Israthoum – Arrows from below

Voor diens vierde langspeler “Arrows from below” ruilde Israthoum het Portugese Altare Productions in voor New Era Productions, wat op zich niet zo onlogisch lijkt aangezien de semi-Portugese band al heel wat jaartjes vanuit Nederland opereert. Weinig black metal-acts hanteren dezer dagen nog een intro en ook hier is dat niet het geval wat maakt dat “Litany of spite” meteen de deur open ramt en er geen spaander van heel laat. In een mid-tempo nummer als “Ascetic temples” – een oudje dat hier een nieuw leven kreeg – heeft het trio heel wat weg van het geweldige Zweedse Svartsyn, waarvan een heruitgave van diens demo op Nomad Snakepit, het label van Israthoum drummer Tiúval, verscheen. Atmosfeer staat steeds centraal bij Israthoum en de heren slagen daar meesterlijk in zonder in bijvoorbeeld lang uitgestrekte post-black landschappen te vervallen. Ondanks de bijwijlen razende black laat het trio haar muziek ademen (mede dankzij een organische productie) en gaat het een melodieuze leadpartij links of rechts niet uit de weg. Hoewel Israthoum’s kijk op het genre middels allerhande experimentele elementen zoals koorgezangen en een gelaagde textuur aan subtiele mysterieuze achtergrondgeluiden (“Tuam vocavit“) wel een occulte muzikale insteek heeft, resulteert dat gelukkig niet in theologische grootspraak. Het blasfemische “Laetetur cor” valt verder positief op doordat het de eerste keer is dat Israthoum een nummer in het Portugees brengt. De muzikanten hebben reeds meer dan twintig jaar ervaring op de teller staan en zijn dus best doorwinterde veteranen in de zwarte muzikale kunsten. Dankzij een open blik denken ze tevens niet binnen bepaalde hokjes wat van “Arrows from below” opnieuw een spannende en avontuurlijke plaat maakt die ook na meerdere luisterbeurten blijft boeien. Het enige puntje van kritiek is dat ze met 31 minuten speeltijd nogal beknopt gehouden werd. Maar daar zullen we maar niet te lang over blijven zeuren. Opnieuw een schot in de roos!

JOKKE: 85/100

Israthoum – Arrows from below (New Era Productions 2019)
1. Litany of spite
2. Bracu magistrïs
3. Ascetic temples
4. Laetetur cor
5. Adlivun
6. Tuam vocavit

Ultha/Morast – Split

In interviews met black metal-bands worden namen als Venom, Bathory, Hellhammer en Celtic Frost regelmatig als inspiratiebron aangehaald. Een minder voor de hand liggende naam is in dit geval waarschijnlijk de Britse gothic rock-band Fields Of The Nephilim. Alhoewel, de voorbije jaren hoorden we diens frontman Carl McCoy reeds een bijdrage leveren op het Watain-nummer “Waters of Ain“, Behemoth-leider Nergal stond in 2011 met de band op het podium in Polen om “Penetration“, een nummer dat ze eerder al coverden, live te brengen en in 2015 prijkte Fields Of The Nephilim twee dagen op het Roadburn festival. Carl McCoy staat bekend om zijn voorliefde voor het mystieke en het occulte, wat sterk tot uiting komt in de teksten van zijn songs. Aleister Crowley, Austin Osman Spare en Howard Phillips Lovecraft behoren daarbij tot zijn belangrijkste inspiratiebronnen, een overlappingspunt met veel black metal-bands. Ook Ultha en Morast besloten een hulde te brengen aan deze peetvaders van de gothic rock. Het is trouwens niet de eerste keer dat beide Duitse bands de handen in mekaar slaan voor dergelijke hommage want reeds eerder deelden ze hun voorliefde voor Bathory middels een split. Voor Ultha is het de tiende en laatste release in vijf jaar tijd alvorens de band in een winterslaap duikt. Het moge geen wonder wezen dat Fields Of The Nephilim belangrijk is geweest in de muzikale ontwikkeling van de muzikanten van Ultha, want de gothic rock-invloeden schemerden regelmatig door in het latere werk en ook de death rock pioniers Mighty Sphincter werden reeds met een tribute door hen vereerd. Ze kozen voor het meeslepende “Vet for the insane” van het debuutalbum “Dawnrazor” uit 1986 en besloten om qua zang een heldere stem te behouden die – eerlijk gezegd – beter klinkt dan die van McCoy (geen idee of het Ralph of Chris is die de vocalen hier voor zijn rekening neemt). Het epische mid-tempo nummer kenmerkt zich verder door haar mooie gestage opbouw die uitmondt in weids openbarstende, haast galactisch klinkende refreinen en een bezwerende leadpartij aan het einde. Het bevriende Morast nam het nummer “Blue water“, een single uit 1987 onder handen, en stak deze meer uptempo en swingende song in een heavier downtempo jasje. Zij kozen wel voor een zwartgeblakerde sludge invulling op het zangdepartement en ook de riffs en drums donderen lekker zwaar door zonder natuurlijk de obligate gotische melodieën uit het oog te verliezen. Wie niet beter weet, zou zowaar denken dat het een eigen compositie betrof. Uitstekende hommage waarbij Ultha vrij dicht bij het origineel bleef en Morast de muziek meer naar eigen hand zette.

JOKKE: 83/100 (Ultha: 82/100 – Morast: 84/100)

Ultha/Morast – Split (Vendetta Records 2019)
1. Ultha – Vet for the insane
2. Morast – Blue water

Muvitium – Evighetens cirkel…

Eens het kind een naam gekregen heeft verander ik die niet graag – dat kost verdomme €600. Daarom is Swartadauþuz voor mij dus nog steeds Svartedöden. De alombekende Zweed (en nee, ik ga niet opnieuw al zijn projecten opnoemen, als je ze nu nog niet vanbuiten kent moet je heel dringend richting de metalen archieven surfen) heeft er een bijzonder levendig begin van de decembermaand op zitten middels meerdere releases op één weekend tijd: de in 2015 aangekondigde triple LP van Beketh Nexëhmü wordt eindelijk uitgegeven, Tyranni ontketende een full length en ook Muvitium komt ten tonele. “Evighetens cirkel…” is het eerste van de drie uitgegeven langspelers onder deze naam, en naar eigen zeggen ook het meest duister. Die beschrijving klopt als een bus: Svartedöden gaat hier na uitstapjes naar de occulte death metal (Musmahhu) en meer door keyboard gestuwde black metal (Gardsghastr) terug naar de rauwe 90’s roots, waarbij een knipoog naar Satyricons debuut “Dark medieval times” niet wordt geschuwd. Middels een rauwe productie en pakkende, slepende riffs doorspekt met een subtiele laag aan keyboards – niet constant, maar daar waar nodig – toont het heerschap dat zijn meest vooraanstaande invloeden, hoe kan het ook anders, nog steeds bij de second wave black metal liggen. In plaats van de melodieuze Zweedse toer op te gaan ligt hier de nadruk op de Noorse op riffs zonder zever gebaseerde variant, waarbij de productie Ancient Records-gewijs ruw, rauw en ronkend gehouden wordt. Origineel? Zoals Svartedöden betaamt niet, maar wel, opnieuw, verdomd strak. Weinig black metalmuzikanten slagen er heden ten dage in de sfeer van weleer terug op te roepen, maar voor deze mysterieuze Zweed blijkt het een koud kunstje te zijn. Spek voor de bek van ieder die nood heeft aan een portie oldschool svart metal waarvan de kantjes niet worden afgevijld, de hoekjes niet worden gepolijst en waar de koude wind van mijn geboortedecennium door raast.

CAS: 83/100

Muvitium – Evighetens cirkel… (Mysticism Productions/Purity Through Fire 2019)
1. Evig vangdring till gamla riken
2. De viskande vindarna
3. Vid mörkrets fäste
4. Under en iskall natt
5. I nattsvart dunkel
6. Nordisk frostnatt

Vukari – Aevum

In 2017 ontdekte ik een album dat in ’16 was uitgekomen en met een ruk mijn aandacht trok, enkel en alleen omwille van het sublieme, warme doch mysterieuze artwork. Ik herinner me danig onder de indruk te zijn geweest, maar contradictorisch genoeg lagen zowel bandnaam als albumtitel me op de tong, zonder dat ik de vinger op de wonde kon leggen. Tot plots deze alom herkenbare albumcover waarop een silhouet door een waas van rood vaart, terug opdook als promobeeld voor een aankondiging van het nieuwe album van Vukari. Net zoals hun bij het vorige album “Divination” (en zo zijn jullie ook weer mee) het geval was volgt het artwork van “Aevum”, het derde album van de Amerikanen, deze sfeer op vlak van kleurtinten, alsook verkent het verder de regionen van de atmosferische, maar rechtendeur black metal. Het album wordt nogal braaf op gang getrokken met heldere leads tot “Agnosia” voor het eerst echt dynamiek opbouwt, hier weer voortkabbelend over het water, maar uiteindelijk ontaardend in de epileptische ervaring die een rondvaartje door de helse poort die op de albumhoes geschilderd staat zonder twijfel teweegbrengt. Vukari trekt de kaart van de melodieuze doch uptemo black metal in de cascadian stijl zonder Alda of Wolves In The Throne Room na te apen: de nummers zijn een pak beknopter, maar langer hoefde niet. Less is more is zeker van toepassing bij deze nieuwste worp. In plaats van achttien minuten durende composities is Vukari meer rechttoe rechtaan, waardoor de vijfenvijftig minuten door toch wel 8 volwaardige songs gevuld worden. Het album is doorspekt met op en top Noors geïnspireerd riffwerk en steekt dit niet onder stoelen of banken (het samenspel tussen lead- en basgitaar in “Entire worlds encased in ice” moge duidelijk zijn). Naast de duidelijk horende bas valt ook de variëteit in Marek Cimochowicz’ zang op, waarbij hese, wegwasemende screams met diepere schreeuwen afgewisseld worden, zoals we die bij Regarde Les Hommes Tomber zouden kunnen horen. Met “Voidwalker” sluipen meer post-black invloeden naar binnen en wordt het drumspel inventiever en met momenten bijna frivool, een trend die het volgende halfuur wordt aangehouden en het geheel nog dat extra tikkeltje drama meegeeft. Met “Disparity (the great works)” wordt eventjes volledig de postrock kaart getrokken, terwijl de twaalf minuten durende uitsmijter “Vacating existence (the final departure)” zowel het postrock- alsook steviger black metal werk combineert. Gezien de stijl die de heren er (op een technisch hoogstaand niveau) op nahouden kon het bijna niet anders dan dat dit album via het Berlijnse Vendetta Records uit zou komen, en zo geschiedde. Vukari tapt uit verschillende vaatjes maar blijft toch net iets te veel trouw aan het zwartmetalen geluid om echt als post-black geclasseerd te kunnen worden, hoewel sfeervol, atmosferisch, wanhopig, desolaat en dramatisch enkele termen zijn die het kleinood eer aandoen.

CAS: 85/100

Vukari – Aevum (Vendetta Records 2019)
1. Abrasive hallucinations (reality hemorrhaging)
2. Agnosia
3. Entire worlds encased in ice
4. Curiosity and obsession
5. Voidwalker
6. Disparity (the great works)
7. The true king is death
8. Vacating existence (the final departure)

Haxandraok – Ki si kil ud da kar ra

Het is niet de eerste keer dat er een alliantie wordt gesmeed tussen het Griekse Devathorn en de Tsjechen van Inferno. We verwijzen daarvoor terug naar de conceptuele split “Zos vel thagirion“. Haxandraok is een nieuwe entiteit die door Devathorn’s Saevus H. Aldra -Al-Melekh (zang, gitaar en tekst) en oud Inferno-drummer Marcello gestalte kreeg. Toen ik de albumtitel “Ki si kil ud da kar ra” de eerste keer uitsprak, veranderde mijn vriendin plotsklaps in een kikker. Om maar te zeggen dat dit werkje bol staat van de mantra’s en betoveringen ontleend aan Qliphotische tovenarij en oerhekserij. Als we de bijhorende grootspraak van het persbericht naast ons neerleggen, horen we een werkstuk dat er desondanks in geslaagd is om een half uur lang een meeslepende en intrigerende rituele atmosfeer neer te zetten. Dit met name dankzij Saevus’ semi-cleane-semi-raspende strot die de vele spreuken op een hypnotiserende manier ten berde brengt. Muzikaal gezien worden verscheidene toverformules uit de zwarte kunsten aangewend zoals het vinnige op Zweedse leest gestoelde “Ba’al Zel Bul at the Gates of NOX” of het meeslepende mid-tempo “Lilith unbound” waarvoor de tekst werd aangeleverd door de Zweedse occulte en esoterische auteur Thomas Karlsson die lange tijd de teksten voor Therion verzorgde. Rituele ambient mag natuurlijk ook niet ontbreken en wordt bewaard voor het afsluitende “La sorciere rouge“. Wat Haxandraok van alle andere occulte black metal-bands onderscheidt is de zekere schwung die in de riffs en het drumwerk schuilt. Het regenereert een soort van mediterrane zwoelheid en oosterse mystiek. Tel daar nog eens de puike sound bij die werd vastgeleged door Arek ”Malta”  Malczewski (o.a. Behemoth, Hate, Lost Soul en Vesania) en we kunnen concluderen dat “Ki si kil ud da kar ra” een knappe occulte black metal-plaat geworden is.

JOKKE: 84/100

Haxandraok – Ki si kil ud da kar ra (Ván Records 2019)
1. The temptress of UD DA KAR RA
2. Ba’al Zel Bul at the Gates of NOX
3. Tower Sub Rosa
4. Lilith unbound
5. La sorciere rouge

Skinliv – Uaar

Het Deense Skinliv – niet te verwarren met het Zweedse Skitliv van ex-Mayhem zanger Maniac – is het zoveelste lekkere snoepje dat ons vanuit Denemarken op een dienblad aangereikt wordt. Op de bandfoto staan vier, zo te zien nog heel jonge, knapen in blote bast stoer te wezen rond een laaiend kampvuur. Het is een mooie symboliek voor het ongebreidelde enthousiasme en de vonken en vuur die van veel van de nieuwe generatie Deense black metal spat, hoewel deze jonkies het leven slechts als schijn beschouwen. Skinliv beroept zich minder op een punk- en rock ’n roll voedingsbodem dan veel van de Korpsånd-cirkel leden doen (bij mijn weten hoort deze band ook niet bij dat clubje). Het kwartet voelde meer verwantschap met oude Scandinavische black die toetsen niet weert indien dat de sfeerschepping kan versterken zonder in kermistoestanden uit te monden. Qua productie moet ik aan een plaat als Gorgoroth’s “Under the sign of hell” denken – de oorspronkelijke versie weliswaar – en dan vooral wanneer het tempo de hoogte in gaat zoals in opener “Bedragerisk skær” of het felle “Isnende vind” dat heel wat repetitieve beukstukken bevat. Skinliv’s zwartmetaal klinkt grimmig en grauw, de krijsen zijn hels maar de sound van de drums mist wat diepte, hoewel dat het zwart-witte totaalplaatje wel doet kloppen. In het tweeluik “Hist over land og hav” transformeert de duivelse ketelherrie in trage meeslepende black met een melancholisch randje die zelfs volledig instrumentaal gehouden wordt en de plaat letterlijk in twee delen splijt. Doordat de zanger zijn klep houdt, kan je heerlijk meewiegen op de licht epische en triomfantelijke doch grauwe tonen. In “De som lever under jorden” wordt de zanger terug wakker, maar het tempo wordt pas helemaal tegen het einde terug naar verschroeiende snelheden opgekrikt. “Ulveham” heeft iets strijdlustigs door de marcherende drumritmes en keert terug naar de onbehouwen agressie van de eerste twee nummers terwijl de zanger echt zijn best doet om zijn stembanden in frut vaneen te rijten. Er verscheen kortelings nog een 7 inch split met Fanebærer, waarbij beide bands één song aanleveren. Op het nummer “Sværdtid” klinkt Skinliv nóg ruwer op de zangafdeling hoewel de keyboards er hier ook dikker opgesmeerd zijn. Skinliv en diens debuut “Uaar” is de zoveelste veelbelovende aanwinst voor de Deense black metal-scene en mijn collectie.

JOKKE: 80/100

Skinliv – Uaar (Nattetale 2019)
1. Bedragerisk skær
2. Isnende vind
3. Hist over land og hav (Part I)
4. Hist over land og hav (Part II)
5. De som lever under jorden
6. Ulveham

Jordslået – EP III

De Denen bewezen de afgelopen jaren dat ook zij stilaan een volk worden waar wel degelijk rekening mee dient gehouden te worden als het op black metal aankomt. Enthousiastelingen spreken zowaar van een heuse new wave of raw DKBM en ik kan ze geen ongelijk geven. Centraal in de creatieve uitbarsting van de scene staat de Korpsånd-cirkel en mijn persoonlijke favoriet is Jordslået die reeds twee EP’s op hun naam hebben staan. Nu is het tijd voor een derde, maar dat had u waarschijnlijk al door. Leverancier van dienst is Nattetale Records die een hand hebben in menig Deens black metal-orkestje. Het fijne aan Jordslået vind ik dat de passie voor het genre en het speelplezier van de nummers afspatten, ook al zijn het er hier maar twee. Een lekker ruw maar goed geproduceerd gitaargeluid, explosieve uitbarstingen zonder gevoel voor melodie uit het oog te verliezen en een energieke dynamiek. “Blodgæld” is lekker opzwepend en intens met gitaargejengel dat varieert tussen een rockende aanpak en soms zelfs naar Crepusculo Negro-bands neigt. Hier zal de punky attitude ongetwijfeld voor iets tussen zitten. “Skindød” straalt in haar meest melodieuze momenten dan weer een ietwat oeroud Vikinggevoel uit, denk aan oude Hades of Einherjer ten tijde van diens demo, hoewel het Zweedse Dawn ook voorbij flitst. Ik krijg hier maar geen genoeg van. Een langspeler en snel graag!

JOKKE: 85/100

Jordslået – EP III (Nattetale 2019)
1. Blodgæld
2. Skindød