Pa Vesh En – Pyrefication

Onze Wit-Russische vriend van Pa Vesh En is erin geslaagd om (op Ultha na) de meest beschreven artiest op Addergebroed te zijn. Een output van maar liefst zeven releases op iets meer dan twee jaar tijd is hier debet aan. Hoewel het geluid dat de man produceert overduidelijk als ruwe black metal gecatalogiseerd wordt, zijn er tussen de releases onderling toch subtiele nuances hoorbaar. Maar dan moet je wel al over een sterk getraind paar oren beschikken want wie graag van afgelikte black houdt, zal hier niet veel mee aan kunnen vangen. Op zijn tweede langspeler “Pyrefication” horen we veertig minuten lang een mix tussen de ultra-gewelddadige hysterie van de voorgaande EP “Cryptic rites of necromancy” en het meer duistere oude werk. In “Wastelands of plague” horen we onze illustere Einzelgänger simultaan heldere en krijsende vocalen uit zijn strot persen, wat volgens mij de eerste keer is dat we dat horen op een Pa Vesh En-plaat. De experimenteerdrift gaat nog een stapje verder in “A cacophony of spiritual transition“, waarin een soort van duistere keelzang het nummer aftrapt. Doorheen “Call of the dead” en “Pyre of the forgotten” sleept zich een verwrongen melodische en melancholische gitaarlead voort, een aangenaam gegeven dat voor contrast zorgt met de rauwe en gure klanken van een nummer als “Grotesque abomination“, een titel die deze vier minuten durende duivelse grafherrie perfect weet te omschrijven. Het fijne aan Pa Vesh En is dat zijn grote output op een korte tijdspanne niet gelijkgesteld is aan kwaliteitsverlies. In tegendeel, ik vind zijn werk steeds beter en beter worden.

JOKKE: 80/100

Pa Vesh En – Pyrefication (Iron Bonehead Productions 2019)
1. …in the ghostly haze
2. Wastelands of plague
3. Call of the dead
4. A cacophony of spiritual transition
5. Grotesque abomination
6. With splendor of the night
7. Fog of death
8. Pyre of the forgotten

Afgunst – Wanneer de kerken branden

Ik heb hier nog ergens een exemplaar van “In de vergeten kerkers” uit 2006 van het Belgische Afgunst in een vergetelheidshoekje van mijn muziekcollectie rondslingeren. Verder dan deze eerste demo is onze landgenoot destijds niet geraakt. Nu dwaalt er ook een Nederlandse naamgenoot doorheen het zwartmetalen muzieklandschap. Dé band waar het Gelderse Afgunst het meest jaloers op is, is overduidelijk het Noorse Gorgoroth. En dé plaat die de vier beeldenstormers graag zelf hadden geschreven is ongetwijfeld diens debuut “Pentagram“. De vijf nummers die op de eerste release met de niets aan de verbeelding overlatende titel “Wanneer de kerken branden” prijken, brengen namelijk van de eerste tot de vijftiende minuut een ode aan de plaat die Infernus, Hat, Goat en Samoth in 1994 in mekaar draaiden. De satanische vuilbekkerij van Zondaar wordt met eenzelfde krijstimbre als Hat gebracht en de eenvoudige riffs van Plaag ademen een old-school Noorse guurheid uit. De basklanken van Eedbreker zijn, zoals meermaals het geval bij rauwe black, amper hoorbaar in de mix, die voor de rest trouwens best OK is voor een eerste release. Invertor is de sessie stokslager van dienst en geselt zijn ketels zonder technisch gedoe. Met de koptelefoon op valt het wel op dat de basdrums in “Vlammen van haat” (ongewild?) een eigen leven leiden. Het is gelukkig niet al Gorgoroth wat de klok slaat want in de meer opgefokte passages van opener “Asregen” hoor ik ook wat ongebreidelde Impaled Nazarene voorbijkomen. “Wanneer de kerken branden” is een plaatje dat na een tweetal luisterbeurten haar geheimen reeds volledig heeft prijsgegeven en is mede daardoor geen echte hoogvlieger voor wie zijn of haar black graag wat uitdagender heeft. Ook aan het schrijven van degelijke eindes is nog wel wat werk. Zij die een kwartier lang hun haat jegens vanalles en nog wat willen botvieren, kunnen hier misschien wel weg mee. Dit is zo’n typische black metal-release waarvoor de stereotiepe 66-score van stal gehaald wordt. Benieuwd of deze gasten het langer dan één demo zullen volhouden.

JOKKE: 66/100

Afgunst – Wanneer de kerken branden (Eigen beheer 2019)
1. Asregen
2. Bloedoffer
3. Vlammen van haat
4. Wanneer de kerken branden
5. Gang van de dood

Sterling Serpent – Sterling Serpent

Sterling Serpent is zo’n voorbeeld van een band waarin muzikanten uit reeds gevestigde acts de samenwerking aangaan. Seattle, Washington is de plaats waar Sterling Serpent opgericht werd en in de line-up treffen we David Alexander Nelson (Terminal Fuzz Terror), Joey D’Auria en Anne K O’Neill (beiden in Serpentent) en Dylan Desmond (Bell Witch) aan. Er zou ook nog een ex-lid van King Dude in de line-up moeten zitten en dat is meteen ook de grootste referentie die ik terug hoor in de vier nummers die op de eerste selftitled EP prijken. Donkere neo-folk met occulte inslag dus waarbij in dit geval donkere mannelijke zang in duet gaat met de verleidelijke klanken van Anne K. In opener “Violet” zorgt dat voor een onderhuidse spanning en sluimerende dreiging. In “Eternity” mag het er al eens wat steviger aan toe gaan en geeft de bezwerende zangstem van Anne K. een oosters cachet aan het nummer. Het is echt maf hoe sterk de diepe mannelijke vocalen in een song als het licht psychedelische “Bones” op die van Thomas Jefferson Cowgill aka King Dude gelijken. De diepdroeve emotie van het op akoestische gitaar en piano ingespeelde “Evelyn” weet me keer na keer te raken. Beloftevolle EP voor fans van King Dude, Chelsea Wolfe, Emma Ruth Rundle en consorten.

JOKKE: 81/100

Sterling Serpent – Sterling Serpent (Ván Records 2019)
1. Violet
2. Eternity
3. Bones
4. Evelyn

Greve – Nidingsdåd utav det uråldriga

Van bij het Duitse Purity Through Fire label bereikt ons een eerste ademtocht van Greve, al blijkt het hier meer om een grafadem te gaan. Het gaat om de EP “Nidingsdåd utav det uråldriga” en in het persbericht wordt meteen aangehaald dat ook een full length van het Zweedse project ‘onvermijdelijk’ is. Greve is, hoe kan het ook anders, project nummer zeszeszes van oude bekende Swartadauþuz en komt als zodoende ook in het rijtje ‘Ancient Records projecten’ te staan. Greve keert, net zoals het merendeel van het werk van de bezieler, terug naar de jaren negentig en klinkt opnieuw mystiek, rauw, en melodieus. Gedreven door keyboards wordt een stroom blastbeats naar onze kop geslingerd, waarbij de zang van Lik (die we ook al hoorden bij onder andere Helgedom, Svartrit en Bekëth Nexëhmü) afwisselt tussen zijn gebruikelijke, ijselijke krijsen en gerochel dat verbazingwekkend goed op een doodsreutel lijkt. Van innovatie is bij Greve niet te spreken, maar zoals vanouds speelt Swartadauþuz weer waar hij het best in is: semi-rauwe black metal geschoeid op klassieke Zweedse leest. Zoals vanouds slaagt hij perfect in zijn opzet. Met een mooie afwisseling tussen pure agressie en een weemoedige atmosfeer – uitgewasemd door de lang uitgesponnen riffs – weet onze kompaan ons terug een onderhoudend kwartier no-nonsense svartmetal te verblijden. Greve is in de verste verte niet vernieuwend, maar toont ons aan dat black metal ‘volgens het boekje’ nog steeds een gevoelige snaar kan weten te raken.

CAS: 84/100

Greve – Nidingsdåd utav det Uråldriga (Purity Through Fire 2019)
1. Domedagens renaste profet
2. I svarta solens magi

False – Portent

De naam Mariusz Lewandowski zegt u waarschijnlijk niet zo veel. Deze Pool is nochtans verantwoordelijk voor de adembenemende hoes van Bell Witch’s “Mirror reaper“. Naast werk voor o.a. Sepulcher en מזמור schilderde dit natuurtalent ook het superbe dreigende artwork dat de cover van False’s tweede langspeler “Portent” siert. Hun ongetitelde debuut konden we vier jaar geleden best pruimen. De naam Emperor dook in die review regelmatig op en hoewel het geluid van False nog steeds als licht symfonische black omschreven kan worden, liggen de invloeden van de Noorse keizers er deze keer toch net iets minder op. Wel ademt “Portent” nog steeds een glorieus en melodramatisch Noors second wave geluid uit. Een gedeeld gevoel van pijn en verlies ligt aan de basis van de drie ellenlange songs (en korte outro) met een gemiddelde speelduur van zo’n luttele dertien minuten. Het tempo van opener “A victual to our dead selves” ligt doorgaans hoog en de snarenplukkers murwen een mix aan klassiek en progressief gitaarwerk (hier is wel nog een keizerlijke invalshoek hoorbaar) uit hun instrumenten waarbij er ook al eens een solo mag passeren. Keyboards tillen het geheel nog een monumentaal trapje hoger en frontvrouw Rachel krijst het boeltje nog steeds – zij het ietwat monotoon en amper articulerend – aaneen. “Rime on the song of returning” draagt een onrustig gevoel uit wat versterkt wordt door een chaotisch, bijwijlen vertrappelende kakofonie aan (dissonante) klanken. De band lijkt zich, gevoed door een collectieve negatieve energie, te verliezen in lange instrumentale passages die mijn aandacht echter niet weten vast te houden. Op “The serpent sting, the smell of goat” kan dankzij een meer uitgesproken atmosferisch en ruimtelijk karakter dan weer eerder een post-black label gekleefd worden. De song hanteert een eb- en vloedaanpak waarbij serene rustpunten tot donderende climaxen leiden, maar opnieuw weten de vijf muzikanten me niet volledig mee te krijgen in de oeverloos doordenderende zwarte massa die voor hen ontegensprekelijk een emotionele rollercoaster zal zijn, maar voor mij een minder beklijvende luisterervaring behelst. Op het sterke openingsnummer na blijf ik wat op mijn honger zitten. Het cover artwork raakt me meer dan de muziek.

JOKKE: 70/100

False – Portent (Gilead Media 2019)
1. A victual to our dead selves
2. Rime on the song of returning
3. The serpent sting, the smell of goat
4. Postlude

Hope Drone – Gedreven door een optimistisch nihilisme

Vier jaar na de release van het monolithische “Cloak of ash” op Relapse Records, keert het uit Brisbane afkomstige Hope Drone op 30 augustus terug met het nieuwe “Void lustre“, een plaat over persoonlijke en existentiële wanhoop. We zien de band verder reizen langs de dynamische paden die op het oude werk verkend werden waarbij afgewisseld wordt tussen sobere atmosferische passages en verpletterende geluidsmuren. Door het combineren van black metal, sludge, postrock en invloeden die zelfs verder weg liggen, creëert de band een rijk geluid dat zowel mooi als verwoestend klinkt. Sinds hun fantastische titelloze EP uit 2013, stond Hope Drone op mijn rader voor een interview. Nu leek de tijd rijp. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

Zenuwachtig nu “Void lustre” na lang wachten eindelijk op het punt van releasen staat?
Karl (gitaar, noise): Voor mij persoonlijk, voelt het eerder als een opluchting aan dat de plaat er eindelijk is.

We hebben vier jaar moeten wachten op “Void lustre“. Was het een moeilijke plaat om te schrijven?
Karl: Absoluut. Ik denk dat we na de creatie en release van zo’n allesomvattende plaat als “Cloak of ash” een beetje uitgeblust waren. Nadat de plaat af was, duurde het nog even alvorens ze kon uitgebracht worden daar we rekening dienden te houden met het releaseplan van Relapse. Normaal gezien zit er een soort van ‘finaliteit’ in het uitbrengen van een plaat waardoor je ze achter je kan laten en kan vooruitkijken, maar wij waren dus nog wat ‘gebonden’ aan “Cloak of ash“. Hoewel we al snel weer nieuwe riffs en songs aan het schrijven waren, hadden we nog niet echt een richting voor een nieuwe plaat bepaald aangezien we in onze hoofden nog steeds met “Cloak of ash” bezig waren. Daarbovenop komen dan nog eens onze drukke privélevens en een achteruitgaande mentale gezondheid, waardoor het allemaal vrij lang duurde.

Het muzikale recept van Hope Drone mengt elementen van black metal, sludge en post-rock tot een denamisch geheel. Een combo die ik persoonlijk erg smaak, maar ondertussen wel niets nieuws onder de zon meer laat horen. Om eerlijk te zijn, hoor ik ook niet echt een verschil in sound en aanpak tussen “Void Lustre” en diens voorganger. Zal je in de toekomst de aanpak niet moeten wijzigen om stagnatie te voorkomen en het fris te houden?
Karl: Ik apprecieer je eerlijkheid, maar ik ben het niet met je eens. Er kunnen best bands zijn die gedeeltelijk in dezelfde vijver vissen, maar ik denk dat er geen één het op onze manier doet en ik zou niet zeggen dat er geen verschillen tussen beide platen zijn. Er zijn wel degelijk subtiele verschillen; We zijn momenteel meer gefocust op het verfijnen van de details van ons geluid en in het inbrengen van invloeden buiten de genres die mensen aan onze muziek toeschrijven wanneer ze erover schrijven of praten.
We leven in vluchtige tijden en ik denk dat, in een wereld waar we constant worden aangevallen door dingen die onze aandacht proberen te trekken, langzame groei, ambacht en herhaling vergeten waardes zijn. Het doel van Hope Drone is altijd al persoonlijke catharsis door middel van muziek geweest. We zijn dus niet bezig met het drastisch veranderen van ons geluid of met het beschouwd worden als fris of vernieuwend. Als we erdoor geraakt worden, worden we erdoor geraakt.
Natuurlijk houdt de mens van vernieuwing en we zijn daar ook niet tegen zolang verandering in dienst van de muziek staat. Voor de soort muziek die wij willen maken en de emoties die we via deze weg willen uitdrukken en opwekken, zijn er bepaalde handelswijzes en opnamemethodes die ondertussen tot de kernelementen behoren van wat Hope Drone is.

Is er een alomvattend thema op “Void lustre”?
Chris (gitaar, zang): Void Lustre gaat over het overwinnen van de existentiële wanhoop die voortkomt uit het confronteren van het niets. De vijf nummers op de plaat volgen een pad dat start met het ontwaken in een wereld zonder inherente betekenis en dat leidt tot de wanhopige dieptepunten die zo’n ontwaken met zich brengt. Er ontstaat een besef dat we in dit vacuüm van binnenuit een betekenis kunnen opbouwen, een eigen pad kunnen uitstippelen en onze eigen betekenis kunnen dicteren. Tenslotte is er de strijd om die dingen vast te houden die betekenis geven aan ons bestaan ​​in het licht van vergankelijkheid en het ouder worden. Void Lustre wordt uiteindelijk gedreven door een optimistisch nihilisme.

Atmospherische black metal handelt dikwijls over de vier natuurelementen (lucht, water, aarde en vuur) die uitgedrukt worden door de dynamische en cinematografische aanpak van het genre. Veel van jullie nummers lijken het element ‘water’ te behandelen?
Karl: De muziek die we creëren, leent zich uitermate goed voor de elementen en water in het bijzonder aangezien onze nummers dit element zowel qua inhoud als vorm weerspiegelen. We hanteren regelmatig een eb- en vloedstructuur die zoals een rivier is die helder en puur kan zijn maar evengoed kan omslaan in een verwoestende stortvloed. En de tranceachtige natuur van sommige repetitieve stukken roept het eeuwige geklots van de golven tegen de oever op. Tekstueel gezien verkennen we de mensheid en onze plaats in de tijd. Van alle elementen leent water zich van nature voor het idee van tijdverloop: het stromen van een rivier, de erosie van een oever of de cyclische aard van regenval.

Cloak of ash” verscheen op het gerenommeerde Relapse Records. Voor “Void lustre” keren jullie echter terug naar het kleinere Moment Of Collapse Records dat ook jullie EP uitbracht. Waarom kwam de samenwerking met Relapse tot een einde? Zou het iets te maken kunnen hebben met het feit dat dit specifieke genre over haar top lijkt te zijn en dus niet meer zo van belang is voor een label als Relapse
Karl: Ik denk dat je deze vragen beter aan Relapse kan stellen dan aan ons. Aangezien wij uit Australië komen, hypes ons niet echt beïnvloeden en de underground vrij klein is, is het bijna onmogelijk een oversaturatie van een bepaald type band of sound te hebben. Vanuit ons eigen perspectief, zijn we een erg kleine band uit een afgelegen stuk van de wereld die de opportuniteit had met een label te werken waar ooit veel van onze favoriete bands op zaten. We zijn erg dankbaar voor deze ervaring. Desondanks voelden we ons als een kleine vis in een grote vijver aan gevestigde waarden, des te meer door onze geografische isolatie.
Basti van Moment of Collapse, daarentegen, is iemand waar we samen mee optrokken, bij verbleven en ons verbonden mee voelen. Met Hope Drone voelen we ons comfortabeler op een kleiner label waarbij we meer controle hebben over hoe we ons werk willen presenteren.
Tenslotte hadden we nooit de ambitie met Hope Drone een carrière te starten. We gingen er bij de oprichting vanuit dat we een lokale band zouden zijn die voor drie man staat te spelen. Al de rest was één grote verrassing.

Peege (bas): Toen we bij Relapse tekenden, zat het opnameproces van “Cloak of ash” er in essentie al op wat wil zeggen dat we de opnames dus zelf financierden. Initieel was onze deal met Relapse dus enkel om de plaat in licentie aan hen te geven zodat we eigenaar bleven van het materiaal. Er was ook geen sprake van een overeenkomst voor meerdere platen. We benaderden hen wel opnieuw voor “Void lustre“, maar kwamen niet tot een overeenkomst. Moment Of Collapse heeft echter altijd aan onze zijde gestaan. Basti heeft ons op veel manieren gesteund, zelfs toen we min of meer een ‘Relapse band‘ waren. Hij is een buitengewoon persoon en ik ben trots dat ik hem een vriend mag noemen. Het was dus erg gemakkelijk om terug met hem in zee te gaan.

Ter promotie van de vorige plaat, trokken jullie doorheen Europa met Downfall Of Gaia. Ik was aanwezig bij het optreden in Utrecht en ik kan me herinneren dat het toen bloedheet was in de zaal met temperaturen van meer dan 35°C. Herinneren jullie je deze show? Aangezien jullie van Australië zijn, zullen jullie wel beter gewend zijn aan deze hoge temperaturen, niet?
Karl: Persoonlijk zie ik touren niet zo zeer als promoten en meer als een manier om ervaringen op te doen en met andere mensen en culturen in aanraking te komen. Grotere bands touren om een plaat te promoten omdat ze ervan moeten leven. In ons geval is één van de voordelen van het uitbrengen van een plaat dat we een excuus hebben om op een coole plaats te gaan touren of onze buitenlandse vrienden terug te zien.
Natuurlijk herinneren we ons deze show. We speelden goed en we hadden een leuke tijd in Utrecht. Het was gedurende de gehele tour erg warm, maar dat is zoals je al zei, geen groot probleem voor ons aangezien we hete temperaturen wel gewend zijn. We gedijen slechter in koude aangezien het in Brisbane niet bepaald kou is.

Ik herinner me dat ik buiten de venue een korte babbel met één van jullie had. Jullie vertelden dat Nederland één van de mooiste landen was die jullie ooit hadden gezien. Ofwel waren jullie dronken ofwe lstoned (ofwel allebei), want ik kan er amper inkomen dat een land als Nederland zo’n indruk kan nalaten op iemand die in Australië leeft
Karl: Er zijn veel mooie plaatsen op deze aarde, zowel van natuurlijke als menselijke aard. Voor ons Australiërs bestaat zoiets als jullie Europese architectuur met honderden jaren geschiedenis niet evenmin jullie soort van bossen en bergen, dus voor ons is dat iets moois of overweldigend. Natuurlijk komen we zelf uit een plaats met een erg mooie natuurlijke schoonheid die we niet als vanzelfsprekend beschouwen en spijtig genoeg in verval is door de klimaatsverandering en de veronachtzaming (of zelfs actieve minachting) van onze overheid voor het milieu.

Zijn er plannen voor een tour? Een Europese tour met jullie landgenoten Encircling Sea zou te gek zijn!
Karl: De bedoeling is er wel om te touren maar het is momenteel niet echt duidelijk waar we eerst naartoe gaan. We willen graag opnieuw naar Europa komen, maar we zouden ook graag minder ver van huis willen spelen zoals in Japan. Over ’t algemeen verkiezen we te touren met een band uit de regio waar we naartoe gaan. Op deze manier is het financiële plaatje van een tour door de minder lange vluchten minder precair. Bovendien hebben we dan de mogelijkheid met mensen uit een andere cultuur en scene in contact te komen.

© Maria Louceiro

In België zijn we rotverwend op gebied van concerten en festivals. Wie wil, kan meerdere keren per week naar underground of grotere shows gaan. Hoe zit het met de scene in Australië? Zijn er veel shows en festivals die op underground muziek focussen?
Karl: Vergeleken met Australië zijn jullie in het grootste deel van Europa inderdaad verwend als het op underground muziek aankomt. Als je het underground uiteinde van het zwaardere genre omarmt, is er absoluut geen groot wekelijks aanbod qua internationale shows. We hebben geen écht grote heavy music festivals meer, zeker niet zoals een ROadburn of Amplifest waar vele bands van overal ter wereld spelen die wij goed vinden. Wat het dichtste in de buurt komt, is Dark Mofo in Tasmanië die soms underground bands programmeren waarvan je nooit had gedacht dat ze in Australië zouden kunnen komen touren, maar dan nog is het slechts een klein deel van hun programmatie.
Het kan erg moeilijk zijn om mensen buiten te krijgen voor een show, zelfs in onze grotere steden en er is geen groot aanbod aan zalen in eender welke stad en degene die er zijn, zijn onbestendig.
Het DIY-magazijnachtige type van zalen, houdt het zelden lang vol. Er is erg weinig overheidssteun voor live muziek of het nachtleven in ’t algemeen, meestal belemmeren ze muziek zelfs. Waarmee ik niet wil zeggen dat er hier geen goede bands zijn of mensen die hard werken voor de muziekscene, maar er zijn absoluut vele uitdagingen.

Peege: Australia is een erg moeilijk land voor underground muziek. Geografisch gezien hebben we oppervlakte van de USA maar met slechts 26 miljoen inwoners. Openbaar vervoer en haar infrastructuur is erg beperkt vergeleken met andere landen, en zeker buiten de grote steden. Om een tour te doen slagen, moeten je ofwel van de ene naar de andere stad vliegen of meer dan 10 uur rijden. Hierdoor missen we vele grote bands die hier niet komen. Neurosis, bijvoorbeeld, tourde hier pas enkele jaren geleden voor de eerste keer. Dat gezegd zijnde, maakt het de keren dat er een band naar hier komt erg speciaal aangezien we weten dat een underground band hier enkel vertrekt met mooie herinneringen en schulden.

Tenslotte vroeg ik me af of jullie bandnaam ontleend was aan het gelijknamige Godspeed You! Black Emperor nummer? Het lijkt wel of het contrast tussen de woorden ‘hope’ en ‘drone’ een opzettelijke contradictie suggereren. Zware wanhopige drones naast een woord dat optimisme impliceert en het vertrouwen dat dingen zullen verbeteren.
Karl: Correct, maar we zochten er niet al te veel achter? We hadden gewoon een naam nodig. Geen idee wat de bedoeling achter de woorden was voor GY!BE, maar voor ons klonk het ambigu en paste het wel bij de muziek die we wilden creëren. Tenslotte wordt Hope Drone niet echt gedefinieerd vanuit haar naam maar eerder vanuit wat we onder die naam doen.



Dodenbezweerder – Zwarte sluiers & Rehearsal tape 20/02/2019 & 27/02/2019

Recent kwam Maurice De Jong op Addergebroed aan het woord in het kader van het op til zijnde debuut van Mystagogue. Deze duivel-doet-al heeft echter nooit aan één project genoeg, zodoende verscheen er recent ook een nieuwe EP van Dodenbezweerder waarvoor Mories samenwerkt met drummer Santino Van der AA (Aardling, Hypothermia). Eerder verschenen al twee geïmproviseerde (!) rehearsal tapes (gratis digitaal in huis te halen via de Bandcamp-pagina) en de EP in kwestie getiteld “Zwarte sluiers” is een voorbode voor een eerste langspeler die in 2020 verwacht wordt en waarvan ook al een tipje van de (zwarte) sluier werd opgelicht. De band heeft haar naam alvast niet gestolen want de twee nummers die het duo ons op de EP voorschotelt, klinken als een rituele bezwering die in goed verscholen ondergrondse krochten leek te hebben plaatsgevonden en een über-lügüber sfeertje uitwasemt. Santino stuurt een pulserende doombeat doorheen de kille echoënde atmosfeer waarin allerhande verwrongen kreten, schelle uithalen, oorschurend geschreeuw en gorgelend geprevel begraven zijn. De vochtige schimmel druipt dan weer van de snijdende en bijtende gure riffs. Op de één of andere manier sijpelt er een subtiele Urfaust doorheen deze grafherrie, want net zoals haar landgenoten, wekken deze trage bezwerende klanken een hallucinogeen effect op, maar dan met een meer uitgesproken black metal-karakter. Vooral de eerste rehearsaltape weet me in een sepulchrale trance te brengen, klaar om één of ander kerkhof te ontwijden. De tweede rehearsaltape, die een week na de eerste ingespeeld werd, laat een toegenomen lo-fi ‘necro-feel‘ horen, maar het zou een brug te ver zijn om te beweren dat deze onmenselijke klanken bij onderstaande necrofiele verlangens opwekken. De gitaareffecten in “Zalf de voeten van het hoofdeloze lichaam” belichamen als het ware het klaroengeschal van de dood. De “Bestorming van de hemel” lijkt dan weer met duivels en manisch klinkend orgelspel gepaard te gaan dat opdoemt vanuit diens hysterische zwartgalligheid. Nadien nemen deze begrafenisklanken een meer berustend karakter aan wanneer je wordt “Opgeslokt door de ontzielde leegte“. Dodenbezweerder grossiert als geen ander in de productie van “Weemoedige liederen van de dood“, dat staat als een omgekeerd kruis op een graftombe. Op basis van de eerder vermelde teaser van de aankomende langspeler, lijkt Dodenbezweerder daar voor een nóg meer verstikkende en beklemmende aanpak te gaan. Dat belooft!

JOKKE: 81/100 (EP: 82/00; Rehearsal 1: 81/100; Rehearsal 2: 79/100)

Dodenbezweerder – Zwarte sluiers (Eigen beheer 2019)
1. Verstenigd en verdelgd
2. Zwarte sluiers over dode gezichten

Rehearsal tape 27/02/2019 (Eigen beheer 2019)
1. Zalf de voeten van het hoofdeloze lichaam
2. Bestorming van de hemel
3. Opgeslokt door de ontzielde leegte
4. Weemoedige liederen van de dood

Rehearsal tape 20/02/2019 (Eigen beheer 2019)
1. Untitled
2. Untitled