interviews

Blodhemn – Pusht zichzelf in het schrijven van destructieve muziek

Het uit Bergen afkomstige Blodhemn groeit album na album in haar rol als leverancier van oerdegelijke melodieuze Noorse black met thrashy insteek met het recent verschenen “Mot ein evig ruin” als voorlopig hoogtepunt. De band is het geesteskind van Invisus die verder ook in zijn eentje het reilen en zeilen van Blodhemn op zijn schouders neemt. Ik trok de Noor aan zijn mouw voor een korte babbel. (JOKKE)

Ik vroeg me af of de bandnaam geïnspireerd is op Enslaved’s “Blodhemn“-plaat uit 1998?
Je bent niet de eerste die die foute assumptie maakt. Door mijn interesse in de Vikingen stuitte ik op het Noorse woord dat “bloedwraak” betekent. Ik vond de term perfect passen bij de agressieve en haatvolle band die ik wou oprichten.

Er ligt een gapend gat van vijf jaar tussen “Mot ein evig ruin” en voorganger “H7”. Was de nieuwe plaat moeilijker te schrijven dan de oude platen?
Dat zou ik nu niet meteen zeggen, het creatieproces verliep min of meer hetzelfde als in het verleden. Het opnameproces duurde vooral langer met als voornaamste oorzaak dat ik het grootste deel van de opnames in mijn eigen home studio deed. Ik spendeerde heel wat tijd aan het experimenteren met het vinden van de juiste sound. De tijd die ik hierin stak zou me een fortuin gekost hebben in een andere studio!

Blodhemn is je soloproject waarbij je in een studio-omgeving alle instrumenten en zang voor je rekening neemt. Wat was het eerste instrument dat je leerde bespelen? Zie je jezelf eerder als een drummer, gitarist of bassist?
Ik startte mijn muzikale carrière begin de jaren 2000 als drummer. Ik beschouw mezelf ook in de eerste plaats als een slagwerker en ik haal ook het meeste plezier uit drummen.

Tijdens live optredens neem je echter de microfoon in de hand terwijl je je door sessiemuzikanten laat bijstaan. Was het van meet af aan duidelijk dat je in een live situatie de rol van zanger op jou zou nemen? Is het voor jou belangrijker de tekstuele boodschap te verkondigen in plaats van de muziek die je schreef?
Aangezien Blodhemn een one man band is, voelde het natuurlijk aan om als frontman op te treden. Ik heb ook een heel persoonlijke band met de teksten waardoor het vreemd zou aanvoelen om die door iemand anders te laten vertolken.

Doordat je het enige bandlid bent, heb je heel veel vrijheid en moet je geen compromissen sluiten. Het nadeel lijkt me wel dat er geen extern klankbord is om een tweede opinie te geven wat kan leiden tot verbeteringen van bijvoorbeeld de songstructuur. Of zie je dat eerder als de rol van de producer?
Je hebt volkomen gelijk in je analyse. Het zou soms praktischer zijn creatieve inbreng te krijgen van andere bandleden, maar uiteindelijk slaag ik er op mijn eentje ook goed in om interessante en goede nummers te schrijven. Ik heb nog nooit met een producer samengewerkt en verzorgde de productie steeds zelf waarbij ik soms wel beroep deed op recording engineers die me vooral bijstonden in de technische aspecten van het opnemen van een plaat.

(c) V. Meidell

Wat is de betekenis van de albumtitel? Loopt er een thematische rode draad doorheen de plaat? Je lijkt me niet voor de satanische, theologische of filosofische benadering van het genre te gaan, hoewel er twee omgekeerde kruisen in het bandlogo verweven zijn?
De titel kan vertaald worden als “naar de eeuwige ruïnes“. Er zit niet echt een diepere betekenis achter, behalve dan dat ik mezelf steeds verder push in het schrijven van destructieve muziek. Er is geen overkoepelend thema dat doorheen de teksten loopt, hoewel sommige nummers wel verder borduren op songs van de oudere platen. Ik hou ervan om referenties naar ouder materiaal in de nieuwe nummers te steken. Dat creëert meer diepte en draagt bij aan de conceptuele waarde van de muziek.
Naarmate ik ouder word, wil ik meer en meer weggaan van standaardthema’s zoals satanisme en wil ik me focussen op datgene waarover ik wel wil schrijven. Ik wil Blodhemn niet verder ontwikkelen als “just another black metal band“.

Waarom verruilde je Indie Recordings voor Soulseller Records?
Ik was nooit echt tevreden over Indie Recordings waarmee ik een deal had voor twee platen. Na afloop van de overeenkomst ging ik dus op zoek naar een nieuw label.

In 2014 tourde je samen met het legendarische Mayhem. Hoe verliep die tour? Ik kan me inbeelden dat het een droom was die uitkwam aangezien Mayhem een levende legende is met een grote rol in de ontwikkeling van Noorse black metal?
Die tour was een groot succes waar ik fantastische herinneringen aan over hou. We deden heel veel ervaring op en het was de ideale manier om onze toenmalige plaat “H7 te promoten en ons als band aan het publiek te presenteren. Het was tevens cool om Mayhem elke avond live aan het werk te zien en de mannen te leren kennen aangezien de band met het verstrijken van de jaren nóg legendarischer zal worden.

Zullen we Blodhemn in de Benelux te zien krijgen ter promotie van “Mot ein evig ruin”?
We hebben momenteel geen concrete plannen in die richting maar zullen we proberen een tour of twee op te zetten om de nieuwe plaat te ondersteunen.



Valkyrja – Geen “priest cape, symbols and ritual”-band

Valkyrja beschouw ik reeds vier albums lang als een leverancier van oerdegelijke Zweedse black metal, ook al liggen de invloeden van een band als Watain voor de hand. Alvorens de band in december op tour vertrok, contacteerde ik hen met enkele (kritische) vragen onder de arm. Er kwam echter geen teken van leven van Simon Wizen, oprichter, gitarist en sinds het nieuwe “Throne ablaze” ook zanger van Valkyrja. Toch weer geen band die kritiek niet aankon? Midden januari klopte de Zweed echter terug op mijn digitale deur aan met de excuses dat het zo lang had geduurd, maar het drukke tourschema liet het niet toe om aan interviews te werken. Bovendien apprecieerde Simon de kritische vraagstelling, zodat hij meer verduidelijking rond een paar zaken kon brengen. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

(c) Soile Siirtola

Dag Simon, eind 2018 nam Valkyrja deel aan een Europese tour met Marduk en Archgoat, twee bands waar jullie reeds eerder met tourden. Hoe verliep deze concertreeks?
Deze tour was voor verschillende redenen erg belangrijk voor ons. We hadden niet enkel een nieuw album voor te stellen, maar ook een nieuwe line-up. De voorbereidingen namen enkele maanden in beslag en we konden reeds op de eerste show nieuw en oud materiaal voorstellen en dat bleef verder evolueren doorheen de tour. Terugkijkend kan ik stellen dat het nu vanzelfsprekend voor mij is om achter de microfoon te staan en we zijn hongerig naar wat nog komen zal.

Is het altijd meteen duidelijk welke nieuwe songs ook live gespeeld zullen worden? Zijn de nummers uit de setlist de facto jullie beste songs?
Enkele songs voelen vanzelfsprekend aan zoals de openingstrack of het titelnummer. De rest hangt af van de songs die we selecteren van de andere platen. We proberen een grotere variatie in dynamiek en tempo in de setlist aan te brengen. Tijdens de laatste tour speelden we ook “Opposer of light” van “Throne ablaze“.

Er zit een gapend gat van vijf jaar tussen de release van “The antagonist’s fire” en het nieuwe album. Ik veronderstel dat de line-up wissels de grootste tijd in beslag namen?
Inderdaad! De grootste verandering was de zangerwissel. Het is nooit eenvoudig nieuwe bandleden te vinden en ze in te werken. We hadden een mooie samenwerking met frontman RSDX opgebouwd door twee jaar met hem te touren totdat hij zichzelf begon te isoleren en we geen grip meer op hem hadden. Het feit dat ik nu de zang voor mijn rekening neem, was dus niet gepland en wisten we ook nog niet op het moment dat we aan de nieuwe plaat begonnen te schrijven.
Aangezien RSDX tijdens de opnames verdween besloten we dat het het beste zou zijn als ik zijn plaats zou innemen als zanger. In deze fase nog een nieuw bandlid moeten gaan zoeken, zou een te grote gok geweest zijn aangezien iemands échte interesse en toewijding pas na een tijdje duidelijk worden. Deze beslissing werd echter niet meteen genomen en verlengde het opnameproces met twee maanden aangezien ik nieuwe teksten en zangarrangementen moest schrijven. Dit vroeg veel focus en toewijding. Deze hele situatie en alle bijhorende frustraties gaven het eindresultaat een serieuze boost. Zowel in de teksten als in de zang hoor je echte wanhoop en razernij terug.

RSDX was dus enkel jullie zanger tijdens de periode tussen “The antagonist’s fire” en “Throne ablaze“. In het nieuwe nummer “Transcendental death” horen we een gastbijdrage van A.L., jullie zanger op de eerste drie platen. Waarom verliet hij de band in 2016 en was er geen interesse om hem terug aan boord te hijsen?
Valkyrja en A.L. begonnen reeds in 2015 uiteen te groeien en we speelden de laatste shows met hem in de zomer van dat jaar. We gingen uiteen daar onze interesses begonnen te verschillen, vooral op gebied van live shows aangezien hij minder concerten wou spelen. We zijn echter op goede grond uiteen gegaan, vandaar ook dat je hem kan horen op de nieuwe plaat. Qua live shows is er echter niets veranderd, dus zie ik niet in hoe hij de wonde die hij in 2015 heeft gecreëerd terug zou kunnen dichten. De jaren nadien waren natuurlijk nodig om zijn vertrek te verwerken, maar nu het zo ver achter ons ligt is er ook geen weg terug. Er is wederzijds begrip voor het feit dat we sinds zijn vertrek vooruit zijn blijven gaan, ook al was het onze oude samenwerking die ooit de kern vormde van waaruit we nog steeds vooruitgang boeken. Zijn terugkeer werd zelfs nooit besproken.

De frontman is meestal ook het gezicht van de band en de verkondiger van de boodschap (als die er is). Je gooide de teksten die RSDX reeds had geschreven weg en pende er nieuwe. In welk opzicht is de boodschap van de teksten gewijzigd?
We behielden enkel de tekst van “Crowned serpent” aangezien we deze samen afgewerkt hadden en ik ook het zangarrangement had gedaan. Het voelde juist aan om nieuwe teksten te schrijven zodat ik dieper met mijn nieuwe rol verbonden zou zijn. RSDX flirtte meer met religieuze topics terwijl ik meer existentiële zaken schrijf met een nihilistische kijk op de zaken. Mijn toenmalige gemoedstoestand bezorgde de nodige inspiratie. Als ik hierop terugkijk lijkt het alsof ik, ondanks de sterke focus, zonder controle geleid werd.

Ook op de drumkruk werd een wijziging doorgevoerd. Jocke Wallgren verliet Valkyrja voor Amon Amarth (begot) en werd vervangen door Victor Parri. Hoe zou je beide drummers vergelijken? Brengt Victor een nieuwe dynamiek in de muziek? Wordt hij ook de nieuwe live-drummer of zullen jullie nog sporadisch beroep doen op Die Hard-slagwerker Eric Ljung?
Jocke is altijd een solide drummer geweest en was steeds op zoek naar een professionele carrière. Het was dan ook geen verrassing toen hij aangaf Valkyrja te verlaten. Jocke was een heel technische drummer, terwijl Victor een meer groovende en dynamische speelstijl heeft. Victor is onze enige drummer. Onze vriend Eric hielp ons uit de nood toen het nodig was en bleef ook aan boord voor onze tweede Noord-Amerikaanse tour toen Jocke wegens administratief papierwerk niet mee kon.

 (c) Soile Siirtola

Hebben de vele line-upwissels Valkyrja ooit op een negatieve manier beïnvloed?
Als een bandlid niet langer op volle capaciteit kan meedraaien, is het tijd om vervanging te zoeken zodat de band kan doorgaan. De interesse van mensen kan doorheen de tijd wijzigen, maar we proberen de kern van Valkyrja intact te laten. Natuurlijk voelt het nu aan alsof we de sterkste line-up hebben, omdat onze beslissingen uit het verleden hiertoe geleid hebben. Maar ik voelde dit waarschijnlijk eind 2013 bij “The antagonist’s fire” ook zo aan. Maar zoals de tijd heeft uitgewezen zou verdergaan met die line-up vandaag een zwakte zijn, ook al was de bezetting toen solide.

Na het vertrek van A.L. in 2015 werd je het enige overgebleven originele bandlid. Toen je Valkyrja in 2004 oprichtte was je vijftien jaar oud. In welk opzicht is Valkyrja nu een andere band vergeleken met de demojaren? Welke gebeurtenissen veranderden de doelen van de band of je kijk op Valkyrja?
Ik heb het gevoel dat Valkyrja en ikzelf onlosmakelijk met mekaar verbonden zijn. Samen muziek schrijven, opnemen en live spelen had natuurlijk een serieuze impact op mij tijdens mijn jeugd en alles wat erna volgde. Alles vertrok vanuit dat naïeve idee de wereld te veroveren. Ik plaatste mezelf in een context die grootser aanvoelde dan ikzelf was. Naarmate het leven verder ging en de ervaringen intenser werden, doofde die naïviteit natuurlijk uit en werd ze vervangen door een sterkere focus. Nu put ik het meeste voldoening uit het creatieproces. Het live-aspect gaat dan weer samen met meer integriteit en het loslaten van energie. Hoewel het leven on the road niet meer zo opwindend is als tijdens de beginjaren.

Op Metal Archives staat een erg vernietigende review van “The antagonist’s fire” waarin de auteur Valkyrja als een Watain copycat omschrijft. Hoe ga je met negatieve kritiek om?
Mensen zijn altijd vrij een eigen mening te hebben, maar noch negatieve noch positieve kritiek kunnen mijn relatie met onze creaties veranderen. Die negatieve review die je vermeldt, vind ik even interessant als recente quotes zoals “beter dan de laatste Watain” etc. Ik vind het vervelend dat het zo belangrijk lijkt om referentiepunten te hebben. Ik denk dat dit een soort poging vormt je in eender welke situatie comfortabel te voelen, iets wat ik als erg beperkend zou ervaren. Ik vraag me ook af of mensen in staat zijn volledig objectief te oordelen, het lijkt soms alsof ze reeds op voorhand een mening gevormd hebben. Ik heb geen interesse om met zulke individuen over muziek of kunst te praten en ik ga ook niet met argumenten afkomen om te verdedigen dat beide bands anders klinken. Het oor van iedere normale persoon zou hiertoe in staat moeten zijn. Natuurlijk hebben zowel Valkyrja als Watain hun roots in Zweden en werken we met dezelfde producer, maar klinken onze nummers hetzelfde? Ik denk dat zowel wij als zij het erover eens zijn dat dat niet het geval is. Trouwens best interessant waarom niemand Dissection eens vermelde voor de verandering? Misschien is de luidste stem niet altijd degene om als eerste naar te luisteren.

In de begeleidende promotekst van “Throne ablaze“s lazen we het volgende: “As part of Valkyrja’s philosophy of ridding themselves from limitations, no specific genre was ever chosen since it would only serve to establish a framework of useless expectation. The artistic output created under the flag of Valkyrja defies all earthly shackles, including those of commercial categorization.” Zelf een reviewer zijnde, willen we natuurlijk een label of genre op de muziek plakken om de sound van een band aan de lezer te omschrijven. Voor mij speelt Valkyrja grotendeels snelle Zweedse black metal. Punt. Ik hoor geen elementen terug in jullie sound die de grenzen van black metal overschrijden en bestempel jullie ook niet als een experimentele band zoals bijvoorbeeld een Virus of Dødheimsgard. Als je Valkyrja niet als een black metal-band beschouwt, waarom maak je dan zo veel gebruik van de black metal-esthetiek?
Zoals je zelf zei, is dit categorisatie. Ik zeg niet dat Valkyrja uniek klinkt en out of the box denkt of niets te maken heeft met andere black metal-bands. Ons statement meldt dat we noch binnen noch buiten de grenzen van het genre werken door de grenzen simpelweg te negeren. Ik haal veel inspiratie uit simpele rock ’n roll, en naar mening is dit steeds meer en meer hoorbaar.

De reeds aangehaalde review is ook kritisch omtrent de Necromorbus Studio. Voor de vierde keer op rij werkten jullie met Tore Stjerna samen. Hoewel ik de producties van de Necromorbus Studio erg waardeer, is het correct dat veel bands die er opnamen gelijkaardig klinken. Een beetje zoals de Abyss Studio in de jaren negentig en in het begin van dit millenium. Wat maakt de Necromorbus Studio de ideale keuze voor Valkyrja?
Niet alleen omdat we reeds met Tore in het verleden samenwerkten, maar ook omdat hij als een kritische filter opereert. Ik werk bovendien sinds 2017 in zijn studio en ik nam zowat alles behalve de drums van “Throne ablaze” op. Door het gedoe met de wissel van zanger bleek dit opnieuw de juiste keuze te zijn, aangezien het belangrijk was dat de studio 24 op 24 en 7 op 7 beschikbaar was.
Maar ik snap je kritiek wel hoewel dat van bijna alle bekende producers gezegd kan worden. Ik ben van mening dat Tore ons de juiste sound aanmeet en we voelen ons zelfzeker om ons werk in zijn handen te leggen.

Voor de release van “Contamination” uit 2010, wisselden jullie Northern Silence Productions in voor het grote Metal Blade Records. Voor “The antagonist’s fire” en het nieuwe album werkten jullie samen met World Terror Committee. Wat is voor een band als Valkyrja het grootse verschil in werken met een kleiner en meer toegewijd label vergeleken met een grote speler als Metal Blade?
Metal Blade bood nieuwe opportuniteiten en opende deuren naar betere samenwerkingen. Desondanks denk ik dat we als jonge band zonder reputatie een deel van onze doelgroep mistte. Ik trof onze albums bij Media Markt aan, maar niet in de lokale metal muziekwinkel. W.T.C. heeft een ander netwerk en is meer gefocust op underground distributie. Pas sinds “The antagonist’s fire” bereiken we ons doelpubliek naar mijn mening.

Ik wou ook nog even jullie statement op Facebook aangaande orthodoxe en occulte black metal aanhalen: “Despite all the polluting trends within the so-called black metal scene, the exaggerated use of occult symbols, the covens and all the rubbish that has surfaced lately, we are confident that in the end our art will prevail! To hell with all meaningless ego boosts and intellectual races… all sheep are born as followers…Turn around and look elsewhere if you expect a ritual. Here, only death is real!” Wie zijn jullie om te beslissen welke bands fake zijn en welke niet? Sommige van deze bands deden ook reeds uitspraken aangaande vervuiling van de black metal-scene. Is het niet belangrijker op je eigen band te focussen in plaats van met de vinger naar anderen te wijzen? Zou je ooit met één van deze “ritual” bands touren als de opportuniteit zich aanbood?
We claimen niet de leiders van de “scene” te zijn of beter dan de rest te zijn, we bekijken onszelf los van de andere bands. Ik observeer enkel een trend die ik smakeloos vind en als een simpel recept beschouw om door een groot publiek “geaccepteerd” te worden. Het is geen toeval dat veel van dergelijke bands hetzelfde klinken en wanneer de stroom de massa verslindt, zwem ik van nature uit tegen de stroom in.
Ik heb het trouwens niet alleen over de bands maar ook over de mensen die hen volgen en hun bestaan vergroten. Ons statement betreft enkel onszelf en het feit dat Valkyrja niet gaat veranderen in een “priest cape, symbols and ritual“-band omdat dat momenteel hip is.
Je kan de krenten uit de pap halen, maar iedereen zal het er toch wel over eens zijn dat dit vervuilend is en de bands met de échte essentie ondersneeuwt. We hebben reeds verscheidene aanbiedingen gekregen om met zulke bands te touren, maar tot nog toe hebben we dat niet gedaan. Hoewel het ook niet noodzakelijk is ons met andere tourpartners te kunnen vereenzelvigen. Maar als ik de keuze heb, tour ik liever nogmaals met een band als Marduk, een band met een integere ruggengraat.

Je maakte ook bijna tien jaar deel uit van Ondskapt. Waarom besloot je de band begin 2018 te verlaten?
De line-up wijzigde en er werd een nieuwe band geboren waardoor ik er niet langer mijn energie wou insteken. Vroeger had ik voldoende energie en tijd voor meerdere bands, maar nu verkies ik de focus te leggen daar waar de voldoening het grootst is.

Wat is de status van Ondskapt en is er nieuw werk op komst?
Geen idee.

Ik kon spijtig genoeg niet aanwezig zijn op jullie show in Aarlen. Krijgen we Valkyrja in 2019 opnieuw in België te zien?
Er werd ondertussen een nieuwe tour met Marduk aangekondigd waarbij we ook enkele shows in de Benelux spelen.

Thronum Vrondor – Een nihilistische en apocalyptische visie

Vorig jaar verblijdde de herrijzenis van Paragon Impure ons zwarte hart. Begin 2019 is het de beurt aan Thronum Vrondor om na een afwezigheid van een decennium opnieuw van zich te laten horen. Destijds werden twee knappe platen uitgebracht waarmee Thronum Vrondor zich in de bovenste regionen van onze vaderlandse black metal-scene nestelde. Eerstdaags verschijnt via Pulverised Records de langverwachte derde plaat “Icho (The rebellion)” waarover we een gesprek hadden met gitarist/songschrijver Vrondor en zanger SvN. (JOKKE)

Gegroet heren! Na een afwezigheid van ruim tien jaar stelt zich als vanzelfsprekend de vraag waarom het zo lang heeft geduurd alvorens er nieuw werk van Thronum Vrondor verscheen?
Vrondor: Na de opnames van “Vrondor II: Conducting the orchestra of evil” hebben we nog wel wat nieuw materiaal geschreven dat in dezelfde lijn lag als dat tweede album, maar de opnames hiervan liepen niet goed en werkten demotiverend. De daaropvolgende pauze ging over in een lange periode van non-activiteit en zo hebben we eigenlijk een zestal jaar stilgelegen. Toen we de instrumenten opnieuw ter hand namen, hebben we dan op twee jaar tijd “Ichor” geschreven en opgenomen.

Gedurende het eerste decennium van Thronum Vrondor bestond de kern van de band uit drummer/zanger Crygh en gitarist/bassist Vrondor, hoewel op het debuut ook Noctiz (o.a. Paragon Impure en Lugubrum) mee kwam kwelen. Sinds 2015 worden jullie echter versterkt door toevoeging van zanger SvN (Dodengod). Waarom wilden jullie niet langer als duo verder?
Vrondor: Crygh is van nature enkel drummer en heeft op de eerste twee albums de zang uit noodzaak gedaan. Hij had daar al ervaring mee bij zijn vroegere band Grimfaug, vandaar dat het toendertijd een logische keuze was. Echter was dit nooit zijn favoriete bezigheid en dus waren we beide van mening dan het aantrekken van een échte vocalist een grote meerwaarde zou zijn voor de muziek. 

De opnames, mix en mastering van het nieuwe album “Ichor (The rebellion)” waren eveneens in handen van SvN. Hebben jullie geen schrik dat opnemen in een eigen studio ertoe leidt dat je oneindig lang blijft sleutelen aan een plaat doordat er geen deadlines zijn?
Vrondor: Ons creatief proces bestaat eruit om nummer per nummer op te nemen en af te ronden. Ongeveer één nummer per maand wordt op die manier opgenomen en ook afgerond. Vooral in de beginfase is het dus opletten dat je niet bij elke nieuw song wilt teruggrijpen naar de vorige nummers en checken of een aanpassing van dit of dat instrument ten goede komt aan de feeling van de muziek. Maar na die eerste twee of drie nummers zit het gevoel juist en wordt er eigenlijk niet meer zo veel gesleuteld aan de productie.

Ondanks de lange pauze klinken jullie plots niet compleet anders. De stijl van de nieuwe plaat ligt in het verlengde van diens voorganger “”Vrondor II: Conducting the orchestra of evil“, hoewel de nieuwe nummers iets technischer en progressiever klinken en er meer death metal-invloeden in jullie black geslopen zijn. Putten jullie nu meer inspiratie uit andere bands of genres vergeleken met de begindagen?
Vrondor: Tijdens de non-actieve fase van Thronum Vrondor heb ik gedurende die jaren geen enkele noot op gitaar gespeeld en heeft Crygh zijn drum ook opgeborgen. Toen we dan besloten om een derde album te creëren, heb ik mijn gitaarspel opgefrist aan de hand van onze oude albums en het niet uitgebrachte materiaal. De techniek, songstructuren en riffopbouw sijpelde dus automatisch door in het nieuwe materiaal zonder al te veel nieuwe invloeden.
Ik ben ook altijd een hevig voorstander geweest van goed klinkende en gevarieerde basslijnen. Op de vorige albums komt dit door de killere black metal productie wat minder tot zijn recht, maar bij “Ichor” hadden we de knowhow om dit mooi te laten uitkomen. Dit kan inderdaad wat progressiever of technischer overkomen, maar in feite is het kader van dit geluid al lang geleden zo gesmeed. Ook de drumpartijen zijn wat gevarieerder dan vroeger, Crygh houdt ervan op zijn tijd een atypisch ritme in de nummers te laten sluipen.

De titel van jullie nieuwe album intrigeert me enorm. “Ichor” staat in de Griekse mythologie voor de etherische vloeistof die als het bloed van de goden of de onsterfelijken kan beschouwd worden. Welke boodschap of symboliek zit er achter dit woord in combinatie met “The rebellion” wat tussen haakjes staat?
SvN: Ichor staat in dit geval inderdaad voor ‘bloed van de goden’. De teksten vormen samen één verhaal en zijn geïnspireerd door Dante’s “Inferno” en het Oude en Nieuwe Testament. De mensheid is van mening dat ze de goden niet meer nodig hebben, komen in opstand (vandaar ‘The Rebellion’) en willen hen vernietigen. Door onze technologie en kennis van de wetenschap zijn we zo machtig geworden, dat we onszelf als goden zijn gaan zien. De goden van hun kant zijn het hier niet mee eens en willen dat ongedierte verdelgen.

Het knappe artwork is van de hand van de Chileense artiest Daniel Valencia (Fenomeno Design) die ook reeds werkte voor o.a. Blut Aus Nord, Demonical, Manes, Glorior Belli en Inferno. Kreeg hij carte blanche bij het uitwerken van het hoesontwerp?
SvN: We hebben Daniel inderdaad enkel een beknopte instructie en de teksten meegegeven en hem zijn ding laten doen. Een kunstenaar als hem mag je geen beperkingen opleggen. We stellen zelf geen grenzen aan onze creativiteit. Dan kan je dit ook niet verwachten van anderen.

De hoes lijkt vergeven te zijn van de occulte symboliek. Kan je een tipje van de mystieke sluier oplichten en toelichten wat we zoal te zien krijgen?
SvN: Eigenlijk is Daniel degene die deze vraag zou moeten beantwoorden, maar als je de teksten leest, dan kan je veel terugvinden in het artwork. Voor zij die nog de moeite doen om de teksten te lezen natuurlijk.

De teksten voor “Ichor (The rebellion)” werden door SvN neergepend. In welke mate is er een verschuiving qua thematiek ten opzichte van het oude werk? “Vrondor II: Conducting the orchestra of evil” was gebaseerd op Dante Alighieri’s “La divina commedia” terwijl de nieuwe nummers een meer nihilistisch en apocalyptisch sfeertje lijken uit te stralen. 
SvN: Mijn teksten hebben altijd een nihilistisch en apocalyptisch thema. Bij alle bands waar ik ooit bij betrokken was/ben, was/is dit het thema van mijn teksten. Aard van het beestje zeker…

Als vinylverzamelaar vind ik het spijtig dat ik het nummer “Chants of the depraved” zal moeten missen daar dit enkel op de digipack-versie zal verschijnen. In welke mate verschilt het nummer van de rest van de songs daar dit het lot van bonustrack kreeg toegewezen?
Vrondor: Het bonusnummer is een nummer dat direct na de opnames van “Vrondor II: Conducting the orchestra of evil” geschreven is. Het vormt dus de link tussen onze eerste en onze tweede periode. Het is een snel en intens nummer, zeker het checken waard.

Jullie debuut verscheen via het Chinese label GoatoWarex en na een zijsprongetje via het Zweedse Total Holocaust Records voor de release van de tweede plaat, werken jullie nu opnieuw samen met een Aziatisch label, namelijk Pulverised uit Singapore. Hebben ze in Azië een speciale voorliefde voor Thronum Vrondor?
Vrondor: Pulverised was voor ons het label dat ons op de beste manier kon ondersteunen bij de promo van “Ichor” en het contact met hen verloopt heel vlot en professioneel. Het was dan ook een logische keuze om bij hen te tekenen. Geografie speelt in deze wereld geen rol meer, dus het was geen bewuste keuze om met een Aziatisch label in zee te gaan.

De eerste twee platen bezaten de respectievelijke prefixen “Thronum I” en “Thronum II”. Op welke manier waren beide albums met mekaar verbonden en vormen zij ondertussen een afgewerkt geheel of zal er ooit nog een derde deel volgen?
Vrondor: De eerste twee albums werden kort na mekaar gemaakt en zijn daardoor compositorisch en muzikaal sterk verbonden. Bij “Ichor” hadden we het gevoel dat de non-actieve periode ervoor gezorgd heeft dat we een album maakten dat meer balans en maturiteit uitstraalt. Nog steeds dezelfde stijl, maar composities die meer kloppen. Vandaar dat we besloten het voorvoegsel Thronum achterwege te laten en een nieuwe doorstart te maken.

Als ik me niet vergis heeft Thronum Vrondor zelden of nooit opgetreden. Blijft dat zo of komt er verandering in en mogen we jullie weldra op het podium van menig Belgisch concertzaaltje verwachten ter promotie van “Ichor (The rebellion)?
Vrondor: In wezen zijn we geen liveband, we hebben inderdaad nog nooit opgetreden. Om dat te gaan doen hebben we twee struikelblokken. We moeten minstens twee gelijkgestemde sessiemuzikanten vinden om live te spelen (2de gitaar en bass) én onze drummer is zo perfectionistisch dat hij enkel in auditief perfecte omstandigheden wilt spelen, wat natuurlijk niet makkelijk is bij een live performance. Ik verwacht dus dat je ons niet snel live zal te zien krijgen.

Vrondor, jij hebt ook nog een tijdje deel uitgemaakt van Paragon Impure. Wat vind jij van diens langverwacht “Sade”? Welke andere Belgische releases uit 2018 kan je aanbevelen?
Vrondor: Ik heb inderdaad deel uitgemaakt van Paragon Impure als live sessiegitarist ten tijde van de promo van “To Gaius!”. Noctiz heeft een goede beslissing gemaakt om “Sade” toch af te werken en uit te brengen, het is het beste Belgische black metal-album van 2018. Wat complexer en gelaagder dan de voorganger, maar heel geslaagd. Andere 2018 Belgische releases die in mijn ogen het luisteren waard zijn Theudo “De roep van het woud” , Cultor Noctis “Demiurg” en de nieuwe Wiegedood.

Als afsluiter iets wat ik me eigenlijk altijd al heb afgevraagd? Wat is de betekenis van die enorm duister klinkende bandnaam?
Vrondor: Bij het oprichten van Thronum Vrondor had ik eigenlijk voor ogen om de muziek als éénmansproject te gaan maken om geen compromissen te moeten sluiten over de muzikale koers. Daardoor koos ik als bandnaam de troon van Vrondor, ofte “Thronum Vrondor”. De tijd heeft me echter doen inzien dat het samen musiceren met gelijkgestemden wijzer is en ten goede komt van de feeling van de muziek.

Ulvdalir – Wolven die hongeren naar dood en verderf

Het Russische Ulvdalir wist ons met haar nieuwe langspeler “…Of death eternal” compleet van onze sokken te blazen. We riepen deze plaat zelfs uit tot het beste wat we ooit vanop Russische bodem hebben mogen horen. Een gesprek met zanger/gitarist Void drong zich op. (JOKKE)

The English version of the interview can be found here.


Hail Void! Alvorens het met jou over de nieuwe langspeler “…Of death eternal” te hebben, zou ik willen terugkijken op de begindagen van Ulvdalir. Waarom heb je de band in 2011 opgericht?
Hail! Ik richtte Ulvdalir destijds op met als doel de duivel te eren via een eigen creatie waarin ik mijn persoonlijke visies en emoties kwijt kon. Black metal was in mijn ogen toen de perfecte manier om mijn demonen vrij te laten.

Hoewel jullie uit Rusland afkomstig zijn, klinkt de bandnaam eerder Scandinavisch?
Het woord “ulvdalir” werd deels door mij gecreëerd. Ik vertrok van de essentie van het Scandinavische woord “ulfdalir” en wijzigde dat een beetje. Vraag me niet waarom ik dat deed, maar waarschijnlijk wou ik een bandnaam die meer Duits klonk. Ulvdalir staat voor de “vallei van de wolven” die hongerig zijn naar dood en verderf!

Ondanks jullie oprichting in 2001 duurde het tot 2008 alvorens jullie debuut “Flame once lost” uitkwam. Maar amper een half jaar later was daar wel reeds de opvolger “Soul void”. Vanwaar de korte tijdspanne tussen deze twee releases?
Ons debuut werd reeds in 2005 opgenomen maar het duurde enkele jaren alvorens we een geschikt label vonden. Je moet weten dat het destijds niet evident was om een goed label te vinden aangezien de Russische black metal-scene volledig van de rest van de wereld geïsoleerd was. Slechts enkele Russische bands waren bekend in het buitenland en bovendien waren er ook – op enkele kleintjes na – niet veel goede labels actief. “Soul void” werd niet lang na het debuut opgenomen en nadat we onderdak vonden bij Black Devastation Records wilden zij beide albums in één jaar tijd uitbrengen.

Tussen jullie vorige plaat “Cold breath of apocalypse” en het nieuwe “…Of death eternal” ligt een tijdspanne van maar liefst acht jaar. Vanwaar die lange radiostilte?
We zijn die periode best nog actief geweest hoor. Zo brachten we in 2011 de “Metal wolves of death” split uit met Lindisfarne en Lamia Vox en in 2014 de “Harvest: Bloody harvest” split met Мор, Klandestyn, Nebelwerfer en Ruin. Dat jaar verscheen ook nog de “Sacral chalice of foundations” EP en in 2016 was er de “From the tyrant’s grave” compilatie waarop enkele covers, live songs en obscure nummers prijkten. Het duurde inderdaad wat langer om een nieuwe langspeler af te ronden doordat ik, naast de alledaagse beslommeringen, op zoek was naar een goede nieuwe line-up en ook nog actief was in andere bands (Black Flux, Khashm, Likferd, The Initiation, Морок). 

De kern van Ulvdalir lijkt te bestaan uit jou en gitarist M.K. hoewel jullie ook beroep doen op enkele sessiemuzikanten voor liveshows. Hoe ziet de huidige studio- en live line-up eruit?
Ulvdalir werd door mij opgericht maar sinds de aantrede van M.K. in 2013 behoort hij zeker ook tot de kern van de band. We hebben de laatste jaren geen vaste actieve live line-up, we vragen indien nodig aan enkele vrienden om in te vallen. Voor studio-opnames bestaat Ulvdalir momenteel uit M.K. en mezelf en Sttng van de Oekraïense band Morkt Tre.

Op basis van jullie covers van Darkthrone, Nifelheim, GG Alin en Venom lijkt het me duidelijk welke bands jullie destijds beïnvloedden. In het nieuwe werk hoor ik echter ook invloeden van hedendaagse Griekse en Zweedse orthodoxe black metal-bands terug. De meer rock-getinte passages en de belangrijke drive die de basgitaar aan het geheel geeft, doen me dan weer eerder denken aan een band als One Tail One Head. Welke bands zie jij als een belangrijke inspiratiebron voor Ulvdalir?
Onze invloeden waren en zijn nog steeds bands als oude Darkthrone, oude Dødheimsgard, oude Graveland, Judas Iscariot, Arckanum, Kristallnacht, Warloghe en Funeral Winds. Ik luister voornamelijk naar oud muziek zoals hard rock en heavy metal. Tijdens het componeren denk ik niet aan andere bands, ik luister enkel naar het wilde vuur dat in mijn hart en ziel brandt. Zelf hoor ik geen Griekse en Zweedse elementen in onze sound, maar als jij dat wel doet is dat natuurlijk OK.

Jullie weten een goede balans te hanteren tussen agressie en melodie maar ik hoor ook die zekere typisch Russische hardvochtigheid terug. Zijn er elementen uit jullie geluid die ja als typisch Russisch kan omschrijven?
Russische invloeden? Haha, nee serieus, ik hoor dat zelf totaal niet terug aangezien alle Russische bands die ik goed vind anders klinken.

De albumtitel is een verkorte versie van de songtitel “Eternal angel of death eternal”. Vormt de dood het voornaamste thema in jullie teksten? Hoewel de nummers in het Russisch vertolkt worden, dragen ze wel Engelse songtitels…
De dood vormt inderdaad de essentie van onze lyriek. Ik zing in het Russisch, maar ik ken veel mensen buiten Rusland, vandaar dat we de vertalingen van de teksten in het boekje hebben voorzien. We zochten hiervoor hulp bij een professionele vertaler zodat onze niet-Russische fans voor de eerste keer de kans krijgen om op te gaan in de teksten die ik roep.

Ik hou erg van de sound die Vladimir Uzelac “…Of death eternal” meegaf in zijn Wormhole Studio. Tegenwoordig trekken de meeste gelijkgestemde bands richting de Zweedse Necromorbus Studio en hoewel die producties ook erg goed klinken, krijg je op deze manier wel veel generisch klinkende bands en platen. Ben je tevreden over hoe het geluid van de plaat is uitgedraaid?
Ik ben zelf ook erg tevreden over de sound van onze plaat, dit is hoe een black metal-album moet klinken ondanks alle moderne shit! Ik hou echt niet van die cleane, zielloze, moderne en te plastic-achtige sound van veel huidige bands. Vladimir en ikzelf zaten wat dat betreft volledig op dezelfde golflengte. Ik ben dan ook erg trots op hem.

Hoe kijk je terug op de muziek eens die opgenomen is? Ben je dan uitgeput en blij dat de opnames erop zitten of ben je opgewonden en nog steeds geëngageerd door die nieuwe nummers?
Het schrijf- en opnameproces was hard werken. Eerst op emotioneel vlak en nadien op technisch vlak. Zoals eerder gezegd ben ik erg trots op het eindresultaat en ook erg opgewonden om de plaat met de rest van de wereld te delen. Het album werd meer dan een jaar geleden afgerond en ik luister er zelf nog steeds met veel plezier naar. Ik ben blij dat de plaat eindelijk uitkomt want er zijn al veel nieuwe ideeën aan het opborrelen waar ik me snel op wil focussen.

In het verleden werkten jullie samen met kleinere labels zoals Black Devastation Records, Assault Records en Fog Of The Apocalypse Records. “…Of death eternal” komt uit via Iron Bonehead Productions. Zijn de gevolgen al voelbaar door met een groter label te werken?
Ik werkte in het verleden reeds met hen samen voor enkele van mijn andere bands en ben blij dat we nu ook voor Ulvdalir met hen in zee zijn gegaan. Patrick is een professionele en erg leuke kerel.

Ulvdalir schittert door afwezigheid op sociale media. Is promotionele ondersteuning door het label alleen vandaag de dag voldoende om op te vallen tussen de grote massa bands en platen die elke dag verschijnen?
Al die internethysterie is niet aan mij en Ulvdalir besteed. Ik verkies isolatie in dit geval en geloof nog steeds in de wetten van de underground. En Iron Bonehead levert een uitstekende job qua promotie, wat ik als hun taak beschouw en niet die van mij.

Zal er een tour komen ter promotie van de nieuwe plaat?
Een tour niet maar misschien wel enkele losse shows, we zien wel.

Ik hoorde geruchten over een split met onze landgenoten Ars Veneficium. Enig idee wanneer die zal uitkomen?
Geen idee! Het is een 7” split en zoals we allemaal weten zijn er niet veel labels die deze vandaag de dag nog uitbrengen.

Samen met Khashm vormt Ulvdalir de “Inner Circle of True Ingrian Black Metal Death”. Welke betekenis zit er achter deze cirkel en is twee bands niet wat aan de magere kant om over een cirkel te spreken als we vergelijken met andere black metal-cirkels zoals “Les Legions Noires” of de “Black Twilight Circle”?
We spreken zelf van een “cirkel” om op die manier gescheiden en geïsoleerd te blijven van de zogenaamde Russische scene. “True Ingrian Black Metal Death” bestaat uit Ulvdalir, Khashm, Likferd, Atanor, en deels Black Flux maar meestal zijn het enkel M.K. en ikzelf. Onze cirkel is inderdaad niet zo groot, maar het is perfect zo.

Volgens Wikipedia is Ingrisch of Izjorisch een bijna uitgestorven Finse taal die gesproken wordt door de Ingriërs, een inheemse bevolkingsgroep van Ingermanland, een historische regio rond Sint-Petersburg in Rusland. Er zijn nog slechts een honderdtal sprekers over, van wie de meesten op hoge leeftijd zijn. Spreek je zelf deze taal?
Neen, maar we leven vlakbij deze regio, vandaar dat we over “Ingrian Circle” spreken. Ik reisde vroeger erg graag naar dit gebied en haalde inspiratie uit de bossen, meren en bergen. Ik hou van deze desolate natuurlandschappen.

Persoonlijk vind ik “…Of death eternal” een van de beste Russische extreme metalplaten die ik ooit gehoord heb. Welke zijn jouw favorieten?
Bedankt man! Enkele aanbevelingen van oude en huidige bands zijn Old Wainds, Nav’, Scald, Odor Mortis, SS-18, Veter Daemonaz, Pyre, Blazing Rust, Draugwath, Forgot, Evilwinged, Blazebirth Hall, …

Perverticon – Viert het kwaad in al haar vormen

2019 is nog maar net begonnen of we zijn al onder de indruk van “Wounds of divinity” de tweede plaat van Perverticon. Zowel qua songwriting als qua productie doet het nieuwe album van de Zweden de oude Scandinavische black metal-scene van 1996 tot 1999 herleven. “Wounds of divinity” combineert betoverende melodieën en agressie middels een bedachtzame dynamische songwriting. Perverticon brengt tevens een zekere flair voor het dramatische, deels binnen de contouren van haar songs, maar vooral in haar visuele presentatie wat “Wounds of divinity” ook een modern kantje geeft. We namen contact op met Necrosadistic Elite, de gitarist en bassist van Perverticon om meer inzicht te geven in het universum van de band. (JOKKE)

The English version of the interview can be found here.

Alvorens het over de nieuwe plaat te hebben wil ik even terugkeren naar het ontstaan van Perverticon.Was er een zekere drang of behoefte die vervuld diende te worden door met de band te starten?
Vooral de drang naar een creatieve uitlaatklep om eerlijk te zijn. Voor mij persoonlijk is Perverticon een manier om samen met gelijkgestemde muzikale zielen iets te creëren en te zien hoe dat uitdraait.

De bandnaam is een samenvoeging van de woorden ‘pervers’ en ‘icoon’. Moeten we dit zien als een verwijzing naar de Katholieke Kerk, wat mij betreft één van de meest perverse iconen van deze wereld?
Niet exclusief, hoewel de donkere geschiedenis van de Katholieke Kerk een belangrijke inspiratiebron is voor wat we doen. De bandnaam kan dus zeker op dit instituut toegepast worden. Het merendeel van onze teksten gaat over het vieren van het kwaad in al haar vormen en het kwade dat gepleegd wordt in de naam van het goede brengt contrast en diepte in deze thematiek.

Op één van jullie bandfoto’s draagt één lid een bivakmuts die besmeurd is met corpsepaint, een ander lid verbergt zijn tronie onder een kap en de derde draagt een masker van een varken. Hoe belangrijk is de visuele presentatie van de band?
In het volledig plaatje is dit waarschijnlijk het minst belangrijke element. We hadden er net zo goed voor kunnen kiezen om geen bandfoto’s in het CD-boekje te steken. Maar aangezien black metal een sterke traditie heeft op vlak van bandimago zou dat nogal povertjes geweest zijn in ons geval. Wie er achter deze maskers schuilgaat is echter van geen belang.

Jullie debuut “Extinguishing the flame of life” dateert reeds uit 2013. Waarom duurde het zo lang om met een opvolger te komen?
Ons dagelijks leven laat het simpelweg niet toe om al onze tijd in Perverticon te steken. We hebben bijna alles zelf gedaan en we werken over ’t algemeen nogal traag. Het vroeg heel wat tijd om de songs te schrijven en op te nemen. Daarna vergde ook het ontwerpen van het artwork en het zoeken van een geschikt label wel wat tijd. Op deze manier ben je al snel enkele jaren verder.

Ik moet zeggen dat ik danig onder de indruk was van “Wounds of divinity“. Op basis van het label (Iron Bonehead), de bandnaam en (om eerlijk te zijn) de nogal infantiele aliassen van de bandleden, verwachtte ik eigenlijk een bestial/war metal-band, niet meteen mijn favoriete niche binnen extreme metal. Groot was mijn verbazing dan ook toen ik ontdekte dat Perverticon de traditionele melodieuze Scandinavische black metal-scene eert. Dit bewijst nog maar eens dat het belangrijk is om zonder vooroordelen naar een band te luisteren, niet?
Bedankt voor de appreciatie! Hoewel geen van ons drie een specifieke voorliefde heeft voor war metal, trekt die “meer is meer”-esthetiek van het genre ons wel aan, of je dat nu kinderachtig vindt of niet. Het is moeilijk om, al dan niet bewust, geen vooroordelen te hebben, maar het is waarschijnlijk al een eerste stap om dat op zijn minst te beseffen en misschien ook te proberen vermijden.

Vergeleken met jullie debuut hoor ik minder Gorgoroth-aanbidding en meer invloeden van bands als Craft, Dawn, Dissection, Setherial en Tsjuder. Welke bands dragen jullie hoog in het vaandel qua voedingsbodem voor het Perverticon-geluid?
Ik denk niet dat iemand van ons sinds de laten jaren ’90 nog naar Setherial heeft geluisterd, laat staan een band als Tsjuder. Voor de rest sla je de nagel op de kop qua referenties. Ik zou aan het rijtje ook nog Malign, Sorhin, Funeral Mist en Deathspell Omega willen toevoegen.

Jullie komen best professioneel over. Ik kan me dan ook moeilijk voorstellen dat dit jullie eerste band is. Hebben jullie een verleden in andere projecten?
Twee leden hebben nog in andere bands gespeeld in het verleden, maar we willen dit gescheiden houden van Perverticon zodat de luisteraar zonder vooroordeel kan luisteren. Ik ga dus geen namen noemen.

Het geluid van de plaat past perfect bij jullie muziek. Waar werd “Wounds of divinity” opgenomen?
De drums werden op een paar dagen tijd opgenomen in een professionele studio, al de rest deden we zelf in onze oefenruimte. Alle opnames gebeurden zonder inmenging van buitenstaanders, maar de mix gaven we wel uit handen. Om terug te komen op je vraag over de lange tussenpauze tussen de twee platen: het voelt erg comfortabel als je geen druk ondervindt door hoge dagtarieven van een studio en je dus alles beetje bij beetje kan opnemen.

Ben je 100% tevreden over het eindresultaat of zijn er dingen die je bij een volgend album anders zou doen?
Na ontelbare luisterbeurten is het voor mij moeilijk om de plaat nog objectief te analyseren of om er commentaar op te geven zonder veel te diep in detail te moeten gaan. Ik denk niet dat iemand ooit 100% tevreden over iets kan zijn. Het is misschien ook beter om dat oordeel over te laten aan de luisteraar.

Voor mij liggen de sterktes van Perverticon in het gevoel voor catchy melodieën (zonder de agressie uit het oog te verliezen) en de ‘hooks’ van de drumlijnen. Hoe komt een Perverticon-song tot stand en welk nummer was het moeilijkste of gemakkelijkste om te schrijven?
Tot op heden schrijf ik alle gitaarpartijen waarna we alle drie in ons repetitiekot samenkomen om alle partijen in mekaar te passen en er songs van te maken. Eigenlijk zijn alle nummers tot op zekere hoogte moeilijk om te schrijven aangezien ze binnen eenzelfde sound moeten vallen maar tegelijkertijd ook gevarieerd en boeiend moeten klinken. Het is ook een dunne scheidingslijn tussen geïnspireerd zijn door een bepaalde band of die schaamteloos kopiëren. Maar eigenlijk vind ik muziek schrijven eenvoudiger dan teksten neerpennen. Het is best een uitdaging om met een betekenisvolle tekst op de proppen komen die voldoende woorden bevat om zes minuten vol te zingen zonder in herhaling te vallen.

Ik vind de albumcover van “Wounds of divinity” erg geslaagd. Wie ontwierp het artwork?
De albumhoes is volledig van de hand van onze drummer en zanger O.S. We zijn er erg tevreden over.

Afgaand op het artwork en de album- en songtitels, lijkt er een sterk (anti-)religieus thema te zijn. Ik beschik echter niet over songteksten en vroeg me af of jullie Perverticon als een orthodoxe black metal-band beschouwen, zijnde een band die Satan als een legitieme metafysische entiteit beschouwt en daardoor ook het bestaan van een Christelijke God erkent?
Het korte antwoord is neen, we beschouwen Perverticon niet als een orthodoxe black metal-band in de religieuze zin van het woord. Speculeren over het bestaan van goden gaat ver boven ons hoofd, we zijn immers verre van theologen. Of wel zelf al dan niet gelovig zijn beschouwen we als iets persoonlijks. We doen hier dus ook geen uitspraken over.

Hebben jullie al opgetreden met Perverticon? Komen er shows ter promotie van de nieuwe plaat?
We hebben één keer live gespeeld in een private context op vraag van enkele kennissen. Om de nummers live alle eer aan te doen, hebben we minstens één extra bandlid nodig en dat zien we niet snel gebeuren. Het is al moeilijk genoeg om de tijd te vinden om met ons gedrieën te repeteren en op te nemen, laat staan om iemand te vinden waarmee we overweg kunnen of die met ons overweg kan.

Zullen we opnieuw zes jaar moeten wachten op een opvolger?

Moeilijk te zeggen, maar ik zou niet aanraden om je adem tot dan in te houden.

Tot slot, welke vijf platen uit 2018 kan je aanraden?
Wat black metal betreft vinden we alle drie dat Shadow Records enkele sterke releases heeft uitgebracht vooral “Universal hate speech” van Terrestrial Hospice en de Ultra Silvam-demo. Verder nog Funeral Mist’s “Hekatomb”, Craft’s “White noise and black metal” en “Scythe and sceptre” van Monstraat.

Stilla – De wil om voorbij de grenzen van de menselijke perceptie te kijken

Het Zweedse Stilla bracht reeds drie langspelers uit die lieten horen dat de band de kneepjes van het Scandinavische black metal-ambacht goed onder de knie heeft, hoewel deze albums me nooit écht van mijn sokken bliezen zoals de klassiekers dat deden. Met het nagelnieuwe “Synviljor” komen de Zweden echter héél dicht in de buurt. De nostalgische zielen onder ons zullen dan ook heel wat plezier beleven aan de zeven nieuwe nummers die Stilla ons op haar nieuwe plaat voorschotelt. Ik besloot gitarist/keyboardspeler en songschrijver Pär eens aan de tand te voelen omtrent zijn band. (JOKKE)

Dag Pär. Eerst en vooral gefeliciteerd met jullie vierde album “Synviljor“. Als iemand me zou vragen of er recente platen zijn die perfect het geluid en het gevoel van jaren ’90 Scandinavische black metal doen herleven, zou ik absoluut jullie nieuwe langspeler aanbevelen. Kan je zelf enkele nieuwere releases aangeven die jou hetzelfde gevoel geven?
Dank u. De enige black metal-plaat in de aard van Stilla die dit jaar uitkwam en die ik écht de moeite vond is “Blant svarte graner” van Djevel. Ik luister niet zo heel veel naar nieuwe muziek eerlijk gezegd.

Maar er zijn toch nog wel enkele andere toppers uit 2018 die je ons kan aanraden, niet?
Tuurlijk. “Love in shadow” van Sumac, “Origins” van Our Solar System, “The will to burn” van Scraps of Tape, “Svedjeland” van Svederna, “The blue hour” van Suede, “I” van VoidEater, de self-titled plaat van Dagny I Forsen, “Natt o dag” van Me And My Kites en “Cenotaph obscure” van Obliteration. En ook de demo van Völva.

Na het herbeluisteren van de vorige Stilla-platen lijkt het alsof “Synviljor” minder folkelementen bevat en minder progressief van opzet is. Was het een bewuste keuze om een meer rechttoe-rechtaan (maar nog steeds niet easy listening) atmosferisch en symfonisch black metal-album te schrijven met meer nadruk op keyboards?
Neen, er was nooit enige intentie om iets in een nieuwe stijl of richting te schrijven. Stilla’s muziek ontstaat zoals het onbewust bedoeld is. Ik schrijf de skeletten van de nummers en daarna wijzigen sommige stukjes nog tijdens het inoefenen en opnemen. Misschien lijkt het alsof er meer keyboards aanwezig zijn doordat we nu een Roland RS-09 gebruikten in plaats van een mellotron, ik weet het niet.

Jullie voornaamste invloeden komen van bands zoals oude Ulver, Ved Buens Ende, oude Arcturus, oude Borknagar en Tulus. Deze zijn nog wel terug te horen in het openingsnummer “Frälsefrosten” dat tevens een mooi Wardruna-achtig einde heeft. De andere songs klinken qua riffs en atmosfeer echter meer als de oudste Satyricon-platen, oude Gehenna wat betreft de symfonische elementen en The Deathtrip op gebied van vocalen. Bovendien doet ook de sound van de drums en gitaren me erg denken aan de platen die in de Grieghallen Studios opgenomen werden. Hebben jullie nog steeds dezelfde invloeden als op jullie debuut en welke andere zaken inspireren je bij het schrijven van muziek?
Onze invloeden zijn niet echt gewijzigd doorheen de jaren. Ik blijf vastzitten in de jaren ’90 sound en wil dat ook niet veranderen. Ik hou echt van platen die een persoonlijke touch hebben en die klinken alsof ze in een kleine lokale studio opgenomen zijn en niet té perfect zijn. Ik probeerde één van de gitaren te mixen zoals op “Dark medieval times” maar aangezien ik geen idee had van het materiaal dat ze toen gebruikten, draaide dit anders, (maar nog steeds goed) uit. Het Satyricon-debuut is een perfecte plaat wat mij betreft, niet alleen qua sound maar bijna alle nummers benaderen ook de perfectie. Naast alle black metal die ik mijn leven geabsorbeerd heb, haal ik ook veel inspiratie uit de zogenaamde school van Berlijn met bands zoals Tangerine Dream. Deze band weet een gevoel van eenzaamheid en wereldvreemdheid op te wekken waar ik heel erg van hou. Verder put ik ook veel ideeën uit de natuur en oude boeken en films.

De Zweedse albumtitel “Synviljor” kan grofweg vertaald worden als een ‘optische illusie’, correct?
Niet helemaal, aangezien we de tweede ‘l’ in het woord ‘synvillor’ vervingen door een ‘j’. De bedoeling is echter wel de luisteraar enerzijds te doen nadenken over optische illusies maar anderzijds is er ook de betekenis van ‘de wil om iets te zien’: de wil om voorbij de grenzen van de menselijke perceptie te kijken.

Ik vind het artwork van H. Larsson van Solfjáll Design erg geslaagd aangezien het de koude, melancholische en sombere sfeer van jullie muziek perfect weet te vertalen in één beeld. Op de cover zien we een met sneeuw bedekt winterlandschap met een bos en een demonisch kijkend noorderlicht. Hoewel ik al enkele trips naar Noorwegen, Zweden en IJsland heb ondernomen, heb ik aurora borealis spijtig genoeg nog nooit in levende lijve mogen aanschouwen. Herinner jij je nog de eerste keer dat je het noorderlicht zag en welke gevoelens gingen er toen door jou heen?
Tuurlijk! Dat was op een oudejaarsavond in Lapland. Het was -30° C, er lag immens veel sneeuw en ik maakte een nachtelijke boswandeling. De lucht leek veel dieper te zijn dan enkel een soort van dak zoals het kan lijken wanneer je omgeven bent door artificieel licht. Het noorderlicht is iets dat je moet ondergaan en ervaren en valt niet echt in woorden te omschrijven.

Ik vind dat black metal die in de moedertaal gezongen wordt altijd echter en authentieker overkomt dan wanneer voor het Engels gekozen wordt. De uitspraak en klank van een woord zoals ‘mörk‘ bezorgt me elke keer opnieuw rillingen. Uit eigen ervaring weet ik dat wanneer je in je moedertaal schrijft je steeds de neiging hebt om bepaalde woorden te gebruiken die je cool vind klinken of die veel betekenissen kunnen hebben. Heb jij een favoriet Zweeds woord dat je veel gebruikt tijdens het schrijven van teksten?
Ik gebruik regelmatig het woord ‘skugga‘ wat ‘schaduw’ betekent. Ik hou van de betekenis van een schaduw zowel op de Jungiaanse manier waarin die slaat op het deel van het onbewuste, bestaande uit verdrongen zwakheden, tekortkomingen en instincten, maar ook op diens concrete betekenis van een plaats waar geen zon komt en van wat zich daar allemaal afspeelt.

Wat is je favoriete tekstregel op de nieuwe plaat?
Dat is ongetwijfeld onderstaande:
“Han som alltid skall blåsa I hornet
Alltid på fel ställe och alltid falskt det tjuta
Han som Gud har gett upp”

“He who will always blow the horn
always in the wrong place and always out of tune
He who God abandoned”

De tekstregel komt uit het nummer “Den kusligaste av gäster” (“The most eerie guest“) en beschrijft simpel gezegd het gevoel waarbij je beseft dat je slechts een bezoeker bent in deze wereld.

Driekwart van de Stilla line-up speelt ook in de experimentele black metal-band Bergraven die in 2002 werd opgericht. Stilla ontstond pas later in 2011. Waren er verlangens of wensen die Bergraven niet kon invullen/vervullen?
Neen, ik zou eerder zeggen dat Stilla werd opgericht als focus op slechts één of enkele elementen uit de Bergraven-sound in plaats van een volledige vrijheid qua stijl of gemoedstoestand. Stilla draait om wat ik vind dat er mankeert in de huidige black metal-scene en de manier waarop ik ertoe kan bijdragen. Bergraven is een compleet ander verhaal, maar overlapt soms wel met wat ik met Stilla doe.

Jullie werkten van in het begin samen met Nordvis Produktion wat logisch is aangezien labeleigenaar Andreas Petterson jullie zanger is. Zouden jullie ook met het label willen werken indien Andreas geen deel van Stilla uitmaakte?
Ja! Ik ken hem al zo lang dat ik me amper kan voorstellen dat ik hem nu een demo zou moeten opsturen. Hij heeft al fantastische dingen gedaan sinds hij het label oprichtte en voor Stilla is het een enorm voordeel te kunnen doen wat we zelf willen.

Stilla ziet me er een band uit die erg oprecht omgaat met alles wat ze doet en niets te maken heeft met de typische black metal-clichés zoals pinnenbanden, lederen pakjes en de satanische aanpak van het genre. Dit in tegenstelling tot een band als Armagedda waar jullie zanger Andreas Petterson deel van uitmaakte. Hoewel black metal deels gaat over persoonlijke vrijheid en het bewandelen van je eigen pad, kan een deel van de scene gerust als purist beschouwd worden op vlak van visualisatie, sound, looks en de thematiek. Wat is jouw mening over de hedendaagse orthodoxe/occulte stroming die enorm populair is?
Ik wil hier niet dieper op ingaan aangezien ik niet denk dat mijn mening van belang is voor iemand anders. Ik ben zelfs niet zeker of ik hier wel een mening over heb. Iedereen wil andere dingen en ik denk niet veel na over de keuzes of voorkeur van anderen. Het enige wat ik hierover wil zeggen is dat ik het spijtig vind hoe sommige bands hun focus en richting gaandeweg veranderd hebben, hoewel dat dus hun volste recht is.

De bandleden leven ver verspreid over Zweden waardoor het me niet evident lijkt om samen te komen voor repetities of concerten. Is er een moment in het creatieve proces waarop jullie alle vier in dezelfde ruimte aanwezig zijn? Mis je nooit een écht bandgevoel dat ontstaat door regelmatig samen te komen?
De laatste keer dat we allemaal tezamen waren was tijdens de opnames van “Synviljor“. We verbleven tien dagen in een hut in de bossen om te repeteren en op te nemen. De geest van Stilla zit ‘m in de platen en we zijn niet in de mogelijkheid om frequenter samen te komen. We spelen allemaal in andere bands die onze behoefte om te repeteren en op te treden vervullen.

Welke vraag zou je zelf aan Stilla willen stellen als je een fan zou zijn in plaats van een bandlid?
Ik zou willen weten waarom Stilla geen twee albums per jaar uitbrengt maar het eenvoudige antwoord is tijdsgebrek.

Avast – Een freakshow aan muzikale voorkeuren

Bij Noorwegen denkt de extreme muziekfan natuurlijk meteen aan black metal en alle clichés die erbij horen. Er zijn echter ook bands die met het genre aan de slag gaan zonder dat er corpsepaint, kogelriemen, pinnenbanden, zwarte lederen broeken en Kiss-boots aan te pas komen. Avast uit Stavanger is zo’n band. Ook op goedkope duivelsaanbidding of occulte grootspraak zal je deze Noren niet kunnen betrappen. Hoe kijken de bandleden dan tegen black metal aan? We hadden een gesprek met Hans Olaf Myrvang (zang en bas) en Trond (gitaar). (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

(c) Katharina Ueland

Laten we met een clichévraag van start gaan. Welk idee zit er achter de bandnaam verscholen?
Hans Olaf: We wilden eigenlijk gewoon een korte bandnaam die makkelijk te onthouden is. ‘Avast’ is bovendien een Nederlandse term uit de nautische wetenschappen die ‘stop’ betekent en daardoor ook in lijn ligt met onze tekstuele boodschap, namelijk dat het tijd is om te stoppen waar we als mensheid mee bezig zijn en dat we moeten nadenken over wat we de wereld aandoen. 

Op jullie website staat een lange lijst positieve reviews van jullie debuut “Mother culture“. Is er ook al negatieve kritiek gekomen en hoe gaan jullie om met minder positieve feedback op jullie muziek?
Hans Olaf: Er zijn eigenlijk bijna enkel positieve reacties. De lijst op onze website bevat trouwens alle geregistreerde feedback, we hebben niet enkel de beste reviews geselecteerd. Soms krijgen we wel eens te horen dat we klinken als andere bands uit ons segment, iets wat je als negatieve kritiek zou kunnen beschouwen. Om eerlijk te zijn, zijn we het hier ook wel mee eens, maar we malen er niet om. Het is bijna onmogelijk om in het huidig muzikaal landschap nog innovatief voor de dag te komen en het is dus ook geen schande om dingen te doen die anderen reeds gedaan hebben, zo lang het op een goede manier gebracht wordt. Niet elke band kan een nieuw genre uitvinden. We proberen natuurlijk wel onze eigen draai aan het genre te geven, iets waar we volgens ons wel in slagen.

In 2016 brachten jullie in eigen beheer een self-titled EP uit. Was het op basis van deze release dat jullie tekenden bij Dark Essence Records? Kwam er veel reactie van andere labels?
Hans Olaf: Een van de mensen die bij Dark Essence Records werkt is een oude vriend van mij. Hij had interesse om ons te tekenen nadat hij onze EP had gehoord en ons later dat jaar live aan het werk had gezien op een festival. Er was ook interesse van andere labels maar van in het begin was er een sterke band met Dark Essence. Er zal veel nodig zijn om ons bij hen weg te plukken. 

Ik leerde Avast niet kennen via een labeladvertentie maar via een Facebookpost van concertfotograaf Stefan Raduta die lovend over jullie was. Zijn jullie tevreden over de promotionele aanpak van jullie label?
Hans Olaf: Ja hoor! Ze doen erg veel om ons te promoten en we zijn hen hier extreem dankbaar voor.

Het bandrooster van Dark Essence Records is vrij divers. Ze hebben traditionele black metal-bands zoals Taake en Sarkom, enkele Viking bands zoals Hades Almighty, Mistur en Helheim en ook meer progressieve acts in de vorm van Hail Spirit Noir en post-metal bands zoals Dwaal en Five The Hierophant. Wie is jullie favoriete labelcollega? 
Trond: Als we over black metal en extreme metal in het algemeen spreken, heb ik een serieuze boon voor de old school Noorse sound van pioneers als Darkthrone en Emperor. Mijn favoriete Dark Essence-band is dus Taake. De muziek en atmosfeer die ze op hun platen creëren is vrij uniek en de zang is zo fucking intens. De ideale soundtrack voor een grimmige en frostbitten winterse dag in Noorwegen. 

Op welke manier past Avast tussen de Dark Essence-bands?
Trond: Daar ben ik niet mee bezig om eerlijk te zijn. Black metal en punkrock, het genre waarmee ik opgroeide, gaan in se over speciaal zijn en afwijken van de norm of ergens niet bij horen. Ik lig er dus niet van wakker of we al dan niet in het reeds aangehaalde rijtje bands thuis horen.

Ik ken eigenlijk niet zo veel Noorse post-black metal-bands. Dat komt natuurlijk door het grote aanbod van jullie landgenoten dat True Norwegian black metal speelt en er een meer traditionele kijk op het genre op nahoudt. Avast heeft haar roots echter in punkrock en hardcore. Welke bands wakkerden het black metal-vuur bij jullie aan en wat trekt jullie zo aan in het genre?
Trond: De eerste black metal-plaat die ik meer dan vijftien jaar geleden hoorde was Darkthrone’s “Transilvanian hunger“. Ik was toen zestien en was deze muziek niet gewend. De hardste bands waar ik toen naar luisterde waren G.B.H. en Minor Threat. “Transilvanian hunger” absorberen was dus een uitdagende ervaring. Na een tijdje ontdekte ik echter mooie melodieën en een betoverende atmosfeer die onder alle noise verstopt zaten. De melodieën en atmosfeer zijn ook de elementen die me aantrokken in het genre. 

Is er een levendige muziekscene in jullie thuisstad Stavanger? 
Hans Olaf: Ik vind dat we een vrij goeie lokale muziekscene hebben, maar dat hangt natuurlijk af van persoonlijke smaak. Stavanger is een kleine stad met weinig bands maar sommige onder hen spelen muziek op een internationaal niveau binnen hun genre.

Kennen jullie de mannen van Gehenna, een van de bekendste bands uit Stavanger en een persoonlijke favoriet? 
Hans Olaf: Gehenna is inderdaad een goeie band. Wanneer ik ze tegen kom, spreek ik er wel eens mee, maar ik ken ze niet goed op persoonlijk vlak.

(c) Katharina Ueland

Avast speelt een vorm van post-black of blackgaze waarbij de agressie van black metal gemengd wordt met de atmosfeer en emotie van post-rock zoals Caspian of This Will Destroy You. Hebben jullie allemaal dezelfde muzikale interesses of zit er een typische “blackie” in de band?
Trond: We zijn een fuckin‘ freakshow op gebied van muzikale voorkeuren! Aangezien ik het grootste deel van de muziek schrijf wil ik dat niet vergallen met een oninteressante lijst aan bands die iedereen al een miljoen keer eerder heeft gehoord.   

‘Blackgaze’ en ‘post-black’ zijn vuile woorden geworden in menig black metal-cirkel en worden dikwijls neerbuigend bestempeld als hipstermuziek. De Amerikaanse band Deafheaven lijkt me een voor de hand liggende inspiratiebron voor Avast en heeft al dikwijls vernietigende reacties gekregen van de scene police. Hebben jullie al negatieve reacties ontvangen van de trve black metal cvlt
Hans Olaf: We vingen inderdaad op sociale media reacties op dat onze muziek geen black metal is volgens deze individuen, maar ik beschouw dit niet als negatieve kritiek.

Welke black metal-bands vormen een inspiratie voor jullie?
Trond: Darkthrone en Emperor. En ik denk dat beide bands ook wel de nodige kritiek van de scene police hebben gekregen toen de eerste een tijd lang eerder de crustpunk-richting uitging en de tweede omwille van haar symfonische aanpak. Maar uiteindelijk maken we enkel muziek om onszelf te plezieren. 

Het lijkt erop dat jullie enkel van de muzikale elementen van black metal houden aangezien jullie geen pinnenbanden en lederen broeken in de kleerkast hebben hangen of potjes zwarte en witte make-up in jullie beauty case hebben zitten. Bovendien zingen jullie niet over de typische satanische en occulte thema’s. Speelt Avast dan black metal of niet?
Hans Olaf: De genre-discussie is fascinerend. De meeste leden binnen Avast komen uit de punk- en hardcore-scene waar dezelfde idiote vragen voortdurend gesteld werden: Wat is punk? Wat is hardcore? Nu we metal spelen, duiken dezelfde vragen opnieuw op. Wat is black metal? Speelt Avast black metal? Wat ik me dan altijd afvraag is wie dat bepaalt? Voor mij is het vrij duidelijk dat het neerkomt op persoonlijke definities zoals dat bij de meeste kunstvormen is. Natuurlijk kan je ABBA of de Bee Gees niet als black metal bestempelen, maar waarom mag dat niet als een band tremolo picking, blast beats en kwaadaardige screams hanteert? Omdat een band niet klinkt of er niet uitziet zoals alle andere Noorse bands uit de jaren negentig? Voor mij voelt dat heel vreemd aan. Op die manier kan je ook redeneren dat enkel de Sex Pistols en alle bands die als een exacte kopie klinken, de enige echte punk-bands zijn. Persoonlijk beschouw ik Avast als black metal naast andere genres aangezien we zoals vele bands vandaag de dag nog elementen van andere stijlen in onze sound verwerken. Maar uiteindelijk liggen we met de band ook niet echt wakker van deze discussie. We spelen deze stijl enorm graag of je het nu als black metal, post-metal of post-black wil omschrijven. We kunnen onze stijl toch niet wijzigen omdat enkele puristen ons niet goed vinden?

Tekstueel gezien behandelen jullie sociale en milieugerelateerde onderwerpen. “Mother culture” is gebaseerd op het filosofische verhaal “Ishmael” van Daniel Quinn waarin het gevaar van een globale catastrofe wordt behandeld. Dit boek werd geschreven om kennis naar buiten te brengen over hoe de mensheid handelt en om mensen te laten inzien dat de manier waarop ze bezig zijn als een katalysator werkt die het einde van de wereld versnelt. Denk je dat het nog mogelijk is om de mindset en het gedrag van de mensheid te veranderen om de planeet en onszelf te redden van zelfvernietiging?  
Trond: Wow, dat is echt een moeilijke vraag om heel eerlijk te zijn. Het is waarschijnlijk al te laat om alle schade die we de aarde hebben aangebracht terug te draaien. En met het huidige politieke klimaat in Europa en de Verenigde Staten, zie ik de toekomst van de mensheid niet al te rooskleurig tegemoet.

De albumtitel is ook geïnspireerd op Daniel Quinn’s boek. De term ‘moedercultuur’ wordt gebruikt voor het geheel van ‘niet in vraag gestelde invloeden’ of ‘verborgen stellingen’ die de leden van een cultuur eerder als universeel waar beschouwen dan als cultureel-specifiek en die in grote mate bepalen hoe die mensen de wereld bekijken en zich in die wereld gedragen. Kunnen jullie deze term linken met enkele voorbeelden van de Scandinavische manier van leven?
Trond: Dat is niet zo evident door de globalisering die de voorbije jaren heeft plaatsgevonden. De westerse wereld verandert langzaam in één grote smeltkroes. Twee woorden die ik echter zou willen linken aan de Scandinavische cultuur zijn ‘bescheidenheid’ en ‘beleefdheid’. Ik kan hier geen simpele verklaring voor geven, misschien is het mijn eigen moedercultuur die me zegt dat dit twee relevante en belangrijke waarden zijn in onze samenleving. Spijtig genoeg merk ik als leraar dat deze waarden langzaamaan uit onze Noorse cultuur verdwijnen en vervangen worden door ‘individualiteit’ en ‘egoïsme’, waarden die ik als Amerikaans beschouw.  

Noorwegen is gekend voor haar enorme oliefonds, hoge staatswerkgelegenheid, lage werkloosheidsgraad, hoge persoonsbelasting en grote werknemersvoordelen. Maar wat op vlak van milieugerelateerde zaken? Kunnen we op dat vlak iets van jullie leren? 
Trond: Aangezien het grote belang van olie voor Noorwegen denk ik niet dat we moeten opscheppen op vlak van milieuzaken. Aangaande sociale en politieke vraagstukken denk ik wel dat de meeste landen nog iets kunnen leren van ons, maar zeker ook van Zweden en Denemarken. Ik wil echter geen politieke richting aan dit interview geven dus ga hier verder ook niet op in.

Een bekende quote van Daniel Quinn zegt dat “onze levensstijl evolutionair gezien onstabiel is en daardoor zichzelf ook op een ordinaire manier aan het vernietigen is.” Welke inspanningen leveren jullie met het verkleinen van jullie ecologische voetafdruk?
Trond: Ik rij met mijn fiets naar mijn werk, ben veganist en probeer zo goed mogelijk te recycleren. En waarschijnlijk douche ik ook niet zo veel als ik eigenlijk zou moeten.

Quinn meent ook dat omringd zijn door de natuur een positief effect heeft: “Het is de idee dat mensen die dicht bij de natuur leven, de neiging hebben om nobel te zijn. Je kan niet van een zonsondergang genieten en daarna de tipi van je buren in brand steken. In de natuur wonen is wonderbaarlijk voor je mentale gezondheid.” Wat is jullie relatie met de wonderschone Noorse natuur? 
Trond: De natuur in Noorwegen is zoals je aangeeft erg mooi en majestueus. Er gaat niets boven het gevoel dat je krijgt wanneer je in de koude Noorse bossen rondloopt terwijl je luistert naar Darkthrone’s “Inn i de dype skogers favn”. Als je een bos en een Darkthrone-plaat in de buurt hebt, weet je wat doen.

Voor het nummer “An earnest desire” namen jullie een prachtige video op met erg knappe natuurlandschappen. Waar werd deze video ingeblikt?
Hans Olaf: De opnames vonden plaats iets ten zuiden van onze thuisstad Stavanger in het rurale gebied ‘Jæren’ dat gekend is voor zijn weidse landschappen en waar je grote stranden gekend als ‘Jærstrendene’ of de ‘Jær stranden’ aantreft. De beelden werden geschoten op één van deze stranden namelijk Borestranden of ‘Drill Beach’ in het Engels. Ivar Vasstveit, één van mijn beste vrienden, nam de beelden op en het meisje in de video is mijn vriendin Katharina. Het is inderdaad een erg mooie videoclip.

Voor “The world belongs to man” brachten jullie een lyric video uit. Dit nummer handelt over de huidige staat van de mensheid en reflecteert waar we ons de dag van vandaag bevinden nu we stilaan beginnen te beseffen dat we de aarde langzaamaan aan het uitmoorden zijn. De song straalt ook kwaadheid en frustratie uit omdat we dit proces niet kunnen stoppen zonder een radicaal politieke, economische en culturele ommezwaai waarbij sommige mensen heel wat geld en invloed zouden verliezen. De video bevat beelden van de zwart-witfilm “Dante’s inferno” uit 1911. Op welke manier zijn deze film en het nummer met mekaar verbonden?
Trond: Het nummer en de video staan voor onze interpretatie van de Hel, die als een plaats vol pijn en kwelling sterk gerelateerd is aan onze cultuur en culturele waarden. De terugkerende tekstregel “Mother, what have I done to this world?” onderstreept ons culturele besef dat we in een wereld geboren zijn die dicht aanleunt bij de Bijbelse mythe van de Hel maar dat we er niets aan kunnen veranderen. Dit besef veroorzaakt angst en ongerustheid waardoor we op zoek gaan naar antwoorden in vervormde versies van de realiteit zoals bijvoorbeeld religies en mythes.  

In 2016 tourden jullie met de Zweedse crustband Myteri en deden jullie ook België aan. Waar vond de show plaats en hoe kijken jullie erop terug?
Trond: We speelden toen in Den Bristol in Gent. De Belgische crustband Link speelde die avond ook. Het was een geweldige avond!

Zijn er plannen om “Mother culture” met een nieuwe tour te promoten?
Hans Olaf: Na enkele jaren te touren als DIY-muzikanten willen we nu even wachten om te zien of we een solide fanbasis kunnen opbouwen alvorens op tour te vertrekken. Momenteel hebben de we komende zes maanden enkel shows in Scandinavië gepland. Misschien komen we volgende herfst of winter wel opnieuw jullie kanten uit. We zien wel.