reviews

Funeral Oration – Eliphas love

Fans van Tool hebben maar liefst dertien jaar op een nieuwe plaat moeten wachten. Maar het kan nog erger. Het Italiaanse Funeral Oration bracht in 1996 haar debuut “Sursum luna” uit en liet haar volgelingen ruim drieëntwintig (!!!) jaar op een opvolger wachten. Tijdens de grote periode van inactiviteit verkaste bassist Malfeitor Fabban van het zuidelijke Apulia naar Rome om er ondermeer zijn eigenste Aborym op te richten. Zanger The Old Nick werd leerkracht en bibliofiel en bracht in 2017 ook “Letters from the dead” uit, een verzameling van zijn correspondentie met Mayhem’s Dead alvorens die iets te binnen schoot. Samen met oprichter en songschrijver Luca La Cara trok The Old Nick in 2017 terug de studio in voor wat de opvolger “Eliphas love” zou worden, een plaat opgedragen aan de vaders van de moderne esoterie (A.O. Spare, M. Rollinat, A. Saint-Yves d’Alveydre and S. de Guaita). In tegenstelling tot het debuut waarop de teksten in het Engels en Latijn waren geschreven, werd nu grotendeels voor het Italiaans gekozen. Een exotische keuze, die echter wel past bij het occulte sfeertje dat 36 minuten lang wordt neergezet, niettemin door de vele invloeden van klassieke Italiaanse horrorfilm soundtracks die in Funeral Oration’s black doorsijpelt. Keyboards zijn dan ook prominent aanwezig maar vervallen regelmatig in kermisgeluiden en foute jaren ’90 Last Episode-toestanden. Op de drumkruk vinden we Luca M. terug, maar door de digitale sound klinken ze veel te steriel naar mijn meug. Snelle nummers zoals “Furor eretico” hebben in hun venijnige momenten wel wat weg van het Enthroned rond de milleniumwisseling, maar deze passages zijn schaars. Het is pas wanneer we bij het zesde, meer gitaargedreven, nummer “Tregenda” aanbeland zijn dat er nog eens iets spannend gebeurt. Back in the nineties wist Funeral Oration al geen grote ogen te gooien en dat zal drieëntwintig jaar laten niet veel beter zijn.

JOKKE: 69/100

Funeral Oration – Eliphas love (Avantgarde Music 2019)
1. Intro
2. Furor eretico
3. Anatema di Zos
4. L’abisso
5. Marcia funebre
6. Tregenda
7. Vuoto mistico

Dikasterion – Stavelot 1597 / Rome 897

In navolging van een overtuigende demo, slaat Dikasterion (vernoemd naar de oud-Griekse juryrechtbank) een jaar later terug met een nieuwe EP. De band is een alliantie tussen muzikanten uit de Belgische underground scene aan weerszijden van de taalgrens. De nieuwe EP bevat, net zoals de demo, een enorm kleurrijke hoes wat in schril contrast staat met het met-rode-bloedspatten-doordrenkte extreme metaal van de heren. Dikasterion speelt een oprechte mix van black/thrash en occulte death metal zoals die in de vroege jaren negentig werd gepleegd door bands als Barathrum (waarvan diens “Warmetal” op de demo gecoverd werd), Archgoat, Beherit en Holy Death. In zeven-en-een-halve-minuut krijgen we twee nummers met een historische inslag op ons afgevuurd. We beginnen in Stavelot in 1597 waarin we lekkere mee headbangbare mid-tempo riffs voorgeschoteld krijgen. Het nummer handelt over de monnik Jean Delvaux die verdacht werd van satanische samenzweringen die dood en ziektes onder de andere monniken van de abdij van Stavelot met zich meebrachten. Zijn hoofd werd hiervoor in 1597 aan het rollen gebracht. Voor het tweede nummer keren we 700 jaar terug de tijd in en verkassen naar Rome waar het er muzikaal gezien nog iets nijdiger aan toe gaat. In januari van dat jaar vond de kadaversynode plaats, een kerkelijk schijnproces waarvoor paus Stefanus VI het lijk van zijn een jaar eerder overleden voorganger Formosus liet opgraven. Hij liet het lichaam, voorzien van pauselijke gewaden, op een troon neerzetten om het te veroordelen wegens meineed, het bewust zoeken van het pausschap en het in de steek laten van zijn bisdom ten gunste van een ander bisdom. Dat moet nigal een zicht geweest zijn! Ik zag de band reeds twee maal live aan het werk en dan gaat het er nog een graad chaotischer aan toe dan op tape. De gitaristen Death Commander en Hanghedief stellen beiden hun strot in dienst van het verkondigen van Dikasterion’s gospels des duivels, wat voor de nodige variatie op vocaal gebied zorgt. Drummer Pz.Kpfw (tevens actief in Possession en Terrifiant) rijgt de old school-riffs middels mid-tot-up-tempo trommelwerk aan mekaar, maar blastbeats komen er niet aan te pas. De bass van Cinis is net iets meer ondergesneeuwd dan op de demo, maar voor de rest geen negatieve commentaar op deze twee songs.

JOKKE: 80/100

Dikasterion – Stavelot 1597 / Rome 897 (Amor Fati Productions 2019)
1. Stavelot 1597
2. Rome 897

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke

De wederopstanding van het legendarische Ved Buens Ende was recentelijk een feit en de fans van deze avontuurlijke black metal-pioneers zullen opnieuw in orgastische oorden verkeren bij het aanschouwen van Dold Vorde Ens Navn (Noors voor “Verborgen was iemands naam“) . Het gaat hier om een nieuwe band uit Oslo waar enkele veteranen uit het black metal-genre in huizen. Wat dacht je immers van Håvard Jørgensen (aka Haavard en Lemarchand, mede-oprichter van Satyricon en lid van Ulver tijdens diens black metal-periode), Vicotnik (Dødheimsgard, Ved Buens Ende), Cerberus (ex- Dødheimsgard) en Myrvoll (Nidingr)? Het kwartet laat in de vorm van “Gjengangere I hjertets mørke” (wat iets in de aard van “Passagiers in het hart van de duisternis” betekent) een eerste EP op de mensheid los waarop vier nummers prijken. Opener “Den ensomme død” start met een kort stukje Noorse folk waarna een hardcore/punkrock-achtig drumritme de boel aanwakkert waarna Håvard nog wat thrashriffs en solopartijen in de strijd gooit. Op papier lijkt het een allegaartje te zijn, maar dit is best een verfrissende mix aan stijlen. In “Drukkenskapens kirkegård” wordt het gaspedaal ingedrukt en man man man…wat is dit toch een vetgeil nummer! Vicotnik bewijst met zijn schizofrene en avantgardistische zangstijl absoluut niet voor ex-Dødheimsgard-collega Aldrahn te moeten onderdoen. De eigenzinnige Noor tilt dit nummer naar een ongezien hoog niveau, hoewel het muzikaal met zijn pure begin jaren ’90 sound en melodieuze leads ook al de pannen van het dak swingt. Myrvoll roffelt dit geniale brokje muziek bovendien vakkundig aan mekaar. “Vitnesbyrd” trekt de black metal-lijn verder door en is een doorslagje van het voorgaande nummer maar bevat een akoestisch intermezzo waarin Vicotnik met zijn hysterische en maniakale krijsende en heldere vocalen weer alle aandacht opeist. “Blodets Hvisken” lijkt aanvankelijk wat meer rechttoe-rechtaan te zijn, maar gooit het roer toch ook al snel om naar akoestische en door de heldere zang ook heidens-aanvoelende klanken. We zijn maar wat blij met wat deze oude rotten middels Dold Vorde Ens Navn aanvangen. “Drukkenskapens kirkegård” alleen al rechtvaardigt de aanschaf van “Gjengangere I hjertets mørke“. Een langspeler en snel graag!

JOKKE: 85/100

Dold Vorde Ens Navn – Gjengangere I hjertets mørke (Soulseller Records 2019)
1. Den ensomme død
2. Drukkenskapens kirkegård
3. Vitnesbyrd
4. Blodets Hvisken

Runespell – Voice of opprobrium

Het runenschrift spreekt nog steeds tot de verbeelding, vooral dan de betekenissen die in de Noordse mythologie aan de verschillende runen gegeven worden. Zelfs Down Under lopen er individuen rond die geïnspireerd worden door dit oude schrift van de Germaanse volkeren van Noord-Europa, Groot-Brittannië, Scandinavië en IJsland. Nightwolf wijdde er zijn band Runespell aan waarmee hij via Iron Bonehead zijn derde langspeler uitbrengt. Het is amper te geloven dat de muziek van Runespell ontsproot uit de koker van een Australiër want alles aan “Voice of opprobrium” ademt Noordse melancholie uit: de melodische riffs, de subtiele koorzangen, het als zwaardgekletter klinkende drumwerk en de akoestische nummers die regelmatig voor lange rustpauzes en duistere sfeerschepping zorgen. Hoewel ze een inherent onderdeel vormen van Runespell’s sound, laten de akoestische songs ons wel wat op onze honger zitten. Een meeslepend en nostalgisch black metal-nummer als “All thrones perish II” (deel één prijkt op het debuut) gaat er echter in als zoete koek. Ingewikkeld is het allemaal niet, onveilig en origineel (denk aan Graveland) evenmin maar de primitieve black metal- klanken weten me wel te raken, en dat is waar het tenslotte allemaal om draait. Onze nachtwolf is ook actief bij Eternum en Blood Stronghold, die er min of meer dezelfde esthetiek op nahouden, maar de klanken van Runespell zijn toch puurder en mystieker van aard. De zes nummers ontginnen de mysteries van oorlog en bloedvergieten, wraak en moed, herinnering en bestemming, spirituele en fysieke toewijding en opoffering. “Voice of opprobrium” ligt met haar scherpe en iele sound eerder in het verlengde van het debuut “Unhallowed blood oath” dan van het wat zwaarder maar minder geïnspireerd klinkende “Order of vengeance“. De akoestische klanken nemen deze keer wel ruim vijftien van de zevenendertig minuten voor hun rekening en halen de vaart uit het album daar ze qua sfeerschepping de duimen moeten leggen voor het extremer black metal-geweld dat gelukkig wel terug wat bijtender is dan wat op de voorganger te horen viel. Misschien is drie platen in evenveel jaren wat te veel van het goede en moet Nightwolf iets meer tijd nemen zodat volgende keer weer een plaat zoals het beklijvende debuut kan uitgebracht worden?

JOKKE: 70/100

Runespell – Voice of opprobrium (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Firmament in blood
2. Voice of opprobrium
3. Wraithwoods
4. All thrones perish II
5. Wings of fate
6. Ascendant

Fanebærer- Fra hånd til jord

Na een EP en een demo is het tijd voor het echte werk moet het Deense Fanebærer gedacht hebben. En alzo geschiedde de eerste langspeler “Fra hånd til jord“, hoewel ‘lang’ in dit geval een overstatement is, want de plaat klokt op een schamele vijfentwintig minuten speeltijd af. Achter Fanebærer gaan de individuen Skravl en Skrog schuil. Beide heerschappen screamen de longen uit hun lijf waarbij de eerste (tevens actief bij Jordslået en Vaabnet) ook de riffs aanvoert en de tweede het geheel van de nodige beats ondersteunt. ‘Puur’ en ‘onversneden’ zijn twee labels die op deze black gekleefd kunnen worden. Wat ik zo smaak aan die nieuwe generatie Deense black metal-bands – ook wel ‘new wave of DKBM‘ genaamd – is dat ze door de band genomen met een line-up van twee à drie muzikanten een resem eenvoudige maar pakkende rauwe to-the-point nummers schrijven waar veelal een punky of rockende ondertoon in verscholen zit. Geen franjes, geen bullshit, geen pose, geen hocus pocus en geen uitgesponnen epiek. Allemaal ook van toepassing op dit Fanebærer. De Deense Korpsånd-kliek is hip en wij hipsteren lekker mee.

JOKKE: 80/100

Fanebærer- Fra hånd til jord (Nattetale 2019)
1. Vanære
2. Vidnesbyrd
3. Låste kæber
4. Afgået
5. Modersmål
6. Fra hånd til jord
7. Daggry
8. I denne time

מזמור (Mizmor) – Cairn

De kans is groot dat de award voor meest indrukwekkende artwork dit jaar naar Mariusz Lewandowski gaat. De Pool leverde eerder dit jaar al een machtige hoes af voor False en nu overtreft hij die simpelweg nog met zijn covertartwork voor het nieuwe Mizmor-album. De bandnaam is Hebreeuws voor ‘psalm’ en ten tijde van het gelijknamige debuut uit 2012 beschouwde A.L.N. (de man achter Mizmor) zich nog een Christen. Langzaamaan verloor hij echter zijn geloof en werd zijn muziek een uitlaatklep voor zijn existentiële zoektocht en zijn persoonlijk lijden veroorzaakt door religie, natuur en het leven op zich. Deze derde langspeler draait voornamelijk om de absurditeit van het leven waarvoor inspiratie werd gevonden in het werk van Albert Camus. Tot zo ver de achtergrondschets van Mizmor. Op muzikaal vlak kunnen we verschillende tags bovenhalen: doom, black en drone die samensmelten in vier kolossale nummers die op een gezamenlijke rit van één uur afklokken. Gemeenschappelijke delers voor black en doom zijn hun minimalistische aanpak qua compositie, het creëren van pikdonkere, melancholische atmosfeer en de bijwijlen tekstuele focus op thema’s zoals isolatie en zelfreflectie. De grootste stijlverschillen tussen beide genres spelen zich af op gebied van tempo en sound (lofi versus diepte) en liggen doorgaans mijlenver uit mekaar. Mizmor slaagt er echter in om snelle, haatvolle passages af te wisselen met dronende mokerslagen en lang uitgesponnen gitaaraanslagen. A.L.N. waagt zich een uur lang aan een evenwichtsoefening tussen twee contrasten waarbij zwartgeblakerde intensiteit in balans valt met treurige funeral doom, hoewel de doom-passages me gevoelsmatig meer weten te raken, dit is tenslotte ook waar de roots van Mizmor liggen. Er is ook plaats voor meer softe akoestische momenten van zelfreflectie die de black metal-uithalen afzwakken of ons bevrijden van de langzame, treurige ondergang die de hoofdbrok van het album vormt. Mizmor’s muziek mondt een paar keer in volledige drone uit, wat resulteert in een volledig verlies qua vorm op weg naar een abstract landschap waar enkel feedback en intense energie de soundscapes construeren. Dat de creatie van “Cairn” een emotionele rollercoaster voor de componist was, staat buiten kijf. Luister maar hoe A.L.N.’s getergde vocalen door merg en been gaan. De muzikant weet echter ook meermaals de juiste snaar bij ondergetekende te raken hoewel ook hier niet elke minuut van dergelijke monumentale nummers even boeiend is. Met “Cairn” is Mizmor er wederom in geslaagd een intense trip neer te zetten waarbij gereisd wordt vanuit minimalistische droneriffs naar melodieuze doom leads die uitmonden in black metal-catharsis.

JOKKE: 82/100

מזמור (Mizmor) – Cairn (Gilead Media 2019)
1. Desert of absurdity
2. Cairn to God
3. Cairn to suicide
4. The narrowing way

Black Cilice – Transfixion of spirits

In 2017 leek de hoes van Black Cilice’s “Banished from time” wel het favoriete snoepje van menig Instagrammende lo-fi black metal worshipper te zijn. Zelf wist die plaat ons ook uitermate te bekoren. Benieuwd dus of “Transfixion of spirits” eenzelfde positieve indruk op onze gemoedstoestand zou nalaten. De ruwheidsmeter gaat nog steeds compleet in het rooie maar de sound galmt toch wel een pak meer dan op de voorganger. Wie een poging doet doorheen de schelle productie heen te luisteren, zal wel een zekere melancholie en drang naar melodie vinden ook al zit ze nu nóg verder weggemoffeld onder een schijnbaar ondoordringbare laag van fatalistische en onderdrukkende black. In “Maze of spirits” moet je daar geen al te goed getraind oor voor hebben, maar door de band genomen moet je deze keer toch nog wat meer je best doen om een glimp van al het moois te ontdekken dat in dit hysterisch gejank (waar wel wat meer variatie in had mogen zitten), de jengelende repetitieve riffs en diens kelderblack-productie vervat zit. “Transfixion of spirits” zal ongetwijfeld weer veel op Instagram opduiken, maar of eenieder die de hoes post ook daadwerkelijk veel naar deze plaat luistert, betwijfel ik. Ik hou het wel bij “Banished from time“. Op 12 oktober staat de band samen met Heinous en Häxenzijrkell in de P60 in Amstelveen geprogrammeerd. Benieuwd of het nieuwe werk me live meer zal weten te raken.

JOKKE: 79/100

Black Cilice – Transfixion of spirits (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Darkness and fog
2. Maze of spirits
3. Outerbody incarnation
4. Revelations