reviews

Effroi/Crypts Of Wallachia – Split

In afwachting van een tweede demo van zowel Effroi als Crypts Of Wallachia, brengen beide bands ten zuiden van de taalgrens een split 7 inch uit via Medieval Prophecy Records en Satanik Requiem. Zowel Effroi als Crypts Of Wallachia maken deel uit van een soort lokaal uitwisselingsproject voor gelijkgestemde zwartgeblakerde zielen. Zo zijn enkele leden van Effroi ook actief bij Gouffre, Eole Noire, Hertogenwald, Heinous, Dikasterion, Possession en Nartvind. De muzikanten van Crypts Of Wallachia houden er dan weer nevenactiviteiten bij Orkblut en Phlegeton’s Majesty op na. Via deze release slaan beide groepen de handen in mekaar. Effroi bijt de spits af. Over de eerste demo “Cryptic prophecies” schreven we vorig jaar dat de pure, traditionele old-school blackmetalklanken in de lijn van Gorgoroth, oude-Darkthrone en oude-Deathspell Omega verre van bijster origineel klonken, maar toch de juiste snaar wisten te raken. En dat is met het nagelnieuwe nummer “Black riders from outer darkness” niet anders. De sound is organisch, krachtig en ruw, zonder al te lo-fi te zijn en de zweep gaat er goed op. Zanger Tsotha klinkt wel nog steeds wat eentonig en zou wat meer variatie in zijn gekrijs moge leggen. Crypts Of Wallachia klinkt iets warmbloediger en legt meer nadruk op duistere fantasy melodieën door o.a. het integreren van toetsen, maar ook het grimmige riffwerk klinkt aanstekelijk. We worden als het ware terug gekatapulteerd naar een heidense wereld vol woelige en bebloede strijdvelden (mede dankzij het gebruik van samples van zwaardgekletter en strijdgewoel), imposante bolwerken en vuurspuwende draken. Motstander’s vocalen situeren zich ergens tussen raspende screams en heldere uithalen en bevatten heel wat verhalende emotie. Ook Crypts Of Wallachia trekt op “Woeful gleam upon snowy stronghold” de lijn van de eerste demo “Drifting in the devil’s maze” stug door en deze bende drakenridders bewijst nogmaals een band te zijn om in’t oog te houden. Bij de 7 inch zat een Medieval Prophecy Records flyer waarop een hele waslijst aan upcoming releases vermeld staat waar nog heel wat lekkers lijkt tussen te zitten. Laat maar komen!

JOKKE: 79/100 (Effroi: 75/100; Crypts Of Wallachia: 83/100)

Effroi/Crypts Of Wallachia – Split (Medieval Prophecy Records/Satanik Requiem 2020)
1. Effroi – Black riders from outer darkness
2. Crypts Of Wallachia – Woeful gleam upon snowy stronghold

nether – Between shades and shadows

Vanuit de mistige herfstlandschappen waarin het pittoreske Limburg in deze tijd van het jaar meermaals ondergedompeld wordt, bereikt ons het debuut van nether (yep, zonder hoofdletter). De heren J, P, B en K hebben al wat kilometers op hun tellers staan en tezamen richtte ze de band vorig jaar op. Dat volwaardige debuut “Between shades and shadows” verschijnt dus al tamelijk snel via (het mij onbekende) Art Gates Records. Nu is nether niet de meest originele bandnaam, maar voor de heren symboliseert deze onderwereld de kern of roots van ieder individu, ook al is deze donker en goed verstopt. In het sobere artwork en bandlogo komt de thematiek duidelijk naar voren. Acht nummers prijken er op het debuut en in plaats van opener “The hand of the unspoken” met een gitaarriff in te zetten, krijgt drummer B de eer om het boeltje op gang te roffelen. Hij doet dat met verve (wat een binnenkomer zeg!) en al snel blijkt dat de drums een belangrijk deel vormen van de hondsagressieve sound die het viertal op ons afvuurt en die ingeblikt werd met Andy Classen achter de knoppen, gekend als producer van ondermeer Belphegor en Krisiun. In de ram- en blaasstukken van het voorts best dynamisch gecomponeerde “Abandon” of het brutale “Humanity’s crescendo” moeten we onlosmakelijk aan een band als Marduk, oude-Enthroned of Dark Funeral (ten tijde van “Diabolis interium“) denken, maar de riffs van K en P zijn nog niet altijd van hetzelfde kaliber. De hakkende tempo’s in combinatie met de gortdroge gitaarsound zorgen ook voor een machinale en industriële toets (ik hoor Mysticum in de verte soms wat resoneren). Voor finesse is er niet veel plaats op deze plaat, hoewel het tempo ook niet voortdurend verschroeiend hoog ligt. Zo neigen “To the shores” (mijn persoonlijke favoriet) en “The blood is gone” wat meer naar de atmosferische kant van het blackmetalspectrum. Bassist J neemt ook de honneurs als zanger waar, maar zijn krijsende strot is nogal eentonig, een wat breder bereik zou geen kwaad kunnen. In “To the shore” worden zijn screams afgewisseld met de wat diepere grunt van gitarist P. Op zich een mooie prestatie dat nether vrij snel met een langspeler op de proppen komt en de heren laten horen al goed op mekaar te zijn ingespeeld. Links en rechts moet er wel nog wat aan de formule bijgeschaafd worden, maar het potentieel is zeker aanwezig.

JOKKE: 75/100

nether – Between shades and shadows (Art Gates Records 2020)
1. The hand of the unspoken
2. Mouths sealed clenched fists
3. Abandon
4. To the shores
5. Humanity’s crescendo
6. The blood is gone
7. The oathbreakers
8. So all adore me

The Kryptik – Behold fortress inferno

Beetje vreemd dat The Kryptik zijn nieuwe release “Behold fortress inferno” als een EP bestempelt als je weet dat die met een speelduur van bijna veertig minuten zelfs een tikkeltje langer duurt dan de twee langspelers die de Brazilianen reeds op hun conto hebben (“Through infinity of darkness” uit 2017 en “When the shadows rise” uit 2019). Misschien komt het doordat ze een Mayhemcover hebben moeten toevoegen om aan de speelduur te komen? Daarover later meer. De heren Sinner en Tormentor zijn duidelijk ergens halfweg de jaren negentig in hun muzikale ontwikkeling blijven steken, want The Kryptik eert symfonische blackmetalgrootheden als Emperor, Obtained Enslavement, Abigor en Limbonic Art, maar zal ook liefhebbers van recentere bands als Evilfeast of Vargrav kunnen bekoren. Bij de combinatie “symfonisch” en “Braziliaans” zal u in eerste instantie misschien de wenkbrauwen fronsen, daar we normaliter meer bestiale klanken gewend zijn die uit het Latijns-Amerikaanse land op ons afkomen, maar wie het vorige werk van The Kryptik kent, weet dat het duo best wel kaas heeft gegeten van het componeren van aanstekelijke symfonische blackmetalsongs. Vanaf de begintonen van “Behold fortres inferno” wordt een middeleeuwse citadel aan neo-klassieke symfonische black opgetrokken. De toetsen tieren welig, maar de fundering van snijdende tremolo’s, stuwende drums en ijselijke screams zit stevig in de ondergrond verankerd. “The plagues of the abyss” wordt middels klokkengeluid, mysterieuze samples en het gehuil van wolven ingeleid, waarna hemelse keyboards voortdurend aanzwellen tussen de nocturnale black metal die naar het einde toe wat in snelheid afneemt. Na de twee eerste songs, die beide op meer dan acht minuten afklokken, is het tijd om even adem te happen tijdens het somber klinkende intermezzo “…Of darkness“. Het geeft de tijd om de zwaarden opnieuw te slijpen en aangesterkt door klanken van strijdgewoel begeven we ons terug het slagveld op tussen de marcherende zwarte legioenen. Mavorim zanger Baptist komt de krijgers mee ophitsen en op dit nummer bereikt The Kryptik met veel gratie en grootsheid haar apotheose. De clandestiene mysteries van hun sound geven langzaam hun geheimen prijs wanneer je de kosmische sleutel op de juiste manier weet te gebruiken om de bombastische kryptokronkels te ontcijferen. Terwijl de strijd vervaagt, explodeert ook “Paths from eternity” de kosmos in. De heldere zang die hier opduikt is wel niet om over naar huis te schrijven en vormt een kleine smet op het voor de rest glanzende blazoen. Deze uitstekende EP bevat als toetje nog een getrouwe maar uit mistige synths opgetrokken cover van de Mayhem klassieker “Funeral fog” met een zangbijdrage van Utu’s Necromaniac wiens scream ik minder overtuigend vind, maar Attila’s timbre wel meer benadert dan die van Sinner. The past is alive!

JOKKE: 81/00

The Kryptik – Behold fortress inferno (Purity Through Fire 2020)
1. Behold fortress inferno
2. The plagues of the abyss
3. …Of darkness
4. Black legions march
5. Paths from eternity
6. Funeral fog (Mayhem cover)

Nadsvest – Kolo ognja i železa

We trishen even want Nadsvest’s debuut EP “Kolo ognja i železa” verscheen eigenlijk reeds vorig jaar, maar omdat ie nu pas dankzij New Era Productions een tweede, fysiek leven (zowel op CD als vinyl) ingeblazen krijgt, brengen we hem toch nog even onder de aandacht want, mijn God, beleven we hier 26 minuten lang plezier aan! Nadsvest is een samenwerking tussen de Servische Atterigner (ex-Triumfall) die sommigen misschien wel kennen vanwege het feit dat hij Gorgoroth’s “Instinctus bestialis” inkrijste en de Nieuw-Zeelander Krigeist die verder ook actief is in tal van bands waarvan Barshasketh ongetwijfeld de bekendste is. Nadsvest’s doel is de black metal van weleer te eren mits toevoeging van een fikse scheut donkere Servische folklore. Het levert alvast een intrigerende atypische bandfoto op. De jaren negentig herleven inderdaad en laten een mengelmoes aan Scandinavische (overwegend Noorse zoals Kampfar, oue-Satyricon, mid-era Darkthrone en Gorgoroth) en Oostblok-invloeden horen. Opzwepende zwartgeblakerde tremoloriffs (de openingsriff van “Otvori dveri” alleen al rechtvaardigt de aanschaf van deze EP) gaan hand in hand met onheilspellende keyboards die in “Pesma prokletih” welig tieren en een heerlijk oubollige toets toevoegen. Het zijn deze toetsen en het leadgitaarwerk waarin de invloeden vanachter het IJzeren Gordijn héél sterk naar voor komen. Het acht minuten durende titelnummer hakt er met zijn blackthrash en stampende ritmes genadeloos op in, heeft verderop nog een schedelsplijtende solo in petto en klinkt in de finale haast als “Hammerheart“-era Bathory. Het vocale departement mag trouwens zeker niet onvermeld blijven want hier valt heel wat te beleven: ijselijke screams, heldere koorzang, folkloristische gezangen en dramatische verhalende liturgieën voegen heel wat variatie toe. “Snovidjenje” klinkt haast als een orthodoxe opera. Je verwacht misschien een tweedehandsproductie maar “Kolo ogna i železa” heeft een krachtige, moderne, maar niet te afgelikte sound meegekregen (Krigeist verzorgde zelf de opnames en de mastering was in handen van Javier Félez van de Spaanse Moontower Studios). Ongebreidelde agressie en een duistere Slavische folkloristische atmosfeer gaan hier hand in hand. All hail Nadsvest!

JOKKE: 88/100

Nadsvest – Kolo ognja i železa (New Era Productions 2020)
1. Otvori dveri
2. Pesma prokletih
3. Kolo ognja i železa
4. Snovidjenje

Ymir – Ymir

Dit self-titled debuut van het Finse Ymir is er niet zonder slag of stoot gekomen. Voor de oprichting van de band moeten we zo’n 22 jaar terug de tijd in gaan en al vrij snel volgde dan in 1999 de eerste demo “Trollsword“. Daarna werd het echter muisstil daar de broers Vrasjarn en Lord Sargofagian hun pijlen richtten op andere bands zijnde Baptism, Profetus en nog een hele resem andere namen. In 2006 kwam Ymir terug uit een van de duizenden Finse meren boven water wat resulteerde in de “Silvery howling” demo. Lead gitarist T. Pölkki was echter niet langer van de partij. Opnieuw werd Ymir lange tijd in het vriesvak geplaatst, maar nu is er dan toch eindelijk die langverwachte eerste volwaardige langspeler. De huilende wolven en andere nocturnale klanken die “Pagan mysticism” inluiden, dragen vanaf de eerste seconde bij tot het mystieke karakter van Ymir’s zwartmetaal. Hoewel de robuuste en bruisende zwartgeblakerde composities van Ymir zeker Finse trekjes vertonen, kan er ook een Ancient Records atmosfeer onder de dikke sneeuwlaag waargenomen worden. Deze plaat is immers een puur, traditioneel en gepassioneerd eerbetoon aan de jaren ’90 waarmee het duo aantoont dat het heidense vuur verre van ondergesneeuwd is en nog steeds brandt. De toepasselijk getitelde stampende afsluiter “Resurrection of the pagan fire” is een oudje van de tweede demo dat hier voor een passend sluitstuk vormt en – ondanks zijn iets meer venijnige aard – perfect aansluit bij de vijf nieuwere composities die wat meer op sfeer inzetten. Cryptische keyboards ondersteunen waar nodig de nobele tremolo gitaarriffs die de poorten van ons oude bewustzijn wagenwijd open trekken en krijsende vocalen weerklinken als kraaigeschal doorheen de besneeuwde gitzwarte bossen. Het is niet enkel hoog gekrijs dat weerschalt, maar ook diepere uithalen en sporadische cleane zang of verhalende passages behoren tot het vocale pallet van drummer Lord Sargofanian. De ritmes en tempo’s bezitten een stuwend karakter en voor slepende repetitiviteit is hier geen plaats. Voor mysterieuze, expressieve, dynamische en licht epische black wel. Het melodisch beklijvende en eerder mid-tempo “Winterstorms” bevat heel wat heldere zang die ons aan Ulver’s blackmetalverleden doet denken. Tijdens dit nummer wanen we ons als het ware mee als figurant op de albumcover, niet om een sneeuwbalgevecht met het illustere heerschap te starten (die bijl zal ons immers meteen in mootjes hakken), maar eerder om samen door de eindeloze duisternis te langlaufen met “Ymir” als soundtrack.

JOKKE: 83/100

Ymir – Ymir (Werwolf Records 2020)
1. Pagan mysticism
2. Silvery howling
3. Ymir
4. Frostland conqueror
5. Winterstorms
6. Resurrection of the pagan fire

Lure – Morbid funeral

Lure werd ons reeds door de heren van Silver Knife aangeraden toen we hen spraken naar aanleiding van hun debuutplaat. Pierre Perichaud, beter gekend als tattoeartiest en grafisch vormgever Business For Satan (en ook wel van Paramnesia), zal immers voortaan hun nieuwe werk indrummen. Maar alvorens het zover is, trakteert de Fransman ons op de eerste demo van zijn soloproject Lure, dat de titel “Morbid funeral” meekreeg. In een tijdspanne van zo’n drie kwartier dompelt deze alleskunner ons onder in een universum dat ons meeneemt naar de vervlogen tijden van de oervaders van de Franse blackmetalscene en dit gecombineerd met een gezonde dosis atmosferische USBM wat zich vertaalt in de lange speelduur, er prijken immers ‘slechts’ drie composities op “Morbid funeral“. De algehele vormgeving is om van te smullen en bevat een hoog Ancient Records gehalte. De ijle, hoge screams en uithalen (zowat de grootste Franse factor op deze demo) zullen een love it or hate it-element zijn. De eerste luisterbeurt was ik hierover niet helemaal in mijn nopjes, maar ondertussen smaken ze al een heel pak beter en vind ik ze onlosmakelijk verbonden met het totaalpakket. Het tempo ligt meer dan eens verschroeiend hoog met volcontinu blastende drums en extatische melodieuze leads die je gehoorgangen penetreren, maar dynamiek wordt niet uit het oog verloren. Zo wordt al het geweld op tijd en stond onderbroken door een introspectieve akoestische passage. De eerste keer dat we dit horen, wordt de akoestische gitaar aangewend om een minutenlange brug te vormen tussen opener “Est-ce que la vie est belle…” en het daaropvolgende “L’espérance, ou le clinquant de la ferraille dans mes ténebrès” dat met bijna achttien minuten speeltijd de langste compositie van de drie is. Langzaamaan zwellen de repetitieve blastbeats, bijtende riffs en salpeterzuurdrinkende vocalen terug aan om tot een cathartische en ziedende explosie uit te barsten die pas een kwartier later gaat liggen. “La danse du pendu” bevat opnieuw een akoestische bijdrage deze keer ingespeeld door D.N. en kent een wat meer terneergeslagen teneur vergeleken met de meer extatische klanken van het vorige nummer. Verderop grijpt een bloedmooie melodie je tot wenen toe bij de lurven terwijl Pierre de ziel uit zijn lijf en longen schreeuwt en kermt. Zowat halfweg duikelt het tempo de depressieve dieperik in om er enkele minuten lang niet meer uit te klauteren. Vocaal gezien gaat Pierre hier all the way wat in schril contrast staat met het eerder doomy gemusiceer. Eens de bodem van de put bereikt is, veert de muzikant terug recht om zich vast te klampen aan de zinderende apotheose die als een pijl omhoog schiet. Op zich ligt Lure’s sound niet zo gek ver verwijderd van die van Paramnesia en Silver Knife (ook bij het inblikken van “Morbid funeral” zat Déhà trouwens achter de knoppen wat net als bij Silver Knife in een dichtgemetselde productie resulteerde die wat ademproblemen heeft), dus wie deze bands wel kan smaken, zal door Lure’s Frans/Amerikaanse zwartmetalen combo ook wel in hogere sferen geraken.

JOKKE: 85/100

Lure – Morbid funeral (Amor Fati Productions 2020)
1. Est-ce que la vie est belle…
2. L’espérance, ou le clinquant de la ferraille dans mes ténebrès
3. La danse du pendu

Invunche/Ifernach – Split

Indiginous black metal zit duidelijk in de lift de laatste jaren getuige releases van o.a. Volahn, Arizmenda, Vital Spirit, Pan-Amerikan Native Front, Invunche en Ifernach. Die laatste twee hebben hun krachten gebundeld voor een split LP die via Tour de Garde losgelaten wordt, en Ifernach deed recent ook hetzelfde met PANF. Het Nederlands-Chileense Invunche wist ons met “II” al danig te overtuigen evenals het Canadese Ifernach met zijn meest recente langspeler “The green ecnhanted forest of the druid wizard“. Benieuwd of deze split spreekwoordelijk vuurwerk zal afsteken. Invunche is vertegenwoordigd middels zes nummers die een veelzijdig gezicht van de band (op plaat bestaande uit bezieler El Invunche en trommelaar The Specter (Vaal, Old Tower, …) laten zien. “El Invunche II” trapt de split gezwind en energetisch op gang met het gekende punk en blackmetalrecept en riffs die onze hoofdhuid met groot gemak scalperen. We beginnen meteen vreugdedansjes rond onze totempaal uit te voeren. Voor je het weet zit je aan het uit allerhande authentieke instrumenten zoals panfluiten en drums opgetrokken intermezzo “Tierra ancestral” want de eerste vier nummers lopen vrijwel naadloos in mekaar over. Deze song vormt een rustgevende, maar mystiek klinkende adempauze die ons even tijd om te bedaren gunt, alvorens we onze spurt doorheen het Amazonewoud waarbij we door een bloeddorstige jaguar opgejaagd lijken te worden, verder zetten. “Sangre del Sur” combineert deze mystiek met meer opzwepende passages, maar neemt ook serieus wat gas terug en verkent meer epische oorden, wat zich meteen ook in een wat langere speelduur vertaalt. Een fel gesmaakte formule! Invunche overtuigt wederom en dat Spaanse taaltje klinkt bovendien verdomd energiek, wraakzuchtig en verpletterend! Over naar Finian Patraic en zijn Ifernach dan die er maar liefst 11 nummers op één zijde doorjaagt wat zich vertaalt in strak op mekaar volgende nummerafbakeningen tussen de groeven. Het rauwe punk-element dat op “The green enchanted forest of the druid wizard” achterwege bleef, wordt nu weer van stal gehaald maar daar waar deze waanzin op “Gaqtaqaiaq” nog doorspekt werd met erg beklijvende leads, is het nu één en al oor voor rauwe klanken. De opgefokte korte nummers en vervormde, hese, soms blaffende vocalen in combinatie met de laaggestemde gitaren geven het geheel ook een heus grindcorerandje mee en enige vorm van finesse is ver zoek. Tijd om aan een vredespijp te lurken is er niet, bekladder je tronie zo snel mogelijk met warpaint, pak die tomahawk vanonder de mottenballen en trek ten strijde is de boodschap die hier uitgedragen word. Beetje een tegenvaller wel als je het geluid van de laatste langspeler verwachtte. Het is dan ook voornamelijk de Invunche kant die hier nog veel rondjes zal spinnen.

JOKKE: 75/100 (Invunche: 85/100; Ifernach: 65/100)

Invunche/Ifernach – Split (Tour de Garde 2020)
1. Invunche – El Invunche II
2. Invunche – Rabia andina
3. Invunche – Lagrimas de kooch
4. Invunche – El kalku
5. Invunche – Tierra ancestral
6. Invunche – Sangre del sur
7. Ifernach – The skeletal head and magic bow
8. Ifernach – Torturing the witch
9. Ifernach – Gateway of the clashing clouds
10. Ifernach – Master of fire
11. Ifernach – Baxbakualanu Xsiwae
12. Ifernach – I’m not a punk / I’m the Puoinaq
13. Ifernach – Volcanic earth blood
14. Ifernach – The Potlatch ban
15. Ifernach – Arctic hysteria
16. Ifernach – No pipe of peace / Ready to war
17. Ifernach – Master of pain

Shagor – Sotteklugt

Ik heb het best wel voor bands die Oud- of Middelnederlandse woorden in hun titels gebruiken of neologismen uitvinden om hun titels een wat antieke bijklank mee te geven. ’t Nederlands is een rijke taal en het moet nu eenmaal niet altijd in het Engels of Noors te doen zijn. Die roep werd vooral bij onze noorderburen gehoord, getuige een indrukwekkende resem Nederlandstalige releases van onder andere Wederganger, Laster en Fluisteraars. Aan dat rijtje wordt Shagor toegevoegd, dat hun eerste plaat “Sotteklugt” (wat een titel!) via het immer sympathieke Babylon Doom Cult Records ter wereld brengt. Jo Versmissen gaat er prat op dat hij met zijn label enkel releases uitbrengt waar hij zelf volledig achter staat, en in het geval van Shagor slaat hij wederom niet naast de bal. Naast de hiervoor genoemde bands worden door Shagor en het label ook referenties aangehaald zoals Ulver ten tijde van het magistrale “Bergtatt” en ook Aversio Humanitatis, maar dan op zeer melodieuze wijze met langdurende opbouwen. Langdurig, niet langdradig, want de vier volwaardige nummers die op “Sotteklugt” prijken zijn elk op zijn minst een kleine zeven minuten lang. Daartussen vinden we nog “Verdoolde hemelbol”, een drietal minuten akoestische gitaar met dromerige zang, die even respijt geeft vooraleer “Dodendans” middels dragend gitaarwerk en een hoog tempo er een einde aan breit en met momenten – zeker dankzij de cleane zang die afwisselt met hese screams – zelfs even parallellen trekt met Woods of Desolation of Austere. Dit ook niet in het minst omdat “Sotteklugt” vol zit van tremoloriffs die wel uit een postrocknummer lijken weggelopen te zijn en de ganse plaat lang een heel dromerige, atmosferische en haast zweverige toon neerzetten. Met opener “Schemerzever” wordt meteen volle gas gegeven en komt inderdaad die knipoog naar Fluisteraars om de hoek kijken in de vorm van stuwend gitaarwerk. Halfweg wordt het tempo wat teruggeschakeld en wordt het repetitieve – ietwat ruizig en toch modern geproducet, trouwens – gitaarwerk doorspekt met akoestische tokkels die godbetert zelfs wat aan Lifelovers “Pulver” doen denken. Niet dat deze referenties ernaar hinten dat Shagor een DSBM-plaat heeft geschreven, maar wel dat “Sotteklugt” dezelfde melancholische emotionele intensiteit bezit die hiervoor vermelde bands als handelsmerk uitdragen. Shagor straalt naast melancholie ook verbetenheid uit en dit door middel van bijna catchy hooks die her en der opduiken, zoals iets voorbij de tweede minuut van “Nachtdwaler”: zo’n riff die meteen je aandacht opeist en even voor niets anders ruimte laat. Ook in “Respijt” komen er van die oorwurmen terug – naast het feit dat hier ook de bas een welverdiende plek opeist en het kwartet plots wel zeer venijnig uit de hoek weet te komen. Shagor mag dan misschien wat traditioneler klinken dan veel wat we heden ten dage uit Nederland voorgeschoteld krijgen, maar blijft gedurende de kleine veertig minuten heel consistent in thematiek en sfeer waarbij vooral de warme leads en de variatie in zang opvallen. ’t Moet niet altijd vernieuwend zijn om beklijvend te kunnen zijn, en dat heeft Shagor goed begrepen. De warme, heldere en vrij moderne productie draagt toch een rauw kantje met zich mee en dat voelt aan alsof Shagor niet gewoon een ode aan melancholische black metal van een goeie twintig jaar geleden brengt, maar hun debuut net in die mindset van weleer heeft geschreven. Shagor haalt her en der de mosterd, maar heeft duidelijk een eigen visie en smeedt deze elementen doelbewust om tot een eigen stijl, sound en identiteit. Authenticiteit boven alles, en daaraan is er bij Shagor alvast geen gebrek.

CAS: 85/100

Shagor – Sotteklugt (Babylon Doom Cult Records 2020)
1. Schemerzever
2. Nachtdwaler
3. Respijt
4. Verdoolde hemelbol
5. Dodendans

Akantha – Gnothi seauton

Na het lezen van Rotting Christ’s biografie begon ik me meer en meer in de oude Griekse blackmetalscene te verdiepen, daar ik die destijds grotendeels links liet liggen. Stilaan geven bands als Rotting Chist, Varathron en Necromantia me hun geheimen prijs. Toen ik via New Era Productions Akantha voorgeschoteld kreeg en las dat de bandleden een Grieks paspoort bezitten, werd ik getriggerd om “Gnoti seauton“, de derde langspeler van het trio, onder de loep te nemen. Ik kwam echter bedrogen uit want met de typische Helleense sound heeft “My throne is the epicenter“, de opener van “Gnoti seauton” niet veel van doen. Geen mid-tempo gemusiceer en warmbloedige leads hier, maar furieuze Scandinavisch getinte black die aan een rotvaart voorbij dendert met vlijmscherpe stalagtieten die van de venijnige tremoloriffs druipen. Samen met verbeten screams vormt dit zes nummers en een dik half uur lang zo wat het scenario voor deze derde worp. Zanger/snarenplukker (zowel de dikke als de dunne) Athanasios Valeras en drummer Sakis Spiropoulos beheersen hun instrumenten meer dan naar behoren en voorzien met het mid-tempo “The mystical nyx” na twee nummers raggen en blazen een eerste rustpunt. Hoewel het verre van een slechte song is, ligt de kracht van deze Grieken toch eerder bij het wat vinniger en sneller spul, dat lijken ze na een viertal minuten zelf ook door te hebben. “Anaclisis of a threnody” hakt er dan ook opnieuw als een bezetene zwaar op in en het daaropvolgende “Chasm” moet er amper voor onderdoen. De zeven minuten durende afsluiter “Spiralling up the cosmos” laat het tempo opnieuw wat zakken maar maakt een betere beurt dan “The mystical nyx” doordat de riffs een zeker triomfantelijk gevoel weten op te wekken. De laatste twee minuten gaat de voet terug op het gaspedaal voor een zinderende blastfinale. Ondanks het feit dat de snellere stukken soms wat onderling inwisselbaar zijn, ligt hierin toch de kracht van de heren. De albumtitel staat dan ook voor “Ken uzelf”, het duizenden jaren oude motto van de Griekse wijsbegeerte, dat in marmer met gouden letters uitgebeiteld boven de ingang van de tempel van Apollo, ook wel het orakel van Delphi genaamd, prijkt, en door Sokrates als zijn lijfspreuk verkozen werd. De kunst van het leven dus, dat echter in schril contrast lijkt te staan met de lijkverbranding die we op de cover aantreffen. Weldra verschijnt er via Vendetta Records (CD en tape) en Not Kvlt Records (vinyl) ook nog een vierdelige split waarop naast Akantha ook hun landgenoten Sørgelig, de Duitse revelatie Nimbifer en het Bulgaarse Hajduk prijken.

JOKKE: 80/100

Akantha – Gnothi seauton (His Wounds/New Era Productions 2020)
1. My throne is the epicenter
2. Synergies (skepsis, logos, praxis)
3. The mystical nyx
4. Anaclisis of a threnody
5. Chasm
6. Spiralling up the cosmos

Odiosior – Syvyyksistä

Wanneer er meer ypsilons in een woord staan dan dat een normale mens kan uitspreken, weet je dat er een Fins product op je talloor ligt. In dit geval de eerste langspeler van Odiosior waarvan eerder al een debuut EP verscheen, maar waarvan we niet ondersteboven waren. A. Vexd, de man achter Odiosior en met ervaring in Alghazanth, Ghost Brigade en Conceal The Horns, heeft echter naarstig doorgewerkt aan nieuwe nummers en dat harde werk heeft geloond want de zeven stuks die er op “Syvyyksistä” prijken, weten al een veel grotere grijns op onze tronie te toveren. Muzikaal gezien koppelt Odiosior hier vorm aan inhoud (de strijd tegen religieuze dogma’s die de mens van binnenuit rottend maken door zijn potentieel te blokkeren) met een meeslepende uitbreiding van zijn koude Scandinavische blackmetalgeluid. Hoewel nog steeds erg binnen het pantheon van black metal opererend, verkent Vexd op gepaste wijze de extremen binnen dat geluid, van snelle vlijmscherpe riffs tot mid-tempo black ’n roll en van ijskoude grimmigheid tot een kosmische grandeur, waarbij de pakkende en bijwijlen ook prachtige melodieën afwisselend triomfantelijke gevoelens en bittere zoetheid uitdragen. De uitkomst is typisch Finse black metal met kosmische vluchtvleugels, ongetwijfeld versterkt door Vexd’s uitgesproken gebruik van spectrale synthgelaagdheid, en dat alles zonder die inherente grimmige vuiligheid te verliezen. “Laulu pimeydessä” bevat een keyboardriedeltje dat sterk aan het fantastische “Het zwarte hart van walging” van het Nederlandse Duivel doet denken. Dit zwartmetaal is rauw maar melodieus en dynamisch erg rijk. Zo start een nummer als “Syvyyksistžä” eerder mid-tempo, maar na een passage met heldere zang, wordt dan plots die voet voluit op het gaspedaal geplaatst. Ook “Kaipaus” jongleert met een wijd amalgaam aan tempovariaties en wordt met cleane koorzang opgefleurd. Niet alleen op compositorisch en instrumentaal vlak maar ook productioneel gezien werd vooruitgang geboekt en de Fin wordt op drums nu bijgestaan door ex-Alghazanth-collega Gorath Moonthorn, goede zet! Enig puntje van kritiek is het nogal kinderlijke en inspiratieloze coverartwork dat gekozen werd. Maar voor de rest dikke duim omhoog voor de progressie die op erg korte termijn geboekt werd!

JOKKE: 81/100

Odiosior – Syvyyksistä (Purity Through Fire 2020)
1. Viha minussa
2. Takaisin kaaokseen
3. Laulu pimeydessä
4. Syvyyksistžä
5. Kaipaus
6. Olen myrkkyžä
7. Sotaan