Debemur Morti Productions

Crimson moon – Mors vincit omnia

Het verhaal van Crimson Moon begon in 1994 toen multi-instrumentalist Scorpios Androctonus de band in zijn eentje in de US begon. Vier jaar later verkaste de muzikant naar Duitsland van waaruit hij sindsdien in menig band en project actief was. Zo verdeelde hij zijn tijd o.a. over Acherontas, Sabnack, Zemial en Melechesh, om er maar een paar te noemen. Met Crimson Moon is Scorpios – ondanks een inactieve periode tussen 1996 en 2005 – ondertussen aan langspeler nummer vier gearriveerd, met daarnaast nog talrijke demo’s, splits, EP’s en een compilatie. Ik leerde de band kennen via “Oneironaut“, de vorige langspeler die drie jaar geleden op Debemur Morti werd gereleased. Hoewel dat absoluut geen slechte plaat was, klonken de nummers soms als tweederangs Acherontas-songs. Ook op “Mors vincit omnia” (“De Dood overwint alles“) kozen Scorpios en co (gitaristen Agreas en Sabnoc en drummer Blastum) voor een black metal geluid dat barst van de occulte grandeur als ode voor Azrael, de Engel des Doods. De legio koorzangen, orgels, kosmische synthscapes, rituele ornamenten en andere hocus pocus zijn misschien wel iets té prominent aanwezig en leidden alzo de aandacht af van de second wave-riffs die niet altijd even beklijvend zijn. Blastum kennen we van zijn drumwerk voor o.a. Merrimack, Antaeus en Aosoth, maar kiest in de opener voor een nogal houterig hakkend drumpatroon dat me persoonlijk niet goed ligt. In de latere songs vloeit het dynamische drumspel gelukkig meer. In een nummer als “Godspeed, angel of death” pakt de mayonaise wel en ontwaren we de typische strotten van Proscriptor (Absu) en Lord Angelslayer (Archgoat) in de occulte grootspraak. In dit nummer eist de basgitaar tevens een goed hoorbare rol op. De veelvuldige variatie in zang is een welgekomen aanvulling op de vrij droge en monotone screams van Scorpios. In “Upon the pale horse” horen we een vocale gastbijdrage van Demoncy’s Ixithra en blijven we ondanks de veelvuldige zangkoren goed bij de les. Kawir’s Phaesphoros stond in voor de mix en horen we dan weer in de rituele gezangen van “Parcae – Trinity of fates” opduiken. Goede zaak dat we in dit nummer vanaf 3:40 toch ook weer wat venijnige riffs te horen krijgen, want alle ritualistische elementen beginnen op den duur gezapig in plaats van cryptisch te klinken. En wat ik van die panfluit moet denken, weet ik nog altijd niet goed. Brian Artwick, gekend van zijn werk voor o.a. Absu, Nurse en Equimanthorn componeerde het also outro dienende “Tempus fugit” maar heeft niet veel om het lijf. Concluderend is “Mors vincit omnia” voer voor wie zijn of haar black graag met een occulte saus en brandend kaarsvet overgoten ziet, hoewel het bijlange na niet de beste plaat in het genre is. Mij begint de theatrale bombast na vijfenvijftig minuten wel wat tegen te steken en wordt het eenheidsworst doordat zo goed als alle nummers van de nodige tierlantijntjes doordrongen zijn. Er is duidelijk veel werk in deze plaat gekropen, maar geef me nu naderhand maar liever een straightforward black metal-plaatje.

JOKKE: 73/100

Crimson Moon – Mors vincit omnia (Debemur Morti productions 2019)
1. Vanitas
2. Altars of Azrael
3. Godspeed, angel of death
4. Upon the pale horse
5. Parcae – Trinity of fates
6. Mors vincit omnia
7. Funeral begotten
8. Tempus fugit

Sühnopfer – Hic regnant borbonii manes

Florian Denis aka Ardraos kennen we al een tijdje. De man verwierf vooral faam als (ondertussen ex-) drummer bij Peste Noire op alle releases sinds diens self-titled, en ook op Aorlhacs “L’esprit des vents” hanteerde hij de stokken. Echter heeft dit heerschap ook sinds 2001 een soloproject, waarmee hij recent aan zijn derde langspeler toekwam. Via Debemur Morti Productions verscheen zodus “Hic regnant borbonii manes”, waarop Ardraos bewijst ook een begenadigd gitarist te zijn. Zoals het een nationalist zoals Ardraos zelf betaamt, duikelt het album lyrisch gezien halsoverkop terug de middeleeuwen in, terug naar de tijd toen zijn geboortestreek Auvergne nog Bourbon genoemd werd – vandaar de referentie in de titel die verwijst naar de krochten van de kerkers van de toenmalige adel. Geen nazibedoeningen hier, wel een glorificatie van de tijden van weleer. De melodieuze tremoloriffs volgen elkaar zonder genade op, ondersteund door een belachelijk groot aantal blastbeats. Echter krijgen we hier niet zomaar hersenloos geram want de songs bevatten genoeg variatie en interessante opbouwen om ons een klein uur lang geboeid te houden. Met de intro in de vorm van “Invito funere” worden we ietwat op het verkeerde been gezet: deze bereidt ons absoluut niet voor op het opeenvolgende “Pénitences et sorelages” dat meteen het gaspedaal volop indrukt. Datzelfde gaspedaal wordt doorheen het album met moeite losgelaten, iets wat er normaliter voor zorgt dat mijn interesse na een tijdje nog even onbestaand is als een erectie van Herman Brusselmans. Gelukkig is Ardraos’ gitaarspel gevarieerd en inventief genoeg om mijn koppeke als het ware automatisch doorheen gans het album te doen meeknikken en waarin knipogen naar Sacramentums “Far away from the sun” (een referentie die Ardraos zelf aanhaalt, naast Dissection) en Peste Noires debuut af en toe eens om het hoekje komen piepen. Muzikale duizendpoot die hij is neemt de man ook de zang op zich (anders was het dan ook geen soloproject meer) en deze klinkt scherp, hoog en vooral ziedend. Na voorganger “Offertoire” las ik vaak de kritiek dat mensen de band instrumentaal goed vonden, maar dat de zang hen tegenstond. Op “Hic regnant borbonii manes” wordt het overslaande, ‘scheurende’ stemgeluid achterwege gelaten waardoor de vocalen iets toegankelijker zijn voor de gemiddelde liefhebber van zwart metaal. Hoewel geclaimd wordt dat zijn muziek een medieval kantje zou hebben, hoor ik hier echter bitter weinig van terug of het moeten de akoestische gitaartonen zijn die hier en daar over het album verspreid de kop opsteken. Wat we wel voorgeschoteld krijgen is een uiterst melodieus werk dat fameus blaast ende knalt, en waarvan de productie (die Ardraos ook zelf onder handen nam) absoluut top klinkt. Geen lo-fi toestanden hier, maar een zeer helder gitaartapijt waar de raggende blastbeats en dubbele bassen hun weg doorheen vinden zonder alles te overstemmen. De bas is niet steeds even hoorbaar, maar die volgt dan ook gewoon de drumpatronen en tja, die zijn nu eenmaal belangrijker hier. Iets meer variatie in het tempo had gemogen, maar voor een keer val ik er niet over: Ardraos weet een grimmige, ruwe sfeer neer te poten en doet dit met verve.

CAS: 84/100

Sühnopfer – Hic regnant borbonii manes (Debemur Morti Productions 2019)
1. Invito Funere (Introduction)
2. Pénitences et sorcelages
3. Hic Regnant Borbonii Manes
4. La Chasse Gayère
5. Je vivroie liement
6. Dilaceratio Corporis
7. L’Hoirie de mes ancêstres

Yerûšelem – The sublime

Blut Aus Nord is niet voor één gat te vangen, dat weten we al langer dan vandaag. Wie de discografie van deze Franse band erop naslaat, zal een avontuurlijke evolutie detecteren die startte in de vorm van atmosferische black waarin gaandeweg allerlei elementen uit industrial, avantgarde en ambient slopen. Zo vervulde Blut Aus Nord een experimentele pioniersrol in een destijds vrij conservatief genre. De band werd ondertussen meermaals gekopieerd, maar nooit geëvenaard. In het omvangrijke oeuvre van deze twee avontuurlijke Fransmannen zijn er enkele platen die thematisch en stilistisch met mekaar verbonden zijn. Zo heb je de “Memoria vetusta“-trilogie, de “What once was“-trilogie en de “777“-trilogie. De genieën Vindsval en W.D. Feld wilden het sonisch pallet van “777 – Cosmosophy“, het sluitstuk van die laatst vernoemde trilogie, verder exploreren en doen dat gek genoeg niet onder de noemer Blut Aus Nord. Voor deze zijstap werd Yerûšelem in het leven geroepen en de plaat kreeg de titel “The sublime” mee. Een woord dat tevens van toepassing is op het intrigerende artwork van Dehn Sora. Het duo liet zich inspireren door Godflesh, Ministry, Pitchshifter en Skin Chamber maar ook door electronica, post-punk, new wave en dub. Ik las ergens een recensie waarin de reviewer de vergelijking maakte met Godflesh en Jesu, een goede analyse want zo verhouden Blut Aus Nord en Yerûšelem zich inderdaad ook ten opzichte van elkaar. “The sublime” laat immers een toegankelijker en bijwijlen dromerig geluid horen daar waar de hoofdband toch wel een pak dissonanter, duisterder en ontoegankelijker klinkt. In de negen nummers die “The sublime” telt, gooit Vindsval enkel zijn heldere zang in de strijd waarbij de vocalen meestal als extra laag in de muziek gemixt zijn, hoewel ze in “Reverso” ook iets meer op de voorgrond treden. Verder horen we ook beduidend minder distorted gitaren en de geprogrammeerde drums zijn bij wijlen dansbaar. De ruggegraat van de songs wordt in de meer heavy nummers zoals “Autoimmunity” en het mechanische “Joyless” door beats en loops of in “Triiiunity” en “Babel” door groovy baslijnen gevormd in plaats van door riffs. En in de titeltrack of het kippenvelopwekkende “Eternal” lagen meeslepende, repetitieve en hypnotiserende melodieën duidelijk aan de basis. Het korte “Sound over matter” en het afsluitende “Textures of silence” zijn dan weer rustgevende ambient-soundscapes waarvan de titels alleszeggend zijn. We hoorden in de wandelgangen dat de heren na het volgende Blut Aus Nord album, dat voor september gepland staat, aan de opvolger van “The sublime” zullen beginnen. Twee maal een goednieuwsshow dus!

JOKKE: 85/100

Yerûšelem – The sublime (Debemur Morti Productions 2019)
1. The sublime
2. Autoimmunity
3. Eternal
4. Sound over matter
5. Joyless
6. Triiiunity
7. Babel
8. Reverso
9. Textures of silence

Hegemone – We disappear

Onbekend is zeker niet onbemind, is al jaren het motto bij Addergebroed. Met de regelmaat van de klok worden ook wij nog eens stevig verrast door een onverwachtse release, alhoewel onverwachts in dit geval misschien met een korrel zout genomen mag worden. Al enige tijd raadde een kennis van me het nieuwe album “We disappear” van Hegemone aan, echter nu pas vond ik de tijd het album eens degelijk onder de loep te nemen. Het Poolse kwartet heeft blijkbaar al een uit 2014 daterend debuutalbum en een daaropvolgende split met het mij eveneens vrij onbekende, Wit-Russische Challenger Deep op haar naam staan en voegt anno 2018 nog een langspeler aan de discografie toe. Hoe een album dat al enige tijd uit is, nota bene via Debemur Morti Productions, zo lang onder mijn radar bleef zal voor eeuwig een raadsel blijven, maar vanaf heden volg ik elke stap die de band zet op de voet. “We disappear” is namelijk een parel van een album geworden waarop enkele invloeden van Amenra overgoten worden met een fikse vleug post-black metal, waarbij het riffwerk bijwijlen aan het vroegere werk van Fluisteraars doet denken. Het samenspel tussen bezwerende post-black gitaarspel, zelfs doorspekt met enkele zuivere post-rock riffs, de aanwezige rustpunten doorheen de plaat en de ijzingwekkende, getergde screams van zanger en bassist Jakub Witkowski vormt een coherent geheel waarbij elke song moeiteloos overvloeit in de volgende. Zoals het een Debemur Morti release betaamt zit alles productiegewijs ook weer snor, waarbij vooral de volle, krachtige bassound positief opvalt. Met een speelduur van meer dan 50 minuten doet Hegemone niet mee aan de nieuwe trend waarbij 30 minuten blijkbaar al voor een full length moet doorgaan (gesnopen, Marduk?), maar maakt de groep ruimte voor gelaagde spanningsbogen die nu eens in loodzware sludge (“Raising barrows”), dan weer in ijselijke black metal (“Тәңірi”) ontaarden. Doorheen “Π” ontwaren we ook de geest van het terziele gegane Amesoeurs. Zodoende lijkt het album wel een trip waaruit niet te ontsnappen valt, eens de play knop wordt ingeduwd vergeet je al snel dat er ook zoiets als pause of zelfs stop bestaat – tot plots die akelige stilte je verweesd achterlaat. Het was lang geleden dat een nieuwe band mij uit mijn goed vastgeknoopte combats blies, maar voor Hegemone bleek het een koud kunstje.

CAS: 88/100

Hegemone – We disappear (Debemur Morti Productions 2018)
1. Mara
2. Fracture
3. Raising Barrows
4. Π
5. ХанТәңірі
6. Тәңірi

Blut Aus Nord – Memoria vetusta III: Saturnian poetry

Het Franse Blut Aus Nord is voor ondergetekende één van de meest tot de verbeelding sprekende black metal bands. Telkens de band rond Vindsval met nieuw plaatwerk komt, is het afwachten welke richting ze zullen uitgaan. Doorheen hun uitgebreide discografie tref je naast enkele op zichzelf staande platen ook werk aan dat deel uitmaakt van een groter geheel. Zo heb je de “777”-trilogie die in 2011 en 2012 op korte tijd verscheen met daartussen ook de drie “What once was…Liber” EP’s. Nu is het derde deel van de “Memoria vetusta” reeks uit, waarvan de aanzet werd gegeven in 1996 met “Fathers of the icy age”. Het tweede deel “Dialogue with the stars” werd pas dertien jaar later wereldkundig gemaakt. Of het verhaal met het derde luik “Saturnian poetry” volledig verteld is, is voorlopig nog een raadsel.  De “Memoria vetusta” platen bevatten de voor Blut Aus Nord normen  meest gangbare vorm van traditionele black metal. Op andere releases wordt hun black metal doorspekt met allerhande trance opwekkende noise, militante industrial, psychedelica en dissonante gitaren. Blut Aus Nord vervulde een soort van pioniersrol waarbij de grenzen werden afgetast van wat als conventioneel beschouwd werd binnen de black metal scene. Op deze plaat, getooid met een prachtige cover van de hand van Necrolord (die o.a. de hoezen schilderde voor meesterwerken zoals “In the nightside eclipse” van Emperor of “Storm of the light’s bane” van Dissection) keren ze zoals eerder vermeld terug naar de sound uit hun begindagen, die dicht aanleunde bij de Scandinavische (en meer bepaald Noorse) sound. Opzwepende, striemende gitaarpartijen (die me in de meest intense stukken wat doen denken aan het Amerikaanse Krallice), helse screams en snel drumwerk vormen de basis voor het klankenpallet dat we te horen krijgen. De songs worden echter op smaak gebracht met epische keyboard- en gitaarmelodieën en cleane zangpartijen (check “Tellus mater”) evenals een sporadische psychedelische noot, zoals in het fenomenale openingsnummer “Paien”. De bezwerende gitaarsound van de eindpartij in deze song, is een stijlelement dat op de “777”-trilogie verder uitgediept wordt. “Forhist” zou met zijn filmisch karakter perfect als soundtrack kunnen dienen voor een historisch epos. Eender welke plaat non-conformist Vinsdval uit zijn hoed tovert, telkens weer slaagt hij er met zijn kompanen in om een kwaliteitsvol eindproduct neer te zetten.

JOKKE: 83/100

Blut Aus Nord – Memoria vetusta III: Saturnian poetry (Debemur Morti Productions 2014)
1. Prelude
2. Paien
3. Tellus mater
4. Forhist
5. Henosis
6. Metaphor of the moon
7. Clarissima mundi lumina

https://soundcloud.com/debemurmorti/blut-aus-nord-paien

Dirge – Hyperion

Hyperion” is weeral album nummer zes voor onze Parijse vrienden Dirge, maar toch genieten ze nog lang niet de verdiende naamsbekendheid die hun land- en stijlgenoten Year Of No Light te beurt valt. Waarschijnlijk was dat voor een deel toe te schrijven aan de beperkte promotie en distributie van hun vorige platen via het kleine Division Records. Hopelijk komt daar snel verandering in, nu de nieuweling via Debemur Morti Productions het levenslicht ziet. Aan de kwaliteit van hun muziek zal het in elk geval niet liggen. Op “Hyperion” schotelt het kwartet ons zes nummers voor die samen goed zijn voor een uur lang bezwerende en tergend trage atmosferische sludge/doom. We krijgen hier geen spectaculaire nieuwe dingen voorgeschoteld, eerder een doorgedreven perfectie van hun eclectische sound die elementen bevat uit sludge, postrock, doom, ambient en drone. Ten opzichte van de erg sterke voorganger “Elysian magnetic fields” wordt er deze keer meer gebruik gemaakt van cleane zang en ook de keyboards zijn iets prominenter aanwezig in het totaalgeluid. In “Venus claws” duiken ook vrouwelijke vocalen op en dit nummer vormt tevens het hoogtepunt van de plaat. Fans van Neurosis, Godflesh of labelgenoten Year Of No Light, Rosetta en zelfs Blut Aus Nord (check het zestien minuten durende “Remanentie“) kunnen zonder probleem toehappen. Ogen dicht en laat je een uur lang meenemen op een muzikale reis doorheen ons zonnestelsel waarin Hyperion het enige hemellichaam is met een erg onregelmatige vorm. De kwaliteit is echter van een regelmatig en hoog niveau!

JOKKE: 94/100

Dirge – Hyperion (Debemur Morti Productions)
1. Circumpolaris
2. Floe
3. Venus claws
4. Hyperion under glass
5. Filigree
6. Remanentie