Hegemone – We disappear

Onbekend is zeker niet onbemind, is al jaren het motto bij Addergebroed. Met de regelmaat van de klok worden ook wij nog eens stevig verrast door een onverwachtse release, alhoewel onverwachts in dit geval misschien met een korrel zout genomen mag worden. Al enige tijd raadde een kennis van me het nieuwe album “We disappear” van Hegemone aan, echter nu pas vond ik de tijd het album eens degelijk onder de loep te nemen. Het Poolse kwartet heeft blijkbaar al een uit 2014 daterend debuutalbum en een daaropvolgende split met het mij eveneens vrij onbekende, Wit-Russische Challenger Deep op haar naam staan en voegt anno 2018 nog een langspeler aan de discografie toe. Hoe een album dat al enige tijd uit is, nota bene via Debemur Morti Productions, zo lang onder mijn radar bleef zal voor eeuwig een raadsel blijven, maar vanaf heden volg ik elke stap die de band zet op de voet. “We disappear” is namelijk een parel van een album geworden waarop enkele invloeden van Amenra overgoten worden met een fikse vleug post-black metal, waarbij het riffwerk bijwijlen aan het vroegere werk van Fluisteraars doet denken. Het samenspel tussen bezwerende post-black gitaarspel, zelfs doorspekt met enkele zuivere post-rock riffs, de aanwezige rustpunten doorheen de plaat en de ijzingwekkende, getergde screams van zanger en bassist Jakub Witkowski vormt een coherent geheel waarbij elke song moeiteloos overvloeit in de volgende. Zoals het een Debemur Morti release betaamt zit alles productiegewijs ook weer snor, waarbij vooral de volle, krachtige bassound positief opvalt. Met een speelduur van meer dan 50 minuten doet Hegemone niet mee aan de nieuwe trend waarbij 30 minuten blijkbaar al voor een full length moet doorgaan (gesnopen, Marduk?), maar maakt de groep ruimte voor gelaagde spanningsbogen die nu eens in loodzware sludge (“Raising barrows”), dan weer in ijselijke black metal (“Тәңірi”) ontaarden. Doorheen “Π” ontwaren we ook de geest van het terziele gegane Amesoeurs. Zodoende lijkt het album wel een trip waaruit niet te ontsnappen valt, eens de play knop wordt ingeduwd vergeet je al snel dat er ook zoiets als pause of zelfs stop bestaat – tot plots die akelige stilte je verweesd achterlaat. Het was lang geleden dat een nieuwe band mij uit mijn goed vastgeknoopte combats blies, maar voor Hegemone bleek het een koud kunstje.

CAS: 88/100

Hegemone – We disappear (Debemur Morti Productions 2018)
1. Mara
2. Fracture
3. Raising Barrows
4. Π
5. ХанТәңірі
6. Тәңірi

Ultha – The inextricable wandering

Na een mooi underground-parcours te hebben afgelegd via Vendetta Records, is het grote Century Media de nieuwe thuisbasis geworden van Ultha, zowat dé beste band die de black metal-scene van onze oosterburen te bieden heeft. “Black” is in dit geval echter een groot woord (dixit de band zelf) want hoewel het kwartet puurt uit de duisternis van het genre gaat het echter niet de religieuze, occulte of orthodoxe tour op. En qua sound vindt Ultha zichzelf dichter aanleunen bij post-punk en darkwave dan bij een Darkthrone of Marduk. De nieuwe derde langspeler “The inextricable wandering” draait om melancholie, alomtegenwoordige droefheid en hopeloosheid. Gitarist/zanger en songschrijver Ralph Schmidt bevond zich tijdens het schrijfproces van de plaat dan ook in de zes zwaarste maanden van zijn leven. Als promopraatje voor een metalplaat is een gekwelde ziel natuurlijk altijd mooi meegenomen, maar wie de beste man kent, weet dat dit welgemeende ernst is. Ook angst vormt een rode draad doorheen de plaat. Elk van de zes nummers handelt over een angstpatroon en de gevolgen die Ralph daarvan ondervond. De zesenzestig minuten durende rit is als het ware een dagboek geworden van de algemene angsten die de muzikant voelde en alle rotzooi die hij de afgelopen maanden heeft doorgemaakt. “The inextricable wandering” gebruikt herhaling en repetitieve elementen als grootste kracht en het resultaat klinkt in de magistrale achttien minuten durende afsluiter “I’m afraid to follow you there” hypnotiserend, emotioneel beklijvend en introspectief. In de overrompelende partijen van binnenkomer “The avarist (Eyes of a tragedy)” klinkt het viertal dan weer roofzuchtig en bijtend agressief. In de donkere spleten van Ultha’s sound, waar insecten thuishouden en nachtmerries zich manifesteren, horen we echo’s van Emperor, Wolves In The Throne Room, Fields Of The Nephilim en Neurosis. De darkwave waarover we het eerder hadden, komt duidelijk naar voor in songs als “There is no love, high up in the gallows” en “We only speak in darkness” dat ook wel wat recente Tombs uitademt. Standaard black metal-elementen zoals blast beats, gure riffs en ijzige screams komen er in deze nummers niet aan te pas; duisternis en desolaatheid des te meer. Ook in de riffs van “Cyanide lips” snappen we het statement van de band aangaande post-punk en horen we best wel wat Planks terug, de oude band van Ralph. Ultha heeft zich met “The inextricable wandering” opnieuw overtroffen en verkent duidelijk nieuwe paden ten opzichte van de reeds geweldige voorganger “Converging sins“, hier kunnen we alleen maar respect voor hebben. Misschien dat sommigen echter wel teleurgesteld gaan zijn daar er iets minder échte black metal-stukken te horen zijn, hoewel deze puristen met het keizerlijke “With knives to the throat and hell in your heart“, waarin triomfantelijke keys heel wat speelruimte krijgen, toch serieus aan hun zwartgeblakerde trekken zullen komen. Het onvolprezen Ultha levert opnieuw jaarlijstmateriaal af!

JOKKE: 90/100

Ultha – The inextricable wandering (Century Media 2018)
1. The avarist (Eyes of a tragedy)
2. With knives to the throat and hell in your heart
3. There is no love, high up in the gallows
4. Cyanide lips
5. We only speak in darkness
6. I’m afraid to follow you there

Carnation – Je doelen bereiken vergt veel tijd en moeite

Op vlak van death metal ben ik een moeilijke jongen. Voor mij geen über-technische “mama-kijk-wat-ik-kan-toestanden” of vlakke, plat geproduceerde death-pop en deathcore. Geef mij maar de oervaders van het genre of nieuwere bands die naar het old school-geluid teruggrijpen. In ons kikkerlandje loopt er een band rond die hard aan de weg timmert richting de top en mijn kritische death metal-hart wist te veroveren. Wat mij betreft nemen ze de Belgische doodsmetalentroon reeds in met hun debuut “Chapel of abhorrence“. Carnation is de naam en ik schotelde diens met bloed besmeurde frontman Simon enkele vragen voor. (JOKKE)  

20180330-IMG_4187kopiek(c) Sarina Mannaert

Dag Simon! Alvast proficiat om iemand die jullie genre niet op de voet volgt compleet van zijn sokken te blazen! Hoe zijn de reacties op jullie kersverse debuut ‘Chapel of Abhorrence’ tot nog toe?
Enorm positief! We merken dat we veel nieuwe mensen bereiken met het album en dat ze onder de indruk zijn van het product. We krijgen lovende reacties en recensies uit alle hoeken van de wereld en daar zijn we uiteraard heel tevreden over. Het geeft zeker een speciaal gevoel wanneer je dan de vinyl ziet opduiken in landen zoals Nieuw-Zeeland of Israël, want dat hadden we helemaal niet verwacht.

Zoals ik in mijn review aangaf is Zweedse crunchy death metal nooit helemaal mijn ding geweest, hoewel ik een band als Bloodbath dan weer wel heel goed kan smaken en ik de klassiekers van Entombed en Dismember ook wel ken. Noem eens drie vrij nieuwe bands in het genre die ik absoluut zou moeten beluisteren als ik meer van jullie stijl wil horen?
Drie vrij nieuwe death metal bands waar ik enthousiast over ben zijn Skeletal Remains, Gatecreeper en Horrendous. Deze bands hebben niet allemaal de Zweedse crunchy death metal sound maar ik vind dat ze alle drie goede songwriters hebben met interessante riffs. Ze bieden ook elk iets anders aan. Skeletal Remains past meer in het straatje van Morbid Angel met vocals in de stijl van Pestilence of Asphyx. Gatecreeper daarentegen is meer een combinatie van de Zweedse sound met veel invloeden uit de hardcore/punk. Ten slotte heeft Horrendous een heel sfeervolle en atmosferische sound met vrij lange en experimentele nummers.

Ik hoorde jullie een eerste keer op de 2016-editie van AMF toen jullie met jullie soundcheck ons optreden van Onrust lichtelijk aan het verstoren waren en zag jullie daarna een verpletterende show spelen. Ondertussen zijn we twee jaar verder en hebben jullie een heleboel shows gespeeld in binnen- en buitenland waarbij jullie o.a. ook Brazilië en Japan hebben aangedaan. Wat hebben jullie uit deze optredens en tours geleerd?
We besteden veel aandacht aan onze liveshow. In België en Europa hebben we veel middelen om mee te werken en kunnen we gebruik maken van onze geluidsman, lichtman en podiuminrichting. Deze factoren zijn voor ons heel belangrijk om een kwaliteitsvolle show te kunnen afleveren. In Brazilië en Japan heb je deze middelen niet ter beschikking en moet je roeien met de riemen die je hebt. Japan was op dat vlak een positieve ervaring, gezien de professionaliteit van de lokale medewerkers en de beschikbare backline. Brazilië was iets meer rock ‘n’ roll en soms moest er al eens een dreun verkocht worden om de Marshall terug aan de praat te krijgen. Zo leer je wel om ook een sterke show af te leveren op een locatie met beperkte middelen.

Van het optreden dat jullie op het Asakusa Deathfest in Tokyo speelden, is via het muziekmagazine Rock Tribune een live registratie verschenen. Heeft dat extra deuren geopend?
Zeker wel! We hebben toen op korte tijd veel nieuwe mensen op de hoogte kunnen brengen over het bestaan van Carnation. Enkele weken na de verspreiding van het magazine hebben we aanbiedingen ontvangen om shows te spelen op Graspop, Alcatraz en Summer Breeze. Ook het boeking- en managementkantoor District 19 waar we nu mee werken heeft ons gecontacteerd enkele weken na de release van de “Live at Asakusa Deathfest” EP. We waren al enkele jaren een goede naam aan het opbouwen maar we denken dat dit wel één van de doorslaggevende factoren was om een hoger niveau te bereiken.

Als jullie drie bands zouden mogen kiezen om mee op tour te gaan ter promotie van jullie nieuwe album, hoe zou die affiche er dan uitzien?
Dan kiezen we voor Cannibal Corpse, Hypocrisy en een reünie van Dismember. We hebben deze zomer twee shows gespeeld als direct support voor Cannibal Corpse en die waren écht de moeite. We bereiken dan ook zonder twijfel een publiek dat ons zeker zal appreciëren. Hypocrisy zouden we vooral zelf graag nog een keer aan het werk zien omdat het voor ons gevijven nu al een tijdje geleden is. Voor mij persoonlijk is Dismember één van de death metal bands waar ik al sinds jonge leeftijd veel naar luister. Tenslotte als kers op de taart brengen we Jon Nödtveidt nog even back from the grave en voegen we Dissection toe aan de line-up. Dat zou echt té cool zijn.

20180330-IMG_3778kopie(c) Sarina Mannaert

De “Cemetery of the Insane” EP werd uitgebracht bij het kleine Final Gate Records. Voor “Chapel of Abhorrence” vonden jullie onderdak bij het grote Season Of Mist. Hoe is dat in zijn werk gegaan?
In oktober 2017 hebben we “Chapel of abhorrence” afgeleverd bij ons managementkantoor District 19. Vervolgens hebben zij het album aangeboden bij de verschillende platenlabels die geïnteresseerd zouden zijn in het product. Twee maanden later lagen er toen drie opties op tafel. We hebben toen gekozen om het aanbod van Season of Mist te accepteren. In januari hebben we het contract ontvangen en na enkele verduidelijkingen en aanpassingen hebben we in de laatste week van januari de documenten ondertekend.

Tevreden over hoe de promotionele machine momenteel loopt ter ondersteuning van jullie nieuwe plaat?
Season of Mist heeft echt goed werk geleverd met de promotie voor “Chapel of abhorrence“. We kunnen enkel positief zijn over de samenwerking. Iets na de ondertekening van het contract kregen we een document waarin staat wat ze eigenlijk nodig hebben om een album goed te promoten. We hebben ervoor gezorgd dat ze ook effectief alle middelen ter beschikking hadden om die taak succesvol uit te voeren.

Chapel of Abhorrence” klinkt enorm massief maar werd in jullie home studio opgenomen. Hebben jullie je door een externe producer laten bijstaan of hadden jullie de touwtjes volledig zelf in handen wat betreft opnames, mix en mastering?
We hebben het opnameproces en vervolgens ook het afwerken van de mix volledig in eigen handen gehouden. Onze gitarist Bert Vervoort heeft zelf een opnamestudio genaamd Project Zero Studio. Samen met onze bassist Yarne Heylen werkt hij daar op voltijdse basis aan audioproducties. We hebben dus de middelen en ook de knowhow ter beschikking om zelf een interessant product af te leveren. Als zanger is het trouwens vaak vervelend om in een externe studio op te nemen omdat je als laatste in de rij ook meestal het minste tijd zal krijgen. In de huidige situatie kunnen we aan elk instrument zoveel aandacht besteden als we zelf wensen en dat is echt een meerwaarde om de beste takes te behalen. Enkel op vlak van mastering hebben we uiteindelijk nog beroep gedaan op Dan Swanö.

Voor “Sermon of the dead” en het titelnummer brachten jullie twee gave professionele videoclips uit waarvoor jullie samenwerkten met Panda Productions. Waarom wilden jullie net deze twee songs als single voor het album uitbrengen en er een videoclip aan koppelen?
We hebben deze keuze voornamelijk vanuit een creatief standpunt gemaakt. Ik vind het een meerwaarde wanneer je een videoclip kan opnemen op een interessante locatie. Voor deze twee nummers hebben we bijpassende locaties kunnen vinden die de juiste sfeer zouden scheppen en die op visueel vlak aansluiten bij de muziek en de tekst. Zo’n videoclip opnemen kost best veel geld, dus op financieel vlak ben je wel ergens beperkt om je volledig creatief te kunnen uiten. Toch vinden we het belangrijk, en vooral ook leuk, om de nummers op visueel vlak te ondersteunen. Ook vanuit een marketing perspectief was het een goed idee om een videoclip op te nemen voor het titelnummer van het album.

20180324-IMG_3585kopiekopie(c) Sarina Mannaert

Veel plezier aan de opnames beleefd zeker als jullie je zo kunnen bekladden met bloed en evil staan wezen? Snappen jullie ouders en grootouders waar jullie mee bezig zijn? Ik kan mij inbeelden dat de bomma wel zal verschieten als ze jullie daar zo met een bebloede kop ziet staan?
We krijgen eigenlijk best veel steun van de familie. Onze ouders zijn heel geïnteresseerd en komen ook geregeld wel eens kijken naar een optreden. Ze volgen het allemaal op de voet op en merken ook dat er goede resultaten zijn. Zeker in het afgelopen jaar merkten ze dat we hard hebben moeten werken om deze resultaten te kunnen behalen. Ze zijn geen liefhebbers van het genre maar ze begrijpen wel dat we er veel tijd en moeite in steken om onze doelen te kunnen bereiken.

Simon, ik vind dat jij een erg indrukwekkende doch verstaanbare grunt hebt. Doe je bepaalde oefeningen om je stem te onderhouden?
Bedankt! Het is voor mij enorm belangrijk om mijn stem en lichaam goed op te warmen voor een optreden. Vooral veel stretchen is noodzakelijk, zodat de spieren in het gezicht en de rest van het lichaam soepel genoeg zijn om intensief te gebruiken. Zonder een goede opwarming is mijn lichaam nog te stijf en dan merk ik vaak dat mijn capaciteiten beperkter zijn. Hoe meer je de stembanden kan trainen en opwarmen hoe beter je ze ook kan beheersen. Dat is identiek zo voor iemand die gaat sporten en zijn spieren moet trainen of onderhouden. Veel zingen voor de start van een tour om de stembanden voor te bereiden op de activiteiten van de komende dagen of weken. Ook rekening houden met wat je gaat drinken of eten tijdens een tour mag je zeker niet onderschatten. Koffie bijvoorbeeld, is de grootste vijand van elke zanger. Zo heb ik nog wel een waslijst aan producten die ik zeker wel of niet zal gebruiken tijdens een tour.

Op “The Unconquerable Sun” en “Hatred Unleashed” horen we een gastbijdrage van Chris Monroy, zanger van Skeletal Remains. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?
In 2014 hebben we Skeletal Remains voor de eerste keer ontmoet. We kregen dan de kans om samen met hen twee shows te spelen in België. Vanaf de eerste ontmoeting was er eigenlijk al een klik tussen beide bands. We blijven nu al jaren contact houden met hen en spreken ook altijd af als ze in Europa op tour zijn. Ook in Japan waren we samen met hen op het Asakusa Deathfest. We hebben dus al wel enkele avonturen samen beleefd en het zijn echt gewoon toffe gasten. Het was dus niet zo moeilijk om Chris als gastzanger op het album enkele stukken tekst te laten zingen. Hij heeft een coole stijl die duidelijk verschillend is van mijn eigen stijl. We vonden het interessant om voor deze nummers, die ook specifiek halverwege het album staan, een andere stem toe te voegen en zo voor een beetje afwisseling te zorgen.

Voor de rest nog plannen ter promotie van “Chapel of Abhorrence”?
We vertrekken op tour met Schirenc Plays Pungent Stench in december en januari. In totaal staan er elf shows op het programma in vijf verschillende landen. We spelen in Duitsland, Italië, Nederland, Oostenrijk en Zwitserland. Ook spelen we enkele weken voordien op het Eindhoven Metal Meeting festival in de Effenaar. De komende maanden zijn we van plan veel live te spelen en Carnation te brengen naar landen en locaties waar we nog niet eerder hebben kunnen spelen.

 

O – Turia/Iskandr/Solar Temple

Er broeit heel wat in de Nederlandse ondergrond. Dat was de voorbije jaren al duidelijk en het ziet er niet naar uit dat er op korte termijn een stop zal komen aan de stortvloed aan kwaliteitsreleases van onze noorderburen. Weldra verschijnt er nieuw werk van Iskandr, Solar Temple, Turia en Fluisteraars, stuk voor stuk releases die meer dan de moeite waard zijn. Spilfiguur in de eerste drie bands is de heer O. Hoogtijd voor een gesprek met deze muzikale duizendpoot! (JOKKE) 

Iskandr_MMXVIIIIskandr

Dag O, je als een muzikale bezige bij bestempelen lijkt me zelfs nog een understatement als ik zie dat je weldra met maar liefst drie bands nieuw werk uitbrengt. Vanwaar haal je de tijd en energie om je op zo veel verschillende muzikale projecten te concentreren?
Muziek is iets dat in me zit en ik blijf rusteloos als ik het niet kan vastleggen. Noem het een maakdrang. Dat het lukt om dit in daadwerkelijke releases om te zetten heeft echter ook zeker te maken met de algemene productieve sfeer waarin Nederlandse black metal (en ons specifiek subgenre daarvan) verkeert. Iedereen is bereid elkaar te helpen en samen nieuwe muziek te creëren, spullen uit te lenen, artwork in elkaar te zetten, enzovoort. In die context is het dan ook makkelijker om productief te blijven. Zonder deze vrienden zou dit nooit lukken.

Wanneer ben je voor het eerst met heavy muziek in contact gekomen en wat heeft ertoe geleid om zelf de gitaar op te pikken?
Al vanaf jonge leeftijd was ik aangetrokken tot heavy muziek, in eerste instantie gewoon via wat er op MTV of de radio en dergelijke tot me kwam. Maar vanaf het moment dat ik echt zelf muziek ging aanschaffen in de platenzaak, in het begin van mijn tienerjaren, kon het voor mij niet extreem genoeg zijn. Zo kwam ik al snel op black en death metal uit, een liefde die mij sindsdien niet meer heeft losgelaten. Pas later ging ik ook oudere, wellicht minder extreme muziek waarderen. Psychedelische muziek, folk, elektronische muziek, klassiek, etc. Als het maar een bepaalde emotionele en sonische gelaagdheid heeft.

Je staat op het punt nieuwe releases uit te brengen met Turia, Iskandr en Solar Temple. Ben je in alle drie de bands actief als songschrijver? En zo ja, is het altijd duidelijk voor jou welke nieuwe riff of song voor welke band bestemd is?
Ja, maar alleen Iskandr is qua songwriting volledig van mijn hand. Van sommige passages is het voor mij direct duidelijk bij welke band het thuishoort, bij andere kan het een tijdje in het midden hangen. Uiteindelijk is de visie achter de songs het belangrijkste. Soms betekent dat het schrappen van bepaalde passages, maar als die echter goed genoeg zijn, kunnen die elders weer opduiken. Dit is echter wel een zeldzaamheid, in mijn ervaring is het meestal snel duidelijk welke riff, melodie of drumbeat bij welk stuk behoort.

Hoewel er wel degelijk verschillen hoorbaar zijn in de aanpak van Turia, Iskandr en Solar Temple – waarbij de eerste het meest venijnig, de tweede het meest triomfantelijk en de derde het dromerigst klinkt – ligt hun sound ook niet mijlenver uit mekaar. Hoe zou je met andere woorden zelf het verschil in sound tussen de bands omschrijven?
Dat is erg moeilijk, vaak is het ook niet alleen mijn eigen inbreng maar ook mijn medemuzikanten die het een bepaalde sound meegeven. Zonder de ijzingwekkende vocalen van T en de rauwe chaotische drums van J zou Turia heel wat minder venijnig klinken. Ook het feit dat we met Turia alles live opnemen, en met de twee andere bands de muziek echt instrument na instrument in elkaar zetten, maakt hier een verschil in. Maar ik kan mij goed vinden in je beschrijvingen.

Een gemeenschappelijke deler die ik bij al deze bands terug hoor is het Oekraïense Drudkh en de manier waarop ze een triomfantelijk gevoel in hun melodieën leggen. Hoe belangrijk is deze band geweest voor je muzikale ontwikkeling?
Drudkh is zeker een inspirerende band, vooral hun eerste vier platen. Maar ook de Noorse klassiekers, ons allen bekend, en vooruitstrevende bands zoals bijvoorbeeld Fell Voices, Trist en Vemod zijn voor mij erg waardevol. Ook Swans en Sunn O))) zijn voor mij muzikale voorbeelden.

Voor de nieuwe Iskandr langspeler “Euprosopon” liet je je ook inspireren door de klassiekers “Eld” van Enslaved, “Dark sorcery” van Aeternus en “…Again shall be” van Hades. Is Iskandr’s koerswijziging richting heathen black metal spontaan ontstaan tijdens het schrijfproces of had je van meet af aan een nieuwe sound voor ogen voor “Euprosopon”?
Het is natuurlijk een beetje een cliché om te stellen dat het een volledig natuurlijk proces was. Het is echter toch moeilijk aan te wijzen wat doorslaggevend was: de ideeën bij het schrijven van het album of de platen die ik in die tijd veel luisterde. Ik denk niet dat “Euprosopon” zodanig veel verschilt van het debuut of de “Zon” EP dat ik het als een echte koerswijziging zou omschrijven, eerder een verbreding van het geluid van zijn voorgangers. De hierboven vermelde klassiekers zijn dan ook eerder na het schrijfproces naar voor gekomen als richtingaanwijzers voor wie wilt snappen waar ik met de plaat op doel. Het geluid en de gevoelens die die platen oproepen wil ik graag bereiken. Dat betekent niet dat het gewoonweg kopiëren van die muziek zou voldoen, dat zou erg lui zijn en waarschijnlijk een bar slecht album opleveren. Het weemoedige, bij tijd en wijlen triomfantelijke, maar ook de agressie en strijdvaardigheid van de bovengenoemde platen, vormen een beeld van wat ik wil overbrengen met Iskandr. Of dat geslaagd is, laat ik natuurlijk aan de luisteraars over.

Wat vind je van het huidige werk van deze drie inspiratiebronnen?
Ik ben misschien ietwat conservatief aangelegd dat ik toch het oudere werk verkies. Enslaved tot en met “Blodhemn” is mijn favoriete periode van de band. Hoewel ook later werk zeker goede songs heeft, luister ik minder graag een hele plaat. Hades blijft goed, en hoewel de platen na hun naamsverandering of hun laatste EP mij niet helemaal konden bekoren, vind ik Ask live echt een fenomenale frontman voor de band. Aeternus is na “Dark sorcery” wel beduidend andere muziek gaan maken, ook niet verkeerd, maar ik blijf vooral naar die EP terug grijpen.

Ik heb heel wat online opzoekwerk verricht naar de verklaring van de titel “Euprosopon”, die te maken zou hebben met de onmogelijkheden van de ideale man, maar veel wijzer ben ik niet geworden. Kan je een tipje van de sluier oplichten en uitleggen wat het woord betekent en hoe zich dat verhoudt tot de thematiek van de songs?
Het is eigenlijk een woordspeling. Zoals “Utopie” (Eutopia) een perfecte doch onbestaande plek aanduidt, zou “Euprosopon” (een “prosopon” was een masker in het Griekse theater, maar duidt ook een bepaalde rol of persoonlijkheid aan) de “perfecte” maar per definitie onhaalbare persoon aanduiden. Het gaat om een herwaardering van de idee van heroïek en zelfopoffering, iets wat in onze individualistische, materialistische cultuur en politiek geen plaats heeft. Een moraal en ideaal wat nooit behaald kan worden, maar wel het nastreven waard is. Dit stuit zonder uitzondering altijd op beperkende opmerkingen dat iets “onrealistisch” is. Terwijl de huidige staat van de wereld verder af staat van het “reële” dan ooit tevoren.

Voor de opnames van “Euprosopon” heb je je laten bijstaan door Mink Koops van de band Fluisteraars, die tevens ook het inspelen van de drums verzorgde. Was zijn inbreng noodzakelijk om Iskandr’s muziek naar een hoger niveau te tillen?
Mink Koops is een zeer talentvol musicus en heeft een zeer goed oor voor productie. Ik ben er zeker van overtuigd dat dit de muziek enorm veel ten goede is gekomen. Zonder twijfel.

Zal Mink als volwaardig lid tot Iskandr toetreden waardoor we ons in de toekomst misschien ook op live shows mogen verkneukelen?
Wellicht. We hebben nog geen aanbod gehad voor een live optreden dat praktisch haalbaar zou zijn. Tevens zijn we allebei ook druk bezig met andere live- en studioformaties waardoor er niet echt een druk bestaat om ook Iskandr live op te voeren. Maar als de gelegenheid zich voordoet, sta ik hier wel voor open.

Fluisteraars_Turia_PhotoTuria & Fluisteraars

Turia is ondertussen ongetwijfeld de bekendste van de drie bands waarmee je naast twee fantastische langspelers nu ook een tweede split uitbrengt, eentje met jullie streekgenoten Fluisteraars. Wiens idee was het om een muzikale en conceptuele samenwerking aan te gaan rond jullie thuisbasis Gelderland en de Waal en de Rijn-rivieren?
Het idee om een split te maken lag al een tijdje in de groep, ook omdat we simpelweg allemaal goede vrienden zijn. De conceptuele uitwerking hebben we collectief gedaan: zoals het hoort onder het genot van wat goede drank en goede platen. Dat we méér wilden dan simpelweg los van elkaar wat nummers op nemen en die op twee kanten vinyl drukken was al snel duidelijk. Het idee om echt een conceptuele en productionele eenheid te vormen voor deze release leek ons het meest inspirerend. Collectief de studio ingaan en écht je krachten bundelen bleek dan ook erg goed te werken. We zijn allemaal erg tevreden over de uitkomst van dit experiment.

Hoe belangrijk is de omgeving waarin je leeft voor je gemoedstoestand en haal je veel inspiratie uit de jouw omringende natuur in Gelderland en diens geschiedenis
Zeer belangrijk. Thematisch komt dit telkens terug, alhoewel misschien niet in de letterlijke zin zoals andere bands uit onze regio, denk aan Heidevolk of Wederganger die echt lokale legendes bezingen. Ik groeide op in Nijmegen, vlak bij het Reichswald, in de middeleeuwen het Ketelwald geheten. Als je daar door het bos loopt, loop je zomaar langs pre-christelijke grafheuvels, Romeinse wegen en boerderijen van honderden jaren oud. Maar ook verder in de provincie zijn er kastelen, landgoederen en de prachtige bossen van de Veluwe. Het contact met deze omgeving geeft mij veel inspiratie voor muziek en artwork.

Turia’s bijdrage op de split is het maar liefst achttien minuten durende “Aan den golven der aarde geofferd” waarin de meer experimentele en psychedelische kant van jullie sound uitgediept wordt, wat goed uitpakt. Is dat iets dat je op toekomstige releases nog verder wilt uitwerken?
We zijn nog in het schrijfproces van de volgende plaat, hoe dit precies gaat uitpakken weten we niet. De lengte en diversiteit in de track blijven vooralsnog waarschijnlijk wel uniek voor deze release, maar ook de komende plaat zal niet back to basics zijn. We zijn allemaal erg geïnteresseerd in hele diverse stijlen, dan is het bijna onvermijdelijk dat dit zijn weg vindt naar de muziek die je maakt. Black metal en haar muzikale traditie blijven echter zeker wel de fundamenten waarop we bouwen, hierbinnen is eindeloos veel mogelijk, zoals ook bands van de oude stempel al lieten zien.

Eerder dit jaar verscheen Turia ook al op een erg sterke split met Vilkacis, de band van één van mijn persoonlijke helden Michael Rekevics. Wie heeft wie gecontacteerd om de handen in mekaar te slaan voor deze split?
We kwamen in contact door de Europese tour van Yellow Eyes (waar Michael ook in drumt) twee jaar terug. Toen wij het idee voor een split opperden, was Michael vrij snel enthousiast. Het heeft even geduurd om dit te realiseren, inmiddels hebben we ook wat shows samen met Yellow Eyes gespeeld. We zijn enorm vereerd. Vilkacis is een ontzettend sterk en ook ondergewaardeerd project, we hopen hiermee ook deze kant van zijn muziek verder onder de aandacht te brengen in Europa.

In de twee nummers van deze split vielen ook al de nodige psychedelische rock-invloeden te bespeuren evenals een Indisch-aandoende melodie in “Tuchtroede”. Haal je inspiratie uit Indische muziek of is dit eerder een toevalligheid?
De vergelijking met Indische muziek heb ik nu vaker gehoord, maar dit is denk ik slechts toevallig. Wellicht heeft het te maken met het vermengen van majeur en mineur toonladers in dezelfde passages: iets wat veel voorkomt in Indische muziek, maar ook zeker in Oost-Europese en middeleeuwse muziekstijlen. Ook psychedelische rock en moderne klassieke muziek (John Cage, Terry Riley) zijn natuurlijk van meet af aan beïnvloed door Indische muziek, en daar luisteren we wel graag naar. Wellicht dus indirect?

SolarTemple_BandSolar Temple

De laatste band waarover ik het met jou wil hebben is Solar Temple. Van de vorig jaar verschenen “Rays of brilliance” demo was ik al ferm onder de indruk maar ik viste spijtig genoeg achter de mazen van het net om een fysiek exemplaar op de kop te drukken. Bestaat er enige kans dat deze nog opnieuw zal uitgebracht worden, zij het op een ander formaat daar je nu voor alle drie de bands de samenwerking bent aangegaan met Eisenwald?
Wellicht; hoewel de lengte van de track op zich niet ideaal is voor een ander format dan een cassette. Tot nu toe zijn we niet geneigd om herdrukken te doen van cassettes die we uitgeven op Haeresis Noviomagi, de precieze vraag is moeilijk in te schatten en soms verkoopt iets snel uit en soms hebben we het nog een behoorlijke tijd in stock.

De blauwdruk voor de sound van jullie eerste langspeler “Fertile descent” is de huidige Nederlandse black metal-scene maar je vond ook de nodige inspiratie bij een band als Swans. Diens dissonante, noisey en psychedelische invloeden mogen in de toekomst wat mij betreft nog verder verkend worden. Hoe ver kan je de sound van Solar Temple nog stretchen denk je?
Dat is moeilijk in te schatten. We proberen ons op geen enkele manier te laten leiden door conventies en normen, hoewel we natuurlijk wel een bepaalde manier van muziek maken gewend zijn. In hoeverre het lukt om verder uit onze eigen stramienen te breken, zal wel blijken als we aan de slag gaan voor de volgende plaat.

Bestaat er een kans dat Solar Temple live zal optreden?
Jawel, maar vooralsnog is dat erg lastig te realiseren, dus voorlopig maken we hier zeker geen prioriteit van. Het zal moeilijk worden om de lo-fi productie en experimentele elementen goed naar een live-setting te vertalen.

Zoals reeds eerder aangegeven blijven jullie met Haeresis Noviomagi de tapeversies van je releases uitbrengen, maar voortaan zal het Duitse Eisenwald instaan voor de CD- en LP-versie. De ambities reiken ondertussen met andere woorden toch al een pak verder dan de oorspronkelijke underground-aanpak, niet
We hebben nog enkele andere releases op de planning van bij ons aangesloten bands die weer via andere bevriende labels gerealiseerd zullen worden. We willen gewoonweg werken met mensen die we vertrouwen en waarvan we het idee hebben dat zij ook graag een mooi eindproduct realiseren. Echt concrete ambities buiten de underground zou ik dit niet noemen, de muziek en visuele aanpak is hiervoor denk ik toch te obscuur.

Bedankt om ons wat meer inzicht te geven in de bands waarmee je actief bent!
Bedankt aan Addergebroed voor de kans om wat te vertellen over onze muziek en visie, evenals voor de support aan ons label sinds ons prille begin!

Iskandr – Euprosopon

Het lijkt wel alsof alle muziek die de heer O aanraakt in goud verandert. We zijn immers al meermaals ferm onder de indruk geweest van zijn muzikale uitspattingen in onder andere Turia, Solar Temple, Lubbert Das, Galg en ook Iskandr, waarmee de man nu een tweede langspeler aflevert. Deze komt er na het debuut “Heilig land” uit 2016 en de EP “Zon” die later dat jaar uitkwam. De nieuwe plaat kreeg de ietwat vreemde titel “Euprosopon” mee en verwijst naar de onmogelijkheden van de ideale man (“prosopon” betekent het aanzien of de gestalte van een mens en is afkomstig uit het Grieks waar het woord oorspronkelijk “gezicht” of “masker” betekende). Er is echter nood aan een nieuw soort heldendom binnen het werelds verval en de plaat wil een heroïsch en middeleeuws symbolisme opwekken bij de luisteraar. O geeft zelf aan dat Noorse klassiekers zoals “Eld” van Enslaved, “Dark sorcery” van Aeternus en “…Again shall be” van Hades de voornaamste blauwdrukken voor Iskandr’s heidense black vormen. Drie platen die ik zelf ook met warme gevoelens onthaal, maar het is nu niet zo dat de invloeden er vingerdik opliggen. Het zijn eerder de strijdvaardige, heroïsche en triomfantelijke gevoelens van die albums die ook in de riffs, melodieën en strijdlustige zang van “Euprosopon” gecapteerd zijn. Bovendien zijn de vier lange composities complexer dan het oude werk en bevatten ze meer atmosferische elementen. Zo kent “Regnum” een meer timide akoestische passage die een heidens verlangen en terugkeer naar lang vervlogen tijden uitademt. Dit vormt een mooi contrast met de black metal passages. Ook het gebruik van koebellen en andere traditionele instrumenten in onder andere “Heriwalt” verrijkt de sound. Dit is echt een nummer dat de glorieuze oude Hades-dagen doet herleven terwijl de hoofdmelodie van “Verban” dan weer Drudkh uitademt en catchy klinkt. Nadat O in het verleden alle instrumenten zelf verzorgde, heeft hij nu in M. Koops van Fluisteraars een nieuwe strijdmakker gevonden voor de battle drums, wat op ritmisch vlak sterker uitpakt. Koops stond O tevens op productioneel vlak bij waardoor de plaat meer open en natuurlijk klinkt. De ambities van Iskandr reiken ver en met “Euprosopon” slagen ze erin om de verwachtingen meer dan waar te maken.

JOKKE: 86/100

Iskandr – Euprosopon (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Vlakte
2. Regnum
3. Verban
4. Heriwalt

Xalpen – Wowk otrr

Xalpen is een Chileense band die voornamelijk de aandacht zal trekken door zanger/bassist Tarem-Keláash. Wie hoor ik jullie luidop denken? Achter deze schuilnaam treffen we Alvaro Lillo aan, de man die sinds vele jaren live de bass-snaren mishandelt bij Watain. Het belletje rinkelt nu waarschijnlijk wel. Samen met zanger/gitarist Juan Pablo Nuñez richtte hij in 2014 dit Xalpen op waarvan in 2016 reeds de leuke “Black rites” EP verscheen. In de vorm van het vreemd getitelde “Wowk otrr” krijgen we nu een tweede EP voorgeschoteld en de derde zou ook reeds in de maak zijn. Ondertussen is de band ook aangedikt tot een kwartet. Xalpen eert met haar muziek haar voorouders en de goden van de onderwereld en doet dit in een onverstaanbaar taaltje. Doorheen nummers als “Kay’taw hawrr sho’on palakaw-msh – (A cold rain under a cloudless sky)” en “Xosh Kassek – (Chant to Xosh)” waait een duidelijke jaren ’90 wind en de primitieve black bevat een zeker bestiaal randje zonder al te veel richting war metal door te neigen. De bas van Alvaro Lillo krijgt voldoende ademruimte en solospots maar over het algemeen staan de vocalen wel veel te luid in de mix wat ten koste gaat van de gitaarriffs hoewel die op zich niet wereldschokkend zijn. De plaat moet het eerder hebben van de interactie tussen woeste black en rituele klanken. Zo straalt “Ten hashpen – (In darkness remains)” een magische en rituele gloed uit door de wisselwerking tussen de diepe en hoge vocalen die meermaals de goden lijken te aanroepen. Naarmate de plaat vordert is er ook meer ruimte voor atmosferische elementen in de songs. Zo is de titeltrack bijna uitsluitend opgebouwd uit noisy soundscapes en rituele gezangen en eindigt de EP in de vorm van “Sèyta – (The barn owl) / Outro (Piano suite)” met pianoklanken. Op zich opnieuw een leuke EP hoewel de voorganger me meer beviel, met name door de betere productie.

JOKKE: 72/100

Xalpen – Wowk otrr (Morbid Skull records 2018)
1. Intro
2. Kay’taw hawrr sho’on palakaw-msh – (A cold rain under a cloudless sky)
3. Ten hashpen – (In darkness remains)
4. K’terrnenqár shwaken – (The vengeance of K´térnen)
5. Xosh Kassek – (Chant to Xosh)
6. Wowk trr – (Oculus australis)
7. Sèyta – (The barn owl) / Outro (Piano suite)

Carved Cross – The yawning abyss of perdition

Het Australische Carved Cross heeft ondanks haar zes levensjaren al een serieuze output aan releases op haar palmares staan. “The yawning abyss of perdition” is de derde langspeler van het uit Tasmanië afkomstige duo en tevens de eenentwintigste release (als ik me niet misteld heb op Metal Archives). Stilistisch gezien liggen het onleesbare bandlogo en de stapel dode takken die op het zwart-witte hoesontwerp prijken in elkaars verlengde. Love it! Op “The yawning abyss of perdition” trakteren M.N. (gitaar en drum) en S.V. (zang) ons op twee songs die qua speelduur even lang zijn als de titels. Carved Cross moet het niet hebben van duivelse snelheden, tomeloze agressie of complexe songstructuren, maar grossiert in atmosferische black met de nadruk op atmosferisch. De trage oersimpele beat die M.N. in “Nourished by the marrow of those once yours” fabriceert blijft nagenoeg achttien minuten ongewijzigd en vormt de repetitieve basis waarover groezelige riffs, ruwe vocalen en af en toe een subtiel keyboardje (allez, dat denk ik toch) tonnen atmosfeer draperen en dit minuut na minuut totdat de eenzaamheid, wanhoop en leegte langzaamaan uitsterven. In “Tortured journey towards that face which stares only back at you” wordt twintig minuten lang nagenoeg hetzelfde business model gehanteerd. Ik kan snappen dat enkelen onder jullie dit na een paar minuten voor bekeken houden maar ik onderga met veel plezier de volledige rit, want wat het duo doet, doet het goed: ongecompliceerde black met tonnen sfeer produceren die de juiste gevoelige snaar weet te raken.

JOKKE: 80/100

Carved Cross – The yawning abyss of perdition (GoatoWarex 2018)
1. Nourished by the marrow of those once yours
2. Tortured journey towards that face which stares only back at you