reviews

Belenos – Argoat

Er zijn van die bands die je vergeet tot je plots een promo voor je neus krijgt. Zo ook het bijna 25 jaar oude Franse Belenos. Dat Frankrijk goeie technische metal weet uit te persen, horen we aan Gorod, Dead Season, Gojira, … En ook qua donkere black metal weet de kenner dat onze buren een Metal Merlot kunnen onderscheiden van een Pino Noir – Pino is al angstaanjagend genoeg en behoeft geen extra domme woordspeling. Minder bekend is dat het land ook een paar oerdegelijke pagan bands in de wijnkelder heeft, zoals Himinbjørg or Aes Dana, … En nou net daar is waar Belenos heeft liggen rijpen sinds het vorige album uit 2016. Het nieuwe “Argoat“, als ik me niet vergis full-length studioalbum nummer zeven, is geen nakomertje. Enige originele en vaste lid Loïc Cellier heeft namelijk wel erg zijn best gedaan om een rauwe, moderne sound te creëren. Het staat misschien niet bol van de originele vondsten, “Argoat” dendert door van begin tot einde. Alle nummers zijn goed gespeeld, met zowaar goede cleane zangpartijen, en passen netjes bij elkaar. Ze bevatten voldoende tempo- en melodiewissels om alles interessant te houden, maar niet zoveel dat het onoverzichtelijk gaat worden. Eigenlijk is dit een prachtig voorbeeld van hoe je old school black-pagan metal in de moderne tijd kan brengen, zonder teveel compromissen aan eender welke kant van de tijdslijn. Geen enkel nummer springt er echt uit, maar dat is niet erg, want het hele album loopt vlotjes naar binnen. Mijn complimenten aan de chef.

Xavier: 83/100

Belenos – Argoat (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Karv-den
2. Bleizken
3. Argoat
4. Nozweler
5. Huelgoat
6. Dishualder
7. Duadenn
8. Steuziadur
9. Arvestal

Nupta Cadavera – Nupta Cadavera

Na de IJslandse, Nederlandse en Portugese black metal-scene is de laatste tijd ook Denemarken toegetreden tot de moderne hot beds qua zwartmetaal. En dit allemaal dankzij een groepje gelijkgestelde zielen dat de Korpsånd-cirkel oprichtte en waarvan de activiteiten zich om en rond de Mayhem-zaal/repetitieruimte afspelen. Een grote verscheidenheid aan labels probeert een graantje mee te pikken in de interesse in dit clubje en wij namen o.a. Jordslået, Ærekær, Fanebærer en Blot & Bod al onder de loep. Nu is er de nieuwe band Nupta Cadavera (Latijn voor “huwelijk met een lijk”) waarin leden van de Korpsånd-cirkel huizen, maar de line-up strekt zich ook buiten de Deense landsgrenzen uit. Label van dienst is Nuclear War Now! Productions dat een eerste twee-songs-tellende EP uitbrengt. Rauwe riffs als glinsterend metaal clashen bijwijlen met ondersteunende keyboards waarbij grimmige en sappige vocalen de spanning breken. Het tempo is traag tot mid-tempo en bewijst dat overtuigende black dus niet altijd op razende snelheid dient gespeeld te worden. Denk aan een ruwere en meer krakende versie van oude-Gehenna. Beide nummers zijn met een speelduur van iets meer dan drie minuten pittig en beknopt gehouden. Houden zo! Benieuwd naar wat dit in de toekomst gaat geven!  

JOKKE: 81/100

Nupta Cadavera – Nupta Cadavera (Nuclear War Now! Productions 2019)
1. Metaphysical cruelty
2. Instant mortification of the soul

Chelsea Wolfe – Birth of violence

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: wie had verwacht dat Chelsea Wolfe op haar nieuwe album “Birth of violence” opnieuw de hardere kaart zou uitspelen zoals op de sublieme voorganger “Hiss spun” komt bedrogen uit. Mevrouw Wolfe blinkt uit in het schrijven van nummers die een sombere schoonheid en American desolation blues in zich dragen wat zich doorheen haar discografie al op verschillende manieren uitte. “The grime and the glow” uit 2010 stond vol lo-fi bedroom recordings, terwijl “Unknown rooms” uit 2012 vele akoestische momenten bevatte. Tussen deze platen verscheen “Apokalysis” waarop elektrische wegen vol heavy uitspattingen ingeslagen werden, een aanpak die op het in 2017 verschenen “Hiss spun” herhaald werd en tot haar beste plaat leidde. Op “Pain is beauty” (2013) en diens opvolger “Abyss” (2015) werd dan weer succesvol met elektronische elementen geëxperimenteerd en werden de songs ingevuld met volledige bandarrangementen. Chelsea Wolfe’s muziek werd steeds voller en concentreerde zich op het live-element, wat best een contradictie is gezien het persoonlijke en geïsoleerde karakter van haar muzikale hersenspinsels. “Birth of violence” laat een terugkeer horen naar het teruggetrokken karakter van haar oudste werk en werd geschreven en opgenomen in de eenzaamheid van haar afgelegen huis in Noord-Californië. De chaos en survival mode die onlosmakelijk met het tourleven verbonden zijn, begonnen na acht jaar hun tol te eisen, waardoor me time broodnodig was. De impact van de talloze kilometers en voortdurende uitputting vonden hun weg naar nummers als “The mother road“, “Highway” en “Deranged for rock ’n roll“. Er worden ook hedendaagse topics aangekaart zoals de problematische schietpartijen op Amerikaanse scholen in het mineur-slaapliedje “Little grave” en de vernietiging van onze planeet op de donkere ballade “Erde“. “Birth of violence” laat geen onorthodoxe texturen of aanpak horen. De kern van de twaalf nummers bestaat uit Chelsea Wolfe’s innemende zang – in het intieme “Be all things” en het feeërieke “When anger turns to honey” in staat tot het creëren van vochtige ogen – gekoppeld aan haar akoestische gitaar. Waar nodig worden de songs aangevuld met vioolpartijen van Ezra Buchla en drums van Jess Gowrie, twee muzikanten waar Wolfe in het verleden ook al mee samenwerkte. Twaalf keer op rij weet Chelsea Wolfe een pakkende intieme atmosfeer en onheilspellende elegantie neer te zetten waarmee ze de eer van de Amerikaanse singer-songwriter en folk cultuur hoog houdt. Straffe straffe straffe madam!

JOKKE: 87/100

Chelsea Wolfe – Birth of violence (Sargent House 2019)
1. The mother road
2. American darkness
3. Birth of violence
4. Deranged for rock & roll
5. Be all things
6. Erde
7. When anger turns to honey
8. Dirt universe
9. Little grave
10. Preface to a dream play
11. Highway
12. The storm

Flagellant/Orcivus – Split

Al het materiaal dat het Zweedse Flagellant na diens tweede langspeler “Maledictum” (uit 2013 weeral) losliet, is eigenlijk niet spiksplinternieuw. Het nummer “Great illuminationg void awareness” dat op de vorig jaar verschenen “Ekstrophë“-compilatie preek, dateerde al van voor “Maledictum” en de nummers die we nu via een split met de landgenoten Orcivus voorgeschoteld krijgen, werden ook reeds eind 2015 vereeuwigd. Beide bands leverden vier songs af, goed voor 37 minuten black metal van het gitzwarte soort. Flagellant heeft geen tierlantijntjes en occulte hocus pocus nodig om zijn duivelse boodschap aan de man te brengen. De Zweden leveren altijd bovengemiddeld sterke nummers af maar “The fires are lit” springt er dankzij diens Svartsyn-vibe wat mij betreft bovenuit. Op dit nummer is het trouwens Orcivus zanger Mortifer die de honneurs achter de microfoon waarneemt. Wat Orcivus betreft, moeten we voor diens laatste langspeler “Est deus in nobis” al negen jaar terug de tijd induiken, hoewel in 2016 nog wel een nummer werd aangebracht voor een split EP met Excessum. Orcivus’ zwartmetalen klanken klinken iets scheller en dunner vergeleken met het zwaardere, door een ronkende basgitaar voortgedreven geluid van Flagellant en leunen dicht aan bij een Watain ten tijde van diens debuut. Het orthodox satanische karakter van deze Zweden wordt in de verf gezet door het enigmatisch aura dat de songs uitstralen. De songstructuren zijn iets uitdagender vergeleken met Flagellant, maar ook hier blijven sacrale gezangen, rituele ambient en overige toeters en bellen in de kelder opgeslagen. Regelmatig wordt het spanningsveld opgezocht tussen trage gitaarriffs waaronder snelle drums voor een opwindende hartpuls zorgen. Mits “Tattered beliefs” laat Orcivus zien dat ook een pakkend traag nummer met meer rockende riffs schrijven mogelijk is. Meteen ook de uitschieter aan diens kant. “Black sun of illumination” werd ingezongen door Flagellant vocalist E. Op deze manier is er dus sprake van een grotere verbondenheid tussen beide bands dan het louter aanbrengen van enkele nummers, wat toch steeds een meerwaarde is bij splits. Geslaagde release met knap artwork van Karmazid voor liefhebbers van Ofermod, Svartsyn, Watain en Malign.

JOKKE: 83/100 (Flagellant: 82/100; Orcivus: 84/100)

Flagellant/Orcivus – Split (World Terror Committee 2019)
1. Flagellant – Barbarous names of evocation
2. Flagellant – Globus cruciger
3. Flagellant – The fires are lit
4. Flagellant – Ten spheres
5. Orcivus – Monumental ending
6. Orcivus – Breaking the seals
7. Orcivus – Black sun of illumination
8. Orcivus – Tattered beliefs

Asagraum – Dawn of infinite fire

Het interview dat ik met Asagraum’s Obscura afnam naar aanleiding van het overweldigende debuut “Potestas magicum diaboli” is de tweede meest gelezen post ooit op deze blog. Om maar te zeggen dat er blijkbaar heel veel interesse is in deze band. En dat is volledig terecht, alleen hoop ik dat het niet louter komt door het feit dat Asagraum 100% vrouwelijk is. Naast bandleidster Obscura bestaat Asagraum officieel nog uit drumster Amber de Buijzer (ex-Sisters Of Suffocation) die de drumstokken overnam van Trish Kolsvart die momenteel een erg zware strijd tegen kanker levert. Op de promofoto’s treffen we echter ook nog live-bassiste Mortifero aan, het gaat hier om de Nederlandse kern van de band. Verder vervolledigen de Zweedse gitariste V-Kaos, de Noorse bassiste Makhashanah en de Zwitserse keyboardspeelster Lady Kaos (Borgne) het live-plaatje nog. De sulfur spatte van de eerste single “Abomination’s altar” af en wakkerde de hoge verwachtingen nog verder aan. Deze worden trouwens volledig ingelost. Obscura’s kenmerkende raspende krijsen brengen de blasfemische boodschappen (een titel als “Hate of Satan’s hammer” liegt er niet om) vol vurige overtuiging en ook muzikaal zet “Dawn of infinite fire” de boel drie kwartier lang in vuur en vlam (wat overigens knap wordt weergegeven in het artwork van de hoes). Venijnige messcherpe riffs en pakkende tremolo’s wisselen meer melodieuze passages en Watain-achtige leads (“Guahaihoque” en “Beyond the black vortex“) af waarbij de erg goed hoorbare baslijnen (dank aan Tore Stjerna’s Necromorbus Studio) voor de compacte lijm zorgen. Amber timmert het geheel vakkundig en met precisiewerk aaneen. Ambitieuze songwriting en een dynamische spel van snelheden zorgen voor voldoende variatie hoewel het tempo doorgaans hoog ligt. De old-school Noors/Zweedse formule wordt met een brandende vitaliteit gebracht die we buiten Scandinavië nog maar zelden te horen krijgen dezer dagen (of het moet door een band als Darkened Nocturn Slaughtercult zijn). Ten opzichte van het debuut is het aantal Nederlandstalige nummers nu verdubbeld. Als de tekst van “Dochters van de zwarte vlam” op Obscura en co slaat, hoop ik de dames alvast niet in het donker tegen te komen. In “Waar ik ben, komt de dood” zet mysterieuze heldere zang de toon voor een waardige afsluiter van deze erg geslaagde tweede langspeler. Ik heb één van de 150 gelimiteerde vinylexemplaren op de kop kunnen tikken waar als surprise nog een 7 inch met twee extra nummers bij zit. “Visions from the serpent’s chalice” wijkt met haar duistere ambient sterk af van de rest van de songs, terwijl “Abyssum abyssus invocat” de verleidelijke vertrouwde duivelse tronie van Asagraum laat zien. Ik kan me inbeelden dat de grotere labels al in de rij staan om Asagraum in te lijven.

JOKKE: 88/100

Asagraum – Dawn of infinite fire (Edged Circle productions 2019)
1. They crawl from the broken circle
2. The lightless inferno
3. Abomination’s altar
4. Guahaihoque
5. Dawn of infinite fire
6. Dochters van de zwarte vlam
7. Beyond the black vortex
8. Hate of Satan’s hammer
9. Waar ik ben, komt de dood

Vort – Demo 2019

Wie af en toe eens iets leest op Addergebroed, weet dat black metal veel meer mijne meug is dan het dodelijke broertje ervan. Ik volg die eerste scene dus veel meer op de voet dan die tweede, dat geldt zowel voor internationale als nationale bands. Qua Belgische death metal passeerde Carnation natuurlijk met diens eerste langspeler, maar dat is ondertussen ook weer al een goed jaar geleden. En voor Kosmokrator moeten we nóg verder terug de tijd in gaan. Met Vort (‘verrot’, ‘corrupt’) halen we nog eens een nieuwe doodsmetalen band van eigen bodem aan, een kakelverse dan nog wel. Via het sympathieke Babylon Doom Cult Records verschijnt Vort’s eerste demo (op 7 inch formaat) waarop twee songs prijken, samen goed voor zo’n dikke negen minuten death metal of old. Voor fans van Grave Miasma en Spectral Voice geeft het persbericht mee. Laat dat nu net twee death metal-bands zijn die ik dik te pruimen vind en waarvan hun platen geen tijd krijgen om stof te vergaren in mijn kallax-kasten. Het trio K.P. (bas), T.S. (drums) en S.A. (gitaar) (en wie voorziet de in-reverb-gedrenkte grunts?) laat met de nummers “Subdermal putrescence” en “Augmentation of the black void” horen dat er voortaan rekening dient gehouden te worden met deze grafdelvers. Snelle old-school death metal stukken worden afgewisseld met doomy atmosferische passages, zodat de dynamiek snor zit en de snelle partijen ook beter aankomen. Qua sfeer en (on)gezelligheid scoort het trio alvast een dikke voldoende. De trage riffs van ‘Subdermal putrescence” doen me ook terugdenken aan de vroege jaren negentig hoogdagen van een Obituary. Het was een tijdperk waarin death metal nog moddervet klonk in plaats van afgelikt technisch. Ook Vort’s sound klinkt lekker zompend en organisch zonder echter een te groot beerput-gehalte te hebben. Deze negen minuten gaan erin als zoete koek en dat de Gentenaren daarbij geen minuut origineel klinkt, is in dit geval helemaal niet zo erg. Grave Miasma en Spectral Voice doen binnenkort ons landje aan. Oproep aan de organisatie: laat Vort de gemoederen maar opwarmen die avond!

JOKKE: 82/100

Vort – Demo 2019 (Babylon Doom Cult Records 2019)
1. Subdermal putresence
2. Augmentation of the black void

Funeral Oration – Eliphas love

Fans van Tool hebben maar liefst dertien jaar op een nieuwe plaat moeten wachten. Maar het kan nog erger. Het Italiaanse Funeral Oration bracht in 1996 haar debuut “Sursum luna” uit en liet haar volgelingen ruim drieëntwintig (!!!) jaar op een opvolger wachten. Tijdens de grote periode van inactiviteit verkaste bassist Malfeitor Fabban van het zuidelijke Apulia naar Rome om er ondermeer zijn eigenste Aborym op te richten. Zanger The Old Nick werd leerkracht en bibliofiel en bracht in 2017 ook “Letters from the dead” uit, een verzameling van zijn correspondentie met Mayhem’s Dead alvorens die iets te binnen schoot. Samen met oprichter en songschrijver Luca La Cara trok The Old Nick in 2017 terug de studio in voor wat de opvolger “Eliphas love” zou worden, een plaat opgedragen aan de vaders van de moderne esoterie (A.O. Spare, M. Rollinat, A. Saint-Yves d’Alveydre and S. de Guaita). In tegenstelling tot het debuut waarop de teksten in het Engels en Latijn waren geschreven, werd nu grotendeels voor het Italiaans gekozen. Een exotische keuze, die echter wel past bij het occulte sfeertje dat 36 minuten lang wordt neergezet, niettemin door de vele invloeden van klassieke Italiaanse horrorfilm soundtracks die in Funeral Oration’s black doorsijpelt. Keyboards zijn dan ook prominent aanwezig maar vervallen regelmatig in kermisgeluiden en foute jaren ’90 Last Episode-toestanden. Op de drumkruk vinden we Luca M. terug, maar door de digitale sound klinken ze veel te steriel naar mijn meug. Snelle nummers zoals “Furor eretico” hebben in hun venijnige momenten wel wat weg van het Enthroned rond de milleniumwisseling, maar deze passages zijn schaars. Het is pas wanneer we bij het zesde, meer gitaargedreven, nummer “Tregenda” aanbeland zijn dat er nog eens iets spannend gebeurt. Back in the nineties wist Funeral Oration al geen grote ogen te gooien en dat zal drieëntwintig jaar laten niet veel beter zijn.

JOKKE: 69/100

Funeral Oration – Eliphas love (Avantgarde Music 2019)
1. Intro
2. Furor eretico
3. Anatema di Zos
4. L’abisso
5. Marcia funebre
6. Tregenda
7. Vuoto mistico