Bræ – A thousand ways to end it all

Bræ is duidelijk een heel inventieve band, zeker als het op manieren om er een einde aan te maken aankomt. We maken onze borst dan ook nat voor een plaat die waarschijnlijk geen brede glimlach op onze tronie gaat opleveren, maar ons zal doen wegglijden in de meest depressieve en uitzichtloze krochten van onze menselijke psyche. “A thousand ways to end it al” is het debuut van Bræ dat overduidelijk de dood als thema heeft en via het noodlot liefhebbende Amor Fati ironisch genoeg het “levenslicht” zal zien. De band is in een waas van mysterie gehuld, maar daar de bandnaam Deens voor “gletsjer” is, heb ik een donkerbruin vermoeden over de herkomst van Bræ. But let the music do the talking! En dat is allesbehalve het geruststellende of oppeppende gesprek dat je verwacht wanneer je de zelfmoordhulplijn belt. Een gitzwarte en lugubere brok ellende houdt je 42 minuten lang – voor het gemak in twee plakken van 21 minuten verdeeld – aan het lijntje en probeert je in die tijd nog verder de dieperik in te duwen middels spookachtige black metal die zich doomsgewijs traag maar bezwerend vooruit sleept. Het geheel is in een ritualistisch, bijwijlen verwrongen ambientaura ondergedompeld en de gepijnigde en getergde wanhoopskrijsen gaan door merg en been. Onderhuids is een creepy horroratmosfeertje aanwezig, maar de macabere uitwasemingen penetreren zich ook meermaals naar de oppervlakte wanneer de distorted gitaren uitdoven. De organische benauwende lofi sound bevat – voor een opname in een kamer waar de temperatuur het vriespunt benaderde – voldoende definitie om niet in een geluidsbrij uit te monden. Het zal voor zij die reeds op de rand van de afgrond balanceren meerdere therapeutische visites vragen om na het veelvuldig beluisteren van “A thousand ways to end it all” terug monter door het leven te dartelen. Aanrader om je tijdens de eenzame late uurtjes te vergezellen.

JOKKE: 80/100

Bræ – A thousand ways to end it all (Amor Fati Productions 2021)
1. A thousand ways to end it all I
2. A thousand ways to end it all II

Dai-Ichi/Lamp Of Murmuur – Virgin womb of eternal black terror

Wanneer de naam Lamp of Murmuur valt en je de release in kwestie wilt scoren, weet je al op voorhand dat je het wereldrecord landing page refreshen gaat moeten proberen verbreken. Tegen de tijd dat ik van de pre-order van de nieuwe split met Dai-Ichi op de hoogte was, viste ik natuurlijk reeds achter de mazen van het net aan, althans wat de vinyluitgave betreft. Misschien meer geluk wanneer de tapeversies live gaan. In tussentijd werd de split ook via digitale kanalen gelost, zodat we eerst eens kunnen luisteren of alle heisa wel gerechtvaardigd is. Dai-Ichi bijt de spits op “Virgin womb of eternal black terror” af. Er is zo goed als niets geweten over het duo Yūrei (zang en visie) en Han Kirisuto (muziek), de leden verkiezen enkel via hun muzikale uitwasemingen te communiceren. Google Translate verklapt ons wel meteen dat de songtitels in het Japans uitgedrukt worden en ook de esthetiek van het in 2019 verschenen self-titled debuut wijst in die Oosterse richting. De band heeft als doel het kanaliseren van Oni, wezens uit de Japanse folklore die met westerse trollen vergeleken kunnen worden. Na enkele maat aangevende drumslagen stort Dai-Ichi in opener “Pesuto no jidai no ai” een tsunami aan woeste, ruisende black over ons uit met heerlijke sterk vervormde vocalen die als een vlijmscherp samoeraizwaard door de verpulverende riffs snijden. Hier worden we instant gelukkig van. Maar ook wanneer het tempo in “Anata no kubi ni bütsu o nameru” naar mid-tempo regionen afzwakt, blijven de wat meer melodieuze riffs en percussie een zekere schwung hebben die stilzitten moeilijk maakt. Fantastische song! Dai-Ichi’s black metal heeft iets primitief en ongecompliceerd in zich en we ontwaren ook een zekere punk insteek wanneer er sneller gemusiceerd wordt. Het bezwerende eindthema van “Fujöna uragirimono no shi” refereert dan weer aan de hoogdagen van een Burzum of Darkthrone. Uitstekende kennismaking met Dai-Ichi en aan te raden aan liefhebbers van Akitsa, Vlad Tepes en Ildjarn. Over naar Lamp Of Murmuur waarvan diens laatste twee releases in onze jaarlijst prijkten. Ook hier krijgen we twee nummers lang een rauw blackmetalfestijn voorgeschoteld. De productie is iets dunner vergeleken met Dai-Ichi’s sound en de songwriting is, hoewel deels geïmproviseerd, heel wat complexer en verraadt toch wel uitstekende muzikale capaciteiten van bezieler M. Geen langgerekte repetitieve thema’s hier, maar dynamisch gearrangeerde composities met heel wat ruimte voor de basgitaar. In het wat melodieuzere “A pathway of sigils for the dead” is er ook ruimte voor subtiel toetsenwerk en in de finale duikt er zelfs nog een pakkende orgelmelodie op die gaandeweg dissonant en vervormd wordt en alzo het laatste woord krijgt. Beide nummers bevatten weer enkele uitstekende geselende riffs en je mag zeggen dat M. toch wel zijn eigen signature gitaar- en riffsound heeft. De rauwe zang blijft het meest extreme element aan Lamp Of Murmuur. Opnieuw sterk werk van deze Amerikaanse one-man band, aangevuld met een leuke ontdekking in de vorm van Dai-Ichi. Aanschaf meer dan gerechtvaardigd!

JOKKE: 85/100 (Dai-Ichi: 83/100; Lamp Of Murmuur: 87/100)

Dai-Ichi/Lamp Of Murmuur – Virgin womb of eternal black terror (Nebular Carcoma Records/Bile Noire/Fólkvangr 2021)
1. Dai-ichi – Pesuto no jidai no ai
2. Dai-ichi – Anata no kubi ni bütsu o nameru
3. Dai-ichi – Fujöna uragirimono no shi
4. Lamp of Murmuur – Curse of silent thunder
5. Lamp of Murmuur – A pathway of sigils for the dead

Valdaudr – Drapsdalen

Liefhebbers van de oude Noorse school van het betere zwartgallige auditief vermaak kunnen maar beter even de oren spitsen. Valdaudr is hier met hun eerste (of derde) release, want “Drapsdalen” is eigenlijk een verderzetting van wat de leden voorheen al klaar wisten te spelen onder de noemer Cobalt 60. Daniel Olaisen a.k.a. Død is voor wie zichzelf enigszins als deathmetalliefhebber ziet zeker geen onbekende – hij ramt namelijk al meer dan dertig jaar de meest ongure riffs door je strot bij, onder andere, het legendarische Blood Red Throne. Persoonlijk volg ik deze eminente en uiterst muzikale krijgsheer sinds hun onovertroffen “Altered genesis” uit 2005 – een magistrale bolwassing met enorm verslavende riffs en lyrics die mogelijks nog steeds in cerebrum van onderstaande gegrift staan. En daar is dan plots Valdaudr, en zowel Død als ex-ploegmaat Vald laten meteen een heel andere kant zien. Hier is het pure, onversneden oldschool black metal wat de pot schaft, en daarbij klinkt het allemaal nog ‘s heerlijk primitief ook. Doorheen tracks als “Den evige ild” schijnt zelfs een opmerkelijk folkminnende structuur, en opvolger “Du vantro og vrange slekt” hamert dan weer menige thrashmetalgod genadeloos op de tanden. De Noren houden hun amper veertig minuten durende zintuiglijke aanval door dit implementeren van een flinke dosis variatie behoorlijk fris en de plaat lijkt dan ook uitgespeeld voor je het doorhebt. Voor alle duidelijkheid, deze LP pretendeert niet avant-garde of experimenteel te zijn, dus als dat een absolute must is ga je ongetwijfeld van een koude kermis thuiskomen. Prefereer je echter rauwe zwartgeblakerde rotzooi van de bovenste plank: parkeer je rechtervoet op de dichtstbijzijnde stoel, drink op tien minuten drie goedkope lagers uit en steek je vuist in de lucht alsof je ooit nog naar een optreden gaat mogen gaan. Alles komt goed.

JULES: 80/100

Valdaudr – Drapsdalen (Soulseller Records 2021)
1. Liket skulle vaert brent
2. Trass og vrede
3. Evig langt inn i tiden
4. Den evige ild
5. Du vantro og vrange slekt
6. Drapsdalen
7. Kom, bestig vaare fjell

Ancient Mastery – Chapter One: Across the mountains of the Drämmarskol

Ancient Mastery. Oostenrijks van origine en een nieuwe naam aan het blackmetalfirmament. Eénmansproject ook, van een zekere Erech die er ook nevenactiviteiten in bands als Der Toten lebend Schein, Golden Blood, Narzissus en Order of Ištar op nahoudt. “Chapter One: Across the mountains of the Drämmarskol” is meteen een volwaardig debuut geworden en zoals het prefix van de titel aangeeft wordt een verhaal verteld dat meerdere hoofdstukken zal beslaan, vier om concreet te zijn. Of de Drämmarskol, Valdura en Aztara in de realiteit of droomwereld liggen, is me niet geheel duidelijk. Ik vermoed aan de map in het artwork te zien dat Erech zijn tocht zich eerder in een fantasiewereld afspeelt. Het type black metal waarop Erech ons met Ancient Mastery trakteert, is er één met een heidense inslag en meerdere symfonische fantasy-elementen. Het verhaal dat middels “To Valdura” start, heeft een hoog Summoning gehalte daar de dungeon synth welig tiert wanneer er mid-tempo gemusiceerd wordt. Hoewel de zwartmetalen riffs best grimmig voor de dag komen en Erech over een fijne raspende strot beschikt, worden de meer epische passages van de bergtocht ondersteund met bombastische toetsen die plots aan Bal-Sagoth doen denken. De geluidskwaliteit van het flitsende synthwerk is echter nogal cheesy en doet aan low budget sword and sorcery movies uit de jaren ’80 denken. Ook de drumpartijen komen uit een doosje, maar hier is beter werk van de productie gemaakt. De epische melodieën – wanneer nodig akoestisch vertolkt – knipogen in een nummer als “The majesty of Aztara” ontegensprekelijk naar een band als Falkenbach, maar ook een Windir kan als referentie gelden voor het riffwerk in de albumopener. Meest in het oog springende nummer is echter de afsluiter “The forest gate” waarin Alia Fay voor het betere fluitwerk instaat. Samen met het getsjirp van vogeltjes wanen we ons plots te midden van een exotische natuurdocumentaire. De vrouwelijke vocalen van Laine Miller, die de akoestische klanken vergezellen en het nummer inluiden, roepen een beeld van de meer folky getinte Chelsea Wolfe platen op. Mooi en vredig melancholisch rustpunt alvorens Erech de teugels van zijn vliegende draak terug strak in handen neemt en over de majestueuze bergpassen raast met epische en symfonische black als soundtrack. Er volgt zelfs nog een heavy metal getinte gitaarsolo. Graag in hoofdstuk 2 wat meer aandacht besteden aan de sound van de toetsen, want zeker een song als “The passage” klinkt me nu wel wat te synthetisch, en dan zit er wel een acht in.

JOKKE: 78/100

Ancient Mastery – Chapter One: Across the mountains of the Drämmarskol (Death Kvlt Productions/Ad Victoriam/Pest Productions 2021)
1. To Valdura
2. The majesty of Aztara
3. The passage
4. The forest gate

Koldovstvo – Ni tsarya, ni boga

Voor de release van Koldovstvo’s (Колдовство) debuut hebben we met een tripartite van doen waarbij ons eigenste Babylon Doom Cult Records samen met Extraconscious Records instaat voor de vinyl- en CD-release. Fólkvangr Records verzorgt de tapeversie. Veel is er niet geweten over deze Russische band waarvan de naam zo veel als “hekserij” of “tovenarij” betekent, niets eigenlijk. We zouden kunnen speculeren of de gelijknamige frontvrouw van het Canadese Sortilegia hier iets mee te maken heeft, daar zij van Russische origine is, maar we doen het niet. De drie schimmen op de achterzijde van de hoes is waar we het mee dienen te stellen. Heerlijk dat mystiek en anonimiteit in deze dagen überhaupt nog mogelijk is. Zes composities prijken er op debuut “Ni tsarya, ni boga” (“Ни царя, ни бога” ofte “Noch de tsaar, noch God” of “no Gods, no masters” als je wil) waarvan de laatste dienst doet als outro. Wat meteen opvalt als het eerste nummer uit de boxen schalt, is de ijle, vluchtige en winderige sound die klinkt alsof het gitaarwerk met extra veel eiwit opgeklopt is om het geheel extra luchtig te houden. We moeten bij dit type productie meteen aan NLBM-bands als Laster of Vuur & Zijde denken, aan die eerste des te meer daar de bezeten suïcidale screams ook high-pitched en ijl klinken. De veelvuldig ingezette heldere zang verraadt dan weer een gezonde dosis oude Ulver adoratie maar ook het minder gekende Bak De Syv Fjell mag hier zeker niet onvermeld blijven. De knipoog naar een band als Laster lijkt me bij momenten zo groot dat ik haast Nederlandstalige woorden meen te ontwaren in de heldere gezangen. Of is het toch Russisch? Het spookt in mijn gedachten. De lage tonen komen pas door als de volumeknop een heel eind opengedraaid wordt en dan klinken ze al snel wollig en missen wat definitie. Voor de rest past deze specifieke ietwat lofi-achtige productie deze behekste vorm van black metal als gegoten. De Russische folkloristische touch komt vooral naar voor in de spoken word samples van “IV” en in het cleane glimmende gitaargetokkel dat vrij prominent in de mix staat, een hallucinogeen effect uitoefent en boven de intrigerende mystieke riffs uittorent. Melodieuze, glinsterende en bijwijlen triomfantelijk tonen stijgen als het ware wonderbaarlijk op, samen met een koor van echoënde zingende stemmen die jammeren en huilen, uit de verte aan komen zweven en weer als een zeebriesje verdwijnen. De atmosfeer wisselt tussen mysterieus, rauw, romantisch, spookachtig, bovennatuurlijk en glimmend. Het levert een gloed van schoonheid op te midden van een brok dreiging en ellende. Deze emotionele tweespan komt ook naar voor in het intrigerende schilderij dat de cover siert en waarvan ik graag de uitvoerende kunstenaar zou kennen, maar aangezien Koldovstvo dweept met mysterie dien ik mijn verbeelding de vrije loop te laten gaan op de penseeltrekken die in een goudgele gloed ondergedompeld zijn. We zien een elegante en wellustige vrouw die half ineengedoken op haar bed staat, met haar rug tegen de muur gekeerd. Haar slaapkamer is gevuld met water dat via het raam naar binnen stroomt en ratten die weldra aan haar tenen zullen komen knabbelen. Is dit het startschot van de zondvloed? Haar matras lijkt wel een zinkend schip waarop ze zich reddende dient te houden en, ook al kunnen we de emoties niet op haar gezicht aflezen, we ontwaren een beangstigende visie van schoonheid en gevaar die perfect gealigneerd is met de muziek van Koldovstvo. “Ni tsarya, ni boga” is een intrigerende gevoelsplaat voor liefhebbers van de aangehaalde Nederlandse en Noorse referenties maar ook van romantische Oekraïense of Poolse acts of het wat avontuurlijkere Circle Of Ouroborus.

JOKKE: 87/100

Koldovstvo – Ni tsarya, ni boga (Babylon Doom Cult Records/Extraconscious Records/Fólkvangr Records 2021)
1. I
2. II
3. III
4. IV
5. V
6. VI

Horna – Kuoleman kirjo


Horna is al jaren een vaste waarde in de blackmetalscene. De Finse band stamt uit de vroege jaren negentig en maakt sindsdien louter satanische black metal. Al negen albums hiervoor hebben ze het niet nodig geacht om van koers te wijzigen en het zal je
dan ook niet verrassen dat ze dat voor hun tiende ook niet hebben gedaan. Ik loop hier echter een beetje op mijn verhaal vooruit. Het is nu vijf jaar geleden dat de Finnen “Hengen tulet” hebben uitgebracht. Er is in die tijd wel wat veranderd aan de line-up: een nieuwe drummer, die toevallig ook nog eens de broer van zanger Spellgoth is, en bassist (VnoM, voormalig Archgoat) zijn verwelkomd in de groep. Op 8 december 2020 is via World Terror Committee “Kuoleman kirjo” uitgekomen. De titel betekent het “spectrum van de dood.” Of dit thema uitgewerkt wordt in de plaat is iets dat ik, gezien mijn gebrek aan kennis van het Fins (ik denk dat ik qua woordenschat strand bij “Perkele”. Ok, “paljon onnea” ken ik ook nog.), niet kan beoordelen. De plaat komt tamelijk straf de starthekken uit met het intense “Saatanan viha.” Ik schrijf dit met een gevoel van understatement dat zijn weerga niet kent. Het nummer zet de toon voor de rest van de plaat, die rustpunten noch subtiliteit kent. Zelfs het tragere “Haudattujen tähtien yönä” kent diezelfde donkere niet aflatende pressie. Toch is het niet alleen van dik hout zaagt men planken wat de klok slaat. Een van de langere nummers op de plaat, “Rakas kuu,” kent de meeste gelaagdheid. Ik kan daar naar blijven luisteren. De productie van dit album is van dien aard dat je kan herkennen dat het niet alleen een bij elkaar gesmeten raw blackmetalplaat betreft. Als je wat dieper graaft, kom je erachter dat de nummers een zeer gedegen fundament hebben, melodisch gezien. Het zorgt ervoor dat ik geïnteresseerd blijf luisteren, dit zelfs gedurende de 67 minuten die deze plaat telt, wat zeker voor een raw blackmetalalbum bijzonder lang is. Toch is dat zeker geen te lange zit voor deze plaat. Sterker nog, je zet hem rustig nog eens op. Spellgoth zingt fantastisch, op “Haudattujen tähtien yönä” zelfs ‘clean’! Muzikaal is het om door een ringetje te halen. Ik vind alle nummers erg goed gecomponeerd. De productie is subtiel: helder, maar toch ruw genoeg om Horna Horna te laten zijn. Wat zeker een winst is gezien de vreselijk geforceerde ruwheid van “Hengen tulet” Ik wil ze in ieder geval weer live zien.

MISCHA: 80/100

Horna – Kuoleman kirjo (World Terror Committee 2020)
1. Saatanan viha
2. Elegia
3. Uneton
4. Sydänkuoro
5. Elävänä, kuolleena
6. Kärsimysten katedraali
7. Haudattujen tähtien yönä
8. Rakas kuu
9. Unohtumaton
10. Mustat vuodet
11. Pyhä kuolema
12. Veriuhri
13. Ota minut vastaan

Szary Wilk – Wrath

Hoewel de gecorpsepainte heren van het Poolse Szary Wilk best vervaarlijk voor de dag komen en met hun debuut toorn willen uitroepen over de mensheid, laten ze in het intro van de acht en een halve minuut durende opener “Mortal” horen ook een gevoelige kant te hebben. Natuurlijk evolueren de weemoedige klanken op een bepaald punt tot black metal die in het geval van dit trio een ode lijkt te brengen aan de oerdagen van de eigen scene. 33 minuten lang keert Szary Wilk terug naar de heidense uitgestrekte landen van weleer waar bands als oude Behemoth, Graveland, Veles, Infernum en Sacrilegium rondwaren. Authentieke pagan black metal met andere woorden waarin dat heidens element naar voor komt door het sporadisch inzetten van zangkoren. Dit subgenre moet het normaal gezien hebben van het inspelen op emoties, maar daar wringt het schoentje hier een beetje. Ik denk dat de heren nog meer werk moeten maken van het componeren van beklijvende melodieën, want nu blijven de nummers wat te veel op de oppervlakte en is het allemaal niet diepgravend genoeg. De bandnaam is Pools voor “grijze wolf”, maar zo bloeddorstig als op de albumcover, komt het beestje niet voor de dag. De blackmetalklanken slepen zich grotendeels mid-tempo voort, maar een nummer als “Mortuos voco” kent ook wel de nodige versnellingen en ook “Wilczy taniec” schiet vurig uit de startblokken alvorens meer op gevoel in te zetten. Hier weet de wisselwerking tussen snedig en vurig tremologitaarwerk en melancholische atmosfeer ons wel te triggeren. Het met spoken word samples doorspekte titelnummer zet meer op old-school elementen in en trakteert ons in de finale nog op melodieus gitaarwerk waar eigenlijk veel meer had ingezeten. Spijtig genoeg beschikt schreeuwlelijk Czuły ook niet over het meest opmerkelijke stel stembanden en duikt er hier meermaals een irritant soort getik op. Slecht is het allemaal niet, maar “Wrath” klinkt wat te doordeweeks om in de maalstroom aan releases nog op te vallen en een degelijke indruk na te laten.

JOKKE: 69/100

Szary Wilk – Wrath (Putrid Cult 2021)
1. Mortal
2. Behind the curtain of death
3. Mortuos voco
4. Wilczy taniec
5. Wrath

Gnaargakh – Zhymørkh

Waar ze de bandnamen blijven halen is me soms een raadsel. Ofwel is Gnaargakh de naam van één of andere in Midden-aarde levende ork ofwel is het een samenkletsen van cool klinkende lettergrepen. Soit, als het beestje maar een naam heeft. Gnaargakh is een one-man band en “Zhymørkh” is het eerste wapenfeit dat enkel op analoge geluidsdragers te verkrijgen is. Narbentage bracht het kleinood vorig jaar op tape uit, gelimiteerd tot 66 exemplaren, en Dybbuk Productions zal weldra de vinylrelease verzorgen. De inluidende cleane gitaarklanken van “Verblassendes Mitleid” doen een gotische insteek vermoeden, maar daar is veel later niet veel meer van op te merken. In “Nacht Gebrechen” doorbreekt de nacht middels mid-tempo zwartmetaal waarin het grimmige riffwerk ons instant weet te bekoren. Geen hondsdolle agressie en supersonische snelheden hier, maar pakkende grimmigheid voorzien van een behoorlijke sound hoewel die wat punch mist. “Grabes Pfad” zet meer op tremolo picking in en had gerust wat langer mogen duren. In plaats van voor ellenlange repetitiviteit te gaan, koos Gnaargakh ervoor de songs, op de zes en een halve minuut durende afsluiter na, eerder kort en bondig te houden. “Urmisstrauen” is mijn favoriet van deze demo en daar is het hypnotiserende jaren ’80 ietwat spacey synthesizerriedeltje debet aan. Geslaagde demo!

JOKKE: 80/100

Gnaargakh – Zhymørkh (Narbentage Produktionen/Dybbuk Productions 2020)
1. Verblassendes Mitleid
2. Nacht Gebrechen
3. Grabes Pfad
4. Urmisstrauen

Nadsvest/Necrobode – Ustoličenje smrti / O triunfo da morte

Kolo ognja i železa“, de debuut EP van het Servische Nadsvest bekroonden we nog niet zo gek lang geleden met een dikke 88 op 100 dus naar de split met het voor ons onbekende Portugese Necrobode keken we toch wel uit. Nadsvest, bestaande uit huidig Gorgoroth zanger Atterigner en zanger/gitarist Krigeist van het Engelse Barshasketh, is eerst aan de beurt en levert het tweedelig nummer “Ustoličenje smrti” aan, wat zo veel betekent als “De troonsbestijging van de dood“. Het duo trapt de deur meteen met een chaotische solo in. Vervolgens wordt al snel duidelijk dat het zwartmetaal van de heren met heel wat thrashinvoeden geïnjecteerd werd. De hakkende riffs en stompende drumritmes vliegen dan ook om de oren. Subtiel toetsenwerk roept in de mid-tempo stukken dat ietwat oubollige – maar fel gesmaakte – Oostblokgevoel op en Atterigner bewijst over een stel venijnige stembaden te beschikken of hij nu de ziel uit zijn lijf krijst of zijn stem op een heldere verhalende manier inzet. Het tweede deel moet niet aan agressie inboeten, integendeel, want Nadsvest gooit hier nog wat blasts in de strijd. En wanneer je denkt dat de heren gaan afbouwen en een rustpauze zullen inlassen, geven ze je een nieuwe pandoering om de oren. Uiteindelijk zakt het tempo toch en maken die spookachtige toetsen opnieuw hun opwachting. Op zich laten deze twee nummers een logische verderzetting van de EP horen, hoewel de agressie hier wat meer prevaleert over de folklore-elementen. Over naar het zonnige Portugal dan, hoewel het anonieme trio liever in aardedonkere ondergrondse crypten lijkt rond te dolen. Het gaat er hier drie nummers lang een heel pak bestialer en primitiever aan toe, wat voor heel wat gekraak in mijn pan zorgt. Veel melodie en gevoel voor nuances valt er niet te bespeuren. De ritmesectie komt vrij hoekig voor de dag en het meer deathmetalachtige geblaf stoort me al na 10 seconden. De meer mid-tempo stukken van “Pisados pelos cascos de Satanás” scoren iets beter, maar de zang blijft het verknallen. Verdomd spijtig van deze – in mijn ogen – mismatch, want ik twijfel nu hard of ik deze split enkel voor de Nadsvest zijde wil aanschaffen.

JOKKE: 71/100 (Nadsvest: 82/100; Necrobode: 60/100)

Nadsvest/Necrobode – Ustoličenje smrti / O triunfo da morte (Iron Bonehead Productions/Under the Sign of Garazel Productions 2021)
1. Nadsvest – Ustoličenje smrti I
2. Nadsvest – Ustoličenje smrti II
3. Necrobode – Peste negra
4. Necrobode – Pisados pelos cascos de Satanás
5. Necrobode – Inferno escarlate

Gråinheim – Hexndeifl

Het uit Augsburg, Bavaria afkomstige Gråinheim zal ongetwijfeld voor de nodige tweedracht zorgen. Enerzijds klinkt de black metal van het heerschap Gråin (ondermeer ook actief bij onbekende Teutoonse namen als Gràb, Schrat, Schyach en Blutwald) die hij op zijn derde demo “Hexndeifl” laat horen, bijzonder ijzig en grimmig met snerpende, goed vooraan in de mix geplaatste vocalen die in oude Gorgoroth stijl mijn trommelvliezen aan flarden scheuren. Anderzijds is de man ook niet vies van wat middeleeuwse melodieën die je in nummers als “Transilvania” en “Vlad Draculae” haast vrolijk aan het huppelen weten brengen. Menig blackmetalliefhebber heeft thuis geen dansschoenen in de kast staan, dus waarschijnlijk kan heus niet iedereen deze exotische kruiding smaken. Net zoals de vocalen ook niet voor de doorsnee blackmetalfan zullen weggelegd zijn want ze overheersen en overstemmen de muziek. Voeg daar nog een plastic-achtig klinkende snaredrumsound aan toe en we hebben hier best wel wat kritische opmerkingen bijgeplaatst. Valt er dan niets positiefs over “Hexndeifl” te melden? Toch wel, aangezien “Finstersucht” enkele proto-trekjes van het machtige Emperor vertoont en de tremoloriffs van “Aetherbrand” de boel in lichterlaaie steken. Daar waar veel blackmetalzangers hopeloos de mist ingaan als ze hun heldere stembanden inzetten, geldt dat niet voor Gråin. Het gure Noors aandoende titelnummer is wat mij betreft het meest geslaagd. Vooral fans van de eerste drie Gorgoroth-platen moeten dit Gråinheim eens checken.

JOKKE: 70/100

Gråinheim – Hexndeifl (Egen beheer 2021)
1. Transilvania
2. Vlad Draculea
3. Finstersucht
4. Aetherbrand
5. Hexndeifl
6. Ausklang