2020

Paysage d’Hiver – Im Wald

Een reviewproces kan gekke vormen aannemen. Zo was deze recensie voor “Im Wald”, het laatste en langverwachte geesteskind van Paysage d’Hiver, zo goed als geschreven toen ik me deze week genoodzaakt zag domweg van nul opnieuw te beginnen. Deze review komt laat ten tonele, maar ik heb er dan ook al een luisterbeurt of 35 op zitten – goed voor toch wel twee werkweken aan bingelistening. Nu goed, een album van Wintherr geeft natuurlijk niet in één luisterbeurt z’n geheimen prijs, maar twee uur lang is toch wel een ferme brok om te verteren. Oorspronkelijk zou ik zeggen dat het album dat via zijn eigen Kunsthall Produktionen verscheen wel weer een typisch Paysage d’Hiver album was geworden, compleet met ietwat ruizige sound (maar meer doordringbaar dan op bijvoorbeeld de self-titled of pakweg “Schattengang”), gecomplementeerd met heldere en relatief catchy synths (toch een nieuw element). Twee uur lang van deze materie is echter nogal een opgave om door te zitten, ondanks een knaller als “Stimmen im Wald” dat ons een nagenoeg perfecte openingsriff voorschotelt en het magistrale “Kälteschauer” dat de essentie van de band eigenlijk samenvat. “Im Wald” wordt tussen de lijnen door ook gezien als de eerste full-length van het project dat reeds in 1997 het levenslicht zag in de reflectie van de besneeuwde Zwitserse Alpenpassen, maar van een debuut kunnen we hier amper nog spreken na een toch wel uitgebreide discografie. Echter bleef ik van mening dat bijvoorbeeld de zelfgetitelde demo nog net iets meer in z’n mars had, zowel riff- als atmosfeergewijs, maar dat was buiten mijn onverwachtse trip richting de dardennen gerekend. Een eenzame, nachtelijke boswandeling met dit album geeft meteen een compleet andere ervaring en maakt duidelijk dat de titel absoluut de lading dekt. Subtiliteiten die ik in eerste instantie niet eens had opgemerkt doorheen de plaat werden plots heel ruw mijn belevingswereld binnen gestampt: zo zette ik meer dan eens mijn koptelefoon af om na te gaan of dat geluid van krakende takken nu uit de bossen rondom me kwam – ik had al kennisgemaakt met een hertenjong – of dat die enkel uit het album voortkwamen. Optie twee was het geval, want eens het album kortstondig op pauze werd gezet werd ik enkel begroet door doodse stilte. Ook het geluid van de wind zoals in bijvoorbeeld de intro van “Verweilen” had hetzelfde effect. Bevreemdend, impressionant en ietwat verwarrend zijn maar enkele woorden die dit gevoel beschrijven, maar het algemeen sentiment van deze twee uur lang durende (muzikale) wandeling, afwisselend tussen pikdonker bos en de iets helderder Hoge Venen kunnen het best beschreven worden als majestueus. Het uitgestrekte bos en de eindeloze heide resoneren met de repetitiviteit van het gitaarwerk en de zwaar distorted vocalen van Wintherrs laatste werk. Nu, wie zoals doorheen het voorgaande werk wat meer ambientinvloeden had verwacht is eraan voor de moeite, gezien deze twee uur zo goed als volledig door het zwartmetalen spectrum worden ingenomen. Ik klaag hoegenaamd niet. Hoewel het ganse werk in een setting waarin geen complete aandacht aan de muziek kan worden gegeven inderdaad als wat langdradig kan beschouwd worden – een iets kortere speelduur was misschien geen overbodige luxe geweest – biedt de juiste context wel degelijk een fantastische ervaring aan, en laat dat nu exact zijn wat Wintherr met zijn solowerk wil bereiken. De titel van de afsluiter vertaalt zich naar ‘dus het weerkaatst’, en een betere weergave van hoe het album binnen een bepaalde omgeving resoneert kon ik zelf niet geven. Als ik thuis nog Paysage d’Hiver opleg is de kans reëel dat ik voornamelijk teruggrijp naar ouder werk, maar dit “Im Wald” is ontegensprekelijk een brok atmosfeer geworden die verdomd hard aan kan komen, als je er de tijd voor neemt.

CAS: 91/100

Paysage d’Hiver – Im Wald (Kunsthall Produktionen 2020)
1. Im Winterwald
2. Über den Bäumen
3. Schneeglitzern
4. Alt
5. Wurzel
6. Stimmen im Wald
7. Flug
8. Le rêve lucide
9. Eulensang
10. Kälteschauer
11. Verweilen
12. Weiter, immer Weiter
13. So hallt es wieder

Turia – Degen van licht

De Nederlander O. is hier op Addergebroed allang geen onbekende meer. Als één van de oprichters van het Haeresis Noviomagi collectief voelden we hem eerder al aan de tand, en ook projecten als Lubbert Das, Nusquama, Iskandr en Solar Temple bleven niet onbesproken. Het collectief is dan ook koploper in de springlevende Nederlandse black metalscene en blijft de ene na de andere nieuwe release uitspuwen. Deze keer is het na een resem splits met onder andere Vilkacis en Fluisteraars tijd voor de derde langspeler van Turia, één van de eerste projecten die de cirkel voortbracht. Geïnspireerd door trektochten door de zuiderse Alpen brengt het trio via Eisenwald “Degen van licht” uit, waarop Turia’s kenmerkende repetitiviteit en blast beat-uitbarstingen terug alom aanwezig zijn. Ondanks de bewust lo-fi gehouden sound heeft “Degen van licht” de tot nu toe beste productie van een Turia-plaat meegekregen, waardoor de gitaar een pak scherper klinkt dan op voorgaande releases en het stofzuigereffect dat bijvoorbeeld “Dede kondre” kenmerkte wat naar de achtergrond is verdwenen. Na intro “I” laat “Merode” er alvast geen gras over groeien en schiet meteen recht in de roos middels een riff die dagen in je hoofd blijft hangen en waarop vocaliste T, die tevens de zang in Nusquama opneemt, haar eerste kenmerkende krijs naar buiten perst. Het moet gezegd, met haar rauwe krijsen vol wanhoop heeft T één van de meest karakteristieke stemmen die je heden ten dage in black metal tegenkomt. Ook op “Met sterven beboet” toont Lubbert Das-drummer J meteen hoe je een stroom aan blast beats toch interessant kunt houden en er een psychedelisch aandoende riff extra mee in de verf kunt zetten. Halfweg het nummer wordt iets meer ruimte gecreëerd voor zich herhalende melodie en wordt het tempo wat teruggeschroefd, zonder echter de flow te doorbreken en waarop O zelfs enkele Pink Floyd-achtige lijnen uit zijn gitaar perst. Opvallend is hoe O doorheen het constante tapijt van snelle riffs een hoop subtiele tremolo-riffs weet te weven, een constante op elke Turia-release en dus ook op “Degen van licht”. Na de bergpieken die de eerste twee nummers waren daalt het titelnummer wat af in een dal en toont Turia een meer melodieuze kant middels een trager tempo en langer uitgesponnen epiek, die zich zonder haast verder ontplooit als een glestjer die langzaam de helling afglijdt. Het moet niet altijd rammen en beuken zijn. “Storm” jaagt het tempo meteen terug de hoogte in en na een ambient intermezzo in de vorm van “II” eindigt het album met het dertien minuten durende “Ossifrage” dat zonder twijfel het meest gevarieerde en, simpel gezegd, beste nummer van de plaat is. Turia heeft de neiging zichzelf keer op keer te overtreffen en dat is dit keer niet anders. “Degen van licht” zit barstensvol riffs die dagen in je hoofd blijven nazinderen en straalt een beklemmende, desolate sfeer uit die je moeiteloos naar weidse dalen en bergkammen teleporteert. Ik heb alvast een plekje in mijn jaarlijst gereserveerd.

CAS: 92/100

Turia – Degen van licht (Eisenwald, 2020)
1. I
2. Merode
3. Met sterven beboet
4. Degen van licht
5. Storm
6. II
7. Ossifrage