Lluvia/Ehecatl – Summoning the eclipse

Het jaar van het virus kende zo’n overload aan nieuwe muziek dat we op tijd en stond nog even terugblikken op releases van 2020. “Summoning the eclipse” is zo’n plaat die in de eindejaarsdrukte bijna door de mazen van het net floepte en dat zou zonde zijn want we hebben hier met het alom geprezen Mexicaanse Lluvia (“Enigma” kreeg van ondergetekende destijds een dikke score) van doen. Althans voor de helft van dit werkje, want we spreken hier over een split met het Amerikaanse (voor mij onbekende) Ehecatl dat op basis van de bandnaam, die naar de precolumbiaanse god van de wind verwijst, ook een verbondenheid met Centraal-Amerika vertoont. Inspiratie voor deze samenwerking vonden beide bands echter op een ander continent want “Summoning the eclipse” werd sterk beïnvloed door de fantasy manga “Berserk” van de Japanse mangaka Kentaro Miura. De prachtige verpakking van deze LP, die in een sterke inschuifhoes gehuisvest is, en het bijgeleverde dikke artworkboekje verwijzen volop naar deze iconische Japanse stripverhalen. “Summoning the eclipse” is een werk waarin de meewerkende entiteiten op zoek gaan naar het ultieme potentieel van het leven binnen thema’s als liefde, haat, ijver en extase. Voor de rest is deze release gehuld in een waas van mysterie. Het is zelfs niet zo eenvoudig uit te maken welke band we op welke kant aan het werk horen. De atmosferische black van zowel Lluvia als Ehecatl ligt dan ook grotendeels in elkaars verlengde. Het tempo ligt bij momenten vrij hoog, de riffs vliegen dan aan een rotvaart voorbij en groots klinkende post-metalen melodielijnen doen je naar adem happen terwijl ze je meevoeren richting de eclips. Tussen de ijle en hopeloos klinkende screams door is er ook ruimte voor spoken word vrouwelijke vocalen of fluisterklanken. Verfrissend klinkende ambient/rustgevende techno (of hoe noemen ze zoiets?) in de stijl van de Northern Electronic bands doet de muziek van Lluvia bovendien wat meer ademen en zorgt voor enkele ontspannen dalen tussen de vele energetische pieken. De ambientaanloop van “Palisade” doet me sterk denken aan Altar Of Plagues “White tomb” of het werk van een Wolves In The Throne Room, geen mis te verstane referenties wat mij betreft. Daar waar Lluvia met geprogrammeerde drums werkt, ben ik daar bij Ehecatl niet zo zeker van. De drums hakken er in elk geval wel zwaar en zo stipt als een Zwitsers uurwerk op los maar klinken wat organischer. De black metal van deze band vertoont tevens wat meer symfonische trekjes vergeleken met de meer ambientachtige zwartmetalen insteek van Lluvia. Maar ook hier geven spoken word samples extra kleur aan de gitzwarte vloedgolven aan vurige riffs, snelle percussie en getergde vocalen en dompelen pakkende melodielijnen je onder in het enigmatische geluidsuniversum dat gecreëerd wordt. Sterk werk en hulde aan Amor Fati voor de grafische vormgeving van deze magnifieke split!

JOKKE: 86/100 (Lluvia: 87/100; Ehecatl: 85/100)

Lluvia/Ehecatl – Summoning the eclipse (Amor Fati Productions 2020)
1. Lluvia – Destiny
2. Lluvia – Alas (Wings of rebirth)
3. Lluvia – Palisade
4. Lluvia – Blood of the crimson behelit
5. Lluvia – A shattered eclipse
6. Ehecatl – Under the millennium of the hawk
7. Ehecatl – The wrath of the black swordsman
8. Ehecatl – Abyss walker
9. Ehecatl – Sinking through darkness
10. Ehecatl – Outro

Funeral Winds – Essence

Het Nederlandse Funeral Winds heeft in 2021 dertig jaar op de teller staan en is daarmee één van de langst lopende en nog steeds actieve blackmetalbands van Nederland. Het ging Funeral Winds wel niet altijd voor de wind en soms lagen er gapende gaten tussen twee opeenvolgende platen wat maakt dat het nagelnieuwe “Essence” nog maar de vijfde langspeler is in het bestaan van de band die de laatste paar jaar soloslim gerund wordt door Hellchrist Xul. Voor de tweede keer op rij verschijnt er een langspeler via het Italiaanse Avantgarde Music, een label dat qua naam alvast niet past bij het blackmetalgeluid van Funeral Winds, want wie de band al langer kent, weet dat ‘innovatie’ een woord is dat niet in Hellchrist Xul’s woordenboek staat. Al drie decennia lang zoekt de band een geluid op dat het midden houdt tussen de eerste blackmetalgolf van de jaren ’80 en de tweede wave van de jaren ’90. Bands als Celtic Frost, Beherit, oude-Samael en tijdsgenoten zijn de namen de met andere woorden nog steeds komen aangewaaid op de gure begrafeniswind. “Iblis… giver of the key that unlocked our inner flame. Iblis… Essence of Satan. Thou art the true god of man” horen we in het titelnummer dat de essentie van Funeral Winds goed samenvat. Hellchrist Xul wisselt grimmige mid-tempo passages af met het ouwegetrouwe blackmetalgeknuppel, zijn screams bevatten vrij veel effect (wat na een tijdje wel wat begint tegen te steken) en de van overbodige franjes gestripte sound, waarvoor deze blackmetalveteraan in zijn eigen Necromanteion Studio optekende, is gortdroog. De inleiding van de slepende opener “Towards the glorious triumph of satans empire” bevat een sample van het gezoem van een vlieg wat me steeds instinctmatig naar de vliegenmepper doe grijpen. Persoonlijk lag voorganger “Sinister creed” met zijn meer ritualistische insteek, scherpere en meer ademende sound en minder bewerkte scream me beter. Het nog oudere werk vertoont ook wat meer dynamiek terwijl de nummers op “Essence” heel erg in mekaars verlengde liggen ook al staat de blastmodus niet full on. Het eenvoudige, maar krachtige coverontwerp lijkt me een ode te zijn aan voor het zwartgeblakerde genre baanbrekende platen als Bathory’s “Self-titled” en Venom’s “Black metal“. Hoewel “Essence” er als titel geen doekjes om windt, zal deze plaat wel niet de annalen in gaan als een klassieker die elke rechtgeaarde blackmetalfanaat in de kast moet hebben staan. Maar het is wel een degelijk album voor de liefhebbers van old-school satanisch zwartmetaal en oude knarren die dan weer wel mee zijn met social media en er liggen te ouwehoeren dat vroeger alles beter was.

JOKKE: 70/100

Funeral Winds – Essence (Avantgade Music 2021)
1. Towards the glorious triumph of satans empire
2. Of black tongues and sulphuric breath
3. The liberating rays of death
4. The heart of darkness
5. Rise of the dark imperium
6. Essence
7. The bowls of wrath and ancient hate
8. The worm God
9. Aeon of darkness

Monstraat/Hinsides – Split

De Zweedse labels Regain Records en Shadow Records slaan ons zo nu en dan om de oren met lekker vuil en vuig zwartmetaal uit hun eigen ondergrond. Het gewelddadige Ultra Silvam of het meer necro en punky klinkende Wagner Ödegard zijn hier mooie voorbeelden van. Ultra Silvam’s M.A. stampte nog een ander orkestje, luisterend naar de naam Hinsides, uit de grond. Twee songs leveren deze Zweden aan die samen met nieuw materiaal van Monstraat op vinyl geperst werden. Monstraat is al sinds de millenniumwissel actief en heeft naast enkele kleinere releases ook twee full-lengths op zijn naam staan. Deze split is het eerste teken van leven dat verschijnt na “Scythe & sceptre” uit 2017. Boos, stug, koppig, complexloos, opzwepend en hardnekkig als onder de vingernagels vastgeroest vuil, zo serveert het duo J.L. en J.M. zijn van een organische sound voorzien en verre van plat geproduceerd zwartmetaal het liefst. Hinsides tapt min of meer uit hetzelfde vaatje maar smijt nog enkele flitsende solo’s in de strijd in hun nummers die net iets langer duren dan de twee compacte songs van Monstraat. De screams zijn in beide gevallen bijzonder ongepolijst en de drummers hakken, meppen en slaan er wild op los. Meestal gaat de zweep er genadeloos op, maar het tempo mag in “På jordelivets sorgetåg“, het laatste nummer op deze zeventien minuten durende split, tussen de knarsende tremololeads door ook al eens zakken. Lekkeeerrr…deze barbaarse, ouderwets gevaarlijk klinkende black metal van de vuilste soort waar zelfs de allergrootste vlekkenkampioen niet tegen opgewassen is.

JOKKE: 79/100 (Monstraat: 78/100; Hinsides; 80/100)

Monstraat/Hinsides – Split (Shadow Records/Regain Records 2021)
1. Monstraat – When it ends
2. Monstraat – The layers of mortality
3. Hinsides – Frälst i dödsstöten
4. Hinsides – På jordelivets sorgetåg

Alkerdeel – Je hoeft je nergens voor te schamen (deel 2)

Op 5 februari verschijnt “Slonk”, de vierde langspeler van Alkerdeel, wat zoals steeds iets om naar uit te kijken is. Niet alleen muzikaal weten we de band uit het Meetjesland enorm te waarderen, we zijn bij Addergebroed ook fan van hun tongue in cheek-insteek en de grafische aanpak. Het plan was een face-to-face interview te doen met zanger/grafisch vormgever/tekstschrijver Pede en dit – gehesen in een veel te strakke speedo – in de openluchtjacuzzi die in gitarist Pui’s hof staat. Eén of ander virus gooide echter roet in het eten dus deden we onze babbel (die in november 2020 plaats vond) virtueel met een lekker biertje in de hand. Zodra Pede op gang getrokken wordt, staat zijn babbel amper stil wat resulteerde in een gesprek van meer dan twee uur. Het werd niet alleen het langste interview voor deze site tot op heden – dat we om die reden in drie delen opsplitsen – maar ook één van de grappigste en vree wijze parlés uit onze geschiedenis. In deel één hadden we het o.a. over dialect, oude tapekes, en improvisatie en mochten we jullie het nummer “Zop” exclusief voor de Lage Landen voorschotelen. Dit tweede deel gaat ondermeer over humor in black metal. (JOKKE)

(c) Stefaan Temmerman

Verklarende woordenlijst:
azo = zo
babbel = mond
beestjen = insect
beu = vervelend, irritant
botten = laarzen
den boel = alles
duust = duizend
eulder = hun
eulder kapkes = hun monnikspijen
gepeist – nagedacht
giftigen boel = giftig product
hij wist het sebiet = hij herkende het meteen
ik vind dat super mottig = ik moet daar niets van hebben
kieken = kip
meirelaar = merel
nen toek op uw muil = een vuistslag in uw gezicht
peinzen = nadenken
pimpampoentje = lieveheersbeestje
scheef op mijne velo = dronken op mijn fiets
tapekes = cassettebandjes
voor dood = tot het uiterste
vree = erg
wijs = tof

Humor is Alkerdeel duidelijk niet vreemd. Denk maar aan de oranje bandshirts met de afbeelding van een schetenlatende duivel, jullie post-repetitie dagboek waarin jullie vaak een laconieke inkijk in het bandgebeuren geven of jullie geniale bandfoto met een knipoog naar het gezelschapsspel Spookslot. Moeten black metal en humor kunnen samen gaan?
Tuurlijk! Je kan je om te beginnen natuurlijk al afvragen wat black metal is en ik heb de laatste jaren de indruk dat alles weer terug naar die orthodoxe stroming aan het evolueren is. Voor ons is dat totaal irrelevant. Ik stel me soms ook persoonlijk de vraag of die gasten van Watain of TT van Abigor effectief zijn zoals de manier waarop ze zich voorstellen. Los daarvan: moet black metal satanisch zijn? Tuurlijk zijn wij niet satanisch. Zijn we dan geen black metal? Ah nee dan hé volgens die gasten hé.

Maar als je naar satanisme kijkt, kan je je ook afvragen wat dat dan juist inhoudt, want daar zijn zodanig veel stromingen in. Je hebt de meer ideologische stroming, die beter gefundeerd is, maar je hebt ook dat middeleeuws satanisme van de duivel met zijn gelakte hoefkes en zijn staart, maar dat is uitgevonden door mensen. Het beeld dat christenen hadden van de duivel die kinderen vermoordt, is ook gecreëerd door de Kerk om een machtspositie te creëren. Iedere religie is door mensen uitgevonden, hoewel sommigen dat zullen tegenspreken. Ik geloof niet in religies, ik heb daar geen wetenschappelijke basis voor. Ik kijk naar de wereld en hoe de geschiedenis in mekaar zit en dan is mijn conclusie dat alles wat religies vertellen, ontsproten is aan het menselijk brein. Ik wil daarmee zeggen dat mensen die menen dat wij geen black metal zijn, zeker de waarheid niet in pacht hebben. Humor in black metal kan dan ook perfect, want wij vinden dat en wij hebben dan ook het recht om dat te zeggen. Je kan ook zeggen dat de duivel niet dienen evil deprimo hoeft te zijn, maar ook diegene kan zijn die fuck zegt tegen alle domga’s waar religies op gebaseerd zijn. Doe je eigen ding, doe wat je wilt, een grote middelvinger. En dat is volledig ons ding. Met humor maak je het leven ook dragelijker hé.

Krijg jullie daar soms negatieve reacties op?
Ik kan mij niet meteen zo’n voorval herinneren. Ik kan mij wel voorstellen dat sommigen ons daarom niet cool vinden of dat in vraag stellen. Ik herinner me wel de vele goeie reacties die we daarop, direct of indirect, krijgen.

Buiten jullie, Lugubrum en het terziele gegane Witch Trail kan ik ook niet meteen andere bands voor de geest halen die humor met black metal combineren. Je hebt Abbath natuurlijk, maar dat is eerder op het zielige af.
Zeker Lugubrum is onbewust wel een invloed geweest op ons, maar die humor in bandfoto’s komt ook wel van Rik en Nieke en hun Headmeat verleden. Je hebt wel nog die Oostenrijkers van Hagszissa met hun verkleedtoestanden op het podium, Peste Noire en Skitliv waarbij Maniac soms in een Micky Mouse hoodie optrad, maar dat was misschien eerder om te choqueren.

En Aldrahn met Urarv, remember hun performance op Unholy Congregation fest vorig jaar?
Ja, maar ook in zijn tijd met Dødheimsgard. Het was allemaal nog iets serieuzer, maar ik denk dat dat onbewust wel een weg geplaveid heeft voor ons omdat we dat allemaal beestig goe vonden destijds. We hebben er nooit over getwijfeld of humor in onze muziek al dan niet kon. Denk maar aan de show van Isvind destijds in Ruddervoorde waar sommige toeschouwers helemaal scheef hingen van de veel te zware kettingen en grote omgekeerde kruisen. De humor zat er al in, maar ze hadden het zelf niet door. En nu zijn er veel van die te serieuze bands met eulder kapkes zoals Bathushka die daar gelijk een bende paters op een podium staan, maar dan wel achter plastic schermen, haha!

(c) Maria Elpeno

Was die persiflage op de Satyricon “Nemesis divina” bandfoto als hommage aan de eerste platen bedoeld of toch eerder als parodie omdat die laatste paar albums op geen ruk trekken? Je hebt die toch aan Satyr en Frost bezorgd hoop ik?
Haha, nog niet, miscchien moet ik dat eens doen. Eigenlijk is dat toch voor een groot stuk hommage hoor. Ik moet nu meteen aan “kill your idols” denken haha, maar eigenlijk, ik vind die laatste Satyricon plaat eigenlijk niet zo goed, ik vind ze vree slecht eigenlijk, maar ik heb nog wel respect voor Satyr, ook al is het muzikale pad van Satyricon totaal mijn ding niet meer. En ik vond destijds die bandfoto’s van “Nemesis divina” ook gewoon ongelofelijk wijs, ook al had ik toen nog niet door dat dat een opgezette vogel was enzo. Waarom we dat dan eigenlijk doen weet ik eerlijk gezegd niet. Niet om ermee te lachen… misschien was die setting van die foto gewoon een gemakkelijk slachtoffer: een kieken in de lucht steken, een looprek dabei, haha! Dat is erom vragen op een bepaald moment hé. Met foto’s van Darkthrone zou ik dat nooit doen, dat is te gevoelig, daar heb ik dan net weer té veel respect voor. En Arckanum foto’s zijn dan bijvoorbeeld weer te gemakkelijk om na te doen.    

Muzikale opvoeding lijken jullie erg belangrijk te vinden. Te pas en te onpas delen jullie op sociale media muziek die jullie goed vinden en drie vierde draafde ook op in het radioprogramma De Pankraker om persoonlijke favorieten te delen. Vinden jullie het echt belangrijk om jullie fans op te voeden? 
Dat is zeker geen opvoeding, omdat dat heel hautain overkomt, en dat is zeker niet de bedoeling. Het is eerder om mee te geven in plaats van te zeggen dat dat iets ultiems of de waarheid is. We doen dit meer om muziek van maten te steunen en we zitten op social media, waar iets opportunistisch achter zit, en we creëren op die manier een soort van community gevoel en mensen keren dan weer naar ons. Ik heb ook nooit goed begrepen dat bepaalde mensen muziek voor zichzef willen houden. Misschien is dat dat DIY verleden dat naar boven komt en waarbij je vrienden wilt steunen. En dat is toch ook een pak leuker dan foto’s van jezelf te liggen posten, niet?  

Alkerdeel is als band met een zeer standvastige line-up haast één van die uitzonderingen in het huidige muzikale landschap. Kan Alkerdeel verder bestaan als een van jullie er het bijltje bij neergooit? Jullie hebben ooit eens als 1 april grap aangekondigd dat jij was gestopt en vervangen door een zangeres. Ik viel toen bijna van mijn stoel.
Haha, we hebben daar eigenlijk nog nooit over geklapt. Moest ik om één of andere reden stoppen en de anderen zouden willen verder gaan, mogen ze gerust iemand anders aanwerven en zou ik hen geen strobreed in de weg willen liggen. Maar omgekeerd, … Stel dat Pui of Nieke of QW zou stoppen, dat zou niet meer kloppen omdat ze zo’n specifieke stijl hebben die het DNA van Alkerdeel vormt, tenzij ze mij verplichten om verder te doen.

Wat is jullie succesformule dan?
Pui en Nieke kennen elkaar al van jongsaf aan en ik leerde QW in het middelbaar kennen. Ik kende Pui ook wel een beetje maar door de band zijn we ook écht goei maten geworden. Ik zie daar nu ook niemand anders tussen kruipen ofzo. QW heeft zo’n eigen stijl, ik kan met moeite drie dagen na mekaar op een podium staan schreeuwen, Nieke heeft als drummer enorm veel progressie gemaakt (hij was oorspronkelijk keyboardspeler), …eigenlijk hebben we van onze zwaktes onze sterkte gemaakt.

We hebben het er al kort over gehad, maar Alkerdeel maakte deel uit van de “The Abyss Stares Back…” splitreeks van Hypertension Records. Jullie deelden een plaat met het Nederlandse Nihill wiens frontman Michiel Eikenaar in 2019 aan kanker overleed. Hoe herinneren jullie Michiel en is er nog een leuke of interessante anekdote die je over hem kwijt kunt?
Michiel is iemand die we doorheen de jaren van op optredens goed hebben leren kennen. Het was altijd super hartelijk als we mekaar tegen kwamen, maar ik zou nu niet willen claimen dat we goeie vrienden waren, dit uit respect voor zijn écht goeie maten die heel dicht bij hem stonden. Maar ik mis die kerel wel want hij was een boeiende gast. De eerste keer dat ik hem zag was toen Sunn o))) met High On Fire in ‘t Lintfabriek moest spelen. ‘t Was mooi weer en ik zat buiten in een terrasstoel en komt er daar zo nen beer van ne gast naar mij en steekt zijn stinkende oksel onder mijn neus en zegt (al imiterend met Nederlands accent): “ik heb net dezelfde maar groter!”Ik wist niet waarover hij het had, maar hij moest mijn ‘earth, air, fire and water’ tattoe opgemerkt hebben. Jaren later moesten we met zijn band Anaphylactic Shock optreden, ik denk in dB’s in Utrecht. Ik herkende hem plots, maar hij mij niet, en ik ging naar hem toe en ik toonde gewoon mijn arm. ”Moooooaaaaa!!!” scheeuwde hij, hij wist het sebiet. Sindsdien liepen we mekaar meer tegen het lijf, op Roadburn o.a. en hebben drie of vier keer samen gespeeld denk ik.
Hij heeft mij trouwens nog een vree wijze levensles geleerd in die zin dat je je nergens voor hoeft te schamen. Ik was ooit eens aan het vertellen dat ik vroeger na het uitgaan in de Gentse Frontline regelmatig om drie uur ‘s nachts vrij scheef op mijne velo door de haven naar huis fietste en luidkeels voor dood zat mee te schreeuwen met de muziek in mijn oren. En soms passeerde er dan een jogger of een fietser die met de nacht stond en dan schaamde ik mij altijd enorm omdat ik dacht die mega verschoten moesten zijn. Toen ik hem dat vertelde zei hij (opnieuw al imiterend met Nederlands accent): “Je moet je nergens voor schamen joh!”, haha. Eigenlijk is dat toch waar hé, zolang je er anderen geen kwaad mee doet.

Wordt vervolgd…

Death Scepter – Spiritual metamorphosis

We kijken nog even over onze schouder terug naar 2020 want “Spiritual metamorphosis“, de tweede langspeler van het Amerikaanse Death Scepter, is simpelweg veel te goed om onopgemerkt aan ons voorbij te laten gaan. Dank trouwens aan Jo van Babylon Doom Cult Records, want het was door zijn veelvuldig loftrompetgeschal dat ik deze release de nodige aandacht gaf. Slechts twee nummers prijken er op “Spiritual metamorphosis“, maar dat zijn dan wel twee kolossale brokken die mooi boven de twintig minuten afklokken. Wie er achter de band schuil gaat moet ik schuldig blijven, maar de scepter des doods zou door twee man duchtig in het rond geslingerd worden. De zwartmetalen klanken van dit duo kan je het best omschrijven met de titel van het debuut, want de twee langgerekte, repetitieve en atmosferische composities wekken een gelukzalige zwarte trance op. De volcontinu doorratelende computergestuurde drums missen hun doel niet en alleen al het proberen tellen van de snaredrumaanslagen werkt hallucinogeen bevorderend. Ze stuwen de grimmige gitaarriffs en subtiel ondersteunende toetsen stug en zonder subtiliteiten voort en de verdorven screams krijsen hun getergde zwartgalligheid over het universum uit. Ik hoor hier Burzumesque repetitiviteit, Ash Boriaanse oerschreeuwen en een wat meer gitzwarte Empyrean Grace-achtige trance in. “The dark night of the soul” kent een iets langere aanloop met macabere ambient, maar eens de drummer op enter duwt, volgt opnieuw een onophoudelijk staccato drumsalvo dat de ruggengraat vormt voor riffs, toetsen en krijsen die qua thema slechts miniem van “Abyssic self hypnosis” lijken af te wijken. Maakt geen ruk uit want wij blijven op deze manier lekker lang in onze benevelde spirituele trance hangen. Na veertien minuten lijkt het echter plots welletjes te zijn geweest en valt de drumcomputer abrupt stil om ons in de nasleep van deze apocalyptische roetsjbaan nog enkele minuten in desolate ambient onder te dompelen. Wie denkt op deze rustgevende klanken rustig te kunnen uitbollen is eraan voor de moeite, want Death Scepter geraakt toch al snel weer terug op kruissnelheid om onze tere ziel volledig murw te beuken. Opnieuw nemen duistere ambientklanken het van de tranceopwekkende black metal over wanneer die volledig uitgeraasd is en deze keer luiden ze wel een berustend en zingevend einde in. Sinds onze eerste date van een tweetal weken geleden, heb ik al veelvuldig opnieuw met “Spiritual metamorphosis” en diens wat rauwere tweelingzus “Black trance” afgesproken. Met verliefde ogen staar ik telkens weer in hun afgrond en deze staart onophoudelijk met een hypnotiserende blik terug.

JOKKE: 85/100

Death Scepter – Spiritual metamorphosis (Altare Productions 2020)
1. Abyssic self hypnosis
2. The dark night of the soul

Iskandr – Gelderse Poort

Iskandr is het geesteskind van O. die ook betrokken is bij Turia, Lubbert Das (tenminste, de laatste keer dat ik keek in ieder geval), Galg en Nusquama onder andere. Opgericht in 2016 is Iskandr zijn atmosferische blackmetal soloproject. Ik moet bekennen dat Iskandr eigenlijk sinds die tijd onder mijn radar gebleven is, terwijl ik wel groot fan ben van Turia en Lubbert Das. “Gelderse Poort” is de eerste EP die ik luister van dit project. Het eerste nummer van de EP verhaalt over het natuurgebied Gelderse Poort, nabij Nijmegen tot aan Pannerden, aan weerszijden van de Waal en het Pannerdensch Kanaal. Toen ik nog in Arnhem woonde, fietste ik daar regelmatig. Het is een aardig stuk om doorheen te fietsen, maar ik ben er niet bijzonder van onder de indruk, vergeleken met mijn andere routes. Kasteel Doornenburg is voor mij de eyecatcher in het gebied.  Hetzelfde gevoel als bij het gebied bekruipt mij ook bij het nummer. Het is heel aardig: slepende atmosferische black metal, die meandert zoals de Waal ook doet in dat gebied. De opbouw is prima, maar ik voel er geen connectie mee. Hetzelfde gebrek aan verbinding bekruipt me bij het tweede nummer. Het is een, door de vader van O., gedeclameerde (gedeeltelijke) versie van de eerste zang van “Het graf“, een leerdicht van Rhijnvis Feith uit 1791. Ik bewonder hoe O. het metrum in zijn cleane gitaarspel heeft verwerkt. Voor de verandering stoor ik me eens niet aan de dictie bij een recitatie van een gedicht in het Nederlands. Zijn vader heeft een prettige stem. De break op tweederde met wat meer up tempo black metal lijkt toegevoegd te zijn om het toch wat meer variatie te geven. Het lijkt allemaal te kloppen, maar ik voel er gewoon niets bij. Deze EP zit erg goed in elkaar. De productie, de kwaliteit van het spel, het gevoel; het klopt allemaal. Ik zou dit goed moeten vinden; ik hou van tragere atmosferische black metal. Toch raakt het mij niet en dat vind ik best wel jammer.  Maar ach, het is niet zo dat O. het afgelopen jaar niets heeft uitgebracht waar ik wel iets mee kan. Ik zet zo nog even “Degen van licht” op.

MISCHA : 72/100

Iskandr – Gelderse Poort (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2020)
1. Gelderse Poort
2. Het graf

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry

Na heel wat voorbereidend studiewerk in de vorm van enkele demo’s en een EP, is Hulder aan een eerste langspeler toegekomen. “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” werd die gedoopt waarbij het eerste deel van de titel geen twijfel laat bestaan over de Nederlandstalige roots van mevrouw Hulder die ondertussen al enige tijd in het Amerikaanse Portland gehuisvest is. Het vierde nummer, “De Dijle“, is daarenboven een instrumentale song die nog verder inzoomt op de Belgische en meer bepaald Mechelse heimat. Wie deze one-woman band al langer dan vandaag volgt, weet dat Hulder’s black metal sterk geïnspireerd is door allerhande middeleeuwse folkloristische toestanden. Dat komt zeker ook in de muziek tot uiting middels akoestische gitaren en sprookjesachtige Gotische keyboard- en orgelklanken, maar laat je hier toch maar niet door op het verkeerde been zetten. De Belgisch-Amerikaanse mag in de erg geslaagde videoclip van opener “Upon frigid winds” dan nog zo liefelijk in een mooi wit kleedje met een mandje in de hand doorheen de velden dartelen, de zwarte kunsten blijven voor deze duivelaanbidster een bloedserieuze zaak zoals je even later met eigen ogen kunt zien. Heksenvervolgingen en een spetterend einde op de brandstapel zouden haar lot misschien geweest zijn als ze in de duistere middeleeuwen had geleefd. Muzikaal gezien wordt de mosterd gehaald bij de Noorse oerbeginselen van een Satyricon, Immortal en Isvind, maar ook een portie Venom en Bathory mag niet ontbreken. Aan dynamiek is er op “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” geen gebrek, want tegenover rampestampers als de opener, “Sown in barren soil” of de vurige afsluiter “From whence an ancient evil once reigned” staan dan weer enkele sterke mid-tempo nummers zoals “Creature of demonic majesty” en het erg aanstekelijke, ietwat Keltisch aanvoelende “Purgations of bodily corruptions“. In het reeds eerder vermelde “De Dijle” worden de versterkers en drums zelfs de volledige zes minuten achterwege gelaten en nemen een aanstekelijk keyboardriedeltje en akoestisch gitaargetokkel, vergezeld van mysterieus gekrijs/gefluister en allerhande natuursamples, ons mee op een mystieke tocht langsheen deze rivier. Aan wie de drums uitbesteed werden, is me onduidelijk maar op het ritmisch departement werd veel vooruitgang geboekt vergeleken met de kleinere releases uit het verleden. En ook qua songwriting werden mooie stappen gezet waardoor de nieuwe nummers beter uit de verf komen. Het enige puntje van kritiek is dat Hulder’s krijsstem nogal vlak klinkt en de nodige diepte mist. In “A forlorn peasantry” haalt ze echter ook haar heldere zangstem van stal wat dan toch een mooi contrast oplevert met de raspende vocalen. Conclusie: Hulder heeft een onderhoudende eerste langspeler afgeleverd die niets nieuws onder de zon laat horen, maar wel erg degelijk is en een mooie progressie laat horen.

JOKKE: 82/100

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry (Iron Bonehead Productions 2021)
1. Upon frigid winds
2. Creature of demonic majesty
3. Sown in barren soil
4. De Dijle
5. Purgations of bodily corruptions
6. Lowland famine
7. A forlorn peasant’s hymn
8. From whence an ancient evil once reigned

Aethyrick – Apotheosis

Eén van de laatste coverontwerpen van de onlangs overleden grafische kunstenaar Timo Ketola vinden we terug op “Apotheosis“, de nieuwe derde langspeler van het Finse Aethyrick en tevens sluitstuk van een trilogie voorafgegaan door de prima platen “Praxis” en “Gnosis“, waarbij die laatste bijna dag op dag een jaar geleden verscheen. Muzikaal gezien laten Gall en Exile geen grote verrassingen horen. De fel gesmaakte formule van vrij toegankelijke, melodieuze black met kippenvelopwekkende gitaarleads is nog steeds alomtegenwoordig en bereikt een erg aanstekelijk hoogtepunt in o.a. “Rosary of midnights” en “In blood wisdom“. Nummers die misschien nog net dat beetje grootser, majestueuzer of zelfs bevrijdend klinken dan de composities uit het verleden. De albumtitel kan dus zeker naar de muzikale evolutie verwijzen, maar doelt in de eerste plaats op spirituele zaken. Het algemene idee is om het proces van het bereiken van apotheose te benadrukken door wijsheid toe te passen die is vergaard door magische beoefening. Het gaat dus niet alleen om de staat zelf, maar ook om de keten waardoor deze wordt bereikt: praxis (‘praktijk’), gnosis (‘kennis’) en apotheose (‘hoogtepunt’). Tussen alle rauwe blackmetalgrimmigheid en verstikkende dissonanten die we de afgelopen weken weer te verwerken kregen, klinkt Aethyrick toch altijd even als een welgekomen verademing. De band als ‘luchtig tussendoortje’ omschrijven zou echter oneerbiedig overkomen, maar soms is het gewoon ook leuk om tussen al het geweld, zwartgalligheid en negativiteit ook eens te kunnen wegdromen op – of zelfs goedgezind worden van – een blackmetalplaat. Aethyrick bezit die gave om meeslepende nummers te componeren zonder al té soft voor de dag te komen. Het tempo ligt trouwens gemiddeld genomen wat hoger (er mag in opener “The starlit altar” en “Flesh once divided” al eens geblast worden) dan op het vorige werk en ook de sound is wat grofkorreliger. Aethyrick heeft zeker het potentieel om een veel breder publiek te bereiken. ’t Is alleen maar te hopen dat er zich geen groter label met de band gaat bemoeien.

JOKKE: 85/100

Aethyrick – Apotheosis (The Sinister Flame 2021)
1. The starlit altar
2. Rosary of midnights
3. Flesh once divided
4. In blood wisdom
5. With determined steps
6.. Path of ordeal

Despondent Moon – Enshrouded in eternal moonlight

Deorc Weg, het illustere heerschap achter one-man band Despondent Moon is goed op dreef want het kakelverse “Enshrouded in eternal moonlight“, dat via een helder verlichte wenteltrap uit het sterrenstelsel op ons komt neder gedaald, is meneer’s vierde langspeler in nog geen twee jaar tijd. De rauwe blackmetalscene is hip. Het ijzer smeden als het heet is, heet dat dus. De tapes waren op een wip en knip de deur uit, dus is het wachten tot onze kosmische blackmetaltovenaar nieuwe cassettebandjes is gaan kopen en een tweede run dubt of totdat de vinylversie later op het jaar via His Wounds zal verschijnen. Tien nummers lang krijgen we op Limbonic Art gestoelde songtitelgrootspraak maar thematisch gezien echter geen galactische onderwerpen, maar teksten over vampirisme, rituelen, hekserij, spoken en offerandes. De geprogrameerde drums ratelen aan een duizelingwekkende snelheid voorbij en de akelig hoge, ijle en onmenselijk klinkende screams liggen bovenop het dichtgeplamuurde riffwerk gedrapeerd waar groots klinkende melodieën en snerpende leads als bliksemschichten doorheen flitsen. Een vrij claustrofobische bedoening en bij momenten zie ik dan ook sterretjes, zeker als ik me in dit astrale universum onderdompel op een dag dat mijn hyperacusis van zich laat horen. Nu worden er naast de obligate intro- en outro middels uit toetsenpracht opgetrokken nummers als “A crescendo of ethereal sonmanbulant lamentation” en “Execrated vestments hang in the black cloister” wel enkele broodnodige rustpunten voorzien, maar wat meer dynamiek binnenin éénzelfde compositie inbouwen had misschien geen kwaad gekund want na enkele barokke schilderijen te bestuderen, willen mijn ogen soms ook eens naar een minimalistisch canvas staren. Het zou het onderscheidend karakter van de nummers ook ten goede komen want nu staat overkill voor de deur te lonken en lijken we elk ritme en iedere melodie ook in de voorgaande song te hebben gehoord. Wie fan is van symfonische black metal, maar met een doorgaans wat rauwere en minder op synths gebaseerde sound, zit bij Despondent Moon aan het juiste adres. Echter: de vorige langspeler “The infernal shadows of winter” kon ons erg bekoren, “Enshrouded in eternal moonlight” heeft ook zeker zijn momenten, maar ligt me als geheel net wat minder dan diens voorganger. Sommige vonken ontbreken in de melodische gitaarleads hoewel Deorc Weg als een bezetene op zijn vuurstokje ligt te rammen. De op gotiek en oude horrorfilms gebaseerde esthetiek is echter weer spot on!

JOKKE: 77/100

Despondent Moon – Enshrouded in eternal moonlight (Eigen beheer 2021)
1. Dust gathers below the dancing luminescent orbs
2. The howling of the hallowed halls
3. Celestial winds lacerating the midnight sky
4. A crescendo of ethereal sonmanbulant lamentation
5. Apparition of the countess descending the spiral staircase
6. Enshrouded in eternal moonlight
7. Visions of candlelit exhumation
8. Execrated vestments hang in the black cloister
9. The affliction of an astral existence
10. Drowning in the vociferous screams of winters swan song

Ebony Pendant – The garden of strangling roots

De rauwe blackmetalscene is goed op dreef. Een release die me de afgelopen weken vaak in de late uurtjes heeft vergezeld als vrouw en kind in dromenland waren, was Ebony Pendant’s eerste langspeler “Incantation of eschatological mysticism“. Ook al zijn de gitaarleads soms op het randje van het valse af, toch wist de terneergeslagen, melancholische en hypnotiserende atmosfeer me in zijn greep te houden. Daar die plaat al van februari 2020 dateert en er nu een nieuwe EP ligt te wachten, ga ik geen volledige review meer meegeven. Idem voor de in tussentijd verschenen split met het Hawaïaanse rauwe black metal/punk éénmansproject Kūka’ilimoku. Over naar “The garden of strangling roots ” dus waarvoor een nieuwe drummer aangetrokken werd door S.C. die voorts alles op zijn eentje uitvoerde. De meer organisch klinkende drumsound en de wat meer creepy scream van S.C. vallen meteen op wanneer “Sorceress of black spring” na het inleidende “Indulgement in celestial poisons” uit de boxen knalt. Het interval tussen de verschillende snare-aanslagen is nog steeds aan de korte kant, maar halfweg zakt het tempo tot een slepend doomy patroon terug. Samen met het nog meer grimmige aura van de muziek, ademt het uit Seattle afkomstige Ebony Pendant een zekere Judas Iscariot atmosfeer uit, niet verwonderlijk als je weet dat “Incantation of eschatological mysticism” afsloot met een cover van diens “Before a circle of darkness“. De rauwe en desolate hypnose is nog steeds alom tegenwoordig, misschien minder in het aanstekelijke, op een striemende manier uit de startblokken schietende “Vampyric bloodlust“, maar wanneer het tempo de dieperik in gaat, zoals het geval is in het titelnummer, is het heerlijk met de ogen gesloten meedeinen op de eenvoudige, maar pakkende riffs. Ingetogen akoestisch gitaargetokkel krijgt, net als in het afsluitende “Arboreal offering“, het laatste woord, maar daartussen is er nog het geweldige “Delirium of mortality” wiens openingsriff en het op de achtergrond verscholen hypnotiserende keyboardriedeltje Burzum in al hun poriën uitademen. Zo schrijft Varg ze al lang niet meer! Met “The garden of strangling roots” heeft Ebony Pendant zowel op productioneel als op compositorisch en uitvoerend vlak vooruitgang geboekt. Benieuwd of deze EP aan een democratische prijs in fysieke vorm gescoord zal kunnen worden. Ik betwijfel het.

JOKKE: 81/100

Ebony Pendant – The garden of strangling roots (Goatowarex/Forbidden Sonority/Grime Stone Records 2021)
1. Indulgement in celestial poisons
2. Sorceress of black spring
3. Vampyric bloodlust
4. The garden of strangling roots
5. Delirium of mortality
6. Arboreal offering