blut aus nord

Prison Of Mirrors – De ritualibus et sacrificiis ad serviendum abysso

Dat deze Italianen hun bandnaam ontleend hebben aan het gelijknamige Xasthur-nummer lijkt me vrij ondenkbaar, want met lo-fi depressieve éénmans black metal heeft dit niets van doen. Integendeel, “De ritualibus et sacrificiis ad serviendum abysso“, het debuut (er verschenen eerder al twee EP’s) van Prison Of Mirrors, staat bol van de avontuurlijke black en death metal waarin met de nodige dissonanten in het rond gestrooid wordt. Een geluid dat oorspronkelijk door Franse pioniers als Deathspell Omega en Blut Aus Nord verkend werd en nadien gretig gekopieerd werd door tal van IJslandse bands. Het moge met andere woorden geen verrassing wezen dat Prison Of Mirrors onderdak heeft gevonden bij Oration, het label van Studio Emissary producer Stephen Lockhart en meesterbrein achter Rebirth Of Nefast. Stephen heeft immers een groot aandeel in de sound van het gros van de IJslandse black metal bands en nam ook de mix en mastering van deze plaat voor zijn rekening. De vier composities die op deze eerste langspeler prijken, vormen dan ook geen easy listening-materiaal. Opener “The unquenchable visions from the abyss” klokt meteen op negen minuten af. De twee volgende nummers doen daar telkens nog een minuutje bij en het afsluitende “Ascending through the majesty of the dark towers” verdubbelt de speeltijd van “Sigils for the ritual exhumation” en neemt een dikke 22 minuten voor zijn rekening. U weze gewaarschuwd! De duistere, occulte en rituele sfeerschepping die van de knappe albumhoes van Khaos Diktator Design (ofte Atterigner, die de Gorgoroth-plaat “Instinctus bestialis” inzong) afdruipt, vindt zijn weerga ook in het muzikale gebeuren. Met zo’n lange composities kan het ook niet anders dat Prison Of Mirrors de instrumenten ook geregeld lange tijd voor zich laat spreken. Hierbij creëren de riffs van Anubis en Lord Swart mystieke spanningsvelden waarin heel wat atonale riffs een akelig sfeer scheppen. Om de albumtitel geen onrecht aan te doen, mogen ook ritualistische elementen zoals sacrale Russische gezangen en rituele percussie niet ontbreken, maar drummer Bestia (o.a. Earth And Pillars) gooit ook tal van blastpartijen, tempowissels en minder gangbare ritmes in de strijd. Dikwijls vinden deze overgangen abrupt plaats in plaats van gelijdelijk aan aangekondigd en opgebouwd te worden. En wanneer Lord Swart zijn strot dan toch open trekt, ontsnappen er gortdroge screams die de satanische en orthodoxe boodschap verkondigen. Wel moeten de Italianen erover waken dat ze zichzelf niet te veel verliezen in hun ellenlange composities. Ik mis immers soms een kapstok, leidraad of écht memorabele riff die het ene nummer van het andere onderscheidt. Natuurlijk draait het bij een plaat als dit om de totaalbeleving en niet zo zeer om de indivuele songs, maar soms is minder ook meer weet je wel.

JOKKE: 79/100

Prison Of Mirrors – De ritualibus et sacrificiis ad serviendum abysso (Oration 2020)
1. The unquenchable visions from the abyss
2. Blaze of the ecstatic liturgy
3. Sigils for the ritual exhumation
4. Ascending through the majesty of the dark towers

Esoctrilihum – Eternity of Shaog

Weinig mensen brengen 5 full length albums uit op 4 jaar tijd en zij die het doen, boeten vaker wel dan niet in aan kwaliteit. De anonieme Fransman Astâghul probeert het tegendeel te bewijzen én pakt die opdracht op zijn eentje aan middels het vehikel Esoctrilihum. In zijn eentje wat menselijke inbreng betreft dan toch, want de heremiet haalt inspiratie uit een uitgebreide fantasywereld die hij van de protagonist van dit album, Shaog Og Mogtoth, krijgt doorgespeeld. Shaog is een godheid die buiten tijd en ruimte verblijft en knarsetandend wacht tot hij binnen kan breken in dit universum. Deze Sovereign Of Nothingness is één van de Immemorial Gods waarvan op album nummer vier, “The Telluric Ashes of the Ö Vrth Immemorial Gods” sprake was en hanteert dezelfde werkwijze als Markov Soroka’s Tchornobog, met dat verschil dat Shaog eerder lijkt op H.P. Lovecrafts Azatoth. Niet in staat het universum binnen te breken en het met een vingerknip weg te vagen, dus beïnvloedt hij het maar middels het uitzenden van dromen die wij nu in auditieve vorm te horen krijgen. I, Voidhanger Records heeft altijd al een voorliefde gehad voor acts die buiten de lijntjes kleuren en wijkt met Esoctrilihum niet van dit stramien af. Voor het immer kleurrijke love-it-or-hate-it artwork werd het schilderij The Dracula Of Mars van Alan E. Brown gebruikt, die sinds de vorige plaat deze taak van Jeff Whitehead overnam. Alles is bevreemdend aan Esoctrilihum en zo ook de muziek: een mix van blackened death metal met ingetogen passages en een enorm experimenteel gehalte – zonder het overgewaardeerde label progressive te willen gebruiken. Esoctrilihum klinkt met momenten verstikkend, zoals in het met dissonante viool doorspekte “Thritônh (2nd passage: the colour of death)” waarin de blastbeats met machinale precisie op ons af worden gevuurd, wat best impressionant is gezien Astâghul ook deze zelf heeft ingespeeld. Op andere momenten is er dan weer tijd voor wat ingetogen contemplatie zoals op het melodisch beginnende “Amenthlys (5th passage: through the Yth-Whtu seal)” waarin melodische riffs en ondersteunende synths het geweld wat doorbreken. Maak u echter geen illusies, echt kalm wordt het nergens en het met momenten zwaar verwrongen gekrijs blijft de geschifte sfeer verder in de verf zetten en wisselt af tussen hoge stembandscheurende uithalen en agressieve grunts. Her en der worden chaotische solo’s ingezet en ook een traditioneel Fins instrument als de kantele wordt niet geschuwd om de boel nog wat buitenaardser te doen klinken. Zij die houden van voorspelbare, rechtdoorzee songstructuren zijn er ook meteen aan voor de moeite, want de muziek van Esoctrilihum blijft constant onverwachte kanten opgaan. Één van de weinige constanten zijn een vaak doorratelende basdrum en rollende riffs die hier meer een black randje, dan weer een vunzige death metal kant meekrijgen en de volle, bombastische productie. Opnieuw klokt de speelduur op ongeveer een uur af, en opnieuw spuwt Esoctrilihum van aan de randen van het universum een brok excentrieke vuiligheid in onze oren. Astâghul schrijft verre van toegankelijke muziek, maar liefhebbers van acts als Blut Aus Nord, Tchornobog, Ævangelist en The Ruins Of Beverast kunnen deze plaat blindelings aanschaffen.

CAS: 85/100

Esoctrilihum – Eternity of Shaog (I, Voidhanger Records 2020)
1. Orthal
2. Exh-Enî Söph (1st passage: Exiled from sanity)
3. Thritônh (2nd passage: The colour of death)
4. Aylowenn Aela (3rd passage: The undying citadel)
5. Shtg (4th passage: Frozen soul)
6. Amenthlys (5th passage: Through the Yth-Whtu seal)
7. Shayr-Thàs (6th passage: Walk the oracular way)
8. Namhera (7th passage: Blasphemy of Ephereàs)
9. Eternity of Shaog (∞th passage: Grave of agony)
10. Monotony of a putrid life in the eternal nothingness

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast

Met de regelmaat van de klok blijven er split releases op onze deurmat vallen en het Duitse Ván Records heeft daar een groot aandeel in getuige interessante splits van Akatechism/Slidhr, Carpe Noctem/Arstidir Lifsins en Kosmokrator/Hadopelagyal. Deze keer is het de beurt aan een alliantie tussen het IJslandse Almyrkvi en het Duitse The Ruins Of Beverast. Beide bands leveren twee nummers af die allen tesamen netjes op meer dan veertig minuten speeltijd afklokken. Je krijgt met andere woorden waar voor je geld, tenminste als je fan bent van atmosferische black/doom die in het geval van Almyrkvi een heuse industriële inslag met tal van Blut Aus Nord-vibes kent. Zoals we van het duo Garðar S. Jónsson en Bjarni Einarsson gewend zijn, klinken hun muzikale hersenspinsels heel cinematografisch en zouden die de perfecte soundtrack kunnen vormen voor een donkere sci-fi prent. Bjarni laat opnieuw horen een gedegen vellenmepper te zijn en stuwt de melodieuze riffgalaxies met inventieve drumroffels verder. Garðar’s meest ingezette vocalen klinken vrij diep en neigen hierdoor wat naar de death metal hoek, maar hij gooit in het dynamische “Asomatous grove” eveneens heldere zangpartijen, ijl gekrijs en mysterieus gefluister in de strijd. Mechanisch klinkende heelalgeluiden zorgen voor een naadloze overgang naar het über-melodieuze “Managarmr“, vernoemd naar een wolf uit de Edda van Snorri Sturluson die de maan verzwelgt. Deze twee space trips smaken naar meer! Alexander von Meilenwald en zijn The Ruins Of Beverast is een band die we nog steeds niet voor de volle 100% doorgronden. Op plaat kunnen de Duitsers me doorgaans wel bekoren, maar live vond ik het al meermaals moeilijk een geeuw te onderdrukken. Tijdens hun laatste passage in de Brusselse AB was dat opnieuw het geval hoewel na een nummer of drie het kwartje plots wel viel. In het dertien minuten durende “The grand nebula pulse” valt alvast geen spoor van hun signature pompeuze black/doom te bespeuren. Dit nummer is grotendeels opgebouwd uit bezwerende ambient en ritualistische vocalen en koorgezangen met enkel een basgitaar en percussie als leidraaid waarover wat trippy gitaarlijntjes gedrapeerd zijn. De experimentele psychedelica staat in schril contrast met de kosmische aanpak van de IJslanders, en toch voelt het niet vreemd aan dat beide bands op een split terecht gekomen zijn. Dit nummer moet je smaak zijn. Aanvankelijk wist het me te beklijven, maar dertien minuten is wel wat te veel van het goede. Het daaropvolgende “Hunters“, daarentegen, geeft ons de pandoering waar we op zaten te wachten. Venijnige black inclusief dito vocalen zetten de boel in lichterlaaie maar het vocaal departement zorgt middels sacrale heldere gezangen ook voor de nodige variatie. Melodieuze leads penetreren doorheen de onderstroom aan repetitieve riffs, maar ook gothrock-achtige gitaarakkoorden worden ingezet waarover Alexander verhalende zang hanteert. Een melodieuze solo neemt terug over en luidt de emotionele Interessante split van twee bands die eigenlijk beter bij mekaar passen dan initieel gedacht. De twee kosmonauten van Almyrkvi bevestigen hun kunnen. Het eerste nummer van The Ruins Of Beverast staat of valt met je smaak, maar het tweede is er boenk op.

JOKKE: 81/100 (Almyrkvi: 83/100; The Ruins Of Beverast: 79/100)

Almyrkvi/The Ruins Of Beverast – Split (Ván Recor ds 2020)
1. Almyrkvi – Asomatous grove
2. Almyrkvi – Managarmr
3. The Ruins Of Beverast – The grand nebula pulse
4. The Ruins Of Beverast – Hunters

Aara – En ergô einai

De Verlichting was een intellectuele beweging uit de achttiende eeuw waarbij wetenschappelijk denken vanuit rationalisme en empirisme centraal stond. Het is de voedingsbodem voor Aara’s tweede langspeler “En ergô einai” (geen idee wat die titel betekent – iemand?) die via Debemur Morti Productions wordt uitgebracht. De kern van deze Zwitserse band bestaat uit Berg (gitaar, bas en keyboards) en Fluss (zang) die voor de opnames bijgestaan werden door drummer J. In de negen minuten durende opener “Arkanum” horen we echter nog een veel bekendere gastmuzikant aan het werk. De spookachtige atmosferische, deels akoestische, intro is immers van de hand van Vindsval (Blut Aus Nord en Yerûšelem), niet de minste om op je plaat te laten meespelen. Deze inleidende klanken monden uit in het eerste hoofdstuk van de reis van de zoektocht van de mens naar kennis en betekenis in tijden van Verlichting. Muzikaal wordt dit vertaald naar een plotse storm van ratelende drums, scheurende gitaren en helse kreten. Door die orkaan van intensiteit stroomt echter een hartverscheurende melodie, gedragen door golvende en glimmende tonen die tegelijkertijd ook verlangende en opbeurende kwaliteiten vertoont. Voor het eerst wordt de mens geconfronteerd met de idee van het bestaan ​​van een individu, losgemaakt van religie en klassen – wat de ontwikkeling van wetenschap en cultuur vooruit hielp. De constante afwisseling van emoties en stemmingen in de songstructuur brengt de kloof tussen nieuw en oud in beeld en geeft uitdrukking aan de afstandelijkheid van de conventionele en euforische stemming. “Arkanum” beschrijft het begin van een ontwikkeling die de mens in diepe vragen en de zoektocht naar betekenis zal storten. Het verhaal eindigt bij “Telôs” dat handelt over de illusie en chaos in de door de mens gemaakte wereld en is gebaseerd op het besef dat het doel en de zin van het leven in de ervaring van het pure moment liggen. Het nummer begint met een koorstuk dat het heroïsche ideaal van het doel (‘Telôs’) weerspiegelt, dat de mens onvermoeibaar op jacht gaat naar de reis van zelfontdekking en wordt onderbroken door een rauwe maar hoopvolle passage die de realisatie van de werkelijkheid belichaamt. Steeds meer doorbreekt een melancholische en hymnische melodie het oppervlak, een moment tussen wanhoop en acceptatie. Een laatste rebelse uitspatting weerklinkt alvorens het koor uit het begin van het nummer terugkeert en “En ergô einai” beëindigt. Daartussen liggen nog drie andere composities waarin Aara haar kracht uitbundig kan etaleren, namelijk het vermogen om het hart van extravagante sonische black metal-omwentelingen te doorboren met prachtig vloeiende en van karakter veranderende melodieën die meermaals een etherische helderheid uitstralen. Het verraadt een klassiek geschoolde aanpak. Het enige minpuntje vind ik de vrij eentonige high-pitched krijsstem die wat weg heeft van oude Hecate Enthroned. Niet verwonderlijk aangezien Fluss een dame is – waarmee ik verder geen afbreuk wil doen aan de vele goede black metal zangeressen die er rondlopen – maar haar scream kon wel wat meer diepte verdragen. Gelukkig bevat de muziek ook vele instrumentale passages om je op te laten meevoeren en waarbij het wel duimen en vingers aflikken is.

JOKKE: 82/100

Aara – En ergô einai (Debemur Morti Productions 2020)
1. Arkanum
2. Stein auf Stein
3. Aargesang (Aare II)
4. Entelechie
5. Telôs

Esoteric – A pyrrhic existence

Esoteric is al een slordige kwart eeuw vaste Birminghamse waarde in de Britse doom metal-scene. Maar ondanks heel wat cluboptredens over de jaren, zijn ze nooit echt zo bekend geworden als bepaalde van hun ‘verdoomde’ landgenoten. Er zijn tegenwoordig nogal wat bands die hun beste plaat op de markt gooien en voor mij is dat bij Esoteric ook het geval.
Komen ze dus nu uit de schaduw met deze zevende full-length “A pyrrhic existence“? Helaas, denk ik het niet. Want hoewel dit een dijk van een plaat is, is het ook een erg grimmige muzikale mars met loden schoenen naar een gitzwart eind. Dit is zware kost, geweldig, maar niet licht verteerbaar. Brilliant, maar niet geschikt voor de toevallige luisteraar. Voor mij is dit intense metal van de bovenste plank. Barstensvol sfeer, afwisseling binnen éénzelfde concept, emotie en technisch kunnen. Deze release op twee schijven – bijna 98 minuten – is de culminatie van alles wat de band voordien heeft gedaan. De openingstrack “Descent” klokt af op net geen 28 minuten en zou een magistrale pre-release EP op zich zijn geweest met een langzame opbouw, pakkende melodie en slepende tempowissels kenmerkend voor Esoteric en dit album. Maar de band gaat verder en verkent met elke track een tikkeltje meer de intrigerende snijlijn van meeslepend en incongruent. De eerste disc eindigt met een ambient track die even pauze gunt vooraleer disc twee aanvangt met het scherpe “Consuming lies“. Zesde en laatste track “Sick and tired” slaat de nagels in de gevoelsdoodkist met een traditionelere funeral doom compositie. Het geluid is passend log en alles wordt duidelijk ingespeeld met ervaring en gedrevenheid. Wat het album echt over de top tilt voor mij is echter het feit dat het nooit stil is op de achtergrond. Er is altijd wel een goed geplaatste feedback sound, een ruis of een onderliggend gitaarlijntje om de boel te ondersteunen en te tillen naar een hoger, vreemder niveau. “A pyrrhic existence” is simpelweg de beste release in experimentele funeral doom sinds lange tijd. Trouwens, niet enkel liefhebbers van Evoken en consorten, maar ook fans van Lychgate, The Great Old Ones of Blut Aus Nord kunnen dit best eens checken.

Xavier: 95/100

Esoteric – A pyrrhic existence (Seasons Of Mist 2019)
1. Descent
2. Rotting in dereliction
3. Antim yatra
4. Consuming lies
5. Culmination
6. Sick and tired

Blut Aus Nord – Hallucinogen

Een grammatisch incorrecte Duitse bandnaam voor een Franse groep die steeds iets doet wat je niet verwacht… Blut Aus Nord is voor mij al meer dan vijfentwintig jaar één van de meest intrigerende black metal bands. Het debuut “Ultima thulée” en opvolger “Memoria vetusta I: Fathers of the icy age” brachten melodische black met bakken reverb en klonken bijna even sfeervol als een vroege Emperor. Albums drie tot en met zeven borduurden verder op die sfeer, maar dan met meer dissonantie en een progressieve aanpak. Vanaf “777 SECT(S)” ging het dan weer een modernere richting uit en kregen we veel meer kille “industriële” en “post” invloeden. Een trend die behouden bleef tot… wel… nu. Inmiddels zijn we bij full-album 13, “Hallucinogen“, welk ons op eigentijdse wijze terugvoert naar het begin van Blut Aus Nord. “Hallucinogen” is, met andere woorden, een erg sfeervolle plaat. De muziek houdt het evenwicht tussen melodische en post-black metal. Dit album is meer dan de vorige releases echt één geheel en mikt duidelijk op een complete luisterervaring. Dit hoor je meteen al bij opener “Nomos nebuleam“. Veel herhaling, achtergrond keys en koor, maar wel met dat typische gitaargeluid en die reverb heavy productie. Andere nummers zijn gelijkaardig, maar sommige kennen wat meer leads die flirten met dissonantie zoals “Sybelius” en andere kennen meer mid-tempo riffs zoals bijvoorbeeld afsluiter “Cosma procyiris“. Alles blijft echter wel heel erg mooi elkaar opvolgen, zodat je nooit uit de sfeer van het album raakt. In die zin is het dus inderdaad een geestverruimende ervaring, al vind ik het jammer dat het “trippy” aspect – zoals de album titel suggereert – uitblijft. Er zat op dat vlak gewoon meer in om “Hallucinogen” écht uniek te maken. Wat we nu hebben is namelijk een steengoede cd, maar desondanks eentje die nou niet boven, pakweg, een “Spectral voice from newborn star” van The Lost Sun uit kan torenen. De release werd vergezeld van promoteksten die dit alles als een nieuw begin aanduiden, maar ik hoor toch echt wel aansluiting met die eerste releases en daarom is dit voor mij een vrij logisch gevolg. Zeker als je bekijkt hoeveel oudere bands teruggrijpen naar een meer straightforward aanpak na jaren van experimenteren, is dit niet extreem verrassend. Toch moet je echt wel zeggen dat het indrukwekkend is hoe bandleider Vindsval er zo goed in slaagt om, ondanks de wisselende subgenres, Blut Aus Nord steevast te laten klinken als zichzelf. Fans van het eerste uur en fans van moderne, “posty” black kunnen dit echt blindelings aanschaffen. Anderen kunnen best eerst even luisteren.

Xavier: 90/100

Blut Aus Nord – Hallucinogen (Debemur Morti Productions 2019)
1. Nomos nebuleam
2. Nebeleste
3. Sybelius
4. Anthosmos
5. Mahagma
6. Haallucinählia
7. Cosma procyiris

Yellow Eyes – Rare field ceiling

Hoewel de bakermat van Yellow Eyes de miljoenenmetropool New York City is, klinkt de muziek van het kwartet verreweg van urbaan of industrieel. Integendeel, bij Yellow Eye’s black metal passen eerder de adjectieven ‘organisch’ en ‘natuurlijk’. Voor het schrijven van de plaat trok gitarist Sam Skarstad zich – zoals gewoonlijk – twee maanden terug in een cabin in the woods in Connecticut, ver weg van het hectische leven. In complete afzondering kregen de songs hier vorm waarbij talrijke veldopnames aan de composities toegevoegd werden. Op voorganger “Immersion trench reverie” uit 2017 werd deze werkwijze reeds gebruikt, maar op het nieuwe “Rare field ceiling” is er nog meer plaats voor allerlei in de natuur opgenomen geluiden. In de nasleep van het optreden tijdens Roadburn en Doom Over Leipzig, bezochten de vier muzikanten – naast de Skarstad broers is de line-up met drummer Michael Rekevics (Vanum, Vilkacis, Fell Voices) en bassist Alexander DeMaria (Anicon) identiek aan die van de vorige plaat – vorig jaar nog een zevental landen met het oog op het vastleggen van allerlei veldopnames. Zo bevat “No dust” geluiden die in Siberië vastgelegd werden en wordt er naar het einde toe ook gemusiceerd op een door de bassist zelfgemaakte zither, een snaarinstrument waarbij de klankbodem bespannen is met één of meerdere snaren. Het einde van de albumopener wordt dan weer ingekleurd door vrouwelijke Russische koorzang. De veldopnames vinden hun culminatie echter in de zes minuten durende afsluiter “Maritime flare” waarbij ze, in combinatie met dronende gitaargeluiden en een minimalistisch melodiemotief, een somber en desolaat gevoel uitdragen dat nog aangescherpt wordt door de getormenteerde screams van Will Skarstad. De sound van “Rare field ceiling” is scherp, wrang, schel, bijtend en iel waarbij de ijle krijszang in de muziek verweven zit en voortdurend lijkt te moeten opboksen tegen de muzikale storm die er rondom heen plaatsvind. “Warmth trance reversal” start met een knoert van een black metal-riff maar zoals we van Yellow Eyes gewend zijn, gaat hun black meermaals alle richtingen uit. In haar meest progressieve momenten duiken bands als Ved Buens Ende en Fleurety als referentie op maar er wordt ook met dissonanten gegoocheld. De zes lange songs zitten complex in mekaar maar weten te begeesteren. De triomfantelijk klinkende gitaarmelodieën in “Light delusion curtain” overmannen je met een gevoel van majestueusheid en een zekere romantiek. Haaks hierop staan de vervreemdende waanzin en ijskoude duisternis die o.a. in het chaotische en uit messcherpe riffs opgetrokken “Nutrient painting” geëtaleerd worden. Het titelnummer start met een simpele punky drumbeat, maar schakelt verderop naar galopperende ritmes over en ontpopt zich eveneens tot een complexe song. Yellow Eyes heeft zichzelf op “Rare field ceiling” weten te overtreffen en levert een avontuurlijke plaat af voor fans van allesbehalve rechtlijnige en gemakkelijk verteerbare black. Een plaat die de volle aandacht vraagt om geabsorbeerd te worden.

JOKKE: 85/100

Yellow Eyes – Rare field ceiling (Gilead media 2019)
1. Warmth trance reversal
2. No dust
3. Light delusion curtain
4. Nutrient painting
5. Rare field ceiling
6. Maritime flare

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia

Het Franse Deathspell Omega is een extreem metal-instituut dat tot de verbeelding spreekt en al dikwijls geïmiteerd is, doch zelden geëvenaard. Samen met landgenoten Blut Aus Nord vormden ze vanaf meesterwerk “Si monvmentvm reqvires, circvmspice” uit 2004 de blauwdruk voor de dissonantie vererende black metal muzikant (voorheen deed de band eerder aan Darkthrone worship). Interviews en bandfoto’s zijn een unicum en ook over de identiteit van de bandleden bestaat nog geen 100% duidelijkheid (wie is die waanzinnig goede drummer nu eigenlijk?). Zonder al te veel bombarie werd enkele weken geleden plots het nieuwe nummer “Ad arma! Ad arma!” middels een fenomenale videoclip van Dehn Sora op de mensheid losgelaten. En nu is er in de vorm van “The furnaces of palingenesia” een nieuwe langspeler, de zevende ondertussen. Over het als teaser losgelaten mid-tempo nummer leken de meningen verdeeld te zijn, vooral door diens meer toegankelijke karakter. Maar vreest niet want hoewel de band meer dan op voorganger “The synarchy of molten bones” wat gas terug schroeft, gebeurt er weer heel wat in het Deathspell Omega-universum en blijft ook het snelle, hyperkinetische werk niet achterwege (“The fires of frustration“, “Absolutist regeneration“). Tussen alle jazzy en progressieve black metal riff-waanzin en het pandemonische drumwerk door, eist de zwaar ronkende basgitaar een erg belangrijke en prominente plek op, vooral in trager werk zoals “1523” en “Standing on the work of slaves“. En meermaals zorgt subtiele orchestratie in de vorm van strijkers en blazers voor een extra dosis drama. Over het algemeen merk ik ook wat meer melodie op hoewel Deathspell Omega nog steeds een natte droom is voor liefhebbers van gecontroleerde dissonante chaos. Overgangen – hoe technisch, onverwacht of abrupt ook – komen zelden geforceerd over en de dynamiek en flow van de tamelijk compacte nummers wordt zorgvuldig in het oog gehouden net zoals de nodige hooks zodat de nummers ook daadwerkelijk blijven hangen. Persoonlijke favorieten op dat punt zijn het van een heerlijke riff voorziene “Imitatio dei” en het razende met cleane zang en orchestratie opgesmukte “Renegade ashes“. In het afsluitende atmosferische “You cannot even find the ruins…” experimenteert Mikko Aspa met zijn vocalen wat een extra apocalyptische toets toevoegt. De meerwaardezoeker op gebied van lyrics – voor zover er nog mensen zijn die hier een zier om geven – komt zoals steeds weer uitgebreid aan zijn trekken met de filosofische en theologische teksten (bijna eerder kortverhalen) die handelen over extase, palingenese (een concept van wedergeboorte of re-creatie) en Janus, de Romeinse god van het begin en het einde. Kortom, “The furnaces of palingenesia” is op-en-top Deathspell Omega spierbalgerol met meer aandacht voor orchestrale elementen, dynamiek, melodie, mid-tempo werk en ronkende bastonen die succesvol aan het gekende dissonante, beklemmende en grandiose bandgeluid toegevoegd worden. De grote afwisseling die deze plaat rijk is, maakt het voor mij de beste Deathspell Omega release sinds “Kénôse“. De grote kudde schapen mag weeral een tandje bijsteken.

JOKKE: 92/100

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Neither meaning nor justice
2. The fires of frustration
3. Ad arma! Ad arma!
4. Splinters from your mother’s spine
5. Imitatio dei
6. 1523
7. Sacrificial theopathy
8. Standing on the work of slaves
9. Renegade ashes
10. Absolutist regeneration
11. You cannot even find the ruins…

Mord’A’Stigmata – Dreams of quiet places

Een must see op de komende Roadburn-editie is ongetwijfeld het Poolse Mord’A’Stigmata. De bandnaam stond reeds voor het horen van diens nieuwste telg “Dreams of quiet places” met gele fluomarkeerder op de dagplanning aangeduid en staat enkele luisterbeurten later nog eens extra dik in de verf gezet. De Polen geven al vijftien jaar lang hun eigen avant-gardistische draai aan hun black metal en vooral sinds de voorganger “Hope” uit 2017 is de kwaliteit er met rasse schreden op vooruit gegaan. Mord’A’Stigmata kruidt haar post-black met de nodige dissonanten, weet wanneer er ruimte dient gelaten te worden om de instrumenten hun zegje te laten doen (“Void within“), wisselt rustigere vaarwateren af met woest kolkende zeeën, geeft de bassist een prominente rol, en biedt heel wat vocale afwisseling gaande van black metal-screams over vervormde heldere zang (denk aan een band als het Australische Alchemist) en semi-cleane woeste uithalen. “Dreams of quiet places” heeft bij momenten een zware sludgy ondertoon (“Exiles“) maar vooral een industrial-achtige, coldwave en bijwijlen ruimtelijke atmosfeer over zich gedrapeerd wat versterkt wordt door de elektronische beats en machinale geluiden die in nummers als “Into soil“, “Spirit into chrystal” en de titeltrack opdraven en een apocalyptisch sfeertje neerzetten. De muzikanten toveren de ene na de andere plotwending uit hun mouw, maar nergens komt het geforceerd over. Extra hulde met andere woorden voor de nieuwbakken vellenmepper Ygg – voorganger DQ verkaste naar Blaze Of Perdition – die middels stijlvolle, avontuurlijke en bij wijlen swingende beats, ritmes en fills de boel vakkundig bij mekaar mept en van een goede flow voorziet. Fans van Blut Aus Nord, Dirge, Alchemist, Neurosis of de latere Mayhem moeten “Dreams of quiet places” zeker eens een kans geven. Gaat dat zien op Roadburn!

JOKKE: 87/100

Mord’A’Stigmata – Dreams of quiet places (Pagan Records 2019)
1. Between walls of glass
2. Exiles
3. Spirit into cristal
4. The stain
5. Void within
6. Into soil
7. Dreams of quiet places

Yerûšelem – The sublime

Blut Aus Nord is niet voor één gat te vangen, dat weten we al langer dan vandaag. Wie de discografie van deze Franse band erop naslaat, zal een avontuurlijke evolutie detecteren die startte in de vorm van atmosferische black waarin gaandeweg allerlei elementen uit industrial, avantgarde en ambient slopen. Zo vervulde Blut Aus Nord een experimentele pioniersrol in een destijds vrij conservatief genre. De band werd ondertussen meermaals gekopieerd, maar nooit geëvenaard. In het omvangrijke oeuvre van deze twee avontuurlijke Fransmannen zijn er enkele platen die thematisch en stilistisch met mekaar verbonden zijn. Zo heb je de “Memoria vetusta“-trilogie, de “What once was“-trilogie en de “777“-trilogie. De genieën Vindsval en W.D. Feld wilden het sonisch pallet van “777 – Cosmosophy“, het sluitstuk van die laatst vernoemde trilogie, verder exploreren en doen dat gek genoeg niet onder de noemer Blut Aus Nord. Voor deze zijstap werd Yerûšelem in het leven geroepen en de plaat kreeg de titel “The sublime” mee. Een woord dat tevens van toepassing is op het intrigerende artwork van Dehn Sora. Het duo liet zich inspireren door Godflesh, Ministry, Pitchshifter en Skin Chamber maar ook door electronica, post-punk, new wave en dub. Ik las ergens een recensie waarin de reviewer de vergelijking maakte met Godflesh en Jesu, een goede analyse want zo verhouden Blut Aus Nord en Yerûšelem zich inderdaad ook ten opzichte van elkaar. “The sublime” laat immers een toegankelijker en bijwijlen dromerig geluid horen daar waar de hoofdband toch wel een pak dissonanter, duisterder en ontoegankelijker klinkt. In de negen nummers die “The sublime” telt, gooit Vindsval enkel zijn heldere zang in de strijd waarbij de vocalen meestal als extra laag in de muziek gemixt zijn, hoewel ze in “Reverso” ook iets meer op de voorgrond treden. Verder horen we ook beduidend minder distorted gitaren en de geprogrammeerde drums zijn bij wijlen dansbaar. De ruggegraat van de songs wordt in de meer heavy nummers zoals “Autoimmunity” en het mechanische “Joyless” door beats en loops of in “Triiiunity” en “Babel” door groovy baslijnen gevormd in plaats van door riffs. En in de titeltrack of het kippenvelopwekkende “Eternal” lagen meeslepende, repetitieve en hypnotiserende melodieën duidelijk aan de basis. Het korte “Sound over matter” en het afsluitende “Textures of silence” zijn dan weer rustgevende ambient-soundscapes waarvan de titels alleszeggend zijn. We hoorden in de wandelgangen dat de heren na het volgende Blut Aus Nord album, dat voor september gepland staat, aan de opvolger van “The sublime” zullen beginnen. Twee maal een goednieuwsshow dus!

JOKKE: 85/100

Yerûšelem – The sublime (Debemur Morti Productions 2019)
1. The sublime
2. Autoimmunity
3. Eternal
4. Sound over matter
5. Joyless
6. Triiiunity
7. Babel
8. Reverso
9. Textures of silence