interviews

Stilla – De wil om voorbij de grenzen van de menselijke perceptie te kijken

Het Zweedse Stilla bracht reeds drie langspelers uit die lieten horen dat de band de kneepjes van het Scandinavische black metal-ambacht goed onder de knie heeft, hoewel deze albums me nooit écht van mijn sokken bliezen zoals de klassiekers dat deden. Met het nagelnieuwe “Synviljor” komen de Zweden echter héél dicht in de buurt. De nostalgische zielen onder ons zullen dan ook heel wat plezier beleven aan de zeven nieuwe nummers die Stilla ons op haar nieuwe plaat voorschotelt. Ik besloot gitarist/keyboardspeler en songschrijver Pär eens aan de tand te voelen omtrent zijn band. (JOKKE)

Dag Pär. Eerst en vooral gefeliciteerd met jullie vierde album “Synviljor“. Als iemand me zou vragen of er recente platen zijn die perfect het geluid en het gevoel van jaren ’90 Scandinavische black metal doen herleven, zou ik absoluut jullie nieuwe langspeler aanbevelen. Kan je zelf enkele nieuwere releases aangeven die jou hetzelfde gevoel geven?
Dank u. De enige black metal-plaat in de aard van Stilla die dit jaar uitkwam en die ik écht de moeite vond is “Blant svarte graner” van Djevel. Ik luister niet zo heel veel naar nieuwe muziek eerlijk gezegd.

Maar er zijn toch nog wel enkele andere toppers uit 2018 die je ons kan aanraden, niet?
Tuurlijk. “Love in shadow” van Sumac, “Origins” van Our Solar System, “The will to burn” van Scraps of Tape, “Svedjeland” van Svederna, “The blue hour” van Suede, “I” van VoidEater, de self-titled plaat van Dagny I Forsen, “Natt o dag” van Me And My Kites en “Cenotaph obscure” van Obliteration. En ook de demo van Völva.

Na het herbeluisteren van de vorige Stilla-platen lijkt het alsof “Synviljor” minder folkelementen bevat en minder progressief van opzet is. Was het een bewuste keuze om een meer rechttoe-rechtaan (maar nog steeds niet easy listening) atmosferisch en symfonisch black metal-album te schrijven met meer nadruk op keyboards?
Neen, er was nooit enige intentie om iets in een nieuwe stijl of richting te schrijven. Stilla’s muziek ontstaat zoals het onbewust bedoeld is. Ik schrijf de skeletten van de nummers en daarna wijzigen sommige stukjes nog tijdens het inoefenen en opnemen. Misschien lijkt het alsof er meer keyboards aanwezig zijn doordat we nu een Roland RS-09 gebruikten in plaats van een mellotron, ik weet het niet.

Jullie voornaamste invloeden komen van bands zoals oude Ulver, Ved Buens Ende, oude Arcturus, oude Borknagar en Tulus. Deze zijn nog wel terug te horen in het openingsnummer “Frälsefrosten” dat tevens een mooi Wardruna-achtig einde heeft. De andere songs klinken qua riffs en atmosfeer echter meer als de oudste Satyricon-platen, oude Gehenna wat betreft de symfonische elementen en The Deathtrip op gebied van vocalen. Bovendien doet ook de sound van de drums en gitaren me erg denken aan de platen die in de Grieghallen Studios opgenomen werden. Hebben jullie nog steeds dezelfde invloeden als op jullie debuut en welke andere zaken inspireren je bij het schrijven van muziek?
Onze invloeden zijn niet echt gewijzigd doorheen de jaren. Ik blijf vastzitten in de jaren ’90 sound en wil dat ook niet veranderen. Ik hou echt van platen die een persoonlijke touch hebben en die klinken alsof ze in een kleine lokale studio opgenomen zijn en niet té perfect zijn. Ik probeerde één van de gitaren te mixen zoals op “Dark medieval times” maar aangezien ik geen idee had van het materiaal dat ze toen gebruikten, draaide dit anders, (maar nog steeds goed) uit. Het Satyricon-debuut is een perfecte plaat wat mij betreft, niet alleen qua sound maar bijna alle nummers benaderen ook de perfectie. Naast alle black metal die ik mijn leven geabsorbeerd heb, haal ik ook veel inspiratie uit de zogenaamde school van Berlijn met bands zoals Tangerine Dream. Deze band weet een gevoel van eenzaamheid en wereldvreemdheid op te wekken waar ik heel erg van hou. Verder put ik ook veel ideeën uit de natuur en oude boeken en films.

De Zweedse albumtitel “Synviljor” kan grofweg vertaald worden als een ‘optische illusie’, correct?
Niet helemaal, aangezien we de tweede ‘l’ in het woord ‘synvillor’ vervingen door een ‘j’. De bedoeling is echter wel de luisteraar enerzijds te doen nadenken over optische illusies maar anderzijds is er ook de betekenis van ‘de wil om iets te zien’: de wil om voorbij de grenzen van de menselijke perceptie te kijken.

Ik vind het artwork van H. Larsson van Solfjáll Design erg geslaagd aangezien het de koude, melancholische en sombere sfeer van jullie muziek perfect weet te vertalen in één beeld. Op de cover zien we een met sneeuw bedekt winterlandschap met een bos en een demonisch kijkend noorderlicht. Hoewel ik al enkele trips naar Noorwegen, Zweden en IJsland heb ondernomen, heb ik aurora borealis spijtig genoeg nog nooit in levende lijve mogen aanschouwen. Herinner jij je nog de eerste keer dat je het noorderlicht zag en welke gevoelens gingen er toen door jou heen?
Tuurlijk! Dat was op een oudejaarsavond in Lapland. Het was -30° C, er lag immens veel sneeuw en ik maakte een nachtelijke boswandeling. De lucht leek veel dieper te zijn dan enkel een soort van dak zoals het kan lijken wanneer je omgeven bent door artificieel licht. Het noorderlicht is iets dat je moet ondergaan en ervaren en valt niet echt in woorden te omschrijven.

Ik vind dat black metal die in de moedertaal gezongen wordt altijd echter en authentieker overkomt dan wanneer voor het Engels gekozen wordt. De uitspraak en klank van een woord zoals ‘mörk‘ bezorgt me elke keer opnieuw rillingen. Uit eigen ervaring weet ik dat wanneer je in je moedertaal schrijft je steeds de neiging hebt om bepaalde woorden te gebruiken die je cool vind klinken of die veel betekenissen kunnen hebben. Heb jij een favoriet Zweeds woord dat je veel gebruikt tijdens het schrijven van teksten?
Ik gebruik regelmatig het woord ‘skugga‘ wat ‘schaduw’ betekent. Ik hou van de betekenis van een schaduw zowel op de Jungiaanse manier waarin die slaat op het deel van het onbewuste, bestaande uit verdrongen zwakheden, tekortkomingen en instincten, maar ook op diens concrete betekenis van een plaats waar geen zon komt en van wat zich daar allemaal afspeelt.

Wat is je favoriete tekstregel op de nieuwe plaat?
Dat is ongetwijfeld onderstaande:
“Han som alltid skall blåsa I hornet
Alltid på fel ställe och alltid falskt det tjuta
Han som Gud har gett upp”

“He who will always blow the horn
always in the wrong place and always out of tune
He who God abandoned”

De tekstregel komt uit het nummer “Den kusligaste av gäster” (“The most eerie guest“) en beschrijft simpel gezegd het gevoel waarbij je beseft dat je slechts een bezoeker bent in deze wereld.

Driekwart van de Stilla line-up speelt ook in de experimentele black metal-band Bergraven die in 2002 werd opgericht. Stilla ontstond pas later in 2011. Waren er verlangens of wensen die Bergraven niet kon invullen/vervullen?
Neen, ik zou eerder zeggen dat Stilla werd opgericht als focus op slechts één of enkele elementen uit de Bergraven-sound in plaats van een volledige vrijheid qua stijl of gemoedstoestand. Stilla draait om wat ik vind dat er mankeert in de huidige black metal-scene en de manier waarop ik ertoe kan bijdragen. Bergraven is een compleet ander verhaal, maar overlapt soms wel met wat ik met Stilla doe.

Jullie werkten van in het begin samen met Nordvis Produktion wat logisch is aangezien labeleigenaar Andreas Petterson jullie zanger is. Zouden jullie ook met het label willen werken indien Andreas geen deel van Stilla uitmaakte?
Ja! Ik ken hem al zo lang dat ik me amper kan voorstellen dat ik hem nu een demo zou moeten opsturen. Hij heeft al fantastische dingen gedaan sinds hij het label oprichtte en voor Stilla is het een enorm voordeel te kunnen doen wat we zelf willen.

Stilla ziet me er een band uit die erg oprecht omgaat met alles wat ze doet en niets te maken heeft met de typische black metal-clichés zoals pinnenbanden, lederen pakjes en de satanische aanpak van het genre. Dit in tegenstelling tot een band als Armagedda waar jullie zanger Andreas Petterson deel van uitmaakte. Hoewel black metal deels gaat over persoonlijke vrijheid en het bewandelen van je eigen pad, kan een deel van de scene gerust als purist beschouwd worden op vlak van visualisatie, sound, looks en de thematiek. Wat is jouw mening over de hedendaagse orthodoxe/occulte stroming die enorm populair is?
Ik wil hier niet dieper op ingaan aangezien ik niet denk dat mijn mening van belang is voor iemand anders. Ik ben zelfs niet zeker of ik hier wel een mening over heb. Iedereen wil andere dingen en ik denk niet veel na over de keuzes of voorkeur van anderen. Het enige wat ik hierover wil zeggen is dat ik het spijtig vind hoe sommige bands hun focus en richting gaandeweg veranderd hebben, hoewel dat dus hun volste recht is.

De bandleden leven ver verspreid over Zweden waardoor het me niet evident lijkt om samen te komen voor repetities of concerten. Is er een moment in het creatieve proces waarop jullie alle vier in dezelfde ruimte aanwezig zijn? Mis je nooit een écht bandgevoel dat ontstaat door regelmatig samen te komen?
De laatste keer dat we allemaal tezamen waren was tijdens de opnames van “Synviljor“. We verbleven tien dagen in een hut in de bossen om te repeteren en op te nemen. De geest van Stilla zit ‘m in de platen en we zijn niet in de mogelijkheid om frequenter samen te komen. We spelen allemaal in andere bands die onze behoefte om te repeteren en op te treden vervullen.

Welke vraag zou je zelf aan Stilla willen stellen als je een fan zou zijn in plaats van een bandlid?
Ik zou willen weten waarom Stilla geen twee albums per jaar uitbrengt maar het eenvoudige antwoord is tijdsgebrek.

Avast – Een freakshow aan muzikale voorkeuren

Bij Noorwegen denkt de extreme muziekfan natuurlijk meteen aan black metal en alle clichés die erbij horen. Er zijn echter ook bands die met het genre aan de slag gaan zonder dat er corpsepaint, kogelriemen, pinnenbanden, zwarte lederen broeken en Kiss-boots aan te pas komen. Avast uit Stavanger is zo’n band. Ook op goedkope duivelsaanbidding of occulte grootspraak zal je deze Noren niet kunnen betrappen. Hoe kijken de bandleden dan tegen black metal aan? We hadden een gesprek met Hans Olaf Myrvang (zang en bas) en Trond (gitaar). (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

(c) Katharina Ueland

Laten we met een clichévraag van start gaan. Welk idee zit er achter de bandnaam verscholen?
Hans Olaf: We wilden eigenlijk gewoon een korte bandnaam die makkelijk te onthouden is. ‘Avast’ is bovendien een Nederlandse term uit de nautische wetenschappen die ‘stop’ betekent en daardoor ook in lijn ligt met onze tekstuele boodschap, namelijk dat het tijd is om te stoppen waar we als mensheid mee bezig zijn en dat we moeten nadenken over wat we de wereld aandoen. 

Op jullie website staat een lange lijst positieve reviews van jullie debuut “Mother culture“. Is er ook al negatieve kritiek gekomen en hoe gaan jullie om met minder positieve feedback op jullie muziek?
Hans Olaf: Er zijn eigenlijk bijna enkel positieve reacties. De lijst op onze website bevat trouwens alle geregistreerde feedback, we hebben niet enkel de beste reviews geselecteerd. Soms krijgen we wel eens te horen dat we klinken als andere bands uit ons segment, iets wat je als negatieve kritiek zou kunnen beschouwen. Om eerlijk te zijn, zijn we het hier ook wel mee eens, maar we malen er niet om. Het is bijna onmogelijk om in het huidig muzikaal landschap nog innovatief voor de dag te komen en het is dus ook geen schande om dingen te doen die anderen reeds gedaan hebben, zo lang het op een goede manier gebracht wordt. Niet elke band kan een nieuw genre uitvinden. We proberen natuurlijk wel onze eigen draai aan het genre te geven, iets waar we volgens ons wel in slagen.

In 2016 brachten jullie in eigen beheer een self-titled EP uit. Was het op basis van deze release dat jullie tekenden bij Dark Essence Records? Kwam er veel reactie van andere labels?
Hans Olaf: Een van de mensen die bij Dark Essence Records werkt is een oude vriend van mij. Hij had interesse om ons te tekenen nadat hij onze EP had gehoord en ons later dat jaar live aan het werk had gezien op een festival. Er was ook interesse van andere labels maar van in het begin was er een sterke band met Dark Essence. Er zal veel nodig zijn om ons bij hen weg te plukken. 

Ik leerde Avast niet kennen via een labeladvertentie maar via een Facebookpost van concertfotograaf Stefan Raduta die lovend over jullie was. Zijn jullie tevreden over de promotionele aanpak van jullie label?
Hans Olaf: Ja hoor! Ze doen erg veel om ons te promoten en we zijn hen hier extreem dankbaar voor.

Het bandrooster van Dark Essence Records is vrij divers. Ze hebben traditionele black metal-bands zoals Taake en Sarkom, enkele Viking bands zoals Hades Almighty, Mistur en Helheim en ook meer progressieve acts in de vorm van Hail Spirit Noir en post-metal bands zoals Dwaal en Five The Hierophant. Wie is jullie favoriete labelcollega? 
Trond: Als we over black metal en extreme metal in het algemeen spreken, heb ik een serieuze boon voor de old school Noorse sound van pioneers als Darkthrone en Emperor. Mijn favoriete Dark Essence-band is dus Taake. De muziek en atmosfeer die ze op hun platen creëren is vrij uniek en de zang is zo fucking intens. De ideale soundtrack voor een grimmige en frostbitten winterse dag in Noorwegen. 

Op welke manier past Avast tussen de Dark Essence-bands?
Trond: Daar ben ik niet mee bezig om eerlijk te zijn. Black metal en punkrock, het genre waarmee ik opgroeide, gaan in se over speciaal zijn en afwijken van de norm of ergens niet bij horen. Ik lig er dus niet van wakker of we al dan niet in het reeds aangehaalde rijtje bands thuis horen.

Ik ken eigenlijk niet zo veel Noorse post-black metal-bands. Dat komt natuurlijk door het grote aanbod van jullie landgenoten dat True Norwegian black metal speelt en er een meer traditionele kijk op het genre op nahoudt. Avast heeft haar roots echter in punkrock en hardcore. Welke bands wakkerden het black metal-vuur bij jullie aan en wat trekt jullie zo aan in het genre?
Trond: De eerste black metal-plaat die ik meer dan vijftien jaar geleden hoorde was Darkthrone’s “Transilvanian hunger“. Ik was toen zestien en was deze muziek niet gewend. De hardste bands waar ik toen naar luisterde waren G.B.H. en Minor Threat. “Transilvanian hunger” absorberen was dus een uitdagende ervaring. Na een tijdje ontdekte ik echter mooie melodieën en een betoverende atmosfeer die onder alle noise verstopt zaten. De melodieën en atmosfeer zijn ook de elementen die me aantrokken in het genre. 

Is er een levendige muziekscene in jullie thuisstad Stavanger? 
Hans Olaf: Ik vind dat we een vrij goeie lokale muziekscene hebben, maar dat hangt natuurlijk af van persoonlijke smaak. Stavanger is een kleine stad met weinig bands maar sommige onder hen spelen muziek op een internationaal niveau binnen hun genre.

Kennen jullie de mannen van Gehenna, een van de bekendste bands uit Stavanger en een persoonlijke favoriet? 
Hans Olaf: Gehenna is inderdaad een goeie band. Wanneer ik ze tegen kom, spreek ik er wel eens mee, maar ik ken ze niet goed op persoonlijk vlak.

(c) Katharina Ueland

Avast speelt een vorm van post-black of blackgaze waarbij de agressie van black metal gemengd wordt met de atmosfeer en emotie van post-rock zoals Caspian of This Will Destroy You. Hebben jullie allemaal dezelfde muzikale interesses of zit er een typische “blackie” in de band?
Trond: We zijn een fuckin‘ freakshow op gebied van muzikale voorkeuren! Aangezien ik het grootste deel van de muziek schrijf wil ik dat niet vergallen met een oninteressante lijst aan bands die iedereen al een miljoen keer eerder heeft gehoord.   

‘Blackgaze’ en ‘post-black’ zijn vuile woorden geworden in menig black metal-cirkel en worden dikwijls neerbuigend bestempeld als hipstermuziek. De Amerikaanse band Deafheaven lijkt me een voor de hand liggende inspiratiebron voor Avast en heeft al dikwijls vernietigende reacties gekregen van de scene police. Hebben jullie al negatieve reacties ontvangen van de trve black metal cvlt
Hans Olaf: We vingen inderdaad op sociale media reacties op dat onze muziek geen black metal is volgens deze individuen, maar ik beschouw dit niet als negatieve kritiek.

Welke black metal-bands vormen een inspiratie voor jullie?
Trond: Darkthrone en Emperor. En ik denk dat beide bands ook wel de nodige kritiek van de scene police hebben gekregen toen de eerste een tijd lang eerder de crustpunk-richting uitging en de tweede omwille van haar symfonische aanpak. Maar uiteindelijk maken we enkel muziek om onszelf te plezieren. 

Het lijkt erop dat jullie enkel van de muzikale elementen van black metal houden aangezien jullie geen pinnenbanden en lederen broeken in de kleerkast hebben hangen of potjes zwarte en witte make-up in jullie beauty case hebben zitten. Bovendien zingen jullie niet over de typische satanische en occulte thema’s. Speelt Avast dan black metal of niet?
Hans Olaf: De genre-discussie is fascinerend. De meeste leden binnen Avast komen uit de punk- en hardcore-scene waar dezelfde idiote vragen voortdurend gesteld werden: Wat is punk? Wat is hardcore? Nu we metal spelen, duiken dezelfde vragen opnieuw op. Wat is black metal? Speelt Avast black metal? Wat ik me dan altijd afvraag is wie dat bepaalt? Voor mij is het vrij duidelijk dat het neerkomt op persoonlijke definities zoals dat bij de meeste kunstvormen is. Natuurlijk kan je ABBA of de Bee Gees niet als black metal bestempelen, maar waarom mag dat niet als een band tremolo picking, blast beats en kwaadaardige screams hanteert? Omdat een band niet klinkt of er niet uitziet zoals alle andere Noorse bands uit de jaren negentig? Voor mij voelt dat heel vreemd aan. Op die manier kan je ook redeneren dat enkel de Sex Pistols en alle bands die als een exacte kopie klinken, de enige echte punk-bands zijn. Persoonlijk beschouw ik Avast als black metal naast andere genres aangezien we zoals vele bands vandaag de dag nog elementen van andere stijlen in onze sound verwerken. Maar uiteindelijk liggen we met de band ook niet echt wakker van deze discussie. We spelen deze stijl enorm graag of je het nu als black metal, post-metal of post-black wil omschrijven. We kunnen onze stijl toch niet wijzigen omdat enkele puristen ons niet goed vinden?

Tekstueel gezien behandelen jullie sociale en milieugerelateerde onderwerpen. “Mother culture” is gebaseerd op het filosofische verhaal “Ishmael” van Daniel Quinn waarin het gevaar van een globale catastrofe wordt behandeld. Dit boek werd geschreven om kennis naar buiten te brengen over hoe de mensheid handelt en om mensen te laten inzien dat de manier waarop ze bezig zijn als een katalysator werkt die het einde van de wereld versnelt. Denk je dat het nog mogelijk is om de mindset en het gedrag van de mensheid te veranderen om de planeet en onszelf te redden van zelfvernietiging?  
Trond: Wow, dat is echt een moeilijke vraag om heel eerlijk te zijn. Het is waarschijnlijk al te laat om alle schade die we de aarde hebben aangebracht terug te draaien. En met het huidige politieke klimaat in Europa en de Verenigde Staten, zie ik de toekomst van de mensheid niet al te rooskleurig tegemoet.

De albumtitel is ook geïnspireerd op Daniel Quinn’s boek. De term ‘moedercultuur’ wordt gebruikt voor het geheel van ‘niet in vraag gestelde invloeden’ of ‘verborgen stellingen’ die de leden van een cultuur eerder als universeel waar beschouwen dan als cultureel-specifiek en die in grote mate bepalen hoe die mensen de wereld bekijken en zich in die wereld gedragen. Kunnen jullie deze term linken met enkele voorbeelden van de Scandinavische manier van leven?
Trond: Dat is niet zo evident door de globalisering die de voorbije jaren heeft plaatsgevonden. De westerse wereld verandert langzaam in één grote smeltkroes. Twee woorden die ik echter zou willen linken aan de Scandinavische cultuur zijn ‘bescheidenheid’ en ‘beleefdheid’. Ik kan hier geen simpele verklaring voor geven, misschien is het mijn eigen moedercultuur die me zegt dat dit twee relevante en belangrijke waarden zijn in onze samenleving. Spijtig genoeg merk ik als leraar dat deze waarden langzaamaan uit onze Noorse cultuur verdwijnen en vervangen worden door ‘individualiteit’ en ‘egoïsme’, waarden die ik als Amerikaans beschouw.  

Noorwegen is gekend voor haar enorme oliefonds, hoge staatswerkgelegenheid, lage werkloosheidsgraad, hoge persoonsbelasting en grote werknemersvoordelen. Maar wat op vlak van milieugerelateerde zaken? Kunnen we op dat vlak iets van jullie leren? 
Trond: Aangezien het grote belang van olie voor Noorwegen denk ik niet dat we moeten opscheppen op vlak van milieuzaken. Aangaande sociale en politieke vraagstukken denk ik wel dat de meeste landen nog iets kunnen leren van ons, maar zeker ook van Zweden en Denemarken. Ik wil echter geen politieke richting aan dit interview geven dus ga hier verder ook niet op in.

Een bekende quote van Daniel Quinn zegt dat “onze levensstijl evolutionair gezien onstabiel is en daardoor zichzelf ook op een ordinaire manier aan het vernietigen is.” Welke inspanningen leveren jullie met het verkleinen van jullie ecologische voetafdruk?
Trond: Ik rij met mijn fiets naar mijn werk, ben veganist en probeer zo goed mogelijk te recycleren. En waarschijnlijk douche ik ook niet zo veel als ik eigenlijk zou moeten.

Quinn meent ook dat omringd zijn door de natuur een positief effect heeft: “Het is de idee dat mensen die dicht bij de natuur leven, de neiging hebben om nobel te zijn. Je kan niet van een zonsondergang genieten en daarna de tipi van je buren in brand steken. In de natuur wonen is wonderbaarlijk voor je mentale gezondheid.” Wat is jullie relatie met de wonderschone Noorse natuur? 
Trond: De natuur in Noorwegen is zoals je aangeeft erg mooi en majestueus. Er gaat niets boven het gevoel dat je krijgt wanneer je in de koude Noorse bossen rondloopt terwijl je luistert naar Darkthrone’s “Inn i de dype skogers favn”. Als je een bos en een Darkthrone-plaat in de buurt hebt, weet je wat doen.

Voor het nummer “An earnest desire” namen jullie een prachtige video op met erg knappe natuurlandschappen. Waar werd deze video ingeblikt?
Hans Olaf: De opnames vonden plaats iets ten zuiden van onze thuisstad Stavanger in het rurale gebied ‘Jæren’ dat gekend is voor zijn weidse landschappen en waar je grote stranden gekend als ‘Jærstrendene’ of de ‘Jær stranden’ aantreft. De beelden werden geschoten op één van deze stranden namelijk Borestranden of ‘Drill Beach’ in het Engels. Ivar Vasstveit, één van mijn beste vrienden, nam de beelden op en het meisje in de video is mijn vriendin Katharina. Het is inderdaad een erg mooie videoclip.

Voor “The world belongs to man” brachten jullie een lyric video uit. Dit nummer handelt over de huidige staat van de mensheid en reflecteert waar we ons de dag van vandaag bevinden nu we stilaan beginnen te beseffen dat we de aarde langzaamaan aan het uitmoorden zijn. De song straalt ook kwaadheid en frustratie uit omdat we dit proces niet kunnen stoppen zonder een radicaal politieke, economische en culturele ommezwaai waarbij sommige mensen heel wat geld en invloed zouden verliezen. De video bevat beelden van de zwart-witfilm “Dante’s inferno” uit 1911. Op welke manier zijn deze film en het nummer met mekaar verbonden?
Trond: Het nummer en de video staan voor onze interpretatie van de Hel, die als een plaats vol pijn en kwelling sterk gerelateerd is aan onze cultuur en culturele waarden. De terugkerende tekstregel “Mother, what have I done to this world?” onderstreept ons culturele besef dat we in een wereld geboren zijn die dicht aanleunt bij de Bijbelse mythe van de Hel maar dat we er niets aan kunnen veranderen. Dit besef veroorzaakt angst en ongerustheid waardoor we op zoek gaan naar antwoorden in vervormde versies van de realiteit zoals bijvoorbeeld religies en mythes.  

In 2016 tourden jullie met de Zweedse crustband Myteri en deden jullie ook België aan. Waar vond de show plaats en hoe kijken jullie erop terug?
Trond: We speelden toen in Den Bristol in Gent. De Belgische crustband Link speelde die avond ook. Het was een geweldige avond!

Zijn er plannen om “Mother culture” met een nieuwe tour te promoten?
Hans Olaf: Na enkele jaren te touren als DIY-muzikanten willen we nu even wachten om te zien of we een solide fanbasis kunnen opbouwen alvorens op tour te vertrekken. Momenteel hebben de we komende zes maanden enkel shows in Scandinavië gepland. Misschien komen we volgende herfst of winter wel opnieuw jullie kanten uit. We zien wel.

A Thousand Sufferings – Moeilijk in een hokje te plaatsen

Op 22 november verscheen via Symbol Of Dominations Productions de tweede langspeler van onze landgenoten A Thousand Sufferings. Wie al eens een concertje bezoekt, heeft het viertal waarschijnlijk al eens aan het werk gezien als voorprogramma van Urfaust, Primordial, Zemial of recent nog Hades en Lugubrum. Naar aanleiding van de release van “Bleakness” nam ik contact op met drummer Timo voor een woordje uitleg omtrent het reilen en zeilen van A Thousand Sufferings. (JOKKE)

ATS3

Vermits het de eerste keer is dat A Thousand Sufferings middels een interview aan bod komt op Addergebroed, wil ik om te beginnen even terugkeren naar het ontstaan van de band. Zij die al wat langer in de Belgische underground-scene meedraaien, zullen jullie tronies nog wel herkennen uit vorige bands zoals Verloren en Vex. Wie zijn idee was het om A Thousand Sufferings op te richten?
De reden dat PJ (zanger/gitarist) en ikzelf met deze band zijn begonnen komt doordat onze vorige band Vex letterlijk doodgebloed was. We hadden binnen Vex twee muzikale fronten waar simpelweg geen van beide kanten zich in kon vinden en de uitdaging om, bij wijze van spreken, het midden te vinden tussen een band als Meshuggah versus Burzum of Forgotten Woods was gewoon te groot. We zijn dus gestopt met het grootste cliché ooit: muzikale meningsverschillen. PJ en ikzelf bleven met een muzikale wil achter en praktisch zonder woorden was het duidelijk dat wij op zoek moesten naar mensen die wel meegingen in ‘ons’ verhaal. Ik wist ergens wel dat er in mijn vriendenkring muzikanten waren die eventueel wel interesse zouden kunnen hebben en zowel Nico (bassist) als Tijl (onze eerste zanger) gingen direct akkoord om samen te ‘jammen’. Mijn Verloren-makker Noctiz, die nu opnieuw met Paragon Impure begonnen is, kwam na een tijdje onze line-up vervolledigen.
Wat vooral niet in de planning stond was die ene avond, vlak na een repetitie, wanneer Tijl een dodelijk motorongeluk heeft voorgehad. Ik reed vlak achter hem met mijn wagen, zag hem net niet vallen, maar toen ik uitstapte bleek alle hulp reeds te laat. Verschrikkelijk. Een opdoffer voor ons maar we besloten om verder te gaan met de band en vroegen aan Bokke (Verderf, ook al een ex-lid van Verloren) om de zang over te nemen en hij zag dit in eerste instantie nog zitten maar na enkele maanden aanmodderen bleek het toch niet te lukken voor hem. In die maanden namen we ons debuut “Burden” op en aangezien we wachtende waren op de opname van Bokke’s zang had PJ eens geprobeerd om provisoir wat zanglijnen op te nemen. En zo geschiedde…Vlak na de opnames besloot Noctiz om A Thousand Sufferings te verlaten en moesten we weer op zoek naar een gitarist. Een zekere Jurgen – waarmee ik voor en na mijn tijd bij Verloren nog mee ‘gejamd’ had – bleek de ideale man te zijn. In de goeie ouwe jaren negentig heeft ie nog bij Xastur gespeeld waarmee ze één demo uitbrachten.
Een beetje een chaotische start maar sinds we deze line-up hebben, zit het wel al enkele jaren goed en voelen we elkaar aan op zowel muzikaal als persoonlijk vlak. Geen onbelangrijk detail.

Welk verhaal willen jullie met de band vertellen?
Ik zal je moeten teleurstellen indien je één of andere pseudo-occulte/orthodoxe of wat dan ook thematiek verwachtte. We doen liever niet mee aan die trend. Als band willen we de muziek maken die wij goed vinden en daar sijpelen blijkbaar onbewust old-school invloeden in, en liefst op een zo zwaar, vuil en smerig mogelijke manier.

De ondertussen gesplitte melodieuze death metal-band Manic Movement heeft op haar “Thousand sufferings”-plaat uit 2009 een nummer staan dat “A thousand sufferings” heet. Toeval of is er een link?
Niemand was zich bewust van het bestaan van die plaat van Manic Movement toen we de bandnaam kozen dus je kan hier best wel spreken van puur toeval.

Wat ik niet wist is dat (de veel te jong overleden) Tijl De Bock jullie eerste zanger is geweest. Ik kende Tijl als een kleurrijk en soms veelbesproken figuur uit onze vaderlandse metalscene die zong bij bands als Festering Christcunt, K4B en 7SinZ. Hoe kijken jullie op Tijl als persoon en muzikant terug?
Wat een kleine wereld toch. Nico en ikzelf kenden Tijl al meer dan 20 jaar en wisten wel welke persoonlijkheid hij had. Hij was iemand die enorm gedreven en vol passie met verschillende zaken bezig kon zijn, maar ik denk dat zijn hart vooral bij muziek en fotografie lag. En reizen, en zware biertjes ontdekken/proeven…Muzikaal gezien had hij 1001 ideeën, het ene al wat meer realistischer dan het andere, maar zo was ie dan ook weer wel en het lijkt me ook een vrij accurate beschrijving van hoe hij als mens was.
Onze bassist speelde trouwens ook nog met Tijl samen in FC Cunt.

In 2015 verscheen jullie debuut “Burden” op het Russische Satanath Records waar ook onze landgenoten Panchrysia onderdak hebben gevonden voor hun laatste langspeler. Hoe zijn jullie met hen in contact gekomen? Zijn jullie tevreden over de samenwerking en inspanningen van het label?
Toen we “Burden” hadden opgenomen zijn we op zoek gegaan naar een label. We waren letterlijk een nieuwe band die niet op een trend-trein wou springen en voor velen zelfs moeilijk te plaatsen was. Dat was ook de meest gehoorde commentaar van de labels die de moeite deden om een antwoord te sturen. Of je de muziek nu goed of slecht vindt ga ik in het midden laten maar wat me toen jammer genoeg opviel was dat sommige labels niet eens wisten wat ze met ons moesten aanvangen. Zo blijkt maar weer eens dat mensen nood hebben aan structuur, zelfs in een genre als extreme metal. Het is bijna zoals in het dagelijkse leven: geef mensen kleurtjes, figuurtjes en lijstjes en het werkt. Uiteindelijk, na toch wel een tijdje zoeken, zijn we bij Satanath terechtgekomen en die gast wou het echt wel uitbrengen. Tot onze verbazing kregen we vrij veel reviews, hier en daar een interview en wat bescheiden reclame dus hij deed toch wel moeite voor zijn bands. Al bij al zit het dus best wel ok. Alleen jammer dat hij geen vinyl wil doen maar je kan niet alles hebben hé.

Bleakness” verscheen via Symbol Of Dominations Productions, een sublabel van Satanath Records. Hoe zit dat juist in mekaar?
Dat is, zoals je al zei, gewoon een sublabel van Sathanath. Zelfde kerel, zelfde promo etc.

ATS2

Met enkel “Burden” onder de arm slaagden jullie erin om het podium te delen met enkele grote namen zoals Primordial, Hades en Urfaust. Hoe ver reiken jullie ambities op vlak van concerten en touren?
We hebben eigenlijk nog nooit moeten vragen om ergens te spelen en om dan op zulke affiches te ‘mogen’ staan is toch wel fijn. Het streelt je ego als het ware. Qua optredens willen we zeker geen overkill veroorzaken dus we hebben de luxe en een gezonde vorm van pretentie om af en toe ook iets te weigeren. Of het komt niet goed uit, wat ook kan natuurlijk. Tot nu toe zijn we nog niet buiten België geraakt en wie weet komt daar met de nieuwe plaat verandering in. Een echte tour zie ik niet direct gebeuren maar een weekendje weg maar al te graag.

Waar ligt voor jullie de uitdaging op vlak van het spelen van live shows vergeleken met studio-opnames?
Live optredens zijn, als ik voor mezelf moet spreken, toch iets heel anders dan studio-opnames. Je kan je meer laten gaan, voelt meer de muziek en emotie die we in onze vuiligheid steken en het voelt vrijer aan. Als mensen ons dan na een optreden al eens zeggen dat ze genoten hebben van de show is dat leuk om te horen maar begrijp me niet verkeerd als ik zeg dat we deze muziek niet maken om mensen te plezieren.

Vorig jaar brachten jullie in eigen beheer een split uit met het Mechelse Marche Funèbre. Op de vinyl prijkt een liveversie van het nummer “My temple, my prison”. Deze song treffen we nu simpelweg als “Temple” op de nieuwe langspeler aan en is voor mij het nummer dat jullie band het best representeert. Wat vinden jullie het ultieme A Thousand Sufferings-nummer tot hiertoe?
Die split vinyl met onze vrienden van Marche Funèbre was een tussendoortje om beide bands even terug op de kaart te zetten alvorens er nieuw studiomateriaal aankwam. Het is inderdaad één van de nummers die ik zelf ook zou opzetten moest men mij vragen welke muziek we maken, maar een ultiem nummer heb ik tot hiertoe eigenlijk niet. “Faces” en “Clouds“, beide van de nieuwe plaat, zijn volledig anders qua opbouw en gevoel maar toch denk ik dat ze perfect naast elkaar kunnen staan. Het nieuwe album is eerder een geheel maar enige vorm van objectiviteit ontbreekt me wel om een deftig antwoord te kunnen geven.

Het nieuwe “Bleakness” laat heel wat beklijvende momenten horen evenals een eigen sound waarin de invloeden niet zo gemakkelijk aan te duiden zijn. Jullie label spreekt van sludge/doom en haalt oude Paradise Lost en Tiamat als invloeden aan. Ik zou eerder van een trage, sfeervolle vorm van black metal spreken waarin weliswaar aan post-metal en doom ontleende melodieën in opduiken. Ik hoor subtiele invloeden gaande van Kodiak (melodieuze leads) tot aan Urfaust (atmosfeer en zang). Wie beschouwen jullie zelf als inspiratiebronnen voor A Thousand Sufferings?
We zijn deze band zeker niet begonnen om het wiel terug heruit te vinden maar ik heb al meermaals gehoord dat we een ‘eigen’ sound hebben. We zijn daar helemaal niet mee bezig. We hebben ondertussen een soort ongeschreven regel in de band waarin we ons allemaal in kunnen vinden. Hoe goed een bepaalde rif ook kan zijn, als ie niet vuil genoeg is of te lief of wat dan ook, dan veranderen we die totdat hij past. Of we gooien hem weg, wat zeer dikwijls gebeurt…
Het feit dat onze invloeden niet zo makkelijk aan te duiden zijn, ligt er waarschijnlijk aan dat de belangrijkste songschrijvers een totaal verschillende ‘muziekcultuur’ hebben. Waar de ene bijvoorbeeld een goeie rif speelt maar veel te melodisch of te braaf klinkt maakt de ander die weer smerig. Andersom kan ook dat het wel een goeie rif kan zijn maar het lijkt alsof het van een 15-jarig slaapkamer éénmansprojectje komt. Dus die twee vullen mekaar goed aan en zowel Nico als ikzelf fungeren vaak als waakhonden en trekken al eens aan de alarmbel wanneer nodig. Ik druk het nu echt zwart/wit uit natuurlijk maar zoals ik hierboven reeds aanhaalde: het belangrijkste in een groep is toch dat er een soort van plan is en ieder begrijpt en aanvoelt wat kan werken.
Het label heeft nu eenmaal bekendere namen nodig om een gezicht te plakken op het genre wat we spelen. Mij goed. De manier waarop Urfaust zingt is vrij uniek en wij hebben ook zo’n zanger die van de standaard afwijkt. Als je dan ook nog eens sfeervolle black metal maakt (zoals je zelf aanhaalde) dan kan ik begrijpen dat we in hetzelfde straatje zitten maar leg onze platen naast elkaar, dan hoor je toch twee andere bands..

Een opmerkelijk nummer is “Ghostriders” dat zowaar een coverversie is van de Johnny Cash klassieker “Ghostriders in the sky”. Ik vind jullie epische Bathory-uitvoering enorm pakkend en geslaagd! Dat is immers wat het doel is van een coversong: een eigen twist geven aan andermans nummer. Wie zijn idee was het om deze song door de mangel te halen? Hebben jullie toestemming gevraagd aan de erfgenamen van Johnny Cash om met dit nummer aan de slag te gaan?
Dankjewel. Alle krediet gaat naar Pj hier. Die heeft echt het nummer volledig herwerkt en wij hoefden het maar in te spelen. Als je eindelijk een nummer hebt gevonden om te coveren zijn er al heel wat factoren die de revue passeren. Je moet het kunnen spelen natuurlijk, het moet volledig naar je hand gezet kunnen worden en die versie moet op z’n minst evenwaardig zijn aan het originele. En het moet ook een nummer of artiest zijn die niet onbesproken is, begrijp je? In ons geval hebben we gekozen voor een nummer dat praktisch iedereen kent dankzij Johnny Cash (hij is niet de originele uitvoerder, dat is Stan Jones) maar waar het toch even duurt eer men doorheeft dat het om dat nummer gaat. Ook een voorwaarde om een ‘goeie’ cover te doen. Klakkeloos kopiëren heeft weinig zin en meerwaarde.
The weaping song” van Nick Cave hebben we ooit ook eens geprobeerd maar wanneer wij het speelden was het een weaping song. Om maar te zeggen, soms blijf je’r gewoon ook beter af.

ATS

PJ, de opnames van “Bleakness” werden onder jouw leiding uitgevoerd, maar voor de mastering trokken jullie naar de Blackout Studios. Is er een groot verschil tussen het opnemen van andermans muziek of je eigen nummers? Wat vormde jullie grootste uitdaging in de studio?
We zijn naar Blackout gegaan voor mastering omdat het nu eenmaal een goed idee is om iemand anders (lees: niet degene die de mix verzorgt) ook eens zijn licht op de muziek te laten schijnen. Hij zal altijd dingen horen die de mixer niet (of niet meer) hoort.
En ja hoor, er is een enorm verschil tussen je eigen plaat opnemen of die van iemand anders. Dat was waarschijnlijk ook mijn grootste uitdaging in de studio. Bij mijn eigen plaat denk ik altijd ‘zou het niet beter zijn als …’ en zo bleef ik maar experimenteren totdat ik na een tijdje het bos niet meer door de bomen zag. Als iemand anders in mijn studio komt, heeft hij meestal wel een redelijk specifiek beeld over wat het eindresultaat moet worden. Bij Paragon Impure bijvoorbeeld was dat alleszins zeker het geval en wist ik perfect wat ik moest doen om een goed resultaat af te leveren.

Het enige minpuntje aan “Bleakness” vind ik het artwork. Dit past eerder bij een death metal-band op een label als Unique Leader. Wie was verantwoordelijk voor het artwork en op welke manier past dit kleurrijke ontwerp bij een titel als “Bleakness”?
Timo: Ik kan je hierin wel volgen edoch ligt er een verwijzing in naar de teksten. De plaat gaat voornamelijk over negatieve dingen die gebeuren of gebeurt zijn in mijn en/of iemand anders zijn leven. Keuzes die we al dan niet zelf kunnen maken maar waar we toch de gevolgen van dragen. Kleurrijk zou ik het ontwerp niet noemen, het is nu niet bepaald een bloemenweide in de lente maar het is inderdaad geen typische hoes die je zou verwachten van een band in ons genre. Maar wij zijn er tevreden over en dat is het belangrijkste. Paint it Black en ons label werkten al vaker samen en wij kregen het lucratieve aanbod.

De split met Marche Funèbre werd in eigen beheer op vinyl uitgebracht, een drager die enorm populair is in het wereldje. Is er van “Bleakness” ook een vinylrelease gepland?
Neen, jammer genoeg niet dus bij deze: mocht er iemand interesse hebben om dit alsnog te doen, graag!

Wat mogen we de komende maanden op live-front nog van jullie verwachten? Staat er een releaseshow gepland voor “Bleakness”?
Op 9 februari staat onze “releaseshow” gepland in Munsterbilzen.

Tot dan!

ATS4

Paragon Impure – Extreme muziek smeekt om extreme thematiek

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Maar liefst dertien jaar na de release van “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” – mijn persoonlijke numero uno qua Belgische black – komt Paragon Impure met haar langverwachte opvolger  aandraven. De muziek werd reeds in 2008 en 2009 geschreven, toen nog onder de werktitel “The fall of man”, maar verdween door teleurstellingen tijdens het opnameproces in de ijskast. Vorig jaar pakte Noctiz de draad echter weer op wat uiteindelijk resulteerde in het ijzersterke “Sade“. Onze kritische mening over de nieuwe plaat kan je weldra lezen, in tussentijd namen we contact op met Noctiz aangezien er heel wat voer was om over te praten. (JOKKE)

pi2018color

Dag Noctiz, ik viel bijna van mijn stoel toen ik het nieuws vernam dat er na al die jaren toch nog een langspeler van Paragon Impure zou verschijnen. In een eerder gesprek uit 2012 met Addergebroed haalde je aan dat je muzikale smaak en visie te ver waren verwijderd van het origineel concept en dat je interesse in “traditionele” black metal zo goed als gekelderd was. Wat was de trigger om na al die jaren toch terug in gang te schieten?
Ik heb Paragon Impure nooit kunnen loslaten. Een geesteskind kan je wel begraven maar nooit vergeten. Wanneer ik eens in de zoveel tijd luisterde naar de onafgewerkte opnames van “The fall of man” had ik altijd gemengde gevoelens. Enerzijds besefte ik dat dit het beste materiaal was dat ik ooit had geschreven, anderzijds zou het zo veel moeite en tijd kosten om het geheel een nieuwe kans te geven. Ik kan mezelf geen gitarist of bassist noemen. Ik kan geen akkoorden benoemen, weet geen noot staan en kan amper een gitaar vasthouden. Als tiener en autodidact oefende ik slechts aan de hand van tablatuur en op het gehoor totdat ik mijn favoriete muziek zou kunnen spelen en nadien ook schrijven. Na al die jaren zou het geen evidentie zijn om het niveau dat ik op mijn twintigste bereikte – ook al stelde het niet veel voor – op gitaar te evenaren. Riffs instuderen, repeteren, foutloos opnemen…ik haat dat. Eind vorig jaar kreeg mijn moed om te herbeginnen dan toch de overhand op mijn laksheid en afkeer. Ik gaf mezelf een jaar tijd om “The fall of man” nieuw leven in te blazen, in de vorm van “Sade”. Uiteindelijk was het album al na zes maanden ingeblikt zonder overhaast te werk te gaan.

Na de oorspronkelijke opnames van de muziek belandde de plaat in de ijskast omdat je ontevreden was over het resultaat. Werden de songs nog bijgeschaafd toen je besloot om de muziek opnieuw op te nemen of zijn de uiteindelijke versies van de songs vrij dicht bij de originelen gebleven?
We namen destijds in allerijl drumpartijen op bij Reinier in ShumCot Studio voor acht nummers: zes voor “The fall of man”, één Gotmoor-cover (“Three sisters of sin”) en een herwerkte versie van de single “Where the laughter of angels is inaudible” die eerder verscheen op onze tweede EP. Voor de eerste vier delen van “The fall of man” nam ik thuis drie gitaarpartijen en bas op. Vanaf deel vijf liep het mis: onnauwkeurigheden en technische (schoonheids-)foutjes waren in de drumtracks geslopen en hadden we niet opgemerkt in de studio. Wetende dat ik ze zelf niet kon corrigeren en opnieuw de studio betreden absoluut geen optie was, besloot ik de boel te begraven, met spijt in het hart. “The fall of man” moest mijn magnum opus worden en die illusie werd snel doorprikt. Dat kwam hard aan, maar bracht ook een zekere opluchting.
“The fall of man” werd “Sade”, maar voor twee van de zes delen was er slechts één gitaarpartij en geen bas. Ik had met Paragon Impure de gewoonte om op gitaar enkel een basis te schrijven, vervolgens drums op te nemen en nadien, in het midden van het opnameproces, pas de resterende gitaar- en baslijnen uit mijn duim te zuigen. Hetgeen destijds wel geschreven en opgenomen was, heb ik nauwelijks veranderd. Sven heeft zich ook voor 90% kunnen houden aan de composities van Henne, de toenmalige drummer van Paragon Impure.
Het enige, toch opmerkelijke verschil is het weglaten van de derde gitaar. Op “Sade” hoor je een gitaartje links, rechts en één “solo” die er even boven zweeft op “Philosophy in the bedroom”.

Na de eerste opnames zag je het niet meer zitten om ook nog de zang op te nemen. Heb je de oorspronkelijke teksten hergebruikt of werden er nieuwe lyrics geschreven aangezien de plaat nu onder een andere titel wordt uitgebracht?
“The fall of man” bestond uit een reeks teksten uit het oude testament, die ik herschreef en manipuleerde als vorm van godslastering. Weinig uitdagend en origineel. De plaat verdiende meer dan dat. Ik wou een conceptalbum waarbij de muziek een mooi (of afgrijselijk) geheel vormt met teksten en afbeeldingen. Naar het ideale thema voor de opvolger van “To Gaius!” moest ik niet lang zoeken…

 “Sade” verwijst naar Markies de Sade, een Frans aristocraat en schrijver van veel gecensureerde pornografische boeken die wordt gezien als de bekendste voorstander van het libertinisme waarin de absolute vrijheid van het individu geopperd wordt. Vanwaar de idee om een plaat rond deze veelbesproken figuur te brengen?
Paragon Impure is in de eerste plaats een manier waarop ik rebelleer tegen de abrahamitische religies. Sade’s werk is doordrongen van blasfemie, perversie, moord, incest en sodomie. Ik moet er geen tekeningetje bij maken als ik zeg dat Sade – mogelijk de grootste godslasteraar aller tijden – op zijn minst een schouderklopje verdient. Extreme muziek smeekt om extreme thematiek. Heel vreemd dat Sade niet meer bezongen wordt in black metal. Of misschien is Sade té extreem, te realistisch? Veel black metal-bands blijven liever ver weg van de echte wereld en zoeken heil in pseudo-religie en spirituele nonsens. Veel toneel en uiterlijk vertoon waarmee ze vooral hun ouders of buren de stuipen op het lijf jagen.

De Sade was een uitgesproken atheïst die in zijn literaire oeuvre veel kritiek had op religie, hypocrisie en de moraal van zijn tijd. De mens zou volgens hem de zeer individuele hartstochten moeten botvieren die hem door de natuur zijn ingeblazen, ongeacht de verschrikkelijke uitwerkingen die dat op zijn medemens heeft. De Sade illustreert dit met allerlei sadistische gruwelijkheden die tot in het absurde gaan. De woorden sadisme en sadomasochisme zijn dan ook van zijn naam afgeleid. In welke mate ben je het eens met zijn visie?
Het spreekt voor zich dat ik een bescheiden pervert ben, anders zou ik me nooit dermate aangetrokken voelen tot Sade om zijn geschriften te kiezen als bron van inspiratie. Maar ik moet er geen doekjes om winden: ik ben helemaal geen sadist en zou nooit een libertijn kunnen zijn. De vaak eindeloze en repetitieve, bloedovergoten verhalen vervuld van allerhande martelingen, mishandelingen, vernederingen en moord zijn niet au sérieux te nemen. Naar mijn bescheiden mening maakte Sade zichzelf meester van zulke fantasieën, op de eerste plaats om zichzelf en de lezer te vermaken, beruchtheid te vergaren en natuurlijk zijn libertijnse filosofie kracht bij te zetten. Het totale gebrek aan mededogen en de vernuftige barbaarsheid van Sade’s protagonisten prikkelen me enkel op de manier waarop een goede horrorfilm dat ook kan. Wat mij vooral aanspreekt is de manier waarop Sade zich ongeremd en scherpzinnig uitspreekt over religie en Kerk. Hij was een onverbiddelijk en gepassioneerd atheïst (of beter: anti-theïst) in een tijd waarin godslastering hem de kop kon kosten. Wat mij betreft verdient hij daarvoor een plaats tussen de grote moderne filosofen.

front (1)

Veel bands die op hun tekstuele inhoud “aangevallen” worden, verdedigen zich door te stellen dat hun teksten louter beschrijvend zijn. Voor death metal en gore grind bands zou het inderdaad maar erg zijn als het onverbloemd geweld dat ze neerpennen verheerlijkend zou zijn. De meeste bands willen luisteraars ook helemaal niet aanzetten tot het plegen van dergelijke gruwelijkheden en willen enkel wat choqueren. In “La philosophie dans le boudoir” uit 1795 zegt de Sade min of meer hetzelfde: “Let no one accuse me of being evil’s apologist; let no one say that I seek to inspire wrongdoing or to blunt remorse in the hearts of wrongdoers: my sole purpose throughout these endeavors is to articulate thoughts which have gnawed at my consciousness since I first was able to reason; that these thoughts might be in conflict with the thoughts of some other persons, or of most other persons except me, is not, I believe, sufficient reason to suppress them. As to those susceptible souls who might be “corrupted” by exposure to my writings, I say, so much the worse for them. I address myself only to men who are capable of examining with an objective eye everything before them. Such men are incorruptible.” Ik veronderstel dat jouw teksten die zijn sadistisch geweld behandelen ook eerder beschrijvend zijn of zit er toch een zekere appreciatie of goedkeuren in? Je koos er immers voor om de Sade’s werk een draagvlak te geven met je nieuwe album, zowel in de teksten als in het artwork.
Die quote pronkt onderaan de beknopte biografie van Paragon Impure en spreekt voor zich. Belangrijk om weten is dat Sade zich wou onderscheiden van de destijds populaire gotische fictie door zich te verdiepen in al het kwade dat een mens kan voortbrengen, zonder te grijpen naar het bovennatuurlijke. Met zijn schandalige vertelsels, voorzien van een vleugje gitzwarte humor, wist hij op te vallen. In eenzelfde passage durft Sade zijn protagonisten te verheerlijken als vrijdenkende helden om ze daarna af te schilderen als verdorven, gewetenloze schurken. Dit bevestigt deels wat ik eerder zei: het doen en laten van zijn libertijnse personages en de vaak absurde situaties waarin ze verzeild raken, zijn geen heldere weerspiegeling van zijn filosofie, maar een extreme uitvergroting van de teugelloze levensstijl die hem zo nauw aan het hart lag.
Wat betreft de teksten die ik schreef voor “Sade”: enkel “The final passion, or the passion of hell” is volledig beschrijvend en gebaseerd op de laatste paragraaf van het hoofdstuk “De moorddadige hartstochten”, de apotheose van “De 120 dagen van Sodom”. De introductie is een citaat van Jules Janin uit een verhandeling die hij schreef voor “Revue de Paris” in 1834. Voor “Juliette, queen of vice” probeerde ik me in te leven in de wereld van de ultieme masochist. “Mors in excelsis deo” is godslastering pur sang, geïnspireerd door Juliette’s audiëntie (en orgie) bij de paus, terwijl “Repentence of a dying libertine” gebaseerd is op een belangrijke passage uit het “Gesprek tussen een priester en een stervende”. Het benadrukt de gedachte dat we onze lusten moeten botvieren zolang we daartoe in staat zijn en de ideeën van een hiernamaals en goddelijk oordeel moeten verwerpen. “Philosophy in the bedroom” is de inleiding van het gelijknamige boek, herschreven tot een ‘zingbare’ tekst. Het omvat de essentie van de libertijnse filosofie: dat we alles zouden moeten opofferen aan de eisen van onze zintuigen.

In een magazine rond psychologie las ik een stuk dat concludeerde dat er geen enkele reden is Sade als een monster te zien, noch als een genie of wereldhervormer, maar eerder als een man met enorme neurotische conflicten, die slechts met de grootste moeite een zeker psychisch evenwicht wist te bewaren. De fascinatie die van hem uitgaat, wordt volgens de auteur van het stuk bepaald door de geweldige intensiteit van het krachtenspel dat in hem plaats vond en dat hem gemaakt heeft tot een doodongelukkige man die, vaak vergeefs en door niemand begrepen, vocht tegen de gruwelijke angsten die in hem huisden. Hoe kijk jij naar deze opmerkelijke figuur?
Daar heb ik eigenlijk nooit bij stilgestaan. Ik ben noch biograaf, noch psychiater, maar het staat buiten kijf dat Sade een getormenteerde ziel was, wetende dat hij al bij al 32 jaar opgesloten zat. Zó slecht had hij het echter niet: zelfs tijdens zijn verblijf in de psychiatrische instelling van Charenton had Sade de middelen om zich te kunnen voorzien van een eigen bibliotheek, goede wijn en voldoende voeding om zich te ontpoppen tot een corpulent zwijn. Zijn echtgenote Constance mocht bij hem inwonen en de vier jaren voor zijn dood hield hij er zelfs een vurige affaire op na met de tienerdochter van een personeelslid in Charenton. Volgens biograaf Donald Thomas werd Sade ervaren als beleefd op het onderdanige af en minzaam op het vleierige af, zolang hij maar kon schrijven. Enkel wanneer zijn kamer (als straf voor de aard van zijn schrijfsels) werd ontruimd van bepaalde literatuur, manuscripten en notities, pen en papier,…voelde hij zich beroofd van zijn waardigheid en bestaansrecht, en ging hij door het lint.

Ook voor het oude werk dook je de geschiedenisboeken in. De “In commemoration of Ish Kerioth” EP uit 2004 handelde over Judas Iscariot en voor “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” uit 2005 liet je je inspireren door het Romeinse rijk. Ben je een fervent geschiedenisliefhebber die tal van boeken en docu’s verslindt? Welk boek van de Sade raad je aan aan mensen die voor de eerste keer iets van hem willen lezen en waarom?
Neen, ik ben helemaal geen geschiedenisliefhebber en lees eigenlijk veel te weinig. Wanneer een bepaald onderwerp of persoon echt mijn aandacht trekt, kan ik wel een korte tijd heel leergierig en gepassioneerd op zoek gaan naar informatie en deze verslinden tot mijn emmer vol is. En dat is snel gebeurd. Ik onthoud slecht; ik filter wat voor mij van belang is en lees tot ik het gevoel heb de essentie begrepen te hebben. Details zijn moeilijk te verteren en overbodig te onthouden in een tijd waarin een schat aan informatie slechts een muisklik verwijderd is. Daarom raad ik wat betreft de boeken van Sade de vertalingen naar het Engels aan door Dr. Paul J. Gilette. Zonder afbreuk te doen aan het origineel schreef hij ‘leesbare’ versies van Sade’s voornaamste werken. Sade had de neiging om in herhaling te vallen en voor overbodige bladvulling te zorgen. In het bijzonder de originele versies van “Justine” en “Juliette” zijn daar een schoolvoorbeeld van, samen goed voor meer dan een miljoen woorden. De vertaling door Gilette bestaat uit een achtste daarvan. Mijn persoonlijke favoriet is “Juliette”, maar het boek dat Sade definieert is zonder twijfel “De 120 dagen van Sodom”, volgens velen het schandaligste boek ooit geschreven.
Kenners herkennen ongetwijfeld de twee samples die ik gebruikt hebt in “Sade” uit de film “Salò” van de Italiaanse regisseur Pier Paolo Pasolini, die inspiratie putte uit “De 120 dagen van Sodom” voor zijn meesterwerk dat niets vermoedende bioscoopgangers deed overgeven, huilen en gechockeerd de zalen deed uitstormen.

Voor de heropnames van de plaat, wist je je mede Lugubrum bandmakker Sven te strikken voor de drums die hierbij een knappe prestatie afleverde. Hadden Storm of Hennix geen interesse meer of wou je met een propere lei (en dus nieuwe muzikanten) herbeginnen?
Met Storm heb ik geen contact meer sinds mijn vertrek bij Heimat als live gitarist. Ook met Henne is de relatie verwaterd na de teloorgang van “The fall of man”. Vorig jaar heb ik hem kort gesproken over de mogelijkheid terug samen te werken, maar ondanks zijn enthousiasme werd het snel duidelijk dat het voor hem quasi onmogelijk was om het beter te doen dan bij de eerste poging. Sven was nooit echt fan van mijn oude werk, het verbaasde me dat hij prompt interesse toonde wanneer ik op een repetitie van Lugubrum vertelde dat ik Paragon Impure nieuw leven wou inblazen. Sven is niet alleen een bekwaam drummer, hij is ook ingetogen, geduldig en een man van zijn woord. Net wat ik zoek in medemuzikanten.

logo white

PJ Turlinckx van A Thousand Sufferings werd aangetrokken voor de heropnames waarna de plaat gemastered werd in de Blackout Studio. De info in het CD-boekje en de nieuwe bandfoto laten echter uitschijnen dat hij ondertussen een vast lid van de band is. Heeft hij meer betekend voor Paragon Impure dan louter het produceren van de plaat?
PJ woont twee straten verder, heeft een (home)studio en is al jaren een goede kennis. Initieel wou ik enkel de drums bij hem opnemen en de plaat in alle rust en vrede op zolder afwerken. Gitaren en bas speelde ik dus op mijn eentje in, maar PJ overtuigde me om hem een kans te geven de boel te mixen. Ben ik blij dat ik heb toegezegd…in een mum van tijd wist hij mijn mix een niveau hoger te tillen. Vervolgens besloot ik zang bij hem op te nemen zodat ik me volledig zou kunnen inleven zonder tussendoor aan de knopjes te moeten draaien. PJ en ik zaten op dezelfde golflengte. Voor het eerst hield ik écht rekening met andermans mening bij het afwerken van een plaat (van Paragon Impure).  Zonder zijn technische bagage en goede smaak had ik nooit zo’n bevredigend resultaat bekomen. Daarom beschouw ik PJ als het derde lid van Paragon Impure.

De sound van “Sade” verschilt enorm met die van “To Gaius (For the delivery of Agrippina)”. De productie is minder groezelig en neigt meer naar Ofermod, Ascension, Chaos Invocation en aanverwanten in plaats van naar oude Darkthrone. Hoewel de sound dus in sé iets meer naar orthodoxe black metal bands neigt, lijk je me wel een afkeer te hebben van dit soort bands en hun thematiek. Vertel!
Als overtuigd atheïst heb ik het schijt aan “orthodox black metal”. Tenminste, aan hun belachelijke overtuigingen – of ze het al dan niet menen is een andere vraag – en kinderachtig imago. Dat lijkt me duidelijk. Louter muzikaal moet ik wel bekennen al jaar en dag fan te zijn van Katharsis, Ofermod, Ondskapt, etc. Van (latere) Deathspell Omega mag je me gerust een bewonderaar noemen. Ik kan niet ontkennen dat deze bands “Sade” hebben beïnvloedt, zowel wat betreft stijl en compositie als productie, dat is voor een kenner overduidelijk. Mijn voorkeur gaat echter naar bands of projecten die nieuwe paden betreden, zichzelf elke plaat heruitvinden of tenminste iets uitdagends brengen: denk aan “A umbra omega” van Dødheimsgard of de laatste van Craft. Het hoeft echter niet altijd vernieuwend te zijn hoor…als het goed gebracht en ingeblikt wordt kan ik traditionele black metal ook wel smaken. Zolang er bands bestaan als Marduk die na achtentwintig jaar (!) nog albums uitbrengen als “Viktoria” zit het wel goed met het genre.

De corpsepaint lijkt ook tot het verleden te behoren. Geen zin meer om de tronie te bekladden of past dit ritueel niet meer bij Paragon Impure anno 2018?
Er zijn slechts een handvol bands die op die manier nog indruk maken. Meestal is de show die gepaard gaat met black metal ronduit lachwekkend. Leder, botten, pinnen, gescheurde en besmeurde kleren, wat verf en varkensbloed….En dan laat ik de pseudo-religieuze “rituelen” met wierook, kelken en schedels nog buiten beschouwing. Als tiener vond ik dat gedoe aantrekkelijk maar nu vind ik er geen hol aan. Bekwame muzikanten met enige uitstraling, charisma en oprechte inleving hebben geen masker en prullaria nodig. Less is more wat mij betreft, maar smaken zullen altijd verschillen…

MEDION DIGITAL CAMERA

Ondertussen werd ook wereldkundig gemaakt dat Paragon Impure zal optreden. Destijds had je jezelf voorgenomen nooit nog met de band op te treden omdat je er niet erg veel plezier aan beleefde. Vanwaar nu toch terug de interesse om op het podium te kruipen? Geen schrik opnieuw gedesillusioneerd te worden?
Ik ben niet gestopt omdat ik er geen plezier aan beleefde. Ik ben gestopt omdat ik een heel onverschillig gevoel kreeg op het podium. De passie waarmee ik ooit optrad, de agressie, de tunnelvisie en verhevenheid die ik ervoer waren compleet verdwenen. Natuurlijk heb ik schrik van een nieuwe teleurstelling want geloof me trouw, het is net dat gevoel dat ik na al die jaren terug najaag….Ik wil mezelf weer kunnen loslaten voor een publiek. Als op het eerste optreden blijkt dat dit niet lukt, dan begraaf ik Paragon Impure weer voor lange tijd. Wil ik me amuseren op een podium, dan speel ik wel met Lugubrum: altijd vreemd vermakelijk.

Sade” verschijnt via het gerenommeerde Ván Records. Heb je veel labels benaderd en wat biedt Ván Records dat andere labels niet kunnen?
Het was Jim (van Urfaust) die me introduceerde bij Ván. Twee e-mails met labelbaas Sven Dinninghof later was er een overeenkomst. Geen contract, geen gelul, geen verplichtingen naar de toekomst toe. Een goede verstandhouding en een eerlijk compromis. Voor het eerst werden al mijn onkosten vergoed bij het inleveren van de master en dat is leuk meegenomen. Verder bood Ván totale vrijheid wat betreft de fysieke uitgave, carte blanche. De communicatie i.v.m. het artwork verliep rechtstreeks met de drukker, zonder enig weerwerk van het label….wat wil je als artiest nog meer? Ik ken Ván al sinds de beginjaren en weet dat de focus ligt op kwaliteit, zowel qua muziek als drukwerk. Een beter label kon ik me voor de release van “Sade” niet wensen.

Op sociale media lees ik af en toe dat “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” voor enkelen als dé beste Belgische black metal plaat ooit mag bestempeld worden. Hoe kijk je zelf naar die plaat terug? Wat is voor jou Belgium’s black N°1?
En terecht. “To Gaius!” is na “Sade” ook mijn favoriete album van eigen bodem. Maar dat is niet moeilijk: ik ken gewoon niet veel inheemse (black metal) bands. De voorbije tien jaar was ik niet actief in de underground en leerde ik, op enkele bands na, weinig nieuws kennen. Het eerste black metal-album dat ik ooit kocht was “Towards the skullthrone of Satan” van Enthroned. Een puber van 13 was ik toen. Zonder Enthroned te kennen koos ik de plaat op basis van het artwork, één van de betere werken van Kris Verwimp. Dat album heb ik grijs gedraaid en behoudt een speciale plaats in het zwarte deel van mijn hart. Later leerde ik Lugubrum kennen. “Bruyne troon” en vooral “De vette cuecken” vond ik ge-ni-anaal! Ze moeten het geroken hebben want in 2007 volgde hun uitnodiging om hen als bassist te vervoegen. Een jaar nadien verscheen “Albino de Congo”, eerder brown dan black metal, desalniettemin mijn persoonlijke nummer drie van eigen kweek. Naast de overige bands waar ik iets mee te maken had (Dead Inside, Gotmoor, Verloren, Heimat) ken ik weinig goeie bands. Twee noemenswaardige namen die ik recent leerde kennen zijn Goat Torment en Kosmokrator. Het latere werk van Gorath vind ik erg te pruimen. Alkerdeel is een ijzersterke liveband maar heeft nog vaag iets te maken met black metal…

Hoe voel je je nu “Sade” na tien jaar eindelijk het levenslicht zal zien? Beschouw je “Sade” als jouw magnus opus? Heeft het werken aan de plaat voor nieuwe ideeën gezorgd of luidt de release meteen ook het einde in van Paragon Impure?
“Sade” voelt niet aan als mijn magnum opus maar is het mogelijk wel, in die zin dat de kans zeer klein is dat ik nog een album zal schrijven. Ondertussen heb ik wel geleerd nooit meer “nooit meer” te zeggen…Nico Denecker (van Bloodaxe magazine) maakte de heel gevatte opmerking dat ik bijzonder weinig over stront gezongen heb op “Sade”. Sindsdien heb ik het gevoel dat het album niet compleet is en volgt er mogelijk wel een appendix: “Girone della merda”, wie zal het weten.

 

Carnation – Je doelen bereiken vergt veel tijd en moeite

Op vlak van death metal ben ik een moeilijke jongen. Voor mij geen über-technische “mama-kijk-wat-ik-kan-toestanden” of vlakke, plat geproduceerde death-pop en deathcore. Geef mij maar de oervaders van het genre of nieuwere bands die naar het old school-geluid teruggrijpen. In ons kikkerlandje loopt er een band rond die hard aan de weg timmert richting de top en mijn kritische death metal-hart wist te veroveren. Wat mij betreft nemen ze de Belgische doodsmetalentroon reeds in met hun debuut “Chapel of abhorrence“. Carnation is de naam en ik schotelde diens met bloed besmeurde frontman Simon enkele vragen voor. (JOKKE)  

20180330-IMG_4187kopiek(c) Sarina Mannaert

Dag Simon! Alvast proficiat om iemand die jullie genre niet op de voet volgt compleet van zijn sokken te blazen! Hoe zijn de reacties op jullie kersverse debuut ‘Chapel of Abhorrence’ tot nog toe?
Enorm positief! We merken dat we veel nieuwe mensen bereiken met het album en dat ze onder de indruk zijn van het product. We krijgen lovende reacties en recensies uit alle hoeken van de wereld en daar zijn we uiteraard heel tevreden over. Het geeft zeker een speciaal gevoel wanneer je dan de vinyl ziet opduiken in landen zoals Nieuw-Zeeland of Israël, want dat hadden we helemaal niet verwacht.

Zoals ik in mijn review aangaf is Zweedse crunchy death metal nooit helemaal mijn ding geweest, hoewel ik een band als Bloodbath dan weer wel heel goed kan smaken en ik de klassiekers van Entombed en Dismember ook wel ken. Noem eens drie vrij nieuwe bands in het genre die ik absoluut zou moeten beluisteren als ik meer van jullie stijl wil horen?
Drie vrij nieuwe death metal bands waar ik enthousiast over ben zijn Skeletal Remains, Gatecreeper en Horrendous. Deze bands hebben niet allemaal de Zweedse crunchy death metal sound maar ik vind dat ze alle drie goede songwriters hebben met interessante riffs. Ze bieden ook elk iets anders aan. Skeletal Remains past meer in het straatje van Morbid Angel met vocals in de stijl van Pestilence of Asphyx. Gatecreeper daarentegen is meer een combinatie van de Zweedse sound met veel invloeden uit de hardcore/punk. Ten slotte heeft Horrendous een heel sfeervolle en atmosferische sound met vrij lange en experimentele nummers.

Ik hoorde jullie een eerste keer op de 2016-editie van AMF toen jullie met jullie soundcheck ons optreden van Onrust lichtelijk aan het verstoren waren en zag jullie daarna een verpletterende show spelen. Ondertussen zijn we twee jaar verder en hebben jullie een heleboel shows gespeeld in binnen- en buitenland waarbij jullie o.a. ook Brazilië en Japan hebben aangedaan. Wat hebben jullie uit deze optredens en tours geleerd?
We besteden veel aandacht aan onze liveshow. In België en Europa hebben we veel middelen om mee te werken en kunnen we gebruik maken van onze geluidsman, lichtman en podiuminrichting. Deze factoren zijn voor ons heel belangrijk om een kwaliteitsvolle show te kunnen afleveren. In Brazilië en Japan heb je deze middelen niet ter beschikking en moet je roeien met de riemen die je hebt. Japan was op dat vlak een positieve ervaring, gezien de professionaliteit van de lokale medewerkers en de beschikbare backline. Brazilië was iets meer rock ‘n’ roll en soms moest er al eens een dreun verkocht worden om de Marshall terug aan de praat te krijgen. Zo leer je wel om ook een sterke show af te leveren op een locatie met beperkte middelen.

Van het optreden dat jullie op het Asakusa Deathfest in Tokyo speelden, is via het muziekmagazine Rock Tribune een live registratie verschenen. Heeft dat extra deuren geopend?
Zeker wel! We hebben toen op korte tijd veel nieuwe mensen op de hoogte kunnen brengen over het bestaan van Carnation. Enkele weken na de verspreiding van het magazine hebben we aanbiedingen ontvangen om shows te spelen op Graspop, Alcatraz en Summer Breeze. Ook het boeking- en managementkantoor District 19 waar we nu mee werken heeft ons gecontacteerd enkele weken na de release van de “Live at Asakusa Deathfest” EP. We waren al enkele jaren een goede naam aan het opbouwen maar we denken dat dit wel één van de doorslaggevende factoren was om een hoger niveau te bereiken.

Als jullie drie bands zouden mogen kiezen om mee op tour te gaan ter promotie van jullie nieuwe album, hoe zou die affiche er dan uitzien?
Dan kiezen we voor Cannibal Corpse, Hypocrisy en een reünie van Dismember. We hebben deze zomer twee shows gespeeld als direct support voor Cannibal Corpse en die waren écht de moeite. We bereiken dan ook zonder twijfel een publiek dat ons zeker zal appreciëren. Hypocrisy zouden we vooral zelf graag nog een keer aan het werk zien omdat het voor ons gevijven nu al een tijdje geleden is. Voor mij persoonlijk is Dismember één van de death metal bands waar ik al sinds jonge leeftijd veel naar luister. Tenslotte als kers op de taart brengen we Jon Nödtveidt nog even back from the grave en voegen we Dissection toe aan de line-up. Dat zou echt té cool zijn.

20180330-IMG_3778kopie(c) Sarina Mannaert

De “Cemetery of the Insane” EP werd uitgebracht bij het kleine Final Gate Records. Voor “Chapel of Abhorrence” vonden jullie onderdak bij het grote Season Of Mist. Hoe is dat in zijn werk gegaan?
In oktober 2017 hebben we “Chapel of abhorrence” afgeleverd bij ons managementkantoor District 19. Vervolgens hebben zij het album aangeboden bij de verschillende platenlabels die geïnteresseerd zouden zijn in het product. Twee maanden later lagen er toen drie opties op tafel. We hebben toen gekozen om het aanbod van Season of Mist te accepteren. In januari hebben we het contract ontvangen en na enkele verduidelijkingen en aanpassingen hebben we in de laatste week van januari de documenten ondertekend.

Tevreden over hoe de promotionele machine momenteel loopt ter ondersteuning van jullie nieuwe plaat?
Season of Mist heeft echt goed werk geleverd met de promotie voor “Chapel of abhorrence“. We kunnen enkel positief zijn over de samenwerking. Iets na de ondertekening van het contract kregen we een document waarin staat wat ze eigenlijk nodig hebben om een album goed te promoten. We hebben ervoor gezorgd dat ze ook effectief alle middelen ter beschikking hadden om die taak succesvol uit te voeren.

Chapel of Abhorrence” klinkt enorm massief maar werd in jullie home studio opgenomen. Hebben jullie je door een externe producer laten bijstaan of hadden jullie de touwtjes volledig zelf in handen wat betreft opnames, mix en mastering?
We hebben het opnameproces en vervolgens ook het afwerken van de mix volledig in eigen handen gehouden. Onze gitarist Bert Vervoort heeft zelf een opnamestudio genaamd Project Zero Studio. Samen met onze bassist Yarne Heylen werkt hij daar op voltijdse basis aan audioproducties. We hebben dus de middelen en ook de knowhow ter beschikking om zelf een interessant product af te leveren. Als zanger is het trouwens vaak vervelend om in een externe studio op te nemen omdat je als laatste in de rij ook meestal het minste tijd zal krijgen. In de huidige situatie kunnen we aan elk instrument zoveel aandacht besteden als we zelf wensen en dat is echt een meerwaarde om de beste takes te behalen. Enkel op vlak van mastering hebben we uiteindelijk nog beroep gedaan op Dan Swanö.

Voor “Sermon of the dead” en het titelnummer brachten jullie twee gave professionele videoclips uit waarvoor jullie samenwerkten met Panda Productions. Waarom wilden jullie net deze twee songs als single voor het album uitbrengen en er een videoclip aan koppelen?
We hebben deze keuze voornamelijk vanuit een creatief standpunt gemaakt. Ik vind het een meerwaarde wanneer je een videoclip kan opnemen op een interessante locatie. Voor deze twee nummers hebben we bijpassende locaties kunnen vinden die de juiste sfeer zouden scheppen en die op visueel vlak aansluiten bij de muziek en de tekst. Zo’n videoclip opnemen kost best veel geld, dus op financieel vlak ben je wel ergens beperkt om je volledig creatief te kunnen uiten. Toch vinden we het belangrijk, en vooral ook leuk, om de nummers op visueel vlak te ondersteunen. Ook vanuit een marketing perspectief was het een goed idee om een videoclip op te nemen voor het titelnummer van het album.

20180324-IMG_3585kopiekopie(c) Sarina Mannaert

Veel plezier aan de opnames beleefd zeker als jullie je zo kunnen bekladden met bloed en evil staan wezen? Snappen jullie ouders en grootouders waar jullie mee bezig zijn? Ik kan mij inbeelden dat de bomma wel zal verschieten als ze jullie daar zo met een bebloede kop ziet staan?
We krijgen eigenlijk best veel steun van de familie. Onze ouders zijn heel geïnteresseerd en komen ook geregeld wel eens kijken naar een optreden. Ze volgen het allemaal op de voet op en merken ook dat er goede resultaten zijn. Zeker in het afgelopen jaar merkten ze dat we hard hebben moeten werken om deze resultaten te kunnen behalen. Ze zijn geen liefhebbers van het genre maar ze begrijpen wel dat we er veel tijd en moeite in steken om onze doelen te kunnen bereiken.

Simon, ik vind dat jij een erg indrukwekkende doch verstaanbare grunt hebt. Doe je bepaalde oefeningen om je stem te onderhouden?
Bedankt! Het is voor mij enorm belangrijk om mijn stem en lichaam goed op te warmen voor een optreden. Vooral veel stretchen is noodzakelijk, zodat de spieren in het gezicht en de rest van het lichaam soepel genoeg zijn om intensief te gebruiken. Zonder een goede opwarming is mijn lichaam nog te stijf en dan merk ik vaak dat mijn capaciteiten beperkter zijn. Hoe meer je de stembanden kan trainen en opwarmen hoe beter je ze ook kan beheersen. Dat is identiek zo voor iemand die gaat sporten en zijn spieren moet trainen of onderhouden. Veel zingen voor de start van een tour om de stembanden voor te bereiden op de activiteiten van de komende dagen of weken. Ook rekening houden met wat je gaat drinken of eten tijdens een tour mag je zeker niet onderschatten. Koffie bijvoorbeeld, is de grootste vijand van elke zanger. Zo heb ik nog wel een waslijst aan producten die ik zeker wel of niet zal gebruiken tijdens een tour.

Op “The Unconquerable Sun” en “Hatred Unleashed” horen we een gastbijdrage van Chris Monroy, zanger van Skeletal Remains. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?
In 2014 hebben we Skeletal Remains voor de eerste keer ontmoet. We kregen dan de kans om samen met hen twee shows te spelen in België. Vanaf de eerste ontmoeting was er eigenlijk al een klik tussen beide bands. We blijven nu al jaren contact houden met hen en spreken ook altijd af als ze in Europa op tour zijn. Ook in Japan waren we samen met hen op het Asakusa Deathfest. We hebben dus al wel enkele avonturen samen beleefd en het zijn echt gewoon toffe gasten. Het was dus niet zo moeilijk om Chris als gastzanger op het album enkele stukken tekst te laten zingen. Hij heeft een coole stijl die duidelijk verschillend is van mijn eigen stijl. We vonden het interessant om voor deze nummers, die ook specifiek halverwege het album staan, een andere stem toe te voegen en zo voor een beetje afwisseling te zorgen.

Voor de rest nog plannen ter promotie van “Chapel of Abhorrence”?
We vertrekken op tour met Schirenc Plays Pungent Stench in december en januari. In totaal staan er elf shows op het programma in vijf verschillende landen. We spelen in Duitsland, Italië, Nederland, Oostenrijk en Zwitserland. Ook spelen we enkele weken voordien op het Eindhoven Metal Meeting festival in de Effenaar. De komende maanden zijn we van plan veel live te spelen en Carnation te brengen naar landen en locaties waar we nog niet eerder hebben kunnen spelen.

 

O – Turia/Iskandr/Solar Temple

Er broeit heel wat in de Nederlandse ondergrond. Dat was de voorbije jaren al duidelijk en het ziet er niet naar uit dat er op korte termijn een stop zal komen aan de stortvloed aan kwaliteitsreleases van onze noorderburen. Weldra verschijnt er nieuw werk van Iskandr, Solar Temple, Turia en Fluisteraars, stuk voor stuk releases die meer dan de moeite waard zijn. Spilfiguur in de eerste drie bands is de heer O. Hoogtijd voor een gesprek met deze muzikale duizendpoot! (JOKKE) 

Iskandr_MMXVIIIIskandr

Dag O, je als een muzikale bezige bij bestempelen lijkt me zelfs nog een understatement als ik zie dat je weldra met maar liefst drie bands nieuw werk uitbrengt. Vanwaar haal je de tijd en energie om je op zo veel verschillende muzikale projecten te concentreren?
Muziek is iets dat in me zit en ik blijf rusteloos als ik het niet kan vastleggen. Noem het een maakdrang. Dat het lukt om dit in daadwerkelijke releases om te zetten heeft echter ook zeker te maken met de algemene productieve sfeer waarin Nederlandse black metal (en ons specifiek subgenre daarvan) verkeert. Iedereen is bereid elkaar te helpen en samen nieuwe muziek te creëren, spullen uit te lenen, artwork in elkaar te zetten, enzovoort. In die context is het dan ook makkelijker om productief te blijven. Zonder deze vrienden zou dit nooit lukken.

Wanneer ben je voor het eerst met heavy muziek in contact gekomen en wat heeft ertoe geleid om zelf de gitaar op te pikken?
Al vanaf jonge leeftijd was ik aangetrokken tot heavy muziek, in eerste instantie gewoon via wat er op MTV of de radio en dergelijke tot me kwam. Maar vanaf het moment dat ik echt zelf muziek ging aanschaffen in de platenzaak, in het begin van mijn tienerjaren, kon het voor mij niet extreem genoeg zijn. Zo kwam ik al snel op black en death metal uit, een liefde die mij sindsdien niet meer heeft losgelaten. Pas later ging ik ook oudere, wellicht minder extreme muziek waarderen. Psychedelische muziek, folk, elektronische muziek, klassiek, etc. Als het maar een bepaalde emotionele en sonische gelaagdheid heeft.

Je staat op het punt nieuwe releases uit te brengen met Turia, Iskandr en Solar Temple. Ben je in alle drie de bands actief als songschrijver? En zo ja, is het altijd duidelijk voor jou welke nieuwe riff of song voor welke band bestemd is?
Ja, maar alleen Iskandr is qua songwriting volledig van mijn hand. Van sommige passages is het voor mij direct duidelijk bij welke band het thuishoort, bij andere kan het een tijdje in het midden hangen. Uiteindelijk is de visie achter de songs het belangrijkste. Soms betekent dat het schrappen van bepaalde passages, maar als die echter goed genoeg zijn, kunnen die elders weer opduiken. Dit is echter wel een zeldzaamheid, in mijn ervaring is het meestal snel duidelijk welke riff, melodie of drumbeat bij welk stuk behoort.

Hoewel er wel degelijk verschillen hoorbaar zijn in de aanpak van Turia, Iskandr en Solar Temple – waarbij de eerste het meest venijnig, de tweede het meest triomfantelijk en de derde het dromerigst klinkt – ligt hun sound ook niet mijlenver uit mekaar. Hoe zou je met andere woorden zelf het verschil in sound tussen de bands omschrijven?
Dat is erg moeilijk, vaak is het ook niet alleen mijn eigen inbreng maar ook mijn medemuzikanten die het een bepaalde sound meegeven. Zonder de ijzingwekkende vocalen van T en de rauwe chaotische drums van J zou Turia heel wat minder venijnig klinken. Ook het feit dat we met Turia alles live opnemen, en met de twee andere bands de muziek echt instrument na instrument in elkaar zetten, maakt hier een verschil in. Maar ik kan mij goed vinden in je beschrijvingen.

Een gemeenschappelijke deler die ik bij al deze bands terug hoor is het Oekraïense Drudkh en de manier waarop ze een triomfantelijk gevoel in hun melodieën leggen. Hoe belangrijk is deze band geweest voor je muzikale ontwikkeling?
Drudkh is zeker een inspirerende band, vooral hun eerste vier platen. Maar ook de Noorse klassiekers, ons allen bekend, en vooruitstrevende bands zoals bijvoorbeeld Fell Voices, Trist en Vemod zijn voor mij erg waardevol. Ook Swans en Sunn O))) zijn voor mij muzikale voorbeelden.

Voor de nieuwe Iskandr langspeler “Euprosopon” liet je je ook inspireren door de klassiekers “Eld” van Enslaved, “Dark sorcery” van Aeternus en “…Again shall be” van Hades. Is Iskandr’s koerswijziging richting heathen black metal spontaan ontstaan tijdens het schrijfproces of had je van meet af aan een nieuwe sound voor ogen voor “Euprosopon”?
Het is natuurlijk een beetje een cliché om te stellen dat het een volledig natuurlijk proces was. Het is echter toch moeilijk aan te wijzen wat doorslaggevend was: de ideeën bij het schrijven van het album of de platen die ik in die tijd veel luisterde. Ik denk niet dat “Euprosopon” zodanig veel verschilt van het debuut of de “Zon” EP dat ik het als een echte koerswijziging zou omschrijven, eerder een verbreding van het geluid van zijn voorgangers. De hierboven vermelde klassiekers zijn dan ook eerder na het schrijfproces naar voor gekomen als richtingaanwijzers voor wie wilt snappen waar ik met de plaat op doel. Het geluid en de gevoelens die die platen oproepen wil ik graag bereiken. Dat betekent niet dat het gewoonweg kopiëren van die muziek zou voldoen, dat zou erg lui zijn en waarschijnlijk een bar slecht album opleveren. Het weemoedige, bij tijd en wijlen triomfantelijke, maar ook de agressie en strijdvaardigheid van de bovengenoemde platen, vormen een beeld van wat ik wil overbrengen met Iskandr. Of dat geslaagd is, laat ik natuurlijk aan de luisteraars over.

Wat vind je van het huidige werk van deze drie inspiratiebronnen?
Ik ben misschien ietwat conservatief aangelegd dat ik toch het oudere werk verkies. Enslaved tot en met “Blodhemn” is mijn favoriete periode van de band. Hoewel ook later werk zeker goede songs heeft, luister ik minder graag een hele plaat. Hades blijft goed, en hoewel de platen na hun naamsverandering of hun laatste EP mij niet helemaal konden bekoren, vind ik Ask live echt een fenomenale frontman voor de band. Aeternus is na “Dark sorcery” wel beduidend andere muziek gaan maken, ook niet verkeerd, maar ik blijf vooral naar die EP terug grijpen.

Ik heb heel wat online opzoekwerk verricht naar de verklaring van de titel “Euprosopon”, die te maken zou hebben met de onmogelijkheden van de ideale man, maar veel wijzer ben ik niet geworden. Kan je een tipje van de sluier oplichten en uitleggen wat het woord betekent en hoe zich dat verhoudt tot de thematiek van de songs?
Het is eigenlijk een woordspeling. Zoals “Utopie” (Eutopia) een perfecte doch onbestaande plek aanduidt, zou “Euprosopon” (een “prosopon” was een masker in het Griekse theater, maar duidt ook een bepaalde rol of persoonlijkheid aan) de “perfecte” maar per definitie onhaalbare persoon aanduiden. Het gaat om een herwaardering van de idee van heroïek en zelfopoffering, iets wat in onze individualistische, materialistische cultuur en politiek geen plaats heeft. Een moraal en ideaal wat nooit behaald kan worden, maar wel het nastreven waard is. Dit stuit zonder uitzondering altijd op beperkende opmerkingen dat iets “onrealistisch” is. Terwijl de huidige staat van de wereld verder af staat van het “reële” dan ooit tevoren.

Voor de opnames van “Euprosopon” heb je je laten bijstaan door Mink Koops van de band Fluisteraars, die tevens ook het inspelen van de drums verzorgde. Was zijn inbreng noodzakelijk om Iskandr’s muziek naar een hoger niveau te tillen?
Mink Koops is een zeer talentvol musicus en heeft een zeer goed oor voor productie. Ik ben er zeker van overtuigd dat dit de muziek enorm veel ten goede is gekomen. Zonder twijfel.

Zal Mink als volwaardig lid tot Iskandr toetreden waardoor we ons in de toekomst misschien ook op live shows mogen verkneukelen?
Wellicht. We hebben nog geen aanbod gehad voor een live optreden dat praktisch haalbaar zou zijn. Tevens zijn we allebei ook druk bezig met andere live- en studioformaties waardoor er niet echt een druk bestaat om ook Iskandr live op te voeren. Maar als de gelegenheid zich voordoet, sta ik hier wel voor open.

Fluisteraars_Turia_PhotoTuria & Fluisteraars

Turia is ondertussen ongetwijfeld de bekendste van de drie bands waarmee je naast twee fantastische langspelers nu ook een tweede split uitbrengt, eentje met jullie streekgenoten Fluisteraars. Wiens idee was het om een muzikale en conceptuele samenwerking aan te gaan rond jullie thuisbasis Gelderland en de Waal en de Rijn-rivieren?
Het idee om een split te maken lag al een tijdje in de groep, ook omdat we simpelweg allemaal goede vrienden zijn. De conceptuele uitwerking hebben we collectief gedaan: zoals het hoort onder het genot van wat goede drank en goede platen. Dat we méér wilden dan simpelweg los van elkaar wat nummers op nemen en die op twee kanten vinyl drukken was al snel duidelijk. Het idee om echt een conceptuele en productionele eenheid te vormen voor deze release leek ons het meest inspirerend. Collectief de studio ingaan en écht je krachten bundelen bleek dan ook erg goed te werken. We zijn allemaal erg tevreden over de uitkomst van dit experiment.

Hoe belangrijk is de omgeving waarin je leeft voor je gemoedstoestand en haal je veel inspiratie uit de jouw omringende natuur in Gelderland en diens geschiedenis
Zeer belangrijk. Thematisch komt dit telkens terug, alhoewel misschien niet in de letterlijke zin zoals andere bands uit onze regio, denk aan Heidevolk of Wederganger die echt lokale legendes bezingen. Ik groeide op in Nijmegen, vlak bij het Reichswald, in de middeleeuwen het Ketelwald geheten. Als je daar door het bos loopt, loop je zomaar langs pre-christelijke grafheuvels, Romeinse wegen en boerderijen van honderden jaren oud. Maar ook verder in de provincie zijn er kastelen, landgoederen en de prachtige bossen van de Veluwe. Het contact met deze omgeving geeft mij veel inspiratie voor muziek en artwork.

Turia’s bijdrage op de split is het maar liefst achttien minuten durende “Aan den golven der aarde geofferd” waarin de meer experimentele en psychedelische kant van jullie sound uitgediept wordt, wat goed uitpakt. Is dat iets dat je op toekomstige releases nog verder wilt uitwerken?
We zijn nog in het schrijfproces van de volgende plaat, hoe dit precies gaat uitpakken weten we niet. De lengte en diversiteit in de track blijven vooralsnog waarschijnlijk wel uniek voor deze release, maar ook de komende plaat zal niet back to basics zijn. We zijn allemaal erg geïnteresseerd in hele diverse stijlen, dan is het bijna onvermijdelijk dat dit zijn weg vindt naar de muziek die je maakt. Black metal en haar muzikale traditie blijven echter zeker wel de fundamenten waarop we bouwen, hierbinnen is eindeloos veel mogelijk, zoals ook bands van de oude stempel al lieten zien.

Eerder dit jaar verscheen Turia ook al op een erg sterke split met Vilkacis, de band van één van mijn persoonlijke helden Michael Rekevics. Wie heeft wie gecontacteerd om de handen in mekaar te slaan voor deze split?
We kwamen in contact door de Europese tour van Yellow Eyes (waar Michael ook in drumt) twee jaar terug. Toen wij het idee voor een split opperden, was Michael vrij snel enthousiast. Het heeft even geduurd om dit te realiseren, inmiddels hebben we ook wat shows samen met Yellow Eyes gespeeld. We zijn enorm vereerd. Vilkacis is een ontzettend sterk en ook ondergewaardeerd project, we hopen hiermee ook deze kant van zijn muziek verder onder de aandacht te brengen in Europa.

In de twee nummers van deze split vielen ook al de nodige psychedelische rock-invloeden te bespeuren evenals een Indisch-aandoende melodie in “Tuchtroede”. Haal je inspiratie uit Indische muziek of is dit eerder een toevalligheid?
De vergelijking met Indische muziek heb ik nu vaker gehoord, maar dit is denk ik slechts toevallig. Wellicht heeft het te maken met het vermengen van majeur en mineur toonladers in dezelfde passages: iets wat veel voorkomt in Indische muziek, maar ook zeker in Oost-Europese en middeleeuwse muziekstijlen. Ook psychedelische rock en moderne klassieke muziek (John Cage, Terry Riley) zijn natuurlijk van meet af aan beïnvloed door Indische muziek, en daar luisteren we wel graag naar. Wellicht dus indirect?

SolarTemple_BandSolar Temple

De laatste band waarover ik het met jou wil hebben is Solar Temple. Van de vorig jaar verschenen “Rays of brilliance” demo was ik al ferm onder de indruk maar ik viste spijtig genoeg achter de mazen van het net om een fysiek exemplaar op de kop te drukken. Bestaat er enige kans dat deze nog opnieuw zal uitgebracht worden, zij het op een ander formaat daar je nu voor alle drie de bands de samenwerking bent aangegaan met Eisenwald?
Wellicht; hoewel de lengte van de track op zich niet ideaal is voor een ander format dan een cassette. Tot nu toe zijn we niet geneigd om herdrukken te doen van cassettes die we uitgeven op Haeresis Noviomagi, de precieze vraag is moeilijk in te schatten en soms verkoopt iets snel uit en soms hebben we het nog een behoorlijke tijd in stock.

De blauwdruk voor de sound van jullie eerste langspeler “Fertile descent” is de huidige Nederlandse black metal-scene maar je vond ook de nodige inspiratie bij een band als Swans. Diens dissonante, noisey en psychedelische invloeden mogen in de toekomst wat mij betreft nog verder verkend worden. Hoe ver kan je de sound van Solar Temple nog stretchen denk je?
Dat is moeilijk in te schatten. We proberen ons op geen enkele manier te laten leiden door conventies en normen, hoewel we natuurlijk wel een bepaalde manier van muziek maken gewend zijn. In hoeverre het lukt om verder uit onze eigen stramienen te breken, zal wel blijken als we aan de slag gaan voor de volgende plaat.

Bestaat er een kans dat Solar Temple live zal optreden?
Jawel, maar vooralsnog is dat erg lastig te realiseren, dus voorlopig maken we hier zeker geen prioriteit van. Het zal moeilijk worden om de lo-fi productie en experimentele elementen goed naar een live-setting te vertalen.

Zoals reeds eerder aangegeven blijven jullie met Haeresis Noviomagi de tapeversies van je releases uitbrengen, maar voortaan zal het Duitse Eisenwald instaan voor de CD- en LP-versie. De ambities reiken ondertussen met andere woorden toch al een pak verder dan de oorspronkelijke underground-aanpak, niet
We hebben nog enkele andere releases op de planning van bij ons aangesloten bands die weer via andere bevriende labels gerealiseerd zullen worden. We willen gewoonweg werken met mensen die we vertrouwen en waarvan we het idee hebben dat zij ook graag een mooi eindproduct realiseren. Echt concrete ambities buiten de underground zou ik dit niet noemen, de muziek en visuele aanpak is hiervoor denk ik toch te obscuur.

Bedankt om ons wat meer inzicht te geven in de bands waarmee je actief bent!
Bedankt aan Addergebroed voor de kans om wat te vertellen over onze muziek en visie, evenals voor de support aan ons label sinds ons prille begin!

Rituals Of The Dead Hand – Limburgse bokkenrijders

Je hebt zo van die mensen die absoluut geen zittend gat hebben en dan ook niet genoeg hebben aan één muzikale uitlaatklep. Onze landgenoot Filip Dupont is zo iemand. In het verleden was hij de man achter black metal-band Gorath en de laatste jaren timmert hij hard aan de weg richting stardom met Hemelbestormer. Weldra verschijnt echter ook het debuut van Rituals Of The Dead Hand, een nieuwe speler in het black/death/sludge-wereldje. Ik schoot enkele vragen af richting het verre Diepenbeek en kreeg onderstaande antwoorden terug van zowel Filip als Frederik. (JOKKE)

ROTDH 1

Dag Filip! We kennen jou voornamelijk als het muzikale brein achter Hemelbestormer en het  in 2013 terziele gegane Gorath. Met die eerste band hebben jullie eerder dit jaar een tweede langspeler “A ring of blue light” uitgebracht. Waar heb je nog tijd en energie gevonden om nu ook met het debuut van je nieuwe project Rituals Of The Dead Hand op de proppen te komen?
Filip: Het lijkt inderdaad alsof ik met mijn gitaar ga slapen om een veelvoud aan albums te schrijven. De waarheid is echter dat ik relatief weinig gitaar speel. Het is eerder regel dan uitzondering dat een maand passeert zonder dat er wat creatiefs uit de mouw geschud wordt. Het is wel zo dat de meeste ideeën in mijn hoofd worden vergaard tijdens het joggen of ’s nachts als ik wakker lig. Eenmaal dat op punt staat, komt de gitaar erbij en durft het wel eens vlotjes te gaan.

De bandnaam verwijst naar een middeleeuws gebruik. Vertel!
Frederik: De “dode hand” was in feite de afgehakte hand, meestal de linker, van een tot de galg veroordeelde dief of moordenaar die als kandelaar werd gebruikt. Wanneer men er van menselijk vet, al dan niet afkomstig uit hetzelfde lijk waarvan de hand afkomstig was, gemaakte kaarsen op liet branden kon men bijvoorbeeld de bewoners van een huis in een vaste slaap houden zodat ze niet wakker zouden worden bij een inbraak. Ook zouden alle deuren probleemloos geopend kunnen worden en daarom wordt het ook wel eens “dievenkaars” genoemd. De bokkenrijders zouden ook hun eed aan de duivel gezworen hebben op de dode hand, wat meteen bijdraagt aan de criminele en sinistere aard.

Ook het concept van de plaat, namelijk de bokkenrijders, is ontleend aan middeleeuwse folklore. Vanwaar de interesse in deze legende en om er muzikaal iets mee te doen?
Frederik: Toen Filip en ik op zoek waren naar onderwerpen voor de teksten, waren we het er vrijwel onmiddellijk over eens dat het niet de zoveelste occulte vertellingen of “Hail satan“-slogans moesten worden. We zochten uiteraard iets duister, maar ook iets waar we zelf een soort van persoonlijke link mee hadden. Als Limburgse band het over Griekse mythologie (ik zeg zo maar wat) hebben komt immers een beetje flauw en gemaakt over, toch? De bokkenrijders waren destijds actief in onze streken. Een aantal vermeende leden zijn destijds zelfs geëxecuteerd in Wellen, amper enkele kilometers van waar ik woon. Persoonlijk vind ik die link met de plaatselijke folklore erg belangrijk en ik denk dat Filip me daar wel in kan volgen. Met Gorath heeft hij immers ooit een plaat gemaakt over zijn thuisstad Diepenbeek (“MXCII“; ADDERGEBROED). Misschien niet meteen de meest opvallende stad met een brutale, duistere geschiedenis, maar wel de plaats waar hij al zijn hele leven woont en gevormd is geworden tot wie hij is. Zo persoonlijk wordt het natuurlijk niet met de bokkenrijders, maar het feit dat het zich vrijwel allemaal onder onze neus afspeelde én het behoorlijk lugubere materie is, zorgde voor een perfect onderwerp.

De bokkenrijders behoren tot het immaterieel cultureel erfgoed van Limburg. Welke plaatsen, musea of lectuur kan je aanraden voor wie meer wil weten over dit onderwerp?
Frederik: Eerst en vooral wil ik even benadrukken dat ik zeker geen expert ben die ter voorbereiding alle mogelijke literatuur aangaande de bokkenrijders verslonden heeft. Ook dient er een verschil gemaakt te worden tussen de folkloristische “legenden” en de historische “bokkenrijderbendes”. Die laatste zijn er naar alle waarschijnlijkheid wel geweest en zullen ook wel een aantal misdaden begaan hebben, maar lang niet in de proporties dat er gezegd wordt. Het ging niet om één grote overkoepelende bende die, aangevoerd door een kapitein en in naam van de duivel, naar hartenlust moordde, plunderde en verkrachtte. Aannemelijker is dat het om diverse, los van elkaar opererende kruimeldievenbendes ging die inderdaad wat roofovervallen gepleegd hebben. Het was met andere woorden allemaal minder dramatisch en duivels dan de verhalen je willen doen geloven. Uiteraard is dit minder interessante materie voor een death/black metalband en daarom focussen we ons met Rituals Of The Dead Hand voornamelijk op het folkloristische en legendarische, aangevuld met wat historische feiten zoals bijvoorbeeld de martelingen van de verdachte leden, de executies in de Bonderkuil in Wellen en de beruchte drossaard Clerckx, de man die heel wat bokkenrijders voor het gerecht heeft gesleept. Het is echter zeker geen geschiedenisles!
Voor wie toch wat meer wil weten over de historiek van de bokkenrijders zijn er diverse artikelen op het internet te vinden. De site www.bokkenrijders.com biedt bijvoorbeeld een schat aan informatie, evenals het boek “Bokkenrijders: De schande van Limburg” van François Van Gehuchten. De bonderkuil en een overblijfsel van de Onze-Lieve-Herenboom, de boom die op de hoes van “Blood oath” staat en tevens de plaats waar de bokkenrijders vergaderden, zijn ook nog steeds te bezichtigen in Wellen.

Snap je mijn kritiek dat ik dit concept eerder bij vuile en opruiende black metal vind passen dan bij jullie mid-tempo muziek?
Filip: Als je denkt aan gruwelijke martelingen, verassende brandstichtingen en barbaarse executies, beeld ik me een onheilspellend en geestelijk teisterend sfeertje in. Daarbij past snelle black metal. Zeker en vast! Maar ook wel trage, duistere muziek die loodzware mokerslagen uitdeelt aan je bovenkamer. Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten, toch?

Muzikaal gezien grijp je met Rituals Of The Dead Hand min of meer terug naar Gorath’s zwanenzang “The chronicles of Khiliasmos” uit 2012 waarop je black en death metal begon te mengen met invloeden uit de post- en sludge scene. Gorath opnieuw leven inroepen is nooit aan de orde geweest veronderstel ik?
Filip: Dat klopt. Die bedenking maakte ik me ook toen ik “Blood oath” in zijn geheel hoorde. Toch is ROTDH simpeler en met beter vakmanschap tot stand gekomen. “Khiliasmos III” was eigenlijk al een Hemelbetormer track avant la lettre, net zoals “Manifest” van het snel ter ziele gegane Horus. Enerzijds is “Khiliasmos” met meer post-rock wat Hemelbestormer doet. Anderzijds is “Khiliasmos” met meer death metal wat Rituals of the Dead Hand doet. Gorath is gestopt en dat blijft zo. Chapter closed.

Gorath heeft destijds best wel wat erkenning gekregen. Wordt je nog dikwijls aangesproken op Gorath’s muzikale erfenis?
Filip: Neen. Eigenlijk niet. Zelf heb ik laatst nog eens een resem Gorath platen beluisterd en aan alle zes heb ik wat aan te merken. Conceptueel, visueel en vaak ook muzikaal ben ik nog steeds erg tevreden. “MXCII” heb ik woord voor woord vertaald met het Diepenbeeks woordenboek erbij om een consequente schrijfwijze van het dialect te hebben. One hell of a job! Voor “The fourth era” heb ik heel wat Maya gerelateerde info verslonden. Jurgen (van Theudho) en ik verzorgden op het album de teksten/concepten en dat verliep altijd uitstekend. Inhoudelijk werd er echt wel wat verteld. Productioneel kon het allemaal een hele hap beter. Dat stoort me. Evenals de soms te drukke drumpartijen en te progressieve riffs. Het mocht soms wat minder zijn allemaal.

In de muziek van Rituals Of The Dead Hand hoor ik invloeden terug van enkele bands die je nauw aan het hart liggen zoals Burzum, Glorior Belli, Satyricon en Amenra. Zijn er nog andere bands die je als inspiratiebron voor Rituals Of The Dead Hand kunt detecteren?
Filip: Van het lijstje dat je opsomt, behoort enkel Burzum tot mijn uitgesproken favorieten. Van Satyricon heb ik laatst zelfs mijn eerste druk van “Dark medieval times” de deur uitgedaan. Ik heb echt niks meer met die band, tenzij het over “The shadowthrone” gaat. Maar blijkbaar hoor je toch wat invloeden. Wellicht doel je op een welbepaalde riff in “Bonderkuil“. Als er toch aan namedropping gedaan moet worden, zou ik alvast volgende artiesten vermelden: The Ruins Of Beverast, Triptykon en Necros Christos. Ik denk dat de sfeer op “Blood oath” een mix is wat je bij hun ook terug vindt. Slow, low and pounding!

ROTDH 2

Voor de opnames kon je mede-Hemelbestormer kompaan Frederik “Cozy” Cosemans overhalen om de drums in te spelen. Heeft hij eigen inbreng gehad voor het invullen van de drumlijnen of was het eerder jouw ideeën uitvoeren in de studio?
Filip: Frederik en ik zijn vaak samen en ergens tijdens een van de vele gesprekken opperde hij eens dat we iets black/death-achtigs moesten doen. Redelijk snel nadien was het materiaal geschreven. Thuis werk ik alles uit tot in de kleinste details. Dat was met Gorath zo, dat is met Hemelbestormer zo en dat is dus ook zo met ROTDH. Frederik past her en der wat aan, maar het grootste deel is gebleven zoals de pre-producties afgeleverd waren. Doch, ROTDH is van ons beiden. Frederik verzorgt de teksten en ik de muziek. Dat werkt goed. Maar het is absoluut geen sologebeuren.

Blood oath” komt uit via het Duitse Dunkelheit Produktionen. Hoe ben je met hen in contact gekomen? Was er ook interesse van andere labels waar je mee samenwerkt(e)? Waarom is Dunkelheit het ideale label voor Rituals Of The Dead Hand?
Filip: Labelbaas Bernd heeft me destijds geholpen om Gorath te distribueren. De vinylversie van “MXCII” hadden we in eigen beheer uitgebracht en de Belgische post was een veelvoud duurder dan hun Duitse collega’s. Daar ik sneller in Duitsland ben dan in Brussel of Antwerpen, ging ik gewoon naar Bernd en regelden we de postzaken daar. Voor mij, als oude zak in de scene, is het belangrijk dat ik mensen ken waarmee ik samenwerk. Dat ik ze eens kan zien in het echte leven en dat we eens kunnen afspreken en een pint pakken. Zulke dingen maken de zakelijke kant van het muziekgebeuren aangenamer. Idem voor Hemelbestormer, dat op Ván Records zit, ook vlakbij over de grens. Zowel Ván als Dunkelheit had ik pre-producties gestuurd. Ze waren de enige labels. De eerste had niet dadelijk tijd of interesse om te luisteren en de tweede was onmiddellijk dolenthousiast. Doordat Dunkelheit zo enthousiast reageerde en dat ook bleef wanneer we afspraken, was het voor ons een uitgemaakte zaak. De toekomst zal uitwijzen of het een ideale keuze was.

Beschouw je Rituals Of The Dead Hand als iets éénmaligs of heb je nog verdere plannen?
Filip: We twijfelen om live te spelen. Bernd kan een Zuid-Amerikaanse tour regelen. Zijn vrouw is van Peru en om de zoveel tijd woont hij daar een hele poos. Dus het is zeker niet onmogelijk. Maar momenteel haalt de ratio het van het hart. Hoe graag Frederik en ik het willen, de inspanningen om even live te gaan kosten moeite. En dat kunnen we momenteel niet opbrengen. Maar wie weet denken we daar volgend jaar anders over. We zien het alvast niet als een éénmalig iets. Absoluut niet!

In 2016 heb je ook nog het album “Eight billion deathmarch” uitgebracht met je grindcore en crustpunk-project Wolven. Voor de songtitels van die plaat zocht je inspiratie bij bevriende muzikale bands, wat ik wel een originele insteek vond. Heb je daar nog verdere plannen mee?
Filip: Alles verloopt in cycli. De volgende Hemelbestormer is haast helemaal geschreven. Als die gereed is, wil ik me nog toeleggen op het schrijven van de vierde plaat van een ander (black metal) project wat ook al even de ronde doet. Aldus ook een nieuwe Wolven. “Eight billion deathmarch” was geschreven en opgenomen in een maand tijd. Daar was de snelle flow zeer belangrijk. Voor Wolven waren er trouwens muzikanten die zich aanboden om live te gaan. Ratio en hart,…

Je hebt al een bijzonder lang parcours afgelegd in de Belgische en internationale metalscene. Hou zou je de huidige stand van zaken vergelijken met de tijd van Gorath?
Filip: Interessante vraag. Eind jaren negentig nam je een demo cassette op en werd er geruild met mensen over de hele wereld. Spannend, maar erg tijdrovend. Ik kreeg toen nog een gekopieerd A4-tje van de distro-items van Osmose Productions. Nuclear Blast en Earache leerden me de wereld van death metal kennen en lokale bands waren al groot als ze een keer in het buitenland speelden. Boeiende tijden allemaal. Vervolgens stak het internet de kop op en zorgden fora en sites zoals Deathmetal.be en My Space voor een enorme e-activiteit. Ik stak er te veel tijd in, zonder echte resultaten. Je kon zo veel mogelijk spammen en mensen lastig vallen als je wilde, maar eigenlijk bereikte je het omgekeerde effect. Dat alles is wat ingestort en met de huidige sociale media ben ik niet zo goed bekend. Dat is beter zo. De drang om mijn band altijd en overal ten toon te spreiden boeit me niet meer. Wat komt, dat komt.

Nog laatste woorden voor onze lezers?
Filip: Blijf Addergebroed lezen en zet op de achtergrond iets van ROTDH op. Bedankt Jokke!