde tot een beeld met een kosmische referentie. Ik wou een verbinding afbeelden tussen de macroscopische dimensie van de universele ruimte en de microkosmos waaruit de mens op cellulair niveau is gebouwd. Er zijn twee belangrijke bollen in het ontwerp, waarbij de ene voor zijn tegenovergestelde staat, als een directe verwijzing naar materie en anti-materie. De moderne wetenschappen zijn nog steeds op zoek naar een verklaring voor het feit dat het ene het tegenovergestelde overheerste en erin slaagde om het allesomvattende te worden dat we observeren en ervaren in het dagelijks leven.
Deze twee bollen bevatten binnenin drie punten, wat opnieuw verwijst naar een universeel principe. Er zijn drie begrijpbare werelden die volgens een bepaalde hiërarchische analogie met mekaar corresponderen: de fysische wereld, de spirituele of metafysische wereld en de goddelijke wereld.
Tenslotte, zoals je inderdaad opmerkte, roept de visuele referentie naar de slang de traditie van de ouroboros op, dewelke in zijn echte cirkelvormige voorstelling, de totaliteit van het universum voorstelt. Middels haar skeletachtige vorm wordt de balans tussen leven en dood, materie en anti-materie, voorgesteld. Kortom, het artwork visualiseert een evenwicht tussen wat we wel en niet zien.
Ik beleefde veel plezier aan het creëren van het artwork. Samen met Menthor schilderde ik een grote zwarte box waarin de voornaamste bol werd geplaatst. Nadien nam ik enkele foto’s, gebruikte ik verfsprays en chemicaliën en werkte het ontwerp af op de computer. Er waren verschillende versies van de cover, maar de band besloot voor dit ontwerp te gaan.

Je maakt bijna twintig jaar deel uit van Enthroned, enkel zanger Nornagest heeft een langere staat van dienst. Wat beschouw je de hoogte- en laagtepunten van jullie muzikale carrière?
Het hoogtepunt is waarschijnlijk het feit dat de band al zo lang meegaat en we nog steeds de motivatie vinden om nieuwe platen te schrijven en natuurlijk is het verschijnen van elk album een hoogtepunt op zichzelf. De vele line-up wissels en problemen die daarmee gepaard gaan, vormen de keerzijde van de medaille.

Welke persoonlijke lessen trek je uit je carrière met Enthroned? Hoe beïnvloedde de band je privéleven en omgekeerd?
Mijn lange tijd bij Enthroned, gaf me de kans om een groot stuk van de wereld te zien en de atmosfeer in verschillende landen op te snuiven. Dit draagt erg veel bij op persoonlijk vlak doordat je je meer bewust wordt van de wereld waar we in leven. Er is natuurlijk niet heel veel ruimte om de toerist uit te hangen, en je blijft veelal in hetzelfde circuit hangen, maar door niet altijd de fancy places te bezoeken, krijg je een betere kijk op de authentieke manier van leven.
Wat de band zelf betreft, zijn er goede en moeilijke momenten. Dat is onlosmakelijk verbonden met het werken in een team. Zelfs wanneer je je trots voelt bij het uiteindelijke resultaat van iets, moet je compromissen sluiten, ook op emotioneel vlak. Het bandleven vergt ook een grote persoonlijke en materiële investering, en het is zonde dat deze scene zo ondergronds is in België. Onze stijl is natuurlijk geen spek voor ieders bek, maar er is zo goed als geen ondersteuning van hogere culturele instituties waardoor alles erg DIY is. De scene groeide sterk sinds de jaren ’90, maar toch voelt het alsof alles nog steeds hetzelfde is en het potentieel op lokaal niveau niet ten volle tot uiting kan komen.

(c) Leslie VDM

Komend weekend staat jullie releaseshow op Throne Fest in Kuurne gepland. Wat mogen we verwachten van deze voorlopig enige show op Belgische bodem?
We zullen een nieuwe set spelen met enkele songs van “Cold black suns” en de drie voorgaande platen. We zijn hier met enkele nieuwe technische crewleden volop aan bezig. Zoals gewoonlijk, zullen het enkel onszelf en onze instrumenten zijn, waarbij we een intense en authentieke presentatie willen neerzetten. Geen fancy podiumaankleding, enkel de band.

Ik heb soms de idee dat Enthroned populairder is buiten België en dan vooral in Zuid-Amerika waar jullie regelmatig tourden in het verleden. Hoe vergelijk je een Belgisch of Europees publiek met een Zuid-Amerikaans?
In elk geval gaat het er ginderachter meer intens en gek aan toe dan hier. Misschien komt dit door het feit dat sociaal geweld in veel Latijns-Amerikaanse landen voor een stuk deel uitmaakt van het dagelijks leven en daardoor een onzichtbare invloed uitoefent op het menselijk gedrag. Paradoxaal genoeg, zijn deze mensen erg vriendelijk en gastvrij, ietwat onbezorgd ook, maar als er een band speelt, observeer je een sterkere toewijding en appreciatie van de muziek. Ik denk dan aan landen zoals El Salvador, Ecuador, Guatemala, Bolivië, … Ik moet je niet vertellen dat onze muziek, vergeleken met de mainstream, gewelddadig en somber klinkt en het gebeurt soms dat dit ontspoort in het publiek. Zo waren we tijdens de laatste tour getuige van enkele steekpartijen en moesten we de zaal na het concert snel verlaten omdat de zaken een onaangename wending namen. Enkele dagen later was er een kleine riot toen de openingsband aan het spelen was. Ik denk dat dergelijke zaken veel voorkomen in deze landen.

Ex-Enthroned zanger en bassist Sabathan besloot vorig jaar om onder eigen naam Enthroned-klassiekers van de eerste twee platen en de EP te gaan spelen. Wat is jouw mening hierover en heb je nog contact met Sabathan?
Ik spreek hem van tijd tot tijd nog wel eens. We besloten in onze set te focussen op recenter materiaal dat nu meer representatief is voor Enthroned. Mensen die de “oude-Enthroned” verkiezen kunnen inderdaad naar Sabathan gaan zien. Zijn bezigheden gingen natuurlijk niet onopgemerkt voorbij binnen de band en de meningen erover lopen uiteen, maar persoonlijk ben ik hier niet tegen aangezien hij veel nummers van onze oudere platen schreef en hij ze met dezelfde passie en overgave speelt als in de begindagen. Er zijn veel nostalgische zielen in de metalscene en er is een trend voor revival. Je kan het mensen natuurlijk niet kwalijk nemen om een leuke tijd te hebben tijdens een concert.

Ik zou het tenslotte nog even willen hebben over Of Blood And Mercury, de darkpop band die je samen met je partner Michelle Nocon hebt. Wat mogen we verwachten na de veelbelovende debuut EP “Strangers“?
Michelle en ik zijn het album aan het afronden en verwachten de plaat binnen enkele maanden te kunnen releasen. Meer info volgt wanneer de tijd rijp is. Momenteel zijn we op zoek naar opportuniteiten om met deze nieuwe band live te spelen. We willen hier echt het beste van maken. De stijl die we met Of Blood And Mercury spelen, is totaal anders dan wat we alle jaren ervoor deden, maar we doen dit met hart en ziel en halen hier ook veel plezier en voldoening uit. De rest van de band bestaat uit drummer Jonas Sanders, gekend van zijn werk met Pro-Pain en Emptiness en de getalenteerde keyboardspeler David Alexandre Parquier die ook met zijn eigen darkwave project Luminance platen uitbrengt. Michelle en ik hebben lang aan dit project gewerkt en nu komt het eindelijk tot leven.