Vananidr – Vananidr

Hoewel het Zweedse Vananidr op het eerste zicht een nieuwe naam in het black metal-gebeuren lijkt te zijn, gaan de roots van dit project terug naar het midden van de jaren ’90 toen Titan (nu in de band IXXI) Hydra oprichtte. In 1999 vindt hij in de vorm van gitarist Anders Eriksson, zanger Erebus en drummer Thunder (eveneens huidig lid van IXXI) gelijkgestemde zielen waarmee enkele demo’s en een debuutalbum “Phaedra” opgenomen worden. Tijdens het schrijfproces van de opvolger loopt het echter mis en verlaten zowel Erebus als Titan de band. Anders besluit de zang zelf te verzorgen en het album verschijnt onder de nieuwe naam Synodus Horrenda. In 2017 schreef Anders een derde plaat die hij samen met Thunder opnam en vorig jaar in eigen beheer digitaal het levenslicht zag, opnieuw onder een nieuwe noemer: Vananidr. Ondertussen heeft Thunder zijn drumkoffers gepakt, speelt Anders het solo slim en wordt de plaat via Purity Through Fire op CD uitgebracht. Met Vananidr eert de multi-instrumentalist de klassieke black metal van halfweg de jaren negentig, maar dan in een modern productioneel jasje gegoten, zonder al té gelikt en zielloos te klinken. Met songtitels als “Raging blizzards” en “Frostbitten kingdom” wil je al snel een link maken met Immortal, maar dat is misschien wat kort door de bocht. Hoewel Vananidr’s muziek wel in hetzelfde straatje zit als het latere werk van de Noren, ademen de nummers van Vananidr veeleer een natuurlijke mystiek uit en vinden melodieën uit Zweedse folk subtiel hun weg naar de toch wel agressieve en krachtige black. Door middel van heldere zangkoren neemt de dramafactor in de opener toe maar “Frostbitten kingdom” klinkt toch minder grimmig dan verwacht. Een snel en repetitief nummer als “Abomination of evil” kent dan weer een heuse Kampfar-vibe en gaat erin als zoete koek. Ook in “Rise” wordt hard en snedig van leer getrokken en hoor ik onverwachts het woord “Satan” vallen. Tussen deze twee energiebommen vormt “Projections” een instrumentaal rustpunt. Vananidr blijft ook naar het einde van het album waken over de dynamiek want met een titel als “Warfare” verwacht je natuurlijk uptempo geweld – en die verwachting wordt ingelost – om met “Enter eternity” terug meer ruimte voor melodie te laten. Maar Anders zijn snelle nummers weten me toch meer te boeien. Het Zweeds getitelde “Psalm till döden” sluit de plaat in de vorm van serene orgelklanken af en geeft een sacrale toets aan het geheel – wat ik eerlijk gezegd minder vind te rijmen met de stijl van Vananidr’s black. In afwachting van de fysieke release werd nog een nieuwe twee-songs-tellende single getiteld “Bleak and desolate” uitgebracht waarop het titelnummer laat horen dat Anders hier voor nog meer furie en een iets rauwere sound heeft gekozen. Het eerder mid-tempo “Beneath the glimmering surface” bevat dan weer meer Scandinavische dramatiek en melodieuze gitaarsolo’s. Liefhebbers van moderne, krachtig klinkende Zweedse melo-black hebben er een interessante nieuwe speler bij. Voor mij klinkt Vananidr soms nog iets te generiek en mist de muziek wat diepgang.

JOKKE: 78/100

Vananidr – Vananidr (Purity Through Fire 2019)
1. Raging blizzards
2. Frostbitten kingdom
3. Abomination of evil
4. Projections
5. Rise
6. Warfare
7. Enter eternity
8. Psalm till döden

Malokarpatan – Cesta podzemnými sálami Kovovlada

Spiksplinternieuw is ie niet, deze twee-songs-tellende 7 inch EP van Malokarpatan. “Cesta podzemnými sálami Kovovlada” zag initieel in eigen beheer het levenslicht in 2018 maar Sun & Moon besloot het kleinood nu ook fysisch vast te leggen voor het nageslacht. Hoewel slechts tien minuten lang in speelduur, vertellen de twee nummers een mythologisch verhaal, namelijk dat van Kovovlad, heerser van de onderwereld, die een maagdelijk meisje uit de mensenwereld ontvoert om haar tot zijn bruid te maken. Qua muzikale uitvoering vertaalt zich dat in het eerste deel van het nummer in duistere ambient waarbij een kil, donker en akelig psychedelisch plaatje van de onderwereld geschetst wordt. In het tweede deel van het verhaal ziet het er niet zo rooskleurig uit voor het meisje waarbij de Slovaakse dronkemansstrijders hun instrumenten inpluggen om ons op een potje traditionele, zich traag voortslepende old school as fuck black te trakteren. Macabere keyboards hullen zich als een nevel doorheen de simplistische trage riffs waarover echoënde vocalen het noodlot van het meisje bezegelen. Fijne EP die ook eens een andere kant van Malokarpatan laat zien.

JOKKE: 78/100

Malokarpatan – Cesta podzemnými sálami Kovovlada (Sun & Moon 2019)
1. Cesta podzemnými sálami Kovovlada I
2. Cesta podzemnými sálami Kovovlada II

Grey Aura – Op zoek naar het ondefinieerbare

Utrecht lijkt met tal van interessante black metal-bands wel het nieuwe centrum van NLBM te zijn geworden. Bands als Grafjammer of Wrang bevinden zich aan de conservatieve kant van het genre, terwijl we aan de andere kant van het spectrum meer experimentele acts als Laster, Terzij de Horde en Grey Aura aantreffen. Eén van de moeilijkst te behappen brokken muziek die we de laatste tijd gehoord hebben, komt van die laatste. Diens tweede demo “2: De bezwijkende deugd” staat immers bol van de experimentele black metal geluiden en kadert in een groter geheel. Zanger/gitarist Ruben Wijlacker geeft meer inkijk in het Gesamtkunstwerk getiteld Grey Aura. (JOKKE)

(c) Sven Signe den Hartogh

Grey Aura is zo’n band die niet zo gemakkelijk in een hokje te plaatsen is. Hoe omschrijven jullie zelf het bandgeluid?
Het ondefinieerbare is iets dat wij door de jaren heen steeds meer zijn gaan koesteren; in zekere zin zoeken we het zelfs bewust op. We vinden het prettig om te experimenteren met onverwachte muzikale wendingen. Daarmee verrassen we zowel de luisteraar als onszelf. Feitelijk is dat ook precies wat we willen: we willen voorspelbaarheid en gewenning tegengaan.

Door het ongedwongen, bijna improvisatie-achtig karakter van jullie muziek, vermoed ik dat een Grey Aura song op een organische manier (en misschien zelfs wel onder invloed van geestverruimende middelen) tot stand komt door in het oefenhok de gitaren in te pluggen en jamsessies te houden. Of zie ik dat verkeerd?
We jammen niet. Niemand van ons gebruikt drugs. Natuurlijk laten we hier en daar stukken wat meer open om te kunnen ‘ademen’, maar in principe zijn we zeer gestructureerd binnen ons schrijfproces. Wel laten we het materiaal ‘rijpen’, door het meermaals op te nemen en het op verschillende manieren uit te voeren. Op die manier kan de muziek groeien. Dat is één van de redenen dat de nummers ongedwongen aanvoelen. Als je maar lang genoeg met je composities speelt, gaan ze een eigen leven leiden.

Doordat jullie sound naast overduidelijke black metal-invloeden ook uitstapjes naar tal van andere genres zoals jazz, folk en ambient bevat, vroeg ik me af jullie bij het songschrijven vertrekken vanuit een black metal-basis om daarna te freestylen en te kijken waar jullie belanden of is het net andersom en vormen de eerder experimentele ideeën de kiemen voor jullie nummers?
We zijn black metal meer gaan gebruiken als een vertrekpunt. De extremiteit van het genre leent zich goed voor absurde experimenten.
Wel integreren we sinds “1: Gelige, traumatische zielsverrukking” ongebruikelijke genres in onze muziek. Dat houdt in dat we niet langer gebruikmaken van zogenaamde ‘uitstapjes’, maar de gehele compositie als een ‘uitstapje’ beschouwen. Dat zorgt voor een zekere onvoorspelbaarheid.

(c) Sven Signe den Hartogh

Invloeden van bands als Ved Buens Ende, Lugubrum en Dodheimsgard lijken me vanzelfsprekend. Welke andere artiesten inspireren jullie op muzikaal vlak nog?
Als band vinden we het moeilijk om te zeggen welke specifieke artiesten ons inspireren. Natuurlijk houden we wel van Ved Buens Ende, Dødheimsgard en Lugubrum, maar dat zijn geen bands die we in ons achterhoofd houden tijdens het schrijven. Sterker nog, we luisteren de laatste tijd weinig black metal. Tjebbe, die flamencogitaar studeert aan het conservatorium, luistert vrijwel exclusief naar flamenco en wereldmuziek. Bas luistert helemaal geen black metal, en dat heeft hij ook nooit gedaan.
Sinds we aan ons nieuwe materiaal werken, zijn we meer bezig met het puzzelen en zoeken naar verschillende genres en/of subgenres die specifieke aspecten van het concept versterken, dan dat we zoeken naar een bepaalde eenduidigheid. Het concept is bij ons het belangrijkst; de vorm volgt de inhoud. Als we voor een passage met jazz kiezen, is dat omdat jazz goed past bij het muzikale sfeerbeeld van het nachtleven van Parijs. Als we voor een stuk met black metal kiezen, zal dat zijn omdat we een bepaalde heftigheid of intensiteit op de luisteraar willen overbrengen. Natuurlijk putten we daarbij (al dan niet bewust) uit geluiden die we in het verleden hebben gehoord, maar we leggen nooit een directe link.

Als ik buiten het reviewen om naar muziek luister, kies ik de band of plaat steeds op basis van mijn gemoedstoestand op dat moment. Wanneer ik wil wegdromen zal dat bijvoorbeeld een postrockplaat zijn, om stoom af te laten eerder black metal, tijdens het sporten iets uptempo en op zondagochtend rustige of melancholische klanken. Jullie eclectische stijl kan ik moeilijk rijmen met een bepaald gevoel of gemoed, of het moet een eerder benevelde toestand zijn. In welke situatie komt jullie muziek volgens jullie het best tot zijn recht?
Onze muziek valt inderdaad niet gemakkelijk aan één specifieke gemoedstoestand te koppelen. Dat geeft ons echter de mogelijkheid om tussen verschillende, dikwijls contrasterende gemoedstoestanden te balanceren en erachter te komen hoe zij elkaar beïnvloeden: wat gebeurt er als je van de nachtelijke luchtigheid van het Parijse nachtleven afdaalt in erotische nachtmerries? Hoe verandert onschuldige liefde in ziekelijke lust? Onze muziek bestaat uit allemaal stemmen, die dwars door elkaar heen lijken te tetteren, maar de luisteraar continu prikkelen en uitdagen om te ondervinden welke emoties bij hem of haar worden gevoeld.
Het is goed om onze muziek de eerste paar keren met volledige aandacht te luisteren. Later, als de ideeën wat hebben kunnen bezinken, ontstaat er ook ruimte om het in een wat meer casual setting te luisteren. Misschien zelfs om eens een nachtelijke wandeling te maken door de binnenstad van Parijs, Toledo of Utrecht, en te kijken hoe de muziek binnen die setting tot zijn recht komt.

Jullie zijn momenteel aan jullie tweede – nog titelloze – plaat aan het werken die conceptueel gezien gebaseerd zal zijn op het verhaal “De protodood in zwarte haren” dat jij schreef. Aangezien de grote omvang van dit project besloten jullie om demoversies op te nemen en uit te brengen van verschillende delen van het album. In 2017 verscheen de eerste demo “1: Gelige, traumatische zielsverrukking” via The Throat en nu is er dus de tweede demo “2: De bezwijkende deugd” die via Tartarus Records verschijnt. Hoeveel demo’s zijn jullie zo van plan uit te brengen en wanneer denk je de langspeler te kunnen uitbrengen?
De plannen zijn de afgelopen tijd veranderd. Tjebbe zal vanaf september een jaar in Zuid-Spanje doorbrengen, om daar aan zijn flamenco-carrière te werken. We hebben er daarom voor gekozen om nu twee demo’s uit te brengen. Het materiaal op die demo’s zal de basis vormen voor een full-length. Als Tjebbe terug is uit Spanje, maken we nóg twee demo’s en een full-length.
We zijn van plan om die eerste full-length vóór september af te ronden. Waar en wanneer het album uitkomt, weten we nog niet.

Deze werkwijze van demo’s laat toe te kunnen experimenteren met arrangementen, composities, stemmen en opnametechnieken. Wil dat zeggen dat het goed mogelijk is dat bepaalde nummers uiteindelijk in een compleet andere vorm op het album zullen belanden?
Absoluut. Veel van de nummers die nu op de demo’s staan, zullen op een compleet andere wijze worden opgenomen en uitgevoerd op de full-length. Sommige nummers worden zelfs al tijdens het repeteren voor een optreden aangepast.

Houden jullie dan ook rekening met de kritische feedback van reviews en fans van jullie muziek om bij te sturen waar nodig?
Wij luisteren naar fans en recensenten, maar tot op zekere hoogte. Het belangrijkste is dat we het concept zo puur mogelijk uiten. Als mensen kritiek hebben op bepaalde elementen van de muziek, luisteren wij onze eigen opnames terug. Als we het met ze eens zijn, passen we ze aan. Zo niet, laten we het zo.

(c) Sven Signe den Hartogh

Gaat de uiteindelijke plaat net zoals jullie anderhalfuur durende debuut “Waerachtighe beschryvinghe van drie seylagien, ter wereld noyt ghehoort” ook zo groots uitpakken?
Dit is een ambitieuzer project dan “Waerachtighe beschryvinghe…“. Het is echter wel zo dat we, zoals hierboven te lezen is, het verhaal in tweeën delen.

Denken jullie dat er in deze moderne tijden van streaming en attention deficit disorder nog ruimte is voor zulke ambitieuze platen?
Mensen zijn selectiever geworden met hun aandacht. Dat betekent voor ons dat het belangrijk is dat wij onze concepten zo efficiënt mogelijk overbrengen. Onze website www.grey-aura.com is onderdeel van dat idee. Daar gevenwe beknopte beschrijvingen van al onze albums, een biografie en uitleg over “De protodood in zwarte haren”.
Als iemand eenmaal interesse heeft in ons werk, heeft diegene de ruimte om zich te verdiepen en er een verbinding mee aan te gaan die bij veel andere artiesten niet te vinden is. Dat is iets wat wij koesteren.

Waar gaat het verhaal van “De protodood in zwarte haren” over en hoe is de idee voor dit verhaal ontstaan?
“De protodood in zwarte haren” is een roman waar ik van 2014 tot 2018 aan heb gewerkt. Het is een boek over een Spaans-Nederlandse kunstenaar, Pedro, die geobsedeerd is door abstracte kunst. Zijn obsessie resulteert in een poging om het leven in zijn geheel te abstraheren; om afstand te doen van het fysieke, het tastbare en op te gaan in het onbekende.
Het verhaal ontstond toen ik zelf in aanraking kwam met abstracte kunst. Sinds mijn vroege jeugd heb ik last gehad van paniekaanvallen, OCD (obsessieve-compulsieve stoornis, nvdr) en derealisatie. Abstracte kunst was voor mij een manier om veel van die klachten beter te duiden, te begrijpen en te verkennen op artistiek gebied. Dat gaf het schrijven van “De protodood in zwarte haren” echter een enigszins confronterend randje.
Tijdens het schrijven heb ik veel last gehad van angstaanvallen en nachtmerries. Ik begon mij te vereenzelvigen met de protagonist van het verhaal. Mede daardoor heb ik het ingelijste “Zwarte vierkant (een kunstwerk van Kazimir Malevitsj) dat altijd boven mijn bed hing, een tijdlang in de kamer van een huisgenoot moeten onderbrengen. Om die angst te overwinnen, heb ik het vierkant groot op mijn buik laten tatoeëren. Het werk hangt inmiddels weer boven mijn bed.

Waarom past jullie experimentele muziek zo goed bij dit verhaal?
“De protodood in zwarte haren” is een verhaal over subtiele, onderhuidse waanzin. Het gevaar ligt niet aan de oppervlakte, maar stroomt er gestadig onder. Het bereikt zijn climax aan het einde; het effect wordt pas ná het lezen van het boek echt voelbaar.
De muziek van Grey Aura past perfect bij de roman, omdat het complementair werkt. Emoties die je op literair gebied niet kunt uiten, kun je zeer succesvol overbrengen middels muziek. Tevens geeft de roman luisteraars van de muziek de mogelijkheid om zich te verdiepen in het concept.
Het maken van sfeervolle muziek is altijd één van de belangrijkste onderdelen van de band geweest. De roman bevat een groot aantal sfeerbeschrijvingen en vormt daardoor een goede basis voor een album.

Het eerste deel van de roman speelt zich af in Andalusië in Spanje. Het droge en desolate klimaat van Zuid-Spanje vertaalden jullie op de eerste demo “1: Gelige, traumatische zielsverrukking” middels het gebruik van flamencogitaren, zuiderse ritmes en koperblazers. Als ik het goed voor heb, werden hiervoor buitenstaanders ingeschakeld. Hoe vertalen deze songs zich dan naar het podium?
De flamencogitaren op “1: Gelige, traumatische zielsverrukking” zijn geschreven en ingespeeld door Tjebbe. We hebben Falu de Cádiz, één van de vijf flamencozangers van Nederland, gevraagd om een Martinete voor ons te zingen voor het intro. Menno de Groot, een vriend van de band, heeft trombone gespeeld.
Live worden de nummers op een andere manier uitgevoerd: sommige composities worden samengevoegd, andere worden niet gespeeld. Wel geeft een live-setting ons meer ruimte om te experimenteren met dynamiek en expressie.

2: De bezwijkende deugd” speelt zich af in Parijs. Het nachtleven en artistieke karakter van die stad vertaalt zich onder andere in jazzy uitstapjes. Ben je de sfeer ook daadwerkelijk in Andalusië en Parijs gaan opsnuiven ter voorbereiding en uitwerking van het verhaal en de muziek?
Ja. Alle bandleden zijn meermaals in Parijs geweest. Tjebbe brengt regelmatig zomers door in Andalusië; ik heb delen van “De protodood in zwarte haren” in Toledo geschreven. De kathedraal in die stad is een essentieel onderdeel van de roman. Ik verbleef in een hotel en ben dagelijks naar de kathedraal gegaan om daar aantekeningen te maken en routes voor personages uit te stippelen. Vervolgens ging ik terug naar mijn hotelkamer, om daar aan het boek te werken.

Wist je van meet af aan dat je ook een muzikale variant van het verhaal zou gaan maken of is dit idee pas later ontstaan?
Het is altijd al de bedoeling geweest om een album en een boek te schrijven die op elkaar aansluiten en elkaar aanvullen. Hoe dat in de praktijk zou uitpakken, is iets waar we gaandeweg achter moesten komen. Soms was dat moeilijk, maar over het algemeen was het een vrij soepel proces.

(c) Sven Signe den Hartogh

Wat is je favoriete tekstregel uit het verhaal en waarom?
Dat is een erg moeilijke vraag, maar ik zal hem proberen te beantwoorden.: “Dronken bedreef hij die nacht de liefde met de door zijn geest geknede contouren van haar lichaam.”
Het boek gaat over het afstand nemen van het fysieke. Het is het verhaal van een kunstenaar die op artistiek, persoonlijk en romantisch gebied vervreemd raakt van de realiteit. Hij streeft naar een bepaalde perfectie die haaks staat op de werkelijkheid. Deze zin is daar een goede aanduiding van.
Binnen de muziek is dit abstracte idealisme ook een centraal thema:
‘De muze daalt neer
Over het bewustzijn
Spreidt haar vleugels
Belichaamt het afstandelijke ideaal
Altijd binnen handbereik
Altijd op afstand
En ze blijft perfect
Omdat ze niets meer is
Omdat ze er niet meer is
Omdat ze niets is
En hij blijft geketend
Blijft geketend
Tot hij niets meer is
Niets meer is
Niet meer is’

Inspiratie voor “De protodood in zwarte haren” haalde je bij Kazimir Malevitsj, Wasilly Kandinsky, Arthur Rimbaud, Gustave Flaubert en Georges Bataille. Nu zijn er wel meer belezen muzikanten in het metal-wereldje die albums baseren op literaire werken en écht werk maken van hun teksten of een heus concept in tegenstelling tot vele pop, R&B, rap en house-artiesten. Heb jij hier een verklaring voor?
Ik vind het moeilijk om voor andere bands te spreken, maar het zal te maken hebben met het feit dat (black) metal altijd al muziek voor buitenbeentjes is geweest. Het trekt vreemde mensen aan, die in veel gevallen geen connectie voelen met wat men ‘mainstream’ noemt. Dat kan verschillende oorzaken hebben.
Buitenbeentjes zijn vaak geïnteresseerd in ongebruikelijke onderwerpen. Ze zijn op zoek naar zingeving, omdat zij dat in andere aspecten van hun leven niet kunnen vinden. Tenslotte zal de muziek voor een hoop mensen simpelweg escapisme zijn.

Jullie muziek komt me soms wel nogal fragmentarisch over. Dit gemis aan flow en samenhang verminderde wel toen ik op jullie website over de omkadering voor de muziek en de achtergrond van het verhaal las en sommige muziekflarden dus beter kon plaatsen. Is het verhaal lezen een absolute must om de muzikale vertaling ten volle te kunnen volgen? 
Het fragmentarische van onze muziek is een bewuste keuze. Het is de bedoeling dat er naar een samenhang wordt gezocht, in plaats van dat deze bij de eerste luisterbeurt al duidelijk is. Het lezen van het boek is niet essentieel, maar het zal een hoop aspecten van de muziek duidelijker maken. Het zorgt voor een diepere relatie met de demo’s en het album.

Ik kan me inbeelden dat jullie muziek geen spek voor ieders bek is. Hoe gaan jullie om met criticasters of black metal-puristen die jullie als arty farty of hipsterige interessantdoenerij omschrijven?
Ooit riep iemand na een optreden heel hard “Dit is wat je krijgt als je teveel boeken leest!”, waarna hij boos de zaal uit liep. Afgezien van die persoon, heb ik nooit iemand iets horen zeggen over onze integriteit.
Ik denk dat mensen die ons kennen weten dat wij onze muziek erg serieus nemen. Als we arty farty wilden zijn, hadden we wel voor een makkelijkere optie gekozen. Deze muziek kost ons teveel tijd en moeite om een gimmick te zijn.

Ik heb jullie nog niet live aan het werk gezien hoewel ik regelmatig concertjes meepik in Nederland. Wat mag ik verwachten van een live performance van Grey Aura?
Onze optredens zijn zo intens mogelijk. Het zijn momenten waarop de energie die zich gedurende het schrijf- en repetitieproces heeft opgebouwd culmineert in een artistiek en emotioneel hoogtepunt. Indien mogelijk combineren wij onze muziek met performance art.
In het verleden hebben we opgetreden zonder licht (of alleen met stroboscoop) en hebben we een danser in een blauwe danszak op het podium gelegd, met zijn hoofd naast de basdrum. Halverwege de set stond de danser op en bewoog hij op de muziek, wanneer hij ging liggen en de rest van de set volledig bewegingloos bleef, als een pop.
Ook maken we live veel gebruik van percussie. Onze vriend Thomas Knopper, die ook al het artwork voor “Waerachtighe beschryvinghe…” heeft gedaan, speelt dan op een vergiet op een statief en een grote floortom.
Ik heb als zanger vaak een tijdlang moeite met slapen nadat ik heb opgetreden, omdat het materiaal soms angstaanvallen en dwanggedachten bij mij oproept. Op de lange termijn is dat een goed iets, een soort exposure therapy, maar op het moment zelf is het vooral zwaar. Vroeger gebruikte ik nog wel eens kalmerende medicijnen voor het optreden, maar daar ben ik inmiddels mee gestopt.

Zijn er shows in België gepland ter ondersteuning van de uitgave van “De bezwijkende deugd”?
Nee, maar we zouden erg graag in België optreden. Als iemand een geschikte locatie heeft, horen wij dat graag.

Op zondag 13 april zal je samen met leden van Laster, Witte Wieven, Turia, Fluisteraars, Verwoed, Terzij de Horde en Project Nefast te zien en horen zijn onder de noemer Maalstroom, één van de drie commisionned pieces die geschreven werden voor Roadburn. De verwachtingen bij ondergetekende zijn torenhoog gespannen. Wat mogen we verwachten?
Verwacht veel. Het is een ambitieus project; alle muzikanten zijn erg betrokken geweest bij het schrijfproces. Het wordt een uniek optreden, vol interessante, intense muziek. Ik kijk er ontzettend naar uit.

Wij ook!

Heaume Mortal – Solstice

Heaume Mortal is een project van de Fransman Guillaume Morlat (o.a. Cowards, Eibon) die bijgestaan wordt door mede-Cowards bandlid Julien Henri op zang en drummer Jordan Bonnet. In de vorm van “Solstice” verschijnt via Les Acteurs de L’Ombre Productions het debuut dat met een speeltijd van een dik uur heel wat te bieden heeft. Op het twee minuten durende raggende “South of no north” na, klokken de andere nummers af op zo’n zeven tot maar liefst dertien minuten. Kort door de bocht gezegd kan Heaume Mortal’s muziek als black/doom bestempeld worden, hoewel er op tijd en stond ook wel een blastbeat de revue passeert. In opener “Yesteryears” vormen die snelheidsuitbarstingen van de drums een mooi contrast met de trage repetitieve riffs. En Julien, die schreeuwt letterlijk de longen uit zijn lijf, maar weet ook dat hij de lange nummers niet moet vol zingen en laat zo voldoende ruimte voor instrumentale spanningsbogen; afsluiter “Mestreguiral” is zelfs volledig instrumentaal. In het iets te langdradige “Oldborn” laat hij horen een gevarieerd klankenpallet uit zijn strot te kunnen persen dat aanvullend werkt op de experimentele twists die de muziek hier Akercoke-gewijs neemt. In de sludgy doompartijen horen we subtiele invloeden van bands als Cult Of Luna, Yob of landgenoten Verdun terug en de song kent een pakkende melodieuze finale met prachtige gitaarleads. “Erblicket die Tochter des Firmament” is dan weer een heuse Burzum cover. Ik had het nummer eerlijk gezegd niet meteen herkend aangezien dit toch wel een zwaardere uitvoering is dan het origineel. Extra punten trouwens om eens een andere song dan “Burzum” of “Jesu død” van de “Filosofem“-plaat onder handen te nemen. Ook in de reeds vermelde instrumentale hekkensluiter duiken invloeden van Burzum op door het desolaat keyboardlijntje dat doorheen het spookachtige ambient-nummer waart. “Tongueless (Part III)” – waar delen I en II te beluisteren zijn is me een raadsel – combineert post-rock grandeur met beukende sludge die overgoten is met een black metal-sausje maar kan opnieuw niet de volle twaalf minuten de aandacht erbij houden. Graag op een volgende plaat wat compacter materiaal pennen, dan komt het helemaal goed met dit Heaume Mortal.

JOKKE: 77/100

Heaume Mortal – Solstice (Les Acteurs de L’Ombre Productions 2019)
1. Yesteryears
2. South of no north
3. Oldborn
4. Erblicket die Tochter des Firmament (Burzum cover)
5. Tongueless (Part III)
6. Mestreguiral

Aihos – Hävityksen maa

Liefhebbers van Finse black zitten gebeiteld met “Hävityksen maa“, de debuutlangspeler van Aihos. Zes jaar na de voorgaande EP “Ikuisuuden suojaan” bewijst het kwintet ondanks een gebrek aan naamsbekendheid een meer dan degelijke speler te zijn in haar vaderlandse scene. Na het startschot in “Hekti ennen kuolemaa” blinkt “Hävityksen maa” acht nummers en zevenenveertig minuten lang uit in Finse ijskoude furie en grandeur met regelmatig ook een epische of melancholische insteek waar al eens een akoestische gitaar (“Hävityksen reunalla” en “Tuulen ja jään liitto“) of dramatische cleane zang (“Ancestors blood“) voor uit de kast gehaald wordt. De muzikanten hechten belang aan dynamiek door verschillende tempo’s af te wisselen en staken enkele sterke hooks in de nummers waardoor de melodieën nog lang blijven echoën in het onderbewustzijn. Dat resulteert zelfs al eens in een meezingbaar refrein (“Verikruunu“). Van de Finse taal versta ik nog steeds geen jota, maar het taaltje klinkt o zo gaaf in combinatie met grimmige black. Aihos verstaat het kunstje.

JOKKE: 82/100

Aihos – Hävityksen maa (Helter Skelter Productions 2019)
1. Hekti ennen kuolemaa
2. Verikruunu
3. Elinen palaa
4. Ikuiset
5. Hävityksen reunalla
6. Tuulen ja jään liitto
7. 41
8. Ancestors blood

Forbidden Temple – Demo VI

Al een geluk dat de mannen van Forbidden Temple hun demo’s nummeren want ik ben ondertussen de tel kwijt. Dit zou volgens het Romeinse cijfer in de titel nummer zes moeten zijn en werd in eigen beheer uitgebracht in plaats van via Medieval Prophecy Records. Blijkbaar komen ook niet alle demo’s in het “commerciële” circuit terecht want demo nummer vijf is blijkbaar aan mijn voelsprieten ontsnapt. Zoals we van het duo Tenebrae en Agaliarept ondertussen gewend zijn, trakteren ze ons op een dikke 23 minuten groezelige black die teruggrijpt naar de good ol’ days. Forbidden Temple klinkt lo-fi, grimmig en primitiever dan ooit maar doorheen de wazige mist aan gure riffs en zo goed als ondefinieerbare drumaanslagen en verwrongen screams, zorgen de keyboards van L. voor een punt van herkenning. De productie – of het ontbreken ervan – is echter niet storend en past wel bij deze übergrimmige kelderblack voor fans van oude-Behemoth, Graveland, Moenen Of Xezbeth of Moonblood. Persoonlijk vind ik dit zelfs hun beste materiaal tot op heden.

JOKKE: 77/100

Forbidden Temple – Demo VI (Eigen beheer 2019)
1. Intro
2. Clouds of majesty
3. Path to the wisdom of darkness
4. Impure seed
5. Winter’s tyranny
6. Outro

Triumvir Foul – Urine of abomination

Breng vrouwen en kinderen in veiligheid want muzikale duivel-doet-al Rory Fay (o.a. Ash Borer, Dagger Lust, Serum Dreg, Triumvir Foul, Urzeit, Uškumgallu, Utzalu, Filth Column, Pissblood) laat nog eens van zich horen, deze keer middels Triumvir Foul en diens nieuwe vier-songs-tellende EP met de smakelijke titel “Urine of abominations“. Het duo heeft hoorbaar het schijt aan al wat met God te maken heeft, wilt hem te kakken zetten en pist er een dik kwartier lang wild in het rond op los: “The urine of abomination / Tearing the cervix of creation / With rape of visceral torment / Piss on the face of God / Watch its last breath decay / And succumb to the urine of abomination“. Vergeleken met voorganger “Spiritual bloodshed” grijpt Triumvir Foul terug naar de meer traditionele death metal-geluiden van haar demo “An oath of blood and fire” en mengt deze met bijtende bestiale black- en death metal-elementen. De feedback tiert welig, gitaarsolo’s gieren erop los en tussen de nummers door zorgt een verstikkende noise-laag voor een onbehaaglijk gevoel. Het klinkt allemaal heel primitief, chaotisch en destructief maar spijtig genoeg ook wat dof. Iets meer power had deze stinkende urinestraal verder doen spuiten.

JOKKE: 75/100

Triumvir Foul – Urine of abomination (Vrasubatlat/Invictus Productions 2019)
1. Urine of abomination I
2. Urine of abomination II
3. Urine of abomination III
4. Urine of abomination IV