interviews

De Pankraker – De hardste keutel van radio Wit Konijn

Zij die een heavy muzieksmaak hebben en niet aan hun trekken komen op de grote commerciële radiostations, moeten zeker eens afstemmen op het extreme metal-programma “De Pankraker” op radio “Wit Konijn” alwaar je minimaal één uur lang de groezeligste en vuigste doom, black, thrash, speed en heavy metal voorgeschoteld krijgt. De Pankraker…dinsdagavond…stay tuned…acht uur..met Peter Cousaert“. (JOKKE)

Dag Peter. Jouw extreem metalprogramma “De Pankraker” is onderdeel van radio “Wit Konijn”. Kan je het ontstaan hiervan kort toelichten?
Eigenlijk is het met ‘een dwazigheid’ begonnen. Jean-Paul De Brabander, één van de twee heren van The Whip, zat commentaar te geven op Studio Brussel via Facebook. Radio is een medium dat ik zelf al meer dan twintig geleden heb opgegeven. Er zijn interessantere dingen te vinden in de wereld daarbuiten. Ik plaats een nietszeggende comment op zijn Facebookpagina: “Zelf plaatjes draaien hé Pol”. Hij interpreteerde dat als een vraag om een radiostation op te richten en stuurt mij meteen een privébericht met de vraag of ik dat bedoel. Ik dacht nee, maar schreef ja. Op 1 april 2018, zes maanden na dat eerste schijnbaar ridicuul idee, lanceerden we “Wit Konijn“. We zijn intussen met 22 Dj’s en hebben al bijna 400 programma’s gemaakt en worden meer en meer gevraagd om op verschillende plekken onze dj-kunsten te gaan etaleren. Tegen betaling uiteraard. We hebben een radio draaiende te houden.

De naam “De Pankraker” lijkt me ontleend te zijn aan het gelijknamige Lugubrum-nummer maar welke ongetwijfeld gekke betekenis gaat er schuil achter de naam “Wit Konijn”?
Heel erg interessant is dat niet. Het is het gevolg van een klassieke brainstormsessie met wijn, bier en andere geestverruimende substanties. Eén van de ideeën die toen viel was “Wit Konijn“, als een letterlijke vertaling van die fantastische psychedelische song van Jefferson Airplane. Nadat de keuze was gemaakt, begon ik zelf te twijfelen, maar de geest was uit de fles. Achteraf begonnen we van alles te verzinnen met verwijzingen naar het witte konijn in Alice In Wonderland dat een symbool was voor de vrije geest en de zoektocht naar een wondere wereld. Dat was mooi meegenomen, maar deed de waarheid ook wat geweld aan.

Wit Konijn” bevat 16 verschillende programma’s. Welke genres belichten zij zoal en zijn er shows van collega’s die je wel kan smaken?
Wit Konijn” gaat van techno tot extreme metal over experimentele jazz en shoegaze. Centraal staat de idee dat het een verzamelplaats is van programma’s die muziek draaien die je klassiek niet op de radio hoort of toch niet in die verzamelde vorm. Uiteraard wordt er bij ons ook wel eens iets gedraaid dat je op een andere radiozender hoort. We krijgen soms de vraag wat een programma een “Wit Konijn“-programma maakt. Dat is zeer moeilijk te zeggen, maar we horen het wel. Het gaat over vrijheid en attitude. Het gevoel dat iemand grabbelt in zijn platenbak en je interessante dingen laat horen. In zeker zin zou je kunnen zeggen dat we teruggaan naar de fundamenten van radio maken. Een programmator stelt het programma samen en presenteert in veel gevallen zelf. Vandaag is dat op de klassieke radio helemaal weg. Softwaresystemen die zelf zorgen voor playlists hebben de ziel uit de radio gehaald, denk ik. Nu, mij kan dat al lang niet meer deren. Er is uiteraard enkel kwaliteit te vinden op “Wit Konijn“, dat spreekt. Maar toch heb ik enkele persoonlijk favorieten wat meer met persoonlijke smaak dan ze afzetten tegen andere programma’s te maken heeft. Ik hou van de laidback sfeer van “Pensers” waarin aandacht is voor blues, Southern rock, en godbetert, country. De grilligheid van de “Magic of Ju-Ju” is machtig. Een zoektocht naar vrije muziek: minimalisme, experimentele jazz en aanverwanten. En ik ben het aan mijn burgerlijke stand verplicht om ook “I’m a Good Woman” te vernoemen, een fantastisch soul en funk-programma.

Wanneer en waar kunnen geïnteresseerden naar “De Pankraker” luisteren?
Luisteren doe je het best vanuit een warm badje, met de volumeknop op maximum. Het is ook fijn als de familie erbij is: kinderen, kleinkinderen, oma’s en opa’s. Bij voorkeur ’s nachts. We lanceren elke dinsdag om 20u een nieuwe aflevering, een gans jaar lang. Die afleveringen zijn te beluisteren via witkonijn.be/depankraker, maar evengoed via het mixcloud-kanaal van “Wit Konijn“. De programma’s zijn er ongelimiteerd te herbeluisteren.

Om het met jullie eigen woorden te zeggen: “De Pankraker is de hardste keutel van Wit Konijn. Dit extreem metalprogramma staat voor een cluster van metal subgenres die worden gekarakteriseerd door een tonische, verbale en visuele transgressie. Kort samengevat: geniale riffs, kletterende drums, hamerende basslijnen en oerlelijke vocalen.” Wat was er eerst: de man Peter Cousaert die met de idee van een metalprogramma rondliep of de radiozender die een DJ zocht?
Eerst was er de uitdijende ‘fijne’ platencollectie. Bij de oprichting van “Wit Konijn” was het zelfs geen vraag welk soort programma ik zou gaan presenteren, hoewel ik bij meer tijd mij ook graag op een obscuur prog rock-programma zou willen smijten. Daarin zouden bands als Banco Del Mutuo Soccorso, Amon Düül II, Shylock en Van Der Graaf Generator alle ruimte krijgen. Over “De Pankraker” dachten de collega’s van “Wit Konijn” toen wellicht nog dat het een programma zou worden waarin bands die regelmatig op Graspop passeren de dienst zouden uitmaken. Ze schrokken bij de proefaflevering, denk ik. Ik hou wellicht meer van hun programma’s, dan zij van het mijne.

Ben je vóór “De Pankraker” nog op een andere manier actief geweest in de muziekscene?
Naast ooit twee weken lidmaatschap van een band, richtte ik met Jeroen Pede (Alkerdeel) een papieren underground-metal magazine op waarin we metal bands en bands uit perifere genres de meest onmogelijke vragen stelden. We deden dat met vier vrienden. Favoriete bands zoals Burning Witch, Dødheimsgard, Furze en Joyless antwoordden toen ook echt op vragen als “Schilferden instincten af doorheen de tijd?”. En Rob Darken van Graveland antwoordde op eender welke vraag met een hoop neonazi-bullshit. We hadden ook de onhebbelijke gewoonte om met korte reviews minder goede platen de grond in te boren. Goede platen hemelden we op als waren het stuk voor stuk geniale kunstwerken. We waren nog jong en knap toen. Er verschenen twee papieren edities van “Noise Magazine“, waarover we toch nog een zekere fierheid voelen, hoe naïef het ook was. Later hadden Maarten Huvenne (de helft van het duo dat “Magic of Ju-Ju” maakt) en ik het onlinemagazine “White Heat“. Dat magazine ging wat breder, maar gaf ook plaats aan metalbands. Dat was ook een intens, doch een kort leven was beschoren.

Wie regelmatig naar “De Pankraker” luistert zal merken dat vooral de bestial/war metal-scene en de vuilste spelers van de extreme metal aan bod komen. Welke bands en labels genieten zoal jouw voorkeur?
Mijn voorkeur gaat uit naar vuiligheid. Eerder “Deathcrush” dan “De mysteriis dom Sathanas” bijvoorbeeld. Als Gorgoroth met een afgelekte versie komt van “Under the sign of hell“, dan probeer ik hen te begrijpen, maar lukt mij dat niet. Dat vat het wel samen. In grote mate ben ik op zoek naar de old school-vibe. Sound is voor mij even belangrijk als de kwaliteit van de riff. Je zal wellicht nooit getriggerde drums horen in “De Pankraker“. Een bloedhekel heb ik eraan. De dag dat ik toch een getriggerde drum laat horen: gelieve mij te colloqueren. Die old school-vibe vind ik zowel in thrash, black, doom, speed als in heavy metal. Die verschillende subgenres zitten in “De Pankraker“. Nuclear War Now! is mijn absoluut favoriet label op dit moment. Maar ook labels als Iron Bonehead, Levertraan, Haeresis Noviomagi, Hells Headbangers of Bestial Burst, vind ik zeer de moeite. Enkele decennia geleden had ik hier wellicht Osmose, Moonfog, Peaceville en Misanthropy genoemd. Eigenlijk ben ik een kind van de Noorse black metal-scene. Platen als “A blaze in the northern sky“, “Filosofem“, “Deathcrush“, “Pure holocaust“, “Frost“, “Sjell av natten“, “Those who caress the pale“… hakten er stevig in. Maar ook de Zuid-Amerikaanse extreme metal-scene, de Griekse scene, de Duitse en Canadese thrash scene, doen er voor mij erg toe. En Absu natuurlijk! En Slayer, Sepultura en Morbid Angel. Bathory! Burning Witch! En vandaag vind ik die ganse scene rond Turia, Lubbert Das etc. onbegrijpelijk goed. Scenes zoals de IJslandse kunnen mij dan weer matig boeien. Te fancy, denk ik. Hoe ouder ik word, hoe radicaler mijn muzieksmaak wordt. Mijn top 3 van 2018 was Abhor, Moenen Of Xezbeth en Aura Noir. Seige Column vind ik machtig goed. Wulkanaz heeft me van mijn sokken geblazen! Ik kan nog wel even doorgaan.

Peter Cousaert onderaan links op de foto

Hoeveel tijd en voorbereiding spendeer je gemiddeld aan een show?
Eigenlijk ben ik daar een ganse week op een of andere manier mee bezig. Zoeken, smaken, weggooien. Dingen checken op de trein naar mijn werk, magazines lezen op zoek naar verfijnde of minder verfijnde herrie, doorgezonden tips beluisteren. Eens ik een vaag idee heb over de show, ben ik ongeveer vijf uur bezig van de juiste volgorde kiezen tot het opladen van het bestand. En tijdens de week probeer ik hier en daar nog wat animo rond het programma te creëren. Dat kan nog beter. Ik heb wel geleerd om het niet tot in de puntjes af te werken, want anders hou ik het niet vol. Ik heb ook teveel andere bezigheden. Zit er eens een song in die achteraf niet de beste keuze bleek, dan vind ik dat minder erg dan een jaar geleden. Lutgart Simoens of Jos Ghysen zullen ook wel eens minder tevreden geweest zijn over een stuk van hun programma. Desondanks zijn ze iconen van de radio geworden.

Zijn er bepaalde radioprogramma’s die je als een voorbeeld voor “De Pankraker” beschouwt?
De radioshow van Fenriz vind ik top. Voor de rest luister ik naar weinig andere metalprogramma’s. Zoals velen zat ik in de jaren ’90 gekluisterd aan de radio te luisteren naar Metalopolis. Vooral naar het stuk waarin elke week de grootste herrie passeerde. De eerste keer In The Woods…, Beherit of Tormentor horen was magisch. Dan heb je na jaren nog een tape waarop Jan Hautekiet zit mee te blèren op “Allfadr Odinn” van Enslaved. Ik heb Hautekiet bij zijn pensioen gemaild om hem te vragen als gast in “De Pankraker“. Hij zei daar ja op, maar uiteindelijk vond ik het idee leuker dan de executie en heb ik het laten varen.

Vorig jaar besloot je op een bepaald moment om de presentatie van een reeks shows onder de noemer “De Pankraker & Friends” uit handen te geven. Vanwaar deze beslissing?
De eerste idee rijpte na een chatsessie met Morbid Messiah van Perverted Ceremony en Moenen of Xezbeth, twee bands die ik onwaarschijnlijk goed vind. Hij wilde wel eens een gastbijdrage leveren vanuit zijn kennis van obscure extreme metal. Zelf doe ik niets liever dan andere mensen tips te geven over fantastische platen. Maar als het een wederkerig proces is, wordt het nog mooier. Voor mij heeft “De Pankraker” en bij uitbreiding “Wit Konijn” een belangrijke zoekfunctie. Je bent verplicht om te blijven zoeken. Op die zoektocht blijf je op nieuwe dingen stoten. Uiteindelijk is het wat uit de hand gelopen en heb ik de show zeven opeenvolgende weken uit handen gegeven. Dat was nodig, want ik deed mee aan de lokale verkiezingen en dat was pompen of verzuipen. Dus nogmaals dank aan de friends die me uit de nood hielpen.

Zelf had ik de eer en het genoegen om één aflevering in te vullen. Welke andere guest Dj’s maakten hun opwachting nog?
Drie kwart van Alkerdeel nam elk een aflevering voor zijn rekening. Bart Eggermont aka Fenrir Den Beul, die mij toegang verschafte tot de metalen poorten als 12-jarige, focuste zich op oude death metal-demo’s. Stijn Vermeersch deed een crossover met industrial. Mooie aflevering, ondanks de ongelofelijke kutband Mysticum haha. We hadden ook Tim Matthijs van de zeer fijne thrash band Devastatiön en Mike van Consouling. Konrad Mulier van de Metal Classic Kalender ging op zoek naar volgens hem onderschatte platen. Hopelijk vergeet ik niemand.

Zelf was ik nog in de naïeve veronderstelling dat ik een bak platen mee naar de radiostudio zou moeten zeulen. Die playlist is de dag van vandaag natuurlijk gewoon een digitale platenbak geworden en die studio bleek jouw woonkamer te zijn alwaar je gewapend met een koptelefoon en een spiekbriefje het programma vol lult. Aan het bezoek van enkele guest DJ’s heb je ongetwijfeld leuke anekdotes overgehouden?
We houden de idee van de studio ook in stand door ons telkens te laten fotograferen in een studio. Maar daar komen we dus niet. Deze vorm is de enige betaalbare. De leuke anekdotes vallen mee. Blijken metal heads ineens brave huisvaders te zijn geworden. Huisje – tuintje – boompje, dat soort dingen. En in het weekend de jas met patches. Heel wat gasten hadden wel koudwatervrees bij de eerste woorden in de microfoon. Bij twee van hen moesten we zelfs even de kamer verlaten om dat te overwinnen. Degene met de minste vrees? Rik Martens. Wat een beer.

De afleveringen duren gemiddeld een uurtje, maar enkele weken geleden passeerde ook een 24-uur-durende marathon die samengesteld en ingesproken werd door Mike van Consouling Sounds. Wiens knotsgekke idee was dat? Heb je een idee of er veel luisteraars de hele rit uitgezeten hebben?
Van hemzelf. Op de vraag hoe lang zo’n programma moet duren, maakte ik een grapje door te zeggen dat het langste tot dan toe 3,5 uur was en dat dat beter kon. Daarop stelde Mike een 24 uur-durende show voor. Twee dagen later was die tot mijn verbazing al klaar. We zoeken nog steeds de luisteraars die de rit volledig hebben uitgezeten. Hoe goed die show ook was, we willen hen een medaille van moed en zelfopoffering bezorgen. Op voorwaarde dat ze de rit in één keer uit zaten.

Je brengt ook regelmatig een special rond een bepaald genre of label. Welke specials heb je de komende weken nog zoal in petto voor je luisteraars?
De laatste tijd ben ik daar al wat op uitgekeken. Zeker op de tongue-in-cheek versies. De show met de onuitspreekbare titels, de kerstspecial, de kastelenaflevering, moederdag… allemaal amusant, maar op den duur ook een beetje vervelend. Van de D-beat-aflevering, die over de Ultra Metal of over Peaceville ben ik erg tevreden. Maar die zijn ook arbeidsintensief. Ik hoop Vomitor te kunnen strikken voor een special over hun band eind april. En deze zomer wil ik ook graag een special rond festivals als Metal Méan en Chaos Descends brengen. Met dien verstande dat ik ze kan combineren met mijn stagedive-bezigheden. Labelspecials vind ik fijn om te doen. Misschien buig ik mij binnenkort eens over Bestial Burst. Meestal is het niet echt voorgeprogrammeerd en hangt het wat af van de heat of the moment.

Welke muzikant zou je in je stoutste dromen willen strikken voor “De Pankraker”, zij het voor een interview of een guest DJ-sessie?
Ik hoop op een afscheidsinterview met Slayer. Mocht iemand het mailadres van Araya of King hebben: graag. En als gast-DJ ben ik bezig met een muzikant die op “Tara” speelt, één van mijn favoriete metal-platen. De lezers mogen al beginnen gissen. Ook ander interessant volk denkt na over een show: onder andere Jo Versmissen van het fijne label/mailorder Babylon Doom Cult en Marcus en Charlie van het fantastische Crypt Of The Wizard. We zullen zien of en wanneer die landen.

Antwerp Music City – No stage, no backstage, no PA, no monitoring, no sound level limits, no bullshit!

Zo’n vijftiental jaar geleden had je het als hardere band pas “gemaakt” met een optreden in de Gentse Frontline op je palmares. De laatste jaren heeft de Antwerpse Music City die rol ongetwijfeld overgenomen. Deze Antwaarpse muziektempel speelt nog steeds een belangrijke rol in de ontwikkeling van de bloeiende muziekscene van ’t stad. Komend weekend staat er een feestje gepland ter ere van het 25-jarig bestaan van Antwerp Music City. Reden te meer om met Pieter “Pie” Gysen – de man achter deze sympathieke en charmante underground keet – terug te blikken op de afgelopen 25 jaar. (JOKKE)

Zo’n 19 jaar geleden stapte ik voor de eerste keer met mijn toenmalige rockband de repetitieruimte in Antwerp Music City binnen, toen nog uitgebaat door Mon. Enkele jaren later nam jij het complex over als ik het goed heb. Hoe ben je op de idee gekomen om een concertzaal, repetitiekoten en een opnamestudio te gaan runnen?
Muziek heeft op de één of andere manier altijd een onderdeel van mijn leven uitgemaakt. In mijn jeugd heb ik een discobar uitgebouwd en zelf als DJ plaatjes gedraaid. Daarna heb ik op het RITS een opleiding audiovisuele technieken gevolgd en ben ik gaan werken voor de nationale radio. Ik zocht toen in Antwerpen een huis dat groot genoeg was om een repetitieruimte annex opnamestudio in te kunnen bouwen en ben na een tijdje zoeken in 2007 gebotst op de openbare verkoop van ‘Music City’; een groot gebouw dat in 1994 door Mon en Ronald was ingericht met een concertzaal, repetitiekoten en een opnamestudio. Er waren heel veel kosten aan het gebouw en ik werd voor gek verklaard door mijn vrienden, maar ik had mijn hart aan Music City verloren. Er is dan een doorstart gemaakt onder de naam Antwerp Music City en samen met mijn achterneef heb ik den boel een jaar laten draaien terwijl ik het combineerde met mijn job in Brussel. In 2008 heb ik mijn achterneef uitgekocht en besloten om mijn ontslag in te dienen op de VRT om meer tijd te kunnen steken in Music City.

Run jij AMC eigenlijk volledig alleen of zijn er nog andere mensen bij de vzw betrokken?
Ik ben (onbezoldigd) voorzitter van de vzw en vorm samen met mijn beste kameraad en mijn broer de raad van bestuur. Zij adviseren vooral voor beslissingen op lange termijn terwijl ik de dagelijkse werking verzeker, af en toe bijgestaan door vrijwilligers.

Voor veel bands is een geschikte repetitieruimte vinden een grote uitdaging. Wat heeft AMC te bieden op dat vlak?
Music City stelt 16 repetitieruimtes ter beschikking. De meeste zijn ruimtes die voor onbepaalde duur worden verhuurd aan bands die dan zelf kunnen kiezen hoe ze de ruimte inrichten en 2 ruimtes zijn voorzien van een backline en worden per blok van 3 uur verhuurd. Verder mag ook het belang van de bar niet onderschat worden waar de muzikanten van verschillende bands elkaar voor, na en zelfs tijdens de repetities tegenkomen en waar shows worden gegeven om te tonen waarmee ze bezig zijn.

Heb je eigenlijk zelf een verleden als muzikant?
Ik heb ooit een paar jaar muziekschool gedaan en maak graag lawaai op een drumstel, maar zal mezelf niet snel een ‘drummer’ noemen en ik heb ook nul komma nul ambitie om in die hoedanigheid op een podium te kruipen. Als geluidstechnicus help ik muzikanten in Music City wel vaak verder met vragen over geluid.

Antwerp Music City heeft ongetwijfeld een zeer belangrijke rol gespeeld voor vele bands uit de Antwerpse scene. Het gaat hierbij niet enkel over bands uit het hardere genre. Zo heb ik bijvoorbeeld ook al een Guy Swinnen of een zwarte wereldmuziekband bij jou gespot. Iets zegt me dat ook jij een eclectische muzieksmaak hebt. Waar luister jij zoal naar?
De platen in mijn collectie zijn inderdaad moeilijk in één vakje te duwen. Achter de toog van Music City heb ik steeds een selectie van nieuw aangekochte platen staan die een tijdje in heavy rotation komen. Wanneer de plaats achter de toog te krap begint te worden, verhuizen een 50 à 100 tal platen naar mijn collectie thuis en verplicht ik mijzelf bijgevolg om andere plaatjes te luisteren in de bar. Die zijn veelal van lokale groepen en/of bands die in Music City gespeeld hebben, maar ook aanraders-van-horen-zeggen-of-uit-de-boekskes en klassiekers die ik (eindelijk 😉 ) heb kunnen scoren op vinyl.

Wat vind je van de huidige staat van de Antwerpse muziekscene vergeleken met een vijftal jaar geleden?
Ondanks de sluiting van tal van goeie podia en muziekcafés in’t stad, is de Antwerpse underground music scene alive and kicking. Er zijn veel promotors en bookers actief in verschillende genres met een grote onderlinge solidariteit en een gezonde DIY-mentaliteit. Die onafhankelijkheid van subsidies blijkt de laatste jaren voor velen een troef in plaats van een nadeel.

Ik heb zelf meerdere shows gespeeld in AMC en die behoorden steeds bij de beste en leukste van mijn respectievelijke bands. Ik herinner me nog een gesprek met New Keepers Of The Water Towers die enkele dagen voor hun show in AMC als after show voor Dream Theater gepland stonden in de Heineken Music Hall. Ze vertelden me na hun Antwerpse show dat ze eigenlijk veel meer genieten van kleinere intieme shows. Wat is volgens jou de reden dat veel bands zo’n goede herinneringen hebben aan AMC en de shows veelal erg goed zijn?
De shows in Music City zijn heel back-to-basics. Het credo is: “No stage, no backstage, no PA, no monitoring, no sound level limits, no bullshit.” Het zijn floorshows waarbij enkel vocals, kickdrum en samples door een stevige zanginstallatie gaan. De band moet in balans spelen met de niet versterkte drums. “Komt gerust een stapke dichter” is niet van toepassing: band en publiek staan letterlijk oog in oog en horen de muziek uit dezelfde speakers komen. De grootste invloed die ik zelf kan hebben op de klank was door de ruimte akoestisch te verbeteren, verder is de kwaliteit van de klank voornamelijk het vakmanschap en de keuze van de band zelf. Er is niet veel foefelaré mee gemoeid: what you see is what you get. Door het ontbreken van een backstage veranderen muzikanten van de ene band in toeschouwers voor de volgende band en verlaagt de drempel om te verbroederen. Als er 15 man binnen staat heb je al het gevoel dat er een publiek is, terwijl dat er op diezelfde vierkante meters ook al meer dan 150 man bij elkaar is gepropt geweest. In Music City moet je ook nooit ver zoeken naar een vervangversterker of -instrument in onverhoopt geval van panne en is er een oplossing voor zo goed als elk technisch probleem. Het is steeds muziek die primeert en dat wordt zowel door de bands als het publiek geapprecieerd.

Als bands toekomen aan AMC zie je soms wel wat gefronste wenkbrauwen (veelal door de multiculturele buurt die sommigen kan afschrikken als je dat niet gewend bent) of de beperkte ruimte die er is om te spelen. Meestal zijn na de shows alle twijfels weg bij de muzikanten. Zijn er echter ook bands die weigerden om in AMC op te treden?
Eén keer: Jan Cassiers van Ondergronds heeft ooit een bende Italiaanse deathmetallers geboekt die in de namiddag Music City zijn binnen gekomen, tevergeefs een podium hebben gezocht en met een “This ain’t gonna work” terug in hun buske zijn gekropen om ergens anders de diva uit te gaan hangen. Als ik mij niet vergis was dat Devangelic.
Verder is het inderdaad zo dat eventuele twijfels vóór een show volledig vervangen worden door enthousiaste reacties op het einde van de avond en komen bands heel graag terug naar Music City. Het is zelfs al gebeurd dat bands stoppen aan Music City om naar toilet te gaan, een klapke te doen en wat drank in te slaan terwijl ze op doorreis zijn.

Toxic Shock live at Music City (c) Belgian Hardcore Punk Thrash

Welke vijf shows uit AMC zullen tot het einde van jouw dagen in je geheugen gegrift staan?
Slechts 5 shows? Pfieuuuw… ik hoop dat ik mij later iets meer herinner, haha! Zo direct, los uit de pols:
1) Vorige zaterdag stond Monkey3, één van mijn persoonlijke favorieten, in Music City. Zoals het een instrumentale band betaamt, is het niet in woorden te vatten hoe magisch deze show was. Niet enkel voor mezelf: iedereen in de zaal had precies een collectief orgasme beleefd.
2) Zelden heb ik zo vaak moeten antwoorden op de vraag “Ge ziet da toch écht zitten?” als toen Peter Daems Eat The Turnbuckle naar Music City heeft gehaald voor hun “Fans bring weapons“-tour. Een combinatie van deftige hardcore punk en bloederige catch. Zo’n pijnlijk entertainende combo dat we ze later terug naar Antwerpen hebben gehaald om te spelen op een Rodeofest in de Wommel.
3) Als één band ooit schandalig hard zijn voeten heeft geveegd aan de maximale capaciteit van Music City, dan is het wel Cheap Drugs door 167 kaarten te verkopen voor de release-party van hun LP “Angst“. Die show is integraal gefilmd en in verschillende clips terug te vinden op Youtube. Een hardcore feestje in meerdere betekenissen.
4) De canadezen van ‘Trigger Effect’ hebben we meermaals mogen ontvangen op de fameuze rodeoshows in Music City. De meest memorabele keer was toen ze in Zaventem zijn aangekomen en door een staking van de bagageafhandelaars zonder instrumenten waren gebleven. Na een oproep bij lokale muzikanten zijn we aan de gewenste instrumenten geraakt en hebben ze ’s avonds toch de pannen van’t dak kunnen spelen.
5) Kro van For Those About To Rawk haalde vorig jaar The Bennies van Australië naar Music City voor een uitverkochte show. Er waren relatief weinig usual suspects in het publiek, maar het bleken wel allemaal uitzinnige fans. Vanaf de eerste tonen begon iedereen enthousiast te springen en mee te zingen en na 3 seconden staken er al 2 crowd surfers in de lucht. Heel de avond enkel lachende gezichten gezien en onmetelijk veel knuffels gekregen van wildvreemden. Ik heb nog nooit “nen bol” geslikt, maar volgens mij kwam die ervaring dicht in de geburen.

Ik hoor soms van mensen die ver buiten Antwerpen wonen dat ze graag zouden afkomen naar een bepaalde show maar door het parkeerprobleem in de buurt afhaken. Zie je dat zelf als een nadeel voor de bezoekersaantallen van shows die bij jou doorgaan? Heeft de lage-emissiezone veel effect op bands die – dikwijls in oude busjes – op tour zijn en tot aan AMC moeten geraken?
De LEZ en het parkeerbeleid waarbij steeds minder openbare ruimte ter beschikking wordt gesteld om privaat vervoersmiddelen op te parkeren, zijn uitermate geschikte onderwerpen voor toogpolitiek, maar een logische evolutie van stedelijk beleid en ruimtelijke planning.
Als groene jongen, kan ik ecologische maatregelen alleen maar aanmoedigen, maar anderzijds is het wraakroepend dat het in Antwerpen een beetje een verborgen taks is die niet van toepassing is op de grootste luchtvervuilers: de schepen in de haven. Dat sommige financieel zwakkere weggebruikers verplicht worden om een andere auto of bus te kopen (zonder de ecologische voetafdruk van productie en recyclage af te wegen aan de resterende levensduur van een ouder vervoermiddel met een iets hoger verbruik/vervuiling) werkt soms in het nadeel van DIY-bands.
Uiteindelijk is de Lage-Emissie-Zone een ‘tijdelijk probleem’ dat zichzelf versneld zal oplossen navenant er meer steden een LEZ invoeren en autofabrikanten enkel nog auto’s produceren met lagere uitstoot. Bedrijven die toursupport voorzien anticiperen daarop door de busjes die ze verhuren aan de nieuwe wetgeving te laten voldoen. Voor sommige DIY-bands die (eindelijk!) een ‘goei buske’ hebben kunnen kopen dat nu de LEZ niet meer binnen mag, is dat wel een zure appel.
Parking is een andere situatie: het verdwijnen van de helft van de parkeerplaatsen in de Handelstraat was even schrikken, maar we merken dat de doorstroming van het verkeer veel vlotter is geworden en dat wie in de straat woont of werkt veelal een andere oplossing heeft gevonden dan op straat te parkeren. De beschikbare parkeerplaatsen hebben een groter verloop en worden vooral door klanten van de handelszaken gebruikt. Dit maakt dat er meer parking vrijkomt vanaf dat de winkels beginnen sluiten. Dat werkt in het voordeel van Music City waar het vaak ’s avonds pas drukker begint te worden.
De curfew voor live-muziek is om 23u zodat je na de shows nog de kans hebt om openbaar vervoer te gebruiken; verder promoten wij fietsen (en de velokes van’t stad), carpooling en carsharing. 

Legendarisch zijn ook de vele rodeoshows die uiteindelijk zijn uitgegroeid tot enkele Rodeofests op locatie. Waarom zijn Samuel Paul De Roeck en jij na de 2017 editie met dit initiatief gestopt?
Toen Rodeo begon, vulde het een leemte in Antwerpen. Het is een beetje een DIY-beweging die gegroeid is uit het gegeven “Wie gaat het anders doen?” en “Wat gaat ge anders doen op ne zondag?”. Het concept was klassiek en simpel: een tourende band die we zelf echt de moeite vonden een free donation show laten spelen in Antwerpen om een gat in hun tour op te vullen. We boekten lokale bands als voorprogramma zonder al te hard wakker te liggen van een clash aan stijlen. Iedere zomer staken we een iets groter festivallletje in elkaar en iedere winter een winterfest. Na enkele succesvolle rodeojaren, waren er meerdere organisaties bijgekomen die vaak iets meer genregericht shows boekten en bleek er een volwaardige underground music scene te zijn gegroeid. We legden voor onszelf de lat hoger op vlak van bands die we wilden boeken en verwezen vaker door naar de andere organisaties. Vanaf dat we merkten dat we met problemen zaten om onszelf te motiveren om twee keer per jaar het nodige volk op de been te krijgen om de festivals te organiseren, hebben we een sabbatical ingelast die nog steeds van toepassing is voor de festivals. Eind januari hebben we met de Rodeo-crew nog eens een rodeoshow in elkaar gebokst voor Billy Bio, al was dat niet haalbaar volgens het free donation-concept. We sluiten niet uit dat we in de toekomt nog vaker de handen in elkaar slaan om helden ‘in onze living’ te laten spelen.

Billy Bio live at Music City (c) ladandmisfit

De laatste jaren werk je qua concerten veel samen met Ondergronds en Peter Daems van Het Bos waardoor er meerdere avonden per week wel concerten in AMC doorgaan. Tel daarbij nog alle andere shows in o.a. Kavka, Het Bos en Trix en er ontstaat op sommige momenten misschien wel een overkill aan shows in het Antwerpse. Hoe kijk jij hier tegenaan?
Zolang iedere organisatie genoeg volk op de been weet te brengen om niet verlieslatend te zijn, kan ik de levendige scene enkel aanmoedigen. Iedere avond een aantrekkelijk muzikaal alternatief kunnen bieden voor een avondje buishangen is wat mij betreft een zeer mooie situatie. Dat je af en toe voor een moeilijke keuze staat omdat er meerdere goeie bands op dezelfde avond spelen op verschillende locaties zie ik niet als overkill maar als een rijkdom aan keuze.

Is de studio in AMC eigenlijk nog actief?
De opnamestudio van Music City is eigenlijk altijd een ‘demostudio’ geweest tot de opkomst van Digital Audio Workstations een home studio een stuk betaalbaarder maakten en het gemakkelijk werd om thuis een demo van behoorlijke kwaliteit te produceren.
Omdat de studio van Music City akoestisch een aantal beperkingen had (en omdat het dak zo rot als snot was), hebben we besloten om grondig te verbouwen met het oog op een betere studio om de demokwaliteit te overstijgen. Wegens een onbetrouwbare aannemer hebben we een stevige financiële tegenslag gehad en hebben de verbouwingen vertraging opgelopen. Aangezien ik als gediplomeerd geluidstechnicus de opnamestudio als mijn speeltuin bekijk, wil ik die zeker terug up and running hebben.

Welke bands hebben er zoal opgenomen bij jou en op welke plaat afkomstig uit jouw studio ben je het meest trots?
Mijn favoriete herinneringen aan de studio zijn de opname van de Aguardente-demo waardoor ik Martin Furia’s talent voor knoppendraaierij heb leren kennen. Martin heeft nadien carte blanche gekregen en nog tal van plaatjes opgenomen in de studio. Onder andere stukken van “The quietus” van Your Highness. Een conceptplaat met veel gastmuzikanten en technisch een samenwerking van Martin met Frank Rotthier, deels opgenomen in Trix en deels in Music City. Een trip van ruim 20 minuten die ik geregeld nog eens op de platenspeler leg.

Komend weekend staat er in Hangar 27 in Edegem een benefiet gepland ter ere van 25 jaar Antwerp Music City en om de verdere verbouwingen van Music City te sponsoren. Wat mogen we zoal verwachten?
Hangar 27 voelt aan als vertrouwd terrein aangezien we daar een paar jaar het Rodeo Winterfest hebben georganiseerd. Heel wat van de helpende handen die dag zullen ook hun sporen verdiend hebben op die festivals. Waaronder de helden van de ‘Anckaer-clan’ die het eten zullen voorzien voor zowel de bands als het publiek.
Ik ben zelf uitermate tevreden over de line-up van de avond. Eerst zijn er shows van een aantal bands die een trouw Music City publiek hebben weten te verzamelen: Huracan, Psychonaut en Tangled Horns. Stuk voor stuk bands die ik heb zien groeien van beginnende band tot overtuigende acts die elke keer weer bevestigen en de verwachtingen weten te overstijgen. Tussendoor komt Brame “Vleesklak” tonen wat voor geniale (of zoals hij zelf zou zeggen ‘genitale’) hersenkronkels hij heeft met zowel De Blenders als zijn alter ego Tonnie Anders.
Vervolgens wordt het podium ingepalmd voor een set vol verrassingen en gasten die we voor het gemak als “Antwerp Music City All Star Band” op de affiche hebben geschreven. Ik ga er niet over uitweiden, want ik wil niets verklappen.
Als er één band het label ‘MC house band’ verdient, is het Aguardente. Het is altijd een huzarenstuk om ze bij elkaar te krijgen, maar het is ons gelukt! Wie hen kent, weet dat hij nog steeds het onverwachte mag verwachten; wie hen niet kent, wacht de complete verrassing.
Na de optredens komt Goe Vur In Den Otto den boel slopen. Wanneer de kans zich voordoet, speel ik met veel plezier chauffeur, roadie en technieker voor deze nozems en stook ik ze aan om zoveel mogelijk confetti in de lucht te jagen. In den Hangar ben ik zelf verantwoordelijk voor den opkuis en probeer ik hen bijgevolg in te tomen… Ik vrees tevergeefs. Ze hebben minstens één smoking hot special guest voorzien. Be afraid. Be very afraid.
De avond afsluiten, gebeurt in stijl door twee levende legendes achter de draaitafels: Peter ‘Lintfabriek’ Daems en Aldo Struyf.
Het is geweldig om te merken hoe alle artiesten en vrijwilligers uitkijken naar die avond, dus ik hoop op een goede opkomst en overtroffen verwachtingen. Er wacht meer dan 1500 liter bier. Wir schaffen das! 🙂

Darkened Nocturn Slaughtercult – Het pad van het individu

Na meer dan 23 jaar werd het hoog tijd om het Duitse Darkened Nocturn Slaughtercult eens deftig uit te checken. Diens nieuwe zesde langspeler “Mardom” leek hiervoor de ideale aangelegenheid te zijn. Overtuigd door wat we hoorden, trokken we gitarist Velnias aan de mouw. Op het einde komt ook Onielar kort aan het woord, hoewel zij zich liever op de achtergrond houdt. (JOKKE)

The English version of the interview can be found here.

(c) Dan Zerker & Alexandra Kürten

Ave! Darkened Nocturn Slaughtercult bestaat reeds 23 jaar. Kan je drie highlights opsommen die belangrijk zijn geweest in jullie carrière?
Darkened Nocturn Slaughtercult bestaat sinds 1997 en onze eerste demo “The pest called humanity” werd uitgebracht in 1999. Ik denk dat de allereerste release voor elke band wel speciaal zal zijn. Drie momenten kiezen uit onze lange carrière is echter niet zo evident. We prijzen onszelf gelukkig dat we reeds in meer dan twintig landen live shows hebben gespeeld. Onze allereerste show in de VS zal me ook altijd bijblijven. Een beetje zoals elke eerste show in een nieuw land eigenlijk en ook fijn dat er nog steeds hoogtepunten aan de concertlijst blijven toegevoegd worden. Neem nu ons laatste optreden in Frankrijk op “In theatrum denonium“: een perfect georganiseerd event op een adembenemende locatie.

Zijn er zaken waar jullie spijt van hebben?
Neen. Het is zinloos om over het verleden te blijven nadenken en wensen dat je sommige zaken anders had aangepakt. We zijn wie we zijn op basis van de beslissingen die we hebben genomen. We moeten dat leren accepteren en leren leven met onze daden, woorden en acties. Wie niet tevreden is over zijn huidige situatie moet die maar zelf zien aan te pakken.

Hoewel ik in 1995 op dertienjarige leeftijd in contact kwam met black metal, heb ik geen Darkened Nocturn Slaughtercult plaat in mijn fysieke collectie. Ik kende de band natuurlijk wel en zag jullie live op Throne Fest in 2018, maar om één of andere reden heb ik me nooit in jullie oeuvre verdiept. Dus bij deze: welke plaat zou je aanbevelen aan iemand die jullie band nog niet kent?
Het is natuurlijk nooit te laat om onze volledige discografie aan je collectie toe te voegen. Daar ik zelf deel uitmaak van de band, kijk ik natuurlijk anders naar elke plaat en het hangt ook allemaal van je voorkeur af. Nieuw materiaal zoals “Mardom” of de voorganger “Necrovision” klinken meer volwassen vergeleken met het oude werk. Aangezien DNS een stabiele line-up heeft, zal je de band op elke release wel herkennen. Persoonlijk zou ik het nieuwe “Mardom” aan nieuwe luisteraars aanraden zodat ze kunnen horen tot wat de band momenteel is uitgegroeid. Zowel op tekstueel als op muzikaal vlak is deze plaat representatief voor ons levenswerk DNS. Vertrek bij ons meest recente werk en ga vervolgens via “Necrovision“, “Saldorian spell“, “Hora nocturna“, “Nocturnal march“, “Follow the calls for battle” geleidelijk aan terug en tenslotte eindig je met “The pest called humanity“.

Er ligt een gat van zes jaar tussen het voorgaande “Necrovision” en de nieuwe plaat. Was “Mardom” een moeilijke plaat om te schrijven?
Niet moeilijk om te schrijven, maar om af te werken. “Mardom” bevat minstens één nummers dat op “Necrovision” had kunnen staan. Wij schrijven voortdurend nieuw materiaal. “Mardom” is in essentie een snapshot van het “Necrovision“-era en de navolgende jaren. De plaat was reeds meer dan een jaar geleden klaar maar er waren verschillende factoren die ons weerhielden van het werken aan de plaat. Zo liep onze kelder en repetitieruimte bijvoorbeeld onder water waardoor we al onze instrumenten, uitrusting en persoonlijke spullen kwijt speelden. Zulke gebeurtenissen vragen natuurlijk veel tijd en doen een albumrelease uitstellen. Maar hé, eerstdaags verschijnt “Mardom” eindelijk en de eerste reactie klinken veelbelovend.

Ik googelde het woord “mardom” maar kon niet echt een verklaring vinden die steek houdt met het DNS-universum. Kan jij licht in de duisternis scheppen?
Mardom” is blijkbaar een Perzisch woord, hoewel we daarvan niet op de hoogte waren toen we over de albumtitel nadachten. Het is niet de eerste keer dat we met een neologisme werken. Elke keer wanneer we vinden dat een bestaand woord in eender welke taal het niet mogelijk maakt onze intenties uit te drukken, creëren we een nieuw woord. Zulke nieuwe creaties zijn dan erg persoonlijk gebonden. In het geval van “Mardom” beschrijft het woord het volledige concept van de plaat. We kregen voor de eerste keer van ons label War Anthem Records de vraag liner notes aan te leveren, dus de gelimiteerde verzamelbox en de vinylversie zullen een 24 pagina’s tellend boekje bevatten met alle details over het concept en elke afzonderlijke song. Kort gezegd draait de plaat om het doorbreken en verleggen van grenzen.

Jullie logo bevat een groot omgekeerd kruis, dus lijkt het aannemelijk jullie als een satanische of anti-religieuze band te bestempelen. Wat is jullie kijk op religie en waarom is het verspreiden van anti-christelijke boodschappen nog zo belangrijk? Zijn er geen grotere problemen en gevaren in de wereld dan het christendom?
Om onszelf vele jaren terug te quoten: “DNS staat voor onze eigen satanische, nihilistische en misantropische gedachten“. Elke persoon heeft idealen en naarmate we ouder worden herdefiniëren we deze. Daarom niet meteen een volledige ommedraai maar een bijsturing op basis van de in tussentijd verworven wijsheden. In het geval van DNS gaan de gewoonlijke holle definities niet op. Als ik voor mezelf spreek, kan ik zeggen dat ik mezelf al lange tijd niet meer als een satanist beschouw. Ik verkies de term occultist aangezien het mijn doel is om de ongekende duisternis in mezelf beetje bij beetje te ontdekken en dit middels religieuze, esoterische of wetenschappelijke middelen. Je mag jezelf hierbij niet laten limiteren. Hoe kunnen we hoge toppen scheren zonder ook de diepste dalen bewandeld te hebben? Om deze reden mag religie in het algemeen niet veroordeeld worden. De ziekte die eruit voortvloeide werd door de mens gecreëerd. Denk aan de archaïsche religieuze gedachte: “God is in you, as you are in God. You are through God as God is through you”. Wie dienen we te antwoorden? Met dat in gedachte, zou ik willen zeggen dat de voornaamste boodschap van DNS altijd al het pad van het individu is geweest.

Het artwork bevat veel details en symboliek. Wie tekende de cover en wat krijgen we zoal te zien?
We zijn heel erg blij dat we opnieuw dienst konden doen op de excellente vaardigheden van Thorny Thoughts, dezelfde artiest waar we voor “Necrovision” mee samenwerkten. Ze maakt niet veel band artwork meer, dus we zijn uitermate blij met de uitzondering die ze voor ons maakte.
De tekening is gebaseerd op een illustratie uit 1887/88 die mits enkele kleine aanpassingen perfect bij het concept van de plaat paste. Zoals gezegd handelt het album thematische gezien over transities. Op de cover zal je dan ook veel transities en grenzen ontdekken, maar bekijk ook de inlay card eens in detail. We vinden het belangrijk dat je zelf op ontdekkingstocht gaat. Van alles op een dienblaadje te presenteren, wordt je mentaal lui.

Mijn favorieten van “Mardom” zijn het enigmatische “A beseechment twofold” dat een donkere atmosfeer en een geweldige Gehenna-vibe kent en het up-tempo “Exaudi domine” dat het live waarschijnlijk erg goed gaat doen. Wat zijn jouw favorieten en is het moeilijk om live-nummers te kiezen?
Elke plaat is samengesteld uit onze persoonlijke favorieten. Nummers die we niet goed vinden, zullen niet op een release verschijnen. Die belanden in de prullenbak of worden herwerkt om later te gebruiken. De twee nummers die je aanhaalde maken deel uit van onze huidige setlist. Een andere nieuwe song die we live zullen brengen is “Mardom – Echo zmory“. We brengen graag afwisseling in de setlist aan tussen oud en nieuw materiaal met nummers van elke plaat. Nieuwe nummers kiezen voor een setlist is niet zo moeilijk. Door vaak te repeteren krijg je een mooi beeld van welke nummers goed samengaan.

Waar staat het cryptische “T.O.W.D.A.T.H.A.B.T.E.” voor?
ALs band met een lange bandnaam hebben we blijkbaar ook een zwak voor lange songtitels. Voor de een of andere reden leek het gemakkelijker om “The one who dwells above the heavens and beneath the earth” af te korten.

Voor de derde keer op rij verschijnt jullie werk via War Anthem Records. Zijn jullie tevreden over de samenwerking? Waarom past het label zo goed bij jullie?
Nadat we onze eerste vier platen in eigen beheer hadden uitgebracht gingen we op zoek naar een label om een deel van het werk over te nemen. Onze keuze ging daarbij naar War Anthem Records omdat het een label uit ons thuisland Duitsland is. We hadden de eigenaars ervoor reeds ontmoet op Party San Open Air festival. Om ervaring op te doen boden ze een deal voor één plaat aan en alles rond “Saldorian spell” verliep vlot. Tegen de release van “Necrovision” waren zowel het label als de band gegroeid, waardoor de zaken nog verbeterden. Momenteel vormen we een goed team en we weten dat War Anthem Records hun bands ook écht steunt daar ze enkel bands tekenen die ze zelf goed vinden. En ze respecteren steeds ons laatste woord als er een beslissing gemaakt moet worden. We apprecieerden hun enthousiasme omtrent de nieuwe plaat ook erg evenals hun suggesties en inspanningen. Het voelt nu veel meer als een joint venture aan dan vroeger.

Mardom” zal tevens in een tot 150 stuks gelimiteerde vinylbox-editie verschijnen. Wiens idee was deze box en ben je tevreden over het eindresultaat?
In het verleden waren er soms kleine misverstanden met het label aangaande re-releases en nieuwe releases. Nadat deze uitgeklaard waren, kwam ons label af met nieuwe ideeën, waarvan de boxset er één was. We werken de details samen in onderling overleg uit. Momenteel hebben we enkel nog maar de digipack en jewelcase versies van de CD gezien. Alle andere zaken zijn waarschijnlijk nog in productie. Als het eindresultaat van de box overeenkomt met wat de bedoeling was, zal die een magnifieke bijdrage zijn voor onze releases.

Zal er getourd worden ter promotie van “Mardom“?
DNS is geen tourband. We spelen losse shows doorheen het jaar die een zekere exclusiviteit hebben. In Duitsland staan er dit jaar bijvoorbeeld twee gepland: onze releaseshow in Munchen en een andere later op het jaar in Oberhausen. We speelden reeds in Spanje en Frankrijk en ook Zwitserland en Italië staan nog op de planning. Meestal hebben we tegen het einde van het jaar een wereld- of Europese tour gespeeld verspreid over twaalf maanden in plaats van een reeks opeenvolgende shows op een paar weken tijd.
Het zou echter wel eens kunnen dat onze eerste échte tour in 2020 zou plaatsvinden. Als dat gebeurt, zal het om een heel exclusief gebeuren gaan, iets om niet te missen.

Op het podium wordt heel wat bloed vergoten en het maakt een groot deel van jullie imago uit. Welke boodschap schuilt er achter het gebruik van echt menselijk of dierlijk bloed?
Je hebt het in elk geval al bij het rechte eind dat het om écht bloed gaat, wat essentieel is voor het doel op zich. Er zijn verschillende manieren om dit te interpreteren. Bekijk de volledige performance als een soort van ritueel. Je het zowel de optredende protagonisten als de deelnemers. Beide zijn nodig om de ervaring te vergroten. Er is een voortdurende eb en vloed aan energie en een constante wisselwerking en verfijning naargelang de performance verstrijkt. Bloed zijnde één van de vitale lichaamsvloeistoffen, fungeert hierbij als een drager en katalysator. Een ritueel vraagt de volledige focus. Parafernalia heiligt het doel om de focus te kanaliseren. Het is gemakkelijker wanneer al onze zintuigen geprikkeld zijn en herinnerd worden aan de oorzaak. Bloed spreekt onze zintuigen zowel op vlak van zicht als smaak aan en van tijd tot tijd ook op vlak van geur.

(c) Dan Zerker & Alexandra Kürten

Hoe belangrijk is de visuele presentatie van de band? Op één van de promoplaatjes van de nieuwe plaat, lijken jullie wel een stel gemummificeerde zombies die doorheen een moeras dwalen. De kostuums lijken een verderzetting te zijn van Onielar’s stage outfit. Wat is de idee achter deze kostuums?
Wel zoals je aangaf, was je niet bekend met onze discografie, dus laat ons eerst terug gaan naar ons oudste werk. Daar zal je het gekende black metal-imago tegenkomen inclusief corpse paint, kasteelruïnes en middeleeuwse wapens. En dat is perfect zo. Alles wat we deden was heel oprecht. Dat is eigenlijk de manier waarop “Nocturnal march” ontstond. Gedurende een van onze nachtelijke uitstappen naar een kasteelruïne, kreeg Onielar deze visie. Op sommige momenten voelden we meer nodig te hebben dan de ordinaire foto’s. Op “Saldorian spell” zetten we een kleine stap in een andere richting. Met “Necrovision” en “Mardom” ontstond een natuurlijke vraag om verder te gaan in het dehumaniseren. Beide platen hebben een sterke relatie met de obscure en gruwelijke sferen die buiten ons bevattingsvermogen liggen. De beelden refereren zowel naar het concept als het artwork. Kijk maar eens naar de cover waarop je links en rechts onderaan van de hemisfeer menselijke wezens zal spotten die uit deze wereld proberen te kruipen. Door de transitiewetten zijn ze niet langer menselijk.

Hoe sta je tegenover de huidige black metal-scene in Duitsland? Wat denk je van bands zoals Sun Worship, Ultha en Downfall Of Gaia die er een andere kijk op het genre op na houden dan jullie meer traditionele vorm van Scandinavische black metal?
Vergeleken met deze bands, is DNS een oude doos. Ik heb het even opgezocht en Downfall Of Gaia werd opgericht in 2008, tien jaar later dan DNS. De twee andere bands bestaan sinds 2011 en 2015. Dit is noch iets goed noch iets slechts aangezien de leeftijd van een vand geen garantie is voor goede muziek. Dit maakt enkel duidelijk dat DNS een band is die stamt uit de vroege dagen van black metal. We groeiden op met bepaalde bands, combat shoes, pinnen en leder. De traditionele manieren lijken nu soms wat vergeten te zijn. Maar hé, het is belangrijker dat je doet wat juist voelt. Old school Scandinavische black metal geniet hierbij onze voorkeur. Het is niet omdat post-black metal, hipster black en al die andere vreemde varianten nu plots bestaan, dat we mee op die kar moeten springen. Er zitten waarschijnlijk goede bands tussen deze nieuwere acts, maar geen van de drie aangehaalde zal je in onze platencollectie aantreffen.

Vorig jaar las ik een Facebook post van de Noorse drumster Trish Kolsvart waarin ze aangaf dat het als vrouw nog altijd niet zo gemakkelijk is in de black metal-scene. Onielar, ben jij ooit seksistisch gedrag tegenkomen of werd je in de scene altijd met respect behandeld?
Overal waar er mensen rondlopen, is de kans groot dat er idioten tussen zitten. Wat betreft mijn ervaringen met DNS, kan ik niet meteen een serieus probleem of negatieve ervaring voor de geest halen. Haar identiteit was jarenland verscholen. Tegen dat we live begonnen op te treden, hadden we reeds een gerespecteerde naam. Degenen met twijfels, waren na afloop muisstil waarbij sommigen nadien toegaven overtuigd te zijn. Mensen respecteren onze oprechtheid en dat we dit met hart en ziel doen. Ze appreciëren de échte waarde ervan.

Onielar, in 2016 vervoegde je Bethlehem op zang waarmee je hun self-titled plaat opnam. Hoe voelde deze ervaring aan want Bethlehem is best een legendarische band. Welke dingen heb je geleerd die ook voor DNS belangrijk kunnen zijn?
Het nieuwe album is getiteld “Lebe dich Leer” en zal in mei uitkomen. We kennen Bethlehem’s muziek al jaren. DNS heeft een hardere en brutalere aanpak van de muziek terwijl Bethlehem meer gaat voor gevoel, melancholie en donkere depressieve schoonheid. Beide bands vullen mekaar mooi aan. Dit verschil in aanpak biedt ruimte voor vocale afwisseling. In beide bands actief zijn is in elk geval een voordeel. De ene keer vraagt een plaat voor een meer experimentele vocale aanpak, dan de andere keer. Het as wel even wennen aan het gebruik van enkel Duitstalige teksten. De stem is een instrument die je onder controle moet leren houden. Switchen tussen talen verandert een paar zaken zoals frasering.

Bedankt voor het interview!

Vananidr – In verbinding met mijn voorvaderen

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad alvorens de Zweed Anders Eriksson ons zijn debuutplaat van soloproject Vananidr kon voorleggen. Hoewel Vananidr een nieuwe naam in het black metal-gebeuren is, gaat er een vrij gecompliceerde ontstaansgeschiedenis aan vooraf die zelfs vrij ver terug de tijd ingaat. Maar nu het debuut er eindelijk is, lijkt de creatieve geest van Anders geen rust te kennen. De Zweed licht toe. (JOKKE)

Dag Anders, de kiemen van Vananidr’s geschiedenis voeren ons terug naar het midden van de jaren ’90 en de band Hydra.
Correct, Hydra viel tussen 2006 en 2010 geleidelijk aan uit mekaar doordat bandleden er één na één de brui aan gaven. Vermits ik de laatste jaren verantwoordelijk was voor alle muziek van Hydra, besloot ik alleen verder te gaan.

Hydra evolueerde naar Synodus Horrenda waarvan het gelijknamige debuut in januari verscheen. Vanandir’s debuut kwam uit in november 2018 maar werd na de Synodus Horrende plaat geschreven, correct?
Synodus Horrenda” werd eigenlijk in 2010 uitgebracht via verscheidene digitale platforms zoals Spotify en iTunes. Deze plaat was eigenlijk voor Hydra bestemd. Het opnameproces startte aan het einde van 2005 maar door het vertrek van zanger Erebus belandden de opnames ervan in de koelkast. In 2010 besloot ik de plaat zelf in te zingen en werd het een écht soloproject. Het voelde echter niet goed om de muziek onder de naam Hydra uit te brengen aangezien die band oorspronkelijk door Titan werd opgericht als een Grieks pagan black metal-project.
In de herfst van 2010 besloot ik Hydra-drummer Thunder te contacteren en namen we de drumpartijen op voor zes nieuwe songs die ik had geschreven in 2007. Het jaar nadien werkte ik verder aan de gitaar- en basopnames maar toen er op gebied van de labelzoektocht geen schot in de zaak kwam, verdween mijn energie. Ook het schrijven van teksten verliep niet zo vlot. Kort nadien kreeg ik twee kinderen en was er even geen plaats meer in
mijn leven voor het creëren van muziek.
In 2016 kreeg ik te kampen met een mentale instorting met een serieuze depressie en angstaanvallen als gevolg. Het goede aan deze lijdensweg was dat teksten zich bijna vanzelf aandienden en ik hervond de kracht om iets met mijn muziek te doen. Ik besloot zang op te nemen voor de opnames die ik samen met Thunder in 2010 was begonnen en in februari 2017 waren die eindelijk klaar. In 2018 bracht ik het album onder de nieuwe naam Vananidr uit op Bandcamp en kort nadien was Purity Through Fire geïnteresseerd om het werk fysiek uit te brengen.

Vanwaar opnieuw een nieuwe bandnaam?
Ik was nooit 100% tevreden met Synodus Horrenda als naam en de link met mijzelf. Vananidr verbindt mijzelf met mijn voorvaderen en zegt iets over mijn afkomst.

Wat betekent het woord dan?
Vananidr is een figuur uit de noordse mythologie die ook wel Njord genoemd wordt. Hij was één van de drie Vanir die in Asgaard ging wonen nadat de oorlogsvoerende goden de wapens hadden neergelegd.

Waarom is drummer Karl Tunander (Thunder) ondertussen niet meer van de partij?
Dat weet ik eigenlijk niet goed. Ik denk dat hij met andere bands bezig is en mij wat beu was. Ik probeerde hem een tijdje terug te contacteren om te zien of hij geïnteresseerd was om ook de drums op de opvolger te verzorgen, en hij antwoordde simpelweg niet.

Ben je dan nu als enige muzikant te horen op de nieuwe single “Bleak and desolate“?
Ja en nee, de drums werden door mij geprogrammeerd en dat zal ook zo zijn op de nieuwe langspeler. Ik denk dat ik erin geslaagd ben om ze natuurlijk te laten klinken, maar ik hoop een drummer van vlees en bloed te kunnen strikken voor de derde plaat.

Wil je Vananidr als een studioproject behouden of heb je ook plannen om concerten te spelen?
Ik zou heel graag opnieuw live willen spelen als ik goede muzikanten kan vinden en er vraag naar Vananidr-concerten is. Ik heb niet meer op de planken gestaan sinds een optreden met Hydra in Stockholm in 2004.

Met songtitels zoals “Raging blizzards” en “Frostbitten kingdom” lijkt inspiratie uit de Immortal-hoek voor de hand liggend.
Ja, mijn vocabularium wordt erg beïnvloed door de oude Noorse black metal-bands, hoewel mijn teksten toch eerder een beschrijving zijn van de shit die zich enkele jaren geleden in mijn hoofd afspeelde, dan dat het échte sneeuwstormen zijn. Vijf van de zes songs op het debuut handelen over mijn depressie en verwrongen gedachten.

Welke bands beïnvloeden de muziek van Vananidr?
Ook hier weer de oude Noorse bands zoals Emperor, Ulver, Darkthrone, Satyricon, etc. Maar ook bands à la Mastodon, Iron Maiden en Black Sabbath. Vooral qua productie vormt Mastodon met haar akoestische en organische sound een grote invloed. Ik word ook erg beïnvloed door Zweedse folkmuziek, misschien niet zo zeer op het debuut, maar op de volgende platen zal dit duidelijker worden.

Ik was verbaasd je het woord “Satan” te horen zingen in het nummer “Rise” omdat ik Vananidr niet linkte aan deze tekstuele richting. Waar gaan de songs over en welke betekenis heeft het woord “Satan” voor jou?
In “Frostbitten kingdom” valt het woord ook, dat eerder functioneert als een metafoor voor iets donker en kwaadaardig dan dat het een religieus geladen betekenis heeft. Ik ben geen gelovig man, ik geloof noch in een god, noch in een satan, maar als tekstueel onderwerp voor een metalsong werkt het natuurlijk wel:

“Blackwinged demons of sorrow
Cursed to eternity
To see their shadows
Towards the blackened horizon
To see them burn
And morph into images of Satan”


Deze tekst beschrijft eigenlijk mijn gedachten die me tormenteerden met een eigen visie van de hel. Zoals gezegd beschrijven de meeste nummers een beeld van pijn, wanhoop en gedachten van dood en zelfmoord, met tevens een tikkeltje armageddon. “Abomination of evil” is de enige song die niet over mezelf gaat. Ik hoorde over een film over een klooster in nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog waar het Rode Leger een bezoekje aan bracht. Er vond een massaverkrachting van de nonnen plaats en verscheidene onder hen zetten hierdoor ook kinderen op de wereld.

Vananidr” komt in verschillende fysieke formaten uit. Purity Through Fire staat in voor de CD en vinylversie en Worship Tapes voor de cassette. Welk medium geniet jouw voorkeur?
Ik verkies digitale platformen zoals Spotify wanneer ik muziek beluister omdat het zo gemakkelijk is, maar vinyl heeft wel iets magisch. Waarschijnlijk doordat ik als kind opgroeide met vinyl en cassettes. Ik herinner me nog hoe ik vol ontzag mijn broers Iron Maiden platen ontdekte. CD en tapes kunnen hier niet aan matchen!

Wat staat er nog allemaal op de planning?
In juni verschijnt een nieuw album getiteld “Road north” waarop tien nummers staan die meer afwisseling laten horen dan het debuut. Enkele trage, snelle en midtempo songs. Sommige van de nummers zijn bijna tien jaar oud terwijl andere recent geschreven werden.
Ik ben ook reeds aan de opnames voor een derde plaat bezig die hopelijk volgend jaar zal uitkomen.
Zoals je ziet ben ik nu veel productiever dan in het verleden. Mijn doel is elk jaar een nieuw album uit te brengen en hopelijk de muziek ook live op een podium te brengen.

Grey Aura – Op zoek naar het ondefinieerbare

Utrecht lijkt met tal van interessante black metal-bands wel het nieuwe centrum van NLBM te zijn geworden. Bands als Grafjammer of Wrang bevinden zich aan de conservatieve kant van het genre, terwijl we aan de andere kant van het spectrum meer experimentele acts als Laster, Terzij de Horde en Grey Aura aantreffen. Eén van de moeilijkst te behappen brokken muziek die we de laatste tijd gehoord hebben, komt van die laatste. Diens tweede demo “2: De bezwijkende deugd” staat immers bol van de experimentele black metal geluiden en kadert in een groter geheel. Zanger/gitarist Ruben Wijlacker geeft meer inkijk in het Gesamtkunstwerk getiteld Grey Aura. (JOKKE)

(c) Sven Signe den Hartogh

Grey Aura is zo’n band die niet zo gemakkelijk in een hokje te plaatsen is. Hoe omschrijven jullie zelf het bandgeluid?
Het ondefinieerbare is iets dat wij door de jaren heen steeds meer zijn gaan koesteren; in zekere zin zoeken we het zelfs bewust op. We vinden het prettig om te experimenteren met onverwachte muzikale wendingen. Daarmee verrassen we zowel de luisteraar als onszelf. Feitelijk is dat ook precies wat we willen: we willen voorspelbaarheid en gewenning tegengaan.

Door het ongedwongen, bijna improvisatie-achtig karakter van jullie muziek, vermoed ik dat een Grey Aura song op een organische manier (en misschien zelfs wel onder invloed van geestverruimende middelen) tot stand komt door in het oefenhok de gitaren in te pluggen en jamsessies te houden. Of zie ik dat verkeerd?
We jammen niet. Niemand van ons gebruikt drugs. Natuurlijk laten we hier en daar stukken wat meer open om te kunnen ‘ademen’, maar in principe zijn we zeer gestructureerd binnen ons schrijfproces. Wel laten we het materiaal ‘rijpen’, door het meermaals op te nemen en het op verschillende manieren uit te voeren. Op die manier kan de muziek groeien. Dat is één van de redenen dat de nummers ongedwongen aanvoelen. Als je maar lang genoeg met je composities speelt, gaan ze een eigen leven leiden.

Doordat jullie sound naast overduidelijke black metal-invloeden ook uitstapjes naar tal van andere genres zoals jazz, folk en ambient bevat, vroeg ik me af jullie bij het songschrijven vertrekken vanuit een black metal-basis om daarna te freestylen en te kijken waar jullie belanden of is het net andersom en vormen de eerder experimentele ideeën de kiemen voor jullie nummers?
We zijn black metal meer gaan gebruiken als een vertrekpunt. De extremiteit van het genre leent zich goed voor absurde experimenten.
Wel integreren we sinds “1: Gelige, traumatische zielsverrukking” ongebruikelijke genres in onze muziek. Dat houdt in dat we niet langer gebruikmaken van zogenaamde ‘uitstapjes’, maar de gehele compositie als een ‘uitstapje’ beschouwen. Dat zorgt voor een zekere onvoorspelbaarheid.

(c) Sven Signe den Hartogh

Invloeden van bands als Ved Buens Ende, Lugubrum en Dodheimsgard lijken me vanzelfsprekend. Welke andere artiesten inspireren jullie op muzikaal vlak nog?
Als band vinden we het moeilijk om te zeggen welke specifieke artiesten ons inspireren. Natuurlijk houden we wel van Ved Buens Ende, Dødheimsgard en Lugubrum, maar dat zijn geen bands die we in ons achterhoofd houden tijdens het schrijven. Sterker nog, we luisteren de laatste tijd weinig black metal. Tjebbe, die flamencogitaar studeert aan het conservatorium, luistert vrijwel exclusief naar flamenco en wereldmuziek. Bas luistert helemaal geen black metal, en dat heeft hij ook nooit gedaan.
Sinds we aan ons nieuwe materiaal werken, zijn we meer bezig met het puzzelen en zoeken naar verschillende genres en/of subgenres die specifieke aspecten van het concept versterken, dan dat we zoeken naar een bepaalde eenduidigheid. Het concept is bij ons het belangrijkst; de vorm volgt de inhoud. Als we voor een passage met jazz kiezen, is dat omdat jazz goed past bij het muzikale sfeerbeeld van het nachtleven van Parijs. Als we voor een stuk met black metal kiezen, zal dat zijn omdat we een bepaalde heftigheid of intensiteit op de luisteraar willen overbrengen. Natuurlijk putten we daarbij (al dan niet bewust) uit geluiden die we in het verleden hebben gehoord, maar we leggen nooit een directe link.

Als ik buiten het reviewen om naar muziek luister, kies ik de band of plaat steeds op basis van mijn gemoedstoestand op dat moment. Wanneer ik wil wegdromen zal dat bijvoorbeeld een postrockplaat zijn, om stoom af te laten eerder black metal, tijdens het sporten iets uptempo en op zondagochtend rustige of melancholische klanken. Jullie eclectische stijl kan ik moeilijk rijmen met een bepaald gevoel of gemoed, of het moet een eerder benevelde toestand zijn. In welke situatie komt jullie muziek volgens jullie het best tot zijn recht?
Onze muziek valt inderdaad niet gemakkelijk aan één specifieke gemoedstoestand te koppelen. Dat geeft ons echter de mogelijkheid om tussen verschillende, dikwijls contrasterende gemoedstoestanden te balanceren en erachter te komen hoe zij elkaar beïnvloeden: wat gebeurt er als je van de nachtelijke luchtigheid van het Parijse nachtleven afdaalt in erotische nachtmerries? Hoe verandert onschuldige liefde in ziekelijke lust? Onze muziek bestaat uit allemaal stemmen, die dwars door elkaar heen lijken te tetteren, maar de luisteraar continu prikkelen en uitdagen om te ondervinden welke emoties bij hem of haar worden gevoeld.
Het is goed om onze muziek de eerste paar keren met volledige aandacht te luisteren. Later, als de ideeën wat hebben kunnen bezinken, ontstaat er ook ruimte om het in een wat meer casual setting te luisteren. Misschien zelfs om eens een nachtelijke wandeling te maken door de binnenstad van Parijs, Toledo of Utrecht, en te kijken hoe de muziek binnen die setting tot zijn recht komt.

Jullie zijn momenteel aan jullie tweede – nog titelloze – plaat aan het werken die conceptueel gezien gebaseerd zal zijn op het verhaal “De protodood in zwarte haren” dat jij schreef. Aangezien de grote omvang van dit project besloten jullie om demoversies op te nemen en uit te brengen van verschillende delen van het album. In 2017 verscheen de eerste demo “1: Gelige, traumatische zielsverrukking” via The Throat en nu is er dus de tweede demo “2: De bezwijkende deugd” die via Tartarus Records verschijnt. Hoeveel demo’s zijn jullie zo van plan uit te brengen en wanneer denk je de langspeler te kunnen uitbrengen?
De plannen zijn de afgelopen tijd veranderd. Tjebbe zal vanaf september een jaar in Zuid-Spanje doorbrengen, om daar aan zijn flamenco-carrière te werken. We hebben er daarom voor gekozen om nu twee demo’s uit te brengen. Het materiaal op die demo’s zal de basis vormen voor een full-length. Als Tjebbe terug is uit Spanje, maken we nóg twee demo’s en een full-length.
We zijn van plan om die eerste full-length vóór september af te ronden. Waar en wanneer het album uitkomt, weten we nog niet.

Deze werkwijze van demo’s laat toe te kunnen experimenteren met arrangementen, composities, stemmen en opnametechnieken. Wil dat zeggen dat het goed mogelijk is dat bepaalde nummers uiteindelijk in een compleet andere vorm op het album zullen belanden?
Absoluut. Veel van de nummers die nu op de demo’s staan, zullen op een compleet andere wijze worden opgenomen en uitgevoerd op de full-length. Sommige nummers worden zelfs al tijdens het repeteren voor een optreden aangepast.

Houden jullie dan ook rekening met de kritische feedback van reviews en fans van jullie muziek om bij te sturen waar nodig?
Wij luisteren naar fans en recensenten, maar tot op zekere hoogte. Het belangrijkste is dat we het concept zo puur mogelijk uiten. Als mensen kritiek hebben op bepaalde elementen van de muziek, luisteren wij onze eigen opnames terug. Als we het met ze eens zijn, passen we ze aan. Zo niet, laten we het zo.

(c) Sven Signe den Hartogh

Gaat de uiteindelijke plaat net zoals jullie anderhalfuur durende debuut “Waerachtighe beschryvinghe van drie seylagien, ter wereld noyt ghehoort” ook zo groots uitpakken?
Dit is een ambitieuzer project dan “Waerachtighe beschryvinghe…“. Het is echter wel zo dat we, zoals hierboven te lezen is, het verhaal in tweeën delen.

Denken jullie dat er in deze moderne tijden van streaming en attention deficit disorder nog ruimte is voor zulke ambitieuze platen?
Mensen zijn selectiever geworden met hun aandacht. Dat betekent voor ons dat het belangrijk is dat wij onze concepten zo efficiënt mogelijk overbrengen. Onze website www.grey-aura.com is onderdeel van dat idee. Daar gevenwe beknopte beschrijvingen van al onze albums, een biografie en uitleg over “De protodood in zwarte haren”.
Als iemand eenmaal interesse heeft in ons werk, heeft diegene de ruimte om zich te verdiepen en er een verbinding mee aan te gaan die bij veel andere artiesten niet te vinden is. Dat is iets wat wij koesteren.

Waar gaat het verhaal van “De protodood in zwarte haren” over en hoe is de idee voor dit verhaal ontstaan?
“De protodood in zwarte haren” is een roman waar ik van 2014 tot 2018 aan heb gewerkt. Het is een boek over een Spaans-Nederlandse kunstenaar, Pedro, die geobsedeerd is door abstracte kunst. Zijn obsessie resulteert in een poging om het leven in zijn geheel te abstraheren; om afstand te doen van het fysieke, het tastbare en op te gaan in het onbekende.
Het verhaal ontstond toen ik zelf in aanraking kwam met abstracte kunst. Sinds mijn vroege jeugd heb ik last gehad van paniekaanvallen, OCD (obsessieve-compulsieve stoornis, nvdr) en derealisatie. Abstracte kunst was voor mij een manier om veel van die klachten beter te duiden, te begrijpen en te verkennen op artistiek gebied. Dat gaf het schrijven van “De protodood in zwarte haren” echter een enigszins confronterend randje.
Tijdens het schrijven heb ik veel last gehad van angstaanvallen en nachtmerries. Ik begon mij te vereenzelvigen met de protagonist van het verhaal. Mede daardoor heb ik het ingelijste “Zwarte vierkant (een kunstwerk van Kazimir Malevitsj) dat altijd boven mijn bed hing, een tijdlang in de kamer van een huisgenoot moeten onderbrengen. Om die angst te overwinnen, heb ik het vierkant groot op mijn buik laten tatoeëren. Het werk hangt inmiddels weer boven mijn bed.

Waarom past jullie experimentele muziek zo goed bij dit verhaal?
“De protodood in zwarte haren” is een verhaal over subtiele, onderhuidse waanzin. Het gevaar ligt niet aan de oppervlakte, maar stroomt er gestadig onder. Het bereikt zijn climax aan het einde; het effect wordt pas ná het lezen van het boek echt voelbaar.
De muziek van Grey Aura past perfect bij de roman, omdat het complementair werkt. Emoties die je op literair gebied niet kunt uiten, kun je zeer succesvol overbrengen middels muziek. Tevens geeft de roman luisteraars van de muziek de mogelijkheid om zich te verdiepen in het concept.
Het maken van sfeervolle muziek is altijd één van de belangrijkste onderdelen van de band geweest. De roman bevat een groot aantal sfeerbeschrijvingen en vormt daardoor een goede basis voor een album.

Het eerste deel van de roman speelt zich af in Andalusië in Spanje. Het droge en desolate klimaat van Zuid-Spanje vertaalden jullie op de eerste demo “1: Gelige, traumatische zielsverrukking” middels het gebruik van flamencogitaren, zuiderse ritmes en koperblazers. Als ik het goed voor heb, werden hiervoor buitenstaanders ingeschakeld. Hoe vertalen deze songs zich dan naar het podium?
De flamencogitaren op “1: Gelige, traumatische zielsverrukking” zijn geschreven en ingespeeld door Tjebbe. We hebben Falu de Cádiz, één van de vijf flamencozangers van Nederland, gevraagd om een Martinete voor ons te zingen voor het intro. Menno de Groot, een vriend van de band, heeft trombone gespeeld.
Live worden de nummers op een andere manier uitgevoerd: sommige composities worden samengevoegd, andere worden niet gespeeld. Wel geeft een live-setting ons meer ruimte om te experimenteren met dynamiek en expressie.

2: De bezwijkende deugd” speelt zich af in Parijs. Het nachtleven en artistieke karakter van die stad vertaalt zich onder andere in jazzy uitstapjes. Ben je de sfeer ook daadwerkelijk in Andalusië en Parijs gaan opsnuiven ter voorbereiding en uitwerking van het verhaal en de muziek?
Ja. Alle bandleden zijn meermaals in Parijs geweest. Tjebbe brengt regelmatig zomers door in Andalusië; ik heb delen van “De protodood in zwarte haren” in Toledo geschreven. De kathedraal in die stad is een essentieel onderdeel van de roman. Ik verbleef in een hotel en ben dagelijks naar de kathedraal gegaan om daar aantekeningen te maken en routes voor personages uit te stippelen. Vervolgens ging ik terug naar mijn hotelkamer, om daar aan het boek te werken.

Wist je van meet af aan dat je ook een muzikale variant van het verhaal zou gaan maken of is dit idee pas later ontstaan?
Het is altijd al de bedoeling geweest om een album en een boek te schrijven die op elkaar aansluiten en elkaar aanvullen. Hoe dat in de praktijk zou uitpakken, is iets waar we gaandeweg achter moesten komen. Soms was dat moeilijk, maar over het algemeen was het een vrij soepel proces.

(c) Sven Signe den Hartogh

Wat is je favoriete tekstregel uit het verhaal en waarom?
Dat is een erg moeilijke vraag, maar ik zal hem proberen te beantwoorden.: “Dronken bedreef hij die nacht de liefde met de door zijn geest geknede contouren van haar lichaam.”
Het boek gaat over het afstand nemen van het fysieke. Het is het verhaal van een kunstenaar die op artistiek, persoonlijk en romantisch gebied vervreemd raakt van de realiteit. Hij streeft naar een bepaalde perfectie die haaks staat op de werkelijkheid. Deze zin is daar een goede aanduiding van.
Binnen de muziek is dit abstracte idealisme ook een centraal thema:
‘De muze daalt neer
Over het bewustzijn
Spreidt haar vleugels
Belichaamt het afstandelijke ideaal
Altijd binnen handbereik
Altijd op afstand
En ze blijft perfect
Omdat ze niets meer is
Omdat ze er niet meer is
Omdat ze niets is
En hij blijft geketend
Blijft geketend
Tot hij niets meer is
Niets meer is
Niet meer is’

Inspiratie voor “De protodood in zwarte haren” haalde je bij Kazimir Malevitsj, Wasilly Kandinsky, Arthur Rimbaud, Gustave Flaubert en Georges Bataille. Nu zijn er wel meer belezen muzikanten in het metal-wereldje die albums baseren op literaire werken en écht werk maken van hun teksten of een heus concept in tegenstelling tot vele pop, R&B, rap en house-artiesten. Heb jij hier een verklaring voor?
Ik vind het moeilijk om voor andere bands te spreken, maar het zal te maken hebben met het feit dat (black) metal altijd al muziek voor buitenbeentjes is geweest. Het trekt vreemde mensen aan, die in veel gevallen geen connectie voelen met wat men ‘mainstream’ noemt. Dat kan verschillende oorzaken hebben.
Buitenbeentjes zijn vaak geïnteresseerd in ongebruikelijke onderwerpen. Ze zijn op zoek naar zingeving, omdat zij dat in andere aspecten van hun leven niet kunnen vinden. Tenslotte zal de muziek voor een hoop mensen simpelweg escapisme zijn.

Jullie muziek komt me soms wel nogal fragmentarisch over. Dit gemis aan flow en samenhang verminderde wel toen ik op jullie website over de omkadering voor de muziek en de achtergrond van het verhaal las en sommige muziekflarden dus beter kon plaatsen. Is het verhaal lezen een absolute must om de muzikale vertaling ten volle te kunnen volgen? 
Het fragmentarische van onze muziek is een bewuste keuze. Het is de bedoeling dat er naar een samenhang wordt gezocht, in plaats van dat deze bij de eerste luisterbeurt al duidelijk is. Het lezen van het boek is niet essentieel, maar het zal een hoop aspecten van de muziek duidelijker maken. Het zorgt voor een diepere relatie met de demo’s en het album.

Ik kan me inbeelden dat jullie muziek geen spek voor ieders bek is. Hoe gaan jullie om met criticasters of black metal-puristen die jullie als arty farty of hipsterige interessantdoenerij omschrijven?
Ooit riep iemand na een optreden heel hard “Dit is wat je krijgt als je teveel boeken leest!”, waarna hij boos de zaal uit liep. Afgezien van die persoon, heb ik nooit iemand iets horen zeggen over onze integriteit.
Ik denk dat mensen die ons kennen weten dat wij onze muziek erg serieus nemen. Als we arty farty wilden zijn, hadden we wel voor een makkelijkere optie gekozen. Deze muziek kost ons teveel tijd en moeite om een gimmick te zijn.

Ik heb jullie nog niet live aan het werk gezien hoewel ik regelmatig concertjes meepik in Nederland. Wat mag ik verwachten van een live performance van Grey Aura?
Onze optredens zijn zo intens mogelijk. Het zijn momenten waarop de energie die zich gedurende het schrijf- en repetitieproces heeft opgebouwd culmineert in een artistiek en emotioneel hoogtepunt. Indien mogelijk combineren wij onze muziek met performance art.
In het verleden hebben we opgetreden zonder licht (of alleen met stroboscoop) en hebben we een danser in een blauwe danszak op het podium gelegd, met zijn hoofd naast de basdrum. Halverwege de set stond de danser op en bewoog hij op de muziek, wanneer hij ging liggen en de rest van de set volledig bewegingloos bleef, als een pop.
Ook maken we live veel gebruik van percussie. Onze vriend Thomas Knopper, die ook al het artwork voor “Waerachtighe beschryvinghe…” heeft gedaan, speelt dan op een vergiet op een statief en een grote floortom.
Ik heb als zanger vaak een tijdlang moeite met slapen nadat ik heb opgetreden, omdat het materiaal soms angstaanvallen en dwanggedachten bij mij oproept. Op de lange termijn is dat een goed iets, een soort exposure therapy, maar op het moment zelf is het vooral zwaar. Vroeger gebruikte ik nog wel eens kalmerende medicijnen voor het optreden, maar daar ben ik inmiddels mee gestopt.

Zijn er shows in België gepland ter ondersteuning van de uitgave van “De bezwijkende deugd”?
Nee, maar we zouden erg graag in België optreden. Als iemand een geschikte locatie heeft, horen wij dat graag.

Op zondag 13 april zal je samen met leden van Laster, Witte Wieven, Turia, Fluisteraars, Verwoed, Terzij de Horde en Project Nefast te zien en horen zijn onder de noemer Maalstroom, één van de drie commisionned pieces die geschreven werden voor Roadburn. De verwachtingen bij ondergetekende zijn torenhoog gespannen. Wat mogen we verwachten?
Verwacht veel. Het is een ambitieus project; alle muzikanten zijn erg betrokken geweest bij het schrijfproces. Het wordt een uniek optreden, vol interessante, intense muziek. Ik kijk er ontzettend naar uit.

Wij ook!

Wrang – Een schop in het kruis van de moderne black metal-scene

De Utrechtse black metal-scene is met bands als Laster, Verwoed, Terzij de Horde, Grey Aura en Grafjammer springlevend. Voeg aan dit rijtje gerust ook Wrang toe. Het trio wist bij ondergetekende te imponeren met haar debuut “Domstad swart metael“, een heus statement tegen sommige moderne ontwikkelingen in het black metal-wereldje. Zanger/gitarist Galgenvot en drummer Valr werden gecontacteerd om hier verdere tekst en uitleg bij te voorzien (JOKKE)

Ave! Wrang bestaat nu zo’n kleine zes jaar. Tevreden over wat de band in die tijd allemaal gepresteerd heeft?
Valr: Dag! Laat ik sowieso beginnen met zeggen dat we het erg waarderen dat jullie een interview met ons willen doen! Dan terug naar de vraag: het klopt dat Wrang al sinds 2013 bestaat. Maar we zijn pas serieus in actie gekomen in 2015. Ik ben altijd tevreden over elke stap voorwaarts die we zetten. Of dat nu iets kleins is of het uitbrengen van een album. Maar, het mag altijd meer, groter en beter.
Galgenvot: Ik sluit me daar wel bij aan. Ik ben tevreden in die zin dat het meeste van wat we beoogden gelukt is en we vanaf het begin degelijke shows hebben gespeeld. Echter zijn we wel ambitieus en zou ik verder voor mezelf zeggen dat ik altijd méér uit de releases en muziek wil halen. Ik ben best perfectionistisch ingesteld, en op die manier blijf ik na afloop van iedere plaat dingen horen die ik beter had willen doen, of anders. We moeten in ieder geval bergopwaarts blijven gaan, zowel wat betreft onze releases als onze live optredens.

Alle leden klussen nog bij in tal van andere bands zoals Grafjammer, Iron Harvest, Weltschmerz, Wesenwille, Nevel en Verwoed. Vanwaar dan de drang om Wrang nog op te richten?
Galgenvot: Het klopt dat we allemaal de nodige nevenactiviteiten hebben rond Wrang. Echter kan ik voor mezelf zeggen dat Wrang de prioriteit heeft t.o.v. de andere projecten waar ik actief in ben. Ik ben/was slechts een verkapt sessielid voor een aanzienlijk deel van de bands waar ik actief in ben, dus de behoefte om iets te schrijven voor een band waar ik echt gewoon ‘mijn ding’ kon doen was groot. Eigenlijk ben ik er ook niet op uit om een miljoen projecten te hebben; ik focus me liever op een paar ‘hoofdbands’, maar het gebruikelijke sessiewerk doe ik graag. Ook hebben we met Wrang denk ik een gat opgevuld dat er nog lag in de Utrechtse metalscene. Veel van de black metal acts die de afgelopen jaren zijn opgekomen hangen meer in een wat – bot gezegd – verhipsterd en modern hoekje, maar er zijn eigenlijk weinig bands die nog een beetje ouderwets willen blazen met die gitaren, dus toen hebben wij maar besloten om dat op ons te nemen.
Valr: Het klopt dat we er nogal wat bands op nahouden. Ik denk dat ik wel de kroon span, maar er zijn ook gewoon te weinig drummers. En ik kan geen neen zeggen. Maar niet alle bands zijn tegelijk actief en in sommige (Verwoed en Glorior Belli) speel ik alleen live mee. Iron Harvest is ook alleen maar sporadisch actief. Wat betreft de urgentie om Wrang op te richten is het eigenlijk simpel. Zoals gezegd: Galgenvot en ikzelf misten een band in Utrecht die nog écht primitieve black metal speelde. En het leek ons heel tof om samen te werken. Daarop hebben we bassist Eitr erbij gehaald en toen was het snel beklonken. Uiteindelijk zijn we muzikaal wel een beetje afgedwaald van het oorspronkelijke idee maar daar heb ik (en ik denk wij allemaal) helemaal geen probleem mee.

De kern van de band bestaat uit Eitr (basgitaar), Galgenvot (zang en gitaar) en Valr (drums). Voor live-optredens doen jullie echter ook beroep op de gitaristen Mercur en Vuygh. Geen zin om hen voltijds mee aan boord te hijsen?
Valr: Hoewel zowel Mercur als Vuygh erg goede vrienden zijn, houden we de band momenteel bewust een trio. Met elk bandlid dat je toevoegt, haal je een een extra mening binnen, wat een schrijfproces significant moeizamer maakt. Daarnaast werkt het nu ook goed op deze manier. Mochten we ooit artistiek vastlopen, kan ik me voorstellen dat dat de zaken verandert. Maar voor nu is het prima zo. Ik zou ook niet weten of zij erop zitten te wachten om vast in Wrang te komen spelen. Daarnaast hebben ook zij genoeg andere bands. Ga die vooral eens beluisteren!

(c) Michiel de Wilde

Jullie eerste langspeler is getiteld “Domstad swart metael”, een omschrijving die een link bevat naar jullie thuisstad Utrecht en diens bekende domkerk en een knipoog is naar de manier waarop veel Scandinavische bands hun stijl omschrijven. Denk maar aan Taake’s “Hellnorsk svart metal” en diens “Bjoergvin…” plaat die een verwijzing is naar hun thuishaven Bergen. Hoe belangrijk is Utrecht voor Wrang? Zouden jullie anders geklonken hebben indien jullie pakweg uit Groningen of Eindhoven afkomstig zouden zijn?
Galgenvot: Utrecht is mijn thuis; ik kan uren door de oude smalle straten dwalen en genieten van de eeuwenoude gebouwen. Ik weet niet hoe anders we geklonken hadden, waren we uit een andere stad gekomen. Maar ik denk in ieder geval wel dat Utrecht ons op een manier heeft beïnvloed dat we met deze plaat een statement wilden maken. Jarenlang heeft de focus wat NLBM betreft vaak gelegen op bands uit Gelderland of de noordelijke provincies en we wilden laten zien dat hier in het hart van Nederland Utrecht een plek verdient in de Nederlandse black metal ‘scene’. “Domstad swart metael” is in die zin een statement tegen de moderne, ‘eclectische’ black metal en tegelijkertijd het afbakenen van een eigen plek in de scene. Wat dat betreft heeft de titel een ietwat ironisch karakter.
Valr: Utrecht speelt inderdaad een grote rol in ons leven. Grotendeels wonen we er, we repeteren er en het is een mooie stad. Eerlijk gezegd denk ik niet dat het ons geluid enorm beïnvloedt. Wat dat betreft staat de thematiek los van de muziek. Maar zoals Galgenvot al zei: de stad inspireert ons wel!

Het gros van de black metal-bands heeft het niet zo op geloof begrepen. Centraal in het wapenschild op jullie hoes staat echter de bekende gotische Domkerk van Utrecht, tevens de hoogste kerktoren van Nederland. Is er een (anti-)religieus statement aan deze keuze verbonden of fascineert het gebouw jullie eerder vanuit historisch of architecturaal standpunt?
Valr: De Domtoren is hét symbool van onze stad. Als je vanaf de snelweg aan komt rijden, zie je hem al van kilometers ver staan. En dan weet je: ik ben thuis. Iets met als thema Utrecht doen en dan niet de Dom vermelden of tonen zou gewoonweg niet kunnen. Verder is het ook een mooie toren, maar dat is mijn subjectieve mening. Leuk detail is wel dat de toren los staat van de kerk. De kerk is een paar honderd jaar geleden omgewaaid.

Met bands als Laster, Verwoed, Terzij De Horde, Grey Aura, Verval en Kaffaljidhma hebben jullie een erg sterke lokale scene. Hoe is de verstandhouding met de andere bands? Heerst er een zekere competitiviteit of steunen alle bands mekaar waar mogelijk?
Galgenvot: De scene floreert momenteel inderdaad met vele actieve jonge bands, hoewel er niet echt sprake is van een échte ‘scene’ zijnde één collectief aan bands. Uiteraard kennen de bands elkaar onderling allemaal wel en zijn de gemoederen in veel gevallen goed, maar uiteindelijk is iedere band wel echt met zichzelf bezig en wil iedere band op zijn eigen manier bovenaan staan. Het zijn eigenlijk allemaal bands die hun plek willen opeisen, individuen die elkaar tegenkomen maar langs elkaar leven en op zichzelf gefocust zijn. Verder is Wrang samen met een band als Grafjammer ook wel één van de weinigen in deze contreien die wat meer teruggrijpt naar black metal uit de jaren ‘90, en zijn we wat dat betreft een vreemde eend in de bijt te midden van alle bands en projecten die zich juist proberen los te maken van de meer conservatieve black metal.
Valr: De scene is inderdaad erg actief. Al is het wel zo dat veel bands oneerbiedig gezegd in het straatje “hipster black” geplaatst kunnen worden. Daardoor staan we er muzikaal met Wrang wel een beetje buiten zoals Galgenvot al zegt. Muzikaal voelen we meer verwantschap met een band als Grafjammer. Zij spelen nog onvervalste black metal/black ‘n roll zoals bijvoorbeeld Carpathian Forest dat ook doet. Misschien niet zo origineel als sommige stadsgenoten maar wel een stuk ‘echter’. Verder komen we elkaar constant tegen omdat er maar één serieuze repetitieruimte is. Bij mijn weten heeft niemand problemen met elkaar. Maar van onvoorwaardelijke steun is ook geen sprake. Echter, de sfeer is goed.

Enkele van deze bands houden er net als jullie een vrij eigen kijk op het black metal-genre op na. Waar komt die creatieve en experimentele drang vandaan?
Galgenvot: We zien onszelf geenszins als een experimentele band, de focus ligt bij ons echt op het maken van een goede pot black metal zonder teveel gedoe. Daar komt vanuit onze achtergrond best wel het één en ander aan invloeden bij kijken, maar het eventuele ‘experimentele’ karakter van Wrang is eerder een bijkomstigheid in plaats van dat we heel krampachtig proberen te experimenteren of ‘vernieuwend’ te zijn. We doen wat goed voelt voor ons, de rest is arbitrair.
Valr: Ik wil nogmaals vooropstellen dat wij onszelf helemaal niet zien als een experimentele band. Dit is gewoon de muziek die je krijgt als wij met z’n drieën spelen. Je hoort denk ik gewoon terug wat wij graag luisteren: veel black metal en af en toe (vooral na een paar biertjes) heavy metal à la WASP. Ik weet dat andere bands uit Utrecht wel heel bewust op zoek zijn naar experimentele klanken en ideeën. Dat geldt voor ons helemaal niet.

Domstad swart metael” ziet het levenslicht via Tour de Garde, een label dat zich normaal gezien toespitst op heel obscure lo-fi, ambient- en kelderblack. Hoe is de samenwerking met dit Canadese label tot stand gekomen?
Valr: Vuygh (onze live gitarist) speelt ook in Verval. Zij hebben vorig jaar via Tour de Garde een plaat uitgebracht. Vuygh heeft ons vervolgens gekoppeld omdat hij vermoede dat Wrang wel goed bij het label zou passen. Wij waren op onze beurt erg te spreken over de mindset van Tour de Garde. En gelukkig was JP Tremblay enthousiast over onze plaat en wilde hij zich eraan wagen het album op digi-pack uit te brengen. Ondanks dat hij ook nog eens primair een tape-label is.

Op de website van Tour de Garde staat te lezen jullie debuut een ode is aan de hoogdagen van Misanthropy Records met releases van Ved Buens Ende, Monumentum en In the Woods. Is dit louter een label promopraatje of zijn jullie inderdaad verlekkerd op deze experimentele bands?
Galgenvot: Ved Buens Ende is de enige band van dat rijtje bands die me echt iets zegt. Ik denk dat de referentie gedeeltelijk wel te begrijpen is, maar het zou voor mij toch teveel gezegd zijn om deze bands als directe invloeden te benoemen.
Valr: Dit is duidelijk een label praatje haha. Maar dat is niet zo negatief bedoeld als ik het nu zeg. Ik snap wel dat hij die bands noemt als referentie. Ondanks dat ik zelf niet veel naar die groepen luister.

Jullie hebt waarschijnlijk ook opgevangen dat Ved Buens Ende onlangs terug het podium is opgekropen. Hoop je net als ik op nieuw plaatwerk of denk je dat dat na al die jaren enkel maar kan tegenvallen?
Galgenvot: Ik heb het verhaal van Ved Buens Ende niet echt meegekregen eigenlijk, ik houd me meestal niet zo bezig met de laatste nieuwtjes in de muziekwereld. Betreffende de band Ved Buens Ende kan je zeker spreken over goed muzikantschap en interessante composities, maar of ze ‘het’ nog steeds hebben, moeten ze maar bewijzen als de tijd daar is. Hun laatste plaat is tenslotte al zo lang geleden uitgebracht. De rest blijft toch slechts speculatief en heel soms weten mensen je toch nog te verbazen. Dus enfin, we gaan het zien.
Valr: Ik ben neutraal. Een band verandert altijd omdat je als mens ook verandert. Dus ik acht de kans dat ze precies zo klinken als vroeger nihil. Maar dat sluit niet uit dat het goed kan zijn.

(c) S. Remmelzwaal

De openende titeltrack is meteen ook de meest experimentele track van de plaat. Daarna bleef ik een heel klein beetje op mijn honger zitten qua experimenteerdrang. Hoe zien jullie de Wrang-sound evolueren naar de volgende plaat toe?
Galgenvot: Ik zou vooral zeggen dat alles ‘beter’ moet worden. Dus een betere productie (niet per sé meer high-end), betere composities, en daarmee dan misschien ook een plaat die over de gehele linie wat stabieler is betreffende de sound tussen nummers onderling. Het materiaal dat we nu voor een volgende plaat hebben liggen, lijkt in mijn opinie een logische voortzetting van wat er gebeurt op “Domstad swart metael“. Dus de hardere stukken worden harder, de atmosferische stukken meer atmosferisch, etc. Verder durf ik er voor nu niet teveel over te zeggen, we willen nog wel eens impulsieve ideeën krijgen.
Valr: We hebben nu ongeveer een uur aan ruw materiaal voor de volgende plaat. Zoals gezegd doen wij die “experimenten” niet heel bewust. Maar zoals het er nu uitziet zijn de songs misschien iets harder over de hele linie. Het kan alleen zomaar weer veranderen, soms kunnen we zoals Galgenvot al zegt best impulsief zijn haha. Als ik voor mezelf spreek zou ik de volgende plaat graag wat strakker inspelen.

Hoewel vele songs vrij eclectisch van opzet zijn, bevatten ze ongeforceerde overgangen en een goede flow. Komt een Wrang-nummer organisch in het repetitiehok tot stand of worden de nummers volledig thuis gecomponeerd en uitgeschreven?
Galgenvot: Het overgrote deel van de muziek schrijf ik thuis en wordt dan later naar de repetitieruimte meegenomen. Daar nemen we dan eventueel nog beslissingen over details en aanpassingen. In de eerste instantie repeteren we deze nummers met z’n drieën. Wanneer de nummers staan, brengen we ze over op onze sessieleden.

Weldra verschijnt via Worship The Goat nog een split met Grafjammer, een andere black metal band uit jullie thuisstad. Wat mogen we van deze split verwachten?
G: Een schop in het kruis van de moderne black metal-scene!
Valr: Dat is een project waar ik heel enthousiast over ben! We hadden voor ogen dat het echt een co-productie moest worden. Niet gewoon twee bands die een track opsturen. De titels van de nummers zijn samen ook de titel van de split: “Koude gracht, gramme werf”. Wij hebben de “Gramme werf“- kant. De thematiek van de nummers is, wederom, Utrecht. Met name de legenden rondom de Oude Gracht en de bijbehorende werfkelders. We hebben het artwork laten maken door Warhead Art uit Oekraïne en we zijn heel blij met het resultaat. Het wordt echt een mooi product. We hebben ook een gezamenlijke bandfoto gemaakt, om ook aan te geven dat het een groepsproduct is. Tot slot is het ook leuk om te melden dat beide nummers met de hele band tegelijk zijn ingespeeld. Het klinkt dus ook echt een beetje live. Dat vind ik zelf erg leuk.

Zijn er plannen om “Domstad swart metael” ook in Belgische contreien te komen voorstellen?
Valr: Er zijn altijd plannen, maar helaas hebben we nog niks bevestigd. We hebben al een keer in Mechelen gespeeld, dat was erg leuk. Zelf denk ik dat Wrang echt een band is die live een stuk beter tot z’n recht komt dan op plaat. We komen dat graag demonstreren, dus bij dezen meteen een oproep aan alle promotors: Boek ons! haha

Blodhemn – Pusht zichzelf in het schrijven van destructieve muziek

Het uit Bergen afkomstige Blodhemn groeit album na album in haar rol als leverancier van oerdegelijke melodieuze Noorse black met thrashy insteek met het recent verschenen “Mot ein evig ruin” als voorlopig hoogtepunt. De band is het geesteskind van Invisus die verder ook in zijn eentje het reilen en zeilen van Blodhemn op zijn schouders neemt. Ik trok de Noor aan zijn mouw voor een korte babbel. (JOKKE)

Ik vroeg me af of de bandnaam geïnspireerd is op Enslaved’s “Blodhemn“-plaat uit 1998?
Je bent niet de eerste die die foute assumptie maakt. Door mijn interesse in de Vikingen stuitte ik op het Noorse woord dat “bloedwraak” betekent. Ik vond de term perfect passen bij de agressieve en haatvolle band die ik wou oprichten.

Er ligt een gapend gat van vijf jaar tussen “Mot ein evig ruin” en voorganger “H7”. Was de nieuwe plaat moeilijker te schrijven dan de oude platen?
Dat zou ik nu niet meteen zeggen, het creatieproces verliep min of meer hetzelfde als in het verleden. Het opnameproces duurde vooral langer met als voornaamste oorzaak dat ik het grootste deel van de opnames in mijn eigen home studio deed. Ik spendeerde heel wat tijd aan het experimenteren met het vinden van de juiste sound. De tijd die ik hierin stak zou me een fortuin gekost hebben in een andere studio!

Blodhemn is je soloproject waarbij je in een studio-omgeving alle instrumenten en zang voor je rekening neemt. Wat was het eerste instrument dat je leerde bespelen? Zie je jezelf eerder als een drummer, gitarist of bassist?
Ik startte mijn muzikale carrière begin de jaren 2000 als drummer. Ik beschouw mezelf ook in de eerste plaats als een slagwerker en ik haal ook het meeste plezier uit drummen.

Tijdens live optredens neem je echter de microfoon in de hand terwijl je je door sessiemuzikanten laat bijstaan. Was het van meet af aan duidelijk dat je in een live situatie de rol van zanger op jou zou nemen? Is het voor jou belangrijker de tekstuele boodschap te verkondigen in plaats van de muziek die je schreef?
Aangezien Blodhemn een one man band is, voelde het natuurlijk aan om als frontman op te treden. Ik heb ook een heel persoonlijke band met de teksten waardoor het vreemd zou aanvoelen om die door iemand anders te laten vertolken.

Doordat je het enige bandlid bent, heb je heel veel vrijheid en moet je geen compromissen sluiten. Het nadeel lijkt me wel dat er geen extern klankbord is om een tweede opinie te geven wat kan leiden tot verbeteringen van bijvoorbeeld de songstructuur. Of zie je dat eerder als de rol van de producer?
Je hebt volkomen gelijk in je analyse. Het zou soms praktischer zijn creatieve inbreng te krijgen van andere bandleden, maar uiteindelijk slaag ik er op mijn eentje ook goed in om interessante en goede nummers te schrijven. Ik heb nog nooit met een producer samengewerkt en verzorgde de productie steeds zelf waarbij ik soms wel beroep deed op recording engineers die me vooral bijstonden in de technische aspecten van het opnemen van een plaat.

(c) V. Meidell

Wat is de betekenis van de albumtitel? Loopt er een thematische rode draad doorheen de plaat? Je lijkt me niet voor de satanische, theologische of filosofische benadering van het genre te gaan, hoewel er twee omgekeerde kruisen in het bandlogo verweven zijn?
De titel kan vertaald worden als “naar de eeuwige ruïnes“. Er zit niet echt een diepere betekenis achter, behalve dan dat ik mezelf steeds verder push in het schrijven van destructieve muziek. Er is geen overkoepelend thema dat doorheen de teksten loopt, hoewel sommige nummers wel verder borduren op songs van de oudere platen. Ik hou ervan om referenties naar ouder materiaal in de nieuwe nummers te steken. Dat creëert meer diepte en draagt bij aan de conceptuele waarde van de muziek.
Naarmate ik ouder word, wil ik meer en meer weggaan van standaardthema’s zoals satanisme en wil ik me focussen op datgene waarover ik wel wil schrijven. Ik wil Blodhemn niet verder ontwikkelen als “just another black metal band“.

Waarom verruilde je Indie Recordings voor Soulseller Records?
Ik was nooit echt tevreden over Indie Recordings waarmee ik een deal had voor twee platen. Na afloop van de overeenkomst ging ik dus op zoek naar een nieuw label.

In 2014 tourde je samen met het legendarische Mayhem. Hoe verliep die tour? Ik kan me inbeelden dat het een droom was die uitkwam aangezien Mayhem een levende legende is met een grote rol in de ontwikkeling van Noorse black metal?
Die tour was een groot succes waar ik fantastische herinneringen aan over hou. We deden heel veel ervaring op en het was de ideale manier om onze toenmalige plaat “H7 te promoten en ons als band aan het publiek te presenteren. Het was tevens cool om Mayhem elke avond live aan het werk te zien en de mannen te leren kennen aangezien de band met het verstrijken van de jaren nóg legendarischer zal worden.

Zullen we Blodhemn in de Benelux te zien krijgen ter promotie van “Mot ein evig ruin”?
We hebben momenteel geen concrete plannen in die richting maar zullen we proberen een tour of twee op te zetten om de nieuwe plaat te ondersteunen.