Dark Funeral

Helfró – Helfró

Wie denkt dat de output qua IJslandse black metal stilaan aan het uitdoven is, is eraan voor de moeite want te pas en te onpas blijven er nog nieuwe orkestjes door de geisers uitgespuwd worden. Helfró is er zo eentje. Het creatief duo achter deze nieuwe band bestaat uit zanger, gitarist, bassist Halldor Simon Thorolfsson (Ophidian I) en zanger/drummer Ragnar Sverrisson (o.a. Ophidian I, Atrum en ex-live drummer voor Svartidauði en het Zweedse Valkyrja) waarbij Ragnar de acht nummers schreef en Simon het zaakje verder arrangeerde. Typisch IJslands klinkt Helfrò echter niet want de eerste nummers druipen van het Dark Funeral worship. Ragnar mept tegen onmenselijke snelheden zijn drumkit aan frennen en de riffs en bijtende screams snijden door merg en been. Toch flitsen er ook adembenemende tremolo’s door al het geweld heen. Na drie schedelsplijtende nummers zorgt het mid-tempo “Þegn hinna stundlegu harma” aanvankelijk voor wat ademruimte, maar naarmate het nummer vordert willen de muzikanten de handen en voeten losgooien om opnieuw snelheidsrecords op te zoeken. Extreme metal op steroïden is dit! Af en toe wil het duo ook laten zien dat ze technisch erg sterk en onderlegd zijn, maar gelukkig wordt hier niet in overdreven. “Þegn hinna stundlegu harma” ademt mede dankzij de diepere hese zang iets meer death metal uit en bevat een heerlijk keyboardmelodietje dat klinkt alsof ijskoud water van stalactieten druppelt. “Hin forboðna alsæla” valt dan weer positief op door de theatrale heldere zang die hier ingezet wordt en het nummer een bombastische insteek geeft. “Katrín” flirt opnieuw met death metal en bevat ook wat meer modern klinkende riffs hoewel er ook naar heldere vocalen teruggegrepen wordt. Afsluiter “Musteri agans” lijkt aanvankelijk de Dissection-erfenis aan te boren, maar vervalt al snel in übersnelle thrashy gitaarriffs die liefhebbers van een 1349 ongetwijfeld zullen bekoren. Zoals menig IJslandse black metal-band hen voordeed, trok het duo voor de opnames de Studio Emissary van Stephen Lockhart in. Die voorzag dit debuut van een kraakheldere sound waardoor alle gewelddadigheden perfect te volgen blijven. Helfró levert met diens gelijknamige debuut een plaat af die de ijskoude en barre desolate atmosfeer van thuisland IJsland perfect weet te capteren, niet zozeer door dissonante maalstromen maar middels frostbitten tremolo-riffwerk. Snelheidsmaniakken moeten hier gewoon toeslaan.

JOKKE: 82/100

Helfró – Helfró (Season Of Mist 2020)
1. Afeitrun
2. Ávöxtur af rotnu tré
3. Eldhjarta
4. Þrátt fyrir brennandi vilja
5. Þegn hinna stundlegu harma
6. Hin forboðna alsæla
7. Katrín
8. Musteri agans

Arkona – Age of capricorn

Arkona – één van de langst meedraaiende bands in de Poolse black metal-scene – is terug met langspeler nummer zeven, de tweede voor het Franse Debemur Morti Productions. Zoal we van het kwartet gewend zijn, voelen de muzikanten (en drummer Zaala bij uitstek) zich als een vis in het water wanneer dat de vorm van woeste stroomversnellingen aanneemt. De snelle, op Zweedse leest gestoelde black metal-inferno’s vliegen ons immers rond de oren, wat echter niet wil zeggen dat Arkona de luisteraar in bijvoorbeeld de titelsong ook niet enkele momenten gunt om naar adem te happen. Voor sommigen zullen de keyboards en symfonische elementen echter een struikelblok blijven, ook al worden ze slechts sporadisch aangewend. Zo snap ik met de beste wil van de wereld niet waarom de heftige openingspassage van “Alone among wolves” met een idioot pianoriedeltje vergezeld moet gaan, wat serieus afbreuk doet aan de agressie. Voor de rest geen klachten over deze rampestamper. Een snelheidsbom als “Deathskull mystherium” zal liefhebbers van Dark Funeral, Setherial en consorten doen watertanden, terwijl het meer mid-tempo “Towards the dark” opnieuw meer ruimte laat voor symfonische accenten. Zo onderstrepen majestueuze orgelklanken de duisternis die over de luisteraar neervalt in dit nummer. Bandleider en enig overgebleven lid Khorzon weet ondertussen wel hoe hij pakkende nummers vol furie, krachtige melodieën en een atmosfeer van grandeur moet schrijven. Het afsluitende acht en een halve minuut durende “Grand manifest of death” is hier op “Age of capricorn” misschien wel het beste voorbeeld van, hoewel de toon hier ook best grimmig is. De muzikanten die Khorzon rondom zich verzamelde, bewijzen dat ze hun instrumenten en krijsende strot tot in de puntjes beheersen. De productie van “Age of capricorn” klinkt modern en transparant, zonder aan agressie in te boeten. Deze zevende langspeler vormt het voorlopige hoogtepunt van Arkona’s discografie. Enkel jammer van het generieke artwork en logo.

JOKKE: 83/100

Arkona – Age of capricorn (Debemur Morti Productions 2019)
1. Stellar inferno
2. Alone among wolves
3. Age of capricorn
4. Deathskull mystherium
5. Towards the dark
6. Grand manifest of death

Umbra Conscientia – Yellowing of the lunar consciousness

Meestal zoekt Terratur Possession CEO Ole nieuw talent in de omgeving van de Nidaros kathedraal in Trondheim, maar voor de release van het debuut van Umbra Conscientia zoch hij exotischere oorden op. Umbra Conscientia wordt immers vorm gegeven door een duo met roots in Costa Rica en Duitsland. Umbra Conscientia speelt black metal of wat had u gedacht? En dit doet het duo naar diens grote voorbeelden Katharsis en Funeral Mist, twee bands waarvoor je ons steeds mag wekken uit onze dagelijkse middagdutjes. We snappen deze referenties wel want de black metal-klanken die het duo produceert, klinken gehaast, onruststokend, snedig en vernietigend als een tyfoon. De drummer raast als een bezetene, de riffs denderen aan een rotvaart voorbij en de zanger produceert keelklanken die wisselen tussen helse krijsen en diepe growls alsof Emperor Magus Caligula (ex-Dark Funeral) in nummers als “Umbra conscientia” en “Lord of phosphorus” aan het woord is. “Romance of contradictions” heeft haar naam niet gestolen want dit nummer zoekt het spanningsveld op tussen dissonante mid-tempo en zwaar chaotisch hakwerk. De militante drumsalvo’s die “Citrinitas” voortstuwen en diens bezeten riffwerk vragen heel wat van de luisteraar, maar dat overdonderen is natuurlijk opgezet spel. Het is pas bij de negen minuten durende titeltrack – die helemaal achteraan bengelt – dat de twee muzikanten het vlammen en razen écht beu lijken te zijn en bewijzen ook geslaagde mid-tempo nummers te kunnen componeren waarbij de zang nóg meer ruimte krijgt om getormenteerd uit de hoek te komen. Maar niets is wat het lijkt want na een tweetal minuten schiet Umbra Conscientia opnieuw bliksemsnel uit de startblokken. Het is echter geen lijnrechte spurt richting finish want regelmatig wordt er gas terug genomen of weer een tandje bijgestoken. Prima debuut van deze nieuwkomer!

JOKKE: 82/100

Umbra Conscientia – Yellowing of the lunar consciousness (Terratur Possessions 2019)
1. El caos que precede a la creación (Intro)
2. Maze of exile
3. Romance of contradictions
4. Citrinitas
5. Umbra conscientia
6. Lord of phosphorus
7. Yellowing of the Lunar Consciousness

Ragnarok – Non debellicata

Het Noorse Ragnarok ben ik reeds na “Arising realm” uit het oog verloren. Dat wil zeggen in 1995 alweer en dat ik de daaropvolgende zes (!) langspelers dus aan mij voorbij heb laten gaan. Links en rechts kwam er mij wel eens een nummertje ten gehore, maar dat leek me steevast te veel op een generische en te afgelikt geproduceerde Dark Funeral kopie. Twee jaar terug wisten Jontho & co me op Throne fest echter positief te verrassen, waardoor ik me wel eens aan het kakelverse “Non debellicata” wilde wagen. Het is de tweede plaat waarop stichter en enig origineel overgebleven bandlid Jontho niet langer op de drumkruk zit, maar de microfoon ter hand neemt. Het is de voorbije jaren blijkbaar een komen en gaan van bandleden geweest, hoewel de knuffelbare/vervaarlijk uitziende (*) (* schrappen wat niet past) gitarist Bolverk al sinds 2010 aan boord is. De nieuwe langspeler neemt een vliegende start en grossiert in snelle, furieuze black. Wat had je anders verwacht van een band die zichzelf vernoemt naar het einde der tijden in de Scandinavische mythologie? De gecorpsepainte muzikanten kennen het klappen van de zweep alleen blijft er zo bijster weinig van hangen. De tien songs knallen mijn gehoorgangen binnen, maar laten geen blijvende schade achter. De plaat mist ook variatie hoewel “Chapel of shadows” met subtiele keyboards en de helft van de andere songs met akoestische gitaren worden ingekleurd. Hetzelfde geldt voor Jontho die op een vrij standaard manier het boeltje aaneen krijst; veel reliëf zit er niet in zijn vocale prestaties. De riffs die er links en rechts dan toch uitspringen, horen we in “Bestial emptiness“, “The great destroyer” en “Jonestown lullaby“. Dit laatste nummer handelt over Jonestown, een plaats in de jungle van Guyana, afgeschermd van de rest van de wereld, dat werd gebouwd door leden van de Peoples Temple sekte die collectief zelfmoord pleegden. Respect dat Jontho en Ragnarok na negen platen en vijfentwintig jaar staat van dienst nog steeds stug hun ding doen, maar bij ondergetekende pakt de mayonaise niet.

JOKKE: 72/100

Ragnarok – Non debellicata (Agonia Records 2019)
1. Non debellicata
2. Chapel of shadows
3. Sanctimoneous
4. Bestial emptiness
5. Nemesis
6. The great destroyer
7. Gerasene demoniac
8. The gospel of Judas Iscariot
9. Jonestown Lullaby
10. Asphyxiation

Unmensch – Scorn

De adelaar vliegt alleen, de kraai in troepen. De dwaas heeft gezelschap nodig, de wijze eenzaamheid.” Alzo sprak de Duitse dichter Friedrich Rückert in zijn werk “Die Weisheit des Brahmanen“. Dwazen: we hebben er allemaal een hekel aan, maar het Vlaams individu ZR in het bijzonder. Via de muziek van zijn band Unmensch richt hij zich op individuele kracht en wijsheid. Dientengevolge doet hij alles – op de retestrakke drumpartijen van Nico Veroeven na – in zijn eentje en dat heeft hij goed gedaan. De acht nummers die op het debuut “Scorn” prijken, dat via Immortal Frost production wordt uitgegeven, zijn overduidelijk geïnspireerd op snelle Zweedse second wave melo-black en dan voornamelijk bands als Dark Funeral, Setherial en late Thy Primordial. In het gros van de nummers draait alles om agressie, snelheid en vurige tremoloriffs waarover salpetervocalen hun maagzuur uitbraken, hoewel er aan het einde van opener “Let the world drown” ook plaats is voor een pianoriedeltje en vioolstrijkje. Ook “Storm breaks loose” bevat heel subtiele klassieke elementen terwijl “Wolf” dan weer licht symfonische trekjes vertoont. In de slepende stukken van “Conquered by sin” geven koorzangen dan weer een sacrale toets aan het geheel. Gelukkig heeft ZR aandacht voor zulke elementen want anders zou de verzadiging al snel vanachter het hoekje komen piepen. “The path” is het eerste (en op het uitluidende “11:00” na), enige nummer waar onze eenzame wolf de gierende gitaren en mitrailleurdrums achterwege laat ten voordele van een bij momenten dreigende atmosferische ontwikkeling die meer dan negen minuten in beslag neemt. Deze epische song is echter best een paradoxale aangelegenheid want hoewel ie meer dan welgekomen was na de eerste vier ramnummers, is het toch wel overduidelijk dat ZR’s sterkte bij het vingervlugge spul ligt. Echter zou een iets meer eigen smoelwerk op een volgende release wel welkom zijn want nu liggen de Dark Funeral-invloeden er soms net iets té dik bovenop. Desalniettemin is “Scorn” een goede eerste release met nog wat marge voor verbetering, maar dat ZR veel potentieel in huis heeft, staat buiten kijf.

JOKKE: 75/100

Unmensch – Scorn (Immortal Frost Productions 2019)
1. Let the world drown
2. Dispensable souls
3. Conquered by sin
4. Storm breaks loose
5. The path
6. Wolf
7. The abyss
8. 11:00

Ars Veneficium/Ulvdalir – In death’s cold embrace

Voor de gelegenheid van een 7 inch split sloegen het Belgische Ars Veneficium en het Russische Ulvdalir – over wiens meest recente langspeler “…Of death eternal” we erg positief waren – de handen in mekaar. De snelle, op Zweedse school gestoelde black van onze landgenoten, vond ik altijd maar wat dertien in een dozijn klinken, maar met “A thousand wheeping angels” laat de band wel horen vorderingen te hebben gemaakt. Het nummer wordt strak uitgevoerd en bevat enkele sterke tremolo picking riffs. Om boven de grote horde bands in het, zeg maar, Dark Funeral-straatje bovenuit te kunnen steken, zullen ze nog meer van dit soort nummers moeten schrijven. Ze zijn alvast goed op weg. Wanneer de Russen uit de startblokken schieten, valt meteen het verschil qua productie op. Initieel klinkt het rockende en hakkende “Litany of death” maar plat en mist het punch vergeleken met Ars Veneficium, maar uiteindelijk werkt deze sound wel voor dit type old-school black en scoort dit organische geluid beter dan de ietwat zielloze moderne sound van Ars Veneficium. En dat Russisch bekt echt wel lekker weg voor een black metalband. Ik heb geen idee wat de bindende factor tussen Ars Veneficium en Ulvdalir is, want zowel qua sound als stijl zijn er toch wel grote verschillen. Deze split is geen absolute must, maar wel onderhoudend voor fans van één of beide bands.

JOKKE: 73/100 (Ars Veneficium: 70/100 – Ulvdalir: 76/100)

Ars Veneficium/Ulvdalir – In death’s cold embrace (Immortal Frost Productions 2019)
1. Ars Veneficium – A thousand wheeping angels
2. Ulvdalir – Litany of death

Nordjevel – Necrogenesis

Het heeft de voorbije jaren serieus gerommeld in het Nordjevel-kamp. Van de stichtende leden is drie jaar na het gelijknamige debuut enkel zanger Doedsadmiral (Doedsvangr, Enepsigos, Svartelder) nog van de partij, weliswaar bijgestaan door oudgediend bassist DezeptiCunt (ex-Ragnarok). Marduk-drummer Fredrik Widigs (of ex-Marduk drummer: hoe zit dat nu eigenlijk?) gaf zijn drumstokken door aan dat ander snelheidsmonster Nils “Dominator” Fjellström (o.a. ex-Dark Funeral, The Wretched End en Odium) en op gitaar treffen we Destructhor (Myrkskog, Odium, ex-Morbid Angel, ex-Zyklon) aan, ook niet de minste natuurlijk. Met zulke line-up verwacht je van je sokken geblazen te worden en dat is wat op het nagelnieuwe “Necrogenesis” ook gebeurt. Althans wat agressie betreft, want dat blijkt duidelijk het stokpaardje te zijn van het Noors/Zweedse gezelschap. Op gebied van atmosfeer blijf ik echter serieus op mijn honger zitten en dat komt in de eerste plaats door de steriele generieke sound van “Necrogenesis” waardoor Nordjevel al haar eigenheid verliest en zo in het clubje van Dark Funeral, Setherial en Ragnarok-bands terecht komt ofte black metal-bands die ondanks hun extreem karakter voornamelijk als instapband in het genre gelden voor zij die nog niet veel moeite hebben gedaan om dieper in de ondergrond te graven. Er staan in de vorm van het melodieuze mid-tempo “Black lights of the void“, het van een coole videoclip voorziene “Amen whores“, het botten vermorzelende Immortaliaanse Apokalupsis eschation” en de epische acht minuten durende afsluiter “Panzerengel” heus wel enkele interessante nummers op “Necrogenesis” hoor. Tevens werd er meer dynamiek ingebouwd vergeleken met het debuut door in de opener of “Nazarene necrophilia” een black ’n roll vibe in te bouwen en deze veteranen kunnen natuurlijk een heus potje spelen, maar er blijft aan het einde van de rit verdomd weinig plakken van deze zevenenveertig minuten durende plaat. Jammer!

JOKKE: 75/100

Nordjevel – Necrogenesis (Osmose Productions 2019)
1. Sunset glow
2. Devilry
3. The idea of one-ness
4. Black lights from the void
5. Amen whores
6. The fevered lands
7. Nazarene necrophilia
8. Apokalupsis eschation
9. Panzerengel