reviews

Häxenzijrkell – Die Nachtseite

Na wat kleinere releases zoals demo’s, EP’s en splits, achtte het Duitse Häxenzijrkell de tijd eindelijk rijp voor een volwaardige langspeler. En alzo geschiedde en landde “Die Nachtseite” via Amor Fati Productions op onze digitale deurmat. De intentie van zanger/gitarist MK (Iapetos, Lichtzehrer, Rraaumm) en drummer P (Iapetos) is nog steeds hetzelfde als in den beginne: rauwe en resolute blackmetal creëren die een ode brengt aan the mysteries of the beyond. Het duo kijkt doorgaans niet op een minuutje meer of minder en dat is opnieuw het geval in het in drie rituelen (het Pad, de Vlam en het Ontwaken) opgesplitste “Die Nachtseite” waarbij elke deel op een double digit songlengte afklokt. Muzikaal gaat Häxenzijrkell verder waar de recente split met Brånd ophield en worden dreigende en epische klankmuren opgetrokken die het ene moment ruimtelijke klinken om even later de luisteraar in een verstikkende roes van wanhoop en angst onder te dompelen. De versterkers creëren feedback die welig doorheen de songs giert en de zich grotendeels traag voortslepende – hoewel de heren ook in een maniakale catharsis kunnen uitbarsten – sinistere atmosfeer sluipt als een uitdijende mist op je af en brengt je in een transcendentale staat. Regelmatig bekruipt me het angstvallige gevoel naar een downtempo versie van het geweldige Throne Of Katharsis te luisteren. Naast het gekende recept van obscure Duitstalige samples die de heren met hun soms ietwat monotone instrumentale basis verweven, worden de schaarse vocalen op een ritualistische manier ingezet: van krijsende wanhoop over sacrale heldere hallucinogene zang tot dronend gefluister. Subtiele synthpartijen doen enige lichtstralen door de pikzwarte massa schijnen, maar voor de overige 95% is de sfeer griezelig en horroresk. “Die Nachtseite” voelt absoluut als blackmetal aan in zijn esthetiek, zang en benadering maar de riffs en structuren schuren ook tegen een slepende doommentaliteit aan. Onderga deze beknellende luisterervaring!

JOKKE: 84/100

Häxenzijrkell – Die Nachtseite (Amor Fati Productions 2020)
1. Part 1: Auf der Schwelle
2. Part 2: Unter sieben Sternen
3. Part 3: Im Labyrinth der Dunkelheit

Illkynja – Sæti sálarinnar

Malignant”, of kwaadaardig, in het Islenska, weet het internet mij te vertellen. De band heeft zijn naam niet gestolen. Illkynja speelt een erg sinistere en onthutsende maar dan toch ook weer herkenbare stijl, in vergelijking met de modale blackmetalband uit IJsland. De gitaarlijnen zijn schel, rauw en corrosief, maar niet koud. De drums klinken zoals we ze horen willen van nog zo’n volledig in mysterie gehulde band uit het dunst bevolkte land in Europa: brutaal, agressief, methodologisch, als een hamer die je hersenpan volleerd tot maalsel dondert. De zanger heeft een heel eigen stemgeluid, waarmee hij perfect als gastheer fungeert om je de poorten van deze introspectieve hel te presenteren. Als geheel slaat de band er verder naadloos in je onder te dompelen in deze tormentueuze verdommenis en de uitgang vlak voor je neus en zonder verpinken in honderd stukken te scheuren. Dat is “Sæti sálarinnar“, ofte “De zetel van de ziel”. Illkynja weet je met hun enorm dissonante geluid te grijpen op nagenoeg elk van de negen tracks op deze LP, maar ze stralen helemaal wanneer er in die wanklanken ruimte wordt gelaten voor langgerekte post-riffs en experimenteren. Auditief gezien ligt dat laatste niet ontiegelijk ver verwijderd van wat onderstaande zo fantastisch vindt aan “The feral wisdom” van Wormlust. Een nummer als “Allt er glatað” springt er meteen uit. Zodra de gitaarlijnen echt de ruimte krijgen om zichzelf te ontwikkelen tot de verslavende edoch misselijkmakende golven van een pikdonkere en allesomvattende watermassa, wordt het geheel pas echt mooi. Dit zolang de sound niet teveel moet inboeten aan tomeloze gewelddadigheid, maar die blijft op “Sæti Sálarinnar” gelukkig centraal staan. “Pest“, bijvoorbeeld – maar eigenlijk de volledige tweede helft van de plaat – kent geen enkele genade voor de wekere zielen onder ons. ‘Sæti sálarinnar’ zet deze nieuwe band meteen op de kaart. Er zijn momenten waarop je wat verloren loopt doorheen het album. De opbouw herinrichten zou hierbij het verschil hebben kunnen maken, maar er schemert ook wat jeugdig enthousiasme door dat schoonheidsfoutjes in de productie heeft laten gaan. Het geheel is bijtend, grommend en enigmatisch, en het smaakt naar meer. Laat dat het voornaamste zijn om hier te onthouden.

Jules: 78/100

Illkynja – Sæti sálarinnar (Goathorned Productions 2020)
1. Ég er ljósið, eldurinn og upphafið
2. Holdið
3. Allt er glatað
4. Dauðaþögn
5. Sjálfseyðing
6. Sæti Sálarinnar
7. Guðhaus
8. Pest
9. Dýrð í harmleik

Onirik – The fire cult beyond eternity / Noite – A cor do fogo

Het doet deugd om Dirge Rep (ex-Gehenna, ex-Enslaved, The Konsortium, …) nog eens te horen drummen op een plaat want het is ondertussen weeral van Djevel’s “Norske ritualer” uit 2016 geleden dat ik deze legendarische, maar vaak ondergewaardeerde Noorse trommelaar nog aan het werk heb gehoord. Daar waar hij bij zijn landgenoten vrij typisch blackmetaldrumwerk liet horen, mag hij zich bij het Portugese Onirik nog eens uitleven door zich in allerlei bochten te wringen. Goede zet van meesterbrein Gonius rex om de Noor als huurkracht aan te trekken voor zijn vijfde langspeler. Het werd trouwens hoogtijd want voorganger “Casket dream veneration” ligt weeral vijf jaar achter ons. Onirik is actief sinds 2002 en heeft het blackmetalgenre door de jaren heen in verschillende benaderingen verkend, maar is altijd trouw gebleven aan zijn oorspronkelijke doel: een ongewone, dissonante en rauwe uitvoering van het genre met trance-inducerende sferen, ijskoud en badend in magie. Dat dissonante aspect is op “The fire cult beyond eternity” nóg prominenter aanwezig dan ooit tevoren, maar tegelijk klinkt Onirik ook meer old-school, sinister en rauw dan op de voorganger. De vaak atonale gitaarlijnen spinnen als een krolse kater rond de vaak gekke en geïnspireerde baslijnen en het non-lineaire drumwerk. Songstructuren zijn in dit geval een abstract gegeven. De atmosfeer die neergezet wordt is ronduit verstikkend en hallucinogeen. Elke noot lijkt een directe uitdrukking te zijn van de gitzwarte poëzie die met de grootste minachting op een dramatische manier wordt gezongen waarbij regelmatig heldere zang opduikt die wat naar Ved Buens Ende neigt en je als luisteraar meezuigt in dit duistere universum waar je tere communiezieltje in lichterlaaie gezet wordt. Semjaza (Thy Darkened Shade) verzorgde niet alleen de ambientpartijen die her en der in de zeven, bovengemiddeld lange songs opduiken maar nam ook de mix en mastering voor zijn rekening in zijn Sitra Ahra studio, waar trouwens niets op aan te merken valt. Gelijktijdig met “The fire cult beyond eternity“, brengt Gonius Rex ook werk uit van zijn ander project Noite (‘nacht’) waarvoor hij inspiratie haalde uit middeleeuwse en neo-klassieke muziek. Dit levert een bevreemdende reeks, in het Portugees gezongen, psalmen vol boetedoening op waar ik echter zo nerveus van wordt dat ik na enkele minuten nagelbijten bijna aan mijn ellebogen zit te knabbelen. Noite grossiert een half uur lang in een wirwar aan psychedelische cleane zang, contrasterende koren, multi-gelaagde kerkelijke bezweringen en spreuken, treurige litanieën en schemerige melodieën, met cleane gitaren en een wulpse bas die overal ronddraait. De drums werden voor de eerste keer door Gonius rex zelf ingespeeld, wat met de niet-evidente ritmes wel een knappe prestatie is. Toch is dit debuut totaal geen spek voor mijn bek, en dat heeft niets te maken met het feit dat dit amper nog iets met metal te maken heeft. Onirik daarentegen kan mij wel bekoren met zijn moeilijk te doorgronden, avontuurlijke en technische, doch ook traditionele kijk op blackmetal.

JOKKE: Onirik (80/100); Noite (60/100)

Onirik – The fire cult beyond eternity (I, Voidhanger Records 2020)
1. Cult beyond eternity
2. Trapped in flesh, blood and dirt
3. Assigned to the inexorable flames
4. Melodies of reflection and praise
5. Granted the vision, molded into stone
6. Murmurs of the aging vessel
7. Apathy of might

Noite – A cor do fogo (I, Voidhanger Records 2020)
1. Noite eterna
2. A cor do fogo
3. No inferno e na terra
4. Centelha
5. Monstro adormecido
6. Marcha do caldeirão

De Gevreesde Ziekte – Ω

Zwaertgevegt is een label waarmee ik een geconflicteerde historie heb. Lang geleden negeerde ik steevast alles wat ze uitbrachten. Ik heb het idee dat in die tijd vooral het criterium “het is Nederlands” belangrijker voor Zwaertgevegt was dan het criterium “Is dit nou echt kwaliteit?” Dat is veranderd. Tegenwoordig beluister ik eigenlijk alles wat ze uitbrengen. Waarom? Omdat ze nu wél die kwaliteit uitbrengen. Zo is het ook met het enigmatische De Gevreesde Ziekte. Enigmatisch? Volgens Bandcamp komt de band uit Eindhoven en is de naam in geen opzicht een verwijzing naar Corona. Daarmee moet de nietsvermoedende luisteraar het doen. Van oudsher is de omschrijving ‘de gevreesde ziekte’ een verwijzing naar een ziekte waar geen genezing voor bestaat. Denk aan pokken en vlektyfus in de negentiende eeuw of kanker en aids in de twintigste. De tape die Zwaertgevegt uitbrengt, bestaat uit twee nummers met een totale lengte van bijna zeventien minuten. Tachtig kopieën zijn er van deze tape, en ik raad iedereen die de Nederlandse blackmetalscene een warm hart toedraagt aan hem aan te schaffen. Dit zit wel zo goed in elkaar. De nummers zijn een mix van stijlen van de vroege jaren ’90 tot nu: tweede generatie blackmetal, occulte blackmetal, atmosferische blackmetal, ‘spoken word,’ shoegaze. Er is voor ieder wat wils. Dit vind ik een van de meest interessante releases van dit jaar. Beide nummers bestaan uit rustige en intense stukken, melodie en chaos, melancholie en agressie. Voor mij is het een brok pure emotie. Toch zijn de nummers geen herhaling van elkaar. Het zijn distinctieve eenheden, die je oneindig wil herhalen. De productie lijkt alleen het broodnodige te zijn, maar zorgt toch voor een helder genoeg geluid. Zo zie ik mijn blackmetal graag. Ga snel naar Zwaertgevegt en zorg ervoor dat die tape uitverkoopt.

MISCHA: 90/100

De Gevreesde Ziekte – Ω (Zwaertgevegt 2020)
1. Zelfhaat
2. De gevreesde ziekte

Evaporated Sores – Ulcerous dimensions

Evaporated Sores, zei je? Hoe die debuutplaat juist klinkt? … Laten we beginnen bij de eindeloze lagen uiterst onuitstaanbare, haatdragende noise. Gitaarlijnen die zo gruwelijk en atonaal klinken dat je je afvraagt of de band ze ooit nog zou kunnen reproduceren. Wil je dit wel luisteren? Een stem die afkomstig lijkt van een oude vorst die eerst 300 jaar in een duistere kerker vastgeketend moest wegrotten, en zijn volledige karkas door de maden geconsumeerd zag. Een orgie van cymbalen wash en een snaredrum gemaakt van holle botten en een door cysten en laesie vervormd vel. De songstructuren op “Ulcerous dimensions” zijn opgebouwd uit onverteerbare sludge en grind, een ziekelijke tweelingbroer van deathmetal en nog zoveel meer. Geloof me, je wil dit absoluut luisteren – al is het maar om de verschillende, totaal doorgerotte lagen van deze sound te leren begrijpen. Met momenten zijn er zelfs elementen uit slam death te horen, maar vooralsnog lijken de waanzinnig dissonante riffs specifiek geschreven om je zo ongemakkelijk mogelijk te doen voelen. Op het einde van opener “Claimed by inertia” klinkt het alsof een auto door een eeuwenoude, door de grootste horror opgetrokken entiteit werd opgeslokt en tot gruis vermalen, inclusief een soort antidiefstalalarm dat een uiterst zielige poging doet om zijn eigenaar op de hoogte te stellen van zijn afgrijselijke ondergang. Het geheel wordt afgeroomd met ijzige industrial, dreunende en met afgunst doorspekte tonen die uit een parallel universum lijken te komen waar de dood een ontegensprekelijk groot geschenk is. Maar, niet gevreesd, er is ook licht aan het einde van de tunnel! Een deken van weerzinwekkend wrede en industriële noise moet dienen om je op het einde van quasi elk nummer tot rust te brengen. Pas echt onaards, is het feit dat dat lukt. De auditieve aanval waarmee elke nieuwe song aanzet, is dermate onaangenaam dat je het afzichtelijke, van vlees ontdane hand alsnog graag zal aannemen. Evaporated Sores is met deze eerste langspeler op één der sterkste en meest consistente Amerikaanse labels beland, met name Sentient Ruin Laboratories. Een absolute aanrader voor de enkeling bij wie dit niet meteen als dissonante muziek in de oren klinkt. “Ulcerous dimensions” weet zich op momenten zo te vervreemden van alles wat een modale fan muziek zou noemen, dat het bij ondergetekende een brede glimlach op het gezicht toverde. Of dit iedereen evenzeer gaat smaken is natuurlijk nog maar de vraag. Try before you buy!

JULES: 89/100

Evaporated Sores – Ulcerous Dimensions (Sentient Ruin – 2020)
1. Claimed by inertia
2. Eternal inflation
3. Regurgitated existence
4. Infinite remission
5. Rote resurrection
6. Eonic parallel
7. Cosmic indifference

Enwretch – Sermon of the dead

Doordat het tourleven voor menig muzikant dit jaar om voor de hand liggende redenen in duigen viel, denk ik dat er nog nooit zo veel muziek geschreven werd als in 2020. Dat belooft voor 2021! Enwretch komt al sneller op de proppen als een Coronakindje en ontstond doordat zanger/gitarist/drummer David McLennan (Coffin Mulch) zich stierlijk verveelde tijdens de pandemie en dan maar besloot te jammen met bassist Tommy. Het resultaat is de twee-songs-tellende demo “Sermon of the dead” die van alle deathmetalclichés doordrongen is. De goeie clichés bedoel ik dan natuurlijk en geen plastic productie met getriggerde drums, gorgelputgrunts, slam breaks en tweehonderd riffs per nummer. Neen, Enwretch heeft begrepen waar het in goeie metal of death om draait en serveert ons twee nummers die druipen van een organische grafsound, met relatief eenvoudige riffs die variëren van uptempo doodsmetaal tot downtempo doomregionen, gierende solo’s en feedback, effectief al dan niet hakkend drumwerk en lekker echoënde grunts. Origineel is het bijlange na niet en wereldschokkend evenmin, maar het hart zit alvast op de goede plaats en de demo klinkt veelbelovend. Waar de COVID-19 pandemie al niet goed voor is!

JOKKE: 75/100

Enwretch – Sermon of the dead (Redefining Darkness Records 2020)
1. Vile congregation
2. Anthropophagy

Sunken – Livslede

De Deense blackmetalscene is duidelijk aan een opmars bezig getuige de grote hoeveelheid bands die er de laatste jaren ontsproten. Sunken draait al sinds 2013 mee en was ervoor kort actief onder de naam Arescet. Onder de huidige noemer werden een demo (“The cracling of embers“) en een niet onaardig volwaardig debuut (“Departure“) uitgebracht. Na drie jaar komt het vijfkoppige gezelschap terug boven water met een opvolger getiteld “Livslede“. Ook nu weer vijf songs op de tracklist maar als je weet dat deze met de tienminutengrens flirten, krijg je waar voor je geld. “Livslede” is een reis door eenzaamheid, zelfhaat, ijle dromen en suïcidale gedachten, er broedt met andere woorden heel wat negativiteit onder het wateroppervlak. “Forlist” neemt de rol van piano-intro op zich en zet meteen een droevige teneur neer die een kleine drie kwartier lang niet meer zal verdwijnen. Wel vreemd dat “Ensomhed” niet meteen uit de startblokken vliegt, maar opnieuw door een ingetogen intro ingeluid wordt. Eens Sunken op kruissnelheid is, dompelen ze ons onder in een stortbad aan atmosferische blackmetal met een veel hoger postrock gehalte dan weleer. Gitarist en stichtend lid Simon Skotte Krogh (ook actief als live-lid bij Afsky) levert, bijgestaan door de in 2018 ingelijfde Kasper Deichmann, enkele kippenvelopwekkende melodieën, melancholische cleane gitaarpartijen en beklijvende leads af die mede dankzij een warme, organische shoegaze sound hun effect niet missen. Zoals het een post-blackmetalband betaamt wordt er met een eb- en vloedtechniek gemusiceerd waarbij je het ene moment op rustige kabbelende golven meedeint om even later kopje onder geduwd te worden door een tsunami aan blackmetalgrootsheid. Het ondertussen uitgekauwde post-blackmetalrecept wordt gelukkig niet in elk nummer gehanteerd. Zo is er in “Foragt” ook plaats voor soundscapes en een drumbeat die een stuwende haast elektronica-achtige hartslag vormt. “Delirium” kan je met diens diepe vervormde verhalende stem en glooiende synthwavetapijten (hoewel op gitaar middels tonnen effecten uitgevoerd) dan weer eerder als donkere etherische dreampop omschrijven. Gewaagd en geslaagd! In afsluiter “Dødslængsel” komt het blackmetalverleden van Sunken terug bovendrijven, hoewel nog steeds doorspekt met ferme ladingen shoegaze, en meen ik ook vrouwelijke, haast engelachtige zang te horen die een ijl gitaarriedeltje vergezelt. Vallen er ook minpuntjes te bespeuren? Wel, zanger Martin Skyum Thomasen heeft spijtig genoeg een vrij eentonige scream die wat aan kracht mist, maar gooit ook regelmatig een fluisterende stem of heldere vocalen in de strijd. Melancholische en romantische zielen die naast stuwende blackmetal (hoewel het scherp randje er vergeleken met het debuut wat afgevijld is) niet vies zijn van dromerige klanken, zullen met Sunken ongetwijfeld aan hun trekken komen. Als blackmetal voor jou echter synoniem staat voor duivelaanbiddende grafherrie, loop je hier best in een grote boog omheen.

JOKKE: 81/100

Sunken – Livslede (Vendetta Records 2020)
1. Forlist
2. Ensomhed
3. Foragt
4. Delirium
5. Dødslængsel

Novae Militiae – Topheth

Topheth” betekent ‘de plaats om te branden’ in het Hebreeuws maar is ook de naam van de plek waar in de Bijbel kinderoffers aan de godheid Moloch werden gebracht en zodus ideale inspiratie voor elke zichzelf serieus nemende blackmetalband. Left hand path-beoefenaars Novae Militiae nemen hun kunst duidelijk wél serieus, maar wat had je verwacht van een band uit het hartje van Parijs, de stad die de Franse scene mee op de kaart zette met kenmerkende furieuze uitbarstingen en verstikkende dissonantie? De Fransozen wensen anoniem te blijven maar gezien de stijl die de band erop nahoudt, lijkt het me sterk dat we hier niet met enkele oudgedienden te maken hebben: zo neigen de grunts wel erg hard naar het stemgeluid van enfant terrible MkM die ook bij Aosoth en Antaeus de boel bijeenkrijst en -brult. Op tweede langspeler “Topheth” krijgen we vier nieuwe nummers als dusdanig, gezien “Faithfully reduced to ashes” en “Affliction of the divine” heropgenomen versies zijn van de nummers die op de eerste EP “Affliction of the divine” prijkten. Het album wordt haast doomy op gang getrokken tot na enkele minuten het gaspedaal ingedrukt wordt en pas terug losgelaten wordt tijdens het eerste ambientintermezzo in de vorm van “The call of Aeshma”. Normaalgezien ben ik niet zo’n liefhebber van dit soort tussenvoegsels, maar gezien de eerste drie nummers een constante Antaeus-achtige blastbeatbarrage waren, klaag ik niet met een rustpunt om even naar adem te happen. En dat is nodig, want Novae Militiae laat er nadien geen gras meer over groeien want opnieuw wordt het tempo opnieuw ferm de hoogte in gejaagd. Door de soms herhaalde dissonante riffs waait dan weer de wind van Aosoth (en die stinkt naar graflucht), met gitaarwerk dat een nerveus bewegend tapijt weeft dat de donkere en lichtjes hese oerschreeuwen in de verf zet, want de excellente vocale verdiensten eisen hun plek in de schijnwerpers duidelijk op. Zo duidelijk dat ze het speerhoofd vormen van een overrompelende sound die als een stromende chaos op je trommelvliezen blijft inbeuken – op dat vlak een grote stap vooruit tegenover de wat vlakker klinkende voorganger “Gash’khalah”. In “Affliction of the divine” is er nog even tijd om het wat rustiger aan te pakken en toont Novae Militiae ook beangstigend en bedreigend te kunnen klinken zonder de BPM-teller in toeren te jagen. Ook “The tables of revelations” houdt deze aanpak vast en stuwt richting een apocalyptische climax die wordt gevolgd door een laatste donker ambientstuk, de stilte na de storm. Novae Militiae creëerde het ideale toxische muzikale palet dat past bij het alweer voornamelijk rode artwork, dat na te lange blootstelling gegarandeerd nachtmerries verzoorzaakt. Waarom de plaat door Goathorned Productions wordt uitgebracht en de band nog niet bij Norma Evangelium Diaboli is gehuisvest, zal me een raadsel blijven.

CAS: 84/100

Novae Militiae – Topheth (Goathorned Productions 2020)
1. Towards the sitra achra
2. Advent of the prophet
2. Faithfully reduced to ashes
3. The call of aeshma
5. Elevated to him
6. Affliction of the divine
7. The tables of revelations
8. A.R.F.A.

Katavasia – Magnus venator

Katavasia betekent ‘afdaling’. Het wordt gebruikt om de afsluitende hymne in een oosters orthodox christelijke viering aan te geven. Daarbij verlaten de zangers hun plaatsen om af te dalen naar de vloer om samen met de kerkgangers te zingen. Het wordt gezien als de wervelende afsluiting van de eredienst. Daarnaast schijnt het, maar dat heb ik niet onafhankelijk kunnen bevestigen, een afdaling naar hel te betekenen volgens de mededelingen op Metal Archives. Katavasia, de band uit Griekenland, is een blackmetalalliantie. Hun leden zitten onder andere ook in Hail Spirit Noir, Varathron, Aeneon en Melan Selas. Voor mij heb ik hun tweede album, “Magnus venator.” Hun eerste album stamt uit 2015 en draagt de naam “Sacrilegious testament”. Als we het over hun muziek hebben, is de meest treffende omschrijving Griekse melodische blackmetal. Al hun nummers hebben een bepaalde bombastische inslag. Nergens is het ingetogen of subtiel. “Magnus venator” bestaat uit ruim 41 minuten grootse en meeslepende muziek, die ontzettend goed in elkaar zit en voorzien is van dito productie. Er is niets op de kwaliteit van de muziek aan te merken. Op de originaliteit trouwens wel. Daar is zelfs een heleboel op aan te merken. In een diep grijs verleden heb ik moeten toegeven in mijn recensie van Rotting Christ’s “Κατά τον δαίμονα εαυτού” (uit 2013) dat ik dat helemaal niet zo vreselijk vond als eerder werk van die band. Of het iets met blackmetal te maken heeft? Wat mij betreft niet. Bij het luisteren van “Magnus venator” bekruipt mij steeds het gevoel dat ik naar het album van Rotting Christ aan het luisteren ben. Tot de opbouw van de nummers en volgorde op de plaat aan toe. Toegegeven, zo vaak luister ik niet naar “Κατά τον δαίμονα εαυτού”. Om niet te zeggen, ik luister slechts naar twee nummers van die plaat. De heren van Katavasia doen het zeker niet onverdienstelijk. Echt niet, maar ik heb deze plaat al gehoord, en gerecenseerd en dat al zeven jaar terug. Stel nou dat je écht geen bezwaar hebt tegen een bijna letterlijke kopie van Rotting Christ, en je vindt dat soort muziek echt heel gaaf, dan mag je nog 15 punten bij de score optellen.

MISCHA: 65/100

Katavasia – Magnus venator (Floga Records 2020)
1. Daughters of darkness
2. The tyrant
3. Blood be my crown
4. Chthonic oracle
5. Saturnalia magnus cult
6. Triumphant fate
7. Sinistral covenant
8. Hordes of oblivion
9. Babylon (Sammu-Rawat)

Ominous Resurrection – Judgement

Bij de meest recente batch releases van Terratur Possessions zat deze “Judgement” van Ominous Resurrection, een band uit New York die niet meteen een belletje deed rinkelen. Blijkbaar is de plaat in kwestie de tweede langspeler voor het trio, maar “Omniscient” dateert alweer uit 2016. Wat me aantrok tot Ominous Resurrection is het feit dat gitarist/componist Diabolic Gulgalta ook deel uitmaakt van het lichtjes geniale Negative Plane. Het zal u dus niet verbazen dat je invloeden van deze laatste terughoort in de sound van Ominous Resurrection, hoewel het er niet zo vingerdik opligt als bij een Funereal Presence, de andere band van Negative Plane drummer Bestial Devotion. Naast deze referentie herbergt het gitaarwerk ook heel wat oud-mediterrane invloeden, denk aan de begindagen van het Italiaanse Mortuary Drape of het Griekse Rotting Christ, maar ook de Brazilianen van Mystifier. Ook orgelklanken zijn alom aanwezig, niet enkel in de onheilspellende intro, maar ook later vervullen ze de rol van eigenzinnige sfeermaker. Ongetemde riffs en chaotische drums vormen een rusteloze en beestachtige stroom van macabere oude energie die doorheen het album vloeit, waarbij bezwerende vocalen door de zinderende, meedogenloze instrumentale basis gieren. De songwriting is gericht op herhaling om de luisteraar alzo in een hypnotiserende toestand te brengen, hoewel er naast de tranceachtige melodieën haast evenveel meedogenloze explosies waar te nemen vallen. Opener “Heir to the throne” geeft je een redelijk goed idee van wat je kunt verwachten, aangezien bijna de helft van diens zeven minuten wordt besteed aan knallende drums en wervelende gitaarleads die over de opname lijken te dansen, waarbij hetzelfde idee behoorlijk lang wordt herhaald alvorens zich in een langzamere cadans te nestelen. Maar ook het eindthema van mijn persoonlijke favoriet, het meer slepende “Sons of Pleiades” beukt je repetitief, vol glorie en op een heroïsche wijze in trance. Wat menigeen tegen de borst lijkt te stoten, is dat de productie rauwer en minder vol is vergeleken met het debuut, het ware alsof “Judgement” in een ondergrondse crypte werd vastgelegd, maar dat mag wat mij betreft de pret niet drukken. Het komt de sinistere atmosfeer zelfs nog ten goede. Hoe meer je die volumeknop opendraait, hoe beter dat “Judgement” tot zijn recht komt. Er gebeurt best veel dat geabsorbeerd dient te worden, maar voor wie doorzet, biedt Ominous Resurrection een gevoel van rauwe mystiek dat je steeds opnieuw naar “Judgement” doet grijpen en je van begin tot eind in zijn greep houdt.

JOKKE: 85/100

Ominous Resurrection – Judgement (Terratur Possessions 2020)
1. Judgement
2. Heir to the throne
3. Ashes of holocaust
4. Sons of Pleiades
5. Decalogue
6. Three holy coffins
7. Genetic providence