interviews

Nexion – Door portalen over de rand van de afgrond kijken

Naast de ondertussen gevestigde IJslandse waarden als Svartidauði, Misþyrming of Sinmara, spuwden de vulkanen op het tot de verbeelding sprekende eiland de laatste maanden ook enkele nieuwe bands uit. Nexion is één van die nieuwelingen die het in zich heeft om ook internationaal potten te breken. De debuutlangspeler “Seven oracles” kan immers tellen als statement. We hadden een lang en boeiend gesprek met frontman Josh Rood, een naam die niet zo IJslands klinkt, maar daarover lezen jullie hieronder meer. (JOKKE)

An English version of this interview can be found here.

(c) Void Revelations

Hi Josh! Allereerst gefeliciteerd met de release van jullie debuut “Seven oracles” dat op 20 juni het levenslicht zag via Avantgarde Records. Door de impact van COVID19 besloten veel bands en labels de release van nieuwe platen uit te stellen. Is dit ook in jullie gedachten opgekomen of was de Zomerzonnewende een belangrijke datum om het album, ondanks de malaise, uit te brengen?
Bedankt! Ja, we speelden een tijd lang met die gedachte. Er was een moment waarop de hele industrie in een chaos terechtkwam waar niemand van ons ervaring mee had. Dus niemand met wie we spraken had een goed idee over wat voor soort koers het beste zou zijn. De meeste bands die hun releases hebben uitgesteld, zijn reeds min of meer gevestigde namen en sterk afhankelijk van tournees die met een albumrelease gepaard gaan. Als nieuwe band bevinden we ons niet in dezelfde positie, dus besloten we het album uit te brengen hopende dat het goed uitpakte. Er zit een vreselijk profetisch kantje aan onze release tijdens een pestzonnewende, maar die releasedatum is toevallig hoe de kosmos het heeft gewild.

Toen ik Nexus’ line-up onder de loep nam, werd meteen duidelijk dat je geen autochtone IJslander bent. In 2013 besloot je om aan de universiteit van IJsland te gaan studeren om een ​​diploma Oud-Noorse religie te behalen. Waarom heb je specifiek voor deze IJslandse universiteit gekozen en wat ga je op een professionele manier doen met je diploma?
Dat heb je goed gezien, haha! Ik koos voor de Universiteit van IJsland omdat ik was toegelaten tot een heel specifiek programma dat zich specialiseerde in de Oudnoorse religie. Het programma staat onder toezicht van Terry Gunnell, een van de grootste onderzoekers in het veld en waar ik enorm naar opkijk. Er worden maar heel weinig mensen daadwerkelijk geaccepteerd in dat programma, het was dus een kans die ik niet kon laten schieten. Wat betreft je vraag wat ik er professioneel mee ga doen: zo denk ik niet. Ik heb mijn opleiding gevolgd als zijnde een cursus van passie en spiritualiteit, om de doden te wekken en hun wijsheid te accepteren. Dit draait rond Odin, en dat is ook wat mij drijft. Opportuniteiten komen er sowieso op mijn pad. Ik werk momenteel als producer van de sprekers voor het metalfestival Midgardsblot en ik netwerk met mensen die betrokken zijn bij cultureel erfgoed. Ik ben erg blij dat ik mijn ‘carrière’ kan beginnen met het beschermen en ontwikkelen van oude heidense locaties.

Vanwaar je interesse in religies en meer specifiek de oude Noorse varianten zoals Ásatrú? Ben je geïnteresseerd geraakt in deze onderwerpen door te luisteren naar (black) metal, waar deze thema’s vaak worden bezongen?
Ik ben er niet via black metal mee in contact gekomen. En je zal misschien merken dat Nexion niet over de Oudnoorse religie of Ásatrú gaat, maar over de positie van de mensheid in het universum. Ik zou niet zeggen dat ik me aangetrokken voel tot religie, maar reeds op jonge leeftijd besefte ik dat mythes en rituelen een inherent onderdeel van de mensheid vormen. Al vanaf het moment dat de eerste mensen besloten om een ​​familielid te begraven in plaats van ze te laten liggen wegrotten, vanaf het eerste moment keken we naar de sterren en stelden onszelf vragen, vanaf de eerste grotschilderingen. We voeren rituelen uit en we vertellen mythen. We creëren en handhaven verhalen en heilige manieren om naar de wereld rondom ons te kijken en ermee om te gaan, en om naar onszelf te kijken. Het soort mythen en rituelen die we ervaren, weerspiegelt en vormt onze subjectieve realiteit … Waar ik me tot aangetrokken voel, is het feit dat de menselijke ervaring door deze dingen wordt gevormd. En toen ik heel jong was, concludeerde ik dat het christendom een virus is. Het infecteert samenlevingen en repliceert totdat alles in die samenleving christelijk is geworden. Ik wilde me onderdompelen in de culturen die het christendom gedood heeft. Wegens een ​​aantal persoonlijke redenen belandde de Oudnoorse religie uiteindelijk op mijn pad.

(c) Eva Alexandra Photography

Is het louter een diepe interesse in Oudnoorse religies die je hebt of geloof je écht in goden en geesten?
‘Geloof’ is volkomen irrelevant. Als je inheemse religies zou vragen of ze “geloven” in goden en geesten, zou deze vraag hen verwarren. Goden, geesten, duivels, …ze zijn echt, omdat we ze invullen met de kracht om te beïnvloeden. Dus mijn verbinding met goden en geesten is minder een interesse en eerder een erkenning van waar ze voor staan, en een verlangen om die vertegenwoordiging aan te boren.

In de Nordic Mythology Podcast waar je te gast was, zei je dat je nu in Noorwegen woont. Waarom bleef je niet in IJsland wat de bandactiviteiten waarschijnlijk zou vergemakkelijken?
Ik was nooit van plan in IJsland te blijven. Ik vertrok er voor twee jaar naar toe, maar het werden er zeven! Het was gewoon tijd om verder te gaan. Ik heb meer kansen op werk en projecten in Noorwegen dan in IJsland. Vanuit bandperspectief vinden we het niet erg lastig. De kosten voor het verzenden en verplaatsen van apparatuur vanuit IJsland zijn waanzinnig en het is goed om een bandlid op het Europese vasteland te hebben. Een soort thuisbasis, zeg maar. Het is gemakkelijk en goedkoop om van en naar Reykjavík te reizen voor shows en opnames. Het schrijven van nummers kan worden gedaan door bestanden met elkaar te delen en te streamen. Veel IJslandse bands hebben leden die niet in IJsland wonen.

Hoe is het leven in IJsland en Noorwegen vergeleken met je jeugdjaren in New York?
Nou, ik kom niet uit New York City maar woonde in de uitlopers van de Adirondack-wildernis in Upstate New York. Ik kom uit een plaats met eindeloze bossen en bergen. In die zin is het weer, de natuur en het landschap in Noorwegen erg vergelijkbaar met waar ik vandaan kom. Ik woon nu ook in het bos in plaats van in de stad. Dus ik voel me hier heel erg thuis in Noorwegen. IJsland voelde voor mij minder bekend aan. Ik woonde in een stad, er waren geen bossen en het regende de hele tijd. Aan de andere kant passen zowel IJsland als Noorwegen beter bij mij als individu vanwege mijn passies, projecten en algemene visie. Ik ben niet van plan terug te keren naar de Verenigde Staten.

Voordat je naar IJsland verhuisde, speelde je in de death metalband Fenrismaw. Was het meteen duidelijk dat je toen je naar IJsland verhuisde ook daar een band wilde beginnen? Was Nexion een band die al bestond en op zoek was naar een zanger of ben jij op zoek gegaan naar muzikanten om de band te vormen?
Ik herinner me zelfs dat ik destijds zei dat ik het volledig gehad had met zingen toen ik New York verliet voor IJsland. Fenrismaw was om verschillende redenen een strijd. Tegen de tijd dat we ons album “Helcult” uitbrachten, waren we uitgeput. We namen het op om een ​​testament te hebben van wat we hadden gedaan, en daarna was het amen en uit. We probeerden geen platencontract of distributiedeal te bemachtigen. We maakten de plaat gewoon af en liepen er nadien van weg, wat jammer is, maar we hadden het gewoon niet meer in ons. Ik was het bandgebeuren beu en vertrok niet naar IJsland met het plan iets met muziek te doen. Maar de volgende twee jaar begon er iets te groeien, een zekere “honger naar” in feite. Ik ben een zanger omdat het een catharsis is. Het proces van fysiek worden en de geest projecteren van de muziek die ik maak, is iets dat ik moet doen. En dus besloot ik nieuwe bandactiviteiten te overwegen als de opportuniteit zich voordeed en het contact met de andere leden goed was. Op een dag kreeg ik een telefoontje van een vriend die me vertelde dat twee van zijn vrienden een nieuwe band aan het oprichten waren en nog een zanger nodig hadden. Ik stemde ermee in om hen te ontmoeten, en dat was het begin van Nexion: Jóhannes, Óskar en ik. We werkten met een paar muzikanten totdat we uiteindelijk de, naar onze mening, perfecte line-up hadden die je op “Seven oracles” aan het werk hoort.

Eydisklara Photography

Nexion is, net als de meeste IJslandse black metalbands, gevestigd in de hoofdstad Reykjavik. Hoe is je relatie met de andere bands in de lokale scene en voel je enige vorm van concurrentie?
Ik weet niet echt hoe onze relatie met andere bands is. Ik denk dat we daarvoor te nieuw zijn. Als individuen hebben we overal in de scene vrienden, wat te verwachten is omdat het een kleine wereld is in de Reykjavík metal scene. Maar als band hebben we niet echt een relatie gesmeed. Ik weet niet zeker of we ons ‘competitief’ voelen of iets anders, maar we hebben in elk geval honger en de drive onszelf te vestigen en kansen te creëren om op te treden.

Jullie stijl draait minder rond dissonantie vergeleken met de meeste van jullie landgenoten en richt zich meer op agressie en brutaliteit, maar tegelijkertijd zonder de melodiciteit uit het oog te verliezen. Welke bands beschouw je als invloeden voor de muziek van Nexion?
Weet je, het is interessant om lezen dat recensenten ons proberen te vergelijken met andere bands en onze invloeden raden. Vaak voelt het alsof mensen iets in ons horen omdat er iets is dat ze willen horen, en dat zegt​​meer over waar die persoon naar luistert dan over mijn eigen invloeden. Muziek is zo subjectief. We gingen nooit zitten om te beslissen hoe we wilden klinken. We schreven muziek en lieten die zichzelf vormen. Maar niemand werkt in een vacuüm, dus we worden absoluut beïnvloed door de muzikanten waar we naar luisteren en misschien mee hebben gewerkt. Dat is te verwachten. Maar het is nooit een bewuste zaak geweest. Wat we besloten was dat we muziek van binnenuit, van beneden, en niet van bovenaf gingen schrijven. Ik bedoel daarmee dat we wilden dat onze muziek uit die oorspronkelijke, wilde, ongetemde emotionele en creatieve ruimte omhoog zou komen en niet afkomstig zou zijn van een intellectuele overweging. We hebben dus nooit gezegd “we willen muziek maken die klinkt als X, Y of Z”. En we hebben ook nooit gezegd “we willen iets experimenteels creëren dat niemand eerder heeft gehoord”. Beide invalshoeken zijn intellectueel en belemmeren vanuit ons perspectief creatieve en emotionele expressie. We lieten onze chemie stromen en schreven wat er van die plek kwam. Ik denk dat het resultaat iets is dat waarschijnlijk niet probeert onze persoonlijke en collectieve invloeden te verbergen, maar het is ook een puurdere uitdrukking van onze emotionele en creatieve vormen.

Een ‘nexion’ is een soort occulte poort of portaal. De term wordt bijvoorbeeld gebruikt door de satanische en Left Hand Path occulte groepering The Order of Nine Angles om zijn verschillende groepen of cellen te beschrijven. Wat was de belangrijkste reden om voor deze naam te kiezen?
We kozen voor de naam ‘Nexion’ omdat we vonden dat die symbool staat voor ons verlangen naar onze muziek die, terwijl die uit een luidspreker knalt of uit onze lichamen stroomt wanneer we op een podium staan, in staat is om de kettingen te doorbreken die onszelf en onze luisteraars vasthouden volgens de manier van zijn die de samenleving in stand houdt. Laten we deuren openen naar hogere of lagere staten van bestaan. Emotioneler en meer “oer”. Meer extatisch… laat vreselijke krachten door ons heen kijken, of in lijn met Nietzsche: laten we door die portalen en over de rand van de afgrond kijken. Dat is waar Nexion voor staat. Het woord ‘nexion’ betekent zoals je zei gewoon “poort” of “portaal naar ergens anders”. The Order of Nine Angels heeft inderdaad werken gepubliceerd waarin hun gebruik van het woord wordt uitgelegd, maar daar hebben we niets mee te maken.

Het nummer “Revelation of unbeing” bevat enkele citaten uit het boek Openbaring. Welke betekenis heeft de Bijbel voor jou, wetende dat je bent opgegroeid in een zeer evangelisch nest?
Revelation of unbeing” gaat over het idee van een almachtige, alles regerende christelijke God en spuugt erop. De christelijke Bijbel is een product van de mens, waarin de mens zijn eigen, onnadenkende tiran heeft uitgehouwen en dat “unbeing” op een troon boven de mensheid heeft geplaatst. En zie hoe hele samenlevingen, naties en rijken zichzelf hebben gevormd voor die godheid en alles wat die vertegenwoordigt. En kijk hoe de mens heeft geleden en lijden heeft gecreëerd voor die godheid. De Bijbel is een bewijs van zelf toegebrachte slavernij … “Revelation of unbeing” is een dialoog waarbij, als het enigszins mogelijk was, die godheid zijn eigen openbaring heeft.

(c) Stormd Photography

Seven oracles” werd, net als veel andere IJslandse black metalplaten, opgenomen in Studio Emissary. Ik ben soms bang dat dit een generieke stapel eenheidsworst aan identiek klinkende bands zou kunnen creëren, zoals het geval is met de Zweedse Abyss en Necromorbus Studio’s. Stephen Lockhart lijkt echter de eigen identiteit van elke band te kunnen behouden. Hadden jullie voorafgaand aan de opnames een eigen idee over hoe jullie de plaat wilden laten klinken?
Natuurlijk! We wisten hoe we wilden dat “Seven oracles” zou klinken en Stephen werkte heel nauw met ons samen om ervoor te zorgen dat we dat beoogde geluid ook zouden realiseren. Ik ben geen producer, maar ik geloof dat de reden waarom studio’s de neiging hebben veel identiek klinkende, generieke bands te produceren niet zo zeer vanwege de studio is maar eerder omdat een studio, eens ze de reputatie heeft een bepaalde sound te hebben of bepaalde soorten bands te produceren, talloze zwermen navolgers aantrekt die exact willen klinken als bands die reeds door die deuren passeerden. Stephen is erg gretig om met verschillende soorten bands met een breed scala qua sound te werken, dus we maakten ons geen zorgen.

Eén blik op het verbluffende artwork van José Gabriel Alegría Sabogal maakt meteen duidelijk dat er meer achter “Seven oracles” schuil gaat dan louter een verzameling van zeven nummers. Kun je dieper ingaan op het concept van het album?
Hiervoor verwijs ik graag naar wat we er op de Avantgarde Music Bandcamp-pagina over vertellen. Ik wil onze muziek en teksten niet te veel aan een klinische analyse onderwerpen. Het album heeft een eigen stem waarvan we hopen dat ze voor zichzelf spreekt. Maar ik kan je wel meegeven dat we onze werken als voortzettingen van mekaar beschouwen, zoals hoofdstukken of boeken die tot dezelfde teksten behoren. De EP, het openingsstuk, legt het begin, het einde en de eschatologie (“de leer van de laatste dingen”) vast en is een weerspiegeling van de cycli van leven, tijd en mythe. De zeven orakels volgen die cycli en houden zich bezig met existentiële kennis.

Het tekstboekje bevat een citaat van de Duitse dichter en filosoof Philipp Mainländer dat zegt dat “de wetenschap dat het leven waardeloos is, de bloem van menselijke wijsheid is“. De aard van het bestaan, de menselijke waarden en de zin van het leven lijken centrale thema’s in jullie werk te zijn. Op welke leeftijd raakte je geïnteresseerd in deze thema’s en was er een specifieke gelegenheid die deze interesse opwekte?
Voor mij is het al sinds jonge leeftijd een thema in mijn leven. Er was nooit een moment waarop ik vragen begon te stellen en de existentiële structuren die onze samenlevingen, religies en filosofieën hebben opgezet, begon te deconstrueren. Zo ben ik altijd geweest. Wat is veranderd, is mijn toegang tot kennis. Hoe meer je leest, hoe meer je onderzoekt en hoe meer je denkt, hoe meer je jezelf ontwikkelt.

Het laatste nummer op de plaat, “The last Messiah”, is vernoemd naar de Noorse filosoof Peter Wessel Zappfe die bekend staat om zijn filosofisch pessimistische en fatalistische kijk op het menselijk bestaan. De titel van het nummer verwijst naar een van zijn essays waarin hij zijn gedachten over de tekortkomingen van het menselijk leven beschrijft. Zapffe’s visie is dat mensen worden geboren met een overontwikkelde vaardigheid (begrip, zelfkennis) die niet past in het ontwerp van de natuur. Het verlangen van de mens naar rechtvaardiging over zaken als leven en dood kan niet worden bevredigd, daarom heeft de mensheid een behoefte die de natuur niet kan bevredigen. De tragedie volgens deze theorie is dat mensen al hun tijd besteden aan het proberen om niet menselijk te zijn. De mens is daarom een paradox. Door de vier principes van ‘isolatie’, ‘verankering’, ‘afleiding’ en ‘sublimatie’ te gebruiken, probeert de mensheid deze paradox te vermijden. Deel je zijn nihilistische opvattingen en beoefen je zijn vier principes?
Nou, zijn principes waren niet bedoeld als iets dat je ‘beoefent’. Het zijn gewoon de vier categorieën die hij gebruikte om te beschrijven hoe mensen proberen de paradox te vermijden die je zojuist hebt beschreven, een doel nodig hebben en antwoorden nodig hebben. Mensen vallen tussen deze categorieën en gebruiken ze allemaal in verschillende mate. ‘Isolatie’ negeert en weigert in wezen na te denken over dergelijke dingen. ‘Afleiding’ is je energie in iets anders storten, zoals videogames, boeken of muziek. ‘Verankering’ is een poging om jezelf een code te geven, of een overtuiging of een doel om je voor de waarheid te verbergen. Religie, of ideologieën en ‘oorzaken’ dienen deze rol. ‘Sublimatie’ is wanneer je het onder ogen ziet. Wanneer je in de afgrond tuurt en het je laat vormen. Onze muziek is sublimatie. Ik ben het niet eens met alle argumenten van Zapffe, maar zijn algehele perspectief is iets waarmee ik het heel erg eens ben, en ik denk dat zijn vier principes een zeer nuttige illustratie zijn van de relatie die alle mensen hebben met existentiële angst.

Sommige bands geven de maker van het artwork geen grenzen. Jullie werkten daarentegen heel nauw samen met José Gabriel Alegría Sabogal voor de creatie van het artwork. Waren jullie (of was hij) niet bang dat dit zijn artistieke vrijheid zou beperken?
Ik begrijp niet waarom een ​​muzikant niet zou willen dat het kunstwerk zijn visie belichaamt. José kan vrijwel alles tekenen en zijn werk zou altijd een geweldige hoes opleveren, maar wat wij nodig hadden, was dat het fysieke formaat de muziek en de boodschap zou reflecteren. We hebben een geweldige relatie met José en wat voor mij het belangrijkste is, is de creatieve en persoonlijke chemie tussen ons. Het gaat er niet om dat we hem vertellen iets te tekenen. Hij is erbij betrokken. Hij geeft wijsheid en inzicht. Zijn ideeën hebben onze muziek beïnvloed, net zoals onze muziek zijn beelden heeft beïnvloed. Ik denk dat we een heel goed proces hebben en het voelt niet beperkend. Ik heb hem gevraagd of hij zich beperkt of onderdrukt voelt, maar hij heeft me verzekerd dat hij dat niet is. We waren nogal “hands on” over ideologie en symboliek voor de covers, maar voor het boekje vroegen we hem om de rol van een heilige schrijver op zich te nemen. We bespraken de concepten, gaven hem de songteksten en hij begreep dat ze een soort ongeschreven evangelie zijn dat hij tot leven moest brengen. De resultaten spreken voor zich en hij verzekerde ons dat hij het proces leuk vond, maar je zult hem moeten vragen of hij het meende, haha!

Je hebt ook met hem samengewerkt voor het artwork van de titelloze EP uit 2017. Waarom is hij de perfecte kunstenaar om te visualiseren waar Nexion voor staat? Blijf je met hem samenwerken voor toekomstige releases of sta je open voor samenwerking met andere grafisch ontwerpers?
Ik kom niet vaak mensen tegen met wie ik op zulke productieve en opwindende manieren kan praten, onderzoeken en uitingen van wijsheid kan creëren. Dus alleen al daarvoor is José iemand met wie ik zoveel mogelijk zou willen werken zolang de kansen zich voordoen. Ik geloof ook in continuïteit. Er zijn thematische elementen tussen onze EP en “Seven oracles” die José van nature begreep omdat het zijn eigen werk was. Maar het leven is chaotisch en het is misschien niet mogelijk om altijd samen te werken, of misschien zullen onze creatieve paden ons op een gegeven moment in verschillende richtingen leiden. Laten we zien wat er gebeurt.

Ik veronderstel dat jullie heel graag het podium op willen klimmen om “Seven oracles” te promoten? Natuurlijk creëert COVID19 en de nasleep ervan een zeer onzekere tokeomst voor liveshows en festivals. Denk je dat we ooit terug op dezelfde manier als voorheen zullen kunnen genieten van livemuziek of denkt de nihilist in jou dat live muziek nooit meer hetzelfde zal zijn als voor COVID19?
Ik denk dat het leven zal terugkeren. Dat doet het altijd, op de een of andere manier. Mijn zorg is timing. De meeste festivals zijn voor het volgende jaar geboekt omdat ze vanaf deze zomer ‘vertraagd’ zijn. Dat betekent dat het voor opkomende bands de komende 2 jaar moeilijk wordt om iets te doen, en tegen die tijd zal “Seven oracles” twee jaar oud zijn. We zijn erg hongerig om op het podium te staan en de muziek van “Seven oracles” te verspreiden, en ik denk dat we veel steun en een goede ontvangst hebben gekregen, dus ik denk dat we een manier kunnen vinden om iets op gang te krijgen. Zo niet zal je over een paar jaar een erg sombere en destructieve tweede plaat te horen krijgen.


Forbidden Temple – Goeie black metal overstijgt genres

Dat het in de diepste krochten van de Belgische metal-scene krioelt van de traditionele black metal bands zal de volger van deze blog wel al zijn opgevallen (hoop ik toch). Eén van de meest productieve bands is Forbidden Temple die ons de afgelopen jaren met talrijke kleine releases om de oren sloeg. Daar er – online alvast – amper achtergrondinfo te bespeuren viel, besloot ik mijn stoute schoenen aan te trekken en het duo Agaliarept en Tenebrae te contacteren voor een informatieve trip doorheen hun verboden tempel. Het resultaat van deze uitvoerige babbel leest u hieronder. (JOKKE)

Allereerst bedankt om met dit interview in te stemmen. Tijdens mijn voorbereidingen vond ik niet meteen een online interview met jullie terug. Hebben jullie het in se niet zo op interviews begrepen of geven jullie eerder de voorkeur aan printed zines?
A: Heel veel interviews zijn we in ieder geval niet van plan om te doen, maar eens eentje af en toe kan geen kwaad. Ik lees persoonlijk geen zines, online of offline, dus met een voorkeur heeft dat bij mij niets te maken. Forbidden Temple is een kleine band met een klein profiel, veel info moet er dus niet beschikbaar zijn. En voor dit interview: eens iets in het Nederlands, dat zag ik wel zitten…

T: Mijn voorkeur gaat uit naar printed zines, veel aangenamer om te lezen. Dit zal het eerste en het laatste online interview zijn, want ik heb de indruk dat alles wat gezegd moest worden, al gezegd is in vorige interviews.

Forbidden Temple is een nog vrij jonge band die echter met de regelmaat van de klok nieuwe muziek uitbrengt. Gaat muziek schrijven vanzelf bij jullie of wordt het release na release moeilijker?
A: Bij ons gaat dat eigenlijk wel vrij vlug. Tenebrae stuurt me af en toe eens een riff-idee door, de goeie selecteren we en daarmee gaan we aan de slag. Na enkele opnamesessies hebben we wel een release af, meestal één sessie per nummer. Wat we doen is eigenlijk ook niet gecompliceerd, sommige nummers schrijven zichzelf. Aangezien we niet mikken op een proper geluid, zijn we over het algemeen ook nooit lang bezig met de opstelling van het materiaal.

T: Muziek schrijven vlotte na wat demo’s, een interessant geluid vinden is meestal moeizamer dan een goed nummer schrijven. Meestal verlopen de opnames ook vrij vlot.

Jullie opereren als een duo. Hoe ziet de taakverdeling eruit binnen Forbidden Temple?
A: Tenebrae zorgt dat er riffs zijn waar we iets kunnen mee aanvangen. Vervolgens programmeer ik drums, zo kijken we wat past, welke ritmes er goed werken etc. Eens de volgorde uitgedokterd is, komt het nummer tot stand, en dan moet er nog beslist worden op welke locatie de opnames zullen doorgaan…

T: Een nummer ontstaat altijd eerst door een paar riffs, dan volgt de rest vanzelf. Wanneer ik overtuigd ben van enkele riffs die een bepaald gevoel in me opwekken, dan stel ik ze voor aan Agaliarept, en dan wordt er beslist of we de nummers verder afwerken met echte drums of drumcomputer. Agaliarept drumt, neemt de vocalen op zich, en staat in voor de teksten (meestal). Het is ideaal werken als een ‘’duo’’. Naast L. haar toetsenwerk, creeërt ze fantastiche intro’s & outro’s!

Op sommige releases worden jullie inderdaad bijgestaan door een keyboardspeelster, maar soms ook door een bassist. Enige kans dat zij ooit mee tot de creatieve kern zullen behoren?
A: De nummers worden door ons twee geschreven, de twee andere leden zitten ergens tussen echte en sessiemuzikanten in.

T: L. behoort zeker mee tot de creatieve kern van Forbidden Temple, ze geniet een zekere artistieke vrijheid. Agaliarept en ik creëren de nummers. L. vervolledigt ze. E. (bassist; ADDERGEBROED) springt in waar nodig, hij deed reeds mee op twee releases. Het hangt er vanaf waar we opnemen. Tot nu toe maakten we gebruik van zes verschillende locaties. De stinkende kelder met rot drumstel in de huidige woonst van E. is er daar één van.

Muzikaal gezien hoor ik – in tegenstelling tot de uitgemolken Scandinavische sound – eerder invloeden van de Pools/Oekraïense black metal scene terug. Ik denk hierbij aan bands als Veles, Graveland, Astrofaes, oude Behemoth en Hate Forest. Klopt dat of zit ik ernaast qua invloeden? En indien correct, wat trekt jullie zo aan in het geluid van de Oost-Europese black metal scene?
T: Zwijg mij van die uitgemolken Scandinavische sound! Een link met de scene uit Oekraïne had ik nog niet gemaakt eigenlijk. ‘’Oude’’ bands als Astrofaes, Runes of Dianceht, Drudkh, Gromm, etc. vind ik enorm goed. De hedendaagse scene in Oekraïne kan mij gestolen worden, dus daarvan ben ik niet op de hoogte. Qua invloeden zijn bepaalde oude Poolse black metal bands zoals Fullmoon, Veles, Wineta, Mysteries, Thirst, etc. belangrijk voor het ontstaan van Forbidden Temple. Deze (machtige) bands bevatten een bepaalde mystiek. Ze waren vooral puur, rauw, soms eenvoudig en ongeregeld, hadden een uniek geluid, en dat geldt ook voor wat wij doen.

A: De Oekraïnse scene ken ik niet, Astrofaes heb ik nog nooit gehoord en van Hate Forest ben ik geen fan. Bij mij zal het dus eerder de Poolse scene zijn. Veles, Graveland, Sacrilegium, Xantotol, Behemoth, … Maar evengoed bands zoals Fulgor, Autopsy Torment, Poccolus, … Onze invloeden komen een beetje van overal.  

Als ik me niet vergis, zijn jullie nog vrij jonge kerels. Via welke bands zijn jullie met black metal in contact gekomen? Eerder nieuwere bands of toch eerder de klassiekers zoals het geval was bij mijn generatie?
A: Ik ben ergens midden jaren ’90 in contact gekomen met black metal, het moet 1994 of 1995 geweest zijn denk ik. De klassiekers dus: Mayhem, Darkthrone, Impaled Nazarene, Rotting Christ, … Ik had daarvoor al wat death metal op CD (Deicide, Morbid Angel, Cartilage/Altar split, …) maar nog geen black. Die muziek heb ik leren kennen via het uitwisselen van cassettes met een paar bevriende muziekfreaks op school. Necromantia, Varathron, Rotting Christ, Gorgoroth, … zo’n dingen. Ik moet toegeven dat ik bitter weinig nieuwe bands ken of goed vind, ik vrees dat de echt goeie op twee handen te tellen zijn. Ik heb geen tijd of zin om mij daar allemaal mee bezig te houden.

T: Ik ben pas intensief naar black metal beginnen luisteren sinds 2006/2007. Tot zover ik herinner was mijn intrede vooral; Dimmu Borgir, Immortal, Dark Funeral, Burzum, Mayhem, … vooral door te snuisteren in muziekwinkels, CD’s kopiëren, raad opvolgen etc. De honger naar meer leidde tot Judas Iscariot, Black Funeral, Iljdarn, Nokturnal Mortum, Absurd, Maniac Butcher, Inquisition,…Nieuwere bands heb ik pas vele jaren later leren kennen, maar deze zijn niet van belang bij het ontstaan van Forbidden Temple. Forbidden Temple is oldschool black metal worship!

Was er een specifieke band die jullie heeft getriggerd om zelf black metal te gaan spelen?
A: Een specifieke band was het niet. Ik wist dat Tenebrae vroeger nog wat gitaar gespeeld had, en op een bepaald moment stuurde hij me wat riffs door van jaren geleden. Zes maanden later kon ik Tenebrae eindelijk overtuigen om opnieuw een gitaar aan te schaffen. Dan hebben we een 4-track geleend en zijn we beginnen experimenteren. Na enkele weken hadden we twee nummers. Die hebben we dan onder de naam “Demo I” heel beperkt verspreid, ik denk dat er een stuk of vijftien exemplaren van zijn.

T: Niet echt, de obsessie die we alletwee hebben met 90’s black metal heeft de vlam aangewakkerd.

Laten we eens door jullie discografie grasduinen. Tot op heden verkozen jullie kleinere releases zoals ettelijk demo’s, een EP en een split met Ultima Thule. Vanwaar deze aanpak?
A: Wel, we proberen voor elke release een nieuw geluid te zoeken, een nieuwe opnameaanpak. Verder dan vier nummers gaan we eigenlijk nooit. Misschien dat ik het snel beu word om binnen éénzelfde sfeer te blijven werken?

T: Het is een logische opeenvolging. Een eerste demo schreeuwt; kijk, hier zijn we! Ik ben zelf een enorme fan van demo’s, dus ik wou nog niet direct overschakelen naar een EP bijvoorbeeld. En direct met een full length afkomen vond ik wat te definitief…

Zijn er dan geen plannen voor een langspeler in de maak?
T: We weten dat er vraag is naar een album. Fans laten blijken dat ze daar naar uitkijken en ook labels tonen interesse. We laten ons echter niet onder druk zetten, een album komt er pas wanneer wij daar de tijd rijp voor achten.

Sociale media zijn duidelijk niet aan jullie besteed en ook een medium als Bandcamp laten jullie links liggen. Wat is jullie kijk op het digitaal verspreiden van muziek versus fysieke formats?
A: We zitten al genoeg aan een scherm gekluisterd, dus om F.T. niet op sociale media te laten bestaan, ik denk dat dat een welkome verademing is. Ik zie niet in welke meerwaarde dat zou opleveren, het is een cliché maar de muziek zou voor zichzelf moeten spreken. Er kruipt zodanig veel tijd in al dat online-gedoe dat dat voor ons niet moet. Onrechtstreeks hebben we natuurlijk wel een bepaalde aanwezigheid: bijna al onze releases zijn ondertussen door derden online gezet.

T: Ik probeer te begrijpen dat veel bands en labels ganse releases digitaal willen aanbieden (zeker in deze dwaze moderne tijden) maar dit is niet aan ons besteed. Ik wil/ga mij echt niet in dat circuit mengen.

Jullie lijken te zweren bij cassettetapes en vinyl als muziekdragers want op de split met Ultima Thule na, is jullie muziek niet beschikbaar op CD. De CD liefhebbers in de kou laten staan, deert jullie niet?
T: Persoonlijk heb ik niet echt een voorkeur voor een bepaald formaat. Ik heb even graag een CD als een LP als een cassette in mijn handen. Een cassette is hét formaat voor een demo. Een echte muziekliefhebber koopt alle formaten. Als er van een bepaalde release enkel maar een tape versie is, dan koop je die gewoon in plaats van te janken dat er geen vinyl of CD versie is…

Jullie demo’s hebben een Romeinse nummering meegekregen die momenteel loopt tot “VI”, echter ontbreken “III” en “V”. Werden deze nooit uitgebracht dan?
T: We hebben bewust wat releases niet genummerd. Dit wil niet zeggen dat deze releases niet bestaan, ze hebben gewoon een andere titel.

A: We hebben wel opnames liggen; instrumentale nummers, die nog niet zijn uitgebracht en dat ook nooit zullen worden. We houden die dingen goed bij, altijd interessant om daarop terug te vallen als je zonder inspiratie zit en je een goede riff nodig hebt.

Demo I” werd niet verkocht en enkel onder vrienden verspreid waarbij elk exemplaar de naam van de eigenaar erop geschreven heeft staan. De twee nummers vonden we later op de split met Ultima Thule terug, aangevuld met een intro en het nummer “Massacre winds”. Betreft het hier heropnames van “Call from the ancient woods” en “Arrival of pagan flames”?
A: Ja, onze kant van die split zijn de twee nummers van de eerste demo, heropgenomen met echte drums, en een nieuw nummer ter plaatse in de opnameruimte geschreven. Het was een leuke afwisseling om weer eens echt achter de drums te kunnen kruipen, en dan zeker achter een van mijn favoriete drumstellen. De ruimte waar we die split hebben opgenomen is de zolder van een vriend van ons. Hij heeft een heel oude kit staan waar ik graag op speel. Heel beperkt: maar twee cymbalen en twee toms, meer heb ik niet nodig!

T: We waren nieuw, dus wilden we eerst vrienden de kans geven om kennis te maken met Forbidden Temple. Niet meer, niet minder. Achteraf bekeken zijn we niet 100% tevreden over onze eerste demo… Toen we er toch positieve feedback op kregen, en later het aanbod voor de split met Ultima Thule, hebben we beslist om de nummers van op “Demo I” opnieuw op te nemen, maar met echte drums in plaats van drumcomputer. “Massacre winds” werd tijdens dezelfde sessie geschreven en opgenomen. We zijn tot de conclusie gekomen dat deze nummers beter tot hun recht kwamen op de split dan op onze eerste demo, dus zijn we ermee gestopt om “Demo I” te verspreiden.

Van de advance tape voor de “A tempest through the graves“ EP werden slechts een dozijn stuks gemaakt waarvan enkel vier publiekelijk verkocht. Gebeurt dit vanuit een soort van elitair idee dat jullie sommige muziek enkel aan bepaalde individuen of gelijkgestemde zielen willen laten horen?
A: Elitarisme heeft daar voor mij weinig mee te maken. Enkel mensen die we kennen krijgen zo’n advance cassette, de rest moet wachten op de officiële release. Iedereen krijgt het dus ooit wel te horen, die advances zijn eigenlijk niet echt heel exclusief. Ik weet zelfs niet meer dat er ooit verkocht geweest zijn. Voor mij maakt het eigenlijk ook niet uit wie naar onze muziek luistert. Dus “gelijkgestemde zielen”, daar ben ik persoonlijk niet naar op zoek in ons publiek, ik lig er in ieder geval niet wakker van. Mijn enige elitaire mening is dat de meeste muziekliefhebbers geen kloten van muziek kennen of er in ieder geval heel bekrompen mee omgaan, maar dat is een andere discussie…

T: Deze advance tape kwam er omdat de EP redelijk wat vertraging had. Hrabnaz van Avgrundsklanger had nog wat tapes liggen met de perfecte lengte… Geen idee welke paljas deze informatie weer op discogs gezwierd heeft… Ik vind het belangrijk dat advance tapes naar mensen gaan die we persoonlijk kennen, die ongeveer op eenzelfde golfengte zitten en die die tapes ook voor zichzelf kunnen houden. De paar exemplaren die publiekelijk via Avgrundsklanger te koop waren, waren een uitzondering met onze goedkeuring.

Ook voor demo “VI” kozen jullie voor deze gepersonaliseerde aanpak wanneer men de tape rechtstreeks bij jullie kocht. Handig om de snoodaard terug te vinden indien er op een bepaald ogenblik een exemplaar op Discogs tegen woekerprijzen verkocht wordt, haha! Vanwaar het idee om de exemplaren te personaliseren?
A: Ik denk niet dat die info klopt. Dat staat op Discogs zeker (correct; ADDERGEBROED)? Sommige exemplaren hebben er een naam op staan, maar dat zijn die die we letterlijk aan individuen die we kennen hebben gegeven of verkocht. De meeste zijn naar distro’s gegaan, dus misschien hebben sommige van die winkels ze gepersonaliseerd? Dat zou kunnen. Ik hou wel van een persoonlijke aanpak, zeker wanneer je iets geeft aan iemand die je kent. Dan krijgt zo’n eenvoudige cassette ook iets meer waarde, niets monetairs natuurlijk. Gewoon wat extra charme.

T: Deze tape werd enkel verkocht aan labels en mensen die we persoonlijk kennen. Mijn geheugen laat mij even in de steek, maar voor zover ik weet werden deze tapes nooit gepersonaliseerd, buiten dat we er zelf ‘’Forbidden Temple – VI’’ opgeschreven hebben om de authenticiteit te bevestigen.

Eind jaren ’80/begin jaren ’90 brachten veel (black) metal bands rehearsal tapes uit. De laatste jaren geraakten deze echter wat in de vergetelheid. Wat spoorde jullie aan om er één uit te brengen? Uit welke film is de sample in de intro afkomstig?
A: Het initiële idee was eigenlijk niet om er een repetitiecassette van te maken, maar tijdens het opnemen kwamen we tot de vaststelling dat meer dan de helft van wat we aan het doen waren in die kelder daar geïmproviseerd was. Achteraf bekeken hadden die opnames ook een bepaalde spontaniteit, wat met een drumcomputer nooit het geval zou geweest zijn. Het voelde heel bevrijdend om nog eens achter een drumstel te zitten. Uit al die opnames hebben we dan de beste stukken geselecteerd. Het geheel klonk bij het beluisteren achteraf ook als een repetitie. Vandaar… Waar de samples vandaan komen, vertel ik liever niet. Het is iets uit een film waar ik dan zelf muziek bij gemaakt heb.

Demo VI” zal nu ook als 12” LP heruitgebracht worden. Waarom specifiek deze demo? Is het jullie meest ‘populaire’ als het ware?
A: Het is de langste demo denk ik, dus minder vinylverspilling, en misschien ook wel die waar we het meest tevreden van zijn. Het is in ieder geval, volgens mij althans, de meest “complexe”, de meest gelaagde.

T: Het kan zijn dat deze release wat opvallender is omdat ze wat afwijkt van de rest… We konden dat aanbod van Medieval Prophecy Records moeilijk weigeren… “Forbidden Temple – VI” is trouwens de eerste 12” release op MPR, net als de “Forbidden Temple – II” cassette de allereerste release was op MPR!

Verder staat er ook nog een nieuwe 7” op het programma als ik het goed voor heb? Wat kunnen jullie daar al over kwijt?
T: Buiten dat het een afgesproken deal is met MPR, kunnen we daar nog niets over lossen. De Covid-19 heisa zorgde uiteraard voor heel wat vertraging, helaas… Anders was die 7’’ al lang opgenomen.

De geluidskwaliteit gaat er release na release op vooruit, hoewel het natuurlijk nog steeds om rauwe en grimmige black gaat. Hoe gaan jullie om met het spanningsveld tussen rauwheid en geluidskwaliteit tijdens opnames? Vooral die rehearsal tape klinkt écht goed!
A: Ik vind eigenlijk van niet. “Demo I” en “II” zijn een pak cleaner dan “IV” en “VI“. Mocht je er een bepaalde evolutie in horen, dan denk ik dat dat vooral toeval is. We nemen gewoon elke release een beetje anders op, het gitaargeluid dan vooral. Eens we een goed geluid gevonden hebben, doen we door tot het ons beu is. Ik heb trouwens nog al gehoord dat “Unholy rehearsal” heel goed klinkt. Ze zouden serieus schrikken mochten ze zien hoe we dat hebben opgenomen. We hadden maar één microfoon die dag en de plaats die we ter beschikking hadden, stond voor 90% vol met dozen, brol, afval, fitnessmateriaal, …

Sommige demo’s werden in eigen beheer uitgebracht terwijl er ook met verschillende labels als Medieval Prophecy Records, Gramschap, Astral Temple, Avgrundsklanger en New Era Productions werd samengewerkt. Bekijken jullie elke collaboratie release per release zonder jullie aan een label te binden?
A: We zitten nu ver genoeg om een paar zeer toegewijde labels te hebben waarvan we weten dat we ermee kunnen samenwerken, zonder ons aan één iemand te moeten binden. We kiezen natuurlijk nog altijd zelf, maar we zijn op een punt gekomen dat we er niet onmiddellijk nog een ander label zouden willen bij nemen. De volgende releases zullen weer op Gramschap en MPR zijn, op één uitzondering na.

Op het artwork van de split na, kiezen jullie steeds voor een foto van één of beide gecorpsepainte bandleden waar de black metal clichés van afdruipen. Soms, zoals in het geval van de “Unholy Rehearsal 2019”, balanceert dat beeld op de dunne scheidingslijn tussen “cool” en “clownesque”, hoewel dit natuurlijk wel bij het genre past. Waarin ligt voor jullie de charme van dergelijke foto’s en waarom kiezen jullie niet voor getekende hoezen?
A: Volgens mij ligt “bizar” op de scheidingslijn van “cool” en “clownesque” en dat was de bedoeling. Een hoes zoals “Unholy rehearsal” blijft hangen, een zwartwit-afbeelding van een bos vergeet je, al is daar op zich niets mis mee. Meestal zijn we niet echt lang bezig met het maken van de hoezen. We tonen elkaar een selectie van goeie beelden en dan zien we wel waar we uitkomen…

T: Ik weiger geld te betalen voor artworks en logo’s, dus Forbidden Temple is 100% DIY. Een foto van de band of een bandlid als artwork kan simpel maar effectief zijn! Je weet al direct waar je aan toe bent…

Wat zijn voor jullie enkele van de meest iconiche hoezen met gecorpsepainte individuen op?
A: Voor mij zullen dat de volgende zijn: Fimbulwinter “Servants of sorcery“, de Asaradel democompilatie en Nebiros “Guerreros de Lucifer“, maar dan de originele hoes, niet die van de reissue. En “Taur-Nu-Fuin“!

T: Buiten de klassiekers zoals “Transilvanian hunger” en “Pure holocaust” zijn er veel hoezen met individuen op die ik schitterend vind; Thunderbolt “Black clouds over dark majesty“, Nehëmah “Light of a dead star”, Graveland “Thousand dwords”, Silexater “Silexater”, Ancient “Svartalvheim” (waarschijnlijk één van de beste hoezen ooit!), Countess “The return of the horned one…”, Vargsang “Call of the nightwolves”… Schitterende hoezen met meerdere leden op zijn Marhoth “W Imieniu Marhoth…“,  Thou Shalt Suffer “Into the woods of Belial“, Impiety “Salve the goat…Iblis exelsi“, “A tribute to the black emperors,…er zijn er veel, maar deze komen het eerst in me op…

De Belgische black metal scene is de laatste jaren springlevend, net zoals die bij onze Noorderburen. Ik zie echter drie grote verschillen als ik ze op één of andere manier met mekaar wil vergelijken. Ten eerste hebben veel Nederlandse bands een arty farty (of zoals de scene police zou zeggen “hipsterig” karakter) terwijl vele Belgische bands toch meer een traditionele old school – al dan niet satanische – insteek hebben. Ook jullie gaan voor deze laatste aanpak. Hoe definiëren jullie black metal?
A: Ik volg dat eigenlijk allemaal niet zo, dus ik zou niet weten waarover je het hebt. Wat black metal voor ons is, wel, ik vind het altijd wat raar om een persoonlijke definitie te geven van iets waarvan de grenzen relatief vastliggen. Wat ik wel kan zeggen is waar ik naar op zoek ben in black metal, alhoewel dat uiteraard moeilijk precies te omschrijven valt. Ik wil goeie riffs horen, de melodieën mogen zo simpel zijn als ze willen, maar ze moeten verslavend en bezwerend zijn, geen langgerekte willekeurige opvolging van akkoorden. Een goed geluid is even belangrijk; dat mag een cleane studio sound zijn (“Ugra-Karma” bijvoorbeeld), al verkies ik het meestal wel iets ruwer. Het valt me wel op dat de muziekgenres die mij op een heel rechtstreekse manier aanspreken, een bepaald gevoel delen, of dat nu black metal is of iets anders. Het kan raar klinken maar wanneer ik naar German Oak – “s/t“, Dead Infection “World full of remains“, Horde Catalytique Pour La Fin “Gestation Sonore“, Mauthausen Orchestra,  Katharsis “Kruzifixxion” of Pierre Henry “Le Voyage” luister, denk ik soms exact hetzelfde: ik zou heel graag bij die opname aanwezig geweest zijn om eens heel diep in te ademen, al moet dat daar bij sommige van die voorbeelden wel serieus gestonken hebben. Ik hoor in goeie black metal iets dat genres overstijgt en niet uniek aan één iets vasthangt. Zij die het tegendeel beweren, sorry, maar die hebben gewoon nog te weinig muziek gehoord denk ik.

T: Ik zie wat je bedoelt aangaande dat hipsterig karakter, die bands zijn geen black metal in mijn ogen, misschien eerder postmetal met een bm-geluid, whatever. Het kan me bij nader inzicht geen kloten schelen. Vroeger ging ik mij daar nog druk in gemaakt hebben… Sinds MPR tot leven kwam zijn er inderdaad hier en daar wat rotte paddenstoelen uit de grond geschoten, alhoewel enkele van de bands op dat label al bestonden voor de oprichting ervan. Black metal moet vooral gemeend zijn. Verder ga ik daar niet over uitwijken.

Een tweede opmerkelijk verschil is dat de scene in Nederland sterk geconcentreerd is rond bepaalde steden zoals Utrecht of Tilburg. In België is er niet bepaald één stad die sterk aan het genre gelinkt wordt en de scene lijkt me heel versnipperd. Zijn er Belgische collega’s waar jullie een zekere verbondenheid mee voelen?
A: De bands waar we een bepaalde verbondenheid mee voelen zijn bands met een gelijkaardige aanpak: Perverted Ceremony en Moenen of Xezbeth bijvoorbeeld. Ik denk dat het daar zo ongeveer wel zal bij blijven. Zoals we hierboven ergens zeggen, is de scene in België meer geconcentreerd rond labels in plaats van rond steden.

Het laatste verschil zit ‘em in live optredens. Vele Nederlandse bands zijn live actief wat bv. op een festival als Roadburn zelfs resulteerde in een dag die in 2019 volledig aan black metal opgedragen werd. Veel Begische bands van de nieuwe lichting – denk bv. aan degene die hun spul via Medieval Prophecy Records zien verschijnen – heb ik bij mijn weten nog nooit zien optreden. En dat vind ik jammer want ondanks het potentieel van onze scene en de talrijke black metal optredens, lijdt het live circuit mijns inziens aan bloedarmoede. Hebben jullie nooit de intentie gehad om live te spelen?
A: We zijn niet van plan ooit live te spelen.

T: Tjah, en wat voor black metal zie je dan die dag op Roadburn… Soms duiken de gedachten wel eens op om live te spelen, maar deze worden al snel links gelegd. Hiervoor hebben we zes mensen nodig op het podium, en daar staan we niet voor te springen. Als je het de eerste keer verkloot live, dan heeft dat gevolgen. Niet dat we daarmee inzitten, maar live spelen interesseert ons gewoon niet door alle zever die erbij komt kijken. Forbidden Temple is een opname-project. We focussen ons liever op de volgende releases in plaats van nummers te repeteren om ze live te brengen.

Tenslotte nog even terugblikken op de voorbije bizarre weken. Hoe hebben jullie de lockdown periode n.a.v. Covid19 ervaren en zijn er lessen die jullie hieruit hebben getrokken?
A: Ik heb het geluk gehad om tijdens de Corona-crisis volledig doorbetaald te worden en veel minder te werken. De zee aan vrije tijd is wel opgevuld geraakt, verschrikkelijk veel muziek beluisterd, gelezen en alles op het gemak gedaan. Voor mij mocht die lockdown nog wat maanden langer geduurd hebben. Het enige vervelende was om al die tijd te hebben, en eigenlijk niets te kunnen opnemen. Mochten al die restricties er niet geweest zijn, hadden we weer een paar demo’s bij… Ik hoop in ieder geval wel dat de wereld zoals die nu bestaat lessen trekt uit heel die crisis. Niet meteen over die ziekte maar over de manier waarop we met z’n allen te veel werken, te veel met dingen bezig zijn die er niet toe doen.

T: Met Forbidden Temple hebben we helaas niets kunnen doen in deze periode… Mijn tijd werd opgevuld met nieuwe biertjes proeven, nog meer bezig zijn met muziek dan anders, nu en dan eens een film bekeken of wat boeken op aanraden van Agaliarept gelezen, en veel gewandeld in de Vlaamse bossen! Geen lessen uit getrokken, met een grijns de chaos toegelachen…

Afsky – Verhalen over de kleine man die tot aan zijn dood voor de hogere klasse moet werken

Als alles goed gaat, brengt Vendetta Records op 12 mei de nieuwe tweede plaat “Ofte jeg drømmer mig død” van het Deense éénmansproject Afsky uit. Naar aanleiding van die release had ik een babbel met mastermind Ole Pedersen Luk over de staat waarin de wereld zich bevindt, liefdesgedichten en tekstuele inspiratie. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

Dag Ole, hoe gaat het met jou in deze vreemde tijden van Covid19? Worden Afsky activiteiten op één of andere manier getroffen door deze pandemie?
Het is inderdaad een bizarre wereld waar we in leven momenteel, maar ik ben OK, bedankt om te vragen. En zoals de meme zegt: “I wish it were zombies!” De release van “Ofte jeg drømmer mig død” staat gepland voor 12 mei, dus het is nog even bang afwachten want er kan nog veel gebeuren in tussentijd, maar ik ben bang dat dit gedoe nog niet snel zal overwaaien.

Na menig luisterbeurt kan ik zeggen dat “Ofte jeg drømmer mig død” een erg goede opvolger is geworden voor je debuut “Sorg” uit 2018. Misschien dat er iets minder échte folkinvoeden aanwezig zijn, maar voor de rest is de mix van atmosferische traditionele black metal en doom nog steeds intact. Vind jij dat er als componist een verschil in gevoel tussen de twee platen is?
Alvast bedankt voor het compliment! Ik heb hier op deze manier nog niet over nagedacht eigenlijk, maar misschien bevond ik me in een meer droevige gemoedstoestand toen ik “Sorg” schreef. Het algemeen gevoel dat ik ervaar tijdens het componeren en vooral wanneer ik de vocalen opneem, is als een soort van trance. Daarom ook dat veel zangopnames op mijn platen de eerste takes zijn, want die bevatten meestal de meeste ruwheid.

Zonder het label DSBM op je muziek te willen plakken, is het duidelijk dat de sound van Afsky gevoelens als verlies, drevigheid, eenzaamheid en troosteloosheid uitstralen. Is dit een reflectie van hoe je je in het dagelijks leven voelt of eerder een gemoedstoestand die je opzoekt tijdens het schrijven?
Ik ben eigenlijk een vrij opgewekt persoon over ’t algemeen. Ik hou ervan om buiten te zijn en nieuwe dingen te ontdekken. Ik ben blij dat ik platen kan verkopen en shows mag spelen. Ik klaag niet. Maar natuurlijk ben ik, net zoals elke andere persoon die bij zijn normaal verstand is, ongerust over de staat van de aarde, het milieu en de regeringen wereldwijd. Veel van mijn kwaadheid komt voort uit frustraties die ik heb aangaande de vernietiging van de natuur die ik rondom mij zie en de rijkdom die sommigen belangrijker lijken te vinden dan mensenlevens. Er zullen wel meer mensen zijn die hier ook kwaad van worden, maar het is erg moeilijk dit te veranderen of er iets aan te doen.

In de outro van het laatste nummer horen we een droevig stukje akoestische gitaar vergezeld van een sample van een regenbui, maar we merken ook een tsjirpend vogeltje op. Zou dit een teken kunnen zijn dat er, ondanks de malaise, een lichtje aan het eind van de tunnel schijnt? Of ben je pessimistisch over de algemene toestand van de aarde en de mensheid?
Je voelde dit vrij goed aan moet ik zeggen! Het toevoegen van de vogelgeluiden en het doen stoppen van de regen vormen inderdaad een teken van hoop. In de tekst van H.C. Anderesen die werd gebruikt in dit nummer, vertelt hij over de plaats waar hij begraven wil worden als hij gestorven is. Een mooie plaats dicht bij de oceaan waar kinderen zullen spelen op zijn graf. Dit laatste stukje van de frase van de spelende kinderen heb ik echter uit de tekst gelaten omdat ik een eerste take gebruikte waarbij ik die zinsregel niet in de zang kreeg ingepast.
Ook in het einde van de tekst van “tyende Sang” weerklinkt er een positieve noot. Dit nummer handelt over de opkomst van de boeren en knechten die uiteindelijk extra rechten kregen in 1917. Het nummer is geschreven als een hymne aan hen en gaat over het samenhorigheidsgevoel en vechten en terugnemen van wat van jou was. De laatste zinnen gaan min of meer als volgt: “Then finally, happy we can plow our land, when we are freed from our poorly lives, the thousand years night of enslavement.
Dus eigenlijk hebben veel nummers een “happy ending” ook al handelen ze over de strijd tegen onderdrukking en de dood. Maar toch ben ik vrij pessimistisch. De mensen die over de hoedanigheid beschikken om iets aan deze wantoestanden te doen, lijken er niet van wakker te liggen. De verliezers zijn de derdewereldlanden, de natuur en de wilde dieren. Het is triestig om ernaar te kijken.

Kan je ook van party muziek of opgewekte deuntjes genieten?
Natuurlijk, ik luister naar veel verschillende muziekstijlen als de setting zich ertoe leent. Ik ben niet kieskeurig aangaande stijlen of genres, enkel wanneer het om slechte muziek en slecht geschreven nummers gaat. De meeste inspiratie krijg ik eigenlijk van andere muziekstijlen dan metal.

Tekstuele inspiratie vond je – zoals reeds aangekaart – in oude Deense gedichten en teksten van schrijvers als H.C. Andersen, Jeppe Aakjær en Emil Aarestrup. Gebruikte je volledige teksten en gedichten of enkel stukken die je aanvulde met eigen schrijfselen?
Voor het grootste deel gebruikte ik volledige teksten. Het vers voor “Altid veltilfreds” en “Bondeplage” was in de originele tekst wel drie tot vijf keer langer, dus hier moest ik in knippen. In “Imperia” en “Tyende sang” liet ik er slechts enkele lijnen uit. De andere twee nummers hebben een kortere tekst en werden in hun geheel gezongen.

Wat trekt je zo aan in poezie?
Vooral de oude woordenschat en grammatica die vandaag de dag niet meer gebruikt worden. De manier waarop men vroeger zinnen formuleerde klonk zo veel mooier dan nu.

De teksten van het laatste nummer “Angst” zijn gebaseerd op het werk van Emil Aarestrup die als één van de meest authentieke, oprechte en onvervalste Deense liefdespoëten beschouwd wordt. Zijn stijl is verlichtend, ironisch, geestig en elegant, maar bevat soms ook een ondertoon van angst, dood en ijdelheid, wat ik ook in Afsky’s muziek terughoor. Heb je ooit een liefdesgedicht geschreven voor een meisje?
Niet dat ik me kan herinneren, maar ik schreef wel ooit een nummer voor een meisje toen ik gitaar begon te leren. De song was vrij simpel en de uitvoering een beetje onhandig doordat ik met bevende handen gitaar speelde.

Net als op het debuut zien we op de hoes een schilderij van een dode of stervende man. Deze keer koos je het werk “Udslidt” (‘versleten’) van H.A. Bredekilde. Het motief past goed bij de teksten van de plaat die vertellen over de gewone man die heel zijn leven lang moet werken voor de hogere klasse. Is dit concept op de één of andere manier ook een reactie op de huidige maatschappij? Nog steeds werken veel boeren heel hard voor hun dagelijks brood terwijl ze uitgeperst worden door de grote retailers van deze wereld die meer gefocust zijn op korte termijn winsten in plaats van zich zorgen te maken over wie er vlees, boter en melk zal voorzien voor de toekomstige generaties.
Ja, er zit een politieke boodschap in minstens twee nummers. Kritiek op de manier zoals het er nu aan toe gaat, ook al zijn de teksten dus veel ouder. Nog steeds moet de arme man zich kapotwerken om uiteindelijk niets over te houden. Natuurlijk zijn de leefomstandigheden nu veel beter dan vroeger, zeker waar ik woon, maar ik prijs mezelf ook gelukkig over de plaats waar ik kon opgroeien.

Jeppe Aakjær – wiens gedichten je ook gebruikte – stond gekend om zijn schijfselen waarin hij zijn bezorgdheid voor de armen en het rurale leven beschreef. Hij was een literair overgangsfiguur tussen de oude rurale cultuur en de moderne sociale beweging en een criticus op de samenleving. Ben je zelf sociaal toegewijd en is dat iets at voorgesproten is uit je eigen persoonlijke ervaringen?
Ja, maar het gaat niet verder dan dat ik zijn tekst online tegen kwam en vond dat hij perfect binnen het concept van de plaat paste.

Afsky is jouw soloproject maar live wordt je door extra muzikanten bijgestaan. Is er een moment in het schrijfproces waarop je andere mensen hun mening vraagt?
Nope, ik doe alles zelf bij Afsky, dat is ook wat me de drive geeft. Ik moet geen respons geven op feedback en kan mijn eigen ideeën volgen. Ik ben blij dat andere mensen om mijn werk geven, maar aan de basis schrijf ik mijn nummers om mezelf als het ware te plezieren. De gevoelens en nummers uit mijn syseem krijgen en verwerken tot iets waar ik met plezier naar luister.

Je bent ook actief bij Solbrud als zanger/gitarist. Staat daar iets te gebeuren qua nieuwe muziek?
We speelden twee concerten in een oude watertoren in Kopenhagen die als een live abum zullen uitgebracht worden. We zijn ook aan een nieuwe plaat aan het werken die we hopelijk tegen het eind van het jaar kunnen opnemen.

(c) Adriana Zak

Ik zag je twee keer optreden met Solbrud en één keer met Afsky in de Antwerpse Music City. Herinner je je deze underground venue en wat vond je van de respons telkens je in België speelde?
Ja, ik herinner me die plaats nog heel goed alsok het rare gevoel er terug te keren maar dan met een andere band. De running order van toen we daar met Solbrud en Wildernessking speelden, hangt nog steeds ergens aan een muur op. Leuke venue hoewel hij wel een backstage zou kunnen gebruiken, haha. Onze Belgische shows waren altijd killer. Veel volk, lekker warm, geen podium, I love it! En de mensen waren telkens super vriendelijk. Ik herinner me dat ik een plaat uitwisselde voor een grote zak weed de eerste keer dat we er speelden.

En hoe verliep de tour met Afsky en Spectral Wound?
De mannen van Spectral Wound waren erg grappig om mee op te trekken. De tour verliep ook goed. We ontmoetten veel mensen overal in Europa en speelden in veel coole venues en met toffe andere bands. Dus geen klachten! Ik keek uit naar de opkomende tour van Solbrud met Uada, Grift en Velnias, maar die werd spijtig genoeg gecancelled.

Zal er voor de nieuwe Afsky plaat getourd worden als dat terug mogelijk is?
We zien wel. Buiten hopelijk de release en enkele Deense festivals staat er niets gepland. Maar natuurlijk hopen we op een nieuwe tour.

Denemarken heeft altijdwat in de schaduw van de andere Scandinavische anden gestaan als het op black metal aankomt. Hetzelfde gold voor IJsland, maar de laatste jaren was die scene erg vruchtbaar. In Denemarken merk ik nu toch ook een verhoogde staat van activiteit met o.a. Afsky, Solbrud, Serpents Lair en de erg productieve Korpsånd Circle. Denk je dat Deense black metal “the next big thing” zal/zou kunnen zijn?
Ik weet het niet. Moeilijk te zeggen. De Canadezen waar we mee tourden kenden alvast een heel deel Deense bands. En ik weet dat Vendetta Records ook interesse heeft in veel Deense bands, dus misschien is er wel sprake van een uplift van onze scene. Er lopen hier in elk geval een hele boel sterke bands rond die het verdienen om gehoord te worden!

Vaal – Black metal verliest langzaam maar zeker zijn tradities en waarden

Liefhebbers van zwartmetaal van de oude stempel zitten gebeiteld bij het Nederlandse Vaal. Samen met compagnon Morden Demstervold creëert Vaal al twee langspelers en enkele kleinere releases lang traditionele black metal van de zuiverste soort. We hadden een uitgebreid gesprek met Vaal aka The Specter over de huidige staat van black metal, kapitalisme in de scene, puntgitaren, kastelen en zijn activiteiten met Ravenzang, Blood Tyrant en Old Tower. (JOKKE)

Vaal

Allereerst bedankt om met dit interview in te stemmen. Via Jasper (New Era Productions eigenaar en Vaal live-drummer) vernam ik dat je het eigenlijk niet zo begrepen hebt op interviews via online platforms en dat je een voorkeur uitdraagt voor geprinte fanzines. Nu krijg ik die reactie wel meer uit de traditionele black metal hoek. Is er dan zo’n groot verschil in kwaliteit, gedrevenheid of integriteit merkbaar tussen beide kanalen? Welke fanzines kan je aanbevelen?
Ik ben zeker niet anti-digitaal. Ik lees met plezier dingen als Bardo Methodology waar de online interviews ook goed zijn uitgedacht en interessante materie bevatten. Het ligt er maar net aan hoe goed de kwaliteit is. Je hebt ook geprinte magazines die niet zo goed zijn, maar mijn voorkeur gaat er wel nog steeds naar uit. Het voelt goed om ‘s avonds op de bank neer te ploffen, een goede plaat op te zetten en een magazine erbij te pakken. Het helpt mij ook beter in de sfeer te komen en te concentreren op de inhoud. Online ben ik toch sneller afgeleid. Enkele geprinte magazines die ik graag lees zijn Bardo Methodology, The Sinister Flame en Macabre Overdose. Verder lees ik ook veel oude dingen terug zoals bijvoorbeeld Funeral Maelstrom of Hate, de laatst uitgekomen compilatie van Eternal Damnation en de Slayer magazines.

De linernotes van Vaal’s eerste langspeler “Geesten van de verlorenen” winden er geen doekjes om dat je het niet zo begrepen hebt op de moderne maatschappij. Met Vaal probeer je beelden van de donkere middeleeuwen op te roepen. Denk je dat het destijds écht beter leven was? Het gros van de mensen leefde toen immers in armoede en onhygiënische omstandigheden, werkte zich dood voor de adel en de katholieke kerk had veel meer invloed dan de dag van vandaag. Dan hebben we het nu toch een pak beter, niet? Waarmee ik niet wil zeggen dat de mensen toen meer met de essentie bezig waren, dichter bij de natuur stonden en dat wij de aarde ondertussen een heel eind richting verdoemenis hebben gebracht.
Objectief gezien was het leven niet echt beter, nee. Het gaat er mij meer om om deze thematiek te gebruiken als metafoor voor wat ik voel en wil overbrengen met mijn muziek. De middeleeuwen waren puurder, onvergeeflijk en er heerste een groot gevoel van spiritualiteit en magie. Helaas is dit gevoel, voor mij persoonlijk, bijna verdwenen uit black metal. Daarom was het voor mij toentertijd dus ook belangrijk om te benadrukken dat dit gevoel nog steeds ergens leeft.

In datzelfde statement lees ik dat je het blijkbaar niet erg zou vinden als een groot deel van de mensheid opgekuisd zou worden. Met de huidige COVID19-pandemie zijn we precies al een aardig stukje op weg als er niet snel maatregelen genomen worden of een vaccin komt. Of mag dit virus van jou gerust nog wat meer slachtoffers maken? En wat als je naaste omgeving erdoor getroffen wordt? Ben je dan nog altijd dezelfde mening toegedaan?
Vaal is vanaf het begin altijd een impulsief project geweest. Muzikaal heeft het project ook verschillende fases doorlopen. De tijd waarin de muziek en woorden van “Geesten van de verlorenen” zijn geschreven, was een intense periode van veel haat en woede. Inmiddels voel ik mij niet meer verbonden met deze plaat, zowel muzikaal als tekstueel. Als ik de muziek hoor en de teksten lees herken ik mezelf er ook niet meer in. Extreme tijden vragen om extreme reacties, dat was toen de gedachte. De tijden zijn veranderd en ik probeer minder focus te leggen op wat er in de buitenwereld gaande is. Het is niet belangrijk.
De huidige situatie van de pandemie is in mijn ogen zeer positief. Niet omdat er nu veel doden vallen maar hoe bepaalde zaken aan het licht komen waar anderen al lange tijd voor hebben gewaarschuwd. We oogsten wat we zaaien op dit moment als mensheid. Het klimaat maakt een verbetering door omdat er minder verbruik is, de kapitalistische samenleving is grotendeels stilgelegd en mensen zijn meer op zichzelf aangewezen om deze tijd door te komen. Het leven is rustiger en simpeler geworden. Hopelijk kunnen we als mensheid hier een wijze les uit halen. Het is de grootste uitdaging van onze generatie.

Vaal’s compagnon Demstervold

Met Vaal speel je black metal van de archaïsche en traditionele soort. Je bekijkt het genre ook vanuit een elitair standpunt waarbij er geen ruimte is voor commerce, mainstream toestanden en gemakkelijke toegang. Waarom breng je je muziek dan uit via een platenlabel? Labels – hoe underground ook – zijn toch ook commerce? Kijk bv. maar naar die übergelimiteerde releases die vandaag de dag schering en inslag zijn, vooral in de rauwe black metal-scene dan. In plaats van de fans, trek je hiermee kapitalisten aan die die dingen gewoon snel opkopen om nadien tegen woekerprijzen op Discogs aan te bieden.
De eerste LP van Vaal was slechts gelimiteerd tot 200 stuks omdat we niet zeker wisten hoe de plaat zou vallen. Het aantal was echter te weinig en hij gaat nu weg tegen hoge prijzen op de online markt. Waarom dan geen nieuwe persing? Simpelweg omdat ik niet tevreden ben met hoe de LP klinkt en aanvoelt. De CD is nog beschikbaar via het label voor een schappelijke prijs. Als die is uitverkocht zal daar ook geen tweede druk van verschijnen. We zouden gemakkelijk meer exemplaren kunnen verkopen maar ik ben niet trots op wat ik toen heb neergezet.
Om terug te komen op enkele termen die je liet vallen; commercie op de schaal waarop Vaal opereert is minimaal. Ik noem de verkoop van 500 platen geen commercieel succes. Het is een marginale hoeveelheid. Het gaat mij ook niet om hoeveel exemplaren er worden verkocht. Het moet aankomen bij de mensen die passie hebben voor echte black metal, dat is het belangrijkste. En ik moet er natuurlijk zelf ook tevreden mee zijn.
Met gemakkelijke toegang doel ik vooral op het feit dat black metal door alles en iedereen goed wordt gevonden tegenwoordig. Toen ik net begon met het ontdekken van het genre was het behoorlijk onpopulair om volledig toegewijd te zijn tot black metal. Sterker nog, je werd vaak uitgelachen. Black metal werd amper serieus genomen. En kijk waar we nu zijn. Ik denk dat het populairder is dan ooit, misschien wel één van de populairste genres op het moment. Dit staat haaks op wat ik ervaren heb in het begin. Het genre was een afgesloten wereld die alleen ik en een select aantal mensen kende, onbereikbaar voor de ‘normale mens’. Dit heeft mij nooit meer losgelaten. Het is tegenwoordig ondenkbaar dat deze wereld weer terug zal keren. Ik ben echter een nostalgisch persoon en dit aspect is een drijfveer voor mijn creatieve energie.

In mijn tienerjaren had ik ook lang haar en liep ik in het zwart gekleed rond, maar die ‘regeltjes’ heb ik al snel naast mij neer gelegd. Ik krijg soms nog wel eens de opmerking dat ik om zo obsessief met black metal bezig te zijn er totaal niet volgens het verwachtinspatroon uitzie. Ik vind het dan ook bullshit dat je aan bepaalde ‘uiterlijke normen’ zou moeten voldoen. Vanuit jouw elitaire kijk veronderstel ik dat je wel degelijk vindt dat er bepaalde voorschriften zijn, niet? Waar staat black metal voor jou voor en waarom zou het genre niet voor iedereen weggelegd mogen zijn?
Ik denk niet dat het uitmaakt hoe je er uit ziet. Veel mensen die er uitzien en zich gedragen als ‘black metallers’ zijn behoorlijk clownesque en slaan de plank volledig mis. Ik weet nog dat ik met een vriend op het punt stond een Nederlandse band te joinen (de naam doet er niet toe). Dit ging uiteindelijk niet door omdat we een ander idee hadden over de visuele presentatie van de band. Je moest verplicht een zwarte gitaar hebben, met het liefst zoveel mogelijk punten er aan. Is dit waar black metal om draait? Niet voor mij. Het is voor mij geen theater met allerlei tierelantijnen of een bepaalde code. Er zijn meerdere invalshoeken mogelijk. Ik vind het visuele aspect van de muziek erg belangrijk en ik draag zelf wat dat betreft traditie hoog in het vaandel. Daarom wil ik dit ook graag in ere houden. Ik hou het simpel en effectief. Tegenwoordig hebben dingen als corpsepaint, kandelaars en wierook weinig betekenis meer. Iedereen gebruikt het. Black metal shows zijn veranderd in ‘rituelen’ of ‘transcendentale ervaringen’. Hopeloos. Eén grote poppenkast. Dit is niet waar het voor mij om draait. Het probleem hier is dat een band vaak al onder de noemer valt van black metal vanwege de uiterlijke kenmerken of een geluid wat er op lijkt. Naar mijn mening houdt het hier vaak ook op en zijn er verder weinig raakvlakken.
Black metal verliest langzaam maar zeker zijn tradities en waarden, of heeft deze zelfs al verloren. Ergens is dit ook positief. Zo krijgen de oude en essentiële aspecten van het genre ook weer een nieuwe en relevante betekenis. Het is niet mijn bedoeling om met mijn projecten een tijdcapsule te zijn. Ik speel black metal zoals ik vind dat het gespeeld moet worden.

Als black metal vroeger beter was, waarom dan in deze tijden black metal spelen?
Omdat ik geloof dat het idee van black metal vroeger nog steeds relevant is en in leven moet blijven.

Zijn er plannen om de Vaal demo’s als compilatie uit te brengen?
Neen.

Vaal’s tweede langspeler “Visioen van het verborgen land” bevat erg passend artwork van de hand van Alex Kurtagić. Misschien niet meteen de meest klinkende naam qua grafisch artiest in het black metal-gebeuren, hoewel hij optekende voor hoezen van enkele klassiekers zoals Dimmu Borgir’s “Stormblåst”, Ancient’s “The cainian chronicle”, Covenant’s “In times before the light”, Troll’s “Drep de kristne” en Tormentor’s “Anno domini”. Sinds het nieuwe millennium maakte hij nog amper artwork voor bands, met Vaal als één van de uitzonderingen. Hoe wist je hem te overtuigen en wat vind je zijn knapste ontwerp?
Ik wilde iets wat de jaren ‘90 kon representeren en wat voor mij een klassieke sfeer zou uitstralen. Ik ben groot fan van het originele “Stormblåst” artwork en daardoor was ik geïnspireerd om Alex een email te sturen met de vraag of hij iets kon bijdragen aan deze plaat. Tot mijn grote verrassing mailde hij snel terug en vertelde hij dat hij nog tekeningen had liggen uit 1994. Daar zat de tekening bij die nu gebruikt is voor “Visioen van het verborgen land”. De hoezen van “Armies of charon” van Sathanas en “The silence of december” van Deinonychus behoren tot mijn favoriete werken van hem.

Op de cover zien we het besneeuwde Corvin kasteel, één van de overblijfselen van het middeleeuwse Transsylvanië, ook bekend als Hunyadi Kasteel of Hunedoara Kasteel. Volgens de legende werd Vlad the Impaler (ook gekend als Graaf Dracula, Prins van Wallachia), hier gevangen gehouden door de Hongaarse militaire leider en regent John Hunyadi. Heb je het kasteel ooit bezocht?
Helaas niet, lijkt me wel een speciale locatie om ooit te bezoeken.

Ook op hoezen van je andere projecten, zien we regelmatig kastelen terugkeren. Wat fascineert je zo in deze middeleeuwse bouwwerken? Wat is je favoriete kasteel?
In de zomer van 2019 heb ik toevallig een kastelentour door Duitsland ondernomen. Het kasteel wat bij mij toen het meeste indruk heeft gemaakt was Neuschwanstein. Een compleet krankzinnig bouwwerk van megalomane proporties, alles bestemd voor slechts één persoon. Dit was voor mij zeer inspirerend. Iemand met een doorgeslagen fantasie wilde dat zijn bedachte wereld werkelijkheid werd. Hij wilde niet in deze realiteit leven want die was niet volmaakt genoeg. Ik herken mezelf daar wel in, tot op zekere hoogte. Misschien dat het kasteel daarom ook veel indruk heeft gemaakt.

Ook de figuur van Vlad Dracula is een wederkerend gegeven in je werk. Wat trekt je zo aan in het leven en de legendes rond deze figuur?
Vlad Dracula zelf is nooit een onderwerp geweest van mijn muziek, wel een inspiratie. De essentie van zijn legende is de oneindige bron van wreedheden en de bizarre mythes die er omheen zijn ontstaan. Een religieuze devotie voor bloed en onsterfelijkheid. Het spreekt allemaal tot de verbeelding en kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Het staat voor mij symbool voor tirannie, jezelf boven anderen stellen en vernietiging van de elementen die je tegenstaan.

Ondanks de rauwe en grimmige insteek van het raw black metal genre, evolueert het gros van de bands uiteindelijk toch op vlak van sound van rammelende kelderblack naar een iets “toegankelijker” geluid. Zelden hoor ik een omgekeerde evolutie. Ook wat Vaal betreft is er tussen beide langspelers een progressie qua sound/productie hoorbaar. Is dit kwestie van budget of wil je steeds verder evolueren naar een geluid dat de perfecte balans vormt tussen grimmigheid en toegankelijkheid?
Het budget is altijd hetzelfde gebleven: geen. Het enige wat is veranderd is dat ik meer heb geleerd over productie, je instrumenten beheersen en duidelijker je visie ontwikkelen en weten om te zetten naar iets concreets. Hier ben ik vrijwel elke dag mee bezig. Ik probeer steeds vooruit te kijken en mijn visie te perfectioneren. “Visioen van het verborgen land” moest echt gaan klinken als iets wat album waardig zou zijn. Toen heb ik de hulp ingeschakeld van Herjann, die op zijn beurt fantastisch werk heeft geleverd met deze productie. Het klinkt precies zoals ik in gedachten had. Dit was voor mij ook een les. Meestal wil ik het liefst alles zelf doen om totale controle te hebben maar er zijn ook anderen die je daar mee kunnen helpen en waar je van kan leren.

Naast Vaal ben je ook actief bij Ravenzang, een band die, hoewel misschien net wat agressiever en rauwer, qua sound en themathiek en het gebruik van Nederlandstalige teksten eigenlijk vrij dicht bij Vaal aanleunt. Waarin liggen voor jou de verschillen tussen beide bands?
Bij Ravenzang heb ik weinig muzikale inbreng en dat is een bewuste keuze. Imperiosus zit vol energie en goede kwaadaardige riffs. Hij schrijft vrijwel alle muziek. Bij Ravenzang ligt de focus meer op melodische muziek, waar Vaal vooral slepend en eentonig is.

Op de Ravenzang langspeler “Uit een duister verleden” staat het nummer “Verzet van de Falwaz”. Google en Wikipedia leverden niet meteen meer inzicht op. Wie of wat is “Falwaz”?
“Falwaz” is een oud woord voor het gebied wat we tegenwoordig de Veluwe noemen. Imperiosus en ik zijn beiden afkomstig uit de nabijgelegen omgeving. We wilde een nummer maken wat een eerbetoon was aan dit gebied en zijn legenden.

Je houdt er ook nog het geweldige Blood Tyrant en Old Tower op na, waarin je onder de schuilnaam The (Wampyric) Specter actief bent. Waarom hanteer je een andere alias bij deze bands? Is het puur uit een soort van geheimdoenerij of moet ik het ruimer zien en vragen deze bands een andere mindset of staan ze voor een ander aspect van je persoonlijkheid dat je tot uiting wilt laten komen via de muziek?
Het is geen geheim dat deze projecten met elkaar verbonden zijn. Voor mij is het inderdaad een andere mindset. Blood Tyrant en Old Tower hebben andere ideeën en zijn zeker geen onderdeel van dezelfde wereld. Waar Vaal misschien nog een klein beetje voeten in deze aarde heeft, zweven de andere projecten hoog in de stratosfeer. Blood Tyrant en Old Tower zijn samen onderdeel van een groter concept wat ik samen met Yrch Malachi heb uitgewerkt en vormgegeven. Deze wereld heeft bewust zo min mogelijk raakvlakken met de ‘echte’ wereld. We proberen projecten die geen onderdeel zijn van dit concept gescheiden te houden. Het verschil is merkbaar in het gebruik van andere namen, thema’s en visuele en muzikale stijlen. Waar Vaal nog iets menselijks in zich meedraagt zijn de projecten die onderdeel zijn van The Shadow Kingdom juist zo onmenselijk mogelijk.

Met Blood Tyrant heb je o.a. een fantastische split met Departure Chandelier op je conto staan. Deze Canadese band laat met hun Napoleontic war black metal een frisse wind en originele aanpak qua themathiek doorheen het black metal-landschap waaien. Hoe is de samenwerking voor deze split ontstaan?
We stelden voor aan Outre-Tombe van Akitsa om een split EP te maken. Hij wist toen niet zeker of het hem zou lukken om dat met Akitsa te doen maar kwam toen op de proppen met een project waar we nog niet eerder van hadden gehoord. Dat was Departure Chandelier. Het concept van dit project sloot ook beter aan bij Blood Tyrant. Ik ben zelf nog steeds trots op de split ondanks dat ik niet helemaal tevreden ben over het eindresultaat.
Het was een speciale samenwerking omdat er na deze split veel dingen zijn gebeurd die grote impact hebben gehad op hoe Blood Tyrant en gerelateerde projecten nu in de wereld staan. Ook het werken aan de split zelf was iets bijzonders. Het hele proces van muziek naar artwork toe was intiem en intensief, iets wat ik niet snel zal vergeten.

Blood Tyrant’s Baron Yrch Malachi en The Wampyric Specter

Je soloproject The Wampyric Specter hield het ondertussen voor bekeken. Wat lag aan de basis om de stekker eruit te trekken?
Een nagedachtenis aan een vervelende tijd en een persoon waarin ik mezelf niet meer herken. Het project rot nu pijnlijk weg in z’n stinkende crypte. Soms moet je bruggen verbranden om verder te komen in het leven.

Old Tower is een dungeon synth-project dat relatief gezien heel populair lijkt deze dagen, maar waar ik zelf niet zo in thuis ben. Klopt het dat het genre de laatste jaren aan een opflakkering bezig is en wat zie je daar dan als reden voor?
Het komt denk ik mede door een Bandcamp artikel dat een aantal jaar geleden was verschenen. Hier stond Old Tower ook in vermeld. Dit artikel heeft ook voor mij meer naamsbekendheid bezorgd. Bandcamp is überhaupt een belangrijk platform voor dit genre omdat vrijwel alles wat er uitkomt in deze stijl daar te vinden is.
Verder heb ik al van een aantal mensen horen zeggen dat ze in dungeon synth wel iets konden vinden wat ze in black metal niet meer vonden. Ik denk ook omdat het nog echt een nieuw soort genre is dat het op dit moment speciaal aanvoelt. Het is jong, actief en er komen dagelijks wel nieuwe artiesten en releases uit. Dit in combinatie met een hechte community op internet heeft gezorgd voor dit succes, denk ik.

Wat maakt voor jou een goede dungeon synth release en welke platen in het genre kan je me aanbevelen?
Het is moeilijk te zeggen wat precies een release nou zo goed maakt. Er zijn zoveel factoren. Ik kan het denk ik beter verwoorden door wat platen te noemen. Deze albums zijn voor mij wat dungeon synth zou moeten zijn. Qua klassiekers is er Mortiis met “Født til å herske”, “Ånden som gjorde opprør”, “Keiser av en dimensjon ukjent” en de “Crypt of the wizard” compilatie, Depressive Silence met “Mourning”, de “Grabens symphonie” compilatie van Lamentation, Burzum’s “Dauði Baldrs” en “Hliðskjálf”. Nieuwe releases die ik kan aanraden zijn “Dismal spells from the dragonrealm” van Druadan Forest, Sanctuaire met “Echo 3 – Frisson d’éternité”, Thangorodrim’s “Taur nu fuin” en “Op under fjeldet toner en lur” van Neverlur.

Waarom besloot je destijds de Old Tower’s “Grim alchemy” trilogie op drie verschillende 7 inches uit te brengen? Aangezien het vrij korte nummers zijn werkt dat vrij storend om elke paar minuten de schijfjes van kant te wisselen. Dit breekt de sfeer en komt de luisterervaring niet meteen ten goede. Bovendien maakt dit het een dure aangelegenheid voor de fans ipv het geheel bijvoorbeeld op 1 tape uit te brengen?
Verschillende redenen. Het hele idee voor de trilogie is zeer sporadisch en organisch ontstaan. Toen ik samen met Prurient en Âmes Sanglantes een optreden zou geven voor een kunstexpositie in het Maxxi museum in Rome moest ik bronmateriaal hebben wat ik live zou kunnen gebruiken. Toen Dominick het hoorde werd hij gelijk enthousiast en wilde hij het uitbrengen op een EP. Dat is “Drachenblut” geworden. Ik had nog meer materiaal liggen en toen ontstond het idee om het concept verder te zetten als trilogie.
Qua geluid en idee is het anders ingestoken dan wat Old Tower ‘normaliter’ zou zijn. Dit komt ook omdat ik een eerbetoon wilde doen aan oude ambient / industrial zoals dat ooit werd uitgegeven bij Cold Meat Industries. Aangezien Hospital Productions van nature een noise / industrial label is dat bekend staat om zijn extravagante uitgaven en vreemde concepten wilde ik hier volledig in mee gaan en kijken hoe ver we het konden brengen. De trilogie bleek een groot succes, ondanks het onconventionele formaat en ontoegankelijke muziek. In het verloop van de toekomst zal de “Grim alchemy” trilogie worden uitgebracht op CD en LP met extra bonusmateriaal.

Met Old Tower ben je ook aanwezig op Instagram. Ik zou zeggen dat social media en zeker Instagram compleet in strijd zijn met hoe je naar de moderne samenleving ziet, of zie ik dat verkeerd?
Ik gebruik het om mijn muziek en om artiesten en labels waarmee ik samenwerk extra promotie te bieden. Het is een handige tool om het woord te verspreiden. Verder heb ik geen accounts op andere sociale media behalve Instagram.

Wat zijn voor jou enkele van de meest invloedrijke releases op je eigen werk geweest en zijn er bands/artiesten waarvan je zelf alles probeert te verzamelen?
Te veel platen hebben mij beïnvloed. Dit is voor mij een onmogelijke vraag om te beantwoorden. Ik durf mezelf geen hardcore verzamelaar te noemen. Ik vind het ook niet belangrijk om alles te hebben. Maar sommige dingen heb ik wel een tijd lang obsessief geluisterd en verzameld. Bijvoorbeeld Evilfeast en Metal Skull. Ook heb ik laatst mijn verzamelingen van twee obscure Engelse projecten eindelijk compleet kunnen maken: Ichneutic en Nebiros.

Wat mogen we dit jaar nog verwachten van de bands en projecten waarin je actief bent?
Het nieuwe Old Tower album “The last Eidolon” komt op 24 april uit. Verder is er nog van alles in de maak maar daar wil ik nog niets over loslaten.

Helfró – Een energiepiek enkele uren voor het sterven

Helfró is een nieuwe rijzende ster aan het IJslandse black metal firmament. Op 24 april brengt Season Of Mist het gelijknamige debuut van dit duo uit. Componist/drummer Ragnar Sverrisson geeft tekst en uitleg bij het ontstaan van zijn band, zijn passie voor extreem metaldrummen en opgroeien in IJsland. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

(c) Void Revelations

Ragnar, aangezien Helfró een nieuwe band is vroeg ik me af hoe die in het leven geroepen werd?
De eerste Helfró nummers werden in 2015 geschreven gedurende een periode van grote eenzaamheid en zelfmedelijden. De jaren nadien kreeg het project stilaan meer vorm en in 2017 vond ik dat de tijd rijp was om de nummers op te nemen en de wereld in te sturen.

Welke betekenis schuilt er achter de bandnaam? Heeft die iets met de ‘hel’ te maken?
Helfró is een piek aan energie die terminaal zieke personen mogelijks enkele dagen of uren voor hun overlijden ervaren. Dit gaat soms gepaard met aanvaarding van je lot en kan innerlijke vrede brengen. ‘Hel‘ heeft verschillende betekenissen. Eén daarvan is inderdaad ‘hel’ maar in dit geval betekent het ‘dood’ of ‘domein van de dood’. ‘Fró‘ betekent ‘opluchting’ of ‘spirituele verzadiging’.

Op Metal Archives staat een andere versie van het debuut vermeld met alternatief artwork en één song minder op de tracklist (opener “Afeitrun” ontbreekt hier) vergeleken met de versie die Season Of Mist nu zal uitbrengen. Gaat het met andere woorden om een herwerkte versie van een ouder digitaal uitgebracht album?
Klopt volledig. Na de oorspronkelijke opnames zette ik de plaat gedurende korte tijd op Bandcamp zonder dit ergens te adverteren of op social media te vermelden. De respons overtrof echter mijn verwachtingen dus bedacht ik mezelf dat deze muziek beter verdiende. Ik ging op labeljacht en belandde uiteindelijk bij Season Of Mist. Ik besloot voor deze release het album van het net te verwijderen en een extra nummer toe te voegen voor de fysieke release.

Jij schreef alle nummers maar je bent voornamelijk gekend als drummer. Waarom besloot je dan niet om voor de gitaar te kiezen? Hoe zou je je gitaarvaardigheden vergelijken met je drum skills?
Ik kan amper voor een gitarist doorgaan eigenlijk. Het Helfrò materiaal kan ik misschien slechts op 60% van de snelheid spelen en sommige nummers helemaal niet zelfs. Als ik songs schrijf, speel ik de riffs erg traag en schrijf nadien de tabs uit voor Símon zodat hij ermee aan de slag kan gaan. Hij is één van de beste gitaristen die hier in IJsland rondlopen, dus voor hem is dit a walk in the park. Ik ben altijd gefocust geweest op drummen.

Blastbeats, helse vocalen en ijskoude gitaarriffs vormen de hoofdbestanddelen van jouw kijk op black metal. Zijn agressie, snelheid en misschien ook het technische aspect belangrijker voor jou in black metal dan bijvooreeld atmosfeer?
Agressie en snelheid creëren een intense atmosfeer dus in mijn optiek bevat onze plaat erg atmosferische muziek. Wat technische bekwaamheid betreft, kan niemand ontkennen dat muziek gebaseerd op jarenlang hard werk en het verleggen van je grenzen niet emotioneel geladen kan zijn. Als ik zelf naar black metal luister, streef ik naar dat gevoel van kracht en slechtheid, iets waar depressieve, dissonante, mid-tempo en easy-to-play bands amper in slagen. Satan definitely listens to his black metal at 666bpm.

(c) Eva Alexandra

Hoewel ik zelf een drummer ben, zou ik nooit kunnen spelen wat jij hier neerzet. Wat is het snelste aantal bpm dat we op de plaat horen en wat zijn enkele van de aspecten aan je extreme drumstijl die nog voor verbetering vatbaar zijn?
Musteri agans”, het laatste nummer op de plaat, is consistent op 280 bpm ingespeeld. Er is altijd wel plaats voor verbetering in mijn drumspel. Ik focuste in het verleden zo veel op blastbeats en snelle tom fills, dat ik de afgelopen twee jaar meer met het verbeteren en strak krijgen van mijn basdrumtechniek bezig was. De komende jaren zal ik mezelf waarschijnlijk uitdagen met meer technische oefeningen, vreemde tijdsignaturen en zo meer. Maar uiteindelijk maak ik zelden bewust de beslissing een betere drummer te worden. Ik geniet er gewoon van met mijn andere bandleden samen te spelen en bovendien is drummen ook meditatief.

Welke drummers inspireren je?
Enkele van mijn rolmoddelen zijn o.a. Derek Roddy, Nick Barker, Hannes Grossmann, Dave Grohl, Nils Fjellström en nog veel meer.

De grootste muzikale inspiratiebron die ik terug hoor is ongetwijfeld Dark Funeral. Kan je je daar in vinden?
Veel mensen vergelijken ons met hen en hoewel ik zeker van hun muziek kan genieten, ben ik ook sterk beïnvloed door minder bekende maar minstens even snelle en melodieuze bands zoals Asmodeus, Abigor, Thorns, Lord Belial, oude Keep of Kalessin enzovoort.

Gitarist/bassist Símon verzorgt ook de tweede stem en de heldere zang werd ingezongen door Gísli S. Deze wisselwerking tussen verschillende zangstijlen creëert heel wat dynamiek. Hoewel je muziek een moderne feel heeft, voegen de cleane zangkoren ook een folky of archaïsch element toe.
De speciale stijl van Gíslis heldere zang is het resultaat van zijn kijk op de melodieën en woorden die ik voor hem schreef. Tijdens het opnemen liet ik hem voornamelijk zijn eigen ding doen. Toen ik naar demoversies van de nummers aan het luisteren was, popten de cleane zangpartijen in mijn hoofd op waardoor ik ze besloot toe te voegen eerder dan dat ze het resultaat zijn van een weloverwogen plan om een bepaalde atmosfeer of stijl te creëren.

Ben je een nostalgische ziel als het opblack metal aankomt of kan je ook de meer progessiev bands appreciëren?
Ik luister voornamelijk naar muziek die de laatste twintig jaar werd uitgebracht, dus ik denk niet dat je me dan als een nostalgische ziel mag bestempelen. Ik hou zowel van enkele klassiekers als recenter werk, maar het grootste deel van de albums uit mijn playlist dateert grofweg van de periode 1997 tot 2009.

(c) Sinnead Robledo

Helfró bestaat uit twee muzikanten wat optreden doorgaans moeilijk maakt. Of zijn er plannen om live met de hulp van sessiemuzikanten op te treden?
Neen, momenteel niet en ik denk ook niet dat dat ervan gaat komen. Ik wil geen deuren gesloten houden, maar ik denk niet dat het de moeite waard is om hier veel energie in te steken tenzij er zich enkele heel degelijke concertopportuniteiten aanbieden. Een liveband samenstellen zou niet zo moeilijk zijn aangezien al veel collega’s en vrienden hun hulp aanboden. Ik hield de nummers opzettelijk kort zodat ze live spelen geen probleem zou mogen zijn…

De plaat kanaliseert de hopeloze en lege gevoelens van degenen die door bevroren woestenijen dwalen waar je thuisland IJsland bekend om staat. Dit desolate gevoel werd perfect vastgelegd in de prachtige videoclip voor het openingsnummer, opgenomen door Void Revelations. Is het leven in een afgelegen deel van de wereld met een ruwe natuurlijke omgeving een zegen of een vloek voor jou? Misschien verschilt jouw mening afhankelijk van een kijk vanuit het standpunt van muzikant of als inwoner?
Voor mij persoonlijk is het een zegen. Dit is een kleine gemeenschap, dus je hebt gemakkelijk toegang tot bijna iedereen waarmee je moet communiceren om dingen in gang te zetten voor eender welk project waar je aan werkt. Ik ben introvert en geniet van de ruimte en vooral van de stilte. Bijna iedereen die in IJsland is opgegroeid, krijgt vanwege onze hoge levensstandaard vrijwel alle kansen, dus degenen die hier misschien niet floreren, zouden geen problemen moeten hebben met het stellen en bereiken van doelen om naar een warmer, meer bevolkt land te verhuizen. In IJsland blijven en erover klagen, begrijp ik niet.

De zwarte basalt waterval Svartifoss en ijslagune Jökulsárlón waren twee van de meest impressionante dingen die ik zag tijdens mijn trip door IJsland van enkele jaren geleden. Wat zijn jouw favoriete IJslandse natuurwonderen?
Ik hou van heel IJsland, maar mijn favoriete berg is Snæfell in Lónsöræfi. In het dagelijks leven klim ik op radiotorens waardoor ik meer rondreis dan de doorsnee inwoner. Er is geen enkele regio die niet tot een intense schoonheid komt onder het juiste licht en weersomstandigheden.

Aangezien alle teksten in het IJslands zijn geschreven vroeg ik me af waar ze zoal over gaan? Impliceert het artwork van View From The Coffin waarop een kathedraal te zien is een religieus concept?
De teksten handelen over eenzaamheid en verslaving. De plaat kan gezien worden als een reis van mentaal gevangenschap, chaos en afwezigheid van persoonlijke autonomie naar vrijheid en extase door discipline. Het laatste nummer van de plaat heet “Musteri agans” wat zich vertaalt als “Tempel van discipline”. Dit vormde de inspiratie voor het artwork en er is dan ook bijna geen religieus concept. Op een mogelijks nieuwe plaat zal ik waarschijnlijk een ander thema verkennen.

Wat zijn je verdere ambities met Helfró?
Verder gaan met het schrijven van donkere, krachtige en majestueuze muziek. Wat Helfró betreft heb ik een muzikale progresse voor ogen die ervoor moet zorgen dat eenzelfde nummer of plaat geen twee keer geschreven wordt. Kortelings na de release van ons debuut, start ik opnieuw met het schrijfproces. Deze plaat was vijf jaar in de maak, dus ik start beter nu dan later.

Duivel – Hunkeren naar een ouderwetse bak satanische black metal

We sprongen een gat in de lucht toen we vernamen dat de geweldige Duivel EP die in 2019 verscheen, een vervolg kreeg in de vorm van een volwaardige plaat. “Tirades uit de hel” is een knaller van jewelste die een storm van dood en verderf door mijn huiskamer joeg. Achter deze duivelse black metal-band schuilen enkele oudgedienden van de Nederlandse black metal-scene die duidelijk weten hoe ze een ouderwetse bak satanisch zwartmetaal op plaat moeten knallen. Bijkomend pluspunt aan “Tirades uit de hel” is dat er op vocaal vlak niet voor één satansmond gekozen werd, maar dat er meerdere strotten hun gal spuwen. We schotelden gitarist N enkele vragen voor. (JOKKE)

Vorig jaar verscheen uit het niets Duivel’s eerste gelijknamige EP. Was de oprichting van Duivel iets dat al langer aan het borrelen en smeulen was of eerder een soort van impulsieve drang van enkele gelijkgestemde zielen?
Het idee om muziek op te nemen was een redelijke spontane gedachte. D (drummer) vertelde me dat hij hunkerde naar black metal van de oude school, de muziek waarmee we beiden opgroeide. Ik liep zelf ook al enige tijd met diezelfde drang rond, maar het was nog niet meer dan een behoefte, een onuitgewerkt plan… Eigenlijk was het op de achtergrond al langer aan het borrelen, aangezien ik al lange tijd behoefte had aan een ouderwetse bak satanische black metal, maar die is in Nederland nauwelijks tot niet meer te vinden, dus daar moest verandering in komen. Je ziet dat deze stijl toch niet vaak meer de kop opsteekt in het huidige muzikale landschap. Aangezien we beiden van het snelle handelen zijn, doken we meteen de studio in om met zijn tweeën de basis te leggen voor wat Duivel nu geworden is, met de 7” als resultaat. Zoals je zelf al zegt, hebben we hier wat gelijkgestemde vrienden bij gevraagd om ons te versterken en het resultaat is nu daar.

Op de achterkant van de EP zagen we vijf moeilijk te identificeren tronies, terwijl er op de nieuwe bandfoto’s nog slechts drie leden lijken over te blijven hoewel het kloppend muikaal hart van Duivel uit vier individuen lijkt te bestaan. Hoe zit dat juist?
De basis van Duivel wordt gevormd door D en mezelf: wij bepalen wat er gaat gebeuren en boetseren het werk zoals wij dat voor ogen hebben. De overige betrokkenen dragen hier hun steentje toe bij om het geheel te perfectioneren en krijgen daarin ook alle vrijheid om toe te voegen wat ze willen. Hierin hebben ze ook het absolute vertrouwen gekregen, aangezien we ze er anders niet bij betrokken zouden hebben! Hun aandeel is natuurlijk even belangrijk als het onze, dus hoewel ze wellicht niet “de kern” vormen, is hun bijdrage wel net zo belangrijk!
De reden waarom er maar drie mensen op de foto staan, heeft een eenvoudige verklaring en dat is de meest saaie: logistiek. Probeer maar eens zes gasten uit drie verschillende landen bij elkaar te krijgen voor een bandfotosessie die nog geen 10 minuten duurt.

Duivel is ook niet 100% Nederlands want, naast de Belgische gastzanger B, kennen we jullie bassist van de Amerikaanse band Black Anvil. Hoe is P bij Duivel betrokken geraakt en is hij ook fysiek aanwezig geweest in de opnamestudio?
P is al jaren een goede vriend van me, een vriendschap die nog stamt uit de tijd dat ik nog met grote regelmaat death en black metal concerten en festivals organiseerde in de legendarische Goudvishal te Arnhem. P speelde er met zijn (oude) bands en we hebben altijd contact gehouden. Toen we bezig waren met de opnames, kon ik eigenlijk maar aan één persoon denken die ik de basgitaar voor zijn rekening wilde laten nemen en nog voor ik het hem vroeg, wist ik het antwoord al! Zijn stijl van bassen is exact de manier die ik graag hoor en die denk ik ook echt een goede toevoeging voor Duivel is. Het was niet mogelijk voor hem om even heen en weer uit New York te komen om de opname te doen, dus was het binnen een paar dagen gepiept via de digitale snelweg. Overigens was hij begin maart nog voor een paar dagen op bezoek hier, maar we hebben die tijd niet gebruikt om meteen de studio in te duiken, in plaats daarvan hebben we enkele vrienden in Eindhoven bezocht.

Op jullie toepasselijk getitelde debuut “Tirades uit de hel” horen we vier verschillende vocalisten aan het werk. S (Galgeras, ex-Fluisterwoud) nam drie van de zes nummers voor zijn rekening, terwijl de drie overblijvende songs netjes verdeeld werden over B (ex-Lugubrum), V (Vaal, Ravenzang) en W (Urfaust). Zijn alle vocalisten als het ware gastzangers of beschouwen jullie S min of meer als vaste haatverspreider?
S is inderdaad min of meer de vaste zanger. Toen we met dit hele duivelse ding begonnen, was er geen twijfel mogelijk over wie de zang voor zijn rekening moest nemen: dat kon er eigenlijk maar één zijn en dat was het Beest van Beuningen! D en ik speelde al langer met het idee om bij de opname van een eventueel album enkele vrienden te vragen om ook een steentje bij te dragen, dus daarom is er voor gekozen om de nummers te verdelen zoals we dat gedaan hebben. De dynamiek die daardoor ontstaan is, geeft het album nog een extra trap onder de kloten!

Waarom werd er specifiek voor deze vier salpeterstrotten gekozen?
Het zijn stuk voor stuk steengoede zangers, met elk hun eigen stijl en kwaliteit! Op deze manier kon er wat extra saus bij elk nummer… B heeft weer een totaal andere strot als V – maar toch klinken beide zeer passend bij de muziek. W zijn stem geluid is natuurlijk zo divers, die kan alles…. S is natuurlijk met zijn gore rasp ook niet te overtreffen! De combinatie en afwisseling van stemmen bleek naar onze eigen smaak een gouden greep; wat anderen ervan vinden zal ons verder worst wezen!

Stonden deze vuilbekkers telkens zelf in voor het schrijven van de boodschap die ze al schuimbekkend vertolken?
Iedereen was verantwoordelijk voor zijn eigen teksten. Elke zanger heeft zijn afzonderlijke nummer gekregen en kon daarmee aan de slag. W was zo creatief dat hij twee teksten geschreven heeft, één daarvan heeft hij overgedragen aan B, die direct enthousiast was over het thema en de boodschap erachter. Het was mooi om te zien dat, hoewel iedereen zijn eigen draai aan de nummers kon geven, alle songs, welliswaar op een andere manier van elkaar, gelijk zijn qua strekking en boodschap!

Is het de bedoeling op volgende platen opnieuw met verschillende (en eventueel andere) vocalisten te werken?
Dat is nog onduidelijk. D en ik hebben nog niet nagedacht over een volgende release, eerst moet deze maar eens officieel uit zijn, dan zien we wel verder wat we doen.
Na de 7” dachten we niks meer op te nemen en dat de boel wel dood was. Het originele idee om een 7” op te nemen was volbracht, dus het project was helemaal klaar en af voor ons beiden…maar bloed kruipt toch waar het niet gaan kan en uiteindelijk hadden we een paar maanden later toch weer zes nummers voor een album ingeblikt, dus wie weet?

Jij vuurt de duivelse riffs op ons af, maar we kennen je de laatste jaren vooral als drummer (o.a. Urfaust) en bassist (o.a. Herder). Wat is voor jou het instrument waarmee je je het best kunt uitleven en uitdrukken en werden alle songs door jou geschreven of was het eerder een collectief werk?
Eigenlijk ben ik gitarist van oorsprong, Fluisterwoud is daarvan wellicht het beste voorbeeld, aangezien ik daar de meeste nummers voor schreef destijds… maar de afgelopen 15 jaar was ik inderdaad eigenlijk meer actief als bassist of drummer. Het was lekker om weer eens even ouderwets de gitaar ter hand te nemen en nummers te schrijven zoals ik vroeger deed: zonder enige vorm van muzikale kennis, als het maar lekker klinkt in mijn hoofd. Ik heb voor Duivel alle nummers geschreven, al zit er wel een stukje gast-gitaar bij van mijn makker T. Hij was over uit Frankrijk om te tatoeëren en ging die dag mee naar de studio omdat hij niks te doen had en wel eens wilde zien waar ik mee bezig was. Ik vroeg hem spontaan om een riff bij te dragen toen hij op een gitaar aan het klooien was tijdens de opnames en ik denk dat het goed te horen is welke riff ik bedoel…In principe is het dus zo dat D en ik de basis leggen voor de nummers en die opnemen, daarna doet P de basgitaar erover, dan komt K op de proppen met zijn synths en daarna komen de vocalen!

Tirades uit de hel” verschijnt via Ván Records waar je ook met enkele andere bands gehuisvest bent. Was het moeilijk om Sven te overtuigen of is het bijna als vanzelfsprekend om jouw muzikale escapades via dit gerenommeerde underground label te verspreiden?
Niets is vanzelfsprekend in het leven, maar Sven had weinig overtuiging nodig volgens mij. Bij het horen van de 7” was hij meteen enthousiast en wilde die maar al te graag uitbrengen. We hebben toen min of meer carte blanche gekregen om een album op nemen, als we daar zin in hadden…. dus toen we eenmaal besloten dit te doen, was hij blij met het resultaat!

Qua stijl is het op basis van de line-up natuurlijk niet te verwonderen dat Duivel’s black metal terug grijpt naar de tijden toen alles beter was. Welke bands hielden jullie voor ogen bij het schrijven van de muziek?
De black metal van de jaren 90! Dat is waar D en ik een hunkering naar hadden: die sfeer wilden we, weliswaar op onze eigen manier, zelf neer kunnen zetten…. hoewel er wellicht niet meteen muzikale verwijzingen naar zitten, is het wel het werk van de oude Scandinavische scene die ons inspireerde! Wellicht kwam er door het schrijven weer wat oude Fluisterwoud naar boven drijven, dat kan ik niet ontkennen!

Ik vind dat de sound van jullie debuut de lading perfect dekt. De productie knalt maar is toch ook ruw genoeg en de basgitaar geraakte niet ondergesneeuwd. Waar en met wie achter de knoppen werd “Tirades uit de hel” ingeblikt?
Dat is de verdienste van D! Hij is een meester in het neerzetten van een sound en ik werk niet voor niets al bijna 20 jaar met hem samen als het aankomt op opnames. Ik heb in al die jaren voor zo veel bands en projecten met hem samengewerkt: “Langs galg en rad” van Fluisterwoud is met hem opgenomen, maar bijna ook de complete Urfaust-discografie komt van zijn hand; het was daarom ook een logische keuze met hem op te nemen, zeker omdat hij ook het initiatief ertoe nam. Doorgaans hebben D en ik aan een half woord genoeg, maar soms moeten we ook echt gruwelijk discussiëren over hoe iets moet klinken; soms heeft hij gelijk, soms heb ik gelijk. We zijn beiden koppig, botsen daarom soms ook, maar zijn ook niet voor niets al bijna 20 jaar lang vrienden.

Is Duivel louter een studioproject of zijn er ook plannen om haat en verderf te komen zaaien in onze contreien eens de Corona-crisis is overgewaaid?
Zeg nooit nooit, maar we zien het niet zo snel gebeuren. De afstand van P is natuurlijk niet praktisch en S zegt dat hij te oud, maar met name te gestoord, is om nog het podium op te klimmen. Ik kan me de tijden van Fluisterwoud met hem nog goed voor de geest halen en de band is destijds niet voor niets geklapt! Ook D heeft aangegeven geen behoefte te hebben het podium op te klimmen en om eerlijk te zijn geldt dat ook voor K en mijzelf; we zijn allemaal druk zat met onze eigen levens en iedereen heeft zijn eigen ding om op te focussen. Ik zie het niet gebeuren en ga het zeker niet forceren: het is met iedereen of het is met niemand.

Pandemiëen zoals de pest zijn al sinds het ontstaan van het black metal-genre een bron van inspiratie. Nu we toch bij dit onvermijdelijke thema aanbeland zijn, vroeg ik me af hoe jullie naar deze mondiale epidemie kijken nu dit voor ieder van ons een ‘dicht bij huis’-verhaal geworden is? Het is soms makkelijk eens geroepen dat een wereldwijde pandemie welgekomen zou zijn om het evenwicht tussen de mens en de natuur terug te herstellen (en dan voor velen het liefst ergens ver van huis), maar het wordt natuurlijk een ander verhaal als het virus jezelf of je naasten treft, niet?
Geen enkel weldenkend mens wil zijn dierbaren verliezen: of het nu aan zelfmoord, kanker, een pandemie als Corona of weet ik veel wat is… maar dat af en toe de gedachte de kop opsteekt dat een “grondige reset” wel eens goed zou kunnen zijn in de huidige zeitgeist, kan ik niet ontkennen. Het is in ieder geval voor iedereen een goede reality-check, aangezien mensen zich de afgelopen jaren nog enkel druk maakten over “first world problems”. Laten we hopen dat deze pandemie op dat gebied een kentering zal brengen.

En om in de sfeer te blijven: ik zag dat jullie drummer ooit deel uitmaakte van de black/industrial-band Drastically Reducing Earth’s Population of kortweg D.R.EP. die ik nog ken van de beruchte “Tswaert der duusternesse”-compilatie. Is er nadien eigenlijk nog iets gebeurd met die band?
Daar kan ik helaas weinig over zeggen, maar de laatste stand van zaken die ik weet is dat de heren in ieder geval het record gaan vestigen als het gaat om het zo laat mogelijk uitbrengen van hun debuut! De opnames die ik gehoord heb zijn geniaal en als het aan mij zou liggen had het al 15 jaar geleden uitgebracht kunnen worden…. maar kennelijk zijn de heren zelf nog niet tevreden.

Je staat net als ik op het punt om vader te worden. Denk je dat het vaderschap je beeld op de mensheid op één of andere manier zal aanpassen? Merk je een spanningsveld tussen de ‘boodschap’ die je via je muziek en teksten verspreidt en de waarden en normen die je aan je kind zal meegeven?
Gefeliciteerd! Nee, ik merk niks van een spanningsveld eigenlijk. Ik hoop dat het vaderschap me wat milder maakt en op sommige vlakken doet het dat ook, maar ik merk dat ik op andere vlakker een stuk radicaler geworden ben. Wie weet als die kleine er is, dat er dan nog een verschuiving der machten plaats gaat vinden, we zullen zien. Ik kijk ernaar uit! Natuurlijk zullen mijn vrouw en ik onze eigen waarden en normen proberen over te dragen aan ons kind, maar ik mag toch hopen dat onze kleine net zo’n sterke eigen wil zal hebben als die van zijn moeder en vader!

Jullie bandnaam windt er natuurlijk geen doekjes om. De duivel (of Satan) geldt als de personificatie van het kwaad. Moet black metal volgens jullie inherent een satanische boodschap uitdragen? Het statement dat jullie EP vergezelde (“Duivel is the rusty nail that is slowly driven under the nails of all that reeks of life affirming safe space treehuggery.”) lijkt me een sneer te zijn naar bands als Wolves In The Throne Room en consoorten, niet?
Black metal moet per definitie satanisch zijn, anders is het geen black metal…. en over die “safe space” rotzooi zal ik kort zijn: zulk soort onzin heeft toch niks met black metal te maken. Lachwekkend gewoon! Het beste is gewoon negeren die handel, geen aandacht aan schenken en vooral geen woorden meer vuil aan maken!

Hulder – Geïntrigeerd door de verdorven mensheid

De eerste tekenen van leven van de in het Amerikaanse Portland gebaseerde one woman black metal-band Hulder zagen het leven via het underground label Stygian Black Hand. Beide demo’s werden vervolgens door Our Ancient Future op een compilatietape gegroepeerd die de naam “De oproeping van middeleeuwse duisternis” meekreeg. Ondertussen wist deze de aandacht te trekken van het Duitse Iron Bonehead die een re-release op vinyl deed en zag ik de hoes regelmatig opduiken op social media. Het feit dat er een link met België achter Hulder schuilging was al voldoende om contact te zoeken met The Inquisitor en het met haar te hebben over o.a. middeleeuwse folklore en haar Belgische verleden. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

De info over Hulder is schaars. Wanneer werden de plannen om Hulder op te starten concreet en was het van meet af aan duidelijk dat je alles in je eentje zou bolwerken?
Ik riep Hulder in het leven kort nadat ik naar Oregon verhuisde. Dit project spookte al langer in mijn gedachten rond en het werd hoogtijd om het concreet aan te pakken. Dit resulteerde in 2018 in de release van de “Ascending the raven stone“-demo. Andere bandleden bij het verhaal betrekken was destijds niet nodig aangezien ik een duidelijk visie omtrent Hulder had en over de technische capaciteiten beschikte om alle muziek volgens diezelfde visie uit te voeren.

De tweede demo is een rehearsal-tape. Hoe kan je in godsnaam een rehearsal-tape op je eentje opnemen tenzij je over superkrachten bezit en tegelijkertijd kan drummen en gitaar spelen?
Zoals vermeld staat in de liner notes van die tape, werden de bas en drums voor deze gelegenheid ingespeeld door CK en Necreon, die beiden als tijdelijke live-muzikanten aangetrokken werden. De repetitieopnames vonden plaats in aanloop naar de enige live show die Hulder tot op heden gemaakt heeft.

Beide demo’s werden verenigd op de “De oproeping van middeleeuwse duisternis” compilatie die via verschillende labels op zowel, CD, cassete als vinyl verschenen. Iron Bonehead brengt de compilatie nogmaals opnieuw uit. Zal deze uitvoering verschillen van de vorige LP-versie? Werd er een deal getekend met dit Duitse label voor toekomstige releases?
Deze re-release werd geremastered door VK (Diocletian, Vassafor, Blasphemy, etc) en bevat nu een nieuwe full colour sleeve en geüpdatet lay-out van de hand van Dan Fried. Nieuws i.v.m. de toekomstige plannen zal weldra wereldkundig gemaakt worden.

Zelf Belg zijnde sprong de Nederlandstalige titel van de compilatie meteen in het oog aangezien ik dacht dat Hulder een Amerikaanse band was. Je hebt blijkbaar roots in België. Waar groeide je op en wanneer besloot je naar de US te verkassen, en meer specifiek Portland in Oregon?
Ik ben geboren in Duffel en groeide op in Mechelen en door omstandigheden verhuisde ik naar de US. Het verlangen naar koud weer en bossen dat in mij was ingebakken, is nooit verdwenen en Oregon leek me de beste leefomgeving te kunnen verschaffen op dit continent.

Voel je je nog op de één of andere manier verbonden met je thuisland? Volg je bijvoorbeeld de Belgische black metal-scene nog?
Ik ben nog op verscheidene manieren sterk verbonden met België en volg diens huidige en oude black metal-scene op de voet.

De bandnaam verwijst naar een hulder of huldra, een mythisch boswezen dat voorkomt in de folklore in Scandinavië. De naam betekent ‘bedekt’ of ‘geheim’. Het is een ongelofelijk mooie (soms naakte) vrouw met lang haar. Ze heeft een staart (in Noorwegen een staart van een koe en in Zweden een staart van een koe of een vos) die haar holle rug, zoals een holle boomstam, verbergt. De Huldra kan bovendien van gedaante verwisselen. Waarom leek deze naam je geschikt? Voel je jezelf verbonden met dit creatuur en ken je de Vlaamse black metal-band Huldrefolk wiens naam hier ook naar verwijst?
Er zijn inderdaad verschillende aspecten uit de folklore rond dit creatuur die aansluiten bij de idee van Hulder. Ik verkies de details echter voor interpretatie open te laten zodat diegenen die in deze verhalen wilt duiken zelf naar de betekenis op zoek kan gaan. De band Huldrefolk doet vaag een belletje rinkelen.

Op Metal Archives lezen we dat je teksten, naast middeleeuwse onderwerpen en foltertechnieken, ook gebaseerd zijn op Belgische folklore. Kan je hier wat dieper op ingaan?
Naast de aangehaalde thema’s zijn veel teksten gebaseerd op verhalen die generaties lang werden doorgegeven en die ik leerde kennen door mijn grootouders die van Belgische en Zwitserse origine zijn. Ik ben nog steeds enorm geïntrigeerd door Belgische literatuur en folklore.

Ik vroeg me af of de middeleeuwse foto op de hoes van de eerste demo een Belgische locatie weergeeft?
Ja, het betreft een foto van de hoofdingang van de Abdij van Tongerlo.

Wat trekt je zo aan tot de middeleeuwen? Werd je 500 jaar te laat geboren?
Ik ben geïntrigeerd door de oorspronkelijke en verdorven versie van de mensheid in contrast met de ongeëvenaarde complexiteit van kunst en architectuur uit die periode.

Op de cover van je laatste EP “Embraced by darkness mysts” zien we een foto van jou in een bos staande, volledig uitgedost in een middeleeuwse outfit opgesmukt met pinnenbanden en een kruisbeeld. Alle clichés zijn aanwezig, maar dat is wat black metal-fanatiekelingen aantrekt, hoewel het grappig kan lijken voor buitenstaanders. Is er een groot verschil tussen jou als persoon in het dagelijks leven en wanneer je als The Inquisitor je corpsepaint en stage outfit aantrekt?
Eigenlijk niet. Behalve de rituele aankledingen die aan het visuele aspect verbonden zijn, is er geen sprake van één of ander alterego.

Deze EP laat een grote vooruitgang horen, zowel op vlak van song writing als uitvoering. De drums op de demo’s klonken erg basic vergeleken met die op de nieuwe EP.
Als je de liner notes naleest, zal je ook hier zien dat de sessiedrums op “Embraced by darkness mysts” werden uitbesteed. De eerste demo bevat door mij geprogrammeerde drums.

De rehearsal-tape bevat een cover van de legendarische Celtic Frost-klassieker “Into the crypts of rays“. Welke andere bands inspireerden Hulder?
Het lijkt me eenvoudig om daar zelf achter te komen.

Zijn er plannen aangaande een langspeler en live shows?
In maart duik ik de studio in voor de opnames van een volwaardig debuut. Er staan weldra ook enkele live optredens aangekondigd worden. Met de release van de langspeler zullen er trouwens ook enkele tours geopenbaard worden. Dit is nog maar het begin!

Tombs – De angst een zinloos leven geleid te hebben motiveert me

Met de gloednieuwe “Monarchy of shadows” EP onder de arm, slaat het uit Brooklyn afkomstige Tombs keihard terug na een bewogen periode. Maar ‘what doesn’t kill you makes you stronger‘ en met een nieuwe line-up rondom hem, gaat bandstichter Mike Hill strijdlustig verder wat ondermeer resulteerde in een nieuwe deal met Season Of Mist. We hebben het met Mike over de verdere plannen met Tombs en waar de man zich naast muziek zoals mee bezig houdt. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

Hi Mike. Hoe staan de zaken er momenteel voor met Tombs?
Alles loopt goed. We zijn opgewonden over de nieuwe EP en we zijn ons aan het voorbereiden voor deze coole US tour met Napalm Death, Aborted en Wvurm. Napalm Death is een legende en het is een eer met hen de hort op te kunnen trekken. Na de tour, duiken we in mei opnieuw de studio in om onze volgende langspeler in te blikken. De creatieve aanval gaat lustig door.

Persoonlijk ben ik erg tevreden over jullie nieuwe EP “Monarchy of shadows” die een terugkeer laat horen naar de meer agressieve aanpak van mijn persoonlijke favoriet “Winter hours“. Was het een weloverwogen beslissing om terug meer naar jullie roots terug te keren na het geëxperimenteer met new wave en goth rock invloeden op “The grand annihilation“?
Ik denk dat de EP een weerspiegeling is van mijn gevoelens van de voorbije jaren. De tijd rond “The grand annihilation” was een erg moeilijke periode voor mij en waarschijnlijk werd de agressie opgewekt door alle frustratie en angsten die ik toen had. Het was een zware tijd en ik denk dat dat me motiveerde om harde muziek te creëren.
Ik denk dat er nog steeds veel duisternis op de EP te horen valt. Ondanks alle agressie, vind ik dat de gothic elementen nog steeds aanwezig zijn, maar eerder subtiel en niet zo overduidelijk, dat is de manier waarop ik mezelf graag uitdruk. Mijn doel op lange termijn is het mixen van extreme metal met post-punk en gothic-invloeden.

In 2018 hielden de drie andere leden (drummer Charlie Schmid, gitarist Evan Void en keyboardspeler Fade Kainer) het voor bekeken. Lagen persoonlijke of muzikale meningsverschillen aan de basis en was het moeilijk om nieuwe bandleden aan te trekken?
Ik denk dat die gasten andere dingen wilden doen. In een band als Tombs zitten is niet zo evident. Er gaat niet veel geld mee gepaard en we waren veel op de baan. Vervangers zoeken, ging vlot.

Na vele line-up wissels, ben je het enige overgebleven originele bandlid. Is Tombs een soort dictatuur die jij runt of zijn de andere leden ook vrij om muziek aan te leveren?
Ik begrijp dat sommigen mij hierdoor als een dictator zien, maar het heeft eigenlijk meer te maken met de kwaliteit van het werk dat op tafel kwam. Je zei het zelf al, ik ben de last man standing in Tombs wat betekent dat ik het meeste in de band geïnvesteerd heb. Het is een weerspiegeling van al het werk en de energie die ik het laatste decennium van mijn leven in de band gestoken hebben. Ik heb kwaliteitsstandaarden en elke creatieve output van de band moet daaraan voldoen, punt. Complexer is het niet. Als je komt opdagen voor de repetities en op dezelfde creatieve pagina als ik zit, zal dit werken. Als je niet hard wilt werken, is Tombs niet de juiste band voor jou.
Dat gezegd zijnde, de nieuwe line-up bestaat uit geweldige muzikanten en creatieve dynamo’s. Iedereen draagt iets bij aan de band. Dat was een grote tekortkoming van “The grand annihilation” line-up. Die gasten namen nergens verantwoordelijkheid in. Ze kwamen in de band omdat ze dachten dat alles door op een groot label te zitten vlot zou gaan. Ze waren meer bezig met het feit of ze wel goed op de bandfoto stonden dan de andere zaken aan te pakken.

Wat is de belangrijkste manier waarop je als muzikant en songschrijver de voorbije jaren geëvolueerd bent?
Ik vind dat vooral mijn zang en teksten verbeterd zijn. Ik zal nooit een begenadigd gitarist zijn, maar ik denk wel dat ik goed ben in het creëren van atmosfeer. Met mijn gitaarspel ga ik nooit iemand imponeren: het is te punk voor metal en te metal voor punk, maar het is nu eenmaal mijn voornaamste instrument. Ik besteed veel tijd aan het spelen en mijn techniek gaat nog steeds vooruit maar telkens ik een hoger niveau bereik, zie ik de lange weg nog die ik dien af te leggen. Het is eindeloos.
Mijn ideeën voor teksten zijn nu veel breder en minder persoonlijk. Ik schrijf meestal in de derde persoon omdat ik grotere, meer universele ideeën probeer te zeggen. De introspectieve insteek van delen van mijn oudere werk, ben ik nu wat beu.

Ondanks een speelduur van 35 minuten is “Monarchy of shadows” bedoeld als EP. Waarom schreef je niet één of twee nummers meer om een langspeler te hebben?
We kozen simpelweg voor een kortere release omdat nu eenmaal was wat wilden doen. De studio voor de opnames van een volgende langspeler is zoals gezegd geboekt voor binnen enkele maanden. Er is nooit een tekort aan ideeën, het is eerder een kwestie van de concepten op een hoog niveau te houden.

De EP is jullie eerste release voor Season Of Mist na voor de vorige plaat met Metal Blade Records te hebben gewerkt en Relapse Records voor de eerste drie langspelers. Waarom verlieten jullie Metal Blade en hoe verhouden de drie labels zich tot mekaar?
Metal Blade liet ons vallen omdat we niet voldoende platen verkochten die een opvolger met hen rechtvaardigde. Zo gaat dat nu eenmaal veronderstel ik. Alvorens we met hen tekenden, hadden we reeds een opportuniteit om met Season Of Mist te werken, maar we besloten met Metal Blade in zee te gaan omdat we hoopten dat dit de band ten goede zou komen door de zaken op een hoger niveau aan te pakken en meer kans op grotere tours te maken. Maar het draaide niet uit zoals we verhoopten. De meeste coole dingen die we deden zoals op Hellfest of Ozz Fest spelen, hebben we te danken aan Mark Vieira, onze manager. Terugkijkend hadden we waarschijnlijk toen al met Season Of Mist moeten tekenen: ze hebben geweldige bands onder hun hoede en hun esthethiek matcht met die van ons. Het is tevens de geschikte grootte qua label voor ons. Metal Blade is als een grote onderneming en we pasten niet echt in hun master plan.
De tijd bij Relapse was geweldig. Een reeks platen bij hen uitbrengen was lange tijd één van mijn doelen. Ik werkte er hard voor en bereikte mijn doel. Ik heb nog steeds een goede relatie met iedereen van het label. We hadden een geweldige tijd samen, maar dat hoofdstuk kwam tot een einde en het was tijd voor de volgende stap. Ons avontuur met Metal Blade is als een kleine omweg, een voetnoot. Toevallig vind ik de plaat die we voor hen maakten (“The grand annihilation“) waarschijnlijk ook onze minste.
Met Season Of Mist loopt alles goed tot dusver. Ik voel me erg verbonden met hen. Ze hebben een kantoor in Philadelphia hier aan de oostkust. Dat betekent om één of andere reden iets voor mij hoewel het label vooral als Europees label gekend staat.
Mijn ervaring met Relapse en Season Of Mist loopt gelijk. Beide labels worden gerund door fantastische mensen met een grote werkethiek, wat waarschijnlijk het meest belangrijke aspect voor mij is.

Voor het artwork van “Monarchy of shadows” werkten jullie met de Franse artiest Valnoir (Metastazis). Ik heb enkele van zijn kunstboeken en herinner me dat hij volledige vrijheid eist bij het creëren van artwork voor bands. Was dat ook bij jullie het geval of gaf je hem enkele richtlijnen?
Ik heb ongelofelijk veel respect voor Valnoir. Hij deed ook het artwork voor “All empires fall” enkele jaren geleden en zal ook dat van de volgende langspeler verzorgen. Ik ben grote fan van zijn werk en bewonder zijn kunde om de essentie van zijn onderwerp steeds te capteren. Alles wat hij doet ziet er anders uit en is uniek; hij heeft die geheimzinnige gave om de geest van een band perfect weer te geven. Ik vertrouw dan ook volledig op zijn visie.

Waar staat de albumtitel “Monarchy of shadows” voor?
De teksten op de EP gaan, met uitzondering van “Path of totality” wat een heropgenomen oude song is, uit van de idee dat alle ideeën van orde en logica illusies zijn. We leven in een wereld vol chaos en entropie; het is ons dataverorbende primaire brein dat probeert om overal zin aan te geven. In het titelnummer werk ik met de idee van ‘as above, so below‘ wat stamt uit verschillende hermetische leren en heilige geometrie. De materiële wereld gelijkt op het astrale vlak dat trilt in chaos of op zijn minst met een frequentie die we niet kunnen begrijpen.
Ik geloof dat al onze geloven, religieus, spiritueel en filosofisch reflecties zijn van ons eigen ego en dat de ware natuur van onze realiteit ver buiten ons verstand ligt. Onze realiteit bestaat voor het overgrote deel uit ondetecteerbare donkere materie en we leven in schaduwwereld.

Waarom besloot je het nummer “Path of totality” opnieuw op te nemen?
Sinds we het schreven, vormt het nummer het slot van onze setlist. Het is één van de oudere songs die ik nog steeds graag speel. Ik denk dat Justin suggereerde om het nummer opnieuw op te nemen aangezien we het nu lichtjes anders spelen. Sneller en met enkele subtiele tempowisselingen. Het nummer gaat al heel lang mee en vormt op een bepaalde manier de link tussen heden, verleden en toekomst.
Bovendien was ik ook niet zo tevreden met de originele productie ervan. De nieuwe versie knalt en ligt meer in lijn met de originele opzet ervan.

In 2018 bracht je via je eigen label Everything Went Black de “The stockton tapes” verzamelaar uit die demo’s bevatte van alle tien de nummers van “The grand annihilation“. Waarom besloot je deze uit te brengen? Was je niet tevreden over de finale versie van de songs?
Ik hou ervan om naar demo-opnames van bands te luisteren. Vroege versies van nummers geven een inkijk in het muziek creatieproces. Ik ben fan van de Rollins Band “End of silence” demo’s die enkele jaren geleden uitkwamen via 2.13.61. Je ka de aanpassingen horen die achteraf werden gedaan met de band. Bovendien zit er achter elke plaat een verhaal en ik hou ervan om daar deel van uit te maken. Ik hoopte dit proces te kunnen delen met eenieder die in dit soort dingen geïnteresseerd is. We namen de demo’s op in Chapel Black, de studio/repetitieruimte van Black Anvil. Het was tof om met vrienden die ik vertrouw aan deze demo’s te werken.

Zijn er naast de Amerikaanse tour ook plannen om naar Europa te komen?
Ik ben niet zeker. We hebben momenteel geen agent in Europa, maar ik zou graag de oversteek maken zelfs al is het voor enkele festivals. Het is al even geleden dat we nog eens een goede Europese tour hebben ondernomen.

Naast de bandactiviteiten ben je ook actief als schrijver voor Noisey, Revolver, Bandcamp Daily en Decibel. Verder maak je je eigen Everything Went Black podcast, is er Savage Gold, je eigen koffiemerk, werk je als DJ bij Gimme Radio en hou je je, naast je interesse in horrorfilms en comics, bezig met gevechtssporten. Waar haal je al die tijd en energie vandaan? Heb je deze variatie nodig om aan de saaiheid van het alledaagse leven te ontsnappen?
Bedankt om hier aandacht aan te besteden. Ik ben graag bezig en ben niet zo goed in het onderhouden van persoonlijke relaties. Ik ben niet het type kerel die met het weekend voor de deur zal bellen om te horen wat je van plan bent. Ik ben dan waarschijnlijk aan het lezen, aan muziek aan het werken of martial arts aan het trainen. In deze fase van mijn leven motiveert angst me; de angst een zinloos leven geleid te hebben. Ik ga geen familie of kinderen hebben, dus wil ik mijn nalatenschap op een andere manier vormgeven.

Wat beschouw je je grootse verwezenlijkingen in het leven en heb je nog verdere ambities?
Het voelt alsof veel van mijn verwezenlijkingen nogal triviaal zijn. Dezer dagen kan iedereen een plaat opnemen of muziek online zetten. Muziek is een passie en ik beschouw dat niet als een verwezenlijking.
Ik zou graag meer willen schrijven. Het voelt alsof ik nog minstens twee of drie boeken in mij heb. Ik heb een interessant leven en enkele perspectieven die interessant zouden kunnen zijn voor andere mensen.

Metal Matters is je wekelijkse podcast waar je discussies voert over klassiekers en nieuwe bands en interviews doet met je favoriete artiesten. Ik genoot erg van de aflevering met de levende muziekencyclopedie Ralph Schmidt (Ultha, ex-Planks) en tevens één van je beste vrienden en één van mijn muzikale helden. Het ziet ernaar uit dat jullie een grote gedeelde liefde hebben voor darkwave en goth rock. Heb je zijn nieuwe darkwave band Ropes Of Night al gehoord?
Ralph is als een broer voor mij. Ik hou van die kerel en respecteer hem enorm. Hij is één van die weinige mensen waar ik me verbonden mee voel. Het voelt soms alsof we een weerspiegeling van mekaar zijn. We houden beiden van dezelfde bands, we zijn twee handsome devils en hebben een gedeelde interesse in HP Lovecraft en Edgar Alan Poe. Ik heb nog geen muziek van Ropes Of Night gehoord.

Om te eindigen, wou ik je een anekdote vertellen die stamt uit de tour met Planks van enkele jaren geleden. Met mijn band Timer verzorgden we het voorprogramma in Wilrijk. Het was een bloedhete dag en aangezien jullie op een oorverdovend geluid speelden, stond iedereen van buitenuit in het zonnetje door het grote raam naar jullie optreden voor een ‘lege’ zaal te kijken, haha. Herinner je je dit optreden en ben je net als ik opgewonden over de Planks reünie die later op het jaar gepland staat?
Om eerlijk te zijn, herinner ik me die show niet maar naar die Planks reünie kijk ik enorm uit!

Regarde Les Hommes Tomber – We zijn atheïsten die verhalen vertellen, geen bekeerlingen

Met het gloednieuwe “Ascension” breidt het Franse black metal kwintet Regarde Les Hommes Tomber een einde aan een conceptuele trilogie die in 2011 begonnen werd met hun self-titled plaat en een vervolg kreeg middels “Exile” uit 2015. Het duurde bijna vijf jaar alvorens de Fransen met het sluitstuk op de proppen kwamen wat bewijst dat die derde langspeler dikwijls een moeilijke bevalling is. Maar laat ik jullie geruststellen, want op “Ascension” horen we een Regarde Les Hommes Tomber in bloedvorm. Ik had een babbel met zanger T.C. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

© David Fitt

Proficiat met “Ascension“! Ben je nerveus nu de eerste reviews binnen komen en je het oordeel van fans en reviewers te horen krijgt?
Eigenlijk zijn we heel opgewonden en ongeduldig. Er werden reeds twee nummers vrijgegeven (“A new order” en “The renegade son“) waarop goede feedback kwam en ook de reacties van de media die de plaat al in haar geheel hoorden waren erg positief. We tellen nu echt af totdat de plaat voor iedereen beschikbaar is. Voor ons als band is dit één van de meest geslaagde dingen die we ooit gedaan hebben. We zijn erg opgetogen over het eindresultaat en hopen dat de plaat de luisteraar aanspreekt op een manier waarop ze dat voor ons doet. De eerste shows zijn gepland en daar zijn enkele grote bij zoals Hellfest en Roadburn, we staan te popelen! De twee volgende jaren worden een hectische rit voor ons.

De Fransen staan nogal bekend om hun chauvinisme. Gaat dat ook op voor jullie metal-scene? Krijgen jullie veel respect vanuit jullie thuisland of is de band populairder in het buitenland? 
We hebben een grote fanbase in Frankrijk, maar krijgen ook elders goeie feedback. De respons die we tijdens onze laatste Europese tour met Die Weg Einer Freiheit kregen, overtrof onze verwachtingen zelfs. We voelden ons niet als de openingsband, maar evenredig aan de headliner. Dat is erg bemoedigend. In Zwitserland en Nederland kregen we érg goede respons, maar we spelen overal graag hoor.

Week na week is er een immense instroom aan nieuwe metal-releases wat het haast onmogelijk maakt om alles op de voet te blijven volgen. Is het voor jullie gemakkelijk om bij elke nieuwe release een nieuwe groep mensen aan te boren? Wat is voor jullie de beste manier om nieuwe luisteraars aan te trekken? 
Hier zijn we eerlijk gezegd niet zo mee bezig. We hebben sinds ons debuut als band een trage maar gestage evolutie doorgemaakt en zijn erg trots op de dingen die we tot nu toe verwezenlijkt hebben. We hebben sinds de start veel shows gespeeld en hoewel het leven tijdens een tour soms hard kan zijn, is dat voor ons het allerbelangrijkste. Een goede show spelen is dan ook het beste wat je als band kunt doen om je muziek te promoten.

Hoewel er elk jaar veel goede platen uitkomen, zijn er slechts enkele die me emotioneel gezien zo hard kunnen raken als de releases de me destijds metal deden ontdekken. Welke recente platen hadden op jou hetzelfde effect als de klassiekers?
Het Franse label Antiq records bracht het debuut “Incandescente” van Malenuit uit. Ik vind dit een echt meesterwerk waarop black metal vermengd wordt met Franse folkmuziek en batcave…perfectie! Het laatste Véhémence album (“Par le sang versé“) is ook erg goed. Zelf ben ik een grote fan van Anorexia Nervosa en Nehëmah, twee Franse black metal-bands die spijtig genoeg niet meer bestaan. Recent luisterde ik ook veel naar niet-metal klassiekers zoals Clan Of Xymox en Depeche Mode en de laatste twee albums van Drab Majesty wakkerden mijn liefde voor goth rock terug aan.

© David Fitt

Ascension” is het sluitstuk van een trilogie die handelt over de meest opvallende protagonisten van de heilige geschriften die allemaal gevangen worden door het lot, de onvermijdelijk weg naar verlies en nederlaag. Hoe verhouden de drie platen zich tot mekaar zowel inhoudelijk als muzikaal?
De bandnaam is eigenlijk de sleutel tot het verhaal en kan vertaald worden als “kijk naar de val van de mensheid”, het overkoepelende concept van de band: de devotie en afwijzing van God, de moeilijke relatie tussen het goddelijke licht en de mensheid, de val van de genade. Al onze teksten zijn gelinkt aan Bijbelse mythologie.
Henoch, een vriend van ons, schrijft al onze teksten. De twee eerste platen focusten op een centraal thema: de val van de mensheid die verworpen en getormenteerd wordt door God, ondanks hun toewijding en liefde voor het goddelijke. Ze behandelden zowel deze val als de geboorte van een bewustzijn dat resulteerde in het afwijzen van hun Heer en alle principes van aanbidding gedurende hun ballingschap om uiteindelijk hun eigen god te worden en ‘op deze troon te zitten’, zoals het laatste nummer van “Exile” beschrijft. “Ascension” beëindigt de trilogie maar op een speciale manier. De teksten van de twee eerste platen lagen dicht tegen ‘klassieke theologie’, terwijl die van “Ascension” een eigen creatie zijn: een nieuw verhaal, een nieuwe mythe. Het fijne aan Bijbelse verhalen is dat ze veel ruimte laten voor verbeelding en interpretatie. Henoch deed dit op zijn eigen manier. Hij schreef een gepassioneerd en diep filosofisch verhaal geleid door oude mythen. Maar ik wil er niet te veel van verklappen!
Teksten zijn erg belangrijk voor ons. Er zit geen ideologische boodschap in onze muziek, we gaan puur op een creatieve manier met deze thema’s om. Deze symbolen zijn intens en sommen de concepten die we willen laten horen met onze muziek op, daarom gebruiken we ze. We zijn atheïsten die verhalen vertellen, geen bekeerlingen. Geen van ons is religieus, maar we zijn gefascineerd door de drie monotheïstische religies. Ze vormen een onuitputtelijke bron van inspiratie voor ons. Deze mythes beschrijven immers niet oude en verloren tijden, maar de huidige wereld waarin we leven. Dat maakt ze zo boeiend. De oude verhalen moeten op die manier gelezen worden, de analogie met de huidige wereld geeft ze hun sterkte. Ze werden in het verleden geschreven om de realiteit van vandaag te beschrijven en de toekomst te voorspellen.

Muzikaal gezien lijkt elke plaat meer en meer black metal-invloeden te bevatten. Was dat een overwogen beslissing of een organische evolutie?
We hebben onze eigen leidraad aangaande de muziek die we spelen, maar er is een grote evolutie hoorbaar tussen ons debuut en “Ascension“. Daar waar veel bands afzwakken of meer softe muziek beginnen spelen, deden wij het tegenovergestelde en staken nog een tandje bij op vlak van epiek en agressie. Op ons debuut vond je veel doom en sludge terwijl “Ascension” een erg brutale plaat is. We willen niet steeds dezelfde plaat uitbrengen. Wat de toekomst inhoudt, weten we niet! We willen onze muziek niet in hokjes steken. Sommige media labellen ons als een ‘post’ band, wat niet veel betekent voor ons. Regarde Les Hommes Tomber bestaat uit een stel vrienden met verschillende muzieksmaken, wat tevens onze kracht is denk ik. Sommigen van ons komen uit de pure black metal, anderen zijn fan van doom, heavy metal en zelfs AOR. We willen niet dat bandleden zich limiteren tot één enkel genre, daarom is onze muziek een mengeling van verschillende invloeden. We vertrouwen op deze diversiteit om van daaruit onze sound te bouwen. We hebben geen ‘directe’ invloeden, hoewel er wel een link naar bands als Drudkh, Amenra, Sargeist, Mgła, Dead Congregation, Forteresse, .. kan zijn, allemaal verschillende bands. Nogmaals, we bouwen onze muziek zonder volgens een model te denken, we zijn gewoon op zoek naar de beste manier om ons concept te brengen. We willen tijdens het schrijven niet gelimiteerd worden, we willen iets intens en spontaan creëren.

© David Fitt

Ik moet zeggen dat “Ascension” jullie best klinkende plaat tot op heden is. Wat deden jullie anders tijdens het opnameproces en zijn jullie 100% tevreden over het eindresultaat?
We zaten een hele maand in de Parijse Studio Sainte Marthe met Francis Caste die een fantastische job deed en bovendien ook artistiek betrokken was. Hij was als een zesde bandlid. We zijn 120% tevreden, ook al duurde het even. Onze muziek werd stap voor stap, jaar na jaar, album na album geschreven. We vertrouwen dat tijd creativiteit met zich meebrengt, simpelweg omdat kunst niet besteld kan worden. Spijtig genoeg zijn we geen band die kan schrijven tijdens het touren. We zouden wel willen, maar het lukt ons niet. We spelen atmosferische muziek waardoor we nood hebben aan een soort werkcontext om te componeren: een echte repetitieruimte, geen backstage. We hebben nood aan rust tijdens het schrijven om in harmonie te komen met onszelf, aan introspectie te doen zoals monniken in een klooster. Daarom duurde het zo lang.
Het schrijfproces voor deze plaat was niet zo eenvoudig. Nieuwe muziek creëren zonder jezelf te herhalen is voor elke artiest een uitdaging. We moesten onze comfortzone verlaten voor “Ascension“. Begin 2018, na het einde van onze laatste Europese tour, hadden we nood aan break. We speelden erg veel shows ter promotie van “Exile” uit 2015, wat absoluut fantastisch was maar ook erg vermoeiend. Enkele maanden later, startten we met repeteren en het componeren van nieuw materiaal. “Ascension” kwam op een natuurlijke manier tot stand en werd opgenomen in juli 2019. Het was een opwindende ervaring en we zijn erg tevreden over het eindresultaat. We staken bloed, zweet en tranen in deze plaat.

Voor de derde keer op rij werkten jullie voor het hoesontwerp samen met Førtifem, een grafisch designduo bestaande uit Adrien Havet en Jessica Daubertes. De covers van de eerste twee platen deden me denken aan het werk van Gustave Doré, terwijl het nieuwe artwork lichtjes anders is. Waarom werd de grafische stijl van de voorgangers niet doorgetrokken om een soort van consistentie doorheen de trilogie te bewaren?
We waren reeds fan van hun werk voordat we onze samenwerking startten. We zijn inderdaad erg geïnspireerd door artiesten zoals Gustave Doré, John Martin en Albrecht Dürer. Net zoals voor de productie van de plaat, hadden we ook voor het artwork een precies idee van wat we wilden voor ogen. Je hebt gelijk dat de stijl van de hoes van “Ascension” een beetje afwijkt. We zochten iets dat aan de ene kant het algemeen concept van de plaat gemakkelijk kon weergeven, maar aan de andere kant ook uniek was. En natuurlijk is de ontwerpstijl van Førtifem ook geëvolueerd. We zochten een episch beeld in lijn met onze sound en het concept van de plaat. We gaven hen de nummers met precieze aanwijzingen en ze kwamen enkele weken later, na wat over-en-weer gemail, met het eindresultaat op de proppen. Daar waar “Exile” eindigde met “The incandescent march“, de gloeiende tocht van duivelse krachten naar de hemel, start “Ascension” met het nummer “A new order” waarvan de tekst het artwork inspireerde. Het vuur symboliseert de viering van de komst van Lucifer en Lilith in het koninkrijk van God en het hemelgevecht tussen de aartsengelen en demonen. Je kan ook een nieuwe toren van Babel zien op de achtergrond, die heropgebouwd wordt na op “Exile” door God vernietigd te zijn geweest. Dit symboliseert de pretentie en ijdelheid van de mensheid versus de Vader die ze verachten. Er wordt al een goede clue gegeven aan het begin van de plaat over wie het gevecht gaat winnen, maar er volgen nadien nog enkele twists.

De eerste twee platen verschenen via Les Acteurs de l’Ombre Productions, maar voor “Ascension” besloten jullie met Season Of Mist samen te werken. Was de band klaar voor de volgende stap?
Het is nog te vroeg om daarover te spreken, maar we zijn tot hiertoe wel erg tevreden over onze samenwerking met Season Of Mist. Ons vorige label LADLO had een kleine structuur waarbij de medewerkers een ongelofelijke dosis energie in het ontwikkelen van bands zoals de onze staken via een intens underground netwerk van promotie en distributie. We hebben veel aan hen te danken en beseffen dat we zonder hen nu niet zouden staan waar we staan. We kozen nu voor Season Of Mist simpelweg omdat de kans zich voordeed. Het is een grotere structuur en niet tekenen zou een fout geweest zijn. Dit was nodig om de band verder te laten evolueren.

Jullie speelden al op een groot aantal festivals zoals Hellfest, Roadburn en Dour. Verkiezen jullie om voor een grote massa te spelen of eerder de meer intieme setting van een kleinere club show?
We zijn een live band en houden van beide. Elke show is uniek en elke keer willen we dat het publiek met een wereld in aanraking komt die ze nog nooit ervaren hebben, het maakt niet uit of ze onze muziek al dan niet kennen. Voor 10.000 man spelen op Helffest was ongelofelijk, maar we houden ook van kleinere clubs. De vibe is telkens anders, maar we zijn wel telkens gedetermineerd. Maar voor 80% moeite doen zou liegen zijn tegen de mensen die naar ons komen kijken. Elke keer geven we het beste van onszelf. We MOETEN dit doen tijdens elke fucking show. Dit is primordiaal voor ons.

Komt er een Europese tour aan ter promotie van de nieuwe plaat en doen jullie daarbij ook België en Nederland aan?
Momenteel staan er enkel shows in de buurlanden op de planning, maar we hopen dat een volledige tour zal volgen! We hebben een speciale collaboratie met Hangman’s Chair gepland op Roadburn en Dour, net zoals we enkele maanden geleden deden in Le Trianon in Parijs. We zullen twee sets spelen op Roadburn, de dag voor de samenwerking spelen we “Ascension” in zijn geheel. Ik moet je niet vertellen dat we hier heel fier op zijn. In oktober staan ook Brussel en Arlon op de planning.

Hebben jullie al een nieuw concept in gedachten voor de volgende plaat/platen?
Neen, momenteel denken we maar aan één ding: TOUREN!

Bütcher – IJzer en metaal los op iedereen zijn bakkes

Ik kom uit een tijd dat platen regelmatig nog gekocht werden door voort te gaan op coole hoesontwerpen, zonder één noot muziek gehoord te hebben. Vooral de covers van onze landgenoot Kris Verwimp spraken destijds tot mijn jeugdige verbeelding. Op papier is het speed/heavy/thrash/black-metalgezelschap Bütcher, niet helemaal mijn ding, maar geïntrigeerd door de cover en de titel van het nagelnieuwe “666 goats carry my chariot” én het feit dat de plaat op het legendarische Osmose Productions verschijnt, werd mijn interesse in mijn landgenoten toch getriggered. We klopten aan bij zanger R. Hellshrieker en gitarist KK Ripper voor een gesprek vol vuur, passie, metal, spikes & leather. (JOKKE)

Dag heren. De releaseshow voor “666 goats carry my chariot” zit erop. Is het dak van Het Bos eraf gegaan?
R Hellshrieker: Dag Jokke. Toch wel! De verwachtingen lagen hooggespannen en dat hadden we zelf mee gecreëerd: veel promotie gemaakt, gezorgd voor een goede vormgeving, een sterke affiche met internationale bands samengesteld en de show exact op de releasedatum gepland. Wanneer dan op voorhand de nieuwe videoclips verschenen, en stuk voor stuk erg goede reviews binnenliepen, ging het plots ook extra snel met de kaartenverkoop. Fans uit verschillende landen waren zelfs vertegenwoordigd, met een uitverkochte zaal tot gevolg en elektriciteit in de lucht. Het publiek had er zin in, wij ook – wij hebben altijd zin om live te spelen – en de energie die we gaven kwam volledig terug. En eindelijk konden we alle nieuwe nummers spelen, die werden erg goed onthaald, en de plaat verkocht waanzinnig. Wij zijn dus tevreden van de release!

KK Ripper: Inderdaad. De videoclip zorgde zelfs voor een zodanige boost in ticketverkoop dat enkele van onze dichtste vrienden voor de verrassing kwamen te staan dat het uitverkocht was. Het feit dat er dan nog danig geTicketswapped (Ticketgeswapped?) moest worden gaf wel aan dat er een zekere belangstelling was opgewekt en dat vleit ons wel. Verder hebben alle bands (Schizophrenia, Aggressive Perfector en Hexecutor, met zelfs een bonusnummer met de heren van Extirpation!) de keet in tweeën gespleten. Buiten een kort technisch euvel (Murphy’s Law, I guess) is ook onze show vlekkeloos verlopen en zijn we nog steeds vollenbak aan ‘t nagenieten!

Sinds jullie wederopstanding in 2014 heb ik jullie nog niet live aan het werk gezien. Maar telkens ik live reviews onder ogen kreeg, werd jullie intense en opzwepende podiumuitstraling geprezen. Komt het nog wel eens voor dat jullie meer dan één extra tandje moeten bijsteken omdat het publiek er als een bende zoutpilaren bijstaat? Zien jullie wat dat betreft verschillen tussen de verschillende landen waar jullie al opgetreden hebben?
R Hellshrieker: Goh, wij zijn zo bezeten van de muziek die we zelf maken – misschien zelfs een beetje verslaafd aan de adrenaline stoot van live spelen – dat een tandje bijsteken nooit echt een optie is, omdat – ongeacht waar en voor wie we spelen – Bütcher altijd tot het gaatje gaat. Als het publiek dan zou kiezen om er als een zak zout bij te staan zou dat jammer zijn, maar extra beleving kunnen we toch nooit meer geven. We treden steeds boven die mentale grens op! Het is vooral fijn om te kunnen zeggen dat het publiek er nooit zo bijstaat. Ook in landen die we voor de eerste keer aandoen krijgen we het vuur aan de lont en ontploft het. Duitsland blijft wel een belangrijke afzetmarkt… ze vreten daar oude metal als ontbijt denk ik. Maar Nederland en Zwitserland waren bijvoorbeeld ook erg succesvol dit jaar. Pitfest (NL) was pure chaos en energie! Muskelrock in Zweden was dan eigenlijk net hetzelfde… Het is op die momenten dat je merkt dat de bandnaam zich verder verspreidt. Dus eigenlijk kunnen we er nog steeds moeilijk een bepaald land op plakken. Waar we wel verder op inzetten is om de show beter en uitgebreider te maken – in de mate van het mogelijke op logistiek gebied, en wat een organisatie toelaat op gebied van brandveiligheid, haha.

KK Ripper: Aangezien mijn collega R Hellshrieker voor elk optreden steevast zijn portie springbonen eet, duurt het meestal niet lang vooraleer we “the head that doesn’t bang” overtuigd hebben. Zoals gezegd, maar voor mij in het bijzonder, was Muskelrock een haast buiten-lichamelijke ervaring: optreden in een metalen kooi waar tijdens de show de metalheads aanhingen te headbangen alsof ze met de zweep gedreven werden. Dat vergeet ik alleszins nooit meer!

Jullie eerste langspeler “Bestial fükkin’ warmachine” verscheen via het Antwerpse Babylon Doom Cult Records. Nu is het echter tijd voor Osmose Productions waarop heel wat legendarische platen van o.a. Marduk, Immortal, Enslaved, Bewitched en Absu verschenen. Is het verschil in kaliber tussen beide labels al voelbaar voor Bütcher?
R Hellshrieker: Het is voelbaar, zeker. Osmose zit nu eenmaal met wereldwijde verdeling, dus zowel qua promotie als beschikbaarheid is het een grote stap voorwaarts. Het album is ook op alle grote streamingplatformen beschikbaar, het was makkelijker om via magazines als Decibel Mag en Deaf Forever promo te lanceren… En die legendarische geschiedenis van het label die je aanhaalt, dat ligt bij heel veel metalheads nog nauw aan het hart. De combinatie Osmose met het artwork van Kris Verwimp schept een bepaald verwachtingspatroon… dixit een heleboel reviews. We kunnen er blijkbaar ook aan voldoen, dus dat maakt het extra mooi om met Bütcher in die stal zitten. Wij durven ons gerust thuis voelen tussen die namen – alles in perspectief geplaatst uiteraard. Hoe meer we samenwerkten met Osmose, hoe beter de communicatie ook werkt… maar niets zal de credits wegnemen hoe Jo en BDC de nek hebben uitgestoken om ons een eerste, o zo belangrijk, platform te geven.

Na de release van jullie debuut langspeler werd er grote kuis gehouden in de line-up waarbij bassist JA Pulsatör, gitarist DB Deströyer en drummer PB Tormentor het voor bekeken hielden. Wat was de reden voor hun vertrek en was het moeilijk om plaatsvervangers te vinden?
R Hellshrieker: Voor KK Ripper en mijzelf was er wellicht een verschil met de anderen op gebied van verwachtingen en hoe wij de band wilden zien evolueren. Dat heel klein beetje bereikt te hebben waar Bütcher nu staat heeft een ongezonde dosis exclusiviteit en toewijding gevraagd. Mentaal én fysiek – persoonlijk durf ik zelfs nog niet eens denken aan de toekomst. Meer willen wij er eigenlijk niet over kwijt, het zou verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd. En eigenlijk kunnen we alleen maar blij zijn dat wij uiteindelijk allemaal samen nog een dikke pint kunnen drinken: ik ken die gasten al bijna 20 jaar, en ze hebben allemaal ten volle hun rol gespeeld in het Bütcher verhaal.
Bij het zoeken naar nieuwe leden hadden we één groot geluk. Wij wisten direct wie we erbij wilden, en LV Speedhämmer en AH Wrathchylde stemden meteen toe. Maar het was wel vlak voor de opnames dus drums werden op 1 à 2 weken klaargestoomd en baspartijen werden nog door KK Ripper ingespeeld. Bloed, zweet en metalen tranen heeft het gekost, die plaat!

KK Ripper: Ik wil nog even benadrukken hoe zeer ik de partijen aan beide kanten van het schisma een warm hart toedraag. Jolle, Polle & Beuk hebben deze beslissing genomen omdat dat op lange termijn het beste ging zijn voor henzelf en voor de band en dat respecteer ik enorm. En Speedhämmer en Wrathchylde stonden onmiddellijk klaar op een moment dat wij zelf niet meer wisten hoe we het gingen moeten bolwerken en hebben ons echt uit de brand geholpen.

Opgeven staat duidelijk niet in jullie woordenboek want wanneer één van de bandleden voor een show verhinderd is, weten jullie steeds stand-ins op te trommelen om toch maar geen show te hoeven cancellen. Dat broederschap met muzikanten van andere bands lijkt me goud waard. Is er trouwens een grote speed/heavy/thrash-scene in België?
R Hellshrieker: Het is ronduit fantastisch dat we kunnen rekenen op een paar steengoede muzikanten om ons verder te helpen. Bütcher levert een engagement en dat betekent de beschikbaarheid van de band wanneer men ons wil boeken – op een plaats waar wij de keuze maken ook te willen spelen, welteverstaan. Je moet dat ook doen om te kunnen groeien. Die beschikbaarheid betekent dat wij soms met een andere drummer of bassist spelen, inderdaad. Ook al kost dat extra moeite om te repeteren, het toont vooral aan hoe ook die klassebakken bezeten zijn van muziek en optreden, en dat met ons willen doen. Wij zijn ongelooflijk dankbaar voor iedereen die met ons op het podium stond, en hoe cheesy het ook klinkt, het voelt als een soort broederschap. Ondertussen is die lijst aanzienlijk: Vincent Verstrepen van Carnation, Andreas Stieglitz van Speed Queen, Rob Martin van Rrrags (zijn vuurdoop is in Hamburg in Maart), Nils Pervé van Incinerate, Kevin de Leener die zijn sporen in Saille, Battalion, Gorath,… verdiende. Op de releaseshow hadden we Max Mayhem van Evil Invaders als tweede gitarist. Dat was alvast een schot in de roos…Ik zou niet zozeer spreken over een speed/heavy/thrash scene per se, maar we hebben steengoede bands in België en het is fijn om deel uit te maken van zo’n talentvolle scene. Carnation, Schizophrenia, Incinerate, Slaughter Messiah, Terrifiant, Possession, Violent Sin, Speed Queen,… Belangrijker is het gevoel van Metal met de grote M dat deze bands delen, dan per se de benoeming van een subgenre.

KK Ripper: Dat laatste vind ik ook zo belangrijk. Ik liep natuurlijk nog niet rond ten tijde van de legendarische affiches van het Heavy Sound-festival te Poperinge, maar ik kan zo mijn ogen uitkijken op het feit dat daar Mercyful Fate, Metallica, Manowar, Motörhead,… allemaal door mekaar stond. Als ik praat met anciens uit die tijd, met verhalen over Candlemass en Morbid Angel op één affiche, en iedereen die op elke band even hard uit z’n dak ging; dat is Metal met de grote M. Wij zijn uiteraard geen band van dat kaliber, maar ik merk dat ik niet de enige ben die hunkert naar die diversiteit. Noem het nostalgie naar een tijd die we zelf niet hebben meegemaakt, maar het overdreven hokjes-denken is niet aan mij besteed, we zijn allemaal hardrockers.

Ondanks de ingrijpende line-up wissel ligt “666 goats carry my chariot” een kleine tweeënhalf jaar later al in de rekken. Was het een gemakkelijk schrijfproces of wordt het steeds moeilijker om nieuwe nummers te pennen die beter klinken dan het oude werk? En waarom werd er geen tweede gitarist aangetrokken?
KK Ripper: Wel, eerlijk gezegd verliep het schrijfproces zeer natuurlijk en intuïtief. De eerste plaat “Bestial fükkin’ war machine”, was een belangrijke stepping stone naar een identiteit als band. Misschien met momenten wat groen achter de oren of wat onervaren met het analoog opnemen, maar desalniettemin, zeer bepalend voor de richting die we met “666” gingen inslaan. Meer oude heavy metal en black metal invloeden, en niet alleen vanuit de black/thrash maar ook vanuit de meer epische hoek, dat werd de formule. Let wel, “45 RPM metal“, het eerste nummer dat voor deze plaat geschreven is, hebben we al live gebracht bij de release van de vorige plaat, terwijl “Brazen serpent” nog nooit met de voltallige band gespeeld was voor we de studio introkken. R wist dus niet welke lagen leadgitaar etc. op dit nummer gingen komen, want die bestonden alleen nog maar in mijn hoofd. De intro en outro zijn letterlijk op hotel in IJmuiden tot stand gekomen, net als bepaalde solo’s. Ik presteer blijkbaar gewoon beter onder tijdsdruk. Ik moet zeggen dat het nu moeilijker wordt; de plaat is al een jaar ingeblikt en ik heb sindsdien nog niets concreet geschreven. Als ik te veel tijd heb, ga ik alles overdreven analyseren; “dit is te veel volgens de ‘formule’, dat wijkt er te zeer van af”… Nu we met “666 goats” de puntjes op de “i” hebben gezet qua identiteit als band, is er veel druk om het keer op keer waar te maken. Daarmee ook mijn grote bewondering voor het meer recente werk van Darkthrone, die gasten zeiden op een gegeven moment ook “fuck it”. Mijn waslijst aan invloeden wordt alleen maar langer, dus hoe het toekomstige schrijfproces gaat verlopen, dat is voor mij ook nog een raadsel.

I.v.m. een tweede gitarist: let wel, de nummers voor de nieuwe plaat zijn wel geschreven met een tweede gitarist indachtig. ‘Den Beuk’ zat toen immers nog als DB Deströyer in de band; zijn stijl is zeer geënt op death-metal-slaggitaar, dus ik had niet de zotste Iron Maiden-harmonieën voor ogen maar eens ik er alleen voor stond bleek het toch niet zo evident om dat op te vangen. Toch hebben we lang gewacht om een tweede gitarist te zoeken. Ik wou niet zomaar iemand aannemen om voort te kunnen, om dan misschien een paar maanden later in hetzelfde schuitje te zitten. Gelukkig is AH Wrathchylde zijn basspel erg dragend, dus ben ik er toch even mee weggekomen. De connectie tussen gitaristen in een band moet erg goed zijn: Downing & Tipton, Denner & Shermann, Murray & Smith, Robertson & Gorham,… Dat wil ik en niets minder! Met Max zou ik dat 100% zien zitten maar ik ga nog niet te snel uit de biecht spreken; het is belangrijk dat we eerst onze verwachtingen naar elkaar duidelijk maken. Evil Invaders is natuurlijk ook een machine die voor niks en niemand stopt en daar heb ik alle begrip voor.

Het prijsbeest van de nieuwe plaat in ongetwijfeld de ruim negen minuten durende titeltrack die als het ware als jullie persoonlijke “Bohemian rhapsody” bestempeld kan worden. We horen hier elementen van Manowar tot Bathory en van Emperor tot Mercyful Fate in terug. Is dit ondanks het ietwat afwijkende karakter reeds jullie ultieme nummer denk je of zijn er andere songs die de kern van Bütcher beter samenvatten?
KK Ripper: Eerst en vooral, bedankt! Ik zou liegen moest ik zeggen dat ik er niet trots op ben. Maar het is inderdaad sterk afwijkend, wegens zijn wat gedragen sfeer tijdens de verzen, dus daarom denk ik niet dat dit nummer ons definieert. Nee, ik ben meer album-oriënted. De plaat definieert ons in al zijn eclecticisme. Ondanks het feit dat onze invloeden zeer duidelijk zijn en dat je ons moeilijk erg origineel kan noemen, denk ik dat we door de verscheidenheid van invloeden binnen de old skool metal toch een sterke eigen identiteit hebben gecreëerd. En als dit onze “Bohemian rhapsody” is, zou ik toch ook nog een eigen “Tarkus” willen (voor diegenen die uit de lucht komen vallen, check Emerson, Lake & Palmer – “Tarkus“).

Om eerlijk te zijn ben ik doorgaans niet zo wild van heavy/speed metal en de bijhorende falsetto uithalen, maar toch vind ik jullie nieuwe plaat én de zang te gek terwijl de voorganger me een pak minder doet. Misschien komt het doordat er iets meer subtiele black metal-invloeden in het nieuwe werk zitten? Wat maakt Bütcher volgens jullie anders dan de concurrentie in het genre?
R Hellshrieker: Net dat wat je aanhaalt. Waar we de mosterd gaan halen is overduidelijk, maar toch trekken we het een pak breder dan andere bands. Het is net dat vermengen van heavy metal, speed metal en black metal waar wij onze eigen niche mee creëren. Ik ben ook helemaal geen falsetto zanger, die scholing en dat talent ontbreek ik. Maar de vocalen zijn een beetje zoals de muziek als het gaat over combineren: het samen gooien van uithalen van Tim Baker, King Diamond, Dan Beehler en dat schoeien op de leest van de twee heren Tom (G. Warrior & Araya), met wat Mille Petrozza, Schmier, Cronos en Tyrant erin. Wellicht dat het daarom toch meer je voorkeur geniet dan wanneer je enkel op de classificatie van Bütcher als speed/heavy metal afgaat?

Bütcher’s sound wordt gesmeed uit heavy, speed, thrash en black metal waarbij de invloeden me ergens begin jaren negentig lijken te stoppen. Zijn er nadien nog platen verschenen die jullie van onschatbare waarde vinden?
R Hellshrieker: Nifelheim met “Devil’s force” (1997). Dat is echt het epitoom van metal voor me. Pentacle met “…Rides the moonstorm” (1998). Kapot gedraaid destijds. Repugnant’s enige full length “Epitome of darkness” uit 2006… Daarnaast op het eerste zicht misschien geen albums van écht onschatbare waarde, al zeker niet eind jaren ’90 en begin van de eeuw, maar uiteraard nog wel krakers. Die eerste albums van The Lord Weird Slough Feg bijvoorbeeld, Desaster, Sabbat (JP) bleef ijzersterk… Kijk, als ik eenmaal begin, ja toch wel hoor… En nog steeds bands die hun sporen al eerder verdienden (“At the heart of winter” van Immortal is een persoonlijke favoriet) en ik blijf verliefd op Maiden’s “Brave new world“. Maar misschien moeten we eerder aanhalen hoe goed albums van Obliteration, Antichrist, Vektor, Deathhammer, Visigoth, Traveler,… vandaag de dag zijn. De scene is eigenlijk opnieuw aangenaam en divers. Underground metal is terug meer opengetrokken en ik hou van events en gezelschap waar death, thrash, heavy, black, doom en glam allemaal door mekaar kunnen.

KK Ripper: “Wizard’s spell” van Black Magic (2014) en “The knightlore” van Vulture’s Vengeance (2019, begot) zijn voor mij van onschatbare waarde. Ik ben natuurlijk ook met 11 jaar leeftijdsverschil de Benjamin van mijn collega maar hoe recent deze platen ook zijn, ze zullen voor mij de tand des tijds met gemak doorstaan. “The knightlore” is nog geen jaar oud maar deze band heeft zo’n ongelofelijk eigen sound en is zodanig vernieuwend binnen een genre met best wel rigide parameters (epic heavy metal) dat ze alle lauweren verdient!

Zowat alle metal-clichés passeren de revue bij jullie. Hoe gaan jullie om met kritiek van buitenstaanders die het uiterlijk vertoon als een kinderachtige circusopvoering afdoen?
R Hellshrieker: “WE SPIT ON THOSE WHO POSE AND THRASH WITH ALL THE REST!” Eigenlijk heb ik al goesting om het daarbij te laten, want iemand die onze vertoning als flauw of achterhaald bestempelt, kan je verder niet overtuigen. En ik heb gewoon geen zin om nuance of kadering te geven: iemand snapt nu eenmaal wat we brengen, of snapt het niet. Is dat niet, feel free to move on. Ik hou zelf van een portie theater, en van de beleving die een band aan de dag legt. Wij opereren nu eenmaal in een spectrum dat leeft op kogelriemen, spikes, poses en leer. Heel de band houdt vast aan die traditie, en wie weet evolueert het ooit wel een beetje. Maar waarom ons druk maken in wat iemand anders daarvan vindt? De energie die we zouden steken om dat te verklaren, gebruiken we beter voor een NIEUWE SHOW VOL STAAL, VUUR EN BLOED. Knipoog.

Voor het nummer “Iron bitch” werd een video opgenomen. De live beelden zijn echter niet van een live show afkomstig maar werden in een Trix Studio geschoten. Was het niet vreemd om voor een lege zaal een show te staan geven?
R Hellshrieker: Op zich niet echt…al is het even wennen, want die interactie met het publiek is er niet, en daar leven we wel van. Maar we kennen een beetje onze eigen performance, je weet wat je tijdens een show doet. En de focus was groot die dag want er zit best wel wat druk achter om het tijdig in te blikken… Dus we hebben ons snel genoeg in onze rol kunnen steken.

Met “666 goats carry my chariot” hebben jullie een straffe plaat op zak die waarschijnlijk heel wat deuren voor jullie gaat openen. Het lijkt me alsof jullie zevenjarige break destijds nodig was om nu op het niveau te staan waar jullie staan. Als jullie destijds hadden blijven verder doen was deze plaat er misschien zelfs helemaal nooit geweest. Kunnen jullie je vinden in deze hypothetische stelling?
R Hellshrieker: Ik kan me daar zeker in vinden. Maar ik kan het beter zo verklaren: het is een andere band sinds 2014. We waren in 2007 uitgeblust, en er was ook al helemaal geen plan of visie of ambitie. Bütcher begon als een leuk project om wat afwisseling te brengen tussen alleen maar het death en black metal gebeuren begin jaren 2000… Het lijkt nu misschien wel een break, maar Bütcher stopte gewoon, indertijd. Nooit was er nog het idee om dat terug leven in te blazen, tot een onverwachte (bijzonder leuke) avond in 2014. Maar toen we er terug aan begonnen was dat met KK Ripper, en dat veranderde heel de zaak. Dus buiten de naam en één à twee oude nummers spreken we over een nieuwe band sinds 2014. Ook al begonnen we terug met drie oorspronkelijke leden, ik ben de enigste van toen die nog overschiet. Ik bekijk het ook als een nieuwe band, al is het niet zonder met veel plezier terug te denken aan een aantal topmomenten van de ‘oude’ Bütcher.

Wat mogen we de komende maanden zoal van Bütcher verwachten?
R Hellshrieker: IJzer en metaal los op iedereen zijn bakkes!! Want er komen weer massaal veel shows aan. Eerste keer naar Spanje, Party San Open Air kijken we erg naar uit, x-aantal data in Frankrijk, Nederland en vooral Duitsland liggen weer vast en maken we binnenkort bekend. In eigen land staat Oljst Omploft op de planning, en volgt wellicht nog wel wat. Ons boekingskantoor werkt in ieder geval stevig verder aan een goed gevulde kalender. En natuurlijk… werken aan nieuwe nummers…

Bedankt voor het interview!
Graag gedaan, dank aan Addergebroed voor deze babbel!