Dark Funeral

Serpents Oath – Nihil

Het uit Limburg afkomstige Serpents Oath treedt plotsklaps uit de duisternis om meteen met het volwaardig debuut “Nihil” via Soulseller Records uit te pakken. In het interview met Tes Reoth, spraakbuis en zanger van het trio, konden jullie al lezen dat de heren niets aan het toeval overlaten: geen halfslachtig gedoe met demo’s of EP’s, maar meteen voor een heuse langspeler gaan waarbij over elk detail (sound, logo, lyrics, visueel aspect, bandfoto’s, videoclip, e.d.) minutieus nagedacht werd. Dat Serpents Oath een voorliefde heeft voor het snellere blackmetalgeweld, en dan vooral het op Zweedse leest geschoeide knuppelwerk, wordt al vrij snel duidelijk met “Speaking in tongues“. Referenties van een Dark Funeral ten tijde van “Diabolis interium” zweven doorheen de venijnige tremoloriffs die Daenum in deze opener of het later volgende “The swords of night and day“op de luisteraar afvuurt. Draghul duwt het gaspedaal veelvuldig in, maar ondanks de ziedende tempo’s van bv. “The beast reborn” (hallo Marduk!) bevat elk nummer wel een hook of catchy element wat de herkenbaarheid van de songs ten goede komt. Dat kan het meebrulrefrein van de oorworm “Serpents of eight” zijn, maar evengoed een aanstekelijke melodie zoals de openingsriffs van het gedeeltelijk mid-tempo gespeelde “Malediction” of het meer melodieuze “Into the abyss” waarin we ook wel een gezonde dosis Dissection horen. Zelfs enkele goed geplaatste drumroffels herkennen we meteen bij een tweede luisterbeurt. Tes Reoth beschikt over een stel krachtige stembanden en laat die tijdens het screamen verschillende toonhoogtes verkennen. Andy Classen (Belphegor, Krisiun, …) zat achter de knoppen tijdens het inblikken van “Nihil” wat mijns inziens wel resulteert in een iets te afgelikte sound. Graag volgende keer een tikkeltje ruwer, maar ondanks de propere moderne productie, lijdt de atmosfeer er gelukkig niet onder. Dat komt doordat er enkele duistere ambientintermezzi van de hand van de Franse Melek-Tha tussen de nummers ingebouwd zijn. Ondanks dit puntje van kritiek is “Nihil” een geslaagd debuut geworden. De drie muzikanten hebben al heel wat jaren op de teller staan (o.a. in Insanity Reigns Supreme), maar van metaalmoeheid is hier hoegenaamd geen sprake. Au contraire, want voor de bevlogenheid waarmee Serpents Oath op “Nihil” uitpakt, kan ik alleen maar respect opbrengen. Een concert van deze nieuwkomers bijwonen staat dan ook met stip genoteerd in mijn concertagenda die hopelijk binnen enkele maanden terug kan beginnen vollopen.

JOKKE: 82/100

Serpents Oath – Nihil (Soulseller Records 2020)
1. Vox mortis
2. Speaking in tongues
3. Leviathan speaks
4. Thrice cursed
5. Malediction
6. Serpents of eight
7. Bestia resurrectus
8. Into the abyss
9. Mephisto
10. The beast reborn
11. The swords of night and day
12. Beyond the gates

nether – Between shades and shadows

Vanuit de mistige herfstlandschappen waarin het pittoreske Limburg in deze tijd van het jaar meermaals ondergedompeld wordt, bereikt ons het debuut van nether (yep, zonder hoofdletter). De heren J, P, B en K hebben al wat kilometers op hun tellers staan en tezamen richtte ze de band vorig jaar op. Dat volwaardige debuut “Between shades and shadows” verschijnt dus al tamelijk snel via (het mij onbekende) Art Gates Records. Nu is nether niet de meest originele bandnaam, maar voor de heren symboliseert deze onderwereld de kern of roots van ieder individu, ook al is deze donker en goed verstopt. In het sobere artwork en bandlogo komt de thematiek duidelijk naar voren. Acht nummers prijken er op het debuut en in plaats van opener “The hand of the unspoken” met een gitaarriff in te zetten, krijgt drummer B de eer om het boeltje op gang te roffelen. Hij doet dat met verve (wat een binnenkomer zeg!) en al snel blijkt dat de drums een belangrijk deel vormen van de hondsagressieve sound die het viertal op ons afvuurt en die ingeblikt werd met Andy Classen achter de knoppen, gekend als producer van ondermeer Belphegor en Krisiun. In de ram- en blaasstukken van het voorts best dynamisch gecomponeerde “Abandon” of het brutale “Humanity’s crescendo” moeten we onlosmakelijk aan een band als Marduk, oude-Enthroned of Dark Funeral (ten tijde van “Diabolis interium“) denken, maar de riffs van K en P zijn nog niet altijd van hetzelfde kaliber. De hakkende tempo’s in combinatie met de gortdroge gitaarsound zorgen ook voor een machinale en industriële toets (ik hoor Mysticum in de verte soms wat resoneren). Voor finesse is er niet veel plaats op deze plaat, hoewel het tempo ook niet voortdurend verschroeiend hoog ligt. Zo neigen “To the shores” (mijn persoonlijke favoriet) en “The blood is gone” wat meer naar de atmosferische kant van het blackmetalspectrum. Bassist J neemt ook de honneurs als zanger waar, maar zijn krijsende strot is nogal eentonig, een wat breder bereik zou geen kwaad kunnen. In “To the shore” worden zijn screams afgewisseld met de wat diepere grunt van gitarist P. Op zich een mooie prestatie dat nether vrij snel met een langspeler op de proppen komt en de heren laten horen al goed op mekaar te zijn ingespeeld. Links en rechts moet er wel nog wat aan de formule bijgeschaafd worden, maar het potentieel is zeker aanwezig.

JOKKE: 75/100

nether – Between shades and shadows (Art Gates Records 2020)
1. The hand of the unspoken
2. Mouths sealed clenched fists
3. Abandon
4. To the shores
5. Humanity’s crescendo
6. The blood is gone
7. The oathbreakers
8. So all adore me

Mörk Gryning – Hinsides vrede

Vijftien jaar na de self-titled zwanenzang keert het Zweedse Mörk Gryning terug aan het front. Stichtende leden Draakh Kimera en Goth Gorgon brengen samen met drie kompanen “Hinsides vrede” uit, langspeler nummer zes en de eerste dus nadat de band in 2016 de koppen terug bij mekaar stak voor live concerten. Mörk Gryning heeft altijd wat in de schaduw van grotere broertjes als Dissection, Dark Funeral, Setherial en Naglfar gestaan, hoewel debuut “Tusen år har gått…” uit 1995 toch echt wel als een semi-klassieker mag beschouwd worden wat betreft Zweedse meloblack. “Return fire“, dat twee jaar later verscheen, liet een meer agressieve aanpak horen en het is met deze plaat dat “Hinsides vrede” de meeste parallellen vertoont, hoewel er ook echo’s van het meer orchestrale “Maelstrom chaos“, dat een jaar na de millenniumwissel verscheen, rondzweven. Het tempo ligt in elk geval doorgaans erg hoog en de moderne, maar ietwat steriele sound spat krachtig uit de boxen. Twaalf nummers waarvan een intro, outro en twee korte (in mijn ogen overbodige) instrumentaaltjes worden er in een dikke 35 minuten doorgejaagd. Maar dat snel musiceren niet altijd in eenheidsworst moet resulteren, bewijst het kwintet door elementen als dramatische koorzang, heldere epische mannelijke en vrouwelijke vocalen, cleane en akoestische gitaren, flitsende leads en subtiele toetsen in de songs te verwerken, waardoor elk nummer een eigen ziel heeft meegekregen. Het erg aanstekelijke “Infernal” heeft bovendien alles in zich om, net als bijvoorbeeld “Tsar bomba” van Necrophobic, een moderne klassieker in het wereldje van Zweedse meloblack te worden. Tremolo’s for the win! Let ook op de knipoog naar Dimmu Borgir’s “Kings of the carnaval creation“, maar er passeren in andere composities even goed stukjes Nightingale en Diabolical Masquerade. De albumtitel betekent zo veel als “toorn van de wereld daarbuiten” en slaat op het onontkoombare doomscenario dat inmiddels ingezet werd. Mörk Gryning is terug en hoe! Normaal gezien hadden we de heren aan het werk kunnen zien op Unholy Congregation maar dat gaat als vanzelfsprekend niet door. Herkansing in 2021 dan maar!

JOKKE: 85/100

Mörk Gryning – Hinsides vrede (Season of Mist 2020)
1. The depths of Chinnereth
2. Fältherren
3. Existence in a dream
4. Infernal
5. A glimpse of the sky
6. Hinsides
7. The night
8. Sleeping in the embers
9. For those departed
10. Without crown
11. Black spirit
12. On the Elysian fields

Horde Of Hel – Döden nalkas

Negen jaar na het opvallend matige “Likdagg” grijpt deze haatdragende band uit het niets met een ijzeren hand naar de keel van iedere muzikant die de troon van ‘snelste blackmetalsound ter wereld’ ook maar durfde benaderen. Nog geen drie seconden diep in het eerste nummer wordt een volledig doortrapt drum- en gitaarsalvo afgeschoten met een quasi ongeziene, woeste razernij die zelfs een doorgewinterde fan meteen op zijn plek weet te zetten. Verderop in “Döden nalkas” trekken de drie Zweden het tempo zelfs op tot 500 Bpm, wat vrijwel meteen doet denken aan de betere speedcore kicks. Het geheel raast je buis van Eustachius op een dikke drie kwartier volledig aan gort, en gezien dat vooralsnog exact de opzet blijkt, moet gezegd worden dat Horde of Hel zijn doel weet te bereiken. Jammer genoeg verliezen de heren soms ook de pedalen en voelt het geheel een beetje inhoudsloos of onbezield aan. Er zijn heel wat tragere intermezzo’s en vreemde, bijna catchy songstructuren terug te vinden ook, zoals de intro van “Totalitarian regime”, die de fans van voornoemde recordhoudende blastbeats niet altijd zullen kunnen smaken, maar het schenkt het oor weliswaar een klein beetje rust. De langspeler zit voorts ook ramvol industrial – synths en gemodificeerde vocals, noise en kille ambient – die zich toch op één of andere manier in de gitzwarte metalen riffs weten te nestelen en daar dan ook nog eens thuis lijken te horen. Of de drie heren hier het warm water opnieuw uitvinden? Verre van, maar het geheel beukt je voorhoofd zo genadeloos tegen de dichtstbijzijnde muur dat je enigszins verweerd maar dankbaar achterblijft. De bandleden deden al heel wat ervaring op bij onder meer In Battle en Nordjevel, maar vooral de toevoeging van echte drums dankzij Nils “Dominator” Fjellström krijgt hier een eervolle vermelding. De man speelde eerder al (op studioalbums en live) bij een slee van gerenommeerde bands als 1349, Dark Funeral, Myrkskog, The Wretched End et al., en het is te merken. Wat een ongebreidelde agressie. Persoonlijk hoogtepunt is de ongefilterde gabber op “No remorse”, dat op zes en halve minuut zonder enige schaamte de nakomeling van een stomende nacht tussen Neophyte en Anaal Nathrakh ter aarde weet te werpen. Lang verhaal kort, dit is Marduk met een flinke injectie amfetamines recht in de aorta. Dit is paarse neonverlichting onder je uitgebouwde Golf, bestuurd door een met corpsepaint bekladde psychopaat. Als ze over negen jaar weer aan een opvolger beginnen, laat hen dan nog nét iets langer over bepaalde songstructuur nadenken – dan kan dat wel eens een échte hit opleveren.

Jules: 82/100

Horde of Hel – Döden nalkas (Blooddawn Productions/Regain Records 2020)
1. Blodets morgon
2. Death division status
3. Visdomen kallas døden
4. Standard nordland
5. Totalitarian regime
6. Total death
7. Holy ash
8. No remorse
9. Livets narkos
10. Of eternity and ruins

Whoredom Rife – Ride the final tide

Ongelofelijk hoeveel monsterriffs er jaren hebben liggen sluimeren in de hersenpan van V. Einride, het muzikale mastermind achter Whoredom Rife. Sinds de band in 2016 uit het niets met diens gelijknamige EP toesloeg en een krater in het ietwat vastgeroeste Noorse black metal landschap sloeg, is Whoredom Rife op kruissnelheid. In een tijdspanne van ruim vier jaar volgden immers nog twee langspelers, een akoestische EP en recent ook nog een split met Taake. Een nieuwe full-length zou weeral in de maak zijn en weldra op ons losgelaten worden, maar voor het zo ver is, lost het duo nu middels “Ride the final tide” nog een extra EP, daar dit titelnummer nog net een tikkeltje aggressiever is dan het nieuwe materiaal dat op de langspeler zal prijken. Dit resulteert ook in een ietwat atypische videoclip vol oorlogstaferelen, wat ik nu niet meteen van deze Noren verwacht had. Soit, de venijnige, heerlijk opzwepende tremeloriffs en blastbeats vliegen je om de oren en ook Kjell Rambeck’s vocalen klinken nog net wat dieper en woester dan gewoonlijk. Er valt deze keer haast eerder een Zweedse zweem à la Setherial of Dark Funeral te bespeuren, vooral ook in de afsluitende leadpartij. Om al deze razernij te counteren en omdat de band een belangrijke speler was in de ontwikkeling van de black metal scene rond Trondheim waaruit ook Whoredom Rife afkomstig is, kozen de heren middels een cover van “Maane(n)s natt” voor een ode aan Manes. Wie oude Manes kent – heden ten dage klinkt die band veel experimenteler en hebben ze haast niets meer met metal te maken, hoewel ze middels de reïncarnatie Manii ook terug black metal spelen – weet dat dit nummer heel slepend en atmosferisch is. Whoredom Rife blijft vrij dicht tegen de versie die op debuut “Under ein blodraud maane” uit 1999 prijkt (je hebt ook nog de demoversies), maar dan in een betere en wat zwaardere productie gestoken. De sinistere orgelklanken, penetrante slome riffs, traag rollende dubbele basdrums, echoënde vocalen en percussie zijn nog aanwezig, maar enkele pianoriedeltjes werden wel achterwege gelaten. Ook in deze andere setting weet Whoredom Rife te beklijven (ook akoestisch heeft de band al bewezen overeind te blijven). “Ride the final tide” is de aankoop zeer zeker waard, zelfs als je niet zo’n fan bent van het 7 inch formaat. Laat die nieuwe langspeler maar komen en hopelijk tot op Unholy Congregation in november!

JOKKE: 90/100

Whoredom Rife – Ride the final tide (Terratur Possessions 2020)
1. Ride the final tide
2. Maanens nat (Manes cover)

Ninkharsag – Discipline through black sorcery

UK Black metal doet het de laatste tijd vrij goed bij de Addergebroed redactie. Ook in het geval van Ninkharsag bevinden we ons op het eiland aan de overkant van de Noordzee. Ik dacht eerst dat het een nieuwe band betrof die Vendetta Records een duwtje in de rug wou geven, maar blijkbaar loopt Ninkharsag – vernoemd naar een vruchtbaarheidsgodin uit de Sumerische mythologie – al sinds 2009 op deze aardkloot rond en werd vijf jaar geleden reeds een eerste volwaardige langspeler “The blood of celestial kings” via Candlelight Records verspreid, volgens de band destijds niet meer dan een veredelde demo. Wedra zou echter de nieuwe langspeler “The dread march of solemn Gods” moeten verschijnen en in de vorm van de “Discipline through black sorcery” 7 inch krijgen we daar al drie voorproevertjes van. De band, die oorspronkelijk als een soloproject van lead gitarist Paul Armitstead startte maar ondertussen tot een volwaardige entiteit uitgroeide, heeft een grote voorliefde voor old-school Zweedse meloblack genre Dissection, Lord Belial, Dark Funeral, Setherial en Naglfar, dat wordt al vrij snel duidelijk. Drummer Jay Pipprell’s zweep gaat er tempogewijs dan ook drie nummers lang zo goed als voortdurend op, hoewel “The lord of death and midnight” eveneens wat meer groove laat horen. Ook logo’s van oude heavy metal bands zijn onmiskenbaar op de lederen vesten van de bandleden genaaid, luister maar eens naar het gitaarstukje naar het einde van “The necromanteion” toe. De scream van zanger/gitarist Kyle Nesbitt is bovendien vrj goed verstaanbaar, wat helpt bij het meebrullen van de toegankelijke refreinen. Originaliteitsprijzen zijn niet aan Ninkharsag besteed en het onderscheidend karakter van de drie songs is vrij miniem. Voor wie hier echter geen genoeg van krijgt, heeft Ninkharsag met de gekende ingrediënten van Zweedse meloblack een interessante teaser voor zijn op til zijnde langspeler weten klaarstomen.

JOKKE: 77/100

Ninkharsag – Discipline through black sorcery (Vendetta Records 2020)
1. Discipline through black sorcery
2. The necromanteion
3. The lord of death and midnight

Obscure Relic – First black communion

Als ik de bandfoto van Obscure Relic zo bekijk, dan denk ik niet dat één van deze vijf mottigaards ooit een schoonheidswedstrijd zou winnen of in staat zou zijn met een Brazilaanse babe aan zijn hand over het strand te flaneren. Zelfs zonder corpsepaint zou ik van hun tronies verschieten en daar het woordje ‘bestiaal’ enkele keren in de bijgevoegde biografie verscheen, vermoedde ik dat de black metal van deze Brazilianen minstens even onverzorgd voor de dag zou komen. Maar dat valt al bij al wel mee. “First black communion” is een zoethoudertje, nadat eerder dit jaar de “Sons of evil power” demo verscheen, in afwachting van een eerste full-length. Zodra de titeltrack na de obligate intro uit de boxen knalt, moet ik meteen aan oude-Dark Funeral denken, zowel qua sound (hun self-titled EP en “The secrets of the black arts“) als qua Zweedse insteek van het tremoloriffwerk (“Vobiscum satanas“). Maar natuurlijk zijn deze nummers verre van zo overweldigend als wat Lord ‘of the sunglasses‘ Ahriman en co destijds afleverden. Het titelnummer kan mij zeker bekoren en ook “Master of all forms“, dat wat meer met dynamiek speelt, kan er absoluut mee door maar vanaf “Enter the infernal realms” begint Obscure Relic als dertien in een dozijn te klinken. Natuurlijk is dit nog maar het tweede kleine wapenfeit van het kwintet dat nog maar sinds 2 november 2019 of “Dios de los Muertos” aan hun snelweg naar de hel aan het timmeren is. Ik geef ze groot gelijk dat ze eerst nog wat verder willen schaven aan die langspeler want het potentieel is er in elk geval. Nu nog wat meer aan een eigen (lelijk) smoelwerk werken en wat sulfer in hun uitvoering steken en het komt allemaal goed.

JOKKE: 72/100

Obscure Relic – First black communion (Helldprod Records 2020)
1. Intro
2. The first black communion
3. Master of all forms
4. Enter the infernal realms
5. For blackerubins
6. Final

Dkharmakhaoz – Proclamation ov the black suns

Dkharmakhaoz is de ietwat vreemde naam van een nieuwe mysterieuze entiteit uit Wit-Rusland. Het duo met blauw-rood geverfde smoelwerken en lederen vesten geeft aan beïnvloed te zijn door de melodieuze bands die ooit deel uitmaakten van de No Fashion stal. Ik denk dan meteen aan Zweedse oudstrijders zoals Dissection, Dark Funeral, Throne Of Ahaz, Lord Belial en consoorten. Ik hoor echter niet meteen een overduidelijke invloed van één van deze namen terug in de zeven nummers die samen “Proclamation ov the black suns” vormgeven, of het moeten de screams zijn die wat aan de strot van Naglfar’s Olivius doen denken, een band die ook perfect in het voorgaande rijtje zou thuishoren. Dit debuut ademt eerder een post-apocalyptische sfeer uit, in de eerste plaats door de moderne sound en industrial-atmosfeer die de gespierde en robuuste laaggestemde riffs en ronkende basgitaar creëren. Het is een sound die ik ook niet meteen aan Iron Bonehead zou linken eerlijk gezegd, maar kijk. De bijwijlen simultane mannelijke en vrouwelijke vocalen in opener “The cycle ov omega” doen me haast geloven dat hier een robot aan het werk is. Leuk effect! Het dynamische “The way with the serpent entwined” werd als promonummer gekozen en vat de gebalde post-moderne sound van Dkharmakhaoz mooi samen. Het logge “Beyond the transcendental lumines” groovet lekker weg met zijn headbangbreaks en doet me zelfs wat aan oude Korn en Rammstein denken, op de black metal-stem na dan. Het titelnummer hakt er daarna met zijn vurige openingsriffs en blastbeats des te harder op in, maar verkent later opnieuw tragere regionen. Spacey keyboards en melodieuze leads vergezellen de beukende mid-tempo riffs en dubbele basroffels en voegen een levitatie-effect toe aan de dichtgeplamuurde geluidsmuur die gevoelens van angst en duisternis opwekt. “Chtonic rites ov fertility” klinkt met zijn progressievere elementen en spacey leadgitaar dan weer als de black metal-variant van het latere werk van ons eigenste In-Quest. Dat geldt ook voor het wat hoekerige, met tal van ambient-interludes, atonale riffs en bevreemdende vrouwenzang doorweven “Ascension“, misschien wel de moeilijkst te behappen brok muziek op “Proclamation ov the black suns“. “Reu nu pert em hru” klinkt toegankelijker dan de vreemde titel doet vermoeden en het is heerlijk meesurfen op de vloedgolven aan beukriffs en rollende basdrums. Avontuurlijke en verfrissende plaat!

JOKKE: 81/100

Dkharmakhaoz – Proclamation ov the black suns (Iron Bonehead Productions 2020)
1. The cycle ov omega
2. The way with the serpent entwined
3. Beyond the transcendental lumines
4. Proclamation ov the black suns
5. Chtonic rites ov fertility
6. Ascension
7. Reu nu pert em hru

Nexion – Seven oracles

De IJslandse scene is nog steeds springlevend en lijdt dus allesbehalve aan bloedarmoede, want naast reeds gevestigde namen als Svartidauði, Misþyrming, Sinmara, Naðra, Auðn, Wormlust of Rebirth Of Nefast was er dit jaar ook al een nieuwe instroom met platen van meer recente acts als Helfró, Nyrst en dit Nexion. Vier van de vijf leden zijn nog in andere bands actief, maar dat zijn voor een keer eens niet de gangbare namen die iedereen nu wel al kent. Wat meteen opvalt aan “Seven oracles“, de eerste volwaardige langspeler nadat in 2017 al een self titled EP verscheen, is het machtige artwork van de hand van Jose Gabriel Alegría Sabogal dat een heus concept verraadt. Op het coverontwerp prijkt een zevenkoppig beest dat verschijnt voor een figuur die een offer brengt in ruil voor wijsheid. Elk hoofd van het beest is zijn eigen orakel, zijn eigen lied of eigen boodschap voor de ontvanger en behandelt de aard van het bestaan ​​vanuit een andere hoek. Voor de opnames van deze conceptplaat trok Nexion naar de Studio Emissary, wat natuurlijk voor een IJslandse band geen verrassing mag wezen. Qua sound past Nexion in het eerder modern klinkend straatje van landgenoten Helfró en Nyrst waarbij er aan de vurige black metal basis ook her en der kleine death metal toetsen toegevoed worden, vooral op vocaal vlak dan. Frontman Jósúa Rood…hé die naam klinkt toch totaal niet IJslands?! Klopt! Deze Amerikaan verkaste naar IJsland voor een academische studie omtrent oud Noordse religieuze geschiedenis. Ik was dus aan het typen dat de frontman over een ferme strot beschikt die niet alleen verschillende toonhoogtes aan extreme metal vocalen produceert, maar ook regelmatig heldere sacrale gezangen ten berde brengt. Een nummer als “Divine wind and holocaust clouds” klink dan ook haast goddelijk, zowel op vocaal als muzikaal niveau. Een andere kracht van Nexion zit hem in de zinderende riffs en leads die door gitaristen Jóhannes Smári Smárason en Óskar Rúnarsson op de luisteraar afgevuurd worden. Een beetje dezelfde aanpak als die van Helfró, maar waar bij die band de Dark Funeral invloeden ontegensprekelijk aanwezig zijn, is het hier moeilijker om één bepaalde band als inspiratiebron aan te duiden. Straf ook hoeveel goede drummers er eigenlijk op dat eiland rond lopen want Sigurður Jakobsson mept het boeltje – grotendeels aan een rotvaart – vakkundig aan mekaar, hoewel het pompende van koortjes en orchestratie voorziene “Sanctum amentiae” halfweg de plaat voor een rustpunt zorgt, ook al is dat heel relatief. De eerste zes nummers klinken reeds allesbehalve misselijkmakend, maar met het meer dan negen minuten durende, meer epische “The last messiah” volgt dan nog het kroonjuweel van “Seven oracles“. De haast op een post-rock achtige manier uitwaaierende gitaarmelodie brengt me keer op keer in hogere sferen. Markeer de zomerzonnewende (20 juni) in uw agenda want dan verschijnt dit pareltje via Avantgarde Music!

JOKKE: 85/100

Nexion – Seven oracles (Avantgarde Music 2020)
1. Seven oracles
2. Revelation of unbeing
3. Divine wind and holocaust clouds
4. Sanctum amentiae
5. Utterances of broken throats
6. The spirit of black breath
7. The last messiah

Helfró – Helfró

Wie denkt dat de output qua IJslandse black metal stilaan aan het uitdoven is, is eraan voor de moeite want te pas en te onpas blijven er nog nieuwe orkestjes door de geisers uitgespuwd worden. Helfró is er zo eentje. Het creatief duo achter deze nieuwe band bestaat uit zanger, gitarist, bassist Halldor Simon Thorolfsson (Ophidian I) en zanger/drummer Ragnar Sverrisson (o.a. Ophidian I, Atrum en ex-live drummer voor Svartidauði en het Zweedse Valkyrja) waarbij Ragnar de acht nummers schreef en Simon het zaakje verder arrangeerde. Typisch IJslands klinkt Helfrò echter niet want de eerste nummers druipen van het Dark Funeral worship. Ragnar mept tegen onmenselijke snelheden zijn drumkit aan frennen en de riffs en bijtende screams snijden door merg en been. Toch flitsen er ook adembenemende tremolo’s door al het geweld heen. Na drie schedelsplijtende nummers zorgt het mid-tempo “Þegn hinna stundlegu harma” aanvankelijk voor wat ademruimte, maar naarmate het nummer vordert willen de muzikanten de handen en voeten losgooien om opnieuw snelheidsrecords op te zoeken. Extreme metal op steroïden is dit! Af en toe wil het duo ook laten zien dat ze technisch erg sterk en onderlegd zijn, maar gelukkig wordt hier niet in overdreven. “Þegn hinna stundlegu harma” ademt mede dankzij de diepere hese zang iets meer death metal uit en bevat een heerlijk keyboardmelodietje dat klinkt alsof ijskoud water van stalactieten druppelt. “Hin forboðna alsæla” valt dan weer positief op door de theatrale heldere zang die hier ingezet wordt en het nummer een bombastische insteek geeft. “Katrín” flirt opnieuw met death metal en bevat ook wat meer modern klinkende riffs hoewel er ook naar heldere vocalen teruggegrepen wordt. Afsluiter “Musteri agans” lijkt aanvankelijk de Dissection-erfenis aan te boren, maar vervalt al snel in übersnelle thrashy gitaarriffs die liefhebbers van een 1349 ongetwijfeld zullen bekoren. Zoals menig IJslandse black metal-band hen voordeed, trok het duo voor de opnames de Studio Emissary van Stephen Lockhart in. Die voorzag dit debuut van een kraakheldere sound waardoor alle gewelddadigheden perfect te volgen blijven. Helfró levert met diens gelijknamige debuut een plaat af die de ijskoude en barre desolate atmosfeer van thuisland IJsland perfect weet te capteren, niet zozeer door dissonante maalstromen maar middels frostbitten tremolo-riffwerk. Snelheidsmaniakken moeten hier gewoon toeslaan.

JOKKE: 82/100

Helfró – Helfró (Season Of Mist 2020)
1. Afeitrun
2. Ávöxtur af rotnu tré
3. Eldhjarta
4. Þrátt fyrir brennandi vilja
5. Þegn hinna stundlegu harma
6. Hin forboðna alsæla
7. Katrín
8. Musteri agans