dark essence records

Nyrst – Orsök

Net wanneer je denkt ondertussen elke IJslandse black metal band wel te kennen, draaft er weer een nieuwe op. Deze keer hebben we het over Nyrst, een orkestje dat in 2013 in het leven geroepen werd en in 2016 een demo op de mensheid losliet. Daarna werd in alle stilte aan een langspeler gewerkt, maar nu ontwaakt deze slapende vulkaan om “Orsök” uit te spuwen. De prachtige video van de titeltrack waarbij het haast lijkt alsof de bandleden uit de basaltformatie Hálsanefshellir nabij het zwarte zandstrand Reynisfjara gebeeldhouwd werden, deed in elk geval het beste vermoeden. Zoals bij wel meer IJslandse bands het geval is, werd inspiratie gevonden in de ijskoude, geïsoleerde leefomgeving (de bandnaam betekent niet voor niets “noordelijkste”) maar ook oude horrorliteratuur en de grimmige vaderlandse gechiedenis vormden een voedingsbodem voor de teksten. In het knappe cover artwork komt het allemaal samen. En muzikaal gezien horen we hier eens geen dissonant vuurwerk, maar ijs- en ijskoude melodieuze tremeloriffs die de basis vormen van atmosferische black met een epische invulling door ondermeer de theatrale heldere zang die meermaals haar opwachting maakt. Deze dramatiserende vocalen vormen een mooi contrast met de bijtende screams die de drijvende ijsschotsen in het Jökulsárlón gletsjermeer met gemak in twee zouden klieven en doen me wat aan het Nederlandse Ossaert denken. Ook langgerekte melodieuze leads horen bij het recept. Als je een roadtrip doorheen IJsland maakt, raden ze aan om steeds te checken uit welke richting de wind komt aanwaaien zodat je portier niet uit de hengsels vliegt want aangezien er praktisch geen bomen op het eiland staan, waait de wind als een bezetene. Het winderige intermezzo “Athöfn” deed me aan dit goede advies terugdenken en vormt een korte adempauze alvorens het terug menens is en de dynamisch gearrangeede black, met in de finale van afsluiter “Turnar í fjarska” ook heel wat oor voor dramatiek, over ons uitgestort wordt. IJsland blijft keer op keer garant staan voor ijskoude muzikale pareltjes waar je tong steevast aan blijft plakken.

JOKKE: 82/100

Nyrst – Orsök (Dark Essence Records 2020)
1. Æðri verur
2. Orsök
3. Nástirni
4. Athöfn
5. Hvísl hinna holdlausu
6. Turnar í fjarska

Avast – Mother culture

Laat je niet misleiden door de baarden, tattoos en houthakkershemdjes outfit van deze Noren, want hoewel ze er als een stoner- of sludge-band uitzien, eren ze toch de grootste muzikale erfenis van hun prachtige thuisland Noorwegen, zijnde black metal. Het uit Stavanger afkomstige kwartet doet het echter niet op de traditionele manier maar mixt de extremiteiten en esthetiek van het genre met de atmosfeer, ingetogenheid en weidse ruimtelijkheid van post-rock. Qua thematiek lijken de roots van de band dan weer eerder in punk rock en hardcore te liggen want de teksten behandelen niet de doorsnee black metal topics, maar leunen meer naar een filosofische en poëtische kijk op sociale en milieugerelateerde zaken. In 2016 werd een twee-nummers-tellende EP uitgebracht die het beste deed beloven voor de toekomst. Het nagelnieuwe “Mother culture“gaat alvast op hetzelfde elan verder. Felle en snelle modern klinkende blackness à la Downfall of Gaia zoekt de contrasten op met betoverende en beklijvende post-rock soundscapes die zo uit de koker van een Caspian zouden kunnen komen. Reeds in de negen minuten durende opener worden we heen en weer gekatapulteerd tussen agressie en emotie waarbij de melodieën best catchy klinken maar nooit uitmonden in goedkoop emo-geneuzel. Avast bevindt zich met haar muzikale en vocale aanpak in het vaarwater van een Deafheaven maar laat de balans nooit naar een té grote emotionaliteit doorwegen. In de titeltrack flitsen ijzige screams als bliksemschichten doorheen een melancholisch post-rock wolkendek waar melodieuze gitaarmelodieën doorheen schemeren. “The myth” kent een instrumentale aanpak en laat van-ingetogenheid-naar-climax-evoluerende post-rock à la oude This Will Destroy You haar zegje doen zonder dat er zwartgalligheid aan te pas komt. Des te harder knalt “Birth of man” ons daarna tegen de kop met haar moderne black zonder echter de hele tijd door te rammen. In “The world belongs to man” versmelten black metal en post-rock nóg harder dan de ijskappen en de zee, waarbij dat laatste fenomeen desastreuze gevolgen gaat hebben voor de mensheid. “Mother culture” is gebaseerd op het filosofische verhaal “Ishmael” van Daniel Quinn en waarschuwt dan ook voor het grote potentieel van een wereldwijde catastrofe. De serene openingsklanken van “An earnest desire” klinken nog enigszins hoopvol en ontplooien zich If These Trees Could Talk-gewijs tot post-rock met een boodschap, maar verderop schudt het nummer ons wakker. Blijf niet bij de pakken zitten, maar doe iets! “Man belongs to the world” combineert rock-georiënteerde grooves met epische geluiden, dreunende bassnaren en zwartgeblakerde uithalen. Het warm water wordt hier niet uitgevonden, maar we stellen wel vast dat Avast in een uitgemolken genre toch nog een erg onderhoudende plaat heeft weten uitbrengen.

JOKKE: 83/100

Avast – Mother culture (Dark Essence Records 2018)
1. Mother culture
2. The myth
3. Birth of man
4. The world belongs to man
5. An earnest desire
6. Man belongs to the world

Taake – Stridens hus

Er lopen twee constantes doorheen de biografie van het Noorse Taake. Ten eerste brengt de flamboyante en controversiële Hoest sinds “Over bjoergvin graater himmerik” uit 2002 elke drie jaar mooi een nieuw full album uit dat ten tweede steeds uit zeven nummers bestaat. Tussendoor verschijnen weliswaar nog de nodige EP’s om wat leven in de brouwerij te houden. Wat echter geen constante is, zijn de muzikanten die de Noor rondom zich schaart voor live optredens. Het is echter sinds “Hordalands doedskvad” geleden dat hij anderen toeliet om deel te nemen aan het schrijfproces. Dat zou voor een deel wel eens kunnen verklaren waarom het nieuwe “Stridens hus” het meest afwisselende, catchy en melodieuze album is geworden uit Taake’s discografie. Het album opent met “Gamle norig”, een vrij standaard Taake nummer, maar daarna maakt de ijskoude black metal in “Orm” plaats voor een rock ’n roll groove. Het lange “Det fins en prins” is dan weer melodieuzer van aard, hoewel er ook enkele thrashy stukken in het nummer geweven zijn.  Op het album “Noregs vaapen” was er heel wat te doen over de banjo die zijn opwachting maakte in het nummer “Myr”, deze keer zit de kinder surprise verstopt in “Stank”, een punky black ’n roll stamper met meezingrefrein waarin plots een misplaatste surf rock solo opduikt, die de opgebouwde atmosfeer verpest. Liefhebbers van goede riffs en memorabele hooks komen aan hun trekken in het instrumentale “En sang til sand om ildebrann”, hoewel de song wel wat van de hak op de tak sprint en samenhang hier in de verste verte niet te bespeuren valt. De traditionele black metal wordt her en der opgesmukt met solo’s die een serieuze voorliefde voor heavy metal verraden (o.a. het gitaarspel aan het begin van “Vinger”). Voor een stuk verlaat Taake op deze manier op haar zesde langspeler de geijkte paden van de “True Norwegian Black Metal”, maar de experimenteerdrift pakt niet in elke song even goed uit. De vele melodieuze momenten in een song als “Kongsgaard bestaar” doen afbreuk aan de agressie en frostbitten grimness die black metal hoort uit te stralen.

JOKKE: 75/100

Taake – Stridens hus (Dark Essence Records)
1. Gamle norig
2. Orm
3. Det fins en prins
4. Stank
5. En sang til sand om ildebrann
6. Kongsgaard bestaar
7. Vinger