Olkoth – The immortal depths & treasures of necromancy

Als ik je zeg dat bovenstaande release via Signal Rex verschijnt, zou je al min of meer moeten weten wat voor vlees je in de kuip hebt. Juist ja: black metal voor de pvristen onder ons. Olkoth heeft de verenigde Staten als thuisbasis en voor de rest is er niet veel geweten over dit duo (gelieve ze wel niet te verwarren met het gelijknamige, eveneens Amerikaanse technische death/black gezelschap waar o.a. Nile-bassist Brad Parris deel van uitmaakt). Dit Olkoth heeft twee demo’s op haar palmares staan waarvan enkel “Treasures of necromancy” uit 2017 reeds eerder op extreem gelimiteerde cassette te verkrijgen was. Signal Rex besloot deze nu samen met de eerste demo “The immortal depths” uit 2016 te bundelen en als kers op de taart werd er in de vorm van “Demonic supremacy” nog een onuitgegeven nummer als bonus toegevoegd. Samen is dat goed voor zo’n vijftig minuten black metal, the ancient way, die middels een basisopstelling van zang, één gitaar, drum en sfeerscheppende keys uitgevoerd wordt. De sound overstijgt de typische kelderblackproductie, dus ook dat zit wel snor. Het heerschap Horrid Conjuration houdt zijn drumpartijen basic en to the point maar experimenteert op vocaal vlak wel met tal van gevarieerde keelklanken. Gitarist Dreadful Apparition weet meermaals beklijvende riffs uit zijn mauw te schudden en de snerpende leads doen me wat aan bands als Negative Plane of Funereal Presence denken. De keys geven Olkoth’s black een middeleeuws kantje mee en het meer dan elf minuten durende “Gravesite levitation” bevat heel wat melodieuze heavy metal-riffs. “Ancient black flame” zou dan weer niet misstaan op één of andere plaat van onze held Swartadauþuz. Alles wat oeroude black zo aantrekkelijk maakt, zit in dit nummer vervat: duistere mystiek, betoverende toetsen, meeslepende melodieën en ijselijke vocalen die soms ook de heldere verhalende tour opgaan. Symfonische kristalklanken trappen de tweede demo middels “The goulish grail Pt. 1” in gang en geven meteen aan dat de volgende nummers grandioser zullen klinken. Ondanks de prominenter aanwezig zijnde toetsen, gaat het er gelukkig nog steeds grimmig aan toe. De Swartadauþuz-invloeden nemen naarmate de plaat vordert nog toe en pieken in het meest recente nummer “Demonic prophecy“. Onverwachts goed dit Olkoth!

JOKKE: 83/100

Olkoth – The immortal depths & treasures of necromancy (Signal Rex 2019)
1. Shrine of rotten bones
2. Gravesite levitation
3. Ancient black flame
4. The goulish grail Pt. 1
5. Treasures of necromancy
6. The goulish grail Pt. 2
7. Paranormal enslavement
8. Demonic prophecy

Mork – Det svarte juv

Menig black metal-muzikant roept luidkeels dat vroeger alles beter was en dat er amper nog noemenswaardige nieuwe bands of releases uitkomen. Het Noorse Mork lijkt hier een uitzondering op te vormen, want niet alleen de gespecialiseerde muziekpers heeft veel lof voor het eenmansproject van de heer Thomas Eriksen, Mork krijgt ook steun van vele veteranen uit de scene zijnde Fenriz, Blasphemer en Seidemann. Mork werd in 2004 boven de doopvont gehouden en wist album na album gestaag nieuwe zieltjes voor zich te winnen. Met “Det svarte juv” zijn we ondertussen bij langspeler nummer vier aanbeland, de tweede die via Peaceville verschijnt. Desolater en somberder dan het vijftig-tinten-grijs-tellende artwork van de hand van de Franse artiest David Thiérrée die o.a. ook al voor Behemoth werkte, kan amper. Het wanhopige beeld van de volledig uitgemergelde, op sterven na dood zijnde figuur die naar de rand van de dieperik kruipt, illustreert perfect alle somberheid, haat, kwaadheid, pijn en kracht die in de tien nummers vervat zitten en die Thomas uit zijn systeem moest filteren na de meest miserabele periode in zijn leven achter de rug te hebben. Op de twee vorige platen doken gastmuzikanten van Dimmu Borgir, Darkthrone en 1349 op, maar deze keer werd het een complete solotrip zonder inmenging van buitenaf. In vijftig minuten tijd krijgen we een gevarieerde dwarsdoorsnede van ouwe getrouwe Noorse black voorgeschoteld gaande van klassieke blastbeat riffs (“Mørkeleggelse“, “Den utstøtte“), naar Taake en Khold neigende black ’n roll (“Skarpretterens øks“), slepende doom (“Karantene“) en melancholische melodieën (de titeltrack). Thomas spuwt al krijsend of in “På tvers av tidene” met een heroïsche cleane stem, zoals we die ook kennen van een Kampfar of Isengard, zijn gal. “Da himmelen falt” kent een wisselwerking tussen rollende basdrums en black metal-gekrijs en bevat een Windir-achtige melodie. Toffe bijkomstigheid is dat er extra veel aandacht werd geschonken aan de baslijnen die goed hoorbaar zijn in de mastering van Jack Control, die ook aan Darkthrone’s laatste drie platen meewerkte. Mork is samen met een band als Djevel één van de sterkhouders van de nieuwe generatie bands die de geest van old school Norwegian black metal levend weet te houden. Het overklassende Djevel kunnen we in november aan het werk zien op de tweede editie van het Unholy Congregation fest in Oudenaarde. Hopelijk haalt één of andere concertorganisator ook Mork snel naar onze contreien.

JOKKE: 82/100

Mork – Det svarte juv (Peaceville Records 2019)
1. Mørkeleggelse
2. Da himmelen falt
3. På tvers av tidene
4. Den utstøtte
5. I flammens favn
6. Skarpretterens øks
7. Den kalde blodsvei
8. Siste reis
9. Karantene
10. Det svarte juv

LINGUA IGNOTA – CALIGULA

HET IS NIET ONZE BEDOELING OM HIER EEN POTJE LUIDRUCHTIG TE SCHREEUWEN, MAAR HET BEGELEIDEND PERSBERICHT VAN LINGUA IGNOTA’S TWEEDE PLAAT “CALIGULA” VERMELDT UITDRUKKELIJK DAT ALLE TITELS IN HOOFDLETTERS VERMELD MOETEN WORDEN. De brave en gehoorzame zielen die we zijn, volgen we dat verzoek dus op. LINGUA IGNOTA is een naam waarover ik veel goeds hoorde na afloop van de laatste Roadburn-editie. Zelf heb ik haar set toen niet gezien, maar de verwachtingen waren hoog gespannen toen “CALIGULA” op de deurmat viel. LINGUA IGNOTA is het alterego van de Amerikaanse Kristin Hayter en is in de eerste plaats haar vehikel om uiting te geven aan haar persoonlijke demonen, maar tegelijkertijd kaart ze de decadentie, corruptie, verdorvenheid en het zinloze geweld aan dat 2000 jaar na het overlijden van de Romeinse keizer Caligula – de personificatie van al dit ongein – nog steeds de wereld niet uit is. De sonische, bijwijlen opereske terreur die Hayter over ons uitstort kent haar gelijke niet en met dien verstande is LINGUA IGNOTA dus een juiste naamkeuze. Deze Latijnse term voor “onbekende taal” verwijst immers naar het oudste bekende voorbeeld van een kunsttaal die in de 12e eeuw gemaakt werd door de Duitse abdis en mystica Hildegard von Bingen, en is toepasselijk voor de demonische opera die deze outsider heeft weten vast te leggen. “Let them hate me so long as they fear me“, “Who will fuck you if I won’t“, “Abandon your body, so no one can break it“, “Life is cruel and time heals nothing“, “Bitch, I smell you bleeding, and I know where you sleep“, het zijn maar enkele voorbeelden van de goudeerlijke en hatelijke one-liners die we naar ons hoofd geslingerd krijgen en ik zou niet graag in de schoenen van de geadresseerde staan. “BUTCHER OF THE WORLD” bestaat uit een sample van Henry Purcell’s “Music for the funeral of Queen Mary” dat eerder al door Marduk gebruikt werd voor het nummer “Blackcrowned” en natuurlijk ook gekend is van de soundtrack van Stanley Kubrick’s “A clockwork orange“. Qua intensiteit moeten de getergde kreten die we hier moedwillig ondergaan niet onderdoen voor de salpetervocalen van Mortuus, maar even later schakelt Hayer hoorbaar moeiteloos over op een breekbare cleane opera-achtige stem of feeërieke folkzang. We zien het Mortuus haar nog niet nadoen. De muzikale fundering is opgetrokken uit een volledige arsenaal aan live instrumentatie waaraan een heleboel gastmuzikanten meewerkten. Zo noteren we o.a. Sam McKinlay (THE RITA) die instaat voor de misselijkmakende noise-partijen, drummer Lee Buford (The Body) en percussionist Ted Byrnes (Cackle Car, Wood & Metal). Hoewel Hayer zonder twijfel haar mannetje kan staan achter het microstatief, horen we ook gastzang van Dylan Walker (Full of Hell), Mike Berdan (Uniform) en Noraa Kaplan (Visibilities). De veelzijdigheid aan vocale capriolen en de spagaat aan extreme emoties die in de nummers en teksten gecapteerd zijn, maken van “CALIGULA” geen easy listening-plaat. Au contraire, hiervoor moet je een uur lang in de juiste mood zijn en nadien blijf je compleet verweesd achter. “Intens” is een understatement in dit geval. Bezint eer ge begint!

JOKKE: 81/100

LINGUA IGNOTA – CALIGULA (Profound Lore 2019)
1. FAITHFUL SERVANT FRIEND OF CHRIST
2. DO YOU DOUBT ME TRAITOR 09:34
3. BUTCHER OF THE WORLD 06:33
4. MAY FAILURE BE YOUR NOOSE
5. FRAGRANT IS MY MANY FLOWERED CROWN
6. IF THE POISON WON’T TAKE YOU MY DOGS WILL
7. DAY OF TEARS AND MOURNING
8. SORROW! SORROW! SORROW!
9. SPITE ALONE HOLDS ME ALOFT
10. FUCKING DEATHDEALER
11. I AM THE BEAST

Graves – Liturgia da blasfémia

Het is al even geleden dat ik nog wat underground zwarte ragherrie heb beluisterd en ik weet plots terug ook waarom. Het Portugese duo genaamd Graves levert met debuutplaat “Liturgia da blasfémia” een half uurtje zwakke tot matige old school black metal af met een productie die klinkt alsof een stofzuiger en een mixer betrekkingen hebben met elkaar. Het is moeilijk in te schatten wat deze heren in hun mars hebben, want de simpele cliché riffs met al even eenvoudige drums lijden zwaar onder het barslechte geluid. Bas is bijna niet aanwezig en kwelende vocalen lijken eerder opgenomen in een ranzig, leeg zwembad dan een kerk. Ik hou van een potje reverb, maar dan wel een potje dat goed klinkt als je het deksel eraf haalt. De nummers vallen amper van elkaar te onderscheiden, behalve als je let op zaken zoals de nog irritantere stem in bijvoorbeeld “Do teu ventre a maldade saiu“. Ik snap dat dit een soort eerbetoon moet zijn aan vroege Scandinavische black metal, maar om die reden gewoon wat troep op een album gooien, vind ik niet bepaald een goed idee. Ergens wil ik geloven dat er meer in zit, maar dan gaat Graves toch met een andere aanpak op de proppen moeten komen.

Xavier: 32/100

Graves – Liturgia da blasfémia (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Do demiurge… ultraje de viver
2. I am fire I am death
3. Sangrando em Golgota
4. Sangrando em Golgota… parte 2
5. Impregnado p’ la foice
6. Do teu ventre a maldade saiu
7. Minha alma imolei em Golgota
8. Graves hold your name
9. Via Dolorosa até Golgota

Arkhaaik – *dʰg̑ʰm̥tós

Dat het Zwitserse Arkhaaik qua bandnaam een eigen draai aan het woord ‘archaic‘ heeft gegeven vind ik nog enigszins leuk gevonden, maar wat het trio bezielt om je plaat en songs onuitspreekbare titels mee te geven snap ik niet. Zoals te verwachten was, zit hier natuurlijk wel een heel verhaal achter. Bij dit trio draait het immers om het doen heropleven van lang vergeten rites en het aanbidden van primitieve goden in tijden lang voor de mens op deze aardkloot rondliep. We spreken dan over het Bronzen Tijdperk en de vreemde titels zouden ontleend zijn aan een oeroude Indo-Europese taal. Allemaal mooi en wel, maar hoe vertaalt zich dat naar de muziek van Arkhaaik? Wel, in 33 minuten tijd krijgen we drie songs voorgeschoteld waarbij de eerste en de laatste uit een mix aan barbaarse en sepulchrale death metal, bestiale black en pompende doom opgetrokken zijn. Alleen passeert er geen enkele noemenswaardige riff, wat van nummers van tien à vijftien minuten een lange rit maakt. De mix aan extreme genres klinkt vrij plat en gaat het ene oor in en het andere oor uit zonder dat er onderweg vonken overslagen. “u̯rsn̥gwhé̄nIn” heeft nog wel enkele aanvaardbare momenten, maar over het algemeen is dit maar een zwakke meug. Voor het titelnummer besloten de heren een blik aan rituele geluidjes en tierlantijnen open te trekken, maar beklijven doet ook deze aanpak allerminst. Sterker nog, heel deze band voelt als aanstellerij en interessantdoenerij aan. Het concept mag dan wel goed gevonden zijn, zonder sterke nummers valt heel het occulte bouwwerkje als een kaartenhuisje in mekaar. De heren behoren – zoals dat tegenwoordig blijkbaar moet – ook tot een clubje gelijkgestemde zielen. In dit geval is dat het Helvetic Underground Committee waartoe o.a. ook Dakhma en Death.Void.Terror behoren. Allemaal heel trvu ende kvlt maar Arkhaaik klinkt in mijn oren “arkie-saai“.

JOKKE: 55/100

Arkhaaik – *dʰg̑ʰm̥tós (Iron Bonehead Productions 2019)
1. u̯iHrós i̯émos-kʷe
2. *dʰg̑ʰm̥tós
3. u̯rsn̥gwhé̄n

Abbath – Outstrider

Ik kan me nog steeds de vage omstandigheden herinneren waarin werd aangekondigd dat Demonaz enkel nog achter de schermen betrokken zou zijn bij Immortal. Er was niet bepaald een kristallen bol voor nodig om te voorspellen dat er ooit gedonder zou van komen. Het gerommel in Blashyrkh bleef inderdaad niet uit en we kregen een Immortal met Demonaz, maar zonder de iconische frontman. Deze startte namelijk deze band, Abbath. Het succes lag al min of meer vast, daar Abbath al jaren lang het heel herkenbare gezicht was van Immortal, en het ene festival na het andere moest eraan geloven op basis van een goed onthaalde debuutplaat. Zelf kon ik er maar weinig mee aanvangen. Zeker niet slecht allemaal, maar leek me ergens wat teveel op een nog ziellozere versie van “Between two worlds” van I. Drie jaren en een hele line-up later, komt dit tweede opus “Outstrider” uit. Blijkbaar niet zonder slag of stoot, want dat de teksten de koude mosterd halen bij de bekende psychiater Carl Gustav Jung schoot één van de bekendere gezichten, bassist King ov Hell, in het verkeerde keelgat. Dit omwille van bepaalde christelijke mystieke elementen geassocieerd met Jung. Abbath liet zich echter niet kisten en komt nu dus met een album waar hij duidelijk nog meer zijn eigen stempel op heeft gedrukt. De huidige bezetting voelt naar mijn mening dan ook eerder aan als een live gegeven dan een echte band, maar dat kan natuurlijk aan mij liggen. Hoe dan ook krijgen we, zoals verwacht, een stevige kruising tussen heavy en black metal met een steengoede productie. Naast de typische late Immortal/Abbath-riffs en tokkels, krijgen we een heleboel melodieuze solo’s voorgeschoteld die goed in het gehoor liggen en alles wat opentrekken. Die specifieke genremix zorgt ervoor dat alles vrij licht verteerbaar blijft voor een breed metal publiek, veel meer dan het laatste Immortal album “Northern chaos gods” uit 2018, dat terug een pak extremer was. De single “Harvest pyre” geeft een vrij accuraat beeld van waar het album voor staat en is dan ook een van de sterkere tracks, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het daaropvolgende nummer “Land of Khem“. Over het algemeen zijn de nummers goed en gebalanceerd, maar die track moddert toch wat aan en dat valt op. Wat wel beter achterwege was gebleven is de Bathory-cover “Pace till death“. Sowieso al niet mijn favoriete Bathory-nummer en de Abbath-stijl verpest het voor mij al helemaal. Maar goed, ieder zijn/haar ding waarschijnlijk. En het is natuurlijk een hommage. “Outstrider” is met andere woorden een heel degelijk product dat zeker zal passen binnen menige platencollectie, maar voor mij is het net dat tikkeltje te makkelijk vergeetbaar.

Xavier: 75/100

Abbath – Outstrider (Seasons of Mist 2019)
1. Calm in Ire (Of hurricane)
2. Bridge of spasms
3. The artifex
4. Harvest pyre
5. Land of Khem
6. Outstrider
7. Scythewinder
8. Hecate
9. Pace till death” (Bathory cover)