Dysangelium – Death leading

Het Duitse label World Terror Committee (W.T.C. dus) lijkt precies al even over zijn hoogdagen heen te zijn, zeker nu de golf aan orthodox geïnspireerde theologisch neuzelende bands wat lijkt uitgeraasd. Eind 2019 slaat het label dan toch nog terug middels de release van twee langverwachte albums. Eentje daarvan is “Death leading”, Dysangeliums vervolg op het in mijn ogen geniale Thánatos áskēsis, dat alweer uit 2015 dateert en me steeds is bijgebleven omwille van de fantastische liveshow die de band neerpootte in Het Bos, als opener voor Vassafor, Ascension en Bölzer. Vier jaar later zijn we, en nog steeds schalt het debuut regelmatig door de speakers. Blij waren we dan ook toen we de promomail voor “Death leading” in de virtuele postbus kregen, waarbij het label ons belooft dat de band meer matuur is geworden en de jeugdig flakkerende vlammen ontaard zijn in de smeulende kolen der wijsheid. Helaas zijn kolen over het algemeen minder fascinerend om naar te kijken, net zoals Dysangelium ook een pak minder weet te beklijven. Het volledig analoog geproducet (pluspunten!) album gaat verder op het élan geschetst door het debuut, maar pakt het allemaal wat braver aan. Het orthodoxe riffwerk blijft behouden, net zoals de prominente bassound – al treedt die hier soms iets té veel op de voorgrond waardoor de rest wat verloren gaat. Wat wél nog steeds op en top is zijn de raspende, ruwe keelklanken die frontman Sektarist 0 produceert. Topzanger! Jammer genoeg heb ik het gevoel dat de trend van eenheidsworst bij de W.T.C.-bands wat is ingezet. Zo horen we in “The great work” een hoop gitaarwerk dat rechtstreeks van Ascensions Under ether afkomstig kan zijn. Net doordat het album zo goed geproducet is doet het allemaal ook wat gepolijst en (durf ik het zeggen?) braaf aan. Ik mis de bravoure, oprechte kwaadheid en een zeker fuck off-gehalte die zo omnipresent waren op eerder materiaal. Het tweede album van een band met een geniaal debuut is cruciaal, en maar al te vaak blijf ik wat op mijn honger zitten. Wie weet brengt de volgende W.T.C.-release soelaas?

CAS: 72/100

Dysangelium – Death leading (World Terror Committee 2019)
1. XIII
2. Fated
3. Homo larvalis
4. Death leading
5. The great work
6. Through henbane nebulah
7. Venus inverse
8. When death and evil rise

Minenwerfer – Alpenpässe

Eén blik op het bandlogo, de discografie, albumtitels en pseudoniemen (Generalfeldmarschall Kriegshammer en Wachtmeister Verwüstung) waren genoeg om te weten waar Minenwerfer ‘het mosterdgas’ haalt. Ondanks de Amerikaanse afkomst heeft de band een voorliefde voor alles wat met W.O.I. te maken heeft en bezingt haar fascinatie daarvoor ook regelmatig in het Duits. Nog steeds een woelig en gevoelig thema waarbij de Antifa waakhonden waarschijnlijk al op de loer liggen. Ik gunde de band het voordeel van de twijfel daar ik niet meteen ‘foute’ boodschappen ontdekte en koos de nieuwe derde langspeler “Alpenpässe” als automuziek voor een ritje naar Keulen. Vanaf de eerste seconden van “Der Blutharsch” wist het duo me te verrassen daar ik een totaal andere variant van black metal had verwacht dan de lang uitgesponnen haast post-rock-achtige epiek van de zeventien minuten durende albumopener. Na de inleidende spoken word samples nemen rauwe black metal vocalen het over en ondanks het feit dat de drums in blast-modus overschakelen, blijft het overheersende gevoel neergezet worden door de leadgitaar die Agallochsgewijs adembenemende panorama’s over de Alpenpas schildert. Ook de basgitaar eist een melodieus plaatsje op in dit uitgestrekte canvas aan epiek en halfweg is er zelfs ruimte voor proggy gesoleer. De sterke en pakkende melodieën wekken tegenstrijdige gevoelens van verdriet, triomf, wroeging en vergelding op. Dat contrast wordt muzikaal in de verf gezet wanneer het tweede nummer “Dragging the dead through mountain passes” zich aandient. Diens militant hakkende drums, flitsende solo’s en woeste black staan immers als een tang op een varken vergeleken met de weidse, vloeiende en vrije aanpak van de opener. De dromerige klanken ruimen abrupt plaats voor de harde realiteit van de horror van oorlogsvoering wat zich uit in minder fijngevoelige en meer chaotische muziek (wat ik oorspronkelijk eigenlijk ook verwacht had). “Cloaked in silence” grijpt met haar twaalf minuten opnieuw iets meer naar de melodieuzere aanpak van de opener terug en heeft ook ruimte voor heldere gezangen, terwijl “Kaiserjägerlied” en “Tiroler Edelweiss” hier ook nog lange akoestische passages en zelfs fluitspel aan toevoegen. Ondanks al deze elementen met melodieuze insteek, verliest Minenwerfer haar black metal-basis niet uit het oog, wat afsluiter “Withered tombs” duidelijk maakt. “Alpenpässe” is een plaat die een uur van je vrije tijd in beslag neemt, maar je in die tijdspanne weet mee te nemen op een beklijvende trip naar de tijden van W.O.I. Erg fijne kennismaking met dit Minenwerfer waarover de vooroordelen ongegrond bleken.

JOKKE: 83/100

Minenwerfer – Alpenpässe (Purity Through Fire/Worship Tape 2019)
1. Der Blutharsch
2. Dragging the dead through mountain passes
3. Cloaked in silence
4. Kaiserjägerlied
5. Tiroler Edelweiss
6. Withered tombs

Ossuaire – Derniers chants

Amper een half jaar geleden maakten we kennis met het Canadese Ossuaire via diens veelbelovende debuut langspeelplaat “Premiers chants“. Zoals in die review werd aangegeven, betrof het hier het eerste deel van een tweeluik omtrent de teloorgang van het christendom, een weinig origineel concept om een plaat over te schrijven, althans in het black metal-wereldje. Dat de opvolger getiteld “Derniers chants” zo snel volgt is echter mooi meegenomen aangezien we hier opnieuw drie kwartier lang hoogstaande black voorgeschoteld krijgen. De heren hebben blijkbaar een groot vat aan inspiratie dat uit hun knekelhuis opborrelt want de pakkende en snijdende tremolo-riffs vliegen ons om de oren en de nummers met een speelduur van zes tot elf minuten zitten vernuftig in mekaar zodat een geeuw onderdrukt wordt. Ossuaire mixt wraakgierige lust met een meer epische toets en ramt niet eenzijdig door zoals een mid-tempo song als “L’oeil-sang” bewijst. Net zoals op de voorganger is er ruimte voorzien voor een kortstondige ademruimte (“Elévation“) waarin de akoestische gitaren bovengehaald worden en subtiel trompetgeschal een heroïsche sfeer oproept. In de finale van “Derniers chants” wordt meermaals teruggegrepen naar heidens aanvoelende en meer verhalende momenten terwijl de eerste helft van de plaat zich meer op pure black focust. De vier muzikanten hebben geen nood aan een primitief keldergeluid om onkunde te maskeren, en kozen opnieuw voor een knallende productie die toch nog grimmig en verderfelijk klinkt. Als je beide platen als één werkstuk beschouwt, klokt het geheel op een ferme vijfentachtig minuten af waarmee Ossuaire bewijst een nieuwe sterke speler in de Québec-scene te zijn om rekening mee te houden.

JOKKE: 84/100

Ossuaire – Derniers chants (Sepulchral Productions 2019)
1. Pestilence rampante
2. À l’ombre du très-haut
3. Sous l’autel des immaculés
4. Élévation
5. L’oeil-sang
6. Derniers chants (Un monde dépourvu de Dieu)

Numen – Iluntasuna besarkatu nuen betiko

Voor de duidelijkheid gaat het hier om het vierde album van de Baskische black metal groep en niet van de prog band uit Alicante. Iets wat de eerste tonen van het album wel zullen bevestigen. Jammer, want dat andere Numen is een pak beter te pruimen dan het lawaai van deze schabouwen. Dit Numen trakteert met deze vierde langspeler op een ongevraagd rondje repetitieve “folk” black metal met een vervelende stem en een irritante productie. Echt rotzooi kan je dit niet noemen, maar het is al even geleden dat ik een plaat met zoveel tegenzin meermaals heb beluisterd. Hoewel het ergens best intrigerend is hoe deze band middelmatigheid zo storend kan laten klinken. Zelfs het obligate akoestisch nummertje als afsluiter voor een band met folkambities is saai en wordt ontsierd door wat onnozel geneuzel. De andere nummers zijn zowat onderling inwisselbaar, waar de mid-tempo gitaarstukken wel wat kwalitatiever zijn in combinatie met de drumpartijen. Nu goed, het is allemaal wel best strak en zeker en treffelijk ingespeeld, dus ik neem aan dat mijn persoonlijke voorkeur me hier wel parten speelt. Maar ik vind hier echt niks aan.

Xavier: 50/100

Numen – Iluntasuna besarkatu nuen betiko (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Iluntasuna soilik
2. Lautada izoztuetan
3. Pairamena
4. Behin hilko naiz
5. Nire arnasean biziko da gaua
6. Itzaletan solasean
7. Iraganeko errautsak
8. Itzaltzuko bardoari

Djevel – Ormer til armer, maane til hode

Het Noorse Djevel is een band die ons met elke release nog maar eens duidelijk maakt waarom we ons hart destijds verloren hebben aan black metal, en dan in het bijzonder de Noorse variant die ons midden jaren negentig in haar greep wist te nemen om ons vijfentwintig jaar later nog steeds niet los te laten. Weldra verschijnt langspeler nummer zes en sinds bandbrein Trond Ciekals (o.a. NettleCarrier en Ljå) in 2017 voor “Blant svarte graner” zijn rangen herschikte en de legendarische drummer Faust (ex-Emperor, Blood Tsunami) inlijfde, komt Djevel nóg sterker voor de dag. Dat bewijzen de Noren opnieuw op “Ormer til armer, maane til hode” waarbij de albumtitel de innerlijke duisternis reflecteert die in elke van ons huist. Trond ziet de plaat als een soort tegenreactie op de voorgaande albums en dan vooral de vorig jaar verschenen akoestische “Vettehymner” EP. Op “Ormer til armer, maane til hode” laat deze Noorse duivel een agressievere kant zien, wat klassenummers als het venijnige “Dreb dem alle, herren vil gjenkjenne sine” met haar oude-Satyricon invloeden en de titeltrack duidelijk maken. Zanger/bassist Mannevond (Koldbrann) bewijst opnieuw dat het een goede zet was om hem in 2017 tot zanger te promoveren want zijn ijskoude kreten zetten de verbetenheid van de muziek nog extra in de verf. Maar ook zijn basloopjes weten de vele tremolo-riffs te penetreren. Trond levert de ene na de andere prachtriff aan en draagt een melodieuzer nummer als “Det eders herre lover er mer enn hva mennisket taaler” ook grotendeels met zijn heldere (koor)zang. En Faust? Tja, moet die eigenlijk nog bewijzen dat hij een meer dan begenadigd trommelaar is? Het prijsbeest van deze nieuwe plaat vinden we helemaal achteraan met het op elf minuten afklokkende “Illoyegd foedt som Satans barn, paa ferd uden spor af menneskeverd“, dat na een mid-tempo start gestaag opbouwt totdat alle demonen middels bijtende tremolo-riffs en stuwende blasts ontketend worden en het venijn er tot aan het puntje van de staart uitspuwen. Ik raad u allen aan een ticket voor Unholy Congregation fest te kopen (indien u dat nog niet gedaan heeft), want op zaterdag 9 november gaat Djevel daar de boel in lichterlaaie zetten! Beloofd.

JOKKE: 91/100

Djevel – Ormer til armer, maane til hode (Aftermath Music 2019)
1. Ormer til armer, maane til hode
2. Et menniskes hele korpus og legeme
3. Den gang jeg banket paa helvedes tunge doer
4. Dreb dem alle, herren vil gjenkjenne sine
5. Ved Hildr’s haand for Hel
6. Det eders herre lover er mer enn hva mennisket taaler
7. Over svarte skriigende skoger
8. Illoyegd foedt som Satans barn, paa ferd uden spor af menneskeverd

Ison – Inner-space

Hier wordt je even stil van. Ik kende dit duo niet tot enkele weken geleden en daar heb ik inmiddels best wel spijt van, want dit is echt klasse. Daniel Änghede (Crippled Black Phoenix, Hearts of Black Science) en Heike Langhans (Draconian, LOR3L3I) brengen een dromerige mengeling van ambient, post-rock, darkwave en shoegaze die er bij mij ingaat als zoete cyanide verhullende koek. Vanaf het eerste nummer wordt de toon gezet. Het gaat vooral om synths en prachtige vocalen. Dit derde album klinkt weids en ijl, koud en toch weemoedig. Op de tweede track “Radiance” krijgen we even Neige van Alcest te horen, wat een goede afwisseling is, al had het nummer beter wat later op de cd gekomen om meer effect te hebben. Alles kabbelt mooi voort als een kosmische beek, met hier en daar wat meer ondersteuning van gitaar zoals in het voorlaatste “Everything’s about to change forever“, maar voornamelijk drijvend op elektronische kracht. Dit is geen hipster post-rock met synths-plaatje, dit is de begeestering van twee mensen die iets moois willen maken. Het heeft weinig of niks met metal te maken, maar dit is een must voor elke open-minded liefhebber van alles wat geen chart muziek is.

Xavier: 93/100

Ison – Inner-space (Eigen beheer 2019)
1. Inner-space
2. Radiance
3. Equals
4. ISAE
5. Shipwrecks
6. The fifth world
7. Everything’s about to change forever
8. A golden force

Ultha – Belong

Het Duitse Ultha hebben we vanaf diens oprichting in 2014 nauwlettend gevolgd. Zowat alle releases, met uitzondering van de allereerste rehearsal-tape, de split met Morast en de live-registratie op Roadburn, zijn aan onze kritische pen gepasseerd. Het gezelschap met leden van Planks, Goldust, Ghostrider, Atka, Curbeaters en Sun Worship hebben we gestaag weten uitgroeien tot misschien wel de interessantste black metal-band die er de afgelopen jaren bij onze oosterburen rondliep. Eerder deze week werd de nieuwe EP “Belong” op de mensheid losgelaten om kortelings daarna aan te kondigen dat de stekker er voor onbepaalde duur uitgaat met misschien enkel een kort ontwaken indien er zich interessante live-aanbiedingen voordoen. De output van het kwintet werd aan een moordend tempo uitgekakt, wat nu zijn tol eist. Lovenswaardig is echter dat deze creatieve maalstroom geen inboeting aan kwaliteit inhield. Er werden iets meer dan 200 minuten muziek gecomponeerd waarvan er 38 worden ingenomen door “Belong“. Gelukkig een vette kluif aangezien er ‘slechts’ twee songs op prijken. Deze – hopelijk voorlopige – zwanenzang verschijnt via Vendetta Records, het label dat Ultha op de undergroundkaart zette (enkel de laatste langspeler “The inextricable wandering” verscheen via het grotere Century Media). Wat ik altijd zo aan Ultha geapprecieerd heb, is hun tomeloze inzet, oprechtheid en volharding en de emotionele doorleefdheid die in hun black metal vervat zit (iets wat ik bij veel nieuwere bands toch wel mis). De triomfantelijk keys die zich vanaf de “Dismal ruins” EP een weg baanden doorheen hun zwartgeblakerde brok emoties, zijn ook nu weer van de partij en zetten de gevoelens van onvermogen, desoriëntatie en verstikkende eenzaamheid nog extra in de verf, voor zover de pakkende riffs en beklijvende vocalen de gevoelige snaar al niet wisten te raken. Ik heb de high pitched screams van zanger/bassist Chris Noir meer en meer weten te appreciëren en kan ze nu niet meer wegdenken. De diepere growls van gitarist/songschrijver Ralph Schmidt zorgen voor een aangenaam contrast en links en rechts werden ook geslaagde heldere zangpartijen toegevoegd. De eb-en vloed-aanpak resulteert in “No fire, only smoke” weer in een zinderende finale om duimen en vingers bij af te likken. “Constructs of separation” klinkt enorm duister, wat nog extra in de verf gezet wordt door de onheilspellende orgelklanken die in het begin van het nummer aangewend worden. Dit geflirt met gotische elementen maakt dat “Belong” muzikaal als het bruggetje gezien kan worden tussen het geniale “Converging sins” (2016) en de meer experimentele opvolger “The inextricable wandering” (2018). Wie de band nog eens aan het werk wil zien alvorens ze zich in een winterslaap wentelen, kan dat tijdens de lopende tour die op 7 december in Keulen eindigt op het Unholy Passion Fest waarop naast Ultha ook Turia, Naxen, Gold en Endstille van de partij zullen zijn. Ultha: you will be missed! Hopelijk vindt Ralph nu de tijd om het geniale Planks terug van onder de mottenballen te halen.

JOKKE: 89/100

Ultha – Belong (vendetta Records 2019)
1. No fire, only smoke
2. Constructs of separation