burning world records

Nihill – Verderf

Verrek, platenspeler naar de verdoemenis! Dat is het eerste wat in me opkwam bij de eerste kennismaking tussen de naald van mijn pick-up en de nieuwste plaat van het Nederlandse Nihill. Gelukkig bleek het loos alarm! Zit ik dan te knoeien met een verkeerd toerental? Nope! Dan zijn mijn trommelvliezen naar de zak! Nogmaals nope! Gelukkig komt er na drie minuten een einde aan de teringherrie, genaamd “Ghoul”, waarmee plaat numero vier van start gaat. Nu is het niet bepaald fijnzinnige muziek die we daarna te verwerken krijgen. Een plaat van Nihill is immers nooit een gemakkelijk rit en vraagt de nodige toewijding van de luisteraar én juiste sfeer om te ondergaan. Na die kut kakafonie van de intro krijgen we de eerste volwaardige track “Carrion eaters” te verwerken. Snedige gitaarriffs en intens drumwerk worden als een waar salvo op de luisteraar afgevuurd, begeleid door de salpetervocalen van de imposante frontman Michiel Eikenaar die we ook nog kennen van Dodecahedron en Anaphylactic Shock, twee andere orkestjes die nu ook niet bepaald muziek voor de grote massa maken. Daarna wordt met “Kolos” het tempo teruggeschroefd en krijgen we beklemmende black metal voorgeschoteld waarbij de repetitieve dissonante riffs ons naar de keel grijpen. Het slepende tempo in combinatie met de proclamerende vocalen geven de song een militaristisch karakter, maar met bijna negen minuten speelduur is de song wat aan de lange kant. Daarna worden alle registers terug open getrokken en wordt er met het felle maar rechtlijnige “Wielding the scythe” zwaar op de luisteraar ingebeukt. Qua intensiteit moet Nihill absoluut niet onderdoen voor een band als Mysticum, hoewel ze muzikaal gezien slechts een klein deel in elkaars vaarwater zitten. Na deze auditieve aanslag op de trommelvliezen graven de claustrofobische klanken van “Spirituum” zich in je psyche in (hoewel de song opnieuw te lang gerekt wordt). Nu ben ik bij Nihill altijd al meer te vinden geweest voor het tragere werk, een vaststelling die ik op de nieuweling ook weer maak (met het afsluitende “Ossuarium” als hoogtepunt). Je krijgt geen seconde de tijd om naar lucht te happen want het razende “Morbus” laat geen spaander heel. Het piept en kraakt dat het een felle lust is. Voornaamste kritiek is dat zowat elke song te lang is en de plaat met een half uur speelduur beter had gescoord. Met vijfenvijftig minuten vraagt Nihill wel héél veel van de luisteraar en je moet echt over een stel stalen zenuwen beschikken om de tien minuten durende noise eruptie van “Engorged” levend door te komen. Laat dat nu natuurlijk net het doel zijn dat Nihill met haar muziek voor ogen heeft. Met een titel als “Verderf” dekt de gitzwarte vlag de lading volledig, want dit is de perfecte soundtrack voor de ondergang en vernieling van de menselijke parasiet! Niet voor gevoelige zieltjes.

JOKKE:  75/100

Nihill – Verderf (Burning World Records 2014)
1. Ghoul
2. Carrion eaters
3. Kolos
4. Wielding the scythe
5. Spirituum
6. Morbus
7. Engorged
8. Ossuarium

Conan – Monnos

Voor de liefhebbers van het zwaardere werk kan ik de heren van Conan uit het Verenigd Koninkrijk aanraden. Na de EP “Battle in the swamp” (2007),  het debuutalbum “Horseback battle hammer” (2010) en een split met Slomatics (2011) brengen de drie mannen nu via Burning world records “Monnos” uit. Vanwege de bandnaam zou ik een recensie vol met spierballentaal en splijtende schedels op de oorlogsvelden kunnen schrijven, maar daar begin ik niet aan. Ik zal wel toevertrouwen dat vijf van de zes nummers er van begin tot eind in hakken. In dik 39 minuten tijd krijgen we stoner, doom en down-tempo van de bovenste plank voorgeschoteld. Opener “Hawk as weapon”, voorlaatst nummer “Headless hunter” en afsluiter “Invincible throne” zijn met hun lengte en traagheid het meest onder de noemers doom en down-tempo te scharen. Man, wat een geluid produceren deze heren met maar één gitaar en bas. Zo zwaar en laag gestemd dat het hier en daar, wat het geluid betreft, wat van drone weg heeft. Maar ondanks de nodige herhalingen blijft er ruim voldoende afwisseling te ervaren. Zo bestaat elk nummer uit een paar effectieve en sterke riffs met kleine tempowisselingen, die je hoofd laten mee deinen. Zij maken plaats voor gerekte trage passages met roepende zang en keren daarna weer terug, waardoor het deinen van het hoofd zelfs nog meer toeneemt. Dit is zeker het geval in de lompe, zwaar groovende stoner nummers “Battle in the swamp” en “Grim tormentor”, waarbij ik aan het eind van het eerstgenoemde iedere keer weer uit mijn plaat ga. Daar wordt de heerlijk stampende riff opgebouwd naar een groove dat ik het beste als vieze stonercore kan omschrijven. Gruwelijk lekker. “Grim tormentor” knalt er daarna meteen weer in met nog zo een monsterlijk pakkende riff dat het uit de plaat gaan met nog een aantal minuten verlengt wordt. Vocaal gezien moest ik in het begin nog even wennen, aangezien er veelal op een soort roepende manier de teksten om de oren voorbij vliegen. Alsof zanger/gitarist Jon Davis en zanger/bassist Phil Coumbe bovenop een heuvel staan en hun legers toebrullen vlak voor een gevecht (heb ik toch de verleiding niet kunnen weerstaan, excuus). De een wat hoger in bereik dan de ander. Maar na een aantal luisterbeurten kan ik zeggen dat ik er goed aan gewend ben en dat het absoluut bijdraagt aan het eigen geluid van Conan.  Het vierde nummer “Golden axe”  is een rustig instrumentaal nummer met alleen gitaar en drum. Niet bijster bijzonder, maar wel een welkom rustpuntje tussen al het geweld. Al met al is “Monnos” dus een heerlijke plaat die erom vraagt om vaak en vooral snoeihard gedraaid te worden. En dat is ook precies wat het de laatste tijd bij mij thuis heeft gedaan en wat het nog wel een tijdje zal blijven doen. Ik stel voor dat iedere lezer (alle vier) van dit stukje precies hetzelfde gaat doen. Geniet ervan.

TMP: 85/100

Conan – Monnos (Burning world records, 2012)
1. Hawk as weapon
2. Battle in the swamp
3. Grim tormentor
4. Golden axe
5. Headless hunter
6. Invincible throne