reviews

Griefloss – Griefloss

In 2014 schopte het nummer “łłł” van de Amerikaanse band Griefloss het tot mijn persoonlijke song van het jaar. Niet slecht voor een band die toen net haar debuut “Ruiner” in eigen beheer had uitgebracht. We zijn ondertussen vijf jaar verder en ik was de band eerlijk gezegd al uit het oog verloren. Plots is daar dan het nieuws dat de opvolger klaar is. En vreemd genoeg wordt die opnieuw in eigen beheer uitgebracht. Is er dan geen enkel platenlabel dat in deze mannen gelooft? Misschien heeft het te maken met het eclectische genre van de band waarin elementen uit shoegaze en atmosferische post-black vermengd worden en dat de hype rond deze niche al op haar retour is? Wie weet. Vol torenhoge verwachtingen waag ik me aan de self-titled opvolger. Zou het kwartet opnieuw zo’n kippenvel kraker als “łłł” geschreven hebben? De emotioneel geladen cleane vocalen van gitarist Ben Polson die dat nummer droegen, krijgen alvast meteen ook de hoofdrol in opener “Anneliese“, maar eerst jaagt een sample van exorcismegeluiden ons de stuipen op het lijf. Dit nummer behandelt immers de duiveluitdrijving van Anneliese Michel, een Duitse vrouw die geloofde dat ze bezeten was door diverse demonen en waarop ook de films “The exorcism of Emily Rose” (2005), “Requiem” (2006) en “Anneliese: The exorcist tapes” (2011) gebaseerd zijn. De heldere, niet altijd even toonvaste – zang en het mellow karakter van de muziek was nu niet meteen wat ik verwachtte na deze onheilspellende intro. Rond de 4:30 grens vallen dan plots de screams in en schakelen de drums een paar tandjes hoger zodat het black metal-aspect van Griefloss’ sound op de voorgrond treedt. Gewaagde openingssong! Het contrast met “Blood flashing” (het nummer dat in augustus vorig jaar als teaser de wereld ingestuurd werd) kan niet groter zijn want hier trekt de band middels blast beats en de helse krijsen van bassist Blade Ronetz volop de black metal-kaart. Ook in “God is hell” is het menens hoewel het tempo hier terug lager ligt, maar de ijle hoge screams wijden ver uit en vullen de ruimte met wanhoop. In “Life is too long” komt het depri-kantje om de hoek loeren maar in “Total hate” worden we op het verkeerde been gezet. Wie hier ziedende en haatvolle black verwachtte, is eraan voor de moeite. Electronica doet immers haar intrede en samen met de zwaar-door-de-effectenmangel-gehaalde cleane zang zorgt dit voor een Jesu-achtige beleving. Geen gitaren en drums hier maar elektronische beats en allerhande achtergrondgeluidjes. De band is duidelijk niet vies van experiment waardoor ik ook gerust een parallel durf te trekken met Altar Of Plagues’ zwanenzang “Teethed glory and injury“, hoewel de Ieren het experiment niet zó ver dreven. Ik ben er nog steeds niet goed uit wat ik hier van moet vinden. Na dit out of the box-uitstapje volgt nog de acht minuten durende uitsmijter “For decades” die het meer gekende blackgaze-terrein van het debuut verkent. Hier wisselen post-rock gitaargepingel en hevige uitbarstingen mekaar af en er wordt voldoende tijd uitgetrokken om spanningsbogen te creëren. Het weet me echter niet zo te pakken als hun oud materiaal. Griefloss bewijst op haar tweede langspeler dat het verschillende gezichten heeft en weerde het experiment niet wat leidde tot een plaat die heel wat luisterbeurten nodig heeft alvorens het kwartje valt. De niet eenduidige koers zal dan ook niet bij iedereen in de smaak vallen. Persoonlijk vind ik het een lichte tegenvaller vergeleken met “Ruiner” en blijf ik toch wat op mijn honger zitten.

JOKKE: 75/100

Griefloss – Griefloss (Eigen Beheer 2019)
1. Anneliese
2. Blood flashing
3. God is hell
4. Life is too long
5. Total hate
6. For Decades

Blot & Bod – Ligæder

In elk land heb je tegenwoordig wel een clubje gelijkgestemde zwarte zielen rondlopen. In Denemarken is de interessantste de “Korpsånd Circle” waar o.a. Jordslået, Grifla da la Secta, War is Aer, Broder, Ærekær en Blot & Bod op de ledenlijst staan. Deze laatste band bestaat uit de Noor Jøran Elvestad en de Deense broers Erik and Jesper Bagger Hviid. In 2017 werd een demo uitgebracht en later op het jaar volgde het debuut “Ligæder” dat door het Amerikaanse label Fallow Field op tape werd gereleased. Iron Bonehead rook het potentieel van deze nieuwe speler uit de new wave of DKBM en brengt “Ligæder” nu opnieuw onder de aandacht mits een vinyl-uitgave. Blot & Bod is niet alleen een muzikale uitlaatklep voor de drie muzikanten maar ook een manier om hun gezamenlijke interesse in Noorse mythologie te botvieren. Intro “Kom i hu” en outro “Erindring” vormen het muzikale equivalent van Huginn en Muninn – de twee raven van Odin – waartussen tien songs gebundeld zijn die topics als overwinning en verslagenheid, rebellie, dood en verlossing aansnijden. Als communicatiemiddel kozen de heren voor primitieve black metal die – zoals elke andere release van deze kliek uit Kopenhagen – in een studio in de befaamde Mayhem-venue werd vereeuwigd. Nu is primitieve black misschien toch wat kort door de bocht vermits de nummers ook ingrediënten uit punk, hardcore, black ’n roll en crust bevatten die door de heerlijke lo-fi buzz sound beenhard uit de boxen knallen. Het inzetten van drie zangers die elk in hun eigen register de longen uit het lijf schreeuwen, geeft extra punch aan de relatief korte nummers. In een nummer als “Auga” gaan de down-tuned gitaren de strijd aan met een meedogenloos ronkende bass en de knetterharde ride-aanslagen in “Blodstænkte fjer“, “Mit blodbad” en het explosieve “Når ulven glammer” roepen beelden op van het zwaardgekletter waarmee een stel bloeddorstige Vikingen één of ander klooster naar de verdoemenis slaagt. Er is nog wel wat marge voor verbetering want sommige nummers konden beter uitgewerkt worden, niet alle riffs zijn even sterk en het lijkt allemaal wel heel hard op mekaar, maar “Ligæder” is toch al een mooi begin voor liefhebbers van apocalyptische onbeschaafde black metal en schedelsplijtende ragna-rock.

JOKKE: 72/100

Blot & Bod – Ligæder (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Kom i hu
2. Ul
3. Auga
4. Blodstænkte fjer
5. Sindet styrter
6. Mit blodbad
7. Bær lig
8. Velt din gud
9. Når ulven glammer
10. Væk døde mænd
11. Ravne
12. Erindring

Ab Imo Pectore – Heaven, hell, earth, chaos, all

Eind 2018 bracht Oration Records nog een hele resem interessante platen uit waarvan de meeste re-releases waren, maar tussen deze lading zat ook de eerste langspeler van het Portugese Ab Imo Pectore, waar leden van Angrenost, Israthoum en Monte Penumbra (allen acts die we bij Addergebroed heel goed kunnen smaken) achter schuilgaan. We verwachten m.a.w. best veel van deze plaat. Zeker nadat we er zes jaar op hebben moeten wachten. En ook de ambitieuze titel “Heaven, hell, earth, chaos, all” scherpt onze verwachtingen aan. De zeven nummers die de Portugezen er in een dik half uur doorjagen, worden gedomineerd door dissonante melodieën, de niet-liefhebbers kunnen dus meteen al afhaken. Dit is immers desoriënterende waanzin zoals er in de IJslandse scene wel enkele genregenoten rondlopen. De krankzinnigheid druipt van de vocalen af, of het nu de met-een-bak-echo-overgoten-screams zijn of de sacrale, plechtstatige cleane stemmen die we horen en de muziek een ritueel karakter geven. Er wordt gegoocheld met kalme passages die abrupt overgaan in woeste, apocalyptische uitbarstingen en we horen allerlei naargeestige achtergrondgeluiden die bij momenten een goddelijk karakter aan deze auditieve calamiteiten geven. Met een gemiddelde speelduur van zo’n vier minuten (enkel het afsluitende “Inoreincorde” klokt boven de zeven minuten af) behouden de muzikanten het overzicht en verliezen ze zich nooit in een onstuurbaar geheel, hoewel de songs toch ook nu al erg veel van de luisteraar vragen. Voor mij scoort Ab Imo Pectore vooral in een nummer als “Teartasteglory” waarin enkele psychedelische en repetitieve passages een extra hallucinogeen effect oproepen. Stephen Lockart (STudio Emissary) weet ondertussen ook wel hoe hij dergelijke bands moet mixen zonder dat het geluid in een kakofonie verzandt. Met “Heaven, hell, earth, chaos, all” heeft Ab Imo Pectore een knaller van een plaat uitgebracht die liefhebbers van het dissonante ongetwijfeld zal kunnen bekoren. Dat meen ik uit het diepst van het hart, voilà op deze manier weet u meteen ook wat de betekenis is van de Latijnse bandnaam.

JOKKE: 84/100

Ab Imo Pectore – Heaven, hell, earth, chaos, all (Oration Records 2018)
1. 147 vertices
2. Teartasteglory
3. Between the fourth and the fifth
4. Nada
5. Finitude
6. Precipice invisible
7. Inoreincorde

Saqra’s Cult – Werpt gevestigde waarden omver

Hoewel Saqra’ Cult haar wortels in onze multiculturele hoofdstad Brussel heeft, draait de thematiek van de band al sinds het begin rond de intrigerende Inca-cultuur. Gisteren kwam de tweede langspeler “The 9th king” uit en daar deze plaat rond een belangrijk figuur uit de Inca-beschaving is opgebouwd, zaten er heel wat vragen in mijn koker die om verduidelijking schreeuwden. Gitarist S. en drummer A. geven meer inzicht in de leefwereld van Saqra’s Cult. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

(c) Shasta Ulrich

Laat ons om te beginnen even teruggaan naar het ontstaan van Saqra’s Cult.
Saqra’s Cult werd in 2014 opgericht door drummer G. & gitarist S. Na een paar repetities vervoegden L. en A., waarmee S. reeds had samengespeeld bij Maleficence, zich bij de band. Het doel was black metal te spelen met het geluid van oude Mayhem, Leviathan, Xibalba en Katharsis als uitgangspunt. We ontwikkelden echter al snel onze eigen manier van schrijven en speelstijl op basis van agressieve, ongewone en verwrongen riffs. In 2015 brachten we een eerste demo uit (“Initiation to forgotten rites“) de we zelf opnamen en in 2017 volgde ons debuut “Forgotten rites” waarvoor we naar de Blackout Studio trokken.

Waarom werd voor de naam Saqra’ Cult gekozen?
De bandnaam verwijst naar een gemene rusteloze entiteit en is tevens een synoniem voor Supay, de duivel uit de Inca-cultuur.

Jullie bandlogo is vergeven van de symboliek. Kan je een tipje van de sluier oplichten?
Rond de “Q” zie je een chakana of Inca-kruis of “Andean Cross“. De chacana is meer dan louter een geometrisch motief, het staat namelijk symbool voor de sterke link tussen hemel en aarde. Het vierkant stelt de twee andere bestaansniveaus voor. De drie bestaansniveaus zijn “Hana Pacha” (de bovenwereld waar de superieure goden wonen), “Kay Pacha” (de wereld van ons alledaags bestaan) en “Uku Pacha” (de onderwereld waar de geesten van de doden, onze voorouders, hun heersers en verscheidene goden wonen die in nauw contact staan met de aarde). Het streepje van de “Q” stelt een “tumi” voor, een offermes. Binnenin de “Q” zie je een zonneklok die laat zien hoe belangrijk de zon was voor de Inca’s.

Het Inca-concept zit precies goed ingebakken in het DNA van Saqra’s Cult?
We hebben over ’t algemeen allemaal interesse in mystiek en tradities. Aangezien G. een kunstenaar uit Ecuador is en veel rond dit deel van zijn identiteit werkte, was het ook logisch dat de Inca-cultuur aan de basis voor Saqra’s Cult lag. We omarmden dit onderwerp als een manier om de gevestigde manier van denken, kunst en de samenleving vanuit een ander perspectief te zien. Je moet Saqra’s Cult echter niet zien als een folk band die deze ceremonies op een dramatische en theatrale manier gebruikt. Het is eerder een middel om westerse religies, en de manier waarop die als een primaire filter gecreëerd werden om de wereld te begrijpen, te herbekijken en te vernietigen.

Hebben jullie Peru of andere Latijns-Amerikaanse landen waar de Inca’s ooit heersten bezocht en welke impressies liet dat na?
S. : Ik reisde tien jaar geleden naar Peru om er te reizen en familie te bezoeken die er woont. Ik bezocht heilige Inca-tempels, de ene al meer toeristisch dan de andere, en zoals je je wel kan voorstellen waren dit impressionante en plechtstatige plaatsen. Ik maakte tevens kennis met Quechua (een volkstaal die wordt gesproken in Ecuador, Peru, Bolivia en het noorden van Chili en Argentinië) aangezien een vriend van mij die taal onderwijst op school. Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in de Inca-cultuur, wat dus een extra motivatie was om de band samen met G. op te richten aangezien hij hier door zijn culturele achtergrond ook veel kennis over heeft.

Wat is één van de belangrijkste lessen die je trok uit het bestuderen van het leven en de samenleving van de Inca’s?
Ik denk niet dat er één bepaald feit of historische gebeurtenis is. Het is eerder het omarmen van een nieuwe kosmologie die de wereld op een andere manier bekijkt en andere vragen stelt en antwoorden geeft op hoe wij naar het leven en de dood kijken.

G. is spijtig genoeg niet langer van de partij. Betekent dit ook het einde van de Inca-gerelateerde thematiek of zal die toch nog verder uitgediept worden in de toekomst?
Toch wel aangezien het best een complex en intrigerend thema is. Het is een andere manier om onze waarden in vraag te stellen. Black metal draaide ooit om het omverwerpen van gevestigde waarden en wij gaan daarmee door. We hebben echter niet de intentie om de Inca-cultuur op een folkloristische manier op het podium te gebruiken zoals bijvoorbeeld een band als Cult Of Fire (met alle respect voor hen trouwens). We spelen black metal geïnspireerd op de oude specifieke thematiek van de Inca’s.
G. vertrok net na de opnames van “Forgotten rites” doordat hij te weinig tijd had, maar hij blijft een belangrijk deel van de identiteit van de band aangezien hij al het artwork verzorgt. Hij is ondertussen ook een tattoo-artiest, dus je zal af en toe wel eens ergens een aan-het-artwork-van-Saqra’ Cult-gerelateerde tattoo zien.

Hoewel de essentie van Saqra’s Cult in black metal ligt, hoor ik ook invloeden uit death en thrash metal. Welke bands waren belangrijk voor de ontwikkeling van jullie sound?
De klassiekers zoals Darkthrone, Burzum, Dissection, Mayhem, Leviathan, Morbid, Katharsis, Archgoat, Rotting Christ, Black Witchery maar we kunnen ook andere voorbeelden aanhalen voor wat betreft de riffs en atmosfeer: The Chasm, The Ruins of Beverast, Deathspell Omega, Krieg, Hate Forest, Blood of Kingu, Volahn, Rhinocervs … Eigenlijk draagt alle muziek waar we naar luisteren wel op de één of andere manier bij aan onze sound, maar die lijst is veel te lang.
We willen nogmaals benadrukken dat Saqra’s Cult de bedoeling heeft noch een Inca folk black metal band noch een orthodoxe black metal band te zijn. Dat zijn niet onze muzikale visies en dat kan je ook wel horen denk ik, maar nu de scene stilaan uit de underground naar boven komt, hoor je vanalles verkondigd worden.

Jullie nieuwe plaat kreeg als titel “The 9th king” die (naar ik vermoed) verwijst naar Pachacuti Inca Yupanqui, de 9de Inca-koning. Wat is er zo intrigerend aan deze figuur behalve dat veel archeologen er vandaag de dag vanuit gaan dat de gekende Inca-site Machu Picchu voor hem werd gebouwd?
Klopt. De vier nummers op de plaat verwijzen naar Pachacuti Yupanqui, de 9de koning. Het eerste nummer dat we voor de nieuwe plaat schreven was “The 9th king“. Nadat we meer over hem hadden gelezen, besloten we om een volledig album aan deze krachtige figuur op te dragen. Er zijn zoveel legendes en verhalen rond Pachacuti Yupanqui. Hoewel hij de expansie van het Inca-rijk in gang stak, focusten wij ons meer op de legendes rond hem. Vooral de mysterieuze manier waarop deze legendes – dikwijls gebaseerd op ware gebeurtenissen – verteld worden fascineert ons. Hij vormde dus een vruchtbare voedingsbodem om een coherent muzikaal en tekstueel geheel rond te creëren.

In sommige nummers horen we traditionele gezangen die klinken als een soort van ceremonieel Inca-gezang. Werden deze door de bandleden ingezongen?
Al deze gezangen werden door A. uitgevoerd en de achtergrondzang door J. Het betreft echter geen traditionele manier van Inca-gezang. Het was eerder een manier om meer krankzinnigheid in de zang te leggen aangezien deze partijen altijd gerelateerd zijn aan een meer agressief stuk van het verhaal dat we vertellen. Dit creëert een speciaal aura dat de gewelddadigheid of triestheid van de teksten versterkt. Het is om eerlijk te zijn erg moeilijk om traditionele Inca-melodieën in black metal te verwerken aangezien die altijd opgewekt klinken.

Voor de opnames van “The 9th king” trokken jullie opnieuw naar de Blackout Studios. Wat maakt deze opnamefaciliteiten tot de beste die België momenteel te bieden heeft op gebied van metalmuziek?
Het professionalisme, hun verhelderend advies en de goeie mensen. Het zijn échte muzikanten die hun stiel kennen en échte sound engineers die erg goed werk verrichten. S. heeft er ook reeds met Possession opgenomen. De studio maakt deel uit van de Brusselse familie en loyaliteit is belangrijk in onze scene. De sound en de opnametechnieken verbeteren elke keer opnieuw als we er komen opnemen en het is altijd een leuke ervaring. Hetzelfde geldt voor ons label Amor Fati. We werken reeds sinds het begin met Marius en hij maakt ondertussen deel uit van onze familie.

Het lijkt alsof Saqra’s Cult met optredens in Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en IJsland altijd meer naar het buitenland heeft gekeken aangezien concerten op Belgische bodem schaars zijn. Is hier een specifieke reden voor?
Niet bepaald buiten het feit dat we niet graag te veel op dezelfde plaats willen spelen. Het moet een speciale gebeurtenis blijven zoals onze releaseshow in Bunker en het optreden in maart op het A Thousand Lost Civilisations-festival.

(c) Shasta Ulrich

Voor jullie thuisstad Brussel is Magasin 4 altijd heel belangrijk geweest wat betreft underground optredens. Spijtig genoeg moet deze concertzaal haar deuren binnenkort sluiten. Hebben jullie mooie herinneringen aan deze venue?
In maart zullen we er voor de eerste (en laatste) keer spelen. We speelden er wel al twee keer met Maleficence (waarvan één op de afscheidsshow van Detest) en ook met Possession. Het is altijd speciaal om thuis te spelen. We hebber er ontelbaar veel goeie herinneringen aan en ook gebrek aan herinneringen aan haha…Het festival in maart wordt de laatste kans om dit te vieren.

S., aangezien jij ook deel uitmaakt van Possession wou ik van de gelegenheid gebruik maken om te vragen wat we dit jaar van de band kunnen verwachten?
Ik wil op voorhand wel even duidelijk stellen dat beide bands totaal verschillend zijn. Saqra’s Cult is geen zijproject van mij, maar een op zichzelf staande band. Beide bands spelen wel black/death metal met enkele gedeelde invloeden, maar we hanteren niet dezelfde tuning, spirit en atmosfeer hoewel ik voor beide bands met dezelfde passie muziek schrijf. En hoewel de leden van beide bands tot dezelfde sick fuck Belgische familie behoren, zou ik het oneerbiedig vinden om hen niet als een afzonderlijke muzikale entiteit te bekijken.
Maar om op je vraag terug te komen: Possession heeft net vier nieuwe nummers opgenomen die voor twee splits gebruikt zullen worden: één met Venefixion en één met Spite. Er komen ook veel shows in Duitsland, Frankrijk, België, de UK en Ierland aan.
Maar er komen ook nog andere interessante Belgische dingen aan in 2019: Slaughter Messiah heeft in de studio gezeten en Dikasterion, Heinous en Pox zullen nieuw werk uitbrengen. Deze scene is al heel lang actief en wordt steeds interessanter.

Als afsluiter: van welke vijf platen uit 2018 waren jullie ondersteboven?
A.: Master’s Hammer met “Fascinator“, Demonomancy met “Poisoned atonement“, Xibalba Itzaes met “Ah Tza Xibalba Itzaes“, Culte des Ghoules met “Sinister or treading the darker paths“, Sargeist met “Unbound” en Svartidauði met “Revelations of the red sword
S.: Moenen of Xezbeth met “Ancient spells of darkness“, Temple Desecration met “Whirlwinds of fathomless chaos“, Spite met “Antimoshiach“, Abigor met “Höllenzwang (Chronicles of perdition)” en Galvanizer met “Sanguine vigil“. En verder ook nog Malthusian, Ploughsare, Antlers, Funeral Mist, Satan, Torture Rack, Death Fortress, Culte des ghoules, Sorcier des glaces, Dikasterion, Traveler, Archgoat, Judas Priest, Varathron, Summoning, Primordial, Runemagick, Evoken …

Thronum Vrondor – Ichor (The rebellion)

Vorig jaar deden we een klein vreugdedansje toen Paragon Impure na een afwezigheid van dertien jaar keihard terug sloeg met “Sade” en nu zijn we opnieuw in onze nopjes met het uit Tielt afkomstige Thronum Vrondor dat er ook maar liefst tien jaar heeft over gedaan om met een opvolger voor het op Dante Alighieri’s “La divina commedia” gebaseerde “Vrondor II: Conducting the orchestra of evil” uit de bus te komen. Nu niet dat het oude werk dezelfde impact had als Paragon Impure’s onovertroffen “To Gaius!“, maar Thronum Vrondor leverde met haar eerste twee platen toch ook uitmuntende Belgische black af. Paragon Impure-mastermind Noctiz is trouwens op het Thronum Vrondor-debuut “Vrondor I: Epitaph of Mass-Destruction” uit 2007 nog als gastzanger te horen, naast de kern van de band die op de eerste twee platen bestond uit Vrondor (gitaar en bas; Hellewacht en Demonizer) en Crygh (drums en zang; ex-Urzamoth en ex-Grimfaug). Sinds 2015 lijfde het duo echter zanger SvN (Dodengod) als versterking in en werd aan album nummer drie begonnen dat nu eindelijk via Pulverized het levenslicht ziet. Ondanks de lange pauze klinkt Thronum Vrondor anno 2019 niet spectaculair anders dan een decennium geleden. De black van het misantropische trio roept nog steeds een desolate atmosfeer en apocalyptische beelden van ziekte, plagen, moord, kwelling en dood op, maar klinkt misschien net iets progressiever dan vroeger. Nadat de inleidende tonen van “The well” weggeëbd zijn, start “A symbol of acrimony” – één van de langere tracks op de plaat – vrij atmosferisch en bombastische door een aanwellend keyboardtapijt, maar al gauw ontbloot het trio haar tanden en krijgen we vervaarlijk klinkende black te horen. De klankkleur van nieuwe zanger SvN geeft soms een death metal-insteek aan het geheel hoewel hij varieert tussen black- en death-vocalen. De drumsound doet me wel te klinisch aan en neigt naar geprogrammeerde drums. Het hieronder te horen “Ceremony of atonement” is één van de meer agressievere tracks van het album zonder echter het gevoel voor melodie te verbannen daar er tal van melodieuze gitaarleads passeren. Ook doorheen de titeltrack zweeft een apocalyptische gitaarlead zoals die bij het latere In-Quest ook veelvuldig aanwezig waren. In het rustige middenstuk van het extreme “Diety” wordt met semi-cleane geëxperimenteerd, maar dat overtuigt niet voor de volle honderd procent. Het korte “Vision of the seven tombs” bevat heuse striemende black metal-riffs en staat in schril contrast met het meer dan zeven minuten durende “Doom upon doom…” dat – zoals de titel doet vernoemen – een trage epische start kent. Thronum Vrondor zet de luisteraar echter graag op het verkeerde been want al snel volgen opnieuw verschillende extreme erupties die de spanningsboog strak opgespannen houden. De cleane epische zang die aan het einde van het nummer opduikt, werkt hier dan weer wel. Er komt heel wat info binnen wat een tijdje vraagt alvorens alles verwerkt is. “Ichor (The rebellion)” is dan ook geen easy listening-album geworden maar een plaat waarvan de texturen zich pas na meerdere luisterbeurten in je hersenpan nestelen en die heel wat diepte en een eigenzinnig karakter laat horen. Welkom terug heren!

JOKKE: 81/100

Thronum Vrondor – Ichor (The rebellion) (Pulverized Records 2019)
1. The well
2. A symbol of acrimony
3. Ceremony of atonement
4. Ichor (The rebellion)
5. Diety
6. …And then the fall
7. Vision of the seven tombs
8. Doom upon doom…
9. The Last Specs of a Dying Light

Saqra’s Cult – The 9th king

Het uit Brussel afkomstige Saqra’s Cult wordt dikwijls over het hoofd gezien in onze contreien en lijkt sterker op het buitenland gefocust te zijn dan op de thuismarkt. De kwaliteit van het debuut “Forgotten rites” uit 2017 loog er dan ook niet om en bewees dat de heren zeker kunnen meespelen op internationaal niveau. Het interessante aan Saqra’s Cult is dat het niet de zoveelste occulte of orthodoxe band is maar dat er met de Inca-cultuur voor een vrij origineel concept werd gekozen. De band probeert de wereld waarin we leven en de ontwikkeling van westerse religie te bekijken vanuit het perspectief van de Inca’s en zo in vraag te stellen. Dat is niet verwonderlijk als je weet dat, naast gitarist S. Iblis (Possession, Maleficence), de Ecuadoriaanse drummer/ kunstenaar Gabriel Tapia mee aan het ontstaan van de band ligt en die man dus wel een link heeft met de Inca-cultuur. Na de release van het debuut hing Gabriel zijn drumstokken wegens tijdsgebrek echter aan de wilgen en werd de line-up – waarin we ook de Maleficence-leden Alkhöloïkh en Destroyer G terugvinden – herschikt. Gabriel is echter nog steeds bij de band betrokken aangezien hij het artwork verzorgt, een groot deel van de teksten voor zijn rekening neemt en sporadisch nog deelneemt aan het songschrijfproces. Het Inca-concept van het debuut is met andere woorden nog alom tegenwoordig op “The 9th king“, het tweede album van onze landgenoten dat met een speelduur van een half uurtje wel wat aan de korte kant is. Zeker omdat wat we horen verdomd lekker klinkt. Het is niet zo dat de nummers, zoals bij menig folkband of de leden van de Black Twilight Circle, bulken van de traditionele instrumenten, melodieën en gezangen. Neen, de tribal-achtige Inca-invloeden zijn, net zoals op het debuut, subtiel verweven in de vier nummers die een mix laten horen van black, death en thrash metal die wel wat gelijkenissen vertoont met een band als Possession, wat natuurlijk niet verwonderlijk is. Het bijna tien minuten durende titelnummer is hier het beste voorbeeld van en bevat ook melodieuze accenten en enkele geweldige riffs zoals degene die op 7’12” de zinderende finale inluidt. “Endless devotion” bevat heel wat dynamiek en de galopperende drums stuwen het nummer rusteloos voort. In “Legends of Pururaucas” worden trage passages afgewisseld met vinnige uitbarstingen en een rockend refrein. Als kritische bemerking geef ik wel mee dat het de authentieke Inca-gezangen zijn die een herkenbare toets aan de nummers meegeven want enkele riffs in het eerste deel van “Last denial” zijn immers nogal onderling inwisselbaar met die van de andere nummers. Maar dat is slechts een kleine smet op het blazoen van Saqra’s Cult.

JOKKE: 80/100

Saqra’s Cult – The 9th king (Amor Fati Productions 2019)
1. The 9th king
2. Endless devotion
3. Legends of Pururaucas
4 Last denial

Ulvdalir – …Of death eternal

Het Russische Ulvdalir zette zich in 2008 op de internationale black metal-kaart door tegelijkertijd twee langspelers uit te brengen (“Flame once lost” en “Soul void“). Nadien volgde in 2011 nog de “Cold breath of apocalypse“-plaat die een grote progressie liet horen. Nadien bracht de band nog enkele EP’s, splits en een compilatie uit, maar op een nieuw volwaardig album was het acht jaar wachten. Die lange wachttijd heeft echter haar vruchten afgeworpen want met “…Of death eternal” starten de Russen het nieuwe jaar met glans. Nog even meegeven dat Ulvdalir samen met labelmakkers Khashm de “True Ingrian Black Metal Death inner circle” vormt, maar is twee bands niet wat zielig om van een inner circle te kunnen spreken? Soit, tussen de intro en outro prijken zes nieuwe nummers met een gemiddelde speelduur van zo’n zeven minuten die het orthodox black metal-label opgespeld kunnen krijgen (maar niet in occulte hocus pocus vervallen) en gelijkenissen vertonen met de Zweedse en Griekse school hoewel we ook die typische Russische hardvochtige insteek horen. “Awakening” is meteen een schoolvoorbeeld van hoe agressie en melodie hand in hand kunnen gaan. In “Black flame of will” geven rockgetinte riffs en de op-de-voorgrond-tredende basgitaar het nummer aan het einde een One Tail One Head-draai mee. In “Swords of Belial” gaat de voet aanvankelijk van het gaspedaal maar even later wordt ie toch weer ingedrukt zodat deze song een mooie dynamiek krijgt inclusief pakkende riffs en strak uitgevoerde drumpartijen. En opnieuw passeert halfweg zo’n heerlijk stuwend OTOH-stukje. Het mid-tempo “Birth of the beast” dient met haar slepend soleerwerk toch ook nog even onder de aandacht gebracht te worden en “Music of cold spheres” moet het hebben van haar scheurende solo’s en heavy metal-riffs. “Eternal angel of death eternal” vat met haar goed uitgevoerde dynamische mix van innemende melodieuze en venijnige black tenslotte nogmaals negen minuten lang samen waar Ulvdalir voor staat. Vladimir Uzelac (tevens ex-live-bassist bij Ulvdalir) voorzag de plaat van een krachtige productie met gedefinieerde drumsound en duidelijk hoorbare basgitaar (wat de Ulvdalir-sound al van in de begindagen kenmerkt). Deze productie past dit soort black als gegoten en de Servische knoppentovenaar bewijst dan ook dat er met zijn Wormhole Studio nog andere mogelijkheden bestaan dan de drukbezochte Necromorbus Studio. Kortom, Ulvdalir levert met “…Of death eternal” één van de sterkste platen ooit van Russische bodem af.

JOKKE: 85/100

Ulvdalir – …Of death eternal (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Intro
2. Awakening
3. Black flame of will
4. Swords of Belial
5. Birth of the beast
6. Music of cold spheres
7. Eternal angel of death eternal
8. Outro