bathory

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred

Gautaz, het alleenheersende heerschap achter Panzerwar, houdt er een moorddadig releasetempo op na. De band werd oorspronkelijk in 2017 in het Noorse Sarpsborg in het leven geroepen en er volgden een EP, de langspeler “Ulv og mann“, een split en een single. In mei 2019 verdwenen Gautaz en Panzerwar gedurende dertien maanden van de aardbol om uiteindelijk in het noordwesten van Vinland (Canada) terug boven water te komen. Het bloed en de haat kruipen waar ze niet gaan kunnen en in sneltempo verschenen dit jaar nog een tweede langspeler “Ephemeral existence“, drie splits en een derde full-length genaamd “Lost in the confines of absolute hatred“, die we er voor de gelegenheid uitpikken om van een oordeel te voorzien alvorens met Halloween de vierde plaat “Warlord” het levenslicht zal zien. Sargeist, Bathory, Swordmaster en de Oostenrijkse componist Gustav Mahler zijn enkele van de inspiratiebronnen die Gautaz aangeeft, maar eerlijk gezegd hoor ik voornamelijk Sargeist als ijkpunt in het traditionele zwartmetaal van Panzerwar, zonder echter een typische Finse sound te willen nastreven. Het gros van de drie kwartier speeltijd doet de muziek de bandnaam alle eer aan, maar Gautaz voegt ook enkele welgekomen rustpunten in. Zo zijn er de “oehoe” uilgeluiden en tsjirpende krekels die “In search of a lost memory” een extra folkloristisch karakter geven en “Olaf og Oskar” houdt het volledig instrumentaal middels dromerige en rustgevende synthklanken. Wat een bevrijding want het blackmetalgeweld dat we tot dan toe ondergingen, begon zo stilaan op onze zenuwen te werken. Gautaz’ screams klinkt immers nogal eentonig en alledaags, waardoor zijn verdorvenheid en afschuw nogal mak binnenkomen. De krijszang begint na een tijdje zelfs serieus tegen te steken omdat die de nuances die in het gitaarwerk wél aanwezig zijn, gewoonweg volledig overstemt. En wanneer de drums accelereren, is het eenzijdigheid troef. Eens dit intermezzo weggeëbd is, keert Panzerwar (spijtig genoeg) terug naar het oude. “War in the north” bevat nog wel enkele sfeermakende zwaardkletterende oorlogssamples maar kan de feestvreugde niet aanwakkeren. “Lost in the confines of absolute hatred” is dan ook geen plaat die ons als een panzertank omver weet te walsen.

JOKKE: 66/100

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred (Death Kvlt Productions 2020)
1. Lost in the confines of absolute hatred
2. In search of a lost memory
3. An echo of lies once lived
4. A light on a moonless night
5. In the frozen forest of treachery
6. Kveldulf
7. Olaf og Oskar
8. War in the north
9. Silence or blood
10. Vinterkrig
11. A farewell etched in stone (Outro)

Bütcher – 666 goats carry my chariot

Leder, pinnenbanden, slim fit broeken, puntbotinnen, zwarte vegen corpsepaint, de umlaut en het omgekeerd kruis in de bandnaam, het cover artwork van Kris Verwimp, het nummer van het beest in de titel, aliassen zoals LV Speedhämmer en R Hellshrieker,…U snapt het ondertussen wel: alle metalclichés zijn hier volop aanwezig en terecht want wat het Belgische Bütcher op diens tweede langspeler “666 goats carry my chariot” laat horen, is van de eerste tot de zesendertigste minuut opgedragen aan “the ancient godz of steele”. Op papier is de explosieve mix van heavy, thrash en een vleugje black niet aan mij besteed, maar sinds de release van “Bestial fükkin’ warmachine“, de eerste plaat die de band na haar ‘comeback’ uitbracht, las ik niets dan positieve dingen over het kwartet, waardoor ik besloot de nieuwe boreling toch maar eens een kans te geven. Ik besloot de epische negen minuten durende titeltrack als eerste te ondergaan. Sfeervol Bathoriaans akoestisch gitaarwerk en heldere koorzang trappen deze compositie in gang. “Hammerheart” lijkt nooit veraf. Wat volgt is een enorm pakkende en catchy rit die langzaam opbouwt totdat de metalen spanning losbarst. De maniakale frontman R Hellshrieker laat zijn stembanden alle registers van het metalen spectrum verkennen gaande van black metal gekrijs, dieper gegrom en natuurlijk de obligate falsetto uithalen waarin we heel wat King Diamond en Mercyful Fate terug horen. “666 goats carry my chariot” is als het ware Bütcher’s “Bohemian rhapsody“, een eclectisch nummer dat tot het einde der tijden met de band geassocieerd zal worden en waar de heren meer dan trots op mogen zijn. De lange speelduur, akoestische gitaren en het eerder mid-tempo gebeuk, maken van dit nummer wel een enigszins afwijkend rustpunt want de songs die we ervoor en erna te verwerken krijgen, vliegen aan een rotvaart voorbij waarbij de helse tempo’s, vlammende gitaren en schedelsplijtende solo’s van de getalenteerde KK Ripper de boel – volledig in lijn met het artwork – in lichterlaaie zetten. “45 RPM metal” is nog zo’n duivels metal anthem waarbij bloed, zweet en alcoholdampen uit mijn boxen spatten en dat live waarschijnlijk veel slachtoffers zal maken. In het berzerker-achtige “Sentinels of dethe” struikelt R. Hellshrieker net niet over zijn woordentsunami en geeft hij heel wat rappers het nakijken. Muzikaal en productioneel gezien is Bütcher begin jaren ’90 stil blijven staan en zo hoort dat ook in hun geval. 666 keer hulde en een aanrader voor fans van Mercyful Fate, Celtic Frost, Deströyer 666, Darkthrone, Nifelheim, Aura Noir, Desaster, Witchery, Absu, Nocturnal Breed en Impiety.

JOKKE: 82/100

Bütcher – 666 goats carry my chariot (Osmose Productions 2020)
1. Inauguration of steele
2. Iron bitch
3. 45 RPM metal
4. Metallström/Face the bütcher
5. Sentinels of dethe
6. 666 goats carry my charriot
7. Viking funeral
8. Brazen serpent
9. Exaltation of sulphur

Ultha/Morast – Split

In interviews met black metal-bands worden namen als Venom, Bathory, Hellhammer en Celtic Frost regelmatig als inspiratiebron aangehaald. Een minder voor de hand liggende naam is in dit geval waarschijnlijk de Britse gothic rock-band Fields Of The Nephilim. Alhoewel, de voorbije jaren hoorden we diens frontman Carl McCoy reeds een bijdrage leveren op het Watain-nummer “Waters of Ain“, Behemoth-leider Nergal stond in 2011 met de band op het podium in Polen om “Penetration“, een nummer dat ze eerder al coverden, live te brengen en in 2015 prijkte Fields Of The Nephilim twee dagen op het Roadburn festival. Carl McCoy staat bekend om zijn voorliefde voor het mystieke en het occulte, wat sterk tot uiting komt in de teksten van zijn songs. Aleister Crowley, Austin Osman Spare en Howard Phillips Lovecraft behoren daarbij tot zijn belangrijkste inspiratiebronnen, een overlappingspunt met veel black metal-bands. Ook Ultha en Morast besloten een hulde te brengen aan deze peetvaders van de gothic rock. Het is trouwens niet de eerste keer dat beide Duitse bands de handen in mekaar slaan voor dergelijke hommage want reeds eerder deelden ze hun voorliefde voor Bathory middels een split. Voor Ultha is het de tiende en laatste release in vijf jaar tijd alvorens de band in een winterslaap duikt. Het moge geen wonder wezen dat Fields Of The Nephilim belangrijk is geweest in de muzikale ontwikkeling van de muzikanten van Ultha, want de gothic rock-invloeden schemerden regelmatig door in het latere werk en ook de death rock pioniers Mighty Sphincter werden reeds met een tribute door hen vereerd. Ze kozen voor het meeslepende “Vet for the insane” van het debuutalbum “Dawnrazor” uit 1986 en besloten om qua zang een heldere stem te behouden die – eerlijk gezegd – beter klinkt dan die van McCoy (geen idee of het Ralph of Chris is die de vocalen hier voor zijn rekening neemt). Het epische mid-tempo nummer kenmerkt zich verder door haar mooie gestage opbouw die uitmondt in weids openbarstende, haast galactisch klinkende refreinen en een bezwerende leadpartij aan het einde. Het bevriende Morast nam het nummer “Blue water“, een single uit 1987 onder handen, en stak deze meer uptempo en swingende song in een heavier downtempo jasje. Zij kozen wel voor een zwartgeblakerde sludge invulling op het zangdepartement en ook de riffs en drums donderen lekker zwaar door zonder natuurlijk de obligate gotische melodieën uit het oog te verliezen. Wie niet beter weet, zou zowaar denken dat het een eigen compositie betrof. Uitstekende hommage waarbij Ultha vrij dicht bij het origineel bleef en Morast de muziek meer naar eigen hand zette.

JOKKE: 83/100 (Ultha: 82/100 – Morast: 84/100)

Ultha/Morast – Split (Vendetta Records 2019)
1. Ultha – Vet for the insane
2. Morast – Blue water

Hellehond – Verslonden

Een hellehond of kardoes is een wezen met het voorkomen van een hond dat in verschillende mythologieën en volksverhalen voorkomt en dat meestal in verband gebracht wordt met dood en rampspoed. Een bekende mythische hellehond in de Griekse mythologie is Cerberus, de bewaker van de onderwereld. In volksverhalen is het vaak een spookhond waarvan de verschijning onheil en dood aankondigt. De heren Botmuyl, De Uytvaert, Batraof en Kauw konden zich wel met dit wezen vereenzelvigen en kozen deze naam voor hun nieuwe band die zich toewijdt aan het spelen van “Neerlands oude school black metal“. Botmuyl’s haatbek kennen we nog van o.a. Wederganger, Gevlerkt en Fluisterwoud maar de overige muzikanten komen met jarenlange ervaring in bands als Asphyx en Rectal Smegma uit de dode hoek van de extreme metal-scene. “Caveman black metal – by cavemen, for cavemen. Music lovers…stay away!” lees ik in het label statement. Het resulteert in zeven songs vol primitieve black waarin de gezamenlijke voorliefde voor acts als Hellhammer, vroege Celtic Frost en Bathory gezegevierd wordt. Aan post-, emo- of orthodox gedoe hebben deze rakkers m.a.w. het vliegend schijt. Daar waar vele bands voor een snelle opener kiezen, besloot Hellehond om met het mid-tempo “Kardoes” in huis te vallen. Ook in de titeltrack wil het kwartet geen snelheidsrecords breken, hoewel dit nummer pompender en stuwender is. De laaggestemde gitaren geven de totaalsound trouwens een death metal-feel mee, geen typische tremoloriffs of schelle sound hier. De melodie en slome baspulsen van het hieronder geposte “Rattenmantel” blijven na elke luisterbeurt nog uren doorzinderen. In dit nummer wordt wat meer met dynamiek gegoocheld, maar blastbeats blijven uit (spoiler alert: die vallen ook verderop niet te bespeuren). “Onbegraafbaar” is dankzij repetitieve stuwende drums en een klievende gitaarlijn, het meest black metal-achtige nummer dat er op “Verslonden” te vinden is. “Hamerslagen” is dan weer de meest nostalgische song die ons middels een oereenvoudige maar o zo effectieve gitaarriff terug naar het midden van de jaren ’80 katapulteert. Ook het slepende “Over de kling” bewijst dat er geen kernfysica en een overkill aan aantal breaks per minuut aan te pas moeten komen om een goede metalsong te schrijven. In de vorm van “Kerkerlust” met diens heerlijke old school riffs en opzwepende meebrulrefrein zit het venijn hem hier duidelijk in de staart. En Botmuyl? Die rijt zijn stembanden in frut vaneen terwijl hij zijn Nederlandstalige teksten uitbraakt. Na een klein half uur heeft “Verslonden” ons met huid en haar opgepeuzeld.

JOKKE: 81/100

Hellehond – Verslonden (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Kardoes
2. Verslonden
3. Rattenmantel
4. Onbegraafbaar
5. Hamerslagen
6. Over de kling
7. Kerkerlust

Ceress – Tragedy at dusk

Het gebeurt niet vaak dat een nieuwe band bij mij een gevoel van nostalgie kan oproepen, maar van het Braziliaans black metal soloproject Ceress, geven mijn grijs gekrulde haren acht. Het is geheel per toeval dat ik deze band heb ontdekt, want er is namelijk weinig of niets online over te vinden en het maakte ook geen deel uit van de Addergebroed promopost. Het gaat hier om een digitale release in eigen beheer. Wat meteen opvalt is de rauwe, maar degelijke productie. Wie de heer F. Wolff ook moge zijn, hij heeft duidelijk verstand van hoe een dergelijke release hoort te klinken. Het eerste nummer vliegt er meteen in met een klassiek up-tempo black metal nummer dat ergens tussen Bathory en vroege Immortal zweeft. Daaropvolgend krijgen we twee instrumentale nummers die niet verbluffend zijn, maar wel sfeervol. Met “Lost world” duiken we terug de metal in. Dit keer wordt gas terug genomen en krijgen we een meer doomy nummer dat meer in de richting gaat van oude Katatonia, maar dan met een meer black metal einde. Een einde dat teruggrijpt naar de openingstrack en de rest van de plaat, qua stijl, aankondigt. En die rest is sfeervolle black metal met ambient intermezzos, welke deels worden gemaakt door het geweldige eighties new wave gitaarsologeluid. Aan het eind krijgen we een paar minuten stilte met een korte hidden track, een onnozelheid die de weemoed onderstreept. Het enige wat me stoort aan dit debuut is dat het me keihard doet denken aan een band waar ik echt niet op kan komen. Figuurlijk dan. Misschien zal niet iedereen even enthousiast zijn over deze plaat, gezien het feit dat het echt helemaal niks nieuws is, maar ik vind ‘em (zeker voor een solodebuut) alvast geweldig. De aandachtige lezer die even een kijkje gaat nemen naar de YouTube-link, zal zeker en vast ook de typfout merken in de albumtitel.

Xavier: 85/100

Ceress – Tragedy at dusk (Eigen beheer 2019)
1. The winged
2. Morbid rain
3. Sorry of angels
4. Lost world
5. Landscape from hell
6. The evil race
7. At war with the king
8. Tragedy at dusk


Baxaxaxa – The old evil

Wie had ooit verwacht dat het uit Beieren afkomstige Baxaxaxa na 27 jaar (!!!) terug uit de dood zou herrijzen? Ik in elk geval niet. Deze Duitse band was erbij toen black metal begin jaren negentig uit de startblokken schoot. In 1992 verscheen de “Hellfire“-demo, maar nadien hield de band het al snel voor bekeken. Drummer Condemptor en zanger/gitarist Ancient Blasphemic Grave Invocator gingen hun weg verder met Ungod dat, op een winterslaap tussen 2002 en 2008 na, nog steeds actief is. In 2018 werd Baxaxaxa terug leven ingeroepen naar aanleiding van een Duitse en Amerikaanse show op Destroying Texas Fest. Blijkbaar heeft dit het vuur terug aangewakkerd, want momenteel knalt de nieuwe demo “The old evil” hier uit de boxen. Van de oorspronkelijke line-up is enkel Condemptor nog overgebleven, verder aangevuld met bassist Sulphur Irae en gitarist Cryptic Tormentor (beiden van Ungod) , zanger Traumatic en keyboardspeler Antitron Desecratum W2J1L8, die beiden in tal van Duitse underground-bands actief zijn/waren. Bij het aanhoren van deze 24 minuten durende demo lijkt het alsof de tijd daadwerkelijk 27 jaar heeft stilgestaan, want wat Baxaxaxa ons presenteert is ouwegetrouwe mid-tempo black met op Hellhammer, Master’s Hammer, Bathory en oude Rotting Christ gestoelde riffs en mysterieuze keyboards, waarvan de band destijds beweerde de eerste te zijn die dit instrument in black metal verweefde. De geluidskwaliteit van deze demo bevat een zekere necro feel, maar is wel beduidend beter dan de “Hellfire“-demo. De songs staan als een huis en ook de zang is beter dan toen. Straf hoe Baxaxaxa die nostalgische sfeer van begin jaren ’90 perfect heeft weten te transponeren naar 2019. Hulde!

JOKKE: 85/100

Baxaxaxa – The old evil (Eigen beheer 2019)
1. Intro
2. Sepulchral winds return
3. In shadows they lurk
4. Bells of charon
5. The old evil

Abbath – Outstrider

Ik kan me nog steeds de vage omstandigheden herinneren waarin werd aangekondigd dat Demonaz enkel nog achter de schermen betrokken zou zijn bij Immortal. Er was niet bepaald een kristallen bol voor nodig om te voorspellen dat er ooit gedonder zou van komen. Het gerommel in Blashyrkh bleef inderdaad niet uit en we kregen een Immortal met Demonaz, maar zonder de iconische frontman. Deze startte namelijk deze band, Abbath. Het succes lag al min of meer vast, daar Abbath al jaren lang het heel herkenbare gezicht was van Immortal, en het ene festival na het andere moest eraan geloven op basis van een goed onthaalde debuutplaat. Zelf kon ik er maar weinig mee aanvangen. Zeker niet slecht allemaal, maar leek me ergens wat teveel op een nog ziellozere versie van “Between two worlds” van I. Drie jaren en een hele line-up later, komt dit tweede opus “Outstrider” uit. Blijkbaar niet zonder slag of stoot, want dat de teksten de koude mosterd halen bij de bekende psychiater Carl Gustav Jung schoot één van de bekendere gezichten, bassist King ov Hell, in het verkeerde keelgat. Dit omwille van bepaalde christelijke mystieke elementen geassocieerd met Jung. Abbath liet zich echter niet kisten en komt nu dus met een album waar hij duidelijk nog meer zijn eigen stempel op heeft gedrukt. De huidige bezetting voelt naar mijn mening dan ook eerder aan als een live gegeven dan een echte band, maar dat kan natuurlijk aan mij liggen. Hoe dan ook krijgen we, zoals verwacht, een stevige kruising tussen heavy en black metal met een steengoede productie. Naast de typische late Immortal/Abbath-riffs en tokkels, krijgen we een heleboel melodieuze solo’s voorgeschoteld die goed in het gehoor liggen en alles wat opentrekken. Die specifieke genremix zorgt ervoor dat alles vrij licht verteerbaar blijft voor een breed metal publiek, veel meer dan het laatste Immortal album “Northern chaos gods” uit 2018, dat terug een pak extremer was. De single “Harvest pyre” geeft een vrij accuraat beeld van waar het album voor staat en is dan ook een van de sterkere tracks, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het daaropvolgende nummer “Land of Khem“. Over het algemeen zijn de nummers goed en gebalanceerd, maar die track moddert toch wat aan en dat valt op. Wat wel beter achterwege was gebleven is de Bathory-cover “Pace till death“. Sowieso al niet mijn favoriete Bathory-nummer en de Abbath-stijl verpest het voor mij al helemaal. Maar goed, ieder zijn/haar ding waarschijnlijk. En het is natuurlijk een hommage. “Outstrider” is met andere woorden een heel degelijk product dat zeker zal passen binnen menige platencollectie, maar voor mij is het net dat tikkeltje te makkelijk vergeetbaar.

Xavier: 75/100

Abbath – Outstrider (Seasons of Mist 2019)
1. Calm in Ire (Of hurricane)
2. Bridge of spasms
3. The artifex
4. Harvest pyre
5. Land of Khem
6. Outstrider
7. Scythewinder
8. Hecate
9. Pace till death” (Bathory cover)

Devastators Of The Sun – A tribute to Katharsis

Mayhem, Darkthrone, Emperor, Burzum, Enslaved, Bathory, Satyricon, Immortal, … zowat alle grote jongens uit de black metal-scene werden reeds geëerd met een tribute. Nu is het de beurt aan het Duitse Katharsis, een minder bekende band voor het grote publiek maar wel één die met haar primitieve, morbide en chaotische old school black een onuitwisbare nadruk heeft nagelaten op tal van bands die dieper in de underground resideren. Het Spaanse Bile Noire en het Duitse No Return namen het initiatief en brengen de compilatie geheel volgens de old school tradities op tape uit. Katharsis werd in 1994 opgericht en vijftien jaar later verscheen met “Fourth reich” diens laatste wapenfeit. De meeste bands die aan het eerbetoon meewerkten plukten songs van de drie langspelers. “666” uit 2000 is vertegenwoordigd met vier songs, “Kruzifixxion” uit 2003 met twee stuks en het (voor velen) magnus opus “VVorldVVithoutEnd” uit 2006 met twee nummers. The Order of Appollyon en Balmog kozen voor nummers van de “Fourth reich” EP (mijn persoonlijke favoriete Katharsis-release) en Délirant en The Reptillian Session gingen voor meer obscuur werk in de vorm van respectievelijk “Shine beyonde” van de split met Black Witchery en “A.R.I.I.O.T.H.“, een uitstekend nummer dat verscheen op Blut & Eisen’s “Tormenting legends II” sampler en mij voorheen onbekend was. Meer dan een uur lang worden de Duitse helden door bekende en minder bekende acts geprezen waarbij geen enkele échte uitschuiver te bespeuren valt. Enkel Balmog’s sound is wat iel en dunnetjes en Nexul neigt voor mij persoonlijk wat te veel richting war metal. De hoogtepunten worden aangebracht door onze landgenoten LVTHN (die eerder ook al “666” coverden) en een solide versie van het sublieme “VVytchdance” neerzetten waarbij de zanger een sterke beurt maakt en het voor mij onbekende Velo Misere dat “Thy horror” uitvoert en hierbij vrij dicht bij het origineel blijft. Hetzelfde geldt voor Black Fucking Cancer en hun bevlogen aanpak van “Shine beyonde”, wat natuurlijk ook gewoon een retevet nummer is. Ook Shrine Of Insanabilis weet de unieke Katharsis-atmosfeer perfect te capteren in haar uitvoering van “Painlike paradise” en The Order of Apollyon voegt een death metal-randje toe aan “Eucharistick funereall“, nog zo’n Katharsis klassieker. Alleen spijtig dat niemand voor “So nail the hearts” koos. Prima compilatie die Katharsis alle eer aandoet!

JOKKE: 82/100

Devastators Of The Sun – A tribute to Katharsis (Bile Noire/No Return 2019)
1. Acedia Mundi – 666 (Hohelied Der Wiedererweckung)
2. Veter Daemonaz – Lunar castles (Harvest)
3. Velo Misere – Thy horror
4. Délirant – Shine beyonde
5. Black Fucking Cancer – Kross fyre
6. The Order of Apollyon – Eucharistick funereall
7. Nexul – Raped by demons / Luziferion
8. The Reptilian Session – A.R.I.I.O.T.H.
9. Shrine of Insanabilis – Painlike paradise
10. LVTHN – VVytchdance
11. Balmog – The ris(inn)ing koronation

Vanum – Ageless fire

We zijn nog aan het bekomen van “Sacrifice“, de nieuwe release van Ruin Lust, of daar is Michael Rekevics al weer. Deze keer laat hij van zich horen in de vorm van Vanum, de band die de drummer (maar zeg gerust ook multi-instrumentalist) in 2014 samen met Kyle Morgan (Ash Borer, Predatory Light, Superstition) oprichtte. We zijn na het sterke debuut “Realm of sacrifice” uit 2015 en de twee jaar geleden verschenen EP “Burning arrow” ondertussen bij de tweede langspeler “Ageless fire” aanbeland waarop het duo naar een kwartet is uitgegroeid doordat de voormalige live-muzikanten E. Priesner en L. Sheppard nu als permanente leden aan boord getrokken zijn. Het debuut liet een sombere insteek horen met een focus op texturen en traag opbouwende dynamiek terwijl op de EP meer invloeden uit de klassieke Helleense scene verkend werden. Platen zoals Rotting Christ’s “Triarchy of the lost lovers” en “Walpurgisnacht” van Varathron vormen nog steeds een inspiratiebron maar ook het majestueuze en triomfantelijke van een Bathory waart doorheen de zes songs. Het album handelt over de brutaliteiten van oorlog voeren maar ook over – hoe raar het soms kan klinken – de schoonheid die erin ontdekt kan worden. De toon wordt gezet middels de instrumentale opener “War” waarin de spanningsboog langzaamaan opgespannen wordt om vervolgens middels “Jaws of rapture” een salvo aan in-vuur-gedrenkte pijlen op de luisteraar af te vuren. De vurige tremolo riffs vallen uit de hemel op je neer en het is wanhopig zoeken naar een veilige plek om aan dit helse bombardement te ontkomen. Naarmate de song vordert vinden we gelukkig een schuilplaats in de meer melodieuze passages waarin keys opdraven die wat ademruimte inbouwen tussen de goed geplaatste gitaarsolo’s. “Eternity” klokt op meer dan tien minuten af en bevat een Agallochiaanse melodieuze lead die dwars doorheen de eerste helft van het nummer klieft totdat ze moederziel alleen overblijft. De spanning wordt opnieuw gestaag opgebouwd waarbij majestueuze black een nieuwe mood switch inluidt. De triomfantelijke door keyboards ondersteunde epiek wordt verder doorgetrokken in “Under the banner of death” totdat na een drietal minuten de vocalen invallen en “Under the banner of death I am alive” scanderen. De blaffende, nogal vlakke zang zal misschien niet iedereen kunnen bekoren en staat bij momenten in schril contrast met het erg melodieuze karakter van de muziek. De emotionele geladenheid is echter torenhoog, iets waar de met veel gevoel uitgevoerde solo’s en minutieuze keyboardpartijen toe bijdragen. Alvorens “Erebus” de plaat op een introspectieve instrumentale wijze een halt toeroept, is er nog de titeltrack die opnieuw uitblinkt in een pakkende mix van adembenemende melodie en razernij waarin de eerder aangehaalde Griekse invloeden duidelijk naar voor komen. Vanum gaat heel wat nieuwe zieltjes veroveren met deze geweldige nieuwe schijf. Een tour met Ultha zou in de maak zijn. Mooi, dan kunnen de Amerikanen hun overrompelende Roadburnset van twee jaar geleden herhalen. Dat belooft!

JOKKE: 90/100

Vanum – Ageless fire (Profound Lore Records 2019)
1. War
2. Jaws of rapture
3. Eternity
4. Under the banner of death
5. Ageless fire
6. Erebus

Departure Chandelier – Antichrist rise to power

Napoleon was niet alleen een bollekesfabrikant maar natuurlijk ook een belangrijk historisch figuur die een enorme impact heeft gehad op Frankrijk qua geopolitieke gevolgen maar ook de “Code Napoléon” beïnvloedt ons leven nog steeds op allerhande vlakken. De notoire ziener Nostradamus bestempelde Napoleon Bonaparte als de eerste van drie antichristen. De tweede was Adolf Hitler en de derde zou rond 2070 een wereldwijde oorlog veroorzaken. U heeft dus nog even tijd om uw tuinhuis te schilderen. De levensloop van de kleine generaal die het van soldaat tot keizer wist te schoppen spreekt nog steeds tot de verbeelding van velen, zo ook voor het Canadese Departure Chandelier. Op de hoes van diens “nieuwe” plaat “Antichrist rise to power” zien we een schilderij waarop Napoleon op zijn sterfbed ligt en wie goed kijkt ziet ook de link naar de bandnaam. De band bestaande uit leden van Akitsa en Ash Pool componeerde zes nummer (plus een intro en outro) ter meerdere eer en glorie van Napoleon en enkele memorabele momenten uit diens leven zoals zijn kroning, ballingschap, zijn veldslagen en overlijden. Écht nieuw is deze plaat echter niet aangezien ze een decennium geleden werd opgenomen, nog voor de eerste demo “The black crest of death, the gold wreath of war” in 2011 via Tour de Garde werd uitgebracht. In 2017 verscheen ook nog een erg fijne split met Blood Tyrant. Ondanks het feit dat de plaat werd opgenomen in een kelder achter het New York City Marble Cemetery (het oudste kerkhof in New York City), is de sound uitstekend, maar het blijft natuurlijk rauwe black. Invloeden werden gehaald uit Bathory, maar ook uit de sound van enkele klassieke bands zoals Osculum Infame, Bekhira, Chemin de Haine, Cantus Bestiae en Machiavel. Er duikt met andere woorden wel al eens een keyboard op links en rechts. Zo wordt de uiterst simpele maar grimmige openingsriff van “Life escaping through the candle’s smoke” al snel vergezeld van een über catchy keyboardriedeltje dat nog uren doorheen menig hoofd zal spoken. De songs zijn rijk aan melodie en ademen zoals in “Forever faithful to the emperor“, dat ook wel wat aan oude Nachtmystium doet denken, een soort van trots en onverzettelijkheid uit. De riffs kunnen in elke song op één hand geteld worden, zoals in “Catacombs beneath the castle of the marquis” waarin alles draait rond die ene lichtelijk verwrongen riff. Deze less is more-aanpak werkt echter wel daar de nummers niet onnodig lang gerekt worden. Enkel het snellere titelnummer met een op-het-randje-van-het-valse-af inleidende riff overschrijdt de zes minuten grens en doet het zonder keyboard-opsmuk. Dat wordt dan weer meer dan goed gemaakt in het triomfantelijk klinkende “A sacrifice to the Corsica Antichrist” en “Re-establish the black rule of France” alvorens de begrafenisklanken van de outro het einde van Napoleon’s leven inluiden. Blij dat deze schijf ons, na een decennium in de koelkast te hebben gestoken, toch nog bereikt.

JOKKE: 82/100

Departure Chandelier – Antichrist rise to power (Nuclear War Now! Productions 2019)
1. Intro (Napoleon’s sword)
2. Life escaping through the candle’s smoke
3. Forever faithful to the emperor
4. Catacombs beneath the castle of the marquis
5. Departure chandelier
6. A sacrifice to the Corsica Antichrist
7. Re-establish the black rule of France
8. Outro (Exile on the jagged cliffs of Saint Helena)