bathory

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry

Na heel wat voorbereidend studiewerk in de vorm van enkele demo’s en een EP, is Hulder aan een eerste langspeler toegekomen. “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” werd die gedoopt waarbij het eerste deel van de titel geen twijfel laat bestaan over de Nederlandstalige roots van mevrouw Hulder die ondertussen al enige tijd in het Amerikaanse Portland gehuisvest is. Het vierde nummer, “De Dijle“, is daarenboven een instrumentale song die nog verder inzoomt op de Belgische en meer bepaald Mechelse heimat. Wie deze one-woman band al langer dan vandaag volgt, weet dat Hulder’s black metal sterk geïnspireerd is door allerhande middeleeuwse folkloristische toestanden. Dat komt zeker ook in de muziek tot uiting middels akoestische gitaren en sprookjesachtige Gotische keyboard- en orgelklanken, maar laat je hier toch maar niet door op het verkeerde been zetten. De Belgisch-Amerikaanse mag in de erg geslaagde videoclip van opener “Upon frigid winds” dan nog zo liefelijk in een mooi wit kleedje met een mandje in de hand doorheen de velden dartelen, de zwarte kunsten blijven voor deze duivelaanbidster een bloedserieuze zaak zoals je even later met eigen ogen kunt zien. Heksenvervolgingen en een spetterend einde op de brandstapel zouden haar lot misschien geweest zijn als ze in de duistere middeleeuwen had geleefd. Muzikaal gezien wordt de mosterd gehaald bij de Noorse oerbeginselen van een Satyricon, Immortal en Isvind, maar ook een portie Venom en Bathory mag niet ontbreken. Aan dynamiek is er op “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” geen gebrek, want tegenover rampestampers als de opener, “Sown in barren soil” of de vurige afsluiter “From whence an ancient evil once reigned” staan dan weer enkele sterke mid-tempo nummers zoals “Creature of demonic majesty” en het erg aanstekelijke, ietwat Keltisch aanvoelende “Purgations of bodily corruptions“. In het reeds eerder vermelde “De Dijle” worden de versterkers en drums zelfs de volledige zes minuten achterwege gelaten en nemen een aanstekelijk keyboardriedeltje en akoestisch gitaargetokkel, vergezeld van mysterieus gekrijs/gefluister en allerhande natuursamples, ons mee op een mystieke tocht langsheen deze rivier. Aan wie de drums uitbesteed werden, is me onduidelijk maar op het ritmisch departement werd veel vooruitgang geboekt vergeleken met de kleinere releases uit het verleden. En ook qua songwriting werden mooie stappen gezet waardoor de nieuwe nummers beter uit de verf komen. Het enige puntje van kritiek is dat Hulder’s krijsstem nogal vlak klinkt en de nodige diepte mist. In “A forlorn peasantry” haalt ze echter ook haar heldere zangstem van stal wat dan toch een mooi contrast oplevert met de raspende vocalen. Conclusie: Hulder heeft een onderhoudende eerste langspeler afgeleverd die niets nieuws onder de zon laat horen, maar wel erg degelijk is en een mooie progressie laat horen.

JOKKE: 82/100

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry (Iron Bonehead Productions 2021)
1. Upon frigid winds
2. Creature of demonic majesty
3. Sown in barren soil
4. De Dijle
5. Purgations of bodily corruptions
6. Lowland famine
7. A forlorn peasant’s hymn
8. From whence an ancient evil once reigned

Mooncitadel – Night’s scarlet symphonies

Ein-de-lijk verschijnt er een langspeler van het Finse Mooncitadel! We hebben er even op moeten wachten als je weet dat de band sinds 2007 actief is, zij het de eerste zeven jaar onder de noemer Empire of Tharaphita waarmee twee demo’s en een split met Drowning The Light uitgebracht werden. In 2014 besloot alleenheerser Stormheit zijn queeste al Mooncitadel verder te zetten en een jaar later werd drummer Forthcaller of Black Gnosis and the Ancient Hyperborean Spirit (what’s in a name?) aangetrokken. Het duo bracht in 2016 de demo “As nightwind embraced and the shadows caressed” uit en twee jaar later volgde nog een compilatie. En nu dus langspeeldebuut “Night’s scarlet symphonies” waarop Mooncitadel’s epische sound nog steeds 100% intact is gebleven maar naar een hoger niveau richting stardom werd geheven. De acht composities roepen allerhande middeleeuwse beelden op die zin doen krijgen om zwaard en maliënkolder vanonder de mottenballen te halen en buiten wat schorremorrie en corona-overtreders in de pan te gaan hakken. Het zwartmetaal van de heren klinkt op en top Fins en de werkelijk adembenemende gitaar- en overvloedige keyboardmelodieën schitteren van de triomfantelijkheid. De voeten van de drummer (ik ga zijn alias heus niet nogmaals neerpennen) trappelen meermaals als een bezetene op de basdrumpedalen en die snelle passages werken aanstekelijk om de nekspieren op los te gooien, zeker als er in opener “Nightwind was the passage between the worlds” ook een zwartgeblakerde heavy metalriff afgevuurd wordt. Maar net zo goed slaat de woelige razernij in een nummer als “Of luniolatry and hierophany” plots in majestueuze mid-tempo grootsheid om. Het riffwerk en de folkinvloeden roepen heel wat heroïeke gevoelens op zoals een Hades dat zes- à zevenentwintig jaar geleden ook kon en in het bijwijlen galopperende “Whispering cry of magick undying” wordt het heidense karakter middels heroïsche heldere gezangen nog extra in de verf gezet. Bathory is natuurlijk ook nooit veraf. De hele productie en sound van “Night’s scarlet symfonies” ademen trouwens een heuse jaren ’90 Grieghallen atmosfeer uit, iets wat we alleen maar kunnen toejuichen. Het is voor een band als Mooncitadel en diens old school pagan symfonische black dat het woord ‘episch’ in het woordenboek opgenomen werd. Mooncitadel en diens acht vuurrode nachtelijke symfonieën krijgen de eer om op de valreep van 2020 mijn jaarlijst binnen te walsen.

JOKKE: 90/100

Mooncitadel – Night’s scarlet symphonies (Werewolf Records 2020)
1. Nightwind was the passage between the worlds
2. I am the voivode of timeless empires
3. Dweller of the lotus moon
4. Of luniolatry and hierophany
5. Ablaze my heart with falling stars
6. Whispering cry of magick undying
7. Monumental silvery thorns
8. Night’s scarlet symphonies

ABRAHAMIC LIARS – genesis

Op 15 april 2019 zagen we de Notre Dame in Parijs deels in vlammen opgaan. Het duurde een luttele 666 seconden alvorens de eerste memes verschenen waarin een grijnzende Varg te zien was. Die bleek er voor niets tussen te zitten. Die dag was het wel de allereerste bijeenkomst van enkele oudgedienden van de Belgische (extreme) metal scene die besloten hadden een lekkere pot black metal te gaan spelen. ABRAHAMIC LIARS werd geboren en de eerste zes nummers worden gelost op de EP “genesis” (de bandnaam moet trouwens steeds in hoofdletters en de albumtitel in kleine letters geschreven worden aldus de huisstijl van de band). “genesis” vormt het eerste deel van een trilogie van EP’s met telkens 6 nummers, you do the math. Muzikaal gezien werd de mosterd naar eigen zeggen gehaald bij first wave blackmetalbands als Celtic Frost, Venom, Bathory en Hellhammer, maar daar hoor ik eerlijk gezegd niet veel van terug. ABRAHAMIC LIARS klinkt mijns inziens immers een pak moderner en strakker. Voor de vocale invulling deden de muzikanten beroep op buitenstaanders. Twee per song met name, wat enkele leuke resultaten oplevert. De groovy openingsriff van “Black metal blues” doet me niet zo veel, maar gelukkig wakkert het blackmetalvuur na enkele seconden fel aan, hoewel het openingsthema nog regelmatig terugkeert en steeds als rustpunt dient alvorens het gaspedaal terug in te trappen. Achter de microfoon treffen we Tim (o.a. Works Of The Flesh en Izah) aan die vocaal de strijd aangaat met Cin (Seethr en Curse of The Ninth). Het zorgt alvast voor de nodige dynamiek en live zullen beide vocalisten de honneurs waarnemen. Hoewel Cin qua gestalte een goeie meter kleiner is dan Tim, moet haar hoge scream niet onderdoen voor diens diepere klanken. “Votre dame” lijkt op de ontstaansgeschiedenis van ABRAHAMIC LIARS te alluderen. Het is een erg compacte en uptempo compositie waarvoor Ihloosuhree’s Jonckm en Le Freux hun stembanden ter beschikking stelden en waarin we de nodige Zweedse meloblack invloeden terughoren. Dit is trouwens zowat het meest geslaagde vocale duel dat we op “genesis” horen. Muzikaal kan het verschil met “Schijnheilig/Schijnveilig” niet groter zijn. Want het tempo zakt hier serieus de diepte in en subtiele keyboards zorgen voor extra sfeer. Het nummer sleept zich grotendeels traag voort, hoewel naar het einde toe ook blastbeats van stal gehaald worden. De raspende strotten van dienst zijn die van Jorre (Grafjammer) en Galgenvot (Wrang, Nevel). In goede Grafjammer traditie levert dit een interessante Nederlandstalige tekst op. Voor “As I face death” werd opnieuw iemand van over de grens bereid gevonden om een bijdrage te leveren. En dat is niemand minder dan de IJslander Guðmundur Óli Pálmason (Katla., ex-Solstafir) wiens semi-clean screamende stembanden in gevecht gaan met de krijsende strot van Arneriach. Die laatste kennen we van Marche Funèbre, zo wat de meest populaire doomband van ons land, maar die in dit nummer terug zijn blackmetalverleden laat doorschijnen. Qua dynamiek zit het opnieuw snor want geselende uptempo passages worden afgewisseld met meer rockgetinte old-school riffs. De stemmen die we op het korte, old-school groovende “Inescapable lurking void” horen, kunnen we niet meteen plaatsen. Pedra en The Beyonder blijken in tal van mij onbekende Portugese acts te spelen en hun diepere stemmen geven dit nummer een hoog deathmetalgehalte mee hoewel het riffwerk wel nog zwartgeblakerde tinten bevat. Ontegensprekelijk de song waarin de muzikale referenties die de band aanhaalt het meest doorschemeren. En zo zijn we al vrij snel bij “A lesson in paranoia” aanbeland, muzikaal en compositorisch gezien mijn favoriet en met zes en een halve minuut speeltijd de langste song van “genesis“. Er wordt voortdurend gejongleerd met black- en deathmetalinvloeden, ook vocaal door Dennie ‘Duvelskèndj’ Grondelaers (L’opportuniste) en Niklaas ‘Sancti’ Reinhold (Artefacts, Chrysalis). De nadruk ligt nu natuurlijk op alle gastzangers en -zangeressen, maar ook muzikaal zit het hier wel snor met dynamische composities en een klassebak van een drummer (Jozef De Ridder). Met “genesis” levert ABRAHAMIC LIARS een geslaagd eerste visitekaartje af. Benieuwd naar deel twee en drie en wie daar allemaal de microfoon ter hand zal nemen.

JOKKE: 80/100

ABRAHAMIC LIARS – genesis (Eigen beheer)
1. Black metal blues
2. Votre dame
3. Schijnheilig/Schijnveilig
4. As I face death
5. Inescapable lurking void
6. A lesson in paranoia

Baxaxaxa – Devoted to HIM

Het niet alleen voor stotteraars uitdagend genaamde Baxaxaxa heeft de smaak blijkbaar te pakken, want ongeveer een jaar na de “The old evil” demo komt het gezelschap al met nieuw materiaal op de proppen, zij het mondjesmaat in de vorm van twee nieuwe nummers op de “Devoted to HIM” EP. Maar we zullen maar niet te veel janken en gewoon blij zijn dat er na een afwezigheid van meer dan 25 jaar überhaupt nog leven zit in Baxaxaxa. Drummer Condemptor is het enig overgebleven oerlid en verzamelde bij de herrijzenis in 2017 een nieuwe line-up die hij tijdens concerten voor zich op het podium van jetje kan zien geven. Met de toetreding van zanger Traumatic, het alias van Iron Bonehead labeleigenaar Patrick Kremer, was Baxaxaxa terug compleet en vorig jaar verscheen dus “The old evil“. “Devoted to HIM” laat geen grote verrassingen horen, want ook nu weer lijkt de tijd voor het kwintet zo’n 30 jaar stil te hebben gestaan. Geen disonnante maalstromen, etherische post-rock melodieën of norsecore hier, maar old school vuiligheid genre Tormentor, Master’s Hammer, Bathory, oude Samael, Root en Mortuary Drape die wars van complexiteit en moderniteit is. De heren schipperen tussen trage, lome riffs, die dikwijls ondersteund worden door sfeervolle keyboards of orgelklanken die een zeker Oostblokgevoel met zich meedragen, en meer uptempo passages, maar snelheidsrecords breken is hier zeer zeker niet de doelstelling, hoewel het tempo gemiddeld genomen wat hoger ligt dan op “The old evil“. Patrick’s krijsstem klinkt tevens wat gepolijster vergeleken met de vorig jaar verschenen demo, maar nog steeds ruw genoeg voor de old school fanatiekelingen onder ons, en deze twee songs laten een wat meer riffgeoriënteerde aanpak horen. Puike EP en hopelijk laat een eerste langspeler, na bijna 30 jaar, nu niet lang meer op zich wachten.

JOKKE: 81/100

Baxaxaxa – Devoted to HIM (Iron Bonehead 2020)
1. Revelation in sin
2. Devoted to HIM

Nadsvest – Kolo ognja i železa

We trishen even want Nadsvest’s debuut EP “Kolo ognja i železa” verscheen eigenlijk reeds vorig jaar, maar omdat ie nu pas dankzij New Era Productions een tweede, fysiek leven (zowel op CD als vinyl) ingeblazen krijgt, brengen we hem toch nog even onder de aandacht want, mijn God, beleven we hier 26 minuten lang plezier aan! Nadsvest is een samenwerking tussen de Servische Atterigner (ex-Triumfall) die sommigen misschien wel kennen vanwege het feit dat hij Gorgoroth’s “Instinctus bestialis” inkrijste en de Nieuw-Zeelander Krigeist die verder ook actief is in tal van bands waarvan Barshasketh ongetwijfeld de bekendste is. Nadsvest’s doel is de black metal van weleer te eren mits toevoeging van een fikse scheut donkere Servische folklore. Het levert alvast een intrigerende atypische bandfoto op. De jaren negentig herleven inderdaad en laten een mengelmoes aan Scandinavische (overwegend Noorse zoals Kampfar, oue-Satyricon, mid-era Darkthrone en Gorgoroth) en Oostblok-invloeden horen. Opzwepende zwartgeblakerde tremoloriffs (de openingsriff van “Otvori dveri” alleen al rechtvaardigt de aanschaf van deze EP) gaan hand in hand met onheilspellende keyboards die in “Pesma prokletih” welig tieren en een heerlijk oubollige toets toevoegen. Het zijn deze toetsen en het leadgitaarwerk waarin de invloeden vanachter het IJzeren Gordijn héél sterk naar voor komen. Het acht minuten durende titelnummer hakt er met zijn blackthrash en stampende ritmes genadeloos op in, heeft verderop nog een schedelsplijtende solo in petto en klinkt in de finale haast als “Hammerheart“-era Bathory. Het vocale departement mag trouwens zeker niet onvermeld blijven want hier valt heel wat te beleven: ijselijke screams, heldere koorzang, folkloristische gezangen en dramatische verhalende liturgieën voegen heel wat variatie toe. “Snovidjenje” klinkt haast als een orthodoxe opera. Je verwacht misschien een tweedehandsproductie maar “Kolo ogna i železa” heeft een krachtige, moderne, maar niet te afgelikte sound meegekregen (Krigeist verzorgde zelf de opnames en de mastering was in handen van Javier Félez van de Spaanse Moontower Studios). Ongebreidelde agressie en een duistere Slavische folkloristische atmosfeer gaan hier hand in hand. All hail Nadsvest!

JOKKE: 88/100

Nadsvest – Kolo ognja i železa (New Era Productions 2020)
1. Otvori dveri
2. Pesma prokletih
3. Kolo ognja i železa
4. Snovidjenje

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred

Gautaz, het alleenheersende heerschap achter Panzerwar, houdt er een moorddadig releasetempo op na. De band werd oorspronkelijk in 2017 in het Noorse Sarpsborg in het leven geroepen en er volgden een EP, de langspeler “Ulv og mann“, een split en een single. In mei 2019 verdwenen Gautaz en Panzerwar gedurende dertien maanden van de aardbol om uiteindelijk in het noordwesten van Vinland (Canada) terug boven water te komen. Het bloed en de haat kruipen waar ze niet gaan kunnen en in sneltempo verschenen dit jaar nog een tweede langspeler “Ephemeral existence“, drie splits en een derde full-length genaamd “Lost in the confines of absolute hatred“, die we er voor de gelegenheid uitpikken om van een oordeel te voorzien alvorens met Halloween de vierde plaat “Warlord” het levenslicht zal zien. Sargeist, Bathory, Swordmaster en de Oostenrijkse componist Gustav Mahler zijn enkele van de inspiratiebronnen die Gautaz aangeeft, maar eerlijk gezegd hoor ik voornamelijk Sargeist als ijkpunt in het traditionele zwartmetaal van Panzerwar, zonder echter een typische Finse sound te willen nastreven. Het gros van de drie kwartier speeltijd doet de muziek de bandnaam alle eer aan, maar Gautaz voegt ook enkele welgekomen rustpunten in. Zo zijn er de “oehoe” uilgeluiden en tsjirpende krekels die “In search of a lost memory” een extra folkloristisch karakter geven en “Olaf og Oskar” houdt het volledig instrumentaal middels dromerige en rustgevende synthklanken. Wat een bevrijding want het blackmetalgeweld dat we tot dan toe ondergingen, begon zo stilaan op onze zenuwen te werken. Gautaz’ screams klinkt immers nogal eentonig en alledaags, waardoor zijn verdorvenheid en afschuw nogal mak binnenkomen. De krijszang begint na een tijdje zelfs serieus tegen te steken omdat die de nuances die in het gitaarwerk wél aanwezig zijn, gewoonweg volledig overstemt. En wanneer de drums accelereren, is het eenzijdigheid troef. Eens dit intermezzo weggeëbd is, keert Panzerwar (spijtig genoeg) terug naar het oude. “War in the north” bevat nog wel enkele sfeermakende zwaardkletterende oorlogssamples maar kan de feestvreugde niet aanwakkeren. “Lost in the confines of absolute hatred” is dan ook geen plaat die ons als een panzertank omver weet te walsen.

JOKKE: 66/100

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred (Death Kvlt Productions 2020)
1. Lost in the confines of absolute hatred
2. In search of a lost memory
3. An echo of lies once lived
4. A light on a moonless night
5. In the frozen forest of treachery
6. Kveldulf
7. Olaf og Oskar
8. War in the north
9. Silence or blood
10. Vinterkrig
11. A farewell etched in stone (Outro)

Bütcher – 666 goats carry my chariot

Leder, pinnenbanden, slim fit broeken, puntbotinnen, zwarte vegen corpsepaint, de umlaut en het omgekeerd kruis in de bandnaam, het cover artwork van Kris Verwimp, het nummer van het beest in de titel, aliassen zoals LV Speedhämmer en R Hellshrieker,…U snapt het ondertussen wel: alle metalclichés zijn hier volop aanwezig en terecht want wat het Belgische Bütcher op diens tweede langspeler “666 goats carry my chariot” laat horen, is van de eerste tot de zesendertigste minuut opgedragen aan “the ancient godz of steele”. Op papier is de explosieve mix van heavy, thrash en een vleugje black niet aan mij besteed, maar sinds de release van “Bestial fükkin’ warmachine“, de eerste plaat die de band na haar ‘comeback’ uitbracht, las ik niets dan positieve dingen over het kwartet, waardoor ik besloot de nieuwe boreling toch maar eens een kans te geven. Ik besloot de epische negen minuten durende titeltrack als eerste te ondergaan. Sfeervol Bathoriaans akoestisch gitaarwerk en heldere koorzang trappen deze compositie in gang. “Hammerheart” lijkt nooit veraf. Wat volgt is een enorm pakkende en catchy rit die langzaam opbouwt totdat de metalen spanning losbarst. De maniakale frontman R Hellshrieker laat zijn stembanden alle registers van het metalen spectrum verkennen gaande van black metal gekrijs, dieper gegrom en natuurlijk de obligate falsetto uithalen waarin we heel wat King Diamond en Mercyful Fate terug horen. “666 goats carry my chariot” is als het ware Bütcher’s “Bohemian rhapsody“, een eclectisch nummer dat tot het einde der tijden met de band geassocieerd zal worden en waar de heren meer dan trots op mogen zijn. De lange speelduur, akoestische gitaren en het eerder mid-tempo gebeuk, maken van dit nummer wel een enigszins afwijkend rustpunt want de songs die we ervoor en erna te verwerken krijgen, vliegen aan een rotvaart voorbij waarbij de helse tempo’s, vlammende gitaren en schedelsplijtende solo’s van de getalenteerde KK Ripper de boel – volledig in lijn met het artwork – in lichterlaaie zetten. “45 RPM metal” is nog zo’n duivels metal anthem waarbij bloed, zweet en alcoholdampen uit mijn boxen spatten en dat live waarschijnlijk veel slachtoffers zal maken. In het berzerker-achtige “Sentinels of dethe” struikelt R. Hellshrieker net niet over zijn woordentsunami en geeft hij heel wat rappers het nakijken. Muzikaal en productioneel gezien is Bütcher begin jaren ’90 stil blijven staan en zo hoort dat ook in hun geval. 666 keer hulde en een aanrader voor fans van Mercyful Fate, Celtic Frost, Deströyer 666, Darkthrone, Nifelheim, Aura Noir, Desaster, Witchery, Absu, Nocturnal Breed en Impiety.

JOKKE: 82/100

Bütcher – 666 goats carry my chariot (Osmose Productions 2020)
1. Inauguration of steele
2. Iron bitch
3. 45 RPM metal
4. Metallström/Face the bütcher
5. Sentinels of dethe
6. 666 goats carry my charriot
7. Viking funeral
8. Brazen serpent
9. Exaltation of sulphur

Ultha/Morast – Split

In interviews met black metal-bands worden namen als Venom, Bathory, Hellhammer en Celtic Frost regelmatig als inspiratiebron aangehaald. Een minder voor de hand liggende naam is in dit geval waarschijnlijk de Britse gothic rock-band Fields Of The Nephilim. Alhoewel, de voorbije jaren hoorden we diens frontman Carl McCoy reeds een bijdrage leveren op het Watain-nummer “Waters of Ain“, Behemoth-leider Nergal stond in 2011 met de band op het podium in Polen om “Penetration“, een nummer dat ze eerder al coverden, live te brengen en in 2015 prijkte Fields Of The Nephilim twee dagen op het Roadburn festival. Carl McCoy staat bekend om zijn voorliefde voor het mystieke en het occulte, wat sterk tot uiting komt in de teksten van zijn songs. Aleister Crowley, Austin Osman Spare en Howard Phillips Lovecraft behoren daarbij tot zijn belangrijkste inspiratiebronnen, een overlappingspunt met veel black metal-bands. Ook Ultha en Morast besloten een hulde te brengen aan deze peetvaders van de gothic rock. Het is trouwens niet de eerste keer dat beide Duitse bands de handen in mekaar slaan voor dergelijke hommage want reeds eerder deelden ze hun voorliefde voor Bathory middels een split. Voor Ultha is het de tiende en laatste release in vijf jaar tijd alvorens de band in een winterslaap duikt. Het moge geen wonder wezen dat Fields Of The Nephilim belangrijk is geweest in de muzikale ontwikkeling van de muzikanten van Ultha, want de gothic rock-invloeden schemerden regelmatig door in het latere werk en ook de death rock pioniers Mighty Sphincter werden reeds met een tribute door hen vereerd. Ze kozen voor het meeslepende “Vet for the insane” van het debuutalbum “Dawnrazor” uit 1986 en besloten om qua zang een heldere stem te behouden die – eerlijk gezegd – beter klinkt dan die van McCoy (geen idee of het Ralph of Chris is die de vocalen hier voor zijn rekening neemt). Het epische mid-tempo nummer kenmerkt zich verder door haar mooie gestage opbouw die uitmondt in weids openbarstende, haast galactisch klinkende refreinen en een bezwerende leadpartij aan het einde. Het bevriende Morast nam het nummer “Blue water“, een single uit 1987 onder handen, en stak deze meer uptempo en swingende song in een heavier downtempo jasje. Zij kozen wel voor een zwartgeblakerde sludge invulling op het zangdepartement en ook de riffs en drums donderen lekker zwaar door zonder natuurlijk de obligate gotische melodieën uit het oog te verliezen. Wie niet beter weet, zou zowaar denken dat het een eigen compositie betrof. Uitstekende hommage waarbij Ultha vrij dicht bij het origineel bleef en Morast de muziek meer naar eigen hand zette.

JOKKE: 83/100 (Ultha: 82/100 – Morast: 84/100)

Ultha/Morast – Split (Vendetta Records 2019)
1. Ultha – Vet for the insane
2. Morast – Blue water

Hellehond – Verslonden

Een hellehond of kardoes is een wezen met het voorkomen van een hond dat in verschillende mythologieën en volksverhalen voorkomt en dat meestal in verband gebracht wordt met dood en rampspoed. Een bekende mythische hellehond in de Griekse mythologie is Cerberus, de bewaker van de onderwereld. In volksverhalen is het vaak een spookhond waarvan de verschijning onheil en dood aankondigt. De heren Botmuyl, De Uytvaert, Batraof en Kauw konden zich wel met dit wezen vereenzelvigen en kozen deze naam voor hun nieuwe band die zich toewijdt aan het spelen van “Neerlands oude school black metal“. Botmuyl’s haatbek kennen we nog van o.a. Wederganger, Gevlerkt en Fluisterwoud maar de overige muzikanten komen met jarenlange ervaring in bands als Asphyx en Rectal Smegma uit de dode hoek van de extreme metal-scene. “Caveman black metal – by cavemen, for cavemen. Music lovers…stay away!” lees ik in het label statement. Het resulteert in zeven songs vol primitieve black waarin de gezamenlijke voorliefde voor acts als Hellhammer, vroege Celtic Frost en Bathory gezegevierd wordt. Aan post-, emo- of orthodox gedoe hebben deze rakkers m.a.w. het vliegend schijt. Daar waar vele bands voor een snelle opener kiezen, besloot Hellehond om met het mid-tempo “Kardoes” in huis te vallen. Ook in de titeltrack wil het kwartet geen snelheidsrecords breken, hoewel dit nummer pompender en stuwender is. De laaggestemde gitaren geven de totaalsound trouwens een death metal-feel mee, geen typische tremoloriffs of schelle sound hier. De melodie en slome baspulsen van het hieronder geposte “Rattenmantel” blijven na elke luisterbeurt nog uren doorzinderen. In dit nummer wordt wat meer met dynamiek gegoocheld, maar blastbeats blijven uit (spoiler alert: die vallen ook verderop niet te bespeuren). “Onbegraafbaar” is dankzij repetitieve stuwende drums en een klievende gitaarlijn, het meest black metal-achtige nummer dat er op “Verslonden” te vinden is. “Hamerslagen” is dan weer de meest nostalgische song die ons middels een oereenvoudige maar o zo effectieve gitaarriff terug naar het midden van de jaren ’80 katapulteert. Ook het slepende “Over de kling” bewijst dat er geen kernfysica en een overkill aan aantal breaks per minuut aan te pas moeten komen om een goede metalsong te schrijven. In de vorm van “Kerkerlust” met diens heerlijke old school riffs en opzwepende meebrulrefrein zit het venijn hem hier duidelijk in de staart. En Botmuyl? Die rijt zijn stembanden in frut vaneen terwijl hij zijn Nederlandstalige teksten uitbraakt. Na een klein half uur heeft “Verslonden” ons met huid en haar opgepeuzeld.

JOKKE: 81/100

Hellehond – Verslonden (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Kardoes
2. Verslonden
3. Rattenmantel
4. Onbegraafbaar
5. Hamerslagen
6. Over de kling
7. Kerkerlust

Ceress – Tragedy at dusk

Het gebeurt niet vaak dat een nieuwe band bij mij een gevoel van nostalgie kan oproepen, maar van het Braziliaans black metal soloproject Ceress, geven mijn grijs gekrulde haren acht. Het is geheel per toeval dat ik deze band heb ontdekt, want er is namelijk weinig of niets online over te vinden en het maakte ook geen deel uit van de Addergebroed promopost. Het gaat hier om een digitale release in eigen beheer. Wat meteen opvalt is de rauwe, maar degelijke productie. Wie de heer F. Wolff ook moge zijn, hij heeft duidelijk verstand van hoe een dergelijke release hoort te klinken. Het eerste nummer vliegt er meteen in met een klassiek up-tempo black metal nummer dat ergens tussen Bathory en vroege Immortal zweeft. Daaropvolgend krijgen we twee instrumentale nummers die niet verbluffend zijn, maar wel sfeervol. Met “Lost world” duiken we terug de metal in. Dit keer wordt gas terug genomen en krijgen we een meer doomy nummer dat meer in de richting gaat van oude Katatonia, maar dan met een meer black metal einde. Een einde dat teruggrijpt naar de openingstrack en de rest van de plaat, qua stijl, aankondigt. En die rest is sfeervolle black metal met ambient intermezzos, welke deels worden gemaakt door het geweldige eighties new wave gitaarsologeluid. Aan het eind krijgen we een paar minuten stilte met een korte hidden track, een onnozelheid die de weemoed onderstreept. Het enige wat me stoort aan dit debuut is dat het me keihard doet denken aan een band waar ik echt niet op kan komen. Figuurlijk dan. Misschien zal niet iedereen even enthousiast zijn over deze plaat, gezien het feit dat het echt helemaal niks nieuws is, maar ik vind ‘em (zeker voor een solodebuut) alvast geweldig. De aandachtige lezer die even een kijkje gaat nemen naar de YouTube-link, zal zeker en vast ook de typfout merken in de albumtitel.

Xavier: 85/100

Ceress – Tragedy at dusk (Eigen beheer 2019)
1. The winged
2. Morbid rain
3. Sorry of angels
4. Lost world
5. Landscape from hell
6. The evil race
7. At war with the king
8. Tragedy at dusk