reviews

Ordinance – In purge there is no remission

Met Ordinance en diens tweede langspeler “In purge there is no remission” hebben we de tot dusver beste Finse blackmetalplaat van het jaar in onze handen. Punt. Next! Nee, we dienen dit natuurlijk wat beter te kaderen. Ordinance werd ergens aan het begin van dit vervloekte nieuwe millennium gevormd en brengt traag maar gestaag nieuw werk uit. Tot op heden verschenen een demo in 2007 en een debuut in 2014. Deze opvolger is de eerste muzikale output die ik van het duo Arttu Ratilainen (zang en snaren) en Lauri Laaksonen (drums; ook actief als muzikaal brein achter Convocation en Desolate Shrine) te horen krijg, en ik ben instant verkocht en verknocht aan deze ruwe diamant. Ondanks de Finse afkomst klinken de zeven nummers die er in vijftig minuten passeren allerminst als clichématig en typisch Fins zwartmetaal. “In purge there is no remission” spreekt de pure en onomwonden taal van tweede golf blackmetalclassicisme zonder enig voorvoegsel, maar met een onmiskenbaar uniek dialect door het toevoegen van onorthodoxe elementen zoals de heavymetalsolo’s én vocale uithalen, akoestische klanken en heldere koorzang in het waanzinnige “Credo sceleratum“. De brutale opener “Obstructed paths” doet me op zijn meest agressieve momenten aan Triumphator denken, maar bevat ook subtiele orchestratie. “Diabolopathia” wisselt berustende melodieën af met spetterend blackmetalvuurwerk en “Gathering wraiths” is een knap staaltje dynamiek met heel wat groove, verwrongen stonerachtige leads en sacrale toetseninkleuringen. “The kingdom of nothing” start met de nodige heidense epiek om vervolgens een U-turn van jewelste te nemen en de hel/ragnarök te laten openbarsten niet alleen door het overweldigende gemusiceer maar ook door de fenomenale diepe raspende strot van Arttu. “Gesticulation of death” laat dan weer uitschijnen alsof we plots met een postrockband te maken hebben en vervelt nadien tot een slepend doomy zwartgeblakerd epos met likkebaardend gitaarwerk. Hekkensluiter “Purging kremanation” klokt op meer dan elf minuten af en is van meerdere markten thuis: viscerale agressie, heidense melancholie, galopperende oorlogszucht, mid-tempo headbangpassages en schedelsplijtend soleerwerk. Er valt met andere woorden heel wat meer te beleven dan wat je op basis van het eentonige artwork zou vermoeden. “In purge there is no remission” is een werk van twee meestersambachtslieden en sluwe tovenaars tegelijk, een uitzinnige reis naar waanzin en mystiek, gegoten in een uitstekende productie die balanceert tussen rauwheid en melodieusheid.

JOKKE: 85/100

Ordinance – In purge there is no remission (The Sinister Flame 2020)
1. Obstructed paths
2. Diabolopathia
3. Gathering wraiths
4. Credo sceleratum
5. The kingdom of nothing
6. Gesticulation of death
7. Purging kremanation

Lifvsleda – Det besegrade lifvet

Toen de promomail van Lifvsleda’s aankomende debuutlangspeler “Det besegrade lifvet” twee maand geleden binnen kwam, belandde hij meteen in mijn playlist. De “Manifest MMXIX” EP die vorig jaar als eerste teken van leven van de Zweedse band verscheen, schopte het immers tot op positie 2 in de 2019 jaarlijst van EP’s, splits en demo’s. Ik moet u dan ook niet vertellen dat we reikhalzend naar die volwaardige langspeler uitkeken! En toch is “Det besegrade lifvet” en diens furieuze en glorieuze blackmetal een moeilijke bevalling geworden. Opnieuw werd de muziek van deze sceneveteranen deels in de gitzwarte wouden en in uiterste isolatie gedurende de COVID-19 plaag vereeuwigd, dat kan je zelfs horen aan het sinistere en onbehagelijke gevoel dat in de songs vervat zit. Aan de nummers hangt een onwelriekend geurtje alsof iets oud en verrot opgegraven en opnieuw tot leven gebracht werd. Dat de dood als thema regelmatig terugkeert in de songteksten, maken het bandlogo en de man met de zeis op de hoes wel duidelijk: “De duisternis is mijn vlam. De dood is mijn vuur. Het leven is slechts mijn as die wordt verspreid door de wind. Ik ga naar het graf. Ik loop naar de dood.” horen we in “Bortgång” maniakaal in het Zweeds gekrijst worden. Maar die écht waanzinnig melancholische Zweedse rampestampers als “II” en “III” vallen er deze keer niet terug te vinden. Lifvsleda klinkt wel nog steeds wild, ruw en ongetemd en de jarenlange ervaring en wijsheid die de muzikanten sinds het ontstaan van de blackmetalscene in o.a. Sorhin hebben opgedaan, valt niet te ontkennen. Uiteindelijk is het pas tijdens het schrijven van de recensie en nogmaals enkele keren héél aandachtig naar de negen composities te luisteren, dat ze hun geheimen prijsgeven. Zo bevatten opener “I fjärran jord begrafvd“, het suïcidale titelnummer of de eerste single “Intet” wel degelijk Zweedse melancholie alleen zit die wat dieper verstopt in een leadgitaar, repetitief melodietje of akoestische passage. “Afvgrundsande” sleept zich als een deprimerende begrafenismars verder om wat later al haar demonen te ontketenen. Ook het reeds vermeldde “Bortgång” met diens bezeten vocalen en aanstekelijke riffs komt nu veel beter binnen dan tijdens het dozijn aantal luisterbeurten dat voorafging in de wagen. De catchy openingsmelodie van “Fjättrad” doet ons meteen op het puntje van onze stoel zitten en het venijnig rockende “Nedstigning” doet onze beentjes gevaarlijk ver over de rand van de afgrond bengelen. In die ongemakkelijke pose blijven we vervolgens via het opzwepende, doch licht psychedelische “Vederkvickelse” tot aan het afsluitende uit beklemmende ambient en spoken word opgetrokken “Landet bortom skogen” zitten. Zo zie je maar dat sommige platen hun genialiteit niet meteen openbaren (maar de EP blijft nóg magistraler, dat moet gezegd worden). Lifvsleda pende met “Det besegrade lifvet” dan ook een kwaliteitsvolle blackmetalplaat die de nodige toewijding en aandacht vraagt. Hulde!

JOKKE: 85/100

Lifvsleda – Det besegrade lifvet (Shadow Records 2020)
1. I fjärran jord begrafvd
2. Det besegrade lifvet
3. Intet
4. Afvgrundsande
5. Bortgång
6. Fjättrad
7. Nedstigning
8. Vederkvickelse
9. Landet bortom skogen

Charnel Ascension – Spectral dances towards the coffin

In Baltimore loopt met the GraveLight Order een nieuw lo-fi clubje rond, maar wat mij betreft kunnen de leden van bands als Mortevexis, Nigrim Mortem, Slaves To The Enchanted Fog en Vampyric Bvrial het beter bij wiezen of petanque houden, want hun zwartmetalen klanken zijn werkelijk abominabel. Mortevexis en Vampyric Bvrial brachten in de vorm van “GraveMoon reveries” in juli een werkelijk tenenkrommende split vol ondermaats LLN worship uit en Nigrum Mortem’s “Consumed by the eternal tranquility” demo klinkt alsof er op zolder opnames werden gemaakt van de band die in de kelder staat te spelen. Eerder doffe in plaats van rauwe kelderblack dus. Enkel het éénpersoonsproject Charnel Ascension heeft klaarblijkelijk de rauwe blackmetalcollector kunnen bekoren want de demo, die in een oplage van maar liefst dertig stuks verscheen, is volledig uitverkocht. Wat een wereldprestatie! Vier nummers en een dik kwartier lang laat Cult Of The Fallen Sun zijn zonaanbiddende lo-fi black over ons uitschijnen. ’t Is nu niet dat we onze ogen achter onze hippe Ray-Ban zonnebril tegen brandende UV-stralen moeten beschermen, maar toch zijn we op één of andere manier gecharmeerd door deze zwartgeblakerde lo-fi herrie vol rauwe, punky riffs (“Eclipse worship” en “Unholy witchery“), vocale pruttelbrij (het titelnummer), griezelige lugubere ritmes en zeurende melodieën (“Gnarled root and branch“), uitgevoerd onder een mantel van sissende duisternis, …maar dan ook enkel in de heel late/vroege uurtjes als slaap zich van ons meester maakt.

JOKKE: 66/100

Charnel Ascension – Spectral dances towards the coffin (Old Spire Records 2020)
1. Eclipse worship
2. Gnarled root and branch
3. Spectral dance towards the coffin
4. Unholy witchery

Dumal – The confessor

The lesser God“, het in 2017 verschenen debuutalbum van het Amerikaanse Dumal, had eigenlijk best meer aandacht mogen krijgen, want we beschouwen dit werk als ondergewaardeerd, hoewel de eerlijkheid ons gebied te zeggen dat deze plaat ook bij ons wat ondergesneeuwd geraakte in de stortvloed aan nieuwe releases. Gelukkig zorgt het verschijnen van de opvolger “The confessor” dat we het debuut nog eens kunnen afstoffen. Met “The confessor” en diens geweldige opener “Devour the child” gaat het uit Pennsylvania afkomstige trio resoluut verder daar waar “Spring will never come“, de afsluiter van de voorganger, drie jaar geleden ophield. Riff-georiënteerde black met een groot oor voor catchy melodieën zonder agressie en verbetenheid echter uit het oog te verliezen. Het amalgaam aan Scandinavische en niet-Scandinavische referenties uit mijn vorige review gaat nog steeds op. Taake voor de kille grimmigheid, Arckanum voor de heidense en folky invloed in het riffwerk, Sacramentum voor de Zweedse melodieuze insteek, Mgła voor de goed in het gehoor liggende catchiness en Drudkh voor de melancholie. Werkelijk de ene na de andere gave riff wordt op ons afgevuurd en voor ademhappen is er deze keer geen ruimte gelaten, hoewel het tempo natuurlijk ook geen drie kwartier lang strak aangespannen blijft. Zo is afsluiter “Amalgamation: Time, space, and circumstance” een heerlijke mid-tempo kraker en ook “Through fields of peasant graves“, dat met zeven en een halve minuut speeltijd de langste compositie op de plaat is, kent een meer langzame ingetogen instrumentale en atmosferische aanloop. Vocaal gezien leunt het stemgeluid van zanger/bassist Adam Siatkowski naar dat van Nachtmystium’s enfant terrible Blake Judd, een mooie referentie wat mij betreft. Dumal musiceert de hele rit lang op een hoog niveau wat het dan ook moeilijk maakt om uitschieters op te sommen, hoewel nummers als de opzwepende en mee headbangbare opener “Devour the child“, het naar Nachtmystium neigende “Some ritual” en het venijnige godslasterende “Black tendrils of Christ” er misschien nog net een tikkeltje bovenuit steken. Wat een hels trio om je plaat mee te openen, maar zoals gezegd wordt het hoge niveau constant aangehouden en kakt de plaat verderop dus hoegenaamd niet in. Hoewel atmosfeer natuurlijk voor zowat elke blackmetalband belangrijk is, maakt Dumal vooral middels diens uitstekende neus voor pakkende riffs en heerlijke melodieën een goede beurt. Vakmanschap!

JOKKE: 84/100

Dumal – The confessor (Vigor Deconstruct/Fólkvangr 2020)
1. Devour the child
2. Some ritual
3. Black tendrils of Christ
4. Through fields of peasant graves
5. Unrealized dreams
6. Ossuaric inversion
7. Amalgamation: Time, space, and circumstance

God’s Bastard – Last standing village

God’s Bastard is een tweemansformatie uit Brooklyn. De leden zijn Drew Hayes (zang en gitaar) en Lev Weinstein (drums). Weinstein zou je kunnen kennen van Krallice, Anicon of Bloody Panda. Hayes heeft in Floods gezeten. In 2019 hebben ze de EP “Last standing village” op Bandcamp gezet onder lovende reacties. Het Italiaanse I, Voidhanger Records heeft besloten om deze EP ook fysiek uit te brengen. Is dat een goed idee geweest? Ik vind van wel. Ik hou wel van de progressieve blackmetal die uit Amerika afkomstig is. Wolves in the Throne Room, Alda, Sadhaka en ook Krallice reken ik tot mijn favoriete bands. Dus als iemand als Weinstein een nieuwe band start, zal ik het altijd een kans geven. De drie nummers op deze schijf zijn verrassend divers. De openende gitaarriff in het eerste nummer “Chaos apologist” is net zo stuwend als een vroeger werk van Primordial, maar door het drumwerk is de compositie chaotischer. Een Maelstrom zogezegd. Het nummer heeft wel een prettige lengte voor de chaos. Het is bijna de helft korter dan de andere twee. Dat zorgt ervoor dat je aandacht niet verslapt. “God raise the sea” tapt uit een net iets ander vaatje, lijkt iets meer crust te bevatten en het tempo ligt lager. Ik ben een ontzettende liefhebber van de dreigende mid-tempo dubbele basdrum. De uithalen van de zanger gaan door merg en been bij mij. Het nummer verhaalt een worsteling om te ontkomen aan de dagelijkse sleur en het daarin falen. Naast de chaotische wervelwind van het eerste nummer is dit bijna stroperig te noemen. De derde song “To the last standing village” is de culminatie van de eerste twee nummers. Chaos en rust strijden om voorrang. Nergens klinkt Hayes meer getormenteerd. De post hardcore break met cleane muziek is een balsem voor de ziel, maar je voelt aan alles dat dit niet kan voortduren. Nooit zal gods bastaard rust kennen. De vloek van rusteloosheid blijft over hen heen. De climax is heel intens: alles komt tot een onvermijdelijk tragisch einde. I, Voidhanger Records heeft naar mijn mening de goede keuze gemaakt. De EP staat als een huis en kent in de drie nummers behoorlijk veel variatie. Progressieve blackmetal heeft vaak last van tot in de oneindigheid doorgaan met een thema. Niet bij God’s Bastard. Heerlijk.

MISCHA: 87/100

God’s Bastard – Last Standing Village (I, Voidhanger Records 2020)
1. Chaos apologist
2. God raise the sea
3. To the last standing village

Clavus – Rebus paranormalibus

Bij een land als Zwitserland denk je nu niet meteen aan een rijke geschiedenis op gebied van extreme metal, hoewel het neutrale land wel degelijk enkele groete namen heeft voortgebracht. Denk maar aan Hellhammer/Celtic Frost en Samael en recenter en meer underground Bölzer, Darkspace en Paysage d’Hiver. Als we écht de allerdiepste krochten van de reusachtige Zwitserse Alpen induiken, treffen we daar Clavus aan, een gloednieuwe anonieme blackmetalentiteit die, naast enkele (digitale) demo’s, dit jaar onder de noemer “Rebus paranormalibus” ook een eerste full-length uitbracht. Deze plaat staat garant voor een dik half uur cryptische en hypnotiserende blackmetal die uitpuilt van somberheid en verstikkend kwaad. De auditieve sonische terreur is verdeeld over twee korte en twee lange nummers, aangevuld met ambientintermezzi die wat zuurstof in de verstikkende geluidsmuur pompen. De man achter deze raadselachtige entiteit betovert de luisteraar met ijskoude riffs die een aura van hypnotiserende grandeur verspreiden en verstrengeld zijn met uitgestrekte kosmische keyboardlandschappen die diepte en ruimte geven aan de rauwe, grofkorrelige en ijzige gitaarlagen die door de pulserende kracht van woest drumwerk voortgestuwd worden, maar waarbij gezegd moet worden dat de geprogrammeerde drumlijnen soms wat rommelig overkomen in het geheel. Halfweg “Rebus paranormalibus” passeert “Dark tree from the golden forest” waarin meeslepende gitaarleads meer op de voorgrond treden, terwijl in opener “Acies ventos” en het geweldige “Jantar mantar jadu mantar” de toetsen voor de majestueuze extase zorgen. Voeg daar nog de wrede, vervormde en huiveringwekkende krijsen bij en je hebt alle ingrediënten voor een beklijvende atmosferische blackmetalplaat. Clavus is een nieuwe underground act om in het oog te houden. Voer voor fans van Paysage d’Hiver en Darkspace, maar met nog wat groeimarge vergeleken met deze twee referenties.

JOKKE: 78/100

Clavus – Rebus paranormalibus (Dawnbreed Records/Lèpre Productions 2020)
1. Acies ventos
2. Pythonicus
3. Six black candles
4. Majestic tower
5. Dark tree from the golden forest
6. Uromancia
7. Jantar mantar jadu mantar
8. Rebus paranormalibus

Núll – Entity

De zomer lijkt finaal tot een einde te komen. De wolken zijn niet meer weg te denken, de lucht is grauw en grijs, en het wordt weer vroeg donker. In IJsland daarentegen, is het nooit écht zomer. De dagen zijn gewoon ontiegelijk lang – het is drie uur donker op de langste dag van het jaar. Wat dat met een mens doet, kan Núll je wel vertellen. De band, opgebouwd uit leden van Misþyrming, Carpe Noctem en Naðra, wist Nietzsche’s hamer met zijn debuutplaat “Null & Void” slopend traag tegen je hersenpan te mikken. Zes jaar later staan de heren dan toch klaar met opvolger “Entity”, op het machtige Ván Records. De band speelt nog steeds depressieve en met sludge- en post- doorspekte black metal, alleen doen ze het gevatter en met meer gevoel voor richting. Ik las dat er volgens sommigen heel veel doom aanwezig is in het geluid, maar dat dekt de lading naar mijn bescheiden mening niet echt. De atmosfeer staat centraal, de riffs doen je volledig in je eigen gedachten verdwijnen. Ze zijn vlijmscherp en snijden je huid schijnbaar doelloos open maar bezitten tegelijkertijd een onaardse, helende werking. Núll is verre van dood – al maakt hen dat ontzettend weinig uit. Het nihilisme dat op deze plaat werd vastgelegd, gebrouwen in de diepste krochten van het eiland en gedistilleerd in de vaten van “het nieuwe normaal”, weegt door. ‘t Voelt bijna aan als een fysieke entiteit, die zwelgt, schrokt, en verteert. Het manifesteert zich zorgeloos als een zwart gat in onze allesomvattende kosmos. Je hoort het in de ijzige, fuzzed-out gitaarlijnen, in de hypnotiserende ritmesectie en misschien nog het hardst in de van alle menselijkheid ontwrichte vocalen. S.S. zingt, schreeuwt, krijst en ijlt een heel indrukwekkend palet bij elkaar, en weet de thematische tragiek van “Entity” zo ontzettend mooi vast te leggen. De quasi-Polka van “Reduced beyond the point of renewal” bijt zich vast in je hoofd en blijft zitten tot lang nadat de laatste noten van deze tweede langspeler zijn vervlogen. “Entity” is in zijn totaliteit niet vernieuwend, zelfs niet opvallend. Wél weet de plaat moeiteloos te fascineren, en slaat hij zonder slag of stoot in zijn opzet: je leven van alle doelmatigheid en vreugde ontvreemden. Núll weet de monotonie die een kruisbestuiving als die in IJsland onherroepelijk teweegbrengt op hun geheel eigen manier te doorbreken, en daar ben ik ze alvast heel erg dankbaar voor.

JULES: 84/100

Núll – Entity (Ván Records, 2020)
1. None
2. Reduced beyond the point of renewal
3. Grasping the outer hull of the tangible
4. (em)Pathetic
5. Conjoin the vacuous
6. An idiosyncratic mirage

Obskuritatem – Hronika iz mraka

Een tijdje geleden viel er een tape van Obskuritatem uit Bosnië en Herzegovina in mijn brievenbus vergezeld van een ansichtkaart. “Black Plague Circle Metal sends fuck off groetjes aan het pseudo black metal scum!” staat er te lezen. Weten we weeral wat voor vlees we in de kuip hebben. Nu kwamen er in de vorm van Niteris en Void Prayer al eerder Black Plague clubleden voorbij, benieuwd hoe Obskuritatem het er vanaf brengt met diens tweede full-length “Hronika iz mraka” (“Kroniek uit de wolken” of zoiets dixit Google Translate). De zeven nummers die we voorgeschoteld krijgen, vallen onder de raw black metal noemer of wat had u nou gedacht? Deze is wel minder rechtlijnig dan je op het eerste gehoor zou denken, met melodieën die zich niet vanaf de eerste luisterbeurt prijsgeven. Geen standaard tremoloriffs hier, maar licht enerverend gitaarwerk dat zoals in het titelnummer soms op het randje van atonaal balanceert. Het vraagt meerdere luisterbeurten alvorens het kwartje volledig valt en je de composities gedegen kan doorgronden. Ondermeer ook door de tempovariaties die zich niet altijd laten voorspellen. Obskuritatem prijst dan ook verstoring van het evenwicht. De zanger produceert een breed gamma aan rauwe keelklanken en wordt op het hypnotiserende en zich grotendeels traag voortslepende “Opor” en “Filozofija bijede” bijgestaan door de Japanner Ur Èmdr Oervn van Arkha Sva die schizofreen klinkende heldere vocalen in de strijd gooit. “Svijet u pepelu” en het uitluidende “Hvalospjev propadanju” zijn geen standaard composities en druipen van de stank van het menselijk verval en vlezige slechtheid. Productiegewijs klinkt “Hronika iz mraka” als een gedegen analoge live-opname die inzet op sinistere atmosfeer. “Hronika iz mraka” is geen plaat of tape om na één luisterbeurt in de collectie weg te moffelen, maar één die wat aandacht en toewijding van de luisteraar vraagt.

JOKKE: 77/100

Obskuritatem – Hronika iz mraka (Black Gangrene Productions 2020)
1. Izrodi svjetlosti
2. Obamrlost vremena
3. Opor
4. Svijet u pepelu
5. Filozofija bijede
6. Hronika iz mraka
7. Hvalospjev propadanju

Nimbifer – Demo I & II

Nimbifer is een vrij recent opgericht black metal tweemansorkestje afkomstig uit het Duitse Hanover. Als we hun bescheiden discografie chronolisch overlopen, tellen we twee demo’s en een split met Hajduk, Akantha en Sørgelig. Vendetta Records verzamelde beide demo’s om ze opnieuw via een vinyluitgave onder de aandacht te brengen. De heren Windkelch (zang, gitaar en bas) en Sturmfriedt (drums) hebben aan het artwork van de demo’s te zien een grote interesse in de duistere Middeleeuwen – een tijd waarin je, als je niet voorzichtig was, al eens een zwaard in je schedelpan gekliefd kon krijgen – en wijden er hun Duitstalige black aan. Bij het beluisteren van de vier nummers die “Demo I” vormgeven, moest ik eigenlijk meteen denken aan wat menig Deense Korpsånd band heden ten dage zoal uitvreet. Het feit dat ook Nimbifer een duo is, en dus met beperkte manschappen een black metal blitzkrieg vol powerchords uitvoert, voedt deze referentie. Windkelch’s high pitched scream gaat door merg en been, de tremoloriffs scheuren voorbij en trommelaar Sturmfriedt doet het eerste deel van zijn naam alle eer aan, hoewel er op tijd en stond ook al eens gas wordt teruggenomen, zij het nooit voor lang. Het punky element is wel iets minder prominent aanwezig dan bij de Denen van een Jordslået of Skravl. Productioneel gezien klinkt de eerste demo wat winderiger dan diens opvolger, maar al bij al liggen beide mooi in mekaars verlengde. “Der Herrscher“, de opener van “Demo II” bevat in diens uitluidende seconden subtiele toetsen en gepiep van een overstuur geraakte amp. “Im Dickicht” is met acht en een halve minuut speeltijd het langste nummer van beide demo’s en laat het meeste ademruimte toe, even voor halfweg zelfs een tijdje tot op doomniveau. Nimbifer heeft al twee geslaagde demo’s weten componeren die ik met een dikke vette smile tot achter mijn oren regelmatig opzet. De vinyluitgave was op een wip en een knip uitverkocht, maar niet getreurd want in het najaar zal een repress volgen..

JOKKE: 81/100

Nimbifer – Demo I & II (Vendetta Records 2020)
1. Geister
2. Im fahlen Schein
3. Krone
4. Kadaver
5. Der Herrscher
6. Die Diener
7. Im Dickicht

Welkin – Recollections of conquest and honour

Het artwork dat op de hoes prijkt van Welkin’s debuutlangspeler “Recollections of conquest and honour” herkennen we in één oogopslag van Abigor’s “Channeling the quintessence of Satan“, maar het betreft hier natuurlijk geen commissioned piece maar een werk van de Duitse kunstenaar Albecht Dürer getiteld “”Knight, death, and the devil”, geen wonder dat deze gravure uit 1514 te pas en te onpas opduikt in black metal artwork. Het betreft hier trouwens niet de Belgische Welkin, maar een éénmansproject van de Singaporese Hasthur die middels dit vehikel enerzijds zijn voorliefde voor Finse black à la Satanic Warmaster, Sargeist, Baptism, Behexen en Noenum wil botvieren en anderzijds ook inspiratie vond in meer episch/folky en exotisch zwartmetaal van namen als Darkenhöld, Holyarrow, Vothana en Thrawsunblat. Na een demo en een lokale samenzwering met Nuurisk en Luna Azure vond Hasthur de tijd rijp voor een volwaardig debuut en het moet gezegd dat “Recollections of conquest and honour” allerminst de mist ingaat, althans voor wie de black metal en typische melancholie van de aangehaalde Finse referenties (maar dan met een modernere sound) wel kan smaken en ook niet vies is van de nodige epiek. De riffs zijn melodieus, maar niet overdreven complex en pretenderen zeker niet naar de neoklassieke inslag van de Zweedse school. Zoals gezegd groeide Hasthur eerder met Finse black in zijn tienerkamer op. De vijf lange composities bevatten een onmiskenbare folk ruggengraat, maar gelukkig op een subtiele wijze zonder in hoempapa toestanden te verzanden. Het woeste, bijna tien minuten durende “War.Victory.Honour” doet zijn naam alle eer aan en bevat samples van zwaardgekletter en hinnikende paarden wat het oorlogszuchtig karakter van de song nog extra onderstreept. De drums zijn hoorbaar geprogrammeerd, maar het werkt nergens storend. Hashtur beschikt over een fijne, doch doorsnee klinkende raspende stem die doet wat ie moet doen, maar ons nergens omver blaast. Het afsluitende “Farewell” is geen outro-achtig mijmerend niemendalletje maar een negen minuten durend so long, farewell, auf wiedersehen, goodbye dat goed samenvat waar Welkin voor staat. “Recollections of conquest and horror’ is een plaat die aangenaam en toegankelijk klinkt, opwinding zonder risico verschaft en vertrouwd klinkt zonder te vervelen. Wie zich aangesproken voelt, moet deze dan ook maar eens een luisterbeurt gunnen. Best impressionant voor een zeventienjarige!

JOKKE: 79/100

Welkin – Recollections of conquest and honour (Pest Productions/Azure Graal 2020)
1. The Thalassic path / To the new world
2. Conquest
3. Winds of strife
4. Upon the starlit highlands
5. War.Victory.Honour
6. Farewell