reviews

Martwa Aura – Morbus animus

Met uitzondering van het puike Servische Nadsvest, concentreert het – mij voordien onbekende – Under the Sign of Garazel Productions label zich hoofdzakelijk op Poolse bands. Tussen de undergroundnamen resoneert Martwa Aura het meest bij ondergetekende. Na de band al meermaals te hebben zien voorbijkomen op sociale media werd het hoogtijd om de tweede langspeler “Morbus animus” bij zijn nekvel te grijpen en aan enkele luisterbeurten te onderwerpen. Het vijfkoppige gezelschap uit Poznań draait al een decennium mee en de bandleden houden er ook tal van nevenactiviteten op na, waarvan enkel Above Aurora, de andere band van nieuwbakken drummer Oktawiusz Marusiak een belletje doet rinkelen. “Morbus animus I” gooit meteen een begeesterende riff in de strijd, gevolgd door een snedig totaalplaatje inclusief opruiende Poolse screams. Niets nieuws onder de zwartgeblakerde zon, maar even later laat het kwintet ook een melodieuzer gezicht zien want er passeren enkele mooie en beklijvende leadpartijen die ons zelfs even aan mid-era Katatonia doen denken. Er is tevens plaats voor een serieuze portie dramatiek die vooral middels beladen heldere vocalen tot uiting komt. Maar ook doomregionen worden kortstondig verkend en de finale van deze bijna negen minuten durende opener sluit af met een repetitief patroon. “Morbus animus III” – waar deel II is, is me een raadsel – begint meer rechttoe rechtaan, maar laat het tempo al gauw naar meer sinistere regionen zakken, maar plots wordt de funeraire atmosfeer weer opgeschrikt door een groovende uitbarsting. Er volgen nog meer breaks, dikwijls ook onverwacht, waardoor we voortdurend bij de les en op het puntje van onze stoel blijven zitten. Dit dynamische spel en oor voor doeltreffende spanningsbogen en afwisselende gemoedstoestanden is absoluut één van de sterktes va Martwa Aura. Om de bij momenten erg melodieuze insteek wat te counteren, schreven de heren ook een agressievere song als het meedogenloze “Ślepowidzenie“. Hoewel? Zo ongeveer halfweg nemen meeslepende leads het terug over en wordt ook hier voor lichter verteerbaar tegengewicht gezorgd. Het zal je niet verbazen dat de band ook in de laatste twee nummers nooit op één paard wedt. Zéér degelijke plaat van een onontgonnen Poolse zwarte parel.

JOKKE: 80/100

Martwa Aura – Morbus animus (Under the Sign of Garazel Productions 2020)
1. Morbus animus I
2. Morbus animus III
3. Ślepowidzenie
4. Święta zagłada
5. Ostatnia gwiazda

Tirgûl – Promo 2020

Het is niet de eerste keer dat Morden Demstervold’s en The Specter’s pad elkaar kruisen in de ongure, donkere blackmetalbossen. Deze keer is het middels Tirgûl, een gloednieuw project dat ons alvast op twee nummers trakteert als amuse bouche voor meer muzikaal lekkers dat (hopelijk snel) verwacht wordt in 2021. Label van dienst is Skyggeraich Productions dat ondermeer werkte met Blood Tyrant, Ultima Thule, Old Tower en Warden. Wie deze promotracks voor de eerste keer hoort en ietwat muzikale blackmetalbagage in zijn rugzak heeft zitten, zal ongetwijfeld instant moeten terugdenken aan “First spell” van het Noorse Gehenna. Deze EP uit 1994 met alles behalve vervaarlijk klinkende, maar o zo atmosferische mid-tempo black en dominante keyboards vindt nog regelmatig zijn weg naar mijn playlist. Tirgûl brengt eerlijk gezegd bij momenten een haast klakkeloze kopie van het werk van deze Noren, maar incorporeert in “Awakening the mythos of our past” naast slepend zwartmetaal ook een versnelling met een meer rockende, op Darkthrone geïnspireerde riff. Het meer dan zes minuten durende “A distant empire” start dan weer up-tempo om de boeg na een tweetal minuten, opnieuw via een Darkthrone-achtige riff, om te gooien naar mid-tempo black metal. De sfeervolle klanken die uit het keyboard getoverd worden gaan van grandiose synthlagen en extreem catchy riedeltjes, over sfeervol pianospel tot kloek hoorngeschal. De gevarieerde vocalen (hoge screams, diepere growls, koorzang, spoken word) vertolken een verhalende rol en voeren je mee naar lang vervlogen tijden. De laatste screams die eruit geperst worden, voel ik trouwens tot in mijn kleine teen sidderen. Het is overduidelijk waar Tirgûl de mosterd haalt, maar laat Gehenna nu net één van mijn all time favourites in het genre zijn. Reuze benieuwd naar meer dus!

JOKKE: 82/100

Tirgûl – Promo 2020 (Skyggeraich Productions 2020)
1. Awakening the mythos of our past
2. A distant empire

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex

De smaakvolle zwart-wit fotografie van Void Revelations die op de hoes prijkt van “Conjuring subterranean vortex“, de titel van een split tussen Hadopelagyal en Thorybos, trok meteen onze aandacht en doet een conceptuele aanpak vermoeden, hoewel ik daar nog geen bewijsmateriaal voor gevonden heb. Hadopelagyal kwam hier reeds twee maal aan bod: de eerste keer met hun demo en daarna middels de split met Kosmokrator. Nu dus opnieuw in splitverband. Het duo Hekla (zang, gitaar) en Agur (drums) levert drie composities aan waarvan het openende “Schattendraeuen” de rol van een (te lang gerekte) mysterieuze intro vertolkt. Het navolgende “Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago” is opgetrokken uit een sepulchrale mix van woeste death en beukende doom metal met een vleugje black metal als extra sfeermaker. De vocalen echoën doorheen de barbaarse wall of sound en een commerciële songstructuur is ver te zoeken. Dat is nog meer het geval bij het twaalf minuten durende “Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes“. Als deze song na acht minuten vol wervelende passages, onstuimige uitbarstingen, ondergrondse spanning en toornige mid-tempo verwrongen riffs uiteindelijk uitmondt in duistere ambient, ben ik ook letterlijk aan het einde van mijn Latijn. Overweldigend is dit absoluut maar veel blijft er eerlijk gezegd niet van hangen. Ik mis een memorabel ‘hook’ hier of daar. Thorybos is een nieuweling op dit portaal ondanks het feit dat de Duitsers al sinds 2008 actief zijn en in die tijd best al een aardige discografie bijeen geschreven hebben. Vergeleken met het ouder meer bestiaal black/deathmateriaal, gaan de vijf van infantiele aliassen voorziene muzikanten (of wat dacht u van “Deathpriest Goatcommander of Black Abyss and Morbid Bestiality” of “V. Tyrant of Necrocracy and Clandestine Blood Cult Inauguration”?) in deze twee échte songs en twee uit mystieke ambient opgetrokken “gates” voor een meer sinistere en atmosferische aanpak. Die laatstgenoemde is zanger/tekstschrijver van dienst en tevens archeoloog en universiteitsprofessor van beroep. In zijn teksten verkent de man dan ook verschillende duistere en mystieke aspecten van oude culturen. Zo is “Underground cemetery” geïnspireerd door misschien wel de meest fascinerende oude ondergrondse structuren van Malta, bekend als Hal Saflieni Hypogeum. “Temple prostitution” handelt dan weer over het fenomeen van heilige seksriten en hun betaalde concubines – niet op een denigrerende manier bedoeld, maar als essentieel onderdeel van religieuze beoefening en rituele uitvoering. Tussen de agressieve aanpak en het killer instinct van Thorybos gaan deze keer ook subtiele melodieën, lange doomstukken en zelfs keyboards schuil, maar het zwaar hakkend knuppelwerk en de barbaarse vocalen herinneren aan het bestiale verleden. Hoewel op papier niet 100% mijn meug, kan ik dit Thorybos best wel smaken. Goede maar niet essentiële split die met ruim 15 minuten aan ambientklanken misschien beter nog een “écht” extra nummer had bevat.

JOKKE: 77/100 (Hadopelagyal: 78/100; Thorybos: 76/100)

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex (Amor Fati Productions 2020)
1. Hadopelagyal – Schattendraeuen
2. Hadopelagyal – Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago
3. Hadopelagyal – Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes
4. Thorybos – Gate I Hamartigenia
5. Thorybos – Underground cemetery
6. Thorybos – Gate II Paraphernalia
7. Thorybos – Temple prostitution

Sorcier Des Glaces – Un monde de glace et de sang

De Canadese blackmetalscene heeft er met nieuwe releases van o.a. Vital Spirit, Ifernach, Serment, Panzerfaust, Sombre Heritage en Departure Chandelier een topjaar opzitten. En plots is daar dan ook nog een nieuw album van Sorcier Des Glaces. Reeds 23 jaar en zeven langspelers lang (de herwerkte versie van debuut “Snowland” rekenen we even niet mee) geven de heren Luc Gaulin (drums) en Sébastien “Roby” Robitaille (zang, gitaar, bas) gestalte aan deze band die qua grim and frostbitten thematiek gerust als de Immortal van Canada beschouwd mag worden. En hun back catalogue puilt uit van de solide jaren ’90 frosty and pure Northern black metal waar – op een iets vollere sound op na – geen duimbreed op werd toegegeven en die als het ware in staat is het smelten van de ijskappen tegen te houden. “Un monde de glace et de sang” verschijnt twee jaar na hun self-titled album en Sorcier Des Glaces hecht er belang aan te vermelden dat er op deze plaat geen keyboards aan te pas kwamen om hun ijskoude fantasiewereld mee vorm te geven. Je zou het bijna niet geloven dat de spookachtige taferelen van opener “Crossing the haunted forest” allemaal middels gelaagde gitaareffecten gecreëerd werden. Sorcier Des Glaces wisselt af tussen Engels- en Franstalige songs en de screams van Sébastien zijn vrij goed verstaanbaar. Akoestische klanken maken voor het eerst hun opwachting in het epische titelnummer dat we halfweg de plaat tegenkomen en dat je twaalf minuten lang in een ijskoud ijsbad onderdompelt. Opnieuw straf hoe gitaren hier ijzingwekkende synths kunnen nabootsen. Na de break even over halfweg het nummer stellen het begeleidende zwaardgekletter en de opzwepende vocalen ons in staat ons degen bij te slijpen en een wak in de dikke ijslaag boven ons hoofd te kerven zodat we terug naar adem kunnen happen. Alhoewel, “(Return to the) Primitive grandeur” hakt er behoorlijk agressief op in, maar verkent later wel meer epische oorden. In het verleden, meer bepaald op “The puressence of primitive forests” uit 2011, eerde het duo het Hongaarse Tormentor en ook Darkthrone werd al gecovered; deze keer valt de eer te beurt aan het Griekse Necromentia waarvan “The warlock” van het album “Crossing the fiery path” uit 1993 gecovered wordt. De meeste bands eindigen hun album met een cover maar Sorcier Des Glaces integreert het nummer eerder in de tracklist waardoor het haast een onontbeerlijk onderdeel van de reis door gletsjers en besneeuwde berglandschappen wordt, straf voor een nummer met een meer mediterrane atmosfeer! Voor het voorlaatste nummer dat met heldere koorzang ingezet wordt en soms een meer marcherend karakter heeft, kijkt het duo uit Québec terug naar diens eigen verleden en wordt een vervolg gebreid op “l’Éternelle majesté des montagnes” dat op het debuut “Snowland“, uit 1998 alweer, prijkt. Afgesloten wordt er met het instrumentale op piano uitgevoerde “La couronne des mille hivers II” dat een vervolg breidt op het eerste deel dat eerder op de plaat al passeerde. “Un monde de glace et de sang” is opnieuw een uitermate geslaagd album geworden, het eerste zelfs dat een speelduur van meer dan een uur overtreft, maar heel de tijd weet te boeien.

JOKKE: 80/100

Sorcier Des Glaces – Un monde de glace et de sang (Obscure Abhorrence Productions/Dread Records 2020)
1. Crossing the haunted forest
2. Night-dark winds of evil
3. La couronne des mille hivers
4. Un monde de glace et de sang
5. (Return to the) Primitive grandeur
6. The warlock (Necromantia cover)
7. l’Éternelle majesté des montagnes (partie II)
8. La couronne des mille hivers (partie II)

Wolven – Generate mass violence

Wolven, het eenmansproject van de toch in onze contreien behoorlijk illustere Filip Dupont, is alweer aan zijn derde vrucht toe. Na een demo en een langspeler is hier het tweede album, dat met “Generate mass violence” een – naar goeie gewoonte – ontiegelijk duidelijke titel opgespeld kreeg. Voor de duidelijkheid – en voor de leken onder ons; wat we hier krijgen lijkt in de verste verte niet op wat we van de andere projecten van de beste man gewoon zijn. Wolven brengt een grauwe en snedige hardcorevariant die grotendeels bol staat van de crust en d-beat. Uiterst getormenteerde en klaarblijkelijk verbolgen vocalen, quasi-militante drumsalvo’s en vranke riffs die gemaakt zijn om te scheuren, niet om mee te slepen, vormen de basis op deze LP. Waar de uit 2015 afstammende demo “New world apocalypse” nog een groot crustfestijn was, is er op deze plaat meer ruimte voor variatie: met momenten drijft Wolven de boel op tot een grindcorewaardig tempo, even later is daar een gekscherend vorte breakdown. Alle elementen worden aardig in elkaar gehaakt en maken van deze opvolger van “Eight billion deathmarch” een stevig en smaakvol brouwsel. De plaat werkt het best wanneer de riffs virulent opbouwen en naar de keel grijpen, zoals op de feilloze opener, “Total lockdown”, die op een luttele 48 seconden heel erg weet bij te blijven. Of deze pieken iets te maken hebben met eerder opgedane ervaring bij projecten als Hemelbestormer, Mahlstrøm en Rituals Of The Dead Hand, laat ik voorts volledig in het midden – maar de uiterst fijngevoelige combinatie van al deze elementen zou wel eens iets heel groots kunnen voortbrengen.

JULES: 77/100

Wolven – Generate mass violence (Loner Cult/Back From The Grave Tapes 2020)
1. Total lockdown
2. Absolute
3. All is violence
4. Silence is golden
5. Life of lies
6. Narcist nation
7. Death cult
8. Discipline
9. Eject mode
10. Twice the needle
11. Degenerate
12. Anti anthem

Stormkeep – Galdrum

De keyboards staan de laatste paar maanden precies in afprijzing want de hoeveelheid zwartmetaal met dikke synthlagen die we tegenwoordig voorgeschoteld krijgen is gigantisch. Zo ook op “Galdrum“, het debuut van het voor mij onbekende Stormkeep, dat via Ván Records uitgebracht wordt. Het openingsnummer “Glass caverns of dragon kings” verwelkomt ons meteen middels aangezwollen toetsenwerk in een middeleeuwse setting vol kloeke ridders, mooie jonkvrouwen, hofnarren, kastelen, tovenaars en draken. Het inlassen van akoestische gitaarmelodieën en heldere koorgezangen draagt nog extra bij tot een gezellige kampvuursetting waar een vers geschoten everzwijn boven een knisperend vuurtje wordt klaargestoomd voor een avondmaal dat welgekomen is nadat we van onze namiddaagse veldslag terug heelhuids huiswaarts gekeerd zijn. Ik krijg van meet af aan een erg sterk Duits gevoel bij Galdrum’s black metal en mede door het veelvuldig inzetten van synths kom ik dan bijna automatisch bij van die matige Last Episode bands als Stormlord, Mystic Circle, Dunkelgrafen en Eminenz uit. Beetje raar wel als je weet dat Stormkeep’s uitvalbasis in de Verenigde Staten gevestigd is. De individuen achter de band ken je misschien wel van bands als Blood Incantion (wat toch heel andere koek is) en Wayfarer. Het meer dan tien minuten durende openingsnummer overstijgt de gemiddelde Last Episode band wel, maar van het middelmatige ietwat te zeemzoete “Lightning frost” worden we nu niet bepaald wild. De vocalen zitten ook wat ver naar achter in de mix waardoor het geheel aan venijn mist. ook “Lore” klokt op een double digit speelduur af en reeds vanaf de inleidende akoestische gitaren weten we al dat dit geen topper gaat worden, zeker als er dan nog een homo erotische fluit opduikt. Ook wanneer de versterkers opengaan, worden we niet omver geblazen door deze middelmatige blackmetalmeuk, ook al wordt er best veel geramd. De veelvuldige heldere zangkoren en licht enerverende gitaarsolo dragen alleen maar bij tot de kakofonie waar we het licht van op onze zenuwen krijgen. En als we dan na 25 minuten bij “Lost in mystic woods and cursed hollows” en diens Bal-Sagoth-achtige dungeon synth taferelen aangekomen zijn, zijn we blij dat “Galdrum” er na een klein half uur opzit. Ván Records slaat de bal zelden mis wat ons betreft, maar de kleine hype rond Stormkeep snappen we ook na een paar extra luisterbeurten, niet helemaal. Er lopen momenteel véél betere bands rond die wel een geslaagd huwelijk maken van black metal en synths.

JOKKE: 65/100

Stormkeep – Galdrum (Ván Records 2020)
1. Glass caverns of dragon kings
2. Lightning frost
3. Lore
4. Lost in mystic woods and cursed hollows

Celestial Sword – Fallen from the astral temple

Het Engelse Death Kvlt Productions speelde zich de laatste tijd vooral in de kijker middels fel gesmaakte releases van hun wonderkind Lamp Of Murmuur. Voor de rest zit er eigenlijk wat ons betreft tamelijk veel middelmatigheid tussen hun output, maar voor het Amerikaanse Celestial Sword maken we graag een uitzondering, want diens eerste demo “Fallen from the astral temple” wist ons meteen in vervoering te brengen, en dan spreken we niet enkel over het smaakvolle logo (van de hand van Amalantrah Workings) en dito artwork (verzorgd door Labyrinth Tower), maar zeer zeker ook over de muziek die een mix laat horen van rauwe black metal en dungeon synth, een muziekgenre dat duidelijk aan haar tweede jeugd bezig is. Grimmige gitaarstructuren en weelderig ingezette toetsen versterken mekaar waar nodig, maar vertellen ook regelmatig afzonderlijk een verhaal en dat is geen liefelijk kinderverhaaltje voor het slapen gaan, maar een bloeddorstig en spookachtig vampierenvertelseltje dat kinderen (en het gros van de volwassenen) gegarandeerd de stuipen op het lijf zou jagen. De speelduur van elk van de negen nummers is vrij compact gehouden, verwacht dus geen ellenlange uitgesponnen repetitieve composities, maar songs die to the point zijn, zonder een lugubere atmosfeerzetting uit het oor te verliezen. Het illustere, in een maliënkolder gestoken heerschap achter deze one-man band beschikt over een high pitched stel perfect krijsende stembanden die ondermeer aan het begin van “Sanguine mist upon the vampyric crypt” haast klinken alsof er een kwaaie kraai achter de microfoon staat. Op ritmisch gebied worden er heel wat verschillende tempotoetsen ingedrukt, gaande van een zich traag voortslepende track als “A crown of serpents and ash” over het eerder mid-tempo “Ancestral chalice of poisoned blood” tot het snellere hakwerk in “Cloistered domain of noctural sorrow“, maar voor inventieve drumroffels en andere subtiele tierlantijntjes is er geen plaats. Enkel in het wat langere “Venomous flames within the abyssal monastery” trekt een kortstondige elektronicabeat even onze aandacht tussen het overheersende machinale gehak. Het wat gevarieerder uitwerken van de snelle drumpartijen is zowat onze enige kritische voetnoot die we bij “Fallen from the astral temple” plaatsen. Wie zich een half uur lang wil laten onderdompelen door rauwe, maar betoverende en cryptische melodieën die je een ver vervlogen fantasiewereld insturen, heeft met Celestial Sword een uitstekende reiscompagnon.

JOKKE: 81/100

Celestial Sword – Fallen from the astral temple (Death Kvlt Productions 2020)
1. Ascending the black tower
2. A crown of serpents and ash
3. Cloistered domain of nocturnal sorrow
4. Ancestral chalice of poisoned blood
5. Thy dracul blade
6. Sanguine mist upon the vampyric crypt
7. Venomous flames within the abyssal monastery
8. The hidden path of sulphuric sorcery
9. Fallen from the astral temple

Serpents Oath – Nihil

Het uit Limburg afkomstige Serpents Oath treedt plotsklaps uit de duisternis om meteen met het volwaardig debuut “Nihil” via Soulseller Records uit te pakken. In het interview met Tes Reoth, spraakbuis en zanger van het trio, konden jullie al lezen dat de heren niets aan het toeval overlaten: geen halfslachtig gedoe met demo’s of EP’s, maar meteen voor een heuse langspeler gaan waarbij over elk detail (sound, logo, lyrics, visueel aspect, bandfoto’s, videoclip, e.d.) minutieus nagedacht werd. Dat Serpents Oath een voorliefde heeft voor het snellere blackmetalgeweld, en dan vooral het op Zweedse leest geschoeide knuppelwerk, wordt al vrij snel duidelijk met “Speaking in tongues“. Referenties van een Dark Funeral ten tijde van “Diabolis interium” zweven doorheen de venijnige tremoloriffs die Daenum in deze opener of het later volgende “The swords of night and day“op de luisteraar afvuurt. Draghul duwt het gaspedaal veelvuldig in, maar ondanks de ziedende tempo’s van bv. “The beast reborn” (hallo Marduk!) bevat elk nummer wel een hook of catchy element wat de herkenbaarheid van de songs ten goede komt. Dat kan het meebrulrefrein van de oorworm “Serpents of eight” zijn, maar evengoed een aanstekelijke melodie zoals de openingsriffs van het gedeeltelijk mid-tempo gespeelde “Malediction” of het meer melodieuze “Into the abyss” waarin we ook wel een gezonde dosis Dissection horen. Zelfs enkele goed geplaatste drumroffels herkennen we meteen bij een tweede luisterbeurt. Tes Reoth beschikt over een stel krachtige stembanden en laat die tijdens het screamen verschillende toonhoogtes verkennen. Andy Classen (Belphegor, Krisiun, …) zat achter de knoppen tijdens het inblikken van “Nihil” wat mijns inziens wel resulteert in een iets te afgelikte sound. Graag volgende keer een tikkeltje ruwer, maar ondanks de propere moderne productie, lijdt de atmosfeer er gelukkig niet onder. Dat komt doordat er enkele duistere ambientintermezzi van de hand van de Franse Melek-Tha tussen de nummers ingebouwd zijn. Ondanks dit puntje van kritiek is “Nihil” een geslaagd debuut geworden. De drie muzikanten hebben al heel wat jaren op de teller staan (o.a. in Insanity Reigns Supreme), maar van metaalmoeheid is hier hoegenaamd geen sprake. Au contraire, want voor de bevlogenheid waarmee Serpents Oath op “Nihil” uitpakt, kan ik alleen maar respect opbrengen. Een concert van deze nieuwkomers bijwonen staat dan ook met stip genoteerd in mijn concertagenda die hopelijk binnen enkele maanden terug kan beginnen vollopen.

JOKKE: 82/100

Serpents Oath – Nihil (Soulseller Records 2020)
1. Vox mortis
2. Speaking in tongues
3. Leviathan speaks
4. Thrice cursed
5. Malediction
6. Serpents of eight
7. Bestia resurrectus
8. Into the abyss
9. Mephisto
10. The beast reborn
11. The swords of night and day
12. Beyond the gates

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros

Wat veel releases van I, Voidhanger Records gemeen hebben, is dat ze doorgaans magnifiek cover artwork hebben dat overloopt van de symboliek en dat de muziek licht avontuurlijke trekken vertoont. Zo ook in het geval van deze split tussen het Mexicaanse Precaria en onze landgenoot Ôros Kaù, twee namen die hier al eerder passeerden. De vier nummers die Precaria aanlevert, vormen het tweede en laatste deel van een diptiek rond het concept ‘Theion‘, het goddelijke vuur dat diegenen transformeert die het ware licht door de duisternis zoeken en dit op een wonderbaarlijke manier vormgegeven door Elijah Tamu (Ikonostasis). Voor het eerste luik genaamd ““Metamorphosphoros” werd het Mexicaanse duo vergezeld door Deathspiral Of Inherited Suffering en Dominus Ira, en voor “Theosulphuros” dus door de mysterieuze Belg wiens overrompelende debuut “Imperii templum aries” hoer goed scoorde. Beide Precaria delen zullen trouwens ook als aparte release onder de noemer “Nigraluminiscencia” gebundeld worden. Precaria speelt een woeste mixvorm van black en death metal die als een ziel in beroering klinkt. Een shitload aan donkere riffs wordt op mekaar gestapeld, tempowisselingen volgen mekaar in sneltempo op en zwavelige melodieën en dartele baslijnen zweven doorheen het hyperkinetische eindresultaat. Hermit, de man met de muzikale en thematische visie, en Bestia, de drummende octopus (want hij lijkt bij momenten een stel extra armen en voeten in de strijd te gooien), beschikken over heel wat technische bagage, maar laten dat wat mij betreft soms ook wat te graag horen, want er blijft eerlijk gezegd niet gek veel hangen van de übersnelle, op militaristische tred afgevuurde passages die de drie volwaardige, lange nummers bevatten (“Ritus absconditus” fungeert als intro). Het is pas wanneer er sporadisch wat gas teruggenomen wordt, zoals in enkele passages van het strijdlustig klinkende en in het Spaans vertolkte “Heautontimorumenos“, dat het duo weet te beklijven. Maar overrompelen is wat de heren het liefst doen met hun mix van barbaars klinkende black/death die fans van Aosoth, Antaeus en het latere werk van Behemoth (vooral vocaal dan) wel zal kunnen bekoren. Voor wie Precaria al zwaar op de maag ligt, zal Ôros Kaù helemaal als een indigestie aanvoelen, want wat deze multi-instrumentalist uit zijn koker tovert klinkt haast onmenselijk. Hier hebben de drums dan ook een machinale in plaats van menselijke oorsprong. Ôros Kaù schuurt, schaaft en rijt geheelde wonden terug open. Ôros Kaù maalt, vermorzelt en verbrijzelt alles op zijn weg. En hoewel dit éénmansproject als de overtreffende trap van Precaria klinkt, weet het me meer te raken daar techniciteit hier, zoals dat bijvoorbeeld ook het geval is bij Skáphe, meer in dienst van atmosfeer staat. Ondanks de gewelddadige en compromisloze aanpak blijven de blackmetalexorcismen van Ôros Kaù immers meditatief en hypnotiserend aanvoelen. Het monumentale “Solve“, dat bol staat van psychedelische geluiden en noisey ambientdampen, breit een perfect einde aan de spirituele zoektocht van “Theosulphuros“, een split die geen spek voor ieders bek is. Maar we hadden ook niet anders verwacht van I, Voidhanger Records natuurlijk.

JOKKE: 79/100 (Precaria: 76/100; Ôros Kaù: 82/100)

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros (I, Voidhanger Records 2020)
1. Precaria – Ritus absconditus
2. Precaria – Ex nigredo
3. Precaria – Darkness is my light
4. Precaria – Heautontimorumenos
5. Ôros Kaù – Exorcisme du sel
6. Ôros Kaù – Exorcisme du feu
7. Ôros Kaù – Exorcisme de l’eau
8. Ôros Kaù – Solve

Mahr – Maelstrom

Iets meer dan een maand alvorens dit hoogst bijzondere jaar 2020 ten einde zal komen, dropt het Prava Kollektiv nog een gezamenlijk bommetje dat menig jaarlijst door mekaar zal schudden, tenminste als je verzot bent op kosmische en/of claustrofobische black metal van het gitzwarte soort. De nieuwe releases van Pharmakeia, Arkhtinn, Voidsphere, Hwwauoch en Mahr worden netjes onder mezelf en mijn collega’s verdeeld, waarbij ik deze Mahr onder de loep neem. Debuut “Antelux” wist ons twee jaar geleden uitermate te bekoren, maar hetzelfde niveau wist men niet door te trekken op de twee navolgende “Soulmare” EP’s die wat te gekunsteld en te lang gerokken overkwamen. Herkansing dus met langspeler nummer twee getiteld “Maelstrom“. Voor de eerst keer zit er wat kleur verstopt in het artwork, namelijk de tonen van ontwerper Maxime Taccardi’s bloed. Zijn stijl is ondertussen uit de duizenden herkenbaar, hoewel dit wel één van zijn mindere ontwerpen is. Wanneer we ons door de nachtmerrieachtige klanken van “Maelstrom” laten onderdompelen, komen we al snel tot de constatatie dat het tempo heel wat bpm opgeschroefd werd, waardoor Mahr in combinatie met wat meer spacey-invloeden een deel richting het geluid van Voidsphere opgeschoven is. Diens To sense | To perceive is trouwens onze persoonlijke favoriet van deze nieuwe batch releases. Mahr klinkt echter veel minder gestroomlijnd dan Voidsphere. “Swirling vortex” is de zwaartse bevalling van de zes nummers. De vocalen gaan hier lekker over the top en de atonale en dissonante riffs doen je tijdens de absoluut gestoorde climax naar adem happen. Niet voor tere zieltjes deze wervelende vortex! Na deze helse rollercoaster lijkt het uit loodzware kosmische deeltjes opgetrokken “Tumult” aanvankelijk voor een rustpunt te zorgen, maar de kilometriek vliegt al snel kort maar krachtig opnieuw een heel stuk in het rood. Met het wat meer getemperde en soms zelfs eerder naar funeral doom neigende “Furor externus” grijpt Mahr meer naar het oudere werk terug. Zo vind ik Mahr ook op zijn best klinken: de computerdrum dendert niet voortdurend als een ratelend typemachien door en er worden ook groovy passages en mid-tempo beukstukken ingebouwd. Met songs die grotendeels tegen de tien minuten afkloppen presenteert Mahr ons opnieuw een verre van gemakkelijk te verteren brok muziek, maar we hadden dan ook niets anders verwacht.

JOKKE: 79/100

Mahr – Maelstrom (Amor Fati Productions 2020)
1. Pandemonium
2. Furor internus
3. Swirling vortex
4. Tumult
5. Furor externus
6. In nomine odii