interviews

Carnation – Je doelen bereiken vergt veel tijd en moeite

Op vlak van death metal ben ik een moeilijke jongen. Voor mij geen über-technische “mama-kijk-wat-ik-kan-toestanden” of vlakke, plat geproduceerde death-pop en deathcore. Geef mij maar de oervaders van het genre of nieuwere bands die naar het old school-geluid teruggrijpen. In ons kikkerlandje loopt er een band rond die hard aan de weg timmert richting de top en mijn kritische death metal-hart wist te veroveren. Wat mij betreft nemen ze de Belgische doodsmetalentroon reeds in met hun debuut “Chapel of abhorrence“. Carnation is de naam en ik schotelde diens met bloed besmeurde frontman Simon enkele vragen voor. (JOKKE)  

20180330-IMG_4187kopiek(c) Sarina Mannaert

Dag Simon! Alvast proficiat om iemand die jullie genre niet op de voet volgt compleet van zijn sokken te blazen! Hoe zijn de reacties op jullie kersverse debuut ‘Chapel of Abhorrence’ tot nog toe?
Enorm positief! We merken dat we veel nieuwe mensen bereiken met het album en dat ze onder de indruk zijn van het product. We krijgen lovende reacties en recensies uit alle hoeken van de wereld en daar zijn we uiteraard heel tevreden over. Het geeft zeker een speciaal gevoel wanneer je dan de vinyl ziet opduiken in landen zoals Nieuw-Zeeland of Israël, want dat hadden we helemaal niet verwacht.

Zoals ik in mijn review aangaf is Zweedse crunchy death metal nooit helemaal mijn ding geweest, hoewel ik een band als Bloodbath dan weer wel heel goed kan smaken en ik de klassiekers van Entombed en Dismember ook wel ken. Noem eens drie vrij nieuwe bands in het genre die ik absoluut zou moeten beluisteren als ik meer van jullie stijl wil horen?
Drie vrij nieuwe death metal bands waar ik enthousiast over ben zijn Skeletal Remains, Gatecreeper en Horrendous. Deze bands hebben niet allemaal de Zweedse crunchy death metal sound maar ik vind dat ze alle drie goede songwriters hebben met interessante riffs. Ze bieden ook elk iets anders aan. Skeletal Remains past meer in het straatje van Morbid Angel met vocals in de stijl van Pestilence of Asphyx. Gatecreeper daarentegen is meer een combinatie van de Zweedse sound met veel invloeden uit de hardcore/punk. Ten slotte heeft Horrendous een heel sfeervolle en atmosferische sound met vrij lange en experimentele nummers.

Ik hoorde jullie een eerste keer op de 2016-editie van AMF toen jullie met jullie soundcheck ons optreden van Onrust lichtelijk aan het verstoren waren en zag jullie daarna een verpletterende show spelen. Ondertussen zijn we twee jaar verder en hebben jullie een heleboel shows gespeeld in binnen- en buitenland waarbij jullie o.a. ook Brazilië en Japan hebben aangedaan. Wat hebben jullie uit deze optredens en tours geleerd?
We besteden veel aandacht aan onze liveshow. In België en Europa hebben we veel middelen om mee te werken en kunnen we gebruik maken van onze geluidsman, lichtman en podiuminrichting. Deze factoren zijn voor ons heel belangrijk om een kwaliteitsvolle show te kunnen afleveren. In Brazilië en Japan heb je deze middelen niet ter beschikking en moet je roeien met de riemen die je hebt. Japan was op dat vlak een positieve ervaring, gezien de professionaliteit van de lokale medewerkers en de beschikbare backline. Brazilië was iets meer rock ‘n’ roll en soms moest er al eens een dreun verkocht worden om de Marshall terug aan de praat te krijgen. Zo leer je wel om ook een sterke show af te leveren op een locatie met beperkte middelen.

Van het optreden dat jullie op het Asakusa Deathfest in Tokyo speelden, is via het muziekmagazine Rock Tribune een live registratie verschenen. Heeft dat extra deuren geopend?
Zeker wel! We hebben toen op korte tijd veel nieuwe mensen op de hoogte kunnen brengen over het bestaan van Carnation. Enkele weken na de verspreiding van het magazine hebben we aanbiedingen ontvangen om shows te spelen op Graspop, Alcatraz en Summer Breeze. Ook het boeking- en managementkantoor District 19 waar we nu mee werken heeft ons gecontacteerd enkele weken na de release van de “Live at Asakusa Deathfest” EP. We waren al enkele jaren een goede naam aan het opbouwen maar we denken dat dit wel één van de doorslaggevende factoren was om een hoger niveau te bereiken.

Als jullie drie bands zouden mogen kiezen om mee op tour te gaan ter promotie van jullie nieuwe album, hoe zou die affiche er dan uitzien?
Dan kiezen we voor Cannibal Corpse, Hypocrisy en een reünie van Dismember. We hebben deze zomer twee shows gespeeld als direct support voor Cannibal Corpse en die waren écht de moeite. We bereiken dan ook zonder twijfel een publiek dat ons zeker zal appreciëren. Hypocrisy zouden we vooral zelf graag nog een keer aan het werk zien omdat het voor ons gevijven nu al een tijdje geleden is. Voor mij persoonlijk is Dismember één van de death metal bands waar ik al sinds jonge leeftijd veel naar luister. Tenslotte als kers op de taart brengen we Jon Nödtveidt nog even back from the grave en voegen we Dissection toe aan de line-up. Dat zou echt té cool zijn.

20180330-IMG_3778kopie(c) Sarina Mannaert

De “Cemetery of the Insane” EP werd uitgebracht bij het kleine Final Gate Records. Voor “Chapel of Abhorrence” vonden jullie onderdak bij het grote Season Of Mist. Hoe is dat in zijn werk gegaan?
In oktober 2017 hebben we “Chapel of abhorrence” afgeleverd bij ons managementkantoor District 19. Vervolgens hebben zij het album aangeboden bij de verschillende platenlabels die geïnteresseerd zouden zijn in het product. Twee maanden later lagen er toen drie opties op tafel. We hebben toen gekozen om het aanbod van Season of Mist te accepteren. In januari hebben we het contract ontvangen en na enkele verduidelijkingen en aanpassingen hebben we in de laatste week van januari de documenten ondertekend.

Tevreden over hoe de promotionele machine momenteel loopt ter ondersteuning van jullie nieuwe plaat?
Season of Mist heeft echt goed werk geleverd met de promotie voor “Chapel of abhorrence“. We kunnen enkel positief zijn over de samenwerking. Iets na de ondertekening van het contract kregen we een document waarin staat wat ze eigenlijk nodig hebben om een album goed te promoten. We hebben ervoor gezorgd dat ze ook effectief alle middelen ter beschikking hadden om die taak succesvol uit te voeren.

Chapel of Abhorrence” klinkt enorm massief maar werd in jullie home studio opgenomen. Hebben jullie je door een externe producer laten bijstaan of hadden jullie de touwtjes volledig zelf in handen wat betreft opnames, mix en mastering?
We hebben het opnameproces en vervolgens ook het afwerken van de mix volledig in eigen handen gehouden. Onze gitarist Bert Vervoort heeft zelf een opnamestudio genaamd Project Zero Studio. Samen met onze bassist Yarne Heylen werkt hij daar op voltijdse basis aan audioproducties. We hebben dus de middelen en ook de knowhow ter beschikking om zelf een interessant product af te leveren. Als zanger is het trouwens vaak vervelend om in een externe studio op te nemen omdat je als laatste in de rij ook meestal het minste tijd zal krijgen. In de huidige situatie kunnen we aan elk instrument zoveel aandacht besteden als we zelf wensen en dat is echt een meerwaarde om de beste takes te behalen. Enkel op vlak van mastering hebben we uiteindelijk nog beroep gedaan op Dan Swanö.

Voor “Sermon of the dead” en het titelnummer brachten jullie twee gave professionele videoclips uit waarvoor jullie samenwerkten met Panda Productions. Waarom wilden jullie net deze twee songs als single voor het album uitbrengen en er een videoclip aan koppelen?
We hebben deze keuze voornamelijk vanuit een creatief standpunt gemaakt. Ik vind het een meerwaarde wanneer je een videoclip kan opnemen op een interessante locatie. Voor deze twee nummers hebben we bijpassende locaties kunnen vinden die de juiste sfeer zouden scheppen en die op visueel vlak aansluiten bij de muziek en de tekst. Zo’n videoclip opnemen kost best veel geld, dus op financieel vlak ben je wel ergens beperkt om je volledig creatief te kunnen uiten. Toch vinden we het belangrijk, en vooral ook leuk, om de nummers op visueel vlak te ondersteunen. Ook vanuit een marketing perspectief was het een goed idee om een videoclip op te nemen voor het titelnummer van het album.

20180324-IMG_3585kopiekopie(c) Sarina Mannaert

Veel plezier aan de opnames beleefd zeker als jullie je zo kunnen bekladden met bloed en evil staan wezen? Snappen jullie ouders en grootouders waar jullie mee bezig zijn? Ik kan mij inbeelden dat de bomma wel zal verschieten als ze jullie daar zo met een bebloede kop ziet staan?
We krijgen eigenlijk best veel steun van de familie. Onze ouders zijn heel geïnteresseerd en komen ook geregeld wel eens kijken naar een optreden. Ze volgen het allemaal op de voet op en merken ook dat er goede resultaten zijn. Zeker in het afgelopen jaar merkten ze dat we hard hebben moeten werken om deze resultaten te kunnen behalen. Ze zijn geen liefhebbers van het genre maar ze begrijpen wel dat we er veel tijd en moeite in steken om onze doelen te kunnen bereiken.

Simon, ik vind dat jij een erg indrukwekkende doch verstaanbare grunt hebt. Doe je bepaalde oefeningen om je stem te onderhouden?
Bedankt! Het is voor mij enorm belangrijk om mijn stem en lichaam goed op te warmen voor een optreden. Vooral veel stretchen is noodzakelijk, zodat de spieren in het gezicht en de rest van het lichaam soepel genoeg zijn om intensief te gebruiken. Zonder een goede opwarming is mijn lichaam nog te stijf en dan merk ik vaak dat mijn capaciteiten beperkter zijn. Hoe meer je de stembanden kan trainen en opwarmen hoe beter je ze ook kan beheersen. Dat is identiek zo voor iemand die gaat sporten en zijn spieren moet trainen of onderhouden. Veel zingen voor de start van een tour om de stembanden voor te bereiden op de activiteiten van de komende dagen of weken. Ook rekening houden met wat je gaat drinken of eten tijdens een tour mag je zeker niet onderschatten. Koffie bijvoorbeeld, is de grootste vijand van elke zanger. Zo heb ik nog wel een waslijst aan producten die ik zeker wel of niet zal gebruiken tijdens een tour.

Op “The Unconquerable Sun” en “Hatred Unleashed” horen we een gastbijdrage van Chris Monroy, zanger van Skeletal Remains. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?
In 2014 hebben we Skeletal Remains voor de eerste keer ontmoet. We kregen dan de kans om samen met hen twee shows te spelen in België. Vanaf de eerste ontmoeting was er eigenlijk al een klik tussen beide bands. We blijven nu al jaren contact houden met hen en spreken ook altijd af als ze in Europa op tour zijn. Ook in Japan waren we samen met hen op het Asakusa Deathfest. We hebben dus al wel enkele avonturen samen beleefd en het zijn echt gewoon toffe gasten. Het was dus niet zo moeilijk om Chris als gastzanger op het album enkele stukken tekst te laten zingen. Hij heeft een coole stijl die duidelijk verschillend is van mijn eigen stijl. We vonden het interessant om voor deze nummers, die ook specifiek halverwege het album staan, een andere stem toe te voegen en zo voor een beetje afwisseling te zorgen.

Voor de rest nog plannen ter promotie van “Chapel of Abhorrence”?
We vertrekken op tour met Schirenc Plays Pungent Stench in december en januari. In totaal staan er elf shows op het programma in vijf verschillende landen. We spelen in Duitsland, Italië, Nederland, Oostenrijk en Zwitserland. Ook spelen we enkele weken voordien op het Eindhoven Metal Meeting festival in de Effenaar. De komende maanden zijn we van plan veel live te spelen en Carnation te brengen naar landen en locaties waar we nog niet eerder hebben kunnen spelen.

 

O – Turia/Iskandr/Solar Temple

Er broeit heel wat in de Nederlandse ondergrond. Dat was de voorbije jaren al duidelijk en het ziet er niet naar uit dat er op korte termijn een stop zal komen aan de stortvloed aan kwaliteitsreleases van onze noorderburen. Weldra verschijnt er nieuw werk van Iskandr, Solar Temple, Turia en Fluisteraars, stuk voor stuk releases die meer dan de moeite waard zijn. Spilfiguur in de eerste drie bands is de heer O. Hoogtijd voor een gesprek met deze muzikale duizendpoot! (JOKKE) 

Iskandr_MMXVIIIIskandr

Dag O, je als een muzikale bezige bij bestempelen lijkt me zelfs nog een understatement als ik zie dat je weldra met maar liefst drie bands nieuw werk uitbrengt. Vanwaar haal je de tijd en energie om je op zo veel verschillende muzikale projecten te concentreren?
Muziek is iets dat in me zit en ik blijf rusteloos als ik het niet kan vastleggen. Noem het een maakdrang. Dat het lukt om dit in daadwerkelijke releases om te zetten heeft echter ook zeker te maken met de algemene productieve sfeer waarin Nederlandse black metal (en ons specifiek subgenre daarvan) verkeert. Iedereen is bereid elkaar te helpen en samen nieuwe muziek te creëren, spullen uit te lenen, artwork in elkaar te zetten, enzovoort. In die context is het dan ook makkelijker om productief te blijven. Zonder deze vrienden zou dit nooit lukken.

Wanneer ben je voor het eerst met heavy muziek in contact gekomen en wat heeft ertoe geleid om zelf de gitaar op te pikken?
Al vanaf jonge leeftijd was ik aangetrokken tot heavy muziek, in eerste instantie gewoon via wat er op MTV of de radio en dergelijke tot me kwam. Maar vanaf het moment dat ik echt zelf muziek ging aanschaffen in de platenzaak, in het begin van mijn tienerjaren, kon het voor mij niet extreem genoeg zijn. Zo kwam ik al snel op black en death metal uit, een liefde die mij sindsdien niet meer heeft losgelaten. Pas later ging ik ook oudere, wellicht minder extreme muziek waarderen. Psychedelische muziek, folk, elektronische muziek, klassiek, etc. Als het maar een bepaalde emotionele en sonische gelaagdheid heeft.

Je staat op het punt nieuwe releases uit te brengen met Turia, Iskandr en Solar Temple. Ben je in alle drie de bands actief als songschrijver? En zo ja, is het altijd duidelijk voor jou welke nieuwe riff of song voor welke band bestemd is?
Ja, maar alleen Iskandr is qua songwriting volledig van mijn hand. Van sommige passages is het voor mij direct duidelijk bij welke band het thuishoort, bij andere kan het een tijdje in het midden hangen. Uiteindelijk is de visie achter de songs het belangrijkste. Soms betekent dat het schrappen van bepaalde passages, maar als die echter goed genoeg zijn, kunnen die elders weer opduiken. Dit is echter wel een zeldzaamheid, in mijn ervaring is het meestal snel duidelijk welke riff, melodie of drumbeat bij welk stuk behoort.

Hoewel er wel degelijk verschillen hoorbaar zijn in de aanpak van Turia, Iskandr en Solar Temple – waarbij de eerste het meest venijnig, de tweede het meest triomfantelijk en de derde het dromerigst klinkt – ligt hun sound ook niet mijlenver uit mekaar. Hoe zou je met andere woorden zelf het verschil in sound tussen de bands omschrijven?
Dat is erg moeilijk, vaak is het ook niet alleen mijn eigen inbreng maar ook mijn medemuzikanten die het een bepaalde sound meegeven. Zonder de ijzingwekkende vocalen van T en de rauwe chaotische drums van J zou Turia heel wat minder venijnig klinken. Ook het feit dat we met Turia alles live opnemen, en met de twee andere bands de muziek echt instrument na instrument in elkaar zetten, maakt hier een verschil in. Maar ik kan mij goed vinden in je beschrijvingen.

Een gemeenschappelijke deler die ik bij al deze bands terug hoor is het Oekraïense Drudkh en de manier waarop ze een triomfantelijk gevoel in hun melodieën leggen. Hoe belangrijk is deze band geweest voor je muzikale ontwikkeling?
Drudkh is zeker een inspirerende band, vooral hun eerste vier platen. Maar ook de Noorse klassiekers, ons allen bekend, en vooruitstrevende bands zoals bijvoorbeeld Fell Voices, Trist en Vemod zijn voor mij erg waardevol. Ook Swans en Sunn O))) zijn voor mij muzikale voorbeelden.

Voor de nieuwe Iskandr langspeler “Euprosopon” liet je je ook inspireren door de klassiekers “Eld” van Enslaved, “Dark sorcery” van Aeternus en “…Again shall be” van Hades. Is Iskandr’s koerswijziging richting heathen black metal spontaan ontstaan tijdens het schrijfproces of had je van meet af aan een nieuwe sound voor ogen voor “Euprosopon”?
Het is natuurlijk een beetje een cliché om te stellen dat het een volledig natuurlijk proces was. Het is echter toch moeilijk aan te wijzen wat doorslaggevend was: de ideeën bij het schrijven van het album of de platen die ik in die tijd veel luisterde. Ik denk niet dat “Euprosopon” zodanig veel verschilt van het debuut of de “Zon” EP dat ik het als een echte koerswijziging zou omschrijven, eerder een verbreding van het geluid van zijn voorgangers. De hierboven vermelde klassiekers zijn dan ook eerder na het schrijfproces naar voor gekomen als richtingaanwijzers voor wie wilt snappen waar ik met de plaat op doel. Het geluid en de gevoelens die die platen oproepen wil ik graag bereiken. Dat betekent niet dat het gewoonweg kopiëren van die muziek zou voldoen, dat zou erg lui zijn en waarschijnlijk een bar slecht album opleveren. Het weemoedige, bij tijd en wijlen triomfantelijke, maar ook de agressie en strijdvaardigheid van de bovengenoemde platen, vormen een beeld van wat ik wil overbrengen met Iskandr. Of dat geslaagd is, laat ik natuurlijk aan de luisteraars over.

Wat vind je van het huidige werk van deze drie inspiratiebronnen?
Ik ben misschien ietwat conservatief aangelegd dat ik toch het oudere werk verkies. Enslaved tot en met “Blodhemn” is mijn favoriete periode van de band. Hoewel ook later werk zeker goede songs heeft, luister ik minder graag een hele plaat. Hades blijft goed, en hoewel de platen na hun naamsverandering of hun laatste EP mij niet helemaal konden bekoren, vind ik Ask live echt een fenomenale frontman voor de band. Aeternus is na “Dark sorcery” wel beduidend andere muziek gaan maken, ook niet verkeerd, maar ik blijf vooral naar die EP terug grijpen.

Ik heb heel wat online opzoekwerk verricht naar de verklaring van de titel “Euprosopon”, die te maken zou hebben met de onmogelijkheden van de ideale man, maar veel wijzer ben ik niet geworden. Kan je een tipje van de sluier oplichten en uitleggen wat het woord betekent en hoe zich dat verhoudt tot de thematiek van de songs?
Het is eigenlijk een woordspeling. Zoals “Utopie” (Eutopia) een perfecte doch onbestaande plek aanduidt, zou “Euprosopon” (een “prosopon” was een masker in het Griekse theater, maar duidt ook een bepaalde rol of persoonlijkheid aan) de “perfecte” maar per definitie onhaalbare persoon aanduiden. Het gaat om een herwaardering van de idee van heroïek en zelfopoffering, iets wat in onze individualistische, materialistische cultuur en politiek geen plaats heeft. Een moraal en ideaal wat nooit behaald kan worden, maar wel het nastreven waard is. Dit stuit zonder uitzondering altijd op beperkende opmerkingen dat iets “onrealistisch” is. Terwijl de huidige staat van de wereld verder af staat van het “reële” dan ooit tevoren.

Voor de opnames van “Euprosopon” heb je je laten bijstaan door Mink Koops van de band Fluisteraars, die tevens ook het inspelen van de drums verzorgde. Was zijn inbreng noodzakelijk om Iskandr’s muziek naar een hoger niveau te tillen?
Mink Koops is een zeer talentvol musicus en heeft een zeer goed oor voor productie. Ik ben er zeker van overtuigd dat dit de muziek enorm veel ten goede is gekomen. Zonder twijfel.

Zal Mink als volwaardig lid tot Iskandr toetreden waardoor we ons in de toekomst misschien ook op live shows mogen verkneukelen?
Wellicht. We hebben nog geen aanbod gehad voor een live optreden dat praktisch haalbaar zou zijn. Tevens zijn we allebei ook druk bezig met andere live- en studioformaties waardoor er niet echt een druk bestaat om ook Iskandr live op te voeren. Maar als de gelegenheid zich voordoet, sta ik hier wel voor open.

Fluisteraars_Turia_PhotoTuria & Fluisteraars

Turia is ondertussen ongetwijfeld de bekendste van de drie bands waarmee je naast twee fantastische langspelers nu ook een tweede split uitbrengt, eentje met jullie streekgenoten Fluisteraars. Wiens idee was het om een muzikale en conceptuele samenwerking aan te gaan rond jullie thuisbasis Gelderland en de Waal en de Rijn-rivieren?
Het idee om een split te maken lag al een tijdje in de groep, ook omdat we simpelweg allemaal goede vrienden zijn. De conceptuele uitwerking hebben we collectief gedaan: zoals het hoort onder het genot van wat goede drank en goede platen. Dat we méér wilden dan simpelweg los van elkaar wat nummers op nemen en die op twee kanten vinyl drukken was al snel duidelijk. Het idee om echt een conceptuele en productionele eenheid te vormen voor deze release leek ons het meest inspirerend. Collectief de studio ingaan en écht je krachten bundelen bleek dan ook erg goed te werken. We zijn allemaal erg tevreden over de uitkomst van dit experiment.

Hoe belangrijk is de omgeving waarin je leeft voor je gemoedstoestand en haal je veel inspiratie uit de jouw omringende natuur in Gelderland en diens geschiedenis
Zeer belangrijk. Thematisch komt dit telkens terug, alhoewel misschien niet in de letterlijke zin zoals andere bands uit onze regio, denk aan Heidevolk of Wederganger die echt lokale legendes bezingen. Ik groeide op in Nijmegen, vlak bij het Reichswald, in de middeleeuwen het Ketelwald geheten. Als je daar door het bos loopt, loop je zomaar langs pre-christelijke grafheuvels, Romeinse wegen en boerderijen van honderden jaren oud. Maar ook verder in de provincie zijn er kastelen, landgoederen en de prachtige bossen van de Veluwe. Het contact met deze omgeving geeft mij veel inspiratie voor muziek en artwork.

Turia’s bijdrage op de split is het maar liefst achttien minuten durende “Aan den golven der aarde geofferd” waarin de meer experimentele en psychedelische kant van jullie sound uitgediept wordt, wat goed uitpakt. Is dat iets dat je op toekomstige releases nog verder wilt uitwerken?
We zijn nog in het schrijfproces van de volgende plaat, hoe dit precies gaat uitpakken weten we niet. De lengte en diversiteit in de track blijven vooralsnog waarschijnlijk wel uniek voor deze release, maar ook de komende plaat zal niet back to basics zijn. We zijn allemaal erg geïnteresseerd in hele diverse stijlen, dan is het bijna onvermijdelijk dat dit zijn weg vindt naar de muziek die je maakt. Black metal en haar muzikale traditie blijven echter zeker wel de fundamenten waarop we bouwen, hierbinnen is eindeloos veel mogelijk, zoals ook bands van de oude stempel al lieten zien.

Eerder dit jaar verscheen Turia ook al op een erg sterke split met Vilkacis, de band van één van mijn persoonlijke helden Michael Rekevics. Wie heeft wie gecontacteerd om de handen in mekaar te slaan voor deze split?
We kwamen in contact door de Europese tour van Yellow Eyes (waar Michael ook in drumt) twee jaar terug. Toen wij het idee voor een split opperden, was Michael vrij snel enthousiast. Het heeft even geduurd om dit te realiseren, inmiddels hebben we ook wat shows samen met Yellow Eyes gespeeld. We zijn enorm vereerd. Vilkacis is een ontzettend sterk en ook ondergewaardeerd project, we hopen hiermee ook deze kant van zijn muziek verder onder de aandacht te brengen in Europa.

In de twee nummers van deze split vielen ook al de nodige psychedelische rock-invloeden te bespeuren evenals een Indisch-aandoende melodie in “Tuchtroede”. Haal je inspiratie uit Indische muziek of is dit eerder een toevalligheid?
De vergelijking met Indische muziek heb ik nu vaker gehoord, maar dit is denk ik slechts toevallig. Wellicht heeft het te maken met het vermengen van majeur en mineur toonladers in dezelfde passages: iets wat veel voorkomt in Indische muziek, maar ook zeker in Oost-Europese en middeleeuwse muziekstijlen. Ook psychedelische rock en moderne klassieke muziek (John Cage, Terry Riley) zijn natuurlijk van meet af aan beïnvloed door Indische muziek, en daar luisteren we wel graag naar. Wellicht dus indirect?

SolarTemple_BandSolar Temple

De laatste band waarover ik het met jou wil hebben is Solar Temple. Van de vorig jaar verschenen “Rays of brilliance” demo was ik al ferm onder de indruk maar ik viste spijtig genoeg achter de mazen van het net om een fysiek exemplaar op de kop te drukken. Bestaat er enige kans dat deze nog opnieuw zal uitgebracht worden, zij het op een ander formaat daar je nu voor alle drie de bands de samenwerking bent aangegaan met Eisenwald?
Wellicht; hoewel de lengte van de track op zich niet ideaal is voor een ander format dan een cassette. Tot nu toe zijn we niet geneigd om herdrukken te doen van cassettes die we uitgeven op Haeresis Noviomagi, de precieze vraag is moeilijk in te schatten en soms verkoopt iets snel uit en soms hebben we het nog een behoorlijke tijd in stock.

De blauwdruk voor de sound van jullie eerste langspeler “Fertile descent” is de huidige Nederlandse black metal-scene maar je vond ook de nodige inspiratie bij een band als Swans. Diens dissonante, noisey en psychedelische invloeden mogen in de toekomst wat mij betreft nog verder verkend worden. Hoe ver kan je de sound van Solar Temple nog stretchen denk je?
Dat is moeilijk in te schatten. We proberen ons op geen enkele manier te laten leiden door conventies en normen, hoewel we natuurlijk wel een bepaalde manier van muziek maken gewend zijn. In hoeverre het lukt om verder uit onze eigen stramienen te breken, zal wel blijken als we aan de slag gaan voor de volgende plaat.

Bestaat er een kans dat Solar Temple live zal optreden?
Jawel, maar vooralsnog is dat erg lastig te realiseren, dus voorlopig maken we hier zeker geen prioriteit van. Het zal moeilijk worden om de lo-fi productie en experimentele elementen goed naar een live-setting te vertalen.

Zoals reeds eerder aangegeven blijven jullie met Haeresis Noviomagi de tapeversies van je releases uitbrengen, maar voortaan zal het Duitse Eisenwald instaan voor de CD- en LP-versie. De ambities reiken ondertussen met andere woorden toch al een pak verder dan de oorspronkelijke underground-aanpak, niet
We hebben nog enkele andere releases op de planning van bij ons aangesloten bands die weer via andere bevriende labels gerealiseerd zullen worden. We willen gewoonweg werken met mensen die we vertrouwen en waarvan we het idee hebben dat zij ook graag een mooi eindproduct realiseren. Echt concrete ambities buiten de underground zou ik dit niet noemen, de muziek en visuele aanpak is hiervoor denk ik toch te obscuur.

Bedankt om ons wat meer inzicht te geven in de bands waarmee je actief bent!
Bedankt aan Addergebroed voor de kans om wat te vertellen over onze muziek en visie, evenals voor de support aan ons label sinds ons prille begin!

Rituals Of The Dead Hand – Limburgse bokkenrijders

Je hebt zo van die mensen die absoluut geen zittend gat hebben en dan ook niet genoeg hebben aan één muzikale uitlaatklep. Onze landgenoot Filip Dupont is zo iemand. In het verleden was hij de man achter black metal-band Gorath en de laatste jaren timmert hij hard aan de weg richting stardom met Hemelbestormer. Weldra verschijnt echter ook het debuut van Rituals Of The Dead Hand, een nieuwe speler in het black/death/sludge-wereldje. Ik schoot enkele vragen af richting het verre Diepenbeek en kreeg onderstaande antwoorden terug van zowel Filip als Frederik. (JOKKE)

ROTDH 1

Dag Filip! We kennen jou voornamelijk als het muzikale brein achter Hemelbestormer en het  in 2013 terziele gegane Gorath. Met die eerste band hebben jullie eerder dit jaar een tweede langspeler “A ring of blue light” uitgebracht. Waar heb je nog tijd en energie gevonden om nu ook met het debuut van je nieuwe project Rituals Of The Dead Hand op de proppen te komen?
Filip: Het lijkt inderdaad alsof ik met mijn gitaar ga slapen om een veelvoud aan albums te schrijven. De waarheid is echter dat ik relatief weinig gitaar speel. Het is eerder regel dan uitzondering dat een maand passeert zonder dat er wat creatiefs uit de mouw geschud wordt. Het is wel zo dat de meeste ideeën in mijn hoofd worden vergaard tijdens het joggen of ’s nachts als ik wakker lig. Eenmaal dat op punt staat, komt de gitaar erbij en durft het wel eens vlotjes te gaan.

De bandnaam verwijst naar een middeleeuws gebruik. Vertel!
Frederik: De “dode hand” was in feite de afgehakte hand, meestal de linker, van een tot de galg veroordeelde dief of moordenaar die als kandelaar werd gebruikt. Wanneer men er van menselijk vet, al dan niet afkomstig uit hetzelfde lijk waarvan de hand afkomstig was, gemaakte kaarsen op liet branden kon men bijvoorbeeld de bewoners van een huis in een vaste slaap houden zodat ze niet wakker zouden worden bij een inbraak. Ook zouden alle deuren probleemloos geopend kunnen worden en daarom wordt het ook wel eens “dievenkaars” genoemd. De bokkenrijders zouden ook hun eed aan de duivel gezworen hebben op de dode hand, wat meteen bijdraagt aan de criminele en sinistere aard.

Ook het concept van de plaat, namelijk de bokkenrijders, is ontleend aan middeleeuwse folklore. Vanwaar de interesse in deze legende en om er muzikaal iets mee te doen?
Frederik: Toen Filip en ik op zoek waren naar onderwerpen voor de teksten, waren we het er vrijwel onmiddellijk over eens dat het niet de zoveelste occulte vertellingen of “Hail satan“-slogans moesten worden. We zochten uiteraard iets duister, maar ook iets waar we zelf een soort van persoonlijke link mee hadden. Als Limburgse band het over Griekse mythologie (ik zeg zo maar wat) hebben komt immers een beetje flauw en gemaakt over, toch? De bokkenrijders waren destijds actief in onze streken. Een aantal vermeende leden zijn destijds zelfs geëxecuteerd in Wellen, amper enkele kilometers van waar ik woon. Persoonlijk vind ik die link met de plaatselijke folklore erg belangrijk en ik denk dat Filip me daar wel in kan volgen. Met Gorath heeft hij immers ooit een plaat gemaakt over zijn thuisstad Diepenbeek (“MXCII“; ADDERGEBROED). Misschien niet meteen de meest opvallende stad met een brutale, duistere geschiedenis, maar wel de plaats waar hij al zijn hele leven woont en gevormd is geworden tot wie hij is. Zo persoonlijk wordt het natuurlijk niet met de bokkenrijders, maar het feit dat het zich vrijwel allemaal onder onze neus afspeelde én het behoorlijk lugubere materie is, zorgde voor een perfect onderwerp.

De bokkenrijders behoren tot het immaterieel cultureel erfgoed van Limburg. Welke plaatsen, musea of lectuur kan je aanraden voor wie meer wil weten over dit onderwerp?
Frederik: Eerst en vooral wil ik even benadrukken dat ik zeker geen expert ben die ter voorbereiding alle mogelijke literatuur aangaande de bokkenrijders verslonden heeft. Ook dient er een verschil gemaakt te worden tussen de folkloristische “legenden” en de historische “bokkenrijderbendes”. Die laatste zijn er naar alle waarschijnlijkheid wel geweest en zullen ook wel een aantal misdaden begaan hebben, maar lang niet in de proporties dat er gezegd wordt. Het ging niet om één grote overkoepelende bende die, aangevoerd door een kapitein en in naam van de duivel, naar hartenlust moordde, plunderde en verkrachtte. Aannemelijker is dat het om diverse, los van elkaar opererende kruimeldievenbendes ging die inderdaad wat roofovervallen gepleegd hebben. Het was met andere woorden allemaal minder dramatisch en duivels dan de verhalen je willen doen geloven. Uiteraard is dit minder interessante materie voor een death/black metalband en daarom focussen we ons met Rituals Of The Dead Hand voornamelijk op het folkloristische en legendarische, aangevuld met wat historische feiten zoals bijvoorbeeld de martelingen van de verdachte leden, de executies in de Bonderkuil in Wellen en de beruchte drossaard Clerckx, de man die heel wat bokkenrijders voor het gerecht heeft gesleept. Het is echter zeker geen geschiedenisles!
Voor wie toch wat meer wil weten over de historiek van de bokkenrijders zijn er diverse artikelen op het internet te vinden. De site www.bokkenrijders.com biedt bijvoorbeeld een schat aan informatie, evenals het boek “Bokkenrijders: De schande van Limburg” van François Van Gehuchten. De bonderkuil en een overblijfsel van de Onze-Lieve-Herenboom, de boom die op de hoes van “Blood oath” staat en tevens de plaats waar de bokkenrijders vergaderden, zijn ook nog steeds te bezichtigen in Wellen.

Snap je mijn kritiek dat ik dit concept eerder bij vuile en opruiende black metal vind passen dan bij jullie mid-tempo muziek?
Filip: Als je denkt aan gruwelijke martelingen, verassende brandstichtingen en barbaarse executies, beeld ik me een onheilspellend en geestelijk teisterend sfeertje in. Daarbij past snelle black metal. Zeker en vast! Maar ook wel trage, duistere muziek die loodzware mokerslagen uitdeelt aan je bovenkamer. Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten, toch?

Muzikaal gezien grijp je met Rituals Of The Dead Hand min of meer terug naar Gorath’s zwanenzang “The chronicles of Khiliasmos” uit 2012 waarop je black en death metal begon te mengen met invloeden uit de post- en sludge scene. Gorath opnieuw leven inroepen is nooit aan de orde geweest veronderstel ik?
Filip: Dat klopt. Die bedenking maakte ik me ook toen ik “Blood oath” in zijn geheel hoorde. Toch is ROTDH simpeler en met beter vakmanschap tot stand gekomen. “Khiliasmos III” was eigenlijk al een Hemelbetormer track avant la lettre, net zoals “Manifest” van het snel ter ziele gegane Horus. Enerzijds is “Khiliasmos” met meer post-rock wat Hemelbestormer doet. Anderzijds is “Khiliasmos” met meer death metal wat Rituals of the Dead Hand doet. Gorath is gestopt en dat blijft zo. Chapter closed.

Gorath heeft destijds best wel wat erkenning gekregen. Wordt je nog dikwijls aangesproken op Gorath’s muzikale erfenis?
Filip: Neen. Eigenlijk niet. Zelf heb ik laatst nog eens een resem Gorath platen beluisterd en aan alle zes heb ik wat aan te merken. Conceptueel, visueel en vaak ook muzikaal ben ik nog steeds erg tevreden. “MXCII” heb ik woord voor woord vertaald met het Diepenbeeks woordenboek erbij om een consequente schrijfwijze van het dialect te hebben. One hell of a job! Voor “The fourth era” heb ik heel wat Maya gerelateerde info verslonden. Jurgen (van Theudho) en ik verzorgden op het album de teksten/concepten en dat verliep altijd uitstekend. Inhoudelijk werd er echt wel wat verteld. Productioneel kon het allemaal een hele hap beter. Dat stoort me. Evenals de soms te drukke drumpartijen en te progressieve riffs. Het mocht soms wat minder zijn allemaal.

In de muziek van Rituals Of The Dead Hand hoor ik invloeden terug van enkele bands die je nauw aan het hart liggen zoals Burzum, Glorior Belli, Satyricon en Amenra. Zijn er nog andere bands die je als inspiratiebron voor Rituals Of The Dead Hand kunt detecteren?
Filip: Van het lijstje dat je opsomt, behoort enkel Burzum tot mijn uitgesproken favorieten. Van Satyricon heb ik laatst zelfs mijn eerste druk van “Dark medieval times” de deur uitgedaan. Ik heb echt niks meer met die band, tenzij het over “The shadowthrone” gaat. Maar blijkbaar hoor je toch wat invloeden. Wellicht doel je op een welbepaalde riff in “Bonderkuil“. Als er toch aan namedropping gedaan moet worden, zou ik alvast volgende artiesten vermelden: The Ruins Of Beverast, Triptykon en Necros Christos. Ik denk dat de sfeer op “Blood oath” een mix is wat je bij hun ook terug vindt. Slow, low and pounding!

ROTDH 2

Voor de opnames kon je mede-Hemelbestormer kompaan Frederik “Cozy” Cosemans overhalen om de drums in te spelen. Heeft hij eigen inbreng gehad voor het invullen van de drumlijnen of was het eerder jouw ideeën uitvoeren in de studio?
Filip: Frederik en ik zijn vaak samen en ergens tijdens een van de vele gesprekken opperde hij eens dat we iets black/death-achtigs moesten doen. Redelijk snel nadien was het materiaal geschreven. Thuis werk ik alles uit tot in de kleinste details. Dat was met Gorath zo, dat is met Hemelbestormer zo en dat is dus ook zo met ROTDH. Frederik past her en der wat aan, maar het grootste deel is gebleven zoals de pre-producties afgeleverd waren. Doch, ROTDH is van ons beiden. Frederik verzorgt de teksten en ik de muziek. Dat werkt goed. Maar het is absoluut geen sologebeuren.

Blood oath” komt uit via het Duitse Dunkelheit Produktionen. Hoe ben je met hen in contact gekomen? Was er ook interesse van andere labels waar je mee samenwerkt(e)? Waarom is Dunkelheit het ideale label voor Rituals Of The Dead Hand?
Filip: Labelbaas Bernd heeft me destijds geholpen om Gorath te distribueren. De vinylversie van “MXCII” hadden we in eigen beheer uitgebracht en de Belgische post was een veelvoud duurder dan hun Duitse collega’s. Daar ik sneller in Duitsland ben dan in Brussel of Antwerpen, ging ik gewoon naar Bernd en regelden we de postzaken daar. Voor mij, als oude zak in de scene, is het belangrijk dat ik mensen ken waarmee ik samenwerk. Dat ik ze eens kan zien in het echte leven en dat we eens kunnen afspreken en een pint pakken. Zulke dingen maken de zakelijke kant van het muziekgebeuren aangenamer. Idem voor Hemelbestormer, dat op Ván Records zit, ook vlakbij over de grens. Zowel Ván als Dunkelheit had ik pre-producties gestuurd. Ze waren de enige labels. De eerste had niet dadelijk tijd of interesse om te luisteren en de tweede was onmiddellijk dolenthousiast. Doordat Dunkelheit zo enthousiast reageerde en dat ook bleef wanneer we afspraken, was het voor ons een uitgemaakte zaak. De toekomst zal uitwijzen of het een ideale keuze was.

Beschouw je Rituals Of The Dead Hand als iets éénmaligs of heb je nog verdere plannen?
Filip: We twijfelen om live te spelen. Bernd kan een Zuid-Amerikaanse tour regelen. Zijn vrouw is van Peru en om de zoveel tijd woont hij daar een hele poos. Dus het is zeker niet onmogelijk. Maar momenteel haalt de ratio het van het hart. Hoe graag Frederik en ik het willen, de inspanningen om even live te gaan kosten moeite. En dat kunnen we momenteel niet opbrengen. Maar wie weet denken we daar volgend jaar anders over. We zien het alvast niet als een éénmalig iets. Absoluut niet!

In 2016 heb je ook nog het album “Eight billion deathmarch” uitgebracht met je grindcore en crustpunk-project Wolven. Voor de songtitels van die plaat zocht je inspiratie bij bevriende muzikale bands, wat ik wel een originele insteek vond. Heb je daar nog verdere plannen mee?
Filip: Alles verloopt in cycli. De volgende Hemelbestormer is haast helemaal geschreven. Als die gereed is, wil ik me nog toeleggen op het schrijven van de vierde plaat van een ander (black metal) project wat ook al even de ronde doet. Aldus ook een nieuwe Wolven. “Eight billion deathmarch” was geschreven en opgenomen in een maand tijd. Daar was de snelle flow zeer belangrijk. Voor Wolven waren er trouwens muzikanten die zich aanboden om live te gaan. Ratio en hart,…

Je hebt al een bijzonder lang parcours afgelegd in de Belgische en internationale metalscene. Hou zou je de huidige stand van zaken vergelijken met de tijd van Gorath?
Filip: Interessante vraag. Eind jaren negentig nam je een demo cassette op en werd er geruild met mensen over de hele wereld. Spannend, maar erg tijdrovend. Ik kreeg toen nog een gekopieerd A4-tje van de distro-items van Osmose Productions. Nuclear Blast en Earache leerden me de wereld van death metal kennen en lokale bands waren al groot als ze een keer in het buitenland speelden. Boeiende tijden allemaal. Vervolgens stak het internet de kop op en zorgden fora en sites zoals Deathmetal.be en My Space voor een enorme e-activiteit. Ik stak er te veel tijd in, zonder echte resultaten. Je kon zo veel mogelijk spammen en mensen lastig vallen als je wilde, maar eigenlijk bereikte je het omgekeerde effect. Dat alles is wat ingestort en met de huidige sociale media ben ik niet zo goed bekend. Dat is beter zo. De drang om mijn band altijd en overal ten toon te spreiden boeit me niet meer. Wat komt, dat komt.

Nog laatste woorden voor onze lezers?
Filip: Blijf Addergebroed lezen en zet op de achtergrond iets van ROTDH op. Bedankt Jokke!

 

RDS-220 – Agressie kanaliseren

Eén van de meest agressieve dingen die we de laatste tijd te horen kregen, staat op naam van het mysterieus genaamde RDS-220. “Hell is truth seen too late” is de naam van een erg intens werkstuk dat – verspreid over twee cassettereleases – onze gehoorgangen verpulverde. Het kon niet anders dan dat de twee bezielers van de band een niet zo positieve kijk op de wereld om ons heen hebben. Een gesprek met John M. en Siegfried H. drong zich op. (JOKKE)

RDS220

Dag heren! Laten we het om te beginnen over de ietwat vreemde bandnaam hebben. RDS-220 is de officiële naam van de Tsar bomba, een Russisch kernwapen uit de tijd van de Koude Oorlog waarmee de Russen in Nova Zembla de krachtigste explosie ooit veroorzaakte. Vanwaar de idee voor deze bandnaam en zit er ook een politieke boodschap achter verborgen? Hoe kijk jij naar het forsbolgerol en de grootspraak inzake kernwapens tussen de VS en Noord-Korea?
SH: In zekere zin wél, al is dat met gastzangers en bijgevolg guest lyrics niet voor de hand liggend. Er schuilt zéker een boodschap in de naamkeuze in de zin dat de RDS-220-bom destijds het summum was in de wapenwedloop. We zijn terug helemaal in die tijd beland, de wedloop is in feite gewoon aan de gang gebleven, de oorlogsindustrie is één van de grootste op aarde en here to stay. We zijn halverwege ergens ingedommeld door een media-overload. Extreem rechts staat overal klaar om terug over te nemen en de messen zijn meer dan ooit terug geslepen. We leven gewoon in heel donkere, rare tijden. In die zin vonden we deze naam wel gepast. Een gigantische bom die Damocles-gewijs boven onze koppen hangt… Wat er in de VS gebeurt illustreert des te duidelijker ook dat het grote geld nu helemaal heeft overgenomen. De massa wordt dom en murw gemaakt en gehouden en blijft op die manier bijdragen aan die overname. Dat gebeurt hier bij ons net zo. Het centrum schuift alsmaar verder op naar rechts, en de meerderheid slikt het. We worden bang gemaakt met een constante dreiging, de machine wordt op die manier gevoed en brengt grof geld op voor de bovenlaag van de maatschappij.
JM: Je moet weten dat we er best lang over gedaan hebben om de naam vast te leggen. We wilden sowieso een bold statement maken en verwijzen naar het leed (heden en verleden) waar politieke machtsspelletjes aan de basis liggen/lagen. RDS-220 dus, keihard en luid, net als de muziek…

Welke behoefte(s) proberen jullie met RDS-220 in te vullen?
JM: Wel voor mij is het een hoge nood om snelle riffs die ontiegelijk hard aankomen te capteren gecombineerd met drums die je voelt tot in je maag. Vuile black metal riffs zonder te gaan voor een “rauwe (gegorgel ruis) productie”. Keiharde heavy riffs die onder het vriespunt duiken, maar toch ergens een melodische ondertoon bevatten. Het opnemen van snerende metalen maar overal toch een punksaus over gieten. Komt daar nog eens bij dat het voor mij ook een vorm van eer betuigen aan de groten is…
SH: Wat mij betreft is het inderdaad een zekere ‘behoefte’ om terug snelle muziek te spelen. Snelheid draagt een agressie in zich waar ik altijd al een soort fysieke nood aan heb gehad. In het verleden speelde ik in bands waar de nadruk ook op snelheid lag. Daarnaast heb ik echter altijd een brede kijk op muziek gehad en konden trage, logge dingen ook, daarvoor heb ik andere projecten. Met RDS-200 is het uitgangspunt agressie kanaliseren. Ik wil met dit project gewoon compromisloze dingen maken. Er is echt te veel gelikte shit die via allerlei wegen onze kop vervuilt. Er wordt vaak gedweept met de term ‘harde muziek’, terwijl die muziek in kwestie helemaal effen geproducet is om toch maar vlotjes binnen te gaan. RDS-220 hoeft niet vlot binnen te gaan… Als je de vier hoofdstukken na mekaar beluisterd hebt, wil ik dat je je murw geklopt voelt.

Vanwaar de keuze voor de pseudoniemen John M. en Siegfried H.? Is anonimiteit noodzakelijk voor jullie om zo de nadruk volledig op de muziek te kunnen leggen
JM: Inderdaad. We wilden vooral dat RDS-220 beoordeeld zou worden omwille van het muzikale aspect en niet wegens het ex-members lijstje. De anonimiteit zorgt ervoor dat wij op het gemak aan onze songs kunnen werken zonder dat er verwachtingen zijn. Een nieuw project (en het woord nieuw bekijk ik dan vooral vanuit de hoek “members hebben al een band (gehad) die goed tot zeer goed draait/draaide”) brengt altijd verwachtingen mee. Maar door de anonimiteit konden we de focus leggen op de muziek, zonder dat de luisteraar iets verwacht. Met een tweede release is dit anders, dan zijn er wel verwachtingen. Maar ook hier gaan die terug op het muzikale…Voor alle duidelijkheid: het is niet zo dat we koste wat het kost onze identiteit geheim gaan houden hoor.
SH: Ik kan JM hierin enkel bijtreden. Wie we zijn of wat we ooit al deden doet bij RDS-220 niets ter zake. Het verleden heeft mij veel geleerd: op muzikaal en menselijk vlak, wat ik wél wil doen en vooral wat ik niét meer wil of kan doen. Alles is ook een momentopname, wat ik nu maak is wat ik nu voel. Wat ik vijf jaar terug voelde doet hier niet zo veel ter zake. Ik schrijf en neem heel impulsief op. Dat gebeurt ook zo bij mijn werk onder de Stormwind-naam. Alles daaraan is geïmproviseerd. RDS-220 is in zekere zin ook zo. De riffs komen, we overleggen heel snel en boksen alles op een paar uur in mekaar. Het uiteindelijke resultaat wordt meestal heel snel duidelijk. Dat kan ook omdat we maar met twee zijn. Het is een manier van werken die ons heel goed ligt.

RDS220 1

RDS-220 bestaat “slechts” uit twee leden. Siegfried verzorgt de riffs en staat in voor de programmatie van de drums terwijl John de bas hanteert. Voor de zangpartijen doen jullie beroep op buitenstaanders. Hoe is dit idee ontstaan?
JM: Toen we met RDS-220 startten, waren we gewoon aan het focussen op riffs en songs. Instrumenten en geluiden, nooit vocalen. En die songs bleven ook instrumentaal overeind. Maar dan komt er toch een moment dat je in je hoofd iets extra hoort in die songs. En dan zoek je naar opties. Ik las toen ergens een interview met Time Lurker, een Frans éénmansproject dat zangers/vrienden uitnodigt om vocalen te voorzien, et voila.
SH: De vocale factor is inderdaad pas nadien gekomen. Het muzikale gedeelte is hoe wij twee al een tiental jaar samen dingen maken. Vroeger onder een andere naam, nu met RDS-220. Het is een heel spontane en eerlijke samenwerking, waarbij er eigenlijk weinig discussies aan te pas komen. Helemaal anders dan met vijf opgesloten te zitten in een repetitiehok waarbij ieder zijn zegje wil doen. Het is voor ons allebei een heel efficiënte manier van werken, waarin we mekaar heel goed aanvullen en -voelen. Eens we aan het puzzelen gaan is de meeste ballast al overboord gegooid. Soms kom ik met een pak riffs op de proppen waarvan we er dan samen drie vierde uit schrappen, soms komt JM met één primitieve riff en blijkt op het einde van de rit dat we daarrond een heel nummer konden optrekken. Open mind en ogen gefocust op het uiteindelijke doel.

Voor deel I werkten jullie met Jenci van VVovnds en voor deel II met Hans van Liar. Voor delen III en IIII keken jullie over de landsgrenzen heen en werden respectievelijk Paulo Rui van Besta en Dehn Sora van Treha Sektori en Throane bereid gevonden de vocalen te verzorgen. Was het moeilijk om hen te overhalen aangezien geen van allen een échte black metal-achtergrond heeft?
SH: Ik zou mezelf ook niet echt een black-metal achtergrond toedichten. Is ook zéér relatief. Ik heb metal ontdekt via veel wegen, zéker niet exclusief via de extremere genres. Ik ben nog steeds into Pantera en King Diamond om maar wat te zeggen. Ik kan niet overweg met puristen. Vandaar dat het voor mij ook geen probleem was om mensen aan te spreken die ook een niet de voor de hand liggende achtergrond hebben. We zijn vooral gaan selecteren op wie enthousiast was over het idee. En een interessante stem uiteraard. Ik ben een beetje blijven steken in de jaren ’90 wat metal betreft, de laatste jaren luister ik veel breder en kunnen andere genres me evengoed boeien. Er is in mijn hoofd maar beperkte plaats, dus kom ik er niet meer aan toe om nog veel recente metal te checken. JM maakt dan een selectie voor mij haha.
JM: En we hebben niet echt moeten aandringen nee. Na het horen van enkele halve nummers hebben Jenci en Hans zichzelf eigenlijk aangeboden. Paulo en Dehn Sora waren onmiddellijk down. We zijn zoals SH het al zei, gestart vanuit de stem die we bij ons nummers hoorden. Duister, diep, prominent aanwezig, etc… En we weten van alle zangers tot op heden wat ze lyrisch-gewijs voor staan, dus ja, voor ons was het snel duidelijk wie we wilden en veel overtuigingskracht was niet nodig. Ook met de nieuwe nummers trouwens.

Werd elk nummer geschreven met een specifieke gastzanger in gedachten of konden de zangers zelf kiezen op welke songs ze zich konden uitleven?
JM: Tot hier hebben we slechts één nummer geschreven met een zanger in het achterhoofd. Voor alle andere nummers componeren we zoals het tot ons komt en eens het nummer voor drie vierde vorm heeft, denken we luidop na over eventuele zangers.
SH: Neen, we schrijven het nummer inderdaad eerst. En dan pas wordt de shortlist van zangers bovengehaald. Andersom zou ons te zeer sturen in het schrijfproces en het hele impulsieve idee wat ondermijnen.

Naar aanleiding van dit interview zeiden jullie dat de gastzangers ook de teksten voor hun song aanleverden en jullie bijgevolg niet echt over de inhoud van de teksten kunnen praten. Kregen zij met andere woorden carte blanche of diende de tekstuele inhoud toch min of meer een coherent geheel te vormen en te stroken met jullie eigen wereldbeeld?
SH: Daar haal je zeker een interessant punt aan. Wat mij betreft is het hele idee van RDS-220 het ventileren van een pissed-off state of mind die me bezighoudt. Ik krijg het op deze manier geventileerd. Ik ben kwaad als ik de wereld bekijk, en ik moet dat op één of andere manier kwijt. Mijn taal is niet die van lyrics, wel die van muziek en ik vertrouw er in zekere zin op dat de mensen die meewerken aan RDS-220 een gelijkaardige drang hebben om dingen die hen dwars zitten van zich af te schrijven. Het is niet het soort muziek om idyllische teksten bij te verzinnen.
JM: We vertrouwen er inderdaad op dat de teksten goed zitten. Zoals ik eerder al zei, we kennen de zangers die we kozen en weten ook wat van hen te verwachten op gebied van lyrics. Ik durf wel te zeggen dat hun teksten aansluiten bij ons visie.

Ik vind deel III meer industrial en machinale invloeden hebben terwijl deel IIII melodieuzer van aard is, hoewel nog steeds hondsagressief. Niet alleen door de felle riffs maar vooral ook door het bombardement aan drumsalvo’s. Vanwaar komt al die woede die we horen in de muziek van RDS-220?
SH: Actualiteit, nieuws, de wereld rondom ons. Ik ben me absoluut bewust van de relativiteit van ons geschreeuw, maar ik kan niet anders dan kwaad zijn. Dat vertaalt zich momenteel in een salvo na salvo, riff na riff.
JM: Alles heeft te maken met die state of mind waar ik het reeds over had. Overdag zwoeg je met de beste bedoelingen om iets te betekenen op je werk. En dan zie/hoor je ‘s avonds het nieuws en dat bevat enkel pijn en ellende. En dan komen we samen, pluggen gitaren in en onstaan er enkel hondsagressieve riffs. Dit is onze manier van verwerken, snoeiharde black metal is ons medium…

RDS220 2

Wat trekt jou zo aan in black metal en welke bands vormden een inspiratie voor RDS-220?
SH: Ik ben persoonlijk absoluut geen kenner van wat er zich momenteel afspeelt. Ik ben blijven hangen bij Dissection, Emperor, Satyricon, dat soort bands. De bands die mijn jeugd mee gevormd hebben, die mijn gitaarspelen hebben beïnvloed. Er is zo danig veel muziek te vinden tegenwoordig dat ik wat toe geklapt ben. Black en death metal blijven me echter boeien, omdat ze zoveel energie in zich dragen. Het compromisloze van extreme muziek blijft me aanspreken. Daar waar tegenwoordig toegankelijkheid en compromis de bovenhand hebben. Het experimentele en ‘rare’ in muziek boeit me wel… Bands als Morbid Angel, zijn gewoon fucking raar. Maar ik blijf ernaar teruggrijpen. Mijn gateway bands waren Slayer, Sepultura en Pantera, en iets daarna Emperor, Satyricons “Nemesis divina“, Enslaved’s “Frost” en “Eld“-platen. Death en At The Gates zijn voor mij ook heel invloedrijk geweest. Zeker door de melodie die op één of andere manier in hun toch agressieve nummers gevat zit. Ik zou oneindig verder namen kunnen noemen, maar dat brengt ons nergens. Laat het er me op houden dat al die bands mij gevormd hebben in mijn spelen en schrijven.
JM: Wat mij aantrekt is de tremelo picking, drumsalvo na drumsalvo, 230 bpm… Maar ook het obscure, zeker dat obscure dat er dan ook nog eens grafisch goed uitziet (we zijn beiden graficus van opleiding). Ik ben mede gestart met Enslaved dankzij een metal focussed klasgenoot. Necrophobic en Dissection hebben toen alles bepaald. Maar ik ben ook enorm te spreken over de nieuwe garde. Fallen Empire Records en Vrasubatlat brengen enkel maar toppertjes uit precies. Ik haal veel uit Nadra, Utzalu, Whoredom Rife, Triumvir Foul, Adzalaan. Dergelijke dingen. Maar ook die nieuwe Marduk-plaat “Victoria” (behalve het nummer “Werewolf” dan haha) en Darkthrone blijven heersen. Het industriële vind ik dan weer in Mysticum. Ja ik luister toch wel veel naar nieuwe dingen.

De nummers van de “Hell is truth seen too late”-reeks werden per twee stuks op een cassette gezet die in een gelimiteerde oplage van 50 stuks zal uitkomen. Vanwaar de keuze om enkel voor een tape als fysieke geluidsdrager te gaan, bovendien een medium dat toch erg niche is?
JM: Het cassettegegeven is wat in die richting gegroeid mede door ons ‘demo’-denken. Wij zijn beiden al wat ouder en hebben de cassette als hét demomedium meegemaakt. Het leek ons wel cool in die richting te denken. Anderzijds heeft Svart Blod dit mee in die richting gestuurd.
SH: Ik ben inderdaad ook een kind dat opgegroeid is met tapes. Mixed tapes maken, het twee kanten gegeven, het scrummy  aspect ervan. Ik had destijds een rugzak vol tapes die helemaal vort klonken wegens kapot gespeeld, maar je had toch maar mooi je gerief mee, goeie tijden.

Is de reeks beëindigd of zullen er nog delen volgen?
JM: “Hell is truth seen too late” op cassettes is klaar. De tweede box is beschikbaar. Eenmaal die out of print is bekijken we alles opnieuw. Er is een vijfde hoofdstuk bijna afgewerkt en er staan al mensen klaar om ons hier een platform voor te geven.
We zijn ook al bezig met een nieuw stuk (nog zonder titel en ongekend hoeveel hoofdstukken). Dit zal ongetwijfeld opnieuw een donkere ondertoon krijgen.
SH: Zolang de inspiratie er is, zullen er nieuwe dingen geschreven en gereleased worden. Dit deel is nu inderdaad afgesloten.

Voor de release werkten jullie samen met het vrij nieuwe Svart Blod-label. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?
JM: Wel een tijdje terug, toen RDS-220 een viertal nummers oud was, sprak ik met de mensen van Svart Blod. Heersers deluxe trouwens! En zij waren wel geïnteresseerd, maar on their terms. Zijnde een speciale release, origineel, niche, collectable en zeer mooi verpakt. Dus we zijn gaan denken. Op dat moment kwam ook de idee van de gastzangers en zo zijn we gaan puzzelen. Een RDS-220-nummer duurt gemiddeld vijf à zes minuten, perfect voor één kant van een tape. We zijn uiteindelijk bij het ‘box’-gegeven terechtgekomen et voilà. Vier zangers is vier tapes, twee per box. Gezeefdrukte sleeves of artwork cards, booklets met full color collages… Sinds kort staat alles ook op onze Bandcamppagina als ‘name your price’-download, alle support is welkom.

Zit er een kans in dat RDS-220 ooit meer dan een studioproject wordt en met andere woorden ook live zal spelen?
JM: Wel ik ben geneigd te zeggen “zeg nooit nooit”. Maar momenteel is er zeker geen behoefte om live te spelen. We voelen ons goed in het donkere zoldertje waar we met ons twee kunnen focussen op alles wat hard is en “tegen de tanden”. Maar nooit is een groot en allesomvattend woord, niet?
SH: Het voordeel van deze manier van werken is dat de tijd steeds aan onze zijde blijft. Er is geen druk om dingen binnen een bepaalde tijd af te krijgen. Als je een studio boekt dan heb je van dan tot dan, en mijn ervaring leert me dat dingen tijd moeten krijgen om te rijpen en te herwerken. Dan is home-studio recording de beste optie. Ik ben op mijn zestiende beginnen werken met drumcomputers om nummers te schrijven, toen met een bandopnemer, nu digitaal. Dit is voor mij 100% like home. Demo’s inspelen met gitaar plugins en korte stukjes om mee te puzzelen, drums programmeren en dan uiteindelijk de gitaren en bas opnieuw en in één track inspelen met echte versterkers en cabinets en micro’s. Live spelen is een ander verhaal, het vergt vele keren meer tijd en die heb ik niet wegens andere projecten én een gezin en job. Live spelen veronderstelt ook dat je een klik maakt met minstens vier (in het geval RDS-220 eerder vijf) mensen. Dat is niet evident. Het is dubbel… voorlopig geen optie, maar zeg nooit nooit inderdaad!

Wolvennest – Een cathartische ervaring

Onze landgenoten van Wolvennest hebben het klaargespeeld om met hun tweede langspeler “Void” hun reeds imponerende debuutplaat te overtreffen. Het mooie aan de band is dat ongebonden creativiteit boven een strikt omlijnd keurslijf staat en dat de inbreng van de leden – die hun sporen allen in uiteenlopende genres hebben verdiend – leidt tot een intrigerend eindresultaat. Gitaristen Corvus en Michel Kirby boden inzicht in het mysterieuze Wolvennest universum. (JOKKE)

Wolvennest 2

Dag heren. Alvorens het over de nieuwe plaat te hebben, zou ik willen terugkeren naar het ontstaan van de band. Wolvennest is een groep muzikanten met roots in verschillende muziekscenes. Hoe zijn jullie met mekaar in contact gekomen?
Kirby: Alles begon met een instrumentale demo die ik in 2013 opnam met een viersporen taperecorder. Corvus – met wie ik op dat ogenblik in de band Goatcloaks zat – was enthousiast en ik vroeg mijn goede vriend Marc De Backer, die ik al meer dan dertig jaar kende, om de line-up te vervoegen. We kenden mekaar dus als vrienden maar wisten ook welk vlees we muzikaal in de kuip hadden.

Momenteel bestaat Wolvennest echter uit zes muzikanten. Wie zijn de andere leden en maken ze als vast lid deel uit van de band? Wie is het muzikale brein zonder wie Wolvennest niet verder zou kunnen?
Corvus: Onze nieuwe drummer Bram Moerenhout bleek al snel niet alleen een fantastische drummer maar ook een toffe pee te zijn. Je hoort hem echter niet terug op “Void” aangezien hij ons pas in december 2017, na de opnames van de plaat, vervoegde. Ikzelf speelde naast mijn gitaarpartijen ook de baslijnen in en onze nieuwe bassist Jon Marx zag er geen graten in om die opnieuw op te nemen. Erg nederig van hem want hij is een betere bassist dan ik. Deze twee gasten vormen absoluut de beste ritmesectie waar ik al mee gespeeld heb en ze zijn onmisbaar tijdens live shows. Voor mij zijn ze zelfs even belangrijk als de muzikanten die je op de plaat hoort. De situatie is vergelijkbaar met die van zangeres Shazzula die niet op het debuut te horen was, maar de nummers live naar een hoger niveau tilde. Ondertussen is ze een vast lid en ik vind haar bijdrage op “Void” fantastisch.

Waarom besloten jullie op het debuut qua songwriting samen te werken met Der Blutharsch and The Infinite Church Of The Leading Hand-leden Albin Julius and Marthynna en waarom maakten ze nadien geen deel meer uit van de line-up?
Kirby: Van in het begin zaten we met een muzikale samenwerking in ons hoofd. Ik kende Albin en Marthynna al een paar jaar aangezien ik shows voor hen regelde in Brussel. We hadden het altijd over een toekomstige muzikale samenwerking en met Wolvennest werd dit plan ook werkelijkheid. In het begin was het echter helemaal de bedoeling niet om live op te treden en was Wolvennest dus eigenlijk enkel een studioproject. We begonnen pas te repeteren na de release van ons debuut en de kern van de band die toen bestond uit Corvus, Marc en mezelf ging op zoek naar de gepaste live-muzikanten. We sluiten echter niet uit dat we ooit eens samen met Der Blutharsch samen op het podium staan voor een speciaal gelegenheid.

Wie schreef de muziek voor “Void“? Hoewel Albin Julius en Marthynna deze keer niet deelnamen aan het schrijfproces, klinkt de plaat onmiskenbaar als Wolvennest, wat betekent dat jullie al vrij snel jullie eigen identiteit of muzikale niche hebben gevonden.
Kirby: De nummers voor “Void” werden gecomponeerd door Corvus, Marc en mezelf maar ook onze producer Déhà nam deel aan het schrijfproces. We beschouwen hem ondertussen ook als een volwaardig bandlid en hij is een echt muzikaal genie. We gaven hem heel veel vrijheid tijdens het opnameproces en hij begrijpt onze muziek en sfeer ook door en door. We werkten reeds met hem samen voor ons debuut maar aangezien hij nu in België woont, was hij voortdurend in de studio aanwezig. Bij de eerste plaat gebeurde alles via het uitwisselen van files via e-mail. Reeds met ons debuut vonden we onze eigen sound die we nu op “Void” verder uitdiepen.

Producer Déhà leverde niet alleen fantastisch werk met de sound van “Void” maar nam ook de drums, enkele pianostukken en de vocalen op afsluiter ‘La mort” voor zijn rekening. Hoe belangrijk is hij voor Wolvennest?
Corvus: Ik werkte voor het eerst met hem samen in 2013 denk ik. Zijn impact op alle platen die hij voor of met mij mixte is enorm. Hij werkt erg snel en efficiënt en stelt heel veel ideeën voor. Hij is een echte sound wizard en ik wil eigenlijk enkel nog met hem samenwerken, ongeacht voor welke band. Hij begint stilaan bekend te worden als black metal-producer maar hij nam ook reeds jazz- en zelfs rap-platen op, telkens met dezelfde hoge kwaliteit als resultaat. Hij staat voor een mooie en lange carrière als producer, neem dat van mij aan!

Jullie sound bevat elementen van stoner, black metal, krautrock, psychedelica en drone waardoor jullie muzikaal gezien erg breed kunnen gaan en met een breed scala aan bands kunnen optreden, getuige de shows die jullie reeds speelden met Urfaust, Dool, Electric Wizzard en Wolves In The Throne Room. Ik ben er sterk van overtuigd dat Wolvennest een band is die – net als een Amenra – uit de underground muziekscene kan breken en een veel breder publiek kan aanspreken, zonder muzikale toegevingen te doen.
Kirby: Sinds de start van Wolvennest hebben we het gevoel dat we iets speciaals aan het doen zijn, niet alleen op muzikaal vlak, maar ook de persoonlijke band tussen de leden is speciaal en “Void” bevestigt dat alleen maar. We genoten van elke show die we al gespeeld hebben en elk optreden was een unieke ervaring. We proberen Wolvennest ook wel een beetje speciaal te houden en gaan dus niet in op elke aanvraag die we binnen krijgen. Dit om te vermijden dat er routine in het live-element komt.

Hoewel Wolvennest een Nederlands woord is, zijn de songtitels in het Engels en Frans. Is dit symbolisch om de muzikale band tussen Nederlandstalige en Franstalige muzikanten te onderstrepen?
Kirby: Ik schreef alle songs voor “Void” en Marthynna nam deze rol op haar voor ons debuut. Ik leg onszelf geen restricties op qua taalgebruik voor teksten. Steeds meer en meer bands in onze muziekscene hanteren Franse teksten en die taal leent zich daar prima toe. Teksten schrijven is een echte uitdaging voor mij en ik doe dat even graag als muziek componeren. De teksten moeten passen bij de muziek en de persoon die de teksten zingt moet zichzelf overstijgen en uit zijn of haar comfortzone kruipen.

Zowel op jullie gelijknamige debuut als op de nieuwe plaat horen we Arabische bezweringen die uitgevoerd worden door Ismaïl Khalidi. Betreft het hier de Palestijns-Amerikaanse schrijver?
Kirby: Neen, Ismaïl is mijn Marokkaanse broeder die enkele jaren geleden naar België verhuisde en was de zanger van Goatcloaks. Na één jaar diende hij terug naar Marokko te keren, maar we bleven contact houden. Ik vertelde hem over mijn ideeën en hij wist reeds vanuit zijn tijd bij Goatcloaks dat ik interesse had in Arabische muziek (en we gebruikten ook reeds in die band Arabische kalligrafie). Hij ging in op mijn vraag om enkele Arabische teksten en bezwerende formules te vertolken. Ik ontdekte dat er een grote psychedelische kant verborgen zat in Arabische muziek die luisteraars in een soort van trance kan brengen. Dit element wou ik verder verkennen en integreren in de muziek van Wolvennest.

Het artwork van de plaat bevat een Arabische bezwering die geïnspireerd is op Nass El Ghiwane.
Kirby: Klopt. Nass El Ghiwane is één van de mooiste Marokkaanse muzikale projecten uit de jaren ’70 en ’80 waarbij mensen uit verschillende artistieke invalshoeken (muziek, theater, poëzie, …) samenwerken en ze konden mensen echt in een staat van trance brengen. Dat wilde ik ook met Wolvennest: via hypnotiserende en psychedelische elementen het publiek in vervoering brengen en ze samen met ons op een spirituele en rituele reis nemen.

Waar komt de fascinatie voor deze Arabische bezweringen vandaan?
Kirby: Ik ben een liefhebber van kunst in het algemeen en Arabische kalligrafie of muziek is meer dan enkel een tekening of melodie. Ik heb een platenwinkel en soms zet ik daar Oum Kalthoum of Farid El Atrache op en merk ik via de gelaatsuitdrukking van klanten  – zowel jong als oud – dat deze muziek hen emotioneel raakt, een sterk melancholisch karakter heeft en hen verbonden doet voelen met hun afkomst. Enkele maanden geleden bezocht ik de Marokkaanse woestijn samen met Ismail en ik raad iedereen die de essentie van het leven wil vatten aan dat ook eens te doen. Je komt daar dichter bij een positieve en meer echte realiteit waar alles eenvoudiger is en je kan afstand nemen van het alledaagse leven met haar verplichtingen en uitdagingen.

Wolvennest baadt in een occult aura wat vooral tijdens live shows opvalt middels de vele podiumattributen zoals doodshoofden, een altaar en wierook die jullie gebruiken. In welke mate zijn jullie in het dagelijkse leven met het occulte bezig en delen alle bandleden diezelfde interesse?
Corvus: Muziek is geluid dat op basis van patronen georganiseerd wordt. Haar roots zijn heel oud. Op ritmisch vlak proberen we het occulte aura te capteren dat je kan vinden in soundscapes of ambientmuziek. Onze live optredens ZIJN met andere woorden het ritueel. Ik vind het geweldig als ik merk dat mensen uit het publiek hun ogen sluiten. Onze muziek is donker maar op een positieve manier ook meditatief. Wat onze persoonlijke overtuigingen betreft zou het ERG spijtig zijn als we er allemaal dezelfde ideeën op zouden nahouden, niet? Tijdens onze live rituelen gaan er poorten open waarin elk van ons zichzelf kan vinden. Het is dan ook een cathartische ervaring voor ons.

Wolvennest 1

Mijn persoonlijke favoriet op de nieuwe plaat is het catchy en psychedelische “Ritual lovers“. Als ik me niet vergis, hoor ik in dit nummer de zanglijnen: “Here comes the deathrow…like the devil’s blood is raining over me”. Is er een link tussen de song en Selim Lemouchi of The Devil’s Blood?
Kirby: Er is inderdaad een link. Selim was een dierbare vriend met wie ik ooit samen naar Japan ben geweest (Selim met Judasville en ik met Arkangel). Sinds die tour zijn we contact blijven houden en ik herinner me nog het moment waarop hij me de eerste 7″ van The Devil’s Blood gaf. Selim en The Devil’s Blood openden de deuren voor een nieuw tijdperk aan metal met échte roots waarbij hij de rockmuziek met occulte elementen uit de late jaren ’60 en ’70 opnieuw heruitvond. Selim zal altijd één van de beste gitaristen blijven die ik ooit ontmoet heb.

Bobby Beausoleil, een Amerikaanse muzikant die een levenslange celstraf uitzit voor één van de befaamde Manson-moorden, schilderde de prachtige hoes van de plaat. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?
Corvus: Shazzula kent Bobby al enkele jaren en maakte zelfs ooit een geweldige videoclip voor hem voor zijn uitvoering van het Eden Ahbez-nummer “Nature boy“. We hadden moeilijkheden bij het vinden van passend artwork, dus vroeg Shazzula Bobby of hij ons kon helpen. Hij ging op onze vraag in en presenteerde ons enkele van zijn schilderijen waaruit we de uiteindelijke albumcover kozen. Toen ik het afgewerkte resultaat in handen hield, bleek dat dit de juiste keuze was. Things happen for a reason!

Met een moordenaar samenwerken zal voor sommigen controversieel overkomen. Enkele jaren geleden moest de black metal-band Emperor zich verdedigen toen ze ter ere van het tienjarig bestaan van hun plaat “In the nightside eclipse” voor de live uitvoering ervan terug in zee gingen drummer Faust, die na 21 jaar was vrijgekomen voor de moord op een homo. Was je niet bang voor kritische reacties door met Bobby samen te werken?
Corvus: Bang zijn heeft geen enkele zin. We spelen deze muziek in de eerste plaats nog steeds voor onszelf: we willen trots zijn op onze albums. We beschouwen Bobby Beausoleil als een getalenteerd artiest. Alles werd reeds over zijn verleden geschreven, we kunnen hier niets meer aan toevoegen. We zijn muzikanten, geen justitieambtenaren, trollen of internet “warriors“. We leven in de echte wereld van verstand en nuances, niet van “like” en “dislike“-knoppen en radicale emoties.

Wolvennest 4

Ook Antifa heeft haar pijlen de laatste tijd weer gericht op de metalscene door bands als Taake, Marduk en Infernal War van Nazi-sympathieën te betichten. Hebben jullie al problemen met hen ondervonden aangezien de bandnaam een referentie kan zijn naar Hitler’s bunker die ook wel bekend is als “Wolfsschanze”?
Corvus: Als je terug in de tijd kijkt, zal je zien dat provocatief zijn erg relatief is. Waren de Beatles niet populairder dan Jezus? Als je het Kwaad wil zien, zal je dat overal in zien. Ik maak me zelf meer zorgen om de opkomst van het extremisme en individualisme in Europa dan om enkele bands die over de lijn gaan, maar ik veronderstel dat iedereen zijn eigen prioriteiten heeft aangaande wat er fout gaat in de wereld. Michel stelde de bandnaam “Wolvennest” voor nadat hij dit woord ergens onderweg in Nederland had gelezen, meer niet. We zijn allemaal positief ingestelde individuen met een open geest, zelfs als de muziek en haar aura donker zijn. Ik ben ervan overtuigd dat je de liefde en authenticiteit tijdens onze liveshows kan voelen. Ik sta ervan versteld hoe cathartisch onze shows kunnen zijn voor zowel het publiek als onszelf!

Hoe verloopt de samenwerking met Ván Records? Veel bands dromen ervan om samen te werken met dit label.
Corvus: Sven is het type persoon dat je kan vertrouwen, één van de belangrijkste eigenschappen om te overwegen wanneer je met een bepaald label wilt samenwerken. Hij bracht in het verleden reeds fantastische platen uit en ik hoop dat ook wij in dat rijtje passen!

Was het via Ván labeleigenaar Sven dat jullie met zijn ex-Nagelfar bandmakker en The Ruins Of Beverast mastermind Alexander von Meilenwald hebben samengewerkt op “L’Heure noire”? Dit nummer kent een sterk black metal-gevoel vanwege de blastbeats en klinkt erg bombastisch, wat natuurlijk wel past bij Alexander zijn stijl. Is dit een voorbode van de toekomstige richting die de band zal uitgaan?
Corvus: Leslie, die instaat voor onze video’s en projecties, kent Alexander al enkele jaren. Hij is ook organisator en booker en bracht The Ruins Of Beverast enkele jaren geleden al naar Brussel. Hij stuurde hem de song op en enkele dagen later ontvingen we zijn zanglijnen al terug. Toen ik deze voor het eerst hoorde, stond ik versteld van de puurheid en kwaliteit ervan. Je kan wel raden hoe blij ik als jarenlange trouwe fan wel niet was. En wat de blastbeats betreft: we hebben geen grenzen. Als het natuurlijk klinkt, is alles mogelijk. Let’s expect the unexpected for the future.

Reeds na de release van jullie debuut hadden jullie de mogelijkheid om met Wolvennest op gerenommeerde festivals zoals Roadburn, House Of The Holy, Desert Fest en Acherontic Arts Fest te spelen. Welke show beschouwen jullie tot hiertoe als jullie beste? 
Corvus: Als ik er één moet uitkiezen, is het waarschijnlijk die op House of The Holy in het Oostenrijkse Abtenau. Het podium of de “zaal” is een place out of space and time en deed je verbonden voelen met de Oude Wereld. Maar we leren uit elke live performance.

Hoe verliep de tour met Wolves In The Throne Room die jullie net afgerond hebben?
Corvus: De acht shows waren fantastisch. Alles verliep heel vlot aangezien ze een hardwerkende en serieuze band zijn met het hart op de juiste plaats. Ook muzikaal gezien was het een perfecte combo. Hun publiek stond heel open voor onze show, iets wat niet altijd het geval is als openingsband. Misschien komt er nog wel een tour als de timing juist zit. Wolvennest is ERG speciaal voor ons en we willen de juiste keuzes maken wat betreft live optredens.

Wolvennest 3(c) Burning Moon

The Secret – Therapeutisch en destructief

Oh wat was ik blij toen ik vernam dat The Secret na een veel te lange stilte eindelijk terug over de rand van de dieperik kwam piepen met een nagelnieuwe EP. “Lux tenebris” werd het kleinood gedoopt en ragt nog steeds als een bezetene – we zijn niet anders gewend van deze Italianen – maar laat toch ook nieuwe invalshoeken horen. Het werd hoog tijd om eens virtueel bij gitarist Michael Bertoldini op theevisite te gaan en hem uit te horen over de afgelopen jaren, de wederopstanding van The Secret en zijn bezigheden met Argento Records. (JOKKE)

The English version of the interview can be found here.

5D2_7702© David Robinson

Hallo Michael! Hoe gaat het leven?
Fantastisch! Ik heb er een paar hectische maanden opzitten waarbij ik enkele fantastische plaatsen heb bezocht voor mijn werk en met The Secret. Niets te klagen dus, ik hou van deze gekke hectiek.

Enkele weken geleden speelde je met The Secret jullie eerste show in drie jaar tijd op het Venezia Hardcore Fest. Hoe verliep het concert en hoe voelde het om na zo’n lange tijd eindelijk terug op een podium te staan?
Dat optreden was een heel intense en fantastische ervaring. Ik ging er immers lange tijd vanuit dat ik nooit nog een show met The Secret zou spelen. Terug op een podium staan voelde dan ook enigszins angstwekkend maar tegelijkertijd ook bevrijdend aan. Ik dacht de afgelopen jaren dikwijls na om terug te spelen met The Secret, maar hield er ook steeds gemengde gevoelens op na. Toen de set vijf minuten bezig was, voelde dit echter juist aan en ik beleefde de show als een organische, natuurlijke en bijna noodzakelijke ervaring.

Jullie shows zijn altijd enorm energiek. Hebben jullie een soort ritueel om voor het opgaan extra adrenaline op te wekken? Is het moeilijk om deze transformatie te maken van rustige toestand naast het podium naar een uitzinnige band zodra je de bühne betreedt?
Er is niet echt sprake van een welbepaald pre-show ritueel, maar we starten meestal wel met een vrij lange intro die ik als noodzakelijk beschouw om fysisch en psychisch te connecteren met de andere bandleden, onze instrumenten, de plek waar we spelen en het publiek. Op een bepaald moment komt alles dan samen en is de energie klaar om ontketend te worden.

Staan er shows in de Benelux gepland?
Ik hoop het maar voorlopig staat er niets vast.

We staan aan de vooravond van de release van de nieuwe EP “Lux Tenebris” die drie kakelverse nummers bevat. De EP is jullie eerste release na de langspeler “Agnus dei” die in 2012 het levenslicht zag. Wat gebeurde er na het uitkomen van die plaat en waarom duurde het zo lang vooraleer we iets nieuws van The Secret te horen kregen?
Nadat we in 2010 “Solve et coagula” uitbrachten, kwamen we in een bijna fulltime touring-modus terecht die pas eind 2013 stopte. Ook voor “Agnus dei” gingen we de hort op maar langzaamaan begon het om allerlei redenen binnen de band mis te lopen totdat we op een punt waren beland waarop samenwerken niet langer mogelijk was. We hebben alle vier een verschillende persoonlijkheid en houden er andere doelen en ambities in het leven op na. Het feit dat alle neuzen een andere richting uit wezen en dat we verplicht werden om zó veel tijd samen door te brengen, was de aanleiding voor het verwateren van de persoonlijke en artistieke band tussen de leden. Na het annuleren van ons optreden op het Le Guess Who-festival in november 2015 kwam het dan ook tot een einde voor The Secret. Alle spanning die zich de afgelopen jaren had opgebouwd, kwam op dat moment naar de oppervlakte en ik zag geen toekomst meer voor de band. Ik denk dat ieder van ons zich toen op andere zaken in het leven focuste. Ik woonde en werkte toen reeds in Nederland, startte een platenlabel op en begon met Verwoed op te treden. Lorenzo tourde en nam platen op met zijn andere band Hierophant en Marco en Tommaso focusten op hun werk en families. Ik ben van mening dat deze periode waarin er geen onderling contact was, ons goed heeft gedaan en ons toeliet om individueel verder te groeien tot op een punt waarop ieders leven in evenwicht was. Na het verstrijken van enkele jaren radiostilte, voelde het bij iedereen goed aan om terug als band samen te spelen…so here we are again!

Zijn drummer Tommaso en zanger Marco tijdens de split van The Secret nog muzikaal actief geweest?
Ik weet dat ze beiden occasioneel met andere muzikanten jamden en Marco leverde ook een gastbijdrage bij Discomfort en Bologna Violenta, maar ik denk niet dat ze “echte” zijprojecten hadden.

Je hoort duidelijk enkele nieuwe invloeden in de nummers. Het gitaarwerk is meer gelaagd en de songs kennen een meer dynamisch verloop door doomriffs in te lassen tussen de erg agressieve en snelle passages waarvoor jullie gekend zijn. Was het een bewuste keuze om langere en meer diverse nummers te schrijven? Waren jullie de korte en snelle songs beu?
Ik vind dat elk van onze albums een andere sound en ander gevoel heeft en met “Lux tenebris” is dat niet anders. Hoewel ik beide platen toch verschillend vind klinken, was het op “Solve et coagula” en “Agnus dei” de bedoeling om al het overtollige vet van de nummers te strippen en voor een rechttoe/rechtaan-aanpak te gaan. Hoewel er nog steeds een bepaalde atmosfeer in deze albums zit, isoleerden we in het algemeen één enkel element of één welbepaalde boodschap per nummer waar we dan volledig voor gingen. Van dynamiek is er dan ook bewust bijna geen sprake op deze platen. “Lux tenebris” is nog steeds een vrij monochromatische release, maar het doel was om een bepaalde tijd en ruimte in de songs in te bouwen om volledig door de muziek meegezogen te worden.

Lux tenebris” betekent “licht en donker” in het Latijn. Wat is de boodschap van de deze titel en is er sprake van een concept op de EP?
Licht in duisternis” is een meer accurate vertaling. Conceptueel gezien handelt de EP op zowel een directe als indirecte manier over dualiteit en tegenpolen zoals het leven en de dood, licht en duisternis, instinct en verstand. Persoonlijk beschouw ik het spelen in The Secret zowel therapeutisch als destructief. Het is zoals een puls die natuurlijk aanvoelt om te volgen hoewel dit rationeel gezien niet altijd zinvol is.

5D1_4243© David Robinson

Aan het einde van “The sorrowful void” horen we een donkere en apocalyptische gitaarmelodie. Is dit een invloed die in de muziek geslopen is doordat je ook deel uitmaakt van de Nederlandse black metal band Verwoed die dergelijke melodieën eveneens in haar sound incorporeert? Ook “Vertigo” bevat enkele donkere en verstikkende atmosferen en dissonante elementen die we vaak in hedendaagse black metal terugvinden.
Sinds de oprichting van de band in 2003 geldt black metal als één van de voornaamste invloeden in onze muziek en ik denk dan ook niet dat het spelen in Verwoed een impact had op de sound van The Secret, hoewel ik je link wel enigszins snap. Erik (die alle zang en muziek voor Verwoed schrijft) is een super getalenteerde songschrijver en hij is een echte krak in het arrangeren van multi-gelaagde partijen in een nummer, maar toch vind ik zijn boodschap anders aanvoelen dan diegene die we met The Secret uitdragen. In Verwoed’s muziek zit een zekere melancholie verborgen die we met The Secret niet hebben. Wat echter wel beslist anders is in vergelijking met onze oudere platen, is dat ik me deze keer geen restricties oplegde aangaande mijn gitaarpartijen. In de oude nummers is er minimaal gebruik van overdubs en alle songs werden geschreven met het oog op een uitvoering met één gitaar, terwijl ik op “Lux tenebris” deed waar ik zin in had en soms drie tot vijf gitaarlijnen over mekaar opnam.

Naast je bijdrage aan Verwoed ben je ook de eigenaar van Argento Records. Aan welke vereisten dient een band te voldoen om bij het label onderdak te kunnen vinden? Wat zijn je doelen met Argento Records?
Interessante vraag want ik stelde me die zelf de afgelopen tijd ook regelmatig. Ik richtte het label samen met mijn vriendin op omdat ik het miste om actief bij een muzikaal project betrokken te zijn. Er is geen bepaalde set van regels aangaande onze releases, maar ik wil enkel maar tijd en energie steken in bands die duidelijke ideeën hebben en een gedurfde boodschap met hun muziek uitdragen. Ik werk ook graag samen met mensen die ik persoonlijk ken en respecteer. Zo was de samenwerking met Verwoed de start van een mooie vriendschap die verder gaat dan enkel de muziek. En Chris van Grime is één van mijn beste vrienden die ik al ken sinds mijn zeventiende. Ik moet de bands begrijpen en een zekere “click” voelen.

Vinyl is nog steeds erg in trek wat echter lange productionele wachttijden met zich meebrengt waardoor de release van de vinyluitgave soms pas enkele maanden na de CD-release plaatsvindt. Denk je niet dat velen enkele maanden later de release van een album al vergeten zijn doordat er elke maand een enorme hoeveelheid muziek uitgebracht wordt? Aan de andere kant kan een plaat op deze manier echter ook twee keer in het daglicht komen te staan.
Ik koop enkel maar vinyl omdat het mijn favoriete geluidsdrager is, dus ik denk niet zo veel na over deze vraag. Ik breng bijna nooit een LP-versie later dan de digitale of CD-versie uit, omdat ik dat niet eerlijk vind. Als consument koop ik altijd de vinylversie van een album dat ik goed vind. Het maakt niet uit of ik de plaat reeds digitaal heb gehoord of niet. Een fysiek exemplaar in je handen houden is mijns inziens een ander (en veel cooler) gevoel waarbij de verpakking zelf ook een extra vorm van communicatie vormt. Ik steun ook graag artiesten en labels die steeds energie, tijd en geld steken in de hopeloze wereld die de underground muziekscene tegenwoordig is. Hoewel ook ik Spotify, Bandcamp en consorten gebruik, is er geen vergelijking mogelijk met een fysieke release. Ik wil nu niet de nostalgische tour opgaan, maar enkele van mijn beste herinneringen hangen vast aan het kopen en spelen van bepaalde platen. Ik hoop dat de volgende generaties dit gevoel ook nog zullen kennen.

argentorecords

Welke nieuwe releases heb je zoal in petto voor ons?
Ik sta op het punt de nieuwe Mutilation Rites LP “Chasm” als co-release met Gilead Media uit te brengen. De nieuwe Verwoed langspeler “De val” zou begin deze herfst moeten uitkomen evenals de tweede release van de Utrechtse black metal band Nevel en enkele andere zaken die stilaan vorm beginnen te krijgen zoals een erg goede death/black metal-release in samenwerking met Sentient Ruin. Ik zou graag nog veel meer muziek met Argento willen uitbrengen dan dat ik momenteel doe, maar heb simpelweg geen tijd om dat te doen.

Je woont sinds enkele jaren in Amsterdam. Hoe is het leven daar vergeleken met je oude leven in Italië?
Het leven gaat er hier erg anders aan toe, maar ik hou ervan. Ik heb het geluk door mijn werk regelmatig terug naar Italië te kunnen gaan en ik hou ervan om bij vrienden op bezoek te gaan, maar Amsterdam voelt als mijn thuis aan en ik denk er geen seconde aan om terug te keren. Italië is een enorm mooi, charmant, divers en complex land, maar de afgelopen jaren werd het steeds moeilijker om er te werken en te wonen. Ik ben niet zeker of de huidige politieke situatie een weerspiegeling is van datgene waar de meeste burgers in geloven of vice versa, maar het voelt oncomfortabel aan te zien dat veel mensen achteruit gaan en meer racistisch worden of pseudo-Christelijke waarden zoals “de traditionele familie” en dergelijke bullshit terug willen herstellen. Er heerst een wijdverspreide nostalgie naar de jaren ’80 en ’90 onder de generatie van mijn ouders, vooral doordat Italië nooit volledig is hersteld na de financiële crisis van enkele jaren geleden, wat een verstaanbaar gebrek aan vertrouwen in traditionele instituties veroorzaakte. Behalve politiek en structuur is er een groot verschil tussen sociale dynamiek en prioriteiten in beide landen. Naar mijn ervaring hechten Italianen meer belang aan het gezamenlijk delen van waarden en emoties, terwijl Nederlanders meer geïnteresseerd lijken in individuele vrijheid, persoonlijke ontwikkeling en privacy. Beide houdingen hebben voor- en nadelen en ik voel me het meest comfortabel ergens in het midden. Ik vind het in elk geval een privilege om in verschillende landen verrijkende ervaringen op te doen.

De nieuwe The Secret EP maakt deel uit van een speciale reeks om het twintigjarig bestaan van jullie label Southern Lord te vieren. Kan je me hier iets meer over vertellen?
De zilveren versie van de EP is enkel beschikbaar voor mensen die zich op de reeks inschrijven of op onze shows, de zwarte versie is verkrijgbaar via Southern Lord en Southern Lord Europe. De “subscription series” is een erg coole verzameling van meestal out of press-materiaal dat op een erg mooie manier verpakt is en doet terug denken aan de releases die ze midden jaren 2000 uitbrachten. De deelnemende bands zijn erg uiteenlopend qua genre en er moeten nog twee edities bekend gemaakt worden. Tot dusver is mijn favoriete deel waarschijnlijk de Sunn o))) “REH III” LP die erg rauw en oud materiaal van de band bevat.

Zijn er ook plannen voor een nieuwe langspeler van The Secret? Zijn jullie met andere woorden al muziek aan het schrijven?
We zijn inderdaad volop bezig met het schrijven van nieuwe muziek. Er ligt veel materiaal op de plank dat tot echte songs verwerkt moet worden. Ik ben wel nog niet zeker of het een langspeler of een nieuwe EP zal worden. Ik hou van EP’s, maar labels niet. Ze kosten namelijk evenveel om te laten persen als langspelers, maar dienen goedkoper verkocht te worden. Het is nog te vroeg om echte plannen te maken. Misschien hebben we wel de tijd van ons leven nu we terug aan het optreden zijn ofwel haten we mekaar weer op een bepaald punt en stoppen we opnieuw. Het is onvoorspelbaar maar dat maakt het ook wel leuk. We zien wel hoe het loopt, maar er is in elk geval de intentie om nieuwe muziek op te nemen!

 

 

Encircling Sea – Connecteren met de spiritualiteit van onze voorvaderen

Na vijf jaar radiostilte leverde het Australische Encircling Sea een paar weken geleden zo maar eventjes de beste plaat uit haar discografie af. Hoewel de mix van extreme stijlen die we op “Hearken” horen niets nieuws onder de zon is, is het wel een oerdegelijke plaat geworden die liefhebbers van post-metal, black en sludge zal kunnen bekoren. Ik nam contact op met Robert Allen (zang/gitaar), die naast het bandleven een druk bezet familieman blijkt te zijn. (JOKKE)

Here is the link to the English version of the Addergebroed interview Encircling Sea.

Encircling-Sea by JOHN MILLER
© John Miller

Hallo Robert, waarom duurde het maar liefst vijf jaar om met een opvolger voor “A forgotten land” op de proppen te komen?
Na de release van onze vorige plaat veranderde het leven van alle bandleden grondig. Ikzelf verhuisde eerst naar de bush om een leven met mijn vrouw in de wildernis op te bouwen. Niet lang na de release van “A forgotten land” werd bovendien mijn zoon geboren waardoor ik het grootste deel van deze tijd afgezonderd van de muziekwereld en mijn bandmakkers doorbracht. Nadat we gesetteld waren en onze levens aangepast hadden aan de nieuwe omgeving en het ouderschap was het een heuse uitdaging om terug contact op te nemen met de band aangezien ik op tien uur rijden van hen woonde. Gedurende lange tijd gebeurde er bijgevolg niet veel en onderging de band ook enkele veranderingen waardoor we nu in een nieuwe fase zitten. Ik ben ondertussen teruggekeerd naar de thuisbasis van Encircling Sea en heb de bossen omgeruild voor een leven dicht bij de stad zodat we terug meer kunnen repeteren en samenhokken.

Tijdens deze periode vertrokken twee van jullie leden: baritongitarist Dase Beard en keyboardspeler David Coen. Waarom maken beiden geen deel meer uit van de band en was het gemakkelijk om bassist Dav Byrne aan te trekken? Waarom werd David niet vervangen?
Dave vertrok als eerste wegens verplichtingen met zijn band Whitehorse en we vonden het niet nodig een nieuwe keyboardspeler aan te trekken voor onze toekomstige plannen. In het geval van Dase waren het persoonlijke verschillen die aan de basis van zijn vertrek lagen. Destijds speelde Chris Buckingham tweede gitaar en toen Dase vertrok, switchte hij naar baritongitaar. Chris stond nadien echter op het punt vader te worden en wou in een band spelen die dichter bij zijn persoonlijke smaak lag. Met Dav Byrne hebben we nu voor het eerst een bassist in de band. Er kwamen ook nog twee andere gitaristen bij de band: Damien Vennell van Wildeornes en Justin Franklin die samen met onze drummer in Urns speelde. Deze nieuwe line-up is perfect op muzikaal en persoonlijk vlak.

Jullie nieuwe plaat kreeg de titel “Hearken” mee wat zoveel betekent als ‘aandacht besteden aan’, in dit geval aan de mensen die voor ons kwamen en hun falingen, triomfen en rituelen die de spirituele groei van de mensheid definieerden. Heb je een band met de Aboriginals, de oorspronkelijke bevolking van je thuisland?
Het statement dat je aanhaalt was een perstekst die ons label opstelde naar aanleiding van de release en, wat mij betreft, de bedoelingen van de plaat vrij accuraat weergeeft. Hoewel we als band het diepste respect hebben voor de oorspronkelijke bevolking van ons vaderland, handelt de plaat niet over hun spirituele handelingen en cultuur. “Hearken” is in deze context een poging om contact te leggen met de spiritualiteit van mijn eigen voorvaderen. De nummers zijn praktische verklaringen en reconstructies van rituelen gezien vanuit het perspectief van mijn Europese voorouders. Ik zocht naar een connectie op dieper niveau met mijn eigen afkomst, die ik kon rijmen met mijn moderne leven en me in staat stelde zelf aan spiritualiteit te doen. “A forgotten land” was eerder een poging te connecteren met het land zelf. Ik schreef het in de aanloop van mijn verhuis naar de natuur waar ik de spirituele ideeën kon omzetten in de praktijk. Maar ik vond dit best moeilijk zonder een relatie op te bouwen met de spiritualiteit van mijn voorouders en begon deze dan ook te ontwikkelen tijdens mijn verblijf in de bergen.

Jullie muziek bevat ook een creatieve gevoeligheid die het jachtige van de industriële beschaving en de primitieve schoonheid van de natuur samenbrengt.
Dat was ook een statement van het label, niet van ons en is bijgevolg hun interpretatie van de plaat. Tijdens het schrijfproces leefde ik op het platteland waar mijn kinderen ook geboren werden en waar ik de funderingen van mijn eigen nageslacht legde. De plaat beschrijft voor een stuk deze reis, die niet altijd gemakkelijk is, en soms zelfs frustrerend. De angst die je hoort op de plaat komt voort uit het spanningsveld dat ik voel door verbonden te zijn met de twee tegenovergestelde werelden die het platteland en de stad zijn. Momenteel leef ik in een middelgroot ruraal stadje, maar voel me nog steeds diep verbonden met de seizoenen, de natuurkrachten en hun impact op de omgeving.

ES LIVE 1 by Nathan Goldsworthy© Nathan Goldsworthy

Op “A forgotten land” klonken jullie ruraal, folky, nostalgisch en melancholisch terwijl het nieuwe werk eerder kan gelinkt worden aan termen als ‘urbaan’, ‘modern’ en ‘geciviliseerd’. Kan je je vinden in deze analyse? Was het de bedoeling om voor een meer rechttoe rechtaan en zwaardere aanpak te gaan of ontstond deze evolutie spontaan tijdens het schrijfproces?
Je maakte een goede analyse wat mij betreft: het album klinkt straightforward, er ligt minder nadruk op herhaling en akoestische gitaren ontbreken. “Hearken” is minder grillig denk ik, wat komt door de verfijning van mijn muzikale ideeën voor deze plaat en de mogelijke frustraties in mijn leven destijds. Bij “A forgotten land” vond ik vrede in het schrijfproces dat me bevrijdde van het stedelijke leven dat ik leidde terwijl ik voor “Hearken“de muziek gebruikte als escapisme voor de stress van het leven. Een leven in de natuur wordt dikwijls gelinkt aan een kalm, gemakkelijk en stressvrij leven in tegenstelling tot de stad. De realiteit is echter complexer aangezien beide levens hun eigen uitdagingen hebben. Muzikaal gezien is “A forgotten land” een idealistische interpretatie van het rurale leven.

Een andere evolutie die ik vaststelde is dat jullie nummers – hoewel nog steeds rond de tien minuten – per release korter worden. Jullie debuut “I” en diens opvolger “Ecru” bevatten beide één kolossaal nummer van respectievelijk 48 en 37 minuten. Op “A forgotten land” prijkten meerdere nummers, hoewel sommige nog wel op een twintigtal minuten afklokten. Als het zo doorgaat, spelen jullie grindcore bij de release van jullie tiende plaat! Werd het schrijven van kortere nummers beïnvloed door het spelen van live shows?
Haha, je weet nooit, ik hou wel van een goede grindcore plaat! Ik denk dat deze evolutie eerder het gevolg is van een verfijnde songwriting en volwassenheid als band dan een bewuste keuze. Een nummer duurt zo lang als nodig is, dus de uitkomst weet je nooit op voorhand. Maar tien minuten werkt wel lekker momenteel.

Jullie sound is een combinatie van elementen uit post-metal, post-rock, sludge, doom en black metal. Welke bands hebben jullie beïnvloed?
Neurosis en Darkthrone gelden als grootste gemeenschappelijke invloeden.

In de openingstrack hoor ik Cult Of Luna terug en ik vind dat jouw vocalen ook veel weg hebben van Johannes Persson.
Ik snap je link. Cult Of Luna is persoonlijk een grote invloed en ik hou van Johannes zijn zangstijl. Op deze plaat wou ik op een meer natuurlijke manier zingen, dus wat je hoort is mijn natuurlijke zware stem, de tonaliteit waarbij ik me het meest comfortabel voel en die het best samengaat met onze gitaarstemming. Het was dus geen poging om een bepaalde sound of stijl te bereiken, maar om datgene te doen wat het beste past bij de muziek die ik had geschreven.

De sound van “Hearken” is impressionant. Waar werd het album opgenomen?
De plaat werd samen met onze goede vriend Joel Taylor opgenomen in zijn studio (The Black Lodge) in Melbourne. Joel stond reeds in voor de opnames, mix en mastering van onze eerste twee albums en mixte “A forgotten land” waardoor hij ondertussen bijna als een volwaardig bandlid aanvoelt. Ik ban al lang bevriend met hem en werkte in het verleden al met hem aan verschillende projecten waardoor ik compleet op mijn gemak ben tijdens het opnameproces. We zijn zelf erg tevreden met het geluid van de plaat en vinden het een privilege om met iemand samen te werken die onze bedoelingen volledig begrijpt én kan realiseren.

A forgotten land” werd uitgebracht door Natural World Records en als ik me goed herinner kocht ik een exemplaar via Sickmangettingsick Records. Voor “Hearken” werd een deal gemaakt met het Australische EVP Records. Vanwaar deze switch en bij welke Europese distributeurs kan ik terecht voor de nieuwe plaat?
Je hebt het gedeeltelijk juist. Ik bracht de CD-versie op mijn eigen Natural World-label uit en SMGS en Replenish Records brachten het album daarna uit op vinyl. Oorspronkelijk zou “Hearken” ook via SMGS verschijnen maar onze vooropgestelde timing lukte niet voor hen, waardoor we nog veel langer zouden hebben moeten wachten. Toen ik op zoek ging naar andere opties startte mijn vriend Lochlan Watt als A&R manager bij EVP en hij was geïnteresseerd in wat we aan het doen waren met de nieuwe plaat. Lochlan is sinds lange tijd een fan van de band en we werkten in het verleden al samen. Het zou dus stom geweest zijn om niet samen in zee te gaan. Wat betreft Europese distributie kan ik je spijtig genoeg geen antwoord geven, hoewel ik zo’n zaken zou moeten weten.

Voor het nummer “Elderfire” namen jullie een prachtige videoclip op die een soort neo-heidens ritueel laat zien dat uitgevoerd wordt in de Australische bush. Wiens idee was dit en wat is het verhaal achter de clip?
De video was een gezamenlijke inspanning van mezelf, director Wilson Bambrick en choreograaf Megan White van het Theatre Of Thunder Dance Troupe. Wilson en ikzelf hadden veel gesprekken aangaande de inhoud van de video en hij deed op zijn beurt meerdere brainstormsessies met Megan waarna we één gezamenlijke conference call hadden om de uiteindelijke ideeën vast te leggen. De uitvoering gebeurde volledig door Wilson, Megan en haar dansers en onze goede vriend Edyran, die als sjamaan opduikt in de clip.
Elke song op de plaat handelt over een specifiek ritueel, wat we op een oprechte manier wilden visualiseren. Edyran en ikzelf hebben samen reeds verscheidene rituelen uitgevoerd waarbij er muziek aan te pas komt. Het voelde met andere woorden juist om samen te werken met iemand die dit op een oprechte manier kon uitbeelden. Hij leverde uitstekend werk en ik dank zowel hem als zijn verloofde Ella voor het vele werk dat in de voorbereidingen kroop. Dit geldt natuurlijk ook voor Emma en in het bijzonder Wilson die erg veel tijd en energie in het proces stak om dit allemaal tot een goed einde te brengen.
Wat betreft de video zelf, zien we een sjamaan die door de bossen dwaalt en het gesprek aangaat met de natuurgeesten om zo een toegang te verkrijgen tot de spirituele wereld. Meer ga ik daar niet over zeggen.

Tijdens de intro van de video clip lezen we ook een quote van Johann Wolfgang von Goethe: “Each one of us must carry within the proof of immortality, it cannot be given from outside of us. To be sure, everything in nature is change but behind the change there is something eternal.
Correct, deze quote maakt ook deel uit van het artwork van de plaat en vat perfect samen wat het betekent om verbonden te zijn met je voorouders. Alles verandert, dat is de constante in het leven en vooral in het moderne leven dat wij vandaag leiden. Maar je eigen geschiedenis verandert nooit. Ik vind het een doodzonde dat velen tegenwoordig niet meer weten wat hun geschiedenis is en waar ze vandaan komen, ik bedoel niet enkele maar duizenden generaties geleden. Deze quote zegt dat je beide kan appreciëren. De natuur zal altijd evolueren, net zoals de mens, maar we mogen niet vergeten wat ons tot hier heeft gebracht: de optelsom van duizenden levens, hard werk, falingen, bloed, zweet en tranen. Waarom zouden we geen aandacht besteden aan deze geschiedenis?

Jullie deden recent een korte Australische tour en speelden enkele shows met ons eigenste Wiegedood. Hoe verliep de tour?
We speelden inderdaad twee shows met Wiegedood als deel van het Direct Underground festival. Geweldige tijd en de mannen van Wiegedood zijn heel vriendelijk en down to earth. We speelden tevens enkele headline shows en die verliepen allemaal vlot. Mooie opkomst en goede optredens met fantastische bands. Het was ook leuk om te zien dat onze nieuwe line-up de eerste test doorstond.

Je hebt nog een persoonlijk project genaamd Vaiya dat focust op ambient black metal. Zit er nieuwe muziek in de pijplijn en richt je je met Vaiya meer op atmosfeer nu je met Encircling Sea zwaardere wateren doorkruist? Als ik me niet vergis is er een link tussen beide bandnamen?
Ik heb een nieuwe Vaiya-plaat geschreven en het is enkel nog een kwestie van tijd vinden om ze op te nemen. Vaiya is de omzetting van Encircling Sea aangezien Vaiya “omcirkelende zee” betekent in de Tolkien-taal, hoewel Vaiya donkerder is qua opzet en eerder draait om het verlichten van negatieve energie uit het ‘zijn’. Ik gebruik Vaiya bewust als een manier van zuivering. Muzikaal gezien klinkt het anders, hoewel het ook meer agressie bevat aangezien het tijdens het schrijven van “Hearken” ontstond.