2018

Geistaz’ika – Trolddomssejd i skovens dybe kedel

Een goeie week terug werd ik er attent op gemaakt dat het Deense label Afgrundsvisioner nog steeds alive and kicking is. Niet alleen werd vorig jaar nog de demo “Kolbítr” van het fantastische Múspellzheimr uitgebracht, het label – immer garant voor kwalitatieve rauwe black metal op Zweedse leest geschoeid – bezorgde ons ook “Trolddomssejd i skovens dybe kedel” van de groep met een al even onuitspreekbare bandnaam: Geistaz’ika. Volgens Google Translate heeft die term in het Japans iets met inktvis te maken, al vermoed ik niet dat dit het uitgangspunt van de band is. Van de groep zijn geen leden bekend, al leidt enig associatief denkwerk me ertoe te vermoeden dat Nohr, die ook de zang opneemt in Grav – daar zijn we weer met Ancient Records – iets met de band of het label te maken heeft. Neem daar nog bij dat Afgrundsvisioner de laatste releases van Sir N.’s projecten Draug en Grav heeft uitgebracht en mijn aanname neigt naar zekerheid. Ah, de mystiek van black metal! In elk geval opent “O nat du skumle Hex” het album met een akoestische intro waar bezwerend gezang de boventoon voert en dat langzaam een sfeer van bedreiging begint uit teademen, ter voorbereiding op de rauwe en opzwepende black metal die in “Når solen bløder rød” losbarst. Bij het horen van de schelle, doch vrij helder klinkende vocalen begint het licht der herkenning te knipperen, want hier horen we wel degelijk Nohr aan het werk. Niet verrassend klinkt het gitaarspel vrij Zweeds (al krijgen we halfweg ook een klassieke heavy metalriff te horen), waarbij agressie en melodie een wispelturige dans ten tonele brengen. Wat de Ancient Records liefhebber ook zal herkennen is het gebruik van cleane gitaarlijnen die door de distorted riffs geweven worden – al komt het volledig akoestische middenstuk in het nummer als een verrassing. Hierbij is ook een referentie naar Armagedda’s meesterwerk “Ond spiritism: djæfvvlens skalder anno serpenti MMIV” niet veraf. Naast Nohrs kenmerkende scherpe uithalen keert doorheen het album ook regelmatig de bezwerende zang uit de intro terug. Helaas zit ze ver weggestopt in de mix waardoor ze niet steeds volledig tot haar recht komt. In het meer dan acht minuten durende (en daarmee het kortste nummer van het album) “I den spejlvendte verden” vindt ook een sfeervol pianolijntje zijn weg naar de oppervlakte, alvorens er middels een slepende riff en opnieuw bijbehorende bezwerende zang richting een climax wordt gewerkt. Afsluiters “Dødens Horeunge” en “Tågedans”, samen goed voor meer dan twintig minuten begeesterende black metal, voegen weinig meer toe aan dit palet maar zijn beide verdomd solide tracks die qua intensiteit niet inboeten tegenover de eerste helft van het album. Hoewel “Trolddomssejd i skovens dybe kedel” pas een eerste teken van leven van Geistaz’ika is, en de versie die op moment van schrijven online staat nog niet eens de finale masterversie is, is het een verdraaid sterk album geworden dat de fans van rauwe, schelle maar melodieuze Zweedse black metal zeker zal kunnen bekoren. Straf spul!

CAS: 84/100

Geistaz’ika – Trolddomssejd i skovens dybe kedel (Afgrundsvisioner 2018)
1. O Nat du skumle Hex
2. Når solen bløder rød
3. I den spejlvendte verden
4. Dødens horeunge
5. Tågedans

Death Karma – The history of death & burial rituals part II

2018 bracht ons vreemd genoeg geen nieuwe muziek van het Tsjechische trio Cult of Fire, die er normaalgezien nochtans een werktempo van één release per jaar op nahouden. Dan maar Death Karma, dat in feite bestaat uit de Cult of Fire-bezetting, maar dan zonder enigmatische zanger Devilish, aka Petr Kudlacek. In plaats van het bij Shiva-verering te houden reist Death Karma de wereld rond om een muzikale interpretatie te maken van hoe verschillende culturen omgaan met de dood. Enkele jaren geleden kregen we The history of death & burial rituals part I dus komt nu logischerwijs part II, waarmee de Oost-Europeanen Tom Coroner (Tomáš Corn) en Infernal Vlad (Vladimir Pavelka) ons onder andere meenemen naar Tibet, Nieuw-Zeeland, Egypte en Indonesië. Het interessante aan deze vorm van conceptalbums is dat telkens gepoogd wordt het gevoel van de traditionele rouw- en begrafenisriten op te roepen, alsook dat traditionele instrumenten gebruikt wordt en de – uiterst melodieuze – black metal een folkloristisch tintje meekrijgt. Hoewel de strot van Cult of Fire hier dus schittert in zijn afwezigheid klinken de vocalen van Infernal Vlad toch verbazingwekkend gelijkaardig – maar dat kan ook gezegd worden van het gitaarspel en de opbouw van een track als “Tibet – sky burial”, dat soms wel erg veel weg heeft van het nummer “काली मां”. Zo gaat “The history of death & burial rituals part II” verder, met “New Zealand – mongrel mob” als hoogtepunt. Hier gooien de heren het onverwachts over een veel minder melodieuze boeg en wordt lekker staccato gebeukt  waarbij enkele Zweedse invloeden in het gitaarwerk kunnen worden bespeurd, wat zorgt voor een vrij accurate vertolking van het geweld van de bekende Nieuw-Zeelandse motorbende en waarin de rollende riffs je doen denken aan reutelende motoren (al zullen de samples er ook wel mee te maken hebben). Neem daar een punky UGH-momentje – denk mid-era Darkthrone, uiteraard – bij en je krijgt een knaller van een song. Never change a winning formula is duidelijk het motto van de heren, want een gelijkaardige Darkthrone-referentie steekt nog eens gezellig de kop op in “Indonesia – tana toraja”. Death Karma is een project met een zeer eigenwijze insteek, maar helaas een greintje te weinig eigenheid. Al bij al wordt iets te veel verder gevaren in het kielzog van Cult of Fire en speelt Death Karma door weinig inventief gemusiceer op veilig, zonder helaas in de buurt te komen van de genialiteit van een album als मृत्यु का तापसी अनुध्यान (Ascetic meditations of death)”. Death Karma is zeker onderhoudend en luistert vlot weg, maar blijft helaas niet erg lang hangen.

CAS: 80/100

Death Karma – The history of death & burial rituals part II (Beyond Eyes Productions 2018)
1. Haiti – voodoo
2. Tibet – sky burial
3. Scandinavia – ship burial
4. New Zealand – mongrel mob
5. Egypt – pharaohs
6. Indonesia – tana toraja
7. Czech Republic – ossuary

Groza – Unified in void

Groza. Meer dan dat woord heb ik hoogstwaarschijnlijk niet nodig om de geest van menig lezer met een vleug nostalgie en affectie te laten terugblikken op de eerste echte langspeler van Mgła. Echter zou een review van dat album nogal laattijdig zijn, dus dissecteren we hier het debuut van de gelijknamige Duitse band. Met “Unified in void” stappen de heren helaas mee in de trend om een release van minder dan een half uur toch een full length te noemen, maar zo’n schoonheidsfoutje kunnen we door de vingers zien. Op naar de muziek dus! Vol goede moed werd de startknop ingedrukt, en vanaf de eerste noot valt op dat niet enkel de bandnaam van de Poolse meesters werd overgenomen. Letterlijk alles aan dit werk schreeuwt Mgła en Groza doet geen enkele moeite dit te verbergen. De anonieme (hoe kan het ook anders?) drummer doet erg zijn best de karakteristieke ride-patronen van Darkside na te apen maar slaagt er maar half in, en ook het twin-gitaarspel waarmee de Polen naam hebben gemaakt is terug te vinden. Het gaat zelfs zo ver dat in “Thanatos” een riff te bespeuren valt die bijna letterlijk copy-paste is van “Exercises in futility I”. Het punt waarop de Duitsers dan toch enige vorm van originele insteek in hun muziek proberen te steken zijn de vocals, die vaak afglijden richting diepere grunts – maar hier komt de naam Uada dan weer bovendrijven. Ook de productie met sterke focus op de basgitaar horen we terug bij de laatstgenoemden, en dan heb ik het nog niet over de wel erg gelijkaardige bandfoto’s gehad. Wat het plaatje echter helemaal compleet maakt is dat het artwork een bijna exacte kopie is van “Hekatomb”, het laatste uitbraaksel van Funeral Mist: dezelfde cirkel bomen, met exact dezelfde plaatsing van het logo. Uiteraard dient na deze tirade de bemerking gemaakt te worden dat elke band de mosterd en inspiratie wel van ergens haalt, maar in dit geval gaat het niet meer om inspiratie maar om knip- en plakwerk. Hoewel Jokke lovend was over Uada’s “Cult of a dying sun” vond ik dat album al een ongeïnspireerde Mgła- en Dissectionkloon, maar Groza tart de verbeelding en brengt de overtreffende trap van schaamteloos pikken uit. Waarom een vrij gewaardeerd label als Art of Propaganda Records deze band heeft getekend blijft me een raadsel. Heb ik dan helemaal niets positief te zeggen over “Unified in void”, hoor ik u vragen? Jawel: deze band gaan zodanig schaamteloos met het concept ‘artistieke integriteit’ om waardoor ze hopelijk, waarschijnlijk, even snel terug van de aardbol zullen verdwijnen als dat ze ten tonele zijn gekomen. Ze zouden moeten beschaamd zijn.

CAS: 5/100

Groza – Unified in void (Art Of Propaganda Records 2018)
1. Unified In Void
2. Ouroboros
3. Amongst the Worms
4. Unworthy
5. Thanatos

Nahtrunar – Mysterium tremendum

Voor velen leek 2015 het jaar van Mgła te zijn, dat toen het gevierde “Exercises in futility” uitbracht. Echter hoorden we dat jaar nog albums die ervoor zorgden dat het haar in onze nek overeind stond vanaf de eerste noot. Één daarvan was “Symbolismus”, van de hand van een onbekende, maar verre van onbeminde Oostenrijker. Het album kwam uit het niets maar blies vriend en vijand omver met ijskoude black metal die eigenlijk enkel uit het Noorwegen van de jaren negentig afkomstig kon zijn. Nahtrunar was echter niet enkel in staat om de traditie in ere te houden, maar ook om de luisteraar een staaltje enorm meeslepend gitaarwerk voor te schotelen waarin je werd meegezogen en waarbij de vocals je meteen terug katapulteerden naar the good old days. Na  opvolger “Existenz” komt nu uit het niets “Mysterium tremendum” op ons afgevuurd, naar goede gewoonte zonder promotie en met een simpele upload op Bandcamp. Alvorens we naar de laatste worp overgaan dient gezegd te worden dat Nahtrunar met “Existenz” wat aan het gekende “second album syndrome” leed: een tweede langspeler amper een jaar na de eerste uitbrengen zorgt er wel vaker voor dat de kwaliteit van een minder niveau is. Benieuwd dus wat “Mysterium tremendums” ons biedt: een album dat niet de meest originele titel kreeg toegekend (denk maar aan het oeuvre van bands als Fides Inversa en Medico Peste). Nahtrunar biedt ons exact dezelfde formule als waarmee de band begon: no-nonsense black metal met meeslepende, vaak repetitieve riffs, waarbij de nummers traditioneel gescheiden worden door akoestische passages. IJskoud, doch ingenieus gitaarspel wordt steeds begeleid door drumwerk dat niet steeds origineel, maar telkens doeltreffend en precies is. Qua geluid blijft de beste man teren op wat hij met “Symbolismus” uitbracht. Nahtrunar blijft trouw aan de basisprincipes die deze stijl van black metal in acht moet nemen: een zuivere maar ongelikte productie gecombineerd met melodieuze tremolo picked riffs en een vorm van primitivisme waar elke ninteties-liefhebber zijn vingers bij af zou moeten likken. Maar… Er is steeds een maar, en in dit geval ligt die helaas voor de hand: Nahtrunar lijdt niet enkel aan een second, maar ook aan een third album syndrome. Misschien werd “Mysterium tremendum” te snel geschreven of wie weet zit het feit dat dit album niet meer door Altare Productions wordt uitgebracht er voor iets tussen. Nahtrunar brengt een album dat geen centimeter afwijkt van de gekende formule, maar weet amper nog sfeer te creëren. In vergelijking met het magistrale “Symbolismus” klinken de riffs minder creatief, en lijkt het volledige album wat geforceerd aan te doen. Nahtrunar zegent ons opnieuw met een degelijke prestatie, zoals het dat steeds heeft gedaan, maar mijn focus blijft vastgespijkerd op het debuut dat elke collectie waardig is en telkens opnieuw een magische sfeer weet te scheppen, zonder aan beide opvolgers nog veel aandacht te besteden.

CAS: 78/100

Nahtrunar – Mysterium tremendans (independent, 2018)
1. Mysterium tremendum
2. Dar Verstummen der götter
3. Instrumental I
4. Hagalaz, das kalte kreuz
5. Wilder flug
6. Instrumental II
7. Im flehen aschener zungen

Ascension – Under ether

Het Duitse World Terror Committee staat immer garant voor orthodoxe black metal van de bovenste plank, zoals Chaos Invocation recent bewees. Sinds het eveneens Duitse Ascension in 2007 ontstond werd de band ook onder de vleugels van het befaamde (en beruchte) label ondergebracht. Het anonieme gezelschap (waarvan één van de leden, zo blijkt, ook in Secrets of the Moon actief is) bracht van daaruit de EP “With burning tongues” uit, die mij meteen bij de keel wist te grijpen met een snedige gitaarsound en lang uitgesponnen, meeslepend gitaarwerk. Met opvolger “Consolamentum” zette de band in 2010 de trend voort en loste een pareltje dat in mijn ogen ondertussen als een moderne black metalklassieker mag worden beschouwd. “Consolamentum” was een conceptalbum, tot de nok toe gevuld met fantastische, bijwijlen dissonante riffs en de karakteristieke blastbeat-uitbarstingen – zo karakteristiek dat we het in besloten kring op den duur over ‘Ascension-riffs’ hadden. Na het iets minder geslaagde “The dead of the world”, dat hier en daar een opflakkering van de gekende Ascension-genialiteit liet horen (“Deathless light”), is het eind deze maand dan tijd voor langspeler nummer drie: “Under ether”. Het evocatieve artwork van Dávid Glomba zet zelfs voor de eerste luisterbeurt al de toon: “Under ether” is op nieuw een op en top orthodox black metal album vol left hand path symboliek. Onze oosterburen blijken qua sound het pad begonnen met “The dead of the world” verder te bewandelen, waarbij meer en meer death metalriffs de bovenhand nemen. We krijgen de gekende dynamiek tussen agressieve uitbarstingen en melodieuze twin-guitarpartijen opnieuw voorgeschoteld, doorspekt met staccato passages en vaak diepere vocalen dan we van de Duitsers gewend zijn. Echter besluipt me het gevoel dat de inspiratie voor langspeler nummer drie wat zoek was. In nummers zoals “Dreaming in death” vliegen de saaie chugga-chugga riffs ons om de oren, terwijl “Ecclesia” iets te veel een nummer als “Consolamentum” probeert na te doen. Ascension weet wel degelijk hoe ze degelijke tot zelfs zeer sterke songs in elkaar moeten boksen (afsluiter “Vela dare” is exact wat ik van deze band had gehoopt te horen!), maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de band af en toe zichzelf lijkt te kopiëren of zelfs riffs recycleert. “Under ether” is zeker een degelijk album geworden, maar weet minder te beklijven dan eerder materiaal. Dat World Terror Committee dit album promoot als het beste wat de band ooit heeft geschreven, is helaas een loopje nemen met de waarheid.

CAS: 75/100

Ascension – Under ether (World Terror Committee 2018)
1. Garmonbozia
2. Ever Staring Eyes
3. Dreaming In Death
4. Ecclesia
5. Pulsating Nought
6. Thalassophobia
7. Stars To Dust
8. Vela Dare

Mortuus Umbra – Omnipraesent

Israël is een land dat we heden ten dage overal in het nieuws zien verschijnen, maar van waar amper muzikale nieuwigheden lijken te komen (of het moet het afgrijselijke Orphaned Land zijn). Deze week komt daar echter verandering in middels “Omnipraesent”, de tweede EP van het orthodoxe black metalcollectief Mortuus Umbra. Samen met voorganger “Catechism” heeft de band nu een goed halfuur muziek op haar naam staan: de nieuwe telg biedt ons ongeveer 10 minuten kwalitatieve black metal, terwijl de eerste worp ons het dubbele voorschotelde. De ietwat beperkte speelduur van beide EP’s neemt echter niet weg dat er steeds kwaliteit te bespeuren valt. “Omnipraesent” bestaat uit twee songs, waarvan “Void I – Transmutation of the void” sterke paralellen met het IJslandse Sinmara vertoont. Het gaat hier voornamelijk om een traag, slepend werk dat hier en daar door iets meer mid-tempostukken wordt doorbroken, maar gevaarlijk wordt het nergens écht. Wel is er sprake van inventief drumgeroffel en diepe vocalen die meer ‘roepend’ overkomen dan dat er effectief gegrunt wordt (wat me dan weer doet denken aan het Duitse Dysangelium). Nummer twee, “Void II – Burning fire of ecstasy”, moet het meer hebben van sound die in dezelfde laan ligt als (het eveneens IJslandse) Carpe Noctem. Hier trekt Mortuus Umbra voor het eerst alle registers open en ligt het tempo een pak hoger, doorweven van dissonante leadlijntjes en zelfs enkele bezwerende koorzangen. Al bij al is “Void II – Burning fire of ecstasy” veel gevarieerder dan de soms wat eentonige track die eraan voorafging, en houden die laatste vier minuten de aandacht veel steviger in haar greep. Alsof de paralellen in sound met de IJslandse grootmeesters nog niet genoeg waren, wordt de vinylversie van dit kleinood verzorgd door Oration, het label van Stephen Lockhart (Rebirth of Nefast). Ondanks de weinig inventieve sound biedt “Omnipraesent” ons een leuk tussendoortje in afwachting van de full length die er hopelijk zit aan te komen.

CAS: 80/100

Mortuus Umbra – Omnipraesent (independent)
1. Void I – Transmutation of the void
2. Void II – Burning fire of extacy

Panphage – Jord

Na drie full lengths en een achttal demo’s houdt Fjällbrandt het na 13 jaar voor bekeken. Dertien, want hoewel ons teergeliefde Metal-Archives ons vertelt dat Panphage in 2017 gestopt is komt de allerlaatste langspeler “Jord” pas anno 2018 om het hoekje piepen. Ondanks vroeger artwork dat bol staat van de AK-47’s, de promoshots met bivakmutsen en enkele booklets waarin het enige lid van Panphage zijn verachting voor de hedendaagse black metalscene uitdrukt (en die algemeen gezien op het eerste zicht dus vooral aan een zoveelste war black metalproject doen denken), blijkt zijn muziek na al die jaren nog steeds een eigenzinnige, en vooral bijzonder catchy intensiteit te bezitten. Nummers als “A haugi” en “Skall & skallv” van de “Ursvöl” EP zorgden ervoor dat ik Panphage leerde appreciëren, en krakers als “Landrensningen” lieten me verliefd worden op de melodieuze Zweedse black metal die de einselgänger uitbrengt. Mysterieus genie Fjällbrandt wist te vertellen dat hij met Panphage alles heeft verwezenlijkt wat hij wilde bereiken, en dat “Jord” zijn zwanenzang zou zijn. Na een vrij uitgebreide discografie kan ik me hierin vinden: er zijn maar zoveel verdomd aanstekelijke riffs die een mens kan schrijven. Zijn finale uitgave bevat opnieuw, niks nieuws onder de zon, een bijna ridicuul aantal melodieën die enkele dagen na de eerste luisterbeurt opnieuw in je hoofd opduiken, zoals meteen duidelijk wordt in opener “Odalmarkerna”. Één van de meest opvallende kenmerken van het album (en het project tout court) komen vanzelfsprekend ook aan bod: de vocals verschillen amper van het eerder gepresenteerde materiaal (op een veel betere productie na), maar zijn met veel precisie bovenop de opzwepende gitaarlijnen geplaatst. Hoewel “Jord” amper een jaar na voorganger “Drengskapr” verscheen is hier geen sprake van een recyclage van materiaal. De nummers en bijbehorende riffs zijn iets repetitiever maar missen hun effect niet, en op zich ademt Panphage bij momenten nog steeds een vrij punky sfeer uit, zowel qua compositie als qua mix. Niks ‘afgelekt’, maar toch cleaner dan de demo’s die de man uitbracht. Wat me echter tegenvalt is de manier waarop de nummers in elkaar overlopen: deze komen over alsof een DJ op een middelbare schoolfuif twee nummers aan elkaar probeert te mixen, maar dit pas voor de eerste keer probeert. Fade-outs kan ik in bepaalde mate waarderen, maar op “Jord” laten de overgangen te wensen over. Gelukkig weet Fjällbrandt ons opnieuw een kleine veertig minuten te boeien omwille van zijn inventieve – durf ik zeggen unieke? – gitaarspel en dito vocals, waarbij de verschillende vocale lagen perfect tot hun recht komen en zelfs voor enkele meekweelmomenten zorgen – voor zij die de Zweedse taal machtig zijn. Voor fans van Panphage is “Jord” een interessante meerwaarde en geslaagde afsluiter van het eennmansproject, maar voor zij die het concept net leren kennen raad ik toch vooral “Drengskapr”, “Storm” of “Ursvöl” aan.

CAS: 83/100

Panphage – Jord (Nordvis Produktion 2018)
1. Odalmarkerna
2. Måtte dessa bygder brinna
3. Ygg (En visa om julen)
4. Skadinawjo
5. Den tyste åsen
6. Som man sår får man skörda
7. Osådda skall åkrarna växa (Outro)