Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros

Wat veel releases van I, Voidhanger Records gemeen hebben, is dat ze doorgaans magnifiek cover artwork hebben dat overloopt van de symboliek en dat de muziek licht avontuurlijke trekken vertoont. Zo ook in het geval van deze split tussen het Mexicaanse Precaria en onze landgenoot Ôros Kaù, twee namen die hier al eerder passeerden. De vier nummers die Precaria aanlevert, vormen het tweede en laatste deel van een diptiek rond het concept ‘Theion‘, het goddelijke vuur dat diegenen transformeert die het ware licht door de duisternis zoeken en dit op een wonderbaarlijke manier vormgegeven door Elijah Tamu (Ikonostasis). Voor het eerste luik genaamd ““Metamorphosphoros” werd het Mexicaanse duo vergezeld door Deathspiral Of Inherited Suffering en Dominus Ira, en voor “Theosulphuros” dus door de mysterieuze Belg wiens overrompelende debuut “Imperii templum aries” hoer goed scoorde. Beide Precaria delen zullen trouwens ook als aparte release onder de noemer “Nigraluminiscencia” gebundeld worden. Precaria speelt een woeste mixvorm van black en death metal die als een ziel in beroering klinkt. Een shitload aan donkere riffs wordt op mekaar gestapeld, tempowisselingen volgen mekaar in sneltempo op en zwavelige melodieën en dartele baslijnen zweven doorheen het hyperkinetische eindresultaat. Hermit, de man met de muzikale en thematische visie, en Bestia, de drummende octopus (want hij lijkt bij momenten een stel extra armen en voeten in de strijd te gooien), beschikken over heel wat technische bagage, maar laten dat wat mij betreft soms ook wat te graag horen, want er blijft eerlijk gezegd niet gek veel hangen van de übersnelle, op militaristische tred afgevuurde passages die de drie volwaardige, lange nummers bevatten (“Ritus absconditus” fungeert als intro). Het is pas wanneer er sporadisch wat gas teruggenomen wordt, zoals in enkele passages van het strijdlustig klinkende en in het Spaans vertolkte “Heautontimorumenos“, dat het duo weet te beklijven. Maar overrompelen is wat de heren het liefst doen met hun mix van barbaars klinkende black/death die fans van Aosoth, Antaeus en het latere werk van Behemoth (vooral vocaal dan) wel zal kunnen bekoren. Voor wie Precaria al zwaar op de maag ligt, zal Ôros Kaù helemaal als een indigestie aanvoelen, want wat deze multi-instrumentalist uit zijn koker tovert klinkt haast onmenselijk. Hier hebben de drums dan ook een machinale in plaats van menselijke oorsprong. Ôros Kaù schuurt, schaaft en rijt geheelde wonden terug open. Ôros Kaù maalt, vermorzelt en verbrijzelt alles op zijn weg. En hoewel dit éénmansproject als de overtreffende trap van Precaria klinkt, weet het me meer te raken daar techniciteit hier, zoals dat bijvoorbeeld ook het geval is bij Skáphe, meer in dienst van atmosfeer staat. Ondanks de gewelddadige en compromisloze aanpak blijven de blackmetalexorcismen van Ôros Kaù immers meditatief en hypnotiserend aanvoelen. Het monumentale “Solve“, dat bol staat van psychedelische geluiden en noisey ambientdampen, breit een perfect einde aan de spirituele zoektocht van “Theosulphuros“, een split die geen spek voor ieders bek is. Maar we hadden ook niet anders verwacht van I, Voidhanger Records natuurlijk.

JOKKE: 79/100 (Precaria: 76/100; Ôros Kaù: 82/100)

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros (I, Voidhanger Records 2020)
1. Precaria – Ritus absconditus
2. Precaria – Ex nigredo
3. Precaria – Darkness is my light
4. Precaria – Heautontimorumenos
5. Ôros Kaù – Exorcisme du sel
6. Ôros Kaù – Exorcisme du feu
7. Ôros Kaù – Exorcisme de l’eau
8. Ôros Kaù – Solve

Mahr – Maelstrom

Iets meer dan een maand alvorens dit hoogst bijzondere jaar 2020 ten einde zal komen, dropt het Prava Kollektiv nog een gezamenlijk bommetje dat menig jaarlijst door mekaar zal schudden, tenminste als je verzot bent op kosmische en/of claustrofobische black metal van het gitzwarte soort. De nieuwe releases van Pharmakeia, Arkhtinn, Voidsphere, Hwwauoch en Mahr worden netjes onder mezelf en mijn collega’s verdeeld, waarbij ik deze Mahr onder de loep neem. Debuut “Antelux” wist ons twee jaar geleden uitermate te bekoren, maar hetzelfde niveau wist men niet door te trekken op de twee navolgende “Soulmare” EP’s die wat te gekunsteld en te lang gerokken overkwamen. Herkansing dus met langspeler nummer twee getiteld “Maelstrom“. Voor de eerst keer zit er wat kleur verstopt in het artwork, namelijk de tonen van ontwerper Maxime Taccardi’s bloed. Zijn stijl is ondertussen uit de duizenden herkenbaar, hoewel dit wel één van zijn mindere ontwerpen is. Wanneer we ons door de nachtmerrieachtige klanken van “Maelstrom” laten onderdompelen, komen we al snel tot de constatatie dat het tempo heel wat bpm opgeschroefd werd, waardoor Mahr in combinatie met wat meer spacey-invloeden een deel richting het geluid van Voidsphere opgeschoven is. Diens To sense | To perceive is trouwens onze persoonlijke favoriet van deze nieuwe batch releases. Mahr klinkt echter veel minder gestroomlijnd dan Voidsphere. “Swirling vortex” is de zwaartse bevalling van de zes nummers. De vocalen gaan hier lekker over the top en de atonale en dissonante riffs doen je tijdens de absoluut gestoorde climax naar adem happen. Niet voor tere zieltjes deze wervelende vortex! Na deze helse rollercoaster lijkt het uit loodzware kosmische deeltjes opgetrokken “Tumult” aanvankelijk voor een rustpunt te zorgen, maar de kilometriek vliegt al snel kort maar krachtig opnieuw een heel stuk in het rood. Met het wat meer getemperde en soms zelfs eerder naar funeral doom neigende “Furor externus” grijpt Mahr meer naar het oudere werk terug. Zo vind ik Mahr ook op zijn best klinken: de computerdrum dendert niet voortdurend als een ratelend typemachien door en er worden ook groovy passages en mid-tempo beukstukken ingebouwd. Met songs die grotendeels tegen de tien minuten afkloppen presenteert Mahr ons opnieuw een verre van gemakkelijk te verteren brok muziek, maar we hadden dan ook niets anders verwacht.

JOKKE: 79/100

Mahr – Maelstrom (Amor Fati Productions 2020)
1. Pandemonium
2. Furor internus
3. Swirling vortex
4. Tumult
5. Furor externus
6. In nomine odii

Voidsphere – To sense | To perceive

The Void is niet zo’n statisch gegeven als velen lijken te denken. Integendeel, ze is zelfs een vrij actief iets. Naast roepen, spreken, wachten en verwachten, ademen en simpelweg bestaan voegt ze nog twee bezigheden aan haar palmares toe: voelen en waarnemen. Juist, als deel van de meedogenloze sonische aanval die het ПРАВА Коллектив (ofte Prava Kollektiv, voor zij die geen cyrillisch lezen) afgelopen week op onze trommelvliezen ontketende mag ook Voidsphere niet ontbreken. Het mysterieuze collectief geeft geen geheimen prijs (een interview? Vergeet het jong: ze lossen niks, nada, noppes) maar brengt naar goede gewoonte alle releases op dezelfde dag uit via Amor Fati Productions. Zodoende kunnen we de komende week bijna gaan omdopen naar ‘Prava-week’, en klagen doen we hoegenaamd niet. Gezien ons team recent is uitgebreid, verdelen we de releases netjes onder ons, en vandaag hebben we het dus over “To sense | To perceive”. Zoals gewoonlijk verblijdt Voidsphere ons met twee nummers, die elk op een dikke eenentwintig minuten afklokken en nog net wat meer ademruimte laten dan andere Prava projecten, zoals Pharmakeia. “The void senses” is van meet af aan weer op en top Voidsphere, net zoals de kenmerkende albumhoes: van lang uitgesponnen riffs die laag na laag na laag toevoegen aan de sowieso al bedrukkende sound en het tapijt vormen waartegen de ijle, wat weggedrukte en langgerekte screams (van meerdere vocalisten) zich aftekenen, tot de typische ietwat psychedelische invloeden die halverwege deze kolossale track de kop opsteken en het allesomvattende Niets verder in de verf zetten door middel van vluchtige keyboardaanslagen – ook meteen het enige accent dat ook maar enigszins wat warmte uitstraalt. De schedelsplijtende schreeuw die “The void perceives” op gang trekt, luidt een barrage aan blastbeats in die het wervelende gitaarwerk enkel maar bevreemdender doet overkomen – al haalt dit tweede deel van het diptiek wat vaker de voet van het gaspedaal dan het eerste en rond de zesde minuut krijgen we met de rammende, palm-muted gitaren ook een onverbloemde knipoog richting het geniale Darkspace. Niet dat het al niet duidelijk was waar veel Prava bands de mosterd halen, maar Voidsphere doet het geheel verstikkender en hopelozer klinken dan de Zwitsers. Bij Voidsphere geen overdonderende dissonantie of atonaliteit, maar dat heeft de band ook niet nodig om opnieuw een veertig minuten durende trip neer te poten die de adem zonder moeite uit je longen perst. De ijle sound blijkt na meerdere luisterbeurten ettelijke lagen te bevatten maar dreunt toch als een massief blok graniet je hersenpan in, en resoneert daar nog lang na. Wat vooral fantastisch is, is dat deze nummers dankzij hun lange speelduur de tijd en ruimte krijgen om zich langzaam maar zeker verder te ontplooien, en vooral in de laatste tien minuten blijft de sound zich alsmaar verder ontvouwen. Repetitief is het zeker, maar doorheen de kosmische trip waarbij we steeds verder het zwart gat in worden gesleurd, worden constant elementen toegevoegd of worden licht gevarieerde versies van dezelfde gitaarlijn over elkaar heen gedrapeerd om zo het eindeloze Niets in auditieve vorm over te brengen. Binnen de Addergebroed gelederen werd Voidsphere al vanaf de dag van de release tot onbetwistbare ‘winnaar’ van deze nieuwe lading Prava releases gekroond, en na enkele dagen repeated listens staat dat sentiment nog steeds als een huis overeind. Zoals reeds in de review van To exist | To breatheaangehaald werd is Voidsphere één van die weinige bands waarvan de bandnaam perfect de lading dekt. Grandioos, dit. Hup, allen naar de Amor Fati webshop voor dit kleinood hopeloos uitverkocht raakt!

CAS: 87/100

Voidsphere – To sense | To perceive (Amor Fati Productions 2020)
1. The void senses
2. The void perceives

Meslamtaea – Het stinkend afvalputje van mijn negatieve gedachten

Enkele weken geleden verscheen Meslamtaea’s derde langspeler via Babylon Doom Cult Records. “Geketend in de schaduw van het leven” zaaide serieuze verdeeldheid in de Addergebroed gelederen. Duidelijk een plaat die gebukt gaat onder het motto “you love it or you hate it“. Ondergetekende behoort tot het eerste kamp en had het genoegen componist Floris Velthuis aan de tand te voelen om te grasduinen door de back catalogue van de band, stil te staan bij de nieuwe full-length en een blik te werpen op de toekomst. (MISCHA)

(c) Floris Velthuis

Ik las in het interview met Abaddon Magazine dat jij opgegroeid bent in een dorp waar black metal niet wijdverspreid was en dat je noodgedwongen Meslamtaea als soloproject opzette omdat er geen gelijkgestemde muzikanten waren in jouw omgeving. Hoe ben je in aanraking gekomen met black metal?
Ik ben opgegroeid in een landelijke omgeving vol historische verhalen, sagen en legenden. Met natuur en schitterende plekken die doorspekt zijn van geschiedenis. Het was helaas een omgeving die meer bekend stond om de zuipketen en piratenzenders dan om een rijke metal scene. Toch kwam ik via een neef met hardrock en metal in aanraking. Zo kwam “Gothic” van Paradise Lost voorbij. Een sfeervol album met een bijzonder leeg en pessimistisch geluid. Dit maakte de weg vrij voor black metal. Wat dat betreft viel ik met de neus in de boter, want in de jaren negentig werden de klassiekers geproduceerd. Albums van Emperor, Dimmu Borgir, Marduk, Dark Funeral, Satyricon, Sear Bliss, en het indrukwekkende meesterwerk “Bergtatt” van Ulver vonden de weg naar mijn stereo. Met name die laatste was een soort herkenning. Het ademde de sfeer van de mythische Witte Wieven die bij ons over het land dansten. De geur van dennennaalden, dampend gras. Dát was de muziek die ik wilde maken. Ik was drummer, maar niemand in de regio leek interesse te hebben in black metal. Noodzakelijkerwijs leerde ik mezelf gitaar spelen. Opnemen gebeurde met twee aan elkaar gekoppelde cassettedecks en een microfoon. Een primitieve vorm van over-dubbing. Één van deze tracks is op de “Illusion” demo terecht gekomen. De rest van de tapes kwam niet door de ballotagecommissie en werden overspoeld.

Hoe ben je erbij gekomen om een blackmetalproject op te starten?
Anders dan bij andere metalstromingen, kan je met black metal een landschap schilderen. Een winterlandschap met oude eikenbomen waarvan de doorhangende takken als vingers de berijpte graslanden raken. Black metal had de koude, snijdende sound die ik zocht en er zat een bepaalde mystiek in die m’n nieuwsgierigheid prikkelde. Ook was het natuurlijk een stroming waar je als slaapkamermuzikant met beperkte middelen prima mee uit de voeten kon. Met een primitief geluid kwam je goed weg. Alhoewel ik de charme van een opzettelijk slechte productie nooit heb begrepen. Zeker tegenwoordig is het niet meer nodig om je productie te laten klinken of de microfoon in een wc-pot hangt. Dat het bijdraagt aan sfeer voel ik ook niet zo.

Waarom heb je gekozen voor Meslamtaea als naam voor dit project?
Meslamtaea is een Onderwereldgod waarover werd geschreven door Erich von Däniken. Hij analyseerde oude beschavingen, religies en archeologische artefacten, en kwam tot de theorie dat de Goden kosmonauten geweest moeten zijn. Zijn boek “Waren de Goden kosmonauten?” uit 1968 is sterk bekritiseerd maar ik blijf het een interessante theorie vinden. Er zijn zoveel onverklaarbare zaken. De eerste serie teksten ging voor een deel over dit soort onderwerpen.

Hoe zou je zelf de muziek die je toen maakte willen omschrijven?
In de beginjaren speelde Meslamtaea thrash/black metal met een folksausje. De muziek was hoofdzakelijk geïnspireerd door second wave black metal, gecombineerd met de onmiskenbare dubbele gitaarpartijen van Iron Maiden. Hier en daar hoorde je technische death metal terug (Death), bombastische klanken (Bal-Sagoth) en zelfs metalcore (Creation is Crucifixion). De sound werd steeds gecompliceerder en drukker, met “Klaagzang” van de opvolgende 7” met Cultus als kakofonisch hoogtepunt.

Wat gebeurde er na het uitkomen van je eerste demo “Illusion“?
Na het uitkomen van de eerste ‘demo’ gebeurde er niets. Het was dan ook niet meer dan een gebrande cd-r met een lelijke zelf getekende cover. Ik kende de scene niet en verspreidde de cd-r enkel onder een handvol vrienden. Wat later leerde ik A. van Heidens Hart kennen die veel meer contacten had. Hij heeft in 2004 wat cassettes van de demo verspreid onder de Heidens Hart vlag. De tape belandde op de mat van het Duitse label Eisenwald, die er oren naar had om het opnieuw uit te brengen op CD. Voor mij was dat hoofdstuk al lang klaar. Er was een nieuw album in de maak, “New era“, die voor de CD werd aangevuld met de demo als bonus. Een jaar later heeft Heidens Hart een versie gedaan op tape. Daarnaast zijn er nog twee split vinyls met Cultus uitgebracht onder Heidens Hart. Tien jaar na “Gedachten” kwam “Niets en niemendal” uit bij dit kwaliteitslabel.

(c) Floris Velthuis

Had je altijd al de wens om met Meslamtaea serieus platen uit te brengen of zag je het in eerste instantie meer als een persoonlijke uitlaatklep?
Ambitie om serieus platen uit te brengen is er eigenlijk nooit zo geweest, simpelweg omdat ik dacht dat niemand er op zat te wachten. Er kwam ook weinig reactie op de releases. Meslamtaea is altijd een (te) vreemde eend geweest. Het project is vooral bedoeld als persoonlijke uitlaatklep. Als een ander er iets mee kan, is dat mooi meegenomen. Dat de nieuwe plaat “Geketend in de schaduw van het leven” zo enorm positief is opgepakt verraste ons!

In hoeverre veranderde de stijl van Meslamtaea tussen “Illusion” en “Gedachten“?
De “Illusion” demo markeert de beginperiode van het project. De oudste opnames dateren nog van eind jaren ‘90. Het geluid was primitief. Met één microfoon werden de drums opgenomen. Zo’n drumstel met gedeukte vellen, een zelf gemaakt twinpedal en gescheurde bekkens. Ik had géén idee hoe een blastbeat eigenlijk gespeeld moest worden. Het is zowel qua stijl als uitvoering niet iets wat ik vandaag zou uitbrengen. Toen ik “New era” opnam, gebeurde dat in een kelder onder een trap, waar je niet eens rechtop kon staan. Kattenbakkorrels lagen op de grond tegen het vocht. Het was meer een beschimmeld bezemhok, en het was vast heel gezond om daar op te nemen. “Gedachten” uit 2008 is in een andere, meer bewuste, levensfase opgenomen. De plaat klinkt volwassener, donkerder en meer experimenteel. Voor het eerst was er synthesizer te horen en de bombastische folkinvloeden waren voorgoed verdwenen. Op de slepende openingstrack “Slaapwandelaar” schemert al een beetje het etherische geluid van Annwfyn door: een post-rock/folk project dat ik daarna zou opstarten.

Waarom heeft het tot 2017 geduurd om weer actief te worden met Meslamtaea?
Na “Gedachten” verloor ik mijn interesse in Meslamtaea. Black metal was destijds in mijn beleving uitgekakt. De meeste nieuwe black metal was slechts een echo van de nineties en veel was volstrekt irrelevant. De mystiek was niet alleen uit de wereld verdwenen, maar daardoor ook uit de black metal. In die periode begon ik andere muziek te ontdekken. Vooral instrumentale muziek zoals post-rock, jazz-fusion en psychedelische rock. Toen er een nieuwe Meslamtaea track werd geschreven met een nieuwe sound, besloot ik om dit onder een andere naam uit te brengen: Annwfyn. De muziek was van een andere wereld. Dromerig, melancholisch en etherisch, met gesproken woord. Het album “Zicht” werd in 2013 in eigen beheer uitgebracht op CD. Totaal uniek, ik vind het nog steeds te gek. Maar het deed helemaal niks, het viel buiten de boot. Tussen wal en schip.
Hoewel ik niet op applaus zit te wachten en afkerig ben van aandacht, werd de interesse in muziek maken wel een beetje getemperd. Een tijdje daarna werd ik geïntroduceerd bij Asgrauw en dat heeft het vlammetje opnieuw doen aanwakkeren.

In 2017 heb je samen met de andere band waar je in zit, Asgrauw, een nieuwe split uitgebracht met de naam “Utopia“. Waarom heb je gekozen om Meslamtaea voort te zetten en niet te kiezen voor een nieuw project?
Tijdens een Asgrauw gig liepen we Alex van Zwaertgevegt tegen het lijf. Hij is één van de meest fanatieke gasten in de underground. Meslamtaea kwam ter sprake en hij riep, met een biertje in de hand, een 7” split met Asgrauw te willen doen. Ik had niet verwacht dat iemand die oude shit nog kende en voor mij was het project al lang doodverklaard. Toch was ik geprikkeld. Thuis werd de gitaar eens afgestoft om te kijken of er nog geluid uit zou komen. De potmeters kraakten en de snaren waren verroest. Een paar weken later stond er een track klaar, “Neutronenstorm“, waarop ik verder ging waar Meslamtaea ooit stopte. Het voordeel was wel dat ik inmiddels studio-gear had verzameld om “Krater” van Asgrauw te kunnen opnemen en mixen. Meslamtaea klonk daardoor gelijk beter dan ooit! Ward (Kaos) van Asgrauw heeft naast een rauwe punkstrot ook een goede spreekstem en hij kreeg een rol als tweede vocalist op de track. Om het onder een andere naam uit te brengen is niet in mij opgekomen! Meslamtaea is weer terug.

Neutronenstorm” doet vrij traditioneel aan en je werk in Asgrauw leunt ook op de tweede golf black metal, maar “Niets en niemendal” is veel meer een progressief en experimenteel album. Miste je dat experimenteren?
Na het door Lunar Aurora geïnspireerde “Neutronenstorm“, besloot ik dat het geen eenmalig iets zou worden. Meslamtaea moest echter wel opnieuw worden gedefinieerd, om dezelfde redenen als dat ik destijds Annwfyn startte. Ik ben qua black metal blijven hangen in de nineties. Het genre heeft voor mij meer een nostalgische waarde dan dat ik het nog op de voet volg. De heimwee naar de jaren ’90 kan ik stillen met Asgrauw. Ook speelden er plannen met Sagenland. Dus van Meslamtaea wederom een tweede traditionele black metal band maken zou geen toegevoegde waarde hebben.
Meslamtaea is in de loop der jaren steeds meer naar binnen gekeerde muziek geworden. Dat de muziek experimenteel zou gaan worden stond vast. “Niets en niemendal” is in mijn beleving een avontuurlijke plaat geworden met veel dynamiek en diepgang. Er komen enkele magische momenten voorbij. Er staat een vinyl versie in de planning via Zwaertgevegt!

(c) Floris Velthuis

Thematisch zoekt Meslamtaea tegenwoordig ook andere onderwerpen op. Heeft de angst voor het vergaan van de wereld zoals we die kennen en samenlevingen, de frustratie met de mensheid zoals die omgaat met haar omgeving en de te drukke steden, etc., te maken met veranderende prioriteiten in je persoonlijke leven zoals het vaderschap?
Goede vraag! “Het zal mijn tijd wel duren… Na mij de zondvloed…” Het vaderschap heeft er inderdaad voor gezorgd dat ik met die negatieve gedachte niet meer weg kom. Ik ben bij vlagen zwartgallig, maar ben minder nonchalant en stukken positiever ingesteld dan vroeger. Daardoor komen negatieve gedachten harder binnen. Het besef dat er nog iets van mij voortleeft nadat ik onder de zoden lig, maakt de frustratie over de mensheid en de droevige staat van de wereld er niet minder op. De berusting in het feit dat alles naar de tering gaat is omgeslagen in verontrusting. Meslamtaea is daarom het stinkende afvalputje van mijn negatieve gedachten, dat brengt enige balans in het dagelijkse leven. Wel zo gezellig.

Meslamtaea speelt geen black metal pur sang. Daar word ik als luisteraar echt heel blij van. Black metal die de grenzen van het genre overstijgt, zie ik als de meest interessante. Wat zijn de genres die jou op dit moment voor Meslamtaea het meest beïnvloeden?
Het huidige Meslamtaea is geworteld in de second wave black metal, vooral grensverleggende acts zoals Fleurety, Ved Buens Ende en Ulver (“Vargnatt” en “Bergtatt” periode). Hoewel Meslamtaea niet direct klinkt als jazz-fusion, heb ik veel ideeën geleend bij bands zoals Mahavischnu Orchestra. Ook de typische weemoedige sfeer van Pat Metheny’s “Works” album of “Close to the edge” van Yes hoor je direct terug. Technische death metal zoals Aghora en Death zijn inspiratie. Ik gebruik graag vocoder zoals je op Cynic platen hoort. Verder ligt er een dik post-rock/shoegaze sausje over Meslamtaea, wat je terug hoort in het frequent gebruik van een ebow. Sommige reviewers menen screamo-invloeden te horen. Ik luister inderdaad bands als Saetia en I Create, maar dat is geen directe invloed bij het schrijven van muziek. Mogelijk dragen de vocals, met name die van Ward, bij aan deze link. Vocalen moeten intens zijn. Van fluisteren tot bloedens toe schreeuwen, op de grens van janken en liever nog er over. De extreem negatieve teksten lenen zich daar goed voor. Ward geeft aan dat elke sessie een aanslag is op zijn geestelijke gesteldheid. Het is zeker geen muziek die je uit de put trekt.

Voor “Geketend in de schaduw van het leven” maken eigenlijk voor het eerst gastmuzikanten hun opwachting. Waar komt de keuze daarvoor vandaan? Waarom heb je juist Kevin Kentie en Fraukje van Burg gevraagd?
Op “Niets en niemendal” werkten we al samen met dungeon synth artiest Nortfalke (Kjeld, Uuntar) en zo kwamen we er achter dat zo’n samenwerking tot hele gave resultaten kan leiden. “Geketend in de schaduw van het leven” is geïnspireerd door “Last minute lies” van Fleurety, een experimenteel album dat wordt gekenmerkt door jazzy stukken met sax en vrouwelijke vocals. Op Diabolical Echoes kreeg ik van Fraukje de demo van Doodswens in de handen gedrukt. Op de laatste track staat een stuk met gesproken woord door Fraukje. Precies de sound die ik nodig had! Fraukje zag een samenwerking met Meslamtaea wel zitten. Toen Kevin Kentie (die met Ibex Angel Order op hetzelfde Diabolical Echoes stond) hier lucht van kreeg, bood hij spontaan aan om ook een duit in het zakje te doen. Nu wilden we niet heel Nederland mee laten doen, maar Kevin is één van de beste blackmetalvocalisten uit de Nederlandse scene. Nu nog saxofoon, en daarvoor werd Otto Kokke benaderd van de free-jazz band Dead Neanderthals. Otto speelt traditionele jazz en gooit met hetzelfde gemak zijn saxofoon totaal over de nek. Een soort Jekyll & Hyde sound, die bij Meslamtaea tot z’n recht komt. We staan overigens open voor nieuwe samenwerkingen met artiesten uit de wereld van jazz, klassiek en wereldmuziek. Dus bij deze…

Denk je dat je als drummer andere basisideeën hebt voor het schrijven van nummers? Begin je vanuit het ritme of de melodie bij het schrijfproces?
Van huis uit ben ik drummer en daar voel ik me ook het meest comfortabel bij. Maar Meslamtaea is doorspekt van melodie en (dis)harmonie. Omdat ik alles alleen schrijf is het proces heel anders dan bij een band. Het is chaotisch. De inspiratie slaat vaak op ongepaste momenten toe. Losse ideeën worden vanuit de memorecorder thuis in Cubase uitgewerkt. Vele uren gaan zitten in arrangeren en eindeloos opnieuw inspelen. De muziek wordt opgebouwd als een soort collage met vele tinten. De muziek moet een bepaald gevoel opwekken. Nostalgie, melancholie, verstilling, woede… Een oorverdovende stilte. Een baken van rust in een gestoorde wereld. Ik werk vaak aan meerdere tracks tegelijk, die steeds worden aangevuld of veranderd. Zo kan ik steeds afstand nemen en met een fris paar oren opnieuw beginnen. Als laatste komt de zang er op. Dan volgt er weken van mixen en tweaken tot ik er helemaal genoeg van heb. Het loslaten is moeilijk, onvermijdelijk. Chaos.

Hoe belangrijk is het visuele aspect van je platen? Ik vind dat je heel beeldend schrijft, zowel de muziek als de teksten. Denk je dat je als fotograaf ook een bepaalde invloed meeneemt in hoe je kijkt naar de muziek en het belang van artwork?
Ik ben wat muziek betreft ouderwets. Met online streamen heb ik niet veel. Muziek hoort te worden ingeblikt op fysiek formaat. Als fotograaf zijnde zie ik mijn foto’s ook liever in een magazine dan op een website. Beeld en geluid wordt tegenwoordig gereduceerd tot iets vluchtigs. Facebook, Instagram, Spotify. Snel en dom vermaak waar je helaas niet meer omheen kan als je als artiest niet volledig onopgemerkt wilt blijven. De aandachtspanne is kort, iedereen is continu geprikkeld. Mensen nemen de tijd niet meer om een kunstwerk, een verhaal of muziek in zich op te nemen. Daarom hou ik zo van vinyl, dat dwingt je daar toe. Een plaat uit een grote hoes nemen, de geur van de inkt, een vel met foto’s en informatie en het verplicht integraal luisteren van een volledig album. Precies zoals de artiest dat bedoeld heeft. Om die reden is “Geketend in de schaduw van het leven” ook één nummer zonder pauzes. Het visuele aspect is dus van belang om iets over te dragen. Ik kan geen noten lezen. Maar laat me een landschap zien en ik speel er muziek bij.

Wat kan je me vertellen over het intrigerende artwork van zowel “Niets en niemendal” als “Geketend in de schaduw van het leven“?
Het artwork is uitgevoerd door de Russische artiest Maya Kurkhuli. Ze maakt illustraties voor prentenboeken en werkt voornamelijk digitaal op een tablet. Haar werk heeft desondanks de uitstraling van een traditionele pentekening. Het was gaaf om te zien hoe mijn ideeën vanuit een moodboard werden vertaald in art. Meslamtaea is geen band die oorlog, dood en verderf verheerlijkt. Meslamtaea confronteert je met de teloorgang van aarde en maatschappij, de menselijke vervreemding van haar bron en een zekere heimwee en verlangen naar de onbevangen jeugd, de rust en ongerepte natuur. De rafelranden van de stad, het meedogenloos verstrijken van de tijd… De thema’s waar je op een regenachtige zondagochtend over kan peinzen. Gedachten die je liever ontwijkt, maar ook kan omarmen.
Niets en niemendal” gaat over nucleaire rampen. Oude foto’s uit WWII van spelende kinderen met gasmaskers inspireerden voor het artwork. Op de cover van ‘Niets en Niemendal’ zie je een kind met een gasmasker, spelend met een sneeuwbol. Het glas is gebroken, de herinnering aan het paradijs voor altijd versplinterd. “Geketend in de schaduw van het leven” is thematisch wat vrijer en behoefde een meer surreëel artwork. Een junk die zuurstof van een miniatuurboom opzuigt symboliseert de pijnlijke paradox tussen de menselijke neiging om de natuur te vernietigen versus de enorme afhankelijkheid er van. Echter, de boom laat het blad vallen…

Hoe staat het met je flow? Want tussen “Niets en niemendal” en “Geketend in de schaduw van het leven” zit een jaar, en ik las dat je nu al bezig bent met een volgend album.
Wanneer inspiratie hard toeslaat ben je aan jezelf verplicht om daar iets mee te doen. Er komt al drie jaar op rij een onophoudelijke stroom aan ideeën. Mijn grootste vijand is wat dat betreft tijd. Wat ook meehelpt voor de flow is dat de ‘studio’ (een hoop troep op zolder) tegenwoordig zo is ingericht dat ik direct aan de slag kan en elk vrije uur productief kan spenderen.

Bijna al je releases zijn uitgekomen via Heidens Hart. Waarom heb je voor “Geketend in de schaduw van het leven” gekozen voor Babylon Doom Cult?
Meslamtaea is met “Geketend in de schaduw van het leven” ver verwijderd van de traditionele black metal. Als je er toch een stempel op moet drukken, dan noem het non-orthodox / post-black / avant-garde. Het was Heidens Hart zelf die adviseerde om verder te zoeken naar een label dat in deze niche van de black metal opereert. Na een lange zoektocht kwamen we uit bij Babylon Doom Cult. Dit Belgische label heeft een aantal gave releases op de naam waar we graag tussen wilden staan! Babylon reageerde enthousiast en bood aan een handgenummerde en gelimiteerde vinyl release te willen doen. Vervolgens kwam er een samenwerking op gang met het lekker eigenwijze Tartarus Records voor een magneetlint. De tape ziet er fantastisch uit!

Wat kunnen we in de toekomst nog van je verwachten?
De inspiratie voor Meslamtaea vloeit volop en er staat alweer een half album in de steigers in een stijl waar je niet op zit te wachten als je niet graag verder dan vier telt. Ook Asgrauw heeft na “IJsval” niet stil gezeten en we hebben wat nieuw werk ingestudeerd dat een tandje harder en sneller is dan het voorgaande. Komende winter verwachten we de nieuwe plaat “Oale groond” van Sagenland. Een project dat ik samen doe met A. (Uuntar, Cultus, Heimdalls Wacht). Sagenland speelt black metal in de traditie van Ulver, Dødheimsgard en Arckanum. Dit project bestaat ook al ruim vijftien jaar en Heidens Hart brengt het uit op CD en vinyl.

Bloodsoaked Necrovoid – Expelled into the unknown depths of the unfathomable

Iron Bonehead Productions weet als geen ander muziek op te rakelen die uit de diepste krochten van de menselijke psyche komt vloeien, en maar goed ook. Nieuwste aanwinst is het tweekoppige Bloodsoaked Necrovoid, die opereert vanuit het verder ietwat onbekende metallandschap van Costa Rica. De heren smijten met “Expelled into the unknown depths of the unfathomable” vol overgave hun imposante debuut op tafel. Het resultaat is een van alle auditieve degelijkheid onttrokken misbaksel dat nagenoeg niet valt te verteren – wat tijdens het luisteren meteen die gelukzalige grijns op je gezicht verklaart. De plaat sleurt je op zes nummers doorheen een gapend zwart gat, tot de nok gevuld met slopend zware riffs en een eindeloos dreunende ritmesectie. Het geheel voelt nog logger en corrosiever aan dan de twee voorgaande demo’s uit 2018, die vorig jaar werden samengebracht onder de noemer “The apocryphal paths of the ancient 8th vitriolic transcendence” door Caligari en Blood Harvest. Heel af en toe trekt drummer Jose Maria Arrea het tempo op naar een deathmetalwaardige versnelling, maar de hoofdmoot van “Expelled…” wordt gevuld met drumsalvo’s die doen denken aan de betere funeral doom. De onaardse vocalen galmen als afkomstig van een demonische mutant door je schedel maar blijken dan toch op één of andere manier uit Federico Gutierrez’ keel te ontsnappen – eveneens de gitarist en bassist van de band. De riffs lijken verder geschreven door een neanderthaler die onbewust een klein veld aan gedroogde papaverplanten naar binnen heeft gewerkt, maar dat is dan ook exact hoe we ze willen. Af en toe voert de band ijzige intermezzo’s in die enige rust zouden kunnen bieden, in de realiteit dragen ze alleen maar bij tot de venijnige en misantrope sfeer die Bloodsoaked Necrovoid geheel intentioneel naar voren brengt. “Expelled iunto the unknown depths of the unfathomable” is een ijzersterke plaat met een voor deze stijl perfecte productie en dito artwork – al smaakt ondergetekende de rauwe zwartwitte stijl van het voorgaande werk ook. Voor wie het nog niet duidelijk was; als fan van dit gure sub- van een subgenre kan je met Bloodsoaked Necrovoid alleen maar winnen.

JULES: 81/100

Bloodsoaked Necrovoid – Expelled into the unknown depths of the unfathomable (Iron Bonehead – 2020)
1. Dispossessed in an asphyxiating endless darkness
2. Perverted astral intoxication for a death incarnation
3. Viciously consumed by the unfolding unknown
4. Inescapable transferance of profane malignity
5. Existential dismemberment by a transcendental nothingness
6. Traversing the threshold of a treacherous depraved absolute

Gryftigaen – Graven til måneåpenbaringer

Even dachten we op basis van de bandnaam en hoes met nieuw werk van Ancient Records te maken te hebben, maar we komen bedrogen uit. Land van afkomst van Gryftigaen is gek genoeg Chili (dat hadden we helemaal niet zien aankomen). Het illustere heerschap Melek Rsh Nvth (zang, gitaar en muziek), bijgestaan door collega 13th Temple drummer Lord Mbl Dmn III, vond blijkbaar inspiratie op Google Translate en besloot zijn blackmetalmuziek onder de noemer Gryftigaen uit te brengen, een bandnaam die is samengesteld uit twee oude proto-Scandinavische woorden die in oude Germaanse teksten voorkomen en zoiets als rust- of begraafplaats zouden betekenen. “Graven til måneåpenbaringer” blijkt dan weer Deens te zijn voor “het graf van de maanopenbaringen”. De heren claimen pure rauwe underground black te spelen, opgedragen aan de Valdivian Black Circle, een groepje gelijkgestemde blackmetalbands uit Valdivia in Zuid-Chili. Mooi mooi mooi. Wanneer we op de playtoets drukken, verwachten we dat Melek Rsh Nvth ons meteen met zijn uit de kluiten gewassen zwaard in mootjes gaat hakken, maar niets is minder waar want “Crossing the venomous ritual” komt heel traag en stil met minimalistische ambient op gang. Na anderhalve minuut vraag je je af of er daadwerkelijk nog iets te gebeuren staat, maar dertig seconden later is dat grauwe zwartmetaal er dan eindelijk. En daarbij valt meteen de wel heel ijle en winderige sound op, alsof Gryftigaen beneden in een vallei staat te spelen en wij hun klanken pas op de omringende bergtoppen opvangen. Nu, écht storend is het niet en dit draagt onherroepelijk bij tot de magische atmosfeer die het duo poogt neer te zetten, maar “Graven til måneåpenbaringer” mist hierdoor wel wat power en in de auto komt deze muziek bijvoorbeeld helemaal niet tot zijn recht daar omgevingsgeluid zo wat alles overstemt. Deze plaat is dan ook eerder voor de eenzame nachtelijke uurtjes bestemd. Voor de rest kan ik de vijf nummers met een gemiddelde speelduur van acht minuten best smaken: goed verstopt repetitief drumwerk, winderige screams, grimmige soms ietwat atonale gitaarrifs en subtiel hypnotiserende gitaarloops (of zijn het toch keyboards?) worden ingezet om een begeesterende pot magische black metal neer te zetten die de jaren negentig voluit eert. Voor dat magische en hallucinogene rituele randje zorgen vooral de Gregoriaanse gezangen in het afsluitende “Nightside of the eye of Seth“, een nummer met een meer ambientachtige feel dat even langzaam uitsterft als dat de plaat begon. Ancient Records trekjes zijn onmiskenbaar aanwezig op Gryftigaens debuut, maar het niveau van die bands wordt vooralsnog niet behaald.

JOKKE: 78/100

Gryftigaen – Graven til måneåpenbaringer (Mahamvantara Arts Records/Inferna Profundus Records 2020)
1. Crossing the venomous ritual
2. Sarcophagical black sorcery
3. Fatidic manifestation of Azael`s blood
4. Circle of twofold attraction
5. Nightside of the eye of Seth

Serpents Oath – Rebellie met transformatie als doel

Op 4 december verschijnt uit het niets het debuut van Serpents Oath, een nieuwe speler in onze vaderlandse blackmetalscene. Achter Serpents Oath gaat een stel veteranen schuil, dat hoor je aan het professionalisme en de wil er meteen voluit voor te gaan die er met de release van “Nihil” gepaard gaan. We hadden een gesprek met zanger Tes Re Oth over enkele bandgerelateerde zaken maar groeven ook wat dieper in zijn visie op rebellie, transformatie en zijn zoektocht naar het eeuwige leven. (JOKKE)

(c) Sarina Mannaert

Serpents Oath is een nieuwe band en in plaats van verkennend werk middels een demo te doen, besloten jullie meteen voor the real deal te gaan en een full-length te lossen. Was de muzikale visie van meet af aan duidelijk of is er veel gecomponeer aan het debuut voorafgegaan alvorens de muzikale richting min of meer vastgelegd werd?
De visie van de band en de muziek was snel duidelijk. Wat de muziek betreft merkten we na enkele repetities al dat we met ons drieën op dezelfde lijn zaten. Dat betekende black metal met een niet aflatende intensiteit die je meteen bij je nekvel pakt. Die black metal is dan uiteraard een mix van de vele jaren die we samen verzameld hebben zowel als fans alsook muzikanten. Het is dan ook interessant om te horen dat iedereen er iets anders in terug vindt wat hen bevalt aangezien ze natuurlijk allemaal een ander referentiekader hebben om de muziek aan te toetsen. Enkel een demo te brengen was nooit een optie voor ons. We staan 100% achter wat we doen en hebben dan ook beslist een volledig afgewerkt product te maken en daarmee bij labels aan te kloppen. Met Soulseller Records zaten we meteen op 1 lijn en aan o.a. hun re-releases van Ancient Rites en Rotting Christ was duidelijk te zien dat ze met passie aan hun releases werken en de bands de nodige vrijheid geven. Dat hebben we daarna enkel bevestigd gezien. Zo zal je zien dat zeker de vinyl versies met de nodige extra’s in kwaliteit voorzien zijn die je zelden bij een debuut tegenkomt.

Hoe verloopt jullie muzikale modus operandi en wat triggert jullie creativiteit?
Daenum komt met de riffs aanzetten en dan kneden we daar met z’n drieën nummers van. Die nummers evolueren dan over de tijd aangezien we telkens naar de nummers teruggrijpen en opnieuw kijken of ze aan onze kwaliteitsvoorwaarden voldoen. Als het ons niet genoeg kan bekoren dan vliegt het er onherroepelijk uit. Het is ook af te raden in die periode anderen ernaar te laten luisteren aangezien ieder oor iets verschillend zoekt. Nu we weten dat we met z’n drieën op dezelfde golflengte zitten is dat een zeer open proces waar meningen duidelijk verkondigd worden en alles op een positieve kritische manier bekeken wordt. De eerste vonk waar alles mee begint is “welke intentie of gevoel gaan we met dit nummer brengen”. Daar wordt dan alles aan getoetst en die intentie zal uiteindelijk ook de lyrics bepalen die dezelfde sfeer moeten weergeven.

Naar jullie mening is de band groter dan de som der delen. Zou Serpents Oath zonder één van jullie drie kunnen verder bestaan?
Elke entiteit kan verder bestaan indien je elementen verandert, het gaat alleen nooit meer diezelfde entiteit zijn en daardoor zal waarschijnlijk net die extra “vonk” verdwijnen. Je merkt dat wanneer individuen met eenzelfde visie en drive aan iets werken er iets uitzonderlijk uit voort komt. Er zijn genoeg voorbeelden in de metal wereld waar een lid van een band veranderd wordt en die groep nooit meer aan het potentieel van ervoor kan tippen. Vandaar zijn we ook zeer voorzichtig om leden aan onze line up toe te voegen aangezien dat een moeilijk proces is en niet evident om anderen met dezelfde drive te vinden die ook achter de visie van de band staan. Uiteindelijk ga je mekaar inspireren en naar een hoger niveau tillen en daarom moet je ervoor zorgen dat alle persoonlijke elementen in die mix kloppen.

Ik ben blij dat jullie voor de bandfoto niet voor de anonieme aanpak gingen die tegenwoordig schering en inslag is en ook traditionele corpsepaint blijft achterwege. Jullie opteerden ervoor om jullie met bloed te besmeuren. Wat symboliseert het gebruik van bloed voor jullie?
Het bevrijdende van een nieuwe band te beginnen is dat je een blank canvas hebt dat je helemaal zelf kan invullen. Dat is niet te vergelijken met een band die al jaren actief is, daar zit je dan toch aan bepaalde dingen vast. De visie van de band is er één van rebellie, maar niet gewoon “rebel without a cause” maar een rebellie met als doel transformatie. Vanuit dat standpunt hebben de dan alles benaderd. Dat betekende dan ook dat we bepaalde pistes van de tafel hebben geveegd. Anonieme foto’s was dan duidelijk niet aan de orde. Vanuit onze visie wilden we alles zo puur mogelijk doen. Net zoals de muziek een instinctieve reactie zal geven, zo wilden we ook het visuele instinctief houden en zeer primair: aarde, vuur en bloed. Bloed is dan ook een perfect symbool voor die transformatie: het is de basis van leven en zonder kom je aan de andere kant: de dood. Daarenboven zit er nog een grotere diepgang in verborgen, als je verder kijkt dan het bloed, naar het DNA dat erin zit en diens vorm, dan zie je de vorm van een Serpent.

Symboliek en het serpent lijken inderdaad erg belangrijk te zijn voor jullie. De slang of het serpent duiken niet alleen in de bandnaam en het logo op, maar ook in de muziekclip van het nummer “Leviathan speaks” en in een songtitel als “Serpents of eight”. Welke symboliek en visie representeert het serpent voor jullie?
Het Serpent is zoals net aangegven een duidelijk symbool van leven. Als je echter dieper gaat kijken is het een perfect symbool van transformatie aangezien het regelmatig zijn huid vervangt en op die manier als een nieuwe verbeterde versie van zichzelf “wedergeboren” wordt. Er straalt ook duidelijk kracht vanuit, “you don’t mess with a snake”. In ons westers referentiekader is het uiteraard ook een ultiem symbool van vrije wil (“eet de appel”). Langs de figuurlijke kant bekeken is het de representatie van je innerlijke zelf waar je probeert mee in contact te komen.

Hanteren jullie alle drie dezelfde visie op het leven?
De visie van rebellie is er één die we alle drie in ons hart meedragen. Als je al zo lang metalmuziek maakt, zit er hoe dan ook een zekere rebelse kern in jou. Zelf heb ik de meest extreme visie, maar Draghul en Daenum geven me wel de vrije hand binnen het uitwerken van teksten.

Hoe ver gaan die rebellie en transformatie dan bij jou?
De essentie is “morgen beter zijn dan vandaag”, maar bij mij gaat het nog verder tot het niet willen aanvaarden van de dood. De dood is niet natuurlijk, maar een ziekte. Als je kijkt naar de zeldzame verouderingsziekte progeria, moet het toch ook mogelijk zijn dat mensen trager ouder worden?
30 jaar zoeken naar je eigen pad kan ik kort in drie doelen weergeven. Het eerste doel is fysisch niet sterven. Doel twee is geen fysiek lichaam meer nodig hebben (wat verschillende vormen kan aannemen) en doel 3, eigenlijk eerder mijn back-up plan, is dat ik een cryonics-contract heb afgesloten waarbij ik, als ik morgen sterf, ingevroren zal worden tot de tijd dat ze wel iets aan het verouderingsproces (of bv. kanker) kunnen doen. Dit is niet louter theorie, maar er zit ook een wetenschappelijke basis achter die al veel verder staat dan dat de mensen denken of willen toegeven. Vergelijk het met in een neerstortend vliegtuig te zitten waar bij je de mogelijkheid hebt te blijven zitten of een parachute te nemen, waarvan je ook niet weet of die werkt. In mijn geval kies ik voor de parachute.

Ben je dan eigenlijk op zoek naar het eeuwige leven?
Ja, maar belangrijk is dan wel dat je een gezonde mindset opbouwt want als je geen fun aan het leven beleeft, waarom zou je dan eeuwig willen leven? Het is in dat transformatieproces ook belangrijk dat de wil er is om jezelf elke dag doelen op te leggen en dingen niet uit te stellen, maar er nu voor te gaan.

Het knappe artwork van Néstor Avalos toont de rebellie waarbij Lucifer de oorlog in de hemel leidt, maar dit Bijbelse tafereel kent bij jullie een andere afloop want de rebellie lukt, wat gevisualiseerd wordt door Lucifer die de aartsengel Michaël verwerpt. Dit symboliseert voor jullie de ultieme overwinning van de vrije wil. Religie (en zeker het christendom) blijft een gemakkelijk slachtoffer voor de gemiddelde blackmetalband, hoewel diens invloed – zeker in onze contreien – toch vrij beperkt is, niet? Als je dan toch hard van leer wilt trekken tegen religie, waarom dan niet de islam, die mijns inziens een veel groter gevaar inhoudt. Kijk maar naar de nieuwe reeks aanslagen van de voorbije weken…
Zoals gezegd is de transformatie die gezocht wordt morgen een betere versie van zichzelf te zijn ten opzichte van vandaag. Religie kan dan zeker een groot struikelblok zijn aangezien die er eerder op gericht is hun volgelingen te beknotten in plaats van zich te laten ontwikkelen. Dat geldt voor alle religies. Onze visie is er niet één van tegen een bepaalde religie te zijn, maar uiteindelijk van een algemeen “tegen de stroom in zwemmen”, om iets te bereiken. Bij het zoeken naar een illustratie die deze rebellie uitdrukt, is het waarschijnlijk vrij logisch dat je vertrekt vanuit je eigen referentiekader. Aangezien velen in België wel in het katholieke onderwijs hebben gezeten, is dat dan een natuurlijk vertrekpunt. Als je weinig tot geen contact hebt gehad met andere verlammende religies, waarom dan daar iets gaan zoeken? Echter een veel belangrijker punt is dat de release (en de band in het algemeen) niet een statement is tegen een bepaalde religie maar een duidelijk statement van de eigen ontwikkeling. Als je dus de lyrics doorneemt en de rest van de symboliek bekijkt is dat niet gericht tegen religie maar een duidelijke verklaring van vrije wil om het anders te doen en niet terug te deinzen om jezelf te ontdekken, inclusief te donkere kanten.
Ons referentiekader is toevallig ook hetzelfde als dat van onze Mexicaanse grafische vormgever die er altijd nog graag een extra blasfemisch element aan toevoegt zoals het omgekeerde kruis. Daar hebben we intern nog wel over gediscussieerd, maar omdat het zowat het meest gekende symbool voor rebellie is, vonden we het toch gepast om te gebruiken.

Zou de wereld er helemaal anders uitzien zonder alle door religie opgelegde doctrines?
Dat is zeer zeker zo. Bij ons merken we dat die greep enorm verzwakt is en gelukkig niet meer zo veel voorstelt. In de loop der tijden en door de ontwikkeling van de mensen hebben vele deze niet zinvolle doctrines naast zich neer gelegd en zo zijn we langzaam maar zeker uit diens greep aan het ontsnappen. Dat is in andere contreien en andere religies nog niet het geval. Een kwestie van tijd maar daar kan het wel nog heel lang duren.

Jullie hanteren de slogan “To live by the force of fang and claw. Forever respecting the one true law”. In welke mate is het eenvoudig om je dagelijks leven volgens dit motto te leiden?
Niets wat de moeite waard is om te bereiken is eenvoudig. Het vereist een ijzersterke wil om dagelijks aan jezelf te willen werken en daar kunnen we eerlijk in zijn dat dit ons ook niet elke dag lukt. Als je er echter aan blijft werken dan zal je altijd stappen vooruit zetten. Dit geldt zowel voor de Nachtzijde (noem het magie voor mijn part als je wil) als de Dagzijde. Aan beide probeer je te werken om tot een goede balans te komen. Als je je dagelijkse leven niet onder controle hebt, hoe kan je dan verwachten dat je kan werken aan de ontwikkeling van je bewustzijn om zo tot een hoger niveau te komen? Dat vereist dus een ijzersterke discipline.

Momenteel wordt de vrije wil in heel het COVID-19 gebeuren ook vanuit gouvernementele hoek serieus aan banden gelegd want heel wat zaken zijn verboden en we worden als burger serieus in onze vrijheid beperkt met o.a. een avondklok (die zelfs niet grondwettelijk blijkt te zijn). Hoe gaat een nihilist hiermee om, in de veronderstelling dat je jezelf als een nihilist beschouwt natuurlijk?
Vooraleerst is het belangrijk om duidelijk te maken dat het album titel niet verwijst naar Nihilisme (de overtuiging dat het leven geen zin heeft) maar in eerste plaats een verwerping van blind geloof is en het streven naar de uitroeiing hiervan en alles te baseren op je eigen ervaring. Verder is het ook een verwijzing naar de eerste song die deze titel droeg waarvan we toen dachten dat het zo een gigantische stap vooruit was. Uiteindelijk zijn we nummers blijven maken en heeft dat eerste nummer het debuut zelfs niet gehaald maar het was wel de eerste stap die nodig was om tot deze versie van onszelf te komen. Wat betreft het COVID gebeuren, daar staan inderdaad 2 richtingen ten opzichte van mekaar. “Survival is the highest law” dus is het verstandig om ervoor te zorgen dat je de ziekte niet oploopt. Aan de andere kant zijn er echt maatregelen die ons beknotten ons leven te leiden in de vrijheid de we gewend zijn, maar in dit geval wordt rebellie overruled door survival. Ik schat dat het erop aankomt om erop toe te zien dat er achteraf geen maatregelen blijven sluimeren die onze vrijheid inperken.

Jullie verwijzen regelmatig naar Ur, een stad in Soemer, in het zuidelijk deel van Mesopotamië (hedendaags zuidoost Irak), waar de rivieren Eufraat en Tigris in de Perzische Golf uitmonden. De stad werd reeds ca. 4000 v.Chr. gesticht en is eeuwenlang één van de belangrijkste steden van de Soemerische cultuur geweest. Tegenwoordig is het dan ook een belangrijke archeologische vindplaats waar ondermeer één van de grootste graf- of dodenputten werd aangetroffen. Volgens de overlevering in de Hebreeuwse Bijbel werd aartsvader Abraham er geboren. Heb je de stad of de regio zelf al bezocht en indien dat het geval is, welke indrukken heeft dit op jou nagelaten?
Ik heb voor mezelf wel een lijstje gemaakt van significante plekken op de aardbol en die te gaan bezoeken. Zoals jezelf aanhaalt ligt Ur tegenwoordig in Irak, dus heb ik een bezoek nog niet kunnen verwezenlijken uit veiligheidsoverwegingen. Wel ben ik bijvoorbeeld het Necromanteion gaan bezoeken in Griekenland waar in oude vervlogen tijden men toegang had tot de onderwereld om daar met de Goden te communiceren. Het was fascinerend te zien wat voor een proces bezoekers moesten afleggen om zowel lichaam als geest te zuiveren om voorbereid te zijn op die ontmoeting. Een goed voorbeeld van die ijzersterke discipline. De kracht en energie die deze plek uitstraalt heb ik nog nergens anders ervaren. Als je de omgeving errond dan ook nog verkent en zo bijvoorbeeld aan de rivier Styx beland die je enkel kent uit sagen maakt dat zo een trip extra waardevol.

(c) Sarina Mannaert

Voor de opnames van “Nihil” trokken jullie naar de Stage One Studio van Andy Classen wat zoals verwacht resulteerde in een modern klinkende blackmetalplaat. Mijns inziens is de sound wel wat te steriel en de productie een tikkeltje te generiek, waardoor jullie klinken als zo vele collega’s. Ik mis met andere woorden wat eigenheid. Wat vind je van deze kritiek?
Uiteraard zie ik dat genuanceerd aangezien wij voor dit geluid hebben gekozen. Objectief gezien hebben onze instrumenten een andere stemming dan 85% van alle metal bands en is er ook een duidelijk geluid nodig om de gewenste intensiteit en punch van de songs weer te geven. Vooral het steriele in je opmerking zie ik zeer anders omdat ik vind dat we net een heel warm en levendig geluid hebben kunnen neerzetten. Daarenboven kan ik enkel aanbevelen om het via koptelefoon te beluisteren om hier en daar de subtiliteit van de verschillende gitaarlijnen te ontdekken. Kan ik me echter inbeelden dat er een grotere portie rauwheid in onze volgende release zal kruipen? Zeer zeker. Zowel op vocaal gebied als het totaal geluid heb ik de indruk dat er een ontwikkeling zal zijn in die richting, daar kunnen we nog verdere stappen zetten.

Toen ik de plaat na een tijdje opzij te hebben laten liggen terug opzette, bleken veel nummers opnieuw te blijven hangen dankzij de sterke melodieën, zeker het erg catchy “Serpents of eight“. Maar ook qua atmosfeer zit het wel goed dankzij de ambientinterludes.
We hebben niet geprobeerd gewoon een verzameling nummers op plaat te zetten, maar er een totaalbeeld van te maken. Voor die interludes hebben we samengewerkt met de Fransman Melek-Tha, die perfect snapte wat we zochten. We lossen drie songs op voorhand, maar wie de plaat volledig zal beluisteren, zal zien dat er veel meer te beleven valt. Doordat we met drie zijn, is het totaalbeeld van een song tijdens de repetities ook niet altijd duidelijk omdat Daenum zich dan ofwel op de ritmegitaar ofwel op de leads concentreert. Het was dus ook voor mij erg interessant om alle puzzelstukjes op zijn plaats te zien vallen tijdens de opnames.

Binnen black metal kan je tegenwoordig heel wat richtingen uitgaan. Jullie kozen voor de snelle, meedogenloze variant met een serieuze knipoog naar de Zweedse school. Een populaire formule maar ook wel één die weinig ruimte voor experiment biedt. Gaan jullie in de toekomst de lijn van het debuut verder blijven bewandelen, of ga je ook ruimte laten voor verbreding van het muzikale spectrum?
We sluiten niets bij voorbaat uit. Dat zou rechtstreeks tegen onze visie van zich steeds verder te ontwikkelen ingaan. Het is echter belangrijk te weten dat we niet voor een bepaalde blackmetalstijl hebben gekozen omdat die goed in de markt zou liggen, maar dat we muziek brengen die in ons zit. Zal dat dus ook in een volgende release herkenbaar zijn? Daar twijfel ik niet aan aangezien dezelfde kern eraan zal werken. Voor een bepaalde richting kiezen om dat die populair is, is sowieso een fatale vergissing. Buiten het feit dat de luisteraar (wel of niet bewust) duidelijk hoort of iets uit het hart komt, duurt het hele proces van nummers schrijven, opnemen en releasen als snel 1 tot 2 jaar. Of dezelfde richting dan nog populair is, is dan nog de vraag. Wij zullen blijven spelen wat uit ons komt en daar kunnen zeker andere invloeden insluipen. Verwacht echter steeds dat het intens zal blijven.

De tekst van het nummer ”Speaking in tongues” is deels in het Engels, Latijn en Frans. Vanwaar specifiek de keuze voor deze talen en bv. geen Nederlands?
Vooraleerst was het voor mij van meet af aan duidelijk dat er op basis van de songtitel in verschillende “tongen” ging gesproken worden. De talen op zich geven ook een bepaald gevoel of reactie weer: het harde van het Duits ten opzichte van het vloeiende van het Frans. Deze talen verzetten mij als spreekbuis in een bepaalde stemming wanneer ik ze gebruik, die ik dan in de vocalen kan uiten. Aangezien het Nederlands voor mij iets alledaags is, heb ik daar een heel andere voeling mee en werkt het voor mij gewoon niet daar de juiste uitdrukking aan te verlenen. Hoewel deze vraag me ook wel getriggerd heeft om misschien op een volgende plaat toch eens iets in het Nederlands te proberen. Trouwens, buiten de talen die je makkelijk kan waarnemen zitten er ook vocale uitspattingen in dat nummer die geen taal gebruiken maar wel iets primitief communiceren. Het moet dus niet eens zo conventioneel zijn als je maar het gewenste tot uitdrukking kan brengen.

Jij bent natuurlijk het meest gekend van de doom band Insanity Reigns Supreme. Hoe staat het daarmee gesteld?
Insanity Reigns Supreme zit voorlopig in de ijskast, hoewel het geen eenvoudige beslissing is geweest om alles waar ik sinds mijn 17de aan gewerkt heb achter mij te laten. Ik heb eigenlijk altijd al de drang gehad een blackmetalband op te starten, maar die invloeden vonden geen geschikte plaats binnen Insanity Reigns Supreme. Maar door gelijkgestemde zielen tegen te komen waarmee je eenzelfde muzikale visie deelt, besef ik nu wel dat het een bevrijdende beslissing is geweest. Never say never maar het is duidelijk dat Serpents Oath nu alle toewijding krijgt.

Insanity Reigns Supreme was één van de allereerste extreme metalbands in België. Je draait met andere woorden al heel wat jaren mee in de scene. Is deze naar jouw mening ten goede of ten slechte geëvolueerd?
Een scene evolueert altijd. Je kan dan natuurlijk nostalgisch terugdenken naar de tijd dat alles beter was, maar uiteindelijk zijn er ook parallellen. Vele bands die al langer meedraaien hebben bijvoorbeeld een hekel dat muziek digitaal zoveel illegaal gedeeld wordt. Toen wij begonnen was het “tape traden” in, waar je LP’s op een cassette opnam om die muziek dan met andere uit te wisselen. Op zich was dat net hetzelfde “illegale” gedrag maar dat zagen we toen ook anders. Met andere woorden ook al verandert het medium zich, wat er gebeurt is hetzelfde. Zo is dat ook in de scene, die evolueert, maar de kern is hetzelfde. Ik zie daar geen verslechtering of verbetering in, enkel een verandering.

Zijn jouw mindset en visie aanzienlijk veranderd vergeleken met jouw jeugdige versie? Gaat het cliché dat je meer mellow wordt naarmate je ouder wordt (ondanks de muzikale furie van Serpents Oath), op voor jou?
Juist in tegendeel. Mijn mindset wordt duidelijk extremer over de jaren heen. Dat is ook één van de redenen waarom het tijd was om iets nieuws te starten om daaraan uitdruk te geven. De verachting van het kuddegedrag van mensen die doelloos door hun leven slenteren is er enkel groter op geworden. Vandaar de rebellie als thema, net om zich niet aan te passen. De furieuze muziek onderstreept dan ook die vurige visie.

Momenteel is heel het live gebeuren vrij onzeker. Zijn er plannen om “Nihil” live te promoten? Mikken jullie daarbij in eerste instantie op de thuismarkt of behoort een Europese tournee ook tot de mogelijkheden? Hoe zou jouw ideale touraffiche eruit zien?
Voor ons was een nieuw album altijd een vehikel om dit live te kunnen brengen. Daar zit de echte kracht en is het allemaal om te doen: de rechtstreekse uitwisseling met het publiek. We staan dan ook te springen om dit muzikaal geweld ten beste te brengen, pas dan zet je een band echt op de kaart. We zullen onze kern dan ook aanvullen met nog een live gitarist en bassist. Afhankelijk van welke kansen er langskomen is een korte europese tour zeker niet uitgesloten. En als we dan toch mogen kiezen, laten we dan maar een tour met Watain doen. Prepare to be bound by the Serpents Oath.

Tombs – Under sullen skies

Me de puike “Monarchy of shadows” EP van afgelopen februari nog vers in het geheugen, is het best een topprestatie dat het uit Brooklyn New York afkomstige Tombs nu reeds toeslaat met een nieuwe langspeler. En als je weet dat het nagelnieuwe “Under sullen skies” op een vol uur afklokt, moge het duidelijk wezen dat de heren (met de nieuwe line-up is het niet enkel bandstichter Mike Hill die het songschrijven op zich neemt) geen last hebben van een writers block. Het wegvallen van een geplande tour met Napalm Death hield Tombs dus niet tegen om de plaat uit te brengen. “Under sullen skies” poogt het DNA van black metal opnieuw te mengen met invloeden van gothic, new wave en death rock, een richting die Tombs in 2014 insloeg met “Savage gold” en sindsdien min of meer is blijven volgen. Ook de psychologische onrust en de struggles van het urbane leven zijn weer alomtegenwoordig in de twaalf nummers die het donkere en introspectieve album vorm geven. Er valt een uur lang heel wat te beleven terwijl de donkere dreigende lucht over ons hoofd heen trekt. Zo is er het furieuze “Bone furnace” dat de plaat met een plak melodische black in gang trapt, maar dat gaandeweg ook subtiele thrash- en gothrockinvloeden incorporeert. Het meer ritmische en wat hoekige “Void constellation” is dan weer opgetrokken uit een mix van doom en death metal en bevat een meeslepende solo van Andy Thomas (Black Crown Initiate, ex-live lid van Tombs). Het is de eerste van een hele reeks gastmuzikanten die we aan het werk horen. Op het dynamische “Barren“, waarin we een wisselwerking horen tussen zwartgeblakerde post-metal en downtempo passages inclusief diepe heldere zang, schudden Six Feet Under gitarist Ray Suhy en Tomb’s Matt Medeiros meerdere gitaarharmonieën uit hun mouw, de eerste naar pure heavy metal neigend en de tweede meer episch van aard. Het refrein van het stompende “The hunger” wordt vertolkt door Integrity’s Dwid Hellion en neigt daardoor niet alleen muzikaal maar ook qua zang naar downtempo sludge. Op het zeven minuten durende “Secrets of the black sun“, dat handelt over de eindigheid van de mensheid op onze planeet, nemen de new wave en gothrock-invloeden voor het eerst écht de bovenhand. Sera Timms (Ides Of Gemini, Blck Math Horseman) zorgt voor vrouwelijk tegengewicht versus de diepe proclamerende vocalen van Mike en het nummer transmuteert van rustige goth-rock naar een slepend doomnummer. Voor “Descensum” liet Mike zich inspireren door “Ride the lightning” alvorens de deuren van de hel wagenwijd openklappen en er een chromatische single note atonaliteit op ons afgevuurd wordt. Naarmate “Under sullen skies” vordert, creëren akoestische instrumenten, keyboards en gesamplede soundscapes extra textuur. “Mordum” ligt wat in het verlengde van “The hunger” en Psycroptic’s Todd Stern splijt de stampende ritmes en riffs met een gierende solo in twee. “Lex talionis” is met zijn in vitriool gedrenkte tremolo’s zowat het meest ziedende blackmetalnummer van de plaat, maar gaat wat later de meer moderne metal tour op met een vette mosh-break en een chaotische solo. Het typeert de band die zelfs binnen één en hetzelfde nummer nooit voor één gat te vinden is. Ook in “Angel of darkness” trekt Tombs venijnig van leer. De spoken word dialoog die het nummer inzet, werd ingesproken door actrice Cat Cabral die bovendien veel kennis heeft van het esoterische en het occulte en ook Paul Delaney (Black Anvil) leent zijn stembanden aan dit nummer uit. “Sombre ruin” klinkt exact zoals de beelden die de songtitel oproepen en ons aan de film “The road” doen denken waarbij een vader en zijn jonge zoon door de puinhoop van een post-apocalyptisch landschap reizen. Met het toepasselijk getitelde “Plague years” trekt Tombs nog een laatste keer alle registers open: opzwepende tweede golf black metal wordt hier vermengd met hymne-achtige refreinen die de gebalde vuisten de lucht in stuwen en de zwaar beukende sludge horen we stilaan uitsterven totdat enkel de drums van Justin Spaeth nog weerklinken. “Under sullen skies” is by far de meest gevarieerde en allesomvattende Tombs plaat. Een slecht of zelfs middelmatig nummer hoor ik niet. Enkel het korte instrumentale “We move like phantoms” had misschien nog wat verder uitgediept moeten worden want nu lijken het wat riffs te zijn die de band nog op overschot had en willens nillens op tape wou kletsen. Omwille van de vele stijlen en gedaantewisselingen die we horen, zal ieder zo wel zijn favorieten hebben. De mijne wisselen zowat elke luisterbeurt wat een goed teken is.

JOKKE: 85/100

Tombs – Under sullen skies (Season Of Mist 2020)
1. Bone furnace
2. Void constellation
3. Barren
4. The hunger
5. Secrets of the black sun
6. Descensum
7. We move like phantoms
8. Mordum
9. Lex talionis
10. Angel of darkness
11. Sombre ruin
12. Plague years

Works Of The Flesh – Works of the flesh

Rauwe oldschool death metal uit de donkere krochten van de Antwerpse ondergrond? De bandleden slapen vooralsnog niet onder een rots, beste lezers, en weten maar al te goed dat OSDM anno 2020 weer immerrelevant is. Bands als Bones doen het hen al even voor, maar toch weer met een heel andere aanpak: Works of the Flesh mixt een heleboel punk- en grindelementen in het geheel, waar hun sound verder rechtstreeks uit een met beenmerg en gal besmeurd mangat te midden van een illustere steeg in centrum Stockholm lijkt te komen kruipen. Tracks als opener “Constant pressure” doen daarom meteen even hard denken aan Misery Index of Gadget als aan oude Unleashed of Grave. De bezetting van Works Of The Flesh is andermaal niet min, en licht meteen nog een tipje van de sluier op – met bandleden van Marginal, Helldozer, Suhrim en meer weet je al snel wat voor vlees je in de kuip hebt. Frank Rotthier nam de plaat live op in zijn studio, en het feit dat zoiets opvalt is alleen maar positief. Het geheel is zelfs best catchy met momenten, het resultaat van de melodieuze buzzsaw riffs en beukende blasts die al na enkele luisterbeurten blijven hangen. Op ongeveer twintig minuten is Works Of The Flesh uitgeraasd, wat van deze debuutplaat eerder een EP maakt dan een langspeler – maar laat dat nu net zijn hoe we onze metalen graag voorgeschoteld krijgen. Op thematisch vlak gaat meerdere keren op deze EP de militante vuist in de lucht, wat ook weer meer aan grind of punk doet denken – een verrassende keuze voor een deathmetalband. De rasperige growls die nummers als “The great dictatewhore” en “Anti-social media” van de nodige schwung voorzien, doen dat in ieder geval met volle overgave. De mastering gebeurde door Yarne Heylen, die “Works of the flesh” meteen weer naar een bepaald niveau weet te tillen. Wat ondergetekende betreft mocht het geheel nog wat rauwer klinken, om dat grafkeldergevoel volstrekt tot z’n recht te laten komen en de honger tijdelijk edoch volledig te stillen. Blood for the blood god, weet je wel. Er worden geen ongeziene songstructuren in elkaar geweven en op bepaalde songs klinken de riffs alsof ze al eens eerder kunnen zijn gebruikt, maar voor een eerste plaat is dit zonder meer oerdegelijk spul. Gezien er toch geen shows mogen worden gespeeld, stellen we bij deze voor dat de heren zich meteen terug in hun studio opsluiten en naarstig aan een opvolger beginnen schrijven.

JULES: 76/100

Works Of The Flesh – Works of the flesh (self released 2020)
1. Constant pressure
2. God is the gospel
3. The great dictatewhore
4. Double standards
5. Anti-social media
6. Eat kill fuck repeat
7. Murder is my name
8. Go feed the maggots

Effroi/Crypts Of Wallachia – Split

In afwachting van een tweede demo van zowel Effroi als Crypts Of Wallachia, brengen beide bands ten zuiden van de taalgrens een split 7 inch uit via Medieval Prophecy Records en Satanik Requiem. Zowel Effroi als Crypts Of Wallachia maken deel uit van een soort lokaal uitwisselingsproject voor gelijkgestemde zwartgeblakerde zielen. Zo zijn enkele leden van Effroi ook actief bij Gouffre, Eole Noire, Hertogenwald, Heinous, Dikasterion, Possession en Nartvind. De muzikanten van Crypts Of Wallachia houden er dan weer nevenactiviteiten bij Orkblut en Phlegeton’s Majesty op na. Via deze release slaan beide groepen de handen in mekaar. Effroi bijt de spits af. Over de eerste demo “Cryptic prophecies” schreven we vorig jaar dat de pure, traditionele old-school blackmetalklanken in de lijn van Gorgoroth, oude-Darkthrone en oude-Deathspell Omega verre van bijster origineel klonken, maar toch de juiste snaar wisten te raken. En dat is met het nagelnieuwe nummer “Black riders from outer darkness” niet anders. De sound is organisch, krachtig en ruw, zonder al te lo-fi te zijn en de zweep gaat er goed op. Zanger Tsotha klinkt wel nog steeds wat eentonig en zou wat meer variatie in zijn gekrijs moge leggen. Crypts Of Wallachia klinkt iets warmbloediger en legt meer nadruk op duistere fantasy melodieën door o.a. het integreren van toetsen, maar ook het grimmige riffwerk klinkt aanstekelijk. We worden als het ware terug gekatapulteerd naar een heidense wereld vol woelige en bebloede strijdvelden (mede dankzij het gebruik van samples van zwaardgekletter en strijdgewoel), imposante bolwerken en vuurspuwende draken. Motstander’s vocalen situeren zich ergens tussen raspende screams en heldere uithalen en bevatten heel wat verhalende emotie. Ook Crypts Of Wallachia trekt op “Woeful gleam upon snowy stronghold” de lijn van de eerste demo “Drifting in the devil’s maze” stug door en deze bende drakenridders bewijst nogmaals een band te zijn om in’t oog te houden. Bij de 7 inch zat een Medieval Prophecy Records flyer waarop een hele waslijst aan upcoming releases vermeld staat waar nog heel wat lekkers lijkt tussen te zitten. Laat maar komen!

JOKKE: 79/100 (Effroi: 75/100; Crypts Of Wallachia: 83/100)

Effroi/Crypts Of Wallachia – Split (Medieval Prophecy Records/Satanik Requiem 2020)
1. Effroi – Black riders from outer darkness
2. Crypts Of Wallachia – Woeful gleam upon snowy stronghold