Dark Funeral

Unmensch – Scorn

De adelaar vliegt alleen, de kraai in troepen. De dwaas heeft gezelschap nodig, de wijze eenzaamheid.” Alzo sprak de Duitse dichter Friedrich Rückert in zijn werk “Die Weisheit des Brahmanen“. Dwazen: we hebben er allemaal een hekel aan, maar het Vlaams individu ZR in het bijzonder. Via de muziek van zijn band Unmensch richt hij zich op individuele kracht en wijsheid. Dientengevolge doet hij alles – op de retestrakke drumpartijen van Nico Veroeven na – in zijn eentje en dat heeft hij goed gedaan. De acht nummers die op het debuut “Scorn” prijken, dat via Immortal Frost production wordt uitgegeven, zijn overduidelijk geïnspireerd op snelle Zweedse second wave melo-black en dan voornamelijk bands als Dark Funeral, Setherial en late Thy Primordial. In het gros van de nummers draait alles om agressie, snelheid en vurige tremoloriffs waarover salpetervocalen hun maagzuur uitbraken, hoewel er aan het einde van opener “Let the world drown” ook plaats is voor een pianoriedeltje en vioolstrijkje. Ook “Storm breaks loose” bevat heel subtiele klassieke elementen terwijl “Wolf” dan weer licht symfonische trekjes vertoont. In de slepende stukken van “Conquered by sin” geven koorzangen dan weer een sacrale toets aan het geheel. Gelukkig heeft ZR aandacht voor zulke elementen want anders zou de verzadiging al snel vanachter het hoekje komen piepen. “The path” is het eerste (en op het uitluidende “11:00” na), enige nummer waar onze eenzame wolf de gierende gitaren en mitrailleurdrums achterwege laat ten voordele van een bij momenten dreigende atmosferische ontwikkeling die meer dan negen minuten in beslag neemt. Deze epische song is echter best een paradoxale aangelegenheid want hoewel ie meer dan welgekomen was na de eerste vier ramnummers, is het toch wel overduidelijk dat ZR’s sterkte bij het vingervlugge spul ligt. Echter zou een iets meer eigen smoelwerk op een volgende release wel welkom zijn want nu liggen de Dark Funeral-invloeden er soms net iets té dik bovenop. Desalniettemin is “Scorn” een goede eerste release met nog wat marge voor verbetering, maar dat ZR veel potentieel in huis heeft, staat buiten kijf.

JOKKE: 75/100

Unmensch – Scorn (Immortal Frost Productions 2019)
1. Let the world drown
2. Dispensable souls
3. Conquered by sin
4. Storm breaks loose
5. The path
6. Wolf
7. The abyss
8. 11:00

Ars Veneficium/Ulvdalir – In death’s cold embrace

Voor de gelegenheid van een 7 inch split sloegen het Belgische Ars Veneficium en het Russische Ulvdalir – over wiens meest recente langspeler “…Of death eternal” we erg positief waren – de handen in mekaar. De snelle, op Zweedse school gestoelde black van onze landgenoten, vond ik altijd maar wat dertien in een dozijn klinken, maar met “A thousand wheeping angels” laat de band wel horen vorderingen te hebben gemaakt. Het nummer wordt strak uitgevoerd en bevat enkele sterke tremolo picking riffs. Om boven de grote horde bands in het, zeg maar, Dark Funeral-straatje bovenuit te kunnen steken, zullen ze nog meer van dit soort nummers moeten schrijven. Ze zijn alvast goed op weg. Wanneer de Russen uit de startblokken schieten, valt meteen het verschil qua productie op. Initieel klinkt het rockende en hakkende “Litany of death” maar plat en mist het punch vergeleken met Ars Veneficium, maar uiteindelijk werkt deze sound wel voor dit type old-school black en scoort dit organische geluid beter dan de ietwat zielloze moderne sound van Ars Veneficium. En dat Russisch bekt echt wel lekker weg voor een black metalband. Ik heb geen idee wat de bindende factor tussen Ars Veneficium en Ulvdalir is, want zowel qua sound als stijl zijn er toch wel grote verschillen. Deze split is geen absolute must, maar wel onderhoudend voor fans van één of beide bands.

JOKKE: 73/100 (Ars Veneficium: 70/100 – Ulvdalir: 76/100)

Ars Veneficium/Ulvdalir – In death’s cold embrace (Immortal Frost Productions 2019)
1. Ars Veneficium – A thousand wheeping angels
2. Ulvdalir – Litany of death

Nordjevel – Necrogenesis

Het heeft de voorbije jaren serieus gerommeld in het Nordjevel-kamp. Van de stichtende leden is drie jaar na het gelijknamige debuut enkel zanger Doedsadmiral (Doedsvangr, Enepsigos, Svartelder) nog van de partij, weliswaar bijgestaan door oudgediend bassist DezeptiCunt (ex-Ragnarok). Marduk-drummer Fredrik Widigs (of ex-Marduk drummer: hoe zit dat nu eigenlijk?) gaf zijn drumstokken door aan dat ander snelheidsmonster Nils “Dominator” Fjellström (o.a. ex-Dark Funeral, The Wretched End en Odium) en op gitaar treffen we Destructhor (Myrkskog, Odium, ex-Morbid Angel, ex-Zyklon) aan, ook niet de minste natuurlijk. Met zulke line-up verwacht je van je sokken geblazen te worden en dat is wat op het nagelnieuwe “Necrogenesis” ook gebeurt. Althans wat agressie betreft, want dat blijkt duidelijk het stokpaardje te zijn van het Noors/Zweedse gezelschap. Op gebied van atmosfeer blijf ik echter serieus op mijn honger zitten en dat komt in de eerste plaats door de steriele generieke sound van “Necrogenesis” waardoor Nordjevel al haar eigenheid verliest en zo in het clubje van Dark Funeral, Setherial en Ragnarok-bands terecht komt ofte black metal-bands die ondanks hun extreem karakter voornamelijk als instapband in het genre gelden voor zij die nog niet veel moeite hebben gedaan om dieper in de ondergrond te graven. Er staan in de vorm van het melodieuze mid-tempo “Black lights of the void“, het van een coole videoclip voorziene “Amen whores“, het botten vermorzelende Immortaliaanse Apokalupsis eschation” en de epische acht minuten durende afsluiter “Panzerengel” heus wel enkele interessante nummers op “Necrogenesis” hoor. Tevens werd er meer dynamiek ingebouwd vergeleken met het debuut door in de opener of “Nazarene necrophilia” een black ’n roll vibe in te bouwen en deze veteranen kunnen natuurlijk een heus potje spelen, maar er blijft aan het einde van de rit verdomd weinig plakken van deze zevenenveertig minuten durende plaat. Jammer!

JOKKE: 75/100

Nordjevel – Necrogenesis (Osmose Productions 2019)
1. Sunset glow
2. Devilry
3. The idea of one-ness
4. Black lights from the void
5. Amen whores
6. The fevered lands
7. Nazarene necrophilia
8. Apokalupsis eschation
9. Panzerengel

Valkyrja – Throne ablaze

Op Metal Archives staat een vernietigende review te lezen van “The antagonist’s fire“, de derde plaat van Valkyrja, waarin de Zweedse band als een goedkope karikatuur van Watain wordt afgeschilderd en de songs als B-kantjes van diens “Sworn to the dark“-album afgedaan worden. Ik kan me in deze kritiek wel enigszins vinden maar Valkyrja als ‘goedkoop’ of ‘karikatuur’ bestempelen, gaat mij toch een paar bruggen te ver. Dat de Zweedse band goed naar genre- en streekgenoten Watain heeft geluisterd, valt niet te ontkennen en in dat opzicht is volgend statement van de band dan ook quatsch: As part of Valkyrja’s philosophy of ridding themselves from limitations, no specific genre was ever chosen since it would only serve to establish a framework of useless expectation. The artistic output created under the flag of Valkyrja defies all earthly shackles, including those of commercial categorization. Valkyrja speelt immers overduidelijk Zweedse black met invloeden van Watain en Marduk (inspecteer maar eens enkele riffs in “Opposer of light“), zonder buiten de lijntjes van het genre te kleuren. Daar waar Erik en co echter meer catchy te werk gaan, zijn de nummers van Valkyrja toch net iets moeilijker te doorgronden maar ze zitten wel vernuftig in mekaar. Enkel met “Crowned serpent” lijkt voor een meer toegankelijke, meezingbare en korte albumopener vol wervelende arpeggio’s gekozen te zijn. Ondanks voortdurend gerommel in de line-up heeft bandbrein Simon Wizén – die by the way nog geen dertig jaar oud is – zich sinds de oprichting van Valkyrja in 2004 steeds met uitstekende muzikanten weten omringen waardoor er op de strakke uitvoering van diens Zweedse melo-black al vier langspelers lang niets aan te merken valt. Na de plotse verdwijning van zanger RSDX (die echter nooit op plaat te horen was) heeft hij nu ook de vocalen voor zijn rekening genomen en die moeten absoluut niet onderdoen voor die van Andreas Lind die op de vorige albums te horen was. Simon klinkt een tikkeltje heser, maar hij kwijt zich heel goed van zijn nieuwe taak. Een ander pluspunt is het mooie soleerwerk en de knappe gitaarharmonieën die we o.a. in “Tombs into flesh” en “Paradise Lost” te horen krijgen. En hoewel de band grossiert in snelheidsduivels blijft het kwartet ook stevig overeind staan in mid-tempo songs als “Halo of lies”, dat een knappe flow kent, en “Transcendental death” waarin ook naar hogere snelheden geschakeld wordt. En zelfs in de negen minuten durende titeltrack met prachtige slotmelodieën blijven we geboeid luisteren. Collega Cas haalde recent vernietigend uit naar het plagiaat van Groza aangaande haar grote voorbeeld Mgła. Hoewel bij Valkyrja de Watain-invloeden er eveneens vingerdik bovenop liggen, beleef ik echter meer luisterplezier aan Valkyrja dan aan de laatste twee Watain-albums. Bovendien blijft Valkyrja consistent hoge kwaliteit afleveren. Liefhebbers van snel Zweeds spul genre Watain, Marduk, Setherial of Dark Funeral kunnen blind tot de aanschaf overgaan. Ben je op zoek naar een meer eigenzinnige of originele sound, dan laat je “Throne ablaze” maar aan de kant liggen.

JOKKE: 86/100

Valkyrja – Throne ablaze (World Terror Committee 2018)
1. In ruins I set my throne
2. Crowned serpent
3. Opposer of light
4. Tombs into flesh
5. Halo of lies
6. Transcendental death
7. Paradise lost
8. Throne ablaze

 

 

Grá – Väsen

Hoewel “Where shadows forever reign“, de laatste Dark Funeral plaat, eigenlijk best te pruimen was, ben ik meer fan van Grá, de band waar huidig Dark Funeral zanger Heljarmadr sinds 2010 actief mee is in de meer ondergrondse regionen van de black metal scene. De twee vorige langspelers (“Grá” uit 2011 en “Ending” uit 2015) vinden dan ook nog regelmatig hun weg naar mijn stereo. Het concept over de dood dat op de trilogie, bestaande uit deze twee platen en de “Helfärd” EP uit 2010, werd geëxploreerd is afgerond en met een nieuw logo onder de arm is het nu tijd voor Grá 2.0 dat in de vorm van “Väsen” een derde langspeler op de mensheid loslaat. Het cover artwork van de hand van Axel Torvenius (Art director van de video game “Wolfenstein II: The new colossus“) boezemde mij eerlijk gezegd angst in omdat het een meer gotische/horror/comic-achtige richting liet uitschijnen, maar daar is gelukkig niets van aan. Opener “Till sörjerskorna” windt er immers geen doekjes om met haar klassieke second wave black metal inclusief innemende melodieën – een kunstje dat het Zweedse kwartet al sinds haar begindagen goed onder de knie heeft. De felle openingsriff van “King of decay” deelt een heuse pandoering uit en vormt mede door de snelle blastbeats misschien wel de meest heftige passage van het album. Vanaf “Hveðrungs mær” begint het meer en meer op te vallen dat Grá keyboards aan haar instrumentarium heeft toegevoegd, hoewel deze gelukkig nergens té veel op de voorgrond treden. Met de eerste single “Krig” daalt het tempo zienderwijze en hoewel de demoversie nog langer en monotoner was, vind ik hier Grá op haar best klinken. De stilte die tussen het uitroepen van de tekstregels “ja stinker av hat” en “jag rustar för strid” valt is oorverdovend en bijzonder effectief. In dit nummer grijpen de Zweden ook het meest terug naar de begindagen van “Helfärd“. Dat “Väsen” de meest gevarieerde plaat is waarin ook ruimte voor experimenteerdrift gelaten wordt, bewijzen “Gjallarhorn” met haar futuristische intro en cleane vikingkoren, het rockende en rollende “Dead old eyes” waarin tel- en maatwissels de boel spannend houden en het militant aandoende “The devil’s tribe” waarin de keyboards voor een horrorachtig sfeertje zorgen. De titeltrack sluit de plaat met haar beklijvende zwarte en akoestische klanken waardig af. Hoewel ik hun selftitled nog steeds onovertroffen vind, laat Grá zien dat het heel wat in haar mars heeft en klaar staat om door te stoten naar de hoogste echelons van de black metal scene.

JOKKE: 87/100

Grá – Väsen (Carnal Records 2018)
1. Till sörjerskorna
2. King of decay
3. Hveðrungs mær
4. Krig
5. Gjallarhorn
6. Dead old eyes
7. The devil’s tribe
8. Väsen

Necrophobic – Mark of the necrogram

Het Zweedse Necrophobic heeft ondanks haar lange carrière (de band werd in 1989 opgericht!) altijd wat in de schaduw van grotere acts als Dissection, Dark Funeral en Watain gestaan. Om één of andere reden heb ik de band nooit op de voet gevolgd waardoor maar een paar platen me goed bekend zijn. Met het nagelnieuwe “Mark of the necrogram” presenteren drummer Joakim Sterner – die er reeds van in het begin bij is -,  de sinds 2016 teruggekeerde gitaartandem Sebastian Ramstedt en Johan Bergebäck, bassist Alex Friberg en zanger en oudgediende Anders Strokirk – die te horen was op het debuut “The nocturnal silence” – hun achtste langspeler die een schot in de roos is. Of de terugkeer van Anders er voor iets tussen zit, weet ik niet maar de nieuweling doet me erg denken aan de eerste twee (en voor mij meest bekende) platen ook al is de productie natuurlijk moderner (en voor sommigen waarschijnlijk té afgelikt). Het kwintet klinkt gedreven en laat de ene na de andere overtuigende song op de luisteraar los. De melodieuze gitaarriffs van de titelsong zetten de vlam meteen in de pan en doen op vocaal gebied ook denken aan Naglfar, hun landgenoten die in hetzelfde vaarwater opereren. De toegankelijkheid van het aanstekelijke, met overduidelijke Dissection harmonieën doorspekte “Tsar bomba” valt niet te ontkennen en bezit het nodige hitpotentieel om de band tot bij een breder publiek te brengen. Hierna volgen de nummers “Lamashtu” en “Sacrosanct” die er qua hitgevoeligheid bijna lijnrecht tegenover staan en meer black metal invloeden laten horen, hoewel melodieuze riffs en harmonieuze gitaarsolo’s ook hier alomtegenwoordig zijn. “Requiem for a dying sun” legt het meeste dynamiek aan de dag en klinkt mede daardoor epischer en dreigender. Het felle, uptempo “Crown of horns” is opnieuw erg schatplichtig aan Dissection of je dat nu erg vindt of niet. “From the great above to the great below” vat nog eens samen waar Necrophobic anno 2018 (en eigenlijk al heel haar carrière lang, zo leerde me het dieper uitpluizen van hun discografie) voor staat: melodieus/extreem metalgeweld van de bovenste Zweedse plank.

JOKKE: 85/100

Necrophobic – Mark of the necrogram (Century Media 2018)
1. Mark of the necrogram
2. Odium caecum
3. Tsar bomba
4. Lamashtu
5. Sacrosanct
6. Pesta
7. Requiem for a dying sun
8. Crown of horns
9. From the great above to the great below
10. Undergången

Veiled – Black celestial orbs

Soms is het nodig om het roer om te gooien en een nieuwe doorstart te maken. Dat dacht ook de Amerikaan Nathan Verschoor ofte Niðafjöll na het verschijnen van twee EP’s en een split van zijn band Gnosis of The Witch – die hij samen met drummer Swartadauþaz vormde – met het Zweedse Grá in 2015. De energie in de band veranderde en de nieuwe moniker Veiled werd gekozen. Dit resulteerde in de “Omniscient veil” demo die nog hetzelfde jaar verscheen en waarop de band mysterieuze en majestueuze black metal liet horen die eigenlijk bar weinig verschilde ten opzichte van de oude band. Ondertussen rekruteerde Niðafjöll de nieuwe Zweedse vellenmepper Dimman (Grá, Cursed 13, When Nothing Remains) en werkte het duo samen met  producer en engineer Heljarmadr (Dark Funeral, Grá, Cursed 13) aan het volwaardige debuut dat er nu in de vorm van “Black celestial orbs” ligt. Op geluidstechnisch niveau klinkt deze langspeler beter en moderner dan de demo maar op muzikaal vlak komt het woord “modernisme” niet in het woordenboek van de Amerikaan en de Zweed voor. Er wordt gemusiceerd met een dikke vette knipoog naar de tijdloze Scandinavische black metal van de vroege jaren negentig. Melancholische echo’s zinderen doorheen de trance-opwekkende repetitieve riffs (“Portal“), de niet aflatende stroom tremelo’s en de snelle knuppelpartijen waarbij deze luisterbeurt na luisterbeurt meer van hun geheimen prijs geven. Er is amper notie van afzonderlijke tracks waardoor het lijkt alsof er veertig minuten lang in crescendo wordt gewerkt wat uiteindelijk uitmondt in het epische tweeluik “Black celestial orbs” dat de plaat op gepaste wijze afsluit. Het tweede deel verzorgt de rol van outro waarbij clean gitaargepingel en een heldere sprekende mannenstem voor een zwaar gemoed zorgen…extreem passend bij het droevige regenweer van deze dagen. Hoewel hetzelfde kunstje heel de tijd lang aan de basis herhaald lijkt te worden weet Veiled ook verrassend uit de hoek te komen door de riffmaalstroom plots te laten voor wat het is. In opener “Luminous” resulteert dat in een stukje waarbij een zwaar overstuurde basgitaar en de drums even alle aandacht opeisen en in het eerste deel van de titeltrack in een jazzy aandoend intermezzo. Knap debuut van een band om in ’t oog te houden!

JOKKE: 83/100

Veiled – Black celestial orbs (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Luminous
2. Portal
3. Enshrouded
4. Omnipotent
5. Black celestial orbs I
6. Black celestial orbs II