nordvis produktions

Over The Voids… – Hadal

De Pool Michał Stępień verscheen onlangs nog op deze blog met Medico Peste’s tweede langspeler “ב :The black bile“. Drie jaar geleden bracht The Fall – dat is zijn pseudoniem – ook een eerste plaat uit met Over The Voids… Van die band verschijnt nu een vervolg dat de titel “Hadal” meekreeg. Het album start in de vorm van het inluidende “The pillar” nog enigszins ingetogen met akoestisch gitaargetokkel en heldere zang, maar eens het boeltje in “One commandment” op gang getrokken wordt, krijgen we zwartgeblakerde metal over ons uitgestort waarin plaats is voor zowel atmosfeer als agressie, voor melodie en dissonantie, voor somberheid en rauwe energie. The Fall zoekt voortdurend het spanningsveld tussen deze verschillende energiestromen op wat resulteert in een dynamisch geheel. De vocale aanpak heeft wat weg van hoe een Wraath bij Darvaza zijn woorden plaatst en uitbraakt. Vooral in een nummer als “Witchfuck“, waarin ik verder ook wat Turia in het hoge riffwerk en Dissection naar het einde toe hoor doorschemeren, leg ik die link. Ongetwijfeld één van de hoogtepunten! Het wat langere “Stone vault astronomers” trekt de Zweedse invloeden van halfweg de jaren ’90 nog verder door in het tremolo gitaarwerk en de heldere zang neemt een groot deel van het verhaal hier voor zijn rekening. “Prodigial” lijkt aanvankelijk wat te veel op het eindthema van de voorafgaande song verder te borduren, maar de groovende break iets verderop verandert het gezicht van dit nummer (al is het kortstondig), alvorens terug volop de kaart van snelle Zweedse meloblack te trekken. Naar het einde toe slaat de atmosfeer nogmaals om doordat heldere koorzang, enkel door subtiele percusie vergezeld, het voor het zeggen heeft. Het interessant getitelde “A tribe with no mythology” klokt net boven de twee minuten af en is een energiek recht-door-zee bommetje met snel hakkend drumwerk en staat in schril contrast met het meer atmosferische “Corridors inside a glacier” dat als eerste song gelost werd. “Hadal” bevat in het vocaal departement een gastbijdrage van Andreas Petterson (Armagedda, Stilla), tevens labelbaas van Nordvis Produktion dat zijn schouders onder Over The Voids… zette. En zo is de cirkel rond, want the Fall drumde Armagedda’s comebackplaat “Svindeldjup ättestup” in. Behalve in de akoestische afsluiter, begeeft The Fall zich quasi nergens op dun ijs want er wordt geen genreafwijkend gedrag vertoond. Desalniettemin is”Hadal” een sterke schijf die – net als de stalagtieten op het cover artwork – druipt van de passie en genegenheid voor het zwarte genre.

JOKKE: 82/100

Over The Voids… – Hadal (Nordvis Produktion/Malignant Voices 2020)
1. The pillar
2. One commandment
3. In the great war of nothing
4. Witchfuck
5. Stone vault astronomers
6. Prodigal king
7. A tribe with no mythology
8. Corridors inside a glacier
9. Thin ice

Armagedda – Svindeldjup ättestup

En de comeback van het jaar dames en heren gaat naar…tromgeroffel…het Zweedse Armagedda dat na een hiatus van maar liefst 16 (!) jaar terug van zich laat horen middels de vierde langspeler “Svindeldjup ättestup“. Nu hadden we de laatste tijd wel al in de gaten dat er wat online activiteit te bespeuren viel, wat ik nou niet meteen van deze dode knakkers had verwacht. Zo werden er twee onuitgebrachte nummers op Bandcamp gepost, maar dat er ook heus nieuw plaatwerkt zou gelost worden, had ik nu niet meteen aan mijn theewater gevoeld. Andreas Petterson, die in tussentijd zijn label Nordvis verder uit de Laplandse ondergrond stampte, was de voorbije jaren ondermeer actief in het geweldige Stilla en het meer folk gerichte Lönndom en Saiva. Stefan Sandström aka Graav hield zich dan weer bezig met voortvluchtig zijn/het uitzitten van een gevangenisstraf en op muzikaal vlak verblijdde hij ons o.a. met zijn debuut met Ehlder. Nu kwam het door de recente racistische klap van Stefan nog wel tot een botsing tussen Ehlder en Nordvis waarbij nieuw Ehlder materiaal niet langer via dit kanaal verpreid zal worden, maar toch sloegen beide heren voor Armagedda de handen terug in mekaar. Het artwork van “Svindeldjup ättestup” is van de hand van Watain’s Erik en bevat in de raamopening een soort van replica van/knipoog naar de cover van de vorige langspeler “Ond Spiritism: Djæfvvlens skalder anno serpenti MMIV” uit 2004. Ook de titel van het tweede nummer bevat een verwijzing naar deze plaat. Dé hamvraag is natuurlijk of “Svindeldjup ättestup” zich met deze en “Only true believers” – twee door velen over het hoofd geziene genreklassiekers – kan meten? Wat meteen opvalt als “Ond spiritism” na het inleidende “Det sjuttonde året” uit de boxen knalt, is – naast het arsenaal geweldige riffs – de modernere sound. Dat is nu ook niet zó uitzonderlijk na zo’n lange afwezigheid natuurlijk, maar gelukkig bleven een ruwe korrel en organische drumsound wel behouden. De nieuwe langspeler werd trouwens ingeblikt in de No Solace studio van Mgła mastermind Mikołaj Żentara en daar de heren zich voor de opnames dus in Polen bevonden, werd als drummer Michał Stępień van o.a. Medico Peste en Owls Woods Graves ingehuurd. Tevens klinken de songs vergeleken met de voorganger wat agressiever en wilder, op een beestachtige manier, hoewel “Likvaka” ook nog wel dat typisch slepende en spookachtige mid-tempo karakter laat horen. De Darkthrone worshipping days uit de eerste levensjaren werden allesbehalve opgegraven en het meer gelaagde en gesofisticeerde karakter van “Ond spiritism” wordt verder uitgediept. “Guds kadaver (En falsk Messias)” is een nummer waarin de atmosfeer halfweg volledig omslaat van eerdere swingende verwrongen akkoorden en ritmes naar een heerlijk venijnig straightforward blastfestijn. Afsluiter “Evigheten i en obrytbar cirkel” is met meer dan elf minuten de langste Armagedda compositie ooit en dit nummer alleen al rechtvaardigt de lange wachttijd want het aantal fenomenale riffs dat passeert is bewonderenswaardig en de atmosfeer en het karakter wijzigen ook hier voortdurend van repetitief hypnotiserend, naar wild en bevlogen of ingetogen en bevreemdend wanneer de distortionpedaal losgelaten wordt. De basgitaar is minder prominent aanwezig, maar Graav’s vocalen, die een mix van screams en heldere zang zijn, mogen zich nog steeds tot de beste in het genre benoemen. De bezieling en bezetenheid waarmee de man de Zweedse teksten in een nummer als “Flod av smuts” de ether in katapulteert, is lovenswaardig. Het voelt also alle negatieve gevoelens van zijn onrustige bestaan in deze plaat gekanaliseerd worden. Kortom: “Svindeldjup ättestup” vormt een logisch vervolg op “Ond spiritism” en het Norrländsk svartmetall klinkt, ondanks het jarenlange wegrotten van de overblijfselen van Armagedda, ook 100% als Armagedda. Hier hebben we dus 16 jaar op zitten wachten se.

JOKKE: 90/100

Armagedda – Svindeldjup ättestup (Nordvis Produktion 2020)
1. Det sjuttonde året
2. Ond spiritism
3. Likvaka
4. Djupens djup
5. Guds kadaver (En falsk Messias)
6. Flod av smuts
7. Evigheten i en obrytbar cirkel

Ehlder – Nordabetraktelse

Bij de geweldige openingsriff van “Stridskall“, het eerste nummer van het debuut van Ehlder, moest ik meteen aan O’s gitaarwerk (Turia, Solar Temple, Lubbert Das, Iskandr, …) denken. Wat een lekker opzwepende riff vol magisch gevoel krijgen we hier wel niet op ons afgevuurd! Creator van dienst is niet de Nederlandse duizendpoot maar de Zweed Graavehlder (vroeger gekend als Graav) die deel uitmaakt(e) van enkele cultacts zoals Armagedda, Lönndom en het recent herrezen LIK. Na enkele ogenblikken vergezellen heldere heroïsche gezangen de riffs en vragen we ons even af of dit een voorteken voor de ganse plaat “Nordabetraktelse” zal zijn. Even later scheuren krijsende vocalen deze heldere droom echter aan flarden. “Döden i en döende kropp” wisselt rockende partijen af met een repetitieve aanpak en begeestert de volle acht minuten. Ook de andere nummers zijn uit dezelfde bouwstenen opgetrokken. Graavehlder legt zo veel oude magie in zijn riffs dat zelfs de soms lange instrumentale passages blijven boeien en onder je huid weten kruipen. En met zijn stem produceert hij roepend gekrijs, verhalende zang, heldere uithalen, diepe heroïsche gezangen, mysterieus gefluister, … een interessante variatie die elk nummer verder inkleurt. Aan de oppervlakte voldoen zes van de zeven lange songs aan de stijlkenmerken van black metal, maar wie dieper graaft zal een heidens schoonheid ontwaren die gefundeerd is op archaïsche klanken, woorden en ideeën waarmee Graavehlder zijn innerlijke geest bevrijdt. Enkel het afsluitende “Varerytm i varganord” laat black metal achterwege en roept allerhande archaïsche natuurelementen op middels wolfnabootsende huilzang en rituele percussie. Stilistisch en conceptueel gezien kan je Ehlder als een extensie van Lönndom beschouwen en het zit op Nordvis vol gelijkgestemde zielen: Stilla, Saiva, Murg, … Aanrader voor fans van deze bands en het label!

JOKKE: 81/100

Ehlder – Nordabetraktelse (Nordvis Produktion 2019)
1. Stridskall
2. Ändlös
3. Döden i en döende kropp
4. Hedningadrapa
5. Gammelmod
6. Tagen
7. Varerytm i varganord

Murg – Strävan

Liefhebbers van pure, ijskoude no-nonsense Scandinavische black hebben ongetwijfeld een release van het anonieme duo Murg in hun platenkast/CD-collectie/virtuele muziekbank staan. Met “Strävan” zijn de Zweden aan het eindpunt van hun trilogie gekomen waarvan de eerste twee delen – “Varg & björn” uit 2015 en “Gudatall” uit 2016 – erg gesmaakt werden. Ik heb een klein vermoeden dat ook deze nieuwe plaat me niet zal teleurstellen. Vargher en Urzul presenteren hun black middels trage riffs die een stoïcijnse duisternis en van tijd tot tijd ook een zekere grandeur uitdragen en waaronder de drums bepalen of het nummer van dienst aan een rotvaart (“Berget“, “Korpen“) vooruitgaat of zich eerder slepend (titelnummer en “Tre stenar“) voortbeweegt maar over het algemeen werd het tempo ten opzichte van de voorgangers wat teruggeschroefd. De nummers bevatten net zoals de beknopte songtitels geen overbodige franjes, maar houden het kort en bondig zonder te vervelen. Zelfs in repetitieve songs als het afsluitende “Stjärnan” blijf je bij de les. Je wordt als luisteraar bij Murg niet afgeleid door allerhande gimmicks waardoor de focus automatisch op de muziek komt te liggen. De hardvochtige, dierlijke en ruwe black wordt gevoed door de donkere bossen en eeuwenoude mijnen die in Bergslagen, hun thuisgebied verspreid liggen. De eerste paar luisterbeurten was ik op zich niet echt overdonderd meer, maar zoals steeds weten de gure melodieën van een nummer als “Renhet” zich luisterbeurt na luisterbeurt steeds dieper onder de huid te nestelen. Hoewel deze jaren ’90 melo-black natuurlijk al een triljoen keer eerder is gedaan, weet Murg met haar misantropische black toch steeds de juiste snaar te raken.

JOKKE: 85/100

Murg – Strävan (Nordvis Produktion 2019)
1. Ur myren
2. Strävan
3. Berget
4. Renhet
5. Korpen
6. Tre stenar
7. Altaret
8. Stjärnan

Panphage – Jord

Na drie full lengths en een achttal demo’s houdt Fjällbrandt het na 13 jaar voor bekeken. Dertien, want hoewel ons teergeliefde Metal-Archives ons vertelt dat Panphage in 2017 gestopt is komt de allerlaatste langspeler “Jord” pas anno 2018 om het hoekje piepen. Ondanks vroeger artwork dat bol staat van de AK-47’s, de promoshots met bivakmutsen en enkele booklets waarin het enige lid van Panphage zijn verachting voor de hedendaagse black metalscene uitdrukt (en die algemeen gezien op het eerste zicht dus vooral aan een zoveelste war black metalproject doen denken), blijkt zijn muziek na al die jaren nog steeds een eigenzinnige, en vooral bijzonder catchy intensiteit te bezitten. Nummers als “A haugi” en “Skall & skallv” van de “Ursvöl” EP zorgden ervoor dat ik Panphage leerde appreciëren, en krakers als “Landrensningen” lieten me verliefd worden op de melodieuze Zweedse black metal die de einselgänger uitbrengt. Mysterieus genie Fjällbrandt wist te vertellen dat hij met Panphage alles heeft verwezenlijkt wat hij wilde bereiken, en dat “Jord” zijn zwanenzang zou zijn. Na een vrij uitgebreide discografie kan ik me hierin vinden: er zijn maar zoveel verdomd aanstekelijke riffs die een mens kan schrijven. Zijn finale uitgave bevat opnieuw, niks nieuws onder de zon, een bijna ridicuul aantal melodieën die enkele dagen na de eerste luisterbeurt opnieuw in je hoofd opduiken, zoals meteen duidelijk wordt in opener “Odalmarkerna”. Één van de meest opvallende kenmerken van het album (en het project tout court) komen vanzelfsprekend ook aan bod: de vocals verschillen amper van het eerder gepresenteerde materiaal (op een veel betere productie na), maar zijn met veel precisie bovenop de opzwepende gitaarlijnen geplaatst. Hoewel “Jord” amper een jaar na voorganger “Drengskapr” verscheen is hier geen sprake van een recyclage van materiaal. De nummers en bijbehorende riffs zijn iets repetitiever maar missen hun effect niet, en op zich ademt Panphage bij momenten nog steeds een vrij punky sfeer uit, zowel qua compositie als qua mix. Niks ‘afgelekt’, maar toch cleaner dan de demo’s die de man uitbracht. Wat me echter tegenvalt is de manier waarop de nummers in elkaar overlopen: deze komen over alsof een DJ op een middelbare schoolfuif twee nummers aan elkaar probeert te mixen, maar dit pas voor de eerste keer probeert. Fade-outs kan ik in bepaalde mate waarderen, maar op “Jord” laten de overgangen te wensen over. Gelukkig weet Fjällbrandt ons opnieuw een kleine veertig minuten te boeien omwille van zijn inventieve – durf ik zeggen unieke? – gitaarspel en dito vocals, waarbij de verschillende vocale lagen perfect tot hun recht komen en zelfs voor enkele meekweelmomenten zorgen – voor zij die de Zweedse taal machtig zijn. Voor fans van Panphage is “Jord” een interessante meerwaarde en geslaagde afsluiter van het eennmansproject, maar voor zij die het concept net leren kennen raad ik toch vooral “Drengskapr”, “Storm” of “Ursvöl” aan.

CAS: 83/100

Panphage – Jord (Nordvis Produktion 2018)
1. Odalmarkerna
2. Måtte dessa bygder brinna
3. Ygg (En visa om julen)
4. Skadinawjo
5. Den tyste åsen
6. Som man sår får man skörda
7. Osådda skall åkrarna växa (Outro)