reviews

Wolvennest – Vortex

Work mode switched off. Roadburn mode switched on. Eén van de muzikale clashes waar ik nog steeds niet uit ben, vindt aanstaande zaterdag plaats. Ga ik – voor de zoveelste keer – naar Wolvennest kijken of kies ik toch om heel de dag door te brengen in het Patronaat alwaar Witte Wieven de aftrap zal geven voor een marathon vol NLBM? Wat het optreden van onze Brusselse wolven in elk geval speciaal maakt, is dat ze het adembenemende “Void” voor de eerste keer integraal gaan vertolken inclusief alle gastmuzikanten die op de plaat te horen zijn. Om dit heuglijke gebeuren extra speciaal te maken – en de financiële kater na deze vierdaagse hoogmis nog wat aan te dikken – brengt de band een EP met drie nieuwe nummers uit. Het intrigerend getitelde “Spirit of the black wolven dogs and the wild horses” wijkt wat af van wat we normaal gewend zijn van deze psychedelische wolvenroedel en laat een repetitieve riff horen waarbij tribal-achtig drumwerk de puls aangeeft, een mannelijke spoken word sample in een loop draait en Shazzula in het Frans haar toverspreuken proclameert. “Vortex” en “The storm” grijpen wel terug naar de sound die we van Wolvennest gewoon zijn: een intrigerende mix van pakkende psychedelica, slepende doom, krautrock en melodieën die langzaamaan opbouwen en je in een wurggreep houden waarover Shazzula haar enigmatische stembanden los laat. Setting the world on fire! Liefhebbers reppen zich op Roadburn snel naar de merch-stand.

JOKKE: 85/100

Wolvennest – Vortex (Ván Records 2019)
1. Spirit of the black wolven dogs and the wild white horses
2. Vortex
3. The storm

Murg – Strävan

Liefhebbers van pure, ijskoude no-nonsense Scandinavische black hebben ongetwijfeld een release van het anonieme duo Murg in hun platenkast/CD-collectie/virtuele muziekbank staan. Met “Strävan” zijn de Zweden aan het eindpunt van hun trilogie gekomen waarvan de eerste twee delen – “Varg & björn” uit 2015 en “Gudatall” uit 2016 – erg gesmaakt werden. Ik heb een klein vermoeden dat ook deze nieuwe plaat me niet zal teleurstellen. Vargher en Urzul presenteren hun black middels trage riffs die een stoïcijnse duisternis en van tijd tot tijd ook een zekere grandeur uitdragen en waaronder de drums bepalen of het nummer van dienst aan een rotvaart (“Berget“, “Korpen“) vooruitgaat of zich eerder slepend (titelnummer en “Tre stenar“) voortbeweegt maar over het algemeen werd het tempo ten opzichte van de voorgangers wat teruggeschroefd. De nummers bevatten net zoals de beknopte songtitels geen overbodige franjes, maar houden het kort en bondig zonder te vervelen. Zelfs in repetitieve songs als het afsluitende “Stjärnan” blijf je bij de les. Je wordt als luisteraar bij Murg niet afgeleid door allerhande gimmicks waardoor de focus automatisch op de muziek komt te liggen. De hardvochtige, dierlijke en ruwe black wordt gevoed door de donkere bossen en eeuwenoude mijnen die in Bergslagen, hun thuisgebied verspreid liggen. De eerste paar luisterbeurten was ik op zich niet echt overdonderd meer, maar zoals steeds weten de gure melodieën van een nummer als “Renhet” zich luisterbeurt na luisterbeurt steeds dieper onder de huid te nestelen. Hoewel deze jaren ’90 melo-black natuurlijk al een triljoen keer eerder is gedaan, weet Murg met haar misantropische black toch steeds de juiste snaar te raken.

JOKKE: 85/100

Murg – Strävan (Nordvis Produktion 2019)
1. Ur myren
2. Strävan
3. Berget
4. Renhet
5. Korpen
6. Tre stenar
7. Altaret
8. Stjärnan

Óreiða – Óreiða

Na twee demo’s en een split met het Portugese Holocausto Em Chamas achtte Óreiða de tijd rijp voor een volwaardige langspeler. Op basis van het nummer dat deze IJslandse einzelgänger op de split liet horen, verwacht ik best veel van dit debuut. Binnen de immens populaire IJslandse black metal-scene heeft Óreiða haar eigen niche reeds gevonden en laat ze een sound horen die serieus afwijkt van de rest van de scene. Het recept voor de vier nummers, die in totaal op vijfendertig minuten afklokken, is heel minimalistisch: men neme één, maximum twee gitaarriffs die eindeloos lang herhaald worden en het doel hebben om tot in het diepste van de menselijke geest door te dringen. Emoties boven intellect met andere woorden. Door het ontbreken van vocalen zou je Óreiða’s muzikale creaties als een vorm van extreme post-rock kunnen bestempelen, maar toch hoor je ook wel invloeden van een Burzum, Ildjarn of Payasage d’Hiver terug. Ook de geest van drone-acts zoals Coil en Nurse Without Wound en de minimalistische aanpak van Vomir waart doorheen de vier nummers. Met slechts een handvol riffs per nummer in de aanbieding en één drumbeat die genadeloos lang doordendert, is het natuurlijk erop of eronder. Bij de eerste luisterbeurten in de wagen was ik niet echt ondersteboven van de vier nieuwe nummers. Óreiða’s muziek vraagt immers veel aandacht om te absorberen en is niet geschikt om als achtergrondmuziekje op te zetten. Al liggend in de sofa met de lichten gedimd en de ogen gesloten de plaat ondergaan, riep echter een andere beleving op. De stroom aan gelaagde atmosfeer maakt zich zo gestaag van je meester en je merkt toch minieme klank- en kleurschakeringen op in de vier nummers. “Daudi” neigt het meest naar groots klinkende symfonische post-rock, terwijl de riff(s) van “Dagar” en “Draumar” toch duidelijk geworteld zijn in black metal. Het lijkt wel of allerhande details zich als lichtschuwe creaturen in de gitzwarte riffmist verschuilen. Afhankelijk van waar je je op focust, openbaren deze geheimen zich stelselmatig. Zo creëren de dronende geluiden die in “Dagar” uit de dichtgeplamuurde riffmuur opborrelen een illusie van screams die je in de verte hoort, hoewel de songs toch wel écht instrumentaal zijn. “Draumar” valt op door haar repetitieve bezwerende Summoning-achtige toverfluitjes die een middeleeuwse sfeer creëren. Ook “Draugar” ligt in het verengde van dit nummer. Óreiða heeft er goed aan gedaan om haar langspeler met een speelduur van zesendertig minuten aan de korte kant te houden, want anders zou het wel wat te veel van het goede geweest zijn. Geweldige groeiplaat wel.

JOKKE: 85/100

Óreiða – Óreiða (Harvest Of Death 2019)
1. Dagar
2. Draumar
3. Daudi
4. Draugar

Cirith Gorgor – Sovereign

Het blijft maar black metal-releases regenen bij onze Noorderburen. Deze keer is het de beurt aan Cirith Gorgor, één van de veteranen in de Nederlandse scene met bijna vijfentwintig jaar op de teller. Na de eerste drie platen verloor ik de band wat uit het oog om terug in te pikken bij het uit 2016 stammende “Visions of exalted Lucifer” en de daaropvolgende ietwat teleurstellende EP “Bi den dode hant“. “Hellbound” was de eerste teaser van “Sovereign“, de alweer zevende langspeler van het gecorpsepainte gezelschap, die ik hoorde en kon – ondanks de Marduk-referenties – maar matig boeien. Ik had met andere woorden niet echt veel zin meer om de rest van de plaat te checken, maar besloot dat om één of andere reden uiteindelijk toch nog maar te doen. Of ik daar al dan niet spijt van heb, lees je in de volgende regels. De symfonische en bombastische inleidende klanken van “Funeral march for modern man” had ik niet van een band als Cirith Gorgor verwacht en contrasteren met de hellepoorten die in de snelle songs wagenwijd opengetrokken worden. Frontman Satanael heeft duidelijk werk van zijn zang gemaakt want hij combineert nu meermaals Mortuus-achtige screams met hogere cleane uithalen zoals Wraath/Luctus – de beste frontman uit de hedendaagse scene – dat ook doet. In “Sovereign” gaat de voet aanvankelijk terug van het gaspedaal en doemen moderne Satyricon invloeden op. Noctiz (van Paragon Impure en Lugubrum-fame) voorziet de titeltrack trouwens van gastzang. “Luciferian deathsquad” is retesnel, soms wat rechtlijniger maar weet naar het einde toe terug meer variatie in te bouwen. In “Deathcult” weet het kwartet opnieuw te verrassen door een slepend nummer met proclamerende zang neer te zetten dat uitmondt in melodieuze black waarbij nog een gitaarsolo en meerstemmige koorzang passeren. Ook in “Legio luporum” en het eerder mid-tempo “Dominion” hebben de muzikanten rekening gehouden met de kracht van dynamiek zodat de blastpartijen hun doel niet missen als ze uit de startblokken schieten. “Sovereign” kakt nergens in, ook niet naar het einde toe, want we blijven bij de les: of er nu doorgeraasd wordt of de band zich van haar melodische kant laat zien. Erg afwisselende plaat die me positief verrast heeft.

JOKKE: 81/100

Cirith Gorgor – Sovereign (Hammerheart Records 2019)
1. Funeral march for modern man
2. Hellbound
3. Sovereign
4. Luciferian deathsquad
5. Deathcult
6. Legio luporum
7. Dominion
8. Manifestation of evil
9. Blood and iron

Vitriol – Chrysalis

Scheikunde was nooit mijn dada maar wat ik toch onthouden heb uit die cursus vol chemische formules is dat vitriool de naam is van verschillende sulfaten die onder meer als verdelgingsmiddel gebruikt worden. Van die betekenis is de stap naar een negatieve figuurlijke connotatie niet zo groot maar vitriool is ook een belangrijk element uit de alchemie. Vandaar dat dit woord al meer dan eens als bandnaam gebruikt werd. In dit geval hebben we met het Duitse Vitriol van doen, een duo uit Nuremburg. Iron Bonehead was dusdanig onder de indruk van de band dat ze beide heren in huis haalden en een eerste EP dient zich nu aan (in 2016 verscheen reeds een demo). Het label spreekt over visionaire death metal en zelf omschrijft de band zich als “cryptic metal carnage“. Het hoesontwerp intrigeert en de songtitels klinken inderdaad geheimzinnig of wat dacht je van een titel als “Swarming segments, spirit splinters of stellar dust” waarvan het correct uitspreken voor een lispelaar een heuse opgave zal zijn? “Chrysalis” bevat twee epische songs die gezamenlijk op twintig minuten speeltijd afklokken. De titel van de EP kan geïnterpreteerd worden als een verwijzing naar verpopping, een bij veel insecten voorkomend proces waarbij de larve zich transformeert tot een volwassen insect. Deze volledige gedaanteverwisseling is immers toepasselijk voor de muziek van Vitriol die soms de idee van improvisatie kan opwekken hoewel het geheel spontaan en organisch klinkt en de uitvoering behoorlijk strak is. Heuse death metal maalstromen worden met het grootste gemak afgewisseld met Spaanse gitaarklanken, jazzy intermezzi, psychedelisch gepingel en auditieve horror, telkens wel met een sinistere insteek als gemeenschappelijke deler. De samenhang is nog niet altijd even coherent maar avontuurlijke is het wel!

JOKKE: 75/100

Vitriol – Chrysalis (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Swarming segments, spirit splinters of stellar dust
2. Soma somnambulistic trance

Mord’A’Stigmata – Dreams of quiet places

Een must see op de komende Roadburn-editie is ongetwijfeld het Poolse Mord’A’Stigmata. De bandnaam stond reeds voor het horen van diens nieuwste telg “Dreams of quiet places” met gele fluomarkeerder op de dagplanning aangeduid en staat enkele luisterbeurten later nog eens extra dik in de verf gezet. De Polen geven al vijftien jaar lang hun eigen avant-gardistische draai aan hun black metal en vooral sinds de voorganger “Hope” uit 2017 is de kwaliteit er met rasse schreden op vooruit gegaan. Mord’A’Stigmata kruidt haar post-black met de nodige dissonanten, weet wanneer er ruimte dient gelaten te worden om de instrumenten hun zegje te laten doen (“Void within“), wisselt rustigere vaarwateren af met woest kolkende zeeën, geeft de bassist een prominente rol, en biedt heel wat vocale afwisseling gaande van black metal-screams over vervormde heldere zang (denk aan een band als het Australische Alchemist) en semi-cleane woeste uithalen. “Dreams of quiet places” heeft bij momenten een zware sludgy ondertoon (“Exiles“) maar vooral een industrial-achtige, coldwave en bijwijlen ruimtelijke atmosfeer over zich gedrapeerd wat versterkt wordt door de elektronische beats en machinale geluiden die in nummers als “Into soil“, “Spirit into chrystal” en de titeltrack opdraven en een apocalyptisch sfeertje neerzetten. De muzikanten toveren de ene na de andere plotwending uit hun mouw, maar nergens komt het geforceerd over. Extra hulde met andere woorden voor de nieuwbakken vellenmepper Ygg – voorganger DQ verkaste naar Blaze Of Perdition – die middels stijlvolle, avontuurlijke en bij wijlen swingende beats, ritmes en fills de boel vakkundig bij mekaar mept en van een goede flow voorziet. Fans van Blut Aus Nord, Dirge, Alchemist, Neurosis of de latere Mayhem moeten “Dreams of quiet places” zeker eens een kans geven. Gaat dat zien op Roadburn!

JOKKE: 87/100

Mord’A’Stigmata – Dreams of quiet places (Pagan Records 2019)
1. Between walls of glass
2. Exiles
3. Spirit into cristal
4. The stain
5. Void within
6. Into soil
7. Dreams of quiet places

Laster – Het wassen oog

Heb je je black het liefst in een strak keurslijf en lederen jekker met patches en spikes geperst? Blijf dan maar ver weg van het Nederlandse Laster want dit avant-gardistisch gezelschap uit Utrecht tast reeds drie langspelers lang de grenzen van het genre af. Na “Ons vrije fatum” uit 2017 bleek ook Prophecy Productions overtuigd van het kunnen van het trio want voor “Het wassen oog” werd bij het Duitse label getekend. De band beschrijft haar eclectische stijl zelf als “obscure dance music” en integreert – net als stadsgenoten Grey Aura – met het grootste gemak invloeden uit post en jazz rock, shoegaze en art pop binnen het kaderwerk van extreme metal. Deze van alle-oogkleppen-ontdane-aanpak werd op de nieuwe langspeler nog verder uitgediept wat resulteert in de meest cinematografische sound die Laster ooit neerzette. En dankzij de fel verbeterde productie – die liet in het verleden al eens wat te wensen over – komt deze smeltkroes aan invloeden nu ook veel beter over. Opvallend is dat reeds vanaf de opener “Vacuüm ≠ behoud” de heldere vocalen een veel grotere rol opeisen dan in het verleden. De bijwijlen excentrieke zangstijl roept meteen een link met Ved Buens Ende op, maar ook die typische hoge gortdroge screams zijn nog veelvuldig van de partij. De subtiele keys en progressieve riffs zouden ook fans van het latere Enslaved moeten kunnen bekoren. Frivole basloopjes huppelen doorheen bleke riffkleuren, melancholische melodieën en flamenco-gitaren. Het voor Laster begrippen kort durende “Schone schijn” wordt middels enkele drumroffels door Wessel Reijman (ook actief bij Nevel, Verval en Willoos) ingezet en de bedwelmende cleane vocalen tillen het nummer dat enkele bizarre wendingen bevat hier echt naar een hoger niveau. Nu het deksel van het experimentele vat wagenwijd opengetrokken is, gaat de band op “Zomersneeuw” nog een stapje verder. Bij dit nummer dat stukjes shoegaze rock en pompende baslijnen bevat, wordt duidelijk wat Laster met “obscure dansmuziek” bedoelt. Na het speelse intermezzo “Ondersteboven” geven de heftige black metal klanken van “Haat & bonhomie” je een fikse trap onder de reet voor moest je vergeten zijn dat de gemaskerde bende toch ook nog wel een degelijk potje zwartmetaal uit de instrumenten kan persen. Het duurt echter niet al te lang vooraleer de experimentele kaart terug getrokken wordt en verstaanbare heldere vocalen de Nederlandstalige poëtische teksten vertolken. Ook op de tweede helft van de plaat horen we nog enkele verrassende zaken zoals de accordeon in de inleiding van “Blind staren“, de spoken word-passage, samples en strijkers in “Weerworm” en de psychedelische en jazzy toets van afsluiter “Zinsbetovering“. Hoewel de band op “Het wassen oog” black metal gerelateerde archetypen zoals het kwaadaardige of alziend oog in vraag stelt, blijft de basis van Laster’s muziek toch nog ontegensprekelijk geworteld in black metal. Door de vele cleane vocalen en progressieve stukken klinkt Laster echter avontuurlijker én enigszins toegankelijker dan ooit. Nog even meegeven dat de dubbele CD-versie met art book ook nog de “Stadsluik” EP als bonus bevat. Ik ben fan!

JOKKE: 84/100

Laster – Het wassen oog (Prophecy Productions 2019)
1. Vacuüm ≠ behoud
2. Schone schijn
3. Zomersneeuw
4. Ondersteboven
5. Haat & bonhomie
6. Blind staren
7. Weerworm
8. Zinsbetovering