interviews

Cirith Gorgor – Klaar voor de strijd

Het Nederlandse Cirith Gorgor is één van de langst meedraaiende black metalbands bij onze noorderburen. Het is dan ook ronduit beschamend dat de heren – met ruim 25 jaar op de teller – nog niet uitgebreid aan het woord zijn gekomen op Addergebroed. Met het nagelnieuwe “Sovereign” – de positief verrassende en alweer zevende langspeler – onder de arm, bood de opportuniteit zich aan om daar verandering in te brengen. Gitarist Marchosias en zanger Satanael komen aan het woord. (JOKKE)

Alvast gefeliciteerd met jullie nieuwe album “Sovereign”! Aanvankelijk was ik op basis van de voor mij persoonlijk tegenvallende teasers niet echt van plan om de volledige plaat te checken, maar achteraf gezien ben ik blij dat ik ze toch een kans heb gegeven. Is dat de reden dat jullie ook meestappen in het volledig online zetten van jullie muziek zodat mensen op voorhand kunnen luisteren alvorens de plaat (hopelijk) aan te schaffen?
Marchosias: Bedankt! Ik ben zelf van de oude stempel, dus toen ik de plaat in z’n geheel online zag verschijnen (ver voor de eigenlijke release datum) schrok ik eerlijk gezegd nogal. Toen ik echter zag dat ons label Hammerheart daar achter zat (via Black Metal Promotion) en we op die manier duizenden mensen in zeer korte tijd bereikten, waren m’n bezwaren snel verdwenen. Als het voor ons label op deze manier nog steeds rendabel is en wij onze zwarte kunst effectief kunnen verspreiden, heb ik er geen problemen mee.

Sovereign” is ondertussen jullie zevende langspeler. Blijft de inspiratie nog steeds zo gemakkelijk komen als in de begindagen of wordt het steeds moeilijker om nieuwe invalshoeken te zoeken?
Marchosias: De muzikale inspiratie is eindeloos, ik hoef m’n instrument maar op te pakken en ik schud de riffs eruit. Bovendien ontstaat veel muziek in m’n hoofd gedurende de dag. Het is vooral de beschikbare tijd om alle ideeën in nummers om te zetten die met de jaren steeds krapper is geworden. Vroeger leefden we voor de band, tegenwoordig hebben we wel eens moeite om allemaal tegelijk op de repetitie aanwezig te zijn. Tekstueel is het soms wel een uitdaging aangezien de meeste interessante onderwerpen inmiddels wel uitgemolken zijn

In de begindagen leken jullie teksten eerder geïnspireerd te zijn op mythische-taferelen, terwijl een plaat als “Der Untergang… / Победа!!!” een historisch thema heeft. Hoe zit het met de tekstuele omkadering van “Sovereign”?
Satanael: De tekstuele omkadering van “Sovereign” ligt in het verlengde van “Visions of exalted lucifer”. De nadruk ligt echter meer op de afkeer van de mensheid en fantasieën over hoe men zich zou kunnen ontdoen van deze mensheid. In tegenstelling tot de vorige plaat is er minder sprake van een omvattend concept.

Na “Firestorm apocalypse – Tomorrow shall know the blackest dawn” verloor ik Cirith Gorgor wat uit het oog. Toen ik met voorganger “Visions of exalted Lucifer” terug inpikte, was ik verbaasd over de variatie qua tempo’s die ondertussen in jullie sound geslopen was, aangezien ik jullie toch in de eerste plaats als een rammen en blazen-band zag. Is die aandacht voor meer dynamiek bewust of onbewust in jullie schrijfproces geslopen?
Satanael: We hebben dit fenomeen heel bewust in onze muziek ingevoerd. In het hart van de zaak zijn wij nog steeds een band die van rammen en blazen houdt. Door de jaren heen zijn we echter bewust geworden van het feit dat meer dynamiek zorgt voor een effectievere aflevering van de snelle stukken. 

Van de oorspronkelijke line-up is ondertussen enkel drummer Levithmong nog van de partij. Toch lijken jullie nog wel een goede band te hebben met enkele voormalige bandleden aangezien jullie na het tweede vertrek van Nimroth opnieuw beroep konden doen op Satanael en momenteel valt oudgediende bassist Lord Mystic in voor Waldtyr die herstellende is van een operatie. Hebben jullie nog een goed contact met de oude bandleden?
Marchosias: Lord Mystic zie ik nog regelmatig dus hij was mijn eerste keuze als sessie-bassist. Het was een verrassing dat hij ons voorstel meteen aannam aangezien hij zich de laatste jaren enigszins heeft afgewend van black metal (hij speelt momenteel bas in de trash metal band Mass Deception). Met de rest van de oud-leden hebben we een prima band. We zien elkaar voornamelijk op concerten en tot voor kort gingen we nog af en toe met z’n allen de kroeg in. Dat eindigde meestal in totale chaos.

Op de hoes van “Sovereign” prijkt een nieuw logo en embleem. Wat was er fout met jullie oude logo?
Satanael: We hebben er niet voor gekozen om een nieuw logo te laten ontwerpen omdat er met het oude logo iets mis was. Het voelde voor ons gewoon goed om het logo eens een upgrade te geven, meer dan twintig jaar na het oorspronkelijke ontwerp. Ik ben zeer tevreden over het resultaat dat ontworpen werd door Valnoir van Metastazis.

Op de titeltrack van “Sovereign” hebben jullie Noctiz van Paragon Impure en Lugubrum weten strikken voor gastzang. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?
Marchosias: Ik heb Noctiz in 2001 in Antwerpen ontmoet, toen hij nog in Gotmoor speelde. Levithmong en ik zijn altijd onder de indruk geweest van zijn werk in bands als Gotmoor, Verloren en Worthless (het latere Paragon Impure). Zijn persoonlijkheid tijdens live-optredens was overtuigend en zijn strot was dermate bruut dat die indruk ons altijd is bijgebleven. Toen we eenmaal besloten hadden dat we een gastzanger wilden vragen op de titelsong van het nieuwe album was de keuze snel gemaakt en het contact snel gelegd. Noctiz was zelf ook enthousiast en heeft ondanks een zware verkoudheid een enorm intense en brute prestatie geleverd.

Satanael, vooral jij verdient een pluim in je reet voor de gevarieerde zangprestaties die je neerzet. Welke frontmannen beschouw je als een inspiratiebron?
Satanael: Allereerst bedankt! Er zijn sowieso drie frontmannen die zich meteen aandienen nu ik er zo over nadenk en dat zijn Jon Nödtveidt, Ghaal en Attila Csihar. Daarnaast ben ik ook wel gecharmeerd door de stemmen van o.a. Mortuus, Pest en Mikael Åkerfeldt.

Op welke nummers van de nieuwe plaat zijn jullie het meest trots? Bestaat er zoiets als het ultiem Cirith Gorgor-nummer dat op elke setlist prijkt?
Satanael: Ik vermoed zo dat ieder van ons zijn eigen favorieten heeft. Voor mij steken “Deathcult“, “Legio luporum” en “Manifestation of evil” net iets boven de rest uit. Ik ben ook zeer trots op het geheel. Of er een ultiem Cirith Gorgor nummer bestaat dat op de setlist prijkt, weet ik zo net niet. Wel ben ik erg tevreden dat de drie eerder genoemde nummers wel live gespeeld worden.
Marchosias: Ik ben over alle nummers te spreken, maar “Deathcult” is voor mij het ultieme nummer van de nieuwe plaat. Het is bij uitstek de song waarin ik mezelf helemaal kan verliezen. Dat is tevens de reden waarom ik dit nummer heb uitgekozen voor de enige gitaarsolo van het album. Tot nu toe verdwijnen de oudere songs steeds van de setlist bij het verschijnen van nieuw materiaal. Een nummer wat de tand des tijds wat dat betreft heeft doorstaan is “Total annihilation“. Ook “Der Untergang III” vind ik een kanshebber om nog lange tijd de setlist te sieren. Dat laatste nummer wordt overigens binnenkort in een nieuwe versie uitgebracht op een 4-way split-LP door Zwaertgevegt.

Na enkele mindere jaren voor Hammerheart Records lijken ze nu weer helemaal terug van weggeweest. Ook jullie gingen in 2016 met hen in zee. Hoe verloopt de samenwerking vergeleken met jullie oude labels Osmose Productions, Untergang Records en Ketzer Records?
Marchosias: De samenwerking met Hammerheart Records verloopt wat ons betreft erg goed. Het team bestaat uit professionals die stuk voor stuk hun vak verstaan en we hebben eindelijk het idee dat we als muzikanten serieus worden genomen. De communicatie verloopt prima, dit in tegenstelling tot de samenwerking met Osmose en Ketzer Records waar gebrek aan contact en overleg een grote rol speelde (dit werd bovendien nog versterkt door de taalbarrière). Ik heb slechts complimenten voor het arbeidsproces binnen Hammerheart en de producten die ze afleveren op basis van de door ons aangeleverde masters en artwork.

Jullie hebben al heel wat jaren op de teller staan. Wat zijn de hoogte- en laagtepunten uit jullie 25-jarig bestaan?
Marchosias: We draaien inderdaad al aardig wat jaren mee, toch is de motivatie om te blijven knallen nog steeds aanwezig. Hoogtepunten zijn er echt te veel om op te noemen! In principe is elke nieuwe release een absoluut hoogtepunt, de bekroning van jarenlange harde arbeid. De vele buitenlandse optredens heb ik altijd gekoesterd, en dan met name alle avonturen die we daarbij hebben meegemaakt. Een terugkerend dieptepunt is toch wel de voortdurende bezettingswisselingen die we door de jaren heen hebben meegemaakt. Het meest extreme voorbeeld daarvan is het gelijktijdige vertrek van beide oudgedienden Lord Mystic en Nimroth eind 2012 dat insloeg als een bom. Het inwerken van nieuwe mensen heeft ons altijd veel tijd gekost en daarom ben ik blij dat we de laatste jaren een stabiele line-up hebben gehad. Maar ook momenteel broeit er weer het één en ander binnen de gelederen en zullen we moeten afwachten wat de toekomst ons brengt.

Jullie begonnen de band als tieners of vroege twintigers. Hoe hebben jullie de black metal-scene sindsdien zien evolueren en beschouw je die evolutie als positief of negatief?
Marchosias: Als je zolang meedraait in een bepaald genre is het inderdaad mogelijk om lange termijn veranderingen te observeren. Zo valt het op dat ook black metal, een allesverwoestend genre waarvan de protagonisten er prat op gaan geen trends te volgen, zowel spiritueel als muzikaal zwaar aan trends onderhevig is. Momenteel is het bijvoorbeeld nog steeds helemaal hip om te laten zien hoe enorm serieus je spiritualiteit is, waarbij het aantal kaarsen, de hoeveelheid wierook en occulte symbolen op het podium direct daarmee evenredig zijn. Door de jaren heen is het aantal sub-stromingen explosief gestegen en veel daarvan hebben weinig van doen met de traditionele black metal van begin jaren 90. Ik beschouw deze evolutie echter niet als positief of negatief en spreek ook geen waardeoordeel uit over de verschillende sub-stromingen. Ik vind het alleen bijster interessant om die evolutie van dichtbij mee te maken. Het is altijd weer een verrassing in welke vorm de rebellie tegen dogma, religie en maatschappij (die black metal plichtmatig inhoudt) nu weer verschijnt.

Hoewel ik zelf al heel wat jaren in de black metal-scene meedraai, kan ik me enkel een show van jullie in de Gentse Frontline voor de geest halen. Ga ik met de nieuwe plaat de kans krijgen om jullie in België nog eens aan het werk te zien?
Satanael: Dat zou geweldig zijn! Voorlopig staan er nog geen Belgische shows gepland, maar wat niet is, kan nog komen. Wij zijn in ieder geval volledig opgeladen en klaar voor de strijd. Mensen kunnen ons direct contacteren via de bekende kanalen.

Maalstroom – Een maalstroom ontstaat, sleurt mee en verdwijnt

Het absolute hoogtepunt van de voorbije Roadburn-editie voor ondergetekende was – naast de intrigerende set die het Amerikaanse Fauna in het Patronaat ten berde bracht – ongetwijfeld het commissioned pieceMaalstroom” dat tal van muzikanten uit de florerende Nederlandse black metal scene verenigde. Nog steeds onder de indruk van dit zestig minuten durende opus, zocht ik toenadering tot enkele van de deelnemende muzikanten voor een nabeschouwing van dit unieke en ambitieuze muzikale werkstuk. (JOKKE)

(c) Rockfreaks.net

Nogmaals proficiat met de uitvoering van “Maalstroom” dat mijn dagje “Patronaat-hangen” met een climax beëindigde. Hoe waren de reacties?
N.: Dank! Persoonlijk heb ik van de reacties weinig meegekregen. We eindigden de set in het duister, in stilte en zonder de suggestie te wekken dat het voorbij was. Voordat er een reactie vanuit het publiek kwam, waren de meesten van ons al vertrokken.

Eerder op de dag stonden Witte Wieven, Turia, Laster, Terzij de Horde en Dodecahedron in het Patronaat op de planken. Tijdens de uitvoering van “Maalstroom” mochten enkele muzikanten een tweede keer de bühne op, maar we spotten ook enkele gezichten die we die dag nog niet aan het werk gezien hadden. Welke muzikanten hebben er allemaal aan “Maalstroom” meegewerkt?
N.: Maalstroom bestond muzikaal uit 15 man: Peter Nijland van Hadewych, Ruben Wijlacker en Bas van der Perk van Grey Aura, Johan van Hattum van Terzij de Horde en Black Decades, C. van Witte Wieven, G. van Nevel, M. Koops van Fluisteraars en Nusquama, O. van Turia, M. Meurs. van Dr. Duval, Ryanne van Dorst van Dool, Erik B. van Verwoed, K. Janssen van Svartvit en S., W. Damiaan en ikzelf van Laster.
De visuals werden verzorgd door Project Nefast.

Maalstroom” is een muziekstuk dat door Walter Hoeijmakers op maat besteld werd voor Roadburn. Hoe reageerden jullie toen deze vraag binnen kwam? Wat doet dat met een mens?
Johan: Ik was vereerd toen de vraag kwam en vond het ook logisch. De afgelopen edities heeft er altijd wel een Nederlandse black metal band gestaan: Laster, Verwoed, Kjeld, Verbum Verus, maar toen wij werden gevraagd wist ik dat er heel veel aan ging komen. Veel van de muzikanten in “Maalstroom” hebben de afgelopen maanden platen uitgebracht die de absolute top zijn, en allemaal met een eigen benadering van wat black metal is. Walters vraag was om een overzicht te geven van wat er aan de randen van black metal gebeurt, van het experimentele en het ontwikkelende. Qua op maat bestellen: we kregen volledig de vrije hand, want hij wilde ons geenszins beperken in wat er ging gebeuren.

(c) Paul Verhagen

Ging er veel druk mee gepaard om tegen een bepaalde datum een interessant werkstuk van één uur te componeren of gingen jullie ervan uit dat het door jullie ervaring wel snor zou komen?
Johan: Ik had bedacht dat het goed was om de eerste maanden volledig vrije hand te geven, om mensen voor zichzelf te laten bepalen wat ze zouden willen. Vrij snel bleek dat dat niet werkte. Gelukkig namen M. en O. het toen op zich om strakke planningen neer te leggen, waardoor er meer lijn in kwam. Het voordeel was inderdaad wel dat wij al jaren in bands spelen, en velen van ons ook wel eens met elkaar hebben gecomponeerd en gespeeld, waardoor er heel veel vertrouwen was. Voor mezelf sprekend was het live opvoeren ervan hetgeen waar ik me het minst druk om maakte, want elke band die zaterdag speelde gooide zijn hart en ziel erin, en dat is het enige wat telt.

Was er één muzikant die de leiding van het geheel op zich nam en andere muzikanten contacteerde om mee aan boord te trekken?
N.: Neen, uit verschillende hoeken werden muzikanten aangedragen. Het aangename resultaat hiervan was dan ook dat veel van ons met nieuwe gezichten en vaardigheden in aanraking kwamen.

Hoe verliep het schrijfproces? Gingen enkele betrokken muzikanten los van de anderen aan het componeren en werden de stukken muziek nadien gezamenlijk bekeken en in mekaar gepast of werden er jamsessies gehouden om zo te zorgen dat er toch een verbindende factor is tussen de verschillende onderdelen van “Maalstroom”?
N.: “Maalstroom” bestond uit vier hoofdstukken en twee interludes. Elk gedeelte is door een andere groep muzikanten vervaardigd, om later samen te vervlechten. Elk hoofdstuk droeg een ander karakter, dus de verdeling hiervan ging heel natuurlijk en in het volste vertrouwen.

Werkte het inspirerend om met muzikanten van andere bands aan de slag te gaan en staken jullie zo nieuwe muzikale inzichten van mekaar op?
N.: Mijn persoonlijke openbaring kwam voort uit de passage van Peter Nijland. Zelden heb ik zoveel charisma, overgave en emotie uit één enkele artiest zien voortkomen. Roadburn is een plek waar artiesten zich maar al te graag achter een muur van versterkers, pedalen en rook verstoppen. Deze instrumenten lijken tijdens zo’n evenement haast noodzakelijk om een bepaald gewicht over te brengen. Nijland liet zien dat op het juiste moment, de juiste persoon met slechts een microfoon en backing track tot veel diepere dalen en hogere pieken in staat kan zijn. Waarvoor dank.

(c) Paul Verhagen

Ik werd volledig in de flow van de muziek meegesleurd die, als vanzelfsprekend, startte met een stevige brok NLBM, maar nadien ook een intense spoken word-passage bevatte en tegen het einde toe na een noise-achtig intermezzo ontaarde in een met beats en elektronica opgesmukte new wave-achtige kijk op het genre. Een wending die ik niet zag aankomen maar wonderwel paste bij het geheel.
N.: Zodra het stuk conceptueel stond, zagen S. en ik “Maalstroom” direct als een mogelijkheid om een ander muzikaal landschap te verkennen. Een climax heeft contrast nodig, dus na drie overtuigende hoofdstukken die rijkelijk gevuld waren met verschillende vormen van black metal, moest er hoe dan ook iets anders gebeuren. De stedelijke thematiek van het vierde – en laatste – hoofdstuk was nachtelijk, koud en steriel. Hopelijk was dit ook terug te horen in onze muzikale vertaling.

Het was inderdaad duidelijk dat jullie met “Maalstroom” een verhaal vertelden. Kan je hier meer over kwijt?
Johan: Jaren geleden heb ik eens een fragment geschreven voor een Northward-plaat, naar aanleiding van een lang gesprek dat ik had met N. over uit een dorp komen en dan de stad ervaren. Toen wij aan het bedenken waren hoe wij een structuur konden geven aan het stuk werd het verzoek geuit een origineel verhaal te hebben waar iedereen een stuk uit kon pakken om te verwerken in muziek. Het beklemmende van het dorp, maar de daaraan verbonden veiligheid, en hoe dat botst met de absolute vrijheid en daaruit voortkomende verwarring, leek me uitstekend als basis voor een stuk dat opgevoerd moet worden in een dorp binnen de stad. Samen met S. en Ruben hebben we hieraan gezeten, en uiteindelijk hadden we een fragmentarisch, chronologisch concept waar iedereen meteen favoriete passages uit haalde. De manier waarop dit uiteindelijk door Project Nefast vertaald werd naar de visuals en door de muzikanten in de movements, had ik nooit durven dromen.

In het verleden waren er wel meer “commissioned pieces” te horen op Roadburn die, ondanks de éénmalige uitvoering ervan, toch nog in fysiek vorm uitkwamen zodat zij die het gebeuren mistten er toch nog van kunnen genieten of de lucky ones het kunnen herbeleven. Ook jullie set werd gefilmd. Zijn er plannen om een live-registratie uit te brengen?
N.: Zodra de roes is weggezakt, gaan we hierover met elkaar in gesprek. Wat mij betreft was het goed zo. Het wereldwijde web heeft ons in de verwarde positie gedrukt dat we altijd alles maar binnen handbereik willen hebben. Laat het gaan. Het was meer dan mooi.

De muzikanten van Waste Of Space Orchestra doken na hun optreden van Roadburn 2018 de studio in om hun “commissioned piece” in de studio te vereeuwigen. Iets zegt me dat dat bij Maalstroom niet het geval zal zijn?
N.: Een maalstroom ontstaat, sleurt mee en verdwijnt. Zij is niet te vereeuwigen.

Over heel het gebeuren hing spijtig genoeg ook een triestige sfeer aangezien Michiel Eikenaar (Nihill, ex-Dodecahedron, ex-Anaphylactic Shock, Fear Falls Burning) de dag ervoor na een hevige strijd tegen kanker overleed. Michiel heeft veel betekend voor Roadburn en de Nederlandse black metal-scene, waardoor het erg frappant is dat hij net tijdens deze editie het leven liet. Er kon echter geen mooier eerbetoon zijn dan de intense sets die jullie afgelopen zaterdag brachten. Hoe zullen jullie je Michiel herinneren?
N.: Ik heb Michiel nooit gekend, maar heb niets dan bewondering voor de steun die betrokkenen dat weekend bij elkaar wisten te vinden.
Johan: Ik ken hem al lang, en hij zal voor mij altijd de bebaarde beer van een vent blijven, die met een knipoog mijn bands “affakkelde” om daarna met een pils te vertellen over zijn leven als vader en leraar. Ik hoop dat iedereen een Eik in zijn leven heeft.

Wat zit er eigenlijk bij jullie in het grondwater waardoor de ene na de andere prachtschijf het levenslicht ziet? Is Nederland het nieuwe IJsland als het op black metal aankomt?
N.: Ik mag hopen van niet: er zijn inmiddels wel genoeg dissonante black metal bands. Buiten alle flauwigheid om, denk ik dat de black metal uit Nederland te divers is om zich zoals IJsland als één solide formatie op te stellen. Gelukkig maar.

Kludde – Treedt uit de vergetelheid

In den vergetelheid“, Kluddes’s plaat uit 2008, leek een self fulfilling prophecy te zijn want na deze release werd het al snel stil rond de Aalstse muzikale herrieschoppers. Maar kijk, alles komt terug en dus ook Kludde. Na tien jaar verschijnt via Consouling Sounds op 24 mei eindelijk de langverwachte nieuwe plaat getiteld “In de kwelm“. Gesterkt door een nieuwe line-up laat Kludde horen nog heel wat in haar mars te hebben. Er was dus veel voer voor een interessant gesprek met de band. (JOKKE)

Welkom terug heren! Hoe voelt het om na een afwezigheid van een dik decennium terug van jetje te geven met Kludde?
Snoodaert: Een dik decenium afwezigheid is natuurlijk relatief. Voor de buitenwereld is er niet veel gebeurd, binnen de repetitieruimte zijn we ondertussen wel alweer een jaar of vijf actief. Nu hebben we er wel bewust voor gekozen om eerst in alle rust een nieuw album af te werken alvorens terug met de band naar buiten te komen. Dit heeft allemaal net iets langer geduurd dan gepland. Gelukkig zijn we nu eindelijk op het punt gekomen waar Kludde weer uit zijn zompig hol kan kruipen en daar hebben we allemaal enorm veel zin in.

Waarom trokken jullie er een goed jaar na de release van “In den vergetelheid” de stekker uit?
Snoodaert: Het vuur was bij iedereen een beetje uitgedoofd. Dit had vele redenen, er was een soort van black metal moeheid opgetreden in de band. We waren met “In den vergetelheid” al een iets meer experimentele weg ingeslagen, welke perfect werkte, tot op het punt dat je merkt dat niet iedereen nog in dezelfde richting kijkt. Reken daar dan bij dat we in die periode vrij vaak optraden met Kludde en andere bands, waardoor er minder tijd was om aan nieuwe nummers te werken, of vooral, die nieuwe nummers op een manier af te werken zodat dat iedereen er zich in kon vinden. Een andere domper op de feestvreugde was dat ons toenmalig label, Sandstorm, kort na de release van “In den vergetelheid” plots onverwacht ten onder ging. Dat heeft de zaak dus ook niet bepaald vooruit geholpen. Dat album heeft bijgevolg nooit de beloofde promotie en distributie gehad. Uiteindelijk zijn we nog zelf onze cd’s gaan halen bij de drukker en hebben we voor alle kosten zelf kunnen opdraaien. Mr. big boss van Sandstorm, met al zijn mooie praatjes en valse beloftes, was namelijk volledig met de noorderzon verdwenen. Dus ja, op een gegeven moment viel de boel gewoon wat uit elkaar.

Medeoprichter Uglúk is ondertussen niet meer van de partij. Waarom hield hij het voor bekeken?
Snoodaert: Na onze reünie in 2014 bleek al snel dat Uglúk niet meer op dezelfde muzikale golflengte zat met de rest van de band. De nieuwe nummers en ideeën lagen hem niet meer, inspiratie om teksten te schrijven was er ook niet. In de beginperiode van Kludde speelde Uglúk ook gitaar en later bas dus had hij logischerwijs heel wat meer inbreng in het schrijfproces van de nummers. Iets wat al serieus gereduceerd was in de periode van “In den vergetelheid” en met de komst van Basstaerd en Cerulean. Ondertussen leven we ook al enkele jaren een serieus eind van mekaar, wat het aanwezig zijn op repetities of van die creatief wazige jam avondjes, al een heel pak lastiger maakt natuurlijk. Al bij al kan je stellen dat, los van Uglúk’s demotivatie, er wel een heel goeie flow zat in het schrijven van de nieuwe nummers. Er was in vergelijking met het schrijfproces van “In den vergetelheid” niet zo heel veel veranderd. Het leek ons dan ook logisch om gewoon met de band verder te gaan na zijn vertrek.

Kludde demon (c) Lieselot Van Vaerenbergh

Gitarist Cerulean neemt voortaan ook de zang voor zijn rekening. Zijn vocalen zijn iets dieper qua toon vergeleken met Uglúk’s screams en duwen Kludde nog meer dan vroeger richting sludge. Toch zien jullie Kludde in de eerste plaats nog als een black metalband. Black metal is ondertussen een heel rekbaar begrip geworden. Qua sound hoor ik nog wel voldoende black metal-passages, maar hoe zit het met jullie gedachtengoed? 
Snoodaert: Wat dat betreft kunnen we wel stellen dat we geen typisch black metal gedachtengoed hebben. Het begon ooit vrij klassiek met corpse paint, kogelbanden en heel wat kepernagels, maar al vrij snel stapten we van dat imago af. Het voelde niet meer juist aan naarmate we evolueerden richting een meer sludgy doom sound op het vorige album. Ook zijn we nooit bezig geweest met occultisme, satanisme of whatever pseudo-intellectueel gedoe. We kunnen ons meer vinden in een old school mentaliteit en aanpak, die denk ik meer aansluit bij een Darkthrone dan bij bv. een Deathspell Omega. Persoonlijk heb ik ongeveer 10 jaar amper black metal beluisterd en is het pas sinds kort dat ik weer nieuwe interessante bands ben beginnen ontdekken. Na zo een tijdje out of the scene merk je pas echt hoeveel het genre en de mentaliteit geëvolueerd en veranderd zijn tegenover vroeger.

De nieuwe line-up bevat een sterke ritmesectie. Waar vonden jullie drummer Vellekläsjer?
Snoodaert: Vellekläsjer is iemand die we eigenlijk al een hele tijd kennen. Ooit was hij drummer in de death metalband Bloodfart. We hebben begin vorig decennium nog enkele keren de lokale podia gedeeld en onveilig gemaakt. Vorig jaar met Aalst Carnaval liepen we elkaar in niet al te koosjere toestand tegen het lijf. Ik vertelde hem over onze drummerfrustraties en stelde hem kort daarna voor om het eens bij ons te komen proberen. Ondanks dat Vellekläsjer op dat moment al enkele jaren muzikaal non-actief was, wist hij ons bij de eerste try-out toch volledig omver te blazen. De klik was wederzijds en ondertussen zijn we alweer meer dan een jaar verder en het blijft in stijgende lijn gaan. We kunnen ondertussen wel met volle zekerheid stellen dat hij de juiste man is voor de band.

Op tekstueel vlak hebben jullie je altijd al laten inspireren op lokale Aalsterse folklore. Ook nu is dat weer het geval. Zo verwijst het nummer “Bloedkoesj” naar een verhaaltje dat verteld werd aan kinderen die niet wouden slapengaan als ik me niet vergis?
Snoodaert: Ouders vertelden dit verhaal vroeger aan hun kinderen om ze op tijd binnen te krijgen voor het donker, en ook om hen bewust te maken niet blootsvoets rond te lopen. Want ’s nachts komt de bloedkoets, rood geschilderd met het bloed van kinderen, sloom en traag vooruit bewegend door de straten van Aalst, rijdt de koets je tenen af en zuigt je bloed op. Het verhaal heeft zijn oorsprong in de tijd van de Franse bezetting. Kinderen werden meegenomen in een koets en weggevoerd naar Frankrijk. Daar werden ze in stukken gehakt, waarna de zieke Franse republikeinen in hun bloed baadden om te helen.

Welk verhaal is er verbonden aan het “Kasteelke van verdoemenis”?
Snoodaert: Over het Kasteelke van Verdoemenis, of Kasteel Terlinden, zoals het eigenlijk heet, zijn veel verhalen te vertellen. De pater Pasquier Quesnel heeft er ooit onderdak gevonden nadat hij ontsnapt was uit de gevangenis van het aartsbisdom Mechelen. Hij werd beschuldigd van ketterij, wat in die tijd als “des duivels” aanzien werd. Vandaar ook de naam “Kasteelke van Verdoemenis”. Het was ook het domein waar vroeger misdadigers aan de galg opgehangen werden. De bende van Jan de Lichte zou daar zelfs ooit eens hun kamp opgeslagen hebben. Het verhaal van dit nummer gaat over één van de eigenaars, die ooit zijn vrouw met een grote kepernagel door het hoofd aan de deur genageld heeft. Na haar enkele jaren begraven te hebben op het domein ontgroef hij haar schedel en gebruikte hij die als kaarsenhouder. De tekst voor dit nummer is een prachtig gedicht dat we mochten gebruiken van de getalenteerde Vlaamse dichter Jan Goffa.

Kasteel Terlinden (c) Trougnouf (Benoit Brummer)

Poesjkapelle” verwijst dan weer naar een gekend Aalst volksfiguur. Vertel!
Snoodaert: De Poesjkapelle en haar beste maat Zwert Lowieken waren enorm beruchte figuren in het Aalsterse. Halfweg vorige eeuw maakten ze menig café en Aalstenaar onveilig. Het waren onverbeterlijke alcoholisten in de ergste graad, ze werden in elk café buiten gezwierd, dan vielen ze mensen lastig op straat. Hygiëne, daar hadden ze ook een broertje aan dood. Zwérte Lowie had de gewoonte, na menig biertjes, zijn rolstoel vol te schijten. Men zei dat je ze van kilometers ver kon rieken. Toen Poesjkapelle ouder werd, liep ze krom van artrose. In plaats van krukken gebruikte ze omgekeerde bezemstelen. Hoe ouder ze werd, hoe krommer ze liep. Ze zaagde dan stukjes van haar bezemstelen. Mijn vader vertelde me ooit een verhaal van toen hij jong was. Hij had net zijn rijbewijs gehaald, en de Poesjkapelle sprong in zijn auto op de achterbank toen hij voor het rood licht stond. Ze eiste dronken en lallend een lift van hem. Toen hij haar uit zijn auto kreeg heeft hij zijn auto laten desinfecteren. De stank was naar het schijnt niet te harden.

Aalst heeft niet altijd een goed imago gehad. Velen linken de stad aan carnaval, alcoholmisbruik, sociale wantoestanden en “De helaasheid der dingen”. Ik heb ook nog nooit een daguitstap naar Aalst gemaakt. Wat kan je er “Vlaanderen vakantieland”-gewijs bezoeken dat de moeite waard is?
Snoodaert: Heel veel is er in Aalst niet te bezichtigen. We hebben wel een gezellige grote markt en een prachtig belfort. Ons belfort is trouwens het oudste belfort van België. Natuurlijk is er wel een ruime waaier aan verschillende bouwstijlen van doorheen de eeuwen heen en is een bezoekje aan de Sint-Martinuskerk ook wel de moeite. Daar kan je trouwens ook een werk van Rubens bewonderen. En natuurlijk niet te vergeten,  het Kasteelke van Verdoemenis, indien je het aandurft hehehe. De laatste jaren hebben ze wel veel veranderd en gemoderniseerd in Aalst, waardoor er wel een heel pak charme en gezelligheid weg is naar mijn mening.

In de Kwelm” werd onder leiding van Cerulean ingeblikt en ik moet zeggen dat het eindresultaat heel zwaar en moddervet klinkt. Zijn jullie nog steeds tevreden over het eindresultaat of zijn er zaken die je ondertussen zou willen veranderen?
Cerulean: Bedankt voor het compliment. Wat de tevredenheid betreft kan ik enkel voor mezelf spreken. Aangezien ik het opname- en mixwerk voor mijn rekening genomen heb, blijf ik steeds kleine details horen die ik toch graag net iets anders had gewild. Maar ik denk dat dat een gekend fenomeen is onder de doe-het-zelvers in de muziekwereld. Wij zaten met een vrij strakke deadline die we onszelf hebben opgelegd, doordat we een datum hadden afgesproken met Jerboa Mastering. Uiteindelijk werkt dat volgens mij het beste. Ik presteer beter wanneer er tijdsdruk is. Met mijn andere band, Tim’s Favourite, heeft het mixen van onze opnames letterlijk jaren aangesleept, omdat onze frontman (die zich daar over de mix ontfermde) maar bleef sleutelen en uitproberen. De deadline was daar volledig afwezig. Ik vrees dat ikzelf ook niet aan de verleiding zou kunnen weerstaan om bezig te blijven, je denkt toch altijd “dat kan toch iets beter”. Maar of het eindresultaat dan daadwerkelijk beter is…
Wat ik wel een mooie verwezenlijking vind, is dat we onze live-sound eigenlijk goed vertaald hebben naar ons album. Bij “In den vergetelheid” (toen opgenomen en gemixt in de CCR) verschilde de live-sound aanzienlijk van die op het album, en het klonk allemaal wat opgepoetst.
Het is een proces van vallen en opstaan geweest, en ik ben letterlijk tot de laatste minuut nog bezig geweest. Als ik dit album vergelijk met albums die ik in het verleden heb gemixt, mag ik wel trots zijn op de grote vooruitgang die ik heb gemaakt.
Uiteindelijk heb ik al mijn opgedane ervaringen als mixer in dit album tot het uiterste laten renderen. Al bij al denk ik dat we tevreden mogen zijn!

Vellekläsjer: Je moet inderdaad op een bepaald moment afstand nemen en zeggen “het is klaar nu”, voordat je op een punt komt dat het alleen maar naar beneden kan gaan. Op dat vlak is dat prima gelukt, het resultaat mag er zijn. Props voor Cerulean, die enige tijd als kluizenaar een hypotheek heeft gelegd op zijn sociaal leven en zijn slaap. Toen we de mix binnen brachten bij Jerboa Mastering – en dat is toch geen kleine naam in de business met masterings voor vele grote namen zoals Triggerfinger, Eels, Netsky, Hooverphonic, enz. – was die meteen ook bijzonder enthousiast, en werden er vele kushandjes gegooid richting de mix. Die mastering heeft bovendien nog voor veel extra pit en een goeie flow in de cd gezorgd. Het is alsof je de kettingzaag aantrekt en die maar blijft razen tot na 40 minuten alles in je omgeving in de vernieling ligt.

Hebben jullie lang over het schrijf- en opnameproces gedaan?
Snoodaert: Het was best wel een lange procedure. Het schrijven van de nummers op zich viel wel goed mee. De basis van onze nummers wordt meestal thuis geschreven, en op de repetities worden die dan ingeoefend en afgewerkt. Waar we enorm veel tijd mee verloren hebben, was in het opleiden en inwerken van nieuwe bandleden, zo hebben we sinds onze reünie in 2014 een viertal drummers gehad en zelfs een paar maand met een zanger samengewerkt alvorens Cerulean die taak op zich nam. Tegen dat de nummers er goed en wel inzaten, liep er wel altijd iets mis waardoor we weer opnieuw konden beginnen.
Cerulean: Inderdaad. De laatste vijf jaar hebben meermaals aangevoeld als een processie van Echternach, maar misschien was dat wel een necessary evil om tot ons uiteindelijke resultaat te komen. De line-up die we nu hebben is perfect.
De opnames op zich verliepen vlot. De gitaaropnames waren bijvoorbeeld op enkele dagen ingeblikt. De meeste tijd ging naar het mixen zelf. Opnames zijn soms nog een soort van experimentele fase waarin nieuwe dingen uitgeprobeerd worden, maar omdat wij deze nummers nu al jaren speelden, zat alles al in zijn vaste vorm. We hebben dan ook bewust gewacht met opnames tot we het gevoel hadden dat we er 100% klaar voor waren.

Vellekläsjer: Het lange schrijfproces heeft er voor gezorgd dat het acht individueel zeer sterke en goed uitgewerkte nummers geworden zijn, en niet twee goeie nummers en wat opvullertjes zoals al eens durft te gebeuren bij groepen die rap rap een cd moeten uitbrengen van het label. Van gebrek aan inspiratie is er overigens nog lang geen sprake, we hebben alle luxe en vrijheid om het op onze eigen manier te doen en de nieuwe zaken die op tafel liggen klinken ook al verdomd goed.

De nieuwe plaat klinkt wat meer rechttoe-rechtaan vergeleken met “In den vergetelheid” waar ook wat met post-metal geflirt werd. Was het een bewuste keuze om terug harder van leer te trekken?
Snoodaert: Dat klopt, toen we “In den vergetelheid” schreven midden jaren 2000, was post-black metal nog vrij vernieuwend, die sfeervolle passages en doomstukken gaven toen echt een originele meerwaarde aan onze muziek. Maar zoals eerder vermeld, op een gegeven moment begonnen we wat teveel af te dwalen van het zwarte pad en de ideeën begonnen wat te ver uit elkaar te lopen. Bij onze reünie hebben we het daarover gehad, welke richting we nu juist uit wilden met de band. We waren het er vrij snel over eens dat Kludde terug een pak ruiger en vuiler mocht klinken dan op ons vorige album. Een soort back to the basics aanpak. Dit wil niet zeggen dat we de experimentele stukken volledig uitsluiten. De kans is vrij reëel dat we op een dag weer aan een meer doomgericht album beginnen werken. Maar in de eerste plaats blijven we vooral een black metal band en van die basis wijken we niet af.

Onder de schuilnaam Kwelm werd een try-out gegeven in de Antwerpse Music City. Ik moest ter elfder ure verstek laten gaan. Hoe verliep deze try-out?
Snoodaert: We hebben toen vooral nieuwe nummers van “In de kwelm” gespeeld en dit verliep allemaal vrij goed. Het ontbreken van een PA maakte het voor ons niet bepaald gemakkelijk, maar er waren geen major fuck-ups. Dat bewijst wel dat we momenteel goed ingespeeld zijn op elkaar. De reacties van het publiek waren alvast zeer positief. Dat wakkert de zin om terug live te spelen alleen maar meer aan.

Jullie vonden onderdak bij Consouling Sounds. Was het moeilijk om een partner te vinden om “In de kwelm” uit te brengen?
Cerulean: Dat is best wel meegevallen. Het zijn moeilijke tijden voor de muziekindustrie in dit digitale tijdperk, maar gelukkig maken wij nu eenmaal muziek in een genre waar nog zeer fanatieke verzamelaars vertoeven. In het totaalplaatje van de muziekindustrie stelt dat misschien weinig voor, maar het betekent wel dat er zeer toegewijde en gerespecteerde labels opereren, met een hart voor dit soort muziek. Ik denk dat dat bij weinig andere genres het geval is, vooral als geld de hoofdfocus is. Consouling Sounds is in dat opzicht dan ook een schot in de roos in onze zoektocht naar een label. Ze hebben een oog voor talent, en er zijn genoeg bands die onder hen volledig konden openbloeien.
We hebben ons album aan een aantal labels bezorgd, eigenlijk niet eens zoveel, en hadden uiteindelijk de luxe om het label van onze voorkeur te kunnen uitkiezen, want meerdere labels hebben positief gereageerd.

Vellekläsjer: Mike van Consouling was meteen laaiend enthousiast. Om het in zijn woorden te zeggen: “We waren hier allemaal een beetje van onze sokken geblazen”. Dat kan tellen als bevestiging. Er waren meerdere mooie aanbiedingen, maar uiteindelijk had Consouling de voor ons meest interessante deal in huis. Consouling is een heel erg actueel en actief label, met vele goeie bands, en die ook knappe dingen organiseert. We waren vanzelfsprekend enorm blij en vereerd met hun interesse.

Jullie zijn ook al aan een nieuw album aan het werken. Wat kan je daar al over kwijt?
Snoodaert: Dat wordt een concept album waarover we nog niet teveel gaan verklappen. We kunnen wel al kwijt dat de nummers voor dat album een pak langer duren en terug wat experimenteler zijn. Het schrijfproces zit in een vergevorderd stadium en het is de bedoeling dat we nog dit jaar aan de opnames beginnen.

Wat hopen jullie met de nieuwe plaat te bereiken?
Geen speciale verwachtingen of ambities, gewoon terug op de planken staan en hopelijk wat plaatjes verpatsen zodat we snel ons volgende album kunnen gaan opnemen!

De Pankraker – De hardste keutel van radio Wit Konijn

Zij die een heavy muzieksmaak hebben en niet aan hun trekken komen op de grote commerciële radiostations, moeten zeker eens afstemmen op het extreme metal-programma “De Pankraker” op radio “Wit Konijn” alwaar je minimaal één uur lang de groezeligste en vuigste doom, black, thrash, speed en heavy metal voorgeschoteld krijgt. De Pankraker…dinsdagavond…stay tuned…acht uur..met Peter Cousaert“. (JOKKE)

Dag Peter. Jouw extreem metalprogramma “De Pankraker” is onderdeel van radio “Wit Konijn”. Kan je het ontstaan hiervan kort toelichten?
Eigenlijk is het met ‘een dwazigheid’ begonnen. Jean-Paul De Brabander, één van de twee heren van The Whip, zat commentaar te geven op Studio Brussel via Facebook. Radio is een medium dat ik zelf al meer dan twintig geleden heb opgegeven. Er zijn interessantere dingen te vinden in de wereld daarbuiten. Ik plaats een nietszeggende comment op zijn Facebookpagina: “Zelf plaatjes draaien hé Pol”. Hij interpreteerde dat als een vraag om een radiostation op te richten en stuurt mij meteen een privébericht met de vraag of ik dat bedoel. Ik dacht nee, maar schreef ja. Op 1 april 2018, zes maanden na dat eerste schijnbaar ridicuul idee, lanceerden we “Wit Konijn“. We zijn intussen met 22 Dj’s en hebben al bijna 400 programma’s gemaakt en worden meer en meer gevraagd om op verschillende plekken onze dj-kunsten te gaan etaleren. Tegen betaling uiteraard. We hebben een radio draaiende te houden.

De naam “De Pankraker” lijkt me ontleend te zijn aan het gelijknamige Lugubrum-nummer maar welke ongetwijfeld gekke betekenis gaat er schuil achter de naam “Wit Konijn”?
Heel erg interessant is dat niet. Het is het gevolg van een klassieke brainstormsessie met wijn, bier en andere geestverruimende substanties. Eén van de ideeën die toen viel was “Wit Konijn“, als een letterlijke vertaling van die fantastische psychedelische song van Jefferson Airplane. Nadat de keuze was gemaakt, begon ik zelf te twijfelen, maar de geest was uit de fles. Achteraf begonnen we van alles te verzinnen met verwijzingen naar het witte konijn in Alice In Wonderland dat een symbool was voor de vrije geest en de zoektocht naar een wondere wereld. Dat was mooi meegenomen, maar deed de waarheid ook wat geweld aan.

Wit Konijn” bevat 16 verschillende programma’s. Welke genres belichten zij zoal en zijn er shows van collega’s die je wel kan smaken?
Wit Konijn” gaat van techno tot extreme metal over experimentele jazz en shoegaze. Centraal staat de idee dat het een verzamelplaats is van programma’s die muziek draaien die je klassiek niet op de radio hoort of toch niet in die verzamelde vorm. Uiteraard wordt er bij ons ook wel eens iets gedraaid dat je op een andere radiozender hoort. We krijgen soms de vraag wat een programma een “Wit Konijn“-programma maakt. Dat is zeer moeilijk te zeggen, maar we horen het wel. Het gaat over vrijheid en attitude. Het gevoel dat iemand grabbelt in zijn platenbak en je interessante dingen laat horen. In zeker zin zou je kunnen zeggen dat we teruggaan naar de fundamenten van radio maken. Een programmator stelt het programma samen en presenteert in veel gevallen zelf. Vandaag is dat op de klassieke radio helemaal weg. Softwaresystemen die zelf zorgen voor playlists hebben de ziel uit de radio gehaald, denk ik. Nu, mij kan dat al lang niet meer deren. Er is uiteraard enkel kwaliteit te vinden op “Wit Konijn“, dat spreekt. Maar toch heb ik enkele persoonlijk favorieten wat meer met persoonlijke smaak dan ze afzetten tegen andere programma’s te maken heeft. Ik hou van de laidback sfeer van “Pensers” waarin aandacht is voor blues, Southern rock, en godbetert, country. De grilligheid van de “Magic of Ju-Ju” is machtig. Een zoektocht naar vrije muziek: minimalisme, experimentele jazz en aanverwanten. En ik ben het aan mijn burgerlijke stand verplicht om ook “I’m a Good Woman” te vernoemen, een fantastisch soul en funk-programma.

Wanneer en waar kunnen geïnteresseerden naar “De Pankraker” luisteren?
Luisteren doe je het best vanuit een warm badje, met de volumeknop op maximum. Het is ook fijn als de familie erbij is: kinderen, kleinkinderen, oma’s en opa’s. Bij voorkeur ’s nachts. We lanceren elke dinsdag om 20u een nieuwe aflevering, een gans jaar lang. Die afleveringen zijn te beluisteren via witkonijn.be/depankraker, maar evengoed via het mixcloud-kanaal van “Wit Konijn“. De programma’s zijn er ongelimiteerd te herbeluisteren.

Om het met jullie eigen woorden te zeggen: “De Pankraker is de hardste keutel van Wit Konijn. Dit extreem metalprogramma staat voor een cluster van metal subgenres die worden gekarakteriseerd door een tonische, verbale en visuele transgressie. Kort samengevat: geniale riffs, kletterende drums, hamerende basslijnen en oerlelijke vocalen.” Wat was er eerst: de man Peter Cousaert die met de idee van een metalprogramma rondliep of de radiozender die een DJ zocht?
Eerst was er de uitdijende ‘fijne’ platencollectie. Bij de oprichting van “Wit Konijn” was het zelfs geen vraag welk soort programma ik zou gaan presenteren, hoewel ik bij meer tijd mij ook graag op een obscuur prog rock-programma zou willen smijten. Daarin zouden bands als Banco Del Mutuo Soccorso, Amon Düül II, Shylock en Van Der Graaf Generator alle ruimte krijgen. Over “De Pankraker” dachten de collega’s van “Wit Konijn” toen wellicht nog dat het een programma zou worden waarin bands die regelmatig op Graspop passeren de dienst zouden uitmaken. Ze schrokken bij de proefaflevering, denk ik. Ik hou wellicht meer van hun programma’s, dan zij van het mijne.

Ben je vóór “De Pankraker” nog op een andere manier actief geweest in de muziekscene?
Naast ooit twee weken lidmaatschap van een band, richtte ik met Jeroen Pede (Alkerdeel) een papieren underground-metal magazine op waarin we metal bands en bands uit perifere genres de meest onmogelijke vragen stelden. We deden dat met vier vrienden. Favoriete bands zoals Burning Witch, Dødheimsgard, Furze en Joyless antwoordden toen ook echt op vragen als “Schilferden instincten af doorheen de tijd?”. En Rob Darken van Graveland antwoordde op eender welke vraag met een hoop neonazi-bullshit. We hadden ook de onhebbelijke gewoonte om met korte reviews minder goede platen de grond in te boren. Goede platen hemelden we op als waren het stuk voor stuk geniale kunstwerken. We waren nog jong en knap toen. Er verschenen twee papieren edities van “Noise Magazine“, waarover we toch nog een zekere fierheid voelen, hoe naïef het ook was. Later hadden Maarten Huvenne (de helft van het duo dat “Magic of Ju-Ju” maakt) en ik het onlinemagazine “White Heat“. Dat magazine ging wat breder, maar gaf ook plaats aan metalbands. Dat was ook een intens, doch een kort leven was beschoren.

Wie regelmatig naar “De Pankraker” luistert zal merken dat vooral de bestial/war metal-scene en de vuilste spelers van de extreme metal aan bod komen. Welke bands en labels genieten zoal jouw voorkeur?
Mijn voorkeur gaat uit naar vuiligheid. Eerder “Deathcrush” dan “De mysteriis dom Sathanas” bijvoorbeeld. Als Gorgoroth met een afgelekte versie komt van “Under the sign of hell“, dan probeer ik hen te begrijpen, maar lukt mij dat niet. Dat vat het wel samen. In grote mate ben ik op zoek naar de old school-vibe. Sound is voor mij even belangrijk als de kwaliteit van de riff. Je zal wellicht nooit getriggerde drums horen in “De Pankraker“. Een bloedhekel heb ik eraan. De dag dat ik toch een getriggerde drum laat horen: gelieve mij te colloqueren. Die old school-vibe vind ik zowel in thrash, black, doom, speed als in heavy metal. Die verschillende subgenres zitten in “De Pankraker“. Nuclear War Now! is mijn absoluut favoriet label op dit moment. Maar ook labels als Iron Bonehead, Levertraan, Haeresis Noviomagi, Hells Headbangers of Bestial Burst, vind ik zeer de moeite. Enkele decennia geleden had ik hier wellicht Osmose, Moonfog, Peaceville en Misanthropy genoemd. Eigenlijk ben ik een kind van de Noorse black metal-scene. Platen als “A blaze in the northern sky“, “Filosofem“, “Deathcrush“, “Pure holocaust“, “Frost“, “Sjell av natten“, “Those who caress the pale“… hakten er stevig in. Maar ook de Zuid-Amerikaanse extreme metal-scene, de Griekse scene, de Duitse en Canadese thrash scene, doen er voor mij erg toe. En Absu natuurlijk! En Slayer, Sepultura en Morbid Angel. Bathory! Burning Witch! En vandaag vind ik die ganse scene rond Turia, Lubbert Das etc. onbegrijpelijk goed. Scenes zoals de IJslandse kunnen mij dan weer matig boeien. Te fancy, denk ik. Hoe ouder ik word, hoe radicaler mijn muzieksmaak wordt. Mijn top 3 van 2018 was Abhor, Moenen Of Xezbeth en Aura Noir. Seige Column vind ik machtig goed. Wulkanaz heeft me van mijn sokken geblazen! Ik kan nog wel even doorgaan.

Peter Cousaert onderaan links op de foto

Hoeveel tijd en voorbereiding spendeer je gemiddeld aan een show?
Eigenlijk ben ik daar een ganse week op een of andere manier mee bezig. Zoeken, smaken, weggooien. Dingen checken op de trein naar mijn werk, magazines lezen op zoek naar verfijnde of minder verfijnde herrie, doorgezonden tips beluisteren. Eens ik een vaag idee heb over de show, ben ik ongeveer vijf uur bezig van de juiste volgorde kiezen tot het opladen van het bestand. En tijdens de week probeer ik hier en daar nog wat animo rond het programma te creëren. Dat kan nog beter. Ik heb wel geleerd om het niet tot in de puntjes af te werken, want anders hou ik het niet vol. Ik heb ook teveel andere bezigheden. Zit er eens een song in die achteraf niet de beste keuze bleek, dan vind ik dat minder erg dan een jaar geleden. Lutgart Simoens of Jos Ghysen zullen ook wel eens minder tevreden geweest zijn over een stuk van hun programma. Desondanks zijn ze iconen van de radio geworden.

Zijn er bepaalde radioprogramma’s die je als een voorbeeld voor “De Pankraker” beschouwt?
De radioshow van Fenriz vind ik top. Voor de rest luister ik naar weinig andere metalprogramma’s. Zoals velen zat ik in de jaren ’90 gekluisterd aan de radio te luisteren naar Metalopolis. Vooral naar het stuk waarin elke week de grootste herrie passeerde. De eerste keer In The Woods…, Beherit of Tormentor horen was magisch. Dan heb je na jaren nog een tape waarop Jan Hautekiet zit mee te blèren op “Allfadr Odinn” van Enslaved. Ik heb Hautekiet bij zijn pensioen gemaild om hem te vragen als gast in “De Pankraker“. Hij zei daar ja op, maar uiteindelijk vond ik het idee leuker dan de executie en heb ik het laten varen.

Vorig jaar besloot je op een bepaald moment om de presentatie van een reeks shows onder de noemer “De Pankraker & Friends” uit handen te geven. Vanwaar deze beslissing?
De eerste idee rijpte na een chatsessie met Morbid Messiah van Perverted Ceremony en Moenen of Xezbeth, twee bands die ik onwaarschijnlijk goed vind. Hij wilde wel eens een gastbijdrage leveren vanuit zijn kennis van obscure extreme metal. Zelf doe ik niets liever dan andere mensen tips te geven over fantastische platen. Maar als het een wederkerig proces is, wordt het nog mooier. Voor mij heeft “De Pankraker” en bij uitbreiding “Wit Konijn” een belangrijke zoekfunctie. Je bent verplicht om te blijven zoeken. Op die zoektocht blijf je op nieuwe dingen stoten. Uiteindelijk is het wat uit de hand gelopen en heb ik de show zeven opeenvolgende weken uit handen gegeven. Dat was nodig, want ik deed mee aan de lokale verkiezingen en dat was pompen of verzuipen. Dus nogmaals dank aan de friends die me uit de nood hielpen.

Zelf had ik de eer en het genoegen om één aflevering in te vullen. Welke andere guest Dj’s maakten hun opwachting nog?
Drie kwart van Alkerdeel nam elk een aflevering voor zijn rekening. Bart Eggermont aka Fenrir Den Beul, die mij toegang verschafte tot de metalen poorten als 12-jarige, focuste zich op oude death metal-demo’s. Stijn Vermeersch deed een crossover met industrial. Mooie aflevering, ondanks de ongelofelijke kutband Mysticum haha. We hadden ook Tim Matthijs van de zeer fijne thrash band Devastatiön en Mike van Consouling. Konrad Mulier van de Metal Classic Kalender ging op zoek naar volgens hem onderschatte platen. Hopelijk vergeet ik niemand.

Zelf was ik nog in de naïeve veronderstelling dat ik een bak platen mee naar de radiostudio zou moeten zeulen. Die playlist is de dag van vandaag natuurlijk gewoon een digitale platenbak geworden en die studio bleek jouw woonkamer te zijn alwaar je gewapend met een koptelefoon en een spiekbriefje het programma vol lult. Aan het bezoek van enkele guest DJ’s heb je ongetwijfeld leuke anekdotes overgehouden?
We houden de idee van de studio ook in stand door ons telkens te laten fotograferen in een studio. Maar daar komen we dus niet. Deze vorm is de enige betaalbare. De leuke anekdotes vallen mee. Blijken metal heads ineens brave huisvaders te zijn geworden. Huisje – tuintje – boompje, dat soort dingen. En in het weekend de jas met patches. Heel wat gasten hadden wel koudwatervrees bij de eerste woorden in de microfoon. Bij twee van hen moesten we zelfs even de kamer verlaten om dat te overwinnen. Degene met de minste vrees? Rik Martens. Wat een beer.

De afleveringen duren gemiddeld een uurtje, maar enkele weken geleden passeerde ook een 24-uur-durende marathon die samengesteld en ingesproken werd door Mike van Consouling Sounds. Wiens knotsgekke idee was dat? Heb je een idee of er veel luisteraars de hele rit uitgezeten hebben?
Van hemzelf. Op de vraag hoe lang zo’n programma moet duren, maakte ik een grapje door te zeggen dat het langste tot dan toe 3,5 uur was en dat dat beter kon. Daarop stelde Mike een 24 uur-durende show voor. Twee dagen later was die tot mijn verbazing al klaar. We zoeken nog steeds de luisteraars die de rit volledig hebben uitgezeten. Hoe goed die show ook was, we willen hen een medaille van moed en zelfopoffering bezorgen. Op voorwaarde dat ze de rit in één keer uit zaten.

Je brengt ook regelmatig een special rond een bepaald genre of label. Welke specials heb je de komende weken nog zoal in petto voor je luisteraars?
De laatste tijd ben ik daar al wat op uitgekeken. Zeker op de tongue-in-cheek versies. De show met de onuitspreekbare titels, de kerstspecial, de kastelenaflevering, moederdag… allemaal amusant, maar op den duur ook een beetje vervelend. Van de D-beat-aflevering, die over de Ultra Metal of over Peaceville ben ik erg tevreden. Maar die zijn ook arbeidsintensief. Ik hoop Vomitor te kunnen strikken voor een special over hun band eind april. En deze zomer wil ik ook graag een special rond festivals als Metal Méan en Chaos Descends brengen. Met dien verstande dat ik ze kan combineren met mijn stagedive-bezigheden. Labelspecials vind ik fijn om te doen. Misschien buig ik mij binnenkort eens over Bestial Burst. Meestal is het niet echt voorgeprogrammeerd en hangt het wat af van de heat of the moment.

Welke muzikant zou je in je stoutste dromen willen strikken voor “De Pankraker”, zij het voor een interview of een guest DJ-sessie?
Ik hoop op een afscheidsinterview met Slayer. Mocht iemand het mailadres van Araya of King hebben: graag. En als gast-DJ ben ik bezig met een muzikant die op “Tara” speelt, één van mijn favoriete metal-platen. De lezers mogen al beginnen gissen. Ook ander interessant volk denkt na over een show: onder andere Jo Versmissen van het fijne label/mailorder Babylon Doom Cult en Marcus en Charlie van het fantastische Crypt Of The Wizard. We zullen zien of en wanneer die landen.

Antwerp Music City – No stage, no backstage, no PA, no monitoring, no sound level limits, no bullshit!

Zo’n vijftiental jaar geleden had je het als hardere band pas “gemaakt” met een optreden in de Gentse Frontline op je palmares. De laatste jaren heeft de Antwerpse Music City die rol ongetwijfeld overgenomen. Deze Antwaarpse muziektempel speelt nog steeds een belangrijke rol in de ontwikkeling van de bloeiende muziekscene van ’t stad. Komend weekend staat er een feestje gepland ter ere van het 25-jarig bestaan van Antwerp Music City. Reden te meer om met Pieter “Pie” Gysen – de man achter deze sympathieke en charmante underground keet – terug te blikken op de afgelopen 25 jaar. (JOKKE)

Zo’n 19 jaar geleden stapte ik voor de eerste keer met mijn toenmalige rockband de repetitieruimte in Antwerp Music City binnen, toen nog uitgebaat door Mon. Enkele jaren later nam jij het complex over als ik het goed heb. Hoe ben je op de idee gekomen om een concertzaal, repetitiekoten en een opnamestudio te gaan runnen?
Muziek heeft op de één of andere manier altijd een onderdeel van mijn leven uitgemaakt. In mijn jeugd heb ik een discobar uitgebouwd en zelf als DJ plaatjes gedraaid. Daarna heb ik op het RITS een opleiding audiovisuele technieken gevolgd en ben ik gaan werken voor de nationale radio. Ik zocht toen in Antwerpen een huis dat groot genoeg was om een repetitieruimte annex opnamestudio in te kunnen bouwen en ben na een tijdje zoeken in 2007 gebotst op de openbare verkoop van ‘Music City’; een groot gebouw dat in 1994 door Mon en Ronald was ingericht met een concertzaal, repetitiekoten en een opnamestudio. Er waren heel veel kosten aan het gebouw en ik werd voor gek verklaard door mijn vrienden, maar ik had mijn hart aan Music City verloren. Er is dan een doorstart gemaakt onder de naam Antwerp Music City en samen met mijn achterneef heb ik den boel een jaar laten draaien terwijl ik het combineerde met mijn job in Brussel. In 2008 heb ik mijn achterneef uitgekocht en besloten om mijn ontslag in te dienen op de VRT om meer tijd te kunnen steken in Music City.

Run jij AMC eigenlijk volledig alleen of zijn er nog andere mensen bij de vzw betrokken?
Ik ben (onbezoldigd) voorzitter van de vzw en vorm samen met mijn beste kameraad en mijn broer de raad van bestuur. Zij adviseren vooral voor beslissingen op lange termijn terwijl ik de dagelijkse werking verzeker, af en toe bijgestaan door vrijwilligers.

Voor veel bands is een geschikte repetitieruimte vinden een grote uitdaging. Wat heeft AMC te bieden op dat vlak?
Music City stelt 16 repetitieruimtes ter beschikking. De meeste zijn ruimtes die voor onbepaalde duur worden verhuurd aan bands die dan zelf kunnen kiezen hoe ze de ruimte inrichten en 2 ruimtes zijn voorzien van een backline en worden per blok van 3 uur verhuurd. Verder mag ook het belang van de bar niet onderschat worden waar de muzikanten van verschillende bands elkaar voor, na en zelfs tijdens de repetities tegenkomen en waar shows worden gegeven om te tonen waarmee ze bezig zijn.

Heb je eigenlijk zelf een verleden als muzikant?
Ik heb ooit een paar jaar muziekschool gedaan en maak graag lawaai op een drumstel, maar zal mezelf niet snel een ‘drummer’ noemen en ik heb ook nul komma nul ambitie om in die hoedanigheid op een podium te kruipen. Als geluidstechnicus help ik muzikanten in Music City wel vaak verder met vragen over geluid.

Antwerp Music City heeft ongetwijfeld een zeer belangrijke rol gespeeld voor vele bands uit de Antwerpse scene. Het gaat hierbij niet enkel over bands uit het hardere genre. Zo heb ik bijvoorbeeld ook al een Guy Swinnen of een zwarte wereldmuziekband bij jou gespot. Iets zegt me dat ook jij een eclectische muzieksmaak hebt. Waar luister jij zoal naar?
De platen in mijn collectie zijn inderdaad moeilijk in één vakje te duwen. Achter de toog van Music City heb ik steeds een selectie van nieuw aangekochte platen staan die een tijdje in heavy rotation komen. Wanneer de plaats achter de toog te krap begint te worden, verhuizen een 50 à 100 tal platen naar mijn collectie thuis en verplicht ik mijzelf bijgevolg om andere plaatjes te luisteren in de bar. Die zijn veelal van lokale groepen en/of bands die in Music City gespeeld hebben, maar ook aanraders-van-horen-zeggen-of-uit-de-boekskes en klassiekers die ik (eindelijk 😉 ) heb kunnen scoren op vinyl.

Wat vind je van de huidige staat van de Antwerpse muziekscene vergeleken met een vijftal jaar geleden?
Ondanks de sluiting van tal van goeie podia en muziekcafés in’t stad, is de Antwerpse underground music scene alive and kicking. Er zijn veel promotors en bookers actief in verschillende genres met een grote onderlinge solidariteit en een gezonde DIY-mentaliteit. Die onafhankelijkheid van subsidies blijkt de laatste jaren voor velen een troef in plaats van een nadeel.

Ik heb zelf meerdere shows gespeeld in AMC en die behoorden steeds bij de beste en leukste van mijn respectievelijke bands. Ik herinner me nog een gesprek met New Keepers Of The Water Towers die enkele dagen voor hun show in AMC als after show voor Dream Theater gepland stonden in de Heineken Music Hall. Ze vertelden me na hun Antwerpse show dat ze eigenlijk veel meer genieten van kleinere intieme shows. Wat is volgens jou de reden dat veel bands zo’n goede herinneringen hebben aan AMC en de shows veelal erg goed zijn?
De shows in Music City zijn heel back-to-basics. Het credo is: “No stage, no backstage, no PA, no monitoring, no sound level limits, no bullshit.” Het zijn floorshows waarbij enkel vocals, kickdrum en samples door een stevige zanginstallatie gaan. De band moet in balans spelen met de niet versterkte drums. “Komt gerust een stapke dichter” is niet van toepassing: band en publiek staan letterlijk oog in oog en horen de muziek uit dezelfde speakers komen. De grootste invloed die ik zelf kan hebben op de klank was door de ruimte akoestisch te verbeteren, verder is de kwaliteit van de klank voornamelijk het vakmanschap en de keuze van de band zelf. Er is niet veel foefelaré mee gemoeid: what you see is what you get. Door het ontbreken van een backstage veranderen muzikanten van de ene band in toeschouwers voor de volgende band en verlaagt de drempel om te verbroederen. Als er 15 man binnen staat heb je al het gevoel dat er een publiek is, terwijl dat er op diezelfde vierkante meters ook al meer dan 150 man bij elkaar is gepropt geweest. In Music City moet je ook nooit ver zoeken naar een vervangversterker of -instrument in onverhoopt geval van panne en is er een oplossing voor zo goed als elk technisch probleem. Het is steeds muziek die primeert en dat wordt zowel door de bands als het publiek geapprecieerd.

Als bands toekomen aan AMC zie je soms wel wat gefronste wenkbrauwen (veelal door de multiculturele buurt die sommigen kan afschrikken als je dat niet gewend bent) of de beperkte ruimte die er is om te spelen. Meestal zijn na de shows alle twijfels weg bij de muzikanten. Zijn er echter ook bands die weigerden om in AMC op te treden?
Eén keer: Jan Cassiers van Ondergronds heeft ooit een bende Italiaanse deathmetallers geboekt die in de namiddag Music City zijn binnen gekomen, tevergeefs een podium hebben gezocht en met een “This ain’t gonna work” terug in hun buske zijn gekropen om ergens anders de diva uit te gaan hangen. Als ik mij niet vergis was dat Devangelic.
Verder is het inderdaad zo dat eventuele twijfels vóór een show volledig vervangen worden door enthousiaste reacties op het einde van de avond en komen bands heel graag terug naar Music City. Het is zelfs al gebeurd dat bands stoppen aan Music City om naar toilet te gaan, een klapke te doen en wat drank in te slaan terwijl ze op doorreis zijn.

Toxic Shock live at Music City (c) Belgian Hardcore Punk Thrash

Welke vijf shows uit AMC zullen tot het einde van jouw dagen in je geheugen gegrift staan?
Slechts 5 shows? Pfieuuuw… ik hoop dat ik mij later iets meer herinner, haha! Zo direct, los uit de pols:
1) Vorige zaterdag stond Monkey3, één van mijn persoonlijke favorieten, in Music City. Zoals het een instrumentale band betaamt, is het niet in woorden te vatten hoe magisch deze show was. Niet enkel voor mezelf: iedereen in de zaal had precies een collectief orgasme beleefd.
2) Zelden heb ik zo vaak moeten antwoorden op de vraag “Ge ziet da toch écht zitten?” als toen Peter Daems Eat The Turnbuckle naar Music City heeft gehaald voor hun “Fans bring weapons“-tour. Een combinatie van deftige hardcore punk en bloederige catch. Zo’n pijnlijk entertainende combo dat we ze later terug naar Antwerpen hebben gehaald om te spelen op een Rodeofest in de Wommel.
3) Als één band ooit schandalig hard zijn voeten heeft geveegd aan de maximale capaciteit van Music City, dan is het wel Cheap Drugs door 167 kaarten te verkopen voor de release-party van hun LP “Angst“. Die show is integraal gefilmd en in verschillende clips terug te vinden op Youtube. Een hardcore feestje in meerdere betekenissen.
4) De canadezen van ‘Trigger Effect’ hebben we meermaals mogen ontvangen op de fameuze rodeoshows in Music City. De meest memorabele keer was toen ze in Zaventem zijn aangekomen en door een staking van de bagageafhandelaars zonder instrumenten waren gebleven. Na een oproep bij lokale muzikanten zijn we aan de gewenste instrumenten geraakt en hebben ze ’s avonds toch de pannen van’t dak kunnen spelen.
5) Kro van For Those About To Rawk haalde vorig jaar The Bennies van Australië naar Music City voor een uitverkochte show. Er waren relatief weinig usual suspects in het publiek, maar het bleken wel allemaal uitzinnige fans. Vanaf de eerste tonen begon iedereen enthousiast te springen en mee te zingen en na 3 seconden staken er al 2 crowd surfers in de lucht. Heel de avond enkel lachende gezichten gezien en onmetelijk veel knuffels gekregen van wildvreemden. Ik heb nog nooit “nen bol” geslikt, maar volgens mij kwam die ervaring dicht in de geburen.

Ik hoor soms van mensen die ver buiten Antwerpen wonen dat ze graag zouden afkomen naar een bepaalde show maar door het parkeerprobleem in de buurt afhaken. Zie je dat zelf als een nadeel voor de bezoekersaantallen van shows die bij jou doorgaan? Heeft de lage-emissiezone veel effect op bands die – dikwijls in oude busjes – op tour zijn en tot aan AMC moeten geraken?
De LEZ en het parkeerbeleid waarbij steeds minder openbare ruimte ter beschikking wordt gesteld om privaat vervoersmiddelen op te parkeren, zijn uitermate geschikte onderwerpen voor toogpolitiek, maar een logische evolutie van stedelijk beleid en ruimtelijke planning.
Als groene jongen, kan ik ecologische maatregelen alleen maar aanmoedigen, maar anderzijds is het wraakroepend dat het in Antwerpen een beetje een verborgen taks is die niet van toepassing is op de grootste luchtvervuilers: de schepen in de haven. Dat sommige financieel zwakkere weggebruikers verplicht worden om een andere auto of bus te kopen (zonder de ecologische voetafdruk van productie en recyclage af te wegen aan de resterende levensduur van een ouder vervoermiddel met een iets hoger verbruik/vervuiling) werkt soms in het nadeel van DIY-bands.
Uiteindelijk is de Lage-Emissie-Zone een ‘tijdelijk probleem’ dat zichzelf versneld zal oplossen navenant er meer steden een LEZ invoeren en autofabrikanten enkel nog auto’s produceren met lagere uitstoot. Bedrijven die toursupport voorzien anticiperen daarop door de busjes die ze verhuren aan de nieuwe wetgeving te laten voldoen. Voor sommige DIY-bands die (eindelijk!) een ‘goei buske’ hebben kunnen kopen dat nu de LEZ niet meer binnen mag, is dat wel een zure appel.
Parking is een andere situatie: het verdwijnen van de helft van de parkeerplaatsen in de Handelstraat was even schrikken, maar we merken dat de doorstroming van het verkeer veel vlotter is geworden en dat wie in de straat woont of werkt veelal een andere oplossing heeft gevonden dan op straat te parkeren. De beschikbare parkeerplaatsen hebben een groter verloop en worden vooral door klanten van de handelszaken gebruikt. Dit maakt dat er meer parking vrijkomt vanaf dat de winkels beginnen sluiten. Dat werkt in het voordeel van Music City waar het vaak ’s avonds pas drukker begint te worden.
De curfew voor live-muziek is om 23u zodat je na de shows nog de kans hebt om openbaar vervoer te gebruiken; verder promoten wij fietsen (en de velokes van’t stad), carpooling en carsharing. 

Legendarisch zijn ook de vele rodeoshows die uiteindelijk zijn uitgegroeid tot enkele Rodeofests op locatie. Waarom zijn Samuel Paul De Roeck en jij na de 2017 editie met dit initiatief gestopt?
Toen Rodeo begon, vulde het een leemte in Antwerpen. Het is een beetje een DIY-beweging die gegroeid is uit het gegeven “Wie gaat het anders doen?” en “Wat gaat ge anders doen op ne zondag?”. Het concept was klassiek en simpel: een tourende band die we zelf echt de moeite vonden een free donation show laten spelen in Antwerpen om een gat in hun tour op te vullen. We boekten lokale bands als voorprogramma zonder al te hard wakker te liggen van een clash aan stijlen. Iedere zomer staken we een iets groter festivallletje in elkaar en iedere winter een winterfest. Na enkele succesvolle rodeojaren, waren er meerdere organisaties bijgekomen die vaak iets meer genregericht shows boekten en bleek er een volwaardige underground music scene te zijn gegroeid. We legden voor onszelf de lat hoger op vlak van bands die we wilden boeken en verwezen vaker door naar de andere organisaties. Vanaf dat we merkten dat we met problemen zaten om onszelf te motiveren om twee keer per jaar het nodige volk op de been te krijgen om de festivals te organiseren, hebben we een sabbatical ingelast die nog steeds van toepassing is voor de festivals. Eind januari hebben we met de Rodeo-crew nog eens een rodeoshow in elkaar gebokst voor Billy Bio, al was dat niet haalbaar volgens het free donation-concept. We sluiten niet uit dat we in de toekomt nog vaker de handen in elkaar slaan om helden ‘in onze living’ te laten spelen.

Billy Bio live at Music City (c) ladandmisfit

De laatste jaren werk je qua concerten veel samen met Ondergronds en Peter Daems van Het Bos waardoor er meerdere avonden per week wel concerten in AMC doorgaan. Tel daarbij nog alle andere shows in o.a. Kavka, Het Bos en Trix en er ontstaat op sommige momenten misschien wel een overkill aan shows in het Antwerpse. Hoe kijk jij hier tegenaan?
Zolang iedere organisatie genoeg volk op de been weet te brengen om niet verlieslatend te zijn, kan ik de levendige scene enkel aanmoedigen. Iedere avond een aantrekkelijk muzikaal alternatief kunnen bieden voor een avondje buishangen is wat mij betreft een zeer mooie situatie. Dat je af en toe voor een moeilijke keuze staat omdat er meerdere goeie bands op dezelfde avond spelen op verschillende locaties zie ik niet als overkill maar als een rijkdom aan keuze.

Is de studio in AMC eigenlijk nog actief?
De opnamestudio van Music City is eigenlijk altijd een ‘demostudio’ geweest tot de opkomst van Digital Audio Workstations een home studio een stuk betaalbaarder maakten en het gemakkelijk werd om thuis een demo van behoorlijke kwaliteit te produceren.
Omdat de studio van Music City akoestisch een aantal beperkingen had (en omdat het dak zo rot als snot was), hebben we besloten om grondig te verbouwen met het oog op een betere studio om de demokwaliteit te overstijgen. Wegens een onbetrouwbare aannemer hebben we een stevige financiële tegenslag gehad en hebben de verbouwingen vertraging opgelopen. Aangezien ik als gediplomeerd geluidstechnicus de opnamestudio als mijn speeltuin bekijk, wil ik die zeker terug up and running hebben.

Welke bands hebben er zoal opgenomen bij jou en op welke plaat afkomstig uit jouw studio ben je het meest trots?
Mijn favoriete herinneringen aan de studio zijn de opname van de Aguardente-demo waardoor ik Martin Furia’s talent voor knoppendraaierij heb leren kennen. Martin heeft nadien carte blanche gekregen en nog tal van plaatjes opgenomen in de studio. Onder andere stukken van “The quietus” van Your Highness. Een conceptplaat met veel gastmuzikanten en technisch een samenwerking van Martin met Frank Rotthier, deels opgenomen in Trix en deels in Music City. Een trip van ruim 20 minuten die ik geregeld nog eens op de platenspeler leg.

Komend weekend staat er in Hangar 27 in Edegem een benefiet gepland ter ere van 25 jaar Antwerp Music City en om de verdere verbouwingen van Music City te sponsoren. Wat mogen we zoal verwachten?
Hangar 27 voelt aan als vertrouwd terrein aangezien we daar een paar jaar het Rodeo Winterfest hebben georganiseerd. Heel wat van de helpende handen die dag zullen ook hun sporen verdiend hebben op die festivals. Waaronder de helden van de ‘Anckaer-clan’ die het eten zullen voorzien voor zowel de bands als het publiek.
Ik ben zelf uitermate tevreden over de line-up van de avond. Eerst zijn er shows van een aantal bands die een trouw Music City publiek hebben weten te verzamelen: Huracan, Psychonaut en Tangled Horns. Stuk voor stuk bands die ik heb zien groeien van beginnende band tot overtuigende acts die elke keer weer bevestigen en de verwachtingen weten te overstijgen. Tussendoor komt Brame “Vleesklak” tonen wat voor geniale (of zoals hij zelf zou zeggen ‘genitale’) hersenkronkels hij heeft met zowel De Blenders als zijn alter ego Tonnie Anders.
Vervolgens wordt het podium ingepalmd voor een set vol verrassingen en gasten die we voor het gemak als “Antwerp Music City All Star Band” op de affiche hebben geschreven. Ik ga er niet over uitweiden, want ik wil niets verklappen.
Als er één band het label ‘MC house band’ verdient, is het Aguardente. Het is altijd een huzarenstuk om ze bij elkaar te krijgen, maar het is ons gelukt! Wie hen kent, weet dat hij nog steeds het onverwachte mag verwachten; wie hen niet kent, wacht de complete verrassing.
Na de optredens komt Goe Vur In Den Otto den boel slopen. Wanneer de kans zich voordoet, speel ik met veel plezier chauffeur, roadie en technieker voor deze nozems en stook ik ze aan om zoveel mogelijk confetti in de lucht te jagen. In den Hangar ben ik zelf verantwoordelijk voor den opkuis en probeer ik hen bijgevolg in te tomen… Ik vrees tevergeefs. Ze hebben minstens één smoking hot special guest voorzien. Be afraid. Be very afraid.
De avond afsluiten, gebeurt in stijl door twee levende legendes achter de draaitafels: Peter ‘Lintfabriek’ Daems en Aldo Struyf.
Het is geweldig om te merken hoe alle artiesten en vrijwilligers uitkijken naar die avond, dus ik hoop op een goede opkomst en overtroffen verwachtingen. Er wacht meer dan 1500 liter bier. Wir schaffen das! 🙂

Darkened Nocturn Slaughtercult – Het pad van het individu

Na meer dan 23 jaar werd het hoog tijd om het Duitse Darkened Nocturn Slaughtercult eens deftig uit te checken. Diens nieuwe zesde langspeler “Mardom” leek hiervoor de ideale aangelegenheid te zijn. Overtuigd door wat we hoorden, trokken we gitarist Velnias aan de mouw. Op het einde komt ook Onielar kort aan het woord, hoewel zij zich liever op de achtergrond houdt. (JOKKE)

The English version of the interview can be found here.

(c) Dan Zerker & Alexandra Kürten

Ave! Darkened Nocturn Slaughtercult bestaat reeds 23 jaar. Kan je drie highlights opsommen die belangrijk zijn geweest in jullie carrière?
Darkened Nocturn Slaughtercult bestaat sinds 1997 en onze eerste demo “The pest called humanity” werd uitgebracht in 1999. Ik denk dat de allereerste release voor elke band wel speciaal zal zijn. Drie momenten kiezen uit onze lange carrière is echter niet zo evident. We prijzen onszelf gelukkig dat we reeds in meer dan twintig landen live shows hebben gespeeld. Onze allereerste show in de VS zal me ook altijd bijblijven. Een beetje zoals elke eerste show in een nieuw land eigenlijk en ook fijn dat er nog steeds hoogtepunten aan de concertlijst blijven toegevoegd worden. Neem nu ons laatste optreden in Frankrijk op “In theatrum denonium“: een perfect georganiseerd event op een adembenemende locatie.

Zijn er zaken waar jullie spijt van hebben?
Neen. Het is zinloos om over het verleden te blijven nadenken en wensen dat je sommige zaken anders had aangepakt. We zijn wie we zijn op basis van de beslissingen die we hebben genomen. We moeten dat leren accepteren en leren leven met onze daden, woorden en acties. Wie niet tevreden is over zijn huidige situatie moet die maar zelf zien aan te pakken.

Hoewel ik in 1995 op dertienjarige leeftijd in contact kwam met black metal, heb ik geen Darkened Nocturn Slaughtercult plaat in mijn fysieke collectie. Ik kende de band natuurlijk wel en zag jullie live op Throne Fest in 2018, maar om één of andere reden heb ik me nooit in jullie oeuvre verdiept. Dus bij deze: welke plaat zou je aanbevelen aan iemand die jullie band nog niet kent?
Het is natuurlijk nooit te laat om onze volledige discografie aan je collectie toe te voegen. Daar ik zelf deel uitmaak van de band, kijk ik natuurlijk anders naar elke plaat en het hangt ook allemaal van je voorkeur af. Nieuw materiaal zoals “Mardom” of de voorganger “Necrovision” klinken meer volwassen vergeleken met het oude werk. Aangezien DNS een stabiele line-up heeft, zal je de band op elke release wel herkennen. Persoonlijk zou ik het nieuwe “Mardom” aan nieuwe luisteraars aanraden zodat ze kunnen horen tot wat de band momenteel is uitgegroeid. Zowel op tekstueel als op muzikaal vlak is deze plaat representatief voor ons levenswerk DNS. Vertrek bij ons meest recente werk en ga vervolgens via “Necrovision“, “Saldorian spell“, “Hora nocturna“, “Nocturnal march“, “Follow the calls for battle” geleidelijk aan terug en tenslotte eindig je met “The pest called humanity“.

Er ligt een gat van zes jaar tussen het voorgaande “Necrovision” en de nieuwe plaat. Was “Mardom” een moeilijke plaat om te schrijven?
Niet moeilijk om te schrijven, maar om af te werken. “Mardom” bevat minstens één nummers dat op “Necrovision” had kunnen staan. Wij schrijven voortdurend nieuw materiaal. “Mardom” is in essentie een snapshot van het “Necrovision“-era en de navolgende jaren. De plaat was reeds meer dan een jaar geleden klaar maar er waren verschillende factoren die ons weerhielden van het werken aan de plaat. Zo liep onze kelder en repetitieruimte bijvoorbeeld onder water waardoor we al onze instrumenten, uitrusting en persoonlijke spullen kwijt speelden. Zulke gebeurtenissen vragen natuurlijk veel tijd en doen een albumrelease uitstellen. Maar hé, eerstdaags verschijnt “Mardom” eindelijk en de eerste reactie klinken veelbelovend.

Ik googelde het woord “mardom” maar kon niet echt een verklaring vinden die steek houdt met het DNS-universum. Kan jij licht in de duisternis scheppen?
Mardom” is blijkbaar een Perzisch woord, hoewel we daarvan niet op de hoogte waren toen we over de albumtitel nadachten. Het is niet de eerste keer dat we met een neologisme werken. Elke keer wanneer we vinden dat een bestaand woord in eender welke taal het niet mogelijk maakt onze intenties uit te drukken, creëren we een nieuw woord. Zulke nieuwe creaties zijn dan erg persoonlijk gebonden. In het geval van “Mardom” beschrijft het woord het volledige concept van de plaat. We kregen voor de eerste keer van ons label War Anthem Records de vraag liner notes aan te leveren, dus de gelimiteerde verzamelbox en de vinylversie zullen een 24 pagina’s tellend boekje bevatten met alle details over het concept en elke afzonderlijke song. Kort gezegd draait de plaat om het doorbreken en verleggen van grenzen.

Jullie logo bevat een groot omgekeerd kruis, dus lijkt het aannemelijk jullie als een satanische of anti-religieuze band te bestempelen. Wat is jullie kijk op religie en waarom is het verspreiden van anti-christelijke boodschappen nog zo belangrijk? Zijn er geen grotere problemen en gevaren in de wereld dan het christendom?
Om onszelf vele jaren terug te quoten: “DNS staat voor onze eigen satanische, nihilistische en misantropische gedachten“. Elke persoon heeft idealen en naarmate we ouder worden herdefiniëren we deze. Daarom niet meteen een volledige ommedraai maar een bijsturing op basis van de in tussentijd verworven wijsheden. In het geval van DNS gaan de gewoonlijke holle definities niet op. Als ik voor mezelf spreek, kan ik zeggen dat ik mezelf al lange tijd niet meer als een satanist beschouw. Ik verkies de term occultist aangezien het mijn doel is om de ongekende duisternis in mezelf beetje bij beetje te ontdekken en dit middels religieuze, esoterische of wetenschappelijke middelen. Je mag jezelf hierbij niet laten limiteren. Hoe kunnen we hoge toppen scheren zonder ook de diepste dalen bewandeld te hebben? Om deze reden mag religie in het algemeen niet veroordeeld worden. De ziekte die eruit voortvloeide werd door de mens gecreëerd. Denk aan de archaïsche religieuze gedachte: “God is in you, as you are in God. You are through God as God is through you”. Wie dienen we te antwoorden? Met dat in gedachte, zou ik willen zeggen dat de voornaamste boodschap van DNS altijd al het pad van het individu is geweest.

Het artwork bevat veel details en symboliek. Wie tekende de cover en wat krijgen we zoal te zien?
We zijn heel erg blij dat we opnieuw dienst konden doen op de excellente vaardigheden van Thorny Thoughts, dezelfde artiest waar we voor “Necrovision” mee samenwerkten. Ze maakt niet veel band artwork meer, dus we zijn uitermate blij met de uitzondering die ze voor ons maakte.
De tekening is gebaseerd op een illustratie uit 1887/88 die mits enkele kleine aanpassingen perfect bij het concept van de plaat paste. Zoals gezegd handelt het album thematische gezien over transities. Op de cover zal je dan ook veel transities en grenzen ontdekken, maar bekijk ook de inlay card eens in detail. We vinden het belangrijk dat je zelf op ontdekkingstocht gaat. Van alles op een dienblaadje te presenteren, wordt je mentaal lui.

Mijn favorieten van “Mardom” zijn het enigmatische “A beseechment twofold” dat een donkere atmosfeer en een geweldige Gehenna-vibe kent en het up-tempo “Exaudi domine” dat het live waarschijnlijk erg goed gaat doen. Wat zijn jouw favorieten en is het moeilijk om live-nummers te kiezen?
Elke plaat is samengesteld uit onze persoonlijke favorieten. Nummers die we niet goed vinden, zullen niet op een release verschijnen. Die belanden in de prullenbak of worden herwerkt om later te gebruiken. De twee nummers die je aanhaalde maken deel uit van onze huidige setlist. Een andere nieuwe song die we live zullen brengen is “Mardom – Echo zmory“. We brengen graag afwisseling in de setlist aan tussen oud en nieuw materiaal met nummers van elke plaat. Nieuwe nummers kiezen voor een setlist is niet zo moeilijk. Door vaak te repeteren krijg je een mooi beeld van welke nummers goed samengaan.

Waar staat het cryptische “T.O.W.D.A.T.H.A.B.T.E.” voor?
ALs band met een lange bandnaam hebben we blijkbaar ook een zwak voor lange songtitels. Voor de een of andere reden leek het gemakkelijker om “The one who dwells above the heavens and beneath the earth” af te korten.

Voor de derde keer op rij verschijnt jullie werk via War Anthem Records. Zijn jullie tevreden over de samenwerking? Waarom past het label zo goed bij jullie?
Nadat we onze eerste vier platen in eigen beheer hadden uitgebracht gingen we op zoek naar een label om een deel van het werk over te nemen. Onze keuze ging daarbij naar War Anthem Records omdat het een label uit ons thuisland Duitsland is. We hadden de eigenaars ervoor reeds ontmoet op Party San Open Air festival. Om ervaring op te doen boden ze een deal voor één plaat aan en alles rond “Saldorian spell” verliep vlot. Tegen de release van “Necrovision” waren zowel het label als de band gegroeid, waardoor de zaken nog verbeterden. Momenteel vormen we een goed team en we weten dat War Anthem Records hun bands ook écht steunt daar ze enkel bands tekenen die ze zelf goed vinden. En ze respecteren steeds ons laatste woord als er een beslissing gemaakt moet worden. We apprecieerden hun enthousiasme omtrent de nieuwe plaat ook erg evenals hun suggesties en inspanningen. Het voelt nu veel meer als een joint venture aan dan vroeger.

Mardom” zal tevens in een tot 150 stuks gelimiteerde vinylbox-editie verschijnen. Wiens idee was deze box en ben je tevreden over het eindresultaat?
In het verleden waren er soms kleine misverstanden met het label aangaande re-releases en nieuwe releases. Nadat deze uitgeklaard waren, kwam ons label af met nieuwe ideeën, waarvan de boxset er één was. We werken de details samen in onderling overleg uit. Momenteel hebben we enkel nog maar de digipack en jewelcase versies van de CD gezien. Alle andere zaken zijn waarschijnlijk nog in productie. Als het eindresultaat van de box overeenkomt met wat de bedoeling was, zal die een magnifieke bijdrage zijn voor onze releases.

Zal er getourd worden ter promotie van “Mardom“?
DNS is geen tourband. We spelen losse shows doorheen het jaar die een zekere exclusiviteit hebben. In Duitsland staan er dit jaar bijvoorbeeld twee gepland: onze releaseshow in Munchen en een andere later op het jaar in Oberhausen. We speelden reeds in Spanje en Frankrijk en ook Zwitserland en Italië staan nog op de planning. Meestal hebben we tegen het einde van het jaar een wereld- of Europese tour gespeeld verspreid over twaalf maanden in plaats van een reeks opeenvolgende shows op een paar weken tijd.
Het zou echter wel eens kunnen dat onze eerste échte tour in 2020 zou plaatsvinden. Als dat gebeurt, zal het om een heel exclusief gebeuren gaan, iets om niet te missen.

Op het podium wordt heel wat bloed vergoten en het maakt een groot deel van jullie imago uit. Welke boodschap schuilt er achter het gebruik van echt menselijk of dierlijk bloed?
Je hebt het in elk geval al bij het rechte eind dat het om écht bloed gaat, wat essentieel is voor het doel op zich. Er zijn verschillende manieren om dit te interpreteren. Bekijk de volledige performance als een soort van ritueel. Je het zowel de optredende protagonisten als de deelnemers. Beide zijn nodig om de ervaring te vergroten. Er is een voortdurende eb en vloed aan energie en een constante wisselwerking en verfijning naargelang de performance verstrijkt. Bloed zijnde één van de vitale lichaamsvloeistoffen, fungeert hierbij als een drager en katalysator. Een ritueel vraagt de volledige focus. Parafernalia heiligt het doel om de focus te kanaliseren. Het is gemakkelijker wanneer al onze zintuigen geprikkeld zijn en herinnerd worden aan de oorzaak. Bloed spreekt onze zintuigen zowel op vlak van zicht als smaak aan en van tijd tot tijd ook op vlak van geur.

(c) Dan Zerker & Alexandra Kürten

Hoe belangrijk is de visuele presentatie van de band? Op één van de promoplaatjes van de nieuwe plaat, lijken jullie wel een stel gemummificeerde zombies die doorheen een moeras dwalen. De kostuums lijken een verderzetting te zijn van Onielar’s stage outfit. Wat is de idee achter deze kostuums?
Wel zoals je aangaf, was je niet bekend met onze discografie, dus laat ons eerst terug gaan naar ons oudste werk. Daar zal je het gekende black metal-imago tegenkomen inclusief corpse paint, kasteelruïnes en middeleeuwse wapens. En dat is perfect zo. Alles wat we deden was heel oprecht. Dat is eigenlijk de manier waarop “Nocturnal march” ontstond. Gedurende een van onze nachtelijke uitstappen naar een kasteelruïne, kreeg Onielar deze visie. Op sommige momenten voelden we meer nodig te hebben dan de ordinaire foto’s. Op “Saldorian spell” zetten we een kleine stap in een andere richting. Met “Necrovision” en “Mardom” ontstond een natuurlijke vraag om verder te gaan in het dehumaniseren. Beide platen hebben een sterke relatie met de obscure en gruwelijke sferen die buiten ons bevattingsvermogen liggen. De beelden refereren zowel naar het concept als het artwork. Kijk maar eens naar de cover waarop je links en rechts onderaan van de hemisfeer menselijke wezens zal spotten die uit deze wereld proberen te kruipen. Door de transitiewetten zijn ze niet langer menselijk.

Hoe sta je tegenover de huidige black metal-scene in Duitsland? Wat denk je van bands zoals Sun Worship, Ultha en Downfall Of Gaia die er een andere kijk op het genre op na houden dan jullie meer traditionele vorm van Scandinavische black metal?
Vergeleken met deze bands, is DNS een oude doos. Ik heb het even opgezocht en Downfall Of Gaia werd opgericht in 2008, tien jaar later dan DNS. De twee andere bands bestaan sinds 2011 en 2015. Dit is noch iets goed noch iets slechts aangezien de leeftijd van een vand geen garantie is voor goede muziek. Dit maakt enkel duidelijk dat DNS een band is die stamt uit de vroege dagen van black metal. We groeiden op met bepaalde bands, combat shoes, pinnen en leder. De traditionele manieren lijken nu soms wat vergeten te zijn. Maar hé, het is belangrijker dat je doet wat juist voelt. Old school Scandinavische black metal geniet hierbij onze voorkeur. Het is niet omdat post-black metal, hipster black en al die andere vreemde varianten nu plots bestaan, dat we mee op die kar moeten springen. Er zitten waarschijnlijk goede bands tussen deze nieuwere acts, maar geen van de drie aangehaalde zal je in onze platencollectie aantreffen.

Vorig jaar las ik een Facebook post van de Noorse drumster Trish Kolsvart waarin ze aangaf dat het als vrouw nog altijd niet zo gemakkelijk is in de black metal-scene. Onielar, ben jij ooit seksistisch gedrag tegenkomen of werd je in de scene altijd met respect behandeld?
Overal waar er mensen rondlopen, is de kans groot dat er idioten tussen zitten. Wat betreft mijn ervaringen met DNS, kan ik niet meteen een serieus probleem of negatieve ervaring voor de geest halen. Haar identiteit was jarenland verscholen. Tegen dat we live begonnen op te treden, hadden we reeds een gerespecteerde naam. Degenen met twijfels, waren na afloop muisstil waarbij sommigen nadien toegaven overtuigd te zijn. Mensen respecteren onze oprechtheid en dat we dit met hart en ziel doen. Ze appreciëren de échte waarde ervan.

Onielar, in 2016 vervoegde je Bethlehem op zang waarmee je hun self-titled plaat opnam. Hoe voelde deze ervaring aan want Bethlehem is best een legendarische band. Welke dingen heb je geleerd die ook voor DNS belangrijk kunnen zijn?
Het nieuwe album is getiteld “Lebe dich Leer” en zal in mei uitkomen. We kennen Bethlehem’s muziek al jaren. DNS heeft een hardere en brutalere aanpak van de muziek terwijl Bethlehem meer gaat voor gevoel, melancholie en donkere depressieve schoonheid. Beide bands vullen mekaar mooi aan. Dit verschil in aanpak biedt ruimte voor vocale afwisseling. In beide bands actief zijn is in elk geval een voordeel. De ene keer vraagt een plaat voor een meer experimentele vocale aanpak, dan de andere keer. Het as wel even wennen aan het gebruik van enkel Duitstalige teksten. De stem is een instrument die je onder controle moet leren houden. Switchen tussen talen verandert een paar zaken zoals frasering.

Bedankt voor het interview!

Vananidr – In verbinding met mijn voorvaderen

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad alvorens de Zweed Anders Eriksson ons zijn debuutplaat van soloproject Vananidr kon voorleggen. Hoewel Vananidr een nieuwe naam in het black metal-gebeuren is, gaat er een vrij gecompliceerde ontstaansgeschiedenis aan vooraf die zelfs vrij ver terug de tijd ingaat. Maar nu het debuut er eindelijk is, lijkt de creatieve geest van Anders geen rust te kennen. De Zweed licht toe. (JOKKE)

Dag Anders, de kiemen van Vananidr’s geschiedenis voeren ons terug naar het midden van de jaren ’90 en de band Hydra.
Correct, Hydra viel tussen 2006 en 2010 geleidelijk aan uit mekaar doordat bandleden er één na één de brui aan gaven. Vermits ik de laatste jaren verantwoordelijk was voor alle muziek van Hydra, besloot ik alleen verder te gaan.

Hydra evolueerde naar Synodus Horrenda waarvan het gelijknamige debuut in januari verscheen. Vanandir’s debuut kwam uit in november 2018 maar werd na de Synodus Horrende plaat geschreven, correct?
Synodus Horrenda” werd eigenlijk in 2010 uitgebracht via verscheidene digitale platforms zoals Spotify en iTunes. Deze plaat was eigenlijk voor Hydra bestemd. Het opnameproces startte aan het einde van 2005 maar door het vertrek van zanger Erebus belandden de opnames ervan in de koelkast. In 2010 besloot ik de plaat zelf in te zingen en werd het een écht soloproject. Het voelde echter niet goed om de muziek onder de naam Hydra uit te brengen aangezien die band oorspronkelijk door Titan werd opgericht als een Grieks pagan black metal-project.
In de herfst van 2010 besloot ik Hydra-drummer Thunder te contacteren en namen we de drumpartijen op voor zes nieuwe songs die ik had geschreven in 2007. Het jaar nadien werkte ik verder aan de gitaar- en basopnames maar toen er op gebied van de labelzoektocht geen schot in de zaak kwam, verdween mijn energie. Ook het schrijven van teksten verliep niet zo vlot. Kort nadien kreeg ik twee kinderen en was er even geen plaats meer in
mijn leven voor het creëren van muziek.
In 2016 kreeg ik te kampen met een mentale instorting met een serieuze depressie en angstaanvallen als gevolg. Het goede aan deze lijdensweg was dat teksten zich bijna vanzelf aandienden en ik hervond de kracht om iets met mijn muziek te doen. Ik besloot zang op te nemen voor de opnames die ik samen met Thunder in 2010 was begonnen en in februari 2017 waren die eindelijk klaar. In 2018 bracht ik het album onder de nieuwe naam Vananidr uit op Bandcamp en kort nadien was Purity Through Fire geïnteresseerd om het werk fysiek uit te brengen.

Vanwaar opnieuw een nieuwe bandnaam?
Ik was nooit 100% tevreden met Synodus Horrenda als naam en de link met mijzelf. Vananidr verbindt mijzelf met mijn voorvaderen en zegt iets over mijn afkomst.

Wat betekent het woord dan?
Vananidr is een figuur uit de noordse mythologie die ook wel Njord genoemd wordt. Hij was één van de drie Vanir die in Asgaard ging wonen nadat de oorlogsvoerende goden de wapens hadden neergelegd.

Waarom is drummer Karl Tunander (Thunder) ondertussen niet meer van de partij?
Dat weet ik eigenlijk niet goed. Ik denk dat hij met andere bands bezig is en mij wat beu was. Ik probeerde hem een tijdje terug te contacteren om te zien of hij geïnteresseerd was om ook de drums op de opvolger te verzorgen, en hij antwoordde simpelweg niet.

Ben je dan nu als enige muzikant te horen op de nieuwe single “Bleak and desolate“?
Ja en nee, de drums werden door mij geprogrammeerd en dat zal ook zo zijn op de nieuwe langspeler. Ik denk dat ik erin geslaagd ben om ze natuurlijk te laten klinken, maar ik hoop een drummer van vlees en bloed te kunnen strikken voor de derde plaat.

Wil je Vananidr als een studioproject behouden of heb je ook plannen om concerten te spelen?
Ik zou heel graag opnieuw live willen spelen als ik goede muzikanten kan vinden en er vraag naar Vananidr-concerten is. Ik heb niet meer op de planken gestaan sinds een optreden met Hydra in Stockholm in 2004.

Met songtitels zoals “Raging blizzards” en “Frostbitten kingdom” lijkt inspiratie uit de Immortal-hoek voor de hand liggend.
Ja, mijn vocabularium wordt erg beïnvloed door de oude Noorse black metal-bands, hoewel mijn teksten toch eerder een beschrijving zijn van de shit die zich enkele jaren geleden in mijn hoofd afspeelde, dan dat het échte sneeuwstormen zijn. Vijf van de zes songs op het debuut handelen over mijn depressie en verwrongen gedachten.

Welke bands beïnvloeden de muziek van Vananidr?
Ook hier weer de oude Noorse bands zoals Emperor, Ulver, Darkthrone, Satyricon, etc. Maar ook bands à la Mastodon, Iron Maiden en Black Sabbath. Vooral qua productie vormt Mastodon met haar akoestische en organische sound een grote invloed. Ik word ook erg beïnvloed door Zweedse folkmuziek, misschien niet zo zeer op het debuut, maar op de volgende platen zal dit duidelijker worden.

Ik was verbaasd je het woord “Satan” te horen zingen in het nummer “Rise” omdat ik Vananidr niet linkte aan deze tekstuele richting. Waar gaan de songs over en welke betekenis heeft het woord “Satan” voor jou?
In “Frostbitten kingdom” valt het woord ook, dat eerder functioneert als een metafoor voor iets donker en kwaadaardig dan dat het een religieus geladen betekenis heeft. Ik ben geen gelovig man, ik geloof noch in een god, noch in een satan, maar als tekstueel onderwerp voor een metalsong werkt het natuurlijk wel:

“Blackwinged demons of sorrow
Cursed to eternity
To see their shadows
Towards the blackened horizon
To see them burn
And morph into images of Satan”


Deze tekst beschrijft eigenlijk mijn gedachten die me tormenteerden met een eigen visie van de hel. Zoals gezegd beschrijven de meeste nummers een beeld van pijn, wanhoop en gedachten van dood en zelfmoord, met tevens een tikkeltje armageddon. “Abomination of evil” is de enige song die niet over mezelf gaat. Ik hoorde over een film over een klooster in nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog waar het Rode Leger een bezoekje aan bracht. Er vond een massaverkrachting van de nonnen plaats en verscheidene onder hen zetten hierdoor ook kinderen op de wereld.

Vananidr” komt in verschillende fysieke formaten uit. Purity Through Fire staat in voor de CD en vinylversie en Worship Tapes voor de cassette. Welk medium geniet jouw voorkeur?
Ik verkies digitale platformen zoals Spotify wanneer ik muziek beluister omdat het zo gemakkelijk is, maar vinyl heeft wel iets magisch. Waarschijnlijk doordat ik als kind opgroeide met vinyl en cassettes. Ik herinner me nog hoe ik vol ontzag mijn broers Iron Maiden platen ontdekte. CD en tapes kunnen hier niet aan matchen!

Wat staat er nog allemaal op de planning?
In juni verschijnt een nieuw album getiteld “Road north” waarop tien nummers staan die meer afwisseling laten horen dan het debuut. Enkele trage, snelle en midtempo songs. Sommige van de nummers zijn bijna tien jaar oud terwijl andere recent geschreven werden.
Ik ben ook reeds aan de opnames voor een derde plaat bezig die hopelijk volgend jaar zal uitkomen.
Zoals je ziet ben ik nu veel productiever dan in het verleden. Mijn doel is elk jaar een nieuw album uit te brengen en hopelijk de muziek ook live op een podium te brengen.