Devathorn/Inferno – Zos vel thagirion

Het is weer tijd voor een lesje mystagogie. Het Duitse World Terror Committee liet twee van haar leerlingen, het Tsjechische Inferno en het Griekse Devathorn,  een werkgroepje “inwijding in de mysteriën” oprichten met “Zos vel thagirion” als eindwerk. Het is zoals we van beide bands gewend zijn opnieuw een werkstuk vol draconische grootspraak geworden. Je doet ermee wat je wil. Ik snap er geen jota van en zou zwaar gebuisd zijn als er een examen zou volgen op het aanhoren van deze split. Laten we het dus maar over de muzikale output hebben. Beide entiteiten boksten het eindresultaat niet op eigen houtje in mekaar. Devathorn liet zich bijstaan door de Zweedse componist, audiokunstenaar, schilder en schrijver Michael Idehall en Inferno kreeg hulp van Acherontas V. Priest. Devathorn bijt de spits af en laat voor het eerst in drie jaar tijd nieuwe muziek horen. De laatste langspeler “Vritra” kon ons absoluut bekoren. Op deze twee nieuwe nummers fronsen we meteen de wenkbrauwen bij het aanhoren van de vocalen, want die klinken veeleer hardcore dan black metal, voor mij persoonlijk een afknapper. De vurige en dynamische muziek van “Azazyel iscariot” klinkt met haar Zweedse insteek echter nog steeds à point, er flitst zelfs nog een zinderende solo voorbij. “Omphalos” is experimenteler qua opzet. Het nummer kent een duistere en rituele start en klinkt dreigend en mysterieus door het gebruik van koorgezangen en spoken word samples en doet me soms wat aan Behemoth denken, zonder de snelheidsuitbarstingen dan. In het einde van het nummer duiken we terug rituele sferen in met tribal percussie en mystieke gezangen. Geslaagd nummer! Van het Tsjechische Inferno zijn we behoorlijk fan. De twee voorgangers “Gnosis kardias (of transcension and involution)” en “Omniabscence filled by his greatness” werden dan ook een hoge score toebedeeld op Addergebroed. “The solitary immersion into autarchic silence” neemt de helft van de drieëndertig minuten totale speeltijd voor haar rekening en borduurt verder op de uitwaaierende en psychedelische klanken die op de voorganger verkend werden. De sound van Inferno is heel sacraal en de blasts en riffs zweven als het ware door het ijle universum. Er zijn heel wat rustige stukken in dit kolossale nummer verweven die een beklijvend gevoel opwekken en de spanningsbogen heel strak aantrekken alvorens Inferno haar demonen ontketent. Van welomlijnde songstructuren is er nog amper sprake. Daarna volgt nog het titelnummer van deze split, een heuse ambient/licht-industriële soundscape die op gepaste manier een einde breit aan deze interessante collaboratie. Beide bands slagen dan ook met grootste onderscheiding.

JOKKE: 85/100 (Devathorn: 82/100 – Inferno: 88/100)

Devathorn/Inferno – Zos Vel Thagirion (World Terror Committee 2018)
1. Devathorn – Azazyel iscariot
2. Devathorn – Omphalos
3. Inferno – The solitary immersion into autarchic silence
4. Inferno – Zos vel thagirion

Adaestuo – Krew za krew

Het internationale gezelschap Adaestuo wist mij twee jaar geleden positief te verrassen met haar eerste EP “Tacent semitae” waarbij de muzikale cocktail van black metal en rituele ambient die de respectievelijk Amerikaanse en Finse multi-instrumentalisten VJS (o.a. Nightbringer, Sargeist) en P.E. Packain (o.a. ex-Cornigr, ex-Sargeist, ex-Horna, ex-Saturnian Mist) schreven, overgoten werd met de excentrieke vocalen van de Poolse Hekte Zaren. Toen World Terror Committee de eerste langspeler “Krew za krew” aankondigde, was ik dus razend benieuwd of het pan-continentale collectief de hoge kwaliteit van de EP kon aanhouden, laat staan overtreffen. Op de vrij compacte EP genereerde de dualiteit tussen black metal, mysterieuze ambient en barokke klanken een spannende brok muziek, maar verspreid over een langspeler van vijftig minuten komt het geheel soms wat versnipperd over. Wanneer de oosterse magie van opener “Red moon” onze ziel bezweert, is er nog geen vuiltje aan de lucht en belooft het een intrigerende reis te worden. In “Transcendental” nemen onheilspellende en horroreske ambient echter al meteen de overhand. Het tien minuten durende “Monument” kent een slepende start die refereert aan het Italiaanse Opera IX en vervolgens overgaat in bombastische snelle black, halfweg transformeert naar ambient-mystiek met rituele percussie om zich vervolgens terug te ontpoppen tot beklemmende excentrieke black. “Subterranean fire” trekt opnieuw zeven minuten lang de ambient/horror-kaart en haalt de vaart uit de plaat. “Death transition” start met een Nightbringer-achtige riff maar houdt het tempo laag en zet bombastische/triomfantelijk klanken centraal waardoor het “Alsvartr (The oath)“-gewijs eerder de ideale intro voor de plaat had geweest. Het is pas in “Shadow pilgrimage” dat black metal terug de overhand neemt, een ontwikkeling die we na een kwartier lange afwezigheid terug hartig welkom heten. Ten opzichte van de EP klinken de black metal-stukken trouwens opvallend minder goed geproduceerd, wat op zich dan wel weer meer bijdraagt aan het mystieke karakter van “Krew za krew“. Het dramatische effect van de titeltrack kreeg nog extra geladenheid mee wanneer tijdens het schrijven van de review plots donkere wolken voor de zon verschenen en mijn woonkamer in complete duisternis verhulden. De gelaagdheid van het geheel ontpopt zich naar het schijnt nog meer wanneer de koptelefoon opgezet wordt, maar deze ervaring dien ik noodgedwongen (dank u tinnitus!) aan mij voorbij te laten gaan. “Krew za krew” is opnieuw een avontuurlijke plaat geworden die nog steeds vertrekt van een black metal-fundament waarop echter een soort haunted house uit een horror movie gebouwd werd. Minpunt is dat er slechts drie songs op de plaat staan waar zwartmetalen klanken de overhand nemen waardoor de vaart uit het geheel verdwijnt. Desalniettemin een avangardistisch black metal-avontuur dat de liefhebbers zal kunnen bekoren.

JOKKE: 79/100

Adaestuo – Krew za krew (World Terror Committee 2018)
1. Red moon
2. Transcendental
3. Monument
4. Subterranean fire
5. Death transition
6. Escaine
7. Shadow pilgrimage
8. Krew za krew
9. Hurmeen tahrima

Deitus – Via Dolorosa

Via Dolorosa is de Latijnse benaming voor de weg die Jezus aflegde in Jeruzalem terwijl hij zijn kruis droeg. De tweede plaat van Deitus werd naar de lijdensweg van onze ‘goede vriend’ genoemd. Deze Engelse black metal-band was mij tot nog toe onbekend, maar blijkt al een debuut (“Acta non verba“) uitgebracht te hebben in 2016. Hoewel er slechts vijf songs op “Via dolorosa” prijken, klokt het geheel toch af op drieëndertig minuten speeltijd waarvan de titeltrack en “Salvifici doloris” samen de helft voor hun rekening nemen. De muzikale output van Deitus’ black is op smaak gebracht met Zweedse melodieuze ingrediënten die een voorliefde voor Dissection verraden. In deze vijver zwemmen ondertussen al heel wat vissen rond, maar een soortgelijke band als Chaos Invocation weet toch nog net wat meer te imponeren en speelt dan ook een divisie hoger. Slecht is het hoegenaamd niet, zo neemt de hoge dosis melodie ons in de titeltrack mee op sleeptouw doorheen de kruisweg, maar in “Salvifici doloris” verliest de band zichzelf te veel in lange instrumentale passages waardoor dit nummer niet de volle negen en een halve minuut blijft boeien. De rockende riffs klinken dan weer iets te simpel en de vocale invulling is te eentonig en te vlak om echt potten te breken. Dat dynamiek belangrijk is, heeft Deitus wel goed begrepen want in het slepende “Atonement” wordt ten opzichte van de andere nummers serieus wat gas teruggenomen. Conclusie: naar I, Voidhanger Records-normen is dit een weinig avontuurlijk plaatje geworden. Ik heb er wel wat luisterplezier aan beleefd tijdens het schrijven van deze review, maar nu deze online staat vrees ik dat “Via Dolorosa” niet snel nog eens op de draaitafel zal belanden. Daarvoor is de concurrentie te moordend.

JOKKE: 70/100

Deitus – Via Dolorosa (I, Voidhanger Records 2018)
1. Hallowed terror
2. Malaise
3. Via Dolorosa
4. Salvifici doloris
5. Atonement

Sulphur Aeon – The scythe of cosmic chaos

Liefhebbers van Lovecraft en death metal zullen hun hart weeral kunnen ophalen aan de nieuwe derde langspeler “The scythe of cosmic chaos” van Sulphur Aeon. Deze Duitsers zetten al sinds 2010 de toon op gebied van kwaliteitsvol doodsmetaal, maar lijken pas sinds de release van “Gateways to the antisphere” uit 2015 – destijds dé death metal-plaat voor oud-collega Filip – meer naamsbekendheid te hebben vergaard. Dank u Ván Records! Op zich zijn er geen wereldschokkende nieuwigheden te horen op “The scythe of cosmic chaos” waarvan het artwork – zoals we van de band gewend zijn – weer uitmuntend is en vooral op de vinyluitgave weer extra goed tot zijn recht zal komen. Dank u Ola Larsson! Ook de sound van de acht death metal-epossen die we in een dikke vijftig minuten te horen krijgen, klinkt weer lekker vol, modern en toch noch organisch en atmosferisch. Dank u Simon Werner! Qua stijl leunen de Duitsers dicht aan bij onze Poolse vrienden van Behemoth ten tijde van diens “Zos kia cultus“, alleen weet Suplhur Aeon over heel de lijn de volle aandacht te trekken. Filip zei het destijds ook al. Ook Immolation kan als referentiepunt dienen en in “Yuggothian spell“, de single die als eerste werd vrijgegeven en is gebaseerd op Lovecraft’s “Haunter of the dark“, horen we ook wel wat midden-oosterse invloeden waardoor een band als Nile natuurlijk al snel vanachter de piramide komt loeren. Bovendien duiken in deze song, net als in opener “Cult of starry wisdom“, het van pakkende melodieën voorziene “The summoning of Nyarlathotep” en de afsluiter ook cleane vocalen op die extra cachet en epiek aan de muziek toevoegen. Van mijn part mag deze aanpak in de toekomst nóg verder uitgediept worden zoals Bölzer op “Hero” deed. Met het bijna tien minuten durende “Sinister sea sabbath” heeft het kwintet haar langste song tot op heden neergepend. Van verveling is er echter geen sprake want Sulphur Aeon blinkt uit in het verweven van de nodige dynamiek in haar nummers waarbij er ook steeds een mooie balans is tussen agressie en melodie. Ook “Lungs into gills” wisselt doom-tempo’s af met snelheidsuitbarstingen, melodieus gitaarwerk en een zinderende finale. Likkebaarden! In het van een lange titel voorziene “The oneironaut – Haunting visions within the starlit chambers of seven gates” zorgen subtiele keyboards voor extra sfeerzetting in de rustige passages die in deze song ingebouwd zijn. Het afsluitende “Thou shalt not speak his name (The scythe of cosmic chaos)” laat de spierballen en dubbele bassen nog éénmaal rollen, roept om meegezongen te worden en moet live slachtoffers maken, dat kan niet anders. Sulphur Aeon is het belangrijkste en meest ambitieuze death metal-instituut van Duitsland en levert met “The scythe of cosmic chaos” het voorlopig doodsmetalen hoogtepunt van 2018 af (de nieuwe Bloodbath dient nog steeds gecheckt te worden). Dank u Sulphur Aeon!

JOKKE: 87/100

Sulphur Aeon – The scythe of cosmic chaos (Ván Records 2018)
1. Cult of starry wisdom
2. Yuggothian spell
3. The summoning of Nyarlathotep
4. Veneration of the lunar orb
5. Sinister sea sabbath
6. The oneironaut – Haunting visions within the starlit chambers of seven gates
7. Lungs into gills
8. Thou shalt not speak his name (The scythe of cosmic chaos)

Paragon Impure – Sade

English review can be seen below the music video for “Sade III – Mors in excelsis deo” underneath this review in Dutch.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Dertien jaar na “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” brengt Paragon Impure haar langverwachte tweede langspeler uit. Reeds in 2008 werd begonnen aan een opvolger voor het – door velen bejubelde – debuut, maar ontevredenheid over het resultaat deed de muziek, die onder de werktitel “The fall of man” opgenomen werd, in de vuilbak belanden. Dat bleek nu echter eerder de diepvries te zijn want “Sade” is een herwerking van het oude ontdooide concept. De ondertitel van de plaat is “Of virtue and vice“; het betreft hier – voor wie het nog niet wist – dus een hommage aan viespeuk extraordinaire Markies de Sade. Geen Romeinse toestanden deze keer maar beschrijvingen van de sadistische en pornografische werken en het leven van deze welbesproken figuur uit de Franse literaire geschiedenis. Daar waar “To Gaius” een vrij directe aanpak had en het geluid van de Darkthrone-klassiekers “Under a funeral moon” en “Transilvanian hunger” eerde, klinkt “Sade” alvast een pak moderner met dank aan PJ Turlinckx van A Thousand Sufferings die aan de draaiknoppen zat en Jérémy Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) van de Blackout Studio die de mastering verzorgde. Verder horen we lichte en meer toegankelijke Deathspell Omega-dissonantie in het gitaarwerk terug zonder dat er al té technisch en ingewikkeld gemusiceerd wordt. De haat in Noctiz zijn vocalen lijkt een beetje weggeëbd te zijn en plaats te hebben gemaakt voor meer variatie zoals we die ook horen bij de hedendaagse orthodoxe en occulte black metal bands zoals Ofermod. Bovendien is er ook meer plaats voor muzikaliteit, dat wordt al meteen duidelijk bij het inleidende “Introduction to the divine marquis“. De toegenomen muzikaliteit heeft echter geen invloed op het tempo van de plaat want Paragon Impure trekt nog steeds snel en hard van leer en vliegt dankzij het sterke en strakke drumwerk van Svein (Lugubrum) nergens uit de bocht. De eerste noten van het negen minuten durende “Juliette, queen of vice” maken al meteen een toppertje van deze song die een sterke dynamiek kent en meermaals knappe gitaarloopjes laat horen. “Mors in excelsis deo” klinkt aanvankelijk iets meer als oude Paragon Impure, maar wordt ook al snel muzikaler en “Repentence of a dying libertine” is een nummer waarin allerlei op de achtergrond verborgen elementen een meerwaarde aan het nummer geven. “Philosophy in the bedroom” klinkt als het meest technische/progressieve nummer waarin naast heel wat melodie ook een zekere thrash-vibe vervat zit en de basgitaar anders dan gewoonlijk ingevuld wordt. “The final passion, or the passion of hell” sluit de plaat op meesterlijke wijze af. Tomeloze agressie en akelige ingetogen stukken maken middels puike instrumentbeheersing en adembenemende passie twaalf minuten lang het mooie weer. “To Gaius” is mijn persoonlijke numero uno wat betreft vaderlandse black metal platen. Van tevoren lag de lat dus héél hoog en was ik erg benieuwd of het debuut overtroffen zou kunnen worden. “Sade” is in elk geval een plaat die, in tegenstelling tot “To Gaius“, heel wat luisterbeurten vraagt alvorens haar gruwelijke geheimen prijs te geven. Na enkele maanden te hebben gerijpt, ben ik van mening dat “Sade” een erg waardige opvolger is geworden, die door de meer dissonante, progressieve en orthodoxe invloeden misschien wel niet alle liefhebbers van het debuut zal kunnen bekoren. Maar dat zal Noctiz waarschijnlijk toch worst wezen. Hulde aan de man om ons na al die jaren toch nog met deze dijk van een plaat te verblijden!

JOKKE: 90/100

Paragon Impure – Sade (Ván Records 2018)
1. Introduction to the divine marquis
2. Juliette, queen of vice
3. Mors in excelsis deo
4. Repentence of a dying libertine
5. Philosophy in the bedroom
6. The final passion, or the passion of hell

Hell must have frozen over. Thirteen years after the release of “To Gaius (For the delivery of Agrippina)”, Paragon Impure reveals their long-awaited second full length. As far back as 2008, the band started writing a successor to the – heavily praised – debut, yet discontentment about the result made sure the music, recorded under the working title “The fall of man”, received a one way ticket to the trash can. That trash can however seems to have been more of a fridge, since “Sade” is a revision of the old, thawed concept. “Of virtue and vice” is the sub-title, so the album is – for those who weren’t aware yet – a homage to pervert extraordinaire Marquis de Sade. Contrary to the Roman thematics of the debut, Paragon Impure offers descriptions of sadistic and pornographic works and the life of the most notorious figure from French literature. Contrary to “To Gaius”, which sounded pretty straightforward and was a homage to the sound of Darkthrone-classics such as “Under a funeral moon” and “Transilvanian hunger”, “Sade” has been blessed with a more modern sound thanks to the mixing skills of PJ Turlinckx (A Thousand Sufferings) and Jérémie Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) who took care of mastering duties in his Blackout Studio. Musically speaking we hear a slight, and maybe more accessible, Deathspell Omega-like dissonance in the guitars, without getting lost in all too complex technicalities. The hate that previously characterized Noctiz’ vocals seems to have lessened in favour of more variation in the vein of modern orthodox and occult black metal bands such as Ofermod. There’s also more room left for musicality, which already becomes clear in the opening track “Introduction to the divine marquis”. This increase in musicality however doesn’t affect the overall pace of the album, since Paragon Impure still punches hard and fast yet never spins out of control due to the tight drumming of Svein (Lugubrum). The first few notes of the nine-minute long “Juliette, queen of vice” already raise the bar of a song that exhibits strong dynamics and a few neat guitar-loops. With “Mors in excelsis deo”, Paragon Impure initially reawakens the spirit of the debut album, yet becomes musically more diverse and where “Repentance of a dying libertine” is concerned there’s a lot of hidden elements to be found in the background of the sonic landscape, pushing the track to newer heights. The most technical/progressive track then would be “Philosophy in the bedroom”, which exudes a certain thrash-vibe, contains a lot of melody and reserves a different role than usual for the bass guitar. “The final passion, or the passion of hell” concludes the record in a masterful way. Prime instrumentation and breath-taking passion fill up twelve minutes of unbridled aggression and haunting and dismal subdued passages. “To Gaius” is my personal number one record concerning Belgian black metal, so I was curious if Paragon Impure would be able to top their debut. In any case, “Sade” is an album that requires, contrary to “To Gaius”, a lot of spins before revealing its dreadful secrets. After having spun the record multiple times during the past 3 months, “Sade” convinced me to be a very worthy successor that due to the progressive and orthodox influences might not win over all the fans from the first hour, but Noctiz himself probably couldn’t be bothered less. Praised be the man who, after all these years, still gladdens us with this monolith of an album!

JOKKE: 90/100 (review written by Cas)

Valkyrja – Throne ablaze

Op Metal Archives staat een vernietigende review te lezen van “The antagonist’s fire“, de derde plaat van Valkyrja, waarin de Zweedse band als een goedkope karikatuur van Watain wordt afgeschilderd en de songs als B-kantjes van diens “Sworn to the dark“-album afgedaan worden. Ik kan me in deze kritiek wel enigszins vinden maar Valkyrja als ‘goedkoop’ of ‘karikatuur’ bestempelen, gaat mij toch een paar bruggen te ver. Dat de Zweedse band goed naar genre- en streekgenoten Watain heeft geluisterd, valt niet te ontkennen en in dat opzicht is volgend statement van de band dan ook quatsch: As part of Valkyrja’s philosophy of ridding themselves from limitations, no specific genre was ever chosen since it would only serve to establish a framework of useless expectation. The artistic output created under the flag of Valkyrja defies all earthly shackles, including those of commercial categorization. Valkyrja speelt immers overduidelijk Zweedse black met invloeden van Watain en Marduk (inspecteer maar eens enkele riffs in “Opposer of light“), zonder buiten de lijntjes van het genre te kleuren. Daar waar Erik en co echter meer catchy te werk gaan, zijn de nummers van Valkyrja toch net iets moeilijker te doorgronden maar ze zitten wel vernuftig in mekaar. Enkel met “Crowned serpent” lijkt voor een meer toegankelijke, meezingbare en korte albumopener vol wervelende arpeggio’s gekozen te zijn. Ondanks voortdurend gerommel in de line-up heeft bandbrein Simon Wizén – die by the way nog geen dertig jaar oud is – zich sinds de oprichting van Valkyrja in 2004 steeds met uitstekende muzikanten weten omringen waardoor er op de strakke uitvoering van diens Zweedse melo-black al vier langspelers lang niets aan te merken valt. Na de plotse verdwijning van zanger RSDX (die echter nooit op plaat te horen was) heeft hij nu ook de vocalen voor zijn rekening genomen en die moeten absoluut niet onderdoen voor die van Andreas Lind die op de vorige albums te horen was. Simon klinkt een tikkeltje heser, maar hij kwijt zich heel goed van zijn nieuwe taak. Een ander pluspunt is het mooie soleerwerk en de knappe gitaarharmonieën die we o.a. in “Tombs into flesh” en “Paradise Lost” te horen krijgen. En hoewel de band grossiert in snelheidsduivels blijft het kwartet ook stevig overeind staan in mid-tempo songs als “Halo of lies”, dat een knappe flow kent, en “Transcendental death” waarin ook naar hogere snelheden geschakeld wordt. En zelfs in de negen minuten durende titeltrack met prachtige slotmelodieën blijven we geboeid luisteren. Collega Cas haalde recent vernietigend uit naar het plagiaat van Groza aangaande haar grote voorbeeld Mgła. Hoewel bij Valkyrja de Watain-invloeden er eveneens vingerdik bovenop liggen, beleef ik echter meer luisterplezier aan Valkyrja dan aan de laatste twee Watain-albums. Bovendien blijft Valkyrja consistent hoge kwaliteit afleveren. Liefhebbers van snel Zweeds spul genre Watain, Marduk, Setherial of Dark Funeral kunnen blind tot de aanschaf overgaan. Ben je op zoek naar een meer eigenzinnige of originele sound, dan laat je “Throne ablaze” maar aan de kant liggen.

JOKKE: 86/100

Valkyrja – Throne ablaze (World Terror Committee 2018)
1. In ruins I set my throne
2. Crowned serpent
3. Opposer of light
4. Tombs into flesh
5. Halo of lies
6. Transcendental death
7. Paradise lost
8. Throne ablaze

 

 

Misotheist – Misotheist

Wat zit er daar in Trondheim in het water zeg? Met killer releases van o.a. Knokkelklang, Mare en Whoredom Rife voorspel ik reeds een mooie aanwezigheid van Terratur Possessions in mijn eindejaarslijstje. Out of the blue brengt het Noorse label eind november ook nog het debuut uit van Misotheist, een kakelverse nieuwe speler uit de Trondheim-scene die door labelbaas Ole een platform aangereikt krijgt om haar haat jegens God wereldkundig te maken. Meer is er van de band niet geweten: geen social media accounts, geen name dropping van vorige bands en geen ego’s. Let the music do the talking! Op basis van de eerste vrijgegeven track, het elf minuten durende “Beast and soil“, zat er nog heus wat duw-en-trek-werk in mijn top 10 aan te komen. Dit epische nummer zalft onze oren eerst met een Oost-Europees Drudkhiaans-aandoend folky deuntje om vervolgens keihard toe te slaan met repetitieve en opgejaagde black waarin – voor zover die al bestaat – een zekere Terratur-vibe hoorbaar is. Halfweg trakteren de Noren ons op pulserende uithalen om uiteindelijk middels slepende dissonantie in een pakkende apotheose uit te monden waarin het spanningsveld opgezocht wordt tussen blastbeats en een bloedmooie doommelodie. Enig minpuntje is de overgang naar de finale die beter uitgewerkt had kunnen worden. Naast deze geweldige song prijken er op het debuut nog twee andere nummers die qua speelduur en dynamisme alvast niet moeten onderdoen. Opener “Carriers of captivity” vlamt er meteen op los met repetitieve drumsalvo’s, grimmige vocalen en venijnige riffs maar wanneer de drums wegvallen en we het met een passage vol dissonante gitaarklanken moeten doen, verslapt de aandacht doordat de vaart uit het nummer wordt gehaald. Nadien schakelt de band over naar een slepende doom-modus die uiteindelijk terug in een blastfestijn en triomfantelijke riffs uitmondt, waardoor we terug bij de les zijn. Afsluiter “Blood of rats” start met een trage onheilspellende riff in 7/8 waarover rochelende screams dood en verderf zaaien. Het duurt echter niet zo lang alvorens ook hier een vijftigtal versnellingen hoger geschakeld wordt en we de band in haar meest agressieve vorm horen. Er wordt nogmaals teruggekeerd naar onwelriekende mid-tempo regionen om ons tenslotte tot aan het gaatje te bestoken met een zinderende en voortdenderende climax. In de wandelgangen heb ik opgevangen dat een opvolger reeds zou ingeblikt zijn. We zullen dus niet al te lang moeten wachten op nieuw werk van Misotheist. Dit debuut zal volgende maand niet in de allerhoogste regionen eindigen maar klinkt alvast erg veelbelovend!

JOKKE: 82/100

Misotheist – Misotheist (Terratur Possessions 2018)
1. Carriers of captivity
2. Beast and soil
3. Blood of rats

Misotheist_Cover